landgoederen, buitens, huizen, kastelen, e.d. in Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze.
home
Hans Braakhuis

laatste update: november 2019
De Renkumse landgoederen zijn begrensd door andere landgoederen. Aan de westkant: voormalig landgoed Belmonte en Oranje Nassau Oord (ONO) in Wageningen. Aan de noordkant: Reijerscamp en Landgoed Planken Wambuis. Aan de oostkant: het landgoed Mariëndaal. En dan verder landgoed Hoog Erf, Vijverberg, Lichtenbeek, Westerheide, Warnsborn, Gulden Bodem, Zijpendaal, tot en met Park Sonsbeek in het centrum van Arnhem. Of naar Kasteel Rosendael.

De kerken en kloosters in de gemeente Renkum staan op een andere pagina beschreven.

In artikel 12 van de Boschwet 1922 ter bewaring van het natuurschoon krijgen gemeenten, verenigingen en stichtingen gelden voor de aankoop van natuurschoon. De gemeente Renkum heeft in 1932 dan al gekocht: ,,de Bilderberg" te Oosterbeek groot 124 ha (in 1922). ,,de Hemelsche Berg" te Oosterbeek, 24 ha. ,,de Valckeniersbosschen" en „de Westerbouwing" te Oosterbeek, 17 ha. ,,Bato's wijk" te Oosterbeek, 6 ha. Deze aangekochte parken en bossen zijn als recreatie-terrein voor dit gedeelte van den Veluwezoom in 1922 van zeer groot belang.
Renkumse geschiedenis.

De dorpen Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Renkum en Wolfheze vormen samen de gemeente Renkum. Dan zijn er nog de buurtschappen Buunderkamp en het Hazeleger bij Wolfheze. Kievitsdel en Reijerscamp wordt ook wel eens een buurtschap genoemd. Andere buurtschappen zoals De Zalmen bij Doorwerth en Harten bij Renkum zijn verdwenen. De buurtschappen Dreijen, Klingelbeek, Beneden dorp zijn opgegaan in Oosterbeek. Tijdens het pleistoceen worden door de rivieren grote hoeveelheden zand, klei en grind aangevoerd naar de Lage Landen. De Rijn en de Maas stroomden noordwaards, de Rijn ging door de huidige IJsselvallei en de Maas door het Gelderse Rivierengebied. Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, werden de stuwwallen opgedrukt door het ijs. De stuwwal tussen Arnhem en Nijmegen werd doorbroken door een ijsmassa van zo'n 200 meter hoog, afkomstig vanaf Duisburg. Sindsdien gaat de Rijn westwaarts naar Katwijk. Bij Doorwerth was de stuwwal in die tijd zo'n 175 meter hoog. Bij het smelten van grote hoeveelheden ijs, ontstond de niet met ijs bedekte sandr van Wolfheze. In de dalen en gebieden tussen de stuwwallen werd zand en grind afgezet. De sandr van Wolfheze is uniek in Europa. Groot en onbebouwd gebleven. Het water van de sandr wordt tegenwoordig afgevoerd via twee natuurlijke beekdalen, het Renkumse en het Heelsumse beekdal.

De eerste levenstekenen in het Renkums Beekdal van jagers en vissers zijn afkomstig uit de periode 13.000 - 5.500 voor Christus. Daarna (5.500 - 2.000 voor Chr.) verdween deze cultuur om plaats te maken voor de landbouwer. Oud Wolfheze werd waarschijnlijk al bewoond sinds 2000 voor Chr. Uit de Bronstijd (1400-800 voor Chr.) kennen we de vele grafheuvels. Uit de ijzertijd kennen we de klappersteen en smeltovens voor ijzererts. Uit de Romeinse tijd kennen we een pot met Romeinse penningen te dateren ca. 100 jaar na Christus. In 1816 gevonden tussen de Keijenberg en Quadenoord. Uit 838 kennen we de verhalen van Immed van Redichem en zijn echtgenote Adela van Hamaland. In de buurtschap Harten stond een Willibrordkapel in de 8ste eeuw. In Oosterbeek kennen we sinds 834 de villa Oostbac. In een brief van Keizer Otto I van augustus 970 werd Renkum (toen Redichem) al genoemd. Heelsum en Doorwerth zijn bekend sinds 1031. In Oosterbeek verkrijgt het Bisdom van Utrecht enige grond en er wordt een (de Oude Kerk) gebouwd rond het jaar 1050. Het kerspel Wolfheze ontstaat in de 11de eeuw. En het Kasteel Doorwerth wordt voor het eerst beschreven in 1260.

Veel bebouwing begint met een boerderij. Men moest zelfvoorzienend zijn. Tegenwoordig zou men dat een "keuterboer" noemen. er is een oude tekening van het klooster te Renkum, en dan zie je een boerderij. Het Bilderberg Hotel te Wolfheze, lag aan de kruizing van twee Hessenwegen, het was een boerderij waar reizigers een glaasje water vroegen. In het Renkumse kennen we ook een grotere boerderij: De Maat, destijds gelegen in wat tegenwoordig een weiland is, ten zuiden van de Utrechtseweg, Renkum, ter hoogte van de Van Ingenweg. De eerste vermelding dateert uit 1357. Boerderij de Maat betaalde toen o.a. tienden (kerkelijke belasting) aan verschillende kloosters, destijds ook wel de ‘Maatsche Tiend’ genoemd. Boerderij de Maat heeft niet altijd deze naam gedragen, in de 16e eeuw heet ze nog "ter Buiten" of "dar Buten": uit http://www.petronella-enzo.nl/

In de 16de tot de 18de eeuw was er groei en bloei: van hofstede naar buitengoed, lusthof en warande. De Veluwezoom, in het bijzonder Oosterbeek, spande de kroon. De grindweg, boerenwoningen stulpen der dagloners verdwenen en maakten plaats voor nette herenhuizen, prachtige landhuizen en villa’s.

Jan van Goyen, Dorpsstraat Renkum 1651 Rijksmuseum

Het Renkumse landschap had al in de zeventiende eeuw een aantrekkingskracht op landschapschilders. Die aantrekkingskracht wordt versterkt door de mecenas Kneppelhout. In 1847 wordt Jan Kneppelhout eigenaar van het landgoed de Hemelse berg in Oosterbeek. En vanaf die tijd werd de omgeving van Oosterbeek elke zomer opnieuw een kunstenaarskolonie. Het resultaat daarvan is nu te bekijken in Museum de Veluwezoom in Kasteel Doorwerth.

Op de zuidelijke Veluwezoom verschijnen tussen 1850 en 1940 meerdere buitenplaatsen, huizen, als zomerverblijf of voor permanente bewoning van welgestelden. In het bijzonder op de zuidflank van de stuwwal.

Probeer me te houden aan de grenzen van de gemeente Renkum. Er zijn wat stukken grond gewisseld met Wageningen, waar Harten bij hoorde en met Arnhem. Met name het gebied tussen Papendal en Station Oosterbeek is meerdere malen gewijzigd.


De stuwwal met vergezichten over het rivierengebied, met de Duno, de Westerbouwing, meerdere uitkijktorens en het Kasteel trekt toeristen. Het gevolg daarvan zijn veel pensions, uitspanningen, hotels, meerdere tramlijnen, een Amsterdams koffiehuis, er is wat te doen. In 1897 zijn er meer dan 200 adressen waar logies wordt aangeboden. In het Openlucht Museum is tramlijn 1 nog te bewonderen, van Velp naar het Openlucht Zwembad in Doorwerth (de Branding).

Er zijn meerdere perioden van teloorgang te duiden:

Tijdens ons rampjaar (1672) wordt Nederland overvallen door Engelse, Franse, Keulse en Munsterse soldaten. Met de bijbehorende plundertochten. De Fransen komen binnen bij Lobith en Arnhem wordt bezet  en geplunderd. Daarna gaan de Fransen boven en onder de Rijn langs naar Utrecht. Nijmegen wordt bezet en geplunderd. Meinerswijk en Grunsfoort ontspringen de dans. Kasteel Doorwerth is Deens bezit en dat wordt door de Fransen geëerbiedigd. Kasteel Rosande wordt verwoest en is daarna gesloopt. Kasteel Wageningen wordt gedeeltelijk verwoest. Kasteel Amerongen wordt in brand gestoken.

Vanaf de Franse Tijd (1795) (liberté, égalité, fraternité) vervallen bv. de Heerlijke Rechten en krijgen landgoed-eigenaren te maken met Kadaster en Belasting. Minder inkomsten uit landgoederen, maakt het onderhouden van een landgoed zwaarder. Begin van het verval. De kinderen in rijke gezinnen blijven langer leven, gevolg de erfenis moet door meer kinderen gedeeld worden. Een erfbelasting van zo rond de 25%, en in twee, drie generaties is een groot vermogen verdwenen.

De Veluwezoom, heeft door de eeuwen heen een bijzondere aantrekkingskracht uitgeoefend op de welgestelden. Dit kwam tot uitdrukking in meer dan honderd buitenplaatsen en landgoederen in een gebied dat –in groter verband- wordt aangeduid als Gelders Arcadië. De landgoederen zijn ontstaan sinds het begin 18e eeuw toen de ontginningsactiviteiten grootschalig ter hand werden genomen door landheren of kerkelijke instanties, zoals kloosters. Aanvankelijk overheerste het economisch belang, naderhand veranderden veel landgoederen in een plek waar produceren plaats maakte voor consumeren: de buitenplaats. Volgens de gemeente Renkum zijn er ruim 20 landgoederen en buitenplaatsen.

Door de groei en bloei in de Renkumse en Oosterbeekse omgeving trekken de schilders weer weg. Het wordt te druk. Toen de laatste watermolen werd gesloopt om plaats te maken voor een buiten van een Amsterdamse bankier, waren het vooral de schilders die protesteerden. Het overlijden van de mecenas Kneppelhout in 1885, zal mede van invloed zijn geweest op de vertrekkende kunstenaars.

De Slag om Arnhem was een veldslag die van 17 tot 25 september 1944 bij Arnhem en met name in Oosterbeek plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden. Renkumers noemen het: de slag bij Arnhem. De Engelsen en later ook de Polen hebben samen 11.920 man in gezet. Overleden zijn er 1894. Het merendeel daarvan heeft zich in en rond Oosterbeek ingegraven. Zo'n 725 parachutisten wisten met luitenant-kolonel John Frost de noordelijke oprit van de brug in Arnhem enkele dagen te bezetten. Zo'n 2.163 soldaten weten in de nacht van 25 - 26 september over de Rijn te ontkomen. Ruim 1.750 (of 1.460) soldaten liggen begraven op de Airborne begraafplaats in Oosterbeek (Van Limburg Stirumweg 38, Oosterbeek). De overigen zijn 6.500 krijgsgevangenen, de militairen die via operatie Pegasus (130) of op een andere manier bevrijd Nederland wisten te bereiken, vermist of gedood. link.
Market Garden
Tijdens de slag bij Arnhem en de periode daarna (september 1944 - mei 1945) zijn veel villa's, huizen, scholen, fabrieken, hotels, een gemeentehuis verloren gegaan. Vanuit de Betuwe worden de Duitse stellingen op de zuidflank van de stuwwal onder vuur genomen. Van Tiel tot Rhenen, Wageningen, Renkum, Doorwerth, Heveadorp, Oosterbeek tot en met Arnhem is de gehele bevolking geëvacueerd. Daarna werd alles systematisch geplunderd. Heel beperkt is er iets herbouwd, of op een andere plek herbouwd. Soms is het fundament weer zichtbaar gemaakt: zoals bij de villa op de Lage Oorsprong en het Hotel op de Duno. Zo zijn alle Doorwerthse huizen en boerderijen aan de Fonteinallee, tussen de Boersberg en de Italiaanseweg verdwenen. Het dorp Doorwerth is na de oorlog op een andere plek herbouwd.

De oorlogsschade is vrijwel niet hersteld. Redenen oa.: geen geld en bouwplannen van de gemeente. Volgens enkele Renkumse middenstanders (Zents, Snoek), werd er na WWII in Renkum vooral veel vergaderd: Met B+W, met Gemeentewerken, met Wederopbouw, met Prov. Waterstaat. Er werd niets gedaan. In Wageningen en Rhenen was men al klaar met de herbouw, toen men in de gemeente Renkum nog moest beginnen. Een antwoord op de vraag waarom er na de oorlog vrijwel niet werd herbouwd, is ook vinden in het naoorlogse Uitbreidingsplan (Wederopbouwplan) van de gemeente Renkum. Veel landgoederen werden als natuurgebied aangemerkt. En het was beleid, om geen vergunningen te verstrekken voor bouw of herbouw in zulke gebieden. Om deze reden werden ook de verwoeste landhuizen Eekland te Doorwerth, de Boschhoeve op de Buunderkamp bij Wolfheze, Bato's wijk, de Duno, en het dorp Doorwerth met het Jagershuis aan de Fonteinallee niet meer herbouwd.

Het kost de eigenaren steeds meer moeite om de terreinen te onderhouden, zeker als er sprake is van cultureel erfgoed.
In 2007 is er door NSW landgoederen een taxatiewijzer gemaakt. Men gaat uit van de kadastrale gegevens van de gemeenten Doorwerth, Renkum en Oosterbeek. Daarin staan de volgende NSW-landgoederen:

Anra Doorwerth
De Kamp Doorwerth
Duno Doorwerth
Duno Gelria Doorwerth
Huize Laag Wolfheze Doorwerth
Kabeljauw Doorwerth
Zilverberg Doorwerth

De Hemelse Berg Oosterbeek
Marienborn Oosterbeek
Pietersberg / Vreeberg Oosterbeek
The Hillock Oosterbeek
Varenheuvel Oosterbeek
Wodanswoud Oosterbeek
Boschhoeve / Buunderkamp Renkum
Groot Wolfheze Renkum
Hoog Oorsprong Renkum
Jonkershoeve Renkum
Jonkershoeve II Renkum
Laag Wolfheze Renkum
Quadenoord - Bosbeek Renkum
Renkumse Beek Renkum
Villa Laura Renkum
Zilverberg Renkum

Door de kadastrale indeling lijkt het dat de Buunderkamp in Renkum is gelegen, terwijl ik aan Wolfheze denk. Heelsum is een onderdeel van Doorwerth. Ten tijde van de Heerlijkheid en de Gemeente, was dat ook zo tot 1923. En de Hoog Oorsprong is in Renkum. Volgens: Taxatiewijzer_2007_-_deel_23_-_NSW-landgoederen_(versie_1.0).pdf. Zelf denk ik aan Oosterbeek.

De NSW landgoederen zijn "andere" landgoederen, dan wat we normaal met landgoed bedoelen: Een landgoed is een groot goed met een huis of buiten, en men kan leven van de opbrengst van het goed.
De opengestelde NSW landgoederen in 2017 zijn (link)

Doorwerth te Doorwerth
Duno Doorwerth
Huize Laag Wolfheze Doorwerth
Kabeljauw NM Doorwerth
De Kamp Doorwerth
Kasteel Doorwerth Doorwerth
De Langenberg Doorwerth
De Langenberg Kabeljauw 5 Doorwerth
Veld en Beek Doorwerth
Mariënborn Oosterbeek

Boschhoeve / Buunderkamp Renkum
Hoog Oorsprong Renkum
Jonkershoeve Renkum
Jonkershoeve II Renkum
Oranje Nassau Oord Renkum
Quadenoord - Bosbeek Renkum

Het leuke van deze overzichten zijn de verschillen er tussen en de namen waar ik soms nog nooit van gehoord heb en niets over kan vinden. Privacy is een hoog goed, maar niet duidelijk is of deze landgoederen gebruik maken van de subsidie middels de de Natuurschoonwet 1928, en dus openbaar toegankelijk zouden kunnen zijn. Of dat ze gebruik maken van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap.
Soms snap ik het wel. De villa Laura wordt in 2007 nog genoemd en in 2017 niet meer. Is in dat jaar opgeknapt, particulier bewoont en er gaat kennelijk geen subsidie meer heen. Het zelfde geld voor de Hemelse Berg.
In 2017 verscheen de bekenatlas van de Beken Stichting, op de atlas kun je zelf LANDGOEDEREN aanvinken, en dat worden de namen en lokaties van de verschillende landgoederen olijfgroen ingekleurd.

www.bekenatlas.nl;

www.sprengenbeken.nl

Deze lijst is lang. Naast landgoederen en buitens, ook andere historische huizen en bouwingen. Ben begonnen met het op een apart onderdeel van m'n site meer detail te geven en of overzichten te maken.

De volgende onderdelen hebben intussen een eigen gedeelte gekregen, op volgorde van aanmaakdatum:
Hotel en pensions in de gemeente Renkum
Boerderijen in de gemeente Renkum
Het Wilhelminapark in Heelsum
Oorlog-slachtoffers en -helden in de gemeente Renkum
De Fluitersmaat
Begraafplaatsen in de gemeente Renkum
Kerken, kloosters en pastorieen in het Renkumse

Huize Eikenhof te Doorwerth
Sonnenberg te Oosterbeek
De Duno te Doorwerth
Het Jagerhuis te Doorwerth
Huize Doorwerth te Heelsum
Enigszins alfabetisch, de huizen, kastelen, buitens, landgoederen in de gemeente Renkum. Deze lijst is verre van compleet. Voor huizen, landgoederen of buurten waar veel materiaal van is, is een aparte pagina gemaakt. Deze is hier bereikbaar middels een link.
Gebruik ctrl-f als u een bepaald pand zoekt.

Het voormalig landgoed ter Aa. Het landgoed ter Aa ging van de Oude Kerk in Oosterbeek tot aan de heerlijkheid Doorwerth. In 1672 vond een grote boedelscheiding plaats, die de aanzet vormde voor de definitieve splitsing van het goed in 1728. Het goed wordt dan gesplitst in de Hoge en Lage Oorsprong, Hemelse Berg en Pieters Berg.

Voormalig Huis ter Aa, dat in de naam de herinnering bewaarde aan het z.g. Gat van der Aa, waarin het staat, is rond 1927 verdoopt in Valkeniershuis. Het Gat van der Aa, "daar sigvolgens de in 1712 tot stand gekomen grensregeling tusschen het richterambt Arnhem en Veluwezoom en de heerlijkheid Doorwerthhet beekje in den Rhijn lost." Dit nog heden ten dage bestaande beekje, een weinig westelijk van de Westerbouwing te Oosterbeek, werd toen „tot aen desselfs source in der Landschaps Elshegge" als grens aangenomen. Ter betere oriënteering zij hier nog aan toegevoegd, dat het Gat van der Aa later meer bekend werd door de daar verrezen Hevea-fabriek, welke in de plaats is gekomen van de vroegere modelboerderij Huis-ter-Aa van wijlen den Heer Scheffer, die op de Duno woonde.

Abdij Koningsoord, Johannahoeveweg 79 Arnhem, op steenworp van Station Oosterbeek. Gebouwd op het terrein van de paters van Mill Hill. Nieuwbouw uit 2007-2009, verhuizing van Tilburg naar Arnhem in 2009. Zie ook bij kerken

Adriana State, Valkenburchtlaan 4, Oosterbeek. Het huis huis is in 1927 gebouwd door de van origine Friese vrijmetselaar, handelaar en importeur van leder, de heer Haring Tulp. Op dit huis heeft tot de oorlog een windvaan gestaan in de vorm van een Haring met een tulp in zijn bek.  De heer Haring Tulp en zijn vrouw Janna Tulp-Wigersma zijn al voor de oorlog beiden overleden. Het kinderloze echtpaar heeft hun vermogen nagelaten in de Tulp-Wigersma stichting voor hulpbehoevende kinderen. Deze stichting bestaat in de vorm van de Louisa Stichting, anno 2014 nog steeds. Adriane State is genoemd naar de moeder van Haring.

Airborne monument Heelsum
de eerste versie van het Heelsumse oorlogsmonument.
Het Airborne monument in Heelsum  Al in september 1945 zijn omwonenden gewoon begonnen om een herrinerings monument te maken. Initiatiefnemers waren Arend van de Poll, Bart Roosenboom en Piet Bodemeijer. Met twintig vrijwilligers is op 17 september 1945 begonnen met de werkzaamheden: een zesponder anti-tankgeschut dat op de Utrechtseweg stond, werd opgehaald. Langs de kant van de weg bij de Amsterdamseweg en de Wolfhezerweg lagen honderden containers gebruikt bij de droppings, waarvan enkele tientallen werden verwerkt in het monument. En zo werd  het monument samengesteld uit overblijfselen van de luchtlandingen: uitrustingsstukken, luchtlandingscontainers en een kanon. Er was door niemand een vergunning gevraagd, en dit monument is het eerste Airbornemunument in de gemeente Renkum. Vanaf het begin was het een bijzonder monument. Een beeldend kunstenaar kwam er niet aan te pas; het was een spontaan initiatief van de bevolking van Heelsum ter herinnering aan de luchtlandingen rond Heelsum, de heldhaftige strijd van de Engelse para’s en de moeilijke tijd die de Heelsumers na de luchtlandingen hebben doorstaan.
Oorspronkelijk stond het gedenkteken op een andere plek. Veel oorspronkelijke onderdelen waren "geleend" of sterk verroest. Er is nu geen enkele container meer in de boog zelf verwerkt. Het monument, dat in totaal drie keer in zijn bestaan is verplaatst, werd de eerste keer 10 meter noordelijker opnieuw opgebouwd. De containers die de fundering van 3,75 bij 3,75 meter vormden, werden met cement volgestort.
In verband met de reconstructie van het wegennet, bij de S-bocht, werd het in 1990 verplaatst naar de huidige locatie. Het  monument is toen ook grondig gerenoveerd.
Airbornemonument Heelsum
de tweede versie.
Ga zelf kijken, Versie nummer drie staat er tegenwoordig.

Villa Anna, Nieuweweg 19-21 Renkum. Een gemeentelijk monument. Gebouwd door en voor Scherrenburg, tevens de bouwer van de 3 oude boerderijtjes op de lagere huisnummers.
Villa Anna Renkum, bron Wikipedia
Ooit bewoond door de bekende schilder Théophile Emile Achile de Bock (1851 – 1904). Op het eind van de jaren ’80 is de Bock aan het werk vanuit de oranjerie van Kasteel Doorwerth, zijn ‘zomerresidentie’. Hij schildert er in de omgeving en legt het kasteel meerdere malen op het doek vast. Uiteindelijk verkiest hij als definitieve woonplaats het toen nog landelijke boerendorp Renkum boven het deftige Oosterbeek, dat door de toenemende villabouw haar aantrekkingskracht op de kunstschilders grotendeels had verloren. Mede door de komst van De Bock en zijn gezin naar Renkum in 1895 gaan ook andere schilders zich in Renkum e.o. vestigen. In een koetshuis behorend bij Villa Anna aan de Nieuweweg, trekt De Bock met zijn grote antiekverzameling veel kunstverzamelaars aan. In het koetshuis had De Bock ook zijn zijn atelier. De Bock verhuisd in 1902 naar Haarlem.
Met en voor het Historisch Genootschap Redichem en vele bewoners van de Nieuweweg is in 2018 een ruim 180 pagina's dik boek gemaakt, waarin Villa Anna uitgebreid aan bod komt.
Al jaren (sinds 2013?) is er een zeer kleinschalig restaurant.

Voormalige Albert Schweitzerschool, Van Ingenweg 2, Renkum. Gebouwd in 1925-1926.
als de Openbare School gebouwd.  In 1929/1930 uitgebreid met vier lokalen. De gebruikte bouwstijl is een karakteristieke mengstijl van de Nieuwe Haagse School en de Amsterdamse School. Het herstel van de WWII schade heeft enige tijd geduurd. In 1963 een nieuwe naam: Dr. Albert Schweitzerschool. Als school in gebruik tot en met 1978. De school zelf verhuisd in 1979 naar de Goudsbloemstraat 2 te Renkum. Tot 2016 was de voormalige Albert Schweitzerschool bekend als Lijn 50 een jongerencentrum. Een gemeentelijk monument. Leegstand begin 2017. In 2018 verbouwd naar een Kinderopvang die in december 2018 open gaat. .

De villa „Aleema", Mariaweg 50 (dit huisnummer bestaat in 2018 niet meer) te Oosterbeek, is in 1923 te koop met erf en tuin, bevattende: beneden 3 kamers, waarvan 2 en suite met serre, keuken, bijkeuken, W.C., kelder; 1ste étage: 3 slaapkamers, badkamer, zolder met vliering. De villa is voorzien van gas, waterleiding en electrisch licht.
Villa Aleema Oosterbeek

Villa Anoniem, ook wel Huize Frida, Schelmseweg 4, Oosterbeek. Gebouwd rond 1932.
Villa Anoniem Oosterbeek
Rond 1956 woont er Notaris Brouwer.

Villa Arti, Jan van Embdenweg 2 Oosterbeek gebouwd tussen 1896-1900. Rijksmonument.
Gebouwd in 1901 voor kunstschilder B. Arps. Deze liet in 1904 ook het dubbele herenhuis Utrechtseweg 111-113 bouwen.

Atelier gebouwd op de Bellevue te Renkum, opdrachtgever tot de bouw was mevrouw Le Maître – Buse. Het gebouw bestond uit diverse vertrekken, waar tientallen en soms zelfs honderden kunstschilders met hun leerlingen werkten.

Voormalige villa Avondrust, Utrechtseweg 113 Renkum.
Avondrust Renkum
bron: HGR
Het landgoed 'Avondrust' werd begrensd door de Utrechtseweg, Van Ingenweg, Cornelis Kuypersweg en de westzijde van de serviceflat 'Hoog Heelsum'. Ook ongeveer 57 are grond aan de overzijde van de Utrechtseweg ter hoogte van nummer 128 behoorde ertoe. Alleen het tolhuis (nu omgeving 'Schildershuis', Utrechtseweg 117) en een stuk bouwland ten noorden en westen daarvan (nu Protestanten bondkerk, Utrechtseweg 119) waren eigendom van het Rijk.
Avondrust Renkum
Als eerste eigenaar kennen we in 1810 de heer Van Kesteren uit Renkum. Het landgoed was destijds aangelegd op ongeveer tien hectare woeste grond. Een groot gedeelte bestond uit grove dennenbossen en heide. De eerste pachter heeft het terrein in de loop der tijd vergroot tot ongeveer vijftien hectare. In 1830 is het de landbouwer Willem Stevens, gehuwd met Judith Alijda Wessels, die de percelen overnam van de Rijks Domeinen. De erfpacht werd in 1846 omgezet naar koop, middels een onderhandse akte van de Domeinen. In 1847 verkoopt Stevens dan de gronden aan Matthieu André van der Bank, predikant van de Waalse gemeente te Utrecht. Bank was gehuwd met Elisabeth Catharina Maria Theben Terville,  voor f 3000,-: 'eene hofstede, bestaande uit huis en erf met tuin, voorts bouwland, heidegrond en nog twee huisjes, alles staande en gelegen onder Renkum bij de Fluitersmaat.  Het wit in bovenstaande afbeelding is allemaal heide.
De familie Van der Bank bouwde het pand van Willem Stevens uit tot een herenhuis annex boerenwoning. Er vonden verbouwingen plaats in 1848, 1858 en 1862. Na de dood van hun ouders verkochten de kinderen Van der Bank in 1863 aan Hendrik Clausing, zonder beroep, wonende te Amsterdam, voor f 6.800,-. Clausing vergrootte het herenhuis in 1864, en breidde zijn bezit verder uit door in 1867 een aangrenzend huis met erf in de Fluitersmaat te kopen. In de jaren 1870-1871 werd het meerdere keren verbouwde boerenhuis van oorspronkelijk Willem Stevens afgebroken en vervangen door een nieuwe hoeve, iets westelijker dan de oude boerderij. Ook het herenhuis werd vervangen. In 1873 kocht Clausing van de erfgenamen van Johannes (Jan) Kuyn en Trijntje van Zadelhoff een stuk grond aan de overkant van de Utrechtsestraatweg. Jan Kuyn was de eerste tolpachter van de tol in Renkum, en zodoende komt ook het Tolhuis bij het landgoed Avondrust. Hendrik Clausing komt te overlijden in 1875 en zijn weduwe Anne Marie Henriëtte Huberte de Booy overleed in 1904. Er zijn geen kinderen en de wettige erfgenamen verkopen Avondrust in 1904.
Het landgoed wordt gesplitst en Petrus (Piet) Marius van Walchren, kunstschilder, kocht voor zichzelf en als mondeling gemachtigde van Petrus Johannes Wilhelmus Jacobus van den Burgh, bouwkundig ingenieur, wonende te Bussurn: 'Een Heerenhuis met erf en tuin genaamd Avondrust met daarbij behoorende boerenwoning, arbeiderswoningen, bouwland en boschgrond aan den Utrechtschen Straatweg te Renkum, te zamen groot vijf hectaren zes aren negentig centiaren' voor f 14.033,-. 'Een stuk boschgrond aan den Utrechtschen Straatweg te Renkum, ter grootte van een hectare vier en tachtig aren negentig centiaren' werd gekocht door Dr. Hendrik Willem Marx, arts (zie ook bij Gelria), en Jacob Portielje, particulier, wonende te Renkum, voor f 6.050,-. Het westelijk deel van het landgoed werd verkocht aan dokter Willem Kersten, zijnde een stuk bosgrond achter het hem reeds toebehorende huis en grond (gekocht en gebouwd in 1902) te Renkum, ter grootte van ca. 55 aren en 35 centiaren. De koopsom bedroeg f 625,-.
Arnhemse Courant; Renkum, 25 Nov. 1904 Het buitenverblijf Avondrust, aan den straatweg naar Heelsum, met een schoon uitzicht op den Rijn en den
rg, zal in een villapark veranderd worden. De nieuwe eigenaars, wien het deze week bij publieke verkooping ten deel viel, zullen beginnen met het aanleggen van wegen, waaraan de gebouweu zullen verrijzen.

De heren van den Burgh en van Walchren verenigden zich in 1905 in de N.V. Bouwmaatschappij 'Heelsum'. In 1908 verkocht de heer Jacob Portielje, zonder beroep, wonende te Bloemendaal, aan de de Bouwmaatschappij Heelsum een stuk bosgrond, ter grootte van 1 ha, 84 a, 90 ca. De heer Portielje had deze kavel in eigendom verkregen van dr. Marx. In 1907 was de Bouwmaatschappij ook eigenaar geworden van de woning en de grond van Steven Willem Kuyn, tegenover 'Avondrust'. De Bouwmaatschappij gaat daarna de gronden verkavelen en bebouwen met huizen voor zichzelf (in 1905-1906 landhuis 'Den Bongerd' in 'Villapark Heelsum', nu Lindelaan 12, voor Van den Burgh, en in 1910 Utrechtseweg 91 'Lindenhof voor Van Walchren. Renkum, 31 Maart 1909. In den afgeloopen nacht ontstond brand in een steenen schuur, staande achter de villa „Avondrust" en toebehoorende aan de bouwmaatschappij „Heelsum". welke gebruikt werd voor de vervaardiging van broedmachines. Het gebouw, dat alleen verzekerd was, brandde geheel uit: Arnhemse Courant
Huize 'Avondrust' en de boerenwoning verhuurden zij waarschijnlijk. Ook was het Herenhuis enige tijd pension (advertentie in de NRC van 26-03-1910) (adresboek 1914: Utrechtsche Straatweg C 5, C. Wijngaarden-Goyer, pensionhoudster; N. Boerkool, smid).
Wes Beekhuizen vermeldt in 'Groen was mijn dorp', blz. 227 en 228, dat tijdens de mobilisatie 1914-1918 Belgische vluchtelingen werden opgevangen in het oude Posthuis aan de Dorpsstraat, en dat een twintigtal onderdak vond in de onbewoonde grote villa 'Avondrust', tegenover het pad naar de Noordberg.
In 1921 werden het Herenhuis, de boerenwoning en grond door de Bouwmaatschappij verkocht aan Daniël Louis Uyttenboogaart, directeur van een graanelevatormaatschappij in Rotterdam. Hij en zijn vrouw en de huishoudster W.M.M. Duijl woonden volgens het adresboek van 1924 aan de Utrechtsche Straatweg 51. In 1923 werd het herenhuis verbouwd, en bij het boerderijtje zou in 1926 bijgebouwd zijn. Beide percelen werden omstreeks 1937 verkocht aan Willem Middendorp. In 1938 werd het grote huis bewoond door J.W.L. Brandt, hotelhouder (Utrechtscheweg 109). In 1942 waren er twee woningen: tandarts Jac.H.A. Barents en W. Posthuma (Utrechtscheweg 109 en109a).    .    .
In de oorlog is 'Avondrust' verwoest, en daarna niet meer herbouwd. De bungalow aan de Utrechtseweg nummer 113  is er voor teruggekomen.

De heren van Baer, afkomstig uit Oosterbeek, hadden rond 1200 de helft van Oosterbeek (ook Velp) in hun bezit, als leen van de bisschop van Utrecht. Daarnaast een gebied tussen Rheden - Westervoort - Dieren, aan weerszijden van de IJssel. Frederic II heeft wel lef, in
wapen Heren van Baer
 1280 verdrijft hij Hendric van Doorenwerd uit het net in steen nieuw opgetrokken kasteel (Doorwerth): '… ende met bernen en toe-tasten quadt huys gehouden'. "...gelijk dan de oude handvesten omtrent het jaer 1280 gedenken van eenen Heer van Baer, die Hendrick van de Doorenweerd syn Slot af gewonnen ende met bernen en toe-tasten quadt huys gehouden..." Het kasteel Bear werd verwoest in 1495. Link.

Het verdwenen Bato's Wijk, Oosterbeek. Mr. J.M. de Kempenaer kocht de grond in 1836 (volgens Demoed) of 1838 en liet er in 1845 een buitenplaats bouwen: villa "Bato's wijk". Hij maakte er een landgoed van genaamd Bato’s Wijk. Mr. De Kempenaer verbleef alleen 's
Oosterbeek Gemeentehuis Bato's wijk
zomers in Bato's Wijk. In 1870 door de nieuwe eigenaar Dr. Leendert Fangman (1834- 1896) omgevormd naar een park (ontwerp Samuël Voorhoeve) met huis en meer aangrenzende gronden. Fangman gaat ook wonen op Bato's Wijk. Fangman kocht rond 1885 ook de Westerbouwing. "Te Oosterbeek is brand ontstaan in de gasfabriek op het buitenverblijf „Bato's Wijk." De brand, welke een zeer dreigend aanzien had, werd door de spoedig verleende hulp der buren met zand gebruscht. In de machinekamer is alles verbrand, terwijl alle ruiten gesprongen zijn. De brand wordt toegeschreven aan de onvoorzichtigheid van den stoker".  Het nieuws van den dag: kleine courant van 14-03-1887
Het koetshuis, de gasfabriek en de waterinstallatie stonden dichtbij de plaats waar na de Tweede Wereldoorlog de flat “De Wijde Rijnblik” is gebouwd.
"
De Notaris J. KARSEBOOM te Oosterbeek bericht, dat het Buitengoed Bato's Wijk gelegen te Oosterbeek, bij vorige Advertentiën en Biljetten nader omschreven, is ingezet en met de hoogen gebracht als volgt: De massa der Perceelen 1 tot en met 5 met f525 hoogen op f537.459,=". Uit Het  Algemeen Handelsblad van 13-09-1896.
"In 1897 wordt de leegstaande villa “Bato’s wijk” met omliggend terrein opnieuw geveild. Er wordt ingezet op een som van Fl. 30.000, veel lager dan het bedrag dat de familie een jaar daarvoor had afgewezen. Het hoogste bod wordt uitgebracht door Gerhard Cornelis Smeenk, hotelhouder van het destijds vermaarde “Grand Hotel du Soleil” aan de Rijnkade in Arnhem. Smeenk wil het terrein gaan gebruiken voor woningbouw. De kranten melden dat hij samen met een Rotterdamse Bouwmaatschappij een brede straat door het park wil aanleggen met daarlangs een veertigtal villa’s. Hij krijgt zijn plannen echter niet gerealiseerd en in het voorjaar van 1900 verkoopt hij “Bato’s wijk” aan de Rotterdamse architect Jacob Anthonij Voorhoeve, die mogelijk deel uitmaakte van deze Rotterdamse Bouwmaatschappij. Voorhoeve heeft nog ambitieuzer plannen: hij wil het terrein gaan inrichten als “sanatorium voor zenuwleiders”. link Bato's wijk.
 "Het bekende landgoed „Bato's wijk", te Oosterbeek, zal ingericht worden tot Sanatorium voor zenuwlijders van alle gezindten. Dr. J.L. Dobberke, geneesheer-directeur van het krankzinniger gestioht Endegeest, bij Leiden, zal als geneesheer-directeur optreden. De heeren J.A. Voorhoeve en C. N. van Goor, architecten te Rotterdam, zullen, in overlog met en na goedkeuring door Dr. Dobberke, voor de stichting en de inrichting van de gebouwen zorgen". Uit:  Het nieuws van den dag: kleine courant van 07-03-1900
"Door den aankoop van het bekende buitenverblijf „Bato's Wijk", te Oosterbeek, is, zooals reeds gemeld werd, de eerste stap gedaan tot het stichten van een sanatorium voor zenuwlijders. Nader vernemen wij, dat het huis zal vergroot worden met een westelijken vleugel, die eene oppervlakte van 400 m2 zal beslaan en door een gang met het hoofdgebouw zal zijn verbonden. Dit nieuwe gedeelte zal bevatten 25 kamers ter opneming van de te verwachten patiënten, terwijl in de oorspronkelijke villa zullen zijn de woning van den directeur en van de zusters en de spreek-, ontvang- en eetkamers. Dezelfde combinatie, die eigenares is gewor-den van dit landgoed, heeft ook aangekocht een villa met daarachter gelegen bouwland; naar men meent, met het doel aldaar villa's te doen bouwen. Ook heeft men hiermede het oog op het verkrijgen van een flinken toegang naar de stichting op „Bato's Wijk".  Uit:  Het nieuws van den dag van 15-03-1900.
Maar ook dit ambitieuze plan komt niet van de grond en eind 1900 verkoopt Voorhoeve “Bato’s wijk” door aan Hugo Ernest Scheidius
"De buitenplaats „Bato's Wijk", te Oosterbeek, welke zoo langen tijd onbewoond is gebleven, werd in het begin dezes jaars aangekocht met het doel aldaar eene inrichting voor zenuwlijders te stichten. Van dit plan is echter niets gekomen, en thans is de plaats in eigendom overgegaan aan den Heer Scheidius, te Arnhem, zoodat zij eerlang weder zal bewoond worden". Uit:  Het nieuws van den dag van 10-10-1900.
Scheidius kennen we als een van de personen die de aankoop van Kasteel Doorwerth voor het Legermuseum voor Hoeffer, mogelijk maakten.
"Hugo Ernest Scheidius, de nieuwe bewoner van “Bato’s wijk” werd in 1872 geboren in het Brabantse Gemert. Zijn vader, Everard Hugo Scheidius, was door zijn huwelijk in 1869 met Maria Mathilde Johanna Henriette Lüps eigenaar geworden van Kasteel Gemert, dat oorspronkelijk door de Duitse Orde als middeleeuwse vesting was gebouwd. Everard Hugo herstelde het kasteel in oude luister door het hoofdgebouw en de donjon te restaureren. In 1879 besloot hij Gemert te verlaten en zich als bankier in Arnhem te vestigen. Het kasteel verkocht hij aan de Franse paters Jezuïeten. De grootmoeder van Everard Hugo Scheidius was Ursula Martha van Braam, een tante van de Ursula Martha van Braam die met de Oosterbeekse mecenas Jan Kneppelhout was getrouwd. Een oom van Everard Hugo’s vrouw Maria, Johann Heinrich Wilhelm Lüps, was eigenaar van kasteel Biljoen in Velp. Hugo Ernest had een oudere broer, Everard Philip Adriaan Matthias Scheidius, die in onze gemeente vooral bekend is geworden van het Artillerie Museum en de Scheidiuskamer op Kasteel Doorwerth. Vader Everard Hugo Scheidius overleed in 1898 en liet zijn vermogen na aan zijn beide zonen. Hugo Ernest Scheidius woont volgens het Oosterbeekse adresboek van 1901-1922 op “Bato’s wijk”. In 1901 trouwt hij met de Rotterdamse Laura Augustine Moons, maar dit huwelijk wordt in 1908 ontbonden. In die periode staat hij enige jaren niet in Oosterbeek ingeschreven, maar op het adres van zijn moeder aan het Velperplein in Arnhem. In 1909 hertrouwt hij met Christine Emilie Lüps, een achternicht van zijn moeder, en woont hij weer in Oosterbeek. Hugo Ernest Scheidius was mede-vennoot van de Commanditaire Bankvereeniging Groh en Co. in Arnhem, maar na het overlijden van de hoofd-vennoot moet hij in 1914 surseance van betaling aanvragen. Zijn grootste hobby was het kweken van sierplanten, waarvoor hij een groot kassencomplex op “Bato’s wijk” liet aanleggen, en waarmee hij menige prijs in de wacht wist te slepen. Eind 1922 vertrekt het paar naar Duitsland, de villa andermaal onbewoond achterlatend.
Uit: link Bato's wijk.
In 1927 koopt de gemeente Renkum “Bato’s wijk” als nieuw gemeentehuis. Het bestaande
gemeentehuis aan de Utrechtseweg was te klein geworden na de samenvoeging van de
gemeenten Renkum en Doorwerth. Voor de leegstaande villa en omliggend park moest de
gemeente aan Scheidius een bedrag van Fl. 150.000,= betalen. Het oude gemeentehuis stond voordien op de hoek Utrechtseweg/Jan van Embdenweg, nu in gebruik als kunstgalerie.
De villa Bato's wijk is verwoest in september 1944. Er rest nog een in 1905 gebouwde rots met grot en vijver en een volgestorte ijskelder. Tegenwoordig is het een schitterend openbaar park en de grot is een magneet voor de kinderen.

Villa Bato's Zicht, Benedendorpsweg 84 Oosterbeek. Een gemeentelijk monument uit 1885.
Bato's Zicht Oosterbeek
 links de winkel van de kruidenier Aalbers, rechts daarvan Bato`s Zicht.

Huis Beata aan de Theophile de Bockweg, Renkum, destijds de met grind verharde  Kurhauslaan. In 1911 betrekt het echtpaar Xeno Münninghof -  Tilly van Vliet de voor hen gebouwde villa. De riante villa wordt gebouwd in opdracht van de moeder van Tilly. In 1920 verhuisd het echtpaar Münninghoff-van Vliet naar Oosterbeek. In 1924 gaan de erven van Th.J. van Oostveen. het pand te koop aanbieden.

Voormalig 'Beau Séjour', destijds in de Eng (later Bildersweg) Oosterbeek. Van Eeghen kocht in 1870 'Beau Séjour', het Joodse pension, dat daarna naar de Utrechtseweg verhuisde, terwijl het oude huis werd afgebroken.

Voormalige villa Beekhof, Oosterbeek
Aan de oostzijde van de Weverstraat werd rond 1840 Beekhof gebouwd, gelegen aan de westkant van de Zuiderbeek met de ingang aan de Weverstraat.
Dr. Sietske Abrahamsz was gehuwd met Dr. Georg Julius Wienecke, gepensioneerd arts in het Nederlandsch Oostindisch Leger, en woonde van 1877-1900 in huize Beekhof.
In 1902 kwam het in handen van Evert Cornelis Ekker die er met zijn vrouw Lucie van Dam van Isselt tot hun scheiding in 1907 woonde. Beekhof was ook lange tijd woonhuis van de huisarts Isaac Brevee. In WOII werd het zwaar beschadigd en daarna afgebroken. De huidige villa “Nieuw Beekhof” is op het verkavelde erf gebouwd, niet opdezelfde plek.
Huize Beekhof Renkum
'De Beekhof' is de villa in Renkum waar Lucie met haar eerste man Evert Ekker en hun 2 zoontjes woonde vanaf 1900 voor een aantal jaren. Zowel Lucie als Evert hadden hier hun eigen atelier. In de monografie Een leven in stillevens wordt hierover geschreven.
De villa De Beekhof groeit in deze periode uit tot een ontmoetingscentrum van diverse beoefenaars van de schone kunsten. Het culturele leven van de plaats, dat de bloeitijd al achter zich had, leefde nog even op. Uit deze tijd (1905) dateren ook een tweetal prachtige portretten van Lucie door Jan Toorop. Ook de jonge kunstcriticus Albert Plasschaert moet er regelmatig te gast zijn geweeest.
Villa Beekhuis Renkum
Het aangrenzende Zonneheem is in 1907 gebouwd als zomerhuis bij Beekhof, door Evert Cornelis Ekker.

De voormalige boerderij van Beekhuizen, destijds Dorpsstraat 126 te Renkum. Tegenwoordig staat hier het gebouw "de Twaalfharten" waar een grote kruidenier de begane grond gebruikt.

Voormalig Huize Bellevue, Renkum. Jan van Donselaar en Eva Thomas bouwen in 1798 het huis Bellevue I. Gelegen op de kruising tussen de Weg naar de Keienberg, en de Weg naar het Plankenwambuis. Bellevue I brand in 1840 geheel uit, en wordt gelukkig weer herbouwd tot Bellevue II. Ook dit pand wordt weer afgebroken en komt er Bellevue III. Tegenwoordig kennen we de naam Bellevue nog als naam voor een straat, met 2 scholen een Chinees restaurant (het gebouw is uit 1922) en een appartementsgebouw en enkele winkels, woningen.

Landgoed de Beken, Nieuwe Keijenbergseweg 170 - 172, Renkum, "vanouds een boerderij, was in 1712 al bekend onder de naam Langenbroek. Het is een van de vijf boerderijen waarvan bekend is dat zij al in het begin van de zeventiende eeuw deel uitmaakten van de buurschap 'Harten'. Deze vijf erven waren ongeveer even groot. Dat is eeuwen zo gebleven, vijftig morgen land had iedere boer ter beschikking, dat komt met veertig hectare overeen". link
De Beken was ooit een onderdeel van de Keijenberg. In 1798 werd de Keijenberg verkocht aan Jhr. Cornelis Munter. De verkopers Jan van Donselaar en Eva Thomas, lieten voor zich zelf een woning bouwen tussen de wegen naar Quadenoord en de veldweg naar Planken Wambuis. Deze woning noemden ze 'Bellevue'. Bellevue I brandde omstreeks 1840 af en werd vervangen door de huidige boerderij langs de Nieuwe Keijenbergseweg, dat tegenwoordig de naam "De Beken" heeft. Munter gaf zijn landgoed de naam "De Beken" vanwege de drie beken die door het landgoed stromen. Deze beken waren: de Oliemolenbeek, de Afgebrande beek en de (Papier)Molenbeek. Ten noorden van de boerderij liet hij een "slingerbos" aanleggen uit liefde voor zijn zus Margaretha Johanna. In het bos werd een steen geplaatst met een plaquette met daarop een gedicht over vriendschap. De originele plaquette is verloren gegaan maar het gedicht is herplaatst. Tot 2014 was in de schuur van de boerderij een informatiecentrum van Staatsbosbeheer. Het Natuurinformatiecentrum De Beken is nu gehuisvest in de schuur naast de boerderij: . Van 2014 tot 2016 werd De Beken totaal gerenoveerd voor zorg en een restaurant. link.
Vanaf het het informatiecentrum is een wandelroute uitgezet naar meerdere lokaties waar kabouters wonen:
Informatie Centrum de Beken, Renkum
  Film over de Tribune infocentrum Renkums Beekdal.

Het Berghuis, aan de Italiaanseweg, Doorwerth. Vernield in september - oktober 1944. Nooit terug gebouwd. Gebouwd en in het bezit geweest van dhr. Th. Driessen, ook eigenaar van het Jagershuis. Zie voor meer info hier bij het Jagershuis.

Villa Bergoord, Oosterbeek, aan de de Kerkhofweg, tegenwoordig de Fangmanweg ter hoogte van de nummers 23 en 25. Verwoest in de oorlog.
Bergoord Oosterbeek
Rond 1864-65 tekent Maria Vos een boerderij die later verbouwd is tot de villa Bergoord. In 1871 overleed de 89 jarige hoofdbewoner, de heer Charles Girod. In 1885 is er een veiling met een inzet van Hfl.9.635,=. In 1887 begint M. Hoogwinkel er een pension met ruime kamers, grote tuin, goede tafel, altijd verse melk, boter en eieren, billijke prijzen. Het pension wordt geen succes want al in 1888 straat de villa weer te koop. Weinig gegadigden en op maandag 11 augustus 1890 is er weer een veiling met notaris J. Karseboom en wordt de villa Bergoord in het koffiehuis van dhr. D.A.D. van Gils geveild. De inzet komt op Hfl.5.435,=. De inzet wordt tijdens de veiling verhoogd naar Hfl.7.800,=. In 1910 komt de villa weer te huur. De tuin blijft door de eigenaar onderhouden. Huur ƒ425. In 1942 overlijdt op Bergoord eerst mw. J.C.J. van Loon en binnen een half jaar haar man, de rustend arts Lykle de Jong.

Landgoed Bergzicht, Utrechtseweg Heelsum. Zie Wilhelminapark Heelsum.

Landgoed Bergzicht, Een oorspronkelijk uit 1860 stammende herenhuis gebouwd door Neuy Pannekoek. Verbouwd in 1875 en dan onderdeel van het landgoed Bergzicht aan de Bennekomseweg (later Kali-Maro). Het landgoed is dan 44 ha groot en wordt op een veiling in 1886 in 11 percelen te koop aangeboden. Waaronder: Heerenhuis, Bouwterrein, Bouwland, Eiken- Berken- en Dennenbosschen. De heer J.W.H. Conrad is een van de eigenaren. De heer dr. Servaas is een andere eigenaar. J.W.H. Conrad komt te overlijden rond 1892. In de Oosterbeeksche Courant van 06-10-1900 is te lezen dat de Erven Weduwe Conrad - van den Broeke de buitenplaats "Bergzicht" aan de Utrechtseweg en Bennekomseweg, dan nog maar groot 7 ha 97 are en 93 centiare verkopen. In 1914 komt de villa Bergzicht opnieuw te koop doch dan is de villa en de woning-gebonden-grond nog maar groot 80 are. Beschreven wordt een "Ruim en geriefelijk Huis met Gas- en Waterleiding en W. C. beneden en boven; groote Veranda, en groote Tuin vóór en rondom het Huis". Neem aan dat in 1886 op een of meerdere van de toen aangeboden percelen de villa Kali-Maro wordt gebouwd. Villa Bergzicht zelf blijft gewoon bestaan. In 1914 staat het leeg en Villa Bergzicht, groot 80 A, 05 ca., a/d tram en straatweg, is te Huur of te Koop. Ruim en geriefelijk Huis met Gas- en Waterleiding en W. C. beneden en boven; groote Veranda, en groote Tuin vóór en rondom het Huis. Te bevragen ten Kantore van Notaris E.D. de Meester, te Heteren. En bij den Heer J. Rothuizen, Bouwkundige te Heelsum. (Het nieuws van den dag, 24-02-1914).
In 1924 is er een familie-pension Bergzicht, later Hotel- Rest. „Bergzicht" zie de hotel en café pagina

Bilderberg Hoeve Oosterbeek
Voormalig Pension de Bilderberg-Hoeve, Graaf van Rechterenweg (34), op de kruising met de Oranjeweg, Oosterbeek. Gebouwd rond 1860. Bekend zijn oa de heer Fritschi en mevrouw Fagel.
Bilderberg Hoeve Oosterbeek

Het voormalige bierhuis van H.J. Rustenhoven, aan de Waterweg in Renkum, verkocht in 1914. Bekend bij het Kadaster onder sectie C, no. 2151.

Voormalig bierhuis en boerderij, of te wel de twee huizen onder een dak, aan de Achter 't Dorp, nummers B 64a en 65 te Renkum. In 1919 verkocht voor de heer Th.T. Jansen.

Het voormalige Pension Blauwe Palen, of Villa Bergereng. Zie voor  meer info bij hotels, pensions, e.d

Verdwenen papiermolen De Bock, Kloosterweide te Renkum.
Lees hier meer over bij de pagina over molens.

Boerderij de Boersberg, Boersberg 1, Doorwerth.
Boersberg Doorwerth
De oorspronkelijke boerderij stamt uit 1879 en bestond toen uit een boerderij en een  hooiberg. Op 30 april 1889 is er een veiling van alle beesten, karren, eggen, opgeslagen aardappelen en zaad (geen inboedel of opstal) in opdracht van de weduwe A.M. Hupkes. Met ingang van februari 1890 is de boerderij dan te huur. In 1901 kwam er een varkensschuur bij. In 1904 brandde alles af, op 2 schuren en het bakhuis na.
Daarna volgde herbouw en dat is wat je nu ziet. Een gemeentelijk monument. Volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1979?? Terwijl er uit de jaren 50 van de vorige eeuw al ansichtkaarten zijn met "Kampeerboerderij de Boersberg". Volgens de Boersberg zelf: De boerderij zelf werd in 1879 gebouwd, dit staat ook aangegeven op de gevel.  Wikipedia. Zie meer bij Boerderijen.

Uitkijktoren Boersberg, Doorwerth, sinds 2008 een hommage aan meerdere uitkijktorens met name op of bij de Duno. De bouw in 2008 was een initiatief van de Lionsclub Renkum en Staatsbosbeheer. De toren is gemaakt van gietijzer en is 8 m hoog. Bovenop heb je een fantastisch uitzicht over de Nederrijn, de Betuwe en Nijmegen. Bij helder weer kun je zelfs op 30 km afstand het Reichswald zien liggen. Omdat enkele wegwijzers door vandalen zijn gemolesteerd is de toren moeilijk te vinden. Als je er naar toe loopt, zie je de toren eerst als je er vijf meter voor staat. Het bladerdak onttrekt de toren aan het zicht. Met de auto, parkeer op de Spechtlaan bij de Kapelleboom en ga de Holleweg af. Na 150 meter, vlak voor het punt waar de Holleweg echt steil naar beneden gaat, naar rechts. Pad tussen de twee weiden links in. Op dit pad bij de kruising weer naar rechts, en dan de bocht naar links
uitkijktoren Boersberg Doorwerth, opname oktober 2014
 volgen. Rechtdoor. Dit pad is slecht met vele watergaten, maar kent vrijwel geen stijging of daling. Vanaf Kasteel Doorwerth, loop je terug naar de Fonteinallee. Bij de splitsing ga je naar links en binnen 10 meter zie je een bordje naar rechts, de Boersberg op. Dit pad is geschikt voor gevorderden. link

Het Renkumse Bommengat. Het bommengat is ontstaan doordat een Engels vliegtuig in de WWII twee bommen "verloor". De Engelse jager werd achtervolgd door een Duitse jager en om sneller te ontkomen heeft de Engelse vlieger z'n vrachtje los moeten laten. Een ooggetuige beschrijft dat de bommen recht tegenover Schaapsdrift nummer 16 in de Molenbeek vielen. Nou ja, één viel er in de beek en de andere viel zo'n 100 meter zuidelijker. Beide bommengaten zijn vrijwel direct dichtgemaakt. Een bom die in de beek valt, vernielt de lemen bodem van de beek, en de beek verliest veel water. De papierfabriek van van Gelder, die afhankelijk was van dit beekwater, zal herstel vrijwel direct hebben uitgevoerd. Kun je in een bommengat zwemmen?  Het zit er vol met bomscherven. Een bommengat heeft echter wel wat romantisch: "In het zogenaamde ‘bommengat’ van de Keijenbergse beek kon er naar hartenlust worden gesprongen". De Molenbeek was op deze locatie vroeger (tot 2014) veel breder, er werd, met name in de na-oorlogse jaren naar hartelust gezwommen, verfrissing gezocht. Ook in de Molenbeek zijn meerdere plassen, die door Renkummers bommengat worden genoemd. Zo is er een ten zuiden van de ijsbaan waar een vliegtuig is neergestort. Het (verdwenen) strandje aan de Renkumse Riviéra, aan de voormalige Bennekomseweg, wordt ook wel eens bommengat genoemd.

Landhuis Den Bongerd, Lindelaan 12, Renkum. Volgens de BAG betrokken in 1925.
"De Notarissen G. D. C. VALEWINK te Oosterbeek en F. H. KOOYMAN te Velp, zullen op Woensdagen 5 en 19 Mei 1937, telkens des n.m. ten 3 ure in het Café van den Born aan de Kerkstraat te Renkum, ten verzoeke van den heer J. W. Groot, bij inzet en toeslag, publiek veilen en verkoopen: Het Engelsche Landhuis De Bongerd, met garage, schuur en tuin aan de Lindelaan te Heelsum, (arch. Ir. P. J. v. d. Burgh), kad. bekend gem. Renkum, sectie C nomnier 3202, groot 40.30 Aren, bevattènde beneden Hall, salon, 2 kamers met betimmering, keuken, bijkeuken, kelder en W. C., boven: 3 slaapkamers, badkamer, zolder en 2 kamers. De villa is voorzien van gas, waterleiding, electrisch licht, centrale verwarming en vaste waschtafels". Uit de   Arnhemsche courant van 01-05-1937  Kennelijk geen succes want tien jaar later opnieuw:
Oosterbeekse Courant; 24-04-1947; Verkoop Engels landhuis De Bongerd met garage, schuur en tuin Lindelaan kadadastrale sectie C no. 3202 groot 40 are 30 ca. (Arch. Ir. P.J. v.d. Burgh). Eigenaar J.W. Groot.
Renkum Bongerd
uit het boek: Het moderne landhuis in Nederland; Leliman, J.H.W + Sluyterman, Karel; 1917.

Voormalige villa De Boom, Utrechtsestraatweg 495, in  1935 bewoond door mevr. J. H. Ruysch Lehman de Lehnsfeld.

Villa Bosch en Heide, Nieuweweg 5 te Renkum
Renkum Villa Bosch en Heide
De Villa Bosch en Heide (rond 1930) was voorheen de r.k. Meisjesschool van de Wijck Conijn Stichting. Anno 1999 is het een studentenhuis.
De nieuwe eigenaar van het gebouw in een woonbuurt aan de westelijke rand van het centrum biedt sinds eind januari kamers te huur aan. Dit tot ongenoegen van de buurtbewoners. Volgens hen staat het bestemmingsplan niet toe dat er meer dan een gezin in het gebouw woont. In de villa zijn in totaal zestien kamers. Het Renkumse college van burgemeester en wethouders onderzoekt de zaak. B en W zeggen 'over enkele weken' een besluit te zullen nemen. Renkum wees vorig jaar een aanvraag van het bedrijf Van Rooij uit Hedel voor een Polenpension in de villa resoluut van de hand. Volgens een woordvoerder ligt deze zaak echter ingewikkelder.
Uit: https://www.gelderlander.nl/arnhem/opnieuw-ophef-villa-nieuweweg~accc5da7/ van 25-03-2009

Landgoed de Boschhoeve te Wolfheze, naast voormalige landgoed de Buunderkamp (ten noordoosten) 12 H.A. Niet te verwarren met kwekerij de Boschhoeve, ook in Wolfheze.
Voormalige Boerderij de Buunderkamp en de villa de Buunder, gebouwd in 1884.
Huize de Buunderkamp is in 1930 opnieuw gebouwd voor F.W. Braat naar een ontwerp van Piet Ebeling, een zwager van Braat. Oppervlakte 7 ha. Het was als een maansikkel gebogen huis in Engelse cottage-stijl - met een daarbij behorende rieten dak.
Uitgebrand op 18-19 september 1944. Fundamenten, bordes, kelder, rododendrons, tennisveld, rozenhagen, ijskelder, veel is er nog aanwezig. Het huis werd nooit herbouwd. Destijds alleen toegang middels gratis kaarten, waarop de voorwaarden van het bezoek vermeld zijn, verkrijgbaar bij de tuinbaas R. Lamers. De Buunderkamp is nu een gehucht / buurtschap met een aantal villa's in het bos en er is het hotel de Buunderkamp.
Buunderkamp Boschhoeve Wolfheze

Kwekerij de Boschhoeve, Boschoeve 3 te Wolfheze. Het gebied van de Boshoeve is in 1880 ter grootte van 87 ha aangekocht uit het bezit van de fam. van Brakell, waarna het in verschillende handen is geweest. Sinds 1940 behoort het aan dhr. J. Koelman, die daarna vanaf 1949 in  de voor hem gebouwde woning op zijn landgoed bewoont. Op 8 en 9 september 1940 was er een uitslaande brand bij de Boschhoeve. Nieuwbouw in 1940. Zie ook link.

Voormalig Huize Boschrust, destijds aan de Hartenseweg 23. Tegenwoordig staat er restaurant Campman II. Gebouwd door de huisarts dr. Willem Kersten, die in 1907 (?) een perceel bos koopt aan de Hartenseweg van de familie Beels-Schimmelpenninck, als een herstellingsoord voor beginnende tbc- longlijders, advertenties verschijnen reeds in 1904. Een deel van de onduidelijk kan worden veroorzaakt door:
Het per 1 Mei 1902 geopende herstellingsoord „Boschrust", dat sinds geruimen tijd door de vele aanvragen te klein bleek te zijn, is op twee minuten afstands vervangen door een nieuw en grooter gebouw, geheel naar de eischen des tijds ingericht, aan drie zijden omgeven door veranda's en balcons. Uit Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 1909.
 Volgens Demoed (De Westelijke Veluwezoom in oude ansichten) in 1909 gebouwd als herstellingsoord voor longlijders, en genaamd "Boschrust". Nadat Sanatorium “Boschrust” werd gesloten en dus leeg kwam, heeft de Gemeente Amsterdam (of de Maria Lenting Stichting) het genoemde pand gekocht om daar ook een vakantie kinderhuis te beginnen in Renkum. Vader en moeder Cramm werden rond ± 1925 de nieuwe beheerders. Hun zoon Charles was toen ongeveer 8 jaar en naar hem is later een straat genoemd.  Het pand wordt verbouwd.
Huize Boschrust Renkum in 1904
advertentie uit Het nieuws van den dag: kleine courant, 22-04-1904
Vacantie-Kinderfeest Renkum, Later bekend als het Anna Maria Lentinckhuis. Tegenwoordig Campman II aan de Hartenseweg, ouder adres: Harten A 244, Renkum
De Amsterdamse Vereniging Vacantie Kinderfeest (VKF) opent op 21-4-1927 haar tweede kindertehuis. De Vereniging zelf begon in 1905. Een groep Amsterdamse onderwijzers neemt dan het initiatief om Amsterdamse bleekneusjes eerst één dag, later drie dagen op vakantie te sturen. In 1939 ontvangt de afdeeling Amsterdam van den Bond van Ned. Onderwijzers een erfenis van de heer Lentick, met de bepaling dat het huis naar zijn in 1936 overleden echtgenote het „Anna Maria Lentinkhuis" moet worden genoemd. De Stichting Heemkunde Renkum heeft een uitgebreid verhaal over het Lentinckhuis op haar website staan. En hier hun verhaal over Boschrust.
St Vakantie Kinderfeest

Landgoed Boschveld, Oosterbeek. Op de grens van Arnhem en Oosterbeek ligt, naast het landgoed Mariëndaal, het landgoed Boschveld. Het zomerhuis en de theekoepel van het landgoed liggen ten westen van de Schelmseweg. In de periode 1870-1936 vormden Mariëndaal en Boschveld één bezit.  Vroeger was het gebruikelijk op verschillende plekken extra (thee)huizen en koepels te bouwen.

Villa Bouvardia, Dorpstraat 167 Renkum. Bekend van de bewoning door van de heer Mijnlieff, steenfabrikant. Achtereenvolgende eigenaren: Wilhelmus Hubert Hoedt, particulier uit Rotterdam (1882); Johanna Petronella Adams uit Renkum; Wilhelmus Hubert Hoedt, agent van buitenlandse huizen uit Rotterdam; Matthijs Sanders, fabrikant uit Renkum; Combertus Pieter Burger, hoogleraar uit Delft; Carolina Henriette Geertruida Haasloop Werner, zonder beroep uit Renkum; Jeanette Henriette Haasloop Werner uit Renkum; Bernardus Wilhelmus Kemper, horlogemaker uit Wageningen; Johanna Everdina Kemper; Hendrik Burger, arts uit Amsterdam; Gerardus Johannes Mijnlieff, steenfabrikant uit Renkum; Ned. Buurtspoormij. uit Zeist; Willem Folkert Frijlinck, notaris uit Renkum; Everhard Dirk de Meester, notaris uit Renkum; Johan Willem Berends, automobielhandelaar uit Oosterbeek; Jan van Scherrenburg, aannemer uit Renkum; Gerrit Peter Jacob van Maanen, notarisklerk uit Heelsum; Johannes Andries van Brakel, aannemer uit Renkum en Piet Nolen, agent in ijzerwaren uit Renkum.
In 1919  verkopen de erven G.J. Mijnlief Bouvardia aan de Oosterstoomtram om er een station te beginnen. De Heterense oud-notaris E. de Meester en mr. Frijlink kunnen het echter aankopen in hetzelfde jaar. De trammaatschapplij koopt daarna Vredeoord iets verder in de Dorpsstraat van de heer P.P.J. Czerwinski, de directeur van de n.v. Geldersche Stoom Wasscherij te Renkum en begint daar in mei 1920 het beoogde station. Dat is dus pal tegenover de pastorie aan de Dorpsstraat 160 te Renkum. Na een 10 jaar verkoopt de Meester het pand Bouvardia zelf.
 Haagsche courant, 04-01-1929: "Notaris G. A. de Meester te Heteren zal op woensdagen 9 en 23 Jan. aanstaande, telkens nam. 2 uur, in café Van den Born te Renkum in het openbaar verkoopen de riante villa Bouvardia liggende aan den Rijksstraatweg te Renkum, met mooi aangelegden tuin waarin vele vruchtboomen, garage, zomerhuis, kippenhok en druivenkas — een en ander ter grootte ; van 34 Aren. Beneden 4 kamers, keuken, bijkeuken en kelder;  boven: 4 kamers, dienstbodenkamer, mangelkamer, zolder en is voorzien van gas en electr. licht. Aanvaarding in eigen genot op 1 April 1929".

Voormalig Natuurbad de Branding, Doorwerth. In september 1933 maakt de gemeente Renkum de weg vrij voor de aanleg van een natuurbad op een terrein van ongeveer 8 Ha.  Naar voorbeeld van een dergelijk bad in Bilthoven. Initiatiefnemers: F. H. Perk uit Oosterbeek en J. Wilke uit Bilthoven. Dhr Perk kennen we dan ook als als directeur van de de NV Bouwmaatschappij Oosterbeek, die met name in Doorwerth veel laat bouwen.
 "Op de terreinen achter de Kievitsdel, tegenover de tennisbanen Doorwerth wordt door honderd werklieden, voor het grootste gedeelte werkloozen uit de gemeente Renkum gewerkt aan den bouw van het natuurbad-Doorwerth. Men is reeds begonnen met het leggen van den vloer van gewapend beton. Meer naar het oosten waar akkermaalshout en dennenboomen worden gekapt, is men druk bezig met het afgraven van zand. Bassin en kano-vijvers worden uitgediept en men is druk bezig met het aanleggen van een strand. Het geheele terrein wordt omgeven door aarden wallen, deze wallen worden beplant, terwijl een afrastering aan den voet ongenoode gasten zal belemmeren de wallen te beklimmen. Aan de Oostzijde komt een parkeerterrein en in de nabijheid de kleedkamers, waarvan de betonnen fundamenten reeds gereed zijn. In den Noord-Oost-hoek achter den ingang is het restaurant in aanbouw. Aan de zijde van het bad bevinden zich ruime terrassen voor een groot deel overdekt, en daarvoor waterpartijen en een vijver met fontein. Ook voor deze waterpartijen komt nog een terras. 's Avonds zijn beide terrassen verlicht, a giorno, het golfslagbad zal onder water worden verlicht. In het restaurant-gebouw komen nog een kapperssalon en énkele showrooms. Met een en ander blijkt wel, dat dit bad in den zomer een ideaal oord zal worden ln een stuk nog ongerepte natuur". Uit: Soerabaijasch handelsblad, 17-04-1934
"Vanaf de Kabeljauw-allee komt men allereerst aan bij het restaurant, met aan beide zijden brede overdekte terassen. In het restaurant is de mogelijkheid voor een daktuin open gelaten. Achter de terassen is een ruime zaal waar honderden bezoekers een plaatsje kunnen vinden. Vanaf de terassen heeft men uitzicht op het brede strand, dat langzaam naar het meer afhelt. Het strand bestaat uit zand dat uit het midden van het meer is aangevoerd. Het meer krijgt in het midden een diepte van 4 meter. Er komen ook gedeelten met een diepte van 2 meter. De grootste sensatie wordt echter de golfslag installatie. Op het diepste gedeelte van het meer, juist onder de duiktoren komt de machinerie die de hoge golven zal opwekken. Deze installatie is iets nieuws voor Nederland. Met de paasdagen 1934 hebben velen de gelegenheid aangegrepen om er eens rond te kijken. En het Natuurbad hoopt met Hemelvaart open te gaan". Naar een artikel in de Wageningse Courant van 7-4-1934. . Het Natuurbad werd op 10 mei 1934 geopend door de burgemeester van de gemeente Renkum: J. van der Molen. De architect van het geheel was  de heer Wilke uit Bilthoven. Het geheel kwam in handen van de N.V. Natuurbad Park Doorwerth. Men mikte op 65.000 bezoekers per jaar. In 1944 nam W.F. Saur het hef over. De naam werd: Café restaurant de Branding natuurbad park Doorwerth. Sauer stopte in 1961.
Er kwam rond 1950 een groot hotel-restaurant met een terras voor 1.500 bezoekers.
In januari 1958 worden enkele Indische repatriantengezinnen tijdelijk onderdak in een aantal zomerhuisjes op het terrein van golfslagbad “De Branding”. Al vlot worden de gezinnen doorverhuisd naar andere opvanglocaties of naar een woning in Hengelo (O). Op 7 mei 1959 ziet dhr. Saur de laatste repatrianten weer vertrekken.
Hotel de Branding geopend. Uit de Hoog en Laag van 12-04-1962
Medio 1982 moet het bad de deuren sluiten waarna het hotel jaren later onder de vlag van Golden Tulip een doorstart kreeg. In 2015 weer een andere eigenaar en dan wordt de naam: Fletcher Hotel-Restaurant Doorwerth-Arnhem

Landgoed, Huize De Brink, tegenover „Hoogstede", (tussen Oosterbeek en Arnhem, nu bedrijventerrein Arnhems Buiten). Het landgoed behoorde eens bij het klooster Mariëndaal. In het begin van de 19de eeuw was het eigendom van den Staatsraad vice-admiraal graaf van Bijland Holt. Daarna woonde er de familie Mr. J.P. du Quesne van Bruchem - Haack. (en Cillaarshoek). Johannes Theodorus Vogel (1813-1881) kocht in 1861 het landgoed. Hij woonde er tot zijn dood in 1881. In en openbare veiling in 1902 werd het landgoed verkocht voor Hfl.90.730 en de bomen zijn genaast voor Hfl.18.182. Het is gekocht voor mevrouw Baronesse Van Pallandt van Walfort, geb. Baronesse Van Tuyll van Serooskerken.

Het goed ten Broeck, onder Renkum

Het herenhuis Buitenrust Benedendorpsweg 171-171a Oosterbeek uit 1829, 1850 (volgens de Rijksmonumentenlijst op Wiki) of 1873 (volgens Heemkunde, Nieuwsbrief maart 1999) is uitgevoerd in neoclassicistische vormen. Het pand was aanvankelijk een particuliere woning. In 1852 woont de kastelein Jan van Beek er. Het huis heet dan ook wel logement. De schrijfster Augusta de Wit heeft er even gewoond van 1882 tot 1884 bij haar ouders. (Zij is begraven op het oude kerkhof aan de Fangmanweg.) Buitenrust Oosterbeek
De ondergeteekende betuigd hiermede zijnen hartekelijken dank, voor de veelvuldige bewijzen van achting en genegenheid, dien hem bij het voltrekken van zijn huwelijk, vooral te Renkum, de plaats zijner geboorte en opvoeding, zoo rijk mogt te beurt vallen. Terwijl hij de vrijheid neemt, van zich minzaam met in thans aanvaard hebbend Logement en Stalling, genaamd Buitenrust, te Oosterbeek, bij zijne geachte begunstigers aan te bevelen, belovende een prompte en nette bediening. P. van Ingen. Oosterbeek, 14 April 1862. Uit: Opregte Haarlemsche Courant van 17-04-1862.
Enkele jaren later in 1877 is per 1 mei de huur het Buitenverblijf Buitenrust, onmiddellijk grenzende aan de Wandelingen over den Hemelschen Berg, met elf Kamers, en alles geheel nieuw. Te bevragen bij den Timmerman J. Hilhorst. Ook in november 1877 is het pand nog te huur. In 1879 is het monumentale pand, met toen als eigenaar mr. Jan Kneppelhout (of erfgenamen)  verhuurd aan de familie Prager. In 1894 komt Buitenrust te koop, of te huur voor een bedrag van f1000,=. per jaar. In mei 1895 staat het nog steeds te koop. In 1904 woont er ene P.M. Prager. In 1906 wordt Buitenrust aangekocht door het al bestaande Herstellingsoord voor pleegzusters. het pand wordt ingericht tot een rust- en herstellingsoord voor pleegzusters. Voordien verbleven deze zusters in de villa Bella Vista te Oosterbeek. Op dinsdag 18 September, des middags om 12 uur, wordt Buitenrust heropend. Het „Ondersteuningsfonds" van den "Ned. Bond voor Ziekenverpleging" heeft het rusthuis ingericht.
"Te Oosterbeek is den afgeloopen nacht ingebroken in de villa ,,Buitenrust", bewoond door mevrouw Rueck. De dief of dieven braken eenige schrijfbureaus open doch vonden geen geld. Zij namen 2 certificaten Arnhemsche Hypotheekbank mede, benevens een aantal zilveren vorken en lepels". Uit  Algemeen Handelsblad 31-10-1906.
"Gods beste zegen wordt aan alle Vrienden en Bekenden toegewenscht bij de intrede van dit Nieuwejaar door J. LOHMAN en Echtgenoote, Oosterbeek, Villa Buitenrust". Het nieuws van den dag : kleine courant 01-01-1907.
Onduidelijk is dan wie er nu precies woont. In 1908 gebruikt zuster  T. Dona, Buitenrust als adres voor te werven personeel voor het Burgerweeshuis te Amsterdam (St.-Luciënsteeg).
In 1911 zoekt mevrouw Rueck een keukenmeid voor Buitenrust.
In 1936 gaat een zuster zich kennelijk omscholen. Ze biedt zich aan als Verpleegster - huishoudster, met alle voork. werkz. op de hoogte, liefst in inrichting of rusth., v. g. g. v. Br. A. Paternotte, Rusthuis Buitenrust, Oosterbeek. In 1960 zoekt Rusthuis Buitenrust v. d. Nederlandse Bond v. Ziekenverpleging, Benedendorpsweg 171, Oosterbeek, een hulp in de huishouding zo spoedig mogelijk. Sollicitaties a.d. directrice.
Buitenrust is een Rijksmonument.

Villa Buitenrust te Heelsum gebouwd in 191. In 1917 bewoont door Mej. M.H. Mees.

Landgoed de Buunderkamp bij Wolfheze. In 1903 is er een Rust- en Herstellingsoord. In 1904 wordt de Buunderkamp verhuurd aan Mej. Geertruida Carelsen die er een opleidingsschool voor tuinbouw voor dames en meisjes begint. In 1908 wordt het Landgoed de Buunderkamp aangekocht door F.M. baron van Lijnden uit Den Haag. Het wachtershuisje aan de spoorweg bij de Buunderkamp deed in het verleden dienst als stopplaats aan de Rhijnspoorweg. En de treinhalte was eigenlijk alleen op verzoek van bezoekers aan het Oranje Nassau Oord te Renkum.

Buurtschap de Zalmen en alle bebouwing (woonhuizen, boerderijen, hotel) op de Fonteinallee. Ook wel Doorwerth-Laag genoemd. Tot 1944 was dit eigenlijk gewoon Doorwerth en bestond er een Doorwerth-Hoog waar alleen enkele villa's stonden. In Doorwerth woonden de neringdoenden van het kasteel. met café en bakker, geen kerk, de kerk stond in Heelsum. De Fonteinallee gaat van de Noordberg in het Westen tot het Tolhuis, Fonteinallee 1 te Heveadorp. Vrijwel geheel verwoest in 1944-45, vrijwel niets is herbouwd. Van het Jagershuis zijn nu nog enkele resten terug te vinden.

Villa Campina, Utrechtseweg 102 Renkum
Campina Renkum
Campina is een rijksmonument. Volgens deze link gebouwd tussen 1920 en 1930. De BAG geeft echter 1957 aan.
De foto is uit de jaren 50 en zelf herinner ik me dat het erf veelal vol stond met antieke kitsch. In een telefoonboek van 1980 vind ik nog: Campina Antiques Heelsum. In de Telegraaf van dat jaar: GRENENLAND. Waar echt antiek grenen koninklijk verzorgd te vinden is: Huize Campina, Utrechtseweg 102 te Heelsum/ Renkum. 08373-2573 (4 baans te bereiken).

De verdwenen Camping Wilhelminapark, zie Wilhelminapark Heelsum.

Cardanusbossen, Doorwerth. Genoemd naar de N.V. Exploitatie Maatschappij Cardanus  die vanaf 1925 met de ontwikkeling van het huidige Doorwerth is begonnen. Cardanus heeft de landschapsarchitect Tersteeg, gevraagd het Doorwerth-complex en een golfterrein te ontwerpen. De Cardanusbossen worden aan de noordzijde door de provinciale weg 225 gescheiden van de Wolfhezerheide. Aan de westzijde ligt het gehucht Kievitsdel. In het bos aan de van der Molenallee, staat een transformatorhuisje dat een rijksmonument is.

Pension Casa Cara, aan de Utrechtseweg te Renkum. In 1907 is er een veiling van de inboedel: Openbare Verkooping wegens vertrek. De Notaris I. Karseboom te Oosterbeek, zal op Donderdag 20 Juni 1907, des namiddags ten één ure precies, ten verzoeke van den HoogEd.Gestr. Heer C. P. VAN VLIET, ten zijnen woonhuize Villa „Casa Cara", aan den Utr. straatweg, te Heelsum, om contant geld, publiek verkoopen: zijnen geheelen INBOEDEL, (nieuwe stijl en bijna geheel nieuw), bestaande hoofdzakelijk in: Ital. Notenh. Zilverkast, dito Salonkast. Eikenh. Schrijftafel, dito Boekenkastje, Platenkast, Notenh. Dames Schrijftafel, zeer fraai Japansch Kamerschut, dito Wandborden, Japansch en Delftsch, Amor en Psyche biscuit, Schilderijen, Regulateur, Barometer, Eikenh. Eetkamer-ameublement, Chaise Longue, Slaapkamer-ameublement, waaronder prachtige Psyché, Linnenkast en Waschtafel van Djatiehout, Eikenh.- en andere Tafels, Stoelen, Engelsche Ledikanten met toebehooren, Spiegels, Valgordijnen, Linoleum, Karpetten, Loopers,Salon en andere Gasornamenten, Gascomforen, staande Salon-petroleumlamp, Kachels, Fornuis, Keukenkast, fijn Porcelein Eetservies, Glas- en Aardewerk, Keukengereedschap, Hondenhok en wat verder zal worden te voorschijn gebracht. Te zien Woensdag 19 Juni 1907, van 1 tot 4 ure en 's morgens vóór den Verkoop van 10 tot 12 ure. Ook de villa zelf zal te koop zijn, want in 1911 staat in de krant: Zinkdiefstal. Hedenmorgen werden van Oosterbeek naar het Huis v. Bewaring alhier overgebracht twee personen, die in den nacht van Donderdag op Vrijdag j. I. te Heelsum zich schuldig maakten aan diefstal van zink van de onbewoonde villa Johanna. Reeds ongeveer 5 dagen geleden hebben dezelfde personen van de onbewoonde villa Casa Cara te Heelsum eveneens zink gestolen. De daders werden opgespoord door den brigadier der Rijksveldwacht Mousset en den gemeenteveldwachter den Otter, beiden uit Renkum. In 1912 gaat W. Veenendaal zijn nieuwe pension in de krant promoten,
Eigenaar volgens een pensiongids mevr. L. van Beneden-Uitterdijk, op de hoek van het pad (Fonteinallee) naar de Noordberg.
Casa Cara Renkum
In 1910 komt er een oefenterrein van de voetbalverenigng  R.V.C. aan Utrechtseweg naast villa Casa Cara. In een advertentie uit 1924 werd ook "Postkantoor Renkum" op dit adres vermeld. Directrice Mevr. L. van Beneden-Uitterdijk.

Voormalig Pension Casa Rusticana, gebouwd rond 1898, Utrechtseweg 72 en 74 Heelsum. Rond 1950 was het adres Utrechtseweg 35. Ook bekend als pension Koel. Verbouwd in 1973. Met telefoonnummer 337 in 1915 is de boekhandel W. Veenendaal er ook te bereiken. Naast boekhandel had Veenendaal er ook een leesbibliotheek. Later voorgetzet door zijn weduwe en daarna (1931) S.B. de Jong met de naam Boekhandel v/h Wed. Veenendaal; S.B. de Jong. Het woonhuisgedeelte, aan de rechterkant is later verbouwd tot winkel en Hent de Gooyer heeft daar jarenlang fietsen verkocht en gerepareerd. Zijn opvolger werd de heer Klein. Klein stopte rond 2005. Daarna een poos Groot Bruinderink en nu Frank's Fietsenwinkel.

De voormalige Renkumse Caecilialaan, niet één leuk huis, maar een straat vol leuke huizen. Daarna veranderd (rond 1913) in de Fabrieksweg, en tegenwoordig een stukje niet te bezoeken fabrieksterrein. Er staan nu nog twee van de zes schitterende arbeiderswoningen. Met de adressen Fabrieksstraat 5 en Veerweg 1. Volgens de BAG zijn ze voor het eerst betrokken in 2000. Voor het adres Veerweg 1, de vroegere receptie, kent de BAG zelf een woonfuctie! Deze twee panden zouden in de zomer 2018 worden afgebroken.
Renkum Caecilialaan
Waar? In de Dorpsstraat, tussen Delsink en de parkeerplaats ligt de fabrieksweg. Een straat zonder naambordje. 2 van de woningen zijn nog te zien vanaf de N225 (fietspad).
Fabrieksstraat Renkum in 2017
De twee nog aanwezige huizen van de voormalige Caecilialaan zijn nog goed te herkennen in 2017. De voorste woning doet oa. dienst voor de bedrijfsbrandweer, de achterste woning werd gebruikt door de portier van de fabriek. Het "hier melden" loket is nog te zien.
Wes Beekhuizen heeft het in zijn boek: Groen was mijn dorp over de "credietlaan" als de Cealialaan rond 1913 naar Fabriekslaan wordt hernoemd.
 
Het verdwenen verenigingsgebouw Concordia. Was gelegen aan de Utrechtse Straatweg in Heelsum, iets ten oosten van de Kastanjelaan, te noorden van het Koloniehuis. Tegenwoordig is hier een oprit naar De Koningshof.
Op 7 januari 1898 werd  de Doorwerthse burgemeester Ph. F. A. J. Baron van Brakell van Wadenoyen van Doorwerth, gehuldigd bij zijn zevende herbenoeming als burgemeester van de gemeente Doorwerth. De burgemeester bood als tegenprestatie een praktisch geschenk aan: een gebouw waar de verschillende verenigingen gratis terecht zouden kunnen: Concordia. In juni 1898 Concordia geopend, waarbij het “Doorwerthse Mannenkoor” enkele liederen liet horen.
Het Kerkje op de Heuvel was van de Baron van Brakell, en Concordia dus ook. Ten gerieve van de zangvereniging "Doorwerths Mannenkoor" liet  de baron het verenigingsgebouw “Concordia” plaatsen. Onder het dirigentschap van de heer Mantel vonden daar de repetities en de uitvoeringen plaats. Eerst werden een tiental nummers gezongen en na de pauze werden toneelstukjes opgevoerd. Ze zongen op concoursen en dat was voor het kleine koortje, dat uit eenvoudige mensen bestond, al een hele prestatie. Meestal wonnen ze wel een prijs, als stond soms in het rapport van de jury: “Een klein koortje dat zich groot wil voordoen” of “Hang de lier maar aan de wilgen en ga naar huis, mijne heren”. .... De baron was beschermheer van de zangvereniging; hij vulde eventuele tekorten aan.
Uit: De eenvoud van het geluk, zie literatuur.
Gedurende dezen winter zal door de afdeeling (Renkum-Doorwerth der Geld. Overijselsche Maatschappij van Landbouw, J. W. F. Scheffer) een cursus in paardenkennis worden gegeven door den heer ten Sande, rijks-veearts te Oosterbeek, waarvoor zich 18 deelnemers hebben aangemeld. Door den Burgemeester dezer gemeente, den heer Ph. F. A. J. baron van Brakell Doorwerth, is het lokaal «Concordia» geheel kosteloos, verwarmd en verlicht, voor dit doel ter beschikking gesteld. Uit de Arnhemse courant van 13-10-1900
Gisterenmorgen (27-07-1905) ging de Zangvereeniging „Concordia", een gezelschap van 28 personen, directeur de heer Mantels, uit Heelsum, haar jaarlijksch uitstapje houden. Men ging naar den Haag en Scheveningen, dank zij de groote gulheid van den eigenaar van de „Duno", die f 300 heeft gegeven om deze Vereeniging een aangenamen dag te bezorgen. Gisterenavond kwamen de leden met den laatsten trein te Arnhem binnen, om vervolgens de reis naar huis te aanvaarden.
Uit de Arnhemse courant van 28-7-1905
Plattegrond Heelsum circa 1930 bron Gelders Archief
Op deze plattegrond (met toekomstwensen) van Heelsum uit 1930 staat het Verenigingsgebouw aan de Utrechtse Straatweg precies in het midden van de kaart. Open de plattegrond in een eigen venster voor een grotere weergave, of bezoek de bron van het Gelders Archief.
Concordia werd ook door een kerkelijke gemeente gebruikt als parochie-gemeente-huis, voor samenkomsten. 0p 15 maart 1944 brak er brand uit en was op een kleine ruimte na, het stenen gebouw geheel verzwolgen.

Dalzicht, aan de Utrechtsestraatweg 112 op de hoek met de Weverstraat te Oosterbeek. Gebouwd in 1855 door Jan van Embden, Renkums burgemeester van 1866 tot 1892. Na zijn overlijden, bericht in 1897 notaris A. Moll dat het buiten „Dalzicht", met Koetshuis, Tuin en verdere Bijgebouwen, op een veiling is ingezet voor hfl 25,499. Een jaar later, in 1898 begint cuisinier F.N. Heinsius er een pension, dat echter in de winter gesloten is. Hij stopt met het pension in januari 1939. Het pand wordt dan gesloopt en er zijn plannen voor de bouw van zes winkels aan de Utrechtseweg en aansluitend 11 winkels op de Weverstraat. Tijdens de Slag om Arnhem gingen die in vlammen op. G. Robers uit Arnhem mag van B+W voor hfl 2.300,= een weg aanleggen op het terrein van voormalig Dalzicht. De oorlog gooit roet in het water en daarna wordt veel anders. De huidige winkels zijn er in de jaren 50 gebouwd.
Pension Dalzicht Oosterbeek
Ansichtkaart van Dalzicht, rond 1920.

In 1866 opent er een Dames-Kostschool (Inrigting voor opvoeding en onderwijs) in Renkum aan de Dorpsstraat. Bij Manasse kun je er een ansichtkaart van kopen. 
Dameskosteschool Heelsum
De plaatselijke Schoolcommissie van Renkum en Oosterbeek wil graag verklaren dat het Instituut van mejuffrouw A. M. M. Brouwer alle aanbeveling verdient. In 1864 opende zij al een "une maison déducation a Baarn". In 1875 vertrekt mw. Brouwer met de gehele kostschool naar 't Buiten, voorheen het oude Kromhout te Brummen. Als de kostschool weg is wordt het gebouw gebruikt als de kinder vakantie kolonie en tegenwoordig vind je er de Koningshof. De beek is er niet meer.

Dennenkamp Oosterbeek
Op de foto voormalig Huize Dennekamp, tegenwoordig kun je hier parkeren en is er de weekmarkt in Oosterbeek.
Landgoed Dennenkamp, Dit landgoed besloeg een gedeelte van de grond welke in 1836 door de St. Nicolaasbroederschap uit Arnhem werd verkaveld. Een villa werd gebouwd in 1859 (of 1862) door advocaat J.H. Loopuyt. In 1880 wordt het landgoed verkocht aan Jacobus Lebret. Tegenwoordig staat er het Renkums Gemeentehuis te Oosterbeek.
De Lebrets bewoonden jarenlang huize Dennekamp. Prof. Jacobus Lebret (1819-1906) en zijn echtgenote Amelia Lebret-Caland (1830-1899) voelden zich nauw betrokken bij de Remonstrantse kerk. Zij beijverden zich de Oosterbeekse Remonstrantse gemeente onafhankelijk te maken van de Arnhemse en financierden de bouw van een eigen kerkgebouw aan de Wilhelminastraat. Nicolaas M. Lebret, een neef, heeft fortuin gemaakt in Nederlands-Indië, had daar bezittingen, maar ook elders in Nederland (Deelerwoud e.a.). Mej. A.W. Lebret was bij de Oosterbekers als "tante Mies" bekend. Zij stond grond af voor de bouw van een wijkgebouw aan de Joubertweg. Een herinneringstegel aan het wijkgebouw verwijst naar deze menslievende daad. De laatste bewoner was de familie N.M. Lebret. De villa heeft van 1946 tot 1966 als Gemeentehuis dienst gedaan, om het verwoeste gemeentehuis op Bato's wijk tijdelijk te vervangen. Toen op het naastgelegen deel van de Dennenkamp de bouw van een nieuw gemeentehuis was voltooid (1966) werd het oude Dennenkamp gesloopt.
gemeentehuis de Dennenkamp

Dennenoord, Oosterbeek. In 1927 bewoont door dhr. G.F. Lucardie. De familie Lucardie, die de villa welke zij in 1922 kocht, omdoopte in Dennenoord. Het huis werd als villa Casanova in 1863 gebouwd door J.Fock, directeur van de Nederlandse Bank. Op het terrein stond voor die tijd een Korenmolen die door de waterkracht van de beek van de Hemelse Berg werd aangedreven.

Sanatorium Dennenrust, Hartenseweg 50 te Wageningen (post via Renkum).
Het sanatorium Renkum, later Dennenrust is gebouwd in opdracht van dr. W. Kersten uit Heelsum door de architect M.A. van Nieukerken in 1907. Dit jaartal komt uit een boek over deze architect. En uit het telefoonboek van 1905 haal ik:
Telefoonboek 1905
Dan zal het verhaal van de architect net niet geheel kloppen. Al in 1904 begint dr. Haverkorn van Rijsewijk met de bouw van zijn sanatorium. Iin de Oosterbeekse Courant van 25-06-1904 staat: "Bij uitspanning 'Nol in 't Bosch' wordt door Dr. Haverkorn van Rijsewijk (geneesheer-direkteur) een herstellingsoord voor longlijders opgericht." Het herstellingsoord wordt in 1905 in gebruik genomen.
"Het "Herstellingsoord Renkum voor beginnend longlijderessen" van dokter Haverkorn van Rijsewijk lag aan de Zandweg naar Bennekom even voorbij Nol in 't Bosch. Het werd gebouwd door de Renkumse aannemer Van Scherrenburg. Dokter Haverkorn van Rijsewijk kon er als eigenaar en geneesheer-directeur volgens zijn eigen inzichten behandelen. Om zich te profileren onderscheidde hij zich met zijn kleine sanatorium en zijn behandeling nadrukkelijk van het grote ONO. Bij de kleinschaligheid behoorde dagelijks bezoek en aandacht van de arts aan ieder van zijn patienten. Oranje Nassau's Oord was een tot het verplegen van tbc-lijders omgebouwd paleis. Ook de locatie werd er voor aangepast; in 1901 werd er een hele wal opgericht om de patiënten - die veel in de buitenlucht moesten kuren - tegen de oostenwind te beschermen. Het herstellingsoord van dokter Haverkom van Rijsewijk werd naar eigen ontwerp als sanatorium gebouwd en de lokatie was goed voor het doel uitgezocht, het lag meer beschut dan ONO. Er was plaats voor tien patiënten, er waren drie tweepersoonskamers en vier eenpersoonskamers en een badkamer. Er was een keuken en een kamer voor een inwonende verpleegster, een wacht- en een spreekkamer. Bij het gebouw werd bij de ingang een arbeiderswoning gebouwd (1905) voor een tuinman. Bij het nieuwe gebouw waren ruime lighallen en het gebouw had brede balkons zodat patiënten 'de zuivere lucht, het onmisbare medicijn met volle teugen tot zich kunnen nemen'. Met de bouw werd rekening gehouden dat licht en lucht vrije toegang hebben. Op de vloer linoleum, makkelijk stofvrij en schoon te houden. De verwarming was ideaal al. centrale warmwaterinrichting, dus zonder rook en stof. 's Avonds gasoline gloeilicht. Wes Beekhuizen beschrijft in 'Groen was mijn dorp', dat de firma Beekhuizen de inrichting verzorgde. De leiding van de kliniek zorgde voor stipte orde en reinheid. De patiënten kregen vijf maaltijden per dag waarvan twee warm. Het herstellingsoord Renkum werd in april 1905 geopend. ONO was een 'volkssanatorium'. Er was plaats voor zo'n 100 patiënten. Voor on- en minvermogenden was er een fonds waaruit de verpleegkosten betaald werden. Haverkorns herstellingsoord had dat niet, de patiënten komen uit de gegoede klasse. De verpleegprijzen waren hoger dan ONO al vanaf f 3,50 per dag, terwijl dat op ONO f2,20 - f4,- was (inclusief medicijnen)". Bron: Annelies Hoogmoed.
Over de bouw van het Herstellingsoord Renkum is een brief bewaard die dokter Haverkom aan zijn moeder schreef. Hij rekent haar voor hoeveel er geïnvesteerd moet worden en wat de exploitatiekosten zijn. Hij heeft een startkapitaal nodig van f 19.000,- Dit is voor aanschaf van het terrein twee bunder bosgrond voor f 2000,-, de bouw van het herstellingsoord en lighallen, de inboedel, twee jaar salaris voor een inwonende zuster en meid en kosten elektriciteit. Hij schetst ook het slechtst mogelijke scenario: als er in twee jaar geen enkele patiënt komt, stoot hij de inrichting af. Het verlies zal dan f 14.000 zijn. Maar met een bezetting van vijf patiënten raak je uit de kosten en ieder patiënt meer doet de winst evenredig toenemen. Het gebouw is berekend voor 8-10 patiënten. Door van zijn vrouw's geld een paar duizend te lenen, kan het project van start gaan. Bron: Annelies Hoogmoed.
In 1914 was er een uitbreiding, waardoor het aantal bedden van 10 naar 15 werd gebracht. Ook werd toen de hal vergroot, er kwam een ruimere behandelkamer en een spijslift. Annelies Hoogmoed heeft een net iets andere tekst: "Het herstellingsoord werd tussen 1905 en 1916 drie keer vergroot (1907, 1913 en 1916), tot een capaciteit van 20 tot 24 personen. Niet te groot, wat dat is tegen de uitgangspunten van de dokter".
Het sanatorium voor longlijders "Herstellingsoord Renkum' werd in 1930 overgedragen aan de Vereniging Dennenrust. Gelegen in de gemeente Renkum, te midden van de uitgestrekte bossen.
"Het bestuur van de Nederlandsche Vereeniging tot het oprichten en instandhouden van Herstellingsoorden voor handels- en kantoorbedienden, handelsreizigers en handelsagenten, welke vereeniging het Herstellingsoord „Dennenheuvel" te Ossendrecht en het Sanatorium „Dennenrust" te Renkum in exploitatie heeft, bericht, dat op genoemd sanatorium thans een Röntgen-installatie is geplaatst, waardoor het mogelijk is geworden het opnemen van longfoto's en het doorlichten van patiënten op het sanatorium zelf te doen geschieden. De eerste met bedoelde installatie genomen proeven zijn schitterend geslaagd". Uit  Bredasche courant, 05-09-1932.
Telefoonboek 1935:  Dennenrust Sanatorium v. Handels- en kant.bed., handelsreiz. en handelsagenten (ook v. particulieren.) nummer 234.
  De groote Dennenheuvelfilm, die naast een weergave van het leven in het herstellingsoord en sanatorium, de inrichtingen en hare omgeving zelf toonde. De inhoud was zeer belangwekkend, en doordat door de geheele film een aaneengesloten verhaal liep, was er ook een zekere spanning. Op duidelijke wijze geeft de Dennenheuvelfilm een beeld van het sympathieke werk dezer vereeniging en van de mooie resultaten, die zij met haar -■arbeid weet te verkrijgen. Niet alleen- de binnenopnamen in de inrichtingen zelf, doch ook de natuuropnamen in de prachtige omgeving, waarin de huizen gelegen zijn, waren zeer goed geslaagd, zoodat deze film met groote belangstelling werd gevolgd". Uit:  Nieuwsblad van het Noorden 26-11-1937.Sanatorium Dennenrust Renkum "De Haagsche Amateur Filmclub heeft voor de vereeniging „Dennenheuvel" een film in drie delen vervaardigd van het herstellingsoord „Dennenheuvel" in Ossendrecht (N.-Br.) en het sanatorium „Dennenrust" in Renkum (Gld.)" Uit: Haagsche courant,  29-11-1937
  Begin 1940 is zuster  Molenaar de directrice van Dennenrust.
"Het bestuur van de vereeniging Dennenheuvel  bericht, dat haar herstellingsoord Dennenheuvel te Ossendrecht, dat door militairen tijdelijk was bezet, en haar sanatorium Dennenrust te Renkum, dat ook gedurende de oorlogsdagen was geopend, maar door een aantal patiënten was verlaten, beide weer in vol bedrijf zijn en patiënten zullen ontvangen". Uit: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 29-06-1940.Dennenrust Wageningen
 In 1932 kreeg men een eigen Röngtenapparaat. Geneesheer van dit sanatorium en oprichter was Dr. C. Th. Rijsewijk van Haverkorn, de huisarts, de wethouder.
De oorlog leverder weinig schade aan het pand men kon gewoon verder fuctioneren.
"In verband met haar vertrek naar het buitenland heeft mevr. Ch. M. Deterding(--Knaack) geschonken aan „ Vereninging Dennenheuvel", haar riante villa met de daarbij behorende 3,2 ha grond, gelegen aan de Soestdijkerstraatweg te Hilversum. De vereniging heeft besloten dit pand op zo kort mogelijke termijn als herstellingsoord te gaan exploiteren. Hiermede gaat zij naast het herstellingsoord „Dennenheuvel" te Ossendrecht (N.Br.) en een sanatorium „Dennenrust" te Renkum (Geld.) een derde herstellingsoord te Hilversum exploiteren." Uit De Tijd, 23-03-1955. Dit wordt dan het Herstellingsoord Overbosch, later Dennenheuvel. In 1956 is het gedaan met de TBC. Het Rusthuis Dennenrust komt leeg te staan en de inboedel wordt verkocht. Dennenrust wordt daarna een bejaardencentrum voor gerepatrieerde  bejaarden uit Indonesië. Rumah Kita wordt per 1 maart 1958 opgericht onder de naam Stichting Dennenrust. Zorg werd geboden in het voormalige sanatorium, een grote villa aan ongeveer 20 bewoners. Om te kunnen voldoen aan de grote vraag van ouderen werd in 1972 een nieuw gebouw geopend op hetzelfde terrein als de villa. Dit gebouw had een capaciteit van 130 plaatsen. Het bejaardenhuis groeide uit tot een verzorgingshuis met aanvullende verpleeghuiszorg. De naam Stichting Dennenrust verandert in Rumah Kita in 2008.
Tussen eind 2007 en februari 2008 gaat Rumah Kitah verhuizen naar een nieuw en modern woonzorgcomplex aan het Plein 15 Augustus 1 te Wageningen. Het ligt in de bedoeling Dennenrust af te breken en het geheel weer te doen opgaan in de natuur. Net als het naburige ITAL. Doch nood breekt wet: anno 2010 wordt Dennenrust gebruikt door het bejaardencentrum de Tollekamp uit Rhenen, zij bouwen in Rhenen op de oude locatie een geheel nieuw zorgcentrum. Op 4-7-2012 kunnen de bewoners weer terug naar Rhenen en komt Dennenrust weer leeg te staan. Later in 2012 wordt Dennenrust eigendom van een exploitatiemaatschappij (Egbert Schiphorst). Een ondernemer in de recreatieve branche, die het verzorgingshuis Dennenrust verbouwde en een bij de bestemming passende huurder vond: de stichting Jah-Jireh, een gemeenschap van Jehova’s getuigen. Men gaat verbouwen naar 85 appartementen en het moet in 2013 klaar zijn voor gebruik. Veel rumoer in de directe omgeving. Is Dennenrust gekraakt? "Jah-Jireh is op een uiterst slinkse wijze te werk gegaan, en heeft Dennenrust gekaapt." De gemeente Wageningen vindt dat de actuele bewoning van Dennenrust niet in het bestemmingsplan past. Nog meer rumoer. Er komt een oplossing en Jah-Jireh Wageningen kan er blijven zitten.

Voormalig Deo Sacrum een rooms-katholieke kerk, Dorpstraat, weg naar Wageningen tegenover het voormalige hotel Campman. Werd op 29 september 1840 ingewijd. Links ervan was een bescheiden kerkhof. In 1923 werd dit bedehuis afgebroken, nadat vooraan in de Dorpsstraat een nieuwe kerk was gebouwd. Lees meer bij kerken.

Verdwenen Huize Digoël Sawa, Arnhemsche courant 11-07-1925; Te Koop: "Heerenhuis „Digöel Sawa" Renkum. Notaris G. D. C. Valewink te Oosterbeek, zal op Woensdagen 15 en 29 Juli 1925, telkens des namiddags ten 2 ure in het café Van den Born aan de Kerkstraat te Renkum, bij inzet en toeslag, publiek veilen en verkoopen, het Heerenhuis: „Digöel Sava" met daarnaast gelegen afzonderlijk woonhuis, garage, stal, schuur, tuinhuisje, kippenhok, erf, boomgaard, moes- en siertuin, met warme kas en bouwterrein aan de Dorpsstraat te Renkum, kadastraal bekend gemeente Renkum, sectie D, nommers 1031 en 1032, te zamen groot 48 aren, 35 centiaren". Daarna Hotel Rijnzicht, daarna Bejaardenhuis Rijnhof, Oud adres Dorpstraat 28, Renkum. Nieuw adres Dorpstraat 50.
Het oude hotel werd na de WW II afgebroken en werd het een verpleeghuis. Sinds eind jaren 1980 hoorde het bij de stichting Oranje Nassau’s Oord. Afgebroken en tegenwoordig staat er het Verpleeghuis De Rijnhof - Renkum. En de nieuwbouw kwam klaar in 1998.
Meer lezen: Burgsteyn, C. Herinneringen aan Digoël Sawa, hotel Rijnzicht en Rijnhof, in de Veluwepost van vrijdag 20 maart 1998. Lees meer over het hotel en daarna bij het gedeelte over café's en hotels.

Doornekamp, Renkum.

Café de Doornenkamp, Doornenkampseweg 1 te Heelsum, bij de Theophile de Bockweg. In vroegere dagen een cafe, tegenwoordig woonhuis. Het pand is voor het eerst bewoond in 1927.
Heelsum Doornenkamp

De Doornenkamp, Benedendorpseweg ter hoogte van 163 - 165, Oosterbeek. Gebouwd in 1813, uitgebreid naar een logement in 1850 of 1853 (zie de tekening hieronder).Logement Doornekamp Oosterbeek
Het logement de Doornekamp te Oosterbeek zoals het / bestond voor de verandering in 't voorjaar van 1853.
In 1860 vestigt de weduwe A. van Muiswinkel zich als hotelier op de Doornenkamp. De heer Dirk Klaasen, schoonzoon van mw. Muiswinkel  begon in 1872 als uitbater. In 1931 wordt het hotel gesloten en gaat verder als vakantiehuis voor jonge vrouwen. Later in 1931 gaat de firma Van Dolderen er een wasserij in beginnen. Verloren gegaan in 1944. Ooit was Hotel De Doornenkamp eigendom van Jan Kneppelhout.
Doornenkamp Oosterbeek

Hoeve  Doorwerth, in 1935 bewoond door J.G. Jurrius, landbouwer.

Huize Doorwerth, Heelsum (niet meer als zodanig bestaand). Een uitgebreid verhaal.

Kasteel Doorwerth, bekend sinds 1260, verwoest in 1944-45. Vrijwel geheel herbouwd, officiële opening in 1986, meerdere gedeelten waren eerder open. Kasteel Doorwerth en de andere 3 musea in het Kasteel.

De Gemeente Doorwerth. 1795 (1817) - 1923. We leven nu in het tweede gemeente Doorwerth-loze tijdperk. Zie hier meer over de Gemeente Doorwerth.

De Doorwerthse molen werd tussen 1741 en 1756 gebouwd in opdracht van graaf Willem Bentinck, eigenaar van het kasteel Doorwerth. Lees hier meer over bij de pagina over molens

De Doorwerthse Waarden liggen westelijk van Kasteel Doorwerth. De Nederrijn heeft er meerdere oude stroomgeulen achtergelaten. Een geul ten westen van de A50 is ontwikkeld tot vogelreservaat als onderdeel van 'ruimte voor de rivier'. Graaf Willem Bentinck liet de Waarden vanaf 1741 nog droog pompen door de Doorwerthse windmolen voor meer grasland. Het silhouet van een steenfabriek beheerst vanaf 1927 het uitzicht. Hier bakte Wienerberger in een moderne oven bij 1100 graden vooral straatstenen. De crisis in de bouw maakte er in 2011 een einde aan. De baksteenfabriek werd ontmanteld in 2015. De fabriekshallen worden nu gebruikt door Frank Pouwer voor opslag van historische bouwmaterialen en het Renkumse bedrijf Hooijer die er bio-brandstof (versnipperde bomen e.d.) voor oa Parenco opslaat en maakt.

Dorenbos, Parallelweg Wolfheze, wordt sinds kort ook een landgoed genoemd.

Villa Doristeti, Lebretweg 1, Oosterbeek. In 1905 in opdracht van jhr. Nedermeijer Ridder van Rosenthal gebouwd.
villa Doristeti
Jhr. Nedermeijer, Ridder van Rosenthal, gemeente-secretaris van 1901 tot 1907 en van 1907 tot 1917 burgemeester van Renkum, heeft er gewoond.

Dorpstraat 160 te Renkum. De voormalige Hervormde pastorie. Volgens de BAG is het huidige pand in 1823 betrokken. Volgens Heemkunde is er op deze locatie een ouder pand (ook pastorie!) in 1823 afgebroken en zij hebben een foto van een aquarel van dit oudere gebouw. C. Burgsteijn schrijft dat: de oude pastorie aan Onder de Bomen steeds meer klachten geeft en veel onderhoud vraagt. En daarom wordt in 1823 besloten tot de bouw van een nieuwe pastorie aan de Dorpsstraat. De bouw hiervan wordt voor een bedrag van f3775,— gegund aan de aannemer Tollemeyer uit Huissen. Dit gebouw bestaat nog, al is het sinds 1930 geen pastorie meer.  In 1930 wordt villa Overweide aan de Utrechtseweg 123 in Renkum gekocht en gaat de dominee daar wonen. De woning wordt dan een dokterswoning met praktijk.
de oude pastorie, dokterswoning, Renkum
In augustus 1972 nam Dr. W.J. de Graaf de praktijk over van Dr. Kool. Daarvoor was er dr. J.F. Boerma (1908-1997) (gehuwd met A.L. Brinkman Visser) huisarts van 1937 tot 1959. Vroeger was het tramstation er precies tegenover gelegen.
 In 1980 kwam het pand leeg te staan omdat de huisartspraktijk werd verhuisd naar de nieuwbouwwijk tussen de Hogenkampseweg en de Nieuwe Keijenbergseweg te Renkum. Daarna is het een poosje ingebruik geweest voor diverse activiteiten, zo heeft VluchtelingenWerk Renkum er een kantoor gehad. Dan komt het weer leeg te staan, en daarna wordt het in gebruik genomen voor meerdere vormen van Begeleid Kamer Wonen tot Tehuis. Sinds 2016 staat het pand er weer verlaten bij.
Achtereen volgende eigenaren: Herv. Pastorie Renkum; George Hendrik Führi Snethlage, ingenieur uit Renkum; Jacob Folkerus Boerma, arts uit Renkum; Verkeer en Waterstaat; Willem Jacobus de Graaf, arts uit Renkum; Centrale Woningstichting Gemeente Renkum en later de zelfde Centrale Woningstichting Renkum te Doorwerth. Het pand staat er nog steeds

Dreijen - Dreyen - Dreyden - Dreden - Dreiën, Oosterbeek. In 1305 was het goed Dreden eigendom van de Commanderij van Sint-Jan te Arnhem. Dreden, of te wel de latere buurtschap Dreijen ligt in het gebied ten noorden van de Utrechtseweg, gelegen tussen de bouwhoeve ‘De Sonnenbergh’ ten westen, en de uitgestrekte heidevelden van het klooster Mariëndaal ten oosten. De Commanderij schonk de Dreijen in de 16de eeuw aan het Sint Nicolaas broederschap te Arnhem. De Sint Nicolaas broederschap was een liefdadige instelling die arme mensen hulp en steun verleende en zo nodig onderdak verschafte in het Sint Nicolaas Gasthuis. In 1832 omvatte de Dreijen de gronden die tussen de latere spoorbaan Utrecht-Arnhem en de Utrechtseweg en tussen de weg van Oosterbeek naar Papendal, de ongeveer latere Steynweg, en de huidige Stationsweg lagen. Naast dit rond 50 ha grootte landgoed had hij ook nog ± 13 ha langs de Utrechtseweg in bezit. Later lag hier
de buitenplaats de Dennenkamp en nu staat hier het gemeentehuis met het marktplein. In 1825 komt het landgoed te koop: Uit de hand te koop: Het landgoed Dreijen, gelegen in het aangenaamst gedeelte van Gelderland, Gemeente Oosterbeek, drie kwart uure vau de Stad Arnhem, aan den Straatweg van daar op Utrecht, en zijnde omringd van de Landgoederen Mariëndaal, Lichtenbeek, den Hemelschenberg en den Oorsprong; bestaande in deszelfs zeer bewoonbare onlangs gedeeltelijk nieuw gebouwde Huizing en Stalling, met extense Tuin, voorzien van exquise Vruchtboomen, Wandelingen, Lanen met oogaande Boomen, Waterpartijen, waarvan de Bronnen zich ep het Goed zelve bevinden; voorts bouw- en weiland, akkersmaalsbosch en opgaande eiken, beuken, elzen, dennen, peppelen en ander hout, zijnde met de daartoe behoorende bouwplaatsen te zamen groot ongeveer 42 Bunders; te aanvaarden naar verkiezing, dadelijk of met mei aanstaande. Nadere informatien zijn te bekomen ten Kantore van den Notaris Mr. Jacob Nyhoff, in de Bakkerstraat te Arnhem. Opregte Haarlemsche Courant van 29-10-1825.
De koper is Jan van Delden. Van Delden was ongehuwd en rentenier, geboren en daarvoor wonende te Groningen. Jan van Delden overlijdt in 1832 al op 58 jarige leeftijd en de erven zien zich gedwongen de dure spullen, koetsen, paarden, te laten veilen.
In 1832 stonden in dit gebied nog twee schaapskooien, wat erop wijst dat er ook heidegronden waren. Om enig inzicht te krijgen in de omvang van het gebouwde eigendom op dit landgoed dient de vergelijking van het belastbare inkomen met andere gebouwen voor de grondbelasting. Voor Huize Dreijen bedroeg dit f 150.--. Alleen Mariëndaal met f 255.--, de Hemelseberg met f 300.-- en Hartenstein met f 210.-- werden in de kadastrale gemeente Oosterbeek hoger aangeslagen. Na de veiling in 1833 wordt J. H. L. Maurenbrecher de nieuwe eigenaar. Rond 1834 - 1839 verkoopt de St. Nicolai Broederschap aan Maurenbrecher, een stuk heideveld op Dreijen, nadat de eigenaren van de aangrenzende schaapsdriften hadden te kennen gegeven daartegen geen bezwaar te hebben. Het heideveld bedroeg ruim 226 ha. De St. Nicolaibroederschap verkocht heel veel grond in die jaren in de omgeving van Schaarsbergen, Terlet en Deelen. Het gekochte goed, waaronder een boerenhoeve van 4,9 hectare en schaapskooi met omliggende gronden van 1 hectare was jaren later de locatie waarop Dreyeroord gebouwd zou worden. Lees voor de geschiedenis van de boerenhoeve verder bij hotel Dreijeroord.
Graaf van Rechteren Appeltern, was van 1883 tot 1885 eigenaar van het huis Dreyen.

Villa Dreijerheide, Oosterbeek. (Graaf van Rechterenweg 51). Het pand is gebouwd in 1907. De eerste functie van het grote huis was een pension genaamd "de Heidehof". In de villa “De Heidehof” woonde Johannes Jacobus Eugenius Hyacinthus Maria de Bruijn (1864-1915). In 1927 woont er mw. Mevr. de Bruyn-van Lede. Villa Dreijerheide was het hoofdkwartier van de 21ste Independent Parachute Company op 18 en 19 September 1944. In 1966 kwamen hier de nonnen van de Congregatie der Kleine Zusters van de Heilige Jozef. De nonnen waren o.a. werkzaam op de nabij gelegen Paula Stichting, tot 1980. In de jaren 1990 - 1998 ? was dit pand een asielzoekerscentrum. Daarna bedacht het COA om er een Noodopvangvoorziening voor uitgeprocedeerde asielzoekers van te maken. Dit eindigde in 2010 ?. Het pand was in 2006 al gekocht door de gemeente Renkum. Het zou afgebroken worden en zou er plek komen voor 32 woningen in de sociale sector en 8 vrije sector woningen. Gemeentelijke plannen en werkelijkheid: De villa staat er nog, er zitten kantoren in. In de tuin staan meerdere stadsvilla's. Op de plek van de tuinmanswoning staat een flat met vrije sector huur-appartementen.

Huis later hotel Dreijeroord. (Graaf van Rechterenweg 2 Oosterbeek). Maurenbecher was gehuwd Henriette Elisabeth Maurenbrecher - Swaving. Zij was testamentair erfgenaam en had een zoon uit een eerder huwelijk, Johannes Vincent Westrik (1802-1844). Hij is raadsheer bij het Gerechtshof van Gelderland in Arnhem als hij, enig kind en wettig erfgenaam, na het overlijden van zijn moeder en stiefvader Maurenbrecher een groot stuk Dreijen in eigendom krijgt. Westrik voert vanaf 1840 onderhandelingen met de nieuw aan te leggen Rijn spoorweg voor het traject Utrecht - Arnhem. Hij gaat akkoord met een een vergoeding van 34.206 gulden. Westrik wil met dit vele geld een leuk buiten laten bouwen op de plek van de oude boerenhoeve. Helaas overlijdt Westrik in 1844. De weduwe Catherina Elisabeth Westrik - Paradijs zet het bouwplan door en laat een nieuw huis Drijen bouwen. Twee kinderen: Johanna Paulina Elisabeth Westrik (1838-1900), dan 7 jaar oud, en Henriette Christina Westrik (1818-1890), 18 jaar oud, leggen de eerste steen op 23 oktober 1847. De eerste steen bevond zich toen aan de oostzijde van het pand maar werd met een verbouwing in de 20ste eeuw overgebracht naar de zuidmuur van het hotel. Lees meer bij hotels, café s, e.d.

Het Drielse veer  (1000 - heden)
Drielse Veer Oosterbeek
Dit schilderij van Paul Joseph Constantin Gabriël gemaakt in 1863 hangt in het Dordrechts Museum  Ruw geschat bestaat het Drielse veer al vanaf het jaar 1000. Site van het actuele Drielse veer Het Drielse Veer op Wikipedia
Drielse Veer

Drukte bij het Drielse veer  rond 1965. Op de voorgrond het Drielse veer met fietsers, wandelaars en o.a. een Volkswagen. Bij de steiger van de Westerbouwing ligt de “Jan Koppe” van rederij Heijmen.. Ook het Zwaanyjre vertrekt volgeladen met dagjesmensen naar de Westerbowing. En dan nog de vele touringcars. Op de achtergrond de uitkijktoren van de Westerbouwing.

Het goed de Drieskamp te Heelsum, Utrechtseweg 30. De Drieskamp ligt aan de Heelsumse beek die tot 1923 de grens tussen de gemeenten Doorwerth en Renkum markeerde. De oorspronkelijk zuidelijke molen van de Drieskamp lag officieel in de gemeente Doorwerth. Het waren gronden van de heerlijkheid Doorwerth die in erfpacht werden uitgegeven. Ooit waren er twee molens schuin tegenover elkaar aan de Papiermolenbeek, c.q. Heelsumsebeek. De Noordelijke en de zuidelijke molen op de Drieskamp zijn beide in 1728 gebouwd. De noordelijke molen is omstreeks 1820 afgebroken. De zuidelijke molen heeft dienst gedaan tot 1872 en omstreeks 1874 afgebroken, daarna werd hier een wasserij gebouwd ‘De Drieskamp’. Lees hier meer over bij de pagina over molens. Het is nu een woonhuis. De Papiermolenbeek begint ten oosten van hotel Wolfheze, dicht bij de spoorlijn. Hier liggen diep ingegraven sprengen. De diepte was nodig om bij het grondwater te komen.
Boerderij Drieskamp, bron Gelders Archief

Drieskamp Heelsum
Drieskamp opname rond 1900.

Duits Kamp in Wolfheze.
Volgens Demoed is het barakkenkam in 1917 aangelegd: "Ten behoeve van dit kamp werd  hierop een gebied van 35 ha bos en heide ontgonnen. Hierop werden de barakken geplaatst, en een deel der gronden geschikt gemaakt voor groententeelt t.b.v. de kampbewoners. Om het kamp heen werd een straatweg aangelegd, de ons thans nog welbekende Duitse Kampweg".
Duits internerings lager
Tussen april en eind november 1918 bevonden zich er een 415 tot 725 geïnterneerden in het Duitse kamp in Wolfheze (bron W.H. Tiemens 1988 Vereniging Gelre). Elders lees ik 880 soldaten. Dat geïnterneerd zijn was bepaald minder dramatisch dan het klinkt, want de Duitsers die er waren ondergebracht, zaten daar op grond van een overeenkomst tussen Engeland, Duitsland en ons land. Omdat men het met goed vond om jonge kerels doelloos achter prikkeldraad te houden, was overeengekomen dat een 14.000 militairen en 2.000 burgers, die in Engeland krijgsgevangen •werden gehouden, naar ons — neutrale - land 'werden overgebracht. Ze zouden zich hier wat vrijer kunnen bewegen en werk kunnen verrichten of kunnen gaan studeren. Tegenwoordig herinnert de Duitsekampweg nog aan de locatie. De barakken stonden vanaf de Wolfhezerweg aan de linkerkant van de weg. Zie ook Henriëtte hoeve.

De Duno. Gelegen ten zuid-westen van Heveadorp. Klik op deze link voor een uitgebreider verhaal over de Duno!
de Duno brug
De Duno brug in 2016 (witte stenen geaccentueerd).

Huis de Eekhorst, Heelsum, ontworpen door architect F.A. Eschauzier.

Het verdwenen Huize Eekland op de Zilverberg Doorwerth, Italiaanseweg 3 te Doorwerth,
uitgebrand april 1945. Nooit terug gebouwd. Op het landgoed de Zilverberg is goed  wandelen. Er zijn nog enkele grafheuvels zichtbaar. De Doorwerthse clusterwoningen zijn gebouwd op het voormalige Landgoed de Zilverberg. Meer lezen: het artikel van Willem Tiemens oa over het Eekland. Zelf zoek ik contact met nazaten van Willem Tiemens. M'n mailadres staat onderaan deze pagina!

De Eikenhof. Op de hoek Dunolaan en Italiaanseweg in Doorwerth. Lees meer in het artikel over de Duno. En lees over de Joodse huisarts die er in de oorlog woonde!

Huize de Eikenhof, Van Ingenweg 14, Renkum.

Voormalige Villa Erica, Utrechtsestraatweg, hoek Kurhausweg C20 Renkum, verkocht in 1910 aan R. Remmerde.

Villa Eureka, Utrechtseweg 181 Oosterbeek. gebouwd in 1885.

Het Everwijnsgoed aan de Bennekomseweg 160 te Renkum.
Het Everwijnsgoed door Ton v d Wal in 1973
De huidige boerderij staat op de plaats waar in 1627 ook al een boerderij stond. Everwijnsgoed heeft vanouds behoord tot de bezittingen onder het landgoed Quadenoord, dat sinds het midden van de 17de eeuw in bezit was van het geslacht Van Gendt en van 1703 af als Gelders leen werd vermeld.
"Het erve en goed Everwijnsgoed, bestaande in huys, hoff, berg, twee schaapschotten en terrein, de weyde agter den hoff zuydelijk over de derde beek en het weytje daarnaast westelijk de derde beek, voorts den krommen akker, bouwland, een akkermaalsbosje daarbij, het bouwland en driestland, het heyveld met eenige strnyken akkermaal, de buytenallee met de scheidwal tegens voorn, heyveld en het regt van bépoting van de eene zijde van de allee, mitsgaders de eene helfte van de heg van scheydinge tusschen deese bouwinge en de plaats genaamt ten Broek of Breunis Reynders, voorts een aandeel in het Wageningsche groot akkermaalsbosch, te samen gelegen in het schependom van Wageningen, groot ongeveer vijf en veertigh morgen, vijf hond en een en vijftigh roeden; de plaatse, daar de afgebrande molen heeft gestaan, mitsgaders de heg tusschen de eerste en tweede beek daar tegen aan en eyndelijk een klaverkampje leggende tusschen de tweede en derde beek in het schoutampt van Rencum, samen groot een morgen, een hond, negen en sestigh en een halve roede; sijnde thans een bijsonder leen en afgespleten van den Quaden oort cum pertinentiis, opgedragen door Wilco Holdinga Tialling Camstra thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg aan Egbert Janssen en Fijtje de Haart , ehelieden, die daar weder mede heleend sijn, 11 May 1791." Uit Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen; Gelre 1917.
De naam, gebeiteld in de gevelsteen boven de voordeur, duikt voor het eerst op in de papieren uit 1790. In 1791 wordt het Everwijnsgoed genoemd bestaande uit: een huis, hof, twee schaapskotten, een akker over de Oliemolenbeek en het weitje daarnaast. Behorende bij de boerderij wordt ook genoemd “de afgebrande molen” wat impliceert dat een watermolen in werking was aan de Halveradsbeek die direct langs de boerderij stroomt. Lees hier meer over bij de pagina over molens. De afgebrande molen stond destijds achter “De Beken”. Uit de annalen is in ieder geval bekend dat in 1805 jonkheer C. de Munter, destijds eigenaar van landgoed Keijenberg, de boerderij herbouwde. In 1832 is Pieter Arend de Veer, een rentenier, eigenaar van de boerderij en omliggende landerijen.
Gerrit Jacob Peelen (1840-1891), was landbouwer op “De Beken” in Renkum van 1873 tot 1880. En later boer op het “Everwijnsgoed” te Renkum vanaf 1889 tot aan zijn overlijden in 1911. Hij wordt dan opgevolgd door zijn zoon Gerrit Peelen (1882-1940) die het Everwijsgoed nog tot 1922 heeft.
Het Everwijnsgoed is een zogenaamde Betuwse T-boerderij. Het woongedeelte is van de weg afgekeerd. De rechter schuur werd in 1854 gebouwd, terwijl de middenschuur een in 1900 overdekte mestvaalt is. In 1972-73 is Staatsbosbeheer de Eigenaar en onderneemt „Vijf dorpen in het Groen" een actie richting de Monumenten commissie van de provincie Gelderland, om van de niet-beschermde, landschappelijk zeer fraai gelegen boerderij een monument te maken. Er was een gevaar dat de boerderij gesloopt zou worden wegens het verloren gaan van de bedrijfsfunctie. De boerderij stond toen leeg, was te koop voor Hfl. 975.000,= (in andere advertentie Hfl. 795.000,=) exclusief een erfpacht voor de 12.000 m2 grond. In 1980 is de boerderij in gebruik genomen als leerboerderij en werden er cursussen gegeven. Zoals weven, spinnen, broodbakken en tuinieren. Everwijnsgoed is in 1991 verkocht. Vanaf 31 december 1997 werd de boerderij eigendom van de Stichting Monument Everwijnsgoed. Een restauratie begon in 1999 en werd afgerond in april 2001. Tegenwoordig is er een cultureel centrum en horeca. Op zomerse zondagen is het er goed toeven.
Everwijnsgoed, een leerboerderij.
In 2018 staat het Everwijnsgoed van het Staatsbosbeeer te koop. Het is medio 2019 gekocht door Rejoko Beheer - Trooster Vastgoed uit Bennekom.

EventTheater CO (voormalige Concertzaal) Oosterbeek. In 1867 kocht de hier vaker genoemde Jan Kneppelhout een stukje grond in Oosterbeek om daar een atelier met een koffiekamer te bouwen. Bedoeld voor de vele kunstenaars uit de Renkumse dorpen en de gemeente Doorwerth. Kneppelhout fungeerde als mecenas en de ontmoetingsruimte was een van zijn instrumenten. In 1886 werd de ontmoetingsruimte omgebouwd tot concertzaal en verenigingsgebouw. De concertzaal was met name bedoeld voor de violist Jan de Graan. Kneppelhout was helemaal weg van deze jongeman, die toen tijdelijk in Parijs verbleef. Voordat de concertzaal klaar was overleed Jan de Graan, veel te jong dus. Kneppelhout vermaakte de concertzaal aan de Gemeente bij zijn overlijden. En vandaar dat de zaal er nog steeds is. Meerdere verenigingen maken er gebruik van. Sinds 2012 is het beheer in handen van Jan van Hooidonk, die daarvoor de oude brandweerkazerne c.q. het koetshuis van Hartensteijn tot een toprestaurant had gemaakt. In 2016 is er weer een verbouwing en krijgt de concertzaal een nieuwe naam: EventTheater. CO. Met CO in de naam blijft de oude geschiedenis zichtbaat. CO - Concertzaal Oosterbeek.
Concertzaal Oosterbeek, tekening: Dick Caderius van Veen
De Concertzaal in Oosterbeek; bron (met toestemming): Dick Caderius van Veen.

Voormalige villa Ewilca, Renkum uit 1864. Villa Ewilca was het buitenhuis van Hendrik Lodewijk Ploem (1810-1882) met een grote tuin, koetshuis en verdere bijgebouwen. Gelegen tussen de Utrechtseweg en de Groeneweg. Het erf liep aan de achterzijde door tot aan het zandpad dat later de Groene Weg werd en over dat pad was nog een bosje van eikenhakhout, dennen en lariksen dat Ploem’s bosje werd genoemd. Dit bosje liep door tot de huidige Joan Beukerweg. Nadat Petronella Ploem in september 1920 is gestorven, koopt (zakenman-)pastoor Wolters namens de Rooms Katholieke Kerk in december 1920 villa Ewilca met de bijbehorende gronden. Het kerkbestuur doet villa Ewilca vervolgens met de tuinen over aan de zusters voor Hfl. 30.000,-. Achter in de tuinen wordt vervolgens de meisjesschool St. Ursula gebouwd welke op 1 december 1921 in gebruik wordt genomen en nu nog steeds aan de Groeneweg 12 staat. De zusters hadden inmiddels de tot klooster ingerichte villa Ewilca betrokken en deze de naam villa St. Ursula gegeven. Ook wel het Ursulinenklooster genoemd.  De gronden achter villa Ewilca bestemde de kerk voor een kerkhof, de huidige R.K. begraafplaats Mariahof aan de Groeneweg.
Villa Felicia, Heelsum. In 1926 geveild.

Felixoord, Ommershoflaan Oosterbeek. Castendijk liet in 1913 de villa 'Ommershof bouwen Gesloopt in 1950 voor het huis Felixoord. Op dit terrein werd het Vegetarisch centrum gebouwd. Een gedeelte van het terein was van huize Ommershof, hoek Oranjeweg, graaf van Rechterenweg. Aan de Graaf van Rechterenweg stond ook het instituut 'Berg en Dal' dat in een fraai park gebouwd was. Dit instituut heeft een tijd dienst gedaan als kostschool (De kostschool van Westra). De villa Berg en Dal werd gesloopt in 1988. Later werd dit gebied toegevoegd bij het verzorgingstehuis voor oudere vegetariërs Felixoord.

Villa Floreal, Stationsweg 24 te Oosterbeek. Een gemeentelijk monument.

Fluitersmaat, Renkum. Een oud goed. Gelegen aan de Fluitersmaatseweg. Later is deze weg omgedoopt naar de Van Ingenweg (verwijst naar de kunstschilder Hendrik Alexander van Ingen (1846-1920)) en de Bram Streeflandweg (verwijst naar de Renkumse verzetsman Abraham Streefland (1906-1945)). Meer info over deze wijk.

Landgoed Franse Kamp, tussen Heelsum en Bennekom.

Voormalig pension Frisia, Renkum. Het pension werd zo rond 1908 gerund door de dames Nanning.
Pension Frisia Renkum

Villa Geldersche Blom, Benedendorpsweg 106, Oosterbeek. Na aankoop in 1831 door Antonie van Muiswinkel, koetsier bij Robidé van der Aa op “de Hemelsche Berg”, werd het oorspronkelijke huis “de Geldersche Bloem” gesloopt. Het huidige huis “de Geldersche Blom” stamt uit 1887 en is na de oorlog in oude glorie hersteld. link. Een gemeentelijk monument.

Voormalig Huize Gelria, Utrechtseweg, hoek met de Theophile de Bockweg, Renkum. De Th. de Bockweg liep toen nog door tot aan de Utrechtsestraat. Rond 1890 gebouwd door dhr. Hoed. Het huis had toen een andere naam: villa Goulet. Voordien stond er een boerderij annex herberg. In 1898 vestigd dhr. dr. H.W. Marx er hotel en kurhaus Heelsum. Hij laat er een sanatorium en badruimte bij bouwen, door de aannemer Joh. Mentink in oktober 1898. Voor een bedrag van Hfl. 17.340,-. Men kon onder meer kiezen uit Russische stoombaden en Romeins-Ierse baden. Volgens de verhalen heeft het kurhaus nooit gefloreerd. Er is een  faillissement en nog een doorstart. Helaas, in 1915 werd het verkocht aan dr. Lingbeek uit Arnhem om als herstellingsoord te worden ingericht.
"Het pension bleek eigendom te zijn van een groote Amsterdamsche bank, en bestemd als vacantieoord voor haar employe's ; de hoogeren mochten 't eerst veertien dagen kiezen, dan de gehuwden, die met hun vacantie nemen afhankelijk waren van de schoolgaande kinderen, dan de ongehuwden in voor- en naseizoen, tot eind October toe, en reeds in Maart aanvangend. Zoo was het vrijwel 't heele jaar door open. Van November tot en met Maart werd het grootste deel van het personeel ontslagen. Een klein gedeelte bleef voor de schoonmaak en allerlei werkzaamheden, die er den korten tijd dat er geen gasten waren, te doen bleven". Uit: G.J. Peelen; De ongerepte uitzet, 1934. Pagina 87, dit gedeelte gaat over de periode 1918 - 1923.
In 1934 is dhr. G. Heukelom er directeur. Andere namen voor dit gebouw: Sanatorium, Sanatorium Lingbeek, Kurhaus Bad Heelsum. In 1944 werd het gebouw grotendeels verwoest. In 1949 werden de restanten gesloopt. In 1969 wordt er een grote flat gebouwd dat in 1970 open gaat als de verzorgingsflat Hoog Heelsum. Vanaf 2006 gaat Mooiland Vitalis meerdere koopappartementen van Hoog Heelsum weer omzetten naar huurappartementen. De Serviceflat Hoog Heelsum staat er nu nog steeds.
Huize Gelria Renkum
Kurhaus bad Heelsum
Gelria Renkum
Gelria Renkum

Voormalig Gemeentehuis, Utrechtseweg 107, hoek van Embdenweg. Oosterbeek. Tegenwoordig de kunstgalerie Albricht.
Gemeentehuis Oosterbeek
Van 1823 tot 1851 vergaderde het gemeentebestuur in de Koude Herberg. Na 1851 ging men ombeurten vergaderen in de herberg De (Vergulde) Ploeg, Benedendorpsweg, te Oosterbeek, of De Bok in Renkum. Bij Jan van Embden (1823 -1896) burgemeester van de gemeente Renkum van 1866 tot 1892 werd er in 1866 een gemeentehuis gebouwd op de hoek van de later naar hem genoemde weg en de Utrechtseweg. Na de verhuizing van het gemeentehuis naar huize Bato's Wijk komt er een politiebureau van 1928 tot 1973, zoals op de ansichtkaart hierboven is te zien. Vanaf 1978 in gebruik door de Muziekschool Canterhijn. In 2002 begint er de huidige bewoner: kunsthandel Albricht.

Gemeentehuis van Renkum, te Oosterbeek.
gemeentehuis, Oosterbeek
Prinses Margriet opent het Renkums gemeentehuis op 20 mei 1966, bron

Voormalig pension  Pension v. Gijtenbeek, voor zomer- en winterverblijf, aan de Ottoweg 1 te Heelsum.

De Villa „Geroldsheim" op de hoek van de Emmaweg en Beukenlaan te Oosterbeek komt in 1924 samen met 2 aangrenzende bouwterreinen, elk groot pl.m. 15 A. te koop.

Landgoed de Ginkel. De Ginkel in Ede was een heel oud dorp, tegenwoordig rest nog een landbouwenclave (bij het Veluwe Natuurcentrum). De Ginkel is ook een heidegebied omringd door bossen op de Veluwe. Het gebied ligt ten oosten van Ede aan weerskanten van de N224. Het heidegebied ten zuiden van de N224 tot Renkum, wordt Ginkelse Heide genoemd en het gebied ten noorden ervan Edese Heide. Op de Edese Heide was gedurende de Eerste Wereldoorlog een Belgisch vluchtelingenkamp ingericht. Het Belgenmonument herinnert hier tegenwoordig nog aan. Ten zuiden van Herberg Zuid Ginkel is een Airborne monument en een schaapskooi.

Landgoed Godesberg, Doorwerth. „Men meldt ons uit Doorwerth: Een nieuw en toch oud landgoed is hier, als het ware geboren in onze Gemeente, waardoor zeker meer en meer de wonderschoone natuur van onze kleine en toch aan natuurschoon zoo rijke gemeente tot haar recht en tot algemeene erkenning zal komen. Wij bedoelen het landgoed „Godésberg”, gelegen aan den Italiaanschen weg en bevattende de bosschen van af dien weg bij den bekenden Duno-bank tot aan het einde van dien weg bij het Jagershuis en verder strekkende langs de Fontein-allee bij de rivier de Rijn. Wanneer men Godésberg betreedt langs het pad bezijden de Duno-bank dan weet men na een paar passen gedaan te hebben, niet waarheen men den blik moet wenden, om datgene in zich op te nemen wat het meeste indruk maakt; alles is zoo schitterend mooi, dat men niet weet waar heen het eerst te zien. Zoowel rechts- als links en als rechtuit ziende heeft men verrukkelijke en prachtige bosch-. vallei-, rivier-, weide- en vergezichten, die allen evenzeer boeien. Een bekwamere hand dan de onze is noodig om een waardige beschrijving te geven en wij beperken ons tot den raad: gaat dat plekje Geldersch-mooi zelf bekijken, waartoe nu nog gelegenheid is, daar de eigenaar voorloopig vrije wandeling toelaat."
Uit het Centrum van 01-07-1916
Samen met het landgoed de Vijverberg en het landgoed Hoogeland, komt Godesberg voor als bedachte naam door Samuel Voorhoeve in 1916-17 als hij een commercieel uitbreidingsplan voor de Duno maakt voor Scheffer. Het plan van Voorhoeve is nooit uitgevoerd. Bij het GA is een ansichtkaart met uitzicht vanaf de Godesberg te bekijken. De schets van Voorhoeve staat afgebeeld bij Landgoed de Vijverberg, verder op. En op het gedeelte over de Duno.

Villa Grada, Fangmanweg 43 Oosterbeek, In 1869 kochten Maria Vos en Adriana Johanna Haanen (schilders) van Jan Winterink veertienhonderd vierkante meter grond aan de oostelijke dalzijde van het Zweiersdal. Ze lieten er de Zwitserse "Villa Grada" op bouwen. Deze was klaar in 1871. Fangmanweg 33, Oosterbeek.
Mr Cornelis Zaaijer (1873 - 1919), was gedurende een tweetal jaren burgemeester van Renkum (1917-1919). Hij woonde in het huis Villa Grada, welke naam hij, vanwege zijn afkomst uit Den Briel, in ,,'t Maerland" veranderde.

Pension Grindhorst, Utrechtseweg 21, Heelsum
Heelsum pension Grindhorst rond 1978

't Groenland, geen landgoed maar meer een gebiedsomschrijving van een gedeelte van de Hartense Enk, het beken gebied tussen Renkum en Wageningen, zichtbaar vanaf de N225. De westerse helft is van ONO en de oosterse helft kent meerdere eigenaren die aan de "Onder de Bomen" in Renkum wonen. In 2017 wordt hier grootschalig onderhoud gedaan en wordt de natuurwaarde versterkt. Een andere naam voor hetzelfde gebied: Het Broek.

Grollenkamp, Oosterbeek.

Kasteel Grunsfoort. (Grensfort) (Grensvoort) Tussen de Wageningse Berg en de Noordberg bij Renkum liggen de Renkumse beken in een dal. Een brede, groene strook, waaruit de bossen van Oranje Nassau Oord oprijzen. In dit dal stond eens het kasteel Grunsfoort, genoemd naar een groene voorde, een inkerving in de heuvels en bossen van de Veluwe zuidzoom. De voorde was een groene, drassige beemd, die het water omsloot en in de winter stroomde de Rijn er binnen en beschermde de burcht. In die vallei tussen Utrecht en Gelre gelegen, was Grunsfoort een machtige voorpost in de strijd tussen de elkaar beoorlogende Utrechtse (bisschop) en Gelderse edelen. Grunsfoort wordt voor het eerst genoemd rond 1372. Gesticht met de naam Grensfort door Hertog Eduard in 1364. Het kasteel groeit, eigendom van enkele hertogen van Gelre, gebouwd door de hertog van Gelderland om zich te verdedigen tegen de Utrechtenaren. De Gelderse hertogen verbleven er meerdere keren per jaar. De laatste bewoner, in 1773, de burgemeester van Wageningen, was de Heer Philip Hendrik, Baron van Golstein. Het kasteel was een Landsheerlijk bezit, en daardoor belangrijker dan Kasteel Doorwerth.
Het kasteel Grunsfoort is in afgebroken in een periode dat bewoning van burchten op een drassige grond aan de Rijn minder in trek was. Het klooster van Onze Lieve Vrouwe van Renkum, het Seelbeekklooster, het Wildforstershuis te Wolfheze, kasteel Rosande, het klooster Mariëndaal waren reeds voorgegaan. Alleen Kasteel Doorwerth hield stand. De sporen van de verdwenen bouwwerken van Grunsvoort waren bij opgravingen in 1936-38 nog zichtbaar. Op de ene plaats duidelijker dan op de andere. In het kader van de werkverschaffing werd er onder leiding van de heer A.E. van Giffen, directeur van het Archeologisch-Biologisch Instituut te Groningen, gegraven. Ook de heer Holwerda wordt genoemd. Zware muren van rode baksteen geven de omtrekken aan van torens en bastions, een bolvormig gemetseld gewelf is wellicht het overblijfsel van een waterput binnen de burcht, rode estrikken-vloeren tekenen hal of keukens, andere zware muurstukken zijn misschien de fundamenten van schoorstenen. Met een hoogte kaart op het internet zijn ook nu nog de lagere delen van de oorspronkelijke gracht zichtbaar. Rond 1780 gesloopt. Tegenwoordig is het oude Grunsfoort nog zichtbaar door palen op de plek van de fundering. De naam Grunsfoort is later (1881) ook gebruikt voor de voorloper van het aangrenzende Oranje Nassau Oord. Aan de Beukenlaan staat een informatiepaneel over het kasteel.
kaart van Grunsfoort bron Gelders Archief
In de Gelderse Almanak van 1883 wordt breedvoerig de geschiedenis van Grunsfoort verteld. Het artikel werd destijds geschreven naar aanleiding van de aanschaf van het landgoed ONO door koning Willem III. Het hele artikel was in 1882 geschreven door De heer H.M. Werner en beslaat 53 pagina's plus nog eens 3 pagina's correctie van de heer Sloet.

Eindelijk geloof ik, dat nu dit oudadelijk goed onlangs in handen van Z. M. onzen geëerbiedigden Koning is overgegaan. Allereerst iets over de naamsafleiding: Grunsfoort, beduidt eenvoudig voerde, worde, doorwaadbare plaats, alzoo Grunsfoort; eene doorwaadbare plaats in den Rijn.... Historisch staat vast: dat Grunsfoort in Februarij 1372 door Jan van Chastillon, Graaf van Slois, enz. werd ingenomen en den 24en Maart 1379 door hem en zijne vrouw Mechteld v. Gelre, weder ingeruimd werd aan Willem, Hertog v. Gulik en zijne vrouw Maria v. Gelre, Mechtelds zuster, en aan hun zoon den jongen Willem, Hertog v. Gelre.... Vóór dien tijd vindt men van Grunsfoort geen gewag gemaakt. En dat Grunsfoort daarna Hertogelijk domein was en bleef van genoemden Hertog Willem v. Gelre, die daar meer dan eens 26 27 vertoefde en er zeker in April 1396 eene zamenkomst had met Frederik v. Blankenheim, Bisschop v. Utrecht.
Wij zullen nu de geschiedenis van Grunsfoort opvatten bij den dood van Willem, Hertog v. Gelder en Gulik, die den 16™ Febr. 1402 te Arnlietn, overleed.... Onder de regeering zijns broeders Reinoud v. Gelder bleef Grunsfoort Hertogelijk domein, en ook deze vorst heeft daar af en toe verblijf gehouden. Naauwelijks toch had hij het bestuur in handen genomen of hij begaf zich derwaarts, namelijk op Maandag daags na St. Peter en bleef daar tot des goidesdages (woensdag) daaraanvolgende, toen hij 's avonds weder naar Roosendaal (zijn gewoon en geliefkoosd verblijf) reed. Maandag na Allerheiligendag van hetzelfde jaar 1403 reed hij weder van Roozendaal naar Grunsfoort, maar het huysgesinde bleef te Roosendaal. Ook in 1408 begaf de Hertog zich herhaalde malen naar Grunsfoort, eens in gezelschap van den Heer van den Berghe en overnachtte daar. In 1410 vertoefde hij daar eveneens en toen o. a. Jacob, Heer v. Gaasbeek, Abcoude, Putten en Strijen, Erfmaarsohalk v. Henegouwen, zijne goederen, namelijk liet slot te 'Duurstede en de stad Wijk, met haar regtsgebied .van hem als leen ontvangt, komt deze naar Grunsfoort, om aldaar den Hertog als Leenheer de verschuldigde hulde te doen en wordt de daarop betrekking hebbende oorkonde ook den 28en Nov. 1410 te Grunsfoort gezegeld. In het volgende jaar ging Hertog Reinoud herhaaldelijk naar Grunsfoort en bleef daar soms dagen achtereen. Zelfs nam hij eens zijn geheele huysgesynde van Roosendaal mede en bleef 9 nachten te Grunsfoort, gedurende welken tijd hij daar die Joncheer van Groesbeeck ende anders vuel guede lu ende anvals ontving, terwijl middelerwijl zijne Raide en Vriende te Wageningen kwamen, weshalve men van Grunsfoort wijn, enz. derwaarts zond, zoodat de geheele verteering in die dagen (behalve provande in providencia) bedroeg: 403 gl. 53 gr. 3).
In het jaar 1415 vinden wij wederom tot twee malen toe gemeld, dat de Hertog eene nacht op Grunsfoort doorbragt. Ook in 1417 vertoefde hij daar en in het volgende jaar wordt er o. a. een halve gruenen (d. i. versch geslagte, ongezoute) os gezonden tot Gruensfoirde pro Domino Duce Doch zijn opvolger Arnoud v. Egmond, die na Reinouds kinderloos overlijden (25 Junij 1423) op 13-jarigen leeftijd tot Hertog v. Gelderland verheven werd en wiens geheele regeering zich gekenmerkt heeft door voortdurende twisten en oorlogen, die nu hier dan daar zijne tegenwoordigheid vereischten, had weinig tijd om kalm op een of ander domein de genoegens des levens te smaken, en hielt zich meestal, wanneer de krijg hem eenige verademing schonk, te Roozendaal op. De zwakke Hertog Arnoud was inmiddels van het tooneel getreden en door zijn zoon Adolf— die zijn vader in 1465 deed opligten en op het Kasteel te Buren gevangen zetten - in het bestuur over Gelderland vervangen. Daar Hertog Adolf ook geen plan scheen te hebben, om zelf op Grunsfoort verblijf te gaan houden en de vrees voor Karel een Stoute, Hertog van Bourgondië, die als een kat op de loer lag, ten einde het gunstige oogenblik waar te nemen, waarop hij zijn prooi magtig kon worden, hem ook geenszins in de gelegenheid stelde, om hier of daar rustig zijne dagen te slijten, zoo gaf hij tevens aan de door hem nieuw benoemden Landdrost v. Veluwe, Dirk van der Horst wegens trouwe diensten, toe het Huis Grunsfoort tot woonplaats mit redelichen noitdrufft van brande, koilgarden, boumgarden s duyffhuyse ind visscheryen dair toe geboerende, dus, zouden wij zeggen: met vrij brand, moesgroenten , fruit, gevogelte en visch. Voorts kreeg hij nog voor zijne paarden jaarlijks 200 malder (mudden) haver en 4 morgen hoyss (het hooi, dat op 4 morgen weiland groeit), en verder voor «ijnen dagelixschen cost ind gehalt (onderhoud) voor hem en zijn knecht jaarlijks 300 Postulaat guldens. Eindelijk mogt hij nog reis- en verblijfkosten in rekening brengen, als hij van huis ging om op de Velwoe te gaan rigten, en kreeg hij voor de waarneming van zijn ambt de 10de penning van de eerste 500 Rijnscne guldens der broicken ind opkomingen (boeten, enz.), dus 50 R. guld. 's jaars. Zoolang Hertog Adolf aan het bewind bleef» bleef ook Dirk v. d. Horst op Grunsfoort zijn gewigtig ambt waarnemen, en ook nadat deze door Karel den Stoute gevangen genomen was en zijn vader Hertog Arnoud zoogenaamd de teugels van het bewind weder in handen nam, bleef hij nog Drost v. Veluwe. Zoo vinden wij dan, dat Dirk v. d. Horst in 1471 op 72 viermaal ging ommerichten (rondreizen door de Veluwe, om dan hier, dan daar regtspraak te doen) op last der Gedeputeerden tot het landsbestuur, en toen bijgestaan werd door 9 gewapenden.
Nauwelijks heeft Karel de Stoute Nijmegen ingenomen en is hij daardoor meester van Gelderland geworden, of Dirk v. d. Horst wordt aangesteld tot Burggraaf in het Rijk v. Nijmegen, 31 Jul. 1473 2), en wordt hij als Drost v. Veluwe vervangen door Willem v. Bouchorst, Ridder. Zolang Karel de Stoute, die alle redenen had om de gunstelingen en raden van den voormaligen Hertog Arnoud welwillend gezind te zijn, het land regeerde, werd Gerrit v. Rijswijck in het rustig en ongestoord bezit van Grunsfoort gesteld, doch toen na Karels dood in 1477, Hertog Adolf, uit de gevangenis ontslagen, op nieuw tot Hertog v. Gelderland werd uitgeroepen, moest ook Gerrit v. R. voor anderen plaats maken. Zooals bekend is, sneuvelde Hertog Adolf nog in Junij van hetzelfde jaar 1477 bij Doornik tegen de Franschen, en zijne zuster Katharina,, die inmiddels als Landvoogdes het bestuur over het land op zich genomen had en dit voorlopig in naam der kinderen van den overleden Hertog in handen hield, verpachtte Grunsfoort in 1478 voor 6 jaren aan Hendrik Sentinck. Deze was Heer tot Aet Loo, Berenkamp, enz. Doch naauwelijks is Aartshertog Maximiliaan v. Oostenrijk meester van Gelderland geworden en overal als Hertog gehuldigd en geëerbiedigd, of Gerrit v. Rijswyck wordt weer in zijn voormalig bezit hersteld en doet in 1481 wegens Grunsfoort op nieuw den leeneed. Toen evenwel de ryksch- Bourgondische heerschappij met de komst van den beroemden Hertog Karel v. Egmond in Gelderland voor geruimen tijd weder vernietigd was, kreeg ook Grunsfoort andere heeren. Volgens het Geld. Leenregister beleende Karel v. Gelder met het huis Grunsfoort te Redinchem -. Arend en Albert van Lawyck, fratres (gebroeders), en zulks bij transport van Gerrit v. Ryswijck en zijne vrouw. Zij kregen dit van den Hertog voor hun leven, zoomede het gedeelte, waar Johan v. Gelre, bastaard, Conventuaal te Mariendael regt op had, en bovendien nog een uiterwaard bij Leexken aan het veer, 3 Jun. 1492. Ten opzigte hiervan moet ik opmerken: dat, ofschoon het tegendeel uitdrukkelijk in het Leenregister gemeld wordt, Arend en Albert v. Lawyck geen broeders, doch verre neven waren; dat deze beleening geene eigenlijke .beleening was, doch eene verpanding van het leen tot goedmaking van, door genoemde heeren van Lawyck aan den Hertog voorgeschoten gelden, om de regten van Gerrit v. Rijswijck en Johan, bastaard v. Gelre af te koopen; Toen Hertog Karel dit domein van zijn hypothecaire schuld bevrijd had door de overeenkomst met Arndt v. d. Lauwick in 1499, beleende hij er onmiddelijk zijn bastaardbroeder Reinier v. Gelder mede en wel ten Zutphensche regte, gelijk Johan v. Gelre dat bezat. Ook gaf de Hertog hem nog 12 morgen lands in de Moft (een uitgestrekt bosoh) te Grunsfoort, 2 Mrt. 1502 In 1522 stierf hij, (Reinier) en, ofschoon hij zijne kinderen een roemrijken naam naliet, geldelijk schijnt hij er niet op vooruit te zijn gegaan, want den 9en Jan. 1523 verzekert de Hertog aan zijne weduwe Aleid Schenk v. Nijmeygen het voortdurend bezit eener rente van anderhalf hondert golden rijns gulden van gewichte. Die schulden waren bij Reiniers dood nog volstrekt niet afgelost, en Karel scheen daartoe vooreerst ook nog niet genegen en in staat, want eerst den lOen Dec. 1535 legde Aleid Schenk v. Nijmeygen eene verklaring af, dat zij geheel voldaan was wegens hetgeen de Hertog aan wijlen haar man Reinier v. Gelder, bastaard was schuldig gebleven. Doch voor die welwillendheid te haren opzigte moest Aleid ook iets opofferen. Zij moest namelijk het huis Orunsfoort aan den Hertog afstaan, met dien verstande, dat hij het mogt bewonen, vertimmeren en verbouwen naar zijn goeddunken, waarvoor de rentmeester van Grunsfoort hem bovendien jaarlijks uit de renten en goederen tot dit goed behoorende 60 golden gulden van gewiekte moest uitbetalen. Daar Aleid het vruchtgebruik van Grunsfoort had en ook behield,... Dat Hertog Karel aanvankelijk na 1523 Grunsfoort bewoond heeft, althans daar af en toe vertoefde — want van een rustig onafgebroken wonen was gedurende zijne geheele, zoo onrustige regeering ook voor hem wel geen sprake — blijkt daaruit, dat hij den 3™ Dec. 1524 en den 14™ Aug. en 25en Sept. 1525 bevelschriften uitvaardigde, die te Grunsfoort door hem geteekend en bezegeld zijn.
Het schijnt dat Aleid Grunsfoort nu aan zich gehouden heeft en dat dit later na haar dood (20 Dec. 1555) aan hare dochter Catharina gekomen is, die in 1559 daarmede beleend werd. Haar zoon Dirk v Gelder komt althans niet meer als Heer van Grunsfoort voor. Hij stond in 1555 en 1565 vermeld op de twee eerste Riddercedulen (notitie bij een document) van het Overkwartier en trouwde Frederica v. Heeckeren. Ofschoon zij zeven kinderen verwekten, schijnt dit huwelijk later niet zeer gelukkig te zijn geweest, althans sedert 1561 leefden de echtgenoten geheel gescheiden en begaf Frederica, zich naar Enghuizen te Hummelo, waar zij in 1577 stierf, terwijl Dirk in 1564 onder curatele gesteld werd, en zelfs na het overlijden zijner vrouw aan zijne zoons Reinier v. Gelder en Wijnolt volmagt gaf, om zijne dochters Frederica , gehuwd met Deert v. der Schueren, Catharina, Agnes en Anna, die de zijde der moeder schijnen gehouden te hebben, met geweld uit haar sterfhuis Enghuizen te verdrijven. Na zijn dood in 1580 liet zijn zoon Reinier v. Gelder zich dan ook met Grunsfoort belenen, hij had evenwel niets geen regt op dit goed, doch beweerde dit slechts, denkelijk voorgevende, dat, wijl zijn vader voorheen daarmede beleend was geweest, het hem nu als zijn erfgenaam toekwam. Hij nam Grunsfoort dan ook wederregterlijk in bezit en weigerde het aan den regten eigenaar Reijner v. Stepraedt, Heer tot den Doddendael, hoewel onder dreigementen van lijfstraf, weder in te ruimen, weshalve de Raden van het Vorstendom Gelder den Richter van Wageningen Arent de Koek v. Delwijnen gelastten, met toezegging van behoorlijke handsterking, zich met ettelijke schutten voor Grunsfoort te begeven, en het met krijgsvolk en geschut zoodanig aan te tasten, dat hij zich van Huis en de bezetting aldaar kon meester maken, 1580 . Het verloop dezer belegering wordt ons medegedeeld door den heer Goossen, die bij deze gelegenheid tevens het slot Grunsfoort zoowel uit-als inwendig beschrijft. Reinier v. Gelder dolf echter het onderspit, want op order van de Landschap wordt nog in hetzelfde jaar zijn broeder (Wijnand v. Gelder stierf zonder kinderen, 1582) met geweld uit Grunsfoort gezet en naar Wageningen gebragt Verder vindt men noch in het Leenregister, noch elders iets meer vermeld omtrent het geslacht v. Gelder in betrekking tot Grunsfoort. Na haar overlijden in 1570 wordt haar 2e zoon (de oudste, Dirck v. St. stierf plotseling kort na zijn vader in 1558, ongehuwd) Reinier v. Stepraedt met Grunsfoort beleend.
Van hem is reeds hier boven gesproken, als zijnde, volgens het gevoelen der Raden van Gelderland, in 1580 de wettige eigenaar van Grunsfoort. Hij bleef' dan ook in het bezit daarvan, niettegenstaande al de moeite, die zijn neef Reinier v. Gelder aanwendde, om te bewijzen en wettig te doen uitmaken, dat zijne moeder en dus ook hare erven slechts regt hadden op den zoogenaamden derden voet in het leen en dus het Huis Grunsfoort zelve niet mogten bezitten, of zich met het leen doen beleenen. Grunsfoort schijnt tijdens hij het bezat, en wel in het begin van 1584, door den vijand bezet te zijn geweest. In brieven van 21 Jan.en 4 Febr. van dat jaar, geschreven door de stad Wageningen: • aan de stad Arnhem, en het kwartier v. Veluwe, verzoekt Wageningen ontslagen te worden van het ruitergarnizoen, dat de stad en den omtrek uitplundert, en vermeldt voorts, dat Grunsfoort door den vijand bezet is • Wagenaar zegt o. a.: Op de Veluwe, alwaar de Koningschen in Louwmaand (1584) wederom een feilen stroop gedaan hadden. Waarschijnlijk hadden zij bij dien strooptogt ook het Huis Grunsfoort bemagtigd en hielden het eenigen tijd bezet. Zijn oudste zoon Johan van Stepraedt werd Graaf Indornick, Heer v. Ewijjck en Doddendael, waarmede hij, even als met Grunsfoort, in 1593 beleend werd. In 1599 had hij proces met zijne jongere broeders en zusters over het huis Doddendael, de heerlijkheid Indoornick en de leengoederen Grunsfoort en daarbij gelegen landerijen. Wat Grunsfoort betreft verklaarde het Hof v. Gelderland den 9e Nov. alle broeders en zusters gezamenlijk regt hebbende. Eene der genoemde broeders en zusters was Sandrina, die den 23en Oct. huwde met Antonie v. Lijnden, Heer v. Cronenburg, Op deze Sandrina en haar echtgenoot ging langzamerhand het geheele leen Grunsfoort over. 206 Sandrina had reeds den l-en Mei 1619 haar man in hare toenmalige bezitting van Grunsfoort getogt (in bruikleen gegeven), en werd nu, den 26en Maart 1629 met het geheele goed op nieuw beleend. Grunsfoort kwam zoodoende in het bezit van het geslacht van Lijnden en Antonie v. L, wordt dan ook in de genealogie van dat geslacht als Heer v. Grunsfoort gemeld. Is het zeer waarschijnlijk, al kan ik het niet met zekerheid zeggen, dat de Stepraedts het kasteel Grunsfoort nimmer bewoond hebben, de Lijndens daarentegen bewoonden het wel. Antonie v. Lijnden was verschreven in de Ridderschap v. Holland en West-Friesland, 1618 en stierf in Oct. 1626. Zijne weduwe behield Grunsfoort tot aan haar dood en haar 2e zoon Reinder werd daarmede na haar overlijden beleend, 4 Nov. 1667.

Huize Grunsfoort, Nieuweweg 31, Renkum.

Het verdwenen landgoed Grunsfoort (Wageningen), zie Oranje Nassau Oord.

Gebied de Hank, Renkum, Het gebied de Hank ligt ten oosten van het Renkums beekdal, tot aan de Bellevue, Waterweg, Kerkstraat en Molenweg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Renkum grotendeels vernield. Na de oorlog was er behoefte aan woningen. In de jaren vijftig werden in de Hank meerdere woningen gebouwd, zoals aan de Waterweg. In de jaren zestig aangevuld met woningen aan de Hankweg, Frans Campmanweg, Ds. Gewinweg en Meester Poldermanweg. In 1964 komt er een personeelsflat voor de firma Van Gelder en Zonen. In de jaren zestig komen er meerdere goedkope flats aan de Bergerhof. Portiekflats met grote groene ruimtes tussen de gebouwen. Tussen enkele flats aan de Bergerhof werden speelvoorzieningen aangelegd zoals het basketbalveld en zandbakken. Rond 1982 is de woningbouw in de Hank voltooid. Rond 2010 wordt de Bergerhof geüpgraded, of te wel: minder goedkope sociale woningbouw. Meerdere flats worden afgebroken. In 2013 zijn de eerste woningen van de nieuwbouw opgeleverd waarbij grotendeels laagbouwwoningen en twee appartementencomplexen zijn gerealiseerd.

De Harten, (Hatten - Hatte) een oude buurtschap uit 1500 - 1600.
Op Het Kwartier van Arnhem van 12 februari 1815, de Staat van de bevolking in de Provincie Gelderland, valt Harten nog onder Wageningen. Wageningen bestaat dan uit Wageningen, de Kortenberg, Harten en de Heerlijkheid Wolfswaard. Op Harten wonen dan 9 personen onder de 18 jaar. 5 personen zijn tussen 18 en 50 jaar en is er 1 persoon ouder dan 50 jaar. In totaal heb je het dan over 15 personen van het mannelijk gelsacht. Daarnaast zijn er ook 10 vrouwen, zodat de totale burgerbevolking op 25 personen uit komt. Er woonden 25 Gereformeerden, andere geloofsrichtingen waren niet op Harten.
Tegenwoordig kennen we in Renkum nog de Hartenseweg en de begraafplaats Harten. De voormalige buurtschap De Harten was gelegen aan de Hartensebeek, zo tussen de Keienberg, Bennekomseweg, Hartenseweg en de Kortenburg. De beek overstroomde daar minder bij hoogwater op de Rijn. En er was door de beek een goede watervoorziening. Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. Rond 1570 waren er op De Harten boerderijen, water- papier- en graanmolens. De huidige boerderij De Beken van Staatsbosbeheer, staat op de plek van een van de Hartense boerderijen. De graanmolen hoorde bij het Onze-Lieve-Vrouwenklooster in de uiterwaarden bij Renkum gelegen te hoogte van de huidige Dorpsstraat. Het klooster Sancta Maria wordt rond 1574 tijdens de Reformatie gesloopt.
In het begin van de 20ste eeuw wordt de buurtschap rond de stoomolieslagerij van W. Sanders, later Seumeren; het koffiehuis van Verwaaijen; de korenmolen, de Gelderse Stoomwasserij vanaf 1890, gebouwd op de fundamenten van de de stoomolieslagerij, van M. Sanders en  G.C. Spengler; huize Zandenburg van Arnoldus Gerritsen; de boerderij van W. Klomp; de boerderij van W. Smits. Tegenwoordig ziet het er hier allemaal heel anders uit. Je hebt het over de bebouwing rond de kruizing Dorpsstraat westelijke zijde met de N225.
Zie meer over de boerderijen op Harten bij de boerderijen.
 
Verdwenen Herenhuis Harten. Gelegen bij de papierfabriek, later van Gelder, later Vredestein, tegenwoordig natuur.
Renkum Herenhuis Harten
Nog uitzoeken of dit herenhuis op dezelfde locatie gestaan heeft als de tegenwoordige villa Harten.

Villa Harten. Gelegen in het voormalige Harten, tegenwoordig  Hartenseweg 22 Renkum. Volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1907. Waarschijnlijk (november 1916) ook bekend als villa Honswijck, met 9 grote en kleine kamers, badkamer, kelder, keuken, warande. Bij Honswijck hoort een tuin van 38 are (met huis samen 88 are) en aan de overzijde een bouwland en bosch van 83 are. In de directe omgeving is er nog 103 H.a. Na de veiling in 1916 zien we dat A. Beijer er rond 1917-1924 een dependance van Hotel - Pension "Nol in't Bosch"  in heeft.

Hartenmolen, Renkum.  Lees hier meer over bij de pagina over molens.

Hartenstein Oosterbeek
Het landgoed Hartenstein. Utrechtseweg 232, Oosterbeek. Hartenstein begint als 'het Rode hert' (1580) Gelegen op de locatie van ongeveer het koetshuis, de oude brandweer kazerne en tegenwoordig restaurant. Verbouwd tot herberg Het Rode Hert in 1728. Eigenaar was de Arnhemse familie Tulleken. Huize Hartenstein werd in 1779-80 als herenhuis gebouwd voor J. van der Sluis, een advocaat van het Provinciaal Hof van Gelderland. Hij liet de herberg afbreken en bouwde een herenhuis met bijgebouwen, ongeveer weer op dezelfde plek van het Rode Hert. Van der Sluis liet ook een park aanleggen en zo ontstond het landgoed. Van der Sluis bedacht ook de naam Hartenstein, misschien een hommage aan hert - hart en stein - steen (stenen pand). In 1792 kwam het in handen van de Arnhemse gemeentesecretaris Berhard Johan Hoff. In 1842 wordt het verkocht aan W.D. Martens en het landgoed is dan al van 26 Hect. geslonken naar 7 Hect. In 1852 wordt Hartenstein opnieuw verkocht. De veiling met inzet bracht het verkoopbedrag op Hfl. 23.500,= de veiling bij toeslag was op woensdag 30 juni 1852. Het werd gekocht door de staatsraad Elas Canneman. Canneman overleed in 1861 en toen kwam Hartenstein in handen van de makelaar de heer Theodorus Sanders. Sanders liet in 1865 alles afbreken en bouwde een nieuw herenhuis met oa een koetshuis. Sommige auteurs houden dan ook 1865 aan als zijnde het beginjaar van het landgoed. Sanders verkocht in 1882 Hartenstein aan de welgestelde houthandelaar de heer G.J. Verburgt uit Arnhem. Hij huwde later met Molhuysen. Verburgt deed rond 1905 de villa uitbreiden met serre's aan zuid- en oostzijde. Na het overlijden van zowel Verburgt (1914) als Molhuysen (1928) wordt Hartenstein rond 1930 een rusthuis. In 1935 heet het een sanatorium te zijn en dat wordt bestierd door de zuster van mw. Molhuizen. In 1942 komt het pand in handen van de gemeente Renkum en werd het hotel Hartenstein. In september 1944 gebruikte generaal R.E. Urquhart van de First British Airborne Division tijdens de Slag om Arnhem het huis als hoofdkwartier. Het huis heeft zware schade geleden in september 1944. Na restauratie werd Hartenstein weer een hotel, doch de exploitatie daarvan stopte op 1 januari 1977. Sinds 1978 in gebruik als Airborne Museum. In 2009 is het museum gerenoveerd en kwam er een een uitbreiding.
Achter het museum is het Hartenstein park. Op het landgoed is de Engelse landschapsstijl te bewonderen.
Het vroegere koetshuis uit 1870 van het buiten Hartenstein, is sinds 1941 in gebruik geweest als brandweerkazerne en daarna als restaurant. Eerst Klein Hartenstein, daarna 'Brasserie Kleyn Hartensteyn' (rond 1994) en tegenwoordig is tegenwoordig is het nog steeds een restaurant. In 1979 werd het koetshuis op de Rijksmonumentenlijst geplaatst, tegen het advies van de gemeente die het pand wilde slopen.

Het Hazeleger, Wolfheze. Rond 1973 mogen er in een bosperceel  meerdere  zomerbungalows gebouwd worden. De oudste vakantiehuizen worden in 1974 betrokken. Het park is gebouwd als een recreatievoorziening, doch zonder slagboom, receptie, etc. De parkbewoners zijn zelf verantwoordelijk voor aanleg en onderhoud van wegen,
Hazeleger Wolfheze
 straatverlichting, parkonderhoud en gladheidsbestrijding. De bouw wordt stopgezet in januari 1975. Voor de woningen op 't Hazeleger is in 1975, met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, een bouwvergunning verleend voor de bouw van 9 houten en 77 stenen recreatiewoningen. Deze  recreatiewoningen zijn in de periode 1976-1978 gebouwd. Het Hazeleger werd een vrijplaats voor zaken waarvan gemeenten nachtmerries krijgen: bouwen van woningen zonder omgevingsvergunning (v/h bouwvergunning), en permanente jaarrond-bewoning daarvan in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Na jaren gesteggel gaat de gemeente Renkum de permanente bewoning gedogen, met de bedoeling dit gedoogbeleid door middel van een bestemmingsplanwijziging formeel te
Hazeleger Wolfheze
 maken. En daar gaat dan de provincie Gelderland weer voorliggen, door geen goedkeuring aan dit plan te hechten. Later worden ook Provinciale besluiten weer (gedeeltelijk) ongegrond verklaard door de Raad van State. In het Streekplan Gelderland 1996 is op de bladzijden 110 en 111 vermeld dat permanente bewoning van recreatiewoonverblijven en van andere niet voor permanente bewoning bestemde ruimten en bouwsels in het landelijk gebied niet is toegestaan. In 2004 krijgen enkele bungalows een woonbestemming. Of te wel, je mag er dan het hele jaar wonen en je kunt je inschrijven bij de gemeente. Maar dat gaat dan niet op voor alle bungalows. Is een schuur bij een bungalow nu een schuur, kantoor of gastenverblijf, veel gesteggel. Veel vakantiehuisjes zijn geheel onderkelderd, er is massaal verbouwd en het aantal huizen in het park was illegaal uitgebreid. Na jaren gesteggel gaat de gemeente om, in 2008 wordt alles "wit" gewassen.

Het voormalige Huis Heelsum. Een kostschool voor jongedames in Renkum aan de Dorpsstraat vanaf 1893 en in Heelsum, Aan de Beek 1. Tegenover huize Bergzicht. Te Koop:  Het nieuws van den dag : kleine courant, 19-06-1899: "Het Heerenhuis a/d Dorpstraat te Kenkum, waarin is gevestigd het Instituut voor Jonge Dames van Mej. Kaijser, met daarachter gebouwde School en Gymnastieklokalen, benevens Tuin, groot 8 Aren 72 Cent. Het Huis bevat beneden 3 groote Kamers, waarvan 2 en-Suite ; boven 5 Kamers, waarvan 3 en-Suite en kleinere Kamer; voorts Keuken, Kelder en Zolder".
   Op 6 september 1899 verhuisd de kostschool van de Dorpsstraat in Renkum naar 't Huis Heelsum dat al was gebouwd in 1892. 't Huis Heelsum is meer geschikt dan de Renkumse locatie en voldoet aan eisen van hygiëne.Heelsum Dameskostschool
In 1899 was Mej. J.C. Käyser de directrice. In 1909 neemt de Hotel-Maatschappij "de Tafelberg" die reeds enige jaren het hotel "de Tafelberg" te Oosterbeek exploiteert, de kostschool "Huize Heelsum" te Heelsum over. Rond 1911 wordt Huis Heelsum een Kinderkoloniehuis. In 1917 wordt 't Huis Heelsum verkocht aan CV Vacantie-Kolonies Nederland. En in 1918 wordt de nieuwe naam "Kinderkoloniehuis Heelsum". Koloniehuis v.d. Centrale Genootschap voor kinderherst.- en vakantiekoloniën. (Kolonie Huis Heelsum).
Heelsum Kinderhuis rond 1920
Na de WWII (5-6-1945) zijn er 2 oorlogsslachtoffers opgegraven in het bos bij huize Heelsum deze waren gefusilleerd in de winter van 1944/45.
Na de WWII wordt het koloniehuis weer hersteld, er komt ook een kleuterschool in. Het gebouw werd in 1964 gesloopt. De nieuwe service-flat Koningshof werd op de oude locatie in 1965 geopend. In 1908 opent Villa Sonnevanck te Heelsum. Geen kostschool maar meer een tehuis voor een beperkt aantal jonge meisjes, die de eigenlijke schooljaren achter de rug hebben, maar zich nog verder algemeen wensen te ontwikkelen. Een soort uitloop van 't Huis Heelsum.
Huis Heelsum vanaf de kerk rond 1904

Op de Fonteinallee zijn meerdere vijvers te zien. Waaronder de tegenwoordige Fonteinvijver, genoemd naar de Fontein die er rond 1794 tot aan september 1944 gewerkt heeft. Op een oude kaart van Doorwerth door Bernhard Kempinck uit 1602 komt deze vijver al voor en wordt dan de “Helle Colck” genoemd. Ook de naam Duivelskolk komt voor. Vroeger dacht men dat plekken waar water spontaan uit de grond opborrelde doorgangen waren naar de onderwereld. De Fonteinallee als naam bestond al voordat er een spuitende fontein werd aangelegd (eind 19e begin 20e eeuw). De Fonteinallee is naar de bron genoemd, niet naar een fontein zoals we die nu kennen. De fontein in de middelste vijver in het cascadedal heeft geen pomp, doch werd natuurlijk gevoed door een spreng met voorraadvat. Deze bevindt zich bijna boven op de helling, rechts achter de Fonteinvijver, als je er voor staat. Het ronde voorraadvat met een doorsnede van 5 meter staat nog steeds vol. De leiding naar de fontein zou vervangen moeten worden.

Huize Heerdstede, aan de Van Toulon van der Koogweg, hoek Bato'sweg, Oosterbeek. Een van de bewoners was Xeno Augustus Franciscus Münninghoff (1873 - 1944) een kunstschilder, wiens landschappen in brede kring worden herkend en gewaardeerd. Als directeur van de gemeentelijke tekenschool te Renkum heeft hij bij velen kunstgevoel en kunstvaardigheid versterkt. Zijn echtgenote Mathilda Jacoba (Tilly) van Vliet (1879-1960) maakte stillevens, bloemen en portretten. Na de septemberdagen 1944 moest het gezin, als veel Oosterbekers, naar de gemeente Barneveld evacueren. Daar is Xeno op 31 oktober van dat jaar overleden.

Villa Heidestein, Utrechtseweg 67 Heelsum. Een gemeentelijk monument. Park Heidestein en Huis Heidestein vormen samen met een oud landgoed in Heelsum. Ooit een onderdeel van het Heelsumse landgoed Avondrust. Het landgoed 'Heidestein' is ontstaan uit het voormalige domeinbezit dat in 1810 in erfpacht is uitgegeven aan de heer Van Kesteren uit Renkum. Hij was rentmeester van de Doorwerth. `Volgens Demoed: het huis van de heer Pieter van Kesteren te Heelsum". Laatstgenoemde, rentmeester van de Doorwerth, bewoonde het tegenwoordige Heidestein aan de Utr.weg, alwaar de twee ingezetenen van Doorwerth zich moesten melden (p. 156)
 Het huis Heidestein, is rond die tijd gebouwd door de weduwe van Stephanus Johannes Pannekoek. Haar nieuwe echtgenoot was de de heer van Kesteren. Het landgoed was destijds aangelegd op ongeveer tien hectare woeste grond. Een groot gedeelte bestond uit grove dennenbossen en heide. De eerste pachter heeft het terrein in de loop der tijd vergroot tot ongeveer vijftien hectare. Het herenhuis aan de Utrechtseweg is vanaf 1815 door de heer Van Kesteren gebouwd en is nog altijd in tact. Het is voorzien van een naam die is ontleend aan de omgeving waarin het stond.
Bij Demoed lezen we op pagina 47 dat van Kesteren in de Franse tijd, rond de 5 ha verwierf en landgoed Heidestein schiep.
In 1849 is het park met huis verkocht aan een welgestelde Renkumer, de heer Van Vollenhoven. Hij wist het park met aanplantingen en ontginningen tot een aantrekkelijk bezit te maken. Het omliggende park is in 1860 gerenoveerd. In 1950 kocht gemeente Renkum het parkgedeelte van Heidestein. In 1968 werd op het westelijke gedeelte van het landgoed het bejaardencentrum Heidestein gebouwd. Dat zelfde huis staat sinds april 2015 weer leeg. In het park is ook een kinderboerderij en een pand voor kinderopvang. Het landhuis wordt nog steeds bewoont. Heelsummers kennen het pand als de praktijk van huisarts dr. Visser. Blijft nog onduidelijk hoe de BAG aan 1818 komt voor de villa Heidestein.

Huize Heidehof te Oosterbeek, rond 1909 bewoond door F.G.J. Brouwers
Villa Henriëtte Oosterbeek
Villa Henriëtte, Utrechtseweg 115. Oosterbeek. Bouwjaar 1870. Actueel: in 2015 stond de villa te huur voor wonen en kantoor. De villa werd betrokken door de firma Noordenwind en later Hollandsche Wind. Een jaar later vermoedde de FIOD naast Wind ook Gebakken Lucht. De FIOD heeft in december 2015 voor 'vele tonnen' beslag gelegd op de bankrekeningen. In maart 2016 werd er ook beslag gelegd op een viertal andere panden.
De villa is een gemeentelijk monument.

Henriëtte hoeve, Duitsekampweg 25, Wolfheze
Hnriettehoeve Wolfheze
Een kleine gevangenis die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog behoorde tot een Duits legerkamp dat in bij de Henriëttehove gevestigd was. De buitenzijde van het gebouwtje bevindt zich nog grotendeels in oorspronkelijke staat; het platendak, de deuren en vensters zijn ooit een keer vernieuwd. Tussen 1915 en 1917 was er in verband met de Eerste Wereldoorlog een kamp voor Duitse geïnterneerden aan de huidige Duitsekampweg. link

Herten aan de Rijn. Naam voor een project om het industriegebied van de papierfabriek, later een rubberfabriek en daarna tot aan de laatste sloop een klein industrieterrein aan de Oliemolenweg, geheel te verwijderen en er natuur voor in de plaats te brengen. In 2007 wist Wessels, de laatste aanwezige, nog de sloop van omringende panden, via de rechter tegen te houden. In totaal betrof het een gebied van 12 hectare, aan de Beukenlaan en Hartenseweg te Renkum. In 2007 werden de kosten nog beraamd op totaal 36 miljoen euro.

Hotel-Pension „'t Huis Heelsum", te Heelsum. Rond 1909 behorende bij de Tafelberg in Oosterbeek van de de heer Ogterop. Later nog uitgebreid met hotel Wolfheze.

De villa Heerdstede, destijds aan de Bato’sweg nummer 3, later 41 (heden Van Toulon van der Koogweg 96). Volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1875.  In 1920 gaat hier het echtpaar Xeno Múnninghof - Mathilde Jacoba (‘Tilly’) van Vliet, hier wonen. De aankoop geschied met enige  financiële ondersteuning van Tilly’s moeder. Het huis ligt tegenover het park Bato’swijk met een prachtig uitzicht op het park, de Benedendorpsweg, de uiterwaarden, de achterliggende Betuwe en Nijmegen en omstreken. In september - oktober 1944 is het pand zwaar beschadigd. De Múnninghofs evacueerden naar Barneveld, en dat was net teveel voor Xeno. Hij overleed er. Begraven om de hoek op de begraafplaats aan de Fangmanweg.

Voormalige Villa Heide Heuvel, bij hotel Klein-Zwitserland, genoemd in een advertentie uit 1924. Een klein, modern, beschaafd familiepension van A. Leopold.

Huize Heideveld, Heelsum
Heideveld Heelsum

Voormalig Huize Heijborgh (de Wissel). Volgens de BAG gebouwd in 1900. De gehele kavel bestond aanvankelijk uit de Dorpsstraat A 52
In 1964 - 1965 wordt er op de kavel aan de Dorpstraat 151 - 157 twee woningen gesloopt en wordt er een flat gebouwd. De flat staat er nog en achter de garage kun je de 3-klassige Lagere School zien.
Andere eigenaren (maar van wat?) Petrus Paulus Johannes Czerwinski, directeur Geld. Stoomwasserij uit Renkum; Ned. Buurtspoormij. uit Utrecht; de Gemeente Renkum, Aannemersmij. Van Aggelen uit Renkum, de R.K. Kerk Renkum; Louw Johanneszoon Ozinga, pensionhouder uit Renkum en Henri Wizix, hoofdingenieur uit Den Haag.

Er waren 3 gebouwen met de naam 't Hemeldal:

't Hemeldal I, Kneppelhoutweg, (Benedendorpsweg) Oosterbeek. Het stond aan de Kneppelhoutweg net iets voorbij de Hoofdlaan en min of meer schuin tegen over het Rozenpad. Gebouwd vanaf 1820 als kostschool voor Jonge Heren het Hemeldal, gesticht door Kallenberg. Bewoner van het landgoed “De Hemelse Berg” te Oosterbeek.
Hemeldal Oosterbeek
Het Oosterbeekse Hemeldal (eerste versie) in 1841. (prent van J.F. Christ bron Gelders Archief)
Na aankoop van “De Hemelse Berg” in 1847 door Jan Kneppelhout wordt de eerste school afgebroken en komt er een groter gebouw. (later Instituut voor jonge heren)Hemeldal voor Zenuwzieken sinds 1896.
Hemeldal Oosterbeek
Het instituut ,,'t Hemeldal" van den heer J. N. Groes is opgeheven. Hiermede is een onderwijsinrichting verdwenen, die door haar goede resultaten langen tijd een ge vestigden naam had. Vroeger behoorde de kostschool onder leiding van den heer Roodhuizen tot de eerste in den lande, waar tal van jongelieden, die later aanzienlijke betrekkingen bekleedden, hunne opleiding ontvingen. Ook onder directie van den heer Groes droeg het onderwijs rijke vruchten, en velen herinneren zich met dankbaarheid den tijd aan „'t Hemeldal" doorgebracht. De heer Groes staat thans aan het eind van zijn 54-jarigen onderwijzersloopbaan, terwijl hij 44 jaren als hoofd eener school fungeerde waarvan 32 jaren als instituteur aan ,,'t Hemeldal". Moge hem na een welbesteed leven ten dienste der maatschappij nog vele jaren gezondheid en welverdiende rust geschonken worden, nu hij zich te Apeldoorn gaat vestigen. Uit de Arnhemsche courant van 20-07-1908.
Vanaf 1 Mei 1909 is de Inrichting tot verpleging van Zenuwlijderessen, directrice Mej. S. Genis, te Oosterbeek, verplaatst van Vilia Antigone, naar Huize 't Hemeldal, aan de Kneppelhoutweg. Zeer rustig gelegen, op een van de mooiste punten. Uit de krant in 1909.
In 1928 verhuisde het Hemeldal van de Kneppelhoutweg naar het hieronder vermelde pand aan de Oranjeweg.
Herman Romijn vestigt zich in 1940 in Oosterbeek. In 1941 staat in de Arnhemse Courant:  "Expositie Herman Romijn. HET HEMELDAL TE OOSTERBEEK. In het huis, dat den vriendelijken naam van „het Hemeldal" bezit en dat gelegen is op het landgoed „De Hemelsche Berg", woont thans Herman Romijn. In een der ruime kamers houdt deze thans een expositie van zijn werk. Op een tentoonstelling van Artibus Sacrum vestigden wij reeds de aandacht op een schilderij met een sparreboom en bank en wij noemden den schilder toen dichterlijk, in deze meening zijn wij versterkt nu wij meer werk van hem kunnen beschouwen. Hoewel hier een niet onverdienstelijk zelfportret hangt schijnt ons Romijn toch meer een landschapsschilder te zijn".

't Hemeldal II, Oranjeweg, Oosterbeek uit 1896, Rust- en Herstellingsoord voor rust behoevende zenuwpatiënten aan de Oranjeweg 6, Oosterbeek. Opvolger van het gelijknamige pand aan de Kneppelhoutweg in 1928.
Hemeldal Oosterbeek
In 1933 neemt Hemeldal ook het rusthuis Betseda over gelegen op het landgoed Hartenstein.
Hemeldal Oosterbeek
Hemeldal was in de tweede wereldoorlog een centrum van de LO (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers) (het verzet) van de Veluwe. Na september 1944 was er een teveel aan schade. Vanaf half december 1947 gaat het Hemeldal aan de Van Lennepweg 7 (zie hieronder) weer open.
Het oude gebouw is in 1983 gesloopt ten behoeve van het bejaardentehuis Rechterenborch. aan de Graaf van Rechterenweg Link

Hemeldal Oosterbeek
villa 't Hemeldal III, van Lennepweg 7, Oosterbeek, De villa in Oosterbeek (naar een ontwerp van de Gooise architect J.W. Hanrath) is gebouwd tussen 1929 en 1930 door aannemer Riksen. De BAG geeft aan de dit pand in 1929 voor het eerst bewoond is. Een van de voormalige eigenaren na 1945 was verzetsstrijder M.J. Zwarts, die zijn verpleegtehuis hier tot 1957 verder zette.. Het verpleeghuis bestaat nog in 1972. Geen idee wanneer het verpleeghuis eindigt

Couwenberg Gezicht op Hemelseberg en Oorsprong
 De Hemelse Berg. Hemelse Berg 1 te Oosterbeek. In de 16e en 17e is de Hemelse Berg nog een onderdeel van het buiten ter Aa. Dit buiten is dan eigendom van Hendrik Bentinck (overleden 1502), daarna vererft het buiten naar Alexander Bentinck en nog weer later naar Steven Bentinck en zijn zoon Johan Bentinck tot ter Aa. Uit deze tijd stamt ook de diepe sprengkop "De Hel". Het weinige water ervan voedt een vijver (de eendjesvijver) achter de tuinmanswoning Mariahoeve. Het eerste huis de Hemelse Berg zou gebouwd zijn in 1724 (H. Blink, Wandelingen door oud en nieuw Nederland 1905)
De erfgenamen van Geertruida van Brakell, douairière van jhr. Jacob Kreynck tot de Beele c.s. verkopen in 1728 de volgende percelen te Oosterbeek aan Bartholomeus van der Hoop: den Havercamp, het Meulencampjen, het Wyercamp, het Langestuck, den Mosterthof, den Steenberg, den Heekamp, een uiterweerdsweide, een hegge hout (“heggeholt”) of district, genaamd den Hemelschen Berg, hegge die Leemcuil, en hegge den Deelacker.
Hemelse Berg Oosterbeek
De Hemelse Berg zou tot 1807 bij Van der Hoop blijven.
bron Wikimedia Buffa Gemeentemuseum Arnhem
en nog een keer:
Hemeschenberg Oosterbeek
De Hemelse Berg staat dan voor het eerst beschreven. Het landgoed Ter Aa bevat dan vrijwel het gehele westelijke deel van Oosterbeek tot Doorwerth.
Hemelse Berg Oosterbeek
Deze dienstwoning staat nog steeds op de Hoofdlaan.
Na het overlijden van Bartholomeus wordt rond 1735 door Abraham van der Hoop, het landgoed uitgebreid tot buitenplaats met tuinen, bossen, vijvers en een koren- en een papiermolen. Lees hier meer over bij de pagina over molens.
Hemelse Berg Oosterbeek
In 1758 wordt een herenhuis gebouwd. Het landgoed blijft in de familie van der Hoop totdat mr. Dirk Gaymans, burgemeester van Arnhem, huis en langoed koopt. Dat is in 1806 of 1807. Gaymans betaald een bedrag van Hfl. 18.700. Hij breekt het 18e eeuwse huis af en vervangt het door een nieuw landhuis.
Hemelse berg Oosterbeek
 De burgemeester kocht ijverig grond bij en verkocht het landgoed in 1821 over aan mr. H.J.A. (Jan) Kallenberg van den Bosch voor Hfl. 50.000. Kallenberg van den Bosch was een Haagse rentenier. Na   zijn overlijden in 1823 erft zijn weduwe Lucia de Jongh de Hemelse Berg. Bij het Kadaster wordt ze steeds: Wed. Jan Antonie Kallenberg van den Bosch, genoemd. In 1830 hetrouwd Lucia de Jongh met C.P.E. Robidé van de Aa. Dit huwelik is kennelijk met voorwaarden, want de gehele Hemelse Berg blijft eigendom van de weduwe. Het terrein wordt verfraaid door de landschapsarchitect J.D. Zochter jr., die het park en oranjerie van landgoed De Hemelse Berg gaat aanleggen. Ook worden er meerdere villa's gebouwd zoals de Pietersberg, Lucienheuvel, 't Hemeldal, de Witte Poort (later Rijnzicht) en Transvalia. C.P.E. Robidé van de Aa was lid van de Amhemsche Rechtbank en vermoedelijk heeft hij het Pannehuis en de Vinkenhorn bijgekocht. In 1846 willen de erven van mevrouw de Jongh de Hemelse Berg verkopen.
Johannes Kneppelhout
  In 1847 wordt Jan Kneppelhout voor 125.000 gulden eigenaar van de Hemelse Berg. Hij verfraait het park en laat in 1858 het herenhuis vervangen door een kasteelachtig gebouw, naar een ontwerp van L.H. Eberson. Kneppelhout laat tussen 1872 en 1876 het park herontwerpen. Zo wordt de villa Lucienheuvel in 1863 afgebroken t.b .v. de nieuwe vijver onderaan de Kneppelhoutweg. Andere aanwezige villa's 't Hemeldal (later Instituut voor jonge heren, inmiddels gesloopt) en de Witte Poort (in 1852 Rijnzicht, in 1891 Transvalia) zijn intussen weer gesloopt. In 1870 komt er een Oranjerie met aan de achterkant een klaslokaal voor godsdienstonderwijs.
Hemelse Berg Oosterbeek
Na het overlijden van Kneppelhout leeft zijn weduwe er nog tot 1919. Na haar overlijden koopt de gemeente Renkum het landgoed en verpacht het "kasteel" aan de familie Beelaerts van Blokland, die er vanuit Transvalia ging wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het landhuis zwaar beschadigd en later werd het gesloopt. Een deel van het terrein is in 1952 verkocht ten behoeve van een verpleeg- en kraaminrichting. Deze gebouwen zijn intussen ook gesloopt. Van de buitenplaats dateert nog een uit 1860 gebouwde orangerie en een tuinmanswoning.
Hemelse Berg Oosterbeek
Een ansichtkaart verzonden in 1917, gemaakt door J.h. Schaefer's uitg. Amsterdam. Een Arto lithophotochrom Nr 93 (ingekleurd op glas), collectie HGR. Jammer dat dhr Schaefer nooit in Oosterbeek is weze kijken. Op de ansichtkaart staat het huis de Hemelse Berg en niet de Zonneberg.
Oosterbeek Hemelse berg
Met de Slag om Arnhem brand "het kasteel" in zo'n 45 minuten geheel af, als de Duitsers het in brand schieten. De restanten worden gesloopt. In 1952 koopt de gemeente de erfpacht af en verkoopt de gemeente het centrum gedeelte van het landgoed aan de Diaconessen Bethanië. De Diaconessen gaan er een rust- en herstellingsoord beginnen. Rond 1961 komt de kraamkliniek, later (1965) het verpleeghuis "de Hemelse Berg" gereed. Een flat voor het personeel heeft gestaan voor de keermuur die nog aanwezig is.
In 1972 sluit de kraamkliniek. In 1988 fuseert de Stichting Oranje Nassau's Oord met het verpleeghuis De Hemelse Berg.
Hemelse Berg Oosterbeek
Vanwege verbouwplannen zijn de bewoners medio 2003 verhuisd naar O.N.O. in Wageningen. De gemeente wijst echter de verbouwplannen af en het verpleeghuis wordt afgebroken in 2004. Het zuidelijke gedeelte van het park, met een oranjerie (uit 1860) en een voormalig koetshuis (verbouwd in 1920 en 2015) is bijna niet toegankelijk. Aan de noordkant bij de oprit is een de voormalige tuinmanswoning "Mariahoeve". In het bos gedeelte staan nu een theehuis, en een gedenknaald (renovatie in 2015) en prieel waarbij de weduwe Kneppelhout wordt bedankt door de Oosterbekers. Aan de westkant (Lage Oorsprong) is een prachtig wandelgebied met vele watervallen. Volgens een deskundige is het landgoed toegankelijk op grond van de Natuurschoonwet 1928, alleen via de ingang aan de Hoofdlaan. Veelal laat ik me echter tegenhouden door het bordje verboden toegang. De Natuurschoonwet kent mogelijkheden voor een bord verboden toegang. Met name bedoeld om privé gebieden te beschermen, daar wordt niet een heel landgoed mee bedoeld. Kenmerken van de Natuurschoonwet: Openstelling en openbaarheid versus fiscale voordelen en subsidies.
Hemelse Berg verboden toegang
Noordelijk ingang van de Hemelse Berg in 2016, de zuidelijke ingang is geheel afgesloten.
Tegenwoordig is er discussie over het herstel van de oude zichtlijnen, of te wel kap van de bomen die het zicht op Rijn en Betuwe wegnemen.
Hemelse Berg 1872
plattegrond zuidelijk gedeelte Hemelse Berg van Copijn uit 1872
Zo'n 75.660 m2 van de Hemelse Berg, de locatie van de voormalige verpleeginrichting, was in september - oktober 2016 te koop, link. In november 2016 is de Hemelse Berg verkocht met het vigerende bestemmingsplan, er mag voor "zorg" gebouwd worden. De oude eigenaar Zinzia heeft nooit formeel geprobeerd het bestemmingplan te wijzigen. Maak je er er iets voor "zorg" van, dan brengt het per vierkante meter niet veel op. Mag je het verkopen met een bestemming woningbouw in
een Engels landschapspark, dan brengt elke vierkante meter meer op. In 2008 heeft de gemeente het Bestemmingsplan nog gewijzigd. Een kleinere bouwkavel, minder bijgebouwen, compacter. Casus 3704 Zinzia zorggroep, verkoop kavel De Hemelse Berg te Oosterbeek. Het College sanering zorginstellingen besluit: 1. de beschikking d.d. 29 november 2016, met het kenmerk IB/ctw/2016/2160, in te trekken; 2. goedkeuring te verlenen ingevolge artikel 18 van de WTZi aan StichtingZinzia zorggroep, gevestigd te Renkum en kantoorhoudend te Wageningen, voor de verkoop van een perceel grond, plaatselijk bekend Hemelseberg 1 te  6862 BN Oosterbeek, kadastraal bekend gemeente Oosterbeek, sectie E, nummer 1204, groot 7 hectare, 50 are en 20 centiare, aan Sonsbeek Vastgoedontwikkeling  B.V., gevestigd te Zutphen en kantoorhoudend te Warnsveld, tegen een prijs  van €1.250.000,- k.k. In 2017 wordt de subsidie voor de Natuurschoonwet 1928 niet meer gebruikt en is een bordje verboden toegang toegelaten. Wel jammer, dat het niet meer toegankelijk is.
Hemelse berg Oosterbeek

Den Hes, Oosterbeek. De waterkorenmolen annex herberg de Hes, is genoemd genoemd naar de vele langs trekkende Hessenkarren. Het huis de Hes was in de 17e eeuw bekend als "het huys van  Hesaen Clingenbeek". De watermolen werd aangedreven door de zogenaamde Sliepbeek, welke van Mariendaal (tot welk landgoed het huis jarenlang behoorde), langs de Hesweg naar de Klingelbeek stroomde. De beek vormt de  grens tussen de gemeenten Renkum en Arnhem.
Lees hier meer over bij de pagina over molens.
Voormalige villa Heuveloord was de naam van de villa aan de Emmastraat ongeveer ter hoogte van de tegenwoordige Beatrixweg. Het oude adres was Emmaweg C 192, te Oosterbeek, geen huisnummer maar het postadres. een later adres was Emmastraat 31. Het huis “Heuveloord” aan de Emmastraat waarnaar de huidige Heuveloordweg is genoemd, lag tussen de huidige Beatrixweg en Heuveloordweg. In 1922 kregen een  tweetal wegen te Oosterbeek, van de Wilhelminastraat en van Heuveloord naar de Emmaweg, de namen: Watertorenweg en Heuveloordweg.
De buitenverblijven Heuveloord en Bijdorp, gelegen te Oosterbeek, bij vroegere annonces en alom verspreide biljetten breeder omschreven, zullen op Woensdagen 30 Augustus en 13 September 1871, 's avonds 6 ure, ten huize van Van Ingen aldaar, bij inzet en toeslag worden geveild en verkocht, ten overstaan van den Notaris J. Kuijk te Arnhem, alwaar op franko aanvrage nadere inlichtingen te bekomen zijn.
De Notaris R. Reijers te Velp, zal op Woensdag 29 October 1919, des voormiddags 10 uur, op de villa „Heuveloord" aan den Emmaweg te Oosterbeek, ten verzoeke van de fam. Franssen aldaar, publiek á contant verkoopen: Den geheelen Inboedel.
Een van de bewoners was  J. van der Molen Tzn, Renkums burgemeester van 1923 tot 1934. De ontwikkeling van Doorwerth als woongebied werd door hem sterk bevorderd. In Doorwerth zijn een plein en de daarvandaan naar Kievitsdel leidende allee naar hem genoemd. Van der Molen was privé financieel betrokken bij de ontwikkeling van Doorwerth. Als Van der Molen er in 1935 niet meer woont, wordt Heuveloord door de gemeente verhuurd voor ƒ 550 per jaar. In 1938 wordt aan de toenmalige huurder opnieuw voor 3 jaren verhuurd voor een jaarlijkse huurprijs van ƒ 500. In 1939 komt er een andere naam: Disponibel door toev. omstandigheden per 1 Dec. te huur een zit- en slaapkamer, parterre op het zuiden, incl. centr. verwarming en stromend water. Pension Heuveloord, Emmastraat 31, Oosterbeek. Tel. aanwezig. 7962. Begin 1940: Disponibel per 1 maart: 3 ineenloopende kamers, op het zuiden, parterre. Incl. centr. verw. en str. w. Na de oorlog blijft de naam Heuveloord nog behouden:  Voor logies, onthijt of pension naar café pension "Heuveloord", Weverstraat 110.

Modelboerderij Huis ter Aa
Heveadorp, voormalige Modelboerderij Huis ter Aa in gebruik tussen 1908 en 1915. De heer J.W.F. Scheffer krijgt Heveadorp en het aangrenzende gebied de Duno in bezit in 1888. De eerste bebouwing vindt plaats aan de Rijn, maar al vrij vlot wordt de stuwwal aan de bovenkant geëgaliseerd en komt daar de Modelboerderij te staan. En, vrij nieuw voor die tijd, het geheel was geëlektrificeerd. De boerderij bestond uit stallen, stoomzuivelfabriek, werkplaatsen, administratie (aan de Dunolaan). Er kwamen woningen in het Seelbeekdal. In de weilanden (uiterwaard) voor de Duno zijn nog betonnen platen als restant hiervan te zien. Hier konden de koeien "schoon" gemolken worden. Een waterfilterkelder hoorde bij de modelboerderij. De waterfilterkelder is te vinden aan de beek ter hoogte van de Beeklaan 17-19 in Heveadorp. Er kwam een winkel in Arnhem voor de verkoop van melk. Scheffer was gehuwd met één der dochters van de chocoladefabrikant Van Houten. Van Houten zelf was vennoot van de Modelboerderij.
 Heveadorp 1925
Onderaan is de Rijn, daarboven de Huneschans, daarboven de Hevea-fabriek. Links daarvan is het Huis ter Aa nog zichtbaar. Heveadorp is zichtbaar boven de fabriek.
In 1915 wordt de modelboerderij Huis ter Aa verkocht aan Dirk Frans Wilhelmi en Co die er vanaf 15 oktober 1816 de rubberfabriek Hevea begint. Wilhelmi en Co produceerden reeds staaldraden voor rijwiel- auto- en massieve banden in de Heveafabriek (Heveapad) te Hoogezand. In Hoogezand is geen uitbreiding mogelijk en vandaar dat men in de stallen van de boerderij neer strijkt. Er worden voor de arbeiders op het terrein zo'n 96 woningen gebouwd. Voor het kantoorpersoneel nog eens 23 woningen en later een lagere school (Middenlaan 47), de voormalige Seelbeeckschool. Hoewel sociale overwegingen een rol speelden, is met de bouw van het dorp vooral getracht om arbeiders naar de afgelegen fabriek te lokken. De naam Heveadorp ontstaat in 1916 als er een eigen poststempel komt. (Volgens Hevea100) L.H. Vleeshouwer wordt in 1919 de eerste brievengaarder. Op 21 september 1921 wordt er een hulptelegraaf- en hulp telefoonkantoor voor het algemeen verkeer geopend. In 1922 wordt vastgesteld dat Heveadorp een eigen postkantoor, hotel-café-restaurant, volkskoffiehuis, coöperatieve winkels, bioscoopzaal, ziekenzaal van „Het groene Kruis" met kliniek en badinrichting heeft. Een zweminrichting en een eigen school zijn in voorbereiding; tennisbanen en voetbalterreinen zijn aanwezig. De fabrieken hebben een eigen stoombootdienst op de Rijn met aanlegsteigers te Arnhem; voorts verkeert in staat van uitvoering een tramverbinding aansluitende op de elektrische tram Arnhem—Oosterbeek. Dat die extra tramverbinding naar de bossen op de Duno er komt heeft veel te maken met de Oosterbeekse burgemeester van der Molen, die ook aandeelhouder is van de Bouwmaatschappij Doorwerth, om aldaar een villa dorp te beginnen. In 1922 (31 augustus) wordt de rubberfabriek stilgelegd door de voortdurende malaise. 500 à 600 mensen worden ontslagen. Bij de ontslag-aanzegging is tevens medegedeeld, dat door de directie alle moeite zal worden gedaan om het bedrijf gaande te houden. In een adres aan de regering zal worden verzocht om de 10-urige arbeidsdag in het bedrijf te mogen toepassen. Wanneer dit verzoek wordt ingewilligd kan het bedrijf voor een groot deel worden voortgezet. Het ligt dan in de bedoeling om enkele afdelingen van de fabriek stop te zetten, doch overigens door te werken met personeel, dat per 1 september weer in dienst zal worden genomen. Het is vrijwel zeker, dat het overgrote deel van het kantoorpersoneel weer in dienst wordt genomen. Een bijzonder truc, onder het mom van malaise wordt loonsverlaging en werktijdverlenging geregeld. Op 1 september staat er in de krant: In een onderhoud dat de Telegraaf gisteren had met een der directeuren der Vereenigde Nederlandsche Rubberfabrieken te Heveadorp deelde deze mede, dat het massa-ontslag van het personeel niet zal plaats hebben en dat begin september het bedrijf der Rubberfabrieken voorloopig op beperkte schaal kan worden hervat. Alle lonen, en salarissen bij een 10-urigen werkdag worden met 10% verminderd". In september verschijnen er ook weer advertenties in de krant om stiksters, en machine-zwikkers (Voor gezinnen met meerdere werkkrachten zijn nette, gezonde woningen beschikbaar.) In 1944 wordt Heveadorp in puin geschoten. Na de oorlog worden meerdere rietkapwoningen en de fabriek weer hersteld. In 1962 is er een fusie tussen Hevea en Vredestein en gaat men als Vredestein verder. In 1976 stopt de fabriek in Heveadorp en verhuisd Vredestein (samen met de vestigingen uit Loosduinen en Maastricht) naar een nieuwe fabriek aan de Beukenlaan in Renkum. De fabriek in Heveadorp komt leeg en is samen met het op het fabrieksterrein gebouwde dorp te koop. De sloop van de fabriek heeft plaats in 1982-'84. Zo rond 1997 koopt een projectontwikkelaar de fabriekswoningen in het dorp voor vier miljoen gulden en gaat deze geheel renoveren. In 2004 sluit de Vredestein fabriek in Renkum. In 2015 en 2016 viert men het 100 jarige bestaan van Heveadorp.

Heveadorp. Er waren twee lagere scholen voor de kinderen uit Heveadorp. De eerste is de Openbare Lagere School (Seelbeeckschool) Middenlaan 47 in Heveadorp. En het oude kantoorgebouw van Scheffer (de Vijverberg) werd ingericht als Christelijke Lagere School. Met als oud adres: Dunolaan 31.

De voormalige Openbare Lagere School in Heveadorp.
De vroegere Openbare Lagere School (Seelbeekschool) aan de Middenlaan in Heveadorp.
Heveadorp, de Lagere School. De Seelbeekschool. De Openbare Lagere School (Seelbeeck school) is gebouwd tussen 1916-'18 van architect J. Rothuizen aan de Middenlaan 47 in Heveadorp. Een met riet gedekt eenlaags gebouw in cottagestijl uit circa 1920. (link) In mei 1920 vragen meerdere ouders opnieuw om de oprichting van een Openbare lagere school aan de gemeente Doorwerth, waar Heveadorp onder valt. Hun verzoek wordt afgewezen. De ontevreden ouders stappen naar Gedeputeerde Staten om de gemeente te dwingen. In juli 1920 gaat de gemeenteraad om. Maar erg actief is de gemeente niet. In maart 1921 blijkt dat de heer Lindeling, zijn invloed in financiële kringen zou aanwenden om bij een Bank een lening te sluiten. De Van Ranzowsbank te Arnhem neemt daarna contact op met de burgemeester in Doorwerth. Gemeld wordt dat ze er niet aan dachten om voor de gemeente Doorwerth een lening te sluiten. De gemeenteraad is hier ongelukkig mee en gaat elders een lening aan. In het najaar 1921 worden sollicitanten geworven voor de school.
Seelbeekschool Heveadorp
 In januari 1922 besluit de gemeenteraad om tot hoofd der openbare school te Heveadorp te benoemen de heer J. Visser, onderwijzer te Arnhem. Mejuffrouw D. Veenstra wordt onderwijzeres. Zij vertrekt in 1924 om schoolhoofd in Noordwolde Friesland te worden. Daarna wordt mej. H.A. (of M.A.) Wilmink uit Velp, voorgedragen voor de Openbare lagere school. In 1926 groeit de school en wordt benoemd als onderwijzeres: mej. A. de Vries uit Oosterbeek. In 1927 vertrekt de onderwijzer de heer G. Panman. Ook in 1927 vertrekt J. Visser om hoofd van de Oosterbeeksche schoolvereniging te worden. Zo zijn er veel namen van onderwijzers op te noemen, maar ik stop hier. In 1931 is er een verzoek tot stichting van een bijzondere school te Heveadorp. Het Bestuur van de Vereeniging voor Chr. Nat. Lager Onderwijs te Heveadorp vraagt aan de gemeente (Renkum) geld voor 2 klassen. De aanvraag voldoet aan de wettelijke eisen en eigenlijk moet de gemeente Renkum medewerking verlenen. De gemeente wil niet mee werken aan een onderzoek naar de echtheid van handtekening van ouders van kinderen. Die tegenwerking zou niet fatsoenlijk zijn. De goedkoopste oplossing zou zijn het gymnastieklokaal van de Seelbeekschool te verbouwen tot 2 klassen en een aparte ingang. Daarvoor wil de N.V. Rubberfabriek te Heveadorp afstaan ± 875 M. 2 voor ƒ 3000. Op deze wijze worden de kosten voor de gemeente tot een minimum teruggebracht. Het Schoolbestuur en de Inspecteur van het L. O. kunnen zich met deze oplossing verenigen. De heer Koning, een raadslid, vindt dat de stichting van een nieuwe school in 't nadeel is van de gemeente en het onderwijs. In de crisistijd is het onverantwoordelijk op deze manier het geld weg te smijten. De grond is veel te duur gekocht; 't lijkt wel op afzetterij. Ten slotte vindt hij 't jammer, dat het gymnastieklokaal wordt opgeheven. En dan komen de twee verschillende scholen nog onder één dak. Eind 1931 worden er door de Heveafabrieken weer 100 arbeiders ontslagen. Geruchten of de bouw van een Bijzondere School nog wel kan door gaan. Maar om het kort te maken, in 1932 begint de Bijzondere School op een ander adres, in het oude kantoor van Scheffer. Zie hieronder. Op 1 april 1932 werd de Openbare Lagere School te Heveadorp door een leerlingenaantal dat varieerde tussen 110 en 102, bezocht. Na de opening van de Christelijke school in Heveadorp liep het aantal leerlingen terug tot 66, waarnaar er weer een stijging intrad, zodat over 1932 een gemiddelde bereikt werd van 77%. Dat is op de rand van de keuze tussen een twee- of een drie-klassige school. Eerst in november 1940 zijn er voldoende leerlingen voor een drie-klassige school. Een tijdsverschijnsel, vanaf november 1941 wordt de O.L.S te Heveadorp gebruikt voor de uitreiking van de boter- en vetkaarten. Op 20 december 1941 begint de uitreiking van de distributiekaarten in Heveadorp. In juni 1943 wordt de O.L.S. gebruikt voor de inlevering van radiotoestellen. Christelijke Lagere School HeveadorpIn 1963 besluit de gemeenteraad dat de Seelbeeckschool wordt verplaatst naar de Cardanuslaan te Doorwerth. In september 1964 start de Christelijke Ulo-school in de oude Seelbeeckschool. In januari 1971 komt er een peuterspeelzaal in de oude school.
Eind jaren ’80 is het schooltje, door SLAK aangekocht. Het heeft 4 ateliers en een atelierwoning

christelijke lagere school Heveadorp
Zorgvlied en of De Vijverberg. Later de voormalige Christelijke Lagere School Heveadorp.
Heveadorp, de Lagere School. In het voorjaar van 1932 werd het oude kantoorgebouw van Scheffer ingericht als Christelijke Lagere School. Huize Zorgvlied is door Scheffer gebouwd, samen met: de Viersprong (Jacoher), Pretty Home, Forest Hill, de Pauw, de Bloem en de Vrucht.". Later is Zorgvliet de Vijverberg gaan heten, ze hebben hetzelfde kadastrale nummer ..687. Het adres was destijds Dunolaan 31. De school stond net voor de nu open plek in het bos, rechts van de Dunolaan in Heveadorp als je omhoog loopt richting Doorwerth, iets verder dan de kruising (bij de ANWB wijzer) met oude oprijlaan (Dunoweg) naar de Duno met huize de Pauw. De eerste leerkracht was meester T. Van Beek. In het voorjaar van 1932 begonnen met 40 leerlingen en in 1933 gegroeid naar 65 leerlingen. Gevorderd door Duitsers in augustus 1940. Nadat de Engelsen er in 1944 hun intrek hadden genomen is het verwoest. In 1946 is de christelijke school samen met de openbare school verder gegaan in één gebouw in Heveadorp, later werd de Rehobothschool in Doorwerth gebouwd, waar de heer Van Beek ook het hoofd van de school is geweest. In 1952 is de Christelijke Lagere School verder gegaan in de Rehobotschool in Heelsum.

Huize Heyborgh, oud adres Utrechtse Straat 32, Heelsum. Rond  1925 - 1938 bewoond door
Mevr J. M. B. Beuker. Voordien woonde men op Huize Klein Harten, xxxweg 44 te Renkum.
Landgoed "the Hillock”, Utrechtseweg 295, Oosterbeek. De "The Hillock" is in 1918-1919 gebouwd als buitenhuis voor de fabrikant G.W. Bloemendaal uit Wormerveer. Bloemendaal kocht de kavel in 1916. De BAG geeft 1924 aan! De architecten waren A.P. Smits en H. Fels. Over Fels is in 2016 door Teunissen, Marcel + Rob Fels een boek uitgebracht. Op het verkavelingsplan uit 1923 van het Landgoed Groot Wolhezen zie je dat  de Hillock een onderdeel is van dat grote landgoed. De heer Bloemendaal, was een van de directieleden van de N.V. Wetenschappelijk Instituut voor Correspondentie-Onderwijs, aan de Velperbuitensingel 6, te Arnhem. Dit instituut bevorderde het schriftelijk onderwijs buiten Nederland. Hij was gehuwd met mw. J.W. Straatman. De familie Bloemendaal bewoonde het huis tot 1940. In 1940 tot 1941 is de industrieel H.C..P. van Gemert de eigenaar en bewoner. Dan verkoopt hij het pand aan de distilateur Hendricus Petrus Coebergh (Henri) (1877-1957). Coebergh was bekend van de bessenjenever. Volgens het gereconstrueerd bevolkingsregister van de gemeente Renkum vestigd zich Hendricus Petrus Coebergh op 26-4-1941 op dit adres en hij is afkomstig van Rotterdam. Ook in deze reconstructie: A.H.Ch.M. Coebergh, vertrekt in de week van 31-12-1941/07-01-1942 naar Breda. Hij was de oudste zoon. De weduwe van H.P. Coebergh laat na het overlijden van haar man een woning aan de Uitrechtseweg 246 bouwen, waar ze gaat wonen. Een andere zoon, de dierenarts J.W.M. Coebergh (Chef) (1908-1955) vestigd zich volgens het gereconstrueerde bevolkings register (J.W.W. Coeberg moet zijn J.W.M. Coebergh) in 1934 eerst op de Pieterbergseweg 24 (het Hoefijzer). Dit adres was voordien praktijk huis en apotheek van zijn collega dierenarts Rapp. Hij gaat later verhuizen naar de Utrechtseweg 248 (Burmania Heerdt) Oosterbeek. Na zijn overlijden in 1958 blijft zijn weduwe Coeberg - Vismans er nog even wonen en komt de villa te koop.
Van 1958 tot 1968 is de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen "Verzicht" de eigenaar. Deze N.V. heeft als doel:
'Verhuur van en handel in onroerend goed'. Van 1968 tot 1980 is de de eigenaar. In 1980 wordt de B.V. Landgoed The Hillock uit Zevenaar de eigenaar. Deze B.V. heeft als doel: 'Verhuur van en handel in onroerend goed'.
Landhuis The Hillock
 Misschien is er daarna nog een ambassade in The Hillock gevestigd geweest (Brazilië) Daar kan ik niets over vinden. heeft u hier info over: graag!
.
Het huis is een Rijksmonument. Het landgoed heeft een schitterende chauffeurswoning. Goed zichtbaar vanaf de Utrechtseweg.
chauffeurswoning The Hillock
Eigenaren 1916-1940 G.W. Bloemendaal
1940-1941 H.C.P. van Gemert
1941-1958 H.P. Coeberg
1958-1958 weduwe Coeberg-Vismans
1958-1968 N.V. Mij. Expl. Goederen Verzicht
1968 -   B.V. Landgoed Hillock

Voormalig pension Hoenderlust, Ottoweg 7, Heelsum. Aangestuurd in 1924 door Mevr. G. Staverman - Tjebbes.

Voormalige Holleweg Oosterbeek
Holleweg Oosterbeek
Tegenwoordig Pieterbergseweg? Of de van Eeghenweg?, of ...? Let op: de hellingen omhoog en naar beneden zijn goed te zien

Huis Hoogerheide, Oosterbeek. Rond 1860 laat C.A. Sangster (1819-1866) Hoogerheide bouwen.
Vlak voordat hij naar zijn nieuwe villa zou verhuizen, overlijdt hij in 1866 op 46 jarige leeftijd. Zijn weduwe verkoopt dan het huis en vertrekt met haar gezin naar Den Haag. In 1866 gaat aldus de Amsterdamse goudhandelaar R.D. Benten wonen. Na diens overlijden kwamen grond en huis in 1896 in het bezit van burgemeester Van Toulon van der Koog. Jan Vincent Maarten van Toulon van der Koog (1853 - 1914), burgemeester van Renkum. Voordien burgemeester van Wijk bij Duurstede. Hij vervulde het ambt in Renkum van 1892 tot 1907 en was eigenaar en bewoner van Hoogerheide. Het huis werd in 1913 gesloopt en de grond verkocht ten behoeve van wegenaanleg en huizenbouw.
Hoogerheide Oosterbeek
Is er een Jagersweg in Oosterbeek? Hoogerheid in de oude vorm lag: "tusschen de Utrechtschestraat en het Benedendorp, nabij de Weverstraat, begrensd aan de Oost-, Zuid- en Westzijden door wegen en met uitgestrekte vergezichten". Waarschijnlijk wordt de Jagerskamp bedoeld.
In 1921 een advertentie: .
Hoogerheide Oosterbeek
Kennelijk wordt Hoogerheid gehuurd door de familie Boom.
De buitenplaats „Hoogerheide" van de familie Vos - Toulon van der Koog, alhier is verkocht aan de heeren A. Goossens en Ir. Westra alhier, die voornemens zijn aldaar een aantal villa's te bouwen en een weg te leggen van de Weverstraat naar de Jagerskamp, terwijl het statige gebouw zal worden afgebroken". Arnhemsche courant van 20-06-1925.
In de nieuwbouw verschijnt er opnieuw een Huis Hoogerheide, we zien mw van Duin als bewoner in 1928.
Huize Hoogerheide is verwoest in de WWII, afgebroken en daarna is de Voorinkstraat aangelegd en is er een twee-onder-een-kap gebouwd rond 1954-57. Huidige lokatie Jagerskamp 18 en Hogerheide 5.

Verdwenen Huis, Hotel Hoog Doorwerth, Utrechtseweg. 2 Heelsum. Oud adres: Utrechtschenweg 412, Doorwerth. Het Hotel Hoog Doorwerth, ook wel villa Kievitsdel genoemd, stond op het landgoed Kievitsdel van zo'n 15 Ha. Heelsum. Let op: Huize of villa Kievitsdel wordt ook gebruikt voor het Kievitsdel dat we nu kennen als restaurant.
Huize Kievitsdel is gebouwd rond 1919 voor een dochter van de Doorwerthse burgemeester Phillippe baron van Brakell en haar man de heer van Heutz. Toen het kasteel Doorwerth in 1880 door zijn bouwvalligheid toch minder geschikt werd voor bewoning, en door dat de erfenis anders uit viel, liet baron Phillipe op een paar kilometer afstand "Huize Doorwerth" bouwen  Hier namen de baron en de baronesse met hun zoon en dochter hun intrek. Dochter Gabrielle maakte in die tijd kennis met de zoon van generaal van Heutsz, die als volontair werkte op de boerderij "de Noordberg". Voor hen werd een villa gebouwd aan de Utrechtsestraatweg, genaamd "Hoog Doorwerth". Naast enkele jachthonden had van Heutsz ook een paar teckels. Op een nacht gingen de honden tekeer en de baas trad op het balkon en maande ze tot stilte. De volgende ochtend bleek echter wel dat al het tafelzilver gestolen was. Hij kocht een politiehond, Brutus, voor driehonderd gulden.
In januari 1929 zien we de Arnhemse garagehouder J.D. van Koppenhage als bewoner van Kievitsdel.
Kievitsdel Doorwerth
bron Algemeen Handelsblad 30-05-1930
In 1939 wordt de Stichting Kievitsdel opgericht. Kennelijk lukken deze plannen niet.
Per 1 juli 1940 werd het huis een hotel "Hoog Doorwerth", Utrechtschestraatweg 10 te Doorwerth. Zie verder bij hotels, pensions.

Landgoed Hoogeland, Doorwerth. Samen met het landgoed de Vijverberg en het landgoed Godesberg, komt Hoogeland voor als bedachte naam door Samuel Voorhoeve in 1916-17 als hij een commercieel uitbreidingsplan voor de Duno maakt voor Scheffer. Het plan van Voorhoeve is nooit uitgevoerd. De schets van Voorhoeve staat bij Landgoed de Vijverberg, verder op.

Molen De Hoop, tegenwoordig de Renkumse molen, Molenweg Renkum
zie bij molens
Hogerheide, Oosterbeek. Medio 1864 verkopen de weduwe en erven van koopman Gerrit Maassen in het openbaar “Een Huis en Erve met Tuin en Bouwland genaamd de Jagerskamp”. Dit terrein van maar liefst 3 ha, begrensd door de huidige Weverstraat, Jagerskamp en Jagerspad, had Maassen in 1834 van de Domeinen gekocht en werd nu in percelen geveild. Het terrein van 3 ha was in acht percelen onderverdeeld. Sangster kocht zijn perceel van ruim 1 ha voor Hfl. 7301. Op dit terrein staat al het door Maassen gebouwde huis “de Jagerskamp”. Sangster is echter niet in dit huis geïnteresseerd. Hij gaat een geheel nieuwe villa op het terrein van “de Jagerskamp”, de villa “Hoogerheide” bouwen. Op het hoogste gedeelte van het terrein, tussen de huidige Jagerskamp en Voorinkstraat, aan de noordzijde van Hogerheide, bouwt hij zijn eigen huis: “gelegen op een verheven en schoon punt, een fraai uitzigt aanbiedende op het dorp en naar verschillende zijden overheerlijke vergezigten op den Rijn, de Betuwe enz”. De architect is de van oorsprong Amsterdamse bouwmeester Gerrit Frederik Moele Bergveld, die vele jaren in Oosterbeek heeft gewoond en op de Algemene Begraafplaats begraven ligt. Hij is vooral bekend geworden als eerste voorzitter van het Amsterdamse Genootschap Architectura et Amicitia in de periode 1855-1860. Het huis is: “in smaakvollen stijl gebouwd en gemakkelijk ingerigt, bevat behalve Marmeren Vestibule of Gang, Keuken, Provisie- en Wijnkelder, Zolder, Dienstbodenkamers en verdere Gemakken, acht meerendeels ruime Beneden en Bovenkamers, waarvan er beneden vier ineenlopen”. Het uitvoerend werk werd verricht door de metselaar- aannemer Steven van Burk en het schilderswerk door Sangsters voormalige huisbaas H.C. Wiesner. De tuin werd aangelegd door G. Gerritsen, terwijl het ijzeren hek geleverd zou worden door de smid H.J. Breman. Volgens plan zou het gezin Sangster op 1 februari 1866 het nieuwe huis betrekken. Er waren al enige meubelstukken overgebracht naar het nieuwe huis, inclusief de schilderijen. Dan slaat echter het noodlot toe. Net op het ogenblik dat zijn droom op het punt staat bewaarheid te worden, wordt Cornelis Adriaan ernstig ziek, mogelijk als gevolg van een cholera-besmetting. Enige dagen later, op 15 januari 1866, overlijdt hij. Na de begrafenis vertrekt de weduwe Anna van der Crab met haar kinderen naar Arhnem. Zij is met vier kleine kinderen achtergebleven, heeft geen inkomsten, en er zijn nog schulden van de bouw van het huis. Zo had Sangster een half jaar voor zijn dood nog een lening van Hfl. 10.000 afgesloten bij Kneppelhout, tegen een overigens relatief lage rente van 3,5%. In augustus van dat jaar laat Anna haar Oosterbeekse bezittingen in het openbaar verkopen. De omschrijving van het te veilen goed luidt: “Een nieuw gebouwd Heerenhuis met erve en tuingrond, benevens eene afzonderlijke woning en erve met tuin en bouwland, alles aan elkaar gelegen…. te zamen één bunder, zeven roeden, zeventig ellen.” Van de verkoop uitgesloten is een smalle strook langs de oostzijde van het terrein “bestemd zijnde om aan den geprojecteerden straatweg te worden getrokken of wel tot deszelfs aanleg te worden gebezigd”. We kennen deze strook nu als de Weverstraat ten noorden van de huidige Dam. Alexander Cremer, grondeigenaar te Arnhem, blijkt bij de veiling in 1886 de hoogste bieder op het ongedeelde perceel. Hij verkoopt het perceel echter datzelfde jaar al door aan Roghier Diederik Benten, voormalig goudsmid afkomstig uit Amsterdam en sinds 1864 bewoner van het ernaast gelegen “Overzigt”. Alexander Cremer kocht het perceel voor Hfl. 14.690 en verkocht het weer voor Hfl. 15.000. Benten breidde het grondgebied van “Hoogerheide” nog uit met een stuk grond ten noorden van de villa en liet het huis aan de voorkant uitbouwen. Ook liet hij op het terrein een koetshuis plaatsen. In 1867 wordt het oude huis “de Jagerskamp” afgebroken. Vanaf 1869 noemt Benten de door Sagster gebouwde villa “huize Hoogerheide”. Benten blijft met zijn echtgenote Wilhelmina Jacoba Adriana Goudswaard tot 1895 op “huize Hoogerheide” wonen. Op 5 oktober van dat jaar overlijdt Benten en kort daarna, op 9 december van hetzelfde jaar, zijn vrouw. In april 1896 wordt door hun erfgenamen “Hoogerheide” via een veiling verkocht aan de toenmalige burgemeester van Oosterbeek J.V.M. van Toulon van der Koog. Deze overlijdt op 10 januari 1914 en bij de boedelscheiding wordt “huize Hoogerheide” toebedeeld aan zijn weduwe Christina Henriette Tijdeman. Na haar overlijden op 14 juni 1918 houden hun acht kinderen “Hoogerheide” nog een aantal jaren aan. Op 8 augustus 1925 wordt “Hoogerheide” vervolgens verkocht aan Nicolaas Herman Westra, civiel-ingenieur, en Adrianus Goossens, aannemer te Oosterbeek. In huidige tijden zouden wij zeggen dat het terrein in de handen was gevallen van project-ontwikkelaars. “Huize Hoogerheide”, de droom van Cornelis Adriaan Sangster, was geen lang leven beschoren. Nog in hetzelfde jaar werd het huis gesloopt en het terrein verkaveld. Er kwam een villa-wijk die nog steeds de naam Hogerheide draagt. link.

Voormalige villa Honswijck, Renkum, in 1917 beoond door de gepensioneerde assistent resident J. Peelen.

Huize De Hooghelei,
Utrechtsestraatweg 88 Heelsum. In gebruikgenomen in 1910. In 1927 woont er Jonkvr. A. C. van Beijma. En in 1937 woont ze er nog en regelmatig vraagt ze personeel voor in de huishouding. Ze komt vast uit Friesland, want de advertenties voor personeel verschijnen alleen in de Leeuwarder courant. Het huis was in de jaren rond 1949 een hotel in eigendom bij de familie Gogarn - Panman. In 1950 overlijdt er dr. J.P. Gogarn. Rond 1955 - 1957 een hotel - pension. Dat is geen lang leven beschoren, want al in 1957 is er een inboedelveling in opdracht van de eigenaar: de Weled. Geboren Heer J. Fijnand. Fijnand gaat in 1962 aan de Lindelaan 8-10 te Heelsum wonen. In 1958 is de Hooghelei het eerste sluis-internaat in de provincie Gelderland. Het internaat is een tehuis voor vrouwen en meisjes, die na hun ontslag uit een psychiatrische inrichting hier aanpassingsmogelijkheden vinden voor hun terugkeer in de maatschappij. De exploitatie berust bij de Stichting voor de Geestelijke Volksgezondheid in Gelderland.

Buitengoed Hoogstede. Tussen Arnhem en Oosterbeek, tegenwoordig bedrijventerrein Arnhems Buiten, Rond 1850 bewoond door de em. predikant P. A. Borger, zoon van hoogleraar en dichter Elias Anne Borger.

Het Houten Huis, Utrechtseweg 269 te Oosterbeek. Het houten landhuis werd in 1923 opgetrokken met prefab-onderdelen van de firma Christoph & Unmack uit Silezië. Naar verluidt zou de opdrachtgever, tijdens een huwelijksreis in Beieren, het huis op een bouwbeurs besteld hebben.

Het voormalige Huis met het torentje, Dorpsstraat Renkum
Huis met torentje Renkum
Links hotel Remmerde en rechts de winkel met huis en klok zoals mevrouw Le Maître het in 1898 liet bouwen. Op deze kavel kwam in 1864 de woning van Derk Zander, bode en vrachtrijder. Later, in 1878, werd dit het huis van G. Jansen schoenmaker en daarna van de wed. Van Vliet, een schippersvrouw. Hierna woonde er Teunissen de koperslager. In 1898 werd dit door mevr. Le Maitre aangekocht en verbouwd tot dubbel woonhuis met winkel. Teunissen gaat het huren. In 1911 verkocht mw Catharine Cornelia Buse het aan de koperslager, loodgieter en fitter Hendik Willem Teunissen. In 1923 verbouwd rijwielhandelaar Hendrikus Janssen het gebouw. Bakker Jan van Eldik nam de winkel in 1948 over.
Het werd gesloopt in 1999 en tegenwoordig staatat er een modewinkel met appartementen er boven.



"Het Huis te Heelsum" in 1868 geveild door notaris Kuijk Arnhem en omschreven als een herenhuis met 9 kamers, met een er naast gelegen wandelbos. weilanden en gelegen aan de Heerlijkheid Doorwerth.

Voormalig Huis ter Aa, in 1924 een hotel-restaurant en pension, zie bij Heveadorp.

Villa Huis ter Heide, Utrechtse straatweg 441 te Doorwerth. Notaris G. D. C. Valewink te Oosterbeek, zal op Woensdagen 12 en 26 Juli 1933, telkens des namiddags ten 2 ure in het Paviljoen „Kievitsdel, aan den Utr. straatweg te Doorwerth, ten verzoeke van den Heer J. G. N. Verloop; bij inzet en toeslag, publiek veilen en verkoopen: de villa Huis ter Heide, met garage, schuur, dennenbosch en heide aan den Utr. straatweg 441 te Doorwerth, kad. bekend gem. Doorwerth, sectie B nos. 317, 318 en 320, tezamen groot 1.81.90 Ha.

Huneschans. Naast het landgoed Duno ligt een restant van een walburg: opvallende aarden wal met een diepe gracht eromheen: de Huneschans. De schans is een aarden wal of ringwalburcht in de vorm van een ovaal, die waarschijnlijk uit de 11e eeuw dateert. De schans was een van de walburchten van het beruchte echtpaar Adela van Hamaland en Balderik van Duffelgouw die rond het jaar 1000 hun macht over het rivierengebied tot de Elterberg aan toe uitoefenden. Zie meer informatie over de Hunnenschans bij het gedeelte over de Duno.

Herstellingsoord de Hut, Utrechtsestraatweg 5, Heelsum. Men behandelde er geen tuberculose gevallen, daarvoor waren er vele mogelijkheden in Renkum. D.W.M. van Malsen was er in 1924 de gediplomeerde verpleegster die de Hut bestuurde.

De Italiaanseweg: In 1840 liet de baron van van Brakell een nieuwe weg aanleggen. Werd aangekondigd in de Arnhemse Courant van dertien september 1840: dat de klinkerweg met de naam de “Italiaanschen weg”, was geopend. “Loopende vanaf de Rijksstraatweg (tusschen den Koude Herberg en Heelsum) door de Molenberg naar het Kasteel". De nieuwe weg werd met groot enthousiasme ontvangen: "Zag men er om den heuvelachtigen, moeilijken weg tegen op, om eenen aangenamen dag aan den herberg op Doorwerth te gaan doorbrengen, het oude kasteel te bezigtigen en van den heerlijke omstreken te genieten". Rond 1843 en 1844 werden opdrachten verstrekt om de weg te verlengen middels een bredere Wolfhezerweg, om het kasteel te verbinden met het station Wolfheze. Dit station werd ook door (en voor) Van Brakell gebouwd. In 1845 opende het station gelegen aan de Rhijnspoorweg dat Utrecht met Arnhem verbond.

Huize Jacoher aan de Oude Oosterbeekseweg 28 op de hoek met de Italiaanseweg,
Doorwerth Jacoher
 (oorspronkelijke naam "de Viersprong" en later een poosje "Stella Duce" te Doorwerth. Ouder adres: Oude Oosterbeekscheweg 58. Vermoedelijk door J.W.F. Scheffer gebouwd vanaf 1908 en klaar gekomen in 1910. Ook de BAG vermeld dat het gebouw in 1910 wordt bewoond. Nu is dit laatste helaas geen bewijs. Een verkopende makelaar heeft het over gebouwd rond 1902. En: "De bijzondere villa , gebouwd door een rijke bankiersfamilie en nadien o.m. door een adellijke familie bewoond". Nog eens uitzoeken, want Scheffer was wel rijk, maar was geen bankier. De bankiersfamilie Mees (+ Hope) heeft er wel gewoond. In 1915 gaat de heer Scheffer er zelf wonen. Stiefzoon Frans Scheffer heeft er vanaf 1910 gewoond. Na het overlijden van z'n stiefvader verkocht Frans Scheffer in oktober 1918 huize Jacoher aan de Verenigde Rubberfabrieken. Dhr T.H. Meyer, een van de directeuren van Hevea, gaat er dan wonen. Jan van der Wal heeft het in zijn boek: "Langs het tuinpad ....." op pagina 14 er over dat Frans Scheffer Jacoher aan Odo van Vloten verkoopt. Huize Jacoher werd door de fabriek in 1922 doorverkocht aan een particulier. Van 1925 tot 1935 woont er dhr. A. Mees Fzn. Volgens de gerconstrueerde basisadministatie was hij afkomstig uit Davos en vertrok later naar Montreux. Tijdens de WWII woont er de familie Otto.J.M. Van Nispen tot Pannerden + C.E.M.I. barones van Hövell tot Westerflier. Met als zoon: de glazenier jhr. Octave van Nispen tot Pannerden. Als in september 1944 het Jagershuis wordt beschoten trekt de familie Driessen in bij de fam. van Nispen tot Pannerden. Daarna volgden andere vluchtelingen, uit Oosterbeek-Laag. De matrassen werden van de bedden gehaald in de hal van het souterain op de grond gelegd. Met de bewoners meegerekend konden aldus zo'n 25 personen een veilig heenkomen vinden. Het plafond van het souterain was van gewelfd beton, op stalen balken. In rondom liggende kamers werden de eiken luiken gesloten, behalve de luiken in de keuken. Toen er geen gas meer uit de kraan kwam werd er een oud kolenfornuis gebruikt. Kolen waren er niet, maar hout was er meer dan voldoende.
Na de oorlog is het tijdelijk gebruikt als noodwoning voor meerdere gezinnen, van wie de woning in het Renkumse totaal was verwoest. Jacoher is van 1947 tot begin 1967 een klooster geweest van de Oblaten van O.L. Vrouw Assumptie. In 1948 noemt het Kadaster zr. Therezia als vertegenwoordiger van de eigenaar.
Raam van het oude Klooster Stella Duce in Jacoher,
In 1937 wist pastoor Markus de Zusters van Liefde van Insula Dei te Arnhem te bewegen een kleuterschool te komen leiden en wel Pro Deo! De kleuterschool begon in het parochiehuis. Na de oorlog namen de zusters Oblaten van OLV ten Hemelopneming van Hulsberg, die zich in 1947 gevestigd hadden aan de Oude Oosterbeekseweg, de leiding over. De naam veranderde van Jacoher naar Stella Duce. In 1966 vertrokken de zusters naar het klooster aan de Utrechtseweg 60 te Heelsum. Later werd deze leiding overgenomen door een Zuster van het Arme Kindje Jezus. Deze orde nam ook Stella Duce over.
Jacoher is van 1955 tot 1972 gedeeltelijk bewoond geweest door architect M.J. Granpré Molière. De architect verbleef er wel eens in de periode dat het Renkumse Raadhuis in Oosterbeek gebouwd werd. Elders gevonden: "Van 1953 tot en met 1958 woont Granpré Molière samen met zijn vrouw Ariette van den Broek in Doorwerth". Echt gewoond heeft de architect er nooit, Jacoher werd meer als een "pied à terre" gebruikt.
 Jacoher Doorwerth in 2015
opname uit 2015
Voor 2015 heeft de woning een poos te koop gestaan. In 2017, 2018, 2019 weer te koop.

Jagershuis, Italiaanseweg Doorwerth. Verwoest tijdens de Slag om Arnhem. De trap, theehuis fundering, beplanting met rododendrons nog terug te vinden. Nooit terug gebouwd. De laatste bewoner, de heer Driessen heeft een dagboek over de laatste dagen van zijn woonhuis geschreven. Klik op de link voor een uitgebreid verhaal over het Jagershuis!

Jagerskamp, Oosterbeek. Medio 1864 verkopen de weduwe en erven van koopman Gerrit Maassen in het openbaar “Een Huis en Erve met Tuin en Bouwland genaamd de Jagerskamp”. Dit terrein van maar liefst 3 ha, begrensd door de huidige Weverstraat, Jagerskamp en Jagerspad, had Maassen in 1834 van de Domeinen gekocht en werd nu in percelen geveild. Sangster koopt het grootste perceel, een terrein met een omvang van ruim 1 ha, waarop ook het door Maassen gebouwde huis “de Jagerskamp” staat. Dit huis is ten tijde van de koop verhuurd aan ene mejuffrouw E.P. ten Zijthoff, met een huurovereenkomst doorlopend tot 1 mei 1865. Sangster is echter niet in dit huis geïnteresseerd. Hij bouwt een geheel nieuwe villa op het terrein van “de Jagerskamp”, de villa die wij kennen als “Hoogerheide”. Lees verder bij Hoogerheide.

Landgoed Johannahoeve, Oosterbeek. Landgoed „JohannaHoeve", liggende in de gemeenten Oosterbeek—Arnhem—Doorwerth. Oosterbeek, 1913. Andere namen: Waldfrieden was er van 1850 tot 1908. Daarna heette het de Johannahoeve van 1908 tot 1945, en daarna Nieuw Vrijland. Lees meer bij boerderijen en Waldfrieden.

Landgoed Johannahoeve II, Oosterbeek. In 2007 is begonnen met de bouw van een nieuw klooster op het landgoed Johannahoeve tussen Arnhem en Oosterbeek, op het terrein van de Missionarissen van Mill Hill. Dit ten behoeve van de uit Tilburg komende Trapistinnen. In 2009 zijn de zusters verhuisd naar het nieuwe Koningsoord. De abdij ligt aan de Johannahoeveweg te Arnhem.

Jonkershoeve Renkum Wolfheze
Landgoed Jonkershoeve, aan de Renkumseheide, 6871 NR te Renkum.
Lees meer bij boerderijen.

Jonkershoeve II Het zuidelijk gedeelte van de de Jonkershoeve, daar waar sinds 1992 de Golfclub De Heelsumse ligt in Renkum, en heet soms wel eens Jonkershoeve II. De ingang van de glofclub gaat via Heelsum en heeft een Heelsums en geen Renkums adres.

De Jufferswaard uiterwaard ten zuiden van Renkum en Heelsum, zo tussen de papierfabriek en de brug van de autoweg A50, ten zuiden van de Noordberg. Hier is rond 1800 al klei afgegraven door pottenbakkers en later om er stenen van te bakken. Rond 1870-80 begon Heijman Wolff samen met Jan van de Pol (Wolff & Co) er een steenfabriek. Een jaar eerder was er al een steenfabriek bij Renkum begonnen, daar waar nu de papierfabriek staat. Kennelijk ging de firma Wolff failliet, naast Renkum kwam ook “De Maneswaard” te Opheusden en "De Hooge Blieken" onder Vianen en Hagestein in 1927 te koop. In 1928 werd in de Jufferswaard de vlamovensteenfabriek Renkum opgericht. De fabriek is stilgelegd in 1942 en werd in 1944 (WWII) zwaar getroffen. Restanten van de steenfabriek(en) zijn nog goed te zien. De steenfabriek in de Jufferwaard is in de WWII oorlog verwoest. De fabriek bood een goede locatie om oprukkende Duitsers richting Arnhem, het doel van Market Garden, tegen te houden. Het dorp Renkum heeft er veel schade van ondervonden, de steenfabriek is na de oorlog nooit meer terug gebouwd. De schoorsteen is wel met Marshall-gelden gerestaureerd: want geen toren, geen vergunning. Van de Loo heeft in de jaren 90 het terrein aan Van der Valk verkocht, maar die kregen geen vergunning voor hotel en jachthaven. Daarna is het verkocht aan Staatsbosbeheer.
Aan de oostkant van de Jufferswaard, te zuiden van de Noordberg is een stenen muurtje te zien:
muurtje in de Jufferswaard
  Oorspronkelijke kademuur, waar een woonboot aan gelegen heeft. Nu iets ten zuid-westen van de Noordberg in de Jufferswaard. (foto 2015 H.Tax).
Waar komt de naam Jufferswaard vandaan? Veel onduidelijkheden. Volgens eigenaar  Staatsbosbeheer: heet dit gebied de Jufferswaard omdat het ooit van het Klooster van Renkum is geweest. Wikipedia geeft een joodse herkomst aan. De naam Jufferswaard is volgens oude teksten afkomstig van:
Twintig morgen weyland, de Jufferweerd genaamd, en één morgen twintig roeden, de Pol genaamd, aan de noordzijde van de rivier den Rhijn. samen noordwaarsch aan het erve de Maat gelegen, onder de Doorweerd met derselver kribben en rijsweerden,- zijnde thans een bijsonder leen en afgespleeten van het huys den Doreweert, onder het kerspel van Wolfhesen en Oosterbeek, aan het furstendom Gelre en graafschap Zutphen als een welgebore dienstmangoede, te verheergewaden met eene peerde, leenroerig. Uit het register op de Leenaktenboeken (tussen 1402 en 1895) van het Vorstendom Gelre en graafschap Zutphen; Kwartier van de Veluwe, deel I de Veluwe; Arnhem, S. Gouda Quint 1917; pagina 24. En van hetzelfde boek op pagina 21: Den Dorenweert met allen sijnen toebehoren; der Jonkfrouwenweert beneven Redinchem in den Rhijn, met anders den weerden, die in den Rhijn gelegen sijn; met den gerichte, hoge ende lege; met thinsen ende thienden ende met visscherien, dat is te verstaen tusschen der Aa ende Redichem; met den mannen, die tot den Dorenweert horen, met den bossche, dat daerto hoort, gelegen in den kerspel van Wolffhezen ende van Oosterbeeck, tot eenen welgeboren dienstmansgoede, te verhergewaden met eenen peerde, erkent bij Robert van Dorenweert, anno 1402.
Of te wel de Jufferswaard is genoemd naar de Juffers van Kasteel Doorwerth.
Het Historisch Genootschap Redichem heeft in 2006 een onderzoek gedaan naar de steenfabriek. En in 2017 is er een Open Monumentendag in de Jufferswaard gehouden door HGR en anderen. Het HGR heeft toen ook een boekje over de geschiedenis van de Jufferswaard uitgegeven

Landgoed De Kabeljauw, Doorwerth. Bij de boerderij ‘de Kabeljauw’ lagen eens de twee Papiermolens op de Kabeljauw tegenover elkaar. De boerderij ‘de Kabeljauw’ is gebouwd op de fundering van de noordelijke papiermolen. Naast de boerderij Kabeljauw 13 stond watermolen voor de productie van papier De Kamp. De beide Kabeljauwmolens (de naam komt van een lompenhandelaar uit Dordrecht die de bouw van beide molens financierde om zo z’n lompen te kunnen verwerken) De Kamp papiermolen is gebouwd in 1693 en in 1864 is de molen stilgelegd. Lees hier meer over bij de pagina over molens.

De Maatschappij Doorwerth kende in 1926 een onderdeel: De Maatschappij De Kabeljauw. Met Notaris Sluis uit Wageningen gaan zij proberen om op 12 en 26 juli 1926 in het restaurant de Kievitsdel te verkopen: 4 percelen aan de Utrechtschenstraatweg elk groot ongeveer 1500 m2. 6 percelen aan de Kabeljauwlaan, groot ongeveer 1125 m2. 10 percelen langs de van der Molenallee, groot ongeveer 1600 m2. 13 percelen langs de Boschlaan elk groot ongeveer 1100 mw. Daarnaast zal op dezelfde veiling de heer J.A. Haag verkopen3 percelen aan de van der Molenallee, hoek Kabeljauwlaan, groot ongeveer 700 m2 en 8 percelen langs de vander der Molenallee, nabij de Melkweg ekl groot ongeveer 950 m2. Zo begint dus de buurtschap Kievitsdel.

Landgoed Kali-Maro, Heelsum. Zie Wilhelminapark Heelsum

Landgoed de Kamp, De Kamp 6 te Heelsum. Ooit onderdeel van de Heerlijkckheid Doorwerth, van origine veelal onontgonnen heideterrein. In 1693 werd er papiermolen De Kamp gebouwd, aangedreven door de beek. Lees hier meer over bij de pagina over molens.
Rond 1920 is hier Huize Langenberg gebouwd, in Gooise landhuisstijl. Rondom het huis lag een groote heidetuin met coniferen en een vijver.
In 1928 begon Reneé (C.R.) van Vloten er een proefboerderij (op de adressen De Kamp 1, 2, 3 en 4) voor de varkensteelt. "Te midden van prachtig natuurschoon zooals we dat op de Veluwe zoo veel aantreffen, ligt daar de Varkensfokkerij waar een 200-tal varkens werden gehouden. Robuste, sterke en lange varkens troffen we hier aan. Men krijgt den indruk, dat hier op serieuze wijze wordt gewerkt aan de verbetering van onzen varkensstapel in het belang van het algemeen". Enschedesche courant 11-06-1930.
De adelijke familie van Vloten - van Spengler, woont zo rond 1929 al op de Kamp. Jkvr. R.J.J. (Constance) van Spengler is er toen geboren. C.R. van Vloten is overleden in 1934? daarna blijft mw. douairière Jhr. G. A. J. van Spengler er met zoon René C.R. van Vloten wonen. Vrouwe A. P. van Bosse, de Douairière van  Jonkheer G. A. J. van Spengler, en dochter R.J.J. van Vloten - van Spengler.
Langenberg Heelsum HattemDe huidige naam is Huize De Kamp met adres De Kamp 6.  De BAG noteert hier ook 1928 en dat zal wel weer een fout zijn. De naam Langenberg komt van de camping Langenberg bij Hattem, ook eigendom van A.R. van Vloten. De villa aldaar is na het overlijden van van Vloten verkocht. Zie de advertentie hierboven.
Tijdens de WWII woonde hier Lidy van Spengler-van Bosse. Zij moest tijdens de Slag bij Arnhem op bevel van de Duitsers haar villa hals over kop verlaten. Een deel van de schilderijen van Jo Koster kon ze in veiligheid brengen, de rest is bij plunderingen geroofd of vernield. Jo Koster was een destijds bekende schilderes die op 15-4-1944, tijdens een logeerpartij op de Langenberg overleed. (lees een artikel in Trouw)
Op 17 augustus 1973 brandde de Langenberg, gebouwd in Gooise landhuisstijl, geheel af. Het landgoed is in particulier bezit en beperkt toegankelijk. Er loopt een gedeelte van het Molenbeeksepad over het landgoed. Drie beken: de
De Kamp Renkum
 Papiermolenbeek, de Wolfhezerbeek en de Heelsumse beek, zijn zichtbaar, met aansluiting naar de papierfabriek van Schutte. Een oude oprijlaan vanaf de Utrechtseweg (links en rechts van de paardenwei) is nog te zien (niet meer in gebruik). Veel van het landgoed is verdwenen bij de aanleg van de autoweg A50, die open ging in 1972.
De boerderij aan de Kamp 1 - 3, gebouwd in 1928, die ervoor gebruikt is, is in 1950 verbouwd naar een rietgedekteLandgoed de Kamp, ansicht 1973 3-onder-1 kap woning op Landgoed De Kamp. Huidige adressen De Kamp 1, 2 en 3
In de oorlogsjaren gaat C.R. van Vloten aardperen, de topinamboer, verkopen.

In 1957 vraagt mw. Jansen, Huize de Langenberg, Utrechtsestraatweg 7 te Heelsum een hulp in de huishouding.
De Kamp Heelsum
Meer info bij http://www.geldersarcadie.nl/de-kamp.html
Faceboek De Kamp

Huize en landgoed De Keijenberg, Renkum. De gronden in de voormalige buurtschap de Harten waren rond 1600 in eigendom van het klooster te Renkum. Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. In 1639, na de kerkhervorming, werden de gronden verkocht aan de Staten van het kwartier Veluwe en werd Hendrik van Essen tot holtrichter aangesteld. Hij was ook burgemeester van Arnhem. In 1650, na zijn overlijden, kwamen de gronden in handen van zijn dochter Swane Penseè, die trouwde met Willem Joseph van Ghent. Na haar overlijden liet zij de eigendommen na aan haar twee zoons: Willem Joseph baron van Gendt (1671-1732), oudkapitein ter zee, ongehuwd blijvende (landgoed De Keijenberg) en Frederik Hendrik (landgoed Quadenoord). Als W. J. baron van Gent sterft eind 1732, laat hij zijn bezit na aan zijn nicht Margaretha Maria van Ghent (1707-1766). Zij wordt met de Keijenberg beleend. Zij trouwde in 1726 met de grietman (burgemeester) van Dantumadeel, Michael Onuphrius baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1695-1758), eigenaar van Quadenoord en zo kwamen beide landgoederen in één hand. Hun enige zoon Wilco, ook grietman en lid van Gedeputeerde Staten van Friesland, overleed in 1788. Rond 1790 worden enige stukken land van dit grote bezit afgesplitst. Het gaat hier dan om ‘kampen’ met akkermaalshout (geriefhout) en tabak, om hooi- en weiland en om stukken uiterwaard. In 1791 werd het landgoed verkocht aan Jan van Donselaar en Eva Thomas. Het was een leen van Zutphen. Zij verkochten het landgoed in 1798 voor Hfl. 6.804,= aan jonkheer C. Munter. Met dat geld werd het huis Bellevue gebouwd. Het huis de Keienberg werd in 1820 gebouwd door Jhr. Cornelis Munter en had een koetshuis en een theekoepel. Formeel ontstaat dan in 1820 het landgoed.
Huize de Keienberg, Renkum
Huize de Keijenberg, Renkum, opname uit 2014.
Na de dood van Munter in 1828 gaat het goed gedurende de 19de eeuw in vijf verschillende
handen over. De eerste eigenaar na Munter wordt in 1828 de heer P. A. de Veer (196 ha.); daarna in 1836 C. A. Baron van Grovestein. Op den Huize den Keijenberg onder Renkum overleed den 11den April 1841, de Hoog Wel Geboren Heer Carolus Augustus Sirtema Baron van Grofestins, in den ouderdom van ruim 60 jaren. verkoop Keijenberg de Beken
Volgens bovenstaande advertentie uit het Algemeen Handelsblad van 14-08-1841, bestaat het voormalige landgoed de Beken, later genaamd landgoed de Keijenberg uit: het Herenhuis, dat we nu kennen als de Keijenberg; de Hofstede Everwynsgoed; de Hofstede de Kwadenoord; de Uiterwaard de Maatschewerde; eene Hofstede onder Renkum, naast Bellevue, met deszelfs Hof en Bouwland en de Uiterwaard de bovenste Kaphaansche Waard.
Uit: Arnhemsche courant, 18-04-1841. Als eigenaar wordt C. A. Baron van Grovestein gevolgd door een aantal Amsterdammers. De eerste eigenaar afkomstig uit Amsterdam is de heer G. van Santbergen, die het goed koopt in 1843. In 1845 spreekt Van der Aa over “een herenhuis, een park, koepel, boomgaard, tuinen en wandelingen; [naast] drie hofsteden, twee uiterwaarden, bosschen, heide , bouw- en weiland, 233 bunder”. De volgende eigenaar was rond 1845-48 de heer C. D. Schüller. Schüller biedt het landgoed aan de heer Willem Hendrik Suringar, die actief was met het realiseren van een gezinstehuis (woningen) voor moeilijk opvoedbare jeugd. De Keijenberg leek hier minder geschikt voor en Schüller geeft dan in plaats van de Keijenberg, een gelijke hoeveelheid aan geld, waardoor Suringa het landgoed Rijsselt bij Zutphen kan kopen. En daar begint dan in 1851 het Nederlands Mettray. 1849: Woonachtig vrouwe Maria Cornelia Costerman, weduwe den heer Francois van Vollenhoven, particuliere, woonachtig op den huize de Keijenberg onder Renkum.

Het oorspronkelijk neoklassieke huis uit 1820 werd in 1870 verhoogd.
Keijenberg in 1864
 In 1855 is de heer G. L. Wurfbain eigenaar van de Keijenberg, die alle gronden in 1875 verkoopt.
advertentie Keijenberg 1842
In 1875 kwam het landgoed in bezit van Jonkheer Mr. F.J.H. Schimmelpenninck. Maar de advertentie hierboven geeft een andere datum, Schimmelpenninck woont er als huurder al langer. Na zijn dood in 1906 valt De Keijenberg toe aan zijn dochter Jkvr. G.J.Ph. Schimmelpenninck, is gehuwd met Mr. C. H. Beels en woonde in Arnhem. In 1915 verkoopt de dochter de Keijenberg aan haar broer Jhr Mr A.G. Schimmelpenninck uit Zuilen. Hij heeft veel verbeterd en verfraaid aan het landgoed en de opstallen. Het huis wordt in 1930 met een vleugel vergroot. Het is bekend dat de bekende landschapsarchitect Samuel Voorhoeve uit Oosterbeek voor Schimmelpenninck werkte tussen 1921 en 1934 en van 1940 tot 1944. Onduidelijk is wat hij precies heeft gedaan. Waarschijnlijk was hij in dienst als rentmeester en heeft hij geadviseerd en plannen gemaakt omtrent aankopen, ontginning, inrichting en beplanting van de gronden. In die tijd werd in ieder geval het terrein aanmerkelijk uitgebreid en gereorganiseerd.
De Hervormde Stichting Kerk en Wereld heeft een archief met een foto- en diaverzameling,  gemerkt A-I, 1945-1999. Lekker ruim in de jaren, past altijd.
Huize „de Keijenberg". Na eenige jaren leeg te hebben gestaan is huize „de Keijenberg" dezer dagen wederom door den eigenaar, den heer jhr. mr. A. G. Schimmelpenninck, Groot-Officier van H. M. de Koningin, betrokken.
Uit: Arnhemsche courant, 21-06-1939.
 In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd het huis aan de Slotemaker de Bruïne stichting (rusthuis) verhuurd. Een rusthuis voor huismoeders, daarna in 1964 een vakantie- en conferentieoord van de Nederlands Hervormde Kerk, in 1966 werd het een vormingscentrum. In 1968 was de heer W. van Dam, leider van het protestants-christelljke vormingscentrum „De Keienberg" te Renkum. In die tijd werden er ook nog een poos  cursusdagen voor verzorgenden in het vormingscentrum De Keyenberg te Renkum gehouden.
Renkum Keijenberg
In 1974 werd het landgoed aangekocht door Staatsbosbeheer. Rond 1992 -1995 werden er door verschillende instellingen congressen georganiseerd. De Keijenberg gebruikte de naam: Conferentiecentrum de Horst. Enkele congressen: Diabetesvereniging Nederland, Nijmeegse Colloquia en DVN van de Nijmeegse Universiteit. In 2004 werd het een opvangcentrum voor asielzoekers. En vanaf 2004 is het in gebruik bij Woonzorgnet. Het landgoed (bos) is vrij toegankelijk. Het terrein rond het huis zelf is privé. (foto's) Bij Wikipedia is een andere ontstaansgeschiedenis te lezen!
Oudjes uit tehuizen met vacantie. In Drachten zal deze zomer de bevolking van een rusthuis met vakantie gaan. Het betreft hier de bejaarden uit de Wiersma-Reltsmastichting („Herbranda") te Buitenpost. Naar we menen te weten is vakantie voor bejaarden in deze vorm voor Friesland iets nieuws. In het westen werd het al eerder gedaan. De veertien bewoonsters van „Herbranda" te Buitenpost gaan met enkele verzorgsters van 27 juni tot en met 4 juli naar het hervormd vakantieoord „De Keienberg" te Renkum. Zij zullen daar met auto's worden heengebracht en ook weer naar huis gereden. Zoals de directrice van „Herbranda" het tegenover ons uitdrukte: „ze leven er echt naar toe".
Uit: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 13-04-1959.
Een onbezoldigd rijksveldwachter betrapte wederom een tweetal studenten, die zich op de „Keienberg" te Renkum ophielden en waarvan een 'n geladen geweer in jagende houding bij zich droeg. Het geweer werd in beslag genomen, en tegen de overtreders procesverbaal opgemaakt. Uit: Arnhemsche courant, 28-12-1912.

Kerken in de gemeente Renkum. Zoals de Oude Kerk in Oosterbeek, het Kerkje op de Heuvel in Heelsum, de verwenen kerk van Wolfheze Laag, enzovoorts; zie Renkumse Kerken.

Landgoed Kievietsdel, zie Hotel Hoog Doorwerth.

Pannenkoekenhuis de Kievitshoeve. Kabeljauw 6 te Heelsum. In 1936 te bereiken zo'n 200 meter omlaag vanaf hotel de Kievitsdel in Doorwerth.

Kiepen van Beels. Beels was de echtgenoot van Jkvr. G. J. Ph. Schimmelpenninck en men woonde op de Keijenberg. Met kiepen worden in Renkum kraaien bedoeld en die zaten in grote getale in het Kraaienbos, ten westen van de Keijenberg. Uit het boek "Groen was mijn dorp", Wes Beekhuizen. [blz. 15]: ''Op huize de Keyenberg woonde toen de familie Beels waarvan de freules zich vaak met liefdadigheid bezig hielden. Even voorbij het kasteeltje, dicht bij de beek, huisde een grote kraaienkolonie in de zeer hoge, kaarsrechte bomen. Het merendeel van die gevederde bewoners trok overdag bijna geruisloos over ons dorp en de Rijn om in de Betuwe te gaan fourageren en tegen de schemering zochten al die zwarte vogels , luid ka-ka-ka-end, hun nesten weer op. De Renkumers zeiden dan: De kiepen van Beels gaon weer op huus aon....''  Tegenwoordig wordt deze naam gebruikt door een dagbestedingsproject voor de bewoners van de Keijenberg.

Kleenharten
, Utrechtseweg 124, Renkum, bewoond vanaf 1910.
Kleen Harten Renkum
Kleen Harten, Renkum

Huize Kleen Quadenoord, Utrechtseweg, Renkum, was vooral in trek als familiepension en uitvalpunt tijdens de vakanties. Pensionhouder tot 1938 J.L.W. Brandts. Hij gaat failliet en de inboedel wordt verkocht. Zie de Ooosterbeekse Courant van10-09-1938.

Voormalig Herenhuis Klein Dalzicht destijds aan de Utrechtsestraat 112 te Oosterbeek. Jan van Embden bouwde 1855 het “Berg en Dalzicht”, later “Dalzicht” genoemd. Jan van Embden (Didam 1823 - Oosterbeek 1896) was burgemeester van de gemeente Renkum van 1866 tot 1892. Het pand lag aan de  Utrechtseweg, naast Concordia op de hoek met de Weverstraat. En vrijwel schuin tegenover het gemeentehuis dat destijds werd gebruikt op de Utrechtsestraat. In 1897 gaat notaris A. Moll Dalzicht veilen. Dalzicht wordt gekocht door F. N. Heinsius uit Geldermalsen, cuisinier van beroep. Hij laat Dalzicht verbouwen naar een familie-pension, dat geheel aan de eisen van de tijd voldoet. Het pension gaat in april 1898 open.   In 1938 kopen Mulder en Robbers, het oude Dalzicht, breken het af en er komt in 1940 een blok winkels voor terug. "Omstreeks 1 Febr. a.s. wordt begonnen met den bouw der winkelhuizen op het terrein van het voormalige pension „Dalzicht", hoek Utrechtscheweg en Weverstraat te Oosterbeek. Het oude pand wordt thans gesloopt en de tuin gedeeltelijk geëgaliseerd. Zooals men weet, ligt het in de bedoeling aan den Utrechtscheweg een zestal moderne winkelpanden te bouwen, waarbij zich aan de zijde van de Weverstraat nog 11 winkelpanden zullen aansluiten. Voorts bestaan plannen om op het binnenplein een groote overdekte tennishall te bouwen, welke tevens als congres- en vergaderzaal zal kunnen worden gebruikt. Üit de  Arnhemsche courant van 03-01-1939.
In de WOII worden deze winkels zwaar beschadigd en gedeeltelijk weer vernieuwd. Voor sommige panden geeft de BAG 1940 aan zoals de Van Toulon van der Koogweg 6, Oosterbeek. Voor mummer 18 geeft de BAG 1939 aan, toch een beetjke raar, verschillende bouwjaren voor een pand dat in een keer gebouwd is. Ook kom je 1956 tegen. Dan wordt er een loods achter een winkel gebouwd die er later bij wordt doorgebroken.

Klein Dreyen, Stationsweg Oosterbeek. Gebouwd in 1906 voor de familie Wierdsma (Directeur van de Holland Amerika Lijn in Rotterdam van 1880 tot 1905). In februari 1916 stond de villa onbeheerd, er werd een auto voor gezet en de villa werd leeggestolen. In 1949 wordt besloten om een Nutskleuterschool te bouwen. Een noodgebouw hiervoor staat tot 1958 in de tuin van de villa Klein Dreijen.

Klein Heideveld, Ginkelseweg 2, Heelsum. Zie Wilhelminapark Heelsum.

Huize Klein Tafelberg, Pietersbergseweg 38 te Oosterbeek. Of te wel de villa met het hek, zoals het genoemd wordt in de lijst van Rijksmonumenten. In de jaren rond 1895-1900 onder invloed van de Neo-Renaissance en de Chaletstijl gebouwde vrij gaaf bewaarde en rijk gedetailleerde villa met tuinhek. Tegenwoordig oa een B+B.
Klein Tafelberg Oosterbeek

Stichting Kievitsdel:  Renkum Oosterbeek; de Stichting Kievitsdel te Heelsum. Verschenen is het prospectus met afbeeldingen van de Stichting „Kievitsdel" te Heelsum. Deze stichting heeft het huis en park „Kievitsdel" aangekocht met de bedoeling een villapark te stichten voor oudere echtparen. Het wijkt af van inrichtingen als Mooiland, Avondrust enz. Ieder echtpaar bewoont een klein villa'tje, bevattende woonkamer, slaapkamer, bad, keuken. Deze villa'tjes, 50 in getal, zijn gedacht rond het bestaande, doch te verbouwen hoofdgebouw, dat als centraal punt moet beschouwd worden. Van uit dit hoofdgebouw, waarin de keukens zijn, het personeel woont, waar gelegenheid is voor recreatie en voor logé's van bezoekers, worden alle bewoners verzorgd. Elke villa is telephonisch met het hoofdgebouw verbonden. De bedoeling is een gecentraliseerde verzorging der bewoners met behoud van hun eigen home en vrijheid. De villa'tjes liggen dicht bijeen in het prachtige park, met eigen tuintje en terras. De zeer landelijk gehouden architectuur wordt verzorgd door den architect H. W. Wesselink te Oosterbeek. Licht en intimiteit zijn de hoofdkenmerken. De parkaanleg, die gedacht is als onderlinge verbinding van villa's met hoofdgebouw, is opgedragen aan den landschapsarchitect John Bergmans te Oisterwijk. Het ontwerp van beide architecten geeft blijk van een verrassende eenheid in de conceptie von het geheele plan. Voor deze gemeente is het te hopen, dat dit uniëke plan geheel tot uitvoering kan komen. De directie is gevestigd te Doorwerth. Uit de  Arnhemsche courant van 23-10-1939. Andere namen: Hotel Kievitsdel, Landgoed Kievitsdel. Hotel Hoog Doorwerth.

  Het goed de Kleikamp te Renkum is in 1791 beleend aan Willem Hendrik Klinkenberg van Echten en was een afsplitsing van het goed de Keijenberg. In deze 25 Ha. grote uiterwaarde bouwt in 1883 A.J.W. Furncombe Sanders een steenfabriek en verpacht deze aan de firma Van Dam & Co. De steenfabriek wordt afgebroken ten behoeve van de uitbouw voor Van Gelder, de papierfabriek.
In 1924 zien we advertenties zoals: prima Fokhanen, stam fokstation „De Kleikamp" Renkum.

Voormalige Steenoven De Kleikamp. In 1903 koopt G. H. Reijmer steenoven De Kleikamp voor hfl 24.850,=
Volkskrant 14-2-1969:  Arnhem, 14 febr. — De baksteenindustrie De Kleikamp in Renkum gaat eind maart sluiten. Ongeveer 30 werknemers worden ontslagen. Verwacht wordt dat zij in omliggende bedrijven herplaatst kunnen worden. De sluiting van de steenfabriek gebeurt in het kader van de saneringsregeling voor de metselbaksteenindustrie. Met de vakbonden en de werkgeversorganisatie in de bakstèenindustrie is overeenstemming bereikt over afvloeingsregelingen.
Nieuwsblad van het Noorden: Het betreft hier een ten dele traditioneel bedrijf met een jaarproduktie van ongeveer 10 miljoen bakstenen. Als gevolg van deze sluiting zullen circa 30 werknemers moeten afvloeien. Het personeel is van de voorgenomen sluiting in kennis gesteld. Aangenomen wordt dat zij op omliggende bedrijven herplaatst zullen kunnen worden.

Huize de Kleikamp, Dorpsstraat 151 (1934) Dorpssstraat 119 (naast De Wissel) te Renkum. In 1927 bewoont door J. H. van Haaren. In 1934: C.W. Koch.
Achtereen volgende eigenaren: Jan van Maanen, landbouwer, Otterlo, heeft in 1882 ½ aandelen; Jan van Maanen, zonder beroep uit Renkum; Jacob van Maanen, landbouwer uit Doorwerth; Gerrit Teuniszoon van Scherrenburg, landbouwer uit Renkum; Petrus Pauk, winkelier uit Renkum; Fa. Evertsen en Weijman uit Renkum; Frans van Scherrenburg uit Renkum en Fa. Everts en Weijman uit Renkum.

Hotel Klein Zwitserland te Heelsum. Zie Wilhelminapark Heelsum

  De Kleiputten, Heelsum.
Deze kleiputten zijn tussen de jaren 1920 en 1950 uitgegraven en de klei werd gebruikt voor de steenfabricage. Het gaat om een vervallen uiterwaard, nu een moerassig gebied, dat onder de Natura 2000 richtlijn valt. De naam Kleiputten is ontstaan doordat er heel veel klei uit de uiterwaard gehaald is, een tichelgat dus. Het winningsgebied was vroeger eigendom van de steenfabriek van Van Wijck aan de zuidzijde van de Rijn. Er waren meer kleigaten ten oosten en westen, maar die zijn gedempt om het voor agrarisch (mede)gebruik geschikt te maken. De gewonnen klei werd via een smalspoor en een kleipontje nabij de Heelsumse beek naar de overzijde van de rivier vervoerd.
Tegenwoordig is natuurbehoud belangrijk, voor de klei was de opbrengst uit hout, e.d. de reden van het goed. De Kleiputten zijn niet toegankelijk en je kunt er een glimp van opvangen als je over de Doorwerthse Fonteinallee naar het westen loopt, onder de autoweg door (je loopt tegen de ingang aan) en dan ter hoogte van de boerderij Veld en Beek naar de Rijn kijkt. In 1984 werd de Stichting tot behoud van het natuurreservaat de Kleiputten, uit Wageningen eigenaar van 20 van de 40 hectare van het goed. Eens per jaar konden de donateurs van de Stichting er een bezoek brengen. De stichting heeft bestaan tot zo 1989. Daarna werd het kennelijk verkocht. Het gebied stond in november 2015 opnieuw te koop. Ook de nieuwe eigenaar vindt natuurbehoud belangrijk en wil de natuur met rust laten. Bijzondere vogels. Net als de aangrenzende Jufferswaard dus een voormalig industrieterrein waar de natuur het voor het zeggen heeft gekregen.
Kleiputten Heelsum

De Kloosterweide is de uiterwaard ten zuiden van het Renkumse Klooster. Hier wordt een papierfabriek gebouwd die in 1912 wordt vervangen door een papierfabriek van “Van Gelder”, die onder de naam “Renkum II” de geschiedenis zal ingaan.

Het Kloosterkamp is een afsplitsing geweest van het landgoed de Keienberg:
Een stuk uyterweerds hooy- en weyland, de Kloosterkamp genaamt, groot ongeveer vijftien morgen, drie hond en negen en tachentigh roeden, in het schoutampt van Rencum gelegen; sijnde thans een bijsonder leen en afgespleten van den Keyenberg cum pertinentiis, opgedragen door Wilco Holdinga Tialling Camstrathoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg aan Evert Jan Benjamin van Gollstein, die daar weder mede beleend is, 28 May 1791.
Uit Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen; Gelre 1917.

Villa "De Kluit", Van Lennepweg 13 te Oosterbeek.
De Kluit Oosterbeek
.Notaris J.S.L. Korteweg liet de villa de Kluit liet bouwen rond 1929. Architect was W.J. Gerretsen. In de tuin stond Minerva, een marmeren tuinbeeld dat in 1929 vanuit Noordgouwe naar Oosterbeek verhuisde.
"Mevr. Muntz—Van Dam, Van Lennepweg 13, Villa „De Kluit", Oosterbeek, yraagt voor direct of later een net TWEEDE MEISJE P.G-, kunnen tafeldienen en kamerwerk verrichten. V.g.g.v. Zich aan te melden schrift, of pers. tusschen 12 en 2.30 uur".
Uit de Arnhemsche courant van  31-12-1940

Het voormalige Koetshuis van Hartenstein, Utrechtseweg 228 te Oosterbeek. Gebouwd als koetshuis met dienstwoning voor het ernaast gelegen Hartenstein. Ken het als brandweergarage en als restaurant Klein Hartenstein.

Villa Koninginnelaan 1, Heelsum.
Heelsum Koninginnelaan
Deze villa uit het jaar 1901 (BAG) en is destijds gebouwd voor de directeur van de er tegenover gelegen papierfabriek Schut.

Voormalige Kosterij, (Kosterie) Dorpstraat, Renkum, tegenwoordig Onder de Bomen.
Oude Kosterie Renkum
Hier is meer te vinden over de Oude Kosterie.

Verdwenen Kousenhuisje, Oude Kloosterweg 1 te Wolfheze.
naar een ingekleurde ansichtkaart
Meer info over het Kousenhuisje is hier te vinden. In 1989 is er op de plek van het Kousenhuisje een nieuwe woning gezet: adres Oude Kloosterweg 1 Wolfheze.

Voormalig Huize Komatipoort, Weverstraat E 104 daarna Weverstraat 183 te Oosterbeek. Werd in 1890 gebouwd voor Gerhard Jan Philippus Zuiderhoek. Het logement dat hij met zijn vrouw start, krijgt de naam Pension Zuiderhoek-Ridderhof. Centraal op de gevel komt de naam van het huis te staan: “Komatipoort”.  Voor de ambities van Zuiderhoek wordt echter niet alleen Oosterbeek, maar zelfs geheel Nederland al snel te klein. Begin 1908 zet hij “Komatipoort” te koop en vertrekt hij naar Westervoort, om vervolgens naar Amerika af te reizen, waar hij in 1934 overlijdt.
De koper is Evert Ekker, die in het huis een interessant beleggingspand ziet. In 1910 splitst Ekker “Komatipoort” op in een dubbel woonhuis en krijgt de oostelijke helft van de tuin een  eigen kadasternummer.
Evert Ekker krijgt  in 1907 door het overlijden van zijn tante Johanna Bosch van Rosenthal een grote erfenis. Hij begint veel onroerend goed in de omgeving van Velp te verkopen en investeert het geld onder andere in de aankoop van “Komatipoort” in 1908. Samen met andere eigendommen zoals “Beekhof” en “’t Zonneheem” nog een teveel aan huizen. Ekker verkoopt in 1908 hij “Beekhof” aan de huisarts Isaäc Brevée. Ekker verhuist met zijn zonen Evert jr en Martin naar “’t Zonneheem”. In 1917 verkoopt Ekker “Komatipoort” ook aan Brevée.Brevée had interesse om “Komatipoort” van Ekker te kopen, omdat dat hem de mogelijkheid
bood om het pand met zijn ingebouwde werkplaats in te richten als koetsierswoning. Brevée
was een traditionele dorpsarts die in de beginjaren zijn patiënten nog per koets bezocht. Brevée verhuurde het pand in onderdelen. Tot in 1940 wordt “Komatipoort” in advertenties nog aangeprezen als een pension. Na de oorlog blijkt Komatipoort nog bewoonbaar.In 1954 verkoopt de weduwe Dora Brevée de noordelijke helft van “Komatipoort” aan Johan Beekhuizen. In 1963 komt de zuidelijke helft van “Komatipoort”, de voormalige koetsierswoning, Op een veiling. In eerste instantie wordt het pand aangekocht door de huisschilder en sigarenhandelaar Hendrikus Ilmer. Deze overlijdt echter al het jaar daarna, waarna het huis door zijn weduwe Janna Haksteen verkocht wordt aan de huisschilder A.J. de Vries, die er tot voor kort heeft gewoond.

Koningsoord, Johannahoeveweg  Oosterbeek.

Buitenplaats Kortenburg, zie Oranje Nassau Oord.

Kostschool voor meisjes, Dorpsstraat Renkum. In 1881 wordt Mej. L.F. Meindersma benoemd, tot hoofd van dan gesubsidieerde dag- en kostschool voor meisjes te Renkum. Dit instituut voor jongedames opent per 1 september 1881 in Renkum, bij Wageningen. Prospectussen zijn beschikbaar en voor inlichtingen kan men zich wenden tot: J. v. Embden, burgemeester van Oosterbeek en Renkum. Theod. Pannekoek, wethouder; M. Mijnlieff + H.L. Ploem, lid van de gemeenteraad; etc. In 1881 wordt Mej. L.F. Meindersma benoemd, tot hoofd van de gesubsidieerde dag- en kostschool voor meisjes te Renkum. In 1899 verhuisde deze kostschool naar 't Huize Heelsum in Heelsum.

Kurhaus Bad Heelsum te Heelsum, een inrichting voor licht-luchtbaden, bestond sinds 1900. Andere naam dr. Marx Sanatorium „Kurhaus Bad Heelsum". Lees ook de info bij Voortstreven.

Landgoed en huis Laag Wolfheze, Utrechtseweg 321, Renkum bij Doorwerth (wandelen langs het huis toegestaan). In 1911 wordt de N.V. Landgoed Wolfheze gesticht. De NV. koopt een een groot gebied ten noorden van de Utrechtseweg. Dit bezit wordt in 1917 in delen doorverkocht aan meerdere eigenaren. De Amsterdamse bankier Christiaan Pieter van van Eeghen (1880-1968) koopt in 1917 het stuk met oa de `Wodanseiken’, de sprengen langs de Wolfhezerbeek en de voormalige Wolfhezer kerk omvatte. Het huis is naar een ontwerp uit 1919 van de Haagse architect Samuel de Clercq. Gereed gekomen in 1921. Landschapsarchitect Samuel Voorhoeve maakte het ontwerp voor de tuin. In 1967 wordt het noordelijke bosgedeelte van het buiten verkocht aan Natuurmonumenten.
Huis Laag Wolfheze
"Het landgoed “Huis Laag Wolfheze” is gelegen nabij Wolfheze (gemeente Renkum) en is een ingevolge de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed. Op het landgoed is gelegen een landhuis, dat omstreeks 1920 gebouwd is naar een ontwerp van de Haagse architect Ir S. de Clercq en de status van Rijksmonument heeft (monumentnummer RACM 523653). De tuin in de directe omgeving van het huis is aangelegd naar een ontwerp van de tuinarchitect S.Voorhoeve en heeft ook de status van Rijksmonument, evenals het aan de Utrechtseweg gelegen toegangshek (resp. nr 523654 en 523655). Voorts is op het landgoed gelegen een boswachterswoning. Het landgoed is met uitzondering van de directe omgeving van landhuis en boswachterswoning opengesteld voor het publiek." (link)

Laag Wolfheze wordt ook gebruikt als benaming voor het verdwenen dorp Wolfheze. Een heuvel geeft nu nog aan waar de kerk heeft gestaan. Leuk om te bedenken dat de heuvel noodzakelijk was om de kerk te schermen tegen een hoge waterstand van de RIjn. Het dorp is waarschijnlijk verwoest tijdens de 80 jarige oorlog (1568-1648) en nooit herbouwd. Mede oorzaak kan zijn dat de aanleg van sprengen na 1590 voor de papiermolens in Heelsum de grond verdroogd heeft.

WWII Landingszone X, gelegen vanaf de cafetaria Airborne, Renkum, tot aan de spoorbaan Arnhem Utrecht. Het monument staat naast de cafetaria.
Landingszone X Renkum
Veteraan Steve Morgan was een van de twee veteranen die het monument op 21 september 2018 mochten onthullen. Als parachutist is Morgan geland in zone Z, tegenwoordig de golfbaan en richting Wolfheze. Gevochten bij de brug, tot de gevangenneming door de Duitsers. In Duitse kampen gezeten tot aan de bevrijding. Het monument staat op de plek van dropzone-X, de plek waar de Slag om Arnhem begon. Volgens Wilfred Oldham, zijn hier de eerste twee gliders geland. Oldham zat zelf in een van deze 2 gliders. Hun opdracht was, beveilig de dropzone voor de latere landingen. Beveilig de weg vanaf Bennekom en de weg in Renkum (Dorpsstraat) vanaf Wageningen. Als de Airbornes richting Arnhem trekken, willen ze niet in de rug aangevallen worden.

Huize Landzicht, Kerkstraat 21, Renkum

De Langenberg, Utrechtseweg 9a, Heelsum; de Langenberg. Landgoed de Kamp is gelegen te Heelsum, langs de A50. Oorspronkelijk hoorde het bij de domeingoederen van kasteel Doorwerth. Vanaf de zeventiende eeuw heeft hier een papiermolen gestaan. Rond 1920 is hier een landhuis, genaamd Langenberg, gebouwd in Gooise landhuisstijl. Rondom het huis lag een in die tijd populaire heidetuin met coniferen en een vijver. Op 17 augustus 1973.is het landhuis afgebrand.

Heelsum villa Laura
Villa Laura (sinds 2017: Mendet), (Laurahof), Bennekomseweg 71, Heelsum. Gebouwd vanaf 1910. In gebruik sinds 1911. Villa Laura is oorspronkelijk gebouwd als pension. Voor 1910 was er op de kavel Renkum B219, rond 1832, een boer Willem Nab, die een klein gedeelte pachtte van de Domeinen. Nab was een arbeider uit Renkum. Zijn kavel besloeg 1820 m²  voor huis, schuur en erf
Het gebouw heeft ook andere namen gehad, zoals Laurahof of Huize Laura. De poortwoning aan de Bennekomseweg 73 Heelsum is in gebruik sinds 1918.
Nadat de grond begin 20e eeuw in handen was gekomen van Paul Ludwig Moritx Deig (een Amsterdamse koopman), werd in opdracht van hem de villa gebouwd, naar een ontwerp van Prins en Benier. Behalve de centraal gelegen, witte villa, bevinden zich op het landgoed diverse bijgebouwen zoals een koetshuis, een kapschuur, werkplaats en garage. Het landgoed kende vervolgens diverse eigenaren ,waaronder Mej. G. Beijnen, totdat het in 1951 werd gekocht door dr.ir. J. IJdo, fabrieksdirecteur. Zijn dochter was eigenaresse tot 2013. Een tuinkamer werd aangebouwd in 1958.
Villa Laura Heelsum voor 1950
Villa Laura Heelsum 1918
Mej. Geertruida Johanna Beijnen, ridder in de orde van Oranje Nassau, komt op 87 jarige leeftijd op Laura te overlijden in 1942. Dan heeft ze al ruim 28 jaar in het rusthuis gewerkt.
"Op 87-jarigen leeftijd is alhier overleden mejuffrouw G. J. Beijnen. Een bijzondere levensloop is door dit sterven afgesloten. Mej. Beijnen werd te 's-Gravenhage geboren. Haar vader was de in de tweede helft der vorige eeuw bekende rector van liet Haagsche gymnasium, dr. L. R. Beijnen. Door dezen paedagoog bij uitnemendheid opgevoed, is zij geworden de vrouw, die haar geheele leven gesteld heeft in dienst' der barmhartigheid. Als jong verpleegster heeft zij pioniersarbeid verricht voor het Ned. Roode Kruis en toen in den Transvaalschen oorlog de eerste groote Nederlandsche ambulance naar Zuid-Afrika werd afgezonden, trok zij mede naar onze stamverwante broeders. In Pretoria werd zij ernstig door typhus aangetast, doch mocht herstellen. Teruggekeerd, trad zij op als directrice van het Haagsche ziekenhuis van het Vrouwencomité van het Ned. Roode. Kruis. In den Balkanoorlog van 1912 ging zij met haar pleegzusters met de door den heer Goekoop bekostigde ambulance naar Griekenland om hulp te verleenen. In 1914 heeft zij haar werk bij het Roode Kruis neergelegd en stichtte zij aan den Bennekomschen weg alhier het rusthuis “Laura" waar velen rust vonden en dat zij tot haar dood is blijven bewonen. Als echter de nood riep, liet zij haar rusthuispatiënten aan anderen over en was zij daar waar dringender hulp noodig was. Zoo hielp zij toen in den vorigen oorlog de Belgische vluchtelingen ons land binnen kwamen en ook bij de overstrooming van een deel van Noord-Holland in 1916. De toen reeds bejaarde verpleegster was een der eerste die hulp hielp verleenen. Haar verdiensten werden erkend, want zuster Beijnen was ridder in de Orde van Oranje-Nassau,  draagster van de versierselen van de Huisorde van Oranje, van de medaille en het Kruis van verdienste, van het Ned. Roode Kruis. Ook voor den koning van Griekenland was haar een onderscheiding verleend. In Renkum en Heelsum heeft de eenvoudige leidster van “Laura" veel goeds gedaan door haar werk in het door haar in het leven geroepen Comité voor Kleeding en Dekking, dat jarenlang aan vele behoeftigen hulp heeft verleend. Zoo is een welbesteed leven afgesloten Gistermiddag is het stoffelijk overschot in eenvoud, doch onder groote belangstelling te Doorwerth aan den schoot der aarde toevertrouwd. Het woord werd allereerst gevoerd door den heer Doorman sr. uit Den Haag. die wees op de groote beteekenis van zijn tante voor het Ned. Roode Kruis, voor het vaderland en voor het grootvaderlijk en ouderlijk huis. Ds. Broekema sprak van het levend geloof, dat de overledene bezat en dat nu is overgegaan in aanschouw. Onder klokgelui daalde de kist is de groeve, terwijl een schat van bloemen de liefde vertolkte, die zoovelen deze edele vrouw hebben toegedragen. Zij heeft in eenvoud geleefd, zij is in eenvoud gestorven, in eenvoud is zij begraven en toch zij was van den hoogsten adel. Den adel van het kindschap Gods". Uit de Arnhemsche courant, 14-04-1942.
Villa Laura in 2015
Een gehele renovatie vond plaats in 2000. Toen kwamen er ook een schuur, hondenverblijf en een dubbele garage. Het werd verkocht, de gemeente veranderde zelfs in 2014 het bestemmingsplan en villa Laura zou gesloopt worden om plaats te maken voor een geheel nieuw te bouwen landhuis met 8 appartementen en een ondergrondse parkeerkelder. Dat is gelukkig niet gebeurd. In 2016 werd de villa laatstelijk verkocht. En werd daarna eerst  tijdelijk voor particulier + bedrijf (P&A) gebruikt. In 2017 is men begonnen met een verbouwing. Villa Laura is wel gerangschikt onder de Natuurschoonwet, doch helaas, het gebied is niet openbaar toegankelijk. Villa Laura is een gemeentelijk monument. Eind 2017 is de naam Villa Laura van de beide toegangshekken verdwenen: Mendet staat er nu.

Lebret, Lebretweg 51, 6861 ZZ Oosterbeek. Begonnen 1917 als Volkshuis op initiatief van de Vereeniging „Tot meerdere Ontwikkeling"  en in 1929 voorzien van enige aanbouw voor een badhuis. Tot 1972 in gebruik als badhuis voor de Oosterbekers. Daarna een zalencentrum.

Zaal Lemgo, Don Boscoweg te Renkum. Het verenigingsgebouw Lemgo te Renkum. “Op zondag 14 juni 1933 verzocht het bestuur van de Rooms Katholieke Werklieden Vereniging aan de leden van Stand, Vak en Jeugdorganisatie hier ter plaatse om zich na de Hoogmis naar Lemgo te begeven om daar te bespreken de mogelijkheid tot oprichting ener Rooms Katholieke Muziekvereniging.” bron. In 1972 wilde voetbalvereniging RVW de vereniging een eigen clubhuis. Dat werd Lemgo gelegen naast het pand van Drukkerij Bos. En zo werd “het Kriel” geboren. In 1977 in gebruik genomen door de St. Maatschappelijke Dienstverlening Renkum-Wageningen.

Verdwenen Villa Lemgo Renkum. Ongeveer ter hoogte van de Melkdam stond villa Lemgo, de katholieke kerk heeft deze villa Lemgo in 1917 aangekocht om hier de katholieke kerk te bouwen welke in 1923 is geopend.Lemgo Renkum

Landgoed de Lichtenberg, Oosterbeek, destijds aan de Amsterdamschenweg 161. Tegenwoordig Amsterdamseweg 455 Arnhem. Jan Pieter Adolf Graaf van Limburg Stirum (1867-1902) is een voormalig eigenaar van het landgoed. Een andere naam voor hetzelfde land goed is Lichtenbeek. De Lichtenbeek bezat een bekende renstal en de springoefeningen nabij het landgoed trokken bij de omwonenden veel bekijks.

Landgoed Lichtenbeek, Oosterbeek. Tot in de zestiende eeuw behoorde Lichtenbeek en omgeving (Boschveld), tezamen met het gebied ten noorden van de Amsterdamseweg (Vijverberg), toe aan het klooster Mariëndaal. De cultuurhistorische ouderdom gaat nog veel verder terug, daarvan zijn de 4000 jaar oude grafheuvels, één op Lichtenbeek en twee op Boschveld, getuigen. Arnhem Lichtenbeek Mariëndaal GLK
Het Klooster Mariëndaal werd in 1580 werd opgeheven. Rond 1650 werden de goederen verkocht. Lichtenbeek werd rond 1651 gesticht door Wilhelm Creyvenger en Bernt Harscamp. In 1834 kocht Jan Trakranen het landgoed van de weduwe Van Hasselt, geboren gravin van Rechteren. Trakranen liet een nieuw huis in neoclassicistische stijl bouwen. In 1835 en 1836 breidde hij zijn bezit uit met Boschveld, dat oorspronkelijk ontstaan was uit de landerijen van Mariënborn. Het Geldersch Landschap kocht in 1940 een gedeelte van het oorspronkelijke landgoed Lichtenbeek van de erven L.G.A. graaf van Limburg Stirum. Het Mariëndaalse Veld op Lichtenbeek maakte in september 1944 deel uit van het slagveld van de Slag om Arnhem. Lichtenbeek dat bedoeld was voor het droppen van bevoorrading van de Britse troepen was in handen van de Duitsers. Oudere bomen in het gebied bevatten nog granaatscherven van die strijd.
Arnhem Lichtenbeek Mariëndaal GLK
In 1942 - 1944 was er een missiehuis en rusthuis gevestigd van een Engelse congregatie waarin ook Nederlanders werden opgenomen: de Sint Josephcongregatie der Vreemde missiën van Mill Hill. Tevens was er een zusterhuis gevestigd. In 1942 brandde, door onvoorzichtigheid met vuur, het oorspronkelijke gebouw af. Tijdens de Slag om Arnhem in 1944 liepen de overige gebouwen onherstelbare brandschade op, enkel het Koetshuis, de oranjerie en de Boswachterij zijn hersteld en heden nog in gebruik. In het bos is nog een grenspaal (Arnhem - Oosterbeek) te vinden. De boerderij werd nog bewoond door de fam. Daatselaar. Wat er nu nog staat is een Rijksmonument.
Lichtenbeek Oosterbeek

Landhuis De Lilliputter, Renkum. Gebouwd voor H. van Tricht, door architect J.C. van Epen, in 1920, 1921.

Huize de Lindenhof, Utrechtseweg 91, Renkum. Gebouwd in opdracht van P.M. van Walcheren. Volgens de BAG voor het eerst bewoond in 1911. P.M. van Walcheren kennen we als vicevoorzitter van Pictura Veluvensis, waar destijds Barend Ferwerda de voorzitter van was (1915). Hij vertrekt in 1932. Daarna wonen hier tot 1944 zo'n 10 verschillende personen volgens het gerecontrueerde bevolkingsregister van de gemeente Renkum. Of ze het hele pand tijdelijk bewonen, of er een kamer hebben is niet duidelijk. In 1942 gaat mw. W.J.C Cambier van Nooten, de kunstschilderes, hier wonen. In de jaren 1980 woont de huisarts Th.H . Kolkman hier.
Lindenhof Renkum

Voormalige meubelfabriek LOV, Jan van Embdenweg, Oosterbeek. Gerrit Pelt richtte in 1910 een idealistische meubelfabriek in Oosterbeek op, de “N.V. Oosterbeeksche Meubelfabriek L.O.V”: Labor Omnia Vincit oftewel Arbeid Overwint Alles. Zijn doel was een betere levensstandaard voor de arbeiders klasse te creëren, en meubels te vervaardigen die degelijk en stijlvol, maar ook betaalbaar zijn. Betaalbaar werd het niet, alle meubels werden met de hand gemaakt, confectiemeubels waren zo de helft goedkoper. Pelt liet zijn fabriek bouwen volgens de laatste inzichten over hygiene en veiligheid. Er was een badhuis en een bibliotheek voor de arbeiders. Fraaie werkmanswoningen verrezen op het bedrijfsterrein. De acht-urige werkdag werd ingevoerd lang voordat hij verplicht werd gesteld. Ook de overige voorzieningen waren ruimhartig. Bijzonder was vooral de in Nederland zeldzame bedrijfsstructuur, die was gebaseerd op het systeem van co-partnership. Een deel van de winst wordt daarbij aan de arbeiders uitgedeeld in de vorm van aandelen, zodat zij heel langzaam aan mede-eigenaar worden van de onderneming. In 1935 werd LOV geliquideerd. De bekende architecten A.P. Smits én H. Fels, waren beiden tussen 1916 en 1935 vrije medewerker bij de meubelfabriek LOV. (bron)
In juli 1927 werd door een brand het gehele pand vernield. De schade werd beraamd op hfl 120.000,-. Een grote hoeveelheid klaarstaande meubelen, bestemd voor het Troelstrahuis, werden ook vernield. De medewerkers bouwden een noodlokaal.
LOV Oosterbeek
De firma Raanhuis heeft de LOV op de J. v. Embdenweg overgenomen. Later is Raanhuis verhuisd naar Renkum. Sinds 2018 is er de Stichting Erfgoed LOV.

Voormalige Villa Lucienheuvel, Oosterbeek. Gebouwd op het terrein van de Hemelse Berg in 1836 en weer afgebroken in 1863 voor de aanleg van een de nieuwe vijver door H. Copijn in de hoek van de Kneppelhoutweg en de Benedendorpseweg. Van xxxx tot 1863 woonde de Amsterdamse koopmansfamilie en bankier Fock in de villa. De echtgenote S.A.D. Fock - de Kock bevalt er in 1857 van een zoon. Wie er daarna gaat wonen? Afgebroken in 1863, denk het niet:
Lucienheuvel Oosterbeek te huur 1864
Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 22-06-1864.
Wanneer is nu de vijver aangelegd? Ook in 1865 verschijnt er nog een verhuur advertentie. In 1871 mocht de onderwijzer Eelco Arend enige tijd in de villa Lucienheuvel wonen tot de werkelijke afbraak.

Voormalige villa Luctor et Emergo, Mariaweg F49, Oosterbeek. Het rechtskundig bureau van dhr. Wolzak (tevens gemeenteraadslid) is er vanaf 22 september 1919 in gehuisvest. Wolzak woonde destijds in een villa aan de Rijksstraatweg 42 te Oosterbeek.

Villa 't Maerlant, Fangmanweg 33 Oosterbeek, Gebouwd in 1871.

Villa Maria, Pieterbergseweg Oosterbeek, komt in 1925 te koop, groot 5.99 A., bevattende 8 kamers met serre, keuken en bijkeuken.

Voormalig Maria Klooster, of te wel Onze Lieve Vrouweklooster, Renkum, aan de Bokkedijk. Reinald IV de hertog van Gelre, sticht in 1405 een Augustijner Regularissenklooster te Renkum en schenkt goederen en renten aan dit klooster.
In 1596 schenkt Ada van Cortenbarch aan het O.L. Vrouweklooster te Renkum een huis in Wageningen.

De Mariahoeve ,Hoofdlaan 4 Oosterbeek, Een gemeentelijk monument.

Villa Marja, Utrechtschestraatweg 109. Oosterbeek. Uit 1893. In 1927 bewoont door S.J.G. Roes. De villa is een gemeentelijk monument.

Huize Mariënberg, Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg 16, Oosterbeek. Het voormalig woonhuis van jhr. Ferdinand Wittewaal van Stoetwegen, burgemeester van Doorwerth (1904-1916). Nu is er het Leo Kannerhuis (centrum voor autistische kinderen) gevestigd.

Marienborn, Oosterbeek. Oude namen voor Mariëndaal zijn Mariënborn en het Fonteine Klooster. In 1392 werd op Mariënborn een klooster gebouwd. Zie verder bij Mariëndaal.

Voormalig landgoed en tegenwoordig park Mariëndaal (park toegankelijk) Mariendaal ongenummerd, Arnhem.
Oude namen voor Mariëndaal zijn Mariënborn en het Fonteine Klooster. Op de grens tussen Arnhem en Oosterbeek. In 1392 gaf Wijnand van Arnhem een landgoed aan de Augustijnen om er een klooster (Domus Fontis Beatae Mariae) te stichten. "Deze had van den hertog van Gulick en den bisschop van Utrecht verlof gekregen, zijne bezitting in een klooster te veranderen naar het voorbeeld van het beroemde klooster te Windesheim bij Zwolle, aldaar door de leerlingen van Geert Groote, den stichter van het Fraterhuis te Deventer, volgens de Augustijner orde der Reguliere kanunniken gesticht. Arent van Gruythuijzen bood hem daarbij de behulpzame hand en de geestelijken van der Gronde en Breukerink kwamen uit Windesheim over, om voor de inrichting van het klooster te zorgen. De bouwmeesters waren Hendrik Wildo uit 's-Hertogenbosch en Hendrik Wilsen uit Kampen; de eerste rector was Johannes van Kempen, de broeder van den beroemden Thomas a Kempis. Deze groote geleerde, te Kempen bij Crefeld geboren, heette eigenlijk Thomas Hamerken. Het klooster maakte een geheel uit met het klooster te Windesheim en werd »de oudste dochter van Windesheim" genoemd. De kloosterlingen waren zeer werkzaam, gastvrij en liefdadig; hunne kleeding bestond uit een wit overkleed met zwarte regenkap." ( Uit: Arnhem omstreeks het midden van de 19de eeuw van A. Markus.)
Oosterbeek Mariendaal
Enkele grafzerken van de begraafplaats zijn bewaard in de Christuskoepel.(300 meter naar het oosten op een heuvel) Rond 1580 - 1587 (na de Hervorming) werd het klooster afgebroken. De stenen werden grotendeels gebruikt om de vestingwerken van Arnhem te herstellen. Het klooster heeft gelegen aan de Kloosterwei. Het landgoed werd provinciaal eigendom middels de Rekenkamer van het Hof van Gelderland. In de periode daarna werd het landgoed gebruikt voor de houtproductie. In de Bataafs-Franse tijd werd het een rijksdomein dat daarna in bezit is gekomen van de Arnhemse familie Van Eck.
Op de plaats waar nu het landhuis staat liet Johan Brantjes in 1735 huize Mariëndaal bouwen. Het is dan ook in 1735 dat het formele landgoed ontstaat. Door aankoop kwam het landgoed in 1820 in handen van de burgemeester van Arnhem, Mr. J. van Eck, die het op de grondslagen van het voormalige klooster gestichte landhuis aanmerkelijk liet vergroten. Zijn schoonzoon, Jacob Nicolaas van Eck voorzag de villa omstreeks 1857 van een tweede verdieping.
Mariendaal Oosterbeek
Oosterbeek Mariendaal
Het landgoed is verder tot 1936 in bezit het van dezelfde familie Van Eck gebleven. Al te streng werd het "Verboden toegang" niet gehandhaafd. De verpachte akkers moesten immers toegankelijk blijven en er hadden ook wel zendingsfeesten e.d. plaats.
Marëndaal Oosterbeek rond 1905
Mariëndaal is echter eerst publiek wandelgebied geworden nadat het landgoed in 1936 door de stichting het Geldersch Landschap was aangekocht  van de erven Van Eck. In 1735 bouwde Johan Brantsen er een herenhuis. In 1791 liet Jacob van Eck het landhuis vergroten en maakte lanen in het park. Daarna liet F. van Eck de "groene bedstee" (een berceau van haagbeuk) aanleggen.
Maëndaal Oosterbeek
In 1936 werd GLK eigenaar. In de Tweede Wereldoorlog werd het huis gevorderd door de Reichsarbeitdienst. Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 werd het huis zwaar beschadigd. De renovatie vond plaats in 1948 en een jaar later betrok het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek (Blgg) het gebouw.
Daarna kwam er het Rijksinstituut voor gewas- en bodemonderzoek in. Tegenwoordig wordt het anti-kraak bewoond en zoekt GLK een huurder. Meerdere Arnhemse landgoederen (omgeving Amsterdamseweg) behoorden aanvankelijk tot de landerijen van het voormalige klooster Mariënborg. Warnsborn in 1640, Boschveld in 1650, Vijverberg in 1650, en in 1651, Mariëndaal in 1735 en Den Brink in de 18e eeuw. Tegenwoordig een schitterend wandelgebied, ingang via de Mariëndaal (ook P.) aan de Utrechtseweg tussen Oosterbeek en Arnhem of via de Schelmseweg aan de noordzijde. Mariëndaal is vooral bekend vanwege de ongeveer 400 meter lange dubbele beukenhaag. De Groene Bedstee, zoals deze beukenhaag is een nest voor verschillende vogelsoorten. De lindeboom in het midden symboliseert de liefde. Het fraaie landhuis en de oranjerie erachter zijn niet opengesteld voor publiek. Ga eens op zoek naar de ijskelder. Zoek naar een wandelroute waarin de Stenen Tafel, de Christuskoepel, de berceau, de theekoepel ten westen van de Schelmseweg, de ijskelder, enkele sprengkoppen en watervallen, de Mammoetboom (Sequoia), en enkele Robinia pseudoacacia in begrepen zijn. Huur desnoods de theekoepel van Huize Mariëndaal bij de Stichting Erfgoed Logies, Reken op een route van rond de drie uur.
Meer info, lees de publikatie: Mariëndaal als parel aan de ketting.
Er zijn sinds 2016 plannen om de gebouwen om te vormen tot iets cultureels, museum, volg deze link.

Villa Mariëndaal aan Mariëndaal 8-10 te Oosterbeek. Een gemeentelijk monument.

De verdwenen Villa Margaretha, Dorpstraat 40, 6871 AM Renkum. 1884 - 2007.
Het adres was destijds de Dorpsstraat nr B10.
Margaretha Hisgis 1932
Uit deze schermprint van HisGis is de situatie van 1832 weer gegeven. Er staat dan al een huis in eigendom bij Geurt van Kraanen.
H. Roest: "Eerst komt het huis van een zoon van Van Kraanen met zijn vrouw. Zij hadden geen kinderen en Van Kraanen was naast landbouwer ook voerman -1886-. Later woonde er Ten Hoopen -1890- en nog weer later Pluim die vrachtrijder was op Wageningen -1890-. Later kwam er weer een vrachtrijder wonen -1930-. Mevrouw De Tiebroeck(?) heeft het verkocht -1936- en het is afgebroken waarna het open terrein werd".
Elders gevonden: Later woonde er Van de Hoef en toen zijn vrouw was overleden is het huis gekocht door mevrouw Le Maitre - Buse. Die heeft daar een villa gebouwd, die er nu nog staat. Deze villa is daarna een tijd verhuurd geweest aan mevrouw Henkemans.
Elders is te vinden dat in 1882-1884 Margaretha gebouwd door door de heer Buse, de vader van mw Le Maître - Buse.
En bij Wes Beekhuizen is te lezen dat villa Margaretha gebouwd is in 1880.
Daarna kwam in mei 1888 de heer B. Linn met zijn gezin. Hij was gasfabrikant uit Schoonhoven en mocht van de gemeente Renkum van 1 januari 1889 voor de volgende 40 jaar gas fabriceren en verkopen. Gas werd alleeerst gebruikt voor de straatverlichting. Linn werd aldus de directeur van de gasfabriek aan de van Ingenweg. Iets later, in mei 1898 gaan Boudewijn Linn en Emilie Constance Linn-Vreede verhuizen van Schoonhoven naar de villa Margaretha. Mw. E.C. Linn - Vreede komt te overlijden op 15-08-1905. In 1909 gaat Richard H. Linn zijn vader als directeur van de gasfabriek opvolgen. Richard (16-01-1877 overleden 24-06-1961) begint in 1909 nog een handel in auto's voor Indië, maar gaat binnen twee jaar alweer failliet. Later komen we Richard Linn weer tegen als hij  als kluizenaar in een woonwagen bij de Sint Pietersberg bij Maastricht bivakkeert.
Na het overlijden van de heer B. Linn op 22-10-1918 bleven zijn kinderen in villa Margaretha wonen. De jongste dochter was mej. Catharina Maria Constancia Linn, de onderwijzeres (juffrouw Kattespin" van de eerste klas van de Openbare School ) die in mei 1923 verhuisd naar Bennekom. Zij komt te overlijden in oktober 1940 en woont dan in Heelsum. Villa Margaretha wordt in 1919 aangeboden op een veiling:
Margaretha Renkum
Villa Margaretha dient anno 2002 als jongerenhuisvesting. De projektontwikkelaar Van den Bosch wilde het slopen maar als gemeentemonument mocht dat niet. Margaretha kreeg in 1999 een positief advies van de gemeentelijke monumentencommissie uit 1999 en werd in 2000 aangeweze als gemeentelijk monument. B+W van Renkum gaven meermaals beloften om de villa te beschermen. De sloopplannen Van de Bosch maakten dat de gemeente het zelf maar kocht en bood Van den Bosch elders in de gemeente de mogelijkheid een woonappartementencomplex te bouwen.Villa Margaretha Renkum
Sinds 2011 staat er nieuwbouw en geeft Siza er op de bovenverdieping de mogelijkheid om er begeleid te wonen. Op de beganegrond is er een woonwinkel.

Villa Marjo
, Utrechtseweg 175 Oosterbeek. Gebouwd in 1890.

Villa Martina Heuvel, Klingelbeekschen weg te Oosterbeek, wordt in 1923 geveild. De villa bevat: beneden: 7 kamers, waarvan 2 en suite met serre, 2 keukens, bijkeuken, kelder, garage, stal en kippenloop, boven: 2 kamers en grooten zolder. De villa is voorzien van gas, waterleiding en electrisch licht. Aanvaarding bij de betaling der kooppenningen op 1 November 1923.

Masuanko Heelsum
Voormalig Pension Masuanko, Bennekomseweg 21, Heelsum.

Villa Mathilda, Utrechtseweg te Oosterbeek. Rond 1954 was de heer J.F. van Engelenburg, de exploitant van een rusthuis voor Ouden van Dagen.

Voormalige  villa Medan, laatste adres Utrechtseweg 29, Heelsum

Voormalige Villa Meta, Dorpstraat 189 Renkum. Zie ook kerken, bij pastorie Dorpsstraat.
Het nieuwe logement de Bok, annex bierbrouwerij, bleef in het bezit van de familie Offenberg tot 1859, in welk jaar het bedrijf overgedaan werd aan H. H. Christiani, bierbrouwer te Renkum. In 1859 koopt H. H. Christiani, bierbrouwer (de Bok) te Renkum van de kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. nog een stukje Kosterijland ter grootte van 12 à 15 roeden, gelegen naast de R.K. Kerk Deo Sacrum. Op dit terrein wordt dan in 1863 een nieuwe brouwerij (nu ,,Meta", Dorpsstraat 189) gebouwd. In 1934 wordt villa Meta voor mevrouw Marmelstein - van Prehn,  geveild De bierkelders onder deze villa hebben in de oorlog dienst gedaan voor onderduikers en ze zijn tegenwoordig nog te bezoeken.
Bierkelders villa Meta
Naast Villa Meta was er een roggeveld waarvan de opbrengst rond 1896 regelmatig geveild werd en een inktfabriek. Volgens de BAG werd de huidige nieuwbouw op de lokatie van Villa Meta betrokken in 1974.

Villa Molenbeke, Nieuweweg 35 Renkum. De BAG geeft 1907 als zijnde het jaar waarin het pand gereed komt. Een verkopende makelaar noemt in 2015 als bouwjaar 1909.
Villa Molenbeke (bron makelaar Blauwe Eik, Meern)

Villa Molenbeke, Lindelaan 4-6, Renkum, heeft enkele Jugendstil-details. Volgens de BAG betrokken in 1907.

Mon Desir, Annastraat 16 Oosterbeek. Gebouwd rond 1890.

Uiterwaard Monnikenweerd, Oosterbeek. Een onderdeel van voormalige heerlijkheid Rosande. Een eerdere naam: Patersweerd. Deze waard (uiterwaard) bij de Rijn was in gebruik bij de kloosterlingen van Mariëndaal en behoorde tot het bezit van Rosande.

Verdwenen Villa Mon Sejour, destijds Utrechtschestraat 222, Oosterbeek

Mooi-land. Doorwerth. Mooi-land is vernoemd naar het echtpaar Mooy-Lensvelt, de oude eigenaars van het terrein. De ideeen rond Mooi-land zijn er vanaf 1930, een tehuis voor doopsgezinde ouderen. Het is klaar in 1936. Weer gesloopt in 2014-15.
Huize Mooiland
Mooi-land in 2012.
  Renkum DE BOUW VAN „MOOILAND". Werk vordert snel. De bouw van „Mooiland", het tehuis van Doopsgezinden en geestverwanten aan den Utrechtschen straatweg nabij de Kievitsdel, vordert thans in snel tempo. Voor een zeer groot deel is dit te danken aan de ideale wijze van werken. De samenwerking tusschen opdrachtgeefster, architect en aannemer, is juist zooals ze behoort te zijn, terwijl de organisatie bij de uitvoering van het werk voorbeeldig genoemd kan worden. Alles is er thans op ingesteld nog deze maand „dicht" te komen en het lijdt geen twijfel of dit zal inderdaad het geval zijn. Het gebouw is grootendeels onder de kap, terwijl gedeelten van het dak zelfs reeds van pannen zijn voorzien. Centrale verwarming en electrische leiding worden met bekwamen spoed aangelegd. Op 4 November hoopt men proef te stoken met de centrale verwarming, die voorzien is van een pompinstallatie. Men wil hiermede bereiken voor den a.s. winter de binnenbouw droog te hebben. Ongestoord zal den het intérieur van het gebouw afgewerkt kunnen worden. In April moet het geheel worden opgeleverd. Wanneer het gebouw gereed zal zijn, komt de tuin aan de beurt, waarbij men dankbaar gebruik zal kunnen maken van hetgeen de natuur aan schoonheid schiep. Over enkele uithollingen komen dan rustieke bruggetjes. Het gebouwencomplex, thans in gebruik als directie- en aannemerskeet, zal worden ingerifcht tot theehuis, garage en werkplaats, in welke laatste lokaliteit de bewoners knutselwerk kunnen verrichten. In het midden van den achtergevel van het gebouw komen drie gebrandschilderde ramen. Het middelste raam zal Menno Simonsz voorstellen, terwijl het rechtsche raam de gesymboliseerde Christusfiguur en het linksche de bergrede te zien zullen geven. De geheele inrichting van het gebouw zal op moderne wijze geschieden. In de gezelschapskamers, de conversatiegehoorzaal, de kamers van de directrice, van huishoudster en van het personeel komen radio-installaties. Het klokketorentje wordt met rood koper bekleed en zal worden voorzien van een windvaan eveneens met een symboliek. Een electrische geluidsinstallatie zal dienen ten behoeve van verre wandelaars enz . Tenslotte kunnen we nog verklappen, dat de ontwerper, de heer J. W. Franken Jzn., architect B.N.A. te Velp, plannen heeft om het Noord-Westelijke keldergedeelte, dat men door de geaardheid van het terrein zeer gemakkelijk heeft verkregen, in te richten als een soort Raadskelder met biljarts, e.d. Uit de  Arnhemsche courant van 28-09-1935
De eerste steen werd gelegd door dhr. Postuma, oud-minster op 31 juli 1935. Het tehuis werd al in 1942, 1943 en 1944 gevorderd door de Duitse bezetter. Steeds werd van een gebruik afgezien. Op 17 september is men getuige van de luchtlandingen en na anderhalve dag zit men midden in de gevechten. Als op 1 oktober 1944 de gehele gemeente moet evacueren, laat men Mooi-land en de bewoners van de er in de buurt gelegen woningen ongemoeid. In de tuin van Mooi-land, bij het groen huisje nesteld zich een Hermann Göring-diviasie van zo'n 100 erg jonge, vrijwel altijd dronken, soldaten. In de kelder van Mooiland was de veldkeuken. Water werd geleverd door de pomp van de "Pelshoeve" en bakker Crum uit Heelsum leverde vers brood. Uiteindelijke moeten de bwoners op 21-22 en 23 oktober 1944 toch evacueren. Met een Rode Kruis bus eerst naar Ede en enkele dagen later naar De Bilt, Een paar dagen na de ontruiming werd Mooi-Land het domein van de NSDAP. Duiters gebruikten Mooi-Land om opgepakte mensen er onder te brengen, die moesten helpen met het graven van loopgraven, onderkomens en stellingen ten noorden en oosten van de Rijn. O.a, op de Boersberg, de Noordberg. Zo werd het "Lager Scharnhorst", Een uitgebreider verhaal hierover. In februari 1945 beginnen de gealieerden het Rijnland offensief en i n het kader hiervan verlieten de schanswerkers het huis op 15 maart 1945, op mars richting de Achterhoek. Eind mei 1945 treft de directie een desolaat tehuis aan. Weer en wind hadden vrij spel. Als een bewoner van de Kerklaan in Doorwerth, eind mei, zijn huis bezoekt, fiets hij langs Mooi-Land. "Daar zaten Engelsen in. Op het plantsoen voor het huis stond het vol met kanonnen, jeeps en andere voertuigen." Na de Engelsen kwamen in mei 1945 de Canadezen en zij bleven er tot 31 december 1945. Het bestuur kon fl. 75.000 lenen van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit om een het tehuis weer bewoonbaar te maken. Er kwam geld van de molest-verzekenring en van een landelijke schade-uitkering. De toewijzing van bouwmaterialen komt begin 1946 op gang. In november 1946 wordt Mooi-Land opgeleverd en daarna trekken de bewoners er druppels gewijs, weer in. Op 5 januari 1947 volgt de officiële heropening. (lees meer in het boek van Leloux, Kroniek van Mooi-Land uit 1986).
In 1951-1952 wordt het tehuis uitgebreid met de Noord-vleugel.
Mooi-land Doorwerth
De laatste eigenaar: Vilente, verhuisde de bewoners in 2011 naar het nieuwe verzorgingshuis De Sonnenberg in Oosterbeek. Daarna viel de beslissing tot sloop. De sloop was eind 2015 klaar. In de lente 2017 waren de laatste resten geruimd. Welke bestemming het schoon gemaakte terrein gaat krijgen is nog onduidelijk. Voorlopig lijkt het er op: terug naar de natuur.
groene huisje Mooi-land
Zelfs in 2015 staan er nog "groene huisjes" op Mooi-land.
Mooil-Land tehuis
Begin 2018 wordt duidelijk dat Vilente er opvangplekken en een groot kantoor gaat bouwen.
Het nieuwsbericht van Vilente zelf bevat een leuk misverstand:
Mooi-land persbericht Vilente
Men bedoeld dat men rond april 2018 begint met het bouwen.

De Nederhof, een Eltens goed te Renkum, rond 1300-1400 in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum

Nieuwland's Dauw, Oosterbeek.

Andere namen: Waldfrieden was er van 1850 tot 1908. Daarna heette het de Johannahoeve van 1908 tot 1945, en daarna Nieuw Vrijland. Zie bij Vrijland.

Herenhuis: „Nihil Sine Labore", destijds Graaf van Rechterenweg 6 te Oosterbeek, wordt in 1925 geveild. Bevattende 15 vertrekken, met zeer grote tuin met vruchtboomen en vruchtencultures, groot ongeveer 84 Are.

Nol in 't bosch. Hartenseweg 60, Wageningen. Sinds 1836 ligt idyllisch verscholen in een prachtig stuk natuur nabij Wageningen een huis, met erf, land en een laan met opgaande bomen. Alles in eigendom van Anthonie van Rijn, een Wageningse touwslager. Van Rijn verkoopt de boerderij in 1856 aan de boswachter Arnoldus (Nol) Gerritsen. Nol gaat zelf aan de oostzijde van de Hartenseweg wonen. En begint met de bouw van een herberg die in de volksmond al snel “Nol in 't Bosch” genoemd werd. Zie verder bij hotels, café s.

De verdwenen boerderij Nooit Gedacht. Renkum. Bennekomseweg 164 Renkum.
Lees meer bij boerderijen.

De Noordberg bij Heelsum. Vanaf de Noordberg heb je een mooi uitzicht over de
Noordberg Doorwerth Heelsum
Noordberg Heelsum Doorwerth
Er is een verhaal dat Rembrandt een tekening van de drie eiken op de Noordberg gemaakt heeft. De anschtkaart hiervoven verwijst daar naar. Op de iets latere ansicht rond 1915  hieronder zie je de nieuwe aanplant.
Noordberg Doorwerth Heelsum
 uiterwaarden, de Nederrijn en de Betuwe. De Noordberg heeft al een lange geschiedenis die begint in het Saalien tijdperk, zeg zo'n 170.00 jaar V.C, Daardoor wordt de stuwwal gevormd. De Noordberg wordt aan de westzijde begrenst door de Heelsummerbeek. Die beek is nu nog over van een groot water en moerassengebied tot aan de Hoge Veluwe. De Sandr van Wolfheze is er nog een restant van, kennelijk is er een relatie tussen de Sandr en de Noordberg, want de Noordberg is een zandbank met een andere samenstelling dan de stuwwal. Aan de Oostzijde ligt de stuwwal met de Boersberg, Sinds 1972 doorsneden door de A50 autoweg. In vroegere tijden had de Noordberg een andere naam: de Oortberg. In 1843-44 schilderde Bilders zijn "Landscap bij de Oortberg". Van 1401 tot ergens 1800 stond er op de Oortberg een galg. Behorende bij de Heerijkheid Doorwerth. Er is niet zoveel over bekend. Doorwerth zelf is er al voor 1401, maar in 1401 wordt Doorwerth een leen van Gelre. En bij een leen horen rechten, heerlijke rechten, dus ook rechtspraak. De Heerlijkheid eindigt met de komst van de Fransen in 1795. Door Liberté, égalité, fraternité worden adelijke extra's afgeschaft. En daarmee ook de galg. Neem aan dat de galg nooit gebruikt is. De Fransen maken waarschijnlijk wel een schans op de Oortberg. De aarden wallen hiervan zijn nog steeds zichtbaar. Ga je heden ten dage op de galgenheuvel staan, dan heb je een bijzonder uitzicht. Kijk naar het oosten. Er zijn twee voetpaden. Een pad gaat in een rechte lijn naar het Kerkje op de Heuvel in Heelsum, de andere gaat in een rechte lijn naar het Kasteel. De rechte lijn wordt alleen onderbroken om de stuwwal af te komen en bij het Kasteel is er de dijk, die ook niet recht is. Je ziet het voor je, de veroordeelde mocht eerst nog naar de Kerk, terwijl de richter, de heer van Doorwerth en gasten vanaf het Kasteel komen.
Noordberg en omgeving
bron: http://www.topotijdreis.nl/ 1925
Het is de Fonteinallee die over de Noordberg gaat en dan met een knik door de Jufferswaard naar Renkum gaat. In het beekdal is een voetbrug, op de plek waar vroeger het "vishek" was. Bij De N225 is er een viaduct en daarna kom je tussen huisnummer 126 - 128 op de Utrechtseweg te Renkum uit. Sinds de herstelwerkzaamheden van de Jufferswaard in 2015 is het voetpad zeer modderig. Er is een leuke bijnaam voor dit voetpad: Boulevard de la Trémoïlle. De vluchtroute van de Hertogin de la Trémoïlle van het Kasteel naar Utrecht. De boulevard is dan wel de kortste route over de Noordberg, maar neem aan dat de Hertogin nooit te voet dit pad gelopen zal hebben. En met een koets in de jaren 1681 - 1732 over de Noordberg naar Renkum, waarschijnlijk wel. De boulevard was verhard. Het uitzichtpunt op de Noordberg was tot 2016 een prima locatie om het zwart-witte zwanen trio te bekijken.
Boulevard de la Trémoïlle.
Op deze bewerkte kaart (alleen schongemaakt) is de Boulevard een breed pad. Sommige bomen staan er nog. Op de kaart hierboven het stuk van de Utrechtseweg en de Noordberg. Formeel begint aan de Utrechtseweg de Fonteinallee, gaat dan over de Noordberg, langs het Kasteel, tot aan de oude Tol in Heveadorp. Het lijkt me onmogelijk dat een grote doorgaande openbare weg uit de Middeleeuwen particuliere grond wordt, maar in Renkum is veel te regelen. Het stukje Fonteinallee tussen de Utrechtseweg in Renkum en de N225 is particulier eigendom. Soms wordt het afgesloten met een hek. En is het schuurtje nu een woning geworden?
Zie ook de Duno, waar de Noordberg aan grenst.

Villa Nova, Oosterbeek. ooit bewoond bewoond door de familie Fock.
Overleden op 9 mei 1914 Anna Dorothea Frederika Frowein (61); de weduwe van
K.A.F.J. Pliester. Ze woonde toen in de villa Nova. Oosterbeekse Courant 16-05-1914.

Het voormalige Huize Nuova, Nieuweweg, destijds  'afgepaald langs den Molenweg of Kerkelaan'. Gebouwd als 'Huis in het veld'. 1856-1890. Dit huis gebouwd door Jansen was ook langs de achterkant te bereiken; via wat nu 'Onder de Bomen' heet, langs de opgang van het huidige kerkhof. Die opgang bestond al voor 1905, maar het terrein werd pas in 1908 door de gemeente aangekocht om het oude kerkhof uit te breiden. In 1862 een nieuwe eigenaar: de heer Antonij Lodewijk van der Moolen uit Renkum, geboren te Amsterdam. Na het overlijden van de heer van der Moolen verkoopt de weduwe het huis in 1890. Het huis, schuur, erf en enige percelen bouwland, samen groot 1 hectare, 65 are en 15 centiare, worden verkocht aan de heer Jan Marie Bernhard Beuker, fabrikant wonende te Amsterdam.
En dan wordt het nu onduidelijk. Het Kadaster tekende in 1896 in de boeken aan dat de heer Beuker het huis dat hij in 1890 had kocht, in 1896 liet slopen en er een nieuw huis stichtte. Dat lijkt plausibel, de vorm van villa Nuova is immers heel anders dan de rechthoekige villa Veldheim. Nu kan sloop bij het Kadaster ook een verbouwing betekenen, en ik neem dan nu maar aan dat Villa Veldheim een voortzetting van Huize Nuova is.


Ommershof opname G.R. Castendijk 1943
Het verdwenen Huize Ommershof hoek Oranjeweg, graaf van Rechterenweg, Oosterbeek. Het buitenhuis "Ommershof", is gebouwd door mr. Hendrik Hester Constantijn Castendijk in 1913. Mr. Hendrik Hester Constantijn Castendijk (1864 - 1935). Directeur der Standaard Hypotheekbank N.V.; voorz. van den Raad v. Beroep voor de Directe Belastingen; Ridder in de orde v. d. Ned. Leeuw. Fikse oorlogsschade (4th Parachute Brigade) in 1944. Gesloopt. In de nabijheid stond het in 1950 gesloopte huis Felixoord. Op dit terrein werd in 1948 het Vegetarisch centrum gebouwd. In 2011 verscheen er een boekje over 'De zeer schone uren: Oosterbeek 1944: dagboek van Bob Castendijk, 1 september - 6 november' uitgegeven door door Uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.

Villa Op Den Heuvel, Prins Bernhardweg 4, Oosterbeek.

Openbare Lagere School 1, gebouwd in 1863, verwoest in 1944. Weverstraat, Oosterbeek.

Landgoed de Oorsprong in Oosterbeek. Een groot gebied hieronder opgedeeld in Hoge en Lage Oorsprong. De Oorsprong wordt al aan het begin van de 15e eeuw genoemd. Het hoort aanvankelijk bij de heerlijkheid Doorwerth en wordt door kasteel Derk van Wisch verkocht in 1423 aan Heinrick van Wyhe. Een gebied met gegraven sprengbeken, de Gielenbeek en de Oorsprongbeek. Die beken werden gebruikt voor de bouw van kruit- en papiermolens. Lees hier meer over bij de pagina over molens. In 1485 wordt er onderscheid gemaakt tussen de Hoge- en Lage Oorsprong. Johan van Renesse wordt genoemd als eigenaar van de Hoge Oorsprong. En Arnt ter Hoeven, burger uit Arnhem wordt genoemd als eigenaar van de Lage Oorsprong. Een voormalig eigenaar van het landgoed de Oorsprong is Robert Daniel Wolterbeek (1801-1883). Links van de van Borselenweg wordt de Hoge Oorsprong genoemd, rechts ligt de Lage Oorsprong tot aan de Hemelse Berg. De Hemelse Berg was aanvankelijk een deel van de Oorsprong. De oude beuken langs de Italiaanseweg, het stuk Italiaanseweg tussen de Wolfhezerweg en de rotonde in Doorwerth gaven vroeger de grens aan tussen de  Heerlijkheid Doorwerth en het  Landgoed Hoog Oorsprong. Meer geschiedenis van de Oorsprong middels deze link.

Hoge Oorsprong. In archiefstukken wordt de Hoge Oorsprong al genoemd in 1485. In dat jaar werden de inkomsten (tienden) voor de Oude Kerk in Oosterbeek door de eigenaar Johan van Renesse afgekocht. De afkoop werd bekrachtigd werd door de bisschop van Utrecht. Wandelgebied. Vanaf 1963 is de Hoge Oorsprong in beheer bij het Gelders Landschap. Sinds 2014 staat er een grote manege, ter vervanging van een oudere manege.

De Oorsprong-litho-Frans-Buffa-wikimedia
Lage Oorsprong. Oosterbeek. De Oorsprong heeft in de loop der eeuwen verschillende functies gehad: van landgoed tot fabriek en weer terug tot landgoed met buiten. In 1702 bouwt G.H. Coets, burgemeester van Arnhem een buitenplaats de Oorsprong op de stuwwal. Jan Backer, een suikerfabrikant koopt in 1811 (elders 1814) de Oorsprong en bouwt er een
Suikerfabriek Backer, Oosterbeek
 landhuis, vijvers, tuinmanswoning. In het zuidelijke gedeelte komt een suikerbietenfabriek en een watermolen als krachtbron. Lees hier meer over bij de pagina over molens. In de 19e eeuw is er een landgoed aangelegd waarbij de beek is verlegd.
Oorsprong Oosterbeek
Het gebied trok veel bezoekers, vooral door de aanwezigheid van wandelpaden langs meerdere vijvers, fonteinen en watervallen.
Oorsprong Oosterbeek
In het wat hoger gedeelte van de beek was een vijver met een waterval, waaronder een soort grot, zodat men eronderdoor kon lopen. Opnieuw gerestaureerd rond 2015.
In 1852 verkoopt Backer het landgoed voor 100.000 gulden aan J.A.P. baron Brakell. De Eigenaar van de Doorwerth. De baron verhuurd de Lage Oorsprong. De suikerfabriek werd gesloopt, het terrein omgevormd tot weiland. DE OORSPRONG onder OOSTERBEEK, Wordt TE HUUR aangeboden, tegen P°. Mei e. k. te aanvaarden, het HEERENHUIS DE OORSPRONG, bevattende Zestien meest alle zeer ruime, Behangen en Gestukadoorde Kamers, groot Souterrain , Paardenstal en Remise en hetgeen verder tot. een welingerigt Landverblijf behoort; voorts ruimen TUIN en BOOMGAARD en TERREIN VAN VERMAAK.; DE OORSPRONG is bekend wegens deszelfs aangename Wandeldreven, statig Geboomte, Bronnen , Watervallen, Fonteinwerken en Vischrijke Vijvers, benevens de afwisseling van Heuvelen en Laagten, welke eene bevallige verscheidenheid aanbieden. Te bevragen ter Secretarie van het Kasteel DOORWERTH. Brieven Franco. Uit Algemeen Handelsblad 18-01-1855.
Ook in 1876 wordt De Oorsprong weer te huur aangeboden.
In 1878 overleed de weduwe van de baron. De nieuwe erfgename was Françoise Stephanie Baronesse van Brakell tot Wadenoyen en Doorwerth. Zij was getrouwd met jhr. Anton Willem van Borssele (1830- 1903), burgemeester van Ede, Kamerheer in buitengewone dienst van H. M. de Koningin, en Lid van de Provinciale Staten van Gelderland. In de jaren die volgden, werd de boerderij (1880) en het landhuis (1889) verbouwd. Van Borssele nam in 1896 afscheid als burgemeester van Ede en ging drie jaar later zelf in het landhuis wonen. Van Borssele moderniseerde Huize de Oorsprong en na zijn overlijden kwam het goed in het bezit van zijn nicht, mevrouw J.H.G. Heutz-geboren Baronesse van BrakelI Doorwerth.
Oorsprong Oosterbeek
Het hele bezit is in later jaren verkaveld.
In 1906 wordt er in het dan tijdelijk leegestaande Hotel de Oorsprong ingebroken. (zie de Wageningsche Courant, 07/11/1906; p. 1)
De tuinmanswoning wordt in 1908 afgebroken en in 1911 brand het landhuis af.
Oorsprong Oosterbeek
Oorsprong Oosterbeek
In de Oosterbeekse courant van 20-12-1919 wordt melding gemaakt van een schoorsteenbrand op 18 december ’s avonds in huize de Oorsprong te Oosterbeek. Toen men het onheil ontdekte had het vuur zich reeds zodanig uitgebreid, dat blussen moeilijk bleek. Door de felle wind stond de bovenverdieping al snel in lichter laaien. Huize Oorsprong brandde dan ook geheel uit.
 "Openbare verkooping van het landgoed „de Oorsprong" te Oosterbeek, op 5. en 19. Juli 1911 te Arnhem". In 1920 koopt J. Frowein de Oorsprong en hij laat Berlage een landhuis bouwen. Frowein wordt later lid van de N.S.B en treed daarom in 1933 af als lid van de gemeenteraad.
Oosprong Oosterbeek
Tijdens de Slag om Arnhem wordt ook de villa de Oorsprong verwoest. De bewoners en evacués die er onderdak hadden zitten tijdens beschietingen in de nog aanwezige schuilkelder en zien de villa in vlammen op gaan. Het was hun redding. Terwijl het landhuis werd beschoten en tot de grond toe afbrandde, verbleven zij van 18 tot 25 september in de schuilkelder. Die dag dwongen Duitse militairen de mensen de schuilkelder te verlaten en in de richting van Doorwerth te trekken. In 1956 kwam het landgoed in handen van de gemeente Renkum. Het werd een openbaar wandelgebied. Sindsdien is er weinig meer veranderd. In 2005 of 2006 heeft de gemeente De Oorsprong in erfpacht overgedragen aan Geldersch Landschap. In 2010 presenteerde Het Geldersch Landschap een plan om een appartementencomplex op de Oorsprong te bouwen. De reacties tegen met name het plan voor nieuwe bebouwing op landgoed De Oorsprong moet Het Geldersch Landschap wel aan het denken hebben gezet. Zeker ook in relatie tot haar gedachte om na de Oorsprong het vizier op de Duno te richten. Daarna heeft het Geldersch Landschap het plan ingetrokken. Daarna zijn in 2012 de contouren van het verwoeste landhuis van Frowein weer zichtbaar gemaakt. In de jaren 2012-13 is er op de plek van de oude suikerfabriek een robuuste goot aangelegd om een watermolen te symboliseren. De beken en vijvers en vele watervallen waaronder een grothuisje is weer in ere hersteld. De schuilkelder is nog steeds intact. Tegenwoordig is het voormalige landgoed opengesteld voor publiek.
schuilkelder voormalig landhuis Lage Oorsprong
Soms staat de schuilkelder (opname 2015) naast het voormalige landhuis Lage Oorsprong open en mag je er fotograferen.
De tuinmanswoning van Backer wordt later een uitspanning: Paviljoen de Oorsprong. Aldaar is op de bovenverdieping een herensocieteit. Rond 1880 trokken velen naar de rustieke vijvers, om in koepeltjes thee te drink en en zich te verpozen in de heerlijke natuur. Gebouwd door de heer Backer. In 1860 was Gerritsen er een populaire kastelein, later was P. Uijttenbogaerdt er onder anderen kastelein.
Oorsprong Oosterbeek 1897
Verdwenen Paviljoen de Oorsprong. een tuinmanswoning van het huis de Oorsprong wordt omgebouwd tot Paviljoen, theehuis. Afgebroken in 1908. Ooit stond er bij de meest zuidelijk gelegen vijvers op de Oorsprong deze uitspanning 'Paviljoen de Oorsprong'. In haar hoogtij dagen was het er vooral in de weekeinden een drukte van belang. Bij warm weer kon je er verkoeling vinden rondom het stromende water en onder een groen bladerdak. De bediening zorgde voor een natje en droogje.
Paviljoen-Oorsprong-omstreeks-1900
Rond de jaren 1860 woont er de weduwe Catharine Johanna Bienfait-Bodel Nijenhuis. Ze stierf er in 1866 stierf. Ze was een lid van het Amsterdamsche Handelshuis Louis Bienfait & Soon.
Paviljoen-de-Oorsprong

Tuin de Lage Oorsprong, horende bij het landhuis Lage Oorsprong. Van Borsselenweg 36 te Oosterbeek. De tuin de Lage Oorsprong was een stukje paradijs op aarde. De rijke opbrengsten uit de fruittuin waren legendarisch. Op het landgoed werden de meest exotische planten gekweekt voor de hooggestelden in Oosterbeek. Na de oorlog raakte het geheel in verval. Gelukkig werd de tuin hersteld (vanaf 2004), maar bleef afgesloten voor publiek tot 2008. Vanaf die tijd is de tuin in het seizoen te bezoeken.

Zwembad de Lage Oorsprong. Het in 2012-13 gerenoveerde zwembad op de Lage Oorsprong is een restant van Huize de Lage Oorsprong, evenals de Tuin de Lage Oorsprong. Als in 1956 het landgoed in handen komt van de gemeente Renkum, wordt het zwembad gebruikt voor de schooljeugd en de gemeentelijke Ambtenaren. In 2006 heeft de gemeente De Lage Oorsprong in erfpacht overgedragen aan Geldersch Landschap. Na de renovatie van het zwembad in 2012-2013 is het zwembad niet meer toegankelijk. Het voldoet niet aan de millieueisen voor een openbaar zwembad.
zwembad de Lage Oorsprong
opname uit 2015

Voormalig landgoed en villa Oostereng, Keijenbergseweg 2, 6704 PJ Wageningen, het verlengde van de Bennekomseweg tussen Renkum en Bennekom. De ingang is bij hectometerpaal 4.3, op de kruising met de Regentesselaan. Voormalig landgoed, voormalig arboretum, hoog urbex gehalte (Ital).
Villa Oostereng
Uit de grafheuvels (klokbekercultuur) op het landgoed blijkt dat er vanaf 3000 tot 1500 voor. De Rekenkamervelden aanvankelijk onder beheer van de Hertogelijke (later Stadhouderlijke) Rekenkamer. Oorspronkelijk dus, net als Grunsfoort bezit van de Hertog van Gelre.
Vanaf de 16e-eeuw waren de gronden eigendom van de Staten van het kwartier Veluwe en werden beheerd door de Rekenkamer. De Oostereng was een niet herkenbaar onderdeel van de Moft, een 220 Ha. groot bosgebied tussen Wageningen, Bennekom, Ede en Renkum. Tot het midden van de 19de eeuw bestond dit gebied uit woeste gronden. Bij de domeinverkopingen in 1843 worden de eerste eigenaars de heren Dros en Tieleman. Zij kwamen uit Leiden en waren zeepzieders. Ze kochten zo'n 220 Ha. Het landgoed Oostereng komt in beeld in 1854. Een aanwezige boerderij en omgeving wordt door Dros en Tieleman omgebouwd tot een herenboerderij. Van 1873 tot 1888 was Joan Quarles van Ufford de eigenaar en daarna tot 1899 Henri Jacob Quarles van Ufford. De weinig vruchtbare grond was hooguit geschikt voor houtteelt, dennenbossen. Dennenolie en boswol werd verkocht op een boerderij. In 1899 komt het landgoed in handen van de Amsterdamse bankier Willem Alexander Insinger. Insinger woonde al in Bennekom vanaf 1898. Hij kocht villa Erica in Bennekom. Het langoed Oostereng bestrijkt dan een gebied zo van Nol in 't Bosch tot achter Quadenoord. Kadastraal zo ongeveer WGN00 D 545 en 463, BNK01 D330 tot en met 333, RKM00 B 138 en 487. Insinger laat de Hilversumse architect J.W. Hanrath in 1911 een groot landhuis op de Oostereng bouwen, inclusief kassen en bedrijfsgebouwen. Leonard Springer (1855 – 1940) maakt in 1911 een arboretum met oa de Hemelboom (gekapt in 2015),
 Kaukasische zilverspar, Amerikaanse linde, Reuzenzilverspar. De heer van Kranen was
Wageningen Oostereng
 chauffeur bij dhr. Willem Alexander Insinger (1857 - 1921) en reed met een prachtige Dodge. Insinger bezat ook grond in het westen van Bennekom. In 1941 koopt het Staatsbosbeheer van de erven Insinger ten behoeve van de opleiding van de boschbouwingenieurs (houtvesters) aan de Landbouwhoogeschool te Wageningen het landgoed "Oostereng", groot pl.m. 197 ha. Het bestaat dan in hoofdzaak uit grove dennenbossen van verschillenden leeftijd. Het landhuis wordt aan het eind van de WWII door een Duits bombardement verwoest omdat het huis een belangrijke rol speelde bij de Pegasus evacuatie van Engelse militairen. 'Oostereng' overleefde de oorlogsjaren niet zonder schade. In de zomer van 1945 werd tot afbraak besloten.
Wageningen oostereng boswachterswoning
Grote delen van het landgoed werden vanaf 1952 niet meer onderhouden. In 1960 wordt een deel van het park ingericht als onderzoeksterrein met kantoren en laboratoria, en werden bomen gekapt. Er komt een landbouwkundig instituut gevestigd (ITAL) waar met atoomstraling voeding en zaden worden geschoond. Er komt dan ook een groot hek om het terrein.
De Ital op de Oostereng
In 1982 (volgens bron) 1989 (volgens Wiki) sluit de ITAL. In 2002 worden de gebouwen geruimd en wordt alles terug gegeven aan de natuur. In 2011 begint een groep vrijwilligers met het herstel van het arboretum. En is er een 1,3 km lang bomenpad. Website. Parkeren op de bos parkeerplaatsen aan de Regentessenlaan in Wageningen. Een PDF. De Oostereng valt tegenwoordig onder de boswachterij Oostereng (685 hectare) van Staatsbosbeheer, samen met de Keijenberg en de Beken. De boswachterswoning is tegenwoordig te huur.
Oostereng Wageningen Renkum
Zo zijn bepaalde verhogingen in het terrein nog te herkennen. Kaart uit 1992

Oosterbeek Oosterpark
Oosterpark
, Utrechtseweg 218, Oosterbeek. Gekocht door van Eeghen in 1866 op de
hoek van de Utrechtse en de Paasberg (de tegenwoordige Pietersbergse weg onstond rond 1860). Een andere bewoner was Cornelia Teresia Maria Elisabeth Schade (1873 - 1933), dochter van een Amsterdamse wijnhandelaar C.M.F Schade, die zich in 1884 vestigde op Oosterpark. Het huis was toen nieuw gebouwd, ter vervanging van een uit 1847 daterend ouder gebouw op deze locatie. Demoed: pagina 289, beschrijft dat Oosterpark in 1953 dan dient als pastorie van de Hervormde Kerk. C.M.F. Schade was in 1878 reeds eigenaar geworden van het naast Oosterpark gelegen Westerpark. Beide villa's bleven eigendom van de familie Schade tot 1941. Toen werden Oosterpark en Westerpark verkocht aan de gemeente Renkum. Oosterpark staat er nog en Westerpark is gesloopt ten behoeve van de voormalige Goede Herder Kerk in 1952.

Villa Opheem, Bloemenlaan 2 Heelsum.  Zie Wilhelminapark Heelsum.

Oranje Nassau Oord
Oranje Nassau Oord staat formeel in de gemeente Wageningen, maar de ingang gaat tegenwoordig via Renkum. ONO is een periode bekend geweest als landgoed Grunsfoort Het landgoed begint als de Corthenbergh. De naam Cortenbergh komt al voor op een tinsrol uit het jaar 650. Het landgoed was bezit van het in Renkum gelegen klooster en werd in 1639 gekocht door Willem van Raesfelt. Raesvelt had veel gronden gekocht van het Renkumse Klooster en van de Moft, het bosgebioed tussen Renkum, Wageningen, Ede. In 1649 kocht Raesvelt de Trijangel en in 1654 de bouwgronden van de latere boerderij Groenendaal erbij
Op de bekende kaart van Nicolaas Geelkercken is links en rechts van de Brede-laan (Kortenburg genoemd), de weg van de N225 naar ONO, dit huis al goed ingetekend. Op dit land liet hij het eerste huis Cortenberg bouwen, genoemd naar een deel van de Wageningse Berg. Door de latere eigenaren veranderde de naam in Cortenburg en Kortenburg. In 1832 is de Cortenberg bij het dan nieuwe Kadaster bekend als Wageningen E492. Eigenaar zijn dan de erven Paulus Matthias Thomas te Wageningen, het gaat om 6390 m² huis en erf, klasse 1 belastbaar inkomen ƒ 19,17, gebouwklasse 5 belastbaar inkomen ƒ 180,00.
Kortenburg Wageningen
In 1839 koopt Reinhard Crommelin (1810-1871) de Kortenburg In 1854 liet Crommelin, het oude huis afbreken, en bouwde een nieuwe villa in de buurt. Het nieuwe huis is een ontwerp van de architect L. H. Na het overlijden van Crommelin in 1871 werd de Kortenburg verkocht aan mr. Godert (Gerrard) Willem Graaf van Rechteren van Appeltern (1841- 1902). De Kortenberg werd door Van Rechteren hernoemd naar Grunsfoort de naam van het reeds verdwenen kasteel. Van Rechteren verkoopt in 1881 de Kortenburg aan zijn baas, hij was oa Kamerheer, koning Willem III. En huize Grunsfoort krijgt weer een andere naam: Oranje Nassau Oord (ONO). De koning laat een extra verdieping op het buitenhuis bouwen. En er komt een koetshuis met stallen. Koning Willem III was al in de zestig toen hij in 1879 met Emma (toen 21 jaar) trouwde. De koning hernoemde het landgoed "Oranje Nassau Oord" om de eeuwenoude relatie tussen het Huis van Oranje en de Nassau-afstamming te onderstrepen (Emma's moeder, koningin Helena was ook een gravin van Nassau). In 1884 wil Willem III, behalve in de grachten nabij de ruïne van het oude kasteel Grunsfoort, ook op de Rijn vissen. Renkumse zalmvissers maken voor hem een zalmnet, dat de gehele breedte van de rivier zal beslaan. Emma is er slechts enkele zomers geweest. Willem III kwam er zelden en overleed in 1890. Koning Willem III, overleed in 1890 en koningin Emma werd beëdigd als koningin-regent voor Wilhelmina, toen 10 jaar oud. Emma werd regentes tot 1898 en verblijft dan met name op Het Loo en Soesdijk.  Wilhelmina werd in 1898 ingewijd als Koningin der Nederlanden. Na afloop van haar regentschap krijgt Emma hfl 300.000 (nationaal cadeau) en besteed dat door: “Sedert lang was mijn wensch eene stichting in het leven te roepen, waaraan ik geloof dat grote behoefte bestaat. Ik bedoel een sanatorium voor longlijders. In den eerste plaats ten bate van hen, die de middelen missen om in het buitenland hulp te zoeken tegen de vreselijke kwaal die helaas in ons vaderland zoo veelvuldig voorkomt en zulke ernstige gevolgen na zich sleept. Ik hoop eerlang de beschikking te krijgen over het landgoed Oranje Nassau’s Oord te Renkum en dit af te staan voor het doel dat mij lief is. Door deskundigen voorgelicht stel ik mij voor op dat landgoed het eerste Nederlandsche Sanatorium te stichten”. Een aanleiding hiervoor was de ziekte tuberculose, rond 1900 een echte volksziekte. Jaarlijks overlijden er dan bijna 110.000 mensen aan. Ook zus Sophie van de dan 11 jarige Emma van Waldeck-Pyrmont komt aan tuberculose te overlijden in 1869 op slechts 15-jarige leeftijd. In 1901 wordt het sanatorium door koningin Wilhelmina geopend. In 1901 komt er naast het paleis een veel groter halfrond sanatoriumgebouw ontworpen door de architect Eduard Cuypers. Het paleis zelf werd in de Tweede Wereldoorlog (in 1944) zwaar beschadigd en daarna afgebroken. (park toegankelijk).
zichtas op de lokatie van het oude paleis op O.N.O.
De oude zichtas, nu een onderbroken laan, met soms nog een dubbele rij beuken: Een allee.
Op de plek van het oude paleis, staat nu een moderne verpleegflat. En deze flat staat nog steeds in de zichtas van de grote allee richting westen. De beuken van die allee zijn geplant in 1861. Ga je vanaf Oranje Nassau Oord naar de Provinciealeweg N225 tussen Renkum en Wageningen, dan passeer je al snel een opvallend heuveltje. Begroeit met bomen en op het midden een grote beuk. Volgens de park en bosbeheerder was deze heuvel vroeger een doelheuvel. Een in Renkum gebruikte naam voor deze heuvel is het St. Jansbergje. Op de hierboven al gelinkte kaart van Geelkercken is deze heuvel in 1640 al te zien. Er zijn meerdere doelheuvels waar ook steeds een beuk op staat (doelboom). De hoogste is die op de Fluitberg, het hoogste punt van het landgoed. Aan de zuid-westzijde.Veel begroeiing was er vroeger niet op de Veluwe, en zo kon je van kerk naar heuvel of grote beukenboom lopen. Vanaf de N225 (Renkum - Wageningen) kun je enkele kennelijke grafheuvels zien. Er is wat begroeing weggehaald. Aan de noordzijde van het landgoed zou in de jaren 30 van de vorige eeuw Rentmeester N.L.J. Knotnerus een arboretum gemaakt hebben. Knotnerus begon in 1928. Er zijn daar ook wel boomplantdagen gehouden. In dit arboretum stonden met name struiken en daar is nu niets meer van over. Loop vanaf de begraafplaats ingang richting ONO, eerste bospad rechts, bij de kruising het stuk voor de kruising aan de linkerkant.
O.N.O een majesteuze beuk op de hoogste heuvel
Op O.N.O. zijn nog steeds meerdere "zicht"beuken te zien. Bedoeld als baken in het landschap ter bewegwijzering.
Demoed noemt op pag 211 als eigenaar van de Kortenburg dhr. Koopmans uit Amsterdam.

Uiterwaard Ossenweerd, Oosterbeek. Deze weerd, even oostelijk van het vroegere Rijnbad gelegen, zal waarschijnlijk als weideplaats voor ossen hebben gediend. Er wordt namelijk ook wel over Ossenkamp gesproken.

Huize Orsoy te Heelsum. In 1927 bewoond door dhr. H. Tinssen.

Otium II, Utrechtseweg 162 Oosterbeek. In 1869 koopt van Eeghen het 'Otium' aan de Pieterbergseweg (zie aldaar) De oude eigenaar ervan was de bekende geleerde Mr. J. van ‘s Gravenweert. Van 's Gravenweert verhuisde naar het bovendorp op de Utrechtseweg en noemde zijn nieuwe huis daar ook Otium. Voordien heette Otium II “Alida’s Hof” naar de vorige bewoonster. Het pand bestaat nog steeds.

De Oude Tol, Utrechtseweg, Doorwerth.

Overdam, Oosterbeek

De Overhof, een Paderborns goed te Renkum, in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum.

Villa Overweide, Utrechtseweg 123 te Renkum. Na een veiling in 1930 werd Villa Overweide de residentie van de dominees die in Renkum en omstreken Renkum Overweide werkten, maar op een gegeven moment leegstand en verkrotte het. Het werd nog enige tijd anti-kraak bewoond en de Diaconie der Nederlandse Hervormde Gemeente zette het pand in de verkoop in 2005 en dan worden opeens ook bomen gerooid. In 2010 beleefde het huis haar laatste wapenfeit. In de Nederlandse speelfilm 'De Eetclub'. Het huis werd voor de film gecontroleerd in brand gestoken. Er komen plannen voor veel appartementen geheel tegen de zin van de omwonenden. Volgens de BAG (2017) zijn de huidige adressen Utrechtseweg 123, 125 geschikt voor 7 apartementen en worden deze voor het eerst bewoond in 2011. Jammer dus. In 2011 staat het oude pand gewoon te verkrotten. In 2016 worden er opnieuw enthousiast bomen gerooid. In 2017 verschijnen er "te koop" borden voor 3 villa's.
Renkum Overweide

Voormalig landgoed buitenplaats, Huize Overzicht, Overzicht 90, Oosterbeek. Het landgoed lag rond 1858 tussen de Pietersbergseweg, de Paasberg-Jagerskamp en de Van Eeghenweg en had zicht op de uiterwaarden. Overozcht is van de Dordtse suikerfabrikant Bakker. In 1858-1860 bouwt de familie A. Van Geuns er een grote villa. In 1864 woont Roghier Diederik Benten, voormalig goudsmid afkomstig uit Amsterdam op “Overzigt”. In 1870 wordt huis en landgoed, groot 6 Ha, verkocht aan Joh. Backer, zoon van de burgemeester M. Sanders, lid van Provinciale Staten van Gelderland voor de C.H.U. Het landgoed komt rond 1880 in bezit van Matthijs Sanders (1859-1926) de steenfabrikant van de fabriek aan de Fonteinallee in Doorwerth, hij laat de villa in 1889 totaal renoveren en gaat er wonen. Vanuit dit adres werd er sinds 1908 een particulier waterbedrijf geexploiteerd.Oosterbeek Overzicht Overzicht ging verloren in de WWII, tegenwoordig staat op deze locatie de Serviceflat De Paasberg.

Papendal
, Oosterbeek, tegenwoordig gemeente Arnhem.

Voormalige papiermolen Het Fortuin te Heelsum, te zien op kaarten rond 1870.
Lees hier meer over bij de pagina over molens.

Boerderij van Peelen. Brinkweg 2a, tegenwoordig Europalaan 98 te Renkum. Een grote markante boerderij, midden in het dorp, op de hoek met de Molenweg. Gebouwd in 1922. Jan Peelen, geboren in Renkum 19 augustus 1877, overleden op 2 februari 1963. Begraven op Onder de Bomen. Gehuwd met Grietje van den Brink (Renkum 29 juni 1876 - Renkum 25 juni 1958) uit Renkum. Samen kregen ze 8 kinderen: De oudste was Gerrit Jacob Peelen (woonde en werkte later in Den Haag en is de auteur van meerdere boeken, oa "Het begon onder melkenstijd" en "Renkumse vertellingen". Het  vijfde kind was Jan Peelen, de hoofdpersoon van "Het begon onder melkenstijd" en als burger, drager van de Millitaire Willemsorder. Meer over Gerrit Jacob en Jan Peelen en nog een broer (Jacob) op dit gedeelte van m'n website.Peelen Renkum
Vader Peelen begint als landbouwer, later komt er een oliehandel (en kunstmest) bij en nog later een transportbedrijf. Het transport begon met het papier van het om de hoek liggende Van Gelder papier. Een eerste grote uitbreiding is aan de overkant van de Brinkweg, het latere "gat van Peelen".
Peelen Renkum
 Het transportbedrijf bestaat nog steeds in zit sinds dember 1986 oa in Andelst.
Na de oorlog is er wat lichte schade (volgens de gemeentelijke schadekaart na de oorlog) aan het woonhuis, de BAG geeft 1948 aan voor het nieuwe woonhuis van de boerderij. Peelen Renkum
Er zijn nadien meerdere verbouwingen gedaan. De huidige Molenweg 24 is nu veel kleiner. Er kwam een kantoor tussen het woonhuis en de erachter gelegen schuren, loodsen. Volgens de BAG is een laatste verbouwing gedaan aan de schuren in 1996. Tot 2014 was de kavel  Europalaan 98, 98a, 98b, 98c en Molenweg 24 oa in gebruik als woonhuis, kantoor en opslagterrein van het aannemingsbedrijf W. ten Böhmer. Daarna heeft er een poosje een kringloopwinkel van Jan Splinter gezeten, een de kinderopvang Peuterplein. In een van de loodsen is zelfs studentenhuisvesting geweest, terwijl het bestemmingsplan het over een bedrijven terrein heeft. Jan Splinter had daar met zijn winkel ook last van en is dus verhuisd naar een leegstaande winkel. Op de Molenweg 24 is nu nog een fysiotherapiepraktijk gevestigd. Die zal er binnekort ook weg gaan en krijgt dit pand weer een woonbestemming. Er zijn vele bestemmingsplannen voor deze ruime kavel eo geweest. Zo ken ik de bestemmingsplannen uit 2013, 2015 en 2018.
Peelen Renkum

Voormalig huize Pena Rima, Oosterbeek.
Uit de landkaart van Isaäc van Geelkercken blijkt dat in 1660 op deze plaats het huis van Hendrik Aalberts stond. Ook op de pre-kadastrale kaart van 1818 en de kadastrale kaart van 1832 staat dit huis vermeld. Volgens HisGis is in 1832 Koendert Aalbers, landbouwer,
eigenaar van het pand. Mogelijk is hij een directe afstammeling van de Aalberts die er in 1660
woonde. “Pena Rima” is echter vooral bekend geworden als het huis waar de Oosterbeekse
landschapschilder Frederik Hendrik Hendriks van 1845-1860 woonde. In 1874 zien we een koffiehuis onder de naam “Hotel en Café Pena Rima”, met als eigenaar Jacoba van Lil. In 1881 verkoopt zij “Pena Rima” aan jonkheer Rudolph Isaäc Teding van Berkhout, die sinds
1866 als notaris was gevestigd aan de Roggestraat in Arnhem. Na zijn dood wordt het pand geveild. In de advertentie staat het huis omschreven als: “Eene dubbele villa, genaamd Pena Rima, alleraangenaamst gelegen te Oosterbeek aan het benedengedeelte van de Weverstraat, bestaande uit twee aan elkaar gebouwde huizen…”. De dubbele villa wordt
aangekocht door Christiaan Poppenk, tuinman van “Overzicht”, die er tot zijn dood in 1915 zou
wonen. In de periode dat Poppenk in “Pena Rima” woonde, werd er ook een gedeelte verhuurd, onder andere aan Theunis van Rijn, die hier van 1896 tot 1900 de eerste vestiging had van de nog bestaande drogisterij Van Rijn.

Villa de Pietersberg, Pietersbergseweg 19, Oosterbeek, (huis en directe omgeving niet toegankelijk). De Pietersberg ontstaat als een afsplitsing van de Hemelse Berg. De Pieterberg wordt in 1836 gebouwd door Christianus Petrus Eliza Robidé van der Aa (1791- 1851) uit de erfenis van zijn in 1828 overleden echtgenote Eelke Poppens.
De Pietersberg schijnt genoemd te zijn naar zijn zoon Pieter Jan Baptist Carel Robidé van de Aa (1832-1887). Het pand komt klaar in 1848, maar C.P.E. Robidé van de Aa heeft er zelf nooit gewoond, omdat hij onder curatele kwam te staan. Zijn zoon was toen zestien, te jong om een villa te beheren. Vanaf 1858 wordt de Pietersberg gehuurd voor f 2400,- per jaar.door C.P. van Eeghen en deze koopt het in 1863 van de eigenaar, W. H. de Heus. In 1865 koopt van Eeghen nog een stuk grond kocht van de Hemelsche Berg, waardoor zijn de Pietersberg groter werd. Er blijven nog vier generaties Van Eeghen woonachtig op de Pietersberg.
Pieterberg Oosterbeek
In september 1944 is er een moment sprake van het 'Veldhospitaal De Pietersberg'. In 1945 komt het landgoed in eigendom van de gemeente. In de zomer van 1946 is er opleidingscentrum voor gezinsverzorgsters. Een particuliere stichting huurt in 1948 het huis om het als conferentieoord te laten dienen.
Landgoed Pietersberg
In de jaren 1955-1965 en 1976 staat de Pietersberg als een sociaal cultureel centrum Oosterbeek te boek. Rond 1993 is de naam Missionair Diakonaal Centrum De Herberg. Tegenwoordig wordt het huis en conferentiecentrum beheerd door de Stichting De Pietersberg te Oosterbeek.

Landgoed Planken Wambuis, een prachtig bos in het grensgebied tussen Renkum en Ede. Een landgoed omdat de opbrengsten sinds 1536 ten goede kwamen van Willem van Scherpenzeel en daarna de eigenaren van Kasteel Rosendael: Dirck van Dorth, en de families Van Arnhem, Torck en Van Pallandt. Een andere naam voor het zelfde gebied: Reemsterveld. In 1934 verwerft een beleggingsmaatschappij (Unitas N.V. uit Utrecht) het gebied. In 1980 werd het Planken Wambuis door het rijk aangeschaft en aan Natuurmonumenten geschonken ter gelegenheid van hun 75-jarig jubileum. De herberg Planken Wambuis (Verlengde Arnhemseweg 101, Ede) stamt uit 1782.

Huis Post en Enk, Middenlaan 56, Heveadorp
Post en Enk Heveadorp
bron: Wikimedia
Post en Enk werd gebouwd rond 1915-1916 (in de BAG staat 1917) samen met soortgelijke woningen (o.a. De Zaaier, De Vreugd, De Vrede) door  Dirk Frans Wilhelmi (1877 – 1936) Scheffer t.b.v. personeel van de Heveafabriek.
Bewoning vanaf ca. 1930 Fam. Wernsen sr. later mevr. Wernsen van Tol tot 1961. Vanaf 1968 tot 1981 de letterkundige, schrijfer, dichter Cees.J. Kelk, Amsterdam 28-08-1901 - Heveadorp 25-12-1981. Zijn archief is in het Letterkundig Museum.

Postkantoor Oosterbeek

Postkantoor Renkum. De Renkumse post valt tot 1882 onder Wageningen en er is aanvankelijk slechts een hulppostkanttoor.
Renkum hulppostkantoor in 1880
postkantoor nr 1
In 1882 komt het voormalige hulp postkantoor in de verkoop en dhr. Buse van huize Rijnzicht was er als de kippen bij. Het werd verbouwd tot koetshuis en woning voor de koetsier. Uiteindelijk werd dit het pand rond 1900 afgebroken en vervangen door een wat meer moderne woning die heel lang beschikbaar is gebleven voor het personeel van het huis. Deze lokaties zijn allemaal aan de oostelijke kant van Rijnzicht.
twee postkantoren Renkum
postkantoor nr 2 (rechts, het witte gebouw) en 3 (links)
Na de verkoop van het hulppostkantoor wordt er een ander postkantoor gebouwd, volgens de BAG in 1899 betrokken. Dit zou dus fout kunnen zijn, in Renkum kent de BAG bijzonder veel fouten. Vermoedelijk dus gebouwd in 1881-2. Dat voormalige postkantoor staat er nu nog, maar heeft intussen wel meerdere functies gehad. In 2018 is er gewoon een woonfunctie. Het adres is Achterdorpsstraat 3 Renkum. Op de foto is dit voormalige postkantoor te zien, het witte gebouw, achter het latere postkantoor. Als het postkantoor verhuisd naar de nieuwbouw uit 1911, dan wordt  het pand aan de  Achterdorpsstraat een politiebureau. later een politiepost en hulpkantoor van de gemeente Renkum. Er is een woning boven de kantoren op de beganegrond.
Het laatste Renkumse postkantoor (nummer 3) is uit 1911, volgens de BAG Oorspronkelijk was er een markant torentje, dat is verdwenen.
Het postkantoor nummer 3 verdween rond 2000, tegenwoordig is er een post-balie in de Bruna-winkel. In 2011 begint er het restaurant Oude Post.
  Renkum postkantoor met torentje
In de periode 1882 tot en met 1884 was Johannes A. Bloemsma de eerste post- en telegraafdirecteur in Renkum. In 1884 wordt J.D. Doorman er directeur.
Renkum postkantoor met tramrails
Oude Post Renkum

Landgoed Quadenoord, (Kwadenoord) Quadenoord 6, 6871 NG Renkum. De ontstaansgeschiedenis van Quadenoord staat beschreven bij Huize De Keijenberg. Je hebt het over een villa, bos, weilanden, moeras, landbouwgronden, manege, beeldentuin, watermolen en een kampeerterrein in het bos.
Net als de Keijenberg, rond 1798 begonnen door Jhr. Cornelis Munter. Rond 1733 bewoond door Michaël Onuphrius baron zu Schwarzenberg. Sinds 1872 in bezit van de familie Koker. De heer mr. François Constantijn Willem Koker, eerst jurist te Bennekom en later kantonrechter in Wageningen. F.C.W. Koker heeft veel voor de verbetering van het landgoed gedaan. Grote delen werden ontgonnen, heidevelden veranderden in dennenbossen en er kwam een kwekerij waar onder meer eiken werden gekweekt. Koker liet door de architecten: J. Prins (1891-1959) en J.H. Benier (1894-1971), van het gelijknamige buro in Arnhem, een villa bouwen. De huidige villa Quadenoord is een goed voorbeeld van de Amsterdamse School.  In het Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) staat 1990 aangegeven. Ga er nu van uit dat met de bouw in 1922 is begonnen en dat de villa voor bewoning klaar was in 1924. In 1922 vond een aanzienlijke uitbreiding plaats door aankoop van uit gestrekte gronden aan de noordzijde. Momenteel is het landgoed nog steeds in het bezit van de familie Koker en beslaat het een oppervlakte van ongeveer 230 ha. Het huidige landhuis werd gebouwd in 1924. Het boscomplex Renkumse Heide langs de spoorlijn is een voorbeeld van heideontginning uit de dertiger jaren. Naast de villa is er een boerenbedrijf met landbouw, bosbouw, verblijfsrecreatie en een manege aan de zuidkant van het landgoed.
Op het landgoed ligt nog het restant van de watermolen `Kwadenoordse Molen’, een waterrad-papiermolen later een korenmolen. Lees hier meer over bij de pagina over molens.
  De restanten van de molen zijn nog te zien. Tegenwoordig zijn er ook steenhouwers cursussen en een beeldentuin. De weilanden, akkers en bossen vormen een aantrekkelijk decor voor recreatie. De Renkumse Beek en de sprengen completeren het geheel. De eerste kampeerders kwamen al in 1926.
Bij Wikipedia is een andere ontstaansgeschiedenis te lezen!
Kwadenoord wordt rond 1898 ook wel Nieuwenoord (eigenaar dhr. Koker) genoemd

Quatre Bras, Stationsweg 2, Oosterbeek. Gebouwd in 1883 (. In 1927 bewoont door  Mr. E. van Beusekom. Een gemeentelijk monument.

Huize Ravenstein, Stationsweg 5 te Oosterbeek. Rond 1943 bewoond door J.B Scheltema.

De voormalige villa Redichem te Renkum, Oud adres Utrechtsestraatweg 128 (1934) gebouwd in 1863 op de plek van de oude herberg “De Bock”.  De bouwer was de heer H. W. Leygraaf, eigenaar van de bierbrouwerij "de Bok" aan de overzijde van de weg. Later kreeg het huis de naam 'Redichem'. (Aan de noordzijde van de weg lag hier een zgn. overtuin, waar de beek haar weg zocht. Van het water van deze beek werd gebruik gemaakt om enige fraaie waterpartijen aan te leggen. De tuin zal wellicht eerst ca. 1900 zijn aangelegd.) H.W. Leygraaf komt te overlijden rond 1878. De inboedelveiling van de overledene is op 25-4-1878. Rond 1881 is Redichem bewoont door de familie Reijmer. In 1910 is Redichem bewoont door  G.H. Remmer, de steenfabrikant. In 1915 bewoont door G.H. Reijmer, de steenfabrikant, en zijn echtgenote Arnolda Hermina van Wijck, dochter van de steenfabrikant Richardus van Wijck. "Op een kaart van de Mofft, in 1649 getekend door Nicolaas en Arnoldus van Geelkerck, is te zien dat zich op het dan reeds voormalige kloosterterrein, in de binnenbocht van de omgelegde beek, een "papiermuhl" bevindt, ter hoogte van het latere huis "Redichem" aan de Dorpsstraat". Bron.
Huize Redichem rond 1904
Achereenvolgende eigenaren tot xx: Gerhardus Henricus Reijmer, steenfabrikant uit Renkum; Anthonie Hulshuizen, landbouwer uit Renkum; Carel Roosen, assistent Deli Batavia Mij uit Renkum; Anthonie Mulder, zonder beroep uit Den Haag; Theodorus Wilhelmus Gunsing, bedrijfsleider uit Renkum; Gemeente Renkum; Paulus Johannes Anthonie Campman, hotelhouder uit Renkum; Sientje Cornelia Maters, (Bokkedijk 2) P.G.E.M.; Johann Peter Gogarn, arts uit Renkum; Verkeer en Waterstaat; NV van Gelder Zonen, Amsterdam. Elders vind ik andere eigenaren: Eerste bewoner was de heer Leijgraaf. Johann Peter Gogarn, arts uit Renkum. Verwoest in de WWII.

Luchtfoto van Renkum uit 1927
Renkum 1927
Wat valt op: Linksonder aan de zuidzijde van de Dorpsstraat staan nog enkele boerderijen. Er was nog geen supermarkt, je verbouwde alles zelf. Tegnwoordig staat er een supermarkt.. Rechts onder: Van Gelder Papier. Er is nog geen Caecilialaan (tegenwoordig Fabrieksstraat), schuin tegenover de Nieuweweg.

Herstellingsoord Renkum, Hartenscheweg Renkum.

Het Renkums beekdal. De periode tussen de laatste en voorlaatste ijstijd heeft veel ijs doen smelten en al dat water heeft het het Renkums Beekdal ontstaan. In vroeger tijden werden verschillende plekken van het Beekdal door de mens gebruikt voor landbouw. Het gehucht Harten had er zijn plek. Aan vers beekwater geen gebrek en ver genoeg van een steeds overstromende Rijn. De beken dienden later voor de vele watermolens. Lees hier meer over bij de pagina over molens. Eerst graan, raapzaadolie, papier en rubber werd hier gemaakt. Na het verwijderen van het industrieterrein is er nu weer ruimte voor de natuur. Uit een onderzoek in 2013 van de Rekenkamer Oost-Nederland blijkt dat voor de ontwikkeling van natuur in het Renkums Beekdal bijna vier miljoen euro meer is uitgegeven dan begroot. Totale kosten tot dat moment 39 miljoen. De overschrijding is het gevolg van hogere kosten om de bedrijven in het gebied uit te kopen. Te bezoeken vanaf de Bennekomseweg, vanaf de Nieuwe Keijenbergseweg 174, de doorsnijdende Hartenseweg, de Beukenlaan, parkeren bij nr 52 en de doorsnijdende Kortenburg. Er is een bezoekerscentrum genaamd Renkums Beekdal.

Renkums Veer (1796 -1973 en 2015 tot heden)
De Renkumse Meent of Mark was het ongeveer 20 ha. grote weidegebied ten zuiden van de
Dorpsstraat. De weg door de meent was de Veerweg, vroeger ook Meentweg geheten. De
aanlegplaats voor schuiten aan de Meentweg gaf problemen. Daarom werd in 1845 besloten
om de kop van de Meentweg op te hogen en daarbij een pakhuis te bouwen. Bovendien
werd besloten om tevens een woning aan het pakhuis te bouwen. Zo werd het pakhuis de
grondslag voor een veerhuis. De naam veerhuis is later ingeburgerd. Jan Bol uit Heteren
onderhield al jaren met een roeiboot een veerdienst tussen de beide Rijnoevers. Hij vroeg en
kreeg in 1862 toestemming om in het vervolg aldaar met een pont te mogen aanleggen,
zodat karren en rijtuigen beter overgebracht konden worden. Vooral hierna heeft de naam
veerhuis zijn intrede gedaan. In 1903 brandde het oude veerhuis met pakhuis geheel af.
Herbouw volgde datzelfde jaar nog. Enkele decennia geleden werd het veerhuis afgebroken.
Door de aanleg van de A50 (brug over de Rijn) verdween de pont. Er was overigens al in de
10e eeuw in Renkum, toen Redichem geheten, sprake van een voetveertje.
Lees meer bij de HGR over het Renkums veer. Sinds 2015 vaart er van medio april tot in de herst een pontje het Renkumse Veer. Wikipedia.

In de Renkumse Poort komen bos, beekdal en de uiterwaarden van de Rijn bij Renkum samen. 2009: De realisatie van de ecologische verbindingszone tussen het centraal Veluws natuurgebied en het Rijndal is een stuk dichterbij gekomen. De Dienst Landelijk Gebied heeft ook met het laatste bedrijf op industrieterrein Beukenlaan, bouwmarkt Wessels, overeenstemming bereikt over verplaatsing. Dit industrieterrein in het Renkums Beekdal kan nu worden omgevormd tot natuurgebied. Er ontstaat hierdoor een prachtige verbinding tussen de natuur op de Veluwe en de natuur langs de Rijn. Gedeputeerde Keereweer is zeer positief: "De aankoop van dit laatste bedrijf is een belangrijke mijlpaal. Niets staat nu het herstel van het Renkums beekdal nog in de weg." (bron)
Het heuvelachtige gebied is een mooi voorbeeld van geslaagd natuurbeheer. Het voormalige industrieterrein Beukenlaan is in 2013 omgetoverd tot een ecologische verbinding tussen de Oostvaardersplassen, Veluwe, uiterwaarden aan de Rijn, het Renkums beekdal, de Gelderse Poort (de streek waarin de Rijn zich vertakt in Waal, Nederrijn en IJssel, oa. Ooypolder) en het Duitse Reichswald. Zo kunnen edelherten nu van de Veluwe naar de Rijn lopen. Het Renkums Beekdal is een van de belangrijkste dalen op de Zuid Veluwe. Het beekdal is in de voorlaatste ijstijd gevormd, toen smeltwater het huidige beekdal naar de Rijn uitschuurde. Al vroeg werd er in het beekdal gegraven om het water te kunnen gebruiken voor de landbouw (Harten) en in later tijd als waterkracht voor watermolens. Met deze watermolens ontstond een vroeg 'industrieterrein' voor de verwerking van graan, raapzaadolie en later papier, uiteindelijk uitmondend in het industrieterrein Beukenlaan. Er stonden grote fabrieken van Van Gelder, later Parenco, Vredestein.
Vier eigenaren van de gronden in het Renkums Beekdal hebben in 2011 de handen ineengeslagen. Zij hebben gezamenlijk een visie gemaakt waarin zij een bijdrage willen leveren aan het Renkums Beekdal en daarmee aan de Renkumse Poort. Zo zal de natte natuur langs de beek, worden omgevormd naar beekdalgraslanden. Je hebt het dan ook over het zuidelijke gedeelte, het stuk onder het voormalige kasteel Grunsfoort, tot aan de Rijksweg N225. Vernam van een van de beheerders dat men in 2017 gaat beginnen.

Rehoboth, Koninginnelaan, Heelsum. In 1883 was er behoeft aan een grotere en betere school in Heelsum-Doorwerth. Dat kwam er in de vorm van het nog steeds bestaande gebouw Rehoboth. In 1938 ging Rehoboth van de Burgelijke gemeente over naar de Kerkelijke gemeente. En kwam het in handen van de toenmalige Nederlands - Hervormde gemeente. De oorlogsschade werd in 1948 hersteld en werd het gebouw ingericht als verenigingsgebouw onder architect J. Grypma. In 1996 is het gebouw opnieuw gerestaureerd en aangepast aan de eisen van de tijd.

Natuurgebied Reijerscamp in Wolfheze. Twee mogelijkheden: De ‘Reijers-Camp’ is kennelijk zo genoemd naar de Gele Rijders in Arnhem die hier na 1861 een manege hadden. Nog een naam-herkomst: In 1822 start Otto Reijers te Wolfheze. Aangekocht in 2004 als voormalig landbouwgebied en ontwikkeld naar natuur, terug naar de situatie van 1895. Toen was dit gebied vooral hei en bos. In 1908 begon de directeur van de Van Houten's Cacaofabrieken er een modelboerderij. In 1917 werd meer bos en hei ontgonnen tot bouw- en weiland. In 1922 werd de stekker uit de modelboerderij getrokken. De boerderijen bleven. Het gebied sluit aan op natuurgebied Planken Wambuis. Op 17 september 1944 vond in dit gebied onder andere de landing plaats van honderden zweefvliegtuigen. Tijdens de Slag om Arnhem werden deze ingezet om troepen en materieel te vervoeren. In 2013 kwam het ecoduct over de A12 tot stand en is er een verbinding ontstaan tussen de Veluwe enerzijds en de uiterwaarden van de Rijn anderzijds. Begin met een koffie bij het Hotel de Buunderkamp en loop dan de achtertuin in naar het oosten. Ontwikkelingen. In 2016 een nieuw natuurgebied van Natuurmonumenten.

Reijershoeve, Renkum

Rijnheuvel, (Otium) Oosterbeek, (Pieterbergseweg 52, Oosterbeek) gebouwd in 1846 voor Jan van ’s Gravenweert, die het de naam ‘Otium’ gaf. In 1869 werd het gekocht door Lois Heldring en zijn vrouw Geertruid van Eeghen, een dochter van de Amsterdamse bankier C.P. van Eeghen (eigenaar van Pietersberg). Sindsdien draagt het landhuis de naam `Rijnheuvel’.
Volgens het boek Monumenten in Nederland. Gelderland uit 2000 is landhuis Rijnheuvel (Pietersbergseweg 52) gebouwd in 1847 voor C.P. van Eeghen.
Volgens de BAG is het pand voor het eerst bewoond in 1830.

Rijnzigt, Dorpstraat 50 te Renkum, zie het gedeelte over café's en hotels.

De Rietkapwoningen in Heveadorp. Zoals aan de Beeklaan 32 t/m 42, Centrumlaan 1 t/m 19 en 2 t/m 12, Noorderlaan 2 t/m 16 en aan de Zuiderlaan 1 t/m 7.

Villa Roestenburg, Pietersbergseweg 60 (vroeger nummer 44) Oosterbeek.
Roestenburg Oosterbeek
Gebouwd in 1920 in de dan modieuze Engelse architectuur stijl  in opdracht van de rozenkweker H. W. Teeuwsen. Na hem werd het bewoond door de oud- gouverneur van Suriname Jan Anne Aleid baron van Heemstra, die het huis sterk uitbreidde. Van Heemstra was gouverneur van 1921 tot 1928. Daarvoor was hij van 1910 tot 1920 burgemeester van Arnhem. Voorts is vermeldenswaard dat hij grootvader van Audrey Hepburn.
De bekende Brits-Nederlands-Belgische actrice Audrey Hepburn-Ruston, dochter van de Nederlandse barones Ella van Heemstra en de Brit Joseph Hepburn-Ruston, logeert in haar vroege jeugd geregeld bij haar opa en oma in Oosterbeek. Omdat de ouders van Audrey een slecht huwelijk hadden (ze scheidden toen ze 6 jaar oud was) werd Audrey, door haar Nederlandse familie Adriaantje genoemd, regelmatig in Oosterbeek gestald. Meer info: lees van Robert Matzen Dutch Girl: Audrey Hepburn and World War II (de Nederlandse vertaling, Het Nederlandse meisje). Nog een link.

De Roggekamp, Heelsum, rond 1938 bewoond door dhr. J. Swart.

De verdwenen villa Roozenburg, Dorpsstraat 135 Renkum.

Voormalig Kasteel Rosande in de Rosandepolder, Oosterbeek.
De Heerlijkheid Rosande wordt voor het eerst vermeld in 1313 of 1428. In 11313 wordt al gesproken van het huis van Gosewijn van Rijsande. De Rosande was vroeger een hooge Heerlijkheid, die het recht van een hoog en een laag rechtstgebied bezat, maar toch aan Doorenweerd leenroerig was.
In de 14e eeuw was de Rosande in het bezit der familie Tengnagel; een eeuw later was het bij erfregeling gekomen in het geslacht van Van Wilp; Evert van Wilp (?-1505). Evert van Wilp was de laatste manlijke telg van zijn geslacht. Hij overleed 1505 ongehuwd op kasteel Rosande, dat hij in 1496 van zijn moeder, Elisabeth van Arnhem erfde. In 1505 door de Bourgondiërs veroverd, werd het 10 jaren later onder de persoonlijke leiding van hertog Karel van Gelre bij verrassing stormenderhand ingenomen en verbrand. Daarna kocht Karel van Egmond, de Hertog van Gelre (1492-1538) in 1518 het goed Rosande van Wijnand van Arnhem. Op het hoogtepunt van zijn macht strekten de bezittingen van Karel van Gelder zich uit van midden Limburg, en Geldern in Duitsland tot aan de Waddenzee. Hij werd begraven in de St. Eusebiuskerk te Arnhem.
Wijnand van Arnhem verkocht het landgoed in 1523 aan Jacob van Appeltern, domdeken van Utrecht, die het kasteel weer liet opbouwen. De familie De Schellarts bewoonde daarna kasteel Rosande. Zij hebben het gebouw weer afgebroken en door een nieuw kasteel vervangen. Er is een uitspraak van een vonnis aan van het jaar 1539, waarbij van Obbendorp als afstammeling van de vroegere wettige bezitters van Rosande weder in het bezit van het huis Rosande werd gesteld, waarvan zijn geslacht met geweld beroofd was.
Verkocht aan Doorwerth in 1661, afgebroken rond 1895. Op het eind van de 17de eeuw kwam Rosande in het bezit van Federik Willem, vrijheer van Spaen, heer van Biljoen.
Rosande Oosterbeek
De naam van de familie Van Spaen is in voorgaande eeuwen nauw met de heerlijkheid van Rosande verbonden geweest. Baron A.D. van Spaen was omstreeks 1765 heer van Rosande. Ook verscheidene andere Van Spaens worden als eigenaar van Rosande genoemd. In 1827 overleed J.F.W. baron van Spaen, die door zijn oudste dochter J.M.C. baronesse van Spaen, gehuwd geweest met A.H. Graaf van Rechteren, werd opgevolgd.
Albert Antoine Loopuyt (1873 - 1960), was van 1907 - 1919 gemeentesecretaris. Vanaf 1917 eigenaar van één van de laatste delen van de Heerlijkheid Rosande, n.l. de omgeving van de Loopbergenseweg ten noorden van het spoor. Loopuyt liet het huis Schelmseweg nr. 1 bouwen en woonde later aan de huidige Loopuytlaan.
Nu zijn de contouren van het binnenplein, slotgracht en een informatiebord zichtbaar. Te vinden in de Rosande Polder, direct ten oosten van de spoorbrug in Oosterbeek.

 Het huis Rosande (hoek Utrechtseweg-Beukenlaan) te Oosterbeek. In 1917-1919 bewoond door Maurits Escher.

villa Rozenhage aan de Benedendorpsweg 167, te Oosterbeek. Uit 1850. Oa. bewoond door de schilder Johannes Warnardus Bilders (geboren te Utrecht 1811, overleden te Oosterbeek 1890). Een gemeentelijk monument.

Rozenhage Renkum
villa Rozenhage, Dorpstraat 144, Renkum. Tegenwoordig bekend als de Garage van Delsink. Andere eigenaren: Johanna Wilhelmina Hoff-Hugenholz, Ludolphina Eelke Ploem-Pijnen, Jan Cornelis Koker, Johannes Christoffel Spakler, suikerfabrikant, Antonie Cornelis Beers, Willem Timmer, en daarna Delsink.
Garage Timmer Renkum

Villa Rusthout, Oosterbeek, Dreyen.

Villa Saigon, Rijksstraatweg te Heelsum, in 1911 geveild door van de erven Mevr. Servaas.

Huize het Schild te Wolfheze
Het Schild Wolfheze
Het Schild I uit 1911.
Het Schild na WWII
Het Schild II uit 1950
Het Schild Wolfheze
Het Schild III tegenwoordig.

Het Schildershuis, Utrechtseweg 117, Renkum. De naam is waarschijnlijk geleend van de  kunstschilder en etser, Jan C. van der Ven (1896 - 1930), die hier tot 1930 gewoond heeft. Het pand is in de WWII behoorlijk beschadigd, doch is in de originele staat hersteld.
Schldershuis Renkum
"Kunst en Letteren Jan C. van der Ven. † Dr. Edward B. Koster schrijft ons: Maandagmiddag is in allen eenvoud, zooals kort gemeld, op het kleine kerkhof te Renkum Jan C. van der Ven begraven, de jonge veelbelovende schilder, die den 17de Juli op 34-jarigcn leeftijd is overleden. We vragen ons af, waaróm dit jonge leven zoo vroeg moest.eindigen,'maar we kunnen niet anders dan ons buigen voor de macht van den onafwendbare*, en onverbiddelijken loop van de dingen in deze wereld. Onafwendbaar en onverbiddelijk? Ja, alleen daarom, omdat in dit ziektegeval ...sotne one has blundered". Wanneer tijdig gebeurd was, wat gebeuren moest, dan had misschien dit leven gered kunnen worden. Voor Pictura Veluvensis sprak de heer Ferwerda; voor Pulchri Studio de heer van Oosterzee. Nog kort geleden mocht ik eenigen tijd in zijn gastvrije woning, het Schildershuis, te Renkum doorbrengen, en kon daar getuige zijn van zijn werklust, en werkkracht: hij werkte zoo lang hij kon, hielp een feestelijkheid organiseeren, steunde een ander met raad en daad hij de inrichting van een kunstzaak. Hij was wel eens minder makkelijk en kon lang ln zichzelf verzonken zijn, maar dan kwam de lust tot arbeiden weer hoven; trouwens hij heeft het zelf niet makkelijk gehad in hel leven; hij heeft den nood gekend; hij heeft moeten vechten, vechten, zich hard inspannen, onverdroten moeite doen en moeilijkheden overwinnen, om te bereiken wat hij kon, en hij heeft veel bereikt, niet alleen als schilder, maar ook als etser en ontwerper. Nog op de onlangs gehouden tentoonstelling in de Korenbeurs te Arnhem muntten onder de bloemstukken de zijne uit, en -al hadden, vooral in den laatsten tijd, de bloemen zyn voorliefde, ook in andere genres als landschap; figuurstukken en portret, heeft hij goed, voldragen en weloverwogen werk gemaakt. Al moge zijn stille, gesloten, min of meer grübelnde natuur hem nu en dan in den weg gezeten hebben, juist diezelfde natuur deed hem zijn kunst opvatten als iets ernstigs, hoogs en voornaams, waarvoor geen inspanning en overdenking groot genoeg konden zijn. En zoo denk ik dan aan een van zijn laatste werken, het Levensraam, dat indertijd op de tentoonstelling van St. Lucas te Amsterdam zooveel aandacht trok en belangstelling wekte, en dat kort geleden ook in Arnhem en in den Haag (kunsthandel De Bron) is tentoongesteld geweest, waarop hij dc handen afbeeldde van een stervende, die al de fasen van zijn leven nog eenmaal voor het laatst voorbij zich ziet gaan, en het is me alsof hij met het scheppen van dit groote doek een voorgevoel heeft gehad van het naderend einde, en hij nog eenmaal wilde vastleggen wat hij in zijn kort bestaan, had gevoeld, gedacht, geleden en genoten. En al is dit leven kort geweest, het was welbesteed, en wij, de overlevenden, zullen de herinnering bewaren aan iemand, die werkte zoolang het dag was, aan een eenvoudig, bescheiden mensch, die naar het hoogste streefde en altijd trachtte het beste te geven dat hij geven kon". Uit  Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad, 23-07-1930
Jan C. van de Ven was begraven op de begraafplaats Onder de Bomen. Zijn graf is helaas geruimd.

Voormalig hotel Schoonoord, Utrechtseweg Oosterbeek
Rond 1857 was Schoonoord een buitengoed langs de Utrechtseweg en zou pas een twintigtal jaar later een bestemming als hotel krijgen. Lees verder bij hotels.

Hof te Seelbeeck, Heveadorp. In het begin van de 15de eeuw een leengoed van Kasteel Doorwerth. Geheel verdwenen. Bij de aanleg van twee vijvers (Elzepasje) bij de bron van de beek (ten noorden van de Oude Oosterbeekseweg) komen in 1907 de restanten van een hoeve met toren en ophaalbrug te voorschijn. De restanten van de toren vormen nu een eilandje in de bovenste vijver. In het Elzepasje heeft een in 837 reeds vermelde woonburcht: Hof bij de Seelbeek gestaan. Genoemd wordt een schenking van een Hof aan de Seelbeek aan het klooster van Lorsch door ene Magofrid.

Voormalig Rustoord Huize Selva, Wilhelminapark 4 te Heelsum, in 1935 beheerd door mej. K. Gildemeester, in 1950 beheerd door N. Oltman.

Simple Villa c.q. De Blauwe Spar, Dorpsstraat 171 te Renkum. De grond is gekocht in 1872 door de hr. de Geurt Haas, die er ging bouwen. Oud kavel nummer in 1877 D 625, daarna D 665, 666 en 667. Bewoond volgens de BAG in 1875. Al in 1878 wordt het huis met 5 kamers, tuin en vruchtbomen geveild door notaris Hondius te Wageningen. Ingezet op hfl 5200,- gehoogd naar hft 6100,-  In 1913 wordt Simple villa geveild (of getracht om te veilen) om te worden afgebroken. In 1924 wordt het door voor de erven weduwe de Haas verkocht. Achterenvolgende eigenaren tot 1978: 1897 M.C. Mijnlieff, Geurt de Haas, steenfabrikant, Jan Albertus Leccius de Ridder, landbouwer, Agnes Namij Gijsbertha Leccius de Ridder uit N.O. Indië, Hendrikus (Hein) Gerrit van Schuppen, Piet Nolen, agent in ijzerwaren, Petrus Johannes Henricus de Maar, scheepsbouwkundige, en Wilhelmina Adrie Gardinier.
Blauwe Spar Renkum
Rond 1938 had mw Mevr. A. v. Dijk er een pension. Het adres toen was: Rijksstraatweg 169, Renkum. Het pension heeft bestaan tot eind september, begin oktober 1944, toen alle gasten, maar ook de bewoners moesten evacueren van de Duitse bezettingsmacht. Hein Gerrit van Schuppen (1894-1977) die in 1949 in de Blauwe Spar is gaan wonen was een fervent amateur schilder en leerling van Hendrikus Alexander van Ingen. Van Schuppen is er gaan wonen met Maasje Doeze-Jager, zijn huishoudster. Van Schuppen onderhield nauwe banden met de ‘’Oosterbeekse school.’’ Het atelier bevond zich in de grote slaapkamer aan de voorkant op de eerste verdieping aan de oostkant van het pand, samen met een soort opkamertje dat achter deze werkruimte lag. Van Schuppen is op de Blauwe Spar blijven wonen tot aan zijn overlijden in 1977. Van Schuppen was een confectiehandelaar die oa damesmantels maakte. De fabriek van van Schuppen in Veenendaal is in 1975 gesloten, de vestigingen in Renkum en Leerdam waren al eerder gesloten
Blauwe Spar Renkum
"Op maandag 23 januari 1978 en volgende dagen, telkens n.m. 19.00 uur zal in de villa "De Blauwe Spar", Dorpsstraat 171 te Renkum, de weled.gestr.heer Mr. A.N. Kersten, notaris te 'Wageningen. uit diverse nalatenschappen, publiek en contant worden verkocht, antieke en klassieke salon-, eetkamer-, kantoor-, hal- en kleinmeubelen, schilderijen, uitgebreide collectie Perzische tapijten, ant. klokken en pendules, waarbij A'dams staand horloge, ant porcelein, enz. Bovengenoemde villa gelegen op 3320 m 2 grond, is inmiddels te koop (eventueel te huur), te bevragen: Makelaarskantoor Stoel en Timmer".

Pension Simplex, C 97, Oosterbeek. Rond 1918 werd het pension gebruikt voor het interneren van Duitse krijgsgevangenen, een dependance  van het Duitse Kamp te Wolfheze.

Voormalig landgoed De Slenk, een oude naam voor wat we nu kennen als Sportcentrum Papendal. In het gebied van De Slenk verscheen rond 1905 een gebouw met twee functies. Er werd water gewonnen voor het landgoed en er werd electiciteit opgewekt om huizen en opstellen van licht te voorzien. De gebouwen in de Slenk werden gebruikt voor landbouwdoeleinden en gedeeltelijk ingericht als woonhuis voor boer C. Aalbers. De stenen van de boerderij zijn ter plekke gebakken. In 1966 is het landgoed in handen gekomen van de Nederlandse Sportfederatie.

Verdwenen Huize Soeterbeeck, Dorpsstraat 161, Renkum. Tegenwoordige huisnummers 159, 161 en 161A te Renkum. Naast 'Welgelegen' is een strook grond, en dan komt de zandweg (later de Nieuweweg genoemd) naar de Groenendaalseweg en de Kortenburg, gelegen op de lage gronden. Deze strook grond was van de Kortenburg, en hier kocht de Hr. Mijnlief een stuk grond, om een villa op te bouwen in 1878. Deze villa was voor hem zelf, en er kwam een koetshuis, stallen, orangerie, broeikassen en tuinerijen. Herkenbaar was de woning aan de grote halfronde oprijlaan. Achtereenvolgende eigenaren: Mauritz Mijnlieff, steenbakker (1890); wed. Johanna de Haas;  Maria Cornelia Mijnlieff, echtg. van Cornelis Hubers uit Baarn; Maria v.d. Kun, wed. Oscar Ignatius Gabiël Edlen von Polbreich uit Renkum; Joseph Marie Graven, particulier uit Renkum (1930); Jan Ouwerkerk, hotelhouder uit Renkum; Cornelis Johannes Löffelman, koopman uit Delden; Wed. van Bernharda  Maria Johanna Wientjes.
Het is wel duidelijk dat Johannes baron van Brakell (Wadenoyen en Doorwerth), geboren ‘s-Gravenhage 1908, overleden Arnhem 1952, er gewoond heeft. Hij woonde voordien op Huize Doorwerth. Johannes is begraven, hij werd slechts 44 jaar, op de Begraafplaats Mariahof aan de Groeneweg te Renkum.
Een zacht-gele villa, afgebroken begin jaren 70 van de vorige eeuw. De panden die nu op de Dorpsstraat 159 tot 161A staan zijn allemaal voor het eerst betrokken in 1972 of 1973. Op nr 159 staat tegenwoordig de hoekwoning Trust.
Deze info wordt aangepast eind augustus, na de HGR tentoonstelling over de Nieuweweg in het Everwijnsgoed.

Voormalig Huize Solbakken, aan de Utrechtseweg 63, hoek Patrimoniumweg te Heelsum.
Een woning, het latere „Solbakken", was de ouderlijke woning van de papiermakersfamilie Pannekoek, aan welke familie het reeds in de 18e eeuw behoorde. In 1859 komt het huis
door koop uit handen van de gebr. Pannekoek aan Neuy Pannekoek, die toen ook in datzelfde jaar het tegenwoordige huis deed bouwen. De familie Pannekoek bleef dit huis bewonen tot 1885, toen het in eigendom overging aan N. J. F. Kamperdijk, toen reeds eigenaar van de er tegenover gelegen stoom-papierfabriek. Deze laatste heeft veel ter verbetering van het huis gedaan, en heeft het meerdere keren verbouwd. Na de verkoop van landgoed Kali-Maro ging het echtpaar Frowein-Wolterbeek hier wonen. Dit huis hadden zij in 1906 gekocht van de heer N.J.F. Kamperdijk, de Heelsumse papierfabrikant. Dan verschijnt ook voor het eerst de naam Solbakken. C.F. Frowein komt te overlijden in 1921 en Solbakken ging in 1923 in eigendom over van de weduwe Frowein-Wolterbeek aan G. van der Vlies Tromp te Arnhem. In 1940 kwam het aan F.J. Sillmann en in 1948 aan de Vereniging tot Bevordering van Chr. Nationaal Schoolonderwijs te Heelsum en Doorwerth. Of dit geheel klopt? Want in 1955 wordt de villa Zonneweelde aan de Utrechtseweg 63 door de papierfabriek Schut verhuurd aan J.Q. Bakker. In 1958 geeft de gemeente toestemming tot bouw van kleuterschool Solbakken. Rond 1975 is het nog steeds in handen van de papierfabriek Schut, die het dan verkoopt aan de B.V. Progresso van de bouwondernemer Gerritsen. Gerritsen als project ontwikkelaar, zet er leuke bungalows neer in de jaren 1976 en 1977.

Villa Sonnevanck aan de Bennekomseweg 2 en 2a te Heelsum, volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1907 en gaat hem om één woning. In 1908 staat er in de het Nieuws van den Dag: "Uit Renkum sohrijft men ons, dat de dameskostschool,. thans gevestigd in 't Huis te Heelsum, te Heelsum, opgeheven zal worden. De opleiding van enkele meisjes zal evenwel voortgezet worden in de villa »Sonnevanck«, te Heelsum."
Rond 1960 woont er Eva Johanna Hageman, weduwe van Gerrit van der Hoeven.
Rond 1976 woont er Wilhelmina Johanna Paulina Maria Bolsius, de weduwe van L.A.C.M. van Willigen en eerder weduwe van J. H. van Hoof. Allen woonden op Sonnevanck, huisnr 2a. Op huisnr 2 was de familie Beelaerts van Blokland een van de bewoners. De Douarière W. A. Beelaerts van Blokland, overlijdt er in 1951, ze is dan 70 jaar. Uit 1986 kennen we als bewoners J. C. Beelaerts van Blokland en H. Beelaerts van Blokland.

Zonneweelde Solbakken Heelsum
Huize Sonnewende, aan de beek, Heelsum.
Sonnewende Heelsum

De Sonnenberg, Oosterbeek. Sonnenberg was een oud leen (1428) van Doorwerth. "Een hegge hout in het kerspel Oosterbeek, genaamd Hillenbos, met toebehoren, (1576: op Sonnenberg en 3 malder rogge aldaar op Gijsbert van den Berge; 1630: zijnde erf en goed Sonnenberg; 1692: in Renkum").
Lees hier meer over de Sonnenberg.

Voormalig Station Oosterbeek Laag, Klingelbeekseweg 69, Oosterbeek.
Staion Oosterbeek Laag in 1880
Door de Staat aanbesteed in 1877. In 1879 kwam dit station klaar voor gebruik. Het is het eerste station waarbij wordt afgeweken van de symmetrie die tot dan toe alle stations kernmerkte. Een nieuw element is ook de kleine toren waarvan nadien ook andere stations worden voorzien. Het werd gebouwd voor de vele mensen die in Oosterbeek zouden gaan wonen en overstappen. Het station was toen zelfs drie keer zo groot als het nu is. Al die bewoners kwamen er niet. In 1938 werd Oosterbeek Laag gesloten voor reizigersvervoer. Het station werd verwoest in de Tweede Wereldoorlog en is deels zonder de toren hersteld door NS. Uit de geschiedenis:
 Rosande bij Oosterbeek wordt centrum voor Rijn-en dagtoerisme;dit ongeveer 80 hectaren grote centrum, dat Rosande gaat heten is bedoeld als een trekpleister van Europees formaat voor het Rijn- en dagtoerisme. Uniek voor Nederland en wellicht voor Europa is de watertuin, een natte versie van de Efteling. Teineinde de duizenden dagjesmensen tot dicht bij de attracties te brengen, wordt wellicht het station Oosterbeek-Laag in ere hersteld.
 Nieuwsblad van het Noorden dd 25-05-1963
Een paar dagen voordat het station gesloopt zou worden in 1983, werd het gekraakt. De CDA-fractievoorzitter Zuurmond zorgde ervoor dat NS bewoning accepteerde, zodat het pand behouden bleef. Het werd verbouwd tot woning en in 2009 werd het eigendom van de bewoners.

Station Wolfheze. De Baron J.A.P. van Brakell staat toe dat de Rhijnspoorweg tussen Utrecht en Arnhem over een gedeelte van zijn grondgebied wordt aangelegd. In ruil daarvoor komt er in 1845 een beheerde halte te Wolfheze. Handig voor de gasten van Kasteel Doorwerth. De reeds bestaande Wolfhezerweg wordt verhard en wordt doorgetrokken middels de nieuw aan te leggen Italiaanseweg. Alhoewel de Italiaanseweg ook oudere paden en erfgoedgrenzen volgt. In 1899 werd het (nu nog bestaande) stationsgebouw geopend. Tegenwoordig is dit stationsgebouw nog het enige "originele" stationsgebouw uit de beginperiode van de spoorlijn. In de WWII hadden de bezetters een "bommen"lijntje naar de vliegbasis Deelen vanaf Station Wolfheze. Tussen Ede en Oosterbeek waren nog meer haltes: een bij de paardenrenbaan (Renbaanhalte) ter hoogte van de A50 - Papendal, er werd alleen gestopt bij activiteiten. En er was een halte "Buunderkamp", bij de kruising Parallelweg, Telefoonweg, tussen Renkum en Wolfheze. Op verzoek werd er gestopt voor bezoekers van Oranje Nassau Oord.

De Tafelberg. Pietersbergseweg 46 Oosterbeek. Vanaf 1848 (Heemkunde noemt 1857, Nieuwsbrief maart 1998) een woning en in 1889 vrijwel geheel verbouwd tot een  meisjeskostschool, voor jonge dames uit 'eerste families' van ons land. Mej. J.A.G. Wildrik was kostschoolhoudster. Andere (inwonende) directrices waren mw. Blotkamp en mw. Van Bemmelen. Mw  Anna Hendrika Blotkamp had ook een zus: Geertruida, die mee hielp en er woonde.
Dependance Tafelberg Oosterbeek
In 1902 - 1903 werd De Tafelberg verbouwd tot hotel en werd een onderdeel van de NV Hotelmaatschappij De Tafelberg o.l.v. de heer Ogtrop. De NV breidde zich in de daarop volgende jaren uit, in 1910 werd Hotel Wolfheze gekocht en in 1925 de villa De Bilderberg. In de jaren 1931-1932   kreeg de Tafelberg min of meer het huidige aanzien, een hoofdgebouw met twee vleugels.
In 1944 wordt het hotel gevorderd door de staf van de Duitse veldmaarschalk Walter Model. Gedurende de daarop volgende dagen diende De Tafelberg, samen met de dependance als noodhospitaal voor honderden militairen en burgers. De afdeling Oosterbeek van het Ned. Roode Kruis en de plaatselijke huisartsen o.l.v. dr. G.H.O. van Maanen verleenden onder zeer moeilijke omstandigheden hulp tijdens de slag om Arnhem. In het najaar van 1945 werden in en om het gebouw een groot aantal opnamen gemaakt voor de film 'Theirs is the Glory' waardoor een beeld werd verkregen van de gebeurtenissen die hier in 1944 hadden plaats gehad.
De Tafelberg kreeg hierdoor mondiale bekendheid. Na de oorlog aldus zwaar beschadigd en weer opgebouwd tot hotel, en later een missiehuis. In de periode 1998-2000 zijn de paters vertrokken en komt er een discussie over ee nieuwe bestemming. Hoe zijn de bloedvlekken (1944) te conserveren? Sinds 2006 zijn er koop appartementen.
Tafelberg Oosterbeek

Verdwenen Huize Tondano, Dorpstraat,  Renkum. Gebouwd door A. van der Kolf, die hier na zijn Celebes periode van rust genoot. Achtereen volgende eigenaren tot de sloop: R.K. Kerk Renkum; Jan Marie Bernard Beuker, fabrikant uit Renkum; Jan Hissink, gepensioneerd majoor infanterie uit Den Haag; Johannes Hendrikus Hissink, O.I. ambtenaar uit Renkum; Jacominus Johannes Bolkestein, leraar HBS uit Soerabaja; Jacoba Maria van Leer, wed. Jan Hissink uit Renkum; Arie van der Kolff, gepensioneerd O.I. ambtenaar uit Renkum;  Andries Herkemans, directeur Nationaal Grondbezit uit Den Haag; Carolus Franciscus Jacobus Overmaat uit Renkum. Gerrit Jan Glade, tuinman uit Renkum; Verkeer en Waterstaat; Franciscus Campman, zonder beroep uit Renkum; Franciscus Campman, hotelhouder uit Renkum en Hotel café- restaurant Campman BV. Renkum. Aan het begin van de 20ste eeuw woonde hier de emeritus dominee Blanson Henkemans.
  Het is van der Kolff die Tondano in 1922 verkoopt:
Renkum Tondano
Elders gevonden: In deze woning woonde de Kr. van de Heuvel, en daar was ook een olieslagerij aan verbonden. Later was het de pastorie van de R.K. Kerk, en woonde er pastoor Leeuwenberg. (Wes Beekhuizen gaat in zijn boek er vanuit dat deze olieslagerij was gelegen bij de reeds genoemde brouwerij aan de noordzijde, maar Van Roest plaatst deze olieslagerij aan de zuidzijde.

De alweer verdwenen tram. Er zijn in het Renkumse 3 tramlijnen gweest. Het bekendst is Lijn 1, met enkele variaties: de witte tram reed tussen Velp, Anhem en Oosterbeek. De groene tram reed door naar Rhenen. De Renkumse burgemeester van der Molen, laat in Oosterbeek een aansluitings route voor een tram maken richting de gemeente Doorwerth en het toenmalige Natuurbad, later de Branding.

Het voormalige Huis Transvalia aan de Bendendorpseweg te Oosterbeek. Tegenwoordig (2015) is het een grasveldje naast de zuidelijke ingang van het landgoed Hemelse Berg.
Het huis heeft meerdere namen gehad. Achtereenvolgens: Witte Poort tot 1852, Rijnzicht tot 1890 en daarna Transvalia.
In 1842 opent de herberg de Witte Poort De expoitatie was in handen van Antonie van Muiswinkel, daarvoor koetsier bij Robidé van der Aa op “de Hemelsche Berg”.
 In 1852 werd de herberg door Jan Kneppelhout gekocht, die toen op de Hemelseberg woonde. Het jaartal 1852 komt uit: Je moet hier zijn geweest: Oosterbeek. Nederlands eerste kunstenaarskolonie; Willem de Bruin) , zelf gok in op 1848 of 49. Kneppelhout gaat de Witte Poort verbouwen en geschikt maken tot woonhuis voor zijn moeder mevrouw Johanna Maria Kneppelhout - de Gijselaar. Mw. de Gijselaar heeft er nooit gewoond. Ze kwam te overlijden in 1851 voordat de verbouwing gereed was.
Daarna werd de Witte Poort verhuurd aan de familie H. Hoeufft van Velsen die er gedurende 28 jaar in de zomerperiode verbleef. De naam De Witte Poort verdween en Hoeufft gaf het de naam Rijnzigt. De familie J.H.W. Kool, die een grote stal en koetshuis bij het huis liet bouwen, had het daarna een 10-tal jaren als zomerverblijf in gebruik.
Transvalia Oosterbeek
Vanaf 1890 bracht jhr. mr. Gerard Jacob Theodoor Beelaerts van Blokland met zijn gezin gewoonlijk de zomer door in deze villa die hij toen de naam Transvalia gaf.
De naam Transvalia houdt verband met de belangstelling van Beelaerts van Blokland voor de Zuid-Afrikaanse Boerenrepubliek. In 1889 was hij tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister benoemd door een aantal Europese landen waarmee de Republiek verdragen sloot. In 1890 is Kneppelhout reeds overleden, maar zijn echtgenote Ursula Martha Van Braam (1825 - 1919) woonde nog op de Hemelse Berg. De echtgenote van Beelearts van Blokland was Johanna Maria Kneppelhout van Sterkenburg, de dochter van Karel J.F.C. Kneppelhout van Sterkenburg, de broer van Jan Kneppelhout van de Hemelsche Berg. Mevrouw Ursula Martha Kneppelhout -van Braam, was dus haar tante. Het gezin Beelaerts van Blokland-Kneppelhout telde zeven kinderen die allen in Den Haag geboren waren. Gerard Jacob Theodoor Beelaerts van Blokland werd op 14 maart 1897 terwijl hij de dienst in de Willemskerk in Den Haag bezocht, door een beroerte getroffen en overleed nog diezelfde avond. Na het overlijden van haar man verbleef Johanna Maria Kneppelhout met de kinderen geregeld op Transvalia waar zij in de zomer van 1923 ernstig ziek werd en op 18 augustus in het Diaconessenhuis in Arnhem overleed. De kinderen (de oudste, Frans, is dan al 36 jaar) van de familie Beelaerts zijn na het overlijden van mevrouw Ursula Kneppelhout-van Braam (1919) het landhuis Hemelse berg gaan bewonen. Ze konden het pachten van de gemeente.
WW II: Om drie uur in de ochtend van 23 september 1944 gingen 52 para’s van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade naar de Oosterbeekse zijde van de Rijn. Zij betrokken stellingen rond de villa Transvalia bij de Benedendorpsweg in Oosterbeek. Transvalia raakte die dag en de dagen erna verwoest en is niet teruggebouwd.

Uitkijktoren Doorwerth
De Uitkijktoren op de Boersberg in Doorwerth.

Villa Unita. Utrechtsestraatweg 13, Heelsum.
Volgens de BAG voor het eerst bewoond in 1925. Als gemeentelijk eigendom wordt de villa in oktober 1932 voor hfl 6600 verkocht aan dhr H. Schut.
"Waarschuwing: In het Algemeen Politieblad vestigt de burgemeester van Renkum. te Oosterbeek, de aandacht van belanghebbenden op den Duitscher Carl Vieth. geboren 26 November 1898 te Solingen, voorheen wonende Hoogstraat 47 te Wageningen. thans verblijvende villa Un'ita. Utrechtscheweg 13 te Heelsum, gemeente Renkum. Alvorens met genoemden Vieth. die in staat van faillissement verkeert, of. met de door hem gedreven handelsvennootschap ..Rasoma (speciale fabriek van scheermesjes, merken Rasoma en Oriënt) in relatie te treden, wordt in overweging gegeven inlichtingen in te winnen bij  voornoemden burgemeester. Het zelfde geldt voor den bij Carl Vieth inwonenden en met hem samenwerkenden Duitscher Carl Weck". Uit  Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad van 13-10-1932
In maart 1932 wordt op een veiling de gehele inboedel verkocht. Als eigenaar wordt dan genoemd dhr W. Hasekamp. Na de inboedelverkoping gaat Unita in april 1936 open als pension. In oktober 1940 komt er een bijkantoor van Beumer's woning- en bouwbureau te Renkum op het adres van Unita. In 1943 is eigenaar Mevr. M. H. v. Soest.

Villa Utrechtseweg 20 te Heelsum. In 1921 gebouwd naar een ontwerp van de architect Frits Eschauzier voor zijn zwager T. Sypkens en diens echtgenote H. Sypkens-Crielleard. Adres destijds was de Utrechtse Straatweg 20 te Heelsum. De BAG geeft het jaar 2001??

Landgoed buitenplaats huis Valkenburg, stond op de oostelijke hoek van Utrechtseweg - Van Borsselenweg, Oosterbeek, lange tijd in bezit geweest van de familie Wolterbeek. In 1845 kocht Robert Daniël Wolterbeek in Oosterbeek het terrein aan dat ten westen van “Hartenstein” aan de zuidkant van de Utrechtseweg ligt, ter hoogte van de spreng van de Oorsprongsbeek. Op het terein van Valkenburg stond oorspronkelijk de “Koude Herberg”. Wolterbeek liet de herberg afbreken en er schuin tegenover herbouwen aan de overkant van de Utrechtseweg, op de locatie waar deze nu nog staat. Op het oorspronkelijke terrein bouwde hij zijn eigen villa “Valkenburg”, omringd door een prachtige tuin met bijzondere beplanting. Tijdens de oorlogsjaren woonde er de familie mr. M. Heijbroek. Het pand is gesloopt in 1975.

Valkeniersbossen, Oosterbeek. Naast de Westerbouwing. In 1916 heeft tuinarchitect Samuel Voorhoeve de Valkeniersbossen aangelegd.

Huize Van Wijck, Nieuweweg 5, Renkum. Volgens de BAG gebouwd in 1897 door S.M. Van Wijck. S.M. Van Wijck was de oudste zoon van de steenfabrikant Richardus van Wijk. Hij huwt met mw. Conijn. Bij zijn overlijden in 1903 laat S.M. van Wijck een Hfl 10.000,= en zijn huis met koetshuis en tuin na aan de Parochie te Renkum. Met de verplichting om binnen drie jaar een Katholieke school voor meisjes te stichten. Toen het schooltje te klein werd liet de weduwe er nog een drieklassig schoolgebouw bij zetten en werd het koetshuis een bewaarschool. Een naam voor de school was: de “Van Wijck - Conijn Stichting”. Rond 1984 bood het behoorlijk vervallen pand onderdak aan alleenstaanden.

Varenheuvel, Bilderberglaan 6, Oosterbeek. Gebouwd in 1938 naar een ontwerp van ir. N.H. Wesstra uit 1931 in opdracht van D.W.P. Wisboom jr met voornamelijk elementen van de Gooise Landhuisstijl en de Amsterdamse School. - Van architectuurhistorische waarde als een zeldzaam voorbeeld van een landhuis van deze omvang gebouwd in een combinatie van de Gooise landhuisstijl en de Amsterdamse School. De villa is een Rijksmonument.

Veld en Beek, Fonteinallee 33 Doorwerth.
Zie meer bij boerderijen

Voormalig Huize Veldheim, Renkum. Destijds: Nieuweweg 4, later 10 en Nieuweweg 6, later 12. De tegenwoordige Veldheimweg is gebouwd op het perceel van Veldheim. In meerdere tuinen staan nog bomen van het landgoed. Het pand is iets beschadigd in 1944 en Van Gelder en Zonen heeft hier later personeelswoningen neer gezet.
Nieuwe Weg, Huize Veldheim Renkum, 1905

Landgoed Vijverberg, Doorwerth. Samen met het landgoed Hoogeland en het landgoed Godesberg, komt Vijverberg voor als bedachte naam door Samuel Voorhoeve in 1916-17 als hij een commercieel uitbreidingsplan voor de Duno maakt voor Scheffer. Het plan van Duno Voorhoeve
Voorhoeve is nooit uitgevoerd. Er is in de gemeente Arnhem, aan de Amsterdamseweg een  veel bekender landgoed Vijverberg, met vele vijvers. Alhoewel de Duno ook vijvers gekend heeft.

Voormalige Buitenplaats - Huize Voortstreven, aan de Utrechtseweg te Renkum, op de locatie van de huidige straat Voortstreven. Als de heer J.F.C Schimmelpenninck in 1875 het huis en landgoed Keijenberg koopt, hoort daar ook een weide bij gelegen aan de Utrechtseweg met een grootte van 13 Ha. Deze weide wordt direct doorverkocht en het Buiten Voortstreven wordt dan gebouwd. In 1877 woont er Herman Gijsbert Keppel Hesselink. (de bekende schilder) (21-11-1811 - 12-10-1888) (onderscheiden met het metalen kruis, wijnhandelaar te Zutphen en van 1885  naar de Rhijnkade A 351 later Arnhem) (14 kinderen) en zijn vrouw Egberdina Anna  (1819-1902).
Huize Voortstreven
In 1883 ontvangt de heer Keppel Hesselink er de generaal Karel van de Heijden. H.G. Keppel Hesselink overlijdt op 12 oktober 1888.
Er is kennelijk geld te kort en er wordt inboedel verkocht:
Huize Voortstreven Renkum
Om toch
Voorstreven Renkum
enkele inkomsten te genereren wordt de tuinmanswoning verhuurd. In 1903 na het overlijden van mw Keppel Hesselink -Viëtor in 1902 komt Voorstreven te koop:
Voortstreven Renkum
In 1902 wordt Voortstreven gekocht door de weduwe Gros, een succes is het kennelijk niet, via de notaris C.G van Heelsum wordt een gedeelte van de inboedel verkocht. En de villa komt weer te koop.
Met het er tegenoverliggende Kurhaus ging het financieel heel goed. Op de veiling (bericht van inzet hfl 15.900) kon Dr. Marx in 1903 voor hfl16.000,- van de kinderen/erfgenamen van Herman Gijsbert Keppel Hesselink enige percelen van Voortstreven', aankopen. (Herenhuis met tuinmanswoning, koetshuis, erf, tuin met wandelbos, houtwal, beplanting, hakhout en weiland, samen groot 4 hectare 80 are 26 centiare). Het Kurhaus lag toen tegenover Voortstreven aan de andere kant van de Utrechtseweg.
De Oosterbeeksche Courant van 2 januari 1904 bericht dat het "Kurhaus "Bad Heelsum" een hoogst belangrijke uitbreiding heeft ondergaan, door het landgoed 'Voortstreven' er door aankoop aan toe te voegen. Ook de aangrenzende villa van Generaal van Vliet is gehuurd om ingericht te worden voor de verpleging van lijders tegen verminderd tarief". (Met de villa van de Generaal werd Casa Cara, nu Utrechtseweg 126, bedoeld, vroeger ook deel uitmakend van Voortstreven). Ook was Dr. Marx korte tijd samen met Jacob Portielje eigenaar van ongeveer 2 hectare van het grondgebied van 'Avondrust'.
Enige jaren later lijkt er een ommekeer te komen. In de Oosterbeeksche Courant van 16 september 1905 werd de verkoop van de "thans in volle exploitatie zijnde geneeskundige badinrichting Kurhaus 'Bad Heelsum" aangekondigd, op 21 september 1905 in het Sociëteitsgebouw naast het Tramstation te Heelsum door notaris E.D. de Meester. De verkoop van het Kurhaus (zonder Voortstreven) ging niet door, maar in december 1906 werd het Buitengoed 'Villa Etty' (dit was Voortstreven), bestaande uit het Heerenhuis met Tuinmanswoning, koetshuis, erf en tuin met wandelbos, weiland en houtwal, in totaal 4 hectare, 80 are en 26 centiare verkocht aan Mej. Margaretha Agatha Mees (1855-1933) voor hfl. 29.500. Margaretha Agatha Mees zij is overleden op 30-06-1939 te Renkum.
Mej. M.A. Mees gaat in 1907 ook nog de villa "Mon Repos" in Heelsum betrekken. (Wageningsche Courant, 10/04/1907; p. 3/4)
Het echtpaar Haverkorn van Rijsewijk-Mees vestigde zich bij de familie op villa Voortstreven te Renkum. Dr. Haverkorn van Rijsewijk gaat in Renkum rond de Nieuweweg een viertal huizen bouwen. Zoals villa Zonnewende (1904). Het sanatorium aan de Hartenseweg voor de verpleging van tbc-patiënten, het 'Herstellingsoord Renkum' in 1905. Het woonhuis aan de Dorpsstraat voor de familie Haverkorn, naast de pastorie. In 1911 werd nog een vierde huis gebouwd, aan de Nieuweweg: het huis Lucht en Licht. Dit gebeurde in opdracht van mevrouw Mees-Pijnappel en zij bestemde het voor de verpleging van meisjes met tbc. Met de Rotterdamse bankiersfamilie achter de hand was er kennelijk genoeg geld om in het Renkumse de zaken groots aan te pakken.
Mevrouw Mees, te Renkum, vraagt tegen Januari een beschaafde Gezelschapsjuffr., P. G. Brieven worden ingewacht Parklaan 11, Rotterdam. Uit: Het nieuws van den dag; 22-10-1910
Huize Voortstreven ??? Renkum
Is dit wel de villa Voortstreven?

Villa Voorstreven?? Renkum
Of is dit Voortstreven?
Telefoonboek 1935: K.A. v. d. Have-Visser.
Daarna heeft er de familie Albert van Ketel gewoond. Hij was hoogleraar aan de Hogeschool in Tilburg geweest. Onherstelbare oorlogsschade in 1944. Er kwam in het midden van de jaren 50 een nieuw bestemmingsplan. Het huidige pand op de  Voorstreven 8 is er gebouwd in 1956-57. Doch staat niet op de exacte locatie als Huize (Klein) Voortstreven.
Voortstreven Renkum
Het Landgoed Voortstreven. De Gereformeerde Kerk aan de overkant van de Utrechtseweg staat er net niet op, geheel linksboven is de woning aan de Utrechtseweg nr 97 zichtbaar. Luchtfoto gemaakt door de RAF om de luchtlandingen van 17 september 1944 voor te bereiden.

Boerderij Vosdal, Koninginnelaan 22, afgebroken met de aanleg van de N225 - A50. tegenwoordig Klein Vosdal Koninginnelaan 43, 6866 NL Heelsum.
Lees meer bij boerderijen.

Voormalig hotel Vreewijk, Utrechtseweg 161 Oosterbeek.
De villa Nieuwerhoek wordt in 1873 gebouwd door de Amsterdamse aannemer J.D. Altmann voor zijn zoon. De zoon gaat er in 1875 wonen. Daarna wordt de villa verkocht aan Jacobus Lebret. In 1880 wordt Nieuwerhoek verkocht aan Pieter Nicolaas Muller die het door verkoopt aan Hilmer Uloth, uit Amsterdam. Na zijn overlijden trouwt zijn weduwe Bertha Anna Louise Ooms met dr. Cornelis de Vlaming en wordt het huis herdoopt in “Bertha”. Ook de Vlaming komt te overlijden en in 1896 woont de weduwe er weer alleen.
In 1897 wordt villa Bertha geveild: openbare Verkooping. BERTHA. Notaris Karseboom te Oosterbeek, zal op "Woensdag 21 Juli 1897 bij Inzet en op Woensdag 4 Augustus d. a. v. bij Toeslag, publiek Verkoopen: A. De kapitale, hechte, sterke, geheel naar de eischen des tijds voor Zomer- en Winterverblijf ingerichte Villa „Bertha," met fraai aangelegden Tuin, Schuur en koude en warme Kassen, staande en liggende tegenover het Hotel „Schoonoord-, op den hoek van den Utrechtschen Straatweg en den Stationsweg, op het schoonste en hoogste gedeelte van Oosterbeek, aan het kruispunt van twee wegen en aan de halte van de Stoomtram, groot ongeveer 33 A.. 10 Centiaren. B. Een perceel Tuingrond, uitmuntend gelegen als Bouwterrein, naast het voorgaande perceel, aan den weg naar het Station hoog aldaar, ter grootte van ongeveer 12 Aren, 20 Centiaren. C. Een onlangs nieuw gebouwd Koetshuis met Stalling voor 2 paarden, Tuinmans- en Koetsierswoningen, waarin Wel- en Begenwaterpompen, met Schuur en Bouwland aan den Paaschbergscben weg, onmiddellijk bij het le perceel, ter grootte van 36 Aren, 46 Centiaren. De Villa is zeer droog en uiterst net onderhouden, voorzien van Wol- en Eegenwater, Waterreservoir met Perspomp en Electrische Bel-inrichting en bevat beneden een ruime Suite met ruime Serre met steenen Parketvloer, ruime Eetkamer, allen met rijk geschilderde Plafonds en van marmeren Schoorsteenmantels voorzien, marmeren Gang met geschilderde Muren, Keuken en Bijkeuken, halverwege de trap een Provisiekamer; boven : ruime Corridor, 5 Kamers met geschilderde plafonds, waarvan een kamer met marmeren Schoorsteenmantel, Badkamer en ruime Zolder met Dienstbodenkamer, en voorts een aantal Kasten en verdere gemakken. Aanvaarding bij de betaling der kooppenningen vóór of uiterlijk op 15 September a. s. (5051) Het geheel is aangeslagen in de grondbelasting over 1897 met ƒ71.37 en is dagelijks te bezichtigen". De koper is dan: Casper Louis Reuvens (1863 -1915) was van 1898 tot 1915 eigenaar van de Villa Bertha, door Reuvens hernoemd als Vreewijk. Deze zoöloog, doctor natuurwetenschappen uit Leiden, vestigde in een door hem gesticht bijgebouw van Vreewijk een polikliniek voor on- en minvermogenden. Een twaalftal jaren (van eind 1899 tot 1912) heeft dokter Reuvens veel patiënten gratis hulp verleend. De naam Vreewijk was ontleend aan het Leidse landgoed waar Reuvens tevoren woonde. Na het overlijden van dr. C.L. Reuvens zoekt Mevr. Reuvens te Zandvoort op 26-8-1916 door haar vertrek uit Oosterbeek een betrekking voor haar knecht Gerrit Buunk, wonende op Dreijen in Oosterbeek, als Huis-tuinknecht of koetsier. Het beste getuigschrift staat hem ten dienste na ruim 17 dienstjaren.
In 1916 komt de villa Vreewijk te koop, samen met twee bijgebouwtjes, een bloemenkas en een erf met tuin.  De villa bevat: beneden: 4 Kamers, waarvan 2 en suite met grote serre, keuken, bijkeuken en kelder; boven: 6 kamers en badkamer en verder een zolder met 3 kamers en is dan voorzien van gas en waterleiding en andere gemakken. Het wordt aan de  jhr. Hendrik Gerard van Holthe tot Echten verkocht. In november 1920 komt de Buitenplaats „Vreewijk", groot ca. 4000 m2, weer te koop. De jonkheer verhuisd in 1921 naar de Hoge Oorsprong. Een succes is de verkoop via een makelaar niet, in juli 1921 wordt er een veiling aangekondigd. Maar daana bericht notaris Karseboom te Oosterbeek, dat de veiling van de Buitenplaats Vreewijk niet doorgaat, als zijnde het perceel uit de hand verkocht. De koper is Hendrik Jan Locht en hij begint er een Hotel Café Restaurant „met groot terras en gezellig Café-Biljart (met een echt Wilhelmina Biljart). Het hotel gaat open op 12 april 1922.
Lees meer over het hotel en daarna bij het gedeelte over café's en hotels.

Villa Vrede, Wilhelminaweg 15, Oosterbeek, gebouwd in 1901 naar een ontwerp van de Oosterbeekse architect J. van Burk in opdracht van de architect J.A. Voorhoeve (1847-1929) uit Rotterdam. Rijksmonument.

Voormalig Pension Vrede, Utrechtseweg 111 te Oosterbeek

Voormalig buiten Vredenoord, aangenaam en gunstig gelegen te Oosterbeek, in de nabijheid van den nieuw aangelegden Straatweg , bestaande uit woonhuis, koetshuis, stalling en tuin, te zamen groot ongeveer 40 Roeden , 40 Ellen. (advertentie 1867)

Villa Vree-berg, Pietersbergseweg 62, Oosterbeek.Ouder adres: Pietersbergseweg 48. Het huidige pand is gebouwd vanaf 1906, voor bewoning gereed in 1908. Een rijksmonument. In 1875 is er al sprake van een buiten Vree-berg, gelegen naast de Hemelse Berg. En in 1855 wodt al genoemd: voor weinige jaren nieuw gebouwd. De bewoner is dan dhr. J. Aalbers. In 1880 komt het buiten te huur voor Hfl 500,= per jaar. In 1937 -1942 is de villa een periode een pension.
Vreeberg Oosterbeek
Villa Vreeberg Oosterbeek
Te Oosterbeek heeft Jhr. Beelaerts achtereenvolgens gewoond op „Transvalia", en huize „Vreeberg", terwijl hij sinds 1919 huize „De Hemelsche berg" bewoont. (Uit de  Arnhemsche courant van 06-09-1934)
Vreeberg Oosterbeek
Rond 1928 woont er:  Mevr. Lind, villa „Vreeberg", Pietersbergscheweg 48 te Oosterbeek
1937 Arnhemse Courant: Pension Vreeberg, Pietersbergscheweg 48, Oosterbeek, vraagt flinke DIENSTBODE, niet jonger dan 18 jaar, ook Duitsche komt in aanmerking. Aanmelden 's avonds na 8 uur. T 7261 Er zijn vergelijkbare advertenties uit 1941, 1942
Nieuw Vrijland. Andere namen: Waldfrieden was er van 1850 tot 1908. Daarna heette het de Johannahoeve van 1908 tot 1945, en daarna Nieuw Vrijland tot op heden.

Vakantiepension de Waaijenberg, Doorwerth. Verdwenen adres Kasteellaan 45 te Doorwerth. De locatie van de huidige flat de Waaijenberg.
Vakantiepension de Waaijenberg


Waldfrieden. Eind 19e eeuw was het hele gebied ten noorden van Oosterbeek tot de Buunderkamp in Wolfheze één groot landgoed onder de naam "Waldfrieden". Op de plek waar nu het rusthuis staat van Mill Hill stond vroeger het landhuis Waldfrieden waar de grootgrondeigenaar zo nu en dan kwam. Het landgoed werd begin 1900 eigendom van de industrieel Mesdag. Hij vernoemde zijn nieuwe landgoed liefkozend naar zijn oogappeltje én dochtertje Johanna: De Johannahoeve
Het landhuis Waldfrieden was er van 1850 tot 1908. Daarna heette het de Johannahoeve van 1908 tot 1945, en daarna Nieuw Vrijland. Het voormalige landgoed Walfrieden bestond eind 19e eeuw het hele gebied ten noorden van de spoorlijn, van de Airbornebegraafplaats in Oosterbeek tot de Buunderkamp in Wolfheze. Huize Waldfrienden stond tot 1944 op de plaats waar later Missiehuis Vrijland stond: Johannahoeve 4, 6861 WJ Oosterbeek. Tegenwoordig is dit het Sint Jozefhuis en heeft het Missiehuis huisnummer 2 gekregen. De burgemeester van Renkum, Jan van Embden verwierf omstreeks 1860 het landgoed en liet er in 1884 het jachthuis "Waldfrieden" bouwen. In 1891 staat het leeg en biedt de burgemeester aan: Te Huur, te Oosterbeek, het buitentje „Waldfrieden", gelegen in het dennenbosch tegenover het Logement Dreyen bij het Station Staatsspoor Oosterbeek, bevattende vijf kamers beneden en twee boven, goeden kelder, weiwaterpomp met uitmuntend water, goede pendoppo. Dadelijk te aanvaarden. Franco brieven Burgemeester Oosterbeek.
Daarna kocht G. Hellingman het ongeveer 600 ha grote landgoed om er een villapark te bouwen. Hellingman overleed veel te vroeg in 1907. In 1908 werd de heer G. van Mesdag eigenaar van het toen 900 ha grote gebied. Van Mesdag kende J.W.F. Scheffer (toen Duno) bij de firma van Houten. Het Jagershuis werd in 1908 door G. van Mesdag verbouwd tot een landhuis. Mesdag vernoemde zijn nieuwe landgoed naar zijn dochtertje Johanna: De Johannahoeve. Hij had grootse plannen: bouwde richting de Amsterdamseweg een grote en voor die tijd moderne boerderij met vele medewerkers en allerlei gebouwen elders op het landgoed. Maar het lukte niet om de modelboerderij rendabel te krijgen en de verschillende gebouwen werden vanaf 1922 verpacht aan verschillende boeren. In 1943 werd de boerderij gekocht door de Franciscanessen van Mill Hill die verdreven werden door Duitse logés uit hun Huize Vrijland te Schaarsbergen (aan de Koningsweg, naast vliegveld Deelen). In 1944 is er een pension in Waldfrieden, uitbater de heer Koch. In september 1944 ging het mis, Walfriede brandde af. Na de oorlog gingen de Mill hiller's terug naar Schaarsbergen en in 1953 werd dit landgoed te Schaarsbergen verkocht. Daardoor kon in 1955 gestart worden met de bouw van Vrijland op de resten van Waldfrieden. Vrijland is een rusthuis voor paters die van de missie terug keerden. De broeders genoten op de ‘boerderij’ opleiding voor uitvoerende taken in de missie, waar zij na de opleiding naar werden uitgezonden. Er was een timmerwerkplaats, een smederij en natuurlijk een boerenbedrijf. De Missionarissen van Mil-Hill verhuisden in 2007 naar Oosterbeek. Sinds 2011 maakt Vrijland deel uit van Icare. Inmiddels is op deze plaats een nieuw Trapistinnenklooster (Abdij O.L. Vrouw van Koningsoord) verschenen, dus de grond blijft gewijd!

De voormalige watertoren aan de Spechtlaan 19, Doorwerth.
Een gemeentelijk monument.

De verdwenen watertoren in Heelsum
watertoren Heelsum
Gebouwd in 1915 met een hoogte van 26 meter. De waterinhoud was 125m3. Architect onbekend. Het gaat om een reservoir met een betonnen vlakbodem. De toren stond aan de Patrimoniumweg. Zwaar beschadigd in WO II. Gesloopt in 1982.

De verdwenen watertoren in Oosterbeek, op de hoek van de Wolfhezerweg.

Huize Welgelegen, Dorpsstraat 163, Renkum. Gebouwd in 1873. Alhoewel in de Wageningse Courant van 5-12-1867 wordt Welgelegen al genoemd. Welgelegen wordt dan geveild met een vrijdom van grondbelasting tot 1872! Was bewoond door de familie Luckien en werd later aangekocht door de Hr. Van Wijck van de familie Van Wijck van de steenfabrieken. Deze heeft het laten verbouwen, met een verdieping erop zoals het rond 1940 was. Er heeft, waarschijnlijk tot aan de oorlog, een koepeltje boven op het zolderdak gestaan. In het boek "Fotoboek van de dorpen Renkum en Heelsum, van Burgsteyn + Heijers, 1985, staat op pagina 24 een foto van Welgelegen met koepeltje, een opname uit 1903. Toen dhr. van Wijk in Oosterbeek ging wonen, is het gekocht door notaris De Meester. Na het overlijden van notaris De Meester kwam het in bezit van de Hr. Nolthenius die er met zijn echtgenote ging wonen. Zijn weduwe Elisabeth Sara Tutein Nolthenius-Waller heeft er nog jaren gewoond, met een geheel "zelfstandige huishouding'' (aan de Wageningse kant) de fam. Vink-Hulshuizen.
Een gemeentelijk monument. Sinds 2010 in gebruik als een Thomashuis voor zorgbehoevende jongeren.
Welgelegen Renkum
Achtereenvolgende eigenaren tot 1982: Gerardus Johannes Mijnlieff, steenfabrikant uit Renkum; Dr. Hendrik Burger, arts uit Amsterdam; Bernardus Wilhelmus Kemper, horlogemaker en Johanna Everdina Kemper; Jeannette Henriette Haasloop Werner, zonder beroep uit Renkum; Heinrich Gotfried, minderjarige uit Drimmelen; Vruchtgebruik voor Jeannette Henriette Haasloop Werner, zonder beroep uit Renkum; Dr. Combertus Pieter Burger, hoogleeraar uit Delft; Ooster Stoomtrammij uit Arnhem; Maria Jacoba de Meester-Stoop; Elisabeth Sara Tutein Nolthenius-Waller en Gijsbertus Cornelis Helbers, kunsthistoricus uit Renkum. Rond 1985 nog de fam. van Duren. Het pand is een gemeentelijk monument.

Villa Weltevreden, Renkum aan de Straat-Tramweg, op de hoek met de Kortenburger allee. Tegenwoordig adres Nieuweweg 1. Volgens de BAG voor het eerst bewoond in 1900. De eigenaren zijn in 1907 de  erven Wed. Grandpre Moliere en zij bieden de villa te koop aan. Voor een bedrag van f 6.450.--. wordt de nieuwe eigenaar dhr. de Jongh uit Krimpen a/d Lek. In 1911 is de villa op een veiling voor hfl 4922 weer te koop en de verkopende makelaar is de meubelmaker Wes Beekhuizen. In 1927 wordt de villa Weltevreden op de hoek van de Utrechtseweg en de Nieuweweg groot 9 are 70 ca., verkocht aan J.K.M. te Boekhorst. Andere eigenaren vanaf de bouw: Henriette Esther Grandpré Molière, zonder beroep uit Deventer (1878), Elisabeth Gijsbertha Grandpré Molière, wed. Schuak, Arie Ariezoon de Jong, zonder beroep, Frans van Scherrenburg, aannemer, Jacob Bouman, zonder beroep, Jan Karel te Boekhorst, zonder beroep uit Deventer, Johanna van Arkel, wed. Wilhelmus Bartholomeus Sueringh, Hermina Kedwig, wed. Arend Jansen, Johannes, Anthonius Jansen  schilder, en de Gemeente Renkum. Tegenwoordig staat er een andere naam op de villa: Parvus Numero Magnus Merito. En is er oa. een Regiobank en makelaar in gehuisvest.

Verdwenen villa Weltevreden aan de Weverstraat Oosterbeek. Weltevreden werd bewoond door dokter J.W. Kien Elzman rond 1860.

Oosterbeek Westerpark rond 1952
Het voormalige Westerpark, Utrechtseweg, Oosterbeek. Op de hoek van de Utrechtseweg en de Paasberg (de tegenwoordige Pietersbergse weg onstond rond 1860). De Amsterdamse wijnhandelaar C.M.F Schade, kocht in 1878 de villa Westerpark. Waarschijnlijk was de verkoper Ds. Sprenger van Eyk. Zes jaar later kocht Schade het ernaast gelegen Oosterpark. Beide villa's bleven eigendom van de familie Schade tot 1941. Toen werden Oosterpark en Westerpark verkocht aan de gemeente Renkum. Oosterpark staat er nog en Westerpark is gesloopt ten behoeve van de voormalige Goede Herder Kerk in 1952.

De Wijde Blik, Utrechtseweg 132, 6871 DV Renkum. Omstreeks 1923 werd dit woonhuis gebouwd voor de architect Willem Kromhout (1864-1940). Bedoeld als atelier en vakantiehuis van de architect zelf. In 1977 kwam er een aanbouw. In 1935 gaat J.F. Boerma (arts) met gezin,  er wonen. Vele Renkummers kennen dit pand ook als de tandartspraktijk Bruins en Visser, die in 2008 zijn verhuisd naar een pand aan de Groeneweg.
Renkum Utrechtseweg 132 met allerlei verkeer ca 1950 Collectie Fien Peelen + HGR

Het voormalige Wildforsterhuis Wolfheze. Bij Wolfheze stond tot de 18de eeuw het Wildforsterhuis. Later werd het een herberg, Tegenwoordig een hotel met de naam Wolfheze. Het Wildforsterhuis was het hart van Wolfheze, dat ook wel eens het Nederlandse Barbizon genoemd werd. In en om de vroegere herberg ontmoetten elkaar de schilders uit het midden der 19de eeuw. Zoals A. G. Bilders, zoon van J. W. Bilders en andere romantici. Velen vonden inspiratie in Wolfheze. Meester Hendriks, een weinig bekende schilder, had het landschap anders bekeken dan zijn voorgangers. De opvattingen, romantisch zeker, waren de voorboden van een kunst, die later zou worden aangeduid als de “Haagsche school”. Jacob en Willem Maris kwamen naar Wolfheze. Anton Mauve ontmoette bij het bruggetje voor het eerst Willem Maris. Mesdag kwam er ook en volgens overlevering was er in die tijd, toen Van Lennep in Oosterbeek logeerde, en Jan Kneppelhout de Hemelse Berg bewoonde, een hele groep artiesten, die de oude herberg op het Wildforstergoed tot leven bracht. In Frankrijk gingen schilders in de zomer naar Barbizon. In Nederland gingen brachten vele kunstenaars een pelgrimage naar het Nederlandse schildersoord Wolfheze. Lange tijd, eigenlijk nog tot de Tweede Wereld Oorlog heeft Wolfheze die traditie bewaard. Theophile de Bock heeft er geschilderd, Louis Apol tot kort voor zijn dood, Corn. Kuypers, Charles Dankmeyer, Jan Toorop en nog vele anderen, die in er in het begin van de 20ste eeuw heengingen. Latere schilders zijn Anton Markus en Xeno Münninghoff, zij bleven het Nederlandse Barbizon trouw.

De Wilhelmina-Hoeve, Mariaweg 8 te Oosterbeek,

Wilhelminapark, Heelsum. Zie Wilhelminapark

Koningin Wilhelminaschool, Utrechtseweg 141 te Renkum; chr. 'Wilhelminaschool', open in 1928. De school is gefuseerd met de 'Beatrixschool' rond 1957. Tegenwoordig Dierenkliniek Wilhelminalinde.

Witte Poort (latere naam Rijnzicht), zie Transvalia.

De Wodanseiken, te Wolheze.
De naam Wodanseiken werd rond 1850 bedacht door de gebroeders Gerard en Johannes Warnardus Bilders, initiators van de zogenaamde Oosterbeekse School van landschapsschilders, waartoe verder o.a. Maris, Mauve, Mesdag en Van Ingen behoorden. De omgeving van Wolfheze met de grillig gevormde oude eiken langs de Wolfhezer Beek en de omringende heide was veelvuldig onderwerp van hun schilderijen.

Villa en goed Wodanswoud, Utrechtseweg 305, Oosterbeek. Ten noorden van de Utrechtseweg, tussen de Wolfhezerweg en het goed Laag Wolfheze in. Ten noorden besloten door het gebied de Wodanseiken. Er gaat een fietspad langs dat begint bij de Kerklaan, Doorwerth, naar Hotel Wolfheze.
Op deze villa verbleef rond de jaren negentiendertig het gezin van jhr. M.J. Teixeira de Mattos (1896-1990). Jhr. M.J. Teixeira de Mattos was een reguliere gast van keizer Wilhelm II op Huis Doorn. In de lijst van frequente bezoekers staat Villa Wodanswoud als zijn adres. Was en misschien zelfs is, deze villa een langere periode eigendom van de familie. In 1933 komt mw. C. Teixeira de Matthos—Viruly er op 65 jarige leeftijd te overlijden. In dat zelfde jaar koopt Jhr.Mr. Teixeira de Mathos een gedeelte van het landgoed Wolfheze (Oosterbeekse Courant 18-03-1933)
In 1964 trok de 56 jarige ambassadeur, jhr. mr. P. D E. Teixera de Mattos, zich terug op zijn buiten Wodanswoud te Oosterbeek. Hij was ambassadeur in Brussel. Zijn loopbaan bracht hem over de hele wereld. Voor de WWII was hij in Kopenhagen, Wenen en Tokio, waar hij zijn echtgenote vond, Elisabeth de Bassompierre, dochter van de Belgische ambassadeur. In Londen, waar hij eerder als attaché had gewerkt, keerde hij in 1934 terug als tweede man onder de legendarische Michiels van Verduynen. Na de WWII: Stockholm, Canberra, Moskou.  Na een kort verblijf in Luxemburg werd tenslotte Brussel, zijn laatste post voor de Nederlandse diplomatie. Tijdens zijn 7½ jarige ambtsperiode zag jhr. Teixeira de Belgische hoofdstad zich steeds internationaler ontwikkelen. Koning Boudewijn en koningin Fabiola boden  de jhr. en mevrouw Teixeira een afscheidsdejeuner aan. Minister Spaak, die een persoonlijke vriend was geworden, deed hetzelfde. De Belgische society organiseerde een grootscheepse receptie ter ere van de Teixeira's, die van hun kant deze week tweemaal vele honderden gasten in hun salons ontvingen. (Telegraaf 12-09-1964). In dat zelfde jaar huwde de zoon: Jhr. Mr. A. F. L Teixeira de Mattos met Jonkvr. R. D. de Blocq van Scheltinga op 11 april 1964. De Katholieke kerk in Doorwerth zat stampvol.
Op 8 november 1978 overleed de Jonkheer P. D E. Teixera de Mattos, geboren op 13 januari 1898. Op 26 april 1982 overleed de douairière Elisabeth de Bassompierre, ze was geboren 3 juli 1910 te Brussel.
Landgoed Wodanswoud is voor publiek gesloten.

Boerderij Uitspanning Hotel Wolfheze, Wolfhezerweg 17, Wolfheze. Zie ook Wildforsterhuis, hierboven. En zie meer bij hotels en cafés. Het huidige hotel Wolfheze ligt aan een kruising van oude Heerwegen en later Hessenwegen.

Landgoed Landgoed Groot Wolfhezen; in 1916 van de Hotel Maatschappij "De Tafelberg", der gemeente Renkum, ontworpen door Joseph Th.J. Cuypers.

Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze.
Ziekenhuis Wolfheze
Ziekenhuis Wolfheze
Zie voor het Ziekenhuis Wolfheze ook bij begraafplaatsen en kerken

Wolfhezerheide, ten zuiden van Wolfheze. Sprengen, heide, bos, wodanseiken. Sinds 1939 eigendom van Natuurmonumenten.

Voormalige Hoge Heerlijkheid Wolfswaard, leuk om zelf op te zoeken, in Wageningen. Buren van de Hoge Heerlijkheid Doorwerth.

Huize Woudlust, aan de Italiaanseweg, Doorwerth. Afgebrand in september 1944. Oorspronkelijke naam "Pretty Home". Nooit terug gebouwd. Samen met de Eikenhof aan de  westelijke toegang tot de Duno.

De Zaaier, voormalig café en verenigingsgebouw aan de Middenlaan 49 in Heveadorp. Lag op de hoek van de Middenlaan en de Oude Oosterbeekseweg. Gebouwd in 1918. In 1937 voor Hfl. 4.100,= gekocht door "Vereeniging tot behartiging van Nederlandsche Hervormde Belangen Heveadorp" en tot na de oorlog o.a. in gebruik voor de zondagse eredienst. Nadat te Doorwerth in augustus 1969 een nieuwe kerk met wijkgebouw in gebruik werd genomen zijn de activiteiten in 'De Zaaier' gestaakt en heeft de vereniging zich per 4 december van dat jaar opgeheven. Door oorlogshandelingen is de Zaaier beschadigd in 1944. In 1957 werd het een tijdelijke kerk van de Ned. Herv. Gemeente Doorwerth Heelsum. Buiten gebruik in 1958, in 1969 door de kerk verkocht en daarna als woonhuis in gebruik.

Kinder Vakantie Colonie de Zilverberg, Doorwerth.
KVC de Zilverberg Doorwerth
Zilverberg Doorwerth KVC
In een latere periode wordt dit de Jeugherberg Zilverberg, en vanf 1996 de NJHC Zilverberg. In de oorspronkelijke jeugdherberg gold een regel van geheelonthouding, niet roken, geen alcohol en waarschijnlijk geen seks, jongens en meisjes waren strikt gescheiden. In Doorwerth wordt alcohol toegestaan vanaf 1972, om toch klanten te kunnen blijven trekken. In 1996 zijn er lobby's en recreatieruimtes, slaapkamers voor twee, vier en acht personen. De jeugdherberg wordt een Stayokay. En gaat dicht in 2015. In 2017 gaat de gemeente toestaan dat er arbeidsmigranten worden gehuisvest. De buurt is het er niet mee eens. Vastgoedontwikkeling BV uit Rijssen is, in samenwerking met gemeente Renkum, bezig vamaf begin 2019, met de ontwikkeling van een nieuwbouwplan op deze locatie. Het plan gaat uit van sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw van een kleinschalig zorghuis voor mensen met dementie en twaalf rijwoningen.

Landgoed de Zilverberg. Doorwerth. De Zilverberg wordt al in 1435 genoemd in archiefstukken. Uit een kaart van de domeinbezittingen door Th. Witteroos van 1570 blijkt dat Henryck Herbers onder andere eigenaar is van de Silverenbergh dat op de kaart van 1616 van Kempinck staat aangegeven als Den Kleynen Silverbergh - Bouwmeysters. Op deze “Zilverenberg” werden in 1731 in opdracht van de Gelderse Rekenkamer ter verfraaiing een drietal rondelen van beukenbomen ingeplant. Een rondeel werd bij voorkeur op een hoog gelegen punt in het landschap aangebracht om het uitzicht te verfraaien. Bij de verkoping d.d. 1838 in “het Zwijnshoofd” werd “de groote Zilverberg” en de “Smalle Zilverberg”, met nog wat grond eromheen gekocht door mr. J.M. de Kempenaer uit Arnhem. Drie percelen, de Homoetse heg, de Boefheg en den Haag, kwamen in het bezit van Jan Valckenier. De Valckeniersbossen werden in 1907, gelijk met de Westerbouwing, aangekocht door J.W.F. Scheffer, eigenaar van de Duno. De Valckeniersbossen en de Westerbouwing kwamen later (1917) in het bezit van de gemeente Renkum.  In 1926 bewoond door J.J. van Rietschoten. De Zilverberg is in 1962 door de Stichting het Geldersch landschap aangekocht, het huidige GLK. De Zilverberg ligt ten westen van het landgoed Hoog Oorsprong en wordt als het ware afgebakend door de Italiaanseweg , Utrechtseweg en Kerklaan. Het is 29 ha groot, en voornamelijk een eikenhakhoutcomplex.
Meer info: Sprengen en Beken.

Heemtuin “de Zomp”, Fangmanweg 43 / De Dam, Oosterbeek. Ooit was dit gebied een siertuin van huis 't Zonneheem. Het Zonneheem is gebouwd in 1903 en was voordien gewoon een wei. Eerst na 1903 ontstaat een verbindingspad tussen de Fangmanweg en de Weverstraat, net ten noorden van Zonneheem. Misschien is daardoor de vijver van de Zomp ontstaan en zijn nieuwere vijvers bij Zonneheem zelf aangelegd. Sinds 1930 is dit gebied van 1/3 hectare eigendom van de gemeente Renkum. In 1935 laat de gemeente een weg (de Dam) aanleggen door het Zweiersdal, daardoor ontstaat eigenlijk de Zomp. In 1935 zijn werkelozen te werkgesteld in het kader van de werkverschaffing bij de verfraaiing van 't Zomp. In februari1940 valt het op dat alle wateren van Nederland, zelfs het IJsselmeer, zijn bevroren en gelijken op een woest poollandschap. Behalve De Zomp, die is geheel zonder ijs. Is dit verschijnsel te verklaren doordat de vijver wordt gevoed uit een in het Zweiersdal opborrelende bron. Andere bronnen voeden de vijvers van Mariëndaal en de Hemelse Berg. En op die vijvers kan gewoon worden geschaatst. De Zomp wordt gevoedt door een diepgelegen warmwaterbron. Met een temperatuur van  rond de10 graden Celsius, te koud voor een "Bad Oosterbeek", maar voor de vogels is het een eldorado. Eerst in 1957 vervalt er een woning in het gebied van de zomp en zie je de vijver van de Zomp ingetekend op de landkaart. In 1969 gaf dr. ir. H. Doing van de Landbouw Hogeschool Wageningen een advies voor een “heempark”. Eerst in 1982 kon heemtuin de Zomp voor het publiek opengesteld worden. Nadat in 1994 de gemeente het natuurgebiedje niet meer wilde onderhouden, hebben de vrijwilligers van de IVN het beheer van de Zomp in 1997 overgenomen. Sinds 1982 is de Zomp opengesteld voor het publiek.
Zonneheem en Zomp Oosterbeek GA
De Zomp en Zonneheem rond 1920, bron Gelders Archief

Villa Zonneweelde Oosterbeek. Ouder adres Julianaweg 6a te Oosterbeek. Voor het eerst bewoond in 1920. Huidig adres Julianaweg12, Oosterbeek. In 1924 komt de villa te koop: met schuur, erf en tuin, bevattende beneden: suite met groot en klein terras, kleine voorkamer, keuken, bijkeuken, W.C.'s, kelder met wijnhokken; boven: 1 grote en 4 kleinere kamers, badkamer met volledige installatie en W.C., benevens grote zolder. De villa is voorzien van gas, waterleiding, electr. licht, vaste waschtafels met warm en koud water. Van 1946 tot 1955 bewoond door de  glazenier J.A. Thunak. Thunak had vanaf 1940, samen met de Nooy een atelier aan de Ottoweg 2 in Heelsum.

Huize Zonnewende, Nieuweweg 14, Renkum.
Zonnewende Renkum
Huize Zonnewende staat aan de linkerkant. Mevrouw Mees geeft er in 1910 Franse conversatie lessen.
zonnewende renkum

Villa Zorgvliet, Renkum, gebouwd in 1900. Werd gebruikt als een pension. Verkocht in 2001, opgeknapt en omgedoopt naar Villa Muze.

Zweiersdal (Zweierdal), Oosterbeek. Het Zweiersdal is in Oosterbeek gelegen tussen de Weverstraat in het westen en de Van T. vd. Koogweg, de Fangmanweg en Ploegseweg in het oosten. Een leuke wandelroute voor een eerste indruk: neem, het bovenste gedeelte van de Molenberg, richting Weverstraat. Kost je 5 minuten. De Dam is een weg door het Zweiersdal. In het zuidelijke gedeelte is de Zomp en de Zuiderbeek, in het noordelijk gedeelte is het beekdal nog goed zichtbaar. Nog een kleine route, vanaf de Oude Kerk rechts van de vijver omhoog. Er zijn aanwonenden die het beekdal beschermen, er zijn anderen die hun tuin "verstenen". Dat is makkelijk in het onderhoud en de wateroverlast na een hoosbui komt weer bij anderen terecht.
Zweiersdal  Oosterbeek
Opname uit 2016, met zicht op Villa Grada in het Zweiersdal.
verdwenen wegen
Hessenwegen Een hessenweg werd gebruikt om in de Middeleeuwen met paard en wagen handel te vervoeren. De naam Hessenweg komt waarschijnlijk van de Hessen, zoals men toen de Duitse voerlieden noemde. Een Hessenweg is zeer breed. Men reed liever niet door de sporen en grote plassen die door andere karren gemaakt waren. In 1727 was er een klacht dat de ruimte die de hessenkarren in namen wel een kwartier gaans was en in de breedte alles overhoop reden. Hessenwegen meden de nederzettingen, want dat gaf beperkingen. In de omgeving van het kasteel Doorwerth is de hessenweg tussen Munster, Arnhem, Wolfheze, Barneveld en Utrecht nog te vinden. Neem op de Wolfhezerweg in Wolfheze ter hoogte van Hotel Wolfheze de oude Kloosterweg. Loop richting het westen en ga rechtdoor daar waar de verharde weg een bocht naar links maakt. Je gaat dan ten noorden van het Wolfhezer (Stratius) Rondeel over een historisch pad. Kijk met Google Earth naar dit pad. Koningswegen. De Koningswegen zijn aangelegd door Stadhouder Willem III in de 17de eeuw. Deze wegen hebben een vrijwel rechtlijnig verloop en mijden dorpen en nederzettingen. Over deze jachtwegen kon Willem III zich met zijn gevolg snel verplaatsen van het ene naar het andere jachtterrein. Vaak werden de wegen tegen de wil van de eigenaren aangelegd, reden waarom veel van deze wegen na de dood van Willem III weer verdwenen. Behouden bleef de Koningsweg tussen de Imbos (Rozendaal) en Papendal (sportcentrum). Tegenwoordig bekend als Schelmseweg (Arnhem). Bij Papendal was een aansluiting op de Koningsweg, tussen Doorwerth en Apeldoorn. Van Het kasteel over de Holleweg, waarschijnlijk de Kasteelweg (Doorwerth) naar Wolfheze, naar Papendal, over de Koningsweg, langs 's Kooningsjaght, naar Deelen en Het Loo in Apeldoorn. Willem III was bevriend met Jan van Arnhem, heer van kasteel Rosendael. En Willem III liet zich graag zien op Doorwerth. Voordat Paleis Het Loo gebouwd werd, had Willem III een oogje op Kasteel Doorwerth. De kasteelvrouwe Charlotte Amélie de la Trémouïlle werkte echter niet mee.
informatie van anderen: pdf Renkumse landgoederen en buitenplaatsen, WUR 2012-2015 x
Waardestellend onderzoek Renkumse landgoederen 2015 x
Meer dan een groene Zoom. 2014
Visie landgoederen en buitenplaatsen - Gemeente Renkum 2013 x
Visie landgoederen en buitenplaatsen, Matices en kaarten, 2013 x
Renkumse buitenplaatsen in een nieuw perspectief, 2013
  The changing Estate Landscape of Renkum, 2012
Het Europese Erfgoed label WUR Tijs vd Brink 2012
Verborgen pracht, Verborgen Kracht, Gemeente Renkum 2011 x
Manifest Renkumse Landgoederen, 2011
Visie voor de Landgoederen, 2010,
Renkumse Buitenplaatsen in een nieuw perspectief, WUR
cultuur en erfgoed 2017-2020, Beleef het mee, Provincie Gelderland
informatie van anderen, gebruikte literatuur: websites, boeken


Historische links in de gemeente Renkum.
Renkumse Landgoederen
Gelders Genootschap: Visie landgoederen en buitenplaatsen Renkum
Gelders Erfgoed: Inspiratiebijeenkomst over landgoederen gemeente Renkum
Gelders Erfgoed: Gelders Arcadië
GA = Gelders Archief
Delpher
De BAG
Het WOZ waardeloket

Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp; 1973.
Klaas Bouwer; De geschiedenis van bos en landschap van de Zuidwest-Veluwe; 2008
C. Burgsteyn en K. Heyers; Fotoboek van de dorpen Renkum en Heelsum, 1985
E.J. Demoed; Van een groene zoom aan een vaal kleed, 1953
H.C.J. Erkens (redactie); Zes dorpen in oorlog en verzet, 1984
Patrick Jansen, Van heide tot lusthof. Landgoederen in het Renkums beekdal, 2012
P. Richter; Renkum en Heelsum in oude ansichten. 1975.
Hendrikus .H. van Roest, schreef in 1940 een boekje over bewoning van de Dorpsstraat. Hij woonde destijds zelf aan de Dorpstraat 114 met een smederij en haarden- en kachelhandel.
Ruud Schaafsma; De Renkumse en Heelsumse beekdalen, 2012.
Vereniging Gelre, meerdere uitgaven (Jaarboeken) vanaf 1898.
fiets route Historische Buitenplaatsen Veluwezoom West
slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres: