Enkele Renkumse oorlogsslachtoffers Hans Braakhuis

laatste update: december 2018


Hieronder, een beperkt overzicht van Renkumse oorlogsslachtoffers. Werk ook aan een database met momenteel  ± 440 namen. (deze is nu nog niet gepubliceerd, nog te veel zoekwerk) In de database staan alle (voor zo ver mogelijk) burger oorlogsslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog die een binding met de gemeente Renkum hebben. Uiteraard is niet iedere overledene uit die tijd een oorlogsslachtoffer, maar een sluitende definitie van dit begrip is er niet. De genoemde personen zijn geboren, overleden of hebben ten tijde van de oorlog in de gemeente Renkum gewoond. Ook militairen, begraven op een burger kerkhof worden genoemd

Wanneer is men een oorlogsslachtoffer?

Oorlogsgraven Stichting

De meeste personen zijn ook bekend bij de Oorlogsgraven Stichting (OGS). Hoewel dit een zeer gezaghebbend register is, staan niet alle Renkumse oorlogsslachtoffers hierin. Dit kan, zoals de OGS zelf op haar website meedeelt, het gevolg zijn van onjuistheden en onvolkomenheden. De reden kan ook zijn dat een slachtoffer niet voldoet aan de definities die de OGS hanteert. De OGS maakt onderscheid tussen oorlogsslachtoffers en slachtoffers van de oorlog. Eerstgenoemden zijn omgekomen door gericht handelen van de vijand, zoals in de gewapende strijd, in gevangenschap, bij represailles of door vervolging. Laatstgenoemden hebben zich niet in woord of daad tegen de vijand verzet, maar zijn toch omgekomen door oorlogsgeweld of na de oorlog aan de gevolgen daarvan overleden. Ondanks deze definities is niet altijd duidelijk waarom de een wel en de ander niet in het slachtofferregister van de OGS is opgenomen.

En eigenlijk kan de naaste familie zelf, ook een overledene aanmerken als oorlogsslachtoffer. Overleden vanwege gebrekkige medische hulp, ondervoeding, etc. etc.

Heel veel graven van oorlogsslachtoffers zijn niet als zodanig herkenbaar. Soms zie je in een tekst: vermoord 1943, met de naam van een Duits concentratiekamp, dat maakt alles duidelijk.

Het valt me op dat de Engelse, Poolse (Airborne) Canadese en Nederlandse militairen die in de jaren 40-45 omkwamen veelal buiten beeld blijven. Bij de OGS staan enkele wel geregistreerd omdat ze op een burger begraafplaats liggen.

Het is moeilijk om een sluitende  definitie te hanteren. Dat begint met slachtoffers die na 1945 zijn overleden, veelal uit Indië. Ook daarna zijn er slachtoffers in oorlogsgebieden, veelal vanwege een VN-inzet. Bij de OGS staan ook slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog geregistreerd. Twee personen hebben daardoor ook de database gehaald.

Nederlandse Oorlogsgraven Stichting
De grafsteen op een Rijksgraf van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting (OGS) is heel herkenbaar

Oorlogsslachtoffers zijn te onderscheiden in gesneuvelde Nederlandse militairen, de omgekomen verzetsstrijders, de niet uit de concentratiekampen teruggekeerde Joodse inwoners, afgevoerde homo's, zigeuners en andere Nederlanders, de omgekomen geallieerde militairen, de mensen die om het leven kwamen tijdens de strijd in Azië. In een andere categorie slachtoffers vallen de slachtoffers van bombardementen en beschietingen. De gewone burgers, die zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevonden.

Geen direct omgekomen oorlogsslachtoffer, omdat ze de oorlog overleefden. Maar leden van het verzet, Engelandvaarders, e.d. Ook die horen genoemd te worden

Bij deze een virtueel monument, om de herinnering aan alle door de Tweede Wereldoorlog omgekomen Renkumers, mensen die in het Renkumse werkten, of er begraven zijn, levend te houden. 


De zoektocht.

Het bewandelen van de weg is leuker dan het doel. Dit omdat je onderweg allerlei zaken tegenkomt die je vooraf niet bedacht had.

Begon met de gegevens van de OGS, te vergelijken met de namen op verschillende plaquettes. Tijdens het zoeken en vergelijken kom je er achter dat er in een database van het OGS wel gezocht kan worden met trefwoorden, zoals de namen van de 6 dorpen, maar dat je dan niet compleet bent.

Een voorbeeld: De heer Henri Charles Munter is geboren in Meester Cornelis, NOI en gefusilleerd in Arnhem. Hij was de directeur van de Heveafabrieken en werd geëxecuteerd. Met trefwoorden van de dorpsnamen kun je zoeken op geboorte- of overlijdensplaats. Dan kom je hem in de database van OGS niet tegen. Hij is niet geboren of overleden in de gemeente Renkum. Hij staat wel vermeld op de plaquette in Heveadorp.

Een voorbeeld, de Joodse Renkummers. Er is op de toren van het gemeentehuis een plaquette te nagedachtenis aan de bekende en onbekende Joodse slachtoffers van de Gemeente Renkum uit WOII. Deze plaquette werd op 4 mei 2011 onthuld door de Stichting Heemkunde Renkum. Er staan 28 namen op. Het nadeel van een plaquette is, dat het moeilijk zal zijn om namen toe te voegen. Kijk je bij de database van Joods Monument dan zie je 39 namen. Kijk je Yad Vasem, dan zie je 42 personen. Met deze drie overzichten kom je dan op 78 verschillende personen. (stand van zaken december 2018)

Een bijzondere site vond ik Wageningen1940-1945.nl. Er zijn gelukkig meer gemeenten die op een bijzondere wijze hun oorlogsdoden herdenken. Op de Wageningse site kom je 8 Renkummers tegen. Op de Nijmeegse site van slachtoffers kom je 3 Renkummers tegen. Deze 3 zijn geboren in de gemeente Renkum, en in Nijmegen overleden.
Eigenlijk moet je dan alle overlijdensregisters van alle Nederlandse gemeenten nakijken, op personen, geboren in het Renkumse of zij die daar in de periode 1940-45 zijn overleden. En dan nakijken of die personen voldoen aan de oorlogsslachtoffers definitie.

En dan kom je er achter dat bij de OGS ook oorlogsslachtoffers van eerdere en latere oorlogen worden geregistreerd.

De zoektocht hangt af van het toeval. Natuurlijk zou ik naar het Airbornemuseum kunnen gaan en vragen naar de namen van de 1000 slachtoffers zoals men die vermeld in een tv-spotje voor TV Gelderland:
bron: Airborne Museum Oosterbeek
Maar ga er niet vanuit dat men zo een lijst met die 1000 namen heeft liggen

Bronnen:
Google ‘oorlogsvermisten’, 'oorlogsdoden', 'oorlogsslachtoffer',
Boek: Gesneuvelde waarheid, Wim van Zanten, 2017.
Boek: 3 monumenten, nou en… , Peter Maassen, 2018
Boek: Vlucht uit Renkum, J.P. van de Vooren, 2017


Oorlogsgraven op de R.K..Begraafplaats Mariahof,  Groeneweg tussen nr 19 en 23  te Renkum.

Bohmer, ten Bohmer

Johannes Böhmer
Renkum 4 juli 1923 - Hannover 28 maart 1945

Johannes werd geboren te Renkum op 4 juli 1923. Hij was een zoon van Johannes Böhmer en Maria Margaretha Evers.
Van beroep was Johannes bankwerker en hij woonde met zijn ouders aan de Achterdorpsstraat 21 te Renkum.

Johannes kwam om bij een bombardement op Hannover op 28 maart 1945. Hij woonde in Lager Mühlenberg aan de Hemelerchaussee. Die dag waren er meerdere bombardementen op Hannover. Zo werden meerdere kazernes verwoest, was er een treffer op een adres voor dwangarbeiders in de Ritter Brüningstrasse nr. 45 te Hannover. Andere info en een foto van het graf. En Traces Of War. Als doodsoorzaak wordt vermeld bomtreffer – verbranding op het terrein van Vereinigter Lichtmetallwerke aan de Göttingerchaussee te Hannover. Johannes was toen 22 jaar. Hij is begraven in Renkum op het kerkhof aan de Groeneweg.

Johannes Böhmer

Bram Streefland
Böhmer Mariahof Renkum
De grafsteen is te vinden aan de rechterkant, achteraan op de begraafplaats.

Johannes Böhmer

online begraafplaatsen.nl Het graf is een zogenaamd Rijksgraf van de OGS.

Johannes Böhmer


Francina Margaretha Böhmer
Wageningen 21 maart 1920 - Wageningen 26 maart 1943

Zij werd geboren te Wageningen op 21 maart 1920, maar haar vader Stephanus Wilhelmus Böhmer was afkomstig uit Renkum. Haar moeder Gijsberta Pieternella Jägers was afkomstig uit Culemborg.
Francina was op 26 maart 1943 op bezoek in de Beekstraat 11 te Wageningen bij haar schoonzus Geertje van Merkestijn toen omstreeks 21.35 uur een V-1 bom insloeg in het zogenaamde Roode Dorp. Er kwamen 28 mensen om het leven. Zij was bij haar overlijden 23 jaar. Zij was gehuwd met Dirk van Merkenstijn, tewerkgesteld in Duitsland. Zij woonden Celebesstraat 3 te Wageningen.

Francina Margaretha Böhmer wordt hier genoemd.
Francina Margaretha Böhmer was op vrijdagavond 26 maart 1943 op bezoek bij haar schoonzuster Geertje van Merkestijn aan de Beekstraat 11.
Zij en alle familieleden die in de woning aanwezig waren werden dodelijke getroffen tijdens de bominslag.
Francina Margaretha Böhmer was op 3 oktober 1942 in Renkum gehuwd met Dirk van Merkestijn. Ze was de dochter van Stephanus Böhmer en Gijsberta Pieternella Jägers.
Het echtpaar van Merkestijn-Böhmer woonde aan de Celebesstraat 3 te Wageningen.
Dirk van Merkestijn werkte in Duitsland, hij was door het Arbeidsbureau tewerkgesteld.
Na de identificatie van de slachtoffers op 27 en 28 maart 1943 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ en de doodschouw door Dr. Winkler Prins werden de doden op 29 maart overgebracht naar de grote zaal van de schouwburg “De Junushoff’.
De zes doden van Beekstraat 11 werden op 31 maart 1943 begraven op de algemene begraafplaats te Wageningen.
Francina Margaretha Böhmer staat vermeld op de Naamwand van het Monument voor de Gevallenen aan de Costerweg in Wageningen
bron


 Everdina ten Böhmer
Renkum 1 november 1926 - Wageningen 17 september 1944.

In de lijst van Wageningse slachtoffers staat vermeld dat in of bij Ericaplein 6 te Wageningen, omkwam Everdina ten Böhmer, hulp in de huishouding. Van deze jonge vrouw, geboren in Renkum op 1 november 1926, zijn geen volledige gegevens voorhanden. Zij woonde in die tijd in Renkum, Groeneweg 55 of Hoefbladstraat 10 en was de dochter van Henricus ten Böhmer, papierfabrieksarbeider, en mevrouw Everdina ten Böhmer-Wennekes.
Mw. P.M. Appelman-Minderhoud vertelde dat Everdina dienstbode was bij mw. R.L. Koeslag-Keiter, Ericaplein 6 in Wageningen en dat haar zuster Heintje in betrekking was bij het gezin Minderhoud, Ericaplein 1. De families Minderhoud en Koeslag waren bevriend, de mannen waren studiegenoten. Dat een dienstmeisje dat op zondag niet werkte op die zondag toch in Wageningen was, werd verklaard met het gegeven dat Heintje op die dag jarig was (29 jaar) en bij haar mevrouw was uitgenodigd een zelfgebakken taart op te halen of mede te consumeren. Toen de bommen in de ochtend van 17 september 1944 vielen werd haar zusje, dat meegekomen was, dodelijk getroffen, vlak bij Ericaplein 1 door de bommen die nr. 3 en 5 verwoestten. Maar de officiële lijst vermeldt zoals gezegd dat zij bij Ericaplein 6 overleed en een mondelinge bron zei dat eveneens.
Everdina werd begraven te Wageningen op 21 september 1944 en herbegraven op  augustus 1945 op de R.K. begraafplaats te Renkum. In dat graf werd haar zuster Maria, geboren 30 september 1912, bijgezet in 1992 (fig. 92).
Bewerkt uit het boek van Elders: Bouwen en bommen op de Wageningse berg, 2004.

Tijdens dit bombardement werd een zus van haar Hendrika Wilhelmina (Heintje) ernstig gewond. Zij overleefde haar verwondingen en overleed 10 januari 1997 in een leeftijd van 81 jaar. Van deze feiten wordt ook melding gemaakt in het boek “Vlucht uit Renkum” van J.P. van de Vooren (p.23). Everdina was overigens een nichtje van Johannes Böhmer, die omkwam in Hannover.

Everdina ten Böhmer
Everdina is het jongste kind in het huwelijksboekje van haar ouders.
Maria staat als tweede genoemd.
Everdina BohmerMariahof Renkum

Een andere bron: Wageningen 1940 - 1945


Johanna Maria ten Böhmer
Renkum 1904 - Renkum 16 september 1944

Het verhaal is wat anders maar niet minder gruwelijk. Het betreft Johanna Maria ten Böhmer. Zij werd geboren te Renkum in 1904. Zij overleed te Renkum op 16 september 1944, in een leeftijd van 40 jaren. Dit was een dag voor de luchtlandingen op de heidevelden te Renkum Wolfheze.

Het huis waar zij was opgebaard (Hoogeweg 9 te Oosterbeek) werd gedurende de acties getroffen door een fosfor-brand-bom en brandde af. Haar stoffelijke resten zijn later verzameld en begraven in een massagraf op de Algemene begraafplaats in Oosterbeek tezamen met nog 13 andere civiele personen. Voor de graven langs is een koperen strip aangebracht waarop de namen van de slachtoffers zijn vermeld. Zij was gehuwd met A. Rusch jr.
Bij het Gelders Archief kent men een andere geboortedatum: 26 september 1903.

Online Begraafplaatsen


Andreas Böhmer
  Renkum op 5 augustus 1914 - 10 oktober 1943 Amelsbüren.

Hij was een zoon van Arie Böhmer en Catharina Mathilde Jansen. Van beroep was hij schilder. Hij verbleef (Arbeitseinzats) in Lager Mecklenbeck te Münster. Hij overleed op 10 oktober 1943 te Amelsbüren, een dorpje in de buurt van Münster Westfalen.

Het "Deutsche Arbeitsfront" (DAF), beschikte sinds 1940 over het kamp te Mecklenbeck aan de Weseler Strasse, Münster waar 800 "Ersatzarbeiter" verbleven. De tewerkgestelden hielpen boeren, werkten in de metaalindustrie, hielpen de gemeente met huisvuil, puinruimen, aanleg en herstellen van straten, bouwden bunkers, schuilplaatsen, e.d.

Andreas Böhmers is tegenwoordig begraven op de Mariahof in Renkum, zie het verhaal hieronder.

Hier het verhaal van Andreas Böhmer bij de OGS.
Andreas Böhmer

Andreas Böhmer, begraven in Amelsbüren, Loenen of Renkum?
In de tekst over Andreas hierboven staat: “Hij overleed op 10 oktober 1943 te Amelsbüren, een dorpje in de buurt van Münster Westfalen.”

Op de foto van de Sterbeurkunde staat hetzelfde vermeld: “ist am 10 oktober 1943 in Amelsbüren verstorben.” De Sterbeurkunde is in Sankt Mauritz te Munster afgegeven. De foto ervan staat in het vak hierboven.

Uit nader onderzoek op het www. Bij link:
Andreas Böhmer- Böhmer, Andreas (* 05.08.1914, +10.10.1943)

of te wel Andreas Böhmer is samen met 2 anderen van de katholieke begraafplaats in Amelsbüren overgebracht naar het ereveld Loenen. We nemen maar aan dat er in Duitsland maar één aantekening is gemaakt de herbegrafenissen vinden allen plaats in Loenen. Hermanus Nieuwenburg en Nicolaas Wouterus Groenestein liggen wel begraven op het ereveld in Loenen. Andreas Böhmer niet.

Andreas Böhmer Renkum
 Bij het zoeken naar beide plaatsen zie je dat beide plaatsen in of vlakbij Münster liggen. Bij het Gelders Archief heb ik gezocht in de correspondentie van de Oorlogsgravenstichting en daar vond ik: "Andreas Böhmer; geboren te Renkum op 5 augustus 1914. Overleden op 10-10 1943 te Sankt Mauritz, en begraven op de R.K begraafplaats (Groeneweg Renkum). Begraven in een koopgraf; vak 3e kl 1; Rij 4; No 215". De overlijdenslocatie is Sankt Mauritz, maar dat is te vergelijken met “overleden te Heelsum”, of “overleden te Renkum”. Heb je het over het dorp of over de gemeente. Dat is eigenlijk hetzelfde.
 Ik kom bij het zoeken wel dit tegen:  “Auf dem Friedhof an der Davertstraße in 48163 Münster-Amelsbüren befinden sich im mittleren Bereich des Friedhofes ein … Massengrab mit Kriegsopfern aus dem 2. Weltkrieg.”
Andreas Böhmer

Op de steen staat:
1939 - 1945
ANDREAS BÖHMER, NIEDERLANDE, 1914 - 1943
LIVINUS CANSSEE, BELGIEN, 1899 - 1945
IRINA CHOLODIYAH, UDSSR, 1884 - 1944
SOFIA KRAWCZYK, POLEN, 1920 - 1944
ANNA RASIUAWA, UDSSR

Het blijkt een verzamelgraf in Amelsbüren waar Andreas Böhmer begraven zou zijn. De tekst: "Bild von dem Massengrab mit 5 Kriegsopfern aus dem 2. Weltkrieg." Een graf dus, geen monument, ter nagedachtenis aan omgekomen oorlogsslachtoffers. Als eerste staat daarop vermeld: Andreas Böhmer ??? (bron)

Op de Renkumse begraafplaats Mariahof is dit graf met de 2 zonen Wim en Andries Böhmer te vinden.
Andreas Böhmer Renkum Mariahof
Het graf van Andreas is direct vooraan links op de Mariahof. De tekst op de steen daar maakt duidelijk dat dit graf van een jongere broer, na de oorlog door de ouders is gebruikt om Andreas ook te begraven. Met historisch onderzoek kom je fouten tegen. Ben er zelf ook goed in. Één persoon met twee graven??? We hebben contact gezocht met de beheerders van de Mariahof in Renkum, Ammelsbüren (nog geen antwoord) en met de Oorlogsgraven Stichting.

Het antwoord van de Oorlogsgravenstichting op deze vragen was als volgt: “na de oorlog is het lichaam van Andreas Böhmer op verzoek van zijn familie vanuit Duitsland overgebracht naar Nederland. Destijds had de familie de keuze uit bijzetting in een familiegraf of bijzetting op het Nationaal Ereveld te Loenen. De familie Böhmer heeft destijds gekozen voor het familiegraf op de R.K. Begraafplaats te Renkum. Daar is het lichaam van Andreas herbegraven op 7 februari 1952. Helaas komt het wel vaker voor dat namen op (graf)monumenten in Duitsland bleven staan of later alsnog vermeld werden.” (bron: Johan Teeuwisse, Coördinator Archief, Oorlogsgraven Stichting).

De Katholieke kerk (Administratie PZTB) bevestigd dat Andreas Böhmer in het graf op de Mariahof ligt

Van de Duitse begraafplaats beheerder (xxx@bistum-muenster.de) tot op heden geen antwoord gehad.

Met dank aan Joop ten Böhmer, een familielid.


James Michael Gibbons
1919 - overleden in de Gemeente Renkum, 20 september 1944

Hij ligt begraven op de Mariahof in Renkum op de eerste rij aan de linker kant. Het graf is bij de inwoners redelijk bekend. Dit is een foto, van deze site.
graf Sergeant James Michael Gibbons
Mevrouw A. Peelen heeft tot haar overlijden in 2016 steeds bloemen gelegd op het graf van Gibbons.
Sergeant James Michael Gibbons, Service Number 4537398, zat bij het Engelse 156 Battalion 4th Parachute Brigade, Army Air Corps, en overleed op woensdag 20 september 1944, slechts 25 jaar oud. Hij was gehuwd met Dorothy Gibbons, uit Manchester. Zoon van James en Sarah Gibbons.
Op zijn lichaam werd een briefje gevonden dat hij in gewijde grond begraven wilde worden.
James L. Gibbons
bron
Tijdens operatie Market Garden in september 1944 probeerden veel Britse Airbornes de Rijn over te steken om uit handen te blijven van de Duitsers. Veel van die Britten werden gedood door vijandelijk vuur of ze verdronken in de Rijn. Waarschijnlijk ook James Gibbons, hij is vermoedelijk verdronken tijdens deze oversteek en is waarschijnlijk later aangespoeld in de buurt van Renkum. bron. Of dit klopt? Op 20 september, zijn overlijdensdatum zijn er nog niet veel Engelsen de Rijn overgestoken. De 1003 militairen van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade landen eerst op 21 september 1944 in Driel.

James M Gibbons


Theodorus Johannes Verstegen
7 juni 1900 - Wageningen 24 mei 1945

Theodorus Johannes Verstegen was gehuwd met Bernardina Maria Wissenburg en zoon van Christianus Verstegen en Hendrina Jansen. Na de evacuatie van Renkum was hij sinds eind september 1944 woonachtig te Veenendaal.
Hij  is volgens de Burgerlijke Stand  (aangifte Wageningen 25 - 5 - 1945,  herhaald  Renkum  19 - 10 - 1945)  gestorven te  Wageningen  op  24 - 5 - 1945 . Zijn grafsteen meldt echter, terecht, dat  hij te Wageningen  op  15 - 3 - 1945, door oorlogsgeweld , om het leven kwam. Hij werd gefusilleerd of  ‘ op de vlucht  aangeschoten en later dood aangetroffen, toen hij, in de overtuiging dat Renkum al bevrijd was, polshoogste kwam nemen. bron.
Hij was evenals vele evacués verplicht tewerkgesteld bij de stellingbouw van de OT in de gemeente Wageningen en werd gevangen genomen in het Binnenveld (Spergebied) door een patrouille van de Landstormcompagnie Lippert en door de Nederlandse SS’er, A.C. Kooijmans doodgeschoten.
Theodorus Johannes Verstegen werd op 24 mei 1945 samen met drie anderen gevonden in een graf achter de boerderij Bovensteeg 1 te Wageningen. Hij werd begraven op de Rk begraafplaats Mariahof, Groeneweg te Renkum. Op de grafsteen staat als overlijdensdatum 15 maart 1945.

Bronnen
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden. 25 mei 1945 no. 3
‘Kroniek van Ede’ Th A. Boeree.
A.M. van Gent/ Marketgarden.com
bron: Wageningen 1940 - 1945


Oorlogsgraven op de begraafplaats St. Bernulphus, Oosterbeek

Jacques Matheus Josephus Quaedvlieg.
22 januari 1917 - 3 mei 1943

Woonde in Oosterbeek. Zoon van fabrikant Hendrik Arnold Joseph Quaedvlieg (5 januari 1876 Jabeek) en Josephina Hubertina Haldermans (2 februari 1878 Linne - 1 april 1956). Kantoorbediende N.V. Vereenigde Nederlandsche Rubberfabriek in Heveadorp. Rooms-Katholiek. Lid verzet. Bij de Rubberfabriek deed het personeel mee aan de April-Meistaking 1943. Een compagnie van de Waffen-SS sloot Heveadorp op 3 mei 1943 af. De bezetter arresteerde een willekeurig aantal arbeiders, die zouden worden gefusilleerd. Leidinggevende Henri Charles Munter gaf zichzelf later aan om de anderen te redden. Quaedvlieg werd er, net als twee collega's, van beschuldigd dat hij op maandag 3 mei 1943 niet aan het werk was gegaan, maar het bedrijf had verlaten. Hij is samen met Munter en vijf andere werknemers van de rubberfabriek door het Polizeistandgericht des SS- und Polizeisicherungsbereiches Gelderland in Arnhem ter dood veroordeeld. Zijn naam prijkt op de gedenkplaat bij het Herdenkingskruis April-Meistaking aan de Waterbergseweg te Arnhem en de Hevea gedenksteen in Heveadorp. Zijn graf bevindt zich op het 1e klasse gedeelte op het parochiekerkhof.



Geertruida Wissenburg
Renkum 6 november 1880 - Apeldoorn 26 september 1944

Ze  overleed te Apeldoorn  26 september 1944 aan de gevolgen van een granaatwond, diezelfde dag opgelopen tijdens de evacuatie van Oosterbeek (Bato's weg 6 Oosterbeek) na de Slag om  Arnhem. Zij huwde Renkum 20 juni 1907 met Wilhelmus Antonius Weetink (geb. Renkum 5 november 1879, overl. Arnhem 22 januari 1963), loodgieter, zoon van Carolus Theodorus  Wilhelmus en Theodora Louisa Clementina Scholten. bron



Oorlogsgraven op de begraafplaats Onder de Bomen, Renkum

Anna Maria Frederika Bosveld-Pouwels
Geldermalsen 14-01-1922 - Veenendaal 24-04-1945

Mw. Bosveld kwam als evacué uit Renkum naar Veenendaal. Werd getroffen door granaatvuur en overleed in het noodhospitaal in de Dijkstraat 118 in Veenendaal. Is tijdelijk begraven op de algemene begraafplaats aan de Munnikenweg in Veenendaal en op 06-07-1945 herbegraven op de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum. (bron)



Jacob Gerrit van Harte
Deventer 10 april 1888 - Wageningen 30 september 1944

Jacob Gerrit van Harte werd op 30 september 1944 omstreeks 11.30 getroffen door granaatvuur. Zwaargewond werd hij naar Oranje Nassau’s Oord gebracht en overleed daar om 14.30 uur. Hij werd begraven naast de kapel. Op 20 juli 1945 vond de herbegrafenis plaats op de Renkumse begraafplaats Onder de Bomen. Jacob Gerrit van Harte was de zoon van Derk Jan van Harte en Carolina Oosterenk en getrouwd met Grada Lammerdina Ooiman. Hij was chef machinist bij Van Gelder, papierfabriek.
Bronnen
A.M. van Gent/Marketgarden.com
Archief gemeente Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 126.
‘Van Cortenbergh tot Oranje Nassau’s Oord’ 1976 Wes Beekhuizen.
bron: Wageningen 1940 - 1945


Abraham (Bram) Streefland
Renkum 26-03-1906 - Woeste Hoeve 08-03-1945

Abraham (Bram) Streefland; 26-03-1906 - verzetsheld, gefusilleerd op  08-03-1945 bij de Woeste Hoeve. Zijn graf valt onder de Oorlogsgraven Stichting.

Bram Streefland was bankwerker van beroep. Hij richtte al snel na het begin van de WW II een verzetsgroep op die zich bezig hield met het verspreiden van illegale bladen en het huisvesten van onderduikers. Tijdens de luchtlandingen bij Arnhem hielp hij met zijn groep de Britse paratroepen. Hij bracht o.a. een radioverbinding tot stand vanuit Hotel Rijnzicht waar de Britse commandant in Renkum zijn hoofdkwartier had met andere luchtlandingstroepen.
Toen de Duitsers het hotel veroverden zag hij kans om met veel van de spullen en wapens weg te komen. Hij bleef ook na de mislukte slag om Arnhem de Britse para's helpen. Zo werd hij betrokken bij Pegasus II als gids. Werd zelf gepakt bij deze operatie Pegasus II. Overgebracht naar de Wormshoef in Lunteren. Daarna vastgezet op de Kruisberg in Doetinchem. Bram was een van de 117 personen die als vergelding op de mislukte aanslag op Rauter (hoofd van de SS in Nederland)  bij de Woeste Hoeve door de Duitsers werd doodgeschoten. Van de Amerikaanse regering ontving hij postuum de Medal of Freedom. Hij was gehuwd en had een dochter.
    Wikipedia   Woeste Hoeve

Bram Steerfland
Bram Streefland

De Bram Streeflandweg is naar hem genoemd.

In Lunteren is de villa „Wormshoef", Dorpsstraat 192, op 19-11-1944 door de SD bezocht. De eerste inspectietocht van de SD gold de kelder. „Ausgezeichnet" meenden de heren. Een dag later kwamen de eerste gevangenen binnen. Het waren de heren v. d. Born uit Ede, Streefland uit Renkum, de lt.-vlieger Heyen en zuster De Hartog uit Rotterdam. Meer te vinden bij ds M. Snoek: Nederlanders gefusilleerd.


Jan Hendrik Willemsen
Renkum 14 oktober 1913 - Wageningen 21 januari 1944

Jan Hendrik Willemsen was één van de twee dodelijke slachtoffers van de bominslag in de wijk Veluvia (Wageningen) op vrijdagavond 21 januari 1944 om 20.20 uur. Hij was gehuwd met Geertruida Maria Pluim en zij woonden met hun zoon aan de Eekmolenweg 5, Wageningen. Jan was rijksklerk bij de Directe Belastingen. Het gezin Willemsen was op bezoek bij de familie Schoemaker aan de Eekmolenweg 13. Beide mannen werden dodelijk getroffen, de echtgenotes raakten zwaar gewond, de kinderen bleven ongedeerd. De begrafenis vond plaats op de begraafplaats Onder de Bomen in Renkum. (bron)







Oorlogsgraven op de Algemene Begraafplaats Zuid, van Limburg Stirumweg 35, 6861 WL Oosterbeek

Er  een massagraf met 32 graven van inwoners van Oosterbeek die gedood zijn tijdens de Slag om Arnhem. Het graf is tevens een monument om de ruim 140 inwoners van Oosterbeek te herdenken die omkwamen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog.
In november 2018 zijn er kennelijke onderhoudswerkzaamheden.
Bron Rotary Oosterbeek

Evert Hendrik Jan Boven
11-5-1919 - 11-4-1944 Neuengamme

Evert Boven
Evert Hendrik Jan Boven, van beroep boekhouder, ook bekend onder de naam ‘Nico’, was leider van de LO-Gelderland. Zijn oom Evert Zwarts beheert het Rusthuis ’t Hemeldal in Oosterbeek dat diende als één van de belangrijkste verzamelplekken voor de LO. Nadat Zwarts was ondergedoken, werd Evert Boven gearresteerden overgebracht naar de Arnhemse gevangenis. Deze arrestatie vormde de aanleiding voor de overval op de gevangenis in Arnhem. Later te Heelsum door de SD weer opgepakt ten gevolge van verraad van 'Edith' [Miep Oranje] en vervolgens opgesloten in Kamp Vught. Boven overleed uiteindelijk in Kamp Husum-Schwesing, Neuengamme.


Gem. Begraafplaats Zuid Oosterbeek

De Nico Bovenweg te Oosterbeek is een samentrekking van schuilnaam en achternaam

Heemkunde Renkum


 Alexander Lipmann-Kessel
Pretoria Zuid-Afrika19-12-1914 - Londen 5-6-1986

Alexander studeerde af in Londen in 1937 en werd in 1942 opgeroepen bij het Royal Army Medical Corps. In 1944 was hij gedetacheerd bij het 16 Parachute Field Ambulance, en kreeg een werkplek in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Arnhem. Hij heeft het leven gered van vele soldaten zoals Brigadier John Winthrop Hackett Junior, die zwaargewond raakte bij de Slag om Arnhem. Kessel werd gevangen genomen door de Duitsers maar wist te ontsnappen. Zijn levensverhaal wordt beschreven in het boek: "Surgeon in Arms". Kessel is overleden op 05-06-1986 en is op eigen verzoek begraven bij de mensen die stierven bij de Slag om Arnhem. Wikipedia



Jannij Hendrika (Zuske) de Weijert
12 juli 1932 - 11 mei 1940

Op 10 mei 1940, gaat de zevenjarige Zuske om 09:00 uur het hotel Dreieroord (waar ze woont) uit, om naar haar kat te zoeken. Op dat moment blaast het Nederlandse leger de spoorbrug op de Dreienseweg op, schuin tegenover het hotel. Ze raakt gewond en overlijdt de volgende dag.
Haar moeder A.M.H. Viaanen  uit Laag - Soeren, gehuwd geweest met de Weijert, trouwt met Kornelis Pieter (Kees) van der Sluijs (15-1-1904 -16-8-1969), de eigenaar van Dreieroord. In 1943 verhuisd ze met haar twee kinderen, Hans en Jannie naar het hotel. Na de oorlog wordt de familie van der Sluijs verdacht van heulen met de vijand. In 1947 wordt men hiervoor vrijgesproken, doch dan is de familie al geëmigreerd naar Canada.
Bron: TV Gelderland: Het verlies van Dreijeroord. UItgezonden 27 augustus 2018.
Zuske de Weijert

Nicolaas Jacob Arnold van Exel
3 mei 1906 Utrecht - 21.september 1944 Renkum.

Dominee Nicolaas Jacob Arnold van Exel, werd op 21.9.1944 voor zijn pastorie in Renkum dodelijk getroffen door granaatscherven, samen met Gerrit Maas, een vriend uit Arnhem, met wie hij tijdens een gevechtspauze de buurt introk om te helpen. Van Exel werd tijdelijk begraven in de tuin van de pastorie; later overgebracht naar de Algemene Begraafplaats-Zuid te Oosterbeek (vak C, grafnr. 1041). Van Exel was eerst een gereformeerd predikant te Strijen (1.11.1931-20.6.1937), te Beekbergen (11.7.1937-6.2.1944), reserve-legerpredikant aan de Grebbe (mei 1940; raakte daar gewond aan zijn been en werd verpleegd in Dorsten, Westfalen) en daarna predikant te Oosterbeek (13.2.1944-21.9.1944). Van Exel is op 17.9.1931 te Utrecht gehuwd met Maria Catharina Dekker (29.5.1905 - 22.8.1992). Ds. Van Exel zette (begin 1941?) samen met zijn vrouw een eigen post voor hulp aan onderduikers op. Het bejaarde joodse echtpaar Rosenbach uit Amsterdam en Iseder en Lina de Winter uit Apeldoorn zaten tijdens de oorlog bij het echtpaar Dirk en Geertje Hoogendoorn-Heijkoop te Beekbergen. “Behalve hun dominee en één van de evacuees wist niemand van de aanwezigheid van de joodse onderduikers af”.
Bibl.: Het oorlogsprobleem, dogmatisch-ethische studie over christendom en oorlog (posthume diss.; Amsterdam, 1947).
Lit.: E.I.F. Nawijn, Koninklijk onderscheiden. Levensschets van Ds. N.J.A. van Exel; Het Grote gebod, I, 228v.; Yad Vashem, 404.
bron



Alexander Lipmann-Kessel
19 december 1914, Pretoria, Zuid-Afrika - 5 juni 1986 London Engeland

Op deze begraafplaats is het graf van Alexander Lipmann-Kessel. Kessel, van het 16 Parachute Field Ambulance, was een bekend chirurg in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Arnhem. Hij heeft het leven gered van vele soldaten zoals Brigadier Hackett die zwaargewond raakte bij de Slag om Arnhem. Kessel werd gevangen genomen door de Duitsers maar wist te ontsnappen. Zijn levensverhaal wordt beschreven in het boek: "Surgeon in Arms". Kessel is overleden op 05-06-1986 en is op eigen verzoek begraven bij de mensen die stierven bij de Slag om Arnhem.

ww2gravestone


Alexander Lipmann Kessel

boek: Surgeon at arms, 1958


Plaquette Niet vergeten maar gedenken

begraafplaats Zuid Oosterbeek
Deze plaats is de blijvende herinnering aan de ruim 140 overledene burgers die ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog het leven lieten. Ze stierven in concentratiekampen, kwamen om in het verzet, vonden de dood door uitputting als gevolg van tewerkstelling in Duitsland, verongelukten door achtergebleven oorlogstuig.
Van de Oosterbeekse ingeschrevenen die omkwamen tijdens de Slag om Arnhem vonden hier 32 van hen hun laatste rustplaats. Voor zover hun namen bekend zijn, worden deze in volgorde van overlijdensdatum genoemd.
Rotaryclub Oosterbeek, september 1997.
plaquette Oosterbeek oorlog
     Begraafplaats Zuid Oosterbeek
opname uit 2015, bron Ministerie van Defensie

In 2018 is het lint met de 32 namen verdwenen, en wordt kennelijk alles gerenoveerd.

Namen die op het lint voor de locatie stonden:
Nachtgaal
Wierstra

Enkele andere burger slachtoffers:

Snijder    Sibilla Hendrika    8-jul-1944    18-sep-1944
Meekhof    Gerard    10-jan-1932    19-sep-1944
Roeterd    Gerhard    16-8-1864    23-sep-1944
Oeyen, van    W.A.    30-apr-1912    24-sep-1944
Biesen, van    Karel Frederik    9-11-1867    21-sep-1944
Vreede     George Willem     21-01-1873     20-sep-1944
Willemsen    Albertus    29-mei-1909    17-sep-1944
Brummelen, van    Willem    16-mrt-1923    17-sep-1944
--------    Siemie    1-aug-1941    12-nov-1944
Buist     Luitsen     31-jul-1905    19-sep-1944
Berg, van den     Gerrit Jan     29-mei-1919    14-apr-1944
Kleefsman     Jan     20-mrt-1915    3-mei-1943
Bisdonk     Cornelis    22-dec-1922    21-sep-1944
Reijnvaan    M.A.S.C.    22-12-1868    0-9-1944




Enkele militaire slachtoffers:

Aldridge     Alan             29-jul-1942
Barnett     Conrad Alfred Stanley        
Biggin     Harry             15-jun-1943
Cole     George Stanley            
Deacon     John William            
Harper     John Perryer            
Lax     Frederick Thomas        
Rhodes     Harry Robert            
Smith     Verle Marshall    



Airborne Begraafplaats, Van Limburg Stirumweg, Oosterbeek,

Direct na september 1944 worden Nederlandse "vrijwilligers" geworven om de lijken van de veelal Britse soldaten te verzamelen in een massagraf aan de Utrechtseweg in Oosterbeek.
Er was in de tuin van Kate ter Horst een massagraf van 65 Britse soldaten. Doch Tony Sheldon heeft het in zijn boek: De verschrikking van de nacht: ooggetuigen van de Slag om Arnhem, over 59 doden.

Medio juni 1945 is er al een eerste herdenking van de oorlogsslachtoffers op de Airborne begraafplaats. In juli 1945 zijn er al 1100 geallieerde graven, nog maar 400 graven hebben ook een naam.
Airborne begraafplaats Oosterbeek
De Oosterbeekse bevolking, die na de evacuatie thuis kwamen troffen een gebied vol veldgraven aan, soms in hun tuinen. Het verplaatsen van de graven was daarom ook voor hen van belang. Aanvankelijk waren de graven voorzien van een wit kruis.

Op 5 juni 1945, na een bijeenkomst van de gemeente Renkum en luitenant-kolonel Stott van de 21e legergroep werd besloten dat er een Airbornekerkhof zou komen. Vrijwel direct werden door Engelsen de veldgraven geruimd, de lichamen geïdentificeerd en herbegraven op het Airborne kerkhof. In februari 1946 werd de bouw van de Airborne begraafplaats voltooid. Tot 1952 waren de kruisen op de graven gemaakt van hout en zink en deze kruizen zijn vanaf 1952 allemaal vervangen door de huidige  grafstenen. De grond (ereveld) van het Ministerie van Defensie en in bruikleen gegeven aan de Commonwealth War Graves Commission. Er zijn niet alleen Britse soldaten begraven op de begraafplaats, maar ook Poolse, Canadese, Australiërs en soldaten uit Nieuw-Zeeland. Toen in de zomer van 1945 soldaten van de 1st Airborne Division weer in Oosterbeek waren,  voor het maken van de film 'Theirs is the Glory', is het idee geboren een jaarlijkse herdenking op de Airborne begraafplaats te houden. De 1e Memorial Service werd gehouden op 25 september 1945 en Nederlandse schoolkinderen legden bloemen op de graven en sindsdien leggen ze elk jaar bloemen.
Airborne Kerkhof Oosterbeek
Op het kerkhof liggen Nieuw-Zeelanders, Australiërs, Canade­zen, Polen, Engelsen en Nederlanders. En ze liggen niet als nationaliteit bij elkaar. Een groep Poolse soldaten ligt wel "apart". Niet alleen Polen uit Driel werden naar de locatie bij de hoofdingang van de begraafplaats gebracht. Doch ook stoffelijke overschotten uit Gorinchem, Rhenen, Neerloon, Nijmegen, Eindhoven, St. Michielsgestel, Wijk bij Duurstede en Elst (Utrecht en Gelderland). En er liggen ook Polen verspreid over de begraafplaats. (link)

Dan zijn er 8 Nederlandse militairen begraven alsmede 3 graven van medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission.

Een kleine 50 meter te noorden van de ingang van het ereveld staat een Air Dispatchers monument.

Airborne kerkhof Oosterbeek


August Ferdinand Marie Bakhuis Roozeboom
10 juli 1922 Heerlen - 19 september 1944 Arnhem

De Britse 1ste Luchtlandingsdivisie versterkt met de Poolse 1ste Parachutistenbrigade had opdracht, noord en zuid van de Rijn bij Arnhem te landen, de bruggen te  overmeesteren en een bruggenhoofd rondom de stad te vormen. Bij deze divisie waren de onderstaande Nederlanders ingedeeld: eerste-luitenant M.J. Knottenbelt, de sergeanten K. Luitwieler, W. de Waard, korporaal A.H.T. Italiaander en de commando’s A. J. Ph. Beekmeijer, H.C. Gobetz, H.M.J. Gubbels, H. de Leeuw, M. van Barneveld, J.P.H. van der Meer, Ch. Helleman en A.M. Bakhuis-Roozeboom.

August Ferdinand Marie Bakhuis Roozeboom was de eerste commando die sinds de oprichting van No. 2 Dutch Troop sneuvelde. In de avond van 19 september 1944 vertrok hij samen met Britse parachutisten en verzetsman H. Beekhuizen in een jeep van hotel ‘Hartenstein’. Het was de bedoeling contact op te nemen met het parachutistenbataljon bij de Rijnbrug in Arnhem.

Dat mislukte echter waardoor men terugkeerde richting Oosterbeek. En passant werd nog een Duitse Rode Kruis auto, die vol bleek te zitten met wapens, buit gemaakt. Vlak voorbij het viaduct ten westen van Arnhem werd de jeep onder vuur genomen. Bakhuis Roozeboom vuurde, staande tussen de chauffeur en de bijrijder, met zijn Tommygun en wierp handgranaten naar de Duitsers. Plotseling zakte hij ineen. Hij bleek gesneuveld te zijn. De overigen wisten met de jeep terug te keren in Oosterbeek, waar Bakhuis Roozeboom werd begraven in de tuin van ‘Hartenstein’.

Bakhuis Roozeboom
Bakhuis Roozeboom (rechts) met 3 oorlogsvrijwilligers waaronder Samuel Schwartz, bron OGS
Bakhuizen Roozeboom
Later werd August Bakhuis Roozeboom als ‘Known unto God’ begraven op ‘War Cemetery Oosterbeek’. Na een langdurig onderzoek kon in 1996 de ligplaats van Bakhuis Roozeboom worden gelokaliseerd. Op 5 mei 1997 werd in het bijzijn van o.a. strijdmakkers van No. 2 Dutch Troop bij zijn graf eer betoond en afscheid genomen van August Bakhuis Roozeboom. Als eerbetoon is het tentenkamp waar vanuit alle commando’s hun elementaire opleiding krijgen genoemd naar August Bakhuis Roozeboom.

Bron: Korps Commando Troepen






Oorlogsgraven op de Kerkelijke Begraafplaats Doorwerth, Koninginnelaan 24, Heelsum

Jan Janssen
Renkum 11 maart 1906 - Wageningen 27 september 1944

Jan Janssen overleed op 27 september 1944 in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen om 21.00 uur. Hij was getroffen door granaatscherven en werd zwaargewond naar het ziekenhuis overgebracht. Jan Janssen woonde met zijn vrouw Engelina Brink in Heelsum. Hij was de zoon van Roelof Janssen en Hendrina Everdina Rijksen.
Jan Janssen werd herbegraven op de Kerkelijk Begraafplaats Doorwerth

Bronnen
Archief gemeente Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 142
bron: Wageningen 1940 - 1945


Alhier is begraven geweest: Een lijk van ?? Wijk, gevonden (in september 1944) bij Kievitsdel. Graf id-nummer: 415134, Begraafplaatsnr.: 145
(Plaats)aanduiding: I A 17/18 OUD Het graf is geruimd in 1948 en in 1986



Jenneke Gosewina de Wit
Erichem, gemeente Buren 11 oktober 1896 - Wageningen 4 oktober 1944

Jenneke Gosewina de Wit woonde met haar man Jan Albertus van Aalst en hun drie zonen sinds 2 november 1938 in de woning van Rehoboth tegenover het oude kerkje van Heelsum. Van Aalst was vanaf die dag aangesteld als koster van het kerkje op de heuvel. Jenneke was de dochter van Aalbert de Wit en Aaltje Termeer.
Jenneke Gosewina de Wit was samen met haar man, drie zonen en haar moeder Aaltje Termeer weggevlucht vanuit hun woning aan de Koninginneweg. De bombardementen van de luchtlandingen en de beschietingen vanuit de Betuwe hadden ze al doorstaan. De bezetter had het bevel gegeven de gehele Veluwezoom te ontruimen.
De familie vluchtte, met op de kruiwagen wat hoognodige bezittingen, richting Bennekom.
Op de Keijenbergscheweg ter hoogte van de Leemkuil sloeg het noodlot toe. Jenneke werd temidden van haar gezin dodelijk getroffen door een granaatscherf. Haar man en kinderen bleven wonderwel ongedeerd. Moeder Aaltje Termeer liep enige tientallen meters voor het gezin uit. Ook zij werd geraakt en was eveneens dodelijk gewond. Jenneke de Wit en haar moeder Aaltje Termeer werden begraven op de algemene begraafplaats te Bennekom.
Jenneke werd in 1952 herbegraven op de Kerkelijke begraafplaats Doorwerth.
Bronnen.
Familie van Aalst, informatie en foto’s.
J. van Orden
Gemeentearchief Wageningen,
register van overlijden 1945 no. 135
Gelders archief, register van geboorten gemeente Buren.
Geboorteregister 1896 no. 48

bron: Wageningen 1940 - 1945


Jacob Peelen
5 mei 1909 Renkum - 10 mei 1940 Renkum

Een broer van Gerrit Jacob en Jan Peelen. Jacob is op 20 mei  1937 gehuwd met Charlotta Sofia van Hall uit Doorwerth. Hij was expediteur van beroep. Op de eerste dag van de Duitse inval moesten de inwoners in Renkum/Heelsum lange tijd noodgedwongen binnen blijven. Daardoor konden de koeien buiten in de wei niet gemolken worden. Toen het erop leek dat de beschietingen afnamen en het buiten rustiger leek te worden,  besloot Jacob, samen met een paar knechts de koeien in het weiland bij Oranje Nassau’s Oord te gaan melken. Tijdens het melken zijn toen Jacob Peelen en één van de knechts: Gerrit van Ham doodgeschoten. Dit is de reden van de titel van het boek: "Het begon onder melkenstijd" geschreven door Gerrit Jacob Peelen.


Oorlogsgraven op de begraafplaats van het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze, tegenwoordig Pro Persona, Wolfheze

Tijdens de bombardementen voorafgaand aan de luchtlandingen in het kader van "Market garden" op zondag 17 september 1944 werd Wolfheze, het Ziekenhuis en het Blinden Instituut gebombardeerd. Op de begraafplaats staan twee monumenten. Een voor een massagraf met  51 namen van patiënten en een groter monument met 35 namen van personeel en burgers. Er zijn echter meer oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats begraven.
Ziekenhuis Wolfheze
monument voor patiënten
Ziekenhuis Wolfheze
monument voor burgers en personeel
Eind september 1944 werden vele oorlogsslachtoffers bijgezet die bij deze bombardementen op Wolfheze zijn omgekomen.

In het boek Vlucht uit Renkum uit 2017, schrijft Ko van der Vooren: Er waren veel slachtoffers: 65 verplegers en 70 krankzinnigen.


Op een bijzondere afgescheiden plek, naast elkaar de graven van Jan Schiedam en Geurt Ansink. Beiden waren actief voor het verzet en werden op 19 september 1944 te Wolfheze gefusilleerd

Geurt Ansink was de jongste zoon van Johan Ansink en Gerritje Rijke. Geurt Ansink
Hij was instrumentmaker van beroep. Op 14 december 1942 ’s avonds om 7 uur werd op verzoek van het gewestelijk arbeidsbureau door de agent Bezemer huiszoeking verricht bij J. Ansink naar diens zoon Geurt die sinds 18 mei 1942 spoorloos was. Geurt had de oproep voor tewerkstelling genegeerd en was ondergedoken bij Gerrit van de Weerd aan de Fransche Kampweg waar een ondergrondse schuilplaats was gebouwd in het bos. Op 17 september 1944 om 13.00 uur begonnen de geallieerde luchtlandingen. In de loop van de middag arriveerden Jan Schiedam en Jacob Post vanuit hun schuilplaats op de begraafplaats, aan de Fransche Kampweg bij de woning van Gerrit van de Weerd sr. Voor het avondeten vertrokken de vier mannen om zich aan te sluiten bij de luchtlandingstroepen. Geurt en Jan keerden die avond niet terug. Gert en Jacob waren ’s avonds weer terug aan de Fransche Kampweg. Geurt Ansink en Jan Schiedam vielen op 19 september ’s middags om 15.00 uur in de buurt van Het Blindenhuis aan de Wolfhezerweg in handen van Duitse troepen en werden ter plekke gefusilleerd. Eerst in augustus 1945 kreeg de familie de zekerheid dat Geurt en Jan gefusilleerd waren. Geurt Ansink en Jan Schiedam zijn begraven op de Bijzondere Begraafplaats psychiatrische inrichting Wolfheze. bron

andere bron
Geurt Ansink
Wageningen 21 augustus 1919 - Wolfheze 19- september 1944

Jan Schiedam
Amsterdam 2 juli 1919 - Wolfheze 19- september 1944

Ziekenhuis Wolfheze



Het Blinden Instituut Het Schild wordt eigenlijk volledig verwoest door toevallige Engelse bommen op 17 september 1944. De bewoners hadden zich vanwege de vele vliegtuigen in een veilige hal van het hoofdgebouw verzameld. Na de bombardementen verblijven zij in de aanwezige schuilkelders. Geen slachtoffers op 17 september 1944.
Daarvoor echter, op 9 april 943 moet het blindeninstituut de joodse blinden uitleveren. Via Westerbork naar Sobibor en Theresienstadt waar ze overlijden. Hun namen? Een vierde joodse dame: Jeanette van Ronkel weet te ontsnappen, kan onderduiken en overleeft de oorlog. Na de oorlog komt ze weer terug in Wolfheze tot haar overlijden op 21 december 1973.
youtube film: Bombardement Wolfheze | 17 september 1944 | Verslag van een ooggetuige

Een van de joodse slachtoffers: Beets, van, Grietje;
20-5-1867 - 16-apr-1943 overleden te Sobibor. bron.

Andere waarschijnlijke namen van bewoners van Het Schild:
Arinstein  of Aronstein, Ida 10-12-1866 4-2-1945. Ida, die van Westerbork op 4 september 1944 naar Duitsland werd gedeporteerd. Op 4 februari 1945 overleed ze in Theresiënstadt.
Grietje van Beets (1867), die al vele jaren bij het Blindeninstituut werkte, vertrok op 9 april 1943 naar Westerbork, op 16 april werd ze in Sobibor vergast.
Coster, Betsy 30-11-1856 16-4-1943
Gottschalk, Gerhard Markus 30-3-1909 28-2-1945
Löwenstein, Kätchen geh. m. Max Gottschalk 25-04-1882 30-10-1944
Mendelsohn, Emil 08-05-1870 23-7-1943.
Emil Mendelsohn (1870) meende in het Blindeninstituut een veilig tehuis te hebben gevonden. Op 20 juli is hij vanuit Westerbork afgevoerd naar Sobibor. Drie dagen later werd hij vergast.


Air Despatch Memorial
Van Limburg Stirumweg ongenummerd, 6861 WL Oosterbeek, vanaf de Airborne begraafplaats 250 meter verder naar het noorden


Een beetje afgelegen tussen de militaire en de burgerbegraafplaats
het bijzonder mooie monument Air Despatch Memorial voor de 79 gevallenen
van het Air Despatch Squadron, die stierven tijdens de slag om Arnhem.

Air Despatch Memorial
Air Despatch Memorial
Air Despatch Memorial


Andere oorlogsslachtoffers alfabetisch

Johannes Hubertus Aartsen
Tilburg 27 maart 1926 - Sibolga, 29 januari 1949

Johannes wordt geboren in Tilburg en woont in het Gelderse Oosterbeek op de Van Deventerweg 26, waar hij werkt als chauffeur. Als dienstplichtige komt hij op bij de Koninklijke Landmacht in Nijmegen en wordt als infanterist ingedeeld bij de stoottroepen. Op 14 mei 1947 vertrekt hij aan boord van de Volendam voor de vervulling van zijn dienstplicht naar Nederlands-Indië, waar na het einde van de Tweede Wereldoorlog het revolutionaire geweld van de onafhankelijkheidsstrijd is losgebarsten. Johannes wordt gezonden als onderdeel van de troepenmacht om er de rust en het Nederlandse gezag te herstellen. Na een zeereis van bijna een maand komt hij aan land in de haven van Belawan, bij Medan op Sumatra.

Johannes wordt ingezet voor militaire operaties in Noord-Sumatra tijdens de Eerste Politionele Actie van 21 juli tot 4 augustus 1947 en patrouilles in de periode daarna. Ook tijdens de Tweede Politionele Actie van 19 december 1948 tot 5 januari 1949 levert Johannes strijd tegen de revolutionairen in de onherbergzame binnenlanden.

Op 29 januari 1949 sneuvelt hij bij Sibolga, in Noord-Sumatra. Johannes is 22 jaar geworden en laat een jonge weduwe achter. Hij rust op het Nederlands ereveld Leuwigajah in Cimahi. In zijn woonplaats Oosterbeek is zijn naam opgenomen op het Indiëmonument.

Bronnen en verwijzingen:
    Indie-1945-1950.nl
    Lijst van gevallenen tijdens oorlogen en missies sinds de Tweede Wereldoorlog
    Oorlogsgravenstichting


Ester en Betje Cohen
1884 - 1887 - april 1943

De zussen woonden met hun moeder aan de Kerkstraat 5, hoek Achterdorpsstraat 10 in Renkum, waar ze de zuivelwinkel dreven van hun in 1933 overleden vader Salomon Cohen. Op 20 juli 1940 vertrokken ze met hun moeder Sara (december 1941 een natuurlijke dood gestorven) naar hun respectievelijke broer en zoon Meijer in Arnhem. Het is onduidelijk waarom ze dat deden. Het deel van Renkum waar ze indertijd woonden, was niet zwaar getroffen. De zussen hebben in de eerste oorlogsjaren in Arnhem, Oosterbeek en Doorwerth gewoond dan wel ondergedoken gezeten. Hun laatste verstekplaats was bij de familie Boelens aan de Kerklaan in Doorwerth, voordat ze verdronken.
Het verhaal gaat dat de zussen op 20 april 1943, op de vlucht voor de nazi’s, in de bossen van Doorwerth verbleven en vergeefs een nieuwe schuilplaats hebben gezocht. Of dat waar is, is niet aangetoond. Een nichtje van de zussen heeft later wel verklaard dat haar tantes tijdens de onderduikperiode in Arnhem radeloos waren en zich opgejaagd voelden. Als de zussen op 20 april 1943 bij Wageningen overleden in de Rijn worden gevonden, ziet men dat hun lichamen waren verbonden met een lint. Daar verwijst ook het lint naar tussen hun grafstenenop de Joodse begraafplaats aan de Oude Diedenweg in Wageningen.

Ook is er een verhaal dat de zussen Cohen bij hun oudste zus Roos hebben aangebeld. Roos zat ondergedoken bij slagerij Elings aan de Vijzelstraat in Wageningen. Roos was er wel maar had strikte instructies om voor niemand de deur open te doen omdat de familie die avond niet thuis was vanwege ondergrondse activiteiten. Bij thuiskomst vond moeder Elings een afscheidsbriefje waarin Roos vaarwel werd gezegd. Daarna zijn de twee zusjes de Rijn ingelopen.
"De dames Cohen ...Op 29 april staat in mijn dagboek: “De gezusters Cohen hebben zelfmoord gepleegd. na vermoedelijk overal verjaagd te zijn.” Later zou ik er uitvoerig overschrijven in “De Nederlandse kerken...” “De dames Cohen (twee zusters) waren één van de drie Joodse families in ons dorp. Tot op de dag, van vandaag kan ik me hen helder voor de geest halen. De oudste. achter in de vijftig, had een rond gezicht, knap, grijs haar. De jongste zal achter in de veertig geweest zijn: haar gezicht was ovaal. Het was voor iedereen te zien dat ze sterk aan elkaar gehecht waren. Al was er weinig contact tussen hen en ons, we kenden elkaar. Ze waren ondergedoken. Bij wie? Ik weet het niet meer. Maar diegenen die hen verborgen hielden werden, toen de oorlog langer bleek te duren dan verwacht was, bang. Men vroeg de zusters weg te gaan. Dat hebben ze gedaan. In de nacht hebben ze toen bij een paar bekenden aangebeld met de vraag: 'Wilt u ons in huis nemen?' Iedereen weigerde. Iemand hunner vertelde dat de volgende dag.- wel met enige schaamte - bij ons in de winkel. De twee zusters zijn toen naar de Rijn gegaan en hebben zich verdronken. Later spoelden hun lichamen aan in Wageningen; ze hadden zich met een lint aan elkaar vastgebonden. Als de dames Cohen bij ons hadden aangebeld, zouden we ze niet hebben weggestuurd. Maar dat wisten ze niet, en ze zagen geen andere uitweg meer. Hoe afgrijselijk. Zulke dingen kwamen toen voor, in een gewoon dorp. In een stad als Amsterdam hadden de gruwelen een nog veel groter omvang.“
Uit: Soms moet een mens kleur bekennen: Snoek, Johan M. 1992

Ook tekst bij: Wageningen 1940 - 1945
Uitgebreide bron: Ester en Betje Cohen 1940-1943

René ten Dam: Wageningen – De tragische dood van Esther en Betje Cohen, april 1943
Jaap Meijer: ‘Een lint van wanhoop’ 2011.


Hendrik Charles Cramm
17 februari 1918 te Hilversum - 30 maart 1945 te Almen

Cramm trad tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst van de Engelse RAF

Oorlogsgraven Stichting

Hendrik Charles Cramm
Begraven op het Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen.
Charles Cramm

Ester Hillesum
15-jan-1914 Middelburg - 30-nov-1943 Auschwitz

Ze staat bekend als de schrijfster Etty Hillesum, geboren in een Nederlands-joodse familie, kreeg bekendheid door de publicatie van haar dagboek, 38 jaar nadat zij in Auschwitz werd vermoord. Wikipedia


Rik Willem van Maanen
Renkum 10 februari 1866 - Wageningen 27 september 1944

Rik Willem van Maanen was landbouwer te Heelsum. Hij raakte zwaargewond bij de vijandelijkheden in Heelsum en overleed in het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ te Wageningen op 27 september 1944 om 21.00 uur. Rik Willem van Maanen was ongehuwd. Zoon van Gerrit van Maanen en Hermijnia Ottonia van Beek.
bron: Wageningen 1940 - 1945

Emanuel (Maantje) Alexander Manasse
21 november 1882 - 9-april 1943 Sobibor Polen.

en Fanny Manasse-Hartogsohn
14 augustus 1885 - 9 april 1943 Sobibor.

Manasse Renkum
Maantje Manasse was een actieve man. In Renkum had hij een drogisterij en een boekhandel. Destijds Dorpsstraat 87 te Renkum. Daarnaast was hij de uitgever van het weekblad de “Renkumse Courant”, die elke zaterdag verscheen. Hij drukte ook ansichtkaarten van Renkum en omgeving. Manasse trouwde met Fanny Hartogsohn, een Duitse vrouw uit Emden. Samen kregen ze twee zoons: Eugène en Herman. Het gezin woonde aan de Dorpsstraat 105 in Renkum, naast de drogisterij. Manasse had bestuursfuncties in de V.V.V. de Middenstandsvereniging van Renkum, de ijsclub ‘Vooruit’, de Oranjevereniging en de Joodse Kerk in Wageningen.
In oktober 1942 kwam er een abrupt einde aan dit actieve leven: de familie Manasse verdween uit Renkum. Maantje en Fanny doken onder in het Bennekomse bosgebied rondom de Bosbeekweg. Waar ze precies ondergedoken waren weten we niet zeker, daar zijn drie verschillende verhalen over. Het kan ook zijn dat alle verhalen kloppen, want onderduikers werden vaak ‘doorgegeven’ als er gevaar dreigde of als er nieuwe mensen ondergebracht moesten worden. Arie de Groot, de eigenaar van Pension De Boschbeek, speelde hierin een belangrijke rol.
Lang duurde de onderduik van Fanny en Emmanuel echter niet. In maart 1943 werd er een razzia gehouden in het bosgebied en Maantje en Fanny werden gearresteerd. Op 2 april werden ze overgebracht naar Kamp Westerbork en met het eerstvolgende transport van 6 april werden ze doorgestuurd naar Sobibor. Op 9 april zijn ze daar vermoord.
Hun twee zoons, Eugène en Herman, overleven beide de oorlog. Volgens één bron zijn ze ‘op tijd ontkomen naar Engeland’. Dat zou dan dus al voor de oorlog geweest zijn.
Bij het huidige natuurvriendenhuis de Boschbeek liggen meerdere Stolpersteine, (bron) waaronder een voor de Manasse’s. In Renkum is sinds 1963 een straat naar hen vernoemd.

Bronnen: Joods Monument,


Xeno Augustus Franciscus Münninghoff
Deventer 25 aug 1873 - 31 okt 1944 Barneveld

Bekend kunstschilder en directeur van de gemeentelijke Tekenschool. Men woont aanvankelijk in Renkum, later in Oosterbeek. Het gezin Münninghoff- Mathilda Jacoba van Vliet moet na de septemberdagen 1944 evacueren. Het gezin belandt in het buurtschap Overwoud tussen Barneveld en Lunteren. Door een ongeneeslijke ziekte en de ontberingen tijdens de evacuatie overlijdt Xeno op 31 oktober in Hotel De Roskam te Barneveld, dat dan dienst doet als noodziekenhuis.
Herbegraven op 3 november 1945 van Barneveld naar de begraafplaats aan de Fangmanweg te Oosterbeek.
In de raadsvergadering van 21 maart 1963 wordt besloten een laan naar Xeno te vernoemen. Op het oude landgoed De Dennenkamp in Oosterbeek verschijnt de naam Münninghofflaan.

Alleen de gemeente Barneveld geeft aan dat Xeno Münninghof, mede door de evacuatie is overleden.
Xeno Münninghof

Henri Charles Munter
Meester Cornelis, Ned. Oost Indië 6-2-1900 - Arnhem 3-5-1943

Veluwsche Courant 8 mei 1943
Dit verhaal uit de Veluwsche Courant van 8 mei 1943, klopt net niet helemaal.
Vermoord door de Duitsers naar aanleiding van de april-mei staking op de Heveafabriek. Munter was  op maandag 3 mei 1943 thuis. Toen hij hoorde dat er bij de fabriek medewerkers werden opgepakt is hij naar de fabriek gegaan ) en gaf zichzelf aan om de anderen te redden. Opgepakt en dezelfde dag gefusilleerd aan de Waterbergseweg te Arnhem, samen met: Pouwel Dijkstra, Jan Kleefsman, Cornelis Willem Knipscheer, Gerrit Peters, Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, Willem George Frederik Weimar, Jan Wirfen. Op deze locatie is een herdenkingsmonument.

Begraven op Nieuw Eykenduynen, Den Haag
"Heveadorp - Maandag 3  mei 1943; laat in de morgen  omsingelde  een  Einsatzgruppe van de Sicherheitspolizei en Ordnungspolizei het hele complex van de Hevea Rubber-fabrieken, karabijn  in de aanslag, handgranaten tussen de  koppelriemen. Vier SD-officieren betraden vervolgens het  fabriekskantoor, vergezeld door een voorman, een NSB'er. De  arbeiders - de meesten van het circa  800 man sterke personeel hadden het werk hervat - werden naar  het  schaftlokaal gedreven, waarna een soort selectie plaatsvond. De SD-staf wilde weten wie de  opdracht had gegeven vrijdag de elektrische stroomtoevoer naar de stoomketels af te sluiten, en verder wie de toonaangevende  werkverlaters waren. De voorman (na  de oorlog door het Bijzonder Hof veroordeeld tot 15 jaar met  aftrek) speelde met  veel gesnauw zijn verradersrol. Hij haalde met name uit tegen de arbeider P.  Dijkstra, een communist. Ten aanzien van het eerste punt wilde niemand van de  verhoorden ook maar één naam noemen. Toen werd gedreigd met het doodschieten  van nog meer Todeskandidaten nam bedrijfsingenieur H.Ch. Munter de verantwoordelijkheid voor het doven van de vuren op  zich. De  Duitsers voerden  hem en zes andere  'medeplichtigen' weg op een open vrachtauto. Na ondervraging  in het SD-hoofdkwartier aan de Utrechtsestraat 53 in Arnhem werden de zeven mannen door het standgerecht ter dood veroordeeld, welk vonnis wellicht diezelfde   maandag of dinsdag nog achter het Openluchtmuseum werd voltrokken. De namen:   Ir. H.Ch. Munter, de kantoorbedienden W.G.F. Weimar, C.W. Knipscheer en  J.M.J.  Quaedvlieg en de arbeiders P. Dijkstra, G. Peters en J. Kleefsman."  Bron.


Jacques Matheus Josephus Quaedvlieg
 22 januari 1917 (Linne) - 3-5-1943 (Arnhem)
Wonende te Oosterbeek en kantoorbediende van de N.V. Vereenigde Nederlandsche Rubberfabriek in Heveadorp. Rooms-Katholiek. Lid verzet. Bij de Rubberfabriek deed het personeel mee aan de April-Meistaking 1943. Een compagnie van de Waffen-SS sloot Heveadorp op 3 mei 1943 af. De bezetter arresteerde 6 werknemers die werden gefusilleerd. (bron)

Willem Louis Frederik Christiaan ridder van Rappard (Lumpy)
Oosterbeek 19-12-1902 - Nijmegen 07-09-1944
Willem ridder van Rappard, was bankdirecteur bij de Rotterdamse Bank Nijmegen. Gehuwd en vader van een kind. Hij was ook secretaris van het Nijmeegse Rode Kruis en in die hoedanigheid vertrok hij op 7 september 1944 om 20.30 bij de familie Terwindt aan de Sophiaweg 125 naar huis. Bij het Lazaret Mariënbosch aan die weg sommeerde een wachtpost hem te stoppen. Door het stormachtige weer, de sterke helling van de Sophiaweg en het feit dat Van Rappard hardhorend was, gaf hij geen gehoor aan de sommatie. Hierop werd gericht geschoten. Op weg naar het lazaret Hengstdal overleed hij in de auto.
Bron: Dwarsligger van beroep: Ridder van Rappard door Klaas Tammes, 2018.
Bron: Oorlogsdoden Nijmegen
Bron: Genealogie van de families Jäger, Rappard, etc


Erich Franz Emil Salomon
28-apr-1886 Berlijn Duitsland - 7-jul-1944 Auschwitz

Dr. Erich Salomon (1886) en zijn echtgenote Maggy Schuler (of Schuller)  (1889), kwamen in 1933 naar Nederland en woonden vanaf 1942 stiekem bij Telders in Heelsum. In mei 1944 via Theresiënstadt naar Auschwitz en werden daar op 7 juli 1944 vergast. Dr. Salomon was een beroemd fotograaf en is te beschouwen als de grondlegger van de parlementaire fotografie. Hun jongste zoon Dirk Salomon overleed 24 jaar oud op 28 februari 1945, de oudste zoon Otto overleefde de oorlog. Otto heet na 1951 Peter Hunter en hij werd na de oorlog, de beheerder van de fotografische nalatenschap van zijn vader: “Dat materiaal was in de oorlog her en der verspreid. In Heelsum, waar mijn ouders en broer Dirk enige tijd waren ondergedoken, vond ik in een paar weckflessen een belangrijk deel van vaders kleinbeeldnegatieven van de koninklijke familie terug. Ze waren deels door vocht aangetast. Het materiaal dat vader maakte van politiek Den Haag bleek de oorlog ook te hebben doorstaan.Uit de Trouw van 3-3-1996.
De heer K. A. Telders (geboren 1877), Annaweg 3 te Heelsum, was een vanaf 1926 gepensioneerd Kapitein ter Zee van de Koninklijke Marine. In 1940 was Telders ook bestuurslid van de Ned. Protestantenbond e.a.
Erich Salomon Heelsum
Depth of Field,
Wikipedia


Jan Seegers
Driel gemeente Heteren 7 mei 1889 - Wageningen 4 oktober 1944

Tijdens de evacuatie van Heelsum op 4 oktober 1944 werd Jan Seegers op de Keijenbergscheweg te Wageningen dodelijk getroffen door granaatvuur. Hij overleed om 11.30 uur. Jan Seegers was getrouwd met Gerarda Woutera van den Brand en zij woonden aan de Ottoweg 10a te Heelsum. Hij was de zoon van Jacobus Gerardus Seegers en Jenneke Speijers. Zijn beroep was broodbakker.
Bronnen
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 118.
Gelders Archief, Heteren geboorteregister
A.M. van Gent Marketgarden.com
bron: Wageningen 1940 - 1945


Aaltje Termeer
Avezaath 17 november 1866 - Wageningen 4 oktober 1944

  Aaltje Termeer woonde in bij het gezin van haar dochter Jenneke Gosewina van Aalst- de Wit aan de Koninginnelaan te Heelsum. Tijdens de evacuatievlucht op 4 oktober 1944 vanuit Heelsum via de Keijenbergscheweg naar Bennekom-Ede werd Aaltje Termeer dodelijk getroffen door geallieerd granaatvuur uit de Betuwe. Het gezin van haar dochter liep enkele tientallen meters achter haar en ook daar sloeg het noodlot toe. Aaltje Termeer en haar dochter Jenneke Gosewina de Wit overleden om 11.00 uur. Zij werden begraven op de algemene begraafplaats te Bennekom. Aaltje Termeer was op 26 juni 1890 te Zoelen getrouwd met Aalbert de Wit, die op 6 februari 1912 in Erichem overleed.


Bronnen:
Gemeentearchief Wageningen
Register van overlijden 1945 no. 134
bron: Wageningen 1940 - 1945


Weinstein Renkum
Deze tekst is gevonden bij de OGS. Het echtpaar Salolmon - Schrüller wordt hier op deze website ook genoemd. Zij hebben waarschijnlijk nooit in pension Rusticana gewoond.
Max Weinstein
23-aug-1920 Felsberg Duitsland - 31-mrt-1944 Auschwitz
Max Weinstein vluchtte en kwam in 1939 in Heelsum terecht. Hij werd aldaar gearresteerd en naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij op 31 maart 1944 werd vermoord.

(Sam) Samuel Sternfeld

Uit de database waar ik aan werk:

Sternfeld      Mauritz (Maurits of Moritz)     09-11-1898      Renkum     28-okt-1941     Mauthausen
Sternfeld      Mozes Samuel (Moshe)     19-mrt-1917     Renkum     28-feb-1943     Auschwitz of Mauthausen
Sternfeld      Salomon      02-11-1896      Renkum     30-sep-1944     Europa
Sternfeld      Isaac     12-11-1867     Renkum     28-apr-1944     Varseveld
Sternfeld      Sophia      15-03-1876      Renkum     15-okt-1942     Auschwitz
Sternfeld      David      23-07-1872      Renkum     15-okt-1942     Auschwitz
met anderen namen en geboortedata


Locaties van plaquettes

Waterbergseweg, 6815AL Arnhem

Waar: Loop de Waterbergseweg af en begin bij de Schelmseweg, hoek Openlucht Museum. Vlak bij de A12 - A50, aan de linkerhand zie je het monument.. Een herdenkingsmonument voor personen die al of niet betrokken waren bij de landelijke april - mei stakingen zijn hier door de Duitsers gefusilleerd. Waaronder meerdere medewerkers van de Heveafabriek in Heveadorp.

Genoemd worden:
(2 mei 1943) Teunis Campagne, Dirk Willem van Vreeswijk, Dirk van Zetten.
(3 mei 1943) Pouwel Dijkstra, Jan Kleefsman, Cornelis Willem Knipscheer, Gerrit Peters, Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, Willem George Frederik Weimar, Jan Wirfen en Henri Charles Munter
(4 mei 1943) Hendrik Eilander, Lambertus Wilhelmus Hendrikx, Hendrik Jan Kroezen, Bartus Pessink, Hendrik Proper, Jan Tjalkens, Jochem Adam Versteeg
(5 mei 1943) Cornelis Johannes van Emmersloot, Gerardus Marinus van Kampen, Joannes Antonius Walraven

Ook gefusilleerd vanwege de april mei staking te Arnhem, doch onbekend waar: 2 mei 1943, Teunis Campagne, Dirk Willem van Vreeswijk, Dirk van Zetten .
bron

Een verhaal uit de Gelderlander van 1950, Heemkunde Leeuwen


april mei stakingen 1943

April Mei stakingen 1943


Heveadorp, een plaquette met de namen van de gefusilleerden naar aanleiding van de april mei stakingen.



Gemeentehuis Generaal Urquhartlaan 4, 6861 GG Oosterbeek;
Joodse slachtoffers; Stichting Heemkunde Renkum
Joodse oorlogsslachtoffers Renkum

Gemeentehuis Generaal Urquhartlaan 4, 6861 GG Oosterbeek;
Slachtoffers in Nederlands Indie; 1945 - 1950
De herinneringsplaquette is op verzoek van oud-Indiëgangers opgericht en onthuld op 25 april 1997 door burgemeester drs. J.W.A.M. Verlinden en mevrouw Wesseling (moeder van de omgekomen Louis Wesseling).

Louis Wesseling, 14-08-1926, 17-11-1946, Overl. te Soerabaja.
Melis of Nelis Jan Diepeveen, 19-12-1921, 20-05-1946, Overl. te Pesing.
Derk Wolthof, 1921, 04-07-1946, Overl. te Soerabaja,
Albertus Johannes van Kesteren, 1920, 03-04-1947, Overl. te Batavia,
Hendrik Blaauw, 1925, 06-12-1947, Overl. te Tasimalaya,
Teunis van Gelder, 1926, 24-01-1948, Overl. te Bandjar,
Gerrit Geurtsen, 1923, 26-09-1948, Overl. te Semarang,
Gerrit Antoon Welle, 1925, 30-10-1948, Overl. te Lengkongdjaja,
Jan Hubertus Aartsen, 1927, 29-01-1949, Overl. te Sibolga,
Petrus Anthonie Jacobsen, 1927, 05-03-1949, Overl. te Karanggan,
Adolf Petrus Versteegen, 1926, 06-04-1949, Overl. te Djokjakarta,
Clemens Franciscus Maria Ignatius H van Nispen tot Pannerden, 18-11-1923, 08-04-1949, Overl. te Genengan (Java),
Nicolaas Hendrikus Berendsen, 1927, 09-05-1949, Overl. te Keboemen,
Dirk van Schenkhof, 1926, 12-06-1949, Overl. te Tjiamis
Oorlogsslachtoffers Indië 1945 - 1950

Renkum, op het Parenco terrein, aan de Fabrieksstraat, een plaquette.

plaquette Renkum Parenco
J.W. Hendriks (-1945)
G. Jansen (1915-1942)
Abraham Streefland (1906-1945)
Johannes Hermanus Bernardus van Orden (1898-1945)
Cornelis Valkhof (1919-1940)
Gerrit Jan van Deest (1909-1945)
Heodorus Johannes Verstege (1900-1945)
Johannes Wessels (1893-1945)
Jacob Gerrit van Harte (1888-1944)


Andere namen, geen slachtoffer, maar oorlogshelden.

H.W. Alferink "De ZWARTE OMROEP'; sub tuum praesidium Oosterbeek. 10 juni '43-18 sept. '44 (I.v. in apr. '45). dgl. typ. nieuws, art., ber. binnen!. Oplage 20. Slechts enkele nummers uitgegeven".
Deze illegale uitgave werd door de onderwijzer H.W. Alferink begonnen op de dag dat te Oosterbeek de radiotoestellen moesten worden ingeleverd. Uit de landelijke bladen werden artikelen overgenomen; Zelf schreef hij weekoverzichten, commentaren op plaatselijke gebeurtenissen, waarschuwingen en opwekkingen. De twintig exemplaren werden door even zoveel 'leeskringen' te Oosterbeek, Renkum en Drie! onder 'leden' verspreid. Het laatste nummer van 'DE ZWARTE OMROEP' verscheen op de dag van de luchtlandingen; deze oplage is geheel in handen van de Airborne-troepen geraakt die de exemplaren als souvenir hebben meegenomen. Op 19 september 1944 moest Alferink met zijn gezin naar Ede evacueren met achterlating van al zijn bezittingen. De volgende dag gingen huis en inboedel in vlammen op. Hierdoor was hij enige maanden tot werkeloosheid gedoemd. Zodra hij echter weer de beschikking kreeg over een radio nam hij de uitgave opnieuw ter hand, voornamelijk ten behoeve van de evacués. De aandacht van de Duitsers was echter, zoals uit huiszoekingen bleek, op DE ZWARTE OMROEP gevallen. Daarom werd de naam gewijzigd in DE KLEEFSE KOERIER (nr. 294). De huiszoekingen gingen toch door en Alferink ontsnapte ternauwernood aan een arrestatie. De laatste weken voor de bevrijding werd zijn taak overgenomen door zijn medewerker J. Koch. Na de bevrijding werd de uitgave te Oosterbeek voortgezet onder de oorspronkelijke titel DE ZWARTE OMROEP (in augustus 1945 gewijzigd in DE RENKUMSE KOERIER). bron


Kate Anna ter Horst-Arriëns
6 juli 1906 - 21 februari1992
Kate ter Horst stond bekend als "de engel van Arnhem' omdat zij in september 1944 bij de - door de geallieerden verloren - Slag bij Arnhem in haar huis, de pastorie van de Hervormde kerk in Oosterbeek tal van gewonde en stervende Britse militairen liefdevol heeft verzorgd en verpleegd. Na de oorlog werd zij draagster van de Engelse "King's Medal for Courage in the cause of Freedom' en "Member of the British Empire'.
wikipedia


Jan ter Horst
30 januari 1905 -1 augustus 2003

Jan ter Horst huwde in 1905 met Kate Anna Arriëns (zie hier boven). In 1936 verhuisde het echtpaar naar Arnhem waar Jan compagnon van een advocatenkantoor werd. Daarna ging men wonen in de gekochte pastorie van de Oude Kerk aan de Benedendorpsweg. Op 17 september 1944 begon de operatie Market Garden die hun beider leven indringend zou veranderen. Er werd in de pastorie een hulppost van het Rode kruis ingericht. In de 14 vertrekken lagen weldra meer dan 300 gewonden en stervenden. Jan ter Horst, reserveofficier en lid van de ondergrondse, was gids voor de Engelsen en verbleef dus niet thuis. Na de oorlog werd Jan waarnemend burgemeester van de gemeente Renkum. Betrokken bij de oprichting van de Airborne Begraafplaats en het monument de Naald te Oosterbeek.
"We vervolgen onze rit, steken de Rijn over en rijden langs de Noordelijke oever van de rivier verder Oostwaarts. Onze tocht leidt langs de verwoeste Rijnboorden; eindelijk bereiken we Renkum — eens het rustieke dorpje aan de Veluwezoom, thans een stad waar geen huis meer onbeschadigd is. Telkens moet onze auto uitwijken voor een puinhoop, die een gedeelte van de weg verspert. De burgemeester, de heer Ter Horst blijkt in zijn gemeente geen onderdak. meer te hebben kunnen vinden; wij troffen hem aan in wat eens het Oósterbeekse hotel Bilderberg was. In een beneden vertrek, waar toevalligerwijze nog een deur aanwezig is, heeft hij zijn werkkamer ingericht In sommige vensters bevinden zich zelfs nog ruiten. „Soms denk je dat alles doelloos is wat ie aanpakt", zegt de heer ter Horst, die een vermoeide indruk maakt. „We missen hier letterlijk alles wat nodig is om enigszins op peil te komen. Renkum heeft het volle pond van het oorlogsgeweld gehad; hier landden bijv. de Geallieerde parachutisten toen de „Battle of Arnhem" begon; zij drongen door tot vlak bij Arnhem en werden teruggeslagen. De toekomst ziet er voor de Veluwezoom uiterst somber uit: onze voornaamste bron van inkomsten .vonden wij namelijk in het vreemdelingenverkeer en ik veronderstel, dat weinig vreemdelingen hun vacantie graag temidden van puinhopen en massagraven zullen doorbrengen, met bovendien de kans elk ogenblik op een mijn te kunnen stappen. Vooral die landmijnen vormen een geweldige handicap. U, in het Westen hebt de honger en het water gehad. Zij trokken weg, en er blijven vrijwei geen gevolgen. Maar hier leven in een streek, waar op vrijwel iedere vierkante meter een landmijn kan zitten. Dagelijks gebeuren er ongelukken; de mensen, die op zo'n onding trappen, worden niet meer teruggevonden. Een groot aantal koeien, dat wij onlangs uit Friesland ontvingen, kunnen we hier niet bergen omdat grazen in de uiterwaarden een onmiddellijke slachting betekent. De Moffen moeten de mijnen ruimen, maar ze doen het vrij onverschillig, en zo blijven er nog talloze zitten." uit  De Waarheid van 30-06-1945.

Jan Peelen
Renkum 9 december 1910 - Krommenie 21 april 1997.

Jan Peelen is het vijfde kind van acht, van Jan Peelen (1877-1963) en Grietje van den Brink (1876-1958). Vader was brandstoffenhandelaar, landbouwer en veehandelaar van beroep. men woonde destijds op de Brinkerweg 2, tegenwoordig de Europalaan.
Jan Peelen is 34 jaar als de Duitsers ons land bezetten. Als de bewoners van Renkum op 1 oktober 1944 moeten evacueren, krijgt Jan van de Duitsers een Ausweis om in Renkum te kunnen blijven.
Jan Peelen is drager van de Militaire Willemsorde, Jan is één van de 17 burgers die deze hoge onderscheiding na 1940 ontvingen. Jan Peelen, zag kans op 22 oktober 1944 een groep van 138 Engelsen, voornamelijk Airbornes die tijdens de Slag bij Arnhem waren ingesloten, door de Duitse linies en over de Rijn te smokkelen. Deze spectaculaire redding, werd later bekend werd onder de naam Operatie Pegasus I. Jan Peelen werd benoemd in de Militaire Willemsorde in 1949 en de medaille werd opgespeld door prins Bernhard in 1952.
De Britse koning George VI verleende Jan Peelen de Medaille van de Koning voor Moed tijdens het verdedigen van de Vrijheid die op 20 oktober 1952 in 's-Gravenhage werd uitgereikt. Jan Peelen werd ook gedecoreerd met het Oorlogsherinneringskruis met de gesp Krijg te Land 1940-1945, het Verzetsherdenkingskruis, het Mobilisatie-Oorlogskruis en het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen voor vier jaar dienst in Indië.
Het boek 'Het begon onder melkenstijd' uit 1955 is een must voor liefhebbers van oorlogsverhalen. De avonturen van Jan Peelen tijdens de laatste periode van de 2de Wereldoorlog zijn beschreven door een oudere broer van Jan: Gerrit Jacob Peelen (1905 - 1966). Er zijn vele herdrukken (22 of 30 stuks) verschenen en op het www zwerven ook downloadbare PDF's. Zoek zelf met de titel + PDF. Zie bij Jacob Peelen naar de reden van de titel van dit boek.
In december 1945 gaat Jan in dienst als oorlogsvrijwilliger bij het 10de regiment infanterie. Wordt in 1946 bevorderd tot korporaal in Nederlands-Indië en in 1947 tot sergeant. In 1952 ontslagen uit de militaire dienst. Daarna werkzaam als expediteur.
Jan Peelen is in 1950 te Emmen gehuwd met Jeltje van Hoving (1915 - 1993). Er zijn 3 kinderen uit dit huwelijk.
Jan Peelen is rond 1960 naar Zaandijk verhuisd, hij is begraven in Krommenie. Zijn graf is intussen geruimd.
In Renkum is er sinds november 2000 een Jan Peelen plantsoen. Een doodlopend zijstraatje van de Kerkstraat.
Wikiwand
Jan Peelen
Wikipedia
Jan Peelen
ps op meerdere sites is helaas te lezen dat Jan Peelen op 22 april zou zijn overleden.


Bernard Daniël (Ben) Smeenk
11.augustus 1908 Enkhuizen, - 8 september 2002

Dominee Smeenk is begraven op de begraafplaats ‘Zorgvlied’ te Amsterdam.  Smeenk was gereformeerd predikant te Blokzijl (6.10.1935-20.6.1943; volgde daar zijn oudere broer ds. Gerrit Smeenk (1904-1971) op, die tijdens de oorlogsjaren predikant te Vlissingen (1935-1945) was; te Renkum en Heelsum (27.6.1943-1.11.1948); te Balikpapan, Borneo (Nederlands Oost-Indië; februari 1947-september 1948: geestelijke verzorging van verstrooide gereformeerden in Indonesië) en te Amsterdam-Zuid voor de evangelieverkondiging onder Israël (16.1.1949-1.1.1972 wegens emeritaat); in die periode was hij tijdelijk predikant te Tiberias (1966-1969). Gehuwd in 1935 met de schilderes Josina Anna Knap (geboren 16.2.1900 te Amsterdam, dochter van de kunstschilder Gerrit Willem Knap en Tannetje Dronkers-overleden 29.7.1991 te Amsterdam).
“Door ds. B.D. Smeenk werden vanaf 1943 tientallen joden ondergebracht in Renkum en Heelsum. Smeenk gaf bij het zoeken van huisvesting prioriteit aan de joden, ‘want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de joden, want dat is verschrikkelijk”. … “Dankzij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 (als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze”. Volgens zijn zoon Chris Smeenk betrok ds. Smeenk joodse onderduikers (vooral kinderen) van Johannes Boogaard uit de Haarlemmermeerpolder. De jaren te Renkum-Heelsum, met name de oorlogsperiode, waren in menig opzicht een hoogtepunt. Tijdens de intreedienst (27 juni 1943), waarin ambtshalve ook de burgemeester aanwezig was, vermaande hij de overheidsdienaren liever af te treden dan mee te werken aan daden van onrecht. Bijna iedere preek was afgestemd op de bezettingssituatie. Vurig werd gebeden om het afleggen van de ‘geest van vreesachtigheid’ en om vrijlating van de gevangenen waarbij gedankt werd dat deze bereid waren geweest hun leven op het spel te zetten ter wille van de gerechtigheid en de medemens. Het woord ging samen met de daad. Van tientallen huizen te Renkum-Heelsum gingen deuren open (ook die van de pastorie uiteraard) en vond de joodse vluchteling een schuilplaats als onderduiker, dankzij Smeenks inspanning en overtuigingskracht. Eén van zijn uitspraken in die tijd was, met verwijzing naar het verhaal van de drie mannen in de brandende oven: “God is bij machte ons te beschermen; maar zelfs indien niet, we zullen het afgodsbeeld niet aanbidden (Daniël 3: 18). Als ‘oom Ben’ was hij adviseur van een knokploeg inzake van ethische aard. De herinnering aan het mislukken van een poging om een groep joodse kinderen te Arnhem te redden is een levenslang trauma gebleven” (Johan M. Snoek). Het echtpaar Smeenk ontving op 20.3.1980, samen met (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers (geboren 1878, echtgenote van de schilder Gerrit Willem Knap, 1873-1931) de Yad Vashem-onderscheiding omdat zij onderdak hadden geboden aan Stella Ricardo. bron


“Sandor Baracs (1900-2002), alias Ome Piet, was een vriend van de familie Vleeschhouwer en hij slaagde erin hen uit de Hollandsche Schouwburg te Amsterdam te laten ontsnappen. Met behulp van dominee Schminck uit Arnhem vond Ome Piet aparte schuiladressen voor de hele familie”.
Lit. Yad Vashem, 512.


Rescue Story
Smeenk, Bernard Daniel & Josina Anna (Knap) Knap, Tannetje (Dronkers)
Reverend Bernard Smeenk lived with his wife, the painter Josina Smeenk-Knap, and their four young children at the parsonage of the Reformed community in Renkum, Gelderland. Josina’s mother, Tannetje (Tanna) Knap, also lived with them. During the war, the parsonage was a center of armed resistance. If fugitives had to be moved to another underground address, the Resistance people could always place them with the Smeenks, even without notice. Reverend Smeenk received 80 food coupons from the local head of the LO, for the Jews hiding with him. Stella Ricardo was one of the Jews hiding with the Smeenks. She was the youngest of three daughters of a Portuguese Jewish family who had lived in the Jewish quarter of Amsterdam before the war. She found a permanent shelter at the Smeenks’ home in Renkum in January 1944. Stella slept in the study, where the Smeenks built a special hiding place for her in the bookcase. During the day, she helped out with the children, including a fifth child born to the Smeenks just before the Battle of Arnhem. In late September 1944, Stella moved, together with the family, to Veenendaal, Utrecht, where she stayed until May 1945. After the war, Reverend Smeenk continued to take a great interest in the Jewish people.
On March 20, 1980, Yad Vashem recognized Reverend Bernard Daniel Smeenk, his wife, Josina Anna Smeenk-Knap, and his mother-in-law, Tanna Knap-Dronkers, as Righteous Among the Nations.

Lees meer over Smeenk bij link


Johannes Martinus Snoek
25 mei 1920 Gorinchem - 31 augustus 2012 Rotterdam

Snoek is begraven op de  Begraafplaats ‘Oud-Kralingen’, Rotterdam-Prinseneiland.
Dominee Snoek, kandidaat theologie (1953); gereformeerd predikant te Woldendorp (1953) en te ’s Gravenhage-Oost, voor de evangelieverkondiging onder Israël in Tiberias als predikant van de Schotse kerk (29.9.1957-1969); hulpdiensten te Wormerveer (4.5.1969-28.6.1970); hoofd van de sectie Kerk en het Joodse Volk van de Wereldraad van Kerken te Genève (1.7.1970); predikant te Oostvoorne en Tinte (13.4.1975) en te Rotterdam-Hillegersberg (geestelijke verzorging geriatrische kliniek en verpleeginrichting; 28.9.1980-21.9.1986); emeritus: 1.6.1985; gehuwd met Cornelia Roelfke Dijkstra. .
‘Er moest iets gebeuren; er moest recht worden gedaan – dat werd zijn levensmotto, zijn drijfveer, zijn kracht. Vrede komt pas in het voetspoor van gerechtigheid. Eerst gerechtigheid, dan pas kan vrede volgen. Dat stond allemaal in hem op tijdens de oorlog, in het verzet, in het zoeken van onderduikadressen en het opdoen van alle dubbele ervaringen die daarbij horen: teleurstelling en verrassing. Toen ook de kerken via een kanselboodschap opriepen tot verzet en de Jodenvervolging afwezen, was dat de reden om toch bij de kerk te blijven en vanuit de kerk te gaan werken aan recht en vrede’,
Ds. J.M. Snoek was een actief verzetsman tijdens de oorlog en plaatselijk hoofd van de LO te Renkum, die o.m. voedselbonnen voor ondergedoken joden leverde aan ds. B.D. Smeenk te Renkum (zie daar). Ook wist hij de Engelse parachutisten-generaal John W. ‘Pip’ Hackett naar het bevrijde Zuiden te smokkelen. bron

De leider van de plaatselijke illegaliteit te Renkum, J.M. Snoek, dook na de verplichte evacuatie van zijn woonplaats onder bij familie te Ede, daar hij generaal J. W. Hackett van de Engelse luchtlandingstroepen, die gewond in het ziekenhuis te Arnhem had gelegen en daaruit met behulp van een familielid van Snoek was ontvlucht, niet alleen kon laten. Zij besloten teneinde de tijd goed te gebruiken een illegaal blad Pro Patria, uit te geven, waarvoor Hackett het militaire weekoverzicht zou schrijven. Na vijf maal te zijn verschenen, werd de uitgave gestaakt, o.a. daar Hackett inmiddels van zijn verwondingen was genezen en pogingen ging ondernemen naar het bevrijde zuiden over te steken. PRO PATRIA werd daarna opgenomen in DE EENDRACHT; Concordia res parvae crescunt (zie nr. 153).

Snoek kwam uit een bekend Renkums gezin. Men had een textielwinkel op het Dorpsplein. Was hij nu kerkelijk in zijn jeugd? Dat laat ik open. Bekend is wel dat hij in zijn jeugd de diensten van dominee Smeenk (zie hier boven) bezocht. Dat gaf inspiratie, en in de voetsporen van Smeenk is hij verder gegaan. Als theoloog heeft Snoek grote invloed gehad.
Snoek, ds. J.M. - De Nederlandse kerken en de joden 1940-1945; 1990.

Dominee J.M. Snoek






Bekende Engelandvaarders Gerardus Johannes Bensink
Renkum, 26 oktober 1895 - 1 oktober 1964
Wikiwand

Jonkheer Hendrik (Henk) Geert de Jonge
Doorwerth, 28 december 1916 - Capelle aan den IJssel, 12 december 201,0 Ridder MWO.
Wikiwand

Jan Jacob Gerard (Mickey) Beelaerts van Blokland
Oosterbeek, 13 december 1909 –Oosterbeek, 14 november 2005
Wikiwand



Over de Renkumse begraafplaatsen is hier een overzicht.

Over Duitse oorlogsslachtoffers in de gemeente Renkum is weinig bekend. In de periode van 1 augustus tot 1 oktober 1945 werden 454 gesneuvelde Duitsers, onder auspiciën van de Dienst Gemeentewerken van Renkum vanuit die gemeente naar Zypendaal overgebracht. Daar werden ze begraven op het al overvolle Ehrenfriedhof Zypendaal met de grafnummers l t/m 227 (tweepersoons graven) voorzien van nummers met de letter R van Renkum. Het begraven werd gedaan door de E.H.B.O.-ploeg van de Luchtbeschermingsdienst (L.B.D.) uit Arnhem. In augustus en september 1948 zijn alle doden van Zypendaal overgebracht naar de Duitse verzamelbegraafplaats in IJsselsteyn (gemeente Venray).
Bron: W.H. Tiemens: Het Ehrenfriedhof Zypendaal bij Arnhem; Vereniging Gelre; 1988
Het bekendste Duitse slachtoffer op Zypendaal is waarschijnlijk Generalmajor Fr. Kussin, de
garnizoenscommandant van Arnhem, Hij werd op 17 september 1944 door de Britse parachutisten bij Oosterbeek in zijn dienstauto gedood, nabij de kruising van de Utrechtseweg en de Wolfhezerweg.