Renkumse oorlogsslachtoffers, oorlogshelden
en bijzondere overleveraars.

Inleiding en verantwoording
Hans Braakhuis

begonnen maart 2020
laatste update: mei 2020

De oorlogsslachtoffers zijn te verdelen in twee groepen: militairen en burgers. Deze site gaat met name over de burgers.

Oorlogsslachtoffers zijn ook op een andere manier in twee groepen in te delen: zij die wel of (nog) niet erkend zijn door de Oorlogsgraven Stichting.

Op 4 en 5 mei herdenken we in Nederland onze vrijheid. We danken die vrijheid aan militairen, oorlogsslachtoffers, het verzet, de binnenlandse strijdkrachten en de vele overleveraars, soms hebben overleveraars een naam: veteraan, dan zijn ze dus militair geweest. Anderen zijn gewoon verder gegaan. Mensen uit het verzet vertellen veelal niets en enkele verzetsverhalen van na de oorlog mag je met een korrel zout nemen. Overlevende oorlogsslachtoffers vertelden ook niet veel. Niets vertellen is oa een PTST kenmerk. Het ‘troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne, heeft eerst in 1992 verteld over haar oorlogservaringen. Het woord troostmeisje bestond voor 1992 niet eens.

Een Jan Peelen is niet overleden, een Dirkje van der Weijden is niet overleden. Als deze personen geen militaire Willemsorde of een Yad Vashem hadden gekregen hadden we nooit hun verhaal kunnen opzoeken.

Eerst een omschrijving van burgerslachtoffers. Bedoel dan de personen die in de gemeente Renkum zijn geboren, zijn overleden, er gewoond of gewerkt hebben in de periode 1940 - 1945.

Ook de oorlogshelden wil ik in beeld brengen. Soms overleden, soms niet. Soms heeft men een bijzondere onderscheiding ontvangen, maar vaak werd dat door betrokkene niet op prijs gesteld.

Het eind is nog niet in zicht, een leuke zoektocht, veel van geleerd, maar komt het ooit af? Alleen kan ik dat niet. Er verschijnen nieuwe (dag)boeken. Fouten op websites worden verwijdert en nieuwe namen worden genoemd. Onderaan deze pagina een lijst met de meest gebruikte websites en boeken.

Of de namen die nu gevonden zijn allemaal kloppen, waarschijnlijk niet. Een ieder maakt fouten en zelf ben ik er ook goed in. Daardoor herken ik soms andere gegevens bij anderen. Een van de redenen dat deze namenlijst groter is, dan bij anderen, is de definitie. Wie reken je tot de doelgroep. Soms lijkt het dat je in de gemeente Renkum geboren en gestorven moet zijn, om in aanmerking te komen voor vermelding. Hier probeer ik een ieder te vermelden die in de Gemeente Renkum, geboren, gewoond, gestorven of er gewerkt heeft in de oorlogsperiode 1940 - 1945.
Hulp gevraagd.

  Het Airborne Museum heeft geen lijst met de namen van de 1000 slachtoffers zoals men die vermeld in
bron: Airborne Museum Oosterbeek
een 2018 tv-spot op Omroep Gelderland.

Als u me wilt helpen met het nakijken van de vele namen in m'n database, graag!. De namen van de bij mij bekende Joodse slachtoffer zijn hier gepublceerd.
Zo zoek ik bijvoorbeeld alle namen van de slachtoffers van het bombardement op Wolfheze op 17 september 1944. Dat zouden er 87 zijn, uiteindelijk liggen er vermoedelijk 96 begraven.

Zo zoek ik de namen van de personen die het het Oosterbeekse verzamelgraf op de begraafplaats Zuid zijn begraven. Of er worden herdacht.

Zo zoek ik de namen van de erkende OGS graven op de Renkumse begraafplaatsen. Velen zijn nu wel bekend, maar m'n overzicht zal vast niet compleet zijn.

Slachtoffers in het Nederlands IndiŽ. Ken er zo 22, maar of het klopt?

Wilt u helpen, in het corona tijdperk kan er veel via de mail:
 

De zoektocht.

In de gemeente Renkum is in september 1944 het gemeentehuis totaal afgebrand. Geen bevolkingsadministratie, geen archief van bouwen en wonen, niets meer. Er is heel beperkt een schaduw bevolkingsregistratie opgezet bij het Gelders Archief door verhuisberichten uit kranten over te nemen.

Begon in 2017 met de gegevens van de OGS, te vergelijken met de namen op verschillende plaquettes. Tijdens het zoeken en vergelijken kom je er achter dat er in een database van het OGS wel gezocht kan worden met trefwoorden, zoals de namen van de 6 dorpen, maar dat je dan niet compleet bent.

Een voorbeeld: De heer Henri Charles Munter is geboren in Meester Cornelis, NOI en gefusilleerd in Arnhem. Hij was de directeur van de Heveafabrieken en werd geŽxecuteerd. Met trefwoorden van de dorpsnamen kun je zoeken op geboorte- of overlijdensplaats. Dan kom je hem in de database van OGS niet tegen. Hij is niet geboren of overleden in de gemeente Renkum. Hij woonde ook niet in Renkum. Hij staat wel vermeld op de plaquette in Heveadorp.

Op dit moment (januari 2020) ken ik zo'n 428 verschilende namen. Veelal burgers, soms militairen op een burgerbegraafplaats begraven. En die zijn dan overleden in de periode 1940 - 1945, soms na een ziekbed wat later.
Wanneer is men een oorlogsslachtoffer?

Oorlogsgraven Stichting

Oorlogsslachtoffers zijn te onderscheiden in gesneuvelde Nederlandse militairen, de omgekomen verzetsstrijders, de niet uit de concentratiekampen teruggekeerde Joodse inwoners, afgevoerde homo's, zigeuners en andere Nederlanders, de omgekomen geallieerde militairen, de mensen die om het leven kwamen tijdens de strijd in AziŽ. In een andere categorie slachtoffers vallen de slachtoffers van bombardementen en beschietingen. De gewone burgers, die zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevonden.

Bij de OGS staan ook slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog geregistreerd.
Een nette definitie van oorlogsslachtoffers komt van het Rode Kruis; Men heeft het dan over de provincie Gelderland waar het Rode Kruis 300.000 van de 900.000 inwoners aanmerkt als oorlogsslachtoffer. Ze hebben niet meer dan de kleren die ze dragen. Volgens het Rode Kruis was de provincie Gelderland het zwaarst getroffen in de WWII. Dat begint al met de inval op 10 mei 1940 rond de Grebbeberg, En met de bevrijding van 1944 tot 1945. Dat begin op 22 februari 1944 als niet alleen Nijmegen, maar ook Arnhem  bij vergissing door de Amerikanen wordt gebombardeerd. Daarna de periode 17-26 september 1944, De poging van de geallieerden om de brug in Arnhem te bereiken. Met aanzienlijke schade in Arnhem en Oosterbeek. En dan de periode van 27 september tot ver in het voorlaar waarbij Nijmegen een van meerdere kanten belegerde frontstad wordt, en waarbij de gehele Veluwezoom, van Arnhem tot Tiel een frontlinie wordt. Er is geen hoog gebouw meer van Arnhem tot Tiel, met uitzicht over de Betuwe. Allemaal kapot geschoten. Daarna volgt de inundatie van gedeelten van de Betuwe met aanzienlijke schade. De laatste schade periode begint op 30 maart 1945 als de geallieerden in de Achterhoek Nederland binnen vallen, met voorafgaand een grote barrage om Duitse tegenstand te verminderen. Over een breed front wordt de Achterhoek bevrijd. Zutphen is als laatste bevrijd op 8 april. Eerst op 14 april wordt gedeelten van Arnhem bevrijd middels operatie Plunger en een dag later wordt geheel Arnhem bevrijd door de Britse 49e (West Riding) Infanteriedivisie en het Canadese Ontario Regiment. Het eindigt op 24 april 1944 als er in Gelderland een linie ligt tussen Wageningen en Rhenen, naar Nijkerk, zeg maar zo op de provinciegrens Gelderland Utrecht.
Een oorlogsgraf.

Oorlogsgraven met een de bekende Oorlogs Gravenstichting (OGS) grafsteen, zijn gemakkelijk herkenbaar. Een graf met een witte, aan de bovenkant ronde steen met het opschrift “Koninkrijk der Nederlanden”. Als er een erkend OGS oorlogsgraf op een begraafplaats is, dan hangt er een OGS bordje bij de ingang. De oudere bordjes waren donkergroen. Loop je over de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum, waar zo’n bordje hangt, dan blijf je zoeken naar de bekende Oorlogs Gravenstichting (OGS) grafsteen. Alleen het graf van Bram Streefland is een door de OGS erkend oorlogsgraf. De graven van: Anna Maria Frederika Bosveld, Jacob Gerrit van Harte, Karel Koenraad, Diderik Willemsen, Jan Hendrik Willemsen en Jan Willem Hendriks zijn volgens mij ook aan te merken als zijnde oorlogsslachtoffer. Maar hebben een gewone particuliere grafsteen. Van Harte en Willemsen worden wel genoemd op de website van Market Garden. Van Harte staat ook vermeld op een plaquette op het terrein van Smurfit Kappa Parenco. Allen, behalve Hendriks worden genoemd op de site van MarketGarden.com.

Bij een OGS erkend oorlogsslachtoffer, heeft de familie bij de OGS de keuze: Het ereveld Loenen of de begraafplaats van de familie. Een “Koninkrijk der Nederlanden”, of een particuliere steen. Als een particulier graf geruimd wordt, heeft de familie opnieuw de keuze om de restanten over te laten brengen naar Loenen. Worden graven van particulier begraven oorlogsslachtoffers beschermd? Op een begraafplaats is aan niets te zien dat de begravene een oorlogsslachtoffer zou kunnen zijn, tenzij het om de bekende OGS steen gaat.

De gemeente Renkum heeft in het verleden besloten dat er "kostenloze graven" komen voor verzetsstrijders, uit de periode 1946-1957. N.B. Bedoeld zijn Abraham Streefland, Evert Hendrik Jan Boven en 'kapitein' George Hendrik Van der Ploeg. bron.

Nederlandse Oorlogsgraven Stichting
De grafsteen op een Rijksgraf van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting (OGS) is heel herkenbaar
In het overzicht worden ook Joden genoemd. Wie is er nu Jood? Met onze vrijheid van godsdienst mag een ieder zelf bepalen tot welke godsdienst men zich rekent. Omdat de namen hieronder voorkomen in een andere gegevensdrager, is het duidelijk dat de namen aldaar tot de "joden" gerekent worden. Een kenmerk is dat allen slachtoffer zijn van de "EndlŲsung" van de Duitse Nazi's. Holocaust slachtoffers dus. Die term past niet goed. Want ook Roma, Sinti en anderen vielen onder de Holocaust. In de gemeente Renkum wonen al generaties lang verschillende joden. Denk daarbij aan de families Manasse, Cohen, van Gelderen en Sternfeld. In de jaren na 1930 komen er joden wonen die Duitsland verlaten. En vanaf 1940 zien we de joodse onderduikers, die vluchten uit met name het westen van ons land. Bij enkele personen wordt ook het gezin genoemd, zodat te zien is wat de SHOAH teweeg gebracht heeft.
Het Blinden Instituut Het Schild wordt eigenlijk volledig verwoest door toevallige Engelse bommen op 17 september 1944. De bewoners hadden zich vanwege de vele vliegtuigen in een veilige hal van het hoofdgebouw verzameld. Na de bombardementen verblijven zij in de aanwezige schuilkelders. Geen slachtoffers op 17 september 1944.
Daarvoor echter, op 9 april 943 moet het blindeninstituut de joodse blinden uitleveren. Via Westerbork naar Sobibor en Theresienstadt waar ze overlijden. Hun namen? Een vierde joodse dame: Jeanette van Ronkel weet te ontsnappen, kan onderduiken en overleeft de oorlog. Na de oorlog komt ze weer terug in Wolfheze tot haar overlijden op 21 december 1973.

Schild Wolfheze
youtube film: Bombardement Wolfheze | 17 september 1944 | Verslag van een ooggetuige

Een van de joodse slachtoffers: Beets, van, Grietje;
20-5-1867 - 16-apr-1943 overleden te Sobibor. bron.
Grietje van Beets , die al vele jaren bij het Blindeninstituut werkte, vertrok op 9 april 1943 in gezelschap van twee patiŽnten naar Westerbork. Op 13 april volgde reeds het transport naar Sobibor, waar zij op 16 april werd vergast. Zij was 75 jaar oud.

Een van de patiŽnten waarmee Grietje van Beets naar Sobibor vertrok was Betsy Coster. Coster, Betsy 30-11-1856 16-4-1943. Geboren in 1856 in Den Haag. Betsy was zeer labiel en werd van het Blindeninstituut overgeplaatst naar de psychiatrische inrichting. Vandaar uit werd zij op 9 april 1943 naar Westerbork gebracht. Op 13 april volgde transport naar Sobibor, waar zij op 16 april werd vergast, 86 jaar oud. Bij Yad Vashem wordt aangegeven dan Betsy Coster een bewoner was het het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze.

Andere waarschijnlijke namen van bewoners van Het Schild: Arinstein of Aronstein, Ida 10-12-1866 BŁrow - 4-2-1945 TheresiŽnstadt.
Wanneer zij naar Nederland vluchtte is niet bekend maar het blindeninstituut werd haar tehuis.
Zij moest zich melden voor Westerbork en vandaar is zij op 4 september 1944 naar Duitsland gedeporteerd. Op 4 februari 1945 overleed zij in TheresiŽnstadt, 78 jaar oud.

Gottschalk, Gerhard Markus 30-3-1909 28-2-1945
LŲwenstein, Kštchen geh. m. Max Gottschalk 25-04-1882 30-10-1944
De familie Gottschalk, vader, moeder en drie zonen vluchtten in 1938 naar Nederland. Na mei 1940 verhuisde het gezin naar Wolfheze. De vader overlijdt in 1941. In april 1943 vertrekken Gerhard en zijn moeder naar Westerbork en vandaar vijf maanden later naar TheresiŽnstadt. Beiden worden op 28 oktober 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. De moeder wordt twee dagen later reeds vergast.
Gerhard leeft nog enige maanden en overlijdt eind februari 1945 tijdens een van de dodenmarsen.
Van de twee andere zonen, niet woonachtig in Wolfheze, heeft ťťn de oorlog overleefd.

Mendelsohn, Emil, 08-05-1870 - 23-7-1943.

In 1940 vluchtte hij naar ons land. Op 9 april 1941 verhuisde hij, na een aantal mislukte oogoperaties, naar het instituut in Wolfheze.
Emil Mendelsohn meende in het Blindeninstituut een veilig tehuis te hebben gevonden. Wanneer hij gedeporteerd is naar Westerbork is niet precies bekend, wellicht op 9 april 1943. Wel staat vast dat hij op 20 juli 1943 werd afgevoerd naar Sobibor en drie dagen later werd vergast, 73 jaar oud.

Mej. J. van Ronkel. Wordt vermeld in de  lijst van de Joodse Raad van joden in Arnhem documentation, 04/1942-07/1942
Verzetsstrijders, genoemd op het Netwerk Oorlogsbronnen - Nederlandse verzetsstrijders Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz, predikant, 14-5-1888 Kattendijke - 25-12-1973 Renkum
Piet Rombout, 03-05-1901 Renkum  - 18-03-45 Amersfoort
Bram Streefland, 26-03-1906 Renkum -  08-03-1945 Woeste Hoeve
SamuŽl Swarts,  26-07-1917 Amsterdam - 20-09-1944 Oosterbeek
Pieter van Vark, militair, 01-05-1886 Den Haag -21-12-1944 Heelsum
Andere namen, geen slachtoffer, maar oorlogshelden.
H.W. Alferink "De ZWARTE OMROEP'; sub tuum praesidium Oosterbeek. 10 juni '43-18 sept. '44 (I.v. in apr. '45). dgl. typ. nieuws, art., ber. binnen!. Oplage 20. Slechts enkele nummers uitgegeven".
Deze illegale uitgave werd door de onderwijzer H.W. Alferink begonnen op de dag dat te Oosterbeek de radiotoestellen moesten worden ingeleverd. Uit de landelijke bladen werden artikelen overgenomen; Zelf schreef hij weekoverzichten, commentaren op plaatselijke gebeurtenissen, waarschuwingen en opwekkingen. De twintig exemplaren werden door even zoveel 'leeskringen' te Oosterbeek, Renkum en Drie! onder 'leden' verspreid. Het laatste nummer van 'DE ZWARTE OMROEP' verscheen op de dag van de luchtlandingen; deze oplage is geheel in handen van de Airborne-troepen geraakt die de exemplaren als souvenir hebben meegenomen. Op 19 september 1944 moest Alferink met zijn gezin naar Ede evacueren met achterlating van al zijn bezittingen. De volgende dag gingen huis en inboedel in vlammen op. Hierdoor was hij enige maanden tot werkeloosheid gedoemd. Zodra hij echter weer de beschikking kreeg over een radio nam hij de uitgave opnieuw ter hand, voornamelijk ten behoeve van de evacuťs. De aandacht van de Duitsers was echter, zoals uit huiszoekingen bleek, op DE ZWARTE OMROEP gevallen. Daarom werd de naam gewijzigd in DE KLEEFSE KOERIER (nr. 294). De huiszoekingen gingen toch door en Alferink ontsnapte ternauwernood aan een arrestatie. De laatste weken voor de bevrijding werd zijn taak overgenomen door zijn medewerker J. Koch. Na de bevrijding werd de uitgave te Oosterbeek voortgezet onder de oorspronkelijke titel DE ZWARTE OMROEP (in augustus 1945 gewijzigd in DE RENKUMSE KOERIER). bron
Kate Anna ter Horst-ArriŽns
6 juli 1906 - 21 februari1992

Gehuwd met Jan ter Horst, zie hieronder.
Kate ter Horst stond bekend als "de engel van Arnhem' omdat zij in september 1944 bij de - door de geallieerden verloren - Slag bij Arnhem in haar huis, de pastorie van de Hervormde kerk in Oosterbeek tal van gewonde en stervende Britse militairen liefdevol heeft verzorgd en verpleegd. Na de oorlog werd zij draagster van de Engelse "King's Medal for Courage in the cause of Freedom' en "Member of the British Empire'.
wikipedia
Jan ter Horst
30 januari 1905 -1 augustus 2003

Jan ter Horst huwde in 1905 met Kate Anna ArriŽns (zie hier boven). In 1936 verhuisde het echtpaar naar Arnhem waar Jan compagnon van een advocatenkantoor werd. Daarna ging men wonen in de gekochte pastorie van de Oude Kerk aan de Benedendorpsweg. Op 17 september 1944 begon de operatie Market Garden die hun beider leven indringend zou veranderen. Er werd in de pastorie een hulppost van het Rode kruis ingericht. In de 14 vertrekken lagen weldra meer dan 300 gewonden en stervenden. Jan ter Horst, reserveofficier en lid van de ondergrondse, was gids voor de Engelsen en verbleef dus niet thuis. Na de oorlog werd Jan waarnemend burgemeester van de gemeente Renkum. Betrokken bij de oprichting van de Airborne Begraafplaats en het monument de Naald te Oosterbeek.

Jan en Kate ter Horst werden voor hun bijzondere daden in 1944 op 18 december 1980 door de Engelse ambassadeur in Nederland, Sir John Taylor, onderscheiden als Honorary Member of the Most Excellent Order of the British Empire.
"We vervolgen onze rit, steken de Rijn over en rijden langs de Noordelijke oever van de rivier verder Oostwaarts. Onze tocht leidt langs de verwoeste Rijnboorden; eindelijk bereiken we Renkum — eens het rustieke dorpje aan de Veluwezoom, thans een stad waar geen huis meer onbeschadigd is. Telkens moet onze auto uitwijken voor een puinhoop, die een gedeelte van de weg verspert. De burgemeester, de heer Ter Horst blijkt in zijn gemeente geen onderdak. meer te hebben kunnen vinden; wij troffen hem aan in wat eens het Oůsterbeekse hotel Bilderberg was. In een beneden vertrek, waar toevalligerwijze nog een deur aanwezig is, heeft hij zijn werkkamer ingericht In sommige vensters bevinden zich zelfs nog ruiten. „Soms denk je dat alles doelloos is wat ie aanpakt", zegt de heer ter Horst, die een vermoeide indruk maakt. „We missen hier letterlijk alles wat nodig is om enigszins op peil te komen. Renkum heeft het volle pond van het oorlogsgeweld gehad; hier landden bijv. de Geallieerde parachutisten toen de „Battle of Arnhem" begon; zij drongen door tot vlak bij Arnhem en werden teruggeslagen. De toekomst ziet er voor de Veluwezoom uiterst somber uit: onze voornaamste bron van inkomsten .vonden wij namelijk in het vreemdelingenverkeer en ik veronderstel, dat weinig vreemdelingen hun vacantie graag temidden van puinhopen en massagraven zullen doorbrengen, met bovendien de kans elk ogenblik op een mijn te kunnen stappen. Vooral die landmijnen vormen een geweldige handicap. U, in het Westen hebt de honger en het water gehad. Zij trokken weg, en er blijven vrijwei geen gevolgen. Maar hier leven in een streek, waar op vrijwel iedere vierkante meter een landmijn kan zitten. Dagelijks gebeuren er ongelukken; de mensen, die op zo'n onding trappen, worden niet meer teruggevonden. Een groot aantal koeien, dat wij onlangs uit Friesland ontvingen, kunnen we hier niet bergen omdat grazen in de uiterwaarden een onmiddellijke slachting betekent. De Moffen moeten de mijnen ruimen, maar ze doen het vrij onverschillig, en zo blijven er nog talloze zitten." uit  De Waarheid van 30-06-1945.
Derk Bernard Mans

Derk Bernard Mans smokkelde kinderen naar Engeland ( met een vliegtuigje en vloog o.a. over het onderwater staande Walcheren) in juni 1945 vanwege de slechte situatie in Nederland. Geboren in 1904 te Batavia ( zijn vader was een KNIL officier) vanaf 1914 in Nederland naar school gegaan, in 1930 getrouwd. Hij heeft gewerkt voor Shell en op Java gewoont een paar jaar zelfs, later kreeg hij ontslag. Hij had twee kinderen. Later is hij weer in Nederland gaan wonen Hij had in 1940 vier kinderen. In 1941 stak hij de grens over naar BelgiŽ en toen ging hij naar Frankrijk, met de intentie zich aan te sluiten bij de geallieerden.In Nederland was zijn verzetswerk te gevaarlijk geworden. Hij wilde naar Zwitserland maar werd in Frankrijk vastgezet voor twee weken. Daarna ging hij illegaal naar Frankrijk met de trein. Bij de spaanse grens kwam hij weer voor moeilijkheden te staan. Daar was een heel pension vol met Nederlandse vluchtelingen. Zijn broer in Curacao regelde toen dat hij naar Curacao kon gaan. Dat Lukte, maar hij ging niet naar Curacoa maar naar Engeland, in de zomer van 1942. Uiteindelijk kwam hij ( in 1939 gemobiliseerd ) naar Nederland terug als onderdeel van het militair gezag, als inspecteur wanwege zijn achtergrond als ingenieur. Eenmaal terug in Nederland kende zijn kinderen hem nauwelijks. In Engeland verveelde hij zich nogal maar maakte veel vrienden. In een verveelde aktie ging hij nog eens de Thames op en kwam in de krant .bron
Getrouwd:  Ir. D. B. MANS en A. C. TRIEBART. Tjepoe (Java), 24 Oct. 1930

De Heer en Mevrouw D. B. Mans  - Triebart geven hierbij kennis van de geboorte van hun dochter, Annemarie .Wilheiminaweg 4 , 15 Februari 1933. Tjepoe

Burgelijke stand:. geboren Van 14—20 Mei 1936. Geboren: Willemina, dochter van v. D. B. Mans en A C. Triebart, Heelsum

mevr. Mans, geb. Triebart. Heelsum, 15 Jan 1938. bevallen van een dochter Elizabeth

Bij vonnis der arrondissementsrechtbank te Arnhem dd. 2 Januari 1947 is het huwelijk van Anna Carolina Triebart en Derk Bernhard Mans, beiden wonende te Renkum, door echtscheiding ontbonden verklaard. Tiel, 14 Februari 1947. De Procureur van Eischeres, (1459/6) Jhr. Mr. E. J. J. van Lidth de Jeude.
Charles Douw van der Krap,
geb. Soerabaja, 8 oktober 1908 – Wassenaar, 9 december 1995.
Zat in 1944 ondergedoken in een woning aan de Veerweg in Oosterbeek. Als militair al gevochten Rotterdam, Warschau en later nog in Nederlands IndiŽ.

Op 17 september 1944 startte de grootste luchtlandingsoperatie van de Tweede Wereldoorlog onder de codenaam Market Garden. Douw van der Krap meldde zich diezelfde middag al bij de divisiestaf van General Major Urquhart en bood zijn diensten aan. Hem werd gevraagd om het bevel op zich te nemen over de Nederlandse vrijwilligers die verzameld waren in het Oranjebataljon of Oranjelegioen. Het Oranjebataljon bestond uit ongeveer 25 verzetsmensen die direct na de landingen hun diensten aanboden aan de geallieerden. Het was georganiseerd op aandringen van Luitenant ter zee 1e klas Arnoldus Wolters, een Nederlandse verbindingsofficier op het hoofdkwartier van Urquhart. De leden van dit bataljon deden verkenningswerk voor de Britten, functioneerden als tolk, gidsten en assisteerden bij het verzamelen en transporteren van de gewonden. De meeste van hen waren ongewapend en droegen burgerkleding met een oranje band om de linkerarm.


Toen op 20 september de Britten bij Oosterbeek steeds verder werden teruggedreven, besloot men het Oranjebataljon op te heffen. Bij gevangenneming zouden de verzetsmensen van de Duitsers zeker geen pardon krijgen, maar als spionnen berecht worden. Douw van der Krap bleef op eigen risico wel bij de parachutisten en nam deel aan de verdere gevechten tot en met 26 september.

Als ťťn van de achttien Nederlandse burgers (zie ook Jan Peelen) nam Douw van der Krap deel aan Operatie Pegasus 1. In de nacht van 21 op 22 oktober 1944 wist hij met een restant van de 1st British Airborne Division, ten zuiden van Renkum, over de Rijn naar het bevrijde zuiden te ontkomen. Vanuit bevrijd gebied werd hij overgevlogen naar Engeland waar hij ingedeeld werd bij de Britse marine.

Drager van de militaire Willemsorde.
Wikipedia
Jan Peelen
Renkum 9 december 1910 - Krommenie 21 april 1997.

Jan Peelen is het vijfde kind van acht, van Jan Peelen (1877-1963) en Grietje van den Brink (1876-1958). Vader was brandstoffenhandelaar, landbouwer en veehandelaar van beroep. men woonde destijds op de Brinkerweg 2, tegenwoordig de Europalaan 98.
Jan Peelen is 34 jaar als de Duitsers ons land bezetten. Als de bewoners van Renkum op 1 oktober 1944 moeten evacueren, krijgt Jan van de Duitsers een Ausweis om in Renkum te kunnen blijven.
Jan Peelen is drager van de Militaire Willemsorde. ňťn van de 17 burgers die deze hoge onderscheiding na 1940 ontvingen. Jan Peelen, zag kans op 22 oktober 1944 een groep van 138 Engelsen, voornamelijk Airbornes die tijdens de Slag bij Arnhem waren ingesloten, door de Duitse linies en over de Rijn te smokkelen. Deze spectaculaire redding, werd later bekend werd onder de naam Operatie Pegasus I. Jan Peelen werd benoemd in de Militaire Willemsorde in 1949 en de medaille werd opgespeld door prins Bernhard in 1952.
De Britse koning George VI verleende Jan Peelen de Medaille van de Koning voor Moed tijdens het verdedigen van de Vrijheid die op 20 oktober 1952 in 's-Gravenhage werd uitgereikt. Jan Peelen werd ook gedecoreerd met het Oorlogsherinneringskruis met de gesp Krijg te Land 1940-1945, het Verzetsherdenkingskruis, het Mobilisatie-Oorlogskruis en het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen voor vier jaar dienst in IndiŽ.
Het boek 'Het begon onder melkenstijd' uit 1955 is een must voor liefhebbers van oorlogsverhalen. De avonturen van Jan Peelen tijdens de laatste periode van de 2de Wereldoorlog zijn beschreven door een oudere broer van Jan: Gerrit Jacob Peelen (1905 - 1966). Er zijn vele herdrukken (22 of 30 stuks) verschenen. Zie hierboven bij Jacob Peelen naar de reden van de titel van dit boek.
In december 1945 gaat Jan in dienst als oorlogsvrijwilliger bij het 10de regiment infanterie. Hij wordt in 1946 bevorderd tot korporaal in Nederlands-IndiŽ en in 1947 tot sergeant. In 1952 ontslagen uit de militaire dienst. Daarna werkzaam als expediteur.
Jan Peelen is in 1950 te Emmen gehuwd met Jeltje van Hoving (1915 - 1993). Er zijn 3 kinderen uit dit huwelijk.
Jan Peelen is rond 1960 naar Zaandijk verhuisd, hij is begraven in Krommenie. Zijn graf is intussen geruimd.
In Renkum is er sinds november 2000 een Jan Peelen plantsoen. Een doodlopend zijstraatje van de Kerkstraat.
Wikiwand

Zie ook: hansbraakhuis/boeken en dan scrollen naar Jan Peelen
Jan Peelen
Wikipedia
Jan Peelen
ps op meerdere sites is helaas te lezen dat Jan Peelen op 22 april zou zijn overleden.
 Ploeg, George Hendrik Van der 26 oktober 1889 Vlissingen - 9 juli 1942 Utrecht
Begraven op de begraafplaats Oosterbeek Zuid
Oorlogsgraven Stichting
Bernard DaniŽl (Ben) Smeenk
11.augustus 1908 Enkhuizen - 8 september 200 Amsterdam

Zoon van Christiaan Smeenk (1880-1964) die we kennen van de ARP, de CNV en Arnhems gemeenteraadslid, c.q. wethouder.

Ben Smeenk was lid van de gereformeerde kerken in Nederland. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1935 volgde hij zijn oudere broer op als predikant in Blokland. Deze broer werd  toen dominee in Vlissingen van 1935 tot 1945. In 1943 accepteerde Smeenk een beroep van de hervormde kerk in Renkum en Heelsum. In Renkum en Heelsum werkte hij hier van 27.6.1943 tot 1.11.1948.

Einde juni 1943 kwam ds. B.D. Smeenk van Blokzijl naar Renkum. Al tijdens zijn intrede op 27 juni sprak hij duidelijke taal aan het adres van de bezetter.  Bij de intrededienst was burgemeester Talsma officieel aanwezig. Smeenk gaf er de voorkeur aan om overheidsdienaren te vermanen eerder af te treden dan mee te werken aan onrechtmatige daden. Welke overheid wil je gehoorzamen? Zijn luisteraars voelden dat de nieuwe dominee het niet bij woorden zou laten. Onmiddellijk pakte hij het verzetswerk op. Aan de uitbouw ervan gaf hij een enorme stimulans. De pastorie aan de Molenweg werd een pleisterplaats en doorgangshuis. Zij die op de vlucht waren om aan de greep van de Duitse horden te ontkomen, vonden van hieruit een veilige plaats.
  Bijna elke preek was afgestemd op de bezettingssituatie. Er was een vurig gebed voor de "geest van angst" en voor de vrijlating van de gevangenen, en bad voor hun bereidheid om hun leven te riskeren omwille van gerechtigheid en medemensen.

Voor zijn aankomst had het Renkumse verzet moeite om voldoende schuilplaatsen te vinden, daarna werd het een stuk eenvoudiger. Smeenk zelf gaf prioriteit aan het onderbrengen van Joden. Hierdoor kwam hij zelf in botsing met de lokale LO-leider Johan Snoek, hoewel hij het later met hem eens was in zijn boek uit 1992. (Soms moet een persoon kleur bekennen: Kok: Kampen, zie pagina 79). Smeenk bood zelf ook onderdak aan Joodse mensen. Van januari 1944 tot het einde van de oorlog, verbleef mw. Stella Ricardo bij de familie Smeenk. Er was een schuilplaats voor haar achter een boekenplank in de studeerkamer.

Volgens zijn zoon Chris Smeenk betrok ds. Smeenk joodse onderduikers (vooral kinderen) via Johannes Boogaard uit de Haarlemmermeerpolder. Deze joden kwamen vooral uit Amsterdam en Rotterdam.

Uit: Overzicht van predikanten die Joden hielpen: "Door ds. Bernard Daniel (Ben) Smeenk (1908-2002) werden vanaf 1943 tientallen joden ondergebracht in Renkum-Heelsum. Smeenk gaf bij het zoeken van huisvesting prioriteit aan de joden, ‘want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de joden, want dat is verschrikkelijk”. ... “Dankzij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 (als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze”. Volgens zijn zoon Chris Smeenk betrok ds. Smeenk joodse onderduikers (vooral kinderen) van Johannes Boogaard uit de Haarlemmermeerpolder. ... De jaren te Renkum-Heelsum, met name de oorlogsperiode, waren in menig opzicht een hoogtepunt. Tijdens de intreedienst (27 juni 1943), waarin ambtshalve ook de burgemeester aanwezig was, vermaande hij de overheidsdienaren liever af te treden dan mee te werken aan daden van onrecht. Bijna iedere preek was afgestemd op de bezettingssituatie. Vurig werd gebeden om het afleggen van de ‘geest van vreesachtigheid’ en om vrijlating van de gevangenen waarbij gedankt werd dat deze bereid waren geweest hun leven op het spel te zetten ter wille van de gerechtigheid en de medemens. Het woord ging samen met de daad. Van tientallen huizen te Renkum-Heelsum gingen deuren open (ook die van de pastorie uiteraard) en vond de joodse vluchteling een schuilplaats als onderduiker, dankzij Smeenks inspanning en overtuigingskracht. Eťn van zijn uitspraken in die tijd was, met verwijzing naar het verhaal van de drie mannen in de brandende oven: “God is bij machte ons te beschermen; maar zelfs indien niet, we zullen het afgodsbeeld niet aanbidden (DaniŽl 3: 18). Als ‘oom Ben’ was hij adviseur van een knokploeg inzake van ethische aard. De herinnering aan het mislukken van een poging om een groep joodse kinderen te Arnhem te redden is een levenslang trauma gebleven” (Johan M. Snoek). Het echtpaar Smeenk ontving op 20.3.1980, samen met (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers (geboren 1878, echtgenote van de schilder Gerrit Willem Knap, 1873-1931) de Yad Vashem - onderscheiding omdat zij onderdak hadden geboden aan Stella Ricardo".

Door ds. B.D. Smeenk werden vanaf 1943 tientallen joden ondergebracht in Renkum en Heelsum. Smeenk gaf bij het zoeken van huisvesting prioriteit aan de joden, ‘want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de joden, want dat is verschrikkelijk”. "Dankzij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 (als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze”. Uit: Soms moet een mens kleur bekennen; van Snoek.

De jaren te Renkum en Heelsum, vooral de oorlogsperiode, waren in menig opzicht een hoogtepunt. Het woord ging samen met de daad. Van tientallen huizen te Renkum en Heelsum gingen deuren open en vond de joodse vluchteling een schuilplaats, dankzij de inspannning van Smeenk. Als ‘oom Ben’ was hij adviseur van een knokploeg aangaande ethische zaken. De herinnering aan het mislukken van een poging om een groep joodse kinderen te Arnhem te redden is een levenslang trauma gebleven.

Hoeveel zonen en dochters van het "oude volk" hij gered heeft van de concentratiekampen is onbekend gebleven. Ds. J.M. Snoek schrijft later in een brief van maart 1988 dat het getal dichter bij de 100 dan bij de 50 ligt. Een maand voor de komst van ds. Smeenk waren alle mannen van 18-35 jaar opgeroepen voor de vijand te gaan werken. Smeenks overredingskracht niet te zwichten voor het goddeloze nazisme heeft zeer velen weerhouden aan deze oproep gehoor te geven. Zijn naaste medewerkers waarschuwden hem dikwijls voor het grote gevaar dat hij naar zich toe trok. Maar iedere schijn van vrees wuifde hij weg. God had een wachter voor zijn deur gezet, was zijn antwoord. Najaar 1943 startte hij samen met zijn vrouw Josina Knap het jeugdwerk opnieuw. Het Duitse verbod negeerde hij, zoals hij alles afwees wat tegen zijn overtuiging inging. Smeenk stond als een rots in de branding, de zwakken vermanend de geest van vreesachtigheid geen kans te geven. Smeenk wilde niemand verliezen. De gemeente groeide samen tot een hechte eenheid.

De vrijmaking die in 1944 kerkelijk Nederland in beroering bracht, ging de kerkdeuren voorbij. Toen de kerkelijke broedertwisten op haar hoogtepunt waren, moest de gehele Veluwezoom evacueren. Op dat moment was er voor allen maar ťťn axioma: het behoud van lijf en goed.

"Na de Slag bij Arnhem in september 1944 werd Renkum frontgebied en daarom werden alle inwoners gedwongen geŽvacueerd. Smeenk week aanvankelijk uit naar Bennekom. De verzetsman Jaap Spruijt haalde hem over naar Veenendaal te komen, aangezien de eigen predikant Dirk van Enk sinds de april- meistakingen uit 1943 zat ondergedoken. Smeenk nam verschillende joodse onderduikers mee vanuit Renkum : Uit Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Stichts en Gelders Veenendaal. 2001, p.280-281.

De pastorie in Renkum was onbewoonbaar. Men kon tijdelijk terecht in villa Martha, naast de kerk. Smeenk verhuisde naar deze woning die daarna als pastorie in gebruik werd genomen.

Een jongeman in Renkum, zoon van een winkelier, Johan M. Snoek, die ''kerkverlater'' dreigde te worden, kwam onder de indruk van de inzet van Smeenk voor joden en voor hen die hen hielpen. Hoeveel zonen en dochters van het “oude volk” hij gered heeft van de concentratiekampen is onbekend gebleven. Johan M. Snoek schrijft later in een brief van maart 1988 dat het getal dichter bij de 100 dan bij de 50 ligt. Meer over J.M. Snoek, elders op deze pagina

Na de oorlog stond Smeenk nog twee jaar op de kansel in Renkum, Heelsum.
Na de afscheidspreek van ds Smeenk op zondag 2 februari 1947 vertrok de dominee, op donderdag 6 februari 1947, per 'Johan van Oldenbarnevelt' van de Stoomvaartmaatschappij Nederland, richting (toenmalig) Nederlands IndiŽ. Dit gebeurde nadat hij vrijwillig - maar vanzelfsprekend wel in overleg Ger. kerkenraad Renkum-Heelsum - gehoor had gegeven aan een oproep van de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland aan predikanten, of zij bereid waren om een jaar (het werd voor vader overigens anderhalf jaar) te werken onder de 'verstrooide gereformeerden' in IndiŽ. De herderlijke taak was gelegen op het eiland Borneo (Kalimantan) en zeer wijde omgeving, zelfs inclusief het eiland Tarakan, dat alleen per watervliegtuig was te bereiken. Vestigingsplaats werd Balikpapan.

Het achterblijvende gezin is in huize 'De Boom' aan de Utrechtseweg 122 te Renkum blijven wonen tot eind april 1947. Het gezin verhuisde daarna naar een twee onder een kapwoning in Heelsum.

Na zijn terugkeer uit IndiŽ in juli 1948 heeft Smeenk per 16 januari 1949 een nieuwe synodale taak aanvaard, met als vestigingsplaats Amsterdam.  Met als speciale taak zending onder joden. In de zomer van 1949 verhuisd het hele gezin naar Amsterdam.

In 1961 werd hij predikant in de christelijke leefgemeenschap Nes Ammim (Tiberias) in IsraŽl, waar hij tot zijn emeritaat in 1972 bleef. Vanuit Nes Ammim mocht van de IsraŽlische regering geen zending worden bedreven. Smeenk was daar tegen. Hij zei: "Hoe kan een christen nu zwijgen over de enige Naam?" Na zijn terugkeer in Nederland ging Smeenk in Amsterdam wonen.

Het echtpaar Smeenk ontving op 20.3.1980, samen met (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers (geboren 1878, echtgenote van de schilder Gerrit Willem Knap, 1873-1931) de Yad Vashem-onderscheiding omdat zij onderdak hadden geboden aan Stella Menco-Ricardo (1926- ). bron

“Sandor Baracs (1900-2002), alias Ome Piet, was een vriend van de familie Vleeschhouwer en hij slaagde erin hen uit de Hollandsche Schouwburg te Amsterdam te laten ontsnappen. Met behulp van dominee Schminck uit Arnhem vond Ome Piet aparte schuiladressen voor de hele familie”. Lit. Yad Vashem, 512.

Dominee Smeenk is begraven op de begraafplaats ‘Zorgvlied’ te Amsterdam.

Rescue Story
Smeenk, Bernard Daniel & Josina Anna (Knap) Knap, Tannetje (Dronkers) Reverend Bernard Smeenk lived with his wife, the painter Josina Smeenk-Knap, and their four young children at the parsonage of the Reformed community in Renkum, Gelderland. Josina’s mother, Tannetje (Tanna) Knap, also lived with them. During the war, the parsonage was a center of armed resistance. If fugitives had to be moved to another underground address, the Resistance people could always place them with the Smeenks, even without notice. Reverend Smeenk received 80 food coupons from the local head of the LO, for the Jews hiding with him. Stella Ricardo was one of the Jews hiding with the Smeenks. She was the youngest of three daughters of a Portuguese Jewish family who had lived in the Jewish quarter of Amsterdam before the war. She found a permanent shelter at the Smeenks’ home in Renkum in January 1944. Stella slept in the study, where the Smeenks built a special hiding place for her in the bookcase. During the day, she helped out with the children, including a fifth child born to the Smeenks just before the Battle of Arnhem. In late September 1944, Stella moved, together with the family, to Veenendaal, Utrecht, where she stayed until May 1945. After the war, Reverend Smeenk continued to take a great interest in the Jewish people. On March 20, 1980, Yad Vashem recognized Reverend Bernard Daniel Smeenk, his wife, Josina Anna Smeenk-Knap, and his mother-in-law, Tanna Knap-Dronkers, as Righteous Among the Nations.

Lees meer over Smeenk bij link

Overzicht van predikanten die Joden hielpen.

J.M. Snoek, De Nederlandse Kerken en de Joden 1940-1945, Kampen 1992

Snoek, ds. J.M. - Soms moet een mens kleur bekennen, Kampen, 1992

In memoriam ds. B. D. Smeenk 1908-2002

B.D. Smeenk, Jeruzalem, lofzang of roestige pot; Wever 1984

Rechtvaardigen onder de Volkeren; Yad Vashem; uitgever Veen + NIOD; 2005

Opvattingen in de Gereformeerde Kerken in Nederlandover het jodendom 1896-1970; Kampen 1996.

Wikipedia

Ds Ben Smeenk
foto: Grepen uit het 100-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Renkum en Heelsum van Nic Jansen
Johannes Martinus Snoek
25 mei 1920 Gorinchem - 31 augustus 2012 Rotterdam

Johan Snoek werd geboren als het tweede kind van Govert Snoek en Maria de Nooij. Zijn vader stierf toen hij bijna drie jaar oud was. De familie verhuisde daarna Renkum, waar Maria Snoek - de Nooij op het Dorpsplein (destijds nr 78) haar eigen textielwinkel opende.

Na 10 mei 1940 raakten de gezinsleden geleidelijk betrokken bij het verzet. In eerste instantie ging het om kleine, ongeorganiseerde acties. Bijvoorbeeld: Johan Snoek en zijn broer Wim en zus Rie stalen een van de kerkklokken van de Renkumse kerk, die buiten klaar stond voor transport naar Duitsland. Toen met represailles werd gedreigd, lieten ze de klok weer achter op de plak vanwaar ze hem hadden meegenomen.

Naarmate de oorlog vorderde, begon het verzet zich steeds beter te organiseren. De familie Snoek nam tijdelijk een jonge joodse onderduiker thuis. Tijdens de April-meistakingen in 1943 zorgden de broers Snoek ervoor dat de meeste winkeliers in Renkum hun deuren sloten.

Via hun oom Ko de Nooij uit Ede werden de broers op 26 mei 1943 uitgenodigd voor een bijeenkomst waar Frits Slomp, alias Frits de Zwerver, aanwezig was. Slomp was de grote man achter de Nationale Organisatie voor Hulp aan onderduikers. Tijdens de vergadering werd een lokale LO-afdeling opgericht. Johan Snoek kreeg de leiding in Renkum. Broer Wim werd niet betrokken, omdat hij rond dezelfde tijd moest onderduiken omdat personen van zijn geboortejaar werd opgeroepen voor werk in Duitsland.

Johan Snoek nam een aantal aspirant medewerkers mee naar een tweede bijeenkomst waar Evert Boven, de provinciaal leider van de LO, sprak. De reacties waren sceptisch, toch werd er een lokale LO-afdeling gecreŽerd. Snoek ontmoette wekelijks Piet Verburg en Frans van der Have uit Wageningen en Theo Geurtsen uit Heelsum. Aanvankelijk was het voor de groep moeilijk om voldoende schuilplaatsen te vinden. Dat veranderde toen de pastoor Bernard Smeenk in juni 1943 aantrad in de lokale gereformeerde kerk. Als lokaal hoofd van de LO in Renkum regelde Johan Snoek onder andere ook de voedselbonnen voor Joden die zich ondergedoken waren via ds. Pastor Smeenk.

Snoek sliep regelmatig met de buren vanwege het gevaar van een mogelijke inval in zijn huis. Een joods meisje was ook gehuisvest bij deze buren, de familie Klaassen. Begin juli 1944 vond een overval plaats waarbij Snoek in zijn been werd geschoten toen hij probeerde te vluchten. De Duitsers kwamen voor het Joodse meisje. Zij is meegenomen en heeft de oorlog gelukkig  overleefd. Snoek wist de Duitsers te overtuigen dat zijn moeder ziek was en het zou rustiger voor haar zijn als hij niet thuis zou slapen. Bij een oppervlakkige zoektocht zagen ze belastend materiaal over het hoofd.

Op 17 september 1944 landden parachutisten van de Britse 1st Airborne Division op de heide nabij Renkum. De Binnenlandse Strijdkrachten en de Britten vestigden hun hoofdkantoor in Hotel Rijnzicht in de Dorpsstraat. De Britten konden Renkum niet houden en alles werd snel opgeruimd. In de loop van de Slag om Arnhem werden de Britten verschillende keren door Snoek geÔnformeerd over de Duitse troepenbewegingen in en rond Renkum. Op 21 september trof Snoek een piloot uit Nieuw-Zeeland tussen Renkum en Wageningen-Hoog die uit een neergestort vliegtuig kwam. De piloot werd veilig over de Rijn gebracht.

Na de Slag om Arnhem werd Renkum op last van de Duitsers geŽvacueerd. De familie Snoek onderdak bij familie in Ede op de Torenstraat. De broers Snoek besloten teneinde de tijd goed te gebruiken een illegaal blad Pro Patria, uit te geven. Op het evacuatie adres in Ede werd later brigadegeneraal John Hackett ondergebracht die tijdens de Slag om Arnhem ernstig gewond was geraakt. Door het verzet was hij uit het Elisabeths Gasthuis in Arnhem gesmokkeld. Hackett kreeg een vals Nederlands persoonsbewijs op naam van Johan van Dalen en werd voorzien van een badge voor slechthorenden. Hackett ging voor Pro Patria het militaire weekoverzicht schrijven. Na vijf maal te zijn verschenen, werd de uitgave gestaakt. Hackett was van zijn verwondingen was genezen en wist met hulp van Snoek in februari 1945 na een avontuurlijke fietstocht door bezet Nederland, via de Biesbosch, het bevrijde deel van Nederland te bereiken. bron. Het blad Pro Patria werd daarna opgenomen in De Eendracht; Concordia res parvae crescunt. Pro patria was een verzetsblad dat vanaf 8 oktober 1944 tot en met 25 november 1944 in Ede werd uitgegeven. Het blad verscheen wekelijks in een oplage van 500 exemplaren. Het blad De Eendracht; Concordia res parvae crescunt was een verzetsblad en verscheen van 17 september 1944 tot en met 17 april 1945 in Scherpenzeel, Ede en Lunteren. Het blad verscheen dagelijks.
Snoek werd actief als koerier binnen het Edese verzet. Op 19 februari 1945 werd hij nabij Lunteren gecontroleerd door de Landwacht. Zij vonden bij hem een papiertje met een fiscaal plan voor het Nederland na de oorlog. Snoek werd overgebracht naar De Wormshoef, het regionale hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst. Hij werd ondervraagd door Ries Jansen die eerder zijn broer Wim had gearresteerd De SD kwam weinig te weten, waarop Snoek gedwongen te werk werd gesteld in Wageningen en Renkum. Na een paar weken ontsnapte hij en bracht de rest van de oorlog in Ede door.

Het huis van de familie-Snoek was helemaal afgebrand, maar ze kregen een nieuwe woning toegewezen: Kerkstraat 31. Van daaruit maakte de textielwinkel een doorstart. Na de oorlog was Snoek lid van de zuiveringscommissie in Renkum, maar zegde zijn lidmaatschap op nadat Jenze Jan Talsma terugkeerde als burgemeester van de gemeente Renkum. Talsma had volgens Snoek te veel met de Duitsers meegewerkt om te mogen terugkeren.

Johan Snoek was in zijn jeugd niet echt een trouw kerkbezoeker. Zijn broer Wim nam hem eens mee naar een preek van ds Smeenk. Dat gaf enthousiasme en Johan Snoek raakte geÔnspireerd door het verzetswerk van Smeenk. In de winter van 1944/45 maakte hij een geloofsvernieuwing door. Van Smeenk nam hij ook de kerkelijke aandacht voor de Jogen over.

Na de oorlog raakte Snoek betrokken bij Jeugd & Evangelie. In 1949 ging hij theologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1953 nam hij een beroep aan van de kerk in het Groningse Woldendorp waar hij tot 1957 op de kansel stond. Tussendoor was hij ook nog een jaar legerpredikant.

In 1958 vertrok Snoek met zijn gezin naar IsraŽl waar hij predikant werd in de Schotse kerk in Tiberias. In 1969 keerde Snoek terug naar Nederland, waar hij tijdens een verlofjaar inviel als predikant in de gereformeerde kerk in Wormerveer. In 1970 vertrok Snoek naar het Zwitserse GenŤve waar hij stafmedewerker van de IsraŽldesk werd bij de Wereldraad van Kerken. Na de Jom Kipoeroorlog in 1973 vertrok Snoek Damascu in Syrie. In 1974 kwam Snoek weer naar Nederland en nam een beroep aan van de gereformeerde kerk in Oostvoorne. Aan het begin van de jaren tachtig tot aan zijn pensioen in 1986 was hij predikant bij twee verpleegtehuizen in Rotterdam Hilligersberg. Emeritaat op 1.6.1985

Terug in Nederland begon Snoek zich hard te maken voor het lot van de Palestijnen. Tijdens zijn periode in IsraŽl had hij daar nog weinig oog voor gehad. Snoek was er van overtuigd geraakt dat een akkoord tussen de PLO en IsraŽl de enige mogelijkheid was het conflict in IsraŽl op te lossen. Snoek schreef veel artikelen en hield regelmatig spreekbeurten over de kwestie. Ook vroeg hij aandacht voor het lot van de IsraŽlische atoomgeleerde Mordechai Vanunu, die naar buiten had gebracht dat zijn land over en atoombom beschikte.

Er moest iets gebeuren; er moest recht worden gedaan – dat werd zijn levensmotto, zijn drijfveer, zijn kracht. Vrede komt pas in het voetspoor van gerechtigheid. Eerst gerechtigheid, dan pas kan vrede volgen. Dat leerde Snoek tijdens de oorlog, in het verzet, in het zoeken van onderduikadressen en het opdoen van alle dubbele ervaringen die daarbij horen: teleurstelling en verrassing. Toen ook de kerken via een kanselboodschap opriepen tot verzet en de Jodenvervolging afwezen, was dat de reden om toch bij de kerk te blijven en vanuit de kerk te gaan werken aan recht en vrede,

Snoek is begraven op de  Begraafplaats ‘Oud-Kralingen’, Rotterdam-Prinseneiland.

Dominee J.M. Snoek

Overzicht van predikanten die Joden hielpen.
Snoek, ds. J.M. - De Wereldraad van kerken en IsraŽl, Uitgeverij Kok 1974
Snoek, ds. J.M. - De Nederlandse kerken en de joden 1940-1945; Kampen 1990.
Snoek, ds. J.M. - Soms moet een mens kleur bekennen, Kampen, 1992
Snoek, ds. J.M. - Joodse en Palestijnse tranen, Skandalon 2010
Johan Snoek Wikipedia

ds Snoek Renkum
Evert Hendrik Jan Zwarts
19-12-1891 tot 22-12-1958.

De voormalig geweermaker Zwarts had het rust- en herstellingsoord voor rustbehoevende zenuwpatiŽnten ’t Hemeldal aan de Oranjeweg in Oosterbeek overgenomen met zijn zuster, die daarvoor verpleegster was bij de psychiatrische inrichting Wolfheze. In de Oosterbeekse Courant lezen we dat in 1927 het Sanatorium Hemeldal wordt verhuurd aan Mej. D. Zwarts. Eerder in 1925 is er ook al een voorstel in de Renkumse gemeenteraad om de huurster van het huis „Hemeldal" te Oosterbeek op haar verzoek van de huur te ontslaan en het huis opnieuw te verhuren aan Mej. B. Zwarts te Wolfheze.

De verzetsstrijder E. (Evert) H.J. Zwarts (schuilnaam Joop Swart), gebruikte zijn verpleegtehuis als opvangplek voor leden van de Landelijke knokploeg (LO).

Zwarts had een zoon, de theologiestudent H.J. ( Jan) Zwarts, die actief was bij de Zwolse KP van Beernink.

E.H.J. Zwarts werd op 25 mei 1944 gearresteerd door de Duitsers. Samen met 54 andere gevangenen werd Zwarts later uit het Huis van Bewaring aan het St. Walburgisplein in Arnhem bevrijd.
Zwarts was een oom van van de LO-ers E.H.J. Boven (schuilnaam Nico) en Chr.F. Boven (schuilnaam Frits de Jong), die bij de bevrijding van Slomp en Kruithof betrokken waren geweest.

Na de oorlog wordt Evert Zwarts benoemd als secretaris van de Commissie tot zuivering politiepersoneel in de gemeente Renkum.

Na de oorlog zette Zwarts zijn verpleegtehuis voort in de villa het Hemeldal aan de van Lennepweg 7 in Oosterbeek.
Evert Zwarts is begraven op de begraafplaats Zuid te Oosterbeek

Bron: Frits de zwerver
Bron: Zes dorpen in oorlog en verzet. Samengesteld door H.C.J. Erkens; bijeengebracht door G.A. Versteegh, m.m.w. van G.J.H. Oosterhaar e.a., Oosterbeek 1984
Bron: Delpher
Veel oorlogshelden hebben nooit hun verhaal verteld. Ze hebben gedaan wat moest, en gingen al of niet getraumatiseerd, verder. Veel verzetshelden zijn niet terug te vinden. Hun schuilnaam was heilig. Er is een publicatie: Het grote gebod, en ook dat werk komt eigenlijk nooit af.
En dan heb je de heilige boontjes, voor het oog van bv de heer Snoek (zie hier boven) zijn enkele heldendaden verricht. Je weet maar nooit of dat voor een kennelijke NSB-er van pas komt. Wisselgeld noem je dat. Wie was goed, wie was fout, daar kom je niet altijd achter.
Bekende Engelandvaarders Gerardus Johannes Bensink
Renkum, 26 oktober 1895 - 1 oktober 1964
Wikiwand

Jonkheer Hendrik (Henk) Geert de Jonge
Doorwerth, 28 december 1916 - Capelle aan den IJssel, 12 december 201,0 Ridder MWO.
Wikiwand

Jan Jacob Gerard (Mickey) Beelaerts van Blokland
Oosterbeek, 13 december 1909 –Oosterbeek, 14 november 2005
Wikiwand
Personen uit de gemeente Renkum met een Yad Vashem onderscheiding:

Marie Regina Rosalia Berg-Bossard en haar zoon Albert Berg uit Oosterbeek.

 Jacob Blokhuis, Adriana Johanna Blokhuis-Smit, en kinderen Lambert Willem Gijsbert, Jacobus Frederik, Hendrik Pieter, Weimpje Maria Francina uit Oosterbeek

Evert Jan Breman en Bertha Breman-Peters uit Oosterbeek.

ds. Eben Haezer Broekema, werkzaam bij de Hervormde Gemeente Doorwerth-Heveadorp.

Adrianus van Dijk, Elisabeth van Dijk - van Doorn,  Lourens Elisabeth van Dijk, het gezin van Dijk woonde destijds in Renkum.

Berend Engels en Gerritdina Marrigje Engels-van der Linde uit Wolfheze.

Adriaan Hey en Hendrika Hey uit Oosterbeek.

Jan van der Iest en Pietronella Maria van der Iest - Lieftink uit Wolfheze.

Eise Jongsma uit Oosterbeek
Sanderina van Meeteren uit Oosterbeek.

Wim Middendorp en Tiny Middendorp-Repelaer van Driel, destijds woonachtig in Renkum.

Frida Schuitemaker uit Oosterbeek.

Sophie Moolenaar en Marigje van Winkelhof uit Wolfheze

Nicolaas Pauk en Alleida Pauk - Keiman uit Renkum.

De heer en mevrouw ds. Smeenk- Knap en (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers uit Heelsum.

 Hendrikje Schwencke-Vos uit Oosterbeek.

Johanna Arnolda Tavenraat uit Renkum.

Dirkje van der Weijden (1892 - 1982) uit Heelsum.

Albertus de Winkel en Jans de Winkel - de Vries uit Oosterbeek.
Personen uit de gemeente Renkum die onderduikers hielpen:

de familie Aalbers uit Renkum
Karel en Adriana van der Putt uit Doorwerth

Willem en Lien Verwey uit (gemeente) Renkum
Dames Moolenaar, destijds Wolfhezerweg 59 te Wolfheze Hier verbleef het echtpaar Spiegel, met dochters Margo en Ruth.

Zie ook 'Blik Omhoog' van Cor Janse, blz. 275-276.
Gelders Archief met dank aan Kees Klaver te Wolfheze
Personen uit de gemeente Renkum met een oorlogsherinneringskruis Zaterdagmorgen vond op het Gemeentehuis een korte plechtigheid plaats. Door wethouder Woudstra werd namens de burgemeester, die verhinderd was, enige oorlogsherinneringskruizen met gesp uitgereikt, waarbij de heer Woudstra herinnerde aan de ernstige Meidagen 1940 en aan andere zware oorlogshandelingen. De erekruizen werden uitgereikt aan:
P. J. J. Diepenbroek, Oosterbeek;
Th. H. Emmen, Renkum;
J. A. Eykelhoff, Oosterbeek;
W. Th. Gerritsen, Renkum;
W. Geurtsen, Renkum;
C. de Gooijer, Renkum;
G. de Groot, Oosterbeek;
P. M. Gijsbers van Wijk Oosterbeek;
Ch. Hagen, Oosterbeek;
J. Peelen, Renkum.
Niet aanwezig waren W. J. Caspers, wegens verblijf in Nieuw-Guinea
en J. C. den Dunnen te Randwijk,
A. H. Derksen te Heelsum en
C. M. de Geus te Wolfheze.
Uit de  Arnhemsche courant van 13-03-1950 .
Personen uit de gemeente Renkum met een militaire Willems Orde Jan Peelen is geridderd.
In zijn woning aan de Molenweg hebben we de schrijver van ,,'t Begon onder melkenstijd" een bezoek gebracht. Toen Z.K.H. Prins Bernhard Maandagmiddag om twee uur arriveerde, zo vertelde Peelen ons, stonden op het plein van de Dumoulinkazerne te Soesterberg zes compagnieŽn van de kadersehool te Harderwijk en de militaire kapel uit Vught opgesteld onder bevel van generaal De Jager. Na inspectie werd de ban geopend en de ridders en anderen, die een onderscheiding zouden ontvangen werden door de Prins toegesproken. Van allen werden de motiveringen afzonderlijk opgelezen. De Prins nam daarop de eed af, spelde de ridderorde op de borst, waarna de ridderslag volgde. Jan Peelen is Ridder der 4de klasse der Militaire Willemsorde. De tijdelijk aangestelde sergeant-oorlogsvrijwilliger is onderscheiden voor uitstekende daden van moed, beleid en trouw.

Op de Reymerweg woont Piet Wennekes. Hij is onderscheiden met de Bronzen Leeuw voor het bedrijven van moedige daden in een vijandelijk gevecht. Eind December 1948 was sergeant P. Wennekes als patrouillecommandant bij de kampong Madjenang op Midden -Java, waar zich een bende extremisten van 200 man had verscholen. Deze beschoot de patrouille van 20 man. Door felle aanmoediging van de commandant wist men de bende te verdrijven, die de vlucht nam, met achterlating van 60 doden en een grote hoeveelheid wapens. Twee Europeanen werden ontzet. Zelf keerde de patrouille zonder verliezen in de stellingen terug. Ook hem werd door Prins Bernard het ereteken op de borst gespeld.
Personen uit de gemeente Renkum met een mobilisatie-oorlogskruis

Mobilisatie-Oorlogskruis - Wikipedia
Trouw 23-7-19:
Tijdens een bijeenkomst in hotel „Rijnzicht" te Renkum werden namens de minister van Oorlog onderscheidingen uitgereikt aan verdienstelijke verzetslieden. Het zijn de heren: ir. F. A. J. Mesker uit Den Haag, J. Peelen uit Renkum, J. A. Surig uit Den Haag en F. C. van Rijswijk uit Renkum. Zij ontvingen het mobilisatie-oorlogskruis;
Duitse oorlogsslachtoffers.

Over Duitse oorlogsslachtoffers in de gemeente Renkum is weinig bekend. In de periode van 1 augustus tot 1 oktober 1945 werden 454 gesneuvelde Duitsers, onder auspiciŽn van de Dienst Gemeentewerken van Renkum vanuit die gemeente naar Zypendaal overgebracht. Daar werden ze begraven op het al overvolle Ehrenfriedhof Zypendaal met de grafnummers l t/m 227 (tweepersoons graven) voorzien van nummers met de letter R van Renkum. Het begraven werd gedaan door de E.H.B.O.-ploeg van de Luchtbeschermingsdienst (L.B.D.) uit Arnhem. In augustus en september 1948 zijn alle doden van Zypendaal overgebracht naar de Duitse verzamelbegraafplaats in IJsselsteyn (gemeente Venray).
Bron: W.H. Tiemens: Het Ehrenfriedhof Zypendaal bij Arnhem; Vereniging Gelre; 1988
Het bekendste Duitse slachtoffer op Zypendaal was waarschijnlijk Generalmajor Fr. Kussin, de
garnizoenscommandant van Arnhem, Hij werd op 17 september 1944 door de Britse parachutisten bij Oosterbeek in zijn dienstauto gedood, nabij de kruising van de Utrechtseweg en de Wolfhezerweg.

Uit Zwevend naar de dood, pag 30: "Op dinsdag rukt Tonny Heijloo, met de compagnie in jeeps, op naar het station in Wolfheze. Op de hoek van de Wolfhezerweg en de Utrechtseweg ziet hij een Duitse stafauto staan. doorzeefd met kogelgaten. Er liggen enige lijken naast de auto, toegedekt met dekens. Onder ťťn ervan steken een paar welgevormde damesbenen uit, met prachtige schoentjes aan. "Zeker zo'n grijze muis" denkt Tonny. Later hoort hij dat in de auto een Duitse generaal zat, die tot de doden behoorde. Zowel de generaal als zijn schauffeur sneuvelden. Naar verluid werden Kussin's oppasser en tolk, de mee reden, eveneens gedood." "Opmerkelijk is de waarneming van Tonny Heijloo, die, toen hij de bewuste plek passeerde, vanonder de dekens waarmee de lijken waren afgedekt, de benen van een vrouw zag uitsteken. Na de slag "claimden" drie Britse para onderdelen dit treffen".
Uit zoeken:
Op aanwijzing van Ries Jansen zijn 2 slachtoffers opgegraven in het bos bij huize ‘Heelsum’ tegenover huize ‘Bergzicht’; deze waren gefusilleerd in de winter van 1944/45.
Brinkman Maria Hendrika 10-nov-1911 Oosterbeek 6-feb-2006
De lokale politie deed in 1940 onderzoek naar hen die kleine veretsdaden verrichten. Gelders Archief
Bronnen
Google ‘oorlogsvermisten’, 'oorlogsdoden', 'oorlogsslachtoffer',

Boek: Gesneuvelde waarheid, Wim van Zanten, 2017.
Boek: 3 monumenten, nou en… , Peter Maassen, 2018
Boek: Vlucht uit Renkum, J.P. van de Vooren, 2017
Boeken: Blik omhoog, 4 delen, Cor Janse 1996 - 1999
Boek: Zes dorpen in oorlog en verzet, H. Erkens e.v.a, 1983.
Boek: Soms moet een mens kleur bekennen, Johan Snoek, 1992
Boek: Zwevend naar de dood, Th, Peelen / A.L.J. van Vliet; 1977 (herziene druk)
Boek:  Een eerlijcke plaets, Ton Steenbergen, 2002

Over de Renkumse begraafplaatsen is hier een overzicht.

Met dank aan Betty de Roder en Eduard Schoevaars; Stichting voor Heemkunde in de Gemeente Renkum, Wageningen 1940-1945 en de Stichting Joods Erfgoed Wageningen, voor hun teksten uit mei 2011.
Lijst van slachtoffers 2de wereldoorlog Barneveld

oorlogsgraven stichting
Erelijst NIOD
tracesofwar.nl
wageningen 1940-1945.nl
joodsmonument.nl
4 en 5 mei.nl
dodenakkers
Market Garden
www.lo-lkp.nl
gemeentearchief.barneveld.nl
www.warcemeteries.nl
WO 2 slachtoffers
Yad Vasem
Oorlogsdoden Nijmegen
Joods Erfgoed Wageningen
Stichting Oktober 44