Enkele Renkumse oorlogsslachtoffers, oorlogshelden
en bijzondere overleveraars.
Hans Braakhuis

laatste update: maart 2020
In de gemeente waar de Slag bij Arnhem, is uitgevochten, is er weinig te vinden over de slachtoffers. De slachtoffers zijn te verdelen in twee groepen: millitairen en burgers.
De meeste millitairen liggen begraven op het Airbornekerkhof in Oosterbeek en de Commonwealth War Graves Foundation
 heeft een database met de namen van de personen die op het Airbornekerkhof begraven liggen. Er zijn ook millitairen begraven op andere begraafplaatsen in de gemeente Renkum.
Er is in de gemeente Renkum naast de aandacht op 4 mei weinig te vinden over de de burgerslachtoffers,

De gemeemte Nijmegen heeft opzet van een database uit Venlo mogen gebruiken en geeft op die manier een digitale aandacht aan de vele Nijmeegese slachtoffers. Omdat je op de Nijmeegse webite kunt zoeken, kwam ik daar Willem Hanegraaf  tegen. Woonachtig geweest Kerkstraat 51 te Renkum.

De gemeente Wageningen heeft de website: Wageningen 1940-1945. Kijk je op hier dan zie je bijvoorbeeld Francina Margaretha Böhmer. Ze is geboren in Renkum, woonachtig geweest in Wageningen. Daar overleden en begraven. Hieronder is ze uitvoeriger beschreven. Voor mij was deze site de aanleiding om zelf ook eens onderzoek te doen.

Op 4 en 5 mei herdenken we in Nederland onze vrijheid. We danken die vrijheid aan militairen, oorlogsslachtoffers, het verzet, de binnenlandse strijdkrachten en de vele overleveraars, soms hebben ze een naam: veteraan. Anderen zijn gewoon verder gegaan. Mensen uit het verzet vertelden veelal niets meer, en enkele verzetsverhalen van na de oorlog mag je met een korrel zout nemen. Overlevende oorlogsslachtoffers vertelden ook niet veel. Een kenmerk van PTST slachtoffers. Het ‘troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne, heeft eerst in 1992 verteld over haar oorlogservaringen. Het woord troostmeisje bestond voor 1992 niet eens.
Een Jan Peelen is niet overleden, een Dirkje van der Weijden is niet overleden.Als deze personen geen millitaire Willemsorde of een Yad Vashem hadden gekregen hadder we nooit hun verhaal kunnen opzoeken.

Eerst een omschrijving van burgerslachtoffers. Bedoel dan de personen die in de gemeente Renkum zijn geboren, overleden, er gewoont of gewerkt hebben in de periode 1940 - 1945.

In september 2018 ben ik begonnen met het zoekwerk. En ik wilde ook zelf het wiel uitvinden. Eigenlijk is nog steeds niet duidelijk waar m'n zoektocht eindigt.

De gemaakte Excel-file wil ik tzt nog wel publiceren. Op dit moment (januari 2020) worden daar 428 namen genoemd, veelal burgers, soms militairen op een burgerbegraafplaats begraven.

Het eind is nog niet in zicht, een leuke zoektocht, veel van geleerd, maar komt het ooit af. Alleen kan ik dat niet. Er verschijnen nieuwe (dag)boeken. Fouten op andere websites worden verwijdert en nieuwe namen worden genoemd. Onderaan deze pagina een lijst met de meest gebruikte websites en boeken.

Hulp gevraagd.

Het maken van een website zoals die in Wageningen of Nijmegen kan ik niet zelf.

In 2018 kon de gemeente Renkum geld inzetten voor de herdenking van 75 jaar Market Garden in 2019.. Helaas, m'n zoektocht naar burgerslachtoffers had waarschijnlijk niets te maken met Market Garden.
Het Airbornemuseum geeft met name aandacht aan de millitaire operaties, de millitaire slachtoffers, en de inzet van burgers rond Market Garden. Een beperkt budget maakt dat prioriteiten gesteld moeten worden.
  Het Airbornemuseum heeft geen lijst met de namen van de 1000 slachtoffers zoals men die vermeld in
bron: Airborne Museum Oosterbeek
een 2018 tv-spot op Omroep Gelderland.

Als u me wilt helpen met het nakijken van de vele namen in m'n database, graag!. U kunt een excelfile krijgen met bijvoorbeeld alleen de Joodse en of SHOAH slachtoffers. Op dit moment staan daar 77 namen in.
Zo zoek ik alle namen van de slachtoffers van het bombardement op Wolfheze op 17 september 1944. Dat zouden er 87 zijn, uiteindelijk liggen er vermoedelijk 96 begraven.

Zo zoek ik de namen van de personen die het het Oosterbeekse verzamelgraf op de begraafplaats Zuid zijn begraven. Of er worden herdacht.

Zo zoek ik de namen van de erkende OGS graven op de Renkumse begraafplaatsen. Velen zijn nu wel bekend, maar m'n overzicht zal vast niet compleet zijn.

Slachtoffers in het Nederlands Indië. Ken er zo 22, maar of het klopt?

Wilt u helpen, in het corona tijdperk kan er veel via de mail:
 


De zoektocht.

Het bewandelen van de weg is leuker dan het doel. Dit omdat je onderweg allerlei zaken tegenkomt die je vooraf niet bedacht had.

Begon met de gegevens van de OGS, te vergelijken met de namen op verschillende plaquettes. Tijdens het zoeken en vergelijken kom je er achter dat er in een database van het OGS wel gezocht kan worden met trefwoorden, zoals de namen van de 6 dorpen, maar dat je dan niet compleet bent.

Een voorbeeld: De heer Henri Charles Munter is geboren in Meester Cornelis, NOI en gefusilleerd in Arnhem. Hij was de directeur van de Heveafabrieken en werd geëxecuteerd. Met trefwoorden van de dorpsnamen kun je zoeken op geboorte- of overlijdensplaats. Dan kom je hem in de database van OGS niet tegen. Hij is niet geboren of overleden in de gemeente Renkum. Hij staat wel vermeld op de plaquette in Heveadorp.

Een voorbeeld, de Joodse Renkummers. Er is op de toren van het gemeentehuis een plaquette ter nagedachtenis aan de bekende en onbekende Joodse slachtoffers van de Gemeente Renkum uit WOII. Deze plaquette werd op 4 mei 2011 onthuld door de Stichting Heemkunde Renkum. Er staan 28 namen op. Het nadeel van een plaquette is, dat het moeilijk zal zijn om namen toe te voegen. Kijk je bij de database van Joods Monument dan zie je 39 namen. Kijk je Yad Vasem, dan zie je 42 personen. Met deze drie overzichten kom je dan op 78 verschillende personen. (stand van zaken december 2018)

Joodse slachtoffers kunnen gevonden worden via de Wageningense en Arnhemse synagogen en of begraafplaatsen, zoals de Sandberg in Arnhem
Eigenlijk moet je dan alle overlijdensregisters van alle Nederlandse gemeenten nakijken, op personen, geboren in het Renkumse of zij die daar in de periode 1940-45 zijn overleden.
Wanneer is men een oorlogsslachtoffer?

Oorlogsgraven Stichting

Oorlogsslachtoffers zijn te onderscheiden in gesneuvelde Nederlandse militairen, de omgekomen verzetsstrijders, de niet uit de concentratiekampen teruggekeerde Joodse inwoners, afgevoerde homo's, zigeuners en andere Nederlanders, de omgekomen geallieerde militairen, de mensen die om het leven kwamen tijdens de strijd in Azië. In een andere categorie slachtoffers vallen de slachtoffers van bombardementen en beschietingen. De gewone burgers, die zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevonden. Duitse of andere nationaliteiten die in de gemeente Renkum woonden, logeerden, ondergedoken zaten, worden ook genoemd. Onderduikers trokken van hot naar her. Een voorbeeld is de bekende Duitse fotograaf Erich Salomon. Met zijn familie ondergedoken geweest in Heelsum. Erich Salomon is opgepakt in Den Haag. Waar zijn echtgenote is opgepakt, is onduidelijk gebleven. Niet in Den Haag, vermoedelijk ook niet in Heelsum of Wolfheze. Maar beiden zijn wel samen, op dezelfde dag in hetzelfde vernietigingskamp vermoord.

Bij de OGS staan ook slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog geregistreerd. Twee personen hebben daardoor de database gehaald. Bij het zoeken naar oorlogslachtoffers, komen de  namen van hen die in de Indonesische vrijheidsoorlog zijn gestorven, te voorschijn. Wel oorlogsslachtoffer, dus die namen worden ook genoemd. Het blijkt moeilijk om te definieren of iemand ten gevolge van de oorlog is omgekomen, of op een natuurlijke wijze is overleden!. Xeno Münninghof is daarvan een voorbeeld. Hij ontbreekt bij vrijwel alle overzichten. Maar in de gemeente Barneveld en op een particuliere site wordt wel vermeld dat de oorlogsituatie een duidelijke invloed op zijn ziekte gehad heeft. Zie de links hieronder, bij zijn naam.
Een nette definitie van oorlogsslachtoffers komt van het Rode Kruis; Men heeft het dan over de provincie Gelderland waar het Rode Kruis 300.000 van de 900.000 inwoners aanmerkt als oorlogsslachtoffer. Ze hebben niet meer dan de kleren die ze dragen. Volgens het Rode Kruis was de provincie Gelderland het zwaarst getroffen in de WWII. Dat begint al met de inval op 10 mei 1940 rond de Grebbeberg, En met de bevrijding van 1944 tot 1945. Dat begin op 22 februari 1944 als niet alleen Nijmegen, maar ook Arnhem  bij vergissing door de Amerikanen wordt gebombardeerd. Daarna de periode 17-26 september 1944, De poging van de geallieerden om de brug in Arnhem te bereiken. Met aanzienlijke schade in Arnhem en Oosterbeek. En dan de periode van 27 september tot ver in het voorlaar waarbij Nijmegen een van meerdere kanten belegerde frontstad wordt, en waarbij de gehele Veluwezoom, van Arnhem tot Tiel een frontlinie wordt. Er is geen hoog gebouw meer van Arnhem tot Tiel, met uitzicht over de Betuwe. Allemaal kapot geschoten. Daarna volgt de inundatie van gedeelten van de Betuwe met aanzienlijke schade. De laatste schade periode begint op 30 maart 1945 als de geallieerden in de Achterhoek Nederland binnen vallen, met voorafgaand een grote barrage om Duitse tegenstand te verminderen. Over een breed front wordt de Achterhoek bevrijd. Zutphen is als laatste bevrijd op 8 april. Eerst op 14 april wordt gedeelten van Arnhem bevrijd middels operatie Plunger en een dag later wordt geheel Arnhem bevrijd door de Britse 49e (West Riding) Infanteriedivisie en het Canadese Ontario Regiment. Het eindigt op 24 april 1944 als er in Gelderland een linie ligt tussen Wageningen en Rhenen, naar Nijkerk, zeg maar zo op de provinciegrens Gelderland Utrecht.
Een oorlogsgraf.

Oorlogsgraven zijn gemakkelijk herkenbaar. Een graf met een witte, aan de bovenkant ronde steen met het opschrift “Koninkrijk der Nederlanden”. Als er een erkend oorlogsgraf op een begraafplaats is, dan hangt een bordje bij de ingang. De oudere bordjes waren donkergroen. Loop je over de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum, waar zo’n bordje hangt, dan blijf je zoeken naar de bekende  Oorlogs Gravenstichting (OGS) grafsteen. Alleen het graf van Bram Streefland is een door de OGS erkend oorlogsgraf. De graven van: Anna Maria Frederika Bosveld, Jacob Gerrit van Harte, Karel Koenraad, Diderik Willemsen, Jan Hendrik Willemsen en Jan Willem Hendriks zijn volgens mij ook aan te merken als zijnde oorlogsslachtoffer. Maar hebben een gewone particuliere grafsteen. Van Harte en Willemsen worden wel genoemd op de website van Market Garden. Van Harte staat ook vermeld op een plaquette op het terrein van Smurfit Kappa Parenco. Allen, behalve Hendriks worden genoemd op de site van MarketGarden.com.

Bij een erkend oorlogsslachtoffer, heeft de familie bij de OGS de keuze: Het ereveld Loenen of de begraafplaats van de familie. Een “Koninkrijk der Nederlanden”, of een particuliere steen. Als een particulier graf geruimd wordt, heeft de familie opnieuw de keuze om de restanten over te laten brengen naar Loenen. Worden graven van particulier begraven oorlogsslachtoffers beschermd? Op een begraafplaats is aan niets te zien dat de begravene een oorlogsslachtoffer zou kunnen zijn, tenzij het om de bekende OGS steen gaat.

De gemeente Renkum heeft in het verleden besloten dat er "kostenloze graven" komen voor verzetsstrijders, uit de periode 1946-1957. N.B. Bedoeld zijn Abraham Streefland, Evert Hendrik Jan Boven en 'kapitein' George Hendrik Van der Ploeg. bron.




Nederlandse Oorlogsgraven Stichting
De grafsteen op een Rijksgraf van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting (OGS) is heel herkenbaar
Oorlogsgraven op de R.K..Begraafplaats Mariahof,  Groeneweg tussen nr 19 en 23  te Renkum. Met dank aan Rik Diepeveen †.
Op de begraafplaats Mariahof aan de Groeneweg in Renkum zijn twee herkenbare OGS grafstenen. De bekendste is van Sgt. Gibbons, direct vooraan links. Vrij onbekend is het graf van Johannes Böhmer, aan de achterkant van het kerkhof, rechts. Oorlogsslachtoffers met een andere, gewoon particuliere steen die op Mariahof zijn begraven zijn: Jan Willem van den Berg, Andreas Böhmer, Everdina ten Böhmer, Johannes Hendrikus van den Brink, Antonius Hendrikus Emmen, Hermanus Emmen, Theodorus Johannes Verstegen en Willem Wennekes.
Bohmer, ten Bohmer
Johannes Böhmer
Renkum 4 juli 1923 - Hannover 28 maart 1945

Johannes werd geboren te Renkum op 4 juli 1923. Hij was een zoon van Johannes Böhmer en Maria Margaretha Evers.
Van beroep was Johannes bankwerker en hij woonde met zijn ouders aan de Achterdorpsstraat 21 te Renkum.

Johannes kwam om bij een bombardement op Hannover op 28 maart 1945. Hij woonde in Lager Mühlenberg aan de Hemelerchaussee. Die dag waren er meerdere bombardementen op Hannover. Zo werden meerdere kazernes verwoest, was er een treffer op een adres voor dwangarbeiders in de Ritter Brüningstrasse nr. 45 te Hannover. Andere info en een foto van het graf. En Traces Of War. Als doodsoorzaak wordt vermeld bomtreffer – verbranding op het terrein van Vereinigter Lichtmetallwerke aan de Göttingerchaussee te Hannover. Johannes was toen 22 jaar. Hij is begraven in Renkum op het kerkhof aan de Groeneweg.

Johannes Böhmer

Bram Streefland
Böhmer Mariahof Renkum
De grafsteen is te vinden aan de rechterkant, achteraan op de begraafplaats.

Johannes Böhmer

online begraafplaatsen.nl Het graf is een zogenaamd Rijksgraf van de OGS.

Johannes Böhmer
Francina Margaretha Böhmer
Wageningen 21 maart 1920 - Wageningen 26 maart 1943

Zij werd geboren te Wageningen op 21 maart 1920, haar vader Stephanus Wilhelmus Böhmer was afkomstig uit Renkum. Haar moeder Gijsberta Pieternella Jägers was afkomstig uit Culemborg.
Francina Margaretha Böhmer was op 3 oktober 1942 in Renkum gehuwd met Dirk van Merkestijn. Het echtpaar van Merkestijn-Böhmer woonde aan de Celebesstraat 3 te Wageningen. Dirk van Merkestijn werkte in Duitsland, hij was door het Arbeidsbureau tewerkgesteld.
Francina was op 26 maart 1943 op bezoek in de Beekstraat 11 te Wageningen bij haar schoonzus Geertje van Merkestijn toen omstreeks 21.35 uur een V-1 bom insloeg in het zogenaamde Roode Dorp. Er kwamen 28 mensen om het leven. Zij was bij haar overlijden 23 jaar. Zij was gehuwd met Dirk van Merkenstijn, tewerkgesteld in Duitsland. Zij woonden Celebesstraat 3 te Wageningen.

Francina Margaretha Böhmer wordt hier genoemd.
Francina Margaretha Böhmer was op vrijdagavond 26 maart 1943 op bezoek bij haar schoonzuster Geertje van Merkestijn aan de Beekstraat 11 in Wageningen.
Zij en alle familieleden die in de woning aanwezig waren werden dodelijke getroffen tijdens de bominslag.

Na de identificatie van de slachtoffers op 27 en 28 maart 1943 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ en de doodschouw door Dr. Winkler Prins werden de doden op 29 maart overgebracht naar de grote zaal van de schouwburg “De Junushoff’. De zes doden van Beekstraat 11 werden op 31 maart 1943 begraven op de algemene begraafplaats te Wageningen.
Francina Margaretha Böhmer staat vermeld op de Naamwand van het Monument voor de Gevallenen aan de Costerweg in Wageningen
bron
 Everdina ten Böhmer
Renkum 1 november 1926 - Wageningen 17 september 1944.

In de lijst van Wageningse slachtoffers staat vermeld dat in of bij Ericaplein 6 te Wageningen, omkwam Everdina ten Böhmer, hulp in de huishouding. Van deze jonge vrouw, geboren in Renkum op 1 november 1926, zijn geen volledige gegevens voorhanden. Zij woonde in die tijd in Renkum, Groeneweg 55 of Hoefbladstraat 10 en was de dochter van Henricus ten Böhmer, papierfabrieksarbeider, en mevrouw Everdina ten Böhmer-Wennekes.
Mw. P.M. Appelman-Minderhoud vertelde dat Everdina dienstbode was bij mw. R.L. Koeslag-Keiter, Ericaplein 6 in Wageningen en dat haar zuster Heintje in betrekking was bij het gezin Minderhoud, Ericaplein 1. De families Minderhoud en Koeslag waren bevriend, de mannen waren studiegenoten. Dat een dienstmeisje dat op zondag niet werkte op die zondag toch in Wageningen was, werd verklaard met het gegeven dat Heintje op die dag jarig was (29 jaar) en bij haar mevrouw was uitgenodigd een zelfgebakken taart op te halen of mede te consumeren. Toen de bommen in de ochtend van 17 september 1944 vielen werd haar zusje, dat meegekomen was, dodelijk getroffen, vlak bij Ericaplein 1 door de bommen die nr. 3 en 5 verwoestten. Maar de officiële lijst vermeldt zoals gezegd dat zij bij Ericaplein 6 overleed en een mondelinge bron zei dat eveneens.
Everdina werd begraven te Wageningen op 21 september 1944 en herbegraven op  augustus 1945 op de R.K. begraafplaats te Renkum. In dat graf werd haar zuster Maria, geboren 30 september 1912, bijgezet in 1992 (fig. 92).
Bewerkt uit het boek van Elders: Bouwen en bommen op de Wageningse berg, 2004.

Tijdens dit bombardement werd een zus van haar Hendrika Wilhelmina (Heintje) ernstig gewond. Zij overleefde haar verwondingen en overleed 10 januari 1997 in een leeftijd van 81 jaar. Van deze feiten wordt ook melding gemaakt in het boek “Vlucht uit Renkum” van J.P. van de Vooren (p.23). Everdina was overigens een nichtje van Johannes Böhmer, die omkwam in Hannover.

Everdina ten Böhmer
Everdina is het jongste kind in het huwelijksboekje van haar ouders.
Everdina Bohmer

fam ten Böhmer

Een andere bron: Wageningen 1940 - 1945
Johanna Maria ten Böhmer
Renkum 1904 - Renkum 16 september 1944

Het verhaal is wat anders maar niet minder gruwelijk. Het betreft Johanna Maria ten Böhmer. Zij werd geboren te Renkum in 1904. Zij overleed te Renkum op 16 september 1944, in een leeftijd van 40 jaren. Dit was een dag voor de luchtlandingen op de heidevelden te Renkum Wolfheze.

Het huis waar zij was opgebaard (Hoogeweg 9 te Oosterbeek) werd gedurende de acties getroffen door een fosfor-brand-bom en brandde af. Haar stoffelijke resten zijn later verzameld en begraven in een massagraf op de Algemene begraafplaats in Oosterbeek tezamen met nog 13 andere civiele personen. Voor de graven langs is een koperen strip aangebracht waarop de namen van de slachtoffers zijn vermeld. Zij was gehuwd met A. Rusch jr.
Bij het Gelders Archief kent men een andere geboortedatum: 26 september 1903.

Online Begraafplaatsen
Andreas Böhmer
  Renkum op 5 augustus 1914 - 10 oktober 1943 Amelsbüren.

Hij was een zoon van Arie Böhmer en Catharina Mathilde Jansen. Van beroep was hij schilder. Hij verbleef (Arbeitseinzats) in Lager Mecklenbeck te Münster. Hij overleed op 10 oktober 1943 te Amelsbüren, een dorpje in de buurt van Münster Westfalen.

Het "Deutsche Arbeitsfront" (DAF), beschikte sinds 1940 over het kamp te Mecklenbeck aan de Weseler Strasse, Münster waar 800 "Ersatzarbeiter" verbleven. De tewerkgestelden hielpen boeren, werkten in de metaalindustrie, hielpen de gemeente met huisvuil, puinruimen, aanleg en herstellen van straten, bouwden bunkers, schuilplaatsen, e.d.

Andreas Böhmers is tegenwoordig begraven op de Mariahof in Renkum, zie het verhaal hieronder.

Hier het verhaal van Andreas Böhmer bij de OGS.
Andreas Böhmer
Andreas Böhmer, begraven in Amelsbüren, Loenen of Renkum?
In de tekst over Andreas hierboven staat: “Hij overleed op 10 oktober 1943 te Amelsbüren, een dorpje in de buurt van Münster Westfalen.”

Op de foto van de Sterbeurkunde staat hetzelfde vermeld: “ist am 10 oktober 1943 in Amelsbüren verstorben.” De Sterbeurkunde is in Sankt Mauritz te Munster afgegeven. De foto ervan staat in het vak hierboven.

Uit nader onderzoek op het www. Bij link:
Andreas Böhmer
- Böhmer, Andreas (* 05.08.1914, +10.10.1943)


of te wel Andreas Böhmer is samen met 2 anderen van de katholieke begraafplaats in Amelsbüren overgebracht naar het ereveld Loenen. We nemen maar aan dat er in Duitsland maar één aantekening is gemaakt de herbegrafenissen vinden allen plaats in Loenen. Hermanus Nieuwenburg en Nicolaas Wouterus Groenestein liggen wel begraven op het ereveld in Loenen. Andreas Böhmer niet.

Andreas Böhmer Renkum
 Bij het zoeken naar beide plaatsen zie je dat beide plaatsen in of vlakbij Münster liggen. Bij het Gelders Archief heb ik gezocht in de correspondentie van de Oorlogsgravenstichting en daar vond ik: "Andreas Böhmer; geboren te Renkum op 5 augustus 1914. Overleden op 10-10 1943 te Sankt Mauritz, en begraven op de R.K begraafplaats (Groeneweg Renkum). Begraven in een koopgraf; vak 3e kl 1; Rij 4; No 215". De overlijdenslocatie is Sankt Mauritz, maar dat is te vergelijken met “overleden te Heelsum”, of “overleden te Renkum”. Heb je het over het dorp of over de gemeente. Dat is eigenlijk hetzelfde.
 Ik kom bij het zoeken wel dit tegen:  “Auf dem Friedhof an der Davertstraße in 48163 Münster-Amelsbüren befinden sich im mittleren Bereich des Friedhofes ein … Massengrab mit Kriegsopfern aus dem 2. Weltkrieg.”
Andreas Böhmer

Op de steen staat:
1939 - 1945
ANDREAS BÖHMER, NIEDERLANDE, 1914 - 1943
LIVINUS CANSSEE, BELGIEN, 1899 - 1945
IRINA CHOLODIYAH, UDSSR, 1884 - 1944
SOFIA KRAWCZYK, POLEN, 1920 - 1944
ANNA RASIUAWA, UDSSR

Het blijkt een verzamelgraf in Amelsbüren waar Andreas Böhmer begraven zou zijn. De tekst: "Bild von dem Massengrab mit 5 Kriegsopfern aus dem 2. Weltkrieg." Een graf dus, geen monument, ter nagedachtenis aan omgekomen oorlogsslachtoffers. Als eerste staat daarop vermeld: Andreas Böhmer ??? (bron)

Op de Renkumse begraafplaats Mariahof is dit graf met de 2 zonen Wim en Andries Böhmer te vinden.
Andreas Böhmer Renkum Mariahof
Het graf van Andreas is direct vooraan links op de Mariahof. De tekst op de steen daar maakt duidelijk dat dit graf van een jongere broer, na de oorlog door de ouders is gebruikt om Andreas ook te begraven. Met historisch onderzoek kom je fouten tegen. Ben er zelf ook goed in. Één persoon met twee graven??? We hebben contact gezocht met de beheerders van de Mariahof in Renkum, Ammelsbüren (nog geen antwoord) en met de Oorlogsgraven Stichting.

Het antwoord van de Oorlogsgravenstichting op deze vragen was als volgt: “na de oorlog is het lichaam van Andreas Böhmer op verzoek van zijn familie vanuit Duitsland overgebracht naar Nederland. Destijds had de familie de keuze uit bijzetting in een familiegraf of bijzetting op het Nationaal Ereveld te Loenen. De familie Böhmer heeft destijds gekozen voor het familiegraf op de R.K. Begraafplaats te Renkum. Daar is het lichaam van Andreas herbegraven op 7 februari 1952. Helaas komt het wel vaker voor dat namen op (graf)monumenten in Duitsland bleven staan of later alsnog vermeld werden.” (bron: Johan Teeuwisse, Coördinator Archief, Oorlogsgraven Stichting).

De Katholieke kerk (Administratie PZTB) bevestigd dat Andreas Böhmer in het graf op de Mariahof ligt

Van de Duitse begraafplaats beheerder (xxx@bistum-muenster.de) tot op heden geen antwoord gehad.

Met dank aan Joop ten Böhmer, een familielid.
Hendricus Johannes van den Brink
Grootebroek 15-mrt-1927 - Doorwerth of Renkum 28-feb-1945
Een machine bankwerker.
Emmen, Hermanus    31-01-1893 Renkum - 30-sep-1944 Renkum
Emmen, Antonius Hendrikus    25-jan-1927 Renkum - 30-sep-1944 Renkum
Zojuist is aannemer Emmen met zijn zoon (Anthonius Hendrikus) en nog een man getroffen: alle drie zijn dood: Ko van der Vooren p 38. Gehuwd met Alberdina Gerarda Runderkamp, er waren 2 zoons.

Oorlogssgraven Stichting

Online Begraafplaatsen
James Michael Gibbons
1919 - overleden in de Gemeente Renkum, 20 september 1944

Hij ligt begraven op de Mariahof in Renkum op de eerste rij aan de linker kant. Het graf is bij de inwoners redelijk bekend. Dit is een foto, van deze site.
graf Sergeant James Michael Gibbons
Mevrouw A. Peelen heeft tot haar overlijden in 2016 steeds bloemen gelegd op het graf van Gibbons.
Sergeant James Michael Gibbons, Service Number 4537398, zat bij het Engelse 156 Battalion 4th Parachute Brigade, Army Air Corps, en overleed op woensdag 20 september 1944, slechts 25 jaar oud. Hij was gehuwd met Dorothy Gibbons, uit Manchester. Zoon van James en Sarah Gibbons.
Op zijn lichaam werd een briefje gevonden dat hij in gewijde grond begraven wilde worden.
James L. Gibbons
bron
Tijdens operatie Market Garden in september 1944 probeerden veel Britse Airbornes de Rijn over te steken om uit handen te blijven van de Duitsers. Veel van die Britten werden gedood door vijandelijk vuur of ze verdronken in de Rijn. Waarschijnlijk ook James Gibbons, hij is vermoedelijk verdronken tijdens deze oversteek en is waarschijnlijk later aangespoeld in de buurt van Renkum. bron. Of dit klopt? Op 20 september, zijn overlijdensdatum zijn er nog niet veel Engelsen de Rijn overgestoken. De 1003 militairen van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade landen eerst op 21 september 1944 in Driel.

James M Gibbons
Theodorus Johannes Verstegen
7 juni 1900 - Wageningen 24 mei 1945

Theodorus Johannes Verstegen was gehuwd met Bernardina Maria Wissenburg en zoon van Christianus Verstegen en Hendrina Jansen. Na de evacuatie van Renkum was hij sinds eind september 1944 woonachtig te Veenendaal.
Hij is volgens de Burgerlijke Stand (aangifte Wageningen 25-5-1945, herhaald Renkum 19-10 -1945) gestorven te Wageningen  op  24-5-1945. Voor een burgelijke gemeente kom je te overlijden, de datum dat er een akte kan worden opgemaakt, of een gemeente arts een verklaring af geeft. Zijn grafsteen (door de famile gemaakt) meldt echter dat hij te Wageningen op 15-3-1945, door oorlogsgeweld, om het leven kwam. Hij werd gefusilleerd of op de vlucht aangeschoten en later dood aangetroffen, toen hij, in de overtuiging dat Renkum al bevrijd was, polshoogste kwam nemen. bron.
Kwam als evacué in september 1944 uit Renkum naar Veenendaal. Was door de Duitsers verplicht tewerkgesteld bij de stellingbouw van de OT in de gemeente Wageningen en werd gevangen genomen in het Binnenveld (Spergebied) door een patrouille van de Landstormcompagnie Lippert. Waarschijnlijk door de Nederlandse SS’er, A.C. Kooijmans doodgeschoten.
Theodorus Johannes Verstegen werd op 24 mei 1945 samen met drie anderen gevonden in een graf achter de boerderij Bovensteeg 1 te Wageningen. Hij werd begraven op de Rk begraafplaats Mariahof, Groeneweg te Renkum. Op de grafsteen staat als overlijdensdatum 15 maart 1945.

Bronnen
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden. 25 mei 1945 no. 3
‘Kroniek van Ede’ Th A. Boeree.
A.M. van Gent/ Marketgarden.com
bron: Wageningen 1940 - 1945
Wilhelmus Johannus Verstegen
Aleida Rothuis

Aleida Rothuis en Wilhelmus Johannus Verstegen werden op vrijdagavond 26 maart 1943 tijdens de bominslag dodelijk getroffen in de woning van de ouders van Aleida aan de Beekstraat 5. De ouders van Aleida waren op bezoek geweest en werden door dochter en schoonzoon naar huis gebracht. Het was aardedonker die avond. Wilhelmus Johannus Verstegen en Aleida Rothuis waren gehuwd op 13 mei 1936 in Wageningen. De bruidegom was een zoon van Johannes Theodorus Verstegen en Johanna Hendrika Lentjes, de bruid een dochter van Johannes Rothuis en Hendrika Jacoba Cornelia Hendriks. Het echtpaar woonde in bij de ouders van Aleida aan de Beekstraat 5. Op 17 maart 1938 vertrokken ze naar Renkum, Hogenkampseweg 126. Hun zoon Johannes Theodorus werd daar in 1938 geboren. Johannus Wilhelmus Verstegen kreeg werk als hulpbesteller bij de Posterijen, Telegrafie en Telefonie en het gezin verhuisde naar de Julianastraat 50 in Wageningen. Op de avond van de inslag was de zoon van bijna 5 jaar, samen met een oom, thuis in de Julianastraat en bleef ongedeerd. Hij werd later ondergebracht bij het gezin van een broer van zijn vader in Renkum. Na de identificatie van de slachtoffers op 27 en 28 maart 1943 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg' en de doodschouw door Dr. Winkler Prins werden de doden op 29 maart overgebracht naar de grote zaal van de schouwburg "De Junushoff'. Voor de katholieke slachtoffers werd op dinsdagmorgen 30 maart 1943 om 10.00 uur een Plechtige Heilige Mis van Requiem opgedragen in de Johannes de Doperkerk. Wilhelmus Johannus Verstegen en Aleida Rothuis werden op 31 maart 1943 op het R.K. Kerkhof te Renkum begraven. Aleida Rothuis en Wilhelmus Johannus Verstegen staan vermeld op de Naamwand van het Monument voor de Gevallenen aan de Costerweg in Wageningen.
link Wageningen 40-45
Willem Wennekes
Renkum 13-05-1889 - Barneveld 13-nov-1944
gehuwd geweest met Clasina van Elden    04-06-1891    01-09-1928
bron Barneveld
Oorlogsgraven op de begraafplaats St. Bernulphus, Oosterbeek
Jacques Matheus Josephus Quaedvlieg.
22 januari 1917 - 3 mei 1943

Woonde in Oosterbeek. Zoon van fabrikant Hendrik Arnold Joseph Quaedvlieg (5 januari 1876 Jabeek - 9 oktober 1917 Dahlheim) en Josephina Hubertina Haldermans (2 februari 1878 Linne - 1 april 1956). Kantoorbediende N.V. Vereenigde Nederlandsche Rubberfabriek in Heveadorp. Rooms-Katholiek. Lid van het verzet. Bij de Rubberfabriek deed het personeel mee aan de April-Meistaking 1943. Een compagnie van de Waffen-SS sloot Heveadorp op 3 mei 1943 af. De bezetter arresteerde een willekeurig aantal arbeiders, die zouden worden gefusilleerd. Leidinggevende Henri Charles Munter gaf zichzelf later aan om de anderen te redden. Quaedvlieg werd er, net als twee collega's, van beschuldigd dat hij op maandag 3 mei 1943 niet aan het werk was gegaan, maar het bedrijf had verlaten. Hij is samen met Munter en vijf andere werknemers van de rubberfabriek door het Polizeistandgericht des SS- und Polizeisicherungsbereiches Gelderland in Arnhem ter dood veroordeeld. Zijn naam prijkt op de gedenkplaat bij het Herdenkingskruis April-Meistaking aan de Waterbergseweg te Arnhem en de Hevea gedenksteen in Heveadorp. Zijn graf bevindt zich op het 1e klasse gedeelte op het parochiekerkhof. bron
Quaedvlieg Heveadorp Oosterbeek
Geertruida Wissenburg
Renkum 6 november 1880 - Apeldoorn 26 september 1944

Ze  overleed te Apeldoorn  26 september 1944 aan de gevolgen van een granaatwond, diezelfde dag opgelopen tijdens de evacuatie van Oosterbeek (Bato's weg 6 Oosterbeek) na de Slag om  Arnhem. Zij huwde Renkum 20 juni 1907 met Wilhelmus Antonius Weetink (geb. Renkum 5 november 1879, overl. Arnhem 22 januari 1963), loodgieter, zoon van Carolus Theodorus  Wilhelmus en Theodora Louisa Clementina Scholten. bron
Volgens Graftombe is Wilhelmus Antonius overleden op 22-06-1967
online begraafplaatsen
J.G. Piek
27-dec-1900 - 19-sep-1944 Oosterbeek
De heer J.G. Piek overleden op 19 september 1944 ten gevolge van oorlogshandelingen. Uit de Renkumse Koerier van 28-06-1945

online begraafplaatsen
Oorlogsgraven op de begraafplaats Onder de Bomen, Renkum
Anna Maria Frederika Bosveld-Pouwels
Geldermalsen 14-01-1922 - Veenendaal 24-04-1945

Mw. Bosveld kwam als evacué uit Renkum naar Veenendaal. Werd daar getroffen door granaatvuur en overleed in het noodhospitaal in de Dijkstraat 118 in Veenendaal. Is tijdelijk begraven op de algemene begraafplaats aan de Munnikenweg in Veenendaal en op 06-07-1945 herbegraven op de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum. (bron)
online begraafplaatsen
Jacob Gerrit van Harte
Deventer 10 april 1888 - Wageningen 30 september 1944

Jacob Gerrit van Harte werd op 30 september 1944 omstreeks 11.30 getroffen door granaatvuur. Zwaargewond werd hij naar Oranje Nassau’s Oord gebracht en overleed daar om 14.30 uur. Hij werd begraven naast de kapel. Op 20 juli 1945 vond de herbegrafenis plaats op de Renkumse begraafplaats Onder de Bomen. Jacob Gerrit van Harte was de zoon van Derk Jan van Harte en Carolina Oosterenk en getrouwd met Grada Lammerdina Ooiman. Hij was chef machinist bij de Van Gelder  papierfabriek.
Bronnen
A.M. van Gent/Marketgarden.com
Archief gemeente Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 126.
‘Van Cortenbergh tot Oranje Nassau’s Oord’ 1976 Wes Beekhuizen.
bron: Wageningen 1940 - 1945
online begraafplaatsen
Jan Willem Hendriks
Renkum 9-5-1881 - Gendringen 24-mrt-1945
gehuwd geweest met Anna Geertruida Evers
Werkzaam op de papierfabriek van Van Gelder. Staat aldaar ook vermeld op het monument.
Abraham (Bram) Streefland
Renkum 26-03-1906 - Woeste Hoeve 08-03-1945

Abraham (Bram) Streefland; 26-03-1906 - verzetsheld, gefusilleerd op  08-03-1945 bij de Woeste Hoeve. Zijn graf valt onder de Oorlogsgraven Stichting.

Bram Streefland was bankwerker van beroep. Hij richtte al snel na het begin van de WW II een verzetsgroep op die zich bezig hield met het verspreiden van illegale bladen en het huisvesten van onderduikers. Tijdens de luchtlandingen bij Arnhem hielp hij met zijn groep de Britse paratroepen. Hij bracht o.a. een radioverbinding tot stand vanuit Hotel Rijnzicht waar de Britse commandant in Renkum zijn hoofdkwartier had met andere luchtlandingstroepen.
Toen de Duitsers het hotel veroverden zag hij kans om met veel van de spullen en wapens weg te komen. Hij bleef ook na de mislukte slag om Arnhem de Britse para's helpen. Zo werd hij betrokken bij Pegasus II als gids. Werd zelf gepakt bij deze operatie Pegasus II. Overgebracht naar de Wormshoef in Lunteren. Daarna vastgezet op de Kruisberg in Doetinchem. Bram was een van de 117 personen die als vergelding op de mislukte aanslag op Rauter (hoofd van de SS in Nederland)  bij de Woeste Hoeve door de Duitsers werd doodgeschoten. Van de Amerikaanse regering ontving hij postuum de Medal of Freedom. Hij was gehuwd en had een dochter.

    Wikipedia
Woeste Hoeve

Bram Steerfland
Bram Streefland

De Bram Streeflandweg is naar hem genoemd.

In Lunteren is de villa „Wormshoef", Dorpsstraat 192, op 19-11-1944 door de SD bezocht. De eerste inspectietocht van de SD gold de kelder. „Ausgezeichnet" meenden de heren. Een dag later kwamen de eerste gevangenen binnen. Het waren de heren v. d. Born uit Ede, Streefland uit Renkum, de lt.-vlieger Heyen en zuster De Hartog uit Rotterdam. Meer te vinden bij ds M. Snoek: Nederlanders gefusilleerd.
Jan Hendrik Willemsen
Renkum 14 oktober 1913 - Wageningen 21 januari 1944

Jan Hendrik Willemsen was één van de twee dodelijke slachtoffers van de bominslag in de wijk Veluvia (Wageningen) op vrijdagavond 21 januari 1944 om 20.20 uur. Hij was gehuwd met Geertruida Maria Pluim en zij woonden met hun zoon aan de Eekmolenweg 5, Wageningen. Jan was rijksklerk bij de Directe Belastingen. Het gezin Willemsen was op bezoek bij de familie Schoemaker aan de Eekmolenweg 13. Beide mannen werden dodelijk getroffen, de echtgenotes raakten zwaar gewond, de kinderen bleven ongedeerd. De begrafenis vond plaats op de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum. (bron)

Karel Koenraad Diderik Willemsen
Renkum 22-nov-1875 - Renkum    23-sep-1944

Oorlogsgraven op de Algemene Begraafplaats Zuid, van Limburg Stirumweg 35, 6861 WL Oosterbeek
Evert Hendrik Jan Boven 11-5-1919 - 4-11-1944 Neuengamme Duitsland

Evert Boven


De  weg te Oosterbeek is een samentrekking van de schuilnaam Nico de Lange en de achternaam Boven.

Johan Snoek; Soms moet een mens kleur bekennen: "Op zondagavond 11 juni 1944 schreef ik in mijn dagboek: “Zo juist circuleert het bericht, dat 40 gevangenen uit het huis van bewaring te Arnhem bevrijd zijn.” Dat was die zondagmiddag inderdaad gebeurd. Het huis van bewaring lag in de drukke binnenstad, was omgeven door een hoge muur en werd zwaar bewaakt; omdat kort daarvoor de Koepelgevangenis in Arnhem gekraakt was, werd die bewaking nog verscherpt. Onder de gevangenen bevond zich de heer Zwarts uit Oosterbeek; hij was de oom van Nico Boven en vanuit het verpleeghuis waarover Zwarts het bewind voerde (het Hemeldal te Oosterbeek), was de overval op de Koepel gelanceerd. Het was dus niet alleen een erezaak om hem te bevrijden, maar ook speelde de overweging mee: “Hij weet zo veel; als ze hem aan het praten krijgen dan is de ellende niet te overzien”.

Evert Hendrik Jan Boven, van beroep boekhouder, ook bekend onder de naam ‘Nico de Lange’, was leider van de LO-Gelderland. Zijn oom Evert Zwarts beheert het Rusthuis ’t Hemeldal in Oosterbeek dat diende als één van de belangrijkste verzamelplekken voor de LO. Ook de broer van Evert, Chris zat bij het LO. Na de bevrijding van gevangenen uit de Arhemse koepelgevangenis wordt Evert gezocht door de Duitse SD. Hij verbleef daarna steeds op andere adressen. Aanvankelijk in het Oosterbeekse en daar waren dan ook weinig verzetsaties. Evert wilde het in de omgeving van zijn eigen schuilplaats rustig houden. Later dook hij onder bij boer Jansen in de omgeving van de Noordberg en Heelsum. Aldaar wist de SD hem te traceren. Evert Boven werd gearresteerd en via Arnhem, daarna kamp Vught, overgebracht naar Husum-Schewing, een onderdeel van het contratiekamp Neuengamme,  waar hij op 4 november 1944 overleed.

Waar heeft Evert Boven nu als laatste ondergedoken gezeten?


Johan Snoek schrijft daarover: "In de nacht van 16 op 17 augustus werd het onderduikadres van Nico Boven, in Heelsum, overvallen. Hij kon nog tijdig de schuilplaats in komen, maar men wist dat hij ergens verborgen was en liet een wacht achter, die hem de volgende morgen arresteerde toen hij te voorschijn kwam. Ook Nico Boven heeft het niet overleefd."

Evert Boven



Uit Bik omhoog, van Cor Janse: "Evert H.J. ("Nico") Boven wordt zwaar gezocht, vooral nadat 't Hemeldal uiteen is gevallen en het de SD duidelijk wordt dat in Oosterbeek een belangrijk bolwerk zit/zat. Nico's signalement is de SD bekend (hij heeft een opvallend lang postuur, wat hem de bijnaam Lange Jan bezorgt). Hij duikt met tegenzin onder in Heelsurn, na de (provinciale) leiding van de LO voorlopig te hebben overgedragen aan Jan Spreij uit Ede. De boerderij van Jansen op de Noordberg (de vader van boer Jansen die na de oorlog Gerritsen opvolgde in het Kousenhuisje) lijkt een veilige schuilplaats te bieden. Maar dat is schijn. De SD komt aan de boerderij en Nico weet zich, samen met een andere onderduiker, in de hooiberg te verbergen. Maar zijn fiets staat er nog en de SD-ers vermoeden dat deze hoge herenfiets wel eens van Nico kan zijn. Ze vertrekken, maar laten heimelijk een post achter. En als uren later een mede-onderduiker tevoorschijn komt, zijn beiden erbij. Het is 14 augustus. Nico wordt in Arnhem zwaar verhoord en op straat ook als lokaas gebruikt (de SD laat hem, geestelijk en lichamelijk al kapot gemaakt, door Arnhem lopen in de hoop dat hij aangesproken zal worden). Als ze hem niet meer nodig hebben, gaat hij het concentratiekamp in. Op 4 november komt hij in kamp Schwesing om het leven, een dag voordat hij 25 jaar zou worden."

Uit: Zes dorpen in oorlog en verzet, H. Erkens e.v.a, 1983. "In augustus 1944 legde de Sicherheidsdienst bijzonder grote activiteit aan de dag. Vermoedelijk door verraad van binnenuit door een vrouwelijke medewerker, die na eerst gearresteerd zijnde, weer op vrije voeten kwam, vielen de S.D. nogal wat  contactadressen in handen. Daaronder ook dat van Nico (Evert) Boven. Hij was samen met zijn broer Chris ondergedoken in de boerderij Noordberg in Heelsum. Nico bezocht inmiddels vergaderingen in Bloemendaal en Amersfoort, moest omreizen over Hilversum en kwam eerst laat in Heelsum terug. De S.D. deed een dag later een inval op de boerderij in Heelsum. Samen met een onderduiker bevond hij zich, na eerst nog in Arnhem de dans ontsprongen te zijn, in een schuilplaats. De Duitsers herkenden Nico's fiets en geloofden dus het verhaal van boer Jansen, dat hij, Nico, al lang weer weg was, niet. Ze lieten bewaking achter. De andere onderduiker, wiens geduld te lang op de proef gesteld was, sloeg de waarschuwing om zich niet te vertonen in de wind en kwam te voorschijn. Daarmede werd ook Nico  verrast en gevankelijk weggevoerd. Hij werd naar Arnhem gebracht, lopend door de straten en omringd door S.D.-ers, die hopen dat voorbijgangers, die hem zouden herkennen, zich door enig teken zouden verraden. Gebroken door de sadistische verhoor-methoden, werd hij later naar Vught overgebracht, om tenslotte op 4 november 1944 in het concentratiekamp te Neuengamme-Schwesing, in vertrouwen op de Heer, te sterven."

Johan Snoek: Soms moet een mens kleur bekennen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok B.V., Kampen 1992: "In de nacht van 16 op 17 augustus werd het onderduikadres van Nico Boven, in Heelsum, overvallen. Hij kon nog tijdig de schuilplaats in komen, maar men wist dat hij ergens verborgen was en liet een wacht achter, die hem de volgende morgen arresteerde toen hij te voorschijn kwam. Ook Nico Boven heeft het niet overleefd."

Het Grote gebod, pagina 212: Het heeft zich als volgt voorgedaan: 's Nachts vervoegde zich op 't adres, waar hij was, de SD. Ze konden hem echter niet vinden en de boer, waar hij was, zei, dat hij de vorige avond was weggegaan. Men geloofde het niet, want ze zagen zijn fiets. Die haalden ze uit tien andere fietsen. Daarna is de SD weggegaan, doch twee zijn er gebleven. Onze vriend is te vroeg uit zijn schuilplaats te voorschijn gekomen en daardoor ingerekend. Alles wijst erop, dat we gisteren geschaduwd zijn. We weten althans, dat de dag ervoor drie mannen, van wien één met kaplaarzen en zwarte rijbroek, voor de laan van Nico's adres op de loer hebben gelegen. Ook dat zij zijn fiets uit tien anderen haalden".

Nieuw licht op arrestatie en bevrijding van Frits de Zwerver; Dick Kajaan, 2009: "Hun arrestatie hield verband met de gevangenneming van E.H.J. Boven (schuilnaam Nico) op een boerderij in Heelsum in de nacht van 16 op 17 augustus 1944".

Nu heeft Max Weinstein voordien ook bij Jansen ondergedoken gezeten. En op die manier weten we via het Herinnerings centrum kamp Westerbork ook een adres van boer Jansen: Koninginnelaan 85 te Heelsum. Daar waar nu manege Vosdal staat, stonden tot in de oorlog meerdere boerderijtjes. Waaronder boerderij Klein Vosdal.

Gemeente Renkum 1926 Heelsum

Waar was nu het adres Koninginnelaan 85 in Heelsum, waar boer Jansen woonde? De kaart hierboven is uit 1926. Een exacte plek blijft vooralsnog onduidelijk, maar we weten waar de boerderij van Jansen te situeren is. Een van de gebouwen op de plek waar nu manege Klein Vosdal is. Een kadasteronderzoek naar de gebouwen van Jansen, is te doen, maar te ingewikkeld voor mij, helaas.

Cor Janse: Blik omhoog, 4 delen, eigen uitgave 1995-99.

Wikiwand.

Heemkunde Renkum
Nicolaas Jacob Arnold van Exel
3 mei 1906 Utrecht - 21.september 1944 Renkum.

Op 21.9.1944 voor zijn pastorie in Renkum aan de Dorpsstraat, dodelijk getroffen door granaatscherven, samen met Gerrit Maas, een vriend uit Arnhem, met wie hij tijdens een gevechtspauze de buurt introk om te helpen; tijdelijk begraven in de tuin van de pastorie; later overgebracht naar de Algemene Begraafplaats-Zuid te Oosterbeek (vak C, grafnr. 1041)

"Ds. van Exel: Gereformeerd predikant Strijen 1931 ; Beekbergen 1937 ; Oosterbeek 1944. Als reserveveldprediker raakte hij in mei 1940 gewond aan zijn been, waarvoor hij in Dorsten (Westfalen) werd verpleegd. Hij was met zijn soldaten vrijwillig in krijgsgevangenschap gegaan, maar keerde na enkele weken terug naar een ziekenhuis in Arnhem. In aug.1940 stond hij weer op de kansel. Weldra zette hij met zijn vrouw een eigen post voor de hulp aan onderduikers op. Tussendoor studeerde hij nog twee semesters aan de Sorbonne (Frankrijk). De aantekeningen voor zijn dissertatie, die in mei 1940 te Rhenen in de vlammen opgingen, verzamelde hij opnieuw. Op vrijdag 15 septemberi 1944 legde hij de laatste hand aan dit proefschrift. Daarna begon op zondag 17 september de slag om Arnhem. Hij preekte nog wel, maar deed er drie kwartier over om thuis te komen (normaal zeven minuten). Er volgden dagen in de schuilkelders. Toen het betrekkelijk rustig leek, trok hij de buurt in om te helpen en werd dodelijk getroffen door een granaat". Uit digibron en daar staan nog meer bronnen.

"Exel, N.J.A. (Nicolaas Jacob Arnold)(Utrecht, 3 mei 1906 – Oosterbeek, 21 september 1944, omgekomen bij de slag om Arnhem; gehuwd met M.C. Dekker, 1905-1992, zes kinderen) Gereformeerd predikant Strijen (1931), Beekbergen (1937), Oosterbeek (1944).Delleman, p. 238 (vermelding)Gebod I, 228 en 229; II, 625Gedenkt III, p. 67-69 E.I.F. Nawijn: Koninklijk onderscheiden, levensschets van Ds N.J.A. van Exel, VDM-serie XVII" bron

Van Exel was eerst een gereformeerd predikant te Strijen (1.11.1931-20.6.1937), te Beekbergen (11.7.1937-6.2.1944), reserve-legerpredikant aan de Grebbe (mei 1940; raakte daar gewond aan zijn been en werd verpleegd in Dorsten, Westfalen) en daarna predikant te Oosterbeek (13.2.1944-21.9.1944). Van Exel is op 17.9.1931 te Utrecht gehuwd met Maria Catharina Dekker (29.5.1905 - 22.8.1992). Ds. Van Exel zette (begin 1941?) samen met zijn vrouw een eigen post voor hulp aan onderduikers op. Het bejaarde joodse echtpaar Rosenbach uit Amsterdam en Iseder en Lina de Winter uit Apeldoorn zaten tijdens de oorlog bij het echtpaar Dirk en Geertje Hoogendoorn-Heijkoop te Beekbergen. “Behalve hun dominee en één van de evacuees wist niemand van de aanwezigheid van de joodse onderduikers af”.
Bibl.: Het oorlogsprobleem, dogmatisch-ethische studie over christendom en oorlog (posthume diss.; Amsterdam, 1947). Lit.: E.I.F. Nawijn, Koninklijk onderscheiden. Levensschets van Ds. N.J.A. van Exel; Het Grote gebod, I, 228v.; Yad Vashem, 404.
bron

Laat er niet te veel sneuvelen met de haven in zicht”, bad de gereformeerde ds. N. J. A. van Exel in Oosterbeek. Nog diezelfde dag begon de slag om Arnhem, en vier dagen later kwam de predikant om. Hij liet zijn vrouw met twee kleine kinderen achter. bron Predikanten in de frontlinie. De gevolgen van deelname aan het (kerkelijk) verzet in Nederland tijdens WO II. Jan Ridderbos, met medewerking van G. C. Hovingh; deel 26 in serie Ad Chartas; uitg. Vuurbaak, Barneveld, 2015; ISBN 978 90 5560 504 0; 254 blz.

"Ds. van Exel: Gereformeerd predikant Strijen 1931 ; Beekbergen 1937 ; Oosterbeek 1944. Als reserveveldprediker raakte hij in mei 1940 gewond aan zijn been, waarvoor hij in Dorsten (Westfalen) werd verpleegd. Hij was met zijn soldaten vrijwillig in krijgsgevangenschap gegaan, maar keerde na enkele weken terug naar een ziekenhuis in Arnhem. In aug.1940 stond hij weer op de kansel. Weldra zette hij met zijn vrouw een eigen post voor de hulp aan onderduikers op. Tussendoor studeerde hij nog twee semesters aan de Sorbonne (Frankrijk). De aantekeningen voor zijn dissertatie, die in mei 1940 te Rhenen in de vlammen opgingen, verzamelde hij opnieuw. Op vrijdag 15 septemberi 1944 legde hij de laatste hand aan dit proefschrift. Daarna begon op zondag 17 september de slag om Arnhem. Hij preekte nog wel, maar deed er drie kwartier over om thuis te komen (normaal zeven minuten). Er volgden dagen in de schuilkelders. Toen het betrekkelijk rustig leek, trok hij de buurt in om te helpen en werd dodelijk getroffen door een granaat". Uit digibron en daar staan nog meer bronnen.



Samen met ds. Joh. Gerritsen, was van Exel auteur van het in 1940 verschenen boekje (104p) Ons werk aan de de Grebbe.

Exel Ons Werk aan de Grebbe
"En wat deed u als dominee nu eigenlijk in het leger?" Hoe menigmaal is deze vraag ons in het jaar, dat voorbijging, gesteld. In dit boekje, waarin we onze ervaringen vertellen van ons werk als veldprediker bij het 8ste en 19de Reg. Inf., probeeren we op deze vraag een antwoord te geven. Het heeft geen andere pretentie, dan dat we aan het werk der geestelijke verzorging te velde wat meer bekendheid willen geven. Wanneer het meewerkt tot een beter begrijpen, hoe noodig de arbeid van den soldatendominee is, heeft het beantwoord aan het doel, dat we stelden.

bron Oorlogsgraven Stichting

Erelijst van gevallenen 1940 - 1945

Algemene Begraafplaats Zuid Oosterbeek

Meer informatie: Gereformeerde Kerken.info

Predikanten die joden hielpen

Ds. N.J.A. van Exel en Ds. Joh. Gerritsen Jr., Ons werk aan de Grebbe (Amsterdam, 1940);

Ds. N.J.A. van Exel: Het oorlogsprobleem, dogmatisch-ethische studie over christendom en oorlog (postume diss.; Amsterdam, 1947)

E.I.F. Nawijn, Koninklijk onderscheiden. Levensschets van Ds. N.J.A. van Exel; Yad Vashem, 404.
 Alexander Lipmann-Kessel
19 december 1914, Pretoria, Zuid-Afrika - 5 juni 1986 London Engeland Alexander studeerde af in Londen in 1937 en werd in 1942 opgeroepen bij het Royal Army Medical Corps. In 1944 was hij gedetacheerd bij het 16 Parachute Field Ambulance, en kreeg een werkplek in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Arnhem. Hij heeft het leven gered van vele soldaten zoals Brigadier John Winthrop Hackett Junior, die zwaargewond raakte bij de Slag om Arnhem. Kessel werd gevangen genomen door de Duitsers maar wist te ontsnappen. Zijn levensverhaal wordt beschreven in het boek: "Surgeon in Arms". Kessel is overleden op 05-06-1986 en is op eigen verzoek begraven bij de mensen die stierven bij de Slag om Arnhem.

Lipmann Kessel

Wikipedia
ww2gravestone
Alexander Lipmann Kessel
Jannij Hendrika (Zuske) de Weijert
12 juli 1932 - 11 mei 1940

Op 10 mei 1940, gaat de zevenjarige Zuske om 09:00 uur het hotel Dreieroord (waar ze woont) uit, om naar haar kat te zoeken. Op dat moment blaast het Nederlandse leger de spoorbrug op de Dreienseweg op, schuin tegenover het hotel. Ze raakt gewond en overlijdt de volgende dag.
Haar moeder A.M.H. Viaanen  uit Laag - Soeren, gehuwd geweest met de Weijert, trouwt met Kornelis Pieter (Kees) van der Sluijs (15-1-1904 -16-8-1969), de eigenaar van Dreieroord. In 1943 verhuisd ze met haar twee kinderen, Hans en Jannie naar het hotel. Na de oorlog wordt de familie van der Sluijs verdacht van heulen met de vijand. In 1947 wordt men hiervoor vrijgesproken, doch dan is de familie al geëmigreerd naar Canada.
Bron: TV Gelderland: Het verlies van Dreijeroord. UItgezonden 27 augustus 2018.
Zuske de Weijert
Plaquette Niet vergeten maar gedenken begraafplaats Zuid Oosterbeek
Deze plaats is de blijvende herinnering aan de ruim 140 overledene burgers die ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog het leven lieten. Ze stierven in concentratiekampen, kwamen om in het verzet, vonden de dood door uitputting als gevolg van tewerkstelling in Duitsland, verongelukten door achtergebleven oorlogstuig. Van de Oosterbeekse ingeschrevenen die omkwamen tijdens de Slag om Arnhem vonden hier 32 van hen hun laatste rustplaats. Voor zover hun namen bekend zijn, worden deze in volgorde van overlijdensdatum genoemd.
Rotaryclub Oosterbeek, september 1997.
plaquette Oosterbeek oorlog
     Begraafplaats Zuid Oosterbeek
opname uit 2015, bron Ministerie van Defensie

Namen die op het lint voor de locatie stonden:
Nachtgaal
Wierstra
niet compleet, ten tijde van dit schrijven was het lint weggehaald, waarschijnlijk voor een renovatie.

Enkele andere burger slachtoffers:

Snijder    Sibilla Hendrika    8-jul-1944    18-sep-1944
Meekhof    Gerard    10-jan-1932    19-sep-1944
Roeterd    Gerhard    16-8-1864    23-sep-1944
Oeyen, van    W.A.    30-apr-1912    24-sep-1944
Biesen, van    Karel Frederik    9-11-1867    21-sep-1944
Vreede     George Willem     21-01-1873     20-sep-1944
Willemsen    Albertus    29-mei-1909    17-sep-1944
Brummelen, van    Willem    16-mrt-1923    17-sep-1944
--------    Siemie    1-aug-1941    12-nov-1944
Buist     Luitsen     31-jul-1905    19-sep-1944
Berg, van den     Gerrit Jan     29-mei-1919    14-apr-1944
Kleefsman     Jan     20-mrt-1915    3-mei-1943
Bisdonk     Cornelis    22-dec-1922    21-sep-1944
Reijnvaan    M.A.S.C.    22-12-1868    0-9-1944
Enkele militaire slachtoffers:
Er zijn negen graven van gevallenen uit het Gemenebest, wel gesneuveld in de Tweede Wereldoorlog, niet betrokken bij Market Garden en daarom niet op het Airborne kerkhof begraven. Het betreft de graven van:

RAF, overleden op 15-06-1943:

Sergeant (Nav.) Conrad Alfred Stanley Barnett 1319045, 19 jaar Sergeant (Nav.) Harry Biggin 1430145, 20 jaar Sergeant (Pilot) George Stanley Cole 1388306, leeftijd onbekend Sergeant (Air Bomber) John William Deacon 1535807, 20 jaar Sergeant (Flt. Engr.) John Perryer Harper 572648, 21 jaar Sergeant (Air Gnr.) Harry Robert Rhodes 1038105, 22 jaar De Lancaster ED432 van 49 Squadron crashte bij Doorwerth, waarbij de volledige bemanning omkwam.
 

RAF, overleden op 29-07-1942:

Sergeant (W.Op./Air Gnr.) Alan Aldridge 1314643, 20 jaar
Pilot Officer (Pilot) Verle Marshall Smith 112306, leeftijd onbekend

RAF 15 Sqdn., overleden op 03-02-1943:

Sergeant (Flt. Engr.) Frederick Thomas Lax 573105, leeftijd onbekend.
Oosterbeek begraafplaats Zuid

Al deze Engelse militaire slachtoffers worden niet genoemd in het boek: Roll of Honour, redactie Hey, derde druk.
Airborne Begraafplaats, Van Limburg Stirumweg, Oosterbeek,
Direct na september 1944 worden Nederlandse "vrijwilligers" geworven om de lijken van de veelal Britse soldaten te verzamelen in een massagraf aan de Utrechtseweg in Oosterbeek.
Er was in de tuin van Kate ter Horst een massagraf van 65 Britse soldaten. Doch Tony Sheldon heeft het in zijn boek: De verschrikking van de nacht: ooggetuigen van de Slag om Arnhem, over 59 doden.

Medio juni 1945 is er al een eerste herdenking van de oorlogsslachtoffers op de Airborne begraafplaats. In juli 1945 zijn er al 1100 geallieerde graven, nog maar 400 graven hebben ook een naam.
Airborne begraafplaats Oosterbeek
De Oosterbeekse bevolking, die na de evacuatie thuis kwamen troffen een gebied vol veldgraven aan, soms in hun tuinen. Het verplaatsen van de graven was daarom ook voor hen van belang. Aanvankelijk waren de graven voorzien van een wit kruis.

Op 5 juni 1945, na een bijeenkomst van de gemeente Renkum en luitenant-kolonel Stott van de 21e legergroep werd besloten dat er een Airbornekerkhof zou komen. Vrijwel direct werden door Engelsen de veldgraven geruimd, de lichamen geïdentificeerd en herbegraven op het Airborne kerkhof. In februari 1946 werd de bouw van de Airborne begraafplaats voltooid. Tot 1952 waren de kruisen op de graven gemaakt van hout en zink en deze kruizen zijn vanaf 1952 allemaal vervangen door de huidige  grafstenen. De grond (ereveld) van het Ministerie van Defensie en in bruikleen gegeven aan de Commonwealth War Graves Commission. Er zijn niet alleen Britse soldaten begraven op de begraafplaats, maar ook Poolse, Canadese, Australiërs en soldaten uit Nieuw-Zeeland. Toen in de zomer van 1945 soldaten van de 1st Airborne Division weer in Oosterbeek waren,  voor het maken van de film 'Theirs is the Glory', is het idee geboren een jaarlijkse herdenking op de Airborne begraafplaats te houden. De 1e Memorial Service werd gehouden op 25 september 1945 en Nederlandse schoolkinderen legden bloemen op de graven en sindsdien leggen ze elk jaar bloemen.

Er is een database met namen van de personen die begraven liggen op het Airborne kerkhof. Te vinden bij de CWGF
Airborne Kerkhof Oosterbeek
Op het kerkhof liggen Nieuw-Zeelanders, Australiërs, Canade­zen, Polen, Engelsen en Nederlanders. En ze liggen niet als nationaliteit bij elkaar. Een groep Poolse soldaten ligt wel "apart". Niet alleen Polen uit Driel werden naar de locatie bij de hoofdingang van de begraafplaats gebracht. Doch ook stoffelijke overschotten uit Gorinchem, Rhenen, Neerloon, Nijmegen, Eindhoven, St. Michielsgestel, Wijk bij Duurstede en Elst (Utrecht en Gelderland). En er liggen ook Polen verspreid over de begraafplaats. (link)

Dan zijn er 8 Nederlandse militairen begraven alsmede 3 graven van medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission.

Een kleine 50 meter te noorden van de ingang van het ereveld staat een Air Dispatchers monument.

Airborne kerkhof Oosterbeek
Op de Airborne begraafplaats in Oosterbeek zijn drie Nederlandse Oorlogsgraven uit de Tweede Wereldoorlog:  Groenewoud, Bakhuis Roozenboom en Swarts.
Jacobus Groenewoud 
Amsterdam 8-nov-1916 - Arnhem 18-sep-1944
Ridder Millitaire Willemsorde

Jacobus (Jacob)  werd geboren in Amsterdam. In 1935 werd hij afgekeurd voor de militaire dienst vanwege zijn slechte ogen. In juli 1938 emigreerde hij naar Zuid-Afrika, voor de Holland Africa Line Agency.

Na de Duitse inval op 10 mei 1940 meldde hij zich bij de Nederlandse ambassade in Pretoria om als vrijwilliger te dienen bij het KNIL in Nederlands Indië. Ianuari 1942 vertrok hij met andere Zuid-Afrikanen van Nederlandse afkomst naar Groot-Brittannië om daar de militaire opleiding te volgen. In Engeland aangekomen werden zij ingedeeld bij het eerste bataljon van de Prinses Irene Brigade. Jacob  werd als luitenant gedetacheerd bij diverse Britse eenheden. Vervolgens gaf hij zich op als vrijwilliger voor bijzondere opdrachten in bezet gebied.
Werd toegevoegd aan de Britse 1e Luchtlandingsdivisie die op 17 september 1944 tussen Renkum en Wolfheze is gedropt. Hij volgde het 2e parachutistenbataljon van luitenant kolonel John Frost en bereikten zij 's avonds de Rijnbrug bij Arnhem. Op de heenweg naar de brug, nam  in het door de Duitsers gebruikte Rijnpaviljoen (tegenwoordig Rijnhotel)  meerdere geheime documenten in beslag met plannen voor de vernietiging van de Amsterdamse en Rotterdamse haven. Een dag later werd al duidelijk dat er geen versterkingen meer zouden komen. Op 19 september 1944, sneuvelde Jacobus  toen hij de omsingeling wilde doorbreken om contact te maken met de rest van de divisie. Al op 4 mei 1944 werd besloten Jacob Groenewoud postuum de Militaire Willems-Orde toe te kennen, waarbij wel vermeld moet worden dat dit gebeurde op Engels initiatief.  Jacob  is begraven op de Airborne War Cemetery in Oosterbeek, Op de Arnhemse Rijnkade, bij het Airborne Memorial is het Jacob plantsoen.
Jacob Groenewoud
link Operatie Market Garden
Wikipedia
Th. Peelen en A.L.J. van Vliet; Zwevend naar de dood: Arnhem 1944, pagina 84 e.v; 93; 96; 180; 181; 194 en 199.
August Ferdinand Marie Bakhuis Roozeboom
10 juli 1922 Heerlen - 19 september 1944 Arnhem

De Britse 1ste Luchtlandingsdivisie versterkt met de Poolse 1ste Parachutistenbrigade had opdracht, noord en zuid van de Rijn bij Arnhem te landen, de bruggen te  overmeesteren en een bruggenhoofd rondom de stad te vormen. Bij deze divisie waren de onderstaande Nederlanders ingedeeld: eerste-luitenant M.J. Knottenbelt, de sergeanten K. Luitwieler, W. de Waard, korporaal A.H.T. Italiaander en de commando’s A. J. Ph. Beekmeijer, H.C. Gobetz, H.M.J. Gubbels, H. de Leeuw, M. van Barneveld, J.P.H. van der Meer, Ch. Helleman en A.M. Bakhuis-Roozeboom.

August Ferdinand Marie Bakhuis Roozeboom (afkomstig uit Canada) was de eerste commando die sinds de oprichting van No. 2 Dutch Troop sneuvelde. In de avond van 19 september 1944 vertrok hij samen met Britse parachutisten en verzetsman H. Beekhuizen in een jeep van hotel ‘Hartenstein’. Het was de bedoeling contact op te nemen met het parachutistenbataljon bij de Rijnbrug in Arnhem.

Dat mislukte echter waardoor men terugkeerde richting Oosterbeek. En passant werd nog een Duitse Rode Kruis auto, die vol bleek te zitten met wapens, buit gemaakt. Vlak voorbij het viaduct ten westen van Arnhem werd de jeep onder vuur genomen. Bakhuis Roozeboom vuurde, staande tussen de chauffeur en de bijrijder, met zijn Tommygun en wierp handgranaten naar de Duitsers. Plotseling zakte hij ineen. Hij bleek gesneuveld te zijn. De overigen wisten met de jeep terug te keren in Oosterbeek, waar Bakhuis Roozeboom werd begraven in de tuin van ‘Hartenstein’.

Bakhuis Roozeboom
Bakhuis Roozeboom (rechts) met 3 oorlogsvrijwilligers waaronder Samuel Schwartz, bron OGS
Bakhuizen Roozeboom
Later werd August Bakhuis Roozeboom als ‘Known unto God’ begraven op ‘War Cemetery Oosterbeek’. Na een langdurig onderzoek kon in 1996 de ligplaats van Bakhuis Roozeboom worden gelokaliseerd. Op 5 mei 1997 werd in het bijzijn van o.a. strijdmakkers van No. 2 Dutch Troop bij zijn graf eer betoond en afscheid genomen van August Bakhuis Roozeboom. Als eerbetoon is het tentenkamp waar vanuit alle commando’s hun elementaire opleiding krijgen genoemd naar August Bakhuis Roozeboom.

Bron: Korps Commando Troepen
Samuel Swarts, 26-jul-1917 Amsterdam - 20-sep-1944 Oosterbeek.

Samuel Swarts was een meubelmaker en oorspronkelijk van Joodse afkomst. Samuel Swarts en zijn vrouw werden opgepakt door de Duitsers, omdat ze vonden dat hij te veel Joodse voorouders had. Ze wilden hen naar Westerbork sturen, maar voordat ze werden weggevoerd ontsnapten ze door een toiletraam. Zo belandde Swarts in Oosterbeek waar hij onderdook.

Op 5 september 1944 kwam Swarts in dienst van de Binnenlandse Strijdkrachten, gewest 6-Veluwe, district Arnhem. Hij was toen al lid van de ondergrondse en woonde dijstijds op de Paul Krugerstraat 23, Oosterbeek bij bakker Brink (of Crum), onder de illegale naam Christiaan van der Wal.
Op 18 september 1944, werd er een Oranjebataljon geformeerd uit de vele verzetsstrijders die zich kwamen melden op Hartenstein.. Het bataljon werd onder bevel gesteld van de Charles Douw van der Krap.
Reeds drie dagen na de oprichting achtte men het evenwel raadzamer het Oranje Bataljon te ontbinden, aangezien de status inmiddels veel te onzeker was geworden. Bij gevangenneming zouden de mannen van het Oranjebataljon van de Duitsers beslist geen pardon krijgen.
Sergeant Samuel Swarts was voor het Oranjebataljon begeleider van gewonden transporten en deed als zodanig dienst voor dokter Van Maanen van het noodhospitaal in hotel 'Schoonoord' met wagen genummerd M 51466. Jakob, die bij de Engelsen in dienst was, werd hun verbindingsofficier.
Samule Swarts
Op 20 september 1944 zat Samuel Swarts - samen met Wim Gerritsen jr. uit de Bakkerstraat - op deze wagen, toen een vijandelijke granaat de auto trof en in lichterlaaie zette. Samuel was op slag dood.
Het ernstig verminkte en verbrande lijk werd volgens rechercheur Elijzen uit Oosterbeek pas op 3 oktober 1944 op de Dennekamp begraven.

In juli 1945 probeerde mevrouw Jansje Swarts-Canes, die had vernomen dat haar man lag begraven op 'De Dennènkamp' in Oosterbeek, via de Binnenlandse Strijdkrachten het lichaam naar Amsterdam te krijgen, alhoewel ze te horen had gekregen zelf de vervoerskosten te moeten betalen.

Het stoffelijk overschot bleef echter in Oosterbeek en werd overgebracht naar de Airborne Cemetery, waar mevrouw Swarts op 15 november 1945 het graf ging bezoeken. Het bleek te zijn blootgelegd en zij vernam dat men elders tot herbegraving  wilde overgaan, aangezien haar man geen militair was geweest.
Mevrouw Swarts ondernam onmiddellijk stappen om deze grafwisseling te verhinderen. Zij was de stellige mening toegedaan dat haar man in de strijd om Arnhem als militair was gevallen.

Ook bekend onder de schuil naam Christiaan van der Wal.

Linken OGS
war cemetries

wikipedia

Samuel Swarts

Mevrouw Jansje Swarts - Canes overleed in 1994. Zij verloor haar ouders en zus in Sobibor en Auschwitz.
Samuel Swarts ontving postuum het Verzetsherdenkingskruis.

Kan niks vinden over Wim Gerritsen junior.
Oorlogsgraven op de Kerkelijke Begraafplaats Doorwerth, Koninginnelaan 24, Heelsum
Jan Janssen
Renkum 11 maart 1906 - Wageningen 27 september 1944

Jan Janssen overleed op 27 september 1944 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen om 21.00 uur. Hij was getroffen door granaatscherven en werd zwaargewond naar het ziekenhuis overgebracht. Jan Janssen woonde met zijn vrouw Engelina Brink in Heelsum. Hij was de zoon van Roelof Janssen en Hendrina Everdina Rijksen.
Jan Janssen werd herbegraven op de Kerkelijk Begraafplaats Doorwerth

Bronnen
Archief gemeente Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 142
bron: Wageningen 1940 - 1945
Rik Willem van Manen
Renkum 10-2-1866 - Wageningen 27-sept-1944
Rik Willem van Maanen was landbouwer te Heelsum. Hij raakte zwaargewond bij de vijandelijkheden in Heelsum en overleed in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen op 27 september 1944 om 21.00 uur.
Rik Willem van Maanen was ongehuwd. Zoon van Gerrit van Maanen en Hermijnia Ottonia van Beek.
Cornelis Krechting
Oosterbeek 5-mrt-1913 - Renkum 30-jun-1985

Bevrijd uit een concentratiekamp en na de oorlog overleden. Geen oorlogsslachtoffer, wel een slachtoffer.

Een ongehuwd metselaar. Woonde Van Deventerweg 44 Oosterbeek. Opgepakt tijdens de razia in Putten, Werd op 03-05-1945 bevrijd te Ludwigslust en keerde op 26-05-1945 weer terug in Nederland.
Stichting oktober 1944
Jacob Peelen
5 mei 1909 Renkum - 10 mei 1940 Renkum
Een broer van Gerrit Jacob en Jan Peelen. Jacob is op 20 mei  1937 gehuwd met Charlotta Sofia van Hall uit Doorwerth. Hij was expediteur van beroep. Op de eerste dag van de Duitse inval moesten de inwoners in Renkum/Heelsum lange tijd noodgedwongen binnen blijven. Daardoor konden de koeien buiten in de wei niet gemolken worden. Toen het erop leek dat de beschietingen afnamen en het buiten rustiger leek te worden,  besloot Jacob, samen met een paar knechts de koeien in het weiland bij Oranje Nassau’s Oord te gaan melken. Tijdens het melken zijn toen Jacob Peelen en één van de knechts: Gerrit van Ham doodgeschoten. Dit is de reden van de titel van het boek: "Het begon onder melkenstijd" geschreven door Gerrit Jacob Peelen.
Alhier is begraven geweest: Een lijk van ?? Wijk, gevonden (in september 1944) bij Kievitsdel. Graf id-nummer: 415134, Begraafplaatsnr.: 145
(Plaats)aanduiding: I A 17/18 OUD Het graf is geruimd in 1948 en in 1986

Jenneke Gosewina de Wit Erichem, gemeente Buren 11 oktober 1896 - Wageningen 4 oktober 1944

Jenneke Gosewina de Wit woonde met haar man Jan Albertus van Aalst en hun drie zonen sinds 2 november 1938 in de woning van Rehoboth tegenover het oude kerkje van Heelsum. Van Aalst was vanaf die dag aangesteld als koster van het kerkje op de heuvel. Jenneke was de dochter van Aalbert de Wit en Aaltje Termeer.
Jenneke Gosewina de Wit was samen met haar man, drie zonen en haar moeder Aaltje Termeer weggevlucht vanuit hun woning aan de Koninginneweg. De bombardementen van de luchtlandingen en de beschietingen vanuit de Betuwe hadden ze al doorstaan. De bezetter had het bevel gegeven de gehele Veluwezoom te ontruimen.
De familie vluchtte, met op de kruiwagen wat hoognodige bezittingen, richting Bennekom.
Op de Keijenbergscheweg ter hoogte van de Leemkuil sloeg het noodlot toe. Jenneke werd temidden van haar gezin dodelijk getroffen door een granaatscherf. Haar man en kinderen bleven wonderwel ongedeerd. Moeder Aaltje Termeer liep enige tientallen meters voor het gezin uit. Ook zij werd geraakt en was eveneens dodelijk gewond. Jenneke de Wit en haar moeder Aaltje Termeer werden begraven op de algemene begraafplaats te Bennekom.
Jenneke werd in 1952 herbegraven op de Kerkelijke begraafplaats Doorwerth.
Bronnen.
Familie van Aalst, informatie en foto’s.
J. van Orden
Gemeentearchief Wageningen,
register van overlijden 1945 no. 135
Gelders archief, register van geboorten gemeente Buren.
Geboorteregister 1896 no. 48

bron: Wageningen 1940 - 1945


Oorlogsgraven op de begraafplaats van het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze, tegenwoordig Pro Persona, Wolfheze
Tijdens de bombardementen voorafgaand aan de luchtlandingen in het kader van "Market garden" op zondag 17 september 1944 werd Wolfheze, het Ziekenhuis en het Blinden Instituut gebombardeerd. Op de begraafplaats staan twee monumenten. Een voor een massagraf met  51 namen van patiënten en een groter monument met 35 namen van personeel en burgers. Er zijn echter meer oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats begraven.
Ziekenhuis Wolfheze
monument voor patiënten

Op 17 september 2019 was er in Wolfheze een 75 jarige herdenking. Die is via youtube hier te zien. In deze documentaire wordt 87 namen genoemd. Aan verwondingen later overleden er in totaal 96 personen.

Ziekenhuis Wolfheze
monument voor burgers en personeel
Eind september 1944 werden vele oorlogsslachtoffers bijgezet die bij deze bombardementen op Wolfheze zijn omgekomen.

In het boek Vlucht uit Renkum uit 2017, schrijft Ko van der Vooren: Er waren veel slachtoffers: 65 verplegers en 70 krankzinnigen.

In een dagboek (toegang 2869 nr. 4 in het Gelders Archief) vond ik: 9 oktober 1944: In Barneveld overleden deze week nog 9 personen!
Op een bijzondere afgescheiden plek, naast elkaar de graven van Jan Schiedam en Geurt Ansink. Beiden waren actief voor het verzet en werden op 19 september 1944 te Wolfheze, op de Wolfhezerweg ten noorden van het blindentehuis gefusilleerd

Geurt Ansink was de jongste zoon van Johan Ansink en Gerritje Rijke. Geurt Ansink
Hij was instrumentmaker van beroep. Op 14 december 1942 ’s avonds om 7 uur werd op verzoek van het gewestelijk arbeidsbureau door de agent Bezemer huiszoeking verricht bij J. Ansink naar diens zoon Geurt die sinds 18 mei 1942 spoorloos was. Geurt had de oproep voor tewerkstelling genegeerd en was ondergedoken bij Gerrit van de Weerd aan de Fransche Kampweg waar een ondergrondse schuilplaats was gebouwd in het bos. Op 17 september 1944 om 13.00 uur begonnen de geallieerde luchtlandingen. In de loop van de middag arriveerden Jan Schiedam en Jacob Post vanuit hun schuilplaats op de begraafplaats, aan de Fransche Kampweg bij de woning van Gerrit van de Weerd sr. Voor het avondeten vertrokken de vier mannen om zich aan te sluiten bij de luchtlandingstroepen. Geurt en Jan keerden die avond niet terug. Gert en Jacob waren ’s avonds weer terug aan de Fransche Kampweg. Geurt Ansink en Jan Schiedam vielen op 19 september ’s middags om 15.00 uur in de buurt van Het Blindenhuis aan de Wolfhezerweg in handen van Duitse troepen en werden ter plekke gefusilleerd. Eerst in augustus 1945 kreeg de familie de zekerheid dat Geurt en Jan gefusilleerd waren. Geurt Ansink en Jan Schiedam zijn begraven op de Bijzondere Begraafplaats psychiatrische inrichting Wolfheze. bron

andere bron
Geurt Ansink
Wageningen 21 augustus 1919 - Wolfheze 19- september 1944

Jan Schiedam
Amsterdam 2 juli 1919 - Wolfheze 19- september 1944

Ziekenhuis Wolfheze

Het Blinden Instituut Het Schild wordt eigenlijk volledig verwoest door toevallige Engelse bommen op 17 september 1944. De bewoners hadden zich vanwege de vele vliegtuigen in een veilige hal van het hoofdgebouw verzameld. Na de bombardementen verblijven zij in de aanwezige schuilkelders. Geen slachtoffers op 17 september 1944.
Daarvoor echter, op 9 april 943 moet het blindeninstituut de joodse blinden uitleveren. Via Westerbork naar Sobibor en Theresienstadt waar ze overlijden. Hun namen? Een vierde joodse dame: Jeanette van Ronkel weet te ontsnappen, kan onderduiken en overleeft de oorlog. Na de oorlog komt ze weer terug in Wolfheze tot haar overlijden op 21 december 1973.
youtube film: Bombardement Wolfheze | 17 september 1944 | Verslag van een ooggetuige

Een van de joodse slachtoffers: Beets, van, Grietje;
20-5-1867 - 16-apr-1943 overleden te Sobibor. bron.
Grietje van Beets , die al vele jaren bij het Blindeninstituut werkte, vertrok op 9 april 1943 in gezelschap van twee patiënten naar Westerbork. Op 13 april volgde reeds het transport naar Sobibor, waar zij op 16 april werd vergast. Zij was 75 jaar oud.

Een van de patiënten waarmee Grietje van Beets naar Sobibor vertrok was Betsy Coster. Coster, Betsy 30-11-1856 16-4-1943. Geboren in 1856 in Den Haag. Betsy was zeer labiel en werd van het Blindeninstituut overgeplaatst naar de psychiatrische inrichting. Vandaar uit werd zij op 9 april 1943 naar Westerbork gebracht. Op 13 april volgde transport naar Sobibor, waar zij op 16 april werd vergast, 86 jaar oud. Bij Yad Vashem wordt aangegeven dan Betsy Coster een bewoner was het het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze.

Andere waarschijnlijke namen van bewoners van Het Schild: Arinstein of Aronstein, Ida 10-12-1866 Bürow - 4-2-1945 Theresiënstadt.
Wanneer zij naar Nederland vluchtte is niet bekend maar het blindeninstituut werd haar tehuis.
Zij moest zich melden voor Westerbork en vandaar is zij op 4 september 1944 naar Duitsland gedeporteerd. Op 4 februari 1945 overleed zij in Theresiënstadt, 78 jaar oud.

Gottschalk, Gerhard Markus 30-3-1909 28-2-1945
Löwenstein, Kätchen geh. m. Max Gottschalk 25-04-1882 30-10-1944
De familie Gottschalk, vader, moeder en drie zonen vluchtten in 1938 naar Nederland. Na mei 1940 verhuisde het gezin naar Wolfheze. De vader overlijdt in 1941. In april 1943 vertrekken Gerhard en zijn moeder naar Westerbork en vandaar vijf maanden later naar Theresiënstadt. Beiden worden op 28 oktober 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. De moeder wordt twee dagen later reeds vergast.
Gerhard leeft nog enige maanden en overlijdt eind februari 1945 tijdens een van de dodenmarsen.
Van de twee andere zonen, niet woonachtig in Wolfheze, heeft één de oorlog overleefd.

Mendelsohn, Emil, 08-05-1870 - 23-7-1943.

In 1940 vluchtte hij naar ons land. Op 9 april 1941 verhuisde hij, na een aantal mislukte oogoperaties, naar het instituut in Wolfheze.
Emil Mendelsohn meende in het Blindeninstituut een veilig tehuis te hebben gevonden.
Wanneer hij gedeporteerd is naar Westerbork is niet precies bekend, wellicht op 9 april 1943. Wel staat vast dat hij op 20 juli 1943 werd afgevoerd naar Sobibor en drie dagen later werd vergast, 73 jaar oud.


Mej. J. van Ronkel. Wordt vermeld in de  lijst van de Joodse Raad van joden in Arnhem documentation, 04/1942-07/1942
Rebecca Walraven - van Leeuwen
Verbleef in het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze. Staat vermeld op de lijst van joden in Arnhem Joodsche Raad documentation, 04/1942-07/1942
Rebecca is een dochter van Samuel van Leeuwen en Vrouwtje Oppenheim. Ze trouwde 19 juni 1913 met Jacob Walraven (27 jaar, geboren in Rotterdam), zoon van Jacob Walraven en Maria Cornelia Magdalena van der Horst.
Duitse oorlogsgraven; zie de website Gelderland 1940-1945 over veldgraven in Oosterbeek, de omgeving, begraafplaatsen Zypendaal en Ysselstein. Tekst: Hans Timmerman
Air Despatch Memorial
Van Limburg Stirumweg ongenummerd, 6861 WL Oosterbeek, vanaf de Airborne begraafplaats 250 meter verder naar het noorden
Een beetje afgelegen tussen de militaire en de burgerbegraafplaats
het bijzonder mooie monument Air Despatch Memorial voor de 79 gevallenen
van het Air Despatch Squadron, die stierven tijdens de slag om Arnhem.

Air Despatch Memorial
Air Despatch Memorial
Air Despatch Memorial
Andere oorlogsslachtoffers alfabetisch
Johannes Hubertus Aartsen
Tilburg 27 maart 1926 - Sibolga, 29 januari 1949

Johannes wordt geboren in Tilburg en woont in het Gelderse Oosterbeek op de Van Deventerweg 26, waar hij werkt als chauffeur. Als dienstplichtige komt hij op bij de Koninklijke Landmacht in Nijmegen en wordt als infanterist ingedeeld bij de stoottroepen. Op 14 mei 1947 vertrekt hij aan boord van de Volendam voor de vervulling van zijn dienstplicht naar Nederlands-Indië, waar na het einde van de Tweede Wereldoorlog het revolutionaire geweld van de onafhankelijkheidsstrijd is losgebarsten. Johannes wordt gezonden als onderdeel van de troepenmacht om er de rust en het Nederlandse gezag te herstellen. Na een zeereis van bijna een maand komt hij aan land in de haven van Belawan, bij Medan op Sumatra.
Johannes wordt ingezet voor militaire operaties in Noord-Sumatra tijdens de Eerste Politionele Actie van 21 juli tot 4 augustus 1947 en patrouilles in de periode daarna. Ook tijdens de Tweede Politionele Actie van 19 december 1948 tot 5 januari 1949 levert Johannes strijd tegen de revolutionairen in de onherbergzame binnenlanden.

Op 29 januari 1949 sneuvelt hij bij Sibolga, in Noord-Sumatra. Johannes is 22 jaar geworden en laat een jonge weduwe achter. Hij rust op het Nederlands ereveld Leuwigajah in Cimahi. In zijn woonplaats Oosterbeek is zijn naam opgenomen op het Indiëmonument.

Bronnen en verwijzingen:
    Indie-1945-1950.nl
    Lijst van gevallenen tijdens oorlogen en missies sinds de Tweede Wereldoorlog
    Oorlogsgravenstichting
Jan Hendrik van Beek,
10 februari 1886 Nijmegen - 27 september 1944 Renkum

Renkum, Omgekomen bij een granaatinslag op 27 september 1944 rond 11:30 uur toen hij zich in de schuur van zijn woning bevond om de konijnen te voeren. Zijn stoffelijk overschot kan nog op 29 september worden begraven op de Algemene begraafplaats te Renkum. Koster / begrafenisondernemer Gerrit van den Born uit Renkum, die op 27 juni 1945 aangifte doet van zijn overlijden, geeft als overlijdenstijdstip echter 14:30 uur op (aktenr. 28). Toen zijn zoon voor het begraven nog afscheid wou nemen, bleek dat er iemand (zie hiernaast) anders in de kist lag.
Gretchen Dalenoord - Wenderich
1863 - 27 september 1944 te Renkum

Was gehuwd met Johannes Dalenoord en had een dochter: Johanna Catharina Frederika Dalenoord, geboren 1890 te Enschede. Ze kwam te overlijden in Renkum. Ze woonde in Oosterbeek aan de van Borseleweg 5.
Ester en Betje Cohen
1884 - 1887 - april 1943

De zussen woonden met hun moeder aan de Kerkstraat 5, hoek Achterdorpsstraat 10 in Renkum, waar ze de zuivelwinkel dreven van hun in 1933 overleden vader Salomon Cohen.
De meidagen van 1940 lieten ook in Renkum verwoestende sporen achter. Ook de winkel van Cohen ontkwam er niet aan. Esther en Betje verhuisden met moeder noodgedwongen naar Arnhem waar zoon Meijer Cohen (ZIE HIERONDER) immers woonde. Zij vluchtten, lopende met op de handkar hun moeder. De zussen hebben in de eerste oorlogsjaren in Arnhem gewoond. Na het vertrek van Meyer Cohen en zijn vrouw naar Westerbork wisten Esther en Betje niet wat ze moesten doen. Betje was nog enige tijd huishoudster, vermoedelijk bij de familie Sternveld in de Groen van Prinsterenstraat te Arnhem. Daarna verhuisde men verder naar  Oosterbeek en Doorwerth gewoond dan wel ondergedoken gezeten. Hun laatste verstekplaats was bij de familie Boelens aan de Kerklaan in Doorwerth, voordat ze verdronken. Dit adres was aan de Duitsers veraden.
Het verhaal gaat dat de zussen op 20 april 1943, op de vlucht voor de nazi’s, in de bossen van Doorwerth verbleven en vergeefs een nieuwe schuilplaats hebben gezocht. Of dat waar is, is niet aangetoond. Een nichtje van de zussen heeft later wel verklaard dat haar tantes tijdens de onderduikperiode in Arnhem radeloos waren en zich opgejaagd voelden. Als de zussen op 20 april 1943 bij Wageningen overleden in de Rijn, bij het Opheusdense Veer, worden gevonden, ziet men dat hun lichamen waren verbonden met een lint. Daar verwijst ook het lint naar tussen hun grafstenen op de Joodse begraafplaats aan de Oude Diedenweg in Wageningen.

Ook is er een verhaal dat Esther en Betje Cohen bij hun oudste zus Roos hebben aangebeld. Roos was ondergedoken op de bovenverdieping van de noodslachterij van Evert Elings aan de Vijzelstraat 5 in Wageningen. Maar ze stonden voor een gesloten deur.  Roos was er wel maar had strikte instructies om voor niemand de deur open te doen omdat de familie Elings die avond niet thuis was vanwege ondergrondse activiteiten. Bij thuiskomst vond moeder Elings een afscheidsbriefje waarin Roos vaarwel werd gezegd. Daarna zijn de twee zusjes de Rijn ingelopen.

Roosje Cohen-Cohen (1881-1950) uit Zetten was zo vanaf 1942 ondergedoken bij slagerij Evert Elings aan de Kapelstraat 12 (tegenwoordig Cafetaria ’t Passantje) in Wageningen. In 1943 verhuisde de slagerij Elings naar de Vijzelstraat en betrok het pand van de firma Plantinga. Roosje Cohen verhuisde mee naar de Vijzelstraat.
"De dames Cohen ...Op 29 april staat in mijn dagboek: “De gezusters Cohen hebben zelfmoord gepleegd. na vermoedelijk overal verjaagd te zijn.” Later zou ik er uitvoerig overschrijven in “De Nederlandse kerken...” “De dames Cohen (twee zusters) waren één van de drie Joodse families in ons dorp. Tot op de dag, van vandaag kan ik me hen helder voor de geest halen. De oudste. achter in de vijftig, had een rond gezicht, knap, grijs haar. De jongste zal achter in de veertig geweest zijn: haar gezicht was ovaal. Het was voor iedereen te zien dat ze sterk aan elkaar gehecht waren. Al was er weinig contact tussen hen en ons, we kenden elkaar. Ze waren ondergedoken. Bij wie? Ik weet het niet meer. Maar diegenen die hen verborgen hielden werden, toen de oorlog langer bleek te duren dan verwacht was, bang. Men vroeg de zusters weg te gaan. Dat hebben ze gedaan. In de nacht hebben ze toen bij een paar bekenden aangebeld met de vraag: 'Wilt u ons in huis nemen?' Iedereen weigerde. Iemand hunner vertelde dat de volgende dag.- wel met enige schaamte - bij ons in de winkel. De twee zusters zijn toen naar de Rijn gegaan en hebben zich verdronken. Later spoelden hun lichamen aan in Wageningen; ze hadden zich met een lint aan elkaar vastgebonden. Als de dames Cohen bij ons hadden aangebeld, zouden we ze niet hebben weggestuurd. Maar dat wisten ze niet, en ze zagen geen andere uitweg meer. Hoe afgrijselijk. Zulke dingen kwamen toen voor, in een gewoon dorp. In een stad als Amsterdam hadden de gruwelen een nog veel groter omvang.“
Uit: Soms moet een mens kleur bekennen: Snoek, Johan M. 1992

Op de Joodse begraafplaats aan de Oude Diedenweg in Wageningen liggen zeker zes leden van de familie Cohen uit Renkum begraven. Op drie graven staat een steen, drie hebben alleen een paaltje met het grafnummer.

Ook tekst bij: Wageningen 1940 - 1945
Uitgebreide bron: Ester en Betje Cohen 1940-1943
De geschiedenis van de familie in Renkum op Dodenakkers.nl
Wes Beekhuizen: Groen was mijn dorp. Pagina 58.

René ten Dam: Wageningen – De tragische dood van Esther en Betje Cohen, april 1943
Meijer, Jaap, Een lint van wanhoop; 2011; ISBN 978-90-8788-142-9
Meyer Cohen, Renkum 14 april 1888 - 1943 - Auswitz 19 februari 1943
Suzanna Gezina Cohen; Arnhem  21 augustus 1891 - Auswitz 19 februari 1943

Salomon en Saartje Cohen uit Renkum hadden vijf kinderen. De oudste was Samuel of Sam, geboren in 1878. Beekhuizen zegt dat hij de jongste was, hetgeen niet correct is. Hij overleed in 1917 aan longontsteking. Hij was nog geen 39 jaar geworden en
ongehuwd. Dan volgden drie dochters. Roosje (geb. 1881) , Esther (1884) Betje (1887) (ZIE HIERBOVEN) en Meijer Cohen, geb. 1888. Hij trouwde in 1920 met Suzanna Gezina Cohen ((geen familie) uit Arnhem. Sonja Henriette Cohen (1923-1996) was hun dochter. Meijer Cohen had in Renkum een manufacturen handel. Later zette hij de zaak in Arnhem voort. Het ging hem echter niet voor de wind (crisisjaren?). In 1937 moest hij zijn huis in de Rijnstraat in Arnhem, vlakbij de gedempte haven, verkopen. Er werd toen een huis gehuurd vlakbij het viaduct bij de KEMA aan de Utrechtse- weg. In 1942 toen Meijer Cohen en zijn vrouw zich naar Westerbork moesten begeven, woonden zij tegenover het Gemeentemuseum. Zij kwamen in 1943 uiteindelijk om in Auschwitz.

bronnen: geni.com
Oorlogs Graven Stichting Meyer
Oorlogs Graven Stichting Suzanna
Hendrik Charles Cramm
17 februari 1918 te Hilversum - 30 maart 1945 te Almen

Cramm trad tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst van de Engelse RAF

Oorlogsgraven Stichting

Hendrik Charles Cramm
Begraven op het Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen.

Charles Cramm
Hendrik Charles Cramm, een gewone jongen uit Renkum

In ons verhaal over de luchtoorlog boven Wageningen, mogen we één naam niet vergeten. De naam van deze jongeman is Charles Cramm. Toen de oorlog uitbrak was hij in militaire dienst, zoals zovele jongemannen in die tijd. De samensteller heeft het gevoel dat deze jongeman toch in zijn manuscript genoemd dient te worden, daar hij woonde en leefde in de buurt van Wageningen.
Charles Cramm werd op 17 februari 1918 geboren in Hilversum. In Hilversum had zijn opa een restaurant genaamd “De Karseboom”. Waarschijnlijk was er in het genoemde restaurant geen plaats voor alle zonen (zo ook voor de vader). De vader en moeder van Charles zijn toen beheerder geworden van ’t vakantie kinderhuis in Nunspeet van de Gemeente Amsterdam. Nadat Sanatorium “Boschrust” werd gesloten en dus leeg kwam, heeft de Gemeente Amsterdam (of de Maria Lenting Stichting) het genoemde pand gekocht om daar ook een vakantie kinderhuis te beginnen in Renkum. Vader en moeder Cramm vertrokken toen ± 1925 (als beheerders) van Nunspeet naar Renkum om daar het beheer van het voormalige “Boschrust” op zich te nemen. Charles was toen ongeveer 8 jaar. Zodoende groeide hij op in de omgeving van Wageningen, en later ging hij naar de Handelsdagschool in Wageningen.
In militaire dienst. Op 10 oktober 1938 werd Charles Cramm als Gewoon Dienstplichtige van de lichting 1938 ingelijfd in het Nederlandse Leger. Op 4 juli 1939 kwam hij als vrijwilliger bij het 3e Luchtvaartregiment als adsp. res. onderoff.-vlieger IIIb. In december 1939 werd hij ontheven van zijn verbintenis als adsp. res. ond.off.vl en zijn functie werd teruggebracht naar die van gewoon dienstplichtige I’1938. Volgens de heer Aalpoel die voor de oorlog, die de vlieginstructeur van Charles was, tijdens zijn vliegopleiding in Nederland. Vertelde dat na de mobilisatie de vliegscholen werden gedecentraliseerd. Dit is zou waarschijnlijk de reden kunnen zijn geweest waarom Charles werd teruggezet in zijn rang. Charles zou de heer Aalpoel later weer tegenkomen in het No 322 (Dutch) Spitfire Squadron in Engeland.
Echter op 5 juli 1939 werd hij overgeplaatst naar het 3e Luchtvaartregiment. Uit een brief van de Sectie Luchtmachthistorie bleek dat Charles in mei 1940, 2 dagen verlof had en op 2 mei al weer terug was. Tevens vermelde de brief dat hij op 3 mei 1940 werd opgenomen in het Gasthuis te Middelburg, en hier op 13 mei werd ontslagen als patiënt . We mogen aannemen dat Charles in die dagen gelegerd was op het vliegveld Vlissingen (Souburg).  
Op 30 maart voerde het Nederlandse No.322 Squadron RAF, twee bombardementsvluchten uit. ‘s Morgens kreeg het No.322, samen met het 127ste Squadron RAF, de opdracht om een “low level”-aanval uit te voeren op een Duits hoofdkwartier noordelijk van Arnhem. De meeste van hun bommen vielen in het doelgebied. Verder vielen ze ook een aantal barakken aan met hun boordwapens. Deze barakken bevonden zich op het coördinaat E.762816.” ‘s Middags om 14.35 uur vertrokken van het vliegveld Schijndel, 12 Spitfire’s van het No.322 voor een “low level”-aanval op een Duits hoofdkwartier nabij Zutphen. Doordat er te lang boven Zutphen naar het doel (een villa) moest worden gezocht ging het verrassingselement verloren en kon het lichte luchtafweer zich instellen. De groep werd aangevoerd door S/Ldr. B. van der Stok, één van de andere piloten was W/O Hendrik Charles Cramm.
Het Squadron Record Book vermeld over deze aanval het volgende; “The Squadron took part in low level bombing of German H.Q. at ZUTPHEN. Hits were obtained on both houses in the target area and 1 was destroyed whilst the other was severely damaged. Intense accurate light Flak from the whole area round the target. F/SGT JESS had to make a forced landing away from base but was only slightly injured. W/O. CRAMM is believed to have been hit by Flak and is not jet returned. 12 x 500 lb M.C. , 12 x 250 lb M.C. and 12 x 250 lb G.P. bombs dropped.”
Bron: Joop Siepermann
Eugenius Zadok Dichne 11-dec-1914 Renkum - 11-jun-1943 Sobibor

Euchenius Zadok Dichne is zoon van
Maurits Jozef Dichne; 12 november 1888 Amsterdam - 09 juli 1943 Sobibor
Gehuwd met Francina Wilhelmina Manasse; 18 augustus 1888 - Renkum - 09 juli 1943 Sobibór
kinderen:
Euchenius Zadok Dichne
Alida Geertruida (Puck) Maurits Dichne, 24 augustus 1917 Renkum - 04 april 2018 Tel Aviv
Adriana van Gelderen; geboren Oosterbeek 09-08-1875, overleden Auschwitz 15-10-1942.

Jetje van Gelderen; geboren Oosterbeek 08-04-1868, overleden Auschwitz 15-10-1942.
familie Gottschalk

Gerhard Markus Gottschalk, 30-mrt-1909 Hamburg Duitsland - 28-feb-1945    Midden Europa

Käthe Sara Gottschalk - Löwenstein, 25-apr-1882 Einbeck Duitsland - 30-okt-1944    Auschwitz
Gerhard Markus Gottschalk heeft op 1 januari 1941 de Gereformeerde belijdenis gedaan bij ds, Toornvliet in Wolfheze, Hij woonde destijds aan de Wolfhezerweg 95 te Wolfheze.
Jacob Godschalk, 12-jun-1876 Roden - 14-mei-1943 Sobibor
Johan Godschalk, 5-okt-1872 Roden - 14-mei-1943 Sobibor

Beiden woonachtig in Oosterbeek
Johan en Jakob Godschalk.
Vanaf 4 januari 1941 woonden zij in Oosterbeek. Het beroep dat zij hebben uitgeoefend, is niet meer te achterhalen. Beide broers werden op 11 mei 1943 op transport gesteld naar Sobibor en daar op 14 mei vergast. Johan was ruim 70 jaar oud, Jakob 64 jaar.
Leopold Gutherz, 25-apr-1871 Kattowitz Polen - 29-mei-1943 Sobibor
Doris Graumann, 7-4-1873 Posen Duitsland - 28-mei-1943 Sobibor
Susanna Felicitas Gutherz, 1-apr-1903 Dresden Duitsland - 30-sep-1942 Auschwitz

Dit gezin woonde in Oosterbeek
Het echtpaar had nog twee dochters en twee zonen. Leopold en zijn zonen werden tijdens de beruchte Kristalnacht van 9 november 1938 gevangen genomen. Begin 1939 kon het echtpaar met twee dochters vluchten naar Nederland, waar zij zich uiteindelijk vestigden in Oosterbeek.
Leopold en zijn echtgenote zijn op 25 mei 1943 op transport gesteld naar Sobibor, daar op 28 mei aangekomen en de volgende dag vergast.
Hun dochter Susanna was reeds op 17 augustus 1942 gearresteerd en vervolgens, ruim een maand later, op 30 september 1942 in Auschwitz vergast. Zij was katholiek gedoopt maar dat bood geen. bescherming. Integendeel: op zondag 26 juli 1942 werd in alle katholieke kerken geprotesteerd tegen het vervolgen van de Joden in ons land. Als represaille werd een groot aantal gedoopte Joden opgehaald en weggevoerd, waaronder Susanna.
Luitenant Yves W. Hacart, Frankrijk; 22 september 1911 - 18 September 1944

Eerst begraven op het Airbornekerkhof, Op 28-9-1948 overgebracht naar Chateau de Frecquiennes Pavilly France.
Verbindingsofficier van het Franse leger, ingedeeld bij het156th Parachute Battalion. Dit bataljon zou eerst operatie Linnet uitvoeren in Frankrijk, dat ging niet door en toen werd het Market garden.
Er is een veldgraf bij kilometerpaal 13 in Oosterbeek: Yves Hacart met 1 Engelsman en 2 Duitsers. Uit de
Hoog en Laag van 01-10-1948.

Meer en tegenstijdige informatie bij ParaData org

Hacart wordt genoem in het boek van Middlebrook , Martin;  Arnhem 1944, the airborne battle; 1994.
Hendrik van Harn, Wageningen 07-04-1902 - Arnhem 26-09-1944

Hendrik van Harn was gewond aan het bovenbeen opgenomen in het St. Elisabeth Gasthuis in Arnhem. Hij overleed tengevolge van een infectie. Zijn beroepwas meubelmaker. Hendrik van Harn was getrouwd met Berdina van Manen. Zij heeft op 23 juli 1945 aangifte gedaan van het overlijden van Hendrik van Harn in Arnhem om 10.00 uur, akte 956, jaar 1945. Het echtpaar Van Harn- van Manen was woonachtig in Oosterbeek. Hendrik van Harn werd [her] begraven in Oosterbeek Algemene begraafplaats Zuid.
Ouders: Johannes van Harn en Antje van der Laan.
Gedeeld document met
Wageningen 1940-1945
A.M. van Gent/Marketgarden.com
Bronnen.
Gemeentearchief Wageningen.
Gelders Archief digitaal
Dr. Julius Kahn, 12-12-1886 Moskou Rusland - 23-jul-1943 Sobibor; gehuwd met
Feiga Fogelsohn, 2-11-1884 Luchine Rusland (Rezika Rusland, zie de bevolkingskaart hieronder) - 23-jul-1943 Sobibor (of Feigelsohn); twee zonen
Dr. Boris Kahn, Plainpalais, Genève Zwitserland 07-10-1911 - Sobibor 23-07-1943
Victor Kahn, 10-8-1920 Arnhem - x

Feiga Fogelsohn en Julius Kahn
deze pasfoto's zijn gemaakt in Kamp Westerbork

Het echtpaar Kahn Fogelsohn woonde in de WWII in Heveadorp waar Dr. Julius Kahn als scheikundige werkte bij de N.V. Vereenigde Rubberfabrieken in Heveadorp
Achtereenvolgens woonden zij in Zwitserland, Arnhem en Oosterbeek voordat zij zich in 1922 vestigden in Heveadorp. In dienst van de Hevafabrieken verbleef men ook in Loosduinen. Vanaf 1933 woonde men weer weer in Heveadorp. De familie Kahn had twee zonen: Boris en Victor, die bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog volwassen waren.

Kahn Doorwerth
Goed te lezen. De echtgenoot heet Fogelsohn en niet Feigelsohn, wat vaak gebruikt wordt. Heer Kahn is genaturaliseerd in 1924.

 
Stamkaart Julius Kahn

De heer en mevrouw Kahn stonden als zeer vriendelijk bekend. In april 1943 moesten zij zich voor transport melden. Via kamp Vught kwamen zijn op 9 mei aan in Westerbork. Reeds op 20 juli van dat jaar werden zij met hun zoon Boris, die niet in de gemeente Renkum woonde, gedeporteerd naar Sobibor en daar op 23 juli 1943 vergast.

Boris Kahn werd geboren in Genève maar bracht zijn jeugdjaren door in Oosterbeek en Heveadorp. Boris studeerde in Utrecht en werd er assistent van George Uhlenbeck. Boris Kahn promoveerde in 1938 te Utrecht in de wiskunde ‘On the theory of state’. In 1939 trouwde hij met Ida Koetser, zij kregen twee dochters. In 1940 werd Tamar geboren, drie jaar later zijn dochter Shjoelamiet. In juni 1941 woonde het gezin in Groningen, het  beroep van Boris Kahn was in die periode conservator. Vanaf 30 september 1942 was dr. Boris Kahn als docent verbonden aan het Joods Lyceum in Den Haag voor de vakken wiskunde en mechanica. Op 20 juni 1943 werd Boris Kahn geregistreerd in kamp Westerbork. Zijn ouders waren al sinds 9 mei 1943 in hetzelfde kamp. Op 20 juli 1943 werd Boris Kahn samen met zijn ouders en ruim tweeduizend lotgenoten gedeporteerd naar Sobibor. Zij werden op 23 juli 1943 omgebracht.

Bronnen:
Gemeente Den Haag Digitaal
Gezinskaarten
‘Slotakkoord der kinderjaren’ Wally de Lang
Herinneringen aan het Joodsch Lyceum Den Haag
Herinneringscentrum Westerbork
www.kampwesterbork.nl
De dood van Rubber: Peter van Leeuwen, 2009
www.wageningen1940-1945.nl
Käthe Sara Löwenstein, 25-apr-1882 Einbeck Duitsland - 30-okt-1944 Auschwitz
Gerhard Markus Gottschalk, 30-mrt-1909 Hamburg Duitsland - 28-feb-1945 Midden Europa

Moeder en zoon, woonden in Wolfheze
Käthe Löwenstein en haar zoon Gerhard Gottschalk werden op 28 oktober 1944 naar Auschwitz gebracht, twee dagen later werd de moeder vergast. Zoon Gerhard leefde nog enkele maanden, maar eind februari 1945 overleed hij tijdens een van de dodenmarsen.
Kathe was gehuwd met Max Israel Gottschalk (1873 - overleden te Arnhem 1941). En er was nog een tweede kind: Kurt Israel Gottschalk 1910 - overleden op 28 februari 1945 in Midden-Europa
Rik Willem van Maanen
Renkum 10 februari 1866 - Wageningen 27 september 1944

Rik Willem van Maanen was landbouwer te Heelsum. Hij raakte zwaargewond bij de vijandelijkheden in Heelsum en overleed in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen op 27 september 1944 om 21.00 uur. Rik Willem van Maanen was ongehuwd. Zoon van Gerrit van Maanen en Hermijnia Ottonia van Beek.
bron: Wageningen 1940 - 1945
Sara Maas 21-11-1878 Oosterbeek - 30 april 1943 Sobibor
gehuwd met Levie, Oosterbeek

Uitzoeken: in 1929 woont er een familie Levie, met zoon Julius aan de Grindweg 87, Oosterbeek.
Met onderbreking van enkele jaren woonde zij vanaf 1915 in Oosterbeek. Op 27 april 1943 werd zij afgevoerd naar Sobibor, waar zij op 30 april werd vergast.
De familie Manasse, woont al generaties in Renkum.
Adres rond 1915: Dorpsstraat A 77
Adres rond 1925: Dorpsstraat 087

De winkel was op wat tegenwoordig de Dorpsstraat 105 is.

Salomon Isaac Sternfeld, Brummen circa 1843 - Doesburg 1-7-1932, slagersknecht huwt te Renkum op 18-6-1867 met Dientje Cohen,  dochter van David Cohen (slagter) en Koosje Sternfeld, Renkum 1839 - Renkum op 23-5-1896. Een andere dochter: Diena Sternfeld Renkum 1882 huwde met Jacob Rudolph Manasse.

Manasse Renkum
  Eugenius Rudolph Manasse, 18 December 1853 Elst - 29 maart 1923 Renkum (schilder) gehuwd met
    Geertrui Schenk, 24 september 1856 Renkum - 3 februari 1936 Renkum
hun kinderen:
Jacob Rudolph Manasse; 05 juni 1879 Renkum - 04 juni 1943 Sobibór
Abraham Manasse 20 augustus 1880 -  28 september 1880
Adolf (Dolf) Manasse; 18 juli 1881 - 25 januari 1943 Oswiecim
Emanuel (Maantje) Alexander Manasse; 21 november 1882 - 9 april 1943 Sobibor
Julius Frederik Manasse; 03 juli 1884 Renkum - 09 maart 1887 Renkum
Eugenius Rudolph Manasse; 15 juni 1890 Renkum - 11 mei 1954 Renkum
Eduard Louis (Eetje Lois) Manasse  14 oktober 1895 Renkum - 19 oktober 1942 Amersfoort of Auschwitz
Liefman (Leo) Julius Meyer Manasse, 17 maart 1898 Renkum -29 december 1993 Leusden

De weduwe E.R. Manasse woont rond 1925 op de Dorpsstraat 089 A. Weduwe van Eugenius Rudolph Manasse.
Emanuel (Maantje) Alexander Manasse
21 november 1882 - 9 april 1943 Sobibor Polen.

en Fanny Manasse-Hartogsohn
14 augustus 1885 - 9 april 1943 Sobibor.

Manasse Renkum
Emanuel Manasse was gehuwd met Fanny Hartogsohn, geboren in 1885 en afkomstig uit Duitsland.
Het echtpaar kreeg twee zonen
Maantje Manasse was een actieve man. In Renkum had hij een drogisterij en een boekhandel. Destijds Dorpsstraat 87 (drogisterij) en 62 voor wat betreft de Boekhandel Lectura Boek- en kant.boekh, leesbibliotheek te Renkum. Daarnaast was hij de uitgever van het weekblad de “Renkumse Courant”, die elke zaterdag verscheen. Hij drukte ook ansichtkaarten van Renkum en omgeving. Manasse trouwde met Fanny Hartogsohn, een Duitse vrouw uit Emden. Samen kregen ze twee zoons: Eugène en Herman, die beiden de oorlog overleefden. Het gezin woonde aan de Dorpsstraat 105 in Renkum, naast de drogisterij. Manasse had bestuursfuncties in de V.V.V. de Middenstandsvereniging van Renkum, de ijsclub ‘Vooruit’, de Oranjevereniging en de Joodse Kerk in Wageningen.
In oktober 1942 kwam er een abrupt einde aan dit actieve leven: de familie Manasse verdween uit Renkum. Maantje en Fanny doken onder in het Bennekomse bosgebied rondom de Bosbeekweg. Waar ze precies ondergedoken waren weten we niet zeker, daar zijn drie verschillende verhalen over. Het kan ook zijn dat alle verhalen kloppen, want onderduikers werden vaak ‘doorgegeven’ als er gevaar dreigde of als er nieuwe mensen ondergebracht moesten worden. Arie de Groot, de eigenaar van Pension De Boschbeek, speelde hierin een belangrijke rol.
Lang duurde de onderduik van Fanny en Emmanuel echter niet. In maart 1943 werd er een razzia gehouden in het bosgebied en Maantje en Fanny werden gearresteerd. Op 2 april werden ze overgebracht naar Kamp Westerbork en met het eerstvolgende transport van 6 april werden ze doorgestuurd naar Sobibor. Op 9 april zijn ze daar vermoord.
Hun twee zoons, Eugène en Herman, overleven beide de oorlog. Volgens één bron zijn ze ‘op tijd ontkomen naar Engeland’. Dat zou dan dus al voor de oorlog geweest zijn.
Bij het huidige natuurvriendenhuis de Boschbeek liggen meerdere Stolpersteine, (bron) waaronder een voor de Manasse’s. In Renkum is sinds 1963 een straat naar hen vernoemd.

Bronnen: Joods Monument,
Adolf Manasse
18-07-1881 Renkum - 25-jan-1943 Auschwitz

Geboren en opgegroeid in Renkum, broer van Emanuel Manasse.
Adolf Manasse, werd in 1881 in Renkum geboren als zoon van Eugenius Manasse die in Renkum een bedrijf had onder de naam E.R. Manasse en Zonen, huisschilders en kamerbehangers.
Adolf was in zijn jeugd een ongeluk overkomen en sindsdien gehandicapt.
Zoals bekend hadden de nazi's geen enkel respect voor de gehandicapte medemens, integendeel.
Adolf Manasse, werd vanuit  het Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht Het Apeldoornse Bos aan de Zutphensestraat 106, Apeldoorn, waar hij verbleef, samen met alle andere bewoners en verpleegkundigen,  naar Auschwitz getransporteerd, waar hij op 25 januari 1943 werd vergast.
Xeno Augustus Franciscus Münninghoff
Deventer 25 aug 1873 - 31 okt 1944 Barneveld

Bekend kunstschilder en directeur van de gemeentelijke Tekenschool. Men woont aanvankelijk in Renkum, later in Oosterbeek. Het gezin Münninghoff- Mathilda Jacoba van Vliet moet na de septemberdagen 1944 evacueren. Het gezin belandt in het buurtschap Overwoud tussen Barneveld en Lunteren. Door een ongeneeslijke ziekte en de ontberingen tijdens de evacuatie overlijdt Xeno op 31 oktober in Hotel De Roskam te Barneveld, dat dan dienst doet als noodziekenhuis.
Herbegraven op 3 november 1945 van Barneveld naar de begraafplaats aan de Fangmanweg te Oosterbeek.
In de raadsvergadering van 21 maart 1963 wordt besloten een laan naar Xeno te vernoemen. Op het oude landgoed De Dennenkamp in Oosterbeek verschijnt de naam Münninghofflaan.

De gemeente Barneveld geeft aan dat Xeno Münninghof, mede door de evacuatie, is overleden.

Dit wordt ook hier onderschreven: "Door een ongeneeslijke ziekte en de ontberingen tijdens de evacuatie overlijdt Xeno op 31 oktober in Hotel De Roskam te Barneveld, dat dan dienst doet als noodziekenhuis. Op 2 november wordt Xeno in Barneveld begraven."
bron: www.xenomunninghoff.com/biografie
Xeno Münninghof
Frederik van Nieuwenhuijsen
Wageningen 29-09-1907 - Neuengamme 03-05-1945

Fré van Nieuwenhuijsen woonde sinds 18 juli 1928 in de gemeente Renkum en was gehuwd met Johanna Maria Rozenboom 1909-1989. Zijn beroep was bankpapiermaker.
Fré van Nieuwenhuijsen was, na de luchtlandingen en gedwongen evacuatie van de Veluwezoom terecht gekomen in Scherpenzeel.  Hij werd gearresteerd bij een inval op 17 december 1944 in de boerderij De Overweg van Gijsbert van de Burgt en werd overgebracht naar kamp Amersfoort waar hij tot 4 februari 1945 verbleef en toen op transport werd gesteld naar Neuengamme. Hij overleed in Neuengamme op 3 mei 1945. Gevangen nummer onbekend.
Gedeeld document met:
Wageningen 1940-1945
Bronnen
Oorlogsgravenstichting, slachtofferregister.
Archief gemeente Wageningen.
Oorlogsmonumenten Scherpenzeel
Akte overlijden gemeente Renkum 31-01-1952 akte 95.
https://www.vriendenkringneuengamme.nl/
Henri Charles Munter
Meester Cornelis, Ned. Oost Indië 6-2-1900 - Arnhem 3-5-1943

Veluwsche Courant 8 mei 1943
Dit verhaal uit de Veluwsche Courant van 8 mei 1943, klopt net niet helemaal.

Vermoord door de Duitsers naar aanleiding van de april-mei staking op de Heveafabriek. Munter was  op maandag 3 mei 1943 thuis. Toen hij hoorde dat er bij de fabriek medewerkers werden opgepakt is hij naar de fabriek gegaan en gaf zichzelf aan om de anderen te redden. Opgepakt en dezelfde dag gefusilleerd aan de Waterbergseweg te Arnhem, samen met: Pouwel Dijkstra, Jan Kleefsman, Cornelis Willem Knipscheer, Gerrit Peters, Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, Willem George Frederik Weimar, Jan Wirfen. Op de fusillade-locatie is een herdenkingsmonument.

Begraven op Nieuw Eykenduynen, Den Haag
"Heveadorp - Maandag 3  mei 1943; laat in de morgen  omsingelde  een  Einsatzgruppe van de Sicherheitspolizei en Ordnungspolizei het hele complex van de Hevea Rubber-fabrieken, karabijn  in de aanslag, handgranaten tussen de  koppelriemen. Vier SD-officieren betraden vervolgens het  fabriekskantoor, vergezeld door een voorman, een NSB'er. De  arbeiders - de meesten van het circa  800 man sterke personeel hadden het werk hervat - werden naar  het  schaftlokaal gedreven, waarna een soort selectie plaatsvond. De SD-staf wilde weten wie de  opdracht had gegeven vrijdag de elektrische stroomtoevoer naar de stoomketels af te sluiten, en verder wie de toonaangevende  werkverlaters waren. De voorman (na  de oorlog door het Bijzonder Hof veroordeeld tot 15 jaar met  aftrek) speelde met  veel gesnauw zijn verradersrol. Hij haalde met name uit tegen de arbeider P.  Dijkstra, een communist. Ten aanzien van het eerste punt wilde niemand van de  verhoorden ook maar één naam noemen. Toen werd gedreigd met het doodschieten  van nog meer Todeskandidaten nam bedrijfsingenieur H.Ch. Munter de verantwoordelijkheid voor het doven van de vuren op  zich. De  Duitsers voerden  hem en zes andere  'medeplichtigen' weg op een open vrachtauto. Na ondervraging  in het SD-hoofdkwartier aan de Utrechtsestraat 53 in Arnhem werden de zeven mannen door het standgerecht ter dood veroordeeld, welk vonnis wellicht diezelfde   maandag of dinsdag nog achter het Openluchtmuseum werd voltrokken. De namen:   Ir. H.Ch. Munter, de kantoorbedienden W.G.F. Weimar, C.W. Knipscheer en  J.M.J.  Quaedvlieg en de arbeiders P. Dijkstra, G. Peters en J. Kleefsman."  Bron.

Hevadorp Munter
Jacques Matheus Josephus Quaedvlieg
 22 januari 1917 (Linne) - 3-5-1943 (Arnhem)
Wonende te Oosterbeek en kantoorbediende van de N.V. Vereenigde Nederlandsche Rubberfabriek in Heveadorp. Rooms-Katholiek. Lid verzet. Bij de Rubberfabriek deed het personeel mee aan de April-Meistaking 1943. Een compagnie van de Waffen-SS sloot Heveadorp op 3 mei 1943 af. De bezetter arresteerde 6 werknemers die werden gefusilleerd. (bron)
Willem Louis Frederik Christiaan ridder van Rappard (Lumpy)
Oosterbeek 19-12-1902 - Nijmegen 07-09-1944
Willem ridder van Rappard, was bankdirecteur bij de Rotterdamse Bank Nijmegen. Gehuwd en vader van een kind. Hij was ook secretaris van het Nijmeegse Rode Kruis en in die hoedanigheid vertrok hij op 7 september 1944 om 20.30 bij de familie Terwindt aan de Sophiaweg 125 naar huis. Bij het Lazaret Mariënbosch aan die weg sommeerde een wachtpost hem te stoppen. Door het stormachtige weer, de sterke helling van de Sophiaweg en het feit dat Van Rappard hardhorend was, gaf hij geen gehoor aan de sommatie. Hierop werd gericht geschoten. Op weg naar het lazaret Hengstdal overleed hij in de auto.
Bron: Dwarsligger van beroep: Ridder van Rappard door Klaas Tammes, 2018.
Bron: Oorlogsdoden Nijmegen
Bron: Genealogie van de families Jäger, Rappard, etc
Petrus (Piet) Jacobus Rombout
Renkum, 3 mei 1901 - Amersfoort, 18 maart 1945
Bij de Oorlogsgraven Stichting wordt Oosterbeek als geboorteplaats aangegeven.

Een ambtenaar van de gemeente Ede. Komt in het verzet terecht. Om het verzet in Nederland aan wapens te helpen werden er door de Engelsenregelmatig wapendroppings boven ons land uitgevoerd. De laatste dropping voor de bevrijding van Ede en Bennekom werd meerderen fataal. Toen om 11 uur het vliegtuig kwam, dropte het niet volgens de windrichting, maar loodrecht daarop, waardoor alle parachutes te ver weg neerkwamen. Doordat ze met veel mensen waren, werden er toch een aantal containers gevonden en deze werden op wagens geladen. Om ongeveer half één gingen deze wagens op weg naar de schuilplaats. Een ploeg van 5 man zou het daglicht afwachten om de rest van de containers te zoeken. De overige mannen gingen naar huis. Op de terugweg liep een gedeelte van hen echter in de val van de Duitsers en werd gevangengenomen. Deze in totaal vijftien arrestanten werden overgebracht naar ‘De Wormshoef’ in Lunteren. Dit was het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD). De dan 43-jarige Piet Rombout wordt daar tijdens de verhoren zwaar mishandeld. Als hij daarop tijdens zijn overbrenging naar de Wormshoef probeert te ontsnappen, wordt hij in zijn rug en zij geschoten. Zwaargewond als hij is, wordt hij toch naar de Wormshoef overgebracht. Daar worden de gewelddadige verhoren gewoon voortgezet. Uiteindelijk te ernstig gewond en mishandeld om nog verder te kunnen worden verhoord wordt hij in de nacht van 12 op 13 maart in een vrachtwagen naar Kamp Amersfoort gebracht. Hier wordt hij opgesloten in de ‘dodenbunker’, waar hij op 18 maart overlijdt.
wikipedia
oorlogsgraven stichting
Erich Franz Emil Salomon 28-apr-1886 Berlijn Duitsland - 7-jul-1944 Auschwitz; gehuwd met
Margaretha Sara Salomon - Schüler 11-12-1889 - 7-jul-1944 Auschwitz; 2 kinderen
Dirk Franz Emil Salomon 11-nov-1920 Berlijn Duitsland  - 28-feb-1945 Midden Europa
Een zoon, Otto Erich Salomon, (1913 - 2006) was tijdens de oorlog niet in bezet gebied en heeft de oorlog overleeft.

Erich Franz Emil Salomon werd als zoon van de bankdirecteur Emil Salomon en Therese Schuler op 28 april 1886 in Berlijn geboren. Hij studeerde van 1906-1909 eerst zoölogie en bouwkunde in Berlijn. Daarna studeerde Salomon rechten in München en Berlijn. In de Eerste Wereldoorlog ging hij in militaire dienst en werd hij krijgsgevangen gemaakt in Frankrijk

Erich huwde in ’s-Gravenhage op 14 maart 1912 met Maggij Schler. Zij werd op 11 december 1889 te Rotterdam geboren haar ouders waren Willij Michaëls Schüler en Selma Wittgenstein.
Het echtpaar vestigde zich in Berlijn. De eerste zoon Otto Erich werd hier op 13 juli 1913 geboren
Erich Salomen vluchtte in 1935 vanuit Berlijn naar Den Haag en vandaar naar Engeland.
De tweede zoon: Dirk Franz Emil werd op 11 november 1920 in Berlijn-Charlottenburg geboren.

Erich Salomon ging zelf fotograferen in 1927, wanneer hij 41 jaar is, om een aantal juridische geschillen te documenteren. Salomon werd zeer bekend toen hij zijn foto's publiceerde die hij stiekem had gemaakt tijdens een moordzaak, foto's van een politiemoordenaar die in Berlijn moest voorkomen. Deze foto's waren zo succesvol dat hij fulltime ging fotograferen waarbij hij zich specialiseerde in foto's die de menselijke kwaliteiten van hedendaagse beroemdheden en politici lieten zien.
Salomon werkte ook korte tijd in Engeland en de V.S. en publiceerde in 1931 een boek getiteld Celebrated Contemporaries in unguarded moments, dat foto's bevatte van ongeveer 150 hoogwaardigheidsbekleders en beroemdheden uit zijn tijd.
Tot 1933 werkte hij als freelance fotograaf voornamelijk voor uitgeverij Ullstein, de Berliner illustrierte Zeitung, de Münchner illustrierte Presse, Fortune, Life, Time, New York Tribune en de Daily Telegraph.

Het is de machtsovername van de Nationaal Socialisten op 30 januari 1933 die de familie doet besluiten Duitsland te verlaten.

Erich Franz Emil Salomon, zijn vrouw Maggij en zoon Dirk vluchtten uit Berlijn en vestigden zich op 24 augustus 1933 in Den Haag. Nederland leek veilig en was het geboorteland van Maggy. Men gaf op: kerkelijke gezindte Evangelisch. Zij gingen wonen op de Waalsdorperstraat 98. In augustus 1935 vertrok Salomon naar Londen en keerde in september 1937 terug in Den Haag. Het gezin woonde in mei 1938 aan de Schoutenlaan 47 in Den Haag
Vanaf 1942 woonde de familie Salomon in pension Koel, later kennen we dat als pension Rusticana aan de Utrechtseweg 35 (later hernummerd) te Heelsum. De jongste zoon zou volgens Cor Janse in Wageningen studeren, maar in 1942 werden Joden al niet meer toegelaten.
Toen de pensions voor joden niet meer veilig waren, omdat deze door de Duitsers op aanwezigheid van joden werden gecontroleerd, verhuisde dr. Erich Salomon naar een leegstaand zomerhuisje aan de Bennekomseweg 4 te Heelsum. Zijn echtgenote Maggij is toen, gescheiden van haar man, waarschijnlijk in het huis Elckerlijck aan de Wolfhezerweg 95 te Wolfheze gaan wonen. Naspeuringen van Cor Janse en zoon Otto in het boek: Blik omhoog, deel I, pagina 261 ev. bevestigen dit niet.
Salomon gaat in Den Haag stiekem weer in zijn eigen flat wonen en laat de opgestapelde huisraad voor de ramen staan. Een gas-meter-opnemer ontdekt echter dat er wel gewoond wordt en geeft dit door aan de Sicherheids Dienst. Salomon wordt opgepakt en in het Oranjehotel in Scheveningen gevangen gezet. Erich gaat op 29 juni 1943 naar kamp Westerbork. Maggij Schüler werd op 10 april 1943 in Westerbork geregistreerd en zoon Dirk op 4 mei 1943.
Erich, Maggij en Dirk werden op 18 januari 1944 naar Theresiënstadt gedeporteerd.
Op de lijst van de Theresiënstadtgroep stonden de namen van personen van oorspronkelijke Duitse nationaliteit, van oud-militairen die zich in de eerste Wereldoorlog het IJzeren Kruis 1e klasse hadden weten te verwerven en van oud-militairen die in diezelfde oorlog invalide waren geworden. Ook hen was Theresiënstadt bij het “platzen” van hun lijst in het vooruitzicht gesteld.
Toen dat kamp overvol raakte verviel hun beschermde status en werden Erich, Maggij en Dirk op 16 mei 1944 alsnog naar Auschwitz gedeporteerd
Erich Franz Emil Salomon en Maggij Schuler werden op 7 juli 1944 in Auschwitz vermoord.
Zoon Dirk kwam op 28 februari 1945 ergens in Midden-Europa om, waarschijnlijk bij een van de beruchte dodenmarsen
.
Otto Erich Salomon, geboren op 31-7-1913 te Berlijn en overleden op 2006-12-03 te Den Haag.
Otto diende in 1944 als fotograaf van de Britse Army Film and Photo Unit, onder de naam Peter Hunter, aan het Italiaanse front. De naam Peter Hunter was een veiligheidsmaatregel, Salomon klonk te Joods. Peter Hunter vestigde zich, als persfotograaf, in 1952 in Nederland en ging zijn vaders nalatenschap beheren. Hij overleed op 3 december 2006 in Den Haag. “Dat materiaal was in de oorlog her en der verspreid. In Heelsum, waar mijn ouders en broer Dirk enige tijd waren ondergedoken, vond ik in een paar weckflessen een belangrijk deel van vaders kleinbeeldnegatieven van de koninklijke familie terug. Ze waren deels door vocht aangetast. Het materiaal dat vader maakte van politiek Den Haag bleek de oorlog ook te hebben doorstaan.Uit de Trouw van 3-3-1996.

Dr. Erich Salomon was een beroemd fotograaf en is te beschouwen als de grondlegger van de parlementaire fotografie. De prestigeuze Dr.-Erich-Salomon-Preis, wordt nog steeds jaarlijks uitgereikt

Een koffer met fotomateriaal wordt door Erich ondergebracht bij bakkerij Crum en vele zwart-wit-negatieven bij Telders in Heelsum. De heer K. A. Telders (geboren 1877), Annaweg 3, te Heelsum, was een vanaf 1926 gepensioneerd Kapitein ter Zee van de Koninklijke Marine. In 1940 was Telders ook bestuurslid van de Ned. Protestantenbond e.a. Na de oorlog was de koffer nog wel bij Crum aanwezig, de inhoud niet. Zoon Erich vond na de oorlog de negatieven terug onder het kippenhok achter de woning van Telders.

Erich Salomon Heelsum

Depth of Field,
Wikipedia
Cor Janse; Blijk omhoog, 1995-99; 4 delen
Dank aan: Wageningen 1940 - 1945
Jan Seegers
Driel gemeente Heteren 7 mei 1889 - Wageningen 4 oktober 1944

Tijdens de evacuatie van Heelsum op 4 oktober 1944 werd Jan Seegers op de Keijenbergscheweg te Wageningen dodelijk getroffen door granaatvuur. Hij overleed om 11.30 uur. Jan Seegers was getrouwd met Gerarda Woutera van den Brand en zij woonden aan de Ottoweg 10a te Heelsum. Hij was de zoon van Jacobus Gerardus Seegers en Jenneke Speijers. Zijn beroep was broodbakker.
Bronnen
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 118.
Gelders Archief, Heteren geboorteregister
A.M. van Gent Marketgarden.com
bron: Wageningen 1940 - 1945
De familie Schwaab

Susanna de Bruin‏‎, Geboren ‎21 feb 1904 te Arnhem, overleden ‎11 jun 1943 Sobibor, Polen‎, 39 jaar, huwde met:

Barend Swaab‏, zoon van Joseph Swaab en Marianne Ketellapper‏. Geboren ‎6 mei 1910 Nijmegen, Gelderland, overleden ‎7 okt 1942 te Mauthausen, Oostenrijk‎, 32 jaar, bron:

Het laatst bekende adres was in Rhenen. Daarvoor Oosterdwarsstraat 1, Baarn. (Situatie in juni 1941)
Kinderen:

Marianne Swaab‏‎, Geboren ‎6 jan 1932 overleden ‎11 jun 1943 Sobibor Polen‎, 11 jaar
Nehemia Swaab‏‎, Geboren ‎28 jun 1936 Laren‎, overleden ‎11 jun 1943 Sobibor, Polen‎, 6 jaar
Sebilla Swaab, Geboren ‎1941‎, overleden ‎21 mrt 1942, Baarn
Betje Sternfeld, geb. te Renkum circa 1875, ovl. ca. 68 jr. oud) te Auschwitz

 Mozes Samuel Sternfeld, geb. te Renkum circa 1918, ovl. ca. 25 jr. oud) te Auschwitz [Poland] op 28-2-1943.
Mauritz Sternfeld, geb. te Renkum op 9-11-1898, ovl. (42 jr. oud) te Mauthausen [Oostenrijk] op 28-10-1941
Aaltje Termeer
Avezaath 17 november 1866 - Wageningen 4 oktober 1944

  Aaltje Termeer woonde in bij het gezin van haar dochter Jenneke Gosewina van Aalst- de Wit aan de Koninginnelaan te Heelsum. Tijdens de evacuatievlucht op 4 oktober 1944 vanuit Heelsum via de Keijenbergscheweg naar Bennekom-Ede werd Aaltje Termeer dodelijk getroffen door geallieerd granaatvuur uit de Betuwe. Het gezin van haar dochter liep enkele tientallen meters achter haar en ook daar sloeg het noodlot toe. Aaltje Termeer en haar dochter Jenneke Gosewina de Wit overleden om 11.00 uur. Zij werden begraven op de algemene begraafplaats te Bennekom. Aaltje Termeer was op 26 juni 1890 te Zoelen getrouwd met Aalbert de Wit, die op 6 februari 1912 in Erichem overleed.


Bronnen:
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 134
bron: Wageningen 1940 - 1945
Weinstein Renkum

Gevonden bij de OGS. Het echtpaar Salomon - Schrüller wordt hier op deze website ook genoemd. Zij hebben waarschijnlijk nooit in pension Rusticana gewoond.
Max Weinstein
23-aug-1920 Felsberg Duitsland - 31-mrt-1944 Auschwitz

Max werd op 23 augustus 1920 in Felsberg (Duitsland) geboren, zoon van Isidor Weinstein en Emma Speijer. Max Israël Weinstein, de tweede voornaam werd op 17 augustus 1938 in Duitsland bij wet toegevoegd aan alle mannelijk Joden. Joodse vrouwen kregen de toevoeging Sarah. Op 11 februari 1939 kwam Max vanuit Steinau (Duitsland) naar Voorst in de provincie Gelderland. Nog geen maand later, op 22 maart 1939, vestigde hij zich in Almelo. Hij woonde bij mevrouw M. Fienerman-Reefman, Gravenweg 5 en later in de Bornschestraat 384. Op 5 februari 1940 verhuisde hij naar de Koninginnelaan 85 te Heelsum. Max was landbouwer en Palestina-pionier en werkte bij de landbouwer Janssen op de Noordberg in Heelsum. Max was op 29 mei 1943 werkzaam bij de Moerdijkbruggen, een buitencommando van kamp Vught. Op 3 juli 1943 is hij overgebracht naar kamp Westerbork en op 31 augustus 1943 op transport gesteld naar Auschwitz. Max Weinstein overleed op 31 maart 1944 in Auschwitz. (bron Herinneringscentrum kamp Westerbork, Wageningen 1940-1945)
 
(Sam) Samuel Sternfeld

Uit de database waar ik aan werk:

Sternfeld      Mauritz (Maurits of Moritz)     09-11-1898      Renkum     28-okt-1941     Mauthausen
Sternfeld      Mozes Samuel (Moshe)     19-mrt-1917     Renkum     28-feb-1943     Auschwitz of Mauthausen
Sternfeld      Salomon      02-11-1896      Renkum     30-sep-1944     Europa
Sternfeld      Isaac     12-11-1867     Renkum     28-apr-1944     Varseveld
Sternfeld      Sophia      15-03-1876      Renkum     15-okt-1942     Auschwitz
Sternfeld      David      23-07-1872      Renkum     15-okt-1942     Auschwitz
met anderen namen en geboortedata
Samuel Swarts, 26-jul-1917 Amsterdam - 20-sep-1944 Oosterbeek.

Samuel Swarts was een meubelmaker en oorspronkelijk van Joodse afkomst. Samuel Swarts en zijn vrouw werden opgepakt door de Duitsers, omdat ze vonden dat hij te veel Joodse voorouders had. Ze wilden hen naar Westerbork sturen, maar voordat ze werden weggevoerd ontsnapten ze door een toiletraam. Zo belandde Swarts in Oosterbeek waar hij onderdook.

Op 5 september 1944 kwam Swarts in dienst van de Binnenlandse Strijdkrachten, gewest 6-Veluwe, district Arnhem. Hij was toen al lid van de ondergrondse en woonde dijstijds op de Paul Krugerstraat 23, Oosterbeek bij bakker Brink (of Crum), onder de illegale naam Christiaan van der Wal.
Op 18 september 1944, werd er een Oranjebataljon geformeerd uit de vele verzetsstrijders die zich kwamen melden op Hartenstein.. Het bataljon werd onder bevel gesteld van de Charles Douw van der Krap.
Reeds drie dagen na de oprichting achtte men het evenwel raadzamer het Oranje Bataljon te ontbinden, aangezien de status inmiddels veel te onzeker was geworden. Bij gevangenneming zouden de mannen van het Oranjebataljon van de Duitsers beslist geen pardon krijgen.
Sergeant Samuel Swarts was voor het Oranjebataljon begeleider van gewonden transporten en deed als zodanig dienst voor dokter Van Maanen van het noodhospitaal in hotel 'Schoonoord' met wagen genummerd M 51466.  Jakob , die bij de Engelsen in dienst was, werd hun verbindingsofficier.

Fritz Uhlmann
24-aug-1892 Nürnberg - 15-jan-1945 Bergen Belsen

echtgenote Irma Wilmersdorfer, 9-jun-1900 Nürnberg - 12-mrt-1945 Bergen Belsen

zoon Gerhard Uhlmann, 29-08-1928 Nünrberg, 13-02-1945 Bergen Belsen

schoonmoeder Jenny Wilmersdorfer - Neu, 17-jun-1876 Fürth Duitsland  - 4-nov-1944 Bergen Belsen

Allen woonden in Oosterbeek
Waarschijnlijk is de familie Uhlmann al voor 1940 in Oosterbeek gaan wonen. Zij hadden het gewaagd zich in Duitsland aan de "tewerkstelling" te onttrekken. Fritz Uhlmann, zijn echtgenote Irma Wilmersdorfer, hun zoon Gerhard en zijn schoonmoeder Jenny Wilmersdorfer - Neu zijn gearresteerd en allen omgekomen in Bergen Belsen. De diamanthandelaar Fritz Uhlmann werd vermoord op 15 januari 1945, zijn zoon Gerhard op 13 februari 1945 en op 12 maart 1945 onderging zijn vrouw hetzelfde lot. De schoonmoeder was op 4 november 1944 al vermoord.
Jan Wegenaar
Wageningen 22-08-1909 - Ede 26-09-1944

Jan Wegenaar werd op de evacuatievlucht vanuit Oosterbeek, richting Ede rond 14.00 uur gedood door mitrailleurvuur uit geallieerde vliegtuigen. Hij werd ter plaatse begraven en later op last van de autoriteiten in Ede herbegraven. Zoon van Gerrit Wegenaar en Josina van Holten. Vader Gerrit Wegenaar overleed tijdens de evacuatieperiode in Veenendaal op 16 april 1945.
Op 2 augustus 1945 werd Jan Wegenaar samen met zijn vader Gerrit Wegenaar herbegraven in Wageningen op de Algemene Begraafplaats. Jan woonde sinds 16 april 1937 in de gemeente Renkum en was getrouwd met Stevinia Johanna van den Oosterkamp, zijn beroep was groentehandelaar.
Gedeeld document met
Wageningen 1940-1945
A.M. van Gent/Marketgarden.com
Bronnen
Archief gemeente Ede
Archief politie plaatsingslijst 1460
Archief gemeente Wageningen
Gelders Archief overlijden Renkum
Johannes Wessels, 02-03-1893 Renkum, overleden 27-04-1945 Leusden
Johanna Berdina IJzelendoorn, 05-01-1892 Arnhem, overleden 06-05-1945 Amersfoort

gefusileerd op 52 jarige leeftijd, begraven te Leusden.R.K.Begraafplaats St. Jozef. Werkte als metselaar op de van Gelder papierfabriek en staat ook vermeld op de plaquette aan de Fabrieksstraat in Renkum. Gehuwd op 23 jarige leeftijd op 05 04 1916 te Arnhem met Johanna Berdina IJzelendoorn, 24 jaar oud, geboren op 05 01 1892 te Arnhem, overleden op 06 05 1945 te Amersfoort op 53 jarige leeftijd, begraven te Leusden.

Gezin Wessels Renkum
In april 1945 waren de Canadezen in aantocht. Om het schootsveld uit te breiden ontruimde de bezetter de boerderijen van de families Van der Salm en Van Eyden. De boerengezinnen trokken in bij de familie Herder, die de derde boerderij op Hagenau bewoonde. De familie Van Eyden vertrok een paar dagen later naar Barneveld, dat al door de Canadezen bevrijd was.
De opmars van de geallieerden werd vertraagd door de op handen zijnde onderhandelingen te Achterveld. Op 27 april 1945, rond een uur of vier in de middag eiste de bezetter de onmiddellijke ontruiming van de boerderij van Herder, omdat werd vermoed dat er vanuit deze hoeve geschoten werd. De boerderij werd in brand gestoken. Onder begeleiding van Duitse soldaten verlieten zeventien mensen, waaronder veel kinderen, de boerderij. Ze mochten een paard en wagen meenemen om wat goederen te vervoeren. Ongeveer 75 meter voorbij de doorgang door de Asschatterkade moest de groep stil blijven staan. Vier mannen werden uit de groep gehaald en moesten achterblijven. Vader en zoon Wessels hoorden hier toe.
Drikus Middelaar moest van de bezetter verder rijden. Mevrouw Wessels werd door een ander lid van de groep voortgeduwd in haar invalidewagen. Toen ze op de Asschatterweg aankwamen, hoorden ze plots schoten. Men kreeg een bang vermoeden en besloot paard en wagen bij het huis van Brouwer achter te laten, omdat men daarmee niet over de noodbrug van het Valleikanaal kon. Tijdens het uitspannen van het paard schoot de bezetter vanuit het huis van Brouwer het paard dood. Over de noodbrug gingen ze richting Hamersveld. Daar splitste de groep zich.
Familie Van der Salm kon via de boerderij van Vrijhoef die avond de pastorie van de R.K. kerk bereiken. Ze werden bij familie ondergebracht. Mevrouw Herder met haar kind, mevrouw Wessels en Drikus Middelaar werden die nacht met paard en wagen door Duitse soldaten voor verhoor naar Amersfoort overgebracht. Toen de wagen in de binnenstad van Amersfoort kantelde, is mevrouw Wessels ernstig gewond geraakt. Zij werd overgebracht naar het Sint-Elisabeth Ziekenhuis, waar zij op 6 mei 1945 overleed. Het verhoor van Drikus Middelaar en mevrouw Herder leverde niets op. Zij mochten naar Hamersveld terugkeren.

Op 11 mei 1945 werden de stoffelijke overschotten van de vier gefusilleerde mannen begraven op de R.K. begraafplaats in Hamersveld. Daar werd ook het lichaam van mevrouw J.B. Wessels-IJselendoorn ter ruste gelegd.

Johannes en Johanna hadden een zoon, Pieter Wessels, geboren in 1920 en ook gefusilleerd tegelijk met zijn vader 1945. bron
Op intiatief van jonkheer A.J. de Beaufort en jonkvrouw A. de Beaufort, met medefinaciering door de inwoners van Asschat is in het voorjaar van 1946 een monument onthuld nabij het erf van boerderij Asschatterweg 217 te Leusden. Het gedenkteken is alleen te bereiken op 4 mei tijdens de dodenherdenking.
Leusden Asschatterweg
Johannes en zijn zoon Peter zijn hier op vermeld.

Bronnen
Wageningen 1940-1945
Gemeente Leusden;
Oorlogsmonumenten in de Provincie Utrecht van Ingrid van Beuzekom, Roland Blijdenstijn en Rob van Olderen. Stichtse Monumenten Reeks (Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995). ISBN 90 5345 062 9;
Zichtbaar Verleden - oorlogsmonumenten in de gemeente Leusden van M. Vroon-Roubos (Amersfoort, gemeente Leusden, 1990).
Johannes Oorlogsgraven Stichting
Pieter Oorlogsgraven Stichting
Locaties van plaquettes
Waterbergseweg, 6815AL Arnhem

Waar: Loop de Waterbergseweg af en begin bij de Schelmseweg, hoek Openlucht Museum. Vlak bij de A12 - A50, aan de linkerhand zie je het monument.. Een herdenkingsmonument voor personen die al of niet betrokken waren bij de landelijke april - mei stakingen zijn hier door de Duitsers gefusilleerd. Waaronder meerdere medewerkers van de Heveafabriek in Heveadorp.

Genoemd worden:
(2 mei 1943) Teunis Campagne, Dirk Willem van Vreeswijk, Dirk van Zetten.
(3 mei 1943) Pouwel Dijkstra, Jan Kleefsman, Cornelis Willem Knipscheer, Gerrit Peters, Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, Willem George Frederik Weimar, Jan Wirfen en Henri Charles Munter
(4 mei 1943) Hendrik Eilander, Lambertus Wilhelmus Hendrikx, Hendrik Jan Kroezen, Bartus Pessink, Hendrik Proper, Jan Tjalkens, Jochem Adam Versteeg
(5 mei 1943) Cornelis Johannes van Emmersloot, Gerardus Marinus van Kampen, Joannes Antonius Walraven

Ook gefusilleerd vanwege de april mei staking te Arnhem, doch onbekend waar: 2 mei 1943, Teunis Campagne, Dirk Willem van Vreeswijk, Dirk van Zetten .
bron

Een verhaal uit de Gelderlander van 1950, Heemkunde Leeuwen
april mei stakingen 1943

April Mei stakingen 1943
Heveadorp, aan de Beeklaan, een plaquette met de namen van de gefusilleerden naar aanleiding van de april mei stakingen.

Op 3 mei 1946 bij de fabriek al de eerste herdenking plaats voor de 7 slachtoffers van de april mei stakingen bij de N.V. Vereenigde Nederlandsche Rubberfabriek te Heveadorp.
In 1947 werd in de fabriek een bronzen plaquette onthuld, gemaakt door de Oosterbeekse beeldhouwer F. H. Hoefnagel.

  Op de plaquette staan de namen van de 7 personen die gefusileerd zijn naar aanleiding van de april-mei stakingen:
Munter    Henri Charles    6-feb-1900    Meester Cornelis, NOI    3-mei-1943    Arnhem
Dijkstra    Pauwel    29-mrt-1888    Woldendorp    3-mei-1943    Arnhem
Kleefsman    Jan    20-mrt-1915    Sappemeer    3-mei-1943    Arnhem
Peters    Gerrit    14-10-1897    Driel    3-mei-1943    Arnhem
Knipscheer    Cornelis Willem    23-mei-1913    Wageningen    3-mei-1943    Arnhem
Quaedvlieg    Jacques Matheus Josephus    22-jan-1917    Linne    3-mei-1943    Arnhem
Weimar    Willem Georg Frederik    9-okt-1910    Arnhem    3-mei-1943    Arnhem

Aangevuld met anderen werknemers die omkwamen in september 1944:
Jurriens    Willem    20-7-1884    Arnhem    17-sep-1944    Arnhem
Rietveld     Bastiaan     15-dec-1912    Sliedrecht    25-sep-1944    Renkum
Bosman    Johan    26-jul-1908    Brummen    15-sep-1944    Wolfheze

Later zijn er de namen bijgezet van Heveanen die omgekomen zijn in concentratiekampen:
Cohen     Sopia Hendrika    7-apr-1903    Wageningen    6-mrt-1944    Auschwitz
Kahn, dr.    Julius    12-12-1886    Moskou Rusland    23-jul-1943    Sobibor
Salomons    Jacques    1-apr-1902    Hilversum    16-jul-1943    Sobibor

Binnenkort nog te vermelden: Dirk Franz Emil Salomon, 11-11-1920 Berlijn-Charlottenburg - 28-2-1945 ergens in Midden-Europa.

Op 3 mei 1946 werden voor de eerste keer de in 1943 gefusilleerde Hevea fabrieksmedewerkers officieel herdacht.
We herkennen op de foto hieronder o.a. directeur Reint Nanko Meijer, Burgemeester Talsma van de gemeente Renkum, Gradus Vos, Henk Orsel
Hevaedorp 1ste herdenking 1946





oorlogs plaquette Heveadorp

  Peter van Leeuwen; De dood van rubber, Kontrast 2009.

Stichting Heemkunde Renkum.; Schoutambt en Heerlijkheid 3 september 2005

‘Blik omhoog’ Cor Janse

Wageningen 40 - 45
Gemeentehuis Generaal Urquhartlaan 4, 6861 GG Oosterbeek;
Joodse slachtoffers; Stichting Heemkunde Renkum.
Geplaatst op 4 mei 2011.
Joodse oorlogsslachtoffers Renkum
Gemeentehuis Generaal Urquhartlaan 4, 6861 GG Oosterbeek;
Slachtoffers in Nederlands Indie; 1945 - 1950
De herinneringsplaquette is op verzoek van oud-Indiëgangers opgericht en onthuld op 25 april 1997 door burgemeester drs. J.W.A.M. Verlinden en mevrouw Wesseling (moeder van de omgekomen Louis Wesseling).

Louis Wesseling, 14-08-1926, 17-11-1946, Overl. te Soerabaja.
Melis of Nelis Jan Diepeveen, 19-12-1921, 20-05-1946, Overl. te Pesing.
Derk Wolthof, 1921, 04-07-1946, Overl. te Soerabaja,
Albertus Johannes van Kesteren, 1920, 03-04-1947, Overl. te Batavia,
Hendrik Blaauw, 1925, 06-12-1947, Overl. te Tasimalaya,
Teunis van Gelder, 1926, 24-01-1948, Overl. te Bandjar,
Gerrit Geurtsen, 1923, 26-09-1948, Overl. te Semarang,
Gerrit Antoon Welle, 1925, 30-10-1948, Overl. te Lengkongdjaja,
Jan Hubertus Aartsen, 1927, 29-01-1949, Overl. te Sibolga,
Petrus Anthonie Jacobsen, 1927, 05-03-1949, Overl. te Karanggan,
Adolf Petrus Versteegen, 1926, 06-04-1949, Overl. te Djokjakarta,
Clemens Franciscus Maria Ignatius H van Nispen tot Pannerden, 18-11-1923, 08-04-1949, Overl. te Genengan (Java),
Nicolaas Hendrikus Berendsen, 1927, 09-05-1949, Overl. te Keboemen,
Dirk van Schenkhof, 1926, 12-06-1949, Overl. te Tjiamis
Oorlogsslachtoffers Indië 1945 - 1950
Herdenkingszuil De Naald aan de Utrechtseweg te Oosterbeek
Naald Oosterbeek
Utrechtseweg Oosterbeek, ter hoogte van de Italiaanseweg, tegenover nr 273 Utrechtseweg Oosterbeek.
De genoemde personen worden ook elders op dezepagina genoemd.
Utrechtseweg Oosterbeek
Voor de voormalige katholieke kerk in Doorwerth staan 2 gedenkstenen.
Bosman    Johan    26-jul-1908    Brummen    15-sep-1944    Wolfheze
Geerink    Cornelis    6-mei-1912    Zwolle    17-mei-1940   xxxxxxxx
Hoefnagels     Willebrordus J.M.     28-06-1882    Elst    21-sep-1944    Oosterbeek
Kahn, dr.    Julius    12-12-1886    Moskou   23-jul-1943    Sobibor    Heveadorp
Kahn - Feigelsohn ( of Fogelsohn)    Feiga    2-11-1884    Luchine Rusland    23-jul-1943    Sobibor
Zwaan    Gerrit    29-11-1890    Angerlo (Zevenaar)    26-mei-1945    Tilburg






plaquette Doorwerth
Sinds 12 augustus 1950
Voor de voormalige katholieke kerk in Doorwerth staan 2 gedenkstenen.

plaquette Doorwerth
Smith    Wolter J.  xxx  xxx        11-mei-1940 xxx
Geerink    Cornelis    6-mei-1912    Zwolle    17-mei-1940   xxxxxxxx
Munter    Henri Charles    6-feb-1900    Meester Cornelis, NOI    3-mei-1943    Arnhem
Kahn, dr.    Julius    12-12-1886    Moskou   23-jul-1943    Sobibor    Heveadorp
Kahn - Feigelsohn ( of Fogelsohn)    Feiga    2-11-1884    Luchine Rusland    23-jul-1943    Sobibor
Muller    Henri C.  xxx  xxx    18-aug-1943   xxx
Hoog, de    Gerben    10-mrt-1920    Engwierum    10-dec-1943    Kanchanaburi, Thailand
Bosman    Johan    26-jul-1908    Brummen    15-sep-1944    Wolfheze
Hoefnagels     Willebrordus Jacobus Maria     28-06-1882    Elst    21-sep-1944    Oosterbeek
Zwaan    Gerrit    29-11-1890    Angerlo (Zevenaar)    26-mei-1945    Tilburg
Wolthof    Derk    30-nov-1922    Doorwerth    4-jul-1946    Bobohadu
Nispen tot Pannerden, Jhr. van     Clemens F.M. I.H.  18-nov-1923   Groesbeek   8-apr-1949   Genengan

Renkum, op het Europaplein, aan de Europalaan stond een herdenkingsmuur. Op 15 april 1994 werd dit monument naar een ontwerp van Joop Haffmans, onthuld door oor H. van den Born en Cees Burgsteyn. De benodigde gelden werden bijeengebracht door de gemeente, Renkumse inwoners en bedrijven uit Renkum. De vogel die in het water staat symboliseert de herwonnen vrijheid en vrede. De tekst op het voetstuk luidt: 'VREDE VRIJHEID EN RECHT 1940 - 1945'.
In 2010 zag het Europaplein troosteloos uit. Te veel vandalisme. Men vond dat het plein toe was aan een nieuwe inrichting.
De herdenkingsmuur verdween, het beeld van Haffmans verhuisde in 2015 naar de westzijde van het plein. De herdenking op het evenmententerein Europaplein op 4 mei, bleef.
Dodenherdening Europaplein Renkum
Renkum, op het voormalige Van Gelder, Parenco, Smurfit Kappa terrein, aan de Fabrieksstraat, een plaquette.

Renkum van Gelder monument
In memoriam:
Deest, van    Gerrit Jan    2-nov-1909    Renkum    24-feb-1945    Brackwede Landkreis Bielefeld
Harte, van    Jacob Gerrit    10-4-1888    Deventer    30-sep-1944    Wageningen
Streefland     Abraham     26-mrt-1906    Renkum    8-mrt-1945    Woeste Hoeve (Apeldoorn)
Valkhof    Cornelis    16-jan-1919    Renkum    12-mei-1940    Rhenen

In memoriam:
Hendriks     Jan Willem    9-5-1881 xxx        24-mrt-1945    Gendringen
Jansen     Gerard    21-aug-1915    Rheden    12-mei-1942    Braunschweig
Orden, van    Johannes H. 16-04-1898    Renkum    8-mei-1945    Wöbbelin, Ludwigslust
Verstegen  Theodorus J.  7-jun-1900  Renkum  24-mei-1945  Wageningen op de plaquette staat Verstege.
Wessels    Johannes    02-03-1893    Arnhem    27-apr-1945    Leusden

info 4 + 5 mei
Verzetsstrijders, genoemd op het Netwerk Oorlogsbronnen - Nederlandse verzetsstrijders

Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz, predikant, 14-5-1888 Kattendijke - 25-12-1973 Renkum
Piet Rombout, 03-05-1901 Renkum  - 18-03-45 Amersfoort
Bram Streefland, 26-03-1906 Renkum -  08-03-1945 Woeste Hoeve
Samuël Swarts,  26-07-1917 Amsterdam - 20-09-1944 Oosterbeek
Pieter van Vark, militair, 01-05-1886 Den Haag -21-12-1944 Heelsum

Andere namen, geen slachtoffer, maar oorlogshelden.
H.W. Alferink "De ZWARTE OMROEP'; sub tuum praesidium Oosterbeek. 10 juni '43-18 sept. '44 (I.v. in apr. '45). dgl. typ. nieuws, art., ber. binnen!. Oplage 20. Slechts enkele nummers uitgegeven".
Deze illegale uitgave werd door de onderwijzer H.W. Alferink begonnen op de dag dat te Oosterbeek de radiotoestellen moesten worden ingeleverd. Uit de landelijke bladen werden artikelen overgenomen; Zelf schreef hij weekoverzichten, commentaren op plaatselijke gebeurtenissen, waarschuwingen en opwekkingen. De twintig exemplaren werden door even zoveel 'leeskringen' te Oosterbeek, Renkum en Drie! onder 'leden' verspreid. Het laatste nummer van 'DE ZWARTE OMROEP' verscheen op de dag van de luchtlandingen; deze oplage is geheel in handen van de Airborne-troepen geraakt die de exemplaren als souvenir hebben meegenomen. Op 19 september 1944 moest Alferink met zijn gezin naar Ede evacueren met achterlating van al zijn bezittingen. De volgende dag gingen huis en inboedel in vlammen op. Hierdoor was hij enige maanden tot werkeloosheid gedoemd. Zodra hij echter weer de beschikking kreeg over een radio nam hij de uitgave opnieuw ter hand, voornamelijk ten behoeve van de evacués. De aandacht van de Duitsers was echter, zoals uit huiszoekingen bleek, op DE ZWARTE OMROEP gevallen. Daarom werd de naam gewijzigd in DE KLEEFSE KOERIER (nr. 294). De huiszoekingen gingen toch door en Alferink ontsnapte ternauwernood aan een arrestatie. De laatste weken voor de bevrijding werd zijn taak overgenomen door zijn medewerker J. Koch. Na de bevrijding werd de uitgave te Oosterbeek voortgezet onder de oorspronkelijke titel DE ZWARTE OMROEP (in augustus 1945 gewijzigd in DE RENKUMSE KOERIER). bron
Kate Anna ter Horst-Arriëns
6 juli 1906 - 21 februari1992

Gehuwd met Jan ter Horst, zie hieronder.
Kate ter Horst stond bekend als "de engel van Arnhem' omdat zij in september 1944 bij de - door de geallieerden verloren - Slag bij Arnhem in haar huis, de pastorie van de Hervormde kerk in Oosterbeek tal van gewonde en stervende Britse militairen liefdevol heeft verzorgd en verpleegd. Na de oorlog werd zij draagster van de Engelse "King's Medal for Courage in the cause of Freedom' en "Member of the British Empire'.
wikipedia
Jan ter Horst
30 januari 1905 -1 augustus 2003

Jan ter Horst huwde in 1905 met Kate Anna Arriëns (zie hier boven). In 1936 verhuisde het echtpaar naar Arnhem waar Jan compagnon van een advocatenkantoor werd. Daarna ging men wonen in de gekochte pastorie van de Oude Kerk aan de Benedendorpsweg. Op 17 september 1944 begon de operatie Market Garden die hun beider leven indringend zou veranderen. Er werd in de pastorie een hulppost van het Rode kruis ingericht. In de 14 vertrekken lagen weldra meer dan 300 gewonden en stervenden. Jan ter Horst, reserveofficier en lid van de ondergrondse, was gids voor de Engelsen en verbleef dus niet thuis. Na de oorlog werd Jan waarnemend burgemeester van de gemeente Renkum. Betrokken bij de oprichting van de Airborne Begraafplaats en het monument de Naald te Oosterbeek.

Jan en Kate ter Horst werden voor hun bijzondere daden in 1944 op 18 december 1980 door de Engelse ambassadeur in Nederland, Sir John Taylor, onderscheiden als Honorary Member of the Most Excellent Order of the British Empire.
"We vervolgen onze rit, steken de Rijn over en rijden langs de Noordelijke oever van de rivier verder Oostwaarts. Onze tocht leidt langs de verwoeste Rijnboorden; eindelijk bereiken we Renkum — eens het rustieke dorpje aan de Veluwezoom, thans een stad waar geen huis meer onbeschadigd is. Telkens moet onze auto uitwijken voor een puinhoop, die een gedeelte van de weg verspert. De burgemeester, de heer Ter Horst blijkt in zijn gemeente geen onderdak. meer te hebben kunnen vinden; wij troffen hem aan in wat eens het Oósterbeekse hotel Bilderberg was. In een beneden vertrek, waar toevalligerwijze nog een deur aanwezig is, heeft hij zijn werkkamer ingericht In sommige vensters bevinden zich zelfs nog ruiten. „Soms denk je dat alles doelloos is wat ie aanpakt", zegt de heer ter Horst, die een vermoeide indruk maakt. „We missen hier letterlijk alles wat nodig is om enigszins op peil te komen. Renkum heeft het volle pond van het oorlogsgeweld gehad; hier landden bijv. de Geallieerde parachutisten toen de „Battle of Arnhem" begon; zij drongen door tot vlak bij Arnhem en werden teruggeslagen. De toekomst ziet er voor de Veluwezoom uiterst somber uit: onze voornaamste bron van inkomsten .vonden wij namelijk in het vreemdelingenverkeer en ik veronderstel, dat weinig vreemdelingen hun vacantie graag temidden van puinhopen en massagraven zullen doorbrengen, met bovendien de kans elk ogenblik op een mijn te kunnen stappen. Vooral die landmijnen vormen een geweldige handicap. U, in het Westen hebt de honger en het water gehad. Zij trokken weg, en er blijven vrijwei geen gevolgen. Maar hier leven in een streek, waar op vrijwel iedere vierkante meter een landmijn kan zitten. Dagelijks gebeuren er ongelukken; de mensen, die op zo'n onding trappen, worden niet meer teruggevonden. Een groot aantal koeien, dat wij onlangs uit Friesland ontvingen, kunnen we hier niet bergen omdat grazen in de uiterwaarden een onmiddellijke slachting betekent. De Moffen moeten de mijnen ruimen, maar ze doen het vrij onverschillig, en zo blijven er nog talloze zitten." uit  De Waarheid van 30-06-1945.
Derk Bernard Mans

Derk Bernard Mans smokkelde kinderen naar Engeland ( met een vliegtuigje en vloog o.a. over het onderwater staande Walcheren) in juni 1945 vanwege de slechte situatie in Nederland. Geboren in 1904 te Batavia ( zijn vader was een KNIL officier) vanaf 1914 in Nederland naar school gegaan, in 1930 getrouwd. Hij heeft gewerkt voor Shell en op Java gewoont een paar jaar zelfs, later kreeg hij ontslag. Hij had twee kinderen. Later is hij weer in Nederland gaan wonen Hij had in 1940 vier kinderen. In 1941 stak hij de grens over naar België en toen ging hij naar Frankrijk, met de intentie zich aan te sluiten bij de geallieerden.In Nederland was zijn verzetswerk te gevaarlijk geworden. Hij wilde naar Zwitserland maar werd in Frankrijk vastgezet voor twee weken. Daarna ging hij illegaal naar Frankrijk met de trein. Bij de spaanse grens kwam hij weer voor moeilijkheden te staan. Daar was een heel pension vol met Nederlandse vluchtelingen. Zijn broer in Curacao regelde toen dat hij naar Curacao kon gaan. Dat Lukte, maar hij ging niet naar Curacoa maar naar Engeland, in de zomer van 1942. Uiteindelijk kwam hij ( in 1939 gemobiliseerd ) naar Nederland terug als onderdeel van het militair gezag, als inspecteur wanwege zijn achtergrond als ingenieur. Eenmaal terug in Nederland kende zijn kinderen hem nauwelijks. In Engeland verveelde hij zich nogal maar maakte veel vrienden. In een verveelde aktie ging hij nog eens de Thames op en kwam in de krant .bron
Getrouwd:  Ir. D. B. MANS en A. C. TRIEBART. Tjepoe (Java), 24 Oct. 1930

De Heer en Mevrouw D. B. Mans  - Triebart geven hierbij kennis van de geboorte van hun dochter, Annemarie .Wilheiminaweg 4 , 15 Februari 1933. Tjepoe

Burgelijke stand:. geboren Van 14—20 Mei 1936. Geboren: Willemina, dochter van v. D. B. Mans en A C. Triebart, Heelsum

mevr. Mans, geb. Triebart. Heelsum, 15 Jan 1938. bevallen van een dochter Elizabeth

Bij vonnis der arrondissementsrechtbank te Arnhem dd. 2 Januari 1947 is het huwelijk van Anna Carolina Triebart en Derk Bernhard Mans, beiden wonende te Renkum, door echtscheiding ontbonden verklaard. Tiel, 14 Februari 1947. De Procureur van Eischeres, (1459/6) Jhr. Mr. E. J. J. van Lidth de Jeude.
Charles Douw van der Krap,
geb. Soerabaja, 8 oktober 1908 – Wassenaar, 9 december 1995.
Zat in 1944 ondergedoken in een woning aan de Veerweg in Oosterbeek. Als millitair al gevochten Rotterdam, Warschau en later nog in Nederlands Indië.

Op 17 september 1944 startte de grootste luchtlandingsoperatie van de Tweede Wereldoorlog onder de codenaam Market Garden. Douw van der Krap meldde zich diezelfde middag al bij de divisiestaf van General Major Urquhart en bood zijn diensten aan. Hem werd gevraagd om het bevel op zich te nemen over de Nederlandse vrijwilligers die verzameld waren in het Oranjebataljon of Oranjelegioen. Het Oranjebataljon bestond uit ongeveer 25 verzetsmensen die direct na de landingen hun diensten aanboden aan de geallieerden. Het was georganiseerd op aandringen van Luitenant ter zee 1e klas Arnoldus Wolters, een Nederlandse verbindingsofficier op het hoofdkwartier van Urquhart. De leden van dit bataljon deden verkenningswerk voor de Britten, functioneerden als tolk, gidsten en assisteerden bij het verzamelen en transporteren van de gewonden. De meeste van hen waren ongewapend en droegen burgerkleding met een oranje band om de linkerarm.


Toen op 20 september de Britten bij Oosterbeek steeds verder werden teruggedreven, besloot men het Oranjebataljon op te heffen. Bij gevangenneming zouden de verzetsmensen van de Duitsers zeker geen pardon krijgen, maar als spionnen berecht worden. Douw van der Krap bleef op eigen risico wel bij de parachutisten en nam deel aan de verdere gevechten tot en met 26 september.

Als één van de achttien Nederlandse burgers (zie ook Jan Peelen) nam Douw van der Krap deel aan Operatie Pegasus 1. In de nacht van 21 op 22 oktober 1944 wist hij met een restant van de 1st British Airborne Division, ten zuiden van Renkum, over de Rijn naar het bevrijde zuiden te ontkomen. Vanuit bevrijd gebied werd hij overgevlogen naar Engeland waar hij ingedeeld werd bij de Britse marine.

Drager van de Millitaire Willemsorde.
Wikipedia
Jan Peelen
Renkum 9 december 1910 - Krommenie 21 april 1997.

Jan Peelen is het vijfde kind van acht, van Jan Peelen (1877-1963) en Grietje van den Brink (1876-1958). Vader was brandstoffenhandelaar, landbouwer en veehandelaar van beroep. men woonde destijds op de Brinkerweg 2, tegenwoordig de Europalaan 98.
Jan Peelen is 34 jaar als de Duitsers ons land bezetten. Als de bewoners van Renkum op 1 oktober 1944 moeten evacueren, krijgt Jan van de Duitsers een Ausweis om in Renkum te kunnen blijven.
Jan Peelen is drager van de Militaire Willemsorde. Ëén van de 17 burgers die deze hoge onderscheiding na 1940 ontvingen. Jan Peelen, zag kans op 22 oktober 1944 een groep van 138 Engelsen, voornamelijk Airbornes die tijdens de Slag bij Arnhem waren ingesloten, door de Duitse linies en over de Rijn te smokkelen. Deze spectaculaire redding, werd later bekend werd onder de naam Operatie Pegasus I. Jan Peelen werd benoemd in de Militaire Willemsorde in 1949 en de medaille werd opgespeld door prins Bernhard in 1952.
De Britse koning George VI verleende Jan Peelen de Medaille van de Koning voor Moed tijdens het verdedigen van de Vrijheid die op 20 oktober 1952 in 's-Gravenhage werd uitgereikt. Jan Peelen werd ook gedecoreerd met het Oorlogsherinneringskruis met de gesp Krijg te Land 1940-1945, het Verzetsherdenkingskruis, het Mobilisatie-Oorlogskruis en het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen voor vier jaar dienst in Indië.
Het boek 'Het begon onder melkenstijd' uit 1955 is een must voor liefhebbers van oorlogsverhalen. De avonturen van Jan Peelen tijdens de laatste periode van de 2de Wereldoorlog zijn beschreven door een oudere broer van Jan: Gerrit Jacob Peelen (1905 - 1966). Er zijn vele herdrukken (22 of 30 stuks) verschenen. Zie hierboven bij Jacob Peelen naar de reden van de titel van dit boek.
In december 1945 gaat Jan in dienst als oorlogsvrijwilliger bij het 10de regiment infanterie. Hij wordt in 1946 bevorderd tot korporaal in Nederlands-Indië en in 1947 tot sergeant. In 1952 ontslagen uit de militaire dienst. Daarna werkzaam als expediteur.
Jan Peelen is in 1950 te Emmen gehuwd met Jeltje van Hoving (1915 - 1993). Er zijn 3 kinderen uit dit huwelijk.
Jan Peelen is rond 1960 naar Zaandijk verhuisd, hij is begraven in Krommenie. Zijn graf is intussen geruimd.
In Renkum is er sinds november 2000 een Jan Peelen plantsoen. Een doodlopend zijstraatje van de Kerkstraat.
Wikiwand

Zie ook: hansbraakhuis/boeken en dan scrollen naar Jan Peelen
Jan Peelen
Wikipedia
Jan Peelen
ps op meerdere sites is helaas te lezen dat Jan Peelen op 22 april zou zijn overleden.
Bernard Daniël (Ben) Smeenk
11.augustus 1908 Enkhuizen - 8 september 200 Amsterdam

Zoon van Christiaan Smeenk (1880-1964) die we kennen van de ARP, de CNV en Arnhems gemeenteraadslid, c.q. wethouder.

Ben Smeenk was lid van de gereformeerde kerken in Nederland. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1935 volgde hij zijn oudere broer op als predikant in Blokland. Deze broer werd  toen dominee in Vlissingen van 1935 tot 1945. In 1943 accepteerde Smeenk een beroep van de hervormde kerk in Renkum en Heelsum. In Renkum en Heelsum werkte hij hier van 27.6.1943 tot 1.11.1948.

Einde juni 1943 kwam ds. B.D. Smeenk van Blokzijl naar Renkum. Al tijdens zijn intrede op 27 juni sprak hij duidelijke taal aan het adres van de bezetter.  Bij de intrededienst was burgemeester Talsma officieel aanwezig. Smeenk gaf er de voorkeur aan om overheidsdienaren te vermanen eerder af te treden dan mee te werken aan onrechtmatige daden. Welke overheid wil je gehoorzamen? Zijn luisteraars voelden dat de nieuwe dominee het niet bij woorden zou laten. Onmiddellijk pakte hij het verzetswerk op. Aan de uitbouw ervan gaf hij een enorme stimulans. De pastorie aan de Molenweg werd een pleisterplaats en doorgangshuis. Zij die op de vlucht waren om aan de greep van de Duitse horden te ontkomen, vonden van hieruit een veilige plaats.
  Bijna elke preek was afgestemd op de bezettingssituatie. Er was een vurig gebed voor de "geest van angst" en voor de vrijlating van de gevangenen, en bad voor hun bereidheid om hun leven te riskeren omwille van gerechtigheid en medemensen.

Voor zijn aankomst had het Renkumse verzet moeite om voldoende schuilplaatsen te vinden, daarna werd het een stuk eenvoudiger. Smeenk zelf gaf prioriteit aan het onderbrengen van Joden. Hierdoor kwam hij zelf in botsing met de lokale LO-leider Johan Snoek, hoewel hij het later met hem eens was in zijn boek uit 1992. (Soms moet een persoon kleur bekennen: Kok: Kampen, zie pagina 79). Smeenk bood zelf ook onderdak aan Joodse mensen. Van januari 1944 tot het einde van de oorlog, verbleef mw. Stella Ricardo bij de familie Smeenk. Er was een schuilplaats voor haar achter een boekenplank in de studeerkamer.

Volgens zijn zoon Chris Smeenk betrok ds. Smeenk joodse onderduikers (vooral kinderen) via Johannes Boogaard uit de Haarlemmermeerpolder. Deze joden kwamen vooral uit Amsterdam en Rotterdam.

Uit: Overzicht van predikanten die Joden hielpen: "Door ds. Bernard Daniel (Ben) Smeenk (1908-2002) werden vanaf 1943 tientallen joden ondergebracht in Renkum-Heelsum. Smeenk gaf bij het zoeken van huisvesting prioriteit aan de joden, ‘want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de joden, want dat is verschrikkelijk”. ... “Dankzij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 (als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze”. Volgens zijn zoon Chris Smeenk betrok ds. Smeenk joodse onderduikers (vooral kinderen) van Johannes Boogaard uit de Haarlemmermeerpolder. ... De jaren te Renkum-Heelsum, met name de oorlogsperiode, waren in menig opzicht een hoogtepunt. Tijdens de intreedienst (27 juni 1943), waarin ambtshalve ook de burgemeester aanwezig was, vermaande hij de overheidsdienaren liever af te treden dan mee te werken aan daden van onrecht. Bijna iedere preek was afgestemd op de bezettingssituatie. Vurig werd gebeden om het afleggen van de ‘geest van vreesachtigheid’ en om vrijlating van de gevangenen waarbij gedankt werd dat deze bereid waren geweest hun leven op het spel te zetten ter wille van de gerechtigheid en de medemens. Het woord ging samen met de daad. Van tientallen huizen te Renkum-Heelsum gingen deuren open (ook die van de pastorie uiteraard) en vond de joodse vluchteling een schuilplaats als onderduiker, dankzij Smeenks inspanning en overtuigingskracht. Eén van zijn uitspraken in die tijd was, met verwijzing naar het verhaal van de drie mannen in de brandende oven: “God is bij machte ons te beschermen; maar zelfs indien niet, we zullen het afgodsbeeld niet aanbidden (Daniël 3: 18). Als ‘oom Ben’ was hij adviseur van een knokploeg inzake van ethische aard. De herinnering aan het mislukken van een poging om een groep joodse kinderen te Arnhem te redden is een levenslang trauma gebleven” (Johan M. Snoek). Het echtpaar Smeenk ontving op 20.3.1980, samen met (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers (geboren 1878, echtgenote van de schilder Gerrit Willem Knap, 1873-1931) de Yad Vashem - onderscheiding omdat zij onderdak hadden geboden aan Stella Ricardo".

Door ds. B.D. Smeenk werden vanaf 1943 tientallen joden ondergebracht in Renkum en Heelsum. Smeenk gaf bij het zoeken van huisvesting prioriteit aan de joden, ‘want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de joden, want dat is verschrikkelijk”. "Dankzij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 (als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze”. Uit: Soms moet een mens kleur bekennen; van Snoek.

De jaren te Renkum en Heelsum, vooral de oorlogsperiode, waren in menig opzicht een hoogtepunt. Het woord ging samen met de daad. Van tientallen huizen te Renkum en Heelsum gingen deuren open en vond de joodse vluchteling een schuilplaats, dankzij de inspannning van Smeenk. Als ‘oom Ben’ was hij adviseur van een knokploeg aangaande ethische zaken. De herinnering aan het mislukken van een poging om een groep joodse kinderen te Arnhem te redden is een levenslang trauma gebleven.

Hoeveel zonen en dochters van het "oude volk" hij gered heeft van de concentratiekampen is onbekend gebleven. Ds. J.M. Snoek schrijft later in een brief van maart 1988 dat het getal dichter bij de 100 dan bij de 50 ligt. Een maand voor de komst van ds. Smeenk waren alle mannen van 18-35 jaar opgeroepen voor de vijand te gaan werken. Smeenks overredingskracht niet te zwichten voor het goddeloze nazisme heeft zeer velen weerhouden aan deze oproep gehoor te geven. Zijn naaste medewerkers waarschuwden hem dikwijls voor het grote gevaar dat hij naar zich toe trok. Maar iedere schijn van vrees wuifde hij weg. God had een wachter voor zijn deur gezet, was zijn antwoord. Najaar 1943 startte hij samen met zijn vrouw Josina Knap het jeugdwerk opnieuw. Het Duitse verbod negeerde hij, zoals hij alles afwees wat tegen zijn overtuiging inging. Smeenk stond als een rots in de branding, de zwakken vermanend de geest van vreesachtigheid geen kans te geven. Smeenk wilde niemand verliezen. De gemeente groeide samen tot een hechte eenheid.

De vrijmaking die in 1944 kerkelijk Nederland in beroering bracht, ging de kerkdeuren voorbij. Toen de kerkelijke broedertwisten op haar hoogtepunt waren, moest de gehele Veluwezoom evacueren. Op dat moment was er voor allen maar één axioma: het behoud van lijf en goed.

"Na de Slag bij Arnhem in september 1944 werd Renkum frontgebied en daarom werden alle inwoners gedwongen geëvacueerd. Smeenk week aanvankelijk uit naar Bennekom. De verzetsman Jaap Spruijt haalde hem over naar Veenendaal te komen, aangezien de eigen predikant Dirk van Enk sinds de april- meistakingen uit 1943 zat ondergedoken. Smeenk nam verschillende joodse onderduikers mee vanuit Renkum : Uit Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Stichts en Gelders Veenendaal. 2001, p.280-281.

De pastorie in Renkum was onbewoonbaar. Men kon tijdelijk terecht in villa Martha, naast de kerk. Smeenk verhuisde naar deze woning die daarna als pastorie in gebruik werd genomen.

Een jongeman in Renkum, zoon van een winkelier, Johan M. Snoek, die ''kerkverlater'' dreigde te worden, kwam onder de indruk van de inzet van Smeenk voor joden en voor hen die hen hielpen. Hoeveel zonen en dochters van het “oude volk” hij gered heeft van de concentratiekampen is onbekend gebleven. Johan M. Snoek schrijft later in een brief van maart 1988 dat het getal dichter bij de 100 dan bij de 50 ligt. Meer over J.M. Snoek, elders op deze pagina

Na de oorlog stond Smeenk nog twee jaar op de kansel in Renkum, Heelsum.

Na de afscheidspreek van ds Smeenk op zondag 2 februari 1947 vertrok de dominee, op donderdag 6 februari 1947, per 'Johan van Oldenbarnevelt' van de Stoomvaartmaatschappij Nederland, richting (toenmalig) Nederlands Indië. Dit gebeurde nadat hij vrijwillig - maar vanzelfsprekend wel in overleg Ger. kerkenraad Renkum-Heelsum - gehoor had gegeven aan een oproep van de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland aan predikanten, of zij bereid waren om een jaar (het werd voor vader overigens anderhalf jaar) te werken onder de 'verstrooide gereformeerden' in Indië. De herderlijke taak was gelegen op het eiland Borneo (Kalimantan) en zeer wijde omgeving, zelfs inclusief het eiland Tarakan, dat alleen per watervliegtuig was te bereiken. Vestigingsplaats werd Balikpapan.

Het achterblijvende gezin is in huize 'De Boom' aan de Utrechtseweg 122 te Renkum blijven wonen tot eind april 1947. Het gezin verhuisde daarna naar een twee onder een kapwoning in Heelsum.

Na zijn terugkeer uit Indië in juli 1948 heeft Smeenk per 16 januari 1949 een nieuwe synodale taak aanvaard, met als vestigingsplaats Amsterdam.  Met als speciale taak zending onder joden. In de zomer van 1949 verhuisd het hele gezin naar Amsterdam.


In 1961 werd hij predikant in de christelijke leefgemeenschap Nes Ammim (Tiberias) in Israël, waar hij tot zijn emeritaat in 1972 bleef. Vanuit Nes Ammim mocht van de Israëlische regering geen zending worden bedreven. Smeenk was daar tegen. Hij zei: "Hoe kan een christen nu zwijgen over de enige Naam?" Na zijn terugkeer in Nederland ging Smeenk in Amsterdam wonen.

Het echtpaar Smeenk ontving op 20.3.1980, samen met (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers (geboren 1878, echtgenote van de schilder Gerrit Willem Knap, 1873-1931) de Yad Vashem-onderscheiding omdat zij onderdak hadden geboden aan Stella Menco-Ricardo (1926- ). bron

“Sandor Baracs (1900-2002), alias Ome Piet, was een vriend van de familie Vleeschhouwer en hij slaagde erin hen uit de Hollandsche Schouwburg te Amsterdam te laten ontsnappen. Met behulp van dominee Schminck uit Arnhem vond Ome Piet aparte schuiladressen voor de hele familie”. Lit. Yad Vashem, 512.

Dominee Smeenk is begraven op de begraafplaats ‘Zorgvlied’ te Amsterdam.

Rescue Story
Smeenk, Bernard Daniel & Josina Anna (Knap) Knap, Tannetje (Dronkers) Reverend Bernard Smeenk lived with his wife, the painter Josina Smeenk-Knap, and their four young children at the parsonage of the Reformed community in Renkum, Gelderland. Josina’s mother, Tannetje (Tanna) Knap, also lived with them. During the war, the parsonage was a center of armed resistance. If fugitives had to be moved to another underground address, the Resistance people could always place them with the Smeenks, even without notice. Reverend Smeenk received 80 food coupons from the local head of the LO, for the Jews hiding with him. Stella Ricardo was one of the Jews hiding with the Smeenks. She was the youngest of three daughters of a Portuguese Jewish family who had lived in the Jewish quarter of Amsterdam before the war. She found a permanent shelter at the Smeenks’ home in Renkum in January 1944. Stella slept in the study, where the Smeenks built a special hiding place for her in the bookcase. During the day, she helped out with the children, including a fifth child born to the Smeenks just before the Battle of Arnhem. In late September 1944, Stella moved, together with the family, to Veenendaal, Utrecht, where she stayed until May 1945. After the war, Reverend Smeenk continued to take a great interest in the Jewish people. On March 20, 1980, Yad Vashem recognized Reverend Bernard Daniel Smeenk, his wife, Josina Anna Smeenk-Knap, and his mother-in-law, Tanna Knap-Dronkers, as Righteous Among the Nations.

Lees meer over Smeenk bij link

Overzicht van predikanten die Joden hielpen.

J.M. Snoek, De Nederlandse Kerken en de Joden 1940-1945, Kampen 1992

Snoek, ds. J.M. - Soms moet een mens kleur bekennen, Kampen, 1992

In memoriam ds. B. D. Smeenk 1908-2002

B.D. Smeenk, Jeruzalem, lofzang of roestige pot; Wever 1984

Rechtvaardigen onder de Volkeren; Yad Vashem; uitgever Veen + NIOD; 2005

Opvattingen in de Gereformeerde Kerken in Nederlandover het jodendom 1896-1970; Kampen 1996.

Wikipedia

Ds Ben Smeenk
foto: Grepen uit het 100-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Renkum en Heelsum van Nic Jansen
Johannes Martinus Snoek
25 mei 1920 Gorinchem - 31 augustus 2012 Rotterdam

Johan Snoek werd geboren als het tweede kind van Govert Snoek en Maria de Nooij. Zijn vader stierf toen hij bijna drie jaar oud was. De familie verhuisde daarna Renkum, waar Maria Snoek - de Nooij op het Dorpsplein (destijds nr 78) haar eigen textielwinkel opende.

Na 10 mei 1940 raakten de gezinsleden geleidelijk betrokken bij het verzet. In eerste instantie ging het om kleine, ongeorganiseerde acties. Bijvoorbeeld: Johan Snoek en zijn broer Wim en zus Rie stalen een van de kerkklokken van de Renkumse kerk, die buiten klaar stond voor transport naar Duitsland. Toen met represailles werd gedreigd, lieten ze de klok weer achter op de plak vanwaar ze hem hadden meegenomen.

Naarmate de oorlog vorderde, begon het verzet zich steeds beter te organiseren. De familie Snoek nam tijdelijk een jonge joodse onderduiker thuis. Tijdens de April-meistakingen in 1943 zorgden de broers Snoek ervoor dat de meeste winkeliers in Renkum hun deuren sloten.

Via hun oom Ko de Nooij uit Ede werden de broers op 26 mei 1943 uitgenodigd voor een bijeenkomst waar Frits Slomp, alias Frits de Zwerver, aanwezig was. Slomp was de grote man achter de Nationale Organisatie voor Hulp aan onderduikers. Tijdens de vergadering werd een lokale LO-afdeling opgericht. Johan Snoek kreeg de leiding in Renkum. Broer Wim werd niet betrokken, omdat hij rond dezelfde tijd moest onderduiken omdat personen van zijn geboortejaar werd opgeroepen voor werk in Duitsland.

Johan Snoek nam een aantal aspirant medewerkers mee naar een tweede bijeenkomst waar Evert Boven, de provinciaal leider van de LO, sprak. De reacties waren sceptisch, toch werd er een lokale LO-afdeling gecreëerd. Snoek ontmoette wekelijks Piet Verburg en Frans van der Have uit Wageningen en Theo Geurtsen uit Heelsum. Aanvankelijk was het voor de groep moeilijk om voldoende schuilplaatsen te vinden. Dat veranderde toen de pastoor Bernard Smeenk in juni 1943 aantrad in de lokale gereformeerde kerk. Als lokaal hoofd van de LO in Renkum regelde Johan Snoek onder andere ook de voedselbonnen voor Joden die zich ondergedoken waren via ds. Pastor Smeenk.

Snoek sliep regelmatig met de buren vanwege het gevaar van een mogelijke inval in zijn huis. Een joods meisje was ook gehuisvest bij deze buren, de familie Klaassen. Begin juli 1944 vond een overval plaats waarbij Snoek in zijn been werd geschoten toen hij probeerde te vluchten. De Duitsers kwamen voor het Joodse meisje. Zij is meegenomen en heeft de oorlog gelukkig  overleefd. Snoek wist de Duitsers te overtuigen dat zijn moeder ziek was en het zou rustiger voor haar zijn als hij niet thuis zou slapen. Bij een oppervlakkige zoektocht zagen ze belastend materiaal over het hoofd.

Op 17 september 1944 landden parachutisten van de Britse 1st Airborne Division op de heide nabij Renkum. De Binnenlandse Strijdkrachten en de Britten vestigden hun hoofdkantoor in Hotel Rijnzicht in de Dorpsstraat. De Britten konden Renkum niet houden en alles werd snel opgeruimd. In de loop van de Slag om Arnhem werden de Britten verschillende keren door Snoek geïnformeerd over de Duitse troepenbewegingen in en rond Renkum. Op 21 september trof Snoek een piloot uit Nieuw-Zeeland tussen Renkum en Wageningen-Hoog die uit een neergestort vliegtuig kwam. De piloot werd veilig over de Rijn gebracht.

Na de Slag om Arnhem werd Renkum op last van de Duitsers geëvacueerd. De familie Snoek onderdak bij familie in Ede op de Torenstraat. De broers Snoek besloten teneinde de tijd goed te gebruiken een illegaal blad Pro Patria, uit te geven. Op het evacuatie adres in Ede werd later brigadegeneraal John Hackett ondergebracht die tijdens de Slag om Arnhem ernstig gewond was geraakt. Door het verzet was hij uit het Elisabeths Gasthuis in Arnhem gesmokkeld. Hackett kreeg een vals Nederlands persoonsbewijs op naam van Johan van Dalen en werd voorzien van een badge voor slechthorenden. Hackett ging voor Pro Patria het militaire weekoverzicht schrijven. Na vijf maal te zijn verschenen, werd de uitgave gestaakt. Hackett was van zijn verwondingen was genezen en wist met hulp van Snoek in februari 1945 na een avontuurlijke fietstocht door bezet Nederland, via de Biesbosch, het bevrijde deel van Nederland te bereiken. bron. Het blad Pro Patria werd daarna opgenomen in De Eendracht; Concordia res parvae crescunt. Pro patria was een verzetsblad dat vanaf 8 oktober 1944 tot en met 25 november 1944 in Ede werd uitgegeven. Het blad verscheen wekelijks in een oplage van 500 exemplaren. Het blad De Eendracht; Concordia res parvae crescunt was een verzetsblad en verscheen van 17 september 1944 tot en met 17 april 1945 in Scherpenzeel, Ede en Lunteren. Het blad verscheen dagelijks.

Snoek werd actief als koerier binnen het Edese verzet. Op 19 februari 1945 werd hij nabij Lunteren gecontroleerd door de Landwacht. Zij vonden bij hem een papiertje met een fiscaal plan voor het Nederland na de oorlog. Snoek werd overgebracht naar De Wormshoef, het regionale hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst. Hij werd ondervraagd door Ries Jansen die eerder zijn broer Wim had gearresteerd De SD kwam weinig te weten, waarop Snoek gedwongen te werk werd gesteld in Wageningen en Renkum. Na een paar weken ontsnapte hij en bracht de rest van de oorlog in Ede door.

Het huis van de familie-Snoek was helemaal afgebrand, maar ze kregen een nieuwe woning toegewezen: Kerkstraat 31. Van daaruit maakte de textielwinkel een doorstart. Na de oorlog was Snoek lid van de zuiveringscommissie in Renkum, maar zegde zijn lidmaatschap op nadat Jenze Jan Talsma terugkeerde als burgemeester van de gemeente Renkum. Talsma had volgens Snoek te veel met de Duitsers meegewerkt om te mogen terugkeren.

Johan Snoek was in zijn jeugd niet echt een trouw kerkbezoeker. Zijn broer Wim nam hem eens mee naar een preek van ds Smeenk. Dat gaf enthousiasme en Johan Snoek raakte geïnspireerd door het verzetswerk van Smeenk. In de winter van 1944/45 maakte hij een geloofsvernieuwing door. Van Smeenk nam hij ook de kerkelijke aandacht voor de Jogen over.

Na de oorlog raakte Snoek betrokken bij Jeugd & Evangelie. In 1949 ging hij theologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1953 nam hij een beroep aan van de kerk in het Groningse Woldendorp waar hij tot 1957 op de kansel stond. Tussendoor was hij ook nog een jaar legerpredikant.

In 1958 vertrok Snoek met zijn gezin naar Israël waar hij predikant werd in de Schotse kerk in Tiberias. In 1969 keerde Snoek terug naar Nederland, waar hij tijdens een verlofjaar inviel als predikant in de gereformeerde kerk in Wormerveer. In 1970 vertrok Snoek naar het Zwitserse Genève waar hij stafmedewerker van de Israëldesk werd bij de Wereldraad van Kerken. Na de Jom Kipoeroorlog in 1973 vertrok Snoek Damascu in Syrie. In 1974 kwam Snoek weer naar Nederland en nam een beroep aan van de gereformeerde kerk in Oostvoorne. Aan het begin van de jaren tachtig tot aan zijn pensioen in 1986 was hij predikant bij twee verpleegtehuizen in Rotterdam Hilligersberg. Emeritaat op 1.6.1985

Terug in Nederland begon Snoek zich hard te maken voor het lot van de Palestijnen. Tijdens zijn periode in Israël had hij daar nog weinig oog voor gehad. Snoek was er van overtuigd geraakt dat een akkoord tussen de PLO en Israël de enige mogelijkheid was het conflict in Israël op te lossen. Snoek schreef veel artikelen en hield regelmatig spreekbeurten over de kwestie. Ook vroeg hij aandacht voor het lot van de Israëlische atoomgeleerde Mordechai Vanunu, die naar buiten had gebracht dat zijn land over en atoombom beschikte.

Er moest iets gebeuren; er moest recht worden gedaan – dat werd zijn levensmotto, zijn drijfveer, zijn kracht. Vrede komt pas in het voetspoor van gerechtigheid. Eerst gerechtigheid, dan pas kan vrede volgen. Dat leerde Snoek tijdens de oorlog, in het verzet, in het zoeken van onderduikadressen en het opdoen van alle dubbele ervaringen die daarbij horen: teleurstelling en verrassing. Toen ook de kerken via een kanselboodschap opriepen tot verzet en de Jodenvervolging afwezen, was dat de reden om toch bij de kerk te blijven en vanuit de kerk te gaan werken aan recht en vrede,

Snoek is begraven op de  Begraafplaats ‘Oud-Kralingen’, Rotterdam-Prinseneiland.





Dominee J.M. Snoek

Overzicht van predikanten die Joden hielpen.
Snoek, ds. J.M. - De Wereldraad van kerken en Israël, Uitgeverij Kok 1974
Snoek, ds. J.M. - De Nederlandse kerken en de joden 1940-1945; Kampen 1990.
Snoek, ds. J.M. - Soms moet een mens kleur bekennen, Kampen, 1992
Snoek, ds. J.M. - Joodse en Palestijnse tranen, Skandalon 2010
Johan Snoek Wikipedia

ds Snoek Renkum
Evert Hendrik Jan Zwarts
19-12-1891 tot 22-12-1958.

De voormalig geweermaker Zwarts had het rust- en herstellingsoord voor rustbehoevende zenuwpatiënten ’t Hemeldal aan de Oranjeweg in Oosterbeek overgenomen met zijn zuster, die daarvoor verpleegster was bij de psychiatrische inrichting Wolfheze. In de Oosterbeekse Courant lezen we dat in 1927 het Sanatorium Hemeldal wordt verhuurd aan Mej. D. Zwarts. Eerder in 1925 is er ook al een voorstel in de Renkumse gemeenteraad om de huurster van het huis „Hemeldal" te Oosterbeek op haar verzoek van de huur te ontslaan en het huis opnieuw te verhuren aan Mej. B. Zwarts te Wolfheze.

De verzetsstrijder E. (Evert) H.J. Zwarts (schuilnaam Joop Swart), gebruikte zijn verpleegtehuis als opvangplek voor leden van de Landelijke knokploeg (LO).

Zwarts had een zoon, de theologiestudent H.J. ( Jan) Zwarts, die actief was bij de Zwolse KP van Beernink.

E.H.J. Zwarts werd op 25 mei 1944 gearresteerd door de Duitsers. Samen met 54 andere gevangenen werd Zwarts later uit het Huis van Bewaring aan het St. Walburgisplein in Arnhem bevrijd.

Zwarts was een oom van van de LO-ers E.H.J. Boven (schuilnaam Nico) en Chr.F. Boven (schuilnaam Frits de Jong), die bij de bevrijding van Slomp en Kruithof betrokken waren geweest.

Na de oorlog wordt Evert Zwarts benoemd als secretaris van de Commissie tot zuivering politiepersoneel in de gemeente Renkum.

Na de oorlog zette Zwarts zijn verpleegtehuis voort in de villa het Hemeldal aan de van Lennepweg 7 in Oosterbeek. 
Evert Zwarts is begraven op de begraafplaats Zuid te Oosterbeek

Bron: Frits de zwerver
Bron: Zes dorpen in oorlog en verzet. Samengesteld door H.C.J. Erkens; bijeengebracht door G.A. Versteegh, m.m.w. van G.J.H. Oosterhaar e.a., Oosterbeek 1984
Bron: Delpher
Veel oorlogshelden hebben nooit hun verhaal verteld. Ze hebben gedaan wat moest, en gingen al of niet getraumatiseerd, verder. Veel verzetshelden zijn niet terug te vinden. Hun schuilnaam was heilig. Er is een publicatie: Het grote gebod, en ook dat werk komt eigenlijk nooit af.
En dan heb je de heilige boontjes, voor het oog van bv de heer Snoek (zie hier boven) zijn enkele heldendaden verricht. Je weet maar nooit of dat voor een kennelijke NSB-er van pas komt. Wie was goed, wie was fout, daar kom je niet altijd achter.
Bekende Engelandvaarders Gerardus Johannes Bensink
Renkum, 26 oktober 1895 - 1 oktober 1964
Wikiwand

Jonkheer Hendrik (Henk) Geert de Jonge
Doorwerth, 28 december 1916 - Capelle aan den IJssel, 12 december 201,0 Ridder MWO.
Wikiwand

Jan Jacob Gerard (Mickey) Beelaerts van Blokland
Oosterbeek, 13 december 1909 –Oosterbeek, 14 november 2005
Wikiwand
Personen uit de gemeente Renkum met een Yad Vashem onderscheiding:

Marie Regina Rosalia Berg-Bossard en haar zoon Albert Berg uit Oosterbeek.

 Jacob Blokhuis, Adriana Johanna Blokhuis-Smit, en kinderen Lambert Willem Gijsbert, Jacobus Frederik, Hendrik Pieter, Weimpje Maria Francina uit Oosterbeek

Evert Jan Breman en Bertha Breman-Peters uit Oosterbeek.

ds. Eben Haezer Broekema, werkzaam bij de Hervormde Gemeente Doorwerth-Heveadorp.

Adrianus van Dijk, Elisabeth van Dijk - van Doorn,  Lourens Elisabeth van Dijk, het gezin van Dijk woonde destijds in Renkum.

Berend Engels en Gerritdina Marrigje Engels-van der Linde uit Wolfheze.

Adriaan Hey en Hendrika Hey uit Oosterbeek.

Jan van der Iest en Pietronella Maria van der Iest - Lieftink uit Wolfheze.

Eise Jongsma uit Oosterbeek
Sanderina van Meeteren uit Oosterbeek.

Wim Middendorp en Tiny Middendorp-Repelaer van Driel, destijds woonachtig in Renkum.

Frida Schuitemaker uit Oosterbeek.

Sophie Moolenaar en Marigje van Winkelhof uit Wolfheze

Nicolaas Pauk en Alleida Pauk - Keiman uit Renkum.

De heer en mevrouw ds. Smeenk- Knap en (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers uit Heelsum.

 Hendrikje Schwencke-Vos uit Oosterbeek.

Johanna Arnolda Tavenraat uit Renkum.

Dirkje van der Weijden (1892 - 1982) uit Heelsum.

Albertus de Winkel en Jans de Winkel - de Vries uit Oosterbeek.
Personen uit de gemeente Renkum die onderduikers hielpen:

de familie Aalbers uit Renkum
Karel en Adriana van der Putt uit Doorwerth

Willem en Lien Verwey uit (gemeente) Renkum
Personen uit de gemeente Renkum met een oorlogsherinneringskruis
Zaterdagmorgen vond op het Gemeentehuis een korte plechtigheid plaats. Door wethouder Woudstra werd namens de burgemeester, die verhinderd was, enige oorlogsherinneringskruizen met gesp uitgereikt, waarbij de heer Woudstra herinnerde aan de ernstige Meidagen 1940 en aan andere zware oorlogshandelingen. De erekruizen werden uitgereikt aan:
P. J. J. Diepenbroek, Oosterbeek;
Th. H. Emmen, Renkum;
J. A. Eykelhoff, Oosterbeek;
W. Th. Gerritsen, Renkum;
W. Geurtsen, Renkum;
C. de Gooijer, Renkum;
G. de Groot, Oosterbeek;
P. M. Gijsbers van Wijk Oosterbeek;
Ch. Hagen, Oosterbeek;
J. Peelen, Renkum.
Niet aanwezig waren W. J. Caspers, wegens verblijf in Nieuw-Guinea
en J. C. den Dunnen te Randwijk,
A. H. Derksen te Heelsum en
C. M. de Geus te Wolfheze.
Uit de  Arnhemsche courant van 13-03-1950 .
Personen uit de gemeente Renkum met een Millitaire Willems Orde
RENKUM Helden geridderd
Jan Peelen is geridderd.
In zijn woning aan de Molenweg hebben we de schrijver van ,,'t Begon onder melkenstijd" een bezoek gebracht. Toen Z.K.H. Prins Bernhard Maandagmiddag om twee uur arriveerde, zo vertelde Peelen ons, stonden op het plein van de Dumoulinkazerne te Soesterberg zes compagnieën van de kadersehool te Harderwijk en de militaire kapel uit Vught opgesteld onder bevel van generaal De Jager. Na inspectie werd de ban geopend en de ridders en anderen, die een onderscheiding zouden ontvangen werden door de Prins toegesproken. Van allen werden de motiveringen afzonderlijk opgelezen. De Prins nam daarop de eed af, spelde de ridderorde op de borst, waarna de ridderslag volgde. Jan Peelen is Ridder der 4de klasse der Militaire Willemsorde. De tijdelijk aangestelde sergeant-oorlogsvrijwilliger is onderscheiden voor uitstekende daden van moed, beleid en trouw.

Op de Reymerweg woont Piet Wennekes. Hij is onderscheiden met de Bronzen Leeuw voor het bedrijven van moedige daden in een vijandelijk gevecht. Eind December 1948 was sergeant P. Wennekes als patrouillecommandant bij de kampong Madjenang op Midden -Java, waar zich een bende extremisten van 200 man had verscholen. Deze beschoot de patrouille van 20 man. Door felle aanmoediging van de commandant wist men de bende te verdrijven, die de vlucht nam, met achterlating van 60 doden en een grote hoeveelheid wapens. Twee Europeanen werden ontzet. Zelf keerde de patrouille zonder verliezen in de stellingen terug. Ook hem werd door Prins Bernard het ereteken op de borst gespeld.
Personen uit de gemeente Renkum met een mobilisatie-oorlogskruis

Mobilisatie-Oorlogskruis - Wikipedia
Trouw 23-7-19:
Tijdens een bijeenkomst in hotel „Rijnzicht" te Renkum werden namens de minister van Oorlog onderscheidingen uitgereikt aan verdienstelijke verzetslieden. Het zijn de heren: ir. F. A. J. Mesker uit Den Haag, J. Peelen uit Renkum, J. A. Surig uit Den Haag en F. C. van Rijswijk uit Renkum. Zij ontvingen het mobilisatie-oorlogskruis;
Duitse oorlogsslachtoffers.

Over Duitse oorlogsslachtoffers in de gemeente Renkum is weinig bekend. In de periode van 1 augustus tot 1 oktober 1945 werden 454 gesneuvelde Duitsers, onder auspiciën van de Dienst Gemeentewerken van Renkum vanuit die gemeente naar Zypendaal overgebracht. Daar werden ze begraven op het al overvolle Ehrenfriedhof Zypendaal met de grafnummers l t/m 227 (tweepersoons graven) voorzien van nummers met de letter R van Renkum. Het begraven werd gedaan door de E.H.B.O.-ploeg van de Luchtbeschermingsdienst (L.B.D.) uit Arnhem. In augustus en september 1948 zijn alle doden van Zypendaal overgebracht naar de Duitse verzamelbegraafplaats in IJsselsteyn (gemeente Venray).
Bron: W.H. Tiemens: Het Ehrenfriedhof Zypendaal bij Arnhem; Vereniging Gelre; 1988
Het bekendste Duitse slachtoffer op Zypendaal was waarschijnlijk Generalmajor Fr. Kussin, de
garnizoenscommandant van Arnhem, Hij werd op 17 september 1944 door de Britse parachutisten bij Oosterbeek in zijn dienstauto gedood, nabij de kruising van de Utrechtseweg en de Wolfhezerweg.

Uit Zwevend naar de dood, pag 30: "Op dinsdag rukt Tonny Heijloo, met de compagnie in jeeps, op naar het station in Wolfheze. Op de hoek van de Wolfhezerweg en de Utrechtseweg ziet hij een Duitse stafauto staan. doorzeefd met kogelgaten. Er liggen enige lijken naast de auto, toegedekt met dekens. Onder één ervan steken een paar welgevormde damesbenen uit, met prachtige schoentjes aan. "Zeker zo'n grijze muis" denkt Tonny. Later hoort hij dat in de auto een Duitse generaal zat, die tot de doden behoorde. Zowel de generaal als zijn schauffeur sneuvelden. Naar verluid werden Kussin's oppasser en tolk, de mee reden, eveneens gedood." "Opmerkelijk is de waarneming van Tonny Heijloo, die, toen hij de bewuste plek passeerde, vanonder de dekens waarmee de lijken waren afgedekt, de benen van een vrouw zag uitsteken. Na de slag "claimden" drie Britse para onderdelen dit treffen".
Uit zoeken:
Op aanwijzing van Ries Jansen zijn 2 slachtoffers opgegraven in het bos bij huize ‘Heelsum’ tegenover huize ‘Bergzicht’; deze waren gefusilleerd in de winter van 1944/45.

Bronnen

Google ‘oorlogsvermisten’, 'oorlogsdoden', 'oorlogsslachtoffer',

Boek: Gesneuvelde waarheid, Wim van Zanten, 2017.
Boek: 3 monumenten, nou en… , Peter Maassen, 2018
Boek: Vlucht uit Renkum, J.P. van de Vooren, 2017
Boeken: Blik omhoog, 4 delen, Cor Janse 1996 - 1999
Boek: Zes dorpen in oorlog en verzet, H. Erkens e.v.a, 1983.
Boek: Soms moet een mens kleur bekennen, Johan Snoek, 1992
Boek: Zwevend naar de dood, Th, Peelen / A.L.J. van Vliet; 1977 (herziene druk)
Boek:  Een eerlijcke plaets, Ton Steenbergen, 2002

Over de Renkumse begraafplaatsen is hier een overzicht.

Met dank aan Betty de Roder en Eduard Schoevaars; Stichting voor Heemkunde in de Gemeente Renkum, Wageningen 1940-1945 en de Stichting Joods Erfgoed Wageningen, voor hun teksten uit mei 2011.
Lijst van slachtoffers 2de wereldoorlog Barneveld

oorlogsgraven stichting
Erelijst NIOD
tracesofwar.nl
wageningen 1940-1945.nl
joodsmonument.nl
4 en 5 mei.nl
dodenakkers
Market Garden
www.lo-lkp.nl
gemeentearchief.barneveld.nl
www.warcemeteries.nl
WO 2 slachtoffers
Yad Vasem
Oorlogsdoden Nijmegen
Joods Erfgoed Wageningen
Stichting Oktober 44