Musea in het kasteel Doorwerth Hans Braakhuis
laatste update: februari 2019
home
F.A. Hoefer. Na het overlijden van de weduwe van Brakell in 1878 kwam kasteel Doorwerth leeg te staan. De van Brakell's waren de laatste particuliere eigenaren van het kasteel. Scheffer (van de Duno) kocht in 1908 het Kasteel en omgeving. Het was hem te doen om de uiterwaarden van het kasteel, meer plek voor de koeien van z'n NV Modelboerderij Huis ter Aa. Het was de heer F.A. Hoefer, die het met de ondergang bedreigde kasteel uit eigen middelen van Scheffer aankocht in 1909. Daarmee sloeg hij twee vliegen in een klap. Het kasteel werd gered voor verder verval. En het kasteel Doorwerth kon geschikt gemaakt worden als museum. Hoefer had zelf een behoorlijke verzameling militaria en oude wapens. Hoefer schonk het kasteel daarna aan de Vereniging de Doorwerth. Deze Vereniging  is door Hoefer opgericht in 1909  met het doel het kasteel te herstellen. (Bulletin KNOB, pagina 155). Een Vereniging die nog steeds bestaat. Het was de Vereniging de Doorwerth die de gelden voor het grote onderhoud bijeen verzamelde en zo kon in 1913 Kasteel Doorwerth open als kasteel- en leger-museum.
Kasteel Doorwerth is Nederlands eerste kasteel dat open gaat als museum.

1913
Na de renovatie in 1913 is het Kasteel Doorwerth zelf een museum.

De grote Ridderzaal in het kasteel, de slotkapel en drie andere zalen werden aan de Commanderij Nederland van de Johanniter Orde afgestaan, onder de voorwaarde, dat de Commanderij de restauratie hiervan van deze zalen op zich zou nemen en de vertrekken voor het publiek ter bezichtiging zal stellen. Dat is destijds zo gebeurd en de restauratie van deze ruimten is door Joseph Cuypers (van het bureau Pierre Cuypers) gedaan.

Daarnaast kwam er een "Gelders Historisch Museum" of "Gelders Oudheidkundig Museum". Naast de geschiedenis over het kasteel Doorwerth zelf, was er ook aandacht voor in de buurt opgegraven, gevonden voorwerpen, zoals urnen, scherven, pottenbakkersresten. Deels van de pottenbakkerij die rond 1744 nog tegen de stuwwal stond.

En het het Nederlandsch Artillerie Museum (zie hieronder) gaat open.

Hierdoor is in 1913 vrijwel het gehele Kasteel te bezichtigen en is Kasteel Doorwerth het eerste Nederlandse kasteel dat als museum te bezoeken is.
Van Nederlandsch Artillerie Museum naar Nationaal Militair Museum.

1913 - 1940
In 1913 opende in het kasteel het Nederlandsch Artillerie Museum. Hier een foto uit 1913 van de inrichting. De opening is gedaan door de Prins der Nederlanden: Hendrik. In 1923 werd het museum officieel erkend en kreeg het de naam "Het Nederlandsch Legermuseum". In 1928 was er een samenvoeging tot het "Nederlandsch Legermuseum".
De verzamelingen waren afkomstig van de heer Hoeffer zelf, de artillerie inrichtingen aan de Hembrug en  Delft, de Kon. Militaire Academie uit Breda. In de stallen van het Kasteel werd oud geschut van grote afmeting opgesteld, terwijl in verschillende vertrekken van het kasteel, die merendeels genoemd zijn naar vorsten uit het Oranjehuis, kleinere wapens zijn ten toon gesteld. In 1939 krijgt het museum een nieuwe naam: "Het Nederlandsch Legermuseum Generaal Hoefer", waarmee de oprichter die een jaar eerder overleed, werd vernoemd. Begin 1940 werd besloten het museum te verhuizen naar Leiden. In 1941 ging er een gedeelte van de inventaris naar Leiden. Vanaf september 1944 werd het kasteel bezet door een Duitse SS divisie. De wederzijdse beschietingen (Driel was reeds bevrijd gebied) heeft het kasteel totaal verwoest. De bronzen kanonnen werden vanaf 1943 gevorderd door de bezetter, en de rest is geroofd, verbrand. Zo'n 30 bronzen kanonnen werden na afloop van de oorlog, vervoerklaar, op een trein, in Groningen terug gevonden. Het nieuwe onderkomen van het Legermuseum in het Pesthuis te Leiden gaat open in 1949. Later komt er een dependance in Delft. Vanaf 1986 tot 2013 verblijft het Legermuseum Delft in het Armamentarium. Vanaf 2014 gaat het museum verder als het Nationaal Militair Museum in Soesterberg.   
Gelders Historisch Museum
De collectie van het Gelders Historisch Museum op het kasteel Doorwerth is tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.

Airborne Museum

1949 - 1979

De voormalige paardenstal, tegenwoordig “De Zalmen”, werd na de WWII als eerste gerestaureerd op het terrein van kasteel Doorwerth. Een relatief eenvoudige restauratie met veel nieuwbouw.
De voormalige paardenstallen van het kasteel worden rond 1960 nogmaals gerestaureerd. Dit keer in de stijl van de prent van De Beyer, de prent. Tijdens deze restauratie is de paardenstal ontoegankelijk en exposeerde het Airbornemuseum in de ridderzaal van het kasteel.
Als de slotbewaarder R.G, Branderhorst na de zomer in 1945 terug komt op het Kasteel Doorwerth, begint hij met het verzamelen van het achtergebleven oorlogstuig. Branderhorst was voor de oorlog naast slotbewaarder ook de beheerder van het Legermuseum. Geholpen door de lokale politie, die al veel ingeleverd en gevonden oorlogsmateriaal opgeslagen had en de Vereniging de Doorwerth. Het is me niet duidelijk of de Stichting Heemkunde/Museum Veluwezoom ook bijgedragen heeft. Op 6 augustus 1949 begint het Airborne Museum in een houten Duitse leger barak (op het binnenterrein) van het Kasteel. In de eerste maand van opening werden al 2000 bezoekers geteld. In augustus 1950 kon men verhuizen naar het tegenwoordige Kasteelcafť de Zalmen. In 1979 vertrok het Airborne Museum naar voormalig Hotel Hartenstein in Oosterbeek.
Nederlands Jachtmuseum.

1973 - heden

Begin van het Jacht Museum op Doorwerth
In 1968 wordt de Stichting Nederlands Jachtmuseum opgericht. Na het gereed komen van de restauratie van de Zuidvleugel in 1973, begint men met het inrichten van het Nederlands Jachtmuseum, in de gehele Zuidvleugel. De officiŽle opening is in 1974.
Rondom 1993 heeft het Nederlands Jachtmuseum een herinrichting gerealiseerd.
In 2005 is er opnieuw een herinrichting. De 9 zalen in de zuidvleugel worden gedeeld met de Bosbouwcollectie en het Kasteel Museum.

Anderen namen: Museum voor Natuur en Wildbeheer.
OfficiŽle heropening van het kasteel als museum na de WWII.

1986
Eerst in 1986 opent Prinses Juliana het Kasteel formeel. Dan zijn zes verschillende ingerichte stijlkamers waaronder de Ridderzaal weer ingericht en kan de bezoeker zelf vrijwel het gehele kasteel bezichtigen. Middels informatieborden kan de bezoeker lezen wat er in een ruimte te doen was.
Museum Veluwezoom.

1994 - heden

Omstreeks 1840 groepeerde zich om Oosterbeek een aantal kunstenaars die aangetrokken door het fraaie landschap, graag werkte in de vrije natuur “en plein air”, naar voorbeeld van het Franse dorp Barbizon. Zo ontstond de eerste Nederlandse kunstenaarskolonie (Ī1840-1870) rond de charismatische schilder J.W. Bilders.
Een aantal van deze schilders maakte later naam als Haagse School. Een latere groepering rond Th. de Bock richtte in Renkum de kunstvereniging Pictura Veluvensis op (1902-1935). De hieraan verbonden kunstenaars werkten hier graag in de natuur, maar hun keuze was al minder daaraan gebonden.

In het kasteel gaat in 1913 het Legermuseum open, de Johanniter Orde begint er en later komt er ook een afdeling van een Gelders Veluwezoom. Zo worden bijvoorbeeld potten en scherven uit de Romeinse tijd tentoongesteld die gevonden zijn bij Huis ter Aa, Heveadorp. Daar was een doorwaadbare oversteekplaats.

Veel werken zijn tijdens de oorlogshandelingen in 1944 verwoest. Het gemeentehuis brandde volledig af en ook bij particulieren moet veel verloren zijn gegaan. Na de oorlog ontstond er weer een bescheiden verzameling in het gemeentehuis. Behalve ambtenaren was ook de Stichting voor Heemkunde Renkum betrokken. Het beheer van de collectie werd aan een werkgroep van ambtenaren en leden van Heemkunde toevertrouwd. Betrokkenheid bij de restauratie van het verwoeste kasteel Doorwerth bezorgde de groep daar expositieruimte In 1994 ging de werkgroep zelfstandig verder als Stichting Museum Veluwezoom De collectie bestond toen uit ongeveer 150 werken, hoofdzakelijk van landschappelijke aard. Per 1-1-1995 wordt het  Museum Veluwezoom een eigen stichting en gaat zelfstandig verder, naast de Stichting voor Heemkunde. Het eerste bestuur van de Stichting  bestaat uit: mr. M. Hartgers, voorzitter; dr. H.J. Leloux, secretaris; D. Huisman, penningmeester; mevr. A. de Kluis, 2de secretaris, en de leden ir. J.W. Kneppelhout, C. Meijer, mevr. H. Teerink-van der Woerd en D. van Veelen.
De meeste werken in de collectie van Museum Veluwezoom behoren tot de categorie Oosterbeekse School dan wel zijn vervaardigd door leden van Pictura Veluvensis. Daarnaast omvat de collectie ook een groot aantal werken van kunstenaars uit de negentiende en twintigste eeuw, die hebben gewoond en gewerkt in het gedeelte van de Veluwezoom, dat gelegen is tussen Arnhem en Wageningen met nadruk op de Gemeente Renkum. Hierbij valt te denken aan A. Markus, P. Mostert, C.J.L. Cool - van Oosten Slingeland, J. Wittenberg en vele anderen.

Naast grafisch werk zijn ook een aantal andere objecten in de collectie opgenomen. Dit betreft onder meer plastieken (J. Bakker), edelsmeedwerk (F. Zwollo Jr.) en emailles (G.L. Teerink - van den Woerd).

Museum Veluwezoom.  In het kasteel heeft men 3 zalen ter beschikking, boven de ridderzaal en boven de bed- en eetkamer.

Museum Veluwezoon Doorwerth

In 1945 blijkt dat het Streekmuseum „Veluwezoom" in Velp, door oorlogshandelingen, zwaar beschadigd is. De gehele waardevolle inhoud ging verloren met uitzondering van enige vitrines met een deel van de geologische collectie. Deze zijn later opgeborgen in een schoolgebouw en daar na de bevrijding met inhoud en al gestolen. Nog eens na kijken of de naam Museum Veluwezoom in Velp daarmee ook gestopt is.
Nationale Bosbouwcollectie

2006 - heden
Vanaf 2006 is er in het Kasteel ruimte voor de Nationale Bosbouwcollectie. Samengesteld uit materiaal van de Koninklijke Nederlandse Bosbouw Vereniging en Kasteel Groeneveld.
Andere namen: Het Bosbouw museum
Overig    Sinds 2006 heeft Kasteel Doorwerth enkele archieven van het Bureau voor Architectuur en Stedebouw Cramer-Riemersma-Godthelp en het instituut De Dorschkamp (waaronder een fotocollectie met werk van oa. de fotograaf Johan Weg). Niet toegankelijk.