molens in Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze.
home
Hans Braakhuis

laatste update: augustus 2019
  Er zijn in de gemeente vele wind- of water- stoom-molens geweest. De molenaar gebruikte vroeger zijn erf ook voor vee en gewassen. Eigenlijk is een molen in het begin een iets andere boerderij.

Wat is een molen? Met een molen: wordt bedoeld een water- of windmolen. Als rond 1890 de molens overgaan op stoom, en later olie en elektriciteit heeft men het over een papierfabriek oid, Het is dan geen molen meer. Een rosmolen is onderbelicht. Ook dit is een variatie op een water of windmolen, doch een rosmolen was veelal een onderdeel van een wasserij of de boer gebruikte het om de boter te karnen.

Uit onderzoek blijkt dat: Nader onderzoek uitgevoerd in deze studie wees uit dat van de 28 watermolens die in de gemeente Renkum hebben gestaan er maar één ruïne aanwezig is. Meer dan de helft van alle watermolens van de Zuidwest‐Veluwe hebben in de gemeente Renkum gestaan. link
 
In dit onderzoek probeer ik alle 28 molens te noemen, maar ook andere molens die op water, wind, stoom of electricteit gebraaid hebben. Middels het lijstje:
Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
probeer ik aan te geven op waar meer of andere info over de bedoelde molen te vinden is. Is er geen link dan is er bij die bron geen info te vinden. Dit is ook werk in uitvoering. Als de kleur van de tekst groen is, is de info verwerkt.

In de gemeente Renkum is er een veelvoud van beekjes. Met name de I7e eeuwse papiermakers maakten hier gebruik van. Het regenwater van de Veluwe, zakt naar beneden, en komt er slechts op een paar plaatsen weer naar boven, zo rond Vaassen en in de gemeente Renkum. Als ook hier in Doorwerth in 1401, of in de andere dorpen iets eerder de Heerlijke rechten worden ingevoerd door de Hertog van Gelre, dan is er sprake van„dwang--molens". Het wind- en of waterrecht behoorde toe aan de leenheer van de Hertog van Gelre, of te wel de voormalige eigenaar, vrijwel altijd de adel. Een molenaar mocht van wind of water gebruik maken, betaalde daar ook voor, en voor de lokale boeren werd het soms verplicht om van één bepaalde molen gebruik te maken. De molenaar had aldus ook weer inkomsten. Met het begin van de Franse tijd in 1795 (liberte egalite fraternite) komen de waterrechten in handen van de molenaars.

Al in 1700 waren er in Heelsum 5 papiermolens (4 water- en 1 windmolen). In 1736 waren dat er al acht. In de 18e eeuw beleefden de papiermakers een gouden tijd. Op het hoogtepunt waren er elf molens in het dorp. De papierindustrie was lang de belangrijkste bron van inkomsten. Na 1860 neemt de papierfabricage af en tegen 1900 is vrijwel alles weer verdwenen.

De molens zijn ingedeeld naar lokatie. Achtereenvolgens Renkum, Heelsum, Doorwerth Oosterbeek.

NB: Sommige bronnen spreken elkaar tegen betreffende jaartallen en details, het is onzeker welke exact de juiste versie weergeven. Vandaar dat er soms meerdere versies zijn, met bronvermelding.

Probeer bij elke molen de info op het www te vermelden. Onder de naam van de molen staan de gevonden links. GA er zelf van uit dat dit nooit volledig is, info op het www komt en gaat.
Aan de Molenbeek te Renkum, van bron naar monding in de Nederrijn. Info over de Molenbeek bij Sprengen en Beken
Ook de Oliemolenbeek, de Halveradsbeek en de Kortenburgsebeek.
Quadenoordse Molen aan de Molenbeek
Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Molendatabase ander nummer
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 01788 bis
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

De Quadenoordse Molen werd zelfs aangedreven door twee bovenslagraderen! Na de brand in 1874 kwam er een kleinere korenmolen voor in de plaats, met twee maalstoelen. Eén voor het malen van maïs dat diende als  voer voor de vier sleperspaarden van het boeren-, molenaar- , slepersbedrijf. Deze maalstoel maalde dag en nacht. Met de andere maalstoel werd rogge gemalen en werden een dorsmachine, hakselmachine en een karnmolen aangedreven. Toen ENKA Ede rond 1920 op grote diepte 12.000 kubieke meter water per dag (toen voldoende voor een middelgrote stad)  ging oppompen, daalde de grondwaterstand sterk, waardoor er onvoldoende waterkracht was voor de twee maalstoelen. In 1912 werd een machinehuis aangebouwd met een benzinemotor die de maalstenen voor de rogge ging aandrijven. Rond 1935 werd het rad afgebroken en daarna verviel het gebouw steeds verder. In 1994 stortte de bijzondere houten kap in. Van de Quadenoordse Molen zijn nog resten zichtbaar.

Al sinds 2000 zijn er plannen voor restauratie. In 2019 wordt er geld ingezameld
molen Quadenoord
.
Als er tussen Hartense en de Kwadenoordse molenbeiden op de Molenbeek ruzie ontstaat over ieders „waterrecht", wordt door scheidsmannen op 20 Jan. 1855 bepaald, dat nabij de Keyenberg, ongeveer ter plaatse waar de Afgebrande molen heeft gestaan, een stenen beer of peilpaal is geplaatst, welks bovenkant de maat aangeeft van de halve vervalhoogte in de beek tussen de Kwadenoordse en de Hartense molen. Als gevolg hiervan werd een soort stuw in de Molenbeek gemaakt, waarbij het over die stuw vloeiende water overliep in
de Afgebrande beek. Hierdoor ontstond dus een vrij stabiel peil in de beekhoogte

Quadenoordse molen Renkum
Op deze ansicht zijn de twee bovenslagreaderen met behuizing te zien
molen Quadenoord Renkum
waarschijnlijk een oudere foto dan die hieronder, slechts één raam. Voor de teloorgang van het rad na
1923.


molen Quadenoord Renkum
De twee molenhuizen zijn er samen één geworden. Mischien herbouw want de grote ramen zijn verdwenen.

  De molen stond in 1992 op de gemeentelijke monumentenlijst.

molen Quadenoord Renkum

De huidige eigenaar verteld hier het verhaal van de Quadenoordse molen.

1703 Frederik Hendrik baron van Gent - eigenaar.
1709 Reynder van Marle - eigenaar opstal. Gehuwd met Evertje Peters. Rond 1700 heeft het echtpaar al de molen bij herberg de Bock. In 1715 legden ze de molen bij de oude kerk.
1715 Lubbert (Jansen) - pachter en papiermaker.
1717 Cornelis van Schoonhoven - eigenaar opstal en papiermaker.
1732 Jacobus Vorster - eigenaar opstal.
1745 Paul (Pouwel) Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1766 Hendrik en Neeltje Schut - eigenaren en papiermakers.
1791 Hendrik en Neeltje Schut hebben ook de molenrechten en de grond in eigendom.
1815 Nicolaas Pannekoek - eigenaar.
?? Neuy Pannekoek - eigenaar.
tot 1872 Hendrik Capel - meesterknecht.
1874 Gerrit van Maanen - eigenaar en landbouwer.
(bouwde de molen om tot korenmolen, brandde af en werd kleiner herbouwd)
1875 F.C.W. Koker - eigenaar.
‘Afgebrande’ Molen aan de Halveradsbeek ook wel Afgebrande beek genoemd.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09073
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
Weinig is bekend over deze molen. De naam komt van de molen die op deze beek functioneerde (de molen van Boekelman). Deze had een middenslagrad, ook wel halfslagrad genoemd. Onbekend is wat hier is geproduceerd of wie eigenaar is geweest. Het verlaat achter boerderij ‘De Beken’ waar de afgebrande beek uitmondde in de Molenbeek is in vervallen staat nog aanwezig.
Hartense Oliemolen aan de Oliemolenbeek, ook wel 2de Quadenoordse molen genoemd.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Onduidelijk is de naam van de molen: Schaafsma heeft het over: Papiermolen op Harten, later oliemolen 21. Het nummer is volgens de kaart in het boek: De kracht van stromend water door Herman Hagens BolCom
De oudst bekende molen was de Hartense Korenmolen, die al in de 16e eeuw bij de buurtschap Harten op de Renkumse Molenbeek stond.

Tegenwoordig te vinden aan de zuidzijde van de Hartenseweg, tegenover het restant van de fabrieksmuur. Er is een soort terras gerealiseerd die het watermolenverleden uitbeeldt. Aan de zuidzijde is een watergoot met waterval.

De Hartense molen was eerst een papiermolen,  later olie en ‐korenmolen.
Naast de molen op landgoed Quadenoord waren er nog twee molens op dit landgoed, later is het landgoed kleiner geworden. Vandaar dat er gesproken wordt over 2e en 3e Quadenoordse molen, ook al staan deze tegenwoordig niet meer op dit landgoed.
De Hartense molen is tenminste van vóór 1735 en heeft in de loop der decennia meerdere functies gehad; papiermolen, oliemolen en korenmolen. Ook wordt in archiefstukken uit 1854 het woord zaagmolen genoemd, maar deze zal er in die tijd niet (meer) hebben gestaan, wellicht wel in een periode hiervoor, maar dit blijkt niet uit archiefstukken. Uit gemeenteverslagen blijkt dat deze molen een grote productie draaide. Het moet een groot complex zijn geweest met molengebouw, een stenen gebouw met woonruimte voor vier arbeiders, een kantoor, paardenstal, bergruimte, veestallen e.d.

De Hartenmolen of Hattenmolen staat beschreven in het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Volume 5: Een molen op de Neder-Veluwe, prov. Gelderland, district Veluwe, aan de Renkumsche beek, 10 minuten benoorden Renkum.

1713 Daniel Warners Boekelman - eigenaar opstal en papiermaker.
1749 Johannes (Jannes) Boekelman - eigenaar opstal en papiermaker.
1778 Lambertus Boekelman - eigenaar opstal en papiermaker.
1789 Fam. Vierevant - eigenaren.
1795 Jannes (Johannes) Mulder - pachter en papiermaker.
1810 (circa) Abraham Pannekoek - eigenaar, molen wordt verbouwd tot oliemolen.



Papiermolen van J.D. Boekelman aan de Halveradsbeek, ook wel 3de Quadenoordse molen genoemd.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09062
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
De eigenaar was de heer Boekelman De molen is bekend van 1749 tot 1800, toen de molen werd afgebroken.

1722 (circa) molen gelegd.
1722 Elias Boekelman - papiermaker.
1732 Johannes (Jan) van der Pol - beheerder en papiermaker.
1746 Jan (Johannes) Daniel Boekelman - papiermaker.
1784 Elias Boekelman - papiermaker.
1791 Johannes Ferdinandus Krepel - eigenaar.
1800 (circa) molen gesloopt.
Hartense Korenmolen I op de Molenbeek, ook wel Hartense papiermolen genoemd. 1570 - 1720

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09060
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Deze molen wordt vermeld in de studie van Ron Kamperman uit 2010: Zonder watermolen draait het beekdal niet (link)
Deze molen komt op kaart al in 1570 voor als korenmolen. De molenaar maalde het koren van de inwoners van Wageningen en bracht het gemalen koren zelf bij hen terug. Dit heeft hij tot 1608 ongestoord kunnen doen. Toen kwam er in Wageningen een windmolen. Omdat de inwoners van Wageningen ontevreden waren over het meel van de nieuwe windmolen, werd er nog enige tijd gebruik gemaakt van de diensten van de watermolen in Renkum. De molenaar en zijn opvolgers konden nog tientallen jaren de inwoners van Wageningen voorzien van meel.
Uiteindelijk werd het de molenaar door een opgelegd verbod verboden zijn diensten voor Wageningen voort te zetten; Wageningen viel als afnemer af. In 1854 werd de molen vernieuwd met een stoomketel. In 1895 werd de molen afgebroken om plaats te maken voor de steeds groter wordende papierfabriek van Willem Sanders Tzn.

Enkele eigenaars waren:
- Staten van Gelre, pachter Dirck Otten
- 1682 Vrouwe van Gendt
- 1703 Staten van Gelre, leen aan Willem Joseph van Gendt
- 1754 Vrouwe van Schwartsenburg geboren Van Gendt, pachters Berend Hendriks en zijn vrouw Arendje Dibbets
- 1791 gezusters Herx
- 1798 Abraham Pannekoek
- 1852 W. Sanders


Hartense Korenmolen II, aan de Molenbeek ook wel Hartense Papiermolen genoemd. Op dezelfde lokatie als de Hartense Korenmolen I.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 14726
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma Renkumse en Heelsumse beken
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

De Hartense Papiermolen is gebouwd, nadat in 1720 obligaties zijn uitgegeven. De bouw was waarschijnlijk in 1721.
In 1754 is de molen verkocht en uit de beschrijving in de akte blijkt het gebouw een geheel te vormen met de oude korenmolen.
Beide watermolens hadden ieder een eigen rad. Abraham Pannekoek was de papiermaker op de Hartense Papiermolen. In 1808 maakte hij verschillende soorten papier met een eigen watermerk. Hij overleed in 1852, waarna de oude Korenmolen en de Papiermolen werden verkocht aan Willem Sanders. Drie jaar later werd stoomkracht ingevoerd en dit was het begin van de papierfabriek.


Deze molen vormde een geheel met de hierboven beschreven Hartense korenmolen. Vanaf 1720 is het vaak van eigenaar gewisseld maar bleef een papiermolen. In 1852 kreeg deze molen een nieuwe eigenaar (Willem Sanders) die een grote vernieuwing teweeg bracht in de papiermakerij. Vanaf dit jaar wordt er gesproken van papierfabriek en niet meer papiermolen. Aanvankelijk werd nog gebruik gemaakt van de waterraderen maar in 1855 werd overgestapt op stoomkracht. De uitbreiding van deze fabriek heeft ervoor gezorgd dat de watermolens op het terrein verdwenen.

1720 Jan Dibbets - molen gelegd en papiermaker.
1732 Johanna Dibbets en Egbert A(a)lberts - papiermakers.
1742 Johanna Dibberts en Egbert Aalberts - eigenaren opstal.
1754 Fam. van Gent - eigenaren opstal.
1773 Geurt Wessels - pachter en papiermaker.
1791 Fam. Herx - eigenaren.
1791 Sander Schut - pachter en papiermaker.
1798 Abraham Pannekoek - eigenaar en papiermaker.
1852 Willem Sanders - eigenaar en papiermaker.
1881 Jan Mars Bernard Beuker en Frederik van Moorsel - eigenaren.
         (firma W.Sanders Tzn.)
1907 Van Gelder Zonen - eigenaren.
1981 Gem. Renkum - eigenaar.

Papier-, later Korenmolen bij het Huis De Kortenburg aan de Oliemolenbeek. Ook wel molen bij de Kortenberg genoemd.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe


Deze molen wordt voor het eerst genoemd in 1706 en was een papiermolen. Vermoedelijk was het een onderslagmolen, omdat in een contract wordt genoemd dat bij hoogwater van de Rijn de molen stilstaat. Hoogwater van de Rijn zou alleen op onderslagmolens invloed hebben. Deze was tot 1743 als papiermolen in gebruik tot het werd verkocht aan een welgestelde douairière die eigenaar van huis de Kortenburg inclusief bezittingen was. De Kortenburg was een tegenwoordig verdwenen buiten, gelegen ten noord westen van het tegenwoordige Oranje Nassau’s Oord.
In 1747 kwamen inwoners van Wageningen naar de eigenaresse van de molen met het verzoek de papiermolen om te bouwen tot korenmolen. Dit omdat de windmolen in Wageningen volgens hen bij gebrek aan wind niet voldoende productie kon draaien om de bevolking van voedsel te voorzien. Ze stelden voor om het koren uit Wageningen naar de Kortenburgse molen te brengen, daar te vermalen en weer terug te brengen naar Wageningen. Hetzelfde principe dus als 100 jaar daarvoor bij de Hartense Korenmolen op de Molenbeek.
De Wageningse windmolenaar was niet blij met de verandering, hij verloor een aanzienlijk deel van zijn klanten aan de verbouwde watermolen in Renkum, vooral als het een tijd windstil was gedurende de zomers. Tot overmaat van ramp wilden de verbouwers van de papiermolen er ook nog een rosmolen bij bouwen die koren zou vermalen. Het is niet waarschijnlijk dat er ook daadwerkelijk een rosmolen is bijgebouwd.
Of de windmolenaar van Wageningen gelijk kreeg is niet bekend, wel is zeker dat de molen in 1818 definitief in onbruik was geraakt en niet lang daarna gesloopt.

Jan Dries Veenhuijsen en Trijntje  Roelofs Hulshof kwamen rond 1699 van de Holtse molen naar de molen bij Kortenburg in Wageningen. Ze bleven op deze molen tot de dood van Jan in 1743.

1706 (circa) molen gelegd.
voor 1730 Jan Dries Veenhuysen - eigenaar opstal, pachter en papiermaker.
1745 Egbert Frederiks - eigenaar opstal en papiermaker.
1746 Anna van den Broeck - eigenaresse.
1747 papiermolen wordt verbouwd tot korenmolen.

Papiermolen bij de oude kerk te Renkum aan de Molenbeek, ook wel Nieuwe molen achter de kerk of Molen op Harten genoemd.
Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09064
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
Deze molen lag aan de Molenweg die tegenwoordig Onder de Bomen heet. Het was een papiermolen die vanaf 1715 nog twee keer van eigenaar wisselde tot deze in 1800 werd gesloopt.

1715 Reynder van Marle - eigenaar.
1718 Reynder Oosterhof - eigenaar en papiermaker.
1735 (circa) Jan Dibbets - eigenaar en papiermaker.
1740 Neuy Hersmen Houtdorp - eigenaar en papiermaker.
1754 Baronesse van Gendt - eigenaresse.
1767 Cornelis Schut - pachter en papiermaker.
1800 molen gesloopt.

In HisGis uit 1832 staat vermeld: Eigenaar Renkum D152 Abraham; r.v.o. Kaas, Wed. Hermanus Pannekoek arbeidster te Renkum 200 m² huis en erf, geen molen meer!

Finale veiling der Stoom en Water Oliemolen te Renkum, Harten, met gebouwen, landerijen en regten van water, en grond, 2 H., 74 A. op 10 Julij e. k. 's md. 1 uur precies , in "de Wereld" te Wageningen, door notaris Hondius.
  Arnhemsche courant van 28-06-1879
Papiermolen achter De Bock aan de Molenbeek
Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09065
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Verdwenen papiermolen De Bock, Kloosterweide te Renkum. Al in 1598 is er in Renkum een papiermolen “De Bock” op de toenmalige Kloosterweide. Aangedreven door een beek uit het beekdal. Papier + Renkum c.q. Heelsum zijn vanaf die tijd sterk verbonden. Namen zoals Parenco, Norske Skog en Schut  zijn landelijk begrippen geworden. Veel geschiedenis wordt bewaard en verzameld door de Stichting Papiergeschiedenis Renkum en Heelsum. Meer informatie is te vinden hun website: www.papiergeschiedenis.nl .

Deze papiermolen lag achter het voormalige klooster van Renkum. In 1649 werd ze als eerst genoemd. In 1808 was de molen buiten gebruik maar werd ingericht als grutterij (kruidenierswinkel). In 1852 werd er door Aart Berends een poging ondernomen om er weer een oliemolen van te maken. Er was veel tegenwerking vanuit de nabijgelegen Katholieke Kerk en Bierbrouwerij. De kerk zou last van het lawaai krijgen en verder stroomafwaarts gelegen bierbrouwerij zou het vervuilde water van de oliemolen op de werktuigen krijgen. Het is niet helemaal bekend wat er daarna nog is voorgevallen, maar zeker is dat de molen in 1855 werd gesloopt. Tegenwoordig staat het industrieterrein van Smurfit Kappa Parenco op deze locatie en is er niets zichtbaars meer dat herinnerd aan deze oude molen.

Onder aan de Molenbeek werd al voor 1649 de eerste Renkumse papiermolen, de Papiermolen achter De Bock, gebouwd.
 
In 1791 is J. F. Krepel, papiermaker op de molen bij de herberg den Bock.

De molen „de Bok" mocht als laatste molen het water niet opstuwen of in zijn loop op enige wijze verhinderen, boven het Peil, aangewezen in de beek door een nieuwe peilpaal.

1598 (circa) Willem van Santen - eigenaar.
1606 Jacob den Engelsman - eigenaar en papiermaker.
1621 Laurens Sluyter - eigenaar en papiermaker.
1628 (circa) Peter van de Poel - pachter en papiermaker.
1639 (circa) Hendrik van essen - eigenaar.
na 1647 Aelbert - papiermaker.
  ??   Gosen Hendriks - papiermaker.
1719 Reinder van Marle - pachter en papiermaker.
         Hendrik Gosens - meesterknecht.
1735 Berent Hendriks - eigenaar opstal, pachter en papiermaker.
1754 Baronesse van Gendt - eigenaresse opstal.
tot 1781 Lubbertus Schut - pachter en papiermaker.
1781 Peter Epping - eigenaar opstal en papiermaker.
1812 stilstand van de molen.
1819 Abraham Pannekoek - eigenaar.
         (molen wordt niet meer als papiermolen gebruikt)
1865 molen gesloopt.
molen op Harten

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

Geen wind- of watermolen, maar een stoommolen om olie uit zaad te halen. Vermoedelijk gebouwd op de lokatie van herberg en brouwerij de Vergulde Bok. In 1898 stond de bierbrouwerij voor afbraak te koop en de gebouwen zijn kort daarna gesloopt. De kelders van de brouwerij, gebouwd rond 1860, zijn echter nog aanwezig onder de gebouwen van de voormalige wasserij Peelen, die hier later gevestigd was. Na afbraak van de molen komt hier het koffiehuis van Verwaaijen.
Rond 1900 wordt met Harten niet meer het oude Harten bedoeld dat we kennen uit 1500 - 1600 rond de Hartenseweg tot aan het Everwijnsgoed. Met Harten bedoeld men dan het woon en industrie gedeelte tussen de N225, Dorpsstraat en de Molenweg, later Onder de Boomen genoemd.

In het begin van de 20ste eeuw wordt de buurtschap rond de stoomolieslagerij van W. Sanders, later Seumeren; het koffiehuis van Verwaaijen; de korenmolen, de Gelderse Stoomwasserij vanaf 1890, gebouwd op de fundamenten van de de stoomolieslagerij, van M. Sanders en  G.C. Spengler; huize Zandenburg van Arnoldus Gerritsen; de boerderij van W. Klomp; de boerderij van W. Smits.

Finale veiling der Stoom en Water Oliemolen te Renkum, Harten, met gebouwen, landerijen en regten van water, en grond, 2 H., 74 A. op 10 Julij e. k. 's md. 1 uur precies , in "de Wereld" te Wageningen, door notaris Hondius.
  Arnhemsche courant van 28-06-1879
Uitzoeken
Papiermolen op Harten, later oliemolen
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
Molen Renkum
Uit: Het Nieuws van den dag; kleine courant 29 januari 1874.
De Renkumse molen, Graanmolen de Hoop, gebroeders Roosenboom, Molenweg 53 te Renkum.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
Ten Bruggecate nummer 00262
De Hollandse Molen
Rijksmonument
Molendatabase
Molendatabase ander nummer
Facebook
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

De bekende Renkumse molen. Gebouwd in 1858, door Hendrik Hulshuizen. Na 1890 verhuurd aan Reier Roosenboom die de molen later kocht.
molen de Hoop Renkum
Oude opname, na 1885 als anischtkaarten worden gemaakt, voor 1914 als de bedrijfswoning gebouwd wordt.

Molen de Hoop Renkum
Een oude anischtkaart, de belt waar de molen opstaat is goed te zien. De woning rechts is uit 1897 (Kerkstraat 46)

In 1910 was er een windhoos in Renkum. Het gevolg:

Renkum Molen
Er is er veel vernield.
Renkum molen
Uit Wageningsche Courant, 02/11/1910 Molen Renkum
Uit: Wageningsche Courant, 19/01/1921
Na de storm werd de molen direct weer gerepareerd.
Daarna in 1924 is de molen aan de bovenzijde verhoogd, om minder last te hebben van de toenemende bebouwing in Renkum. En is de molen van belt- naar stellingmolen verbouwd.

Molen de Hoop Renkum
Opname na 1914, de woning Molenweg 53 is in dat jaar volgens de BAG voor het eerst bewoond. De molen is weer hersteld en de belt is na 1924 afgegraven. Tot aan 1944 heeft de molen er zo uitgezien.

Molen Renkum
Tot 1937 is er met de wieken gemaald, daarna werd dat middels een motor gedaan.

molen de Hoop Renkum
Een oude anischtkaart, de belt waar de molen opstaat is goed te zien. De woning rechts is uit 1897 (Kerkstraat 46). Inkleuren van ansichtkaarten kwam rond 1910 helemaal in.

Bij het HGR is deze foto te zien, in het onderschrift van Burgsteyn is te lezen dat dit de situatie in 1920 zou zijn. De verhoging uit 1924 is al duidelijk te zien!
Renkum Molen
foto bij een artikel in de de Gelderlander.

In september 1944 werd de molen door oorlogshandelingen behoorlijk beschadigd.

Renkum Molen
Renkumse molen na 1890 Tekening Mirre van Grieken, HGR, Collectie Fien Bos

Eind september, begin oktober 1944 verdere oorlogsschade.. Alle hoge gebouwen van waaruit de Duitsers een zicht zouden kunnen hebben op het niemandsland de Betuwe na september 1944, zijn door de geallieerden onder schot genomen. In 1945 is de molen onttakeld. In 2002 heeft Willem Roosenboom, telg van de molenaarsfamilie, een aanvraag gedaan, voor een sloopvergunning bij de gemeente Renkum. De oude molenbouwval was allang niet meer waterdicht en met een beetje wind vielen de stukken hout naar beneden. Sloop was wel niet direct de bedoeling, maar meer bedoeld om van de bouwval een monument, waardig tot herstel, te maken.  De actie had succes. Staatsecretaris Medi van der Laan verschafte de molen de status van Rijksmonument in 2004. De gemeente Renkum gaf 4000 euro om met een houten kap de boel weer dicht te krijgen. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg leverde in 2007 een bestek om het herstel op te kunnen pakken. Bij de gemeente Renkum ging dat bestek "in de diepvries", want de kans dat het 600.000 euro kostende herstelplan uitgevoerd kon worden achte de dienstdoende ambtenaar nihil. Het was Steven Buddingh uit Heelsum (oud-burgemeester van Steenderen) die op zoek ging naar het benodigde geld middels inzamelingsacties en sponsoren. Een eerste aanvraag voor Provinciale- en Rijkssubsidie werd in 2011 gedaan. Eerst in 2013 zijn de wieken weer terug gerestaureerd. De molen De Hoop is een Rijksmonument.
Molen De Hoop Renkum 2012
De verhoging van de molen is goed te zien. Een net wat andere kleur van de stenen. Net als bij de dichtgemaakt luiken en ramen. De oude molen loopt naar boven toe taps, het nieuwe deel wordt daar boven opgezet en is recht.

Een verhaal bij de Stichting Heemkunde Renkum
Uit het boek van Henk Voorn, deze plattegrond
Renkumse molens H.Voorn
Aan de Heelsumse beek te Heelsum, van bron naar monding in de Nederrijn. Info over de Heelsumse beek bij Sprengen en Beken

Ook de Papiermolenbeek, de Rondeel beek, Wolfhezer beek. De Papiermolenbeek wordt ook wel Middelste- of Nieuwebeek genoemd.
Heelsum papierfabricage
De fabricage in Heelsum volgens het Tijdschrift-uitgegeven-door-de-Nederlandsche-Maatschappij-ter-Bevordering-van-Nijverheid, in1870
Molen te Wolfheze (Laag)
Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

De molen is gebouwd voor 1699 en is verdwenen in 1718 of eerder. De watermolen werd aangedreven door de beek en was een papiermolen.

De huidige locatie is ongeveer daar waar Google Maps de term Wolfhezerheide heeft staan

1699 Valenus Swaen - eigenaar.
1699 Hartger Cornelissen Ligt - papiermaker.
1718 Anthonie Curtius - eigenaar.
         (molen verdwenen)
Voormalige molens op de Kabeljauw, Kabeljauw 6 te Heelsum. Aan de Papiermolenbeek.

Demoed, Van een groene zoom aan een vaal kleed pagina 23 - 25.
Ruud Schaafsma; Renkumse en Heelsumse beken, Matrijs 2012. pagina 163.

De Kabeljauw is het gebied tussen de Wolfhezerbeek en de Utrechtseweg, ten noorden van Doorwerth, tussen de Drieskamp en iets westelijker dan Kievitsdel. Later is daar de Kamp vanaf gegaan.

De middelste beek, de Nieuwe of Papiermolenbeek, is aangelegd in opdracht van
Anton II Rijksgraaf von Aldenburg (1681-1738), de enige zoon van Anton HR von Aldenburg en Charlotte Amélie de la Trémouille.
Anton II van Aldenburg laat in 1728 en het volgende jaar beide Kabeljauwmolens bouwen.  Ook de twee molens op de Drieskamp, werden bij het bouwplan betrokken.

Bij de boerderij ‘de Kabeljauw’ lagen eens de twee Papiermolens op de Kabeljauw tegenover elkaar. De beide Kabeljauwmolens (de naam komt van een lompenhandelaar uit Dordrecht die de bouw van beide molens financierde om zo z’n lompen te kunnen verwerken)

Door Piet Burgsteyn wordt de Kabeljauw al genoemd in 1625, als Tanneken van Kemel, de weduwe van Jan Kabbeljauw uit Dordrecht, verklaart verkocht te hebben aan Dirck Otten molenaar en papiermaker in Heelsum. Door het artikel van Burgsteyn begint de geschiedenis van de Kabeljauw ruim 100 jaar eerder dan bij anderen.
In de literatuur heeft men het steeds over twee molens op de Kabeljauw. Een molen ten noorden van de middelste beek, de Papiermolenbeek en een ten zuiden ervan. Zie zijn artikel in: Schoutambt en Heerlijkheid van de Stichting Heekunde Renkum; 2004 nr 1, het artikel van P. Burgsteyn over de Kabeljauw.



In 1903 verkoopt J.G.W. Baron van Brakell zijn goederen in de Kabeljauw, aan zijn
zuster, mevr. v. Heutz-Baronesse van Brakell.

De beide molens op de Kabeljauw zijn dus kennelijk gebouwd vanaf 1625, met verbouw of nieuwbouw in 1639, 1728 en verder. Van Anton van Aldenburg is bekend dat hij door aankopen de heerlijkheid Doorwerth na 1678 heeft vergroot. Of dat ook voor de Kabeljauw op gaat blijft nu onduidelijk. Waarschijnlijk wel, want anders kan Tanneken van Kemel, niets verkopen in 1625. Zijn zoon, Anton II is dan dus de eigenaar en kan pacht innen in de vorm van wind- of waterrecht. Wanneer hij het verkoopt blijft onduidelijk, er worden meerdere data genoemd. Wie de pachters zijn? De molendatabase geeft een aanzet.
Er is in de literatuur geen overeenstemming over de naam van de beek. Met Schaafsma ben ik het eens als hij het heeft over de middelste van de drie beken, de papiermolenbeek. Elders wordt ook de Nieuwe- en de Wolfhezerbeek genoemd.

Uitzoeken:
Hendrick Maurits en Egbert Jacobs waren in 1749 de twee papiermakersknechts op de papierfabriek de Kabeljauw die werkten voor de gebroeders Willem en Neuy Pannekoeck.
In 1832 (HisGis) heeft de Wed. Nicolaas Pannekoek en cons., papiermaker te Renkum, 12550 m² bouwland met als kadasterkavelnummer Doorwerth D193. Met nummer D194 is beschreven het huis en erf met 280 m². Met Doorwerth  D200 is de andere papiermolen beschreven: Wed. Nicolaas Pannekoek en cons., papiermaker te Renkum,
480 m² huis, erf en / molen. Helaas, de ernaast gelegen tuin (D198) is van Charles Grave van Aldenburg Bentinck (heer van Doorwerth), rentenier te Londen, 2060 m² tuin. De Pannekoeks hadden in 1832 vrijwel het gehele dal tot aan Veentjesbrug in hun bezit.
De noordelijke molen bij de Kabeljauw aan de Papiermolenbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papier molens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09050
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Bij Nikkels is te lezen dat van Aldenburg in 1728 begint met de bouw van de twee papiermolens. Het gaat dan om Anton II Rijksgraaf von Aldenburg, de zoon van van Aldenburg. In 1801, verkoopt Graaf William Bentinck, heer van Doorwerth, aan de gebr. Pannekoek onderscheidene bezittingen, waaronder vrijwel de gehele Kabeljauw, vanaf de Drieskamp tot aan de molen „de Kabeljauw".

Pannekoek breekt een houten papiermolen af in 1879.

Pannekoek Heelsum
De molen ten noorden van de beek, in 1728 door graaf Aldenburg, heer van Doorwerth aldaar gebouwd, bestaat thans - voorzover het molenhuis betreft - nog als de boerderij Kabeljauw 9. De gevelankers vertellen het u duidelijk. Op deze molen werkte de papiermaker Jan Dibbets, welke de opstallen bij pachtovereenkomst van 30 Mei 1728 in eigendom verkregen had. Na zijn dood wordt op 28 Mei 1743 door de erven, zijn vrouw Gerritje Braakman de molen, e.a. toebedeeld. Zij is vóór 1749 hertrouwd met Jacobus Westenenk, want op de lijst van 1749 is sprake van Peter Wilbrink, papiermakersknecht bij Westenenk. Deze wordt zelf niet genoemd, zodat hij dus niet in de gemeente woonachtig was. Dit echtpaar nu, verkoopt op 16 Juni 1766 alle opstallen voor 1100 gld. aan Johannes Veenhuyzen en Hendrika Schut, echtel.
De molen blijft nu in deze familie, tot na hun dood hun zoon Daniel, gehuwd met Geertruida Schut, het bedrijf voor 2050 gld. aan Gerrit Jochemszn. van Ommen verkoopt. Deze is in 1811 nog eigenaar, en heeft dan 3 knechts aan het werk, terwijl hij eenzelfde jaarproductie heeft als het bedrijf der fam. Schut.
Het bedrijf zal niet lang hierna meer bestaan hebben, temeer door de hypothecaire lasten welke in 1805 en 1808 op de goederen gebracht werden. Nijhoff rept in 1821 niet meer over deze molen, zodat hij toen al wel buiten bedrijf geweest zal zijn. Vermoedelijk is de molen eigendom van graaf Bentink geworden, die ook tevens grondeigenaar was. Wanneer de molen precies gesloopt werd, is niet bekend. Tot 1914 bleef alles in eigendom bij de fam. van Brakell Doorwerth, waarna het in andere handen is overgegaan. De boerderij is rond de jaren 1950 in eigendom van boer J. Gerritsen. Uit Demoed pagina 102

Noorderlijke Kabeljauwse molen:
1728 Graaf van Aldenburg - molen gelegd.
1728 Jan Dibbets - eigenaar opstal, pachter en papiermaker.
1739 Jacobus Pannekoek - papiermaker.
1743 Gerritje Braakman en Jacobus Westenenk - eigenaren opstal.
1743 Peter Wilbrink - meesterknecht.
1763 Johannes Veenhuijsen - eigenaar opstal en papiermaker.
1788 Daniel Veenhuijsen - eigenaar opstal.
1788 Gerrit Jochems van Ommen - pachter en papiermaker. (1804 eigenaar)
1817 Aart Capel - eigenaar en papiermaker.
1859 Bartholdus Asueres Capel - eigenaar en papiermaker.
na 1881 molen verdwenen.

De molen op de noordelijke oever is voor 1821 verdwenen; het molenhuis werd in 1988 afgebroken. (bron: Sprengen en Beken).
De zuidelijke molen bij de Kabeljauw aan de Papiermolenbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 0951
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe


Schaafsma: De zuidelijke molen komt in 1854 stil te liggen als de molenaar overlijdt. Het molenhuis is in 1865 door brand verwoest. Het huidige huis de Kabeljauw is  gebouwd op de fundamenten van de zuidelijke Kabeljauw molen.

Kabeljauw Heelsum
De molen aan de zuidzijde van de beek was in hetzelfde jaar als de molen er tegenover, gebouwd, nl. in 1728. De opstal van de molen, het molenhuis, enz. behoorde aan Claas Pannekoek en diens vrouw Maria Noyen. De grond waarop een en ander stond, hadden zij uiteraard van de heer van Doorwerth in erfpacht.
Deze erfpacht, d.w.z. het recht van water en grond, is ingegaan op 30 Mei 1728. De pacht bedroeg 25 gld. voor elke bak van 5 hamers, en 1 riem best papier. Er mochten echter niet meer dan 5 bakken komen. Tot de verplichtingen van de pachter behcorde o.a. het schoonhouden van de beken, de sprengen en moerbeek, alsinede de grachten van het huis Wolfheze. Dit onderhoud was echter voor gezamenlijke rekening van de 4 molenaars op deze
beek, t.w. de 2 op de Drieskamp en de 2 op de Kabellauwsdam. De last tot ruiming van de onderbeek bleef tot de competentie van de beneden-liggende molenaars.
Kinderen, kindskinderen en erfgenamen van wijlen Claas Pannekoek. tevens ook als erfgenamen van hun broer en oom Willem Pannekoek, verkopen op 16 Mei 1755 de opstal van het molenhuis, c.a. aan Teunis Hendriks en Hendrika Hermsen. Niet lang hebben deze de molen in eigendom, want reeds op 8 Juli 1762 verkopen zij hun eigendom aan mr. E. van Eck, richter van Doorwerth. Op zijn beurt doet deze alles op 20 Juni 1767 weer over aan Aart
of Arnoldus Schut en diens vrouw Beeltje Schut. De molen blijft nu in het bezit van deze familie, totdat na het overlijden van de beide echtelieden op 9 Aug. 1795 een magescheid plaats vindt. Daarbij wordt de molen toebedeeld aan Gerrit van Ommeren, weduwnaar van Elisabeth Schut.
Het schijnt dat deze molen om een of andere reden niet belangrijk is geweest, of althans als gevolg van de tijdsomstandigheden niet meer in het productie-apparaat noodzakelijk was. Althans in 1811 wordt deze molen ook al niet meer genoemd. Wel bleef het molenhuis als zodanig bestaan, hetwelk in Juli 1865 is afgebrand. Hierop werd ter plaatse een boerderij gebouwd, waarvan het achterhuis rond 1950 nog aanwezig is. Het huidige voorhuis daarvan
dateert van 1876. In de vorige eeuw waren molen en boerderij, eigendom van de fam. van Brakell en bleven dit tot 1914, waarna ze na verkoop in verschillende handen zijn overgegaan.
Uit Demoed pagina 102

Zuidelijke Kabeljauwse molen
1728 Graaf van Aldenburg - molen gelegd.
  ??    Kinderen Claas Pannekoek - eigenaren opstal.
tot 1740 Jacobus Pannekoek - beheerder en papiermaker.
1749 Hendrick Maurits - papiermakersknecht.
         Egbert Jacobs - papiermakersknecht.
1752 Teunis Hendriks - beheerder en papiermaker. (1755 eigenaar)
1762 Engelbert van Eck - eigenaar opstal.
1766 Arnoldus Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1795 Gerrit Jochems van Ommen (Ommeren) - eigenaar opstal en papiermaker.
1812 Hendrik Hendriks - papiermakersknecht.
         Derk Nijland - papiermakersknecht.
1813 Lubbert Ekkenhuis - papiermakersknecht.
1817 Johannes (Jannes) Cornelis de Beer - eigenaar en papiermaker.
1837 Aaltje Berends Middelburg - eigenaresse en papiermaakster.
1849 Lubbert de Beer - eigenaar en papiermaker.
1865 molenhuis afgebrand.

De zuidelijke molen was waarschijnlijk in 1811 buiten gebruik. (bron: Sprengen en Beken). De zuidelijke molen is gesloopt in 1821 (bron)
Papiermolen De Kamp aan de Wolfhezerbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 04920 I
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

In 1693 werd een molen getimmerd nabij het Heide-huis, op de Kamp, en wel door Klaas Janssen.


De molen „de Kamp", in 1693 getimmerd door Klaas Janssen op de grond van de heer van Doorwerth, stond aan de noordzijde van de Wolfhezerbeek, nabij het Heide-huis. Evenals de molen „de Veentjes", verkoopt Karst Janssens) in 1710 ook deze molen aan Jan Danielszn. Schut. Hij blijkt zelf echter nog voor 1/3 eigenaar te zijn. Het 2/3 part van Jan Schut wordt
door diens zoon Daniel en zijn dochter Gijsbertie in 1728 verkocht aan Maas Sanderszn. Trijll.
Door hem wordt dit 2/3 part op 6 Mei 1734 verkocht aan mr. E. van Eck, richter van Doorwerth. Gelijktijdig koopt deze ook het 1/3 part van Jan Wegenaar, zodat hij daarmede nu geheel eigenaar is. Dit is een zoon van Klaas Janssen, de molenbouwer.
Bij de opgaven van 1749 wordt nog een Cornelis van Beeck als papiermaker genoemd, welke met 4 knechts werkte. Ik veronderstel dat deze papiermaker in die tijd op de molen van mr. van Eck werkte. In diens bezit blijft de molen, tot deze bij magescheid in 1790 wordt toebedeeld aan Cornelis van Eck. Deze verkoopt de molen gelijktijdig weer aan Gijsbert. Berends en Woutertje Jansen, echtel. (17 Mei 1790). Nadat Berends in 1795 is overleden, zet zijn weduwe het bedrijf voort. Behalve de papiermolen werd door Berends in 1790 ook de korenmolen ten oosten daarvan, gekocht, tezamen voor 1600 gld. Als in 1811 gegevens over de papiermolens verzameld worden, dan heeft de wed. Berends 6 knechts in dienst, terwijl de molen een jaarproductie heeft van 900 á 1000 riem. In 1831 is haar zoon B. Berends eigenaar, terwijl hij 21 ha grond van de Doorwerth in erfpacht heeft. De molen is in 1883, gelijk met het daarbij staande molenhuis afgebroken, nadat de molen reeds sinds jaren geen dienst meer deed. Op deze molen werd alleen het gemene zgn. schrens-papier gemaakt. Een paar jaar voordat de sloping plaats vond, werd al een nieuwe boerderij gebouwd juist naast de oude molen. Deze boerderij bestaat thans nog (Kabeljauw 13).

1693 Klaas Janssen - molen gelegd.
1695 (circa) Karst Jansen (van de Kamp) - eigenaar en papiermaker.
1710 Jan Daniels Schut - eigenaar.
1710 Jan Wegenaar - beheerder en papiermaker.
1728 Maas Sanders Trijl - eigenaar en papiermaker.
1734 Lambert van Eck - eigenaar.
1734 Peter Wilbrink - pachter en papiermaker.
1737 Cornelis Hendriks van Beek - pachter en papiermaker.
1749 Harmyn Gerrits Meyrink - pachtster en papiermaakster.
1756 Claes Pannekoek - pachter en papiermaker.
1772 Johannis Brouwer - pachter en papiermaker.
1781 Gijsbert Barents - pachter en papiermaker. (1790 eigenaar)
1795 Paul Schut - eigenaar en papiermaker.
1809 Isaac Jansen - eigenaar en papiermaker.
1820 Berend Berends - papiermakersknecht.
1823 Berend Berends - pachter en papiermaker.
voor 1864 stilstand van de molen.
Molen De Veentjes aan de Heelsumsebeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 01786 bis
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Watermolen de Veentjes, Heelsum, sinds twee eeuwen bezit van de familie Schut, welke thans nog ter plaatse hun bedrijf uitoefenen. Deze molen is de laatste papiermolen in Heelsum geweest en heeft het beekdal als zodanig gesierd tot 6 Mei 1895, op welke datum de oude molen afgebrand is.

molenrad van de veentje Heelsum
bron: https://www.papiergeschiedenis.nl/de-veentjes/
De fam. Schut heeft de molen echter niet steeds in bezit gehad, zoals we zien zullen. Wie in de 17e eeuw de molen bevolkt hebben, is ons niet bekend. Vermoedelijk is aan het einde van die eeuw Klaas Janssen bezitter, die in 1693 naar de door hem gebouwde molen „de Kamp" vertrekt. Hij zal dan in de molen opgevolgd zijn door Jan Danielszn. Schut. Althans op 7 Juni 1710 koopt laatstgenoemde met Claas Wegenaar het molenhuis met annex van Karst Janssen. Door huwelijk komt de molen in het geslacht Wegenaar, en, pas in 1772 geraakt alles weer in het bezit van de fam. Schut. Jan Claaszn. Wegenaar huwde met Jenne Jansd. Schut, en was in 1731 voor 5/6 eigenaar. Voor het resterende 1/6 portie waren Gijsbertie Jansd. Schut, gehuwd met Cornelis Meyerink, eigenaren. De erfgenamen van deze laatsten verkochten op 21 Juni 1757 hun portie echter aan de erfgenamen van Jan Wegenaar en Jenne Schut, waardoor deze geheel eigenaren van de opstal werden. Jan Wegenaar heeft er blijkbaar nogal „warmpjes- bijgezeten, want op de lijst van de haardstede-gelden uit 1749 komt hij als „kapitalist- voor. blij is dan eigenaar van 3 haardsteden, en heeft 2 knechts in dienst. Zoals reeds gezegd, waren in 1757 de erfgenamen van Jan Wegenaar eigenaar, doch in datzelfde jaar verkopen zij de molen aan mr. E. van Eck, richter van de heerlijkheid. Doorwerth. Deze verkoopt op 30 Sept.1772 de molen aan Reynder Paulszn. Schut, en diens echtgenote Hendrikje Alberts. Hiermede nu komt de molen voorgoed in het bezit van de fam. Schut. Reynder verkoopt op 24 Mei 1792 zijn molen voor 3900 gld. weer aan zijn neef Paul Schut Mzn. Deze werkt in 1811 met 6 knechts, en heeft dan een jaarproductie van 900 riem papier.
Via Paul Schut gaat de molen in rechte afstammingslijn naar de bekende Gerrit Schut, grondlegger van het huidige bedrijf. Juist in het jaar vóór dat de oude molen afbrandde, was Gerrit Schut behalve eigenaar van de molen, ook eigenaar van hun 2 ha grond geworden, hetwelk voordien steeds in erfpacht bezeten werd. In deze oude molen werden allerlei soorten papier vervaardigd, o.a. schrijf-, druk- en patroonpapier. Dit laatste papier diende voor het aanbrengen van een lading in een ouderwets geweer. Na de herbouw in 1895 werd een geheel nieuw bedrijf opgezet en een woonhuis er apart bijgebouwd, zoals we dat thans nog kennen. Ook werd nu stoomkracht aangewend in de fabriek.
In de 20ste eeuw zijn nog verschillende uitbreidingen aangebracht, en na de oorlog is de fabriek weer opnieuw vergroot. Dit bedrijf heeft zich dus staande kunnen houden, ja heeft zich zelfs weten uit te breiden. Het is in de jaren 1950 de enige papierfabriek in Heelsum, waarin plm. 100 mensen hun werk vinden. Per dag kan in continu 2500 kg papier vervaardigd worden. Deze fabriek produceert slechts specialiteiten als Oud-Hollands, papier voor waardestukken,
enz., en bezigt daartoe lompen als grondstof.

1693 Karst Janssen - molen gebouwd.
1731 Jan Claassen Wegenaar - 4/6 eigenaar,
         Daniel Schut - 1/6 eigenaar,
         Gijsbertje Schut - 1/6 eigenaar.
1757 Engelbert van Eck - eigenaar.
1757 Reynder Schut - pachter en papiermaker. (1772 eigenaar)
1792 Paul Schut - eigenaar en papiermaker.
1825 Marten Schut - papiermaker. (1835 eigenaar)
kort na 1859 Gerrit Schut - eigenaar en papiermaker.
1895 molen afgebrand, fabriek wordt herbouwd maar nu ook aangedreven door stoom en gas.
ca 1910 Marten Schut - firma G. Schut & Zonen opgericht.
ca 1941 Gerrit Jan Schut en Ben Schut - directeuren.
1948 firma omgezet in N.V. Papierfabriek v/h G. Schut en Zn.
1952 waterrad stilgezet, later gefuseerd met van Gelder Papier Bedrijven.
Heelsumse Korenmolen aan de Wolfhezerbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09049
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

"Mogelijk was de in 1440 genoemde Henrich den Molner te Heel-sum hier reeds de molenaar, op een kaart uit 1553 staat hij voor het eerst afgebeeld.
In 1624 werd de molen verpacht aan Derck Otten, in 1636 werd hij door Anna Sophia van Boetbergh, vrijvrouwe tot den Dorenweerth, opnieuw verpacht. De pachter kreeg toen hout om het vergane waterrad te vernieuwen.
Latere molenaars waren Aert Hendriks in 1745 en Aart van den Ham in 1749. Volgens het kadaster 1811-1832 was de molen toen eigendom van Charles Albertus, Grave van Bentinck, rentenier te Londen. Sinds 1894 was de molen in bezit van de familie Rozenboom.
Vanaf voor 1933 werd de maalderij al niet meer door het waterrad aangedreven. Tegenwoordig is de beek door de snelweg A50 afgesneden, het maalderijgebouw bestaat nog wel". Bron: "Op kracht van stromend water", Hagens 1998.
Papiermolens op De Drieskamp aan de Papiermolenbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Uitzoeken

Op Wamels Enk, De Pannekoek Heelsum, Gelegen ten noorden van de Kerkweg, richting de Kastanjelaan.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 06504 m
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

het het bouwland ten noorden van de beek, waar nu de Kastanjelaan is, stond een molen met windaandrijving. Deze blijkt in 1669 aldaar gebouwd te zijn. Nog in 1821 vertelt Nijhof (Is. Nijhoff, Wandelingen, blz. 67, Arnhem 1821), dat deze windpapiermolen de enigste uit de gehele omgeving is. Deze molen stond op gebied van het Richterambt Veluwenzoom. Deze molen stond ongeveer, waar nu het perceel Kerkweg 31 staat. Het was een waterpapiermolen en werd dus door water aangedreven.
Deze molen is waarschijnlijk in 1709 gebouwd. Uit de Protocollen van Bezwaar van Renkum, blijkt dat op 4 Juli 1713 Claas Pannekoek en zijn echtgenote Maria Noyen verklaren, aan de Graaf van Aldenburg, heer van Doorwerth, schuldig te zijn 6000 gld. aan obligaties en 2000 gld. voor berekende pachten van de molens. Zij geven daar toe hun „respective wint- en watermolens neffens de huysingen en getimmerten, met den eygendom van den gront daarbij gelegen", in onderpand. Uit deze schuldbekentenis blijkt tevens, dat de obligaties op 20 Dec. 1709 waren uitgegeven, hetwelk zeker wel ter gelegenheid van de exploitatie van een nieuwe molen geweest zal zijn. Dat Claas Pannekoek ook 2000 gld. aan pachten schuldig was, wettigt de veronderstelling, dat aan de heer van Doorwerth pacht betaald moest worden aan z.g. waterrechten. De Heelsumse beek was namelijk eigendom van deze heer.

De wind- en watermolen, molen aan de beek stond, was gebouwd in 1709. Ook deze is steeds in het bezit van de fam. Pannekoek geweest. Deze molen kon sinds plm. 1835, zowel op wind- als waterkracht werken. Ze droeg de aardige spreuk: Superos si flectere nequeo, Acheronta movebo, hetwelk betekent.: Zo ik de hemel niet bewegen kan, zal ik de afgrond beroeren. Deze molen is in 1878 afgebrand en hierop niet meer herbouwd.
Bij HisGis vinden we in 1832: Renkum C14, eigenaar erven Nicolaas Pannekoek en cons.
te Renkum; 880 m² huis en erf / papiermolen.

In 1709-1711 werd bij de Heelsumse water-papiermolen op Wamels Enk (dbnr. 9058) een wind-papiermolen voor wit papier gebouwd door Claas Jansen Pannekoek. De molen was een "wind-wrijf-papiermolen met maalbakken. Volgens een plattegrond uit 1756 (in Hagens) was de molen een wipstellingmolen op een schuur. In 1830 zou de molen opnieuw zijn opgetrokken, ons is niet bekend wat voor type het toen werd.

Nicolaas Pannekoek overleed in 1829, tot 1855 zetten de zoons het bedrijf onverdeeld voort ten behoeve van de weduwe Johanna Prins. Op 11 oktober 1858 kocht zoon Neuy Pannekoek de windmolen voor ƒ 16.500 uit de boedel van zijn ouders.

In 1862 liet Pannekoek een stoommachine inclusief ontsierende hoge schoorsteen installeren. Omstreeks 1865 kwam de molen buiten bedrijf omdat hij niet meer rendabel was. In 1868 verkocht Pannekoek hem aan Simon Maas te Schiedam, die hem tot 1872 onder de naam N. Pannekoek en Maas exploiteerde. De molen had toen vier wrijfbakken, drie kuipen en zeven persen, en in een bijgebouw stonden twee grote koperen ketels en een gemetselde filtreerbak.

In 1872 werd de windmolen gesloopt. Het bedrijf is daarna nooit weer echt goed op gang gekomen, één der stoomketels werd in 1878/1879 overgebracht naar De Fortuyn (dbnr. 9056).

Het gebouw werd in 1888 afgebroken.

In 1880 of 1898 kochten Gradus Johannes Besseling en de klederbleker G.E. Veenendaal het terrein als bouwterrein. In 1973 resteerde nog een droogschuur, in gebruik als woonhuis Kerkweg 16.

Het appartementen complex “Hoog Doorwerth” aan de Utrechtseweg 80, 6866 CN Heelsum is ge­bouwd op de plaats waar tot na de oorlog de papierfabriek van Pannekoek heeft gestaan.

Het Italiaanse restaurant La Porta was voorheen een poortgebouw van de papierfabriek.

Geschiedenis
In 1709-1711 werd bij de Heelsumse water-papiermolen op Wamels Enk (dbnr. 9058) een wind-papiermolen voor wit papier gebouwd door Claas Jansen Pannekoek. De molen was een "wind-wrijf-papiermolen met maalbakken. Volgens een plattegrond uit 1756 (in Hagens) was de molen een wipstellingmolen op een schuur. In 1830 zou de molen opnieuw zijn opgetrokken, ons is niet bekend wat voor type het toen werd.
Nicolaas Pannekoek overleed in 1829, tot 1855 zetten de zoons het bedrijf onverdeeld voort ten behoeve van de weduwe Johanna Prins. Op 11 oktober 1858 kocht zoon Neuy Pannekoek de windmolen voor ƒ 16.500 uit de boedel van zijn ouders.
In 1862 liet Pannekoek een stoommachine inclusief ontsierende hoge schoorsteen installeren. Omstreeks 1865 kwam de molen buiten bedrijf omdat hij niet meer rendabel was. In 1868 verkocht Pannekoek hem aan Simon Maas te Schiedam, die hem tot 1872 onder de naam N. Pannekoek en Maas exploiteerde. De molen had toen vier wrijfbakken, drie kuipen en zeven persen, en in een bijgebouw stonden twee grote koperen ketels en een gemetselde filtreerbak.
In 1872 werd de windmolen gesloopt. Het bedrijf is daarna nooit weer echt goed op gang gekomen, één der stoomketels werd in 1878/1879 overgebracht naar De Fortuyn (dbnr. 9056).
Het gebouw werd in 1888 afgebroken.
In 1880 of 1898 kochten Gradus Johannes Besseling en de klederbleker G.E. Veenendaal het terrein als bouwterrein. In 1973 resteerde nog een droogschuur, in gebruik als woonhuis Kerkweg 16.

Bronnen:
- Papiermolens op de Veluwe.
- "Twee eeuwen Brandt en Proost, 1942.
- Papiermolens, Voorn.
- "De Geschiedenis van de dorpen Oosterbeek, Wolfheze, Doorwerth, Heelsum en Renkum door E.J. Demoed 1973 (heruitgave).
- "Op kracht van stromend water", Hagens 1998. Alle verzameling H. van der Kaay.

NB Sommige bronnen spreken elkaar tegen betreffende jaartallen en details, het is onzeker welke exact de juiste versie weergeven.

De noordelijke molen op de Drieskamp, nu Utrechtseweg 30 Heelsum.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

De BAG geeft voor de Utrechtseweg 30 Heelsum het jaar 1870 aan

Ooit waren er twee molens schuin tegenover elkaar aan de Papiermolenbeek, c.q. Heelsumsebeek. De Noordelijke en de zuidelijke molen op de Drieskamp zijn beide in 1728 gebouwd. De noordelijke molen is omstreeks 1820 afgebroken. De zuidelijke molen heeft dienst gedaan tot 1872 en omstreeks 1874 afgebroken, daarna werd hier een wasserij gebouwd ‘De Drieskamp’. Het is nu een woonhuis.
De molen aan de noordzijde van de beek, was in 1729 gebouwd door Elias Boekelman, welke daartoe op 30 Mei 1728 met de heer van Doorwerth als grondeigenaar een pachtovereenkomst aanging. Na het overlijden van Boekelman's vrouw, wordt hij bij magescheid van 27 Jan. 1731 geheel eigenaar. Als zodanig komt hij dan ook op de cedule van de haardstede-gelden van Doorwerth voor (1749) ; hij is dan eigenaar van 3 haardsteden, en werkte met 2 knechts. Deze molen blijft eigendom van de fam. Boekelman, tot op 11 Aug. 1791, wanneer Warner Boekelman Ezn. het molenhuis, c.a. voor 1286 gld. verkoopt aan Marten Schut en diens vrouw. Een tiental jaren later verkopen deze echter alles weer aan de gebr. Pannekoek te Heelsum (4 Nov. 1802).
De noordelijke schijnt omstreeks 1820 gesloopt te zijn.

1728 Graaf van Aldenburg - molen gelegd.
1729 Elias Boekelman - eigenaar, pachter en papiermaker.
1784 Warnet Boekelman - eigenaar opstal.
1791 Marten Schut - eigenaar opstal.
1802 Nicolaas en Stephanus Johannis Pannekoek - eigenaren.
1820 molen gesloopt.
1837 windmolen gelegd.
De zuidelijke molen op de Drieskamp.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Molendatebase nr 7578
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe


Volgens de molendatabase is de molen gebouwd in 1728, weer verdwenen in 1872 en toen verbouwd naar wasserij. Het ging om een watermolen met bovenslagrad geschikt voor Papier en later wasserij.

voormalige molen Drieskamp Heelsum
Op deze foto is de molen al verbouwd naar wasserij C. Bierens, Heelsum

Graaf van Aldenburg legde in 1728 de Noordelijke en de Zuidelijke molen.
De voormalige zuidelijke molen “op De Drieskamp”, werd ca. 1875 met de functies wasserij en blekerij gebouwd als opvolger van wat ooit de zuidelijke molen was van een op de Heelsumse beek gelegen dubbele papiermolen: staand onder Heelsum-Doorwerth.
Geert L. Nienhuis, 17 dec. 2016. (molendatabase)

De zuidelijke molen van de Drieskamp lag officieel in de gemeente Doorwerth. Het waren gronden van de heerlijkheid Doorwerth die in erfpacht werden uitgegeven.
De molen op de Drieskamp ten zuiden van de beek, was in 1728 getimmerd door Lubbert Schut. Deze is in 1749 eigenaar van 3 haardsteden, en werkt dan met 1 knecht. Deze molen wordt op 23 Febr. 1771 door zijn weduwe, Anna Veenhuyzen, voor 1300 gld. verkocht aan Marten Schut en diens vrouw Cath. Bree. Hun zoon Johannes erft deze molen, en verkoopt die
later, evenals dit met de noordelijke molen het geval was, aan de gebr. Pannekoek. In 1811 is hij echter nog eigenaar van deze molen. Dat dit bedrijf niet zo belangrijk was als de molens van de gebr. Pannekoek, blijkt wel hieruit, dat er maar 3 knechts werkten, en de jaarproductie slechts 8 á 900 riem bedroeg. Ook in 1831 behoorde de molen nog aan Joh. Schut, die de grond overigens in erfpacht had van de heer van Doorwerth. Deze grond besloeg het gedeelte tussen de twee beekarmen ten westen van de Veentjesbruggen, ter grootte van 2 ha.
De zuidelijke molen is gesloopt omstreeks 1875. Na de sloping is ter plaatse een wasserij en blekerij gebouwd, waarin George Ernst Veenendaal (05-11-1903 - 23-01-1978) zijn bedrijf had. Zo rond 1953 werd het een boerderij.

Drieskamp Heelsum

1728 Graaf van Aldenburg - molen gelegd.
1729 Lubbert Pauwel Schut - eigenaar opstal, papiermaker.
1764 Anna Veenhuysen - eigenaresse opstal, papiermaakster.
1770 Marten Pouwels Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1812 Gerrit Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1848 Baron van Brakell - eigenaar.
1869 Jan van Delden - pachter en papiermaker.
1872 (circa) molen gesloopt.
Eerste Heelsumse Papiermolen aan de Heelsumsebeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
Deze molen is bekend in 1602 maar komt op een kaart van 1639 niet meer voor. De plaats was ongeveer achter de boerderij Koninginnelaan 43. Deze informatie klopt niet met de info bij Alle molens kaart

1602 molen komt al voor op een kaart.
1611 mogelijk heeft Jellis van Zandvliedt hier gewerkt als papiermaker.
1616 molen wordt nog genoemd.
1639 molen wordt niet meer genoemd.
Tweede Heelsumse Papiermolen aan een verdwenen zijtak van de Heelsumsebeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
Deze is gesticht in 1669. In 1879 brandde de molen af en is niet herbouwd. De plaats was in de nabijheid van het huidige pand Kerkweg 31.

1669 molen gelegd
1693 Claas Jansen Pannekoek - eigenaar, pachter en papiermaker.
         (bouwt in 1709 een windpapiermolen bij de watermolen)
1719 Maria Noyen en Willem Pannekoek - eigenaren, pachters en papiermakers.
1749 Willem en Nuey Pannekoek - eigenaren water en windmolen.
  ??   Gerrit Janse Wakker - papiermakersknecht.
1749 Arnoldus Francken - papiermakersknecht.
1750 Nuey Pannekoek - eigenaar.
1770 Anna Sophia Worm - eigenaresse en papiermaakster.
1800 Nicolaas en Stephanus Johannis Pannekoek - eigenaren en papiermakers.
1806 Nicolaas Pannekoek - eigenaar.
1829 Johanna Prins - eigenaresse.
1858 Nicolaas Pannekoek - eigenaar.
1878 molen afgebrand.
Derde Heelsumse molen

Molendatabase
Zoeken alle Molens
Ten Bruggecate nummer 14725

Bij Alle molens kaart is te zien dat de eerste, tweede, en derde Heelsumse molen allen op één lokatie zijn geweest. Net te zuiden van de Kerkweg in Heelsum
Aan de Wolfhezerbeek (volgens moelndatabase) moet zijn Heelsumsebeek
gebouwd circa 1836 in 1878 verbrand
type Watervluchtmolen
aandrijving Wind- en watermolen
functie Papiermolen
lokatie net ten zuiden van de Kerkweg
Papiermolen Het Fortuin of de Fortuyn
Gelegen in Heelsum op de Eikelenkamp

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

 
. De familie Pannekoek kocht de windmolen De Fortuyn uit de Zaan en bouwt deze op in Heelsum.

De Fortuin Heelsum
bron: https://www.papiergeschiedenis.nl/de-firma-pannekoek/
De windpapiermolen de Fortuyn
De zoons van Nicolaas Pannekoek hebben hun bedrijf in 1837 uitgebreid met de aankoop van een Zaanse windmolen genaamd ‘De Fortuyn’. Het is echter niet bekend welke windmolen dit geweest is in de Zaanstreek. De Fortuyn kwam te staan op de Eikelenkamp ten zuiden van de windmolen op de Wamelse Enk. De molen werd ingericht voor de fabricage van tabaks en Kardoes papier. Ten zuiden van de molen kwamen acht arbeiders woningen te staan.
Het was voor de papierfabrikanten een moeilijke tijd, met name voor de fabrikanten van de witpapiersoorten. De reden hiervoor was een gebrek aan grondstof die in die tijd met name uit lompen bestond. Het werd nog schrijnender doordat de lompen naar het buitenland vervoerd werden waar ze meer geld op leverden. Om dit gegeven aan de kaak te stellen hebben de gezamenlijke papierfabrikanten een brief geschreven naar te tweede kamer met een verzoek om hulp

Pannekoek molen Heelsum
Op de schuur staat Pannekoek & Comp. papier fabriek
Papiermolen Pannekoek aan de Kerkweg ca 1872 afgebroken (HGR)
de windmolen aan de Eikelenkamp.
misschien dezelfde als: Papiermolen Het Fortuin of de Fortuyn

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

Na de bouw omstreeks 1840, werden reds spoedig een 8-tal arbeiderswoningen ten zuiden daarvan bijgebouwd. Deze zijn in 1899 afgebrand en toen vervangen door het huidige blok van 6 woningen (Elleboog 1-6). De windmolen is slachtoffer van de mechanisatie geworden, en daarom in 1881 gesloopt, waarbij van toen af stoom de krachtbron zou worden. Juist echter op een der Septemberdagen van dat jaar, toen de gehele nieuwe installatie in gebruik genomen zou worden, brandde het bedrijf uit. Nog hetzelfde jaar werd het echter onder leiding van de heren Pannekoek en H. Kamperdijk, welke toen eigenaren waren, geheel herbouwd. Deze stoompapierfabriek, welke in 1883 door koning Willem III bekroond werd met het koninklijke wapen, is in 1901 verbouwd en gemoderniseerd. In dit bedrijf werd de laatste jaren niet anders meer dan bankpapier gemaakt. Het bedrijf is in werking geweest tot aan de evacuatie in 1944, waarna in het voorjaar van 1945 de fabriek schutgeheel uitgebrand is. Hiermede is dan het einde van deze fabriek gekomen, in welks restanten nu een handweefstoffen-fabriek is gevestigd.
Demoed (p. 99)
papierfabriek Pannekoek Heelsum
Aan de rechterkant zichtbaar de 6 woningen (Elleboog 1-6).

molen Heelsum

Heelsum molen


Een spannende watermolen te Heelsum.
Molen Heelsum
Een leuke schoolplaat met veel artistieke vrijheid, Het beekwater stroomt naar Heelsum in plaats van naar de Nederrijn. Ga op het pad "Aan de Beek" staan, en je ziet het zo weer voor je. Helaas slechts een illussie, hier heeft nooit een molen gestaan.
Uitzoeken:
Sinds omstreeks 1600 wordt de eerste papiermolen in Heelsum gebouwd. Een goed voorbeeld doet volgen. zodat in het begin van de 18e eeuw in de directe omgeving van Heelsum reeds 4 papiermolens draaiden.
Wanneer precies de eerste papiermolen in Heelsum gebouwd is, is niet met zekerheid te zeggen. Zeker is het dat op de kaart van de heerlijkheid Doorwerth (Arch. Geld. Rekenkamer, kaart no. 259) uit 1602, reeds een „Pappier-muellen" voorkomt. Deze stond aan de zuidoost-zijde van de beek, in de weide ongeveer achter de boerderij Koninginnelaan 43. Hij stond dus op het terrein van de heerlijkheid Doorwerth, en de heer van Doorwerth zal mogelijk de eigenaar geweest zijn. Maar hieruit blijkt tevens, dat reeds vóór 1602 de papiermolen gebouwd moet zijn, en dus een der eerste papiermolens van de
Veluwe was. Wie als papiermakers de molen bewoond hebben, is niet bekend. Later is hij blijkbaar in bezit of in erfpacht bij de gebr. Pannekoek. Indien het archief van kasteel Doorwerth nog volledig ware (Veel verloren gegaan in de Franse en later de Duitse tijd.), zou vermoedelijk veel opgehelderd kunnen worden, wat thans nog duister is.
Zo verkoopt Graaf Bentinck op 9 Mei 1801 voor 11072 gld. aan de gebr. Joh. Stephanus en Nicolaas Pannekoek de grond, waarop hun papiermolens c.a. staan, in totaal 14 morgen. Het betreft hier dan het gedeelte tussen de Eikelenkamp en de Drieskamp, noordelijk van de
beek.

Volgens mededelingen van de heer H. Schut uit Heelsum , stonden in de oude papiermolen, welke in 1895 is afgebrand, de ankers 1618. Deze oude papiermolen stond eveneens aan de beek, ter plaatse waar nu nog een verval in de beek is, juist ten zuiden van de huidige fabriek van de fa. Schut. Van deze molen is dus het juiste stichtingsjaar bekend
Uitzoeken:
 Suiker- en stroopfabriek Heelsum
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Uitzoeken
Molen de Snep Heelsum
Molendatabase
In de eerste helft van de 19de eeuw was één van de vier molens die in Heelsum stonden De Snep. Bron: "Twee eeuwen Brandt en Proost", 1942. Verzameling H. van der Kaay.
In de Doorwerthse uiterwaarden
Doorwerthse Watermolen

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
molendatabase nr 13877
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 13877
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

De Doorwerthse molen werd tussen 1741 en 1756 gebouwd in opdracht van graaf Willem Bentinck, eigenaar van het kasteel Doorwerth. Hij bemaalde enkele decennia lang de Doorwerthsche Waarden op de Rijn, en staat duidelijk getekend op de kaart van Dirk Klinkenberg uit 1756. De reden voor bemaling van het water in de uiterwaard was de aanleg van het Pannerdensch Kanaal, gegraven vanaf 1701 en in 1706 kregen de IJssel en de Nederrijn veel meer water dan verwacht. Of te wel  te vaak hoog water in de Doorwerthsche Waarden.
Een windmolen met polderfunctie, of te wel om de te natte uiterwaarden in de zomerperiode droog te krijgen zodat de boeren er gebruik van konden maken

Bij HisGis in 1832 is de molen  niet neer te zien. Ook op de pré-kadasterkaart uit 1818 staat de molen er niet op.

Bron: De Oosterbeekse en Doorwerthse Beken door Ruud Schaafsma.
Bron: de kaart van Klinkenberg uit 1756.
In Oosterbeek
De molen de Hoop I, op de Molenweg, ook wel Oosterbeekse korenmolen genoemd.

Papier geschiedenis
molendatabase nr 01785 BIS A
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Molenweg Oosterbeek
watertoren en molen Molenweg Oosterbeek

De molen was eigendom van de familie Kreeftenberg.
De molen de Hoop II, op de Molenweg, ook wel Oosterbeekse korenmolen genoemd.

Papier geschiedenis
molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09045
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Bovenste Papiermolen op De Oorsprong op de Oosprongbeek, ook wel de Cruytmolen, Kruitmolen genoemd.

Sprengen Beken, geeft geen info
Papier geschiedenis
molendatabase
Molendatabase andere info
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09066
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
De Oorsprong is een gebied met gegraven sprengbeken, de Gielenbeek en de Oorsprongbeek. Die beken werden gebruikt voor de bouw van kruit- en papiermolens.

Rond 1700 werd Peter Cornelissen Licht (Ligt) genoemd als eigenaar van de molen.

Voor 1780 werd de molen gesloopt.

"Op de kaart van 1702 door G. Passavant staan bij de "Oor-spronck" twee molens vlak boven elkaar, aangegeven met één aanduiding: "cruytmolens". Later stond hier een papiermolen". Bron: "Op kracht van stromend water", Hagens 1998.

Lokatie, net ten noorden van het zwembad op de Oorsprong.

1700 (circa) Peter Cornelissen Licht (Ligt) - eigenaar opstal.
1706 Hendrik Teunissen - pachter en papiermaker.
1708 Kornelis Lubberts - pachter en papiermaker.
1722 Jan Christoffel Tulleken - eigenaar.
1733 (circa) Harmannus Ligt - pachter en papiermaker.
1739 Lubbertus Braakman - pachter en papiermaker.
1743 Jan Wolven - pachter en papiermaker.
1759 Gijsbert Tulleken - eigenaar.
voor 1780 gesloopt.
Benedenste Papiermolen op De Oorsprong op de Oorsprongbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09047
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
1695 Jan Gerrits Wacker (Munster) - molen gelegd.
  ??   Karst Jansen (van de Kamp) - pachter en papiermaker.
1706 Hendrik Teunissen - pachter en papiermaker.
1735 Johan Christoffel Tulleken - eigenaar.
1735 Derck Kempers - pachter en papiermaker.
1748 Hendrik Berentsen - pachter en papiermaker.
1755 Christina Wilhelmina Coets - eigenaresse.
1756 Lubbert Braakman - eigenaar opstal.
1758 Derk Mos - eigenaar opstal.
         (verbouwd de molen tot snuifmolen)
1768 Hartger Daniels Ligt - eigenaar opstal en papiermaker.
         (richt de molen weer als papiermolen in)
1774 Gijsbert Tulleken - eigenaar opstal.
1779 Gerrit Gerritsen - pachter en papiermaker.
1789 Jan Everwijn Tulleken - eigenaar.
1794 Egbert Takken - pachter en papiermaker.
1811 Spakler en Backer - eigenaren.
         (molen wordt gesloopt)
Suiker- en stroopfabriek op de Oorsprong

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09067
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
"Op de plaats van de gesloopte papiermolen bouwden H.J. Backer en J.C. Spakler in 1811 een beetwortelsuikerfabriek. De molen had "tien koperen Pannen, een Watermolen en een Paardemolen" en profiteerde van Napoleons Continentaal Stelsel totdat dat in 1813 verviel.
De molen beschikte naast het bovenslagrad van 7 el diameter over twee stoommachines. Later fabriceerde de fabriek alleen nog stroop uit aardappelen, voor likeurfabriekanten, nog steeds met ondermeer water- en rosaandrijving. Bronwater werd mede voor de productie gebruikt. In 1833 brandde de fabriek af, werd groter herbouwd en tevens ingericht voor de bereiding van aardappelmeel. Dagelijks werd 400 Nederlandse mud aardappels verwerkt, wel tot 60.00 mud per jaar, waarvoor 's winters 50 à 60 arbeiders werden ingezet. Na het overlijden van J. Backer in 1851 werd de fabriek in 1852 afgebroken, tot het einde toe was er waterkracht gebruikt. De waterval is nog steeds aanwezig". Bron: "Op kracht van stromend water", Hagens 1998.

In de jaren 2012-13 is er op de plek van de oude suikerfabriek een robuuste goot aangelegd om deze watermolen te symboliseren.
Papiermolen op de Hemelse Berg

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09046
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
Op het terrein van Denneoord stond voor die tijd een Korenmolen van Hooijer (vrouw Gerritsen) die door de waterkracht van de beek van de Hemelse Berg werd aangedreven.
De molen werd door de Amsterdamse bankier Fock afgebroken bij de bouw van de villa “Villa Nova”, het latere Dennenoord

molen van Hooijer Oosterbeek

1695 Cornelis Hendriks (Licht) - molen gelegd, water in pacht.
   ??   Vincent Schoonman - pachter en papiermaker.
1698 Peter van der Wall - eigenaar.
1704 Jan Bartels - pachter en papiermaker.
  ??   Harmina van der Wall - eigenaresse.
1715 Pieter van der Wall Perné - eigenaar.
1718 Hartger Cornelissen (Ligt) - pachter en papiermaker.
1720 - 1728 Daniel Hartgers (Ligt) - pachter en papiermaker.
1723 Pauwel Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1742 Gerrit Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1752 Carel Verdonk - eigenaar opstal.
1766 Hester Schut - eigenaresse opstal.
1766 Gerhardus Brouwer - papiermaker.
  ??   Paul Brouwer - eigenaar opstal, papiermaker.
1807 stilstand van de molen (later gesloopt)
Bovenste molens op Mariëndaal op de Slijpbeek of te wel de Bovenste Papiermolen

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

bj. 1634 (verdwenen)
Langs de (spreng)beken hebben zich reeds vanaf de middeleeuwen molens bevonden. Aan de niervormige vijverkom, gelegen aan de oostzijde van de oprijlaan die aansluit op de Utrechtseweg, heeft tot in de 19de eeuw een papiermolen gestaan. Later is daar een pompinstallatie op aangesloten die het water naar een reservoir op de heuvel bracht van waaruit de lager gelegen fonteinen werden bediend. Na het in onbruik geraken van de molens werden op deze plaatsen vanuit een romantische gedachte met veldkeien een kleine waterval nagebouwd. Met grote zwerfkeien is het pad dat leidt naar het watervalletje aangegeven. bron

De papiermaker Roeloff Cornelissen (Ligt) kreeg in 1694 toestemming om de papiermolenmolen te leggen. In 1838 werd de molen geveild en (in 1840?) afgebroken. En kwam hier de pompmolen van van Eck.
Slijpmolen van Mariëndaal

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase (13159)
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09042
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Mariendaal Oosterbeek
Zo ziet de lokatie er in 2016 uit.

1694 Roeloff Cornelissen (Ligt) - toestemming om molen te leggen, papiermaker.
1700 (circa) Hendrik Teunissen - papiermakersknecht.
1726 Cornelis Roelofsen - eigenaar molenopstal en papiermaker.
1742 Nicolaas Vorster - eigenaar.
1748 Mordechai Teunissen Goetink - pachter en papiermaker.
1752 W. van Wanray - papiermaker.
1767 Nicolaas Vorster - eigenaar.
1772 Gerardus Aalberse - pachter en papiermaker.
1774 Derk Willem Abraham Brantsen - eigenaar.
1775 Peter Joosten - pachter en papiermaker.
1775 Willem Engelen - eigenaar.
1791 Jacob Nicolaas van Eck - eigenaar.
1798 Sander Schut - pachter en papiermaker.
1838 molen geveild en afgebroken.
Klingelbeekse Papiermolen op de Slijpbeek, oftewel onderste, benedenste papiermolen op Mariëndaal.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase (13159)
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 02480 b
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

bj. 1859 (verdwenen)
Later kwam hier de Pompmolen van Van Eck

1694 Hartger Cornelissen Ligt - toestemming om een molen te leggen.
         (eigenaar opstal, pachter van water en grond, papiermaker)
1699 - 1706 Derck Janssen - eigenaar opstal, papiermaker.
1701 Jan Jacobs van Til - eigenaar.
  ??   Gerrit Jansen - eigenaar.
1722 Jan Pauwels Schut - eigenaar en papiermaker.
1753 Abraham Schut - eigenaar en papiermaker.
1802 Johan Hendrik Engelen - eigenaar.
1803 Abraham en Jan Pannekoek - eigenaar opstal, pachter en papiermakers.
1807 Hester Henriette Engelen en Jacob Nicolaas van Eck - eigenaresse.
1809 Jan Pannekoek - pachter en papiermaker.
1818 - 1846 Jan van Delden - pachter en papiermaker.
1819 Daniel Veenhuizen - eigenaar opstal.
1852 - 1854 molen gesloopt.


Pompmolen van Van Eck, Oosterbeek

Molendatabase
Fontein op Mariëndaal
Volmolen van klooster Mariëndaal

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09070
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
"In de 15e eeuw was de volmolen een van de vier watermolens van het klooster Mariëndaal aan de Klingelbeek. De broeders hielden drie schaapkudden, de volmolen diende voor het behandelen van de wol. Gezien de bij het volproces optredende watervervuiling moet de volmolen ergens beneden aan de beek gestaan hebben, wellicht naast De Hesch". Bron ondermeer:" Op kracht van stromend water", Hagens 1998.
Oliemolen van klooster Mariëndaal, Oosterbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 09071
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
"In de 15e eeuw was de oliemolen een van de vier watermolens van het klooster Mariëndaal aan de Klingelbeek. De exacte locatie ervan is onbekend". Bron: "Op kracht van stromend water", Hagens 1998.
Korenmolen De Hesch I aan de Slijpbeek of Sliepbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma


molen Den Hesch Oosterbeek

Korenmolen De Hesch II aan de Slijpbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe

Molen de Hes Oosterbeek
korenmolen was molen De Hes in het buurtschap Clingelbeek, Oosterbeek (Schaafsma)

De waterkorenmolen annex herberg de Hes, is genoemd naar de vele langs trekkende Hessenkarren. Het huis de Hes was in de 17e eeuw bekend als "het huys van  Hesaen Clingenbeek". De watermolen werd aangedreven door de zogenaamde Slijpbeek, welke van Mariendaal (tot welk landgoed het huis jarenlang behoorde), langs de Hesweg naar de Klingelbeek stroomde. De beek vormt de  grens tussen de gemeenten Renkum en Arnhem. In de negentiende eeuw heeft de familie Egbert Jan Gerritsen op de Hes het molenaarsbedrijf uitgeoefend. Zij werd opgevolgd door A . en H . Aalbers (1875-1890), W. en H. Hendriks (1890-  1894), E.H. van Kraaykamp (1895-1902) en G .J. Brinkman (1903-1917) . De laatste periode waren waterrad en -bedding al in verval en werd het molenwerk door een petroleummotor aangedreven. Na 1917 kwam in het molenhuis de stomerij en weverij van Aug. Cramer uit Arnhem. Ook dit bedrijf profiteerde van het snelstromende en heldere beekwater.

Laatste eigenaar was J. van Lingen uit Oosterbeek.

Een verhaal over deze molen van de Stichting Heemkunde Renkum.


Slijpmolen van Mariëndaal (09042) Oosterbeek

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma

bj. 1634 (verdwenen)

Uitzoeken
De grond, waarop Hendrik Paul Schut zijn papiermolen had, wordt met hof, de weide en veengronden en de Klaverhoek, samen groot plm. 6 morgen, 318 roeden en gelegen gedeeltelijk in het schependom Wageningen en gedeeltelijk in het schoutambt Renkum, op 6 Mei 1791 verkocht aan Neeltje en Hendrik Schut

fabrikanten, molenaars, eigenaars
Heerlijkheid Doorwerth.

De Heerlijkheid Doorwerth ontstaat in 1401 als Derck van Wisch (1345-1425) zijn kasteel aan de hertog van Gelderland geeft en zelf dan weer leenheer wordt van Doorwerth. Hij betaald de hertog belasting, doch krijgt weer terug bescherming en heerlijke rechten. Zoals tiendgeld, windrecht, jachtrecht, visrecht, tol. Windrecht wil zeggen dat een molenaar de wind mag gebruiken voor zijn molen. De grond waarop de molen werd gebouwd was in Doorwerth veelal van het kasteel. De molen zelf was soms van het kasteel, soms van de molenaar. De molenaar betaald aan de heerlijkheid, doch krijgt weer terug de verplichting van boeren en pachters dat zij hun gewas door de molenaar laten malen. Derk wordt opgevolgd door een schoonzoon.

Hendrik van Homoet (1285-1430) was gehuwd met een dochter van Van Wisch, en aldus de volgende eigenaar van de heerlijkheid.

Zijn zoon Reinald van Homoet (1410-1458) volgt zijn vader weer op. Na zijn vroege overlijden, neemt zijn tweeling broer Johan van Homoet (1410-1467) het stokje weer over.

Daarna zien we Johan van Rechteren van Voorst (1433-1485) gehuwd met een dochter van Reinald van Homoet. Johan wordt weer opgevolgde door:

Frederik van Rechteren van Voorst (1480-1535), ook weer opgevolde door zoon:

Johan van Rechteren van Voorst (1510-1548). Bij zijn overlijden zijn z'n 2 kinderen ook al overleden, de heerlijkheid wordt geerft door verdere familie:

Daem Willem Schellart van Obbendorf (1530-1603). later opgevolgd door zijn zoon:

Johan Schellart van Obbendorf (1560-1614), later opgevolgd door zijn zoon:

Daem Willem Schellart van Obbendorf (1594-1627). later opgevolgd door zijn zoon:

Johan Albrecht Schellart van Obbendorf (1619-1676). Johan gaat failliet en dan komt Doorwerth in 1667 in handen van de hypotheekgever:

Anton I rijksgraaf von Aldenburg (1633-1680), Eerst na de Vrede van Nijmegen in 1778, kan Von Aldenburg ook de Doorwerth zelf bezoeken. Von Aldenburg koopt meerdere niet van hem zijnde landerijen en gronden, en breidt daarmee het gebied van de Heerlijkheid uit.

Zijn zoon, Anton II Rijksgraaf von Aldenburg (1681-1738), geboren na het overlijden van z'n vader, neemt later het beheer over. Hij is het die in 1728 de middelste beek, de Nieuwe of Papiermolenbeek, laat aanleggen, om daarmee een viertal molens  kunnen laten bouwen. de 2 molens op de Kabeljauw en de 2 molens Drieskamp.

Zijn dochter, Charlotte Sophie gravin van Aldenburg (1715-1800), huwt in 1733 met Willem graaf Bentinck (1704-1774). Na een scheiding van tafel en bed in 1740 blijft Doorwerth betwist tot een proces tegen haar oudste kleinzoon, Willem Gustaaf Frederik, waarbij het bezit van Huis Doorwerth de inzet was. In 1795 werd zij door de rechter in het gelijk gesteld. Na haar overlijden in 1800 vervalt Doorwerth aan een andere kleinzoon:
William graaf van Aldenburg Bentinck (1764-1813) gehuwd met Lady Francis Pierrepont.
Na zijn overlijden vervalt de heerlijkheid Doorwerth aan zoon:

George William Pierrepont graaf van Aldenburg Bentinck ( 1803- 1886)  Deze was toen slechts 10 jaar oud!. George W.P. Aldenburg Bentinck, gaf het bezit over aan zijn jongere broer:

Charles graaf van Aldenburg Bentinck (1810-1891),

Charles verkoopt het kasteel in 1837 aan Jacob Adriaan Prosper van Brakell, waarvan gezinsleden er dan tot 1880 blijven wonen.

Willem graaf Bentinck (1704-1774) was een aanhager van de stadhouder Willem V en vluchtte met de prins op zondag 18 januari 1795 naar Engeland. De meeste Bentincks zijn in Engeland blijven wonen

De Heerlijke Rechten waaronder het wind- en waterrecht (oa watermolens) vervallen in 1795 met de komst van de Fransen vanwege liberté, égalité, fraternité. Alle Nederlanders worden dus gelijk. Geen windrecht meer, de molenaars hoeven daar niet meer voor te betalen. De Bentincks blijven wel eigenaar van vrijwel de gehele gemeente Doorwerth, en verdienen wel aan de pacht en opbrengsten van houtverkoop en dergelijke.
Beuker

De familie Pannekoek. Reeds zeer vroeg wordt dit geslacht zowel in Renkum als in Heelsum, genoemd. Het is dan ook aan deze familie te danken, dat het rond Heelsums kerkje vol Pannekoeken ligt.
Claas of Nicolaas Pannekoek was grondlegger vanaf 1815 van het
bedrijf. Uit zijn huwelijk met Maria Noyen of Nuyen of Johanna Prins, zijn 6 zoons en 2 dochters geboren, t.w. Jacobus, Willem, Abraham, Neuy, Jan en Anthonie, en de dochters Neleken en Maria. Neuy, Stephanus Johannes, en Nicolaas gaan verder in de papiermolens rond Renkum en Heelsum.
Nicolaas Pannekoek is blijkbaar verongelukt, want in de zomer van 1726 verdronk hij, en werd op 26 Juli begraven. Na het overlijden van zijn vader zet Nicolaas samen met zijn broer Stephanus Johannes en zijn moeder het bedrijf op de Heelsumse molen voort. Nicolaas zette op den duur het bedrijf alleen voort. Nadat in 1748 ook zijn vrouw overleden was, vond op 22 Maart 1749 magescheid plaats. De toen nog ongehuwde broers Willem en Neuy, kopen dan uit de nalatenschap al de ongerede goederen, en betalen aan hun broers en zusters diens porties uit. Dat hun bezit niet gering was, moge wel blijken uit het feit, dat zij voor die 6 porties gezamenlijk 22226 gld. uitbetaalden.
Het bezit van de Pannekoeken bestond toen uit :
le. de papiermolen genaamd de Kabeljauw ;
2e. huis en hof in Heelsum, omringd door grond van Doorwerth ;
3e. een schaar weide in het Heelsumse broek;
4e. een windmolen en een watermolen, beiden met deszelfs getimmerte,
staande op de grond van de heer van Doorwerth.
De broers Willem en Neuy hebben het blijkbaar nogal met elkaar kunnen vinden, want nog datzelfde jaar - 7 Juli - maken zij zich elkaars universele erfgenaam. Volgens de lijsten of cedulen van de huizen en personen, enz. opgemaakt in 1749, was de situatie van hen zo, dat zij op Renkums gebied 2 morgen grond in bezit hadden, waarop 3 haardsteden, terwijl 3 knechts op de aldaar staande windmolen hun werk vonden. Onder Doorwerth hadden zij
de molen „de Kabeljauw" in eigendom.
Blijkbaar reeds spoedig is Neuy Pannekoek (1702-1778) getrouwd, en wel met Anna Sophia Worm (1722-1800), uit welk huwelijk hun zonen Nicolaas (1759-1829) en Johannes Stephanus geboren werden. Het zijn vooral deze Pannekoeken, die een bloei-periode in de papiermakerij beleefden, zodat het bezit steeds uitbreidde. Want als Nicolaas in 1829 sterft, laat hij aan zijn kinderen behalve een groot kapitaal, nog 27 ha grond (22 ha op Renkums en
5 ha op Doorwerths gebied) na, waarop 4 papiermolens. Deze Nicolaas was gehuwd met Johanna Prins (1774-1853), uit welk huwelijk de broers Neuy (1803-'77) en Nicolaas (1813-'75) geboren werden. Het zijn deze broers, die tenslotte de aftakeling van bedrijf en bezit medemaken. Bij hun dood is er van de oude glorie der Pannekoeken vrijwel niets meer over dan een paar oude, aftandse molens.
Het huis Heidestein, Utrechtseweg 67 Heelsum, ooit een onderdeel van het Heelsumse landgoed Avondrust. Het landgoed 'Heidestein' is ontstaan uit het voormalige domeinbezit dat in 1810 in erfpacht is uitgegeven aan de heer Van Kesteren uit Renkum. Hij was rentmeester van de Doorwerth. Het huis Heidestein, is rond 1817 gebouwd door de weduwe van Stephanus Johannes Pannekoek. Haar nieuwe echtgenoot was de de heer van Kesteren.

Op zijn wandelingen over de Veluwe (1839-1845) heeft ds. Ottho Heldring ook Heelsum bezocht en vertelt daarbij ook wat over de papiermolens. Heelsum binnenkomende zegt hij : „ik zag hier meer dan 30 nette woningen van arbeiders, die allen hun brood winnen met de arbeid op de papierfabriek van de gebr. Pannekoek, welke voor een groot gedeelte door dezelfde beken gedreven wordt, die Wolfhees een zoo lachend aanzien geven. Het fijnste soort schrijf-, post- en drukpapier wordt hier door de zelfde beek, die ginds de eiken voedt, uit ruwe lompen bewerkt. Wij vertoefden met lust in die werkplaatsen der nijverheid, en verheugden ons over de grote volmaaktheid, welke deze kunst van Nederlandse bodem, ook hier bezit. Wij gaven gaarne een geschenk aan de arbeiders die ons het werk hadden laten zien, toen een hunner ons zeide, dat al het geld, hetwelk zij langs deze weg ontvingen, niet bestemd was om zwelgende verkwist te worden in sterke dranken, maar besteed werd om een fonds te stijven, waartoe alle arbeiders der fabriek een wekelijkse bijdrage leverden, van 3 tot 5% van hunne inkomsten, om daaruit in alle onkosten van ziekte te kunnen voorzien, en aan elken arbeider een bijdrage te geven tot de begrafeniskosten der zijnen. Wel degenen, die zó zorgen, dat hunne onderhorigen nimmer tot armoede kunnen vallen-. Het bovenstaande is mede interessant voor de kennis van de sociale toestanden onder de arbeiders
Sanders
molen Sanders
De familie Schut.
De eerst bekende Schut is Jan Daniels Schut, die op 7 Juni 1710 de papiermolen „de Veentjes" koopt. Verder kan genoemd worden Gerrit Aart, welke op 22 Maart 1721 in de kerk van Renkum huwde met Gerritje Vosselman uit Rosendaal. Op 23 Nov. 1730 werd in het Heelsumse lidmatenboek ingeschreven Anna Veenhuizen uit Vaassen, welke op 6 Febr. van dat jaar gehuwd was met Lubbert Schut, papiermaker te Heelsum. Een jaar later wordt Jannetje Schut uit Beekbergen ingeschreven. Het is omstreeks deze jaren, dat trouwens vele namen ingeschreven worden van mensen, welke meest uit Vaassen blijken te komen, en allen papiermakers zijn. Lubbert Schut was niet zo'n groot papiermaker als de gebr. Pannekoek. Blijkens de een lijst van 1749 had hij slechts 1 knecht, en bezat hij ruim 1 schepel grond, waarop 3 haardsteden stonden. Hij was eigenaar van een der molens op de Drieskamp. Uit het huwelijk van zijn neef Maarten met Geertruy van den Wiltenburg, wordt op 23 Maart 1760 een zoon Paul geboren. Nadat aan het huwelijk van deze met Annigje van Romselen in 1795 een einde kwam door haar dood, hertrouwde hij twee jaar later met Willemina Labots, uit welk huwelijk een zoon Maarten geboren werd. Na de dood van Paul Schut (pl.m. 1825), zette diens weduwe het bedrijf voort, en werd als zodanig als eigenaresse in 1831 genoemd. Enkele jaren later neemt na haar overlijden haar zoon Maarten het bedrijf over en wordt in 1855 nog als zodanig genoemd.
In de tweede helft van de vorige eeuw beheert Maarten's zoon Gerrits) het bedrijf, totdat hij in 1894 behalve van de molen, ook eigenaar wordt van de grond en het water.

Papier Heelsum
Schut Heelsumpersoneel papierfabriek Schut rond 1916, bron Historisch-Genootschap-Redichem
Enkele Renkumse beken
Op oude ansichten is te zien dat de Renkumsebeken veel water bevatten. Daarom kwamen er ook al die watermolens. Niet alleen veel water, maar ook schoonwater.

Veel water wordt al snel minder als na 1920 de ENKA fabriek in Ede op grote diepte 12.000 kubieke meter water per dag (toen voldoende voor een middelgrote stad)  ging oppompen. Degrondwaterstand daalde sterk,
Het pompstation La Cabine werd in 1908 aan de Amsterdamseweg opgeleverd voor de Arnhemsche Waterleiding-Maatschappij. Rond 1955 werd er een tweede pompstation toegevoegd. In 1980 was er een verdere uitbreiding. In 2018 was er een verdere uitbreiding.
In 2012 wordt er 10 miljoen m3 grondwater gewonnen. Daardoor is er aanzienlijk minder grondwater in het stroomgebied van de Heelsumse beken.
De Halveradsbeek, een andere naam is de Afgebrande beek. De naam komt van de molen die op deze beek functioneerde (de molen van Boekelman). Deze had een middenslagrad, ook wel halfslagrad genoemd.
Over de Renkumse of de Hartense beek zelf, is verder weinig bekend.Het enige wat wij van het beloop van deze beek uit de vorige eeuw weten, is, dat in de vergadering van 16 Juni 1853 van de markmeesters te Renkum medegedeeld wordt, dat door de eigenaar van de Kortenburg (dhr. Koopmans uit Amsterdam) ten behoeve van de molen van A. Berends, het water van de Kortenburgse of Verbrande beek op de Renkumse beek is gebracht, en dat er daardoor nu zoveel water in is, dat als de sluis in de Mijntsteeg (Veerweg) om het hoge buitenwater moet worden gesloten, dan de bij de molen bestaande kistdam of overlaat te klein is, en dat dan daardoor de wal van de beek stukloopt. Uit Demoed pagina 211.
De Hartensebeek, te Renkum, werd oa gebruikt door de bierbrouwerij de Bok, toen er nog schoon water in zat. De latere benaming van deze beek, de chloorbeek, maakt wel duidelijk dat er geen bier meer van gemaakt kan worden.

De Heelsumsebeek in Heelsum Heelsumsebeek Heelsum
De naam Molenbeek (in het Renkums beekdal) geeft al aan dat langs de beek diverse molens hebben gestaan. De enige nu aanwezige molen is het restant van de Quadenoordse molen. Deze dateert van 1703 eerst als papiermolen later als korenmolen. Verder benedenstrooms stonden de afgebrande molen, Hartense papiermolen, Hartense korenmolen en  papiermolen 'de Nieuwe Molen'. Het water werd gebruikt door de papierfabriek van Van Gelder. Later werd het water nog gebruikt als suppletiewater voor de bluswateropslag voor de Parenco papierfabriek. Helaas staat de beek veel te vaak droog. De voeding door kwelwater is verloren gegaan door de daling van de grondwaterstand. Dit komt door de ontrekking van water door het pompstation La Cabine aan de Amsterdamseweg, ter hoogte van het restaurant de Leeren Doedel te Arnhem. La Cabine is gebouwd in 1908. In 1952 werd er een tweede pomstation aan toegevoegd.
De verste sprengenkoppen van de Molenbeek liggen vlak ten zuiden van de A12. Ten noorden van de A12 is het beekdal te volgen tot aan de Amsterdamsestraatweg. Wat verder naar het noorden loopt een beekje, door twee bosvijvers, over landbouwgebied de Hindekamp naar de Kreelse Plas. Eens hoorde dit hele traject bij de Molenbeek. De Molenbeek is, na verval, helemaal opgeknapt in 2003.

Molenbeek bij Quadenoord
Molenbeek opname Arnhemse Courant 2-6-1928
De Slijpbeek of Sliepbeek Klingelbeek of Mariëndaalse Beek) in Oosterbeek - Arnhem



BAG: https://bagviewer.kadaster.nl

HisGis

IVN 10 molens in het Heelsumsbeekdal pdf

Papiergeschiedenis: De papiermolens in de omgeving van Renkum en Heelsum

Molendatabase

Ten Bruggecate nummer

Nikkels (klik op de naam van het dorp)

alle molens kaart

Renkumse beken van Sprengen en Beken

Heelsumse beken van Sprengen en Beken

Oosterbeekse beken van Sprengen en Beken

Alle molens kaart

De Hollandse Molen
Burgsteijn, Piet, Schoutambt en Heerlijkheid, 2004, nr 1. Stichting Heemkunde Renkum.

Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997.

-Demoed, E.J., Van een groene zoom aan een vaal kleed. Zijnde de geschiedenis van de westelijke Veluwezoom (gemeente Renkum). Oosterbeek (Adremo), 1953.

Hagens Herman, Op kracht van stromend water: negen eeuwen watermolens op de Veluwe, 1998. Hengelo, Uitgeverij Smit N, p.p. 478‐493.

Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe, Waterschap Vallei en Eem, februari 2003, p.21.

Schaafsma, Ruud; De Renkumse en Heelsumse beekdalen. Een cultuurhistorische wandelgids. Matrijs 2012

Schaafsma, Ruud: De Oosterbeekse en Doorwerthse beken. Een cultuurhistorische wandelgids, Matrijs 2010

Voorn, H.; Papiermolens in Gelderland, Overijssel en Limburg.1985


slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres: