Landgoed de Sonnenberg
De Sonnenberg, oorspronkelijk adres: Sonnenberglaan 2, Oosterbeek.
home
Hans Braakhuis

Gepubliceerd op 1 november 2016. Laatste update: september 2017
Andere namen: Sonnenbergh, Sonneberg, Zonnenberg, Zonneberg, Sonnenborch.

Sonnenberg was een oud leen (1428) van Doorwerth. De Sonnenberg wordt al in 1428 genoemd als een hegge hout in het kerspel Oosterbeek, beleend door Hendrik van Wijhe. Het goed gaat over naar zijn zoon: Johan van Wijhe. De Sonnenberg blijft in gebruik bij de familie Wijhe tot 1489. In dat jaar wordt Gijsbert van den Berg, een Arnhems burger er mee beleend. Hierna worden nog Johann van Riemsdijk in 1518 en Bartolomeus van Heteren in 1519.

J.C. Kort komt met andere jaartallen: Een hegge hout in het kerspel Oosterbeek, genaamd Hillenbos, met toebehoren, (1576: op Sonnenberg en 3 malder rogge aldaar op Gijsbert van den Berge; 1630: zijnde erf en goed Sonnenberg; 1692: in Renkum).

Op 22 maart 1572 werd Hendriksken van Amstell beleend, en op 1 augustus 1576 Jacob (of Johan) van Holt, als man, momber en hulder van Geertruijt van Amstel. Waarschijnlijk is Geertruijt na enkele dagen overleden, zodat het goed vervalt aan haar minderjarige broer: Herman. Op 15 augustus wordt Willem Bentinck als voogd namens Herman van Amstell beleend. Op 8 april 1594 wordt Herman volwassen en neemt hij het beheer zelf over. In die tijd wordt ook de eerste hoeve (bouwmanshuis) gebouwd. Het staat al ingetekend op de kaart van Witteroos uit 1570.
Het is me nog niet duidelijk of dit ook nog de boerderij is die Wellenbergh in 1831 aantreft. De locatie, ten westen van het latere huis Sonnenberg, klopt wel.

In 1577 daagt de wed. Sibert van Amstel n. de heer Johan van Holt nom. aangaande een onenigheid van het Leengoed Sonnenberg onder Oosterbeek.
In de archieven van de Rekenkamer, welke na 1543 belast was met het beheer van
het Veluws domeinbezit, is onder meer sprake van de onder Oosterbeek gelegen Koenenbossen, een heggegebied, dat ongeveer 300 ha groot was en waarvan rond 50 ha op Doorwerths grondgebied was gelegen. Op de kaart van Thomas Witteroos uit 1570 zijn die Koenenbossen duidelijk aangegeven en daaronder dan weer 'die hegge after Sonnenberger Enck'. Een andere vermelding dateert uit 1720, als bosmeester Gerrit van Holten op 8 mei opdracht kreeg om deze 'hegge' aan twee zijden van een wal te voorzien, omdat de schapen van 'De Sonnenberg' zoveel kapot vraten dat bosbouw bemoeilijkt werd. Die wal werd toen aangelegd langs de Utrechtseweg en de Valkenburglaan. Tot die Sonnenbergse Enk behoorde ook een stukje grond te zuiden van de Utrechtseweg, tussen de Wolterbeekweg en de Van Borsselenweg.

De aanwezige heggen waren voor hakhout gebruikte percelen en werden gebruikt om hout te verzamelen voor verwarming en het dagelijks gebruik.

Tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588 - 1795) kende men in Gelderland de volgende domeinen: het Nederrijkswald ten zuiden van Nijmegen, de Oosterbeekse en
Doorwerthse heggen tussen Arnhem en Wageningen, het Ruurlose broek
en het domein Schuilenburg. Een onderdeel van de Oosterbeekse en Doorwerthse heggen was De Moft, een bosgebied tussen Renkum, Bennekom en Wageningen. De bezittingen van de heer van Doorwerth, vielen niet onder de domeinen. De Heerlijkheid Doorwerth heeft door de eeuwen heen echter aankopen en grondruil gedaan met domeingoederen. (link)
Geelkerken 1650
Een gedeelte van een kopie van een kaart van Nicolaas Geelkercken uit 1650 (bron GA)
Sonnenberg Kadasterkaart 1818 Gelders Archief
Op de kaart uit 1818 zie je de boerderij op de Sonnenberg. Bron Gelders Archief. Ander bebouwing is schaars. Te ver buiten het dorp Oosterbeek. Het tolhuis en de Koude Herberg aan de weg van Utrecht naar Arnhem staan er wel op, evenals het Jagershuis en Laag Wolfheze (nu hotel) in Laag Wolfheze.

Uit: Uit de Oude Doos; H.C.J Erkens; Uitgeverij Kontrast 1997; pagina 125 - 130:
"Op 15 augustus 1576 werd Willem Bentinck, als voogd namens de minderjarige Herman van Amstell beleend en op 8 april 1594 deze, dan mondige, Herman zťlf. Het was toen allemaal al geen bos meer, maar gedeeltelijk reeds tot bouwland ontgonnen, met een hoeve of bouwmanshuis erop gebouwd. Op kaarten uit 1570 (Witteroos) en uit 1616 (Kempink) vinden we respectievelijk dat bouwmanshuis en de gronden ten zuiden ervan (De Sonnenbergse Enk) terug; het bouwland langs de huidige Valkenburglaan. Aan de westkant grensde De Sonnenberg toen onmiddellijk aan de Swarte Colckxe hegge en aan een kleine hegge daarachter. Jonkheer Johan van Golsteijn, richter in Arnhem, werd in 1602 eigenaar en diens zoon, Jhr. Constantijn Reijndert van Goltsteijn, heer van Doorn, werd in, 1630 met de gehele Sonnenberg beleend. In 1640 gaf hij het goed voor tien jaar in pacht(schap) aan de echtelieden Gerhard van de Velde en Wolterken Jansz. Op 20 september 1642 werd de weduwe L. Engelen-Everwijns 'bij verwin' met De Sonnenberg beleend. Dan volgt een reeks van moeilijk na te gane beleningen, met als resultaat dat Egbert Engelen, griffier aan het Hof van Gelderland en tevens burgemeester van Arnhem, het goed De Sonnenberg in leen verwierf. Die familie Engelen bleef gedurende vele jaren eigenaresse. In 1729 stond het goed op naam van dr. Johan Engelen, secretaris van Nijmegen. Bouwhoeve, landerijen, bossen en heide werden regelmatig verpacht".
In deze periode is het goed Sonnenberg in eigendom van de St. Nicolai Broederschap te Arnhem. Vanaf 1602 word de familie Goltsteijn genoemd als lener. Achtereenvolgens Johan van Goltsteijn (1602), Constantijn Reijndert van Golsteijn (1630), Ph van Goltsteijn (1642), Sofia Bax - van Goltsteijn (1644), Phillipe van Goltsteijn (1656).

De weduwe L. Engelen - Everwijns komt vanaf 1642 in beeld als lener. Zij neemt de Sonnenberg over van Ph. van Goltsteijn voor 2/3 en voor 1/3 van zijn drie zusters. Niet duidelijk is of dit dan om het hele goed gaat. Want Sofia Bax - van Goltsteijn geeft haar leen in 1644 over aan Capitein J. de Wildt en laatstgenoemde geeft het weer door aan zijn vrouw Judith ten Holle. J. de Wildt komt in 1654 te overlijden, waarna zijn vrouw huwt met Paul Clantier, een vaandrig in het legeronderdeel van wijlen haar echtgenoot. Een dochter van het echtpaar de Wildt - Holle, Machteld de Wildt ziet haar erfdeel naar haar stiefvader overgaan en laat zich in 1655 met de Sonnenberg belenen. Ook Phillipe van Goltsteijn (1656) denkt een erfdeel te hebben. Hij is de zoon van Constantijn Reijndert (Reinier) van Goltsteijn en de broer van Sofia Bax - van Goltsteijn. Reinier wordt uitgekocht voor fl. 6000 door Egbert Engelen. Als mw. L. Engelen - Everwijns overlijdt komt ook haar deel terecht bij Egbert Engelen die intussen ook burgemeester van Arnhem was, naast zijn griffier functie bij het Hof van Gelderland.

In 1695 neemt de zuster van Egbert; mej. Catharina Engelen het leen over, na het overlijden van Egbert.
In 1715 neemt haar 15 jarige neef; Engelbert Engelen (minderjarig) het leen over. Formeel wordt hij lener in 1725.
Na zijn vroege overlijden in 1729 neemt zijn broer Johan Engelen het langoed over. Johan is secretaris van Nijmegen.
In 1749 zien we Evert Willemsen als pachter op de boerderij van de Sonnenberg. Rond de Franse tijd (1795 - 1815) werd de boerderij gepacht door de familie Hendriks. Franse soldaten en kozakken gebruikten het landgoed. De kleine kozakkenpaardjes trokken bij de lokale bevolking veel aandacht. Men vond het wel jammer dat de buitenlandse soldaten er zich ook van melk, kippen en eieren voorzagen.
In 1831 wordt van de Domeinbossen, een gedeelte van de Zonnenbergse hegge, ongeveer 5 Ha, groot, in pacht uitgegeven om tot wei- en bouwland vermaakt te worden. Dit stuk is nu nog terug te vinden als bouwland achter de Koude Herberg, westelijk van de Vakenburgerlaan. 
In 1831 wordt Jonkheer W. Engelen van Pijlsweert genoemd als eigenaar van de Sonnenberg. Hij is geboren in Utrecht 16 juli 1783, overleden Nijmegen 5 mei 1866. Hij was wethouder van Nijmegen, lid provinciale Staten (Ridderschap) van Gelderland, ontvanger van het Polderdistrict Rijk van Nijmegen. Op het moment van aankoop was hij alleen nog rentnier. Gehuwd op 3 oktober 1808 te Leeuwen met Susanna Elisabeth Boesses, geboren Batavia 26 oktober 1785, overleden Nijmegen 12 juni 1833, dochter van Adriaan Boesses en Anne Sibilla Haaelkamp. Jonkheer W. Engelen van Pijlsweert koopt daarna rond 1834 - 1839 ruim 60 ha (notulen B. en W. Arnhem, 21 okt. 1837 nr. 1195) heideveld ten noorden van het landgoed. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden grote delen bij elkaar gevoegd en gedeeltelijk herschapen tot park. Het landgoed gaat van 48 Ha. naar 140 Ha.

Den 1sten Januarij 1868 overleed te Nijmegen, in den ouderdom van ruim 58 jaren, de Hoog Wel Geboren Heer Jh. W. ENGELEN van PIJLSWEERT, Lid der Ridderschap van Gelderland, Lid van den Gemeenteraad van Nijmegen, en Ontvanger van het Polderdistrict Rijk van Nijmegen. (Zelfde persoon als hierboven ??)

Rond 1860 hoort het landgoed toe aan W. Engelen van Pijlsweerd, de zoon van bovengenoemde. Deze W. Engelen van Pijlsweerd woonde zelf niet op de Sonnenberg.

Notaris van Eck in Arnhem verkoopt vanaf juni 1880: het landgoed de Sonnenberg genaamd, gelegen te Oosterbeek, gemeente Renkum, aan en ten noorden en zuiden van den Straatweg naar Utrecht, in de nabijheid van het Landgoed den Oorsprong, bestaande uit: bouwplaats en landbouwershofstede, bouwlanden, akkermaals- dennen- en andere bossen. Kennelijk is er haast en of weinig belangstelling, want reeds op 30 september 1880, is er een veiling in het Koffiehuis de Harmonie te Oosterbeek, bij inzet en veertien dagen later op 14 oktober, bij afslag.
Sonnenberg kadaster 1883 Gelders Archief
Jacobus Rutgerus Wellenbergh, Geboren op 24 mei 1845 in Utrecht. Overleden op 8 maart 1899 in Renkum, hij was toen 53 jaar oud. Overleden op Huize Sonnenberg in Oosterbeek. In 1878 gehuwd met Alida Henriette Catharina Duijfjes (1848-1894). Zij kregen ťťn zoon: Pieter Hendrik Jacob Rutger Wellenbergh (1879-1960). Erkens beschrijft ook een dochter en nog een baby.

Zijn vader was Prof.dr. P.H.J. Wellenbergh (1814 - 1875), buitengewoon hoogleraar Leefregelkunde, algemeene ziektekunde, exterieur en gerechtelijke veeartsenijkunde aan Rijks Veeartsenijschool te Utrecht. Tevens de directeur van dit instituut. Zij woonden vanaf in 1862 in het prachtige witte huis op de hoek van De Lind en Boxtelsebaan: Huize Nieuwerhoek, De Lind 54, Oisterwijk. Het is nog de vraag of vader Wellenberg er zelf gewoond heeft, de weduwe met de drie zoons in ieder geval wel.

Vanaf 1879, wordt J.R. Wellenberg in Oisterwijk omschreven als "grondeigenaar". In 1880 werd Wellenbergh e.a. een kwart van het grondgebied van de gemeente Oisterwijk te koop aangeboden. Daartoe behoorde ook de grond waar in 2015 het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten werd gebouwd. Ook dit gebied was ooit eigendom van gegoede heren als Wellenbergh, en anderen.
Huize Nieuwerhoek Oisterwijk
Huize Nieuwerhoek te Oisterwijk
De Sonnenberg kwam in 1880 in het bezit van Dhr. Jacobus Rutgerus Wellenbergh (uit Oisterwijk (of Asten). De verhuizing vanuit Oisterwijk, was op 28 april 1881. 
J.R. Wellenberg veranderd de 'woestenij', die hij er aantrof, in een prachtig park. Plant er veel bomen, verbeterde de oprijlaan en bouwde er een huis, een pseudokasteeltje. Op de Efteling zou het niet misstaan. Boven de hoofdingang van het huis laat hij een steen inmetselen, waarop staat: 'Gott sy mi Sonn und Burg'. Die steen is bewaard gebleven, want deze kwam te voorschijn bij onderhoud aan de gracht rond kasteel Doorwerth. Sonnenberg wordt kasteelachtig landhuis, met verscheidene torentjes en decoratieve uitbouwsels, een fraaie oprijlaan en een drietal woningen, Sonnenberglaan nr. 1 (heden een gemeentelijk monument), 3 en 5. Nummer 3 bestaat niet meer. Het is gesloopt.

1881 - 1883: Een deel van het weiland werd plantsoen. Op het landgoed werden overal
banken geplaatst en gezellige zitjes. Wat lager lag een fraaie Engelse tuin met trapjes. Bloeiende struiken en planten fleurden het geheel op. Op het landgoed was op ťťn der hoogste punten een kunstmatig gevormde rots aan met daarop een ruisende aeolusharp van hout. Met enige fantasie vielen er zo muziektonen te beluisteren. In de buurt was een berceau en een doolhof met haagbeukenlaantjes. Werkelijk een lusthof! Tot 1883 stond aan de Hoofdlaan nog de oorspronkelijke boerderij, die is dat jaar geruimd.

In 1889 bedankt J.R. Wellenbergh als gemeenteraadslid van de gemeente Renkum.

In 1892 verkoopt Wellenbergh een dennenbos van ruim 4 Ha. liggende aan het Spoor tussen Oosterbeek en Wolfheze. P. Kelderman is op dat moment de beherende bosbaas van de Sonnenberg. De verkopende notaris is J. Karseboom te Oosterbeek.

In 1894 overweegt Wellenbergh om de vrije wandelingen op het landgoed te verbieden. Dat zou jammer zijn , niet alleen voor de ingezetenen, maar ook voor de talrijke bezoekers van Oosterbeek's schone omstreken.

Op 4 oktober 1894 overlijd de echtgenote, mevrouw Alida Henriette Catharina Wellenberg - Duijfjes (1848-1894). Zij was op 7 maart 1878 in Utrecht getrouwd met Jacobus Rutgerus Wellenbergh.

In 1895 verkoopt Godert Willem van Rechteren aan Jacob Rutger Wellenbergh een perceel grond en weg van het landgoed Dreijen waardoor de Sonnenberg groter wordt. Wellenbergh heeft een woest en onaantrekkelijk gebied ontgonnen en herschapen in een prachtig wandelgebied, een waar lustoord.
Sonnenberg Foto uit het boek van Erkens
ansichtkaart Sonnenberg
ansichtkaart Sonnenberg Oosterbeek
ansichtkaart rond 1900
 Sonnenberg ; de dubbele beuk - Het kasteel (van voren), ca. 1890, een tekening aanwezig bij het Gelders Archief. link

Komende vanaf de Utrechtseweg, langs de voormalige portierswoning, thans het woonhuis-monument Sonnenberglaan l, zag men rechts een berceau (een soort prieel met een bladerdak) met aan 't eind een fraai beeld. Drie witte treden op naar een platform, waarop een sofa, met daarop weer een liggende vrouwenfiguur met een spiegel in haar hand. Men zei dat het een beeld van Josephine de Beauharnais, echtgenote van Napoleon, zou zijn. Anderen echter zagen er zo maar een bosnimf in.

In 1920 zijn de Aeolus harp, een berceau en doolhof, nog aanwezig.
lokatie graftombe Sonnenberg
De graftombe.

Bij de website www.topotijdreis.nl verschijnt de graftombe in 1863 op de kaart.

Volgens Erkens waren op dat kerkhof begraven de heer (1899) en mevrouw Wellenberg-Berends (1894) en een baby. Het echtpaar had overigens volgens Erkens, twee kinderen, zoon Pieter en dochter Hetty die verpleegster was.

Als J.R. Wellenbergh komt te overlijden in 1899, wordt hij begraven op de eigen begraafplaats op het landgoed.

Het graf wordt echter in 1911 ontruimd en herbegraven op de begraafplaats aan de Fangmanweg te Oosterbeek. Aldaar is wel een steen te vinden van een broer: Herman Julius Wellenbergh (20-03-1852 - 20-07-1899) 47 jaar en oud-burgemeester van 's Grevelduin-Capelle. Deze Herman heeft volgens het Bevolkingsregister Gemeente Renkum (reconstructie) in de gemeente gewoond vanaf 13-12-1921. Hij vertrok op 27-10-1925 naar de gemeente Zetten.

Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant; 20-04-1911
Onder politietoezicht is op het landgoed Sonnenberg, te Oosterbeek, de begraafplaats geopend en zijn de in den grafkelder zich bevindende kisten overgebracht naar den grafkelder op het nieuwe kerkhof. Nu het landgoed in andere handen overgaat, kan de familie-grafkelder niet langer op die particuliere begraafplaats blijven.

Van de graftombe, de berceau en doolhof is nu niets meer over. Demoed beschrijft in 1953 dat de gehavende graftombe nog steeds aanwezig is. Na de oorlog is dit gebied door de gemeente verkocht voor woningbouw. Nu staat er op de hoek Hartensteinlaan - Oranjeweg de “Residence Hillenbos”. Bouwjaar 1986. In 1962 kwam daar de voorganger, het rusthuis “de Bosrand”. In december 1983 werd “De Bosrand” afgebroken.

Sonnenberg Wellenbergh Oosterbeek
Leeuwarder courant 11-03-1899
graftombe Sonnenberg
de graftombe naar een opname van B. Bruining. Bron Joke Wijnterp + HGR
Op de achterwand links is het graf van mevrouw Alida Henriette Catharina Wellenberg - Duijfjes (1848-1894) te zien. Andere nissen hebben geen opschrift.

laan van de Sonnenberg naar de graftombe
Opname uit november 2016. Vanaf het huis richting de niet meer aanwezige graftombe.
Wellenbergh Sonnenberg Oosterbeek
Graftombe mausoleum Sonnenberg
de graftombe naar een opname van B. Bruining. Bron Joke Wijnterp + HGR

Enkele weken later heeft zoonlief kennelijk geld nodig en gaat de rijtuigen publiekelijk verkopen. Zie de advertentie uit Het Nieuws van den dag: kleine courant, d.d. 27-03-1899 hier naast.
Pieter Hendrik Jacob Rutgerus Wellenbergh is geboren op 8 april 1879 in Oisterwijk te Huize Nieuwer Hoek. Pieter huwt in 1902 met Johanna Maria Berends (1870-1956) en ze krijgen drie kinderen: Jacobus Rutgerus Wellenbergh (1903-1905) (overleden op de Sonnenberg); Jacobus Rutgerus Wellenbergh (1907-1955) en Marij Johanna Wellenbergh (1908-1908). Het echtpaar is op 19 augustus 1914 te Utrecht gescheiden!!, zie de schermprint hiernaast.. Het Haagse bevolkingsregister geeft bijzondere informatie: Met J.M Berends is samen met Pieter op 22-8-1921 op de Obrechtstraat 416 gaan wonen. Men kwam uit Arnhem. Op 8-12-21 verhuisd men naar de Van Blankenburgstraat 26. Op 13-6-22 weer verhuisd naar de Bilderdijkstraat 129. En op 10-7-23 verhuisd naar de Obrechtstraat 336. Pieter is op 2-5-1938 verhuisd naar de Hoofdstraat 158 Driebergen Rijsenburg
Nog uitzoeken: Alida Jacoba Margaretha Boogaard, geboren 16-9-1873 te Vreeswijk.

Pieter is overleden op 19 november 1960 in 's-Gravenhage.

Na het overlijden in 1899 van J.R. Wellenbergh stelde zijn zoon, toen nog wonende te Poortugaal volgens Heemkunde, of Portugal volgens Erkens, het landgoed weer open voor publiek. Bij de digitale bevolkingsregisters van Rotterdam eo kan ik Wellenberg(h) helaas niet terug vinden.

Pieter Wellenbergh huwde op 10 april 1902 te Renkum met Johanna Maria Berends. Op 2 augustus 1905 stierf er hun tweejarig zoontje Jacobus Rutgerus en op 21 december 1908 hun twee dagen oude dochter Marij Johanna.

Pieter bezat vanaf 1903 een auto (Cudell 6 pk). Hij was blijkbaar een wilde rijder, want in augustus 1907 werd zijn rijbewijs voor de periode van een jaar ingenomen. In september en november 1910 verschenen in De Gelderlander berichten over Wellenbergh. Met een kennis, die zich volgens de krant ‘prins van Bourbon’ noemde, was men aangehouden vanwege vermeende smokkelpraktijken. Wellenbergh moest voor de rechter verschijnen en een boete betalen.

Op 26 Augustus1900 houden "anarchisten" een bijeenkomst op het landgoed Sonnenberg ten gunste van het vrijheidslievend socialisme en de algemeene werkstaking. Sprekers: Appel, v. d. Berg, Domela Nieuwenhuis.

Pieter Wellenbergh haalt meerdere keren de krant, met een intrekking van een rijbewijs wegens veel te hard rijden en smokkelpraktijken. In 1904 hoeven de pachters van landerijen 25 procent minder te betalen.

In januari 1905 verhuisd P.H.J.R. Wellenbergh naar de Apeldoornseweg 53 in Arnhem. Zie de afdruk hiernaast.

Vraag me af op deze opgave uit het gereconstrueerde bevolkingsarchief van Arnhem wel klopt, want op 2-6-1906 verschijnt er in de Arnhemse Courant een advertentie: De Heer en Mevrouw WELLENBERG—BERENDS geven kennis van de geboorte van een Zoon JACOBUS RUTGERUS. Huize „Sonnenberg". Oosterbeek. Het Arnhemse adres zou om een "pied ŗ terre" oid. kunnen gaan gezien de scheiding in 1914.

Op 16-10-1906 besluit de heer Wellenbergh dat de wandeling op het landgoed „Sonnenberg" verboden is. Een besluit dat door de vele vreemdelingen niet alleen, maar ook door de wandelaars uit Arnhem en de bewoners van Oosterbeek en Renkum met leedwezen zal worden vernomen. Elders is te lezen dat oorzaak van de sluiting de patienten zijn van het longlijderssanatorium Boschlust. (Pension "Boschlust", Nieuwe Stationsweg, Oosterbeek, herstellingsoord voor mannelijke minvermogende longpatiŽnten, geopend in 1905)

Uit link

Wellenbergh verhuisd naar Arnhem ??
Uit: De Graafschap-bode: 18-02-1911
Den 27sten September ontmoette de kommies j. te Beek een auto, die uit Duitschland de Nederlandsche grens overkwam. Op verzoek van den kommies stopte de auto bij het tolkantoor. De heer J. vroeg aan den bestuurder der auto, of er iets te declareeren was, waarop een ontkennend antwoord volgde. — Toen de kommies zijn voornemen kenbaar maakte een der koffers, boven op het imperiaal, te visiteeren, begon de bestuurder der auto, aldus beweert de kommies, hem te beleedigen. Toen de heer J. hierna aan de inzittenden, twee dames en een heer,- vroeg of zij iets te declareeren hadden, werden, de beleedigingen steeds erger, zoodat de kommies er ten slotte zijn ontvanger, den heer v. M., bijhaalde. — Diens tegenwoordigheid bracht de gemoederen al evenmin tot kalmte en het slot der geschiedenis is geweest, dat tegen den bestuurder, tevens eigenaar der auto, den heer W., van den Sonnenberg te Oosterbeek en tegen diens echtgenoote, een klacht is ingediend en we!,- omdat de heer W. den kommies zou hebben uitgescholden voor „vlegel"; terwijl zijn echtgenoote den heer v. M. met een automobielkussen voor het gelaat zou hebben geworpen en den kommies zou hebben uitgescholden voor vrouwenhater. — Tegen de beide andere passagiers der auto, prins de Bourbon en zijn echtgenoote, eveneens te Oosterbeek woonachtig, is niet gerechtelijk opgetreden, ofschoon volgens het; verhaal van den kommies ook dezen zich weinig tegemoetkomend hebben betoond. — Aldus het verhaal van de mannen der douane. — Niet weinig vermakelijk is een nader verslag van een der heeren ambtenaren, als getuige gehoord: „Op een vraag wie de heeren konden opnoemen ter hunner legitimeering, zou de prins de Bourbon geantwoord hebben „onze Koningin" en even later zou hij gezegd hebben: „ik zal toch' eens zien, of ik niet zooveel invloed heb bij het hof, dat ik dit heele kantoor kan uitroeien." — Gevraagd naar zijn naam moet de heer de B. geantwoord hebben: Ik ben de prins van Frankrijk", waarop de douanemannen hem onder het oog brachten, dat er meer prinsen van Frankrijk zijn en dat die heeren er toch ook een van op na houden, enz." — Nog een stukje knippen we uit. — De beide beklaagden en ook de heer en mevrouw de B. geven echter een heel andere lezing van het geval. — De kommies zou de auto aangehouden hebben een eind vůůr het kantoor en toen bevolen hebben: „rij door tot 't kantoor." Nadat hieraan voldaan was, zou hij den prins hebben toegevoegd: „haal jij die koffer daar eens af," en toen deze weigerde, gezegd hebben: „dan kan de chauffeur het wel doen."- — Ook tegen de dames zou hij zeer onbeschoft zijn opgetreden en steeds gesproken hebben van „ze",- „zullie", enz. Hierover werd de heer W. 'ten slotte zoo kwaad, dat hij uitriep: „Wat „ze". Kun je geen mevrouw zeggen, vlegel die je bent". Mevrouw de Bourbon, niet mevrouw W., zou den kommies hebben toegevoegd: „je lijkt wel een vrouwenhaterl" . Eisch, wegens beleediging van ambtenaren, f 300 of 50 dagen.
Telegraaf 15-2-1911
Uit de Arnhemsche courant 24-07-1907. Van den rechtbank:
Hierna had zich te verantwoorden de heer Wellenberg van „De Sonnenberg" te Oosterbeek. Den 2den April reed de heer J. v. E. op zijn rijwiel op den Utrechtschen weg, ter hoogte van de Oranjestraat, v. E. reed, van Oosterbeek komende, aan den linkerkant van den weg. Bij den wissel van de stoomtram gekomen, stak v. E. den weg over en juist op dit oogenblik kwam de heer W. met zijn auto van Oosterbeek in flinke vaart aangereden. Een ongeluk voorziende en geen kans meer hebbende den wielrijder links te passeeren, haalde de heer W. rechts uit, tot op de tramrails en trachtte hij den fietser aan den rechterkant te passeeren. Het rijwiel raakte echter de auto en de heer v. E. werd voor den grond gekwakt. De heer W„ die voor de Rechtbank verklaart, niets van de aanrijding gemerkt te hebben, reed door. Van E. is er tamelijk goed afgekomen; behalve een hoofdwonde had hij een bloeduitstorting achter de nieren, die hem genoodzaakt heeft acht dagen het bed te houden; daarna was hij echter weer geheel hersteld. Uit de getuigen-verklaringen blijkt, dat de heer W. zeer hard reed ofschoon niet zoo snel als gewoonlijk; toeteren heeft niemand gehoord, ook de wielrijder niet. Voorts verklaren eenige getuigen, dat de auto, toen de heer v. E. den weg overstak ongeveer 50 M. achter was, zoodat er gelegenheid te over was om te stoppen, of links te passeeren. Het O. M. wees erop, dat de heer v. E. door het onmogelijke rijden van bekl. in levensgevaar heeft verkeerd. Eis eene hechtenisstraf van 4 weken.
Auto te koop Sonnenberg
Uit de Arnhemse courant; 3-8-1910;
De Sonnenberg, het mooie landgoed te Oosterbeek, met zijn prachtige wandelingen, zal voortaan voor het publiek gesloten zijn. Dit besluit van den eigenaar staat onherroepelijk vast en is een gevolg van allerlei onaangename praatjes, die omtrent den heer W. in omloop zijn. Deze zou zich boven al het gepraat over zijn particulier leven verheven achten, doch aangezien hij daarvan persoonlijk de nadeelige gevolgen ondervindt, is hij tot bovengenoemden strafmaatregel overgegaan. En zoo verliest het babbelgrage publiek te Oosterbeek, dat zich blijkbaar niet op het standpunt kan stellen, ieder zijn eigen vrijheid te laten, een zijner mooie wandelgelegenheden.

Uit de Arnhemse courant; 6-8-1910;
De „Sonnenberg". In verscheidene bladen vinden we overgenomen ons eerste bericht in het middagblad van 3 Aug. betreffende de sluiting van het mooie landgoed „de Sonnenberg" te Oosterbeek. Maar diezelfde couranten vergaten uit ons avondblad van dienzelfden dag aan te halen het verblijdende nieuws, dat de heer Wellenberg voorloopig op zijn besluit is teruggekomen.
Uit de Arnhemse courant: 9-1-1911: De Sonnenberg. Zooeven vernemen wij, dat het bekende landgoed „de Sonnenberg" te Oosterbeek verkocht is. Naar wij vermeenen is de kooper een bekend industrieel te Rotterdam. Voor Oosterbeek, maar ook voor Arnhem is het te hopen, dat de nieuwe eigenaar de vrije wandeling op het landgoed zal blijven toestaan.

Uit de Arnhemse courant; 15-2-1911: Door de commissie inzake de Sonnenberg werd rapport uitgebracht. Volgens de commissie zou aankoop van de Sonnenberg de gemeente komen te staan op f 8000 per jaar, wat zooveel wil zeggen als verhooging der belasting met 1 / s . De commissie ontraadt dit. Thans echter is gebleken dat Sonnenberg is verkocht buiten weten der gemeente.

Volgens Erkens en Heemkunde wordt in 1911 wordt het landgoed gekocht door J.U.P.P. Deden. Daarna werd het landgoed verkocht aan H.H.C. Castendijk. Zelf (HB) kan ik hier nog niets over terug vinden. Hun namen komen niet voor in de gereconstrueerde bevolkingsadministratie, telefoonboeken, lokale kranten e.d.

J.U.P.P. Deden = misschien Alexander baron van Dedem (1838 - 1931) die grond bezat op de Dreien en Sonnenberg. Of de heer mr. G. W. baron van Dedem, candidaat voor de antirevolutionairen bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 189, doch die woonde te Wageningen.

Mr. Hendrik Hester Constantijn Castendijk (1864 - 1935). Directeur der Standaard Hypotheekbank N.V.; voorz. van den Raad v. Beroep voor de Directe Belastingen; Ridder in de orde v. d. Ned. Leeuw. Castendijk liet in 1913 de villa 'Ommershof aan de Graaf van Rechterenweg bouwen.
Op 4-3-1913 werd het landgoed de Sonnenberg ter grootte van 102 Ha aangekocht door de heer Th.E.J. baron van der Feltz uit Elst, die zich er in augustus van dat jaar gaat vestigen. Van der Feltz woonde tot 1913 in huize "Colorita" te Elst en hij was aldaar de gemeenteontvanger en neef van burgemeester van Elst: Gustaaf Willem Adolph Wolf van der Feltz (1852-1910). In 1915 heeft de baron op de Sonnenberg telefoonnummer 262.

Arnhemse courant; 17-6-1920: De Sonnenberg te Oosterbeek verkocht. Naar wij van bevoegde zijde vernemen is door den makelaar A. L. van Elten het bekende fraaie landgoed „de Sonnenberg' te Oosterbeek aan een particulier verkocht. De plaats blijft in denzelfden toestand, waarin zij zich nu bevindt.
 
In 1921 verkoopt Th.E.J. baron van der Feltz te Oosterbeek het landgoed Sonnenberg aan A. Thyssen-Zur Helle te MŁlheim Ruhr, samen met enkele weilanden onder Doorwerth. (Bron.)

De heer A. Thyssen-Zur Helle verkoopt de Sonnenberg in 1921 door aan de NV Bataafsche Steenkolenhandel Mij., te Amsterdam, een onderdeel van de Bataafsche Grondbezit Maatschappij te Rotterdam. (bron)


Het grote huis is vanaf dat moment niet meer bewoond geweest. Het huis en het hele landgoed raakt in verval. In 1944 ontstaat er ook nog enige oorlogsschade aan het huis.

In de oorlogsjaren vorderen de Duitsers het huis. Een Duitse SS eenheid nam er haar intrek. Op 17 september 1944 gingen de in de buurt wonende Oosterbekers P. Kelderman, G.H. van de Barg en H.J. Evers "kijken" hoe 't met het kasteeltje gesteld was. Ze dachten dat met de Engelse luchtlandingen alle Duitsers wel weg waren. Helaas, later op die dag kwamen de Duitsers onder leiding van Kraft terug en de "bezoekers" werden door de Duitsers verrast en dezelfde dag geŽxecuteerd. Hun lichamen zijn door het Rode Kruis in november 1944 te Wolfheze begraven.

Tijdens de Slag bij Arnhem werd ook hier zware oorlogsschade aangericht.

Na de Bevrijding, gedurende de jaren 1948 - 1951, huurt het rijk van de Bataafsche Grondbezit Maatschappij het huis om er eerst wederopbouw-arbeiders en later repatrianten uit IndonesiŽ, tijdelijk in te huisvesten.

In 1951 koopt de gemeente Renkum het gehele landgoed en opstallen voor een bedrag van ƒ 236.000,-. en laat het vervallen pand in 1953 slopen. In de 'Hoog en Laag' van 27 juni 1952 wordt - 'met zeer gemengde gevoelens' - gewag gemaakt van het slopen van het huis door de firma J.W. Bouwman uit Oosterbeek.

Eerst in 1955 koopt de gemeente Renkum de overige onroerende goederen van de Bataafsche Grondbezit Maatschappij, behorende tot het landgoed De Sonnenberg aan de Utrechtseweg, Valkenburglaan, Eikenlaan en Oranjeweg.
Woning Sonnenberglaan 1 Oosterbeek

De portierswoning, toen Utrechtseweg 213, werd destijds bewoond door G.W.J.
Gerritsen, de boerderij Utrechtseweg 215 door de rijksveldwachter H. Kazius en dan was
er nog een dubbele woning Oranjeweg 2-4.

In april 1952 koopt de de Stichting Rusthuis NOV (Ned. Onderwijzersvereniging) een gedeelte van het landgoed om er een rusthuis voor gepensioneerde onderwijzers en onderwijzeressen te bouwen.

De gemeente Renkum, verkocht slechts 7 Ha en ontvangt fl. 52.500,-. Van het ministerie van wederopbouw ontving de gemeente voor het 'kasteel' en de woningen een oorlogsschadevergoeding van fl. 31.189,-.

Architect J. Grijpma ontwierp het rusthuis met 46 aanleunwoningen. De bouwvergunning werd op 23 oktober 1954 verleend. Toen het complex gereed was kwam de toenmalige minister van onderwijs mr. J.M.L.Th. Cals naar Oosterbeek om het te openen op l l juni 1957.

Gedeelten van de grond werden verkaveld en als bouwterrein verkocht. De huizen
aan de Jan van Riebeeckweg, de Beelaertslaan en de Secretaris Kuitstraat kregen er het
aanzien. In 1959 werd het terreingedeelte, waarop het Valkenburchtflatcomplex gebouwd
zou worden, verkocht voor fl. 135.000,-

De aanleunwoningen uit het eerste ontwerp zijn midden jaren negentig vervangen door serviceflats voor ouderen. Het geheel werd in 2000 gesloopt.

Algemeen Handelsblad; 8-56-1955:
Tehuis voor gepensioneerde onderwijzers.
Op een gedeelte van het vroegere landgoed De Sonnenberg te Oosterbeek is men begonnen met het grondwerk voor de bouw van een verzorgingshuis en 46 paviljoens voor gepensioneerde onderwijzers en onderwijzeressen. De bouw geschiedt voor rekening van een stichting, die de Nederlandse Onderwijzers Vereniging in het leven heeft geroepen. De leden van deze vereniging hebben voor de bouw reeds drie en een halve ton bijeengebracht en binnenkort hopen zij de vier ton te bereiken. Bovendien hebben zij een half milioen gulden als geldlening tegen een zeer lage rente bijeengebracht. Het gebouwencomplex zal plaats bieden aan ongeveer 150 gepensioneerden. Het is ontworpen door de architect Jan Grijpma. De bouw zal ongeveer een milioen gulden vergen.


NOV HUIS Oosterbeek
In 1949 komt er op het landgoed een monument voor de gevallenen. Het monument bestaat uit uit een gemetselde steen met bronzen plaquette. Op de gedenkplaat is een afbeelding van een vrouwenfiguur aangebracht. De tekst op de plaquette luidt: 'Hora est' uit het Latijn en betekent 'het is tijd'. In 1969 is de plaquette ingemetseld in de muur van het gemeentehuis in Oosterbeek (op de oostzijde van de toren).
Hora Est Sonnenberg
Opname uit november 2016
De huidige gebouwen kwamen in 2002 van de grond. Het zorgcentrum in de De Sonnenberg valt onder Vilente. Sinds 2012 zijn er huurappartementen in de Sprengerhof op de rand van het Sonnenberg terein. Op het landgoed Sonnenberg zijn de portierswoning (Sonnenberglaan 1) en de boswachterswoning (Sonnenberglaan 5) bewaard gebleven. De Sonnenberglaan is de oude oprijlaan van het landgoed. Sonnenberg
Opname uit november 2016
Rond 1920-1928 is er een herstellingsoord „Klein Sonnenberg", Oranjeweg 6 in Oosterbeek Hoog, rustig in de dennen gelegen voor herstellende en lichte zenuwpatiŽnten, 7 minuten van Station Hoog, met een moderne inrichting en centrale verwarming. Dit herstellingsoord heeft weinig met het landgoed zelf te maken. Men gebruikt de naam en de bebouwing aan de Oranjeweg was vroeger wel een onderdeel van het landgoed. In 1928 wordt het geveild met een inzet van fl 22.600.

Er is een ruitercentrum Sonnenberg op de Valkenburglaan 1 in Oosterbeek. Deze manege gebruikt de naam van het landgoed waartoe het vroeger behoorde.

Tot 1875 was er aan de Koninginnelaan in Heelsum een boerderij De Zonnenberg van J. Swart uit Rotterdam. (zie pagina 64 van Renkum en Heelsum in oude ansichten; door P. Richter uit 1975)

Lees over de Sonnenberg ook de info van Heemkunde Renkum.
Gebruikte bronnen:
boeken
 Uit de Oude Doos; H.C.J Erkens; Uitgeverij Kontrast 1997
Van een groene zoom aan een vaal kleed, Demoed, E.J.; Adremo Oosterbeek 1953
De verschrikking van de nacht, Tony Sheldon; Kosmos Uitgevers 2015

Gereconstrueerde bevolkingsadministratie van Arnhem en Renkum.
Delpher, de zoekmachine van de Koninklijke Bibliotheek voor kranten, boeken e.d.

Gelders Archief
Heemkunde = Heemkunde Renkum
HGR = Historisch Genootschap Redichem

In de tekst worden nog meer bronnen (met link) genoemd.
Opmerking: andere auteurs hanteren veelal de naam Wellenberg, zelf gebruik ik de naam Wellenbergh. zoals vermeld in het bevolkingsregister en bij het Gelders Archief.
Heeft u aanvullingen, opmerkingen over de teksten: