Enkele Renkumse oorlogsslachtoffers
Hans Braakhuis

laatste update: oktober 2018
Hieronder, een vast niet compleet overzicht van Renkumse oorlogsslachtoffers.

Wanneer is men een oorlogsslachtoffer?

Oorlogsslachtoffers zijn volgens de OGS (Oorlogsgraven Stichting) definitie burgers en militairen die in de strijd met de vijand of door hun handelingen of houding tegenover de vijand het leven hebben verloren. Ook mensen die tijdens de door de vijand opgelegde internering of vervolging overleden zijn, rekenen we hiertoe.
Mensen die zijn omgekomen door oorlogsgeweld zoals een beschieting of bombardement, maar ook de mensen die de oorlog overleefd hebben en hun ervaringen altijd met zich hebben meegedragen omschrijven wij als ‘slachtoffer van de oorlog’.

Oorlogsgraven Stichting
En eigenlijk kan de naaste familie zelf ook een overledene aanmerken als oorlogsslachtoffer. Overleden vanwege gebrekkige medische hulp, ondervoeding, etc. etc.

Als men een door de OGS erkend oorlogsslachtoffer is, dan is het aan de naaste familie om te kiezen voor een zogenaamd Rijksgraf, waarbij er de bekende OGS grafsteen geplaatst wordt, of om te kiezen voor een Particulier graf, waarbij men zelf een grafmonument kiest, afhankelijk van lokale verordeningen.
Voor de nabestaanden zijn aan de inrichting en het onderhoud van het Rijksgraf geen kosten verbonden. Bij een particulier graf gelden de gebruikelijke lokale regels.

Heel veel graven van oorlogsslachtoffers zijn niet als zodanig herkenbaar. Soms zie je in een tekst: vermoord 1943, met de naam van een Duits concentratiekamp, dat maakt alles duidelijk.

Het valt me op dat de Engelse, Poolse (Airborne) Canadese en Nederlandse militairen die in de jaren 40-45 omkwamen veelal buiten beeld blijven. Bij de OGS staan enkele wel geregistreerd omdat ze op een burger begraafplaats liggen.

Aanvullen en corrigeren gegevens. Helpt u mee!

De grafsteen op een Rijksgraf van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting (OGS) is heel herkenbaar.
Nedelandse Oorlogsgraven Stichting

Oorlogsslachtoffers zijn te onderscheiden in gesneuvelde Nederlandse militairen, de omgekomen verzetsstrijders, de niet uit de concentratiekampen teruggekeerde Joodse inwoners, afgevoerde homo's, zigeuners en andere Nederlanders, de omgekomen geallieerde militairen, de mensen die om het leven kwamen tijdens de strijd in Azië. In een andere categorie slachtoffers vallen de slachtoffers van bombardementen en beschietingen. De gewone burgers, die zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevonden.

We willen een virtueel monument oprichten om de herinnering aan alle door de Tweede Wereldoorlog omgekomen Renkumers (gemeente) of er begraven oorlogsdoden, levend te houden.

We zijn bezig met een concept database, als die wat verder gevuld is kunnen  we het concept  verspreiden.
Oorlogsgraven op de R.K..Begraafplaats Mariahof,  Groeneweg tussen nr 19 en 23  te Renkum.
Bohmer, ten Bohmer
Johannes Böhmer

Renkum 4 juli 1923 - Hannover 28 maart 1945

Johannes werd geboren te Renkum op 4 juli 1923. Hij was een zoon van Johannes Böhmer en Maria Margaretha Evers.
Van beroep was Johannes bankwerker en hij woonde met zijn ouders aan de Achterdorpsstraat 21 te Renkum.

Johannes kwam om bij een bombardement op Hannover op 28 maart 1945. Hij woonde in Lager Mühlenberg aan de Hemelerchaussee. Die dag waren er meerdere bombardementen op Hannover. Zo werden meerdere kazernes verwoest, was er een treffer op een adres voor dwangarbeiders in de Ritter Brüningstrasse nr. 45 te Hannover. Andere info en een foto van het graf. En Traces Of War. Als doodsoorzaak wordt vermeld bomtreffer – verbranding op het terrein van Vereinigter Lichtmetallwerke aan de Göttingerchaussee te Hannover. Johannes was toen 22 jaar. Hij is begraven in Renkum op het kerkhof aan de Groeneweg.

Johannes Böhmer
Böhmer Mariahof Renkum
te vinden rechts achter op de begraafplaats.

Johannes Böhmer

online begraafplaatsen.nl Het graf is een zogenaamd Rijksgraf van de OGS.

Johannes Böhmer
Francina Margaretha Böhmer

Wageningen 21 maart 1920 - Wageningen 26 maart 1943

Zij werd geboren te Wageningen op 21 maart 1920, maar haar vader Stephanus Wilhelmus Böhmer was afkomstig uit Renkum. Haar moeder Gijsberta Pieternella Jägers was afkomstig uit Culemborg.
Francina was op 26 maart 1943 op bezoek in de Beekstraat 11 te Wageningen bij haar schoonzus Geertje van Merkenstijn toen omstreeks 21.35 uur een V-1 bom insloeg in het zogenaamde Roode Dorp. Er kwamen 28 mensen om het leven. Zij was bij haar overlijden 23 jaar. Zij was gehuwd met Dirk van Merkenstijn, tewerkgesteld in Duitsland. Zij woonden Celebesstraat 3 te Wageningen.

Francina Margaretha Böhmer wordt hier genoemd.
Francina Margaretha Böhmer was op vrijdagavond 26 maart 1943 op bezoek bij haar schoonzuster Geertje van Merkestijn aan de Beekstraat 11.
Zij en alle familieleden die in de woning aanwezig waren werden dodelijke getroffen tijdens de bominslag.
Francina Margaretha Böhmer was op 3 oktober 1942 in Renkum gehuwd met Dirk van Merkestijn. Ze was de dochter van Stephanus Böhmer en Gijsberta Pieternella Jägers.
Het echtpaar van Merkestijn-Böhmer woonde aan de Celebesstraat 3 te Wageningen.
Dirk van Merkestijn werkte in Duitsland, hij was door het Arbeidsbureau tewerkgesteld.
Na de identificatie van de slachtoffers op 27 en 28 maart 1943 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ en de doodschouw door Dr. Winkler Prins werden de doden op 29 maart overgebracht naar de grote zaal van de schouwburg “De Junushoff’.
De zes doden van Beekstraat 11 werden op 31 maart 1943 begraven op de algemene begraafplaats te Wageningen.
Francina Margaretha Böhmer staat vermeld op de Naamwand van het Monument voor de Gevallenen aan de Costerweg in Wageningen
bron
 Everdina ten Böhmer

Renkum 1 november 1926 - Wageningen 17 september 1944.

In de lijst van Wageningse slachtoffers staat vermeld dat in of bij Ericaplein 6 te Wageningen, omkwam Everdina ten Böhmer, hulp in de huishouding. Van deze jonge vrouw, geboren in Renkum op 1 november 1926, zijn geen volledige gegevens voorhanden. Zij woonde in die tijd in Renkum, Groeneweg 55 of Hoefbladstraat 10 en was de dochter van Henricus ten Böhmer, papierfabrieksarbeider, en mevrouw Everdina ten Böhmer-Wennekes.
Mw. P.M. Appelman-Minderhoud vertelde dat Everdina dienstbode was bij mw. R.L. Koeslag-Keiter, Ericaplein 6 in Wageningen en dat haar zuster Heintje in betrekking was bij het gezin Minderhoud, Ericaplein 1. De families Minderhoud en Koeslag waren bevriend, de mannen waren studiegenoten. Dat een dienstmeisje dat op zondag niet werkte op die zondag toch in Wageningen was, werd verklaard met het gegeven dat Heintje op die dag jarig was (29 jaar) en bij haar mevrouw was uitgenodigd een zelfgebakken taart op te halen of mede te consumeren. Toen de bommen in de ochtend van 17 september 1944 vielen werd haar zusje, dat meegekomen was, dodelijk getroffen, vlak bij Ericaplein 1 door de bommen die nr. 3 en 5 verwoestten. Maar de officiële lijst vermeldt zoals gezegd dat zij bij Ericaplein 6 overleed en een mondelinge bron zei dat eveneens.
Everdina werd begraven te Wageningen op 21 september 1944 en herbegraven op  augustus 1945 op de R.K. begraafplaats te Renkum. In dat graf werd haar zuster Maria, geboren 30 september 1912, bijgezet in 1992 (fig. 92).
Bewerkt uit het boek van Elders: Bouwen en bommen op de Wageningse berg, 2004.

Tijdens dit bombardement werd een zus van haar Hendrika Wilhelmina (Heintje) ernstig gewond. Zij overleefde haar verwondingen en overleed 10 januari 1997 in een leeftijd van 81 jaar. Van deze feiten wordt ook melding gemaakt in het boek “Vlucht uit Renkum” van J.P. van de Vooren (p.23). Everdina was overigens een nichtje van Johannes Böhmer, die omkwam in Hannover.

Everdina ten Böhmer
Everdina is het jongste kind in het huwelijksboekje van haar ouders.
Maria staat als tweede genoemd.
Everdina BohmerMariahof Renkum

Een andere bron: Wageningen 1940 - 1945
Johanna Maria ten Böhmer

Renkum 1904 - Renkum 16 september 1944

Het verhaal is wat anders maar niet minder gruwelijk. Het betreft Johanna Maria ten Böhmer. Zij werd geboren te Renkum in 1904. Zij overleed te Renkum op 16 september 1944, in een leeftijd van 40 jaren. Dit was een dag voor de luchtlandingen op de heidevelden te Renkum Wolfheze.

Het huis waar zij was opgebaard (Hoogeweg 9 te Oosterbeek) werd gedurende de acties getroffen door een fosfor-brand-bom en brandde af. Haar stoffelijke resten zijn later verzameld en begraven in een massagraf op de Algemene begraafplaats in Oosterbeek tezamen met nog 13 andere civiele personen. Voor de graven langs is een koperen strip aangebracht waarop de namen van de slachtoffers zijn vermeld. Zij was gehuwd met A. Rusch jr.
Bij het Gelders Archief kent men een andere geboortedatum: 26 september 1903.

Online Begraafplaatsen
Andreas Böhmer

  Renkum op 5 augustus 1914 - 10 oktober 1943 Amelsbüren.

Hij was een zoon van Arie Böhmer en Catharina Mathilde Jansen. Van beroep was hij schilder. Hij verbleef (Arbeitseinzats) in Lager Mecklenbeck te Münster. Hij overleed op 10 oktober 1943 te Amelsbüren, een dorpje in de buurt van Münster Westfalen.

Het "Deutsche Arbeitsfront" (DAF), beschikte sinds 1940 over het kamp te Mecklenbeck aan de Weseler Strasse, Münster waar 800 "Ersatzarbeiter" verbleven. De tewerkgestelden hielpen boeren, werkten in de metaalindustrie, hielpen de gemeente met huisvuil, puinruimen, aanleg en herstellen van straten, bouwden bunkers, schuilplaatsen, e.d.

Andreas Böhmers is tegenwoordig begraven op de Mariahof in Renkum, zie het verhaal hieronder.

Hier het verhaal van Andreas Böhmer bij de OGS.
Andreas Böhmer
Andreas Böhmer, begraven in Amelsbüren, Loenen of Renkum?

In de tekst over Andreas hierboven staat: “Hij overleed op 10 oktober 1943 te Amelsbüren, een dorpje in de buurt van Münster Westfalen.”

Op de foto van de Sterbeurkunde staat hetzelfde vermeld: “ist am 10 oktober 1943 in Amelsbüren verstorben.” De Sterbeurkunde is in Sankt Mauritz te Munster afgegeven. De foto ervan staat in het vak hierboven.

Uit nader onderzoek op het www. Bij link:
Andreas Böhmer- Böhmer, Andreas (* 05.08.1914, +10.10.1943)

of te wel Andres Böhmer is samen met 2 anderen van de katholieke begraafplaats in Amelsbüren overgebracht naar het ereveld Loenen. We nemen maar aan dat er in Duitsland maar één aantekening is gemaakt de herbegrafenissen vinden allen plaats in Loenen. Hermanus Nieuwenburg en Nicolaas Wouterus Groenestein liggen wel begraven op het ereveld in Loenen. Andreas Böhmer niet.

Andreas Böhmer Renkum
 Bij het zoeken naar beide plaatsen zie je dat beide plaatsen in of vlakbij Münster liggen. Bij het Gelders Archief heb ik gezocht in de correspondentie van de Oorlogsgravenstichting en daar vond ik: "Andreas Böhmer; geboren te Renkum op 5 augustus 1914. Overleden op 10-10 1943 te Sankt Mauritz, en begraven op de R.K begraafplaats (Groeneweg Renkum). Begraven in een koopgraf; vak 3e kl 1; Rij 4; No 215". De overlijdenslocatie is Sankt Mauritz, maar dat is te vergelijken met “overleden te Heelsum”, of “overleden te Renkum”. Heb je het over het dorp of over de gemeente. Dat is eigenlijk hetzelfde.
 Ik kom bij het zoeken wel dit tegen:  “Auf dem Friedhof an der Davertstraße in 48163 Münster-Amelsbüren befinden sich im mittleren Bereich des Friedhofes ein … Massengrab mit Kriegsopfern aus dem 2. Weltkrieg.”
Andreas Böhmer

Op de steen staat:
1939 - 1945
ANDREAS BÖHMER, NIEDERLANDE, 1914 - 1943
LIVINUS CANSSEE, BELGIEN, 1899 - 1945
IRINA CHOLODIYAH, UDSSR, 1884 - 1944
SOFIA KRAWCZYK, POLEN, 1920 - 1944
ANNA RASIUAWA, UDSSR

Het blijkt een verzamelgraf in Amelsbüren waar Andreas Böhmer begraven zou zijn. De tekst: "Bild von dem Massengrab mit 5 Kriegsopfern aus dem 2. Weltkrieg." Een graf dus, geen monument, ter nagedachtenis aan omgekomen oorlogsslachtoffers. Als eerste staat daarop vermeld: Andreas Böhmer ??? (bron)

Op de Renkumse begraafplaats Mariahof is dit graf met de 2 zonen Wim en Andries Böhmer te vinden.
Andreas Böhmer Renkum Mariahof
Het graf van Andreas is direct vooraan links op de Mariahof. De tekst op de steen daar maakt duidelijk dat dit graf van een jongere broer, na de oorlog door de ouders is gebruikt om Andreas ook te begraven. Met historisch onderzoek kom je fouten tegen. Ben er zelf ook goed in. Één persoon met twee graven??? We hebben contact gezocht met de beheerders van de Mariahof in Renkum, Ammelsbüren (nog geen antwoord) en met de Oorlogsgraven Stichting.

Het antwoord van de Oorlogsgravenstichting op deze vragen was als volgt: “na de oorlog is het lichaam van Andreas Böhmer op verzoek van zijn familie vanuit Duitsland overgebracht naar Nederland. Destijds had de familie de keuze uit bijzetting in een familiegraf of bijzetting op het Nationaal Ereveld te Loenen. De familie Böhmer heeft destijds gekozen voor het familiegraf op de R.K. Begraafplaats te Renkum. Daar is het lichaam van Andreas herbegraven op 7 februari 1952. Helaas komt het wel vaker voor dat namen op (graf)monumenten in Duitsland bleven staan of later alsnog vermeld werden.” (bron: Johan Teeuwisse, Coördinator Archief, Oorlogsgraven Stichting).

De Katholieke kerk (Administratie PZTB) bevestigd dat Andreas Böhmer in het graf op de Mariahof ligt

Van de Duitse begraafplaats beheerder (xxx@bistum-muenster.de) tot op heden geen antwoord gehad.

Met dank aan Joop ten Böhmer, een familielid.
James Michael Gibbons
1919 - overleden in de Gemeente Renkum, 20 september 1944

Hij ligt begraven op de Mariahof in Renkum op de eerste rij aan de linker kant. Het graf is bij de inwoners redelijk bekend. Dit is een foto, van deze site.
graf Sergeant James Michael Gibbons
Mevrouw A. Peelen heeft tot haar overlijden in 2016 steeds bloemen gelegd op het graf van Gibbons.
Sergeant James Michael Gibbons, Service Number 4537398, zat bij het Engelse 156 Battalion 4th Parachute Brigade, Army Air Corps, en overleed op woensdag 20 september 1944, slechts 25 jaar oud. Hij was gehuwd met Dorothy Gibbons, uit Manchester. Zoon van James en Sarah Gibbons.
Op zijn lichaam werd een briefje gevonden dat hij in gewijdde grond begraven wilde worden.
James L. Gibbons
bron
Tijdens operatie Market Garden in september 1944 probeerden veel Britse Airbornes de Rijn over te steken om uit handen te blijven van de Duitsers. Veel van die Britten werden gedood door vijandelijk vuur of ze verdronken in de Rijn. Waarschijnlijk ook James Gibbons, hij is vermoedelijk verdronken tijdens deze oversteek en is waarschijnlijk later aangespoeld in de buurt van Renkum. bron. Of dit klopt? Op 20 september, zijn overlijdensdatum zijn er nog niet veel Engelsen de Rijn overgestoken. De 1003 militairen van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade landen eerst op 21 september 1944 in Driel.

James M Gibbons
Theodorus Johannes Verstegen          7-jun-1900 - Wageningen 24-mei-1945

Theodorus Johannes Verstegen was gehuwd met Bernardina Maria Wissenburg en zoon van Christianus Verstegen en Hendrina Jansen. Na de evacuatie van Renkum was hij sinds eind september 1944 woonachtig te Veenendaal.
Hij  is volgens de Burgerlijke Stand  (aangifte Wageningen 25 - 5 - 1945,  herhaald  Renkum  19 - 10 - 1945)  gestorven te  Wageningen  op  24 - 5 - 1945 . Zijn grafsteen meldt echter, terecht, dat  hij te Wageningen  op  15 - 3 - 1945, door oorlogsgeweld , om het leven kwam. Hij werd gefusilleerd of  ‘ op de vlucht  aangeschoten en later dood aangetroffen, toen hij, in de overtuiging dat Renkum al bevrijd was,  polshoogste kwam nemen. bron.
Hij was evenals vele evacués verplicht tewerkgesteld bij de stellingbouw van de OT in de gemeente Wageningen en werd gevangen genomen in het Binnenveld (Spergebied) door een patrouille van de Landstormcompagnie Lippert en door de Nederlandse SS’er, A.C. Kooijmans doodgeschoten.
Theodorus Johannes Verstegen werd op 24 mei 1945 samen met drie anderen gevonden in een graf achter de boerderij Bovensteeg 1 te Wageningen. Hij werd begraven op de Rk begraafplaats Mariahof, Groeneweg te Renkum. Op de grafsteen staat als overlijdensdatum 15 maart 1945.

Bronnen
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden. 25 mei 1945 no. 3
‘Kroniek van Ede’ Th A. Boeree.
A.M. van Gent/ Marketgarden.com
bron: Wageningen 1940 - 1945
Oorlogsgraven op de begraafplaats St. Bernulphus, Oosterbeek
Geertruida Wissenburg, Renkum 6 november 1880 - Apeldoorn 26 september 1944.

Ze  overleed te Apeldoorn  26 september 1944 aan de gevolgen van een granaatwond, diezelfde dag opgelopen tijdens de evacuatie van Oosterbeek (Bato's weg 6 Oosterbeek) na de Slag om  Arnhem. Zij huwde Renkum 20 juni 1907 met Wilhelmus Antonius Weetink (geb. Renkum 5 november 1879, overl. Arnhem 22 januari 1963), loodgieter, zoon van Carolus Theodorus  Wilhelmus en Theodora Louisa Clementina Scholten. bron

Oorlogsgraven op de begraafplaats Onder de Bomen, Renkum
Anna Maria Frederika Bosveld-Pouwels,  Geledermalsen 14-01-1922 - Veenendaal 24-04-1945.

Mw. Bosveld kKwam als evacué uit Renkum naar Veenendaal. Werd getroffen door granaatvuur en overleed in het noodhospitaal in de Dijkstraat 118 in Veenendaal. Is tijdelijk begraven op de algemene begraafplaats aan de Munnikenweg in Veenendaal en op 06-07-1945 herbegraven op de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum. (bron)

Jacob Gerrit van Harte Deventer 10 april 1888 - Wageningen 30 september 1944

Jacob Gerrit van Harte werd op 30 september 1944 omstreeks 11.30 getroffen door granaatvuur.
Zwaargewond werd hij naar Oranje Nassau’s Oord gebracht en overleed daar om 14.30 uur.
Hij werd begraven naast de kapel. Op 20 juli 1945 vond de herbegrafenis plaats op de Renkumse begraafplaats Onder de Bomen.
Jacob Gerrit van Harte was de zoon van Derk Jan van Harte en Carolina Oosterenk en getrouwd met Grada Lammerdina Ooiman. Hij was chef machinist bij Van Gelder, papierfabriek.
Bronnen
A.M. van Gent/Marketgarden.com
Archief gemeente Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 126.
‘Van Cortenbergh tot Oranje Nassau’s Oord’ 1976 Wes Beekhuizen.
bron: Wageningen 1940 - 1945
Abraham (Bram) Streefland; 26-03-1906 - 08-03-1945

Abraham (Bram) Streefland; 26-03-1906 - verzetsheld, gefusilleerd op  08-03-1945 bij de Woeste Hoeve. Dit graf valt onder de Oorlogsgraven Stichting.

Bram Streefland was bankwerker van beroep. Hij richtte al snel na het begin van de WW II een verzetsgroep op die zich bezig hield met het verspreiden van illegale bladen en het huisvesten van onderduikers. Tijdens de luchtlandingen bij Arnhem hielp hij met zijn groep de Britse paratroepen. Hij bracht o.a. een radioverbinding tot stand vanuit Hotel Rijnzicht waar de Britse commandant in Renkum zijn hoofdkwartier had met andere luchtlandingstroepen.
Toen de Duitsers het hotel veroverden zag hij kans om met veel van de spullen en wapens weg te komen. Hij bleef ook na de mislukte slag om Arnhem de Britse para's helpen. Zo werd hij betrokken bij Pegasus II als gids. Werd zelf gepakt bij operatie Pegassu II. Overgebracht naar de Wormshoef in Lunteren. Daarna vastgezet op de Kruisberg in Doetichem. Bram was een van de 117 personen die als vergelding op de mislukte aanslag op Rauter (hoofd van de SS in Nederland)  bij de Woeste Hoeve door de Duitsers werd doodgeschoten.Van de Amerikaanse regering ontving hij postuum de Medal of Freedom. Hij was gehuwd en had een dochter.
    Wikipedia   Woeste Hoeve

Bram Steerfland

Bram Streefland

De Bram Streeflandweg is naar hem genoemd.
Jan Hendrik Willemsen, Renkum 14 oktober 1913 - Wageningen 21 januari 1944.

Jan Hendrik Willemsen was één van de twee dodelijke slachtoffers van de bominslag in de wijk Veluvia (Wageningen) op vrijdagavond 21 januari 1944 om 20.20 uur. Hij was gehuwd met Geertruida Maria Pluim en zij woonden met hun zoon aan de Eekmolenweg 5, Wageningen. Jan was rijksklerk bij de Directe Belastingen. Het gezin Willemsen was op bezoek bij de familie Schoemaker aan de Eekmolenweg 13. Beide mannen werden dodelijk getroffen, de echtgenotes raakten zwaar gewond, de kinderen bleven ongedeerd. De begrafenis vond plaats op de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum. (bron)



Oorslogsgraven op de Algemene Begraafplaats Zuid, van Limburg Stirumweg 35, 6861 WL Oosterbeek
Er  een massagraf met 32 graven van inwoners van Oosterbeek die gedood zijn tijdens de Slag om Arnhem. Het graf is tevens een monument om de ruim 140 inwoners van Oosterbeek te herdenken die omkwamen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog.

Evert Hendrik Jan Boven 11-5-1919 - 11-4-1944 Neuengamme

Evert Boven
Evert Hendrik Jan Boven, van beroep boekhouder, ook bekend onder de naam ‘Nico’, was leider van de LO-Gelderland. Zijn oom Evert Zwarts beheert het Rusthuis ’t Hemeldal in Oosterbeek dat diende als één van de belangrijkste verzamelplekken voor de LO. Nadat Zwarts was ondergedoken, werd Evert Boven gearresteerden overgebracht naar de Arnhemse gevangenis. Deze arrestatie vormde de aanleiding voor de overval op de gevangenis in Arnhem. Later te Heelsum door de SD weer opgepakt ten gevolge van verraad van 'Edith' [Miep Oranje] en vervolgens opgesloten in Kamp Vught. Boven overleed uiteindelijk in Kamp Husum-Schwesing, Neuengamme.


Gem. Begraafplaats Zuid Oosterbeek

De Nico Bovenweg te Oosterbeek is een samentrekking van schuilnaam en achternaam

Heemkunde Renkum
 Alexander Lipmann-Kessel, Pretoria Zuid-Afrika19-12-1914 - Londen 5-6-1986.

Alexander studeerde af in Londen in 1937 en werd in 1942 opgeroepen bij het Royal Army Medical Corps. In 1944 was hij gedetacheerd bij het 16 Parachute Field Ambulance, en kreeg een werkplek in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Arnhem. Hij heeft het leven gered van vele soldaten zoals Brigadier John Winthrop Hackett Junior, die zwaargewond raakte bij de Slag om Arnhem. Kessel werd gevangen genomen door de Duitsers maar wist te ontsnappen. Zijn levensverhaal wordt beschreven in het boek: "Surgeon in Arms". Kessel is overleden op 05-06-1986 en is op eigen verzoek begraven bij de mensen die stierven bij de Slag om Arnhem. Wikipedia

Airborne Begraafplaats, Van Limburg Stirumweg, Oosterbeek,
Direct na september 1944 worden Nederlandse "vrijwilligers" geworven om de lijken van de veelal Britse soldaten te verzamelen in een massagraf aan de Utrechtseweg in Oosterbeek.
Er was in de tuin van Kate ter Horst een massagraf van 65 Britse soldaten. Doch Tony Sheldon heeft het in zijn boek: De verschrikking van de nacht: ooggetuigen van de Slag om Arnhem, over 59 doden.

Medio juni 1945 is er al een eerste herdenking van de oorlogsslachtoffers op de Airborne begraafplaats. In juli 1945 zijn er al 1100 geallieeerde graven, nog maar 400 graven hebben ook een naam.
Airborne begraafplaats Oosterbeek
De Oosterbeekse bevolking, die na de evacuatie thuis kwamen troffen een gebied vol veldgraven aan, soms in hun tuinen. Het verplaatsen van de graven was daarom ook voor hen van belang. Aanvankelijk waren de graven voorzien van een wit kruis.

Op 5 juni 1945, na een bijeenkomst van de gemeente Renkum en luitenant-kolonel Stott van de 21e legergroep werd besloten dat er een Airbornekerkhof zou komen. Vrijwel direct werden door Engelsen de veldgraven geruimd, de lichamen geidentificeerd en herbegraven op het Airborne kerkhof. In februari 1946 werd de bouw van de Airborne begraafplaats voltooid. Tot 1952 waren de kruisen op de graven gemaakt van hout en zink en deze kruizen zijn vanaf 1952 allemaal vervangen door de huidige  grafstenen. De grond (ereveld) van het Ministerie van Defensie en in bruikleen gegeven aan de Commonwealth War Graves Commission. Er zijn niet alleen Britse soldaten begraven op de begraafplaats, maar ook Poolse, Canadese, Australiërs en soldaten uit Nieuw-Zeeland.
Toen in de zomer van 1945 soldaten van de 1st Airborne Division weer in Oosterbeek waren,  voor het maken van de film 'Theirs is the Glory', is het idee geboren een jaarlijkse herdenking op de Airborne begraafplaats te houden. De 1e Memorial Service werd gehouden op 25 september 1945 en Nederlandse schoolkinderen legden bloemen op de graven en sindsdien leggen ze elk jaar bloemen.

Airborne Kerkhof Oosterbeek
Op het kerkhof liggen Nieuw-Zeelanders, Australiërs, Canade­zen, Polen, Engelsen en Nederlanders. En ze liggen niet als nationaliteit bij elkaar. Een groep Poose soldaten ligt wel "apart". Niet alleen Polen uit Driel werden naar de locatie bij de hoofdingang van de begraafplaats gebracht. Doch ook stoffelijke overschotten uit Gorinchem, Rhenen, Neerloon, Nijmegen, Eindhoven, St. Michielsgestel, Wijk bij Duurstede en Elst (Utrecht en Gelderland). En er liggen ook Polen verspreid over de begraafplaats. (link)

Dan zijn er 8 Nederlandse militairen begraven alsmede 3 graven van medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission.

Een kleine 50 meter te noorden van de ingang van het ereveld staat een Air Dispatchers monument.

Airborne kerkhof Oosterbeek
Oorlogsgraven op de Kerkelijke Begraafplaats Doorwerth, Koninginnelaan 24, Heelsum


Jan Janssen Renkum 11 maart 1906 - Wageningen 27 september 1944

Jan Janssen overleed op 27 september 1944 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen om 21.00 uur. Hij was getroffen door granaatscherven en werd zwaargewond naar het ziekenhuis overgebracht
Jan Janssen woonde met zijn vrouw Engelina Brink in Heelsum. Hij was de zoon van Roelof Janssen en Hendrina Everdina Rijksen.
Jan Janssen werd herbegraven op de Kerkelijk Begraafplaats Doorwerth

Bronnen
Archief gemeente Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 142
bron: Wageningen 1940 - 1945
Alhier is begraven geweest: Een lijk van ?? Wijk, gevonden (in september 1944) bij Kievitsdel. Graf id-nummer: 415134, Begraafplaatsnr.: 145
(Plaats)aanduiding: I A 17/18 OUD Het graf is geruimd in 1948 en in 1986

Jenneke Gosewina de Wit, Erichem, gemeente Buren 11 oktober 1896 - Wageningen 4 oktober 1944

Jenneke Gosewina de Wit woonde met haar man Jan Albertus van Aalst en hun drie zonen sinds 2 november 1938 in de woning van Rehoboth tegenover het oude kerkje van Heelsum. Van Aalst was vanaf die dag aangesteld als koster van het kerkje op de heuvel. Jenneke was de dochter van Aalbert de Wit en Aaltje Termeer.
Jenneke Gosewina de Wit was samen met haar man, drie zonen en haar moeder Aaltje Termeer weggevlucht vanuit hun woning aan de Koninginneweg. De bombardementen van de luchtlandingen en de beschietingen vanuit de Betuwe hadden ze al doorstaan. De bezetter had het bevel gegeven de gehele Veluwezoom te ontruimen.
De familie vluchtte, met op de kruiwagen wat hoognodige bezittingen, richting Bennekom.
Op de Keijenbergscheweg ter hoogte van de Leemkuil sloeg het noodlot toe. Jenneke werd temidden van haar gezin dodelijk getroffen door een granaatscherf. Haar man en kinderen bleven wonderwel ongedeerd.
Moeder Aaltje Termeer liep enige tientallen meters voor het gezin uit. Ook zij werd geraakt en was eveneens dodelijk gewond.
Jenneke de Wit en haar moeder Aaltje Termeer werden begraven op de algemene begraafplaats te Bennekom.
Jenneke werd in 1952 herbegraven op de Kerkelijke begraafplaats Doorwerth.
Bronnen.
Familie van Aalst, informatie en foto’s.
J. van Orden
Gemeentearchief Wageningen,
register van overlijden 1945 no. 135
Gelders archief, register van geboorten gemeente Buren.
Geboorteregister 1896 no. 48

bron: Wageningen 1940 - 1945
Oorlogsgraven op de begraafplaats van het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze, tegenwoordig Pro Persona, Wolfheze
Tijdens de bombardementen voorafgaand aan de luchtlandingen in het kader van "Market garden" op zondag 17 september 1944 werd Wolfheze, het Ziekenhuis en en het Blinden Instituut gebombardeerd. Op de begraafplaats staan twee monumenten. Een voor een massagraf met  51 namen van patiënten en een groter monument met 35 namen van personeel en burgers. Er zijn echter meer oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats begraven.
Ziekenhuis Wolfheze
monument voor patienten
Ziekenhuis Wolfheze
monument voor burgers en personeel
Eind september 1944 werden vele oorlogsslachtoffers bijgezet die bij deze bombardementen op Wolfheze zijn omgekomen.
Op een bijzondere afgescheiden plek, naast elkaar de graven van Jan Schiedam en Geurt Ansink. Beiden waren actief voor het verzet en werden op 19 september 1944 te Wolfheze gefusileerd

Geurt Ansink was de jongste zoon van Johan Ansink en Gerritje Rijke.Geurt Ansink
Hij was instrumentmaker van beroep. Op 14 december 1942 ’s avonds om 7 uur werd op verzoek van het gewestelijk arbeidsbureau door de agent Bezemer huiszoeking verricht bij J. Ansink naar diens zoon Geurt die sinds 18 mei 1942 spoorloos was. Geurt had de oproep voor tewerkstelling genegeerd en was ondergedoken bij Gerrit van de Weerd aan de Fransche Kampweg waar een ondergrondse schuilplaats was gebouwd in het bos. Op 17 september 1944 om 13.00 uur begonnen de geallieerde luchtlandingen. In de loop van de middag arriveerden Jan Schiedam en Jacob Post vanuit hun schuilplaats op de begraafplaats, aan de Fransche Kampweg bij de woning van Gerrit van de Weerd sr. Voor het avondeten vertrokken de vier mannen om zich aan te sluiten bij de luchtlandingstroepen. Geurt en Jan keerden die avond niet terug. Gert en Jacob waren ’s avonds weer terug aan de Fransche Kampweg. Geurt Ansink en Jan Schiedam vielen op 19 september ’s middags om 15.00 uur in de buurt van Het Blindenhuis aan de Wolfhezerweg in handen van Duitse troepen en werden ter plekke gefusilleerd.Pas in augustus 1945 kreeg de familie de zekerheid dat Geurt en Jan gefusilleerd waren.Geurt Ansink en Jan Schiedam zijn begraven op de Bijzondere Begraafplaats psychiatrische inrichting Wolfheze. bron

andere bron
Geurt Ansink, Wageningen 21 augustus 1919 - Wolfheze 19- september 1944

Jan Schiedam Amsterdam 2 juli 1919 - Wolfheze 19- september 1944

Ziekenhuis Wolfheze

Het Blinden Instituut Het Schild wordt eigenlijk volledig verwoest door toevallige Engelse bommen op 17 september 1944. De bewoners hadden zich vanwege de vele vliegtuigen in een veilige hal van het hoofdgebouw verzameld. Na de bombardementen verblijven zij in de aanwezige schuildkelders. Geen slachtoffers op 17 september 1944.
Daarvoor echter, op 9 april 943 moet het blindeninstituut de joodse blinden uitleveren. Via Westerbork naar Sobibor en Theresienstadt waar ze overlijden. Hun namen? Een vierde joodse dame: Jeanette van Ronkel weet te ontsnappen, kan onderduiken en overleeft de oorlog. Na de oorlog komt ze weer terug in Wolfheze tot haar overlijden op 21 december 1973.
youtube film: Bombardement Wolfheze | 17 september 1944 | Verslag van een ooggetuige

Een van de joodse slachtoffers: Beets, van, Grietje; 20-5-1867 - 16-apr-1943 overleden te Sobibor. bron.

Andere oorlogsslachtoffers
Rik Willem van Maanen

Renkum 10 februari 1866 - Wageningen 27 september 1944

Rik Willem van Maanen was landbouwer te Heelsum.
Hij raakte zwaargewond bij de vijandelijkheden in Heelsum en overleed in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen op 27 september 1944 om 21.00 uur.
Rik Willem van Maanen was ongehuwd. Zoon van Gerrit van Maanen en Hermijnia Ottonia van Beek.

bron: Wageningen 1940 - 1945

Ester en Betje Cohen

1884 - 1887 - april 1943

bron: Wageningen 1940 - 1945

René ten Dam: Wageningen – De tragische dood van Esther en Betje Cohen, april 1943
Ester en Betje Cohen 1940-1943

De zussen woonden met hun moeder aan de Kerkstraat 5, hoek Achterdorpsstraat 10 in Renkum, waar ze de zuivelwinkel dreven van hun in 1933 overleden vader Salomon Cohen. Op 20 juli 1940 vertrokken ze met hun moeder Sara (december 1941 een natuurlijke dood gestorven) naar hun respectievelijke broer en zoon Meijer in Arnhem. Het is onduidelijk waarom ze dat deden. Het deel van Renkum waar ze indertijd woonden, was niet zwaar getroffen. De zussen hebben in de eerste oorlogsjaren in Arnhem, Oosterbeek en Doorwerth gewoond dan wel ondergedoken gezeten. Hun laatste verstekplaats was bij de familie Boelens aan de Kerklaan in Doorwerth, voordat ze verdronken.
Het verhaal gaat dat de zussen op 20 april 1943, op de vlucht voor de nazi’s, in de bossen van Doorwerth verbleven en vergeefs een nieuwe schuilplaats hebben gezocht. Of dat waar is, is niet aangetoond. Een nichtje van de zussen heeft later wel verklaard dat haar tantes tijdens de onderduikperiode in Arnhem radeloos waren en zich opgejaagd voelden.

Emanuel (Maantje) Alexander Manasse
21 november 1882

en Fanny Manasse-Hartogsohn
14 augustus 1885

9 april 1943, vermoord in Sobibor.

Manasse Renkum
Maantje Manasse was een actieve man. In Renkum had hij een drogisterij en een boekhandel. Daarnaast was hij de uitgever van het weekblad de “Renkumse Courant”, die elke zaterdag verscheen. Hij drukte ook ansichtkaarten van Renkum en omgeving. Manasse trouwde met Fanny Hartogsohn, een Duitse vrouw uit Emden. Samen kregen ze twee zoons: Eugène en Herman. Het gezin woonde aan de Dorpsstraat 105 in Renkum, naast de drogisterij. Manasse had bestuursfuncties in de V.V.V. de Middenstandsvereniging van Renkum, de ijsclub ‘Vooruit’, de Oranjevereniging en de Joodse Kerk in Wageningen.
In oktober 1942 kwam er een abrupt einde aan dit actieve leven: de familie Manasse verdween uit Renkum. Maantje en Fanny doken onder in het Bennekomse bosgebied rondom de Bosbeekweg. Waar ze precies ondergedoken waren weten we niet zeker, daar zijn drie verschillende verhalen over. Het kan ook zijn dat alle verhalen kloppen, want onderduikers werden vaak ‘doorgegeven’ als er gevaar dreigde of als er nieuwe mensen ondergebracht moesten worden. Arie de Groot, de eigenaar van Pension De Boschbeek, speelde hierin een belangrijke rol.
Lang duurde de onderduik van Fanny en Emmanuel echter niet. In maart 1943 werd er een razzia gehouden in het bosgebied en Maantje en Fanny werden gearresteerd. Op 2 april werden ze overgebracht naar Kamp Westerbork en met het eerstvolgende transport van 6 april werden ze doorgestuurd naar Sobibor. Op 9 april zijn ze daar vermoord.
Hun twee zoons, Eugène en Herman, overleven beide de oorlog. Volgens één bron zijn ze ‘op tijd ontkomen naar Engeland’. Dat zou dan dus al voor de oorlog geweest zijn.
Bij het huidige natuurvriendenhuis de Boschbeek liggen meerdere Stolpersteine, (bron) waaronder een voor de Manasse’s. In Renkum is sinds 1963 een straat naar hen vernoemd.

Bronnen: Joods Monument,
Jan Seegers

Driel gemeente Heteren 7 mei 1889 - Wageningen 4 oktober 1944
Tijdens de evacuatie van Heelsum op 4 oktober 1944 werd Jan Seegers op de Keijenbergscheweg te Wageningen dodelijk getroffen door granaatvuur. Hij overleed om 11.30 uur.
Jan Seegers was getrouwd met Gerarda Woutera van den Brand en zij woonden aan de Ottoweg 10a te Heelsum. Hij was de zoon van Jacobus Gerardus Seegers en Jenneke Speijers.
Zijn beroep was broodbakker.
Bronnen
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 118.
Gelders Archief, Heteren geboorteregister
A.M. van Gent Marketgarden.com
bron: Wageningen 1940 - 1945
Aaltje Termeer. Avezaath 17 november 1866 - Wageningen 4 oktober 1944

  Aaltje Termeer woonde in bij het gezin van haar dochter Jenneke Gosewina van Aalst- de Wit aan de Koninginnelaan te Heelsum.
Tijdens de evacuatievlucht op 4 oktober 1944 vanuit Heelsum via de Keijenbergscheweg naar Bennekom-Ede werd Aaltje Termeer dodelijk getroffen door geallieerd granaatvuur uit de Betuwe. Het gezin van haar dochter liep enkele tientallen meters achter haar en ook daar sloeg het noodlot toe. Aaltje Termeer en haar dochter Jenneke Gosewina de Wit overleden om 11.00 uur.
Zij werden begraven op de algemene begraafplaats te Bennekom.
Aaltje Termeer was op 26 juni 1890 te Zoelen getrouwd met Aalbert de Wit, die op 6 februari 1912 in Erichem overleed.


Bronnen:
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 134
bron: Wageningen 1940 - 1945
Jannij Hendrika (Zuske) de Weijert

12 juli 1932 - 11 mei 1940

Op 10 mei 1940, gaat de zevenjarige Zuske om 09:00 uur het hotel Dreieroord (waar ze woont) uit, om naar haar kat te zoeken. Op dat moment blaast het Nederlandse leger de spoorbrug op de Dreienseweg op, schuin tegenover het hotel. Ze raakt gewond en overlijdt de volgende dag.
Haar moeder A.M.H. Viaanen  uit Laag - Soeren, gehuwt geweest met de Weijert, trouwt met Kornelis Pieter (Kees) van der Sluijs (15-1-1904 -16-8-1969), de eigenaar van Dreieroord. In 1943 verhuisd ze met haar twee kinderen, Hans en Jannie naar het hotel. Na de oorlog wordt de familie van der Sluijs verdacht van heulen met de vijand. In 1947 wordt men hiervoor vrijgesproken, doch dan is de familie al ge-emigreerd naar Canada.
Bron: TV Gelderland: Het verlies van Dreijeroord. UItgezonden 27 augustus 2018.


Zuske de Weijert 


Het Renkumse verzet, niet altijd een oorlogsslachtoffer.
Hendrik Charles Cramm
(1918-1945)

Cramm trad tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst van de Engelse RAF.
Begraven op het Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen.
Henri Charles Munter

Meester Cornelis, Ned. Oost Indië 6-2-1900 - Arnhem 3-5-1943
Vermoord door de Duitsers naar aanleiding van de april-mei staking. Opgepakt en dezelfde dag gefusileerd aan de Waterbergseweg te Arnhem, samen met: Pouwel Dijkstra, Jan Kleefsman, Cornelis Willem Knipscheer, Gerrit Peters, Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, Willem George Frederik Weimar, Jan Wirfen. Op lokatie is een hedenkingsmonument.

Begraven op Nieuw Eykenduynen, Den Haag
Xeno Augustus Franciscus Münninghoff, Deventer 25 aug 1873 - 31 okt 1944 Barneveld

Bekend kunstschilder en directeur van de gemeentelijke Tekenschool. Men woont aanvankelijk in Renkum, later in Oosterbeek. Het gezin Münninghoff- Mathilda Jacoba van Vliet moet na de septemberdagen 1944 evacueren. Het gezin belandt in het buurtschap Overwoud tussen Barneveld en Lunteren. Door een ongeneeslijke ziekte en de ontberingen tijdens de evacuatie overlijdt Xeno op 31 oktober in Hotel De Roskam te Barneveld, dat dan dienst doet als noodziekenhuis.

Herbegraven op 3 november 1945 van Barneveld naar de begraafplaats aan de Fangmanweg te Oosterbeek.

n de raadsvergadering van 21 maart 1963 wordt besloten een laan naar Xeno te vernoemen. Op het oude landgoed De Dennenkamp in Oosterbeek verschijnt de naam Münninghofflaan.

 
Xeno Münninghof
Jan Peelen

Renkum 9 december 1910 - Renkum 22 april 1997

Jan Peelen is drager van de Militaire Willemsorde, één van de 17 burgers die deze hoge onderscheiding na 1940 ontvingen. Jan Peelen, een boerenzoon, zag kans op 22 oktober 1944 een groep van 138 Engelsen, voornamelijk Airbornes die tijdens de Slag bij Arnhem waren ingesloten, door de Duitse linies en over de Rijn te smokkelen. Over deze spectaculaire redding, die bekend werd onder de naam Operatie Pegasus I is het boek 'Het begon onder melkenstijd' geschreven (Den Haag 1955).

De Britse koning George VI verleende Jan Peelen de Medaille van de Koning voor Moed tijdens het verdedigen van de Vrijheid die op op 20 oktober 1952 in 's-Gravenhage werd uitgereikt. Jan Peelen werd gedecoreerd met het Oorlogsherinneringskruis met de gesp Krijg te Land 1940-1945, het Verzetsherdenkingskruis, het Mobilisatie-Oorlogskruis en het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen voor vier jaar dienst in Indië.

Het boek 'Het begon onder melkenstijd' is een must voor liefhebbers van oorlogsverhalen. Er zijn vele herdrukken verschenen en op het www zwerven ook downloadbare PDF's. Zoek zelf met de titel + PDF.

Rond 1950 wordt Jan Peelen militair en gaat als sergeant-oorlogsvrijwilliger naar Korea.

Jan Peelen is rond 1960 naar Zaandijk verhuisd, hij is begraven in Krommenie Zijn graf is intussen geruimd.

In Renkum is er een weggestopt Jan Peelen plantsoen. Een doodlopend zijstraatje van de Kerkstraat. Dat geeft mij enige plaatsvervangende schaamte.
Jan Peelen

Wikipedia

Jan Peelen

Jacques Matheus Josephus Quaedvlieg

22 januari 1917 (Linne) - 3-5-1943 (Arnhem)
Wonende te Oosterbeek en kantoorbediende van de N.V. Vereenigde Nederlandsche Rubberfabriek in Heveadorp. Rooms-Katholiek. Lid verzet. Bij de Rubberfabriek deed het personeel mee aan de April-Meistaking 1943. Een compagnie van de Waffen-SS sloot Heveadorp op 3 mei 1943 af. De bezetter arresteerde 6 werknemers die werden gefusilleerd. (bron)

Waterbergseweg Arnhem

Personen die al of niet betrokken waren bij de landelijke april - mei stakingen zijn hier door de Duitsers gefusileerd. Waaronder meerdere medewerkers van de Heveafabriek in Heveadorp.

Genoemd worden:
(2 mei 1943) Teunis Campagne, Dirk Willem van Vreeswijk, Dirk van Zetten.
(3 mei 1943) Pouwel Dijkstra, Jan Kleefsman, Cornelis Willem Knipscheer, Gerrit Peters, Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, Willem George Frederik Weimar, Jan Wirfen en Henri Charles Munter
(4 mei 1943) Hendrik Eilander, Lambertus Wilhelmus Hendrikx, Hendrik Jan Kroezen, Bartus Pessink, Hendrik Proper, Jan Tjalkens, Jochem Adam Versteeg
(5 mei 1943) Cornelis Johannes van Emmersloot, Gerardus Marinus van Kampen, Joannes Antonius Walraven

Ook gefusileerd vanwege de april mei staking te Arnhem, doch onbekend waar: 2 mei 1943, Teunis Campagne, Dirk Willem van Vreeswijk, Dirk van Zetten .
bron
monument Waterbergseweg Arnhem
Andere bijzondere namen, geen slachtoffer, maar overleveraars.
Kate Anna ter Horst-Arriëns

6 juli 1906 - 21 februari1992

Kate ter Horst stond bekend als "de engel van Arnhem' omdat zij in september 1944 bij de - door de geallieerden verloren - Slag bij Arnhem in haar huis, de pastorie van de Hervormde kerk in Oosterbeek tal van gewonde en stervende Britse militairen liefdevol heeft verzorgd en verpleegd. Na de oorlog werd zij draagster van de Engelse "King's Medal for Courage in the cause of Freedom' en "Member of the British Empire'.
wikipedia
Jan ter Horst, 30 januari 1905 -1 augustus 2003
Jan ter Horst huwde in 1905 met Kate Anna Arriëns (zie hier boven). In 1936 verhuisde het echtpaar naar Arnhem waar Jan compagnon van een advocatenkantoor werd. Daarna ging men wonen in de gekochte pastorie van de Oude Kerk aan de Benedendorpsweg. Op 17 september 1944 begon de operatie Market Garden die hun beider leven indringend zou veranderen. Er werd in de pastorie een hulppost van het Rode kruis ingericht. In de 14 vertrekken lagen weldra meer dan 300 gewonden en stervenden. Jan ter Horst, reserveofficier en lid van de ondergrondse, was gids voor de Engelsen en verbleef dus niet thuis. Na de oorlog werd Jan waarnemend burgemeester van de gemeente Renkum. Betrokken bij de Airborne Begraafplaats en het monument de Naald te Oosterbeek.
"We vervolgen onze rit, steken de Rijn over en rijden langs de Noordelijke oever van de rivier verder Oostwaarts. Onze tocht leidt langs de verwoeste Rijnboorden; eindelijk bereiken we Renkum — eens het rustieke dorpje aan de Veluwezoom, thans een stad waar geen huis meer onbeschadigd is. Telkens moet onze auto uitwijken voor een puinhoop, die een gedeelte van de weg verspert. De burgemeester, de heer Ter Horst blijkt in zijn gemeente geen onderdak. meer te hebben kunnen vinden; wij troffen hem aan in wat eens het Oósterbeekse hotel Bilderberg was. In een benedenvertrek, waar toevalligerwijze nog een deur aanwezig is, heeft hij zijn werkkamer ingericht In sommige vensters bevinden zich zelfs nog ruiten. „Soms denk je dat alles doelloos is wat ie aanpakt", zegt de heer ter Horst, die een vermoeide indruk maakt. „We missen hier letterlijk alles wat nodig is om enigszins op peil te komen. Renkum heeft het volle pond van het oorlogsgeweld gehad; hier landden bijv. de Geallieerde parachutisten toen de „Battle of Arnhem" begon; zij drongen door tot vlak bij Arnhem en werden teruggeslagen. De toekomst ziet er voor de Veluwezoom uiterst somber uit: onze voornaamste bron van inkomsten .vonden wij namelijk in het vreemdelingenverkeer en ik veronderstel, dat weinig vreemdelingen hun vacantie graag temidden van puinhopen en massagraven zullen doorbrengen, met bovendien de kans elk ogenblik op eên mijn te kunnen stappen. Vooral die landmijnen vormen een geweldige handicap. U, in het Westen hebt de honger en het water gehad. Zij trokken weg, en er blijven vrijwei geen gevolgen. Maar hier leven in een streek, waar op vrijwel iedere vierkante meter een landmijn kan zitten. Dagelijks gebeuren er ongelukken; de mensen, die op zo'n onding trappen, worden niet meer teruggevonden. Een groot aantal koeien, dat wij onlangs uit Friesland ontvingen, kunnen we hier niet bergen omdat grazen in de uiterwaarden een onmiddellijke slachting betekent. De Moffen moeten de mijnen ruimen, maar ze doen het vrij onverschillig, en zo blijven er nog talloze zitten." uit  De waarheid van 30-06-1945.

Over de Renkumse begraafplaatsen is hier een overzicht.