ilandcasa c
landgoederen, buitens, huizen, kastelen, e.d. in Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze.

home
Hans Braakhuis

laatste update: december 2017
landgoederen, huizen, kastelen in Renkum Slechts een poging, verbeteringen aanvullingen, graag. Open de afbeelding in een eigen venster voor een groter formaat.
De Renkumse landgoederen zijn begrensd door andere landgoederen. Aan de westkant: voormalig landgoed Belmonte en Oranje Nassau Oord (ONO) in Wageningen. Aan de noordkant: Reijerscamp en Landgoed Planken Wambuis. Aan de oostkant: het landgoed MariŽndaal. En dan verder landgoed Hoog Erf, Vijverberg, Lichtenbeek, Westerheide, Warnsborn, Gulden Bodem, Zijpendaal, tot en met Park Sonsbeek in het centrum van Arnhem. Of naar Kasteel Rosendael.

De kerken en kloosters in de gemeente Renkum staan op een andere pagina beschreven.
Renkumse geschiedenis.

De dorpen Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Renkum en Wolfheze vormen samen de gemeente Renkum. Dan zijn er nog de buurtschappen Buunderkamp en het Hazeleger bij Wolfheze. Kievitsdel wordt ook wel eens een buurtschap genoemd. Andere buurtschappen zoals De Zalmen bij Doorwerth en Harten bij Renkum zijn verdwenen. De buurtschappen Dreijen, Klingelbeek, Beneden dorp zijn opgegaan in Oosterbeek. Tijdens het pleistoceen worden door de rivieren grote hoeveelheden zand, klei en grind aangevoerd naar de Lage Landen. De Rijn en de Maas stroomden noordwaards, de Rijn ging door de huidige IJsselvallei en de Maas door het Gelderse Rivierengebied. Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, werden de stuwwallen opgedrukt door het ijs. De stuwwal tussen Arnhem en Nijmgen werd doorbroken door een ijsmassa van zo'n 200 meter hoog, afkomstig vanaf Duisburg. Bij Doorwerth was de stuwwal in die tijd zo'n 175 meter hoog. Bij het smelten van grote hoeveelheden ijs, ontstond de niet met ijs bedekte sandr van Wolfheze. In de dalen en gebieden tussen de stuwwallen werd zand en grind afgezet. De sandr van Wolfheze is uniek in Europa. Groot en onbebouwd gebleven. Het water van de sandr wordt tegenwoordig afgevoerd via twee natuurlijke beekdalen, het Renkumse en het Heelsumse beekdal.

De eerste levenstekenen in het Renkums Beekdal van jagers en vissers zijn afkomstig uit de
periode 13.000 - 5.500 voor Christus. Daarna (5.500 - 2.000 voor Chr.) verdween deze cultuur om plaats te maken voor de landbouwer. Oud Wolfheze werd waarschijnlijk al bewoond sinds 2000 v. Chr. Uit de Bronstijd (1400-800 v.Chr.) kennen we de vele grafheuvels. Uit de ijzertijd kennen we de klappersteen en smeltovens voor ijzererts. Uit de Romeinse tijd kennen we een pot met Romeinse penningen te dateren ca. 100 jaar na Christus. In 1816 gevonden tussen de Keijenberg en Quadenoord. Uit 838 kennen we de verhalen van Immed van Redichem en zijn echtgenote Adela van Hamaland. In de buurtschap Harten stond een Willibrordkapel in de 8ste eeuw. Oosterbeek kennen we sinds 834 de villa Oostbac. In Driel heeft men het er over dat het Drielse veer vanaf het jaar 840 bestaat. In een brief van Keizer Otto I van augustus 970 werd Renkum (toen Redichem) al genoemd. Heelsum en Doorwerth zijn bekend sinds 1031. In Oosterbeek verkrijgt het Bisdom van Utrecht enige grond en er wordt een (de Oude Kerk) gebouwd rond het jaar 1050. Het kerspel Wolfheze ontstaat in de 11de eeuw. En het Kasteel Doorwerth wordt al beschreven sinds 1260.

In de 16de tot de 18de eeuw was er groei en bloei: van hofstede naar buitengoed, lusthof en warande. De Veluwezoom, in het bijzonder Oosterbeek, spande de kroon. De grindweg, boerenwoningen stulpen der dagloners verdwenen en maakten plaats voor nette herenhuizen, prachtige landhuizen en villa’s.

Jan van Goyen, Dorpsstraat Renkum 1651 Rijksmuseum

Het Renkumse landschap had al in de zeventiende eeuw een aantrekkingskracht op landschapschilders. Die aantrekkingskracht wordt versterkt door de mecenas Kneppelhout. In 1847 wordt Johannes Kneppelhout eigenaar van het landgoed de Hemelse berg in Oosterbeek. En vanaf die tijd werd de omgeving van Oosterbeek elke zomer opnieuw een kunstenaarskolonie. Het resultaat daarvan is nu te bekijken in Museum de Veluwezoom in Kasteel Doorwerth.

Op de zuidelijke Veluwezoom verschijnen tussen 1850 en 1940 meerdere buitenplaatsen, huizen, als zomerverblijf of voor permanente bewoning van welgestelden. In het bijzonder op de zuidflank van de stuwwal.

De stuwwal met vergezichten over het rivierengebied, met de Duno, de Westerbouwing, meerdere uitkijktorens en het Kasteel trekt toeristen. Het gevolg daarvan zijn veel pensions, uitspanningen, hotels, meerdere tramlijnen, een Amsterdams koffiehuis, er is wat te doen. In 1897 zijn er meer dan 200 adressen waar logies wordt aangeboden. In het Openlucht Museum is tramlijn 1 nog te bewonderen, van Velp naar het Openlucht Zwembad in Doorwerth (de Branding).
Er zijn meerdere perioden van teloorgang te duiden:

Tijdens ons rampjaar (1672) wordt Nederland overvallen door Engelse, Franse, Keulse en Munsterse soldaten. Met de bijbehorende plundertochten. De Fransen komen binnen bij Lobith en Arnhem wordt bezet en geplunderd. Daarna gaan de Fransen boven en onder de Rijn langs naar Utrecht. Nijmegen wordt bezet en geplunderd. Meinerswijk en Grunsfoort ontspringen de dans. Kasteel Doorwerth is Deens bezit en dat wordt door de Fransen geŽerbiedigd. Kasteel Rosande wordt verwoest en is daarna gesloopt. Kasteel Wageningen wordt gedeeltelijk verwoest. Kasteel Amerongen wordt in brand gestoken.

Vanaf de Franse Tijd (1795) (libertť, ťgalitť, fraternitť) vervallen bv. de Heerlijke Rechten en krijgen eigenaren te maken met Kadaster en Belasting. De eigenaar van het Kasteel vlucht met de Stadhouder (Willem V) naar Engeland. Minder inkomsten uit landgoederen, maakt het onderhouden van een landgoed zwaarder. Begin van het verval. De kinderen in rijke gezinnen blijven langer leven, gevolg de erfenis moet door meer kinderen gedeeld worden. Een erfbelasting van zo rond de 25%, en in twee, drie generaties is een groot vermogen zo verdwenen.

De Veluwezoom, heeft door de eeuwen heen een bijzondere aantrekkingskracht uitgeoefend op de welgestelden. Dit kwam tot uitdrukking in meer dan honderd buitenplaatsen en landgoederen in een gebied dat –in groter verband- wordt aangeduid als Gelders ArcadiŽ. De landgoederen zijn ontstaan sinds het begin 18e eeuw toen de ontginningsactiviteiten grootschalig ter hand werden genomen door landheren of kerkelijke instanties, zoals kloosters. Aanvankelijk overheerste het economisch belang, naderhand veranderden veel landgoederen in een plek waar produceren plaats maakte voor consumeren: de buitenplaats. Volgens de gemeente Renkum zijn er ruim 20 landgoederen en buitenplaatsen.

Door de groei en bloei in de Renkumse en Oosterbeekse omgeving trekken de schilders weer weg. Het wordt te druk. Toen de laatste watermolen werd gesloopt om plaats te maken voor een buiten van een Amsterdamse bankier, waren het vooral de schilders die protesteerden. Het overlijden van de mecenas Kneppelhout in 1885, zal mede van invloed zijn geweest op de vertrekkende kunstenaars.

De Slag om Arnhem was een veldslag die van 17 tot 25 september 1944 in Arnhem en met name in Oosterbeek plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden. Renkumers noemen deze slag: de slag bij Arnhem. De Engelsen en later ook de Polen hebben samen 11.920 man in gezet. Het merendeel daarvan heeft zich in en rond Oosterbeek ingegraven. Daar heeft de slag bij Arnhem plaatsgevonden. Zo'n 725 parachutisten wisten met luitenant-kolonel John Frost de noordelijke oprit van de brug in Arnhem enkele dagen te bezetten. Zo'n 2.400 soldaten weten in de nacht van 25 - 26 september over de Rijn te ontkomen. Ruim 1.750 soldaten liggen begraven op de Airborne begraafplaats in Oosterbeek (Van Limburg Stirumweg 38, Oosterbeek). De overigen zijn 6.500 krijgsgevangenen, zij die via Pegasus (100) of op een andere manier bevrijd Nederland wisten te bereiken, vermist of gedood.
Tijdens de slag bij Arnhem en de periode daarna (september 1944 - mei 1945) zijn veel villa's, huizen, scholen, fabrieken, hotels, een gemeentehuis verloren gegaan. Vanuit de Betuwe worden de Duitse stellingen op de zuidflank van de stuwwal onder vuur genomen. Van Rhenen, Wageningen, Renkum, Doorwerth, Heveadorp, Oosterbeek tot en met Arnhem is de gehele bevolking geŽvacueerd. Daarna werd alles systematisch geplunderd. Heel beperkt is er iets herbouwd, of op een andere plek herbouwd. Soms is het fundament weer zichtbaar gemaakt: zoals bij de villa op de Lage Oorsprong en het Hotel op de Duno. Zo zijn alle huizen en boerderijen aan de Fonteinallee, tussen de Boersberg en de Italiaanseweg verdwenen.

De oorlogsschade is vrijwel niet hersteld. Redenen oa.: geen geld en bouwplannen van de gemeente. Het gevolg is dat als je er nu rondwandelt je een hoog "urbex" (Forgotten & Abandoned) gevoel krijgt. Volgens enkele Renkumse middenstanders (Zents, Snoek), werd er na WWII in Renkum vooral veel vergaderd: Met B+W, met Gemeentewerken, met Wederopbouw, met Prov. Waterstaat. Er werd niets gedaan. In Wageningen en Rhenen was men al klaar met de herbouw, toen men in de gemeente Renkum nog moest beginnen. Een antwoord op de vraag waarom er na de oorlog vrijwel niet werd herbouwd, is ook vinden in het naoorlogse Uitbreidingsplan (Wederopbouwplan) van de gemeente Renkum. Veel landgoederen werden als natuurgebied aangemerkt. En het was beleid, om geen vergunningen te verstrekken voor bouw of herbouw in zulke gebieden. Om deze reden werden ook de verwoeste landhuizen Eekland te Doorwerth, de Boschhoeve op de Buunderkamp bij Wolfheze, Bato's wijk, de Duno, en het dorp Laag Doorwerth met het Jagershuis aan de Fonteinallee in Doorwerth niet meer herbouwd.

Het kost de eigenaren steeds meer moeite om de terreinen te onderhouden, zeker als er sprake is van cultureel erfgoed.
In Wageningen werden in de ochtend van de luchtlandingen (17 september 1944) de Villa Belmonte in het Belmonte arboretum weg gebombardeerd door de geallieerden. En de aangrenzende woonwijk Sahara. Evenals villa de Dorschkamp. Ook Wolfheze is op 17 september gebombardeerd.

Landgoederen, buitens, huizen al of niet met oorlogsschade (WWII) Eigenlijk zijn alle villa's en huizen en kasteel Doorwerth op de zuidflank van de stuwwal tussen Rhenen en Arnhem doelwit geweest van de beschietingen door de geallieerden in de periode tussen september 1944 en mei 1945. De Duitsers hadden zich op de zuidflank van de stuwwal verschanst om zicht te hebben over het front. De zuidzijde van de Nederrijn was immers bevrijd gebied, van Nijmegen tot aan Driel. In december 1944 inundeerden de Duitse bezetters de Betuwe, zo van van Elden tot Gorkum - Tiel (operatie Ooievaar). Engelse en Amerikaanse troepen voerden verkenningstochten uit.
In 2007 is er door NSW landgoederen een taxatiewijzer gemaakt. Men gaat uit van de kadastrale gegevens van de gemeenten Doorwerth, Renkum en Oosterbeek. Daarin staan de volgende NSW-landgoederen:

Anra Doorwerth
De Kamp Doorwerth
Duno Doorwerth
Duno Gelria Doorwerth
Huize Laag Wolfheze Doorwerth
Kabeljauw Doorwerth
Zilverberg Doorwerth

De Hemelse Berg Oosterbeek
Marienborn Oosterbeek
Pietersberg / Vreeberg Oosterbeek
The Hillock Oosterbeek
Varenheuvel Oosterbeek
Wodanswoud Oosterbeek

Boschhoeve / Buunderkamp Renkum
Groot Wolfheze Renkum
Hoog Oorsprong Renkum
Jonkershoeve Renkum
Jonkershoeve II Renkum
Laag Wolfheze Renkum
Quadenoord - Bosbeek Renkum
Renkumse Beek Renkum
Villa Laura  Renkum
Zilverberg Renkum

Door de kadastrale indeling lijkt het dat de Buunderkamp in Renkum is gelegen, terwijl ik aan Wolfheze denk. Heelsum is een onderdeel van Doorwerth. En de Hoog Oorsprong is in Renkum. Volgens: Taxatiewijzer_2007_-_deel_23_-_NSW-landgoederen_(versie_1.0).pdf
Enigszins alfabetisch, de huizen, kastelen, buitens, landgoederen in de gemeente Renkum. Deze lijst is verre van compleet.

Het voormalig landgoed ter Aa. In 1672 vond een grote boedelscheiding plaats, die de aanzet vormde voor de definitieve splitsing van het goed in 1728. Het goed wordt dan gesplitst in de Hoge en Lage Oorsprong, Hemelse Berg en Pieters Berg.

Voormalig Huis ter Aa, dat in de naam de herinnering bewaarde aan het z.g. Gat van der Aa, waarin het staat, is rond 1927 verdoopt in Valkeniershuis. Het Gat van der Aa, "daar sig — volgens de in 1712 tot stand gekomen grensregeling tusschen het richterambt Arnhem en Veluwezoom en de heerlijkheid Doorwerth — het beekje in den Rhijn lost." Dit nog heden ten dage bestaande beekje, een weinig westelijk van de Westerbouwing te Oosterbeek, werd toen „tot aen desselfs source in der Landschaps Elshegge" als grens aangenomen. Ter betere oriŽnteering zij hier nog aan toegevoegd, dat het Gat van der Aa later meer bekend werd door de daar verrezen Hevea-fabriek, welke in de plaats is gekomen van de vroegere modelboerderij Huis-ter-Aa van wijlen den Heer Scheffer, die op de Duno woonde.

Abdij Koningsoord, Johannahoeveweg 79 Arnhem, op steenworp van Station Oosterbeek. Gebouwd op het terrein van de paters van Mill Hill. Nieuwbouw uit 2007-2009, verhuizing van Tilburg naar Arnhem in 2009.

Adriana State, Valkenburchtlaan 4, Oosterbeek. Het huis huis is in 1927 gebouwd door de van origine Friese vrijmetselaar, handelaar en importeur van leder, de heer Haring Tulp. Op dit huis heeft tot de oorlog een windvaan gestaan in de vorm van een Haring met een tulp in zijn bek.  De heer Haring Tulp en zijn vrouw Janna Tulp-Wigersma zijn al voor de oorlog beiden overleden. Het kinderloze echtpaar heeft hun vermogen nagelaten in de Tulp-Wigersma stichting voor hulpbehoevende kinderen. Deze stichting bestaat in de vorm van de Louisa Stichting, anno 2014 nog steeds. Adriane State is genoemd naar de moeder van Haring.

Villa Anna, Nieuweweg 19-21 Renkum. Een gemeentelijk monument.
Villa Anna Renkum, bron Wikipedia
Ooit bewoond door de bekende schilder Thťophile Emile Achile de Bock (1851 – 1904). Op het eind van de jaren ’80 is de Bock aan het werk vanuit de oranjerie van Kasteel Doorwerth, zijn ‘zomerresidentie’. Hij schildert er in de omgeving en legt het kasteel meerdere malen op het doek vast. Uiteindelijk verkiest hij als definitieve woonplaats het toen nog landelijke boerendorp Renkum boven het deftige Oosterbeek, dat door de toenemende villabouw haar aantrekkingskracht op de kunstschilders grotendeels had verloren. Mede door de komst van De Bock en zijn gezin naar Renkum in 1895 gaan ook andere schilders zich in Renkum e.o. vestigen. In een koetshuis behorend bij Villa Anna aan de Nieuweweg, trekt De Bock met zijn grote antiekverzameling veel kunstverzamelaars aan. In het koetshuis had De Bock ook zijn zijn atelier. De Bock verhuisd in 1902 naar Haarlem.

Voormalige Albert Schweitzerschool, Renkum, Tot 2016 bekend als Lijn 50 een jongerencentrum. Een gemeentelijk monument. Leegstand begin 2017.

Villa Arti, Jan van Embdenweg 2 Oosterbeek gebouwd tussen 1896-1900. Rijksmonument.

Voormalige villa Avondrust, Utrechtseweg 113 Renkum.
Avondrust Renkum
bron: HGR

De heren van Baer, afkomstig uit Oosterbeek, hadden rond 1200 de helft van Oosterbeek (ook Velp) in hun bezit, als leen van de bisschop van Utrecht. Daarnaast een gebied tussen Rheden - Westervoort - Dieren, aan weerszijden van de IJssel. Frederic II heeft wel lef, in 1280 verdrijft hij Hendric van Doorenwerd uit het net in steen nieuw opgetrokken kasteel (Doorwerth): '… ende met bernen en toe-tasten quadt huys gehouden'. "...gelijk dan de oude handvesten omtrent het jaer 1280 gedenken van eenen Heer van Baer, die Hendrick van de Doorenweerd syn Slot af gewonnen ende met bernen en toe-tasten quadt huys gehouden..." Het kasteel Bear werd verwoest in 1495.

Bato's Wijk, Oosterbeek. Mr. J.M. de Kempenaer kocht de grond in 1836 of 1938 en liet er in 1845 een buitenplaats bouwen: villa "Bato's wijk". Hij maakte er een landgoed van genaamd Bato’s Wijk. In 1870 door de nieuwe eigenaar Dr. Leendert Fangman (1834- 1896) omgevormd naar een park (ontwerp SamuŽl Voorhoeve) met huis en meer aangrenzende gronden. Fangman kocht rond 1885 ook de Westerbouwing. Bato's Wijk is in 1927 aangekocht door de gemeente en het huis werd het nieuwe gemeentehuis. Het oude gemeentehuis stond voordien op de hoek Utrechtseweg/Jan van Embdenweg, nu in gebruik als kunstgallerie. De villa Bato's wijk is verwoest in september 1944. Er rest nog een in 1905 gebouwde rots met grot en vijver en een volgestorte ijskelder. Tegenwoordig is het een schitterend openbaar park en de grot is een magneet voor de kinderen.

Villa Bato's Zicht, Benedendorpsweg 84 Oosterbeek. Een gemeentelijk monument.

Huize Beekhof, Oosterbeek

Voormalig Huize Bellevue, Renkum. Jan van Donselaar en Eva Thomas bouwen in 1798 het huis Bellevue I. Gelegen op de kruising tussen de Weg naar de Keienberg, en de Weg naar het Plankenwambuis. Bellevue I brand in 1840 geheel uit, en wordt gelukkig weer herbouwd tot Bellevue II. Ook dit pand wordt weer afgebroken en komt er Bellevue III. Tegenwoordig kennen we de naam Bellevue nog als naam voor een straat, met 2 scholen een Chinees restaurant (het gebouw is uit 1922) en een appartementsgebouw en enkele winkels, woningen.

Landgoed de Beken, Renkum, was ooit een onderdeel van de Keijenberg. In 1798 werd de Keijenberg verkocht aan Jhr. Cornelis Munter. De verkopers Jan van Donselaar en Eva Thomas, lieten voor zich zelf een woning bouwen tussen de wegen naar Quadenoord en de veldweg naar Planken Wambuis. Deze woning noemden ze 'Bellevue'. Bellevue brandde omstreeks 1840 af en werd vervangen door de huidige boerderij langs de Nieuwe Keijenbergseweg, dat tegenwoordig de naam "De Beken" heeft. Munter gaf zijn landgoed de naam "De Beken" vanwege de drie beken die door het landgoed stromen. Deze beken waren: de Oliemolenbeek, de Afgebrande beek en de (Papier)Molenbeek. Ten noorden van de boerderij liet hij een "slingerbos" aanleggen uit liefde voor zijn zus Margaretha Johanna. In het bos werd een steen geplaatst met een plaquette met daarop een gedicht over vriendschap. De originele plaquette is verloren gegaan maar het gedicht is herplaatst. Tot 2014 was in de schuur van de boerderij een informatiecentrum van Staatsbosbeheer. Het Natuurinformatiecentrum De Beken is nu gehuisvest in de schuur naast de boerderij: Nieuwe Keijenbergseweg 170, Renkum. Van 2014 tot 2016 werd De Beken totaal gerenoveerd voor zorg en een restaurant. link.
verkoop Keijenberg de Beken
Volgens bovenstaande advertentie uit het Algemeen Handelsblad van 14-08-1841, bestaat het voormalige landgoed de Beken, later genaamd landgoed de Keijenberg uit: het Herenhuis, dat we nu kennen als de Keijenberg; de Hofstede Everwynsgoed; de Hofstede de Kwadenoord; de Uiterwaard de Maatschewerde; eene Hofstede onder Renkum, naast Bellevue, met deszelfs Hof en Bouwland en de Uiterwaard de bovenste Kaphaansche Waard.
Film over de Tribune infocentrum Renkums Beekdal.

Het Berghuis, aan de Italiaanseweg, Doorwerth. Vernield in september - oktober 1944. Nooit terug gebouwd. Gebouwd en in het bezit geweest van dhr. Th. Driessen, ook eigenaar van het Jagershuis. Ik zoek verdere info. Zie meer info hier bij het Jagershuis.

Villa Bergoord, Oosterbeek, aan de de Kerkhofweg, tegenwoordig de Fangmanweg ter hoogte van de nummers 23 en 25. Verwoest in de oorlog. Rond 1864-65 tekent Maria Vos een boerderij die later verbouwd is tot de villa Bergoord. In 1871 overleed de 89 jarige hoofdbewoner, de heer Charles Girod. In 1885 is er een veiling met een inzet van Hfl.9.635,=. In 1887 begint M. Hoogwinkel er een pension met ruime kamers, grote tuin, goede tafel, altijd verse melk, boter en eieren, billijke prijzen. Het pension wordt geen succes want al in 1888 straat de villa weer te koop. Weinig gegadigden en op maandag 11 augustus 1890 is er weer een veiling met notaris J. Karseboom en wordt de villa Bergoord in het koffiehuis van dhr. D.A.D. van Gils geveild. De inzet komt op Hfl.5.435,=. De inzet wordt tijdens de veiling verhoogd naar Hfl.7.800,=. In 1910 komt de villa weer te huur. De tuin blijft door de eigenaar onderhouden. Huur ƒ425. In 1942 overlijdt op Bergoord eerst mw. J.C.J. van Loon en binnen een half jaar haar man, de rustend arts Lykle de Jong.

Landgoed Bergzicht, Utrechtseweg Heelsum. Een oorspronkelijk uit 1860 stammende herenhuis. Rond 1876 is er al een Villa Bergzicht in Heelsum te vinden, met een landgoed aan de Bennekomseweg (later Kalimaro). Het landgoed is dan 44 ha groot en wordt op een veiling in 1886 in 11 percelen te koop aangeboden. Waaronder: Heerenhuis, Bouwterrein, Bouwland, Eiken- Berken- en Dennenbosschen. In de Oosterbeeksche Courant van 06-10-1900 is te lezen dat de Erven Weduwe Conrad de buitenplaats "Bergzicht" aan de Utrechtseweg en Bennekomseweg, dan nog maar groot 7 ha 97 are en 93 centiare verkopen. In 1914 komt de villa Bergzicht opnieuw te koop doch dan is de villa en de woning-gebonden-grond nog maar groot 80 are. Beschreven wordt een "Ruim en geriefelijk Huis met Gas- en Waterleiding en W. C. beneden en boven; groote Veranda, en groote Tuin vůůr en rondom het Huis". Neem aan dat in 1886 op een of meerdere van de toen aangeboden percelen de villa Kalimaro wordt gebouwd. Villa Bergzicht zelf blijft gewoon bestaan. In 1914 staat het leeg en Villa Bergzicht, groot 80 A, 05 ca., a/d tram en straatweg, is te Huur of te Koop. Ruim en geriefelijk Huis met Gas- en Waterleiding en W. C. beneden en boven; groote Veranda, en groote Tuin vůůr en rondom het Huis. Te bevragen ten Kantore van Notaris E.D. de Meester, te Heteren. En bij den Heer J. Rothuizen, Bouwkundige te Heelsum. (Het nieuws van den dag, 24-02-1914). 
In 1942 is er een nieuwe inschrijving in het Handelsregister: Hotel Rest. „Bergzicht", Heelsum, Utrechtsestraatweg 37. Handelsnaam thans: Hotel- Rest. „Bergzicht"
De Villa Bergzicht  is na de oorlog in 1949 weer opgeknapt met gelden voor herstel en wederopbouw. Bergzicht heeft meerdere fucties gehad: woning, pension, rusthuis, hotel. In 1942 wordt het een hotel-restaurant. Een van de directrices was mw. Jantje den Hartog. In 1973 is Bergzicht, destijds nog gelegen aan de Utrechtseweg 37, Heelsum, gesloopt. Samen met het ernaast gelegen Casa Rusticana. Tegenwoordig staan er twee appartementsgebouwen. Als pension en rusthuis heeft dit oorspronkelijk uit 1860 stammende herenhuis nog bestaan tot 1974, toen het werd afgebroken.

Voormalig 'Beau Sťjour', Oosterbeek. Van Eeghen kocht in 1870 'Beau Sťjour', het Joodse pension, dat daarna naar de Utrechtse weg verhuisde, terwijl het oude huis werd afgebroken.

De Bilderberg, Oosterbeek. In de krant komt de naam Bilderberg voor het eerst voor in 1815 als "de Rentmeester der Domeinen, dhr. H. Cremer, 16 Februari1815 ten huize van Kastelein E. van Veelen, in de koude Herberg onder Oosterbeek, ten overstaan van notaris dhr J. Busgers, in opdracht van Domeinen op meerdere percelen aan hout zal verkopen zoals 12 percelen uitgedunde Vennnen aan den Bilderberg, alles onder de Oosterbeeksche bosschen, Boswachter D. van Hees, zal aanwijzingen geven." (Arnhemsche courant, 07-02-1815)
De houtverkopingen van de Domeinen gaan volgens de Arnhemse Courant door tot 1861. De naam landgoed verschijnt voor het eerst in de krant bij een houtverkoping op het Landgoed de Bilderberg in de Arnhemsche courant van 09-12-1861.
Het nabij gelegen landgoed de Bilderberg werd midden achttiende eeuw in cultuur gebracht. Het terrein kwam in bezit van Mr. J.M. de Kempenaer I7 (zie ook Bato's wijk). Mr. Jacob Mattheus de Kempenaer (1793-1870) was behalve jurist (sinds 1816) ook een landelijk politicus. De Kempenaer stamt uit een oud Vlaams geslacht dat zich in de Spaanse tijd om godsdienstige redenen in Amsterdam had gevestigd. Zijn erven hebben nog steeds een advocatuur. Jacob de Kempenaer was een bevlogen mens en mengde zich nadrukkelijk in het sociaal-politieke leven. Zo was hij actief als gemeenteraadslid, lid van Provinciale Staten, secretaris van de Kamer van Koophandel, kerkvoogd van de Nederlands Hervormde kerk, lid van de Tweede Kamer en Rijksadvocaat van Gelderland. In 1844 behoorde hij tot de ‘Negenmannen’ die onder leiding van staatsman Thorbecke het initiatief namen tot Grondwetsherziening. Hij maakte deel uit van de Grondwetscommissie-Thorbecke en speelde als minister van Binnenlandse Zaken een belangrijke rol bij het tot stand komen van de herziening van de Grondwet. En de Kempenaer was voorzitter van Prodesse Conamur, de Arnhemse Heemkundige vereniging. De Kempenaer was sinds 1836 de eigenaar van de Bilderberg, en had in Oosterbeek al andere kavels waaronder de latere Bato's wijk. In 1871, zijn weduwe was toen ook overleden, komen de landgoederen genaamd de Koude Herberg, de Bilderberg en Zonnenbergsche Heg, allemaal naast elkaar gelegen te Oosterbeek, te koop. Alleen op de Koude Herberg is een pand aanwezig. Bij een eerste veiling is het totaal ingezet voor ƒ 18.951,=.
De Bilderberg komt in het bezit van de Amsterdammer J.P.F. Kock. Hij verkoopt het bosbezit in 1878 weer aan het Zieken- en Begrafenisfonds "Let op uw einde" uit Utrecht. In 1893 komen het landgoed „de Bilderberg", en de bekende „Koude Herberg" opnieuw op een veiling: "De Notaris J. Karseboom te Oosterbeek, zal op Woensdag 8 November 1893 bij inzet en op Woensdag den 22 November d. a. v. bij toeslag, telkens des namiddags ten half twee ure, in het Koffijhuis van den Heer A. v. d. Velden, aan den Utrechtschen straatweg te Oosterbeek , publiek verknopen: Het Landgoed „De Bilderberg" met daarbij behoorend Huis, Schuur en Erf, genaamd "den Koude Herberg", waarin Vergunning, benevens Bouwland en uitgestrekte Boschen van Dennen en ander Hout, ter grootte van 83 Hectaren, 83 Aren, 25 Centiaren, bijzonder goed in te richten voor Uitspanning, Hotel of Herstellingsoord. Alles aan elkander gelegen aan den Utrechtschen straatweg te Oosterbeek , langs den Oosterstoomtram tusschen Wolfhezen en Sonnenberg. De verkooping geschiedt in 7 perceelen, combinatiŽn en massa. Aanvaarding bij de betaling der kooppenningen op den 2den Januari 1894. Dagelijks te bezichtigen en aanwijzing te verkrijgen bij den Bosch baas B. De Geest. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij bovengenoemden Notaris, alwaar in tijds de verkoopsvoorwaarden en kaart ter inzage zullen liggen". En in deze advertentie wordt al iemand op het idee gebracht om er horeca of een herstellingsoord te beginnen. Het enige pand dat er dan staat is Koude herberg.
De terreinen van de Bilderberg en de ernaast gelegen buitenplaats Valkenburg, worden in 1894 aangekocht door de familie Wolterbeek uit Amsterdam.
De familie Wolterbeek woonde op de Valkenburg en de omgeving deed voornamelijk dienst als jachtterrein. De aankoop van de buitenplaats Valkenburg door Wolterbeek valt samen met de verplaatsing van de Koude Herberg. Die stond op de hoek van de Utrechtseweg en de Van Borselenweg. En wordt verplaatst naar de overzijde van de Utrechtseweg en de Valkenburglaan. De Koude Herberg was in destijds een bekende halte van de diligence-dienst, tussen Arnhem (hotel De Zon) en Wageningen (hotel De Wereld). Rond 1880 is de diligence-dienst vervangen door de stoomtram, en de stoomtram is later weer vervangen door een elektrische tram die tot aan Zeist ging. In 1913 is de Bilderberg door de familie Wolterbeek verkocht aan de heer Van Tienhoven, directeur van de Rotterdamsche Bank. Mr dr P.E. van Tienhoven, was van 1913 tot 1923 de eigenaar van de Bilderberg. Van Tienhoven was o.a. voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en oprichter van de vereniging De Hollandsche Molen. Van Tienhoven heeft van de Bilderberg een park laten maken, door aanleg van paden enz., terwijl hij rond 1918 een huis liet bouwen op de plaats, waar zich tegenwoordig hotel de Bilderberg bevindt. Ook kocht Van Tienhoven in 1916 een gedeelte van het landgoed Sonnenberg, om het gebied van de Bilderberg te vergroten. Ook de heidegronden achter de Bilderberglaan werden aangekocht. In 1922 is de gemeente Renkum eigenaresse geworden van het uitgestrekte 140 Ha. grondgebied. De verkoper mr. dr. J.P. Tienhoven te 's Gravenhage ontving ƒ 285.000. Begin 1922 was net 30 hectare dennenbos in rook omhoog gegaan.
Uit de Arnhemsche courant 02-06-1922: Daarna is aan de orde het voorstel van B. en W. om over te gaan tot den aankoop van het landgoed „De Bilderberg" te Oosterbeek, groot ongeveer 140 H.A., voor de som van ƒ 285.000 en daartoe aan te gaan een tijdelijke geldleening, te zijner tijd door een definitieve te vervangen. De heer Koers schrikt terug voor de hooge kosten, welke de aankoop van dit land goed zou meebrengen, terwijl toch zeer zeker niet gezegd kan worden, dat er hier behoefte zou zijn aan een nieuw park met mooi natuurschoon. In dezen tijd van malaise bestaat bij spr. bezwaar tegen het voorstel. De heer Beuker heeft eveneens bezwaren tegen den aankoop. Het landgoed is "mooi, maar er moet gewaakt tegen belastingvermeerdering. De vraag moet overwogen, of na den malaisetijd, die wel niet eeuwig zal duren, niet gebleken zal zijn, dat het belastbaar inkomen is achteruitgegaan. Spr. acht den aankoop van den Bilderberg een zeer speculatieven aankoop. Men heeft wel een grondbedrijf, maar dit zaakje loopt nog niet hard. De heer Beelaerts v. Blokland meent ,dat men bij deze gewichtige zaak zich moet afvragen of het thans de tijd is, om tot den aankoop van den Bilderberg over te gaan. Het zou gewenscht zijn, als het een levenskwestie voor de gemeente was. Voor de toekomst zal het dat misschien worden, maar bezien door den bril van 1922 niet. Is het voorts wel billijk een leening te sluiten, welke drukt op het tegenwoordig geslacht en niet op het nageslacht? Kan er niet voor gezorgd worden, dat de aflossing mininaal is. Ondanks zijn bezwaren, zal spr. voor den aankoop stemmen, mits geen belastingverhooging daarvan het gevolg is. De heer Rijks ziet deze zaak niet zoo duister in. Verschillende perceelen van het landgoed zullen worden verkocht. Hij verklaart zich voor het voorstel. De heer Beekhuizen vindt den prijs, waarvoor men den Bilderberg zal koopen, hoog en meent, dat men te spoedig heeft doen blijken, dat de gemeente het landgoed wel zou willen hebben. Z. i. zou, indien de bezitting in openbare veiling kwam, de gemeente voor lager prijs kooper kunnen worden. Spr. verklaart zich tegen liet voorstel. De heer Materman is voor aankoop. Hij meent, dat het indertijd jammer is geweest, dat toen de Sonnenberg te krijgen was, deze bezitting niet werd aangekocht. De wethouder Dr. Haverkorn v. Rijsewijk laat aan den voorzitter de meer uitvoerige verdediging van het voorstel over. Spr. wil alleen zeggen, waarom z. i. de gemeente koopen moet. Het zou zeker meer gewenscht zijn, indien de Bilderberg in Renkum lag, waar geen overdaad is aan parkbezit. Het spijt spr. indertijd gezwicht te zijn voor de argumenten om niet tot de aankoop van den Sonnenberg over te gaan, omdat het toch een goede koop zou zijn geweest. Maar ook de verder verwijderde Bilderberg is voor de toekomst een goede aanwinst. Spr. meent, dat men de zaak rooskleurig kan bekijken, onze financiŽn zijn in uitstekenden staat. Het zou een fout zijn als men den Bilderberg niet kocht. De gemeente moet koopen om een goed wandelpark: voor de gemeente te redden. De voorzitter verklaart, dat het hem liever was geweest, dit voorstel niet te moeten verdedigen; hij zag niet gaarne, dat de raad een beslissing nam onder zijn argumentatie. Indien de raad meent, dat de voorsteilen moeten worden verworpen, dan zal dit niet leiden tot een conflict met B. en W. Hetgeen evenwel niet is te beschouwen als een uitnoodiging tot verwerping. Het bedrag van ƒ285.000 is niet de hoofdzaak. Niettegenstaande de crisisuitgaven meer vorderden, spreekt niemand daar meer over, hoewel de gemeente toch „een Bilderberg" opat in den crisistijd. De gemeente moet er voor zorgen inzake belastingheffing eer naar verlichting dan naar verzwaring van lasten te streven. Verleden jaar kon het belastingpercentage van 4.6 tot 4.2 worden teruggebracht en dit jaar is de opzet er op gericht het terug te brengen tot 4. Als B. en W. maar eenigermate den indruk hadden, dat belastingverhooging een gevolg van den aankoop zou zijn, dan zouden zij er niet aan gedacht hebben den aankoop voor te stellen. Met nadruk verklaren B. en W., dat met het oog op den financieelen toestand de aankoop geen bezwaar heeft en dat het belastingpercentage voor 1922/ 23 iets naar beneden zal kunnen gaan. Een tweede vraag is: wat wil de gemeente met den Bilderberg doen? Wanneer de heer van Tienhoven, de eigenaar er woonde, zou men er niet aan gedacht hebben om een hand naar het landgoed uit te steken, ook al is het dan omheind. Het is evenwel gebleken, dat dergelijke groote complexen gronden als particulier eigendom niet te verkopen zijn. Ze vallen in handen van combinaties en dan is hun lot bekend. Bereikt de gemeente iets met den aankoop? De Bilderberg is 140 H.A. groot, 20—40 H.A. kan als bouwterrein worden uitgegeven. Er wordt nu al om gevochten; er zijn reeds tezamen aanbiedingen voor een bedrag van ƒ130.000 voor bouwgronden. Men wil buiten wonen en zoekt dan niet terrein te Oosterbeek op den Wassenaersberg, maar voorbij den Sonnenberg, dan komt men in de wereld, waar men graag bouwen wil. Van de terreinen van den Hemelschen berg is nog niets verkocht. Die gronden zijn te duur, omdat B. en W. meenen, dat daar een zeer ruime bebouwing moet plaats hebben, zoodat er geen terreinen beneden een oppervlakte van 3000 M-. worden verkocht. Naar terreinen van meer beperkte oppervlakte is als het ware dagelijks nog vraag. B. en W. meenen, dat op het terrein van den Bilderberg alles wat er aan huizen staat zoo gauw mogelijk van de hand moet worden gedaan. De gemeente moet b.v. niet beginnen met het exploiteeren van de Koude Herberg. Er zijn reeds gegadigden voor. Mogelijk is, dat het niet zoo vlot loopt ais men meent te kunnen aannemen. Laat men er voor ƒ250.000 in blijven zitten, dan beteekent dit ƒ 15.000 's jaars. De malaise zal niet eeuwig duren, laat zij vijf jaar duren; als de malaise langer aanhoudt, dan is zij zůů ingrijpend, dat dan deze aankoop daarbij toch niets beteekent. Spr. wijst er nog op, dat men in openbare veiling de bezitting nooit in haar geheel zou kunnen koopen. Werd ons de Bilderberg voor den neus van de gemeente weg gekaapt, spr. zou er geen traan om laten, als zij maar niet viel in de handen, van speculanten. Spr. durft te adviseeren tot den aankoop over te gaan. Er moet bij de exploitatie voor gezorgd worden, dat men uit den Bilderberg onmiddellijk een paar ton krijgt, zoodat de gemeente het boschcomplex niet duurder krijgt dan ongeveer ƒ 80.000. Spr. doet nog mededeeling van een schrijven van den heer V. d. Berg, die niet aanwezig kon zijn, maar van zijn sympathie voor het voorstel getuigt. De heer Langelaar motiveert nog zijn stem voor het voorstel. Tenslotte wordt het voorstel aangenomen met 7 tegen 5 stemmen (tegen de heeren Beekhuizen, Kop Jansen, Beuker, Koers en Koenders).
Al spoedig echter werd weer een gedeelte, met het huis, verkocht aan de hotelmaatschappij „De Tafelberg", die het huis in 1926 verbouwde tot een hotel door er een vleugel aan te bouwen. De opening van hotel De Bilderberg is op zaterdag 20 mei 1926. De heer Ogterop was de eerste directeur. In 1931 gaat De Tafelberg met de Bilderberg over naar een hotelhouder uit Den Haag, die het zal verbouwen en verder als hotel zal exploiteren. De maatschappij „De Tafelberg" zal voortaan de naam hotel-maatschappij „De Bilderberg" dragen en het hotel „Bilderberg" wordt aanmerkelijk uitgebreid. Eind 1931 gaat hotel De Tafelberg met als nieuwe eigenaar de heer F. A. Mallťe, zelfstandig verder.
Hotel de Bilderberg ansichtkaart 1945
In 1933 wordt het hotel weer uitgebreid en komt er een groter terras. In mei 1940 volgt een derde uitbreiding, en als die net klaar is worden alle gasten niet uitgenodigde Duitsers. Rond 1944-45 raakte het hotel zwaar beschadigd. Burgemeester ter Horst betrok het hotel in 1945 om de opbouw van Oosterbeek organiseren. In 1946 werd het weer een gewoon hotel. In 1954 begon Prins Bernhard hier de “Bilderberg conferentie”. In 1978 verdwijnt de familie Ogterop als eigenaar en wordt de nieuwe eigenaar de heer C. Knijnenburg, ook al eigenaar van Klein Zwitserland in Heelsum en restaurant Kasteel Doorwerth. Met de aankoop van De Bilderberg, wordt de nieuwe naam Bilderberg Hotelgroep. Verbouwd en uitgebreid in 1978.
Bilderberg groep 1983
In 1983 zoekt Knijnenburg zelf de krant de Telegraaf en zij maken er van: "Kapitalist doet hotelketen aan zijn personeel cadeau". Want: „Ik vind dat uitsluitend en alleen mensen die een bedrijf groot gemaakt hebben, ook recht hebben het te besturen." Een nobele gedachte als je op je 55ste wilt terugtrekken uit het hotelwezen. De Bilderberggroep heeft vele schulden en die wil Knijnenburg wel cadeau geven aan zijn personeel. Deze actie vertraagd de voorgenomen verkoop die eerst in 1986 plaats vindt.
De laatste verbouwing was in 2014. Rond het hotel is het landgoed de Bilderberg waar je kunt wandelen.

De Pension Blauwe Palen, of Pension Bergereng. Tegenwoordig staat er een bankje op de hoek van de Schaapsdrift en de Nieuwe Keijenbergseweg in Renkum. Tot 1973 stond hier een pension, laatstelijk bestierd door de familie A. Kerseboom en W. Kerseboom-van Os. Afgebroken in 1973. In 1920 was dit pension verkocht door Woningbureau 'Gelria'. Daarvoor ook bekend als het Bierhuis van Van Os.
Pension Bergereng Blauwe Palen Renkum
In de buurt zijn eind 2004 de toegangs palen zoals op deze foto weer geplaatst op de Nieuwe Keyenbergseweg.

Verdwenen papiermolen De Bock, Kloosterweide te Renkum. Al in 1598 is er in Renkum een papiermolen “De Bock” op de Kloosterweide. Aangedreven door een beek uit het beekdal. Papier + Renkum c.q. Heelsum zijn vanaf die tijd sterk verbonden. Namen zoals Parenco, Norske Skog en Schut  zijn landelijk begrippen geworden. Veel geschiedenis wordt bewaard en verzameld door de Stichting Papiergeschiedenis Renkum en Heelsum. Meer informatie is te vinden hun website: www.papiergeschiedenis.nl .

Boerderij de Boersberg, Boersberg 1, Doorwerth.
Een gemeentelijk monument.

Uitkijktoren Boersberg, Doorwerth, sinds 2008 een hommage aan meerdere uitkijktorens met name op of bij de Duno. De bouw in 2008 was een initiatief van de Lionsclub Renkum en Staatsbosbeheer. De toren is gemaakt van gietijzer en is 8 m hoog. Bovenop heb je een fantastisch uitzicht over de Nederrijn, de Betuwe en Nijmegen. Bij helder weer kun je zelfs op 30 km afstand het Reichswald zien liggen. Omdat enkele wegwijzers door vandalen zijn gemolesteerd is de toren moeilijk te vinden. Als je er naar toe loopt, zie je de toren eerst als je er vijf meter voor staat. Het bladerdak onttrekt de toren aan het zicht. Met de auto, parkeer op de Spechtlaan bij de Kapelleboom en ga de Holleweg af. Na 150 meter, vlak voor het punt waar de Holleweg echt steil naar beneden gaat, naar rechts. Pad tussen de twee weiden links in. Op dit pad bij de kruising weer naar rechts, en dan de bocht naar links
uitkijktoren Boersberg Doorwerth, opname oktober 2014
 volgen. Rechtdoor. Dit pad is slecht met vele watergaten, maar kent vrijwel geen stijging of daling. Vanaf Kasteel Doorwerth, loop je terug naar de Fonteinallee. Bij de splitsing ga je naar links en binnen 10 meter zie je een bordje naar rechts, de Boersberg op. Dit pad is geschikt voor gevorderden.

Het Renkumse Bommengat. Het bommengat is ontstaan doordat een Engels vliegtuig in de WWII twee bommen "verloor". De Engelse jager werd achtervolgd door een Duitse jager en om sneller te ontkomen heeft de Engelse vlieger z'n vrachtje los moeten laten. Een ooggetuige beschrijft dat de bommen recht tegenover Schaapsdrift nummer 16 in de Molenbeek vielen. Nou ja, ťťn viel er in de beek en de andere viel zo'n 100 meter zuidelijker. Beide bommengaten zijn vrijwel direct dichtgemaakt. Een bom die in de beek valt, vernielt de lemen bodem van de beek, en de beek verliest veel water. De papierfabriek van van Gelder, die afhankelijk was van dit beekwater, zal herstel vrijwel direct hebben uitgevoerd. En in een bommengat kun je niet zwemmen. Het zit er vol met bomscherven die lelijke wonden zullen veroorzaken aan voeten, benen, enzovoort. Een bommengat heeft echter wel wat romantisch: "In het zogenaamde ‘bommengat’ van de Keijenbergse beek kon er naar hartenlust worden gesprongen". De Molenbeek was op deze locatie vroeger (tot 2014) veel breder, er werd, met name in de na-oorlogse jaren naar hartelust gezwommen, verfrissing gezocht. Ook in de Molenbeek zijn meerdere plassen, die door Renkummers bommengat worden genoemd. Zo is er een ten zuiden van de ijsbaan waar een vliegtuig is neergestort. Het (verdwenen) strandje aan de Renkumse Riviera, aan de voormalige Bennekomseweg, wordt ook wel eens bommengat genoemd.

Landhuis Den Bongerd, Lindelaan 12, Renkum. Volgens de BAG betrokken in 1925.
Renkum Bongerd
uit het boek: Het moderne landhuis in Nederland; Leliman, J.H.W + Sluyterman, Karel; 1917.
Oosterbeekse Courant; 24-04-1947; Verkoop Engels landhuis De Bongerd met garage, schuur en tuin Lindelaan kadadastrale sectie C no. 3202 groot 40 are 30 ca. (Arch. Ir. P.J. v.d. Burgh). Eigenaar J.W. Groot.
Renkum Bongerd

Villa Bosch en Heide, Nieuweweg 5 te Renkum

De Villa Bosch en Heide (rond 1930) was voorheen de r.k.-Meisjesschool van de Wijck Conijn Stichting. Anno 1999 is het een studentenhuis.
De nieuwe eigenaar van het gebouw in een woonbuurt aan de westelijke rand van het centrum biedt sinds eind januari kamers te huur aan. Dit tot ongenoegen van de buurtbewoners. Volgens hen staat het bestemmingsplan niet toe dat er meer dan een gezin in het gebouw woont. In de villa zijn in totaal zestien kamers. Het Renkumse college van burgemeester en wethouders onderzoekt de zaak. B en W zeggen 'over enkele weken' een besluit te zullen nemen. Renkum wees vorig jaar een aanvraag van het bedrijf Van Rooij uit Hedel voor een Polenpension in de villa resoluut van de hand. Volgens een woordvoerder ligt deze zaak echter ingewikkelder.
Uit: https://www.gelderlander.nl/arnhem/opnieuw-ophef-villa-nieuweweg~accc5da7/

Landgoed de Boschhoeve te Wolfheze, naast voormalige landgoed de Buunderkamp (ten noordoosten) 12 H.A. Niet te verwarren met kwekerij de Boschhoeve, ook in Wolfheze. Uitgebrand 18-19 september 1944. Fundamenten, bordes, kelder, rododendrons, tennisveld, rozenhagen, ijskelder, veel is er nog aanwezig. Het huis werd nooit herbouwd. In 1941 eigendom van F. W. Braat. Destijds alleen toegang middels gratis kaarten, waarop de voorwaarden van het bezoek vermeld zijn, verkrijgbaar bij de tuinbaas R. Lamers. De Buunderkamp is nu een gehucht / buurtschap met een aantal villa's in het bos en er is het Bilderberg hotel de Buunderkamp. Voordat dit hotel vanaf 1972 gebouwd werd stond er kort een Pannenkoekenhuis. Daarvoor had het Ziekenhuis Wolfheze dit gebouw gebruikt voor opleidingen.

Kwekerij de Boschhoeve, Boschoeve 3 te Wolfheze. Gebouwd in 1940. Of de oude noodwoning, die in 1981 in gebruik was, er nog is? Zie link.

Voormalig Huize Boschrust, aan de Hartenseweg. Tegenwoordig staat er restaurant Campman III. Gebouwd door de huisarts dr. Willem Kersten als een herstellingsoord voor beginnende tbc- longlijders, advertenties verschijnen reeds in 1904. Volgens Demoed (De Westelijke Veluwezoom in oude ansichten) in 1909 gebouwd als herstellingsoord voor longlijders, en genaamd "Boschrust". In 1926 wordt Boschrust verkocht aan de afdeling van den Bond van Nederlandsche Onderwijzers te Amsterdam. Zij maken er een vakantiekoloniehuis voor kinderen van en het pand wordt verbouwd.
Huize Boschrust Renkum in 1904
advertentie uit Het nieuws van den dag: kleine courant, 22-04-1904
Vacantie-Kinderfeest Renkum, Later bekend als het Anna Maria Lentinckhuis. Tegenwoordig Campman aan de Hartenseweg, ouder adres: Harten A 244, Renkum
De Amsterdamse Vereniging Vacantie Kinderfeest (VKF) opent op 21-4-1927 haar tweede kindertehuis. De Vereniging zelf begon in 1905. Een groep Amsterdamse onderwijzers neemt dan het initiatief om Amsterdamse bleekneusjes eerst ťťn dag, later drie dagen op vakantie te sturen. In 1939 ontvangt de afdeeling Amsterdam van den Bond van Ned. Onderwijzers een erfenis van de heer Lentick, met de bepaling dat het huis naar zijn in 1936 overleden echtgenote het „Anna Maria Lentinkhuis" moet worden genoemd. De Stichting Heemkunde Renkum heeft een uitgebreid verhaal over het Lentinckhuis op haar website staan. En hier hun verhaal over Boschrust.

Landgoed Boschveld, Oosterbeek. Op de grens van Arnhem en Oosterbeek ligt, naast het landgoed MariŽndaal, het landgoed Boschveld. Het zomerhuis en de theekoepel van het landgoed liggen ten westen van de Schelmseweg. In de periode 1870-1936 vormden MariŽndaal en Boschveld ťťn bezit.  Vroeger was het gebruikelijk op verschillende plekken extra (thee)huizen en koepels te bouwen.

Voormalig Natuurbad de Branding, Doorwerth. In september 1933 maakt de gemeente Renkum de weg vrij voor de aanleg van een natuurbad op een terrein van ongeveer 8 Ha.  Naar voorbeeld van een dergelijk bad in Bilthoven. Initiatiefnemers: F. H. Perk uit Oosterbeek en J. Wilke uit Bilthoven. Dhr Perk kennen we dan ook als als directeur van de de NV Bouwmaatschappij Oosterbeek, die met name in Doorwerth veel laat bouwen.
 "Op de terreinen achter de Kievitsdel, tegenover de tennisbanen Doorwerth wordt door honderd werklieden, voor het grootste gedeelte werkloozen uit de gemeente Renkum gewerkt aan den bouw van het natuurbad-Doorwerth. Men is reeds begonnen met het leggen van den vloer van gewapend beton. Meer naar het oosten waar akkermaalshout en dennenboomen worden gekapt, is men druk bezig met het afgraven van zand. Bassin en kano-vijvers worden uitgediept en men is druk bezig met het aanleggen van een strand. Het geheele terrein wordt omgeven door aarden wallen, deze wallen worden beplant, terwijl een afrastering aan den voet ongenoode gasten zal belemmeren de wallen te beklimmen. Aan de Oostzijde komt een parkeerterrein en in de nabijheid de kleedkamers, waarvan de betonnen fundamenten reeds gereed zijn. In den Noord-Oost-hoek achter den ingang is het restaurant in aanbouw. Aan de zijde van het bad bevinden zich ruime terrassen voor een groot deel overdekt, en daarvoor waterpartijen en een vijver met fontein. Ook voor deze waterpartijen komt nog een terras. 's Avonds zijn beide terrassen verlicht, a giorno, het golfslagbad zal onder water worden verlicht. In het restaurant-gebouw komen nog een kapperssalon en ťnkele showrooms. Met een en ander blijkt wel, dat dit bad in den zomer een ideaal oord zal worden ln een stuk nog ongerepte natuur".
Uit: Soerabaijasch handelsblad, 17-04-1934
"Vanaf de Kabeljauw-allee komt men allereerst aan bij het restaurant, met aan beide zijden brede overdekte terassen. In het restaurant is de mogelijkheid voor een daktuin open gelaten. Achter de terassen is een ruime zaal waar honderden bezoekers een plaatsje kunnen vinden. Vanaf de terassen heeft men uitzicht op het brede strand, dat langzaam naar het meer afhelt. Het strand bestaat uit zand dat uit het midden van het meer is aangevoerd. Het meer krijgt in het midden een diepte van 4 meter. Er komen ook gedeelten met een diepte van 2 meter. De grootste sensatie wordt echter de golfslag installatie. Op het diepste gedeelte van het meer, juist onder de duiktoren komt de machinerie die de hoge golven zal opwekken. Deze installatie is iets nieuws voor Nederland. Met de paasdagen 1934 hebben velen de gelegenheid aangegrepen om er eens rond te kijken. En het NAtuurbad hoopt met Hemelvaart open te gaan".
Naar een artikel in de Wageningse Courant van 7-4-1934.
. Het Natuurbad werd op 10 mei 1934 geopend door de burgemeester van de gemeente Renkum: J. van der Molen. De architect van het geheel was  de heer Wilke uit Bilthoven. Het geheel kwam in handen van de N.V. Natuurbad Park Doorwerth. Men mikte op 65.000 bezoekers per jaar. In 1944 nam W.F. Saur het hef over. De naam werd: Cafť restaurant de Branding natuurbad park Doorwerth. Sauer stopte in 1961.
  Er kwam rond 1950 een groot hotel-restaurant met een terras voor 1.500 bezoekers.
In januari 1958 worden enkele Indische repatriantengezinnen tijdelijk onderdak in een aantal zomerhuisjes op het terrein van golfslagbad “De Branding”. Al vlot worden de gezinnen doorverhuisd naar andere opvanglocaties of naar een woning in Hengelo (O). Op 7 mei 1959 ziet dhr. Saur de laatsten weer vertekken.
Medio 1982 moet het bad de deuren sluiten waarna het jaren later onder de vlag van Golden Tulip een doorstart kreeg.

Landgoed, Huize De Brink, tegenover „Hoogstede", (tussen Oosterbeek en Arnhem, nu bedrijventerrein Arnhems Buiten). Het landgoed behoorde eens bij het klooster MariŽndaal. In het begin van de 19de eeuw was het eigendom van den Staatsraad vice-admiraal graaf van Bijland Holt. Daarna woonde er de familie Mr. J.P. du Quesne van Bruchem - Haack. (en Cillaarshoek). Johannes Theodorus Vogel (1813-1881) kocht in 1861 het landgoed. Hij woonde er tot zijn dood in 1881. In en openbare veiling in 1902 werd het landgoed verkocht voor Hfl.90.730 en de bomen zijn genaast voor Hfl.18.182. Het is gekocht voor mevrouw Baronesse Van Pallandt van Walfort, geb. Baronesse Van Tuyll van Serooskerken.

Villa Bouvardia, Dorpstraat 131 Renkum. Bekend van de bewoning door van de heer Mijnlieff, steenfabrikant.
Achtereenvolgende eigenaren: Wilhelmus Hubert Hoedt, particulier uit Rotterdam (1882); Johanna Petronella Adams uit Renkum; Wilhelmus Hubert Hoedt, agent van buitenlandse huizen uit Rotterdam; Matthijs Sanders, fabrikant uit Renkum; Combertus Pieter Burger, hoogleraar uit Delft; Carolina Henriette Geertruida Haasloop Werner, zonder beroep uit Renkum; Jeanette Henriette Haasloop Werner uit Renkum; Bernardus Wilhelmus Kemper, horlogemaker uit Wageningen; Johanna Everdina Kemper; Hendrik Burger, arts uit Amsterdam; Gerardus Johannes Mijnlieff, steenfabrikant uit Renkum; Ned. Buurtspoormij. uit Zeist; Willem Folkert Frijlinck, notaris uit Renkum; Everhard Dirk de Meester, notaris uit Renkum; Johan Willem Berends, automobielhandelaar uit Oosterbeek; Jan van Scherrenburg, aannemer uit Renkum; Gerrit Peter Jacob van Maanen, notarisklerk uit Heelsum; Johannes Andries van Brakel, aannemer uit Renkum en Piet Nolen, agent in ijzerwaren uit Renkum.

Het goed ten Broeck, onder Renkum

Het herenhuis Buitenrust Benedendorpsweg 171-171a Oosterbeek uit 1829, 1850 (volgens de Rijksmonumentenlijst op Wiki) of 1873 (volgens Heemkunde, Nieuwsbrief maart 1999) is uitgevoerd in neoclassicistische vormen. Het pand was aanvankelijk een particuliere woning. In 1852 woont de kastelein Jan van Beek er. Het huis heet dan ook wel logement. De schrijfster Augusta de Wit heeft er gewoond van 1882 tot 1884 bij haar ouders. (Zij is begraven op het oude kerkhof aan de Fangmanweg.) Buitenrust Oosterbeek
De ondergeteekende betuigd hiermede zijnen hartekelijken dank, voor de veelvuldige bewijzen van achting en genegenheid, dien hem bij het voltrekken van zijn huwelijk, vooral te Renkum, de plaats zijner geboorte en opvoeding, zoo rijk mogt te beurt vallen. Terwijl hij de vrijheid neemt, van zich minzaam met in thans aanvaard hebbend Logement en Stalling, genaamd BUITENRUST, te Oosterbeek, bij zijne geachte begunstigers aan te bevelen, belovende een prompte en nette bediening. P. van INGEN. Oosterbeek, 14 April 1862. Uit: Opregte Haarlemsche Courant van 17-04-1862.
Enkele jaren later in 1877 is per 1 mei de huur het Buitenverblijf BUITENRUST, onmiddellijk grenzende aan de Wandelingen over den Hemelschen Berg, met elf Kamers, en alles geheel nieuw. Te bevragen bij den Timmerman J. Hilhorst. Ook in november 1877 is het pand nog te huur. In 1879 is het monumentale pand, met toen als eigenaar mr. Jan Kneppelhout (of erfgenamen)  verhuurd aan de familie Prager. In 1894 komt Buitenrust te koop, of te huur voor een bedrag van f1000,=. per jaar. In mei 1895 staat het nog steeds te koop. In 1904 woont er nog steeds ene P.M. Prager. In 1906 wordt Buitenrust aangekocht door het al bestaande Herstellingsoord voor pleegzusters. het pand wordt ingericht tot een rust- en herstellingsoord voor pleegzusters. Voordien verbleven deze zusters in de villa Bella Vista te Oosterbeek. Op dinsdag 18 September, des middags om 12 uur, wordt Buitenrust heropend. Het „Ondersteuningsfonds" van den "Ned. Bond voor Ziekenverpleging" heeft het rusthuis ingericht.
"Te Oosterbeek is den afgeloopen nacht ingebroken in de villa ,,Buitenrust", bewoond door mevrouw Rueck. De dief of dieven braken eenige schrijfbureaus open doch vonden geen geld. Zij namen 2 certificaten Arnhemsche Hypotheekbank mede, benevens een aantal zilveren vorken en lepels". Uit  Algemeen Handelsblad 31-10-1906.
"Gods beste zegen wordt aan alle Vrienden en Bekenden toegewenscht bij de intrede van dit Nieuwejaar door J. LOHMAN en Echtgenoote, Oosterbeek, Villa Buitenrust". Het nieuws van den dag : kleine courant 01-01-1907.
Onduideloijk is dan wie er nu precies woont in 1908 gebruikt zuster  T. Dona, Buitenrust als adres voor te werven personeel voor het Burgerweeshuis te Amsterdam (St.-LuciŽnsteeg).
In 1911 zoekt mevrouw Rueck een keukenmeid voor Buitenrust.
In 1936 gaat een zuster zich kennelijk omscholen. Ze biedt zich aan als  VERPLEEGSTER - HUISHOUDSTER, met alle voork. werkz. op de hoogte, liefst in inrichting of rusth., v. g. g. v. Br. A. Paternotte, Rusthuis Buitenrust, Oosterbeek. In 1960 zoekt Rusthuis Buitenrust v. d. Nederlandse Bond v. Ziekenverpleging, Benedendorpsweg 171, Oosterbeek, een hulp in de huishouding zo spoedig mogelijk. Sollicitaties a.d. directrice.
Buitenrust is een Rijksmonument.

Villa Buitenrust te Heelsum in 1915 bewoont door Mej. M.H. Mees.

Landgoed de Buunderkamp bij Wolfheze. In 1903 is er een Rust- en Herstellingsoord. In 1904 wordt de Buunderkamp verhuurd aan Mej. Geertruida Carelsen die er een opleidingsschool voor tuinbouw voor dames en meisjes begint. In 1908 wordt het Landgoed de Buunderkamp aangekocht door F.M. baron van Lijnden uit Den Haag. Het wachtershuisje aan de spoorweg bij de Buunderkamp deed in het verleden dienst als stopplaats aan de Rhijnspoorweg. En de treinhalte was eigenlijk alleen op verzoek van bezoekers aan het Oranje Nassau Oord te Renkum.

Buurtschap de Zalmen en alle bebouwing (woonhuizen, boerderijen, hotel) op de Fonteinallee. Ook wel Doorwerth-Laag genoemd. Tot 1944 was dit eigenlijk gewoon Doorwerth en bestond er een Doorwerth-Hoog waar alleen enkele villa's stonden. In Doorwerth woonden de neringdoenden van het kasteel. met cafť en bakker, geen kerk, de kerk stond in Heelsum. De Fonteinallee gaat van de Noordberg in het Westen tot het Tolhuis, Fonteinallee 1 te Heveadorp. Vrijwel geheel verwoest in 1944-45, vrijwel niets is herbouwd. Van het Jagershuis zijn nu nog enkele resten terug te vinden.

 Huize Campina, Utrechtseweg 102 Renkum. Huize Campina is tussen 1920 en 1930 gebouwd in Gooise landhuisstijl. Volgens de bewoner ten tijde van de inventarisatie is het pand omstreeks 1920 gebouwd naar ontwerp van de Oosterbeekse architect A. Kraaijenvanger. Het gemeentelijk register van bouwvergunningen geeft A. Visser aan als opdrachtgever, 1928-1929 als bouwjaar en De Groot als bouwmeester. Huize Campina is een rijksmonument.

Verdwenen Hotel Campman (I), Dorpstraat, Oorspronkelijk bekend als de herberg van Van Veelen, die in 1854 door dhr. Campman als herberg met stalling en vergunning werd overgenomen.
Campman I, Dorpsstraat Renkum

Verdwenen Hotel Campman (II), Renkum. Dorpsstraat A5 en Rijksweg 188 in 1984. Achtereenvolgende eigenaren tot de sloop in xx: Rooms Katholieke Kerk te Renkum; Jan Marie Bernard Beuker, fabrikant uit Renkum; Jan Hissink, gepensioneerd majoor infanterie uit Den Haag; Johannes Hendrikus Hissink, O.I. ambtenaar uit Renkum, Jacominus Johannes Bolkestein, leraar HBS uit Soerabaija; Jacomina Maria van Leer, wed. Jan Hissink uit Renkum; Arie van der Kolff, gepensioneerd O.I. ambtenaar uit Renkum; Andries Herkemans, direkteur Nat. Grondbezit uit Den Haag; Carolus Franciscus Jacobus Overmaat uit Renkum; Gerrit Jan Glade, tuinman uit Renkum; Verkeer en Waterstaat, Franciscus Campman, zonder beroep uit Renkum, Franciscus Campman de hotelhouder uit Renkum en tenslotte Hotel, cafť en restaurant Campman BV uit Renkum.
Zie ook Tondano.

Cardanusbossen, Doorwerth. Genoemd naar de N.V. Exploitatie Maatschappij Cardanus  die vanaf 1925 met de ontwikkeling van het huidige Doorwerth is begonnen. Cardanus heeft de landschapsarchitect Tersteeg, gevraagd het Doorwerth-complex en een golfterrein te ontwerpen. De Cardanusbossen worden aan de noordzijde door de provinciale weg 225 gescheiden van de Wolfhezerheide. Aan de westzijde ligt het gehucht Kievitsdel. In het bos aan de van der Molenallee, staat een transformatorhuisje dat een rijksmonument is.

Pension Casa Cara, aan de Utrechtseweg te Renkum. Eigenaar volgens een pensiongids mevr. L. van Beneden-Uitterdijk, op de hoek van het pad (Fonteinallee) naar de Noordberg.
Casa Cara Renkum
In 1910 komt er een oefenterrein van de voetbalverening  R.V.C. aan Utrechtseweg naast villa Casa Cara. In een advertentie uit 1924 werd ook "Postkantoor Renkum" vermeld.

Voormalig Pension Casa Rusticana, Heelsum. Afgebroken in 1973.

De voormalige Renkumse Caecilialaan, niet ťťn leuk huis, maar een straat vol leuke huizen. Daarna veranderd in de Fabrieksweg, en tegenwoordig een dood stukje niet te bezoeken fabrieksterrein. Er staan nu nog twee van deze schitterende arbeiderswoningen.
Renkum Caecilialaan
Waar? In de Dorpstraat, tussen Delsink en de parkeerplaats ligt de fabrieksweg. Een straat zonder naambordje. 2 van de woningen zijn nog te zien vanaf de N225 (fietspad).
Fabrieksstraat Renkum in 2017
De twee nog aanwezig huizen van de voormalige Ceacilialaan zijn nog goed te herkennen in 2017.


Het verdwenen verenigingsgebouw Concordia. Was gelegen aan de Utrechtse Straatweg in Heelsum, iets ten oosten van de Kastanjelaan, te noorden van het Koloniehuis. Tegenwoordig is hier een oprit naar De Koningshof. Concordia werd het door de kerkelijke gemeente gebruikt als parochie-gemeente-huis, voor samenkomsten.
Op 7 januari 1898 werd  de Doorwerthse burgemeester Ph. F. A. J. Baron van Brakell van Wadenoyen van Doorwerth, gehuldigd bij zijn zevende herbenoemingals burgemeester van de gemeente Doorwerth. De burgemeester bood als tegenprestatie een praktisch geschenk aan: een gebouw waar de verschillende verenigingen gratis terecht zouden kunnen: Concordia. In juni 1898 Concordia geopend, waarbij het “Doorwerthse Mannenkoor” enkele liederen liet horen.
Het Kerkje op de Heuvel was van de Baron van Brakell, en Concordia dus ook. Ten gerieve van de zangvereniging "Doorwerths Mannenkoor" liet  de baron het verenigingsgebouw “Concordia” plaatsen. Onder het dirigentschap van de heer Mantel vonden daar de repetities en de uitvoeringen plaats. Eerst werden een tiental nummers gezongen en na de pauze werden toneelstukjes opgevoerd. Ze zongen op concoursen en dat was voor het kleine koortje, dat uit eenvoudige mensen bestond, al een hele prestatie. Meestal wonnen ze wel een prijs, als stond soms in het rapport van de jury: “Een klein koortje dat zich groot wil voordoen” of “Hang de lier maar aan de wilgen en ga naar huis, mijne heren”. .... De baron was beschermheer van de zangvereniging; hij vulde eventuele tekorten aan.
Uit: De eenvoud van het geluk, zie literatuur.
Gedurende dezen winter zal door de afdeeling (Renkum-Doorwerth der Geld. Overijselsche Maatschappij van Landbouw, J. W. F. Scheffer) een cursus in paardenkennis worden gegeven door den heer ten Sande, rijks-veearts te Oosterbeek, waarvoor zich 18 deelnemers hebben aangemeld. Door den Burgemeester dezer gemeente, den heer Ph. F. A. J. baron van Brakell Doorwerth, is het lokaal ęConcordiaĽ geheel kosteloos, verwarmd en verlicht, voor dit doel ter beschikking gesteld.
Uit de Arnhemse courant van 13-10-1900
Gisterenmorgen (27-07-1905) ging de Zangvereeniging „Concordia", een gezelschap van 28 personen, directeur de heer Mantels, uit Heelsum, haar jaarlijksch uitstapje houden. Men ging naar den Haag en Scheveningen, dank zij de groote gulheid van den eigenaar van de „Duno", die f 300 heeft gegeven om deze Vereeniging een aangenamen dag te bezorgen. Gisterenavond kwamen de leden met den laatsten trein te Arnhem binnen, om vervolgens de reis naar huis te aanvaarden.
Uit de Arnhemse courant van 28-7-1905
Plattegrond Heelsum circa 1930 bron Gelders Archief
Op deze plattegrond van Heelsum uit 1930 staat het Verenigingsgebouw aan de Utrechtse Straatweg. Open de plattegrond in een eigen venster voor een grotere weergave, of bezoek de bron van het Gelders Archief.

Dalzicht, aan de Utrechtsestraatweg 112 op de hoek met de Weverstraat te Oosterbeek. Gebouwd in 1855 door Jan van Embden, Renkums burgemeester van 1866 tot 1892. Na zijn overlijden, bericht in 1897 notaris A. Moll dat het buiten „Dalzicht", met Koetshuis, Tuin en verdere Bijgebouwen, op een veiling is ingezet voor hfl 25,499. Een jaar later, in 1898 begint cuisinier F.N. Heinsius er een pension, dat echter in de winter gesloten is. Hij stopt met het pension in januari 1939. Er komen plannen voor de bouw van zes winkels aan de Utrechtseweg en aansluitend 11 winkels op de Weverstraat. G. Robers uit Arnhem mag van B+W voor hfl 2.300,= een weg aanleggen op het terrein van voormalig Dalzicht. De oorlog gooit roet in het water en daarna wordt veel anders. De huidige winkels zijn er in de jaren 50 gebouwd.
Pension Dalzicht Oosterbeek
Ansichtkaart van Dalzicht, rond 1920

. In 1866 opent er een Dames-Kostschool (Inrigting voor opvoeding en onderwijs) in Renkum aan de Dorpsstraat. Bij Manasse kun je er een ansichtkaart van kopen. De plaatselijke Schoolcommissie van Renkum en Oosterbeek wil graag verklaren dat het Instituut van mejuffrouw A. M. M. Brouwer alle aanbeveling verdient. In 1864 opende zij al een "une maison dťducation a Baarn". In 1875 vertrekt mw. Brouwer met de gehele kostschool naar 't Buiten, voorheen het oude Kromhout te Brummen.
 
Landgoed Dennenkamp, de villa werd gebouwd in 1859 door advocaat J.H. Loopuyt. In 1880 wordt het landgoed verkocht aan Jacobus Lebret. Tegenwoordig staat er het Renkums Gemeentehuis te Oosterbeek.

Voormalig Huize Dennekamp, Oosterbeek.
De Lebrets bewoonden jarenlang huize Dennekamp. Prof. Jacobus Lebret (1819-1906) en zijn echtgenote Amelia Lebret-Caland (1830-1899) voelden zich nauw betrokken bij de Remonstrantse kerk. Zij beijverden zich de Oosterbeekse Remonstrantse gemeente onafhankelijk te maken van de Arnhemse en financierden de bouw van een eigen kerkgebouw aan de Wilhelminastraat. Nicolaas M. Lebret, een neef, heeft fortuin gemaakt in Nederlands-IndiŽ, had daar bezittingen, maar ook elders in Nederland (Deelerwoud e.a.). Mej. A.W. Lebret was bij de Oosterbekers als "tante Mies" bekend. Zij stond grond af voor de bouw van een wijkgebouw aan de Joubertweg. Een herinneringstegel aan het wijkgebouw verwijst naar deze menslievende daad. De laatste bewoner was de familie N.M. Lebret. Dit landgoed besloeg een gedeelte van de grond welke in 1836 door de St. Nicolaasbroederschap uit Arnhem werd verkaveld. De in 1862 gebouwde villa heeft van 1946 tot 1966 als Gemeentehuis dienst gedaan, om het verwoeste gemeentehuis op Bato's wijk tijdelijk te vervangen. Toen op het naastgelegen deel van de Dennenkamp de bouw van een nieuw gemeentehuis was voltooid (1966) werd de oude Dennenkamp gesloopt.

Dennenoord, Oosterbeek. In 1927 bewoont door dhr. G.F. Lucardie. Dde familie Lucardie, die de villa welke zij in 1922 kocht, omdoopte in Dennenoord. Het huis werd als villa Casanova in 1863 gebouwd door J.Fock, direkteur van de Nederlandse Bank. Op het terrein stond voor die tijd een Korenmolen die door de waterkracht van de beek van de Hemelse Berg werd aangedreven.

Sanatorium Dennenrust, Hartenseweg 50 te Wageningen (post via Renkum).
Het sanatorium Renkum, later Dennenrust is gebouwd in opdracht van dr. W. Kersten uit Heelsum door de architect M.A. van Nieukerken in 1907. Dit jaartal komt uit een boek over deze architect. En uit het telefoonboek van 1905 haal ik:
Telefoonboek 1905
Dan zal het verhaal van de architect net niet geheel kloppen. Al in 1904 begint dr. Haverkorn van Rijsewijk met de bouw van zijn sanatorium. Iin de Oosterbeekse Courant van 25-06-1904 staat: "Bij uitspanning 'Nol in 't Bosch' wordt door Dr. Haverkorn van Rijsewijk
(geneesheer-direkteur) een herstellingsoord voor longlijders opgericht."
Het herstellingsoord wordt in 1905 in gebruik genomen.
"Het "Herstellingsoord Renkum voor beginnend longlijderessen" van dokter Haverkorn van Rijsewijk lag aan de Zandweg naar Bennekom even voorbij Nol in 't Bosch. Het werd gebouwd door de Renkumse aannemer Van Scherrenburg. Dokter Haverkorn van Rijsewijk kon er als eigenaar en geneesheerdirecteur volgens zijn eigen inzichten behandelen. Om zich te profileren onderscheidde hij zich met zijn kleine sanatorium en zijn behandeling nadrukkelijk van het grote ONO. Bij de kleinschaligheid behoorde dagelijks bezoek en aandacht van de arts aan ieder van zijn patienten. Oranje Nassau's Oord was een tot het verplegen van tbc-lijders omgebouwd paleis. Ook de locatie werd er voor aangepast; in 1901 werd er een hele wal opgericht om de patiŽnten - die veel in de buitenlucht moesten kuren - tegen de oostenwind te beschermen. Het herstellingsoord van dokter Haverkom van Rijsewijk werd naar eigen ontwerp als sanatorium gebouwd en de lokatie was goed voor het doel uitgezocht, het lag meer beschut dan ONO. Er was plaats voor tien patiŽnten, er waren drie tweepersoonskamers en vier eenpersoonskamers en een badkamer. Er was een keuken en een kamer voor een inwonende verpleegster, een wacht- en een spreekkamer. Bij het gebouw werd bij de ingang een arbeiderswoning gebouwd (1905) voor een tuinman. Bij het nieuwe gebouw waren ruime lighallen en het gebouw had brede balkons zodat patiŽnten 'de zuivere lucht, het onmisbare medicijn met volle teugen tot zich kunnen nemen'. Met de bouw werd rekening gehouden dat licht en lucht vrije toegang hebben. Op de vloer linoleum, makkelijk stofvrij en schoon te houden. De verwarming was ideaal al. centrale warmwaterinrichting, dus zonder rook en stof. 's Avonds gasoline gloeilicht. Wes Beekhuizen beschrijft in 'Groen was mijn dorp', dat de firma Beekhuizen de inrichting verzorgde. De leiding van de kliniek zorgde voor stipte orde en reinheid. De patiŽnten kregen vijf maaltijden per dag waarvan twee warm. Het herstellingsoord Renkum werd in april 1905 geopend. ONO was een 'volkssanatorium'. Er was plaats voor zo'n 100 patiŽnten. Voor on- en minvermogenden was er een fonds waaruit de verpleegkosten betaald werden. Haverkorns herstellingsoord had dat niet, de patiŽnten komen uit de gegoede klasse. De verpleegprijzen waren hoger dan ONO al vanaf f 3,50 per dag, terwijl dat op ONO f2,20 - f4,- was (inclusief medicijnen)". Bron: Annelies Hoogmoed.
Over de bouw van het Herstellingsoord Renkum is een brief bewaard die dokter Haverkom aan zijn moeder schreef. Hij rekent haar voor hoeveel er geÔnvesteerd moet worden en wat de exploitatiekosten zijn. Hij heeft een startkapitaal nodig van f 19.000,- Dit is voor aanschaf van het terrein twee bunder bosgrond voor f 2000,-, de bouw van het herstellingsoord en lighallen, de inboedel, twee jaar salaris voor een inwonende zuster en meid en kosten elektriciteit. Hij schetst ook het slechtst mogelijke scenario: als er in twee jaar geen enkele patiŽnt komt, stoot hij de inrichting af. Het verlies zal dan f 14.000 zijn. Maar met een bezetting van vijf patiŽnten raak je uit de kosten en ieder patiŽnt meer doet de winst evenredig toenemen. Het gebouw is berekend voor 8-10 patiŽnten. Door van zijn vrouw's geld een paar duizend te lenen, kan het project van start gaan. Bron: Annelies Hoogmoed.
In 1914 was er een uitbreiding, waardoor het aantal bedden van 10 naar 15 werd gebracht. Ook werd toen de hal vergroot, er kwam een ruimere behandelkamer en een spijslift. Annelies Hoogmoed heeft een net iets andere tekst: "Het herstellingsoord werd tussen 1905 en 1916 drie keer vergroot (1907, 1913 en 1916), tot een capaciteit van 20 tot 24 personen. Niet te groot, wat dat is tegen de uitgangspunten van de dokter".
Het sanatorium voor longlijders "Herstellingsoord Renkum' werd in 1930  overgedragen aan de Vereniging Dennenrust. Gelegen in de gemeente Renkum, te midden van de uitgestrekte bossen.
"Het bestuur van de Nederlandsche Vereeniging tot het oprichten en instandhouden van Herstellingsoorden voor handels- en kantoorbedienden, handelsreizigers en handelsagenten, welke vereeniging het Herstellingsoord „Dennenheuvel" te Ossendrecht en het Sanatorium „Dennenrust" te Renkum in exploitatie heeft, bericht, dat op genoemd sanatorium thans een RŲntgen-installatie is geplaatst, waardoor het mogelijk is geworden het opnemen van longfoto's en het doorlichten van patiŽnten op het sanatorium zelf te doen geschieden. De eerste met bedoelde installatie genomen proeven zijn schitterend geslaagd". Uit  Bredasche courant, 05-09-1932.
  De groote Dennenheuvelfilm, die naast een weergave van het leven in het herstellingsoord en sanatorium, de inrichtingen en hare omgeving zelf toonde. De inhoud was zeer belangwekkend, en doordat door de geheele film een aaneengesloten verhaal liep, was er ook een zekere spanning. Op duidelijke wijze geeft de Dennenheuvelfilm een beeld van het sympathieke werk dezer vereeniging en van de mooie resultaten, die zij met haar -■arbeid weet te verkrijgen. Niet alleen- de binnenopnamen in de inrichtingen zelf, doch ook de natuuropnamen in de prachtige omgeving, waarin de huizen gelegen zijn, waren zeer goed geslaagd, zoodat deze film met groote belangstelling werd gevolgd". Uit:  Nieuwsblad van het Noorden 26-11-1937.Sanatorium Dennenrust Renkum
"De Haagsche Amateur Filmclub heeft voor de vereeniging „Dennenheuvel" een film in drie delen vervaardigd van het herstellingsoord „Dennenheuvel" in Ossendrecht (N.-Br.) en het sanatorium „Dennenrust" in Renkum (Gld.)" Uit: Haagsche courant,  29-11-1937
  Begin 1940 is zuster  Molenaar de directrice van Dennenrust.
"Het bestuur van de vereeniging Dennenheuvel  bericht, dat haar herstellingsoord Dennenheuvel te Ossendrecht, dat door militairen tijdelijk was bezet, en haar sanatorium Dennenrust te Renkum, dat ook gedurende de oorlogsdagen was geopend, maar door een aantal patiŽnten was verlaten, beide weer in vol bedrijf zijn en patiŽnten zullen ontvangen". Uit: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 29-06-1940.Dennenrust Wageningen
 In 1932 kreeg men een eigen RŲngtenapparaat. Geneesheer van dit sanatorium en oprichter was Dr. C. Th. Rijsewijk van Haverkorn, de huisarts, de wethouder.
De oorlog leverder weinig schade aan het pand men kon gewoon verder fuctioneren.
"In verband met haar vertrek naar het buitenland heeft mevr. Ch. M. Deterding(--Knaack) geschonken aan „ Vereninging Dennenheuvel", haar riante villa met de daarbij behorende 3,2 ha grond, gelegen aan de Soestdijkerstraatweg te Hilversum. De vereniging heeft besloten dit pand op zo kort mogelijke termijn als herstellingsoord te gaan exploiteren. Hiermede gaat zij naast het herstellingsoord „Dennenheuvel" te Ossendrecht (N.Br.) en een sanatorium „Dennenrust" te Renkum (Geld.) een derde herstellingsoord te Hilversum exploiteren." Uit De Tijd, 23-03-1955. Dit wordt dan het Herstellingsoord Overbosch, later Dennenheuvel. In 1956 is het gedaan met de TBC. Het Rusthuis Dennenrust komt leeg te staan en de inboedel wordt verkocht. Dennenrust wordt daarna een bejaardencentrum voor gerepatrieerde  bejaarden uit IndonesiŽ. Rumah Kita wordt per 1 maart 1958 opgericht onder de naam Stichting Dennenrust. Zorg werd geboden in het voormalige santorium, een grote villa aan ongeveer 20 bewoners. Om te kunnen voldoen aan de grote vraag van ouderen werd in 1972 een nieuw gebouw geopend op hetzelfde terrein als de villa. Dit gebouw had een capaciteit van 130 plaatsen. Het bejaardenhuis groeide uit tot een verzorgingshuis met aanvullende verpleeghuiszorg. De naam Stichting Dennenrust verandert in Rumah Kita in 2008.
Tussen eind 2007 en februari 2008 gaat Rumah Kitah verhuizen naar een nieuw en modern woonzorgcomplex aan het Plein 15 Augustus 1 te Wageningen. Het ligt in de bedoeling Dennenrust af te breken en het geheel weer te doen opgaan in de natuur. Net als het naburige ITAL. Doch nood breekt wet: anno 2010 wordt Dennenrust gebruikt door het bejaardencentrum de Tollekamp uit Rhenen, zij bouwen in Rhenen op de oude locatie een geheel nieuw zorgcentrum. Op 4-7-2012 kunnen de bewoners weer terug naar Rhenen en komt Dennenrust weer leeg te staan. Later in 2012 wordt Dennenrust eigendom van een exploitatiemaatschappij (Egbert Schiphorst). Een ondernemer in de recreatieve branche, die het verzorgingshuis Dennenrust verbouwde en een bij de bestemming passende huurder vond: de stichting Jah-Jireh, een gemeenschap van Jehova’s getuigen. Men gaat verbouwen naar 85 appartementen en het moet in 2013 klaar zijn voor gebruik. Veel rumoer in de directe omgeving. Is Dennenrust gekraakt? "Jah-Jireh is op een uiterst slinkse wijze te werk gegaan, en heeft Dennenrust gekaapt." De gemeente Wageningen vindt dat de actuele bewoning van Dennenrust niet in het bestemmingsplan past. Nog meer rumoer. Er komt een oplossing en Jah-Jireh Wageningen kan er blijven zitten.

Voormalig Deo Sacrum een rooms-katholieke kerk, Dorpstraat, weg naar Wageningen tegenover het voormalige hotel Campman. Werd op 29 september 1840 ingewijd. Links ervan was een bescheiden kerkhof. In 1923 werd dit bedehuis afgebroken, nadat vooraan in de Dorpsstraat een nieuwe kerk was gebouwd. Lees meer bij kerken.

Verdwenen Huize DigoŽl Sawa, daarna Hotel Rijnhof, daarna Bejaardenhuis Rijnhof, Oud adres Dorpstraat 28, Renkum. Nieuw adres Dorpstraat 50. Achtereenvolgende eigenaren tot 1968: Le Maitre-Buse, 1806 Catharina Cornelia Buse en Willem Anne Buse, 1883 Catharina Cornelia Buse, Willem Anne Buse en Le Maitre, Johannes Alexander Kroese O.I. ambtenaar, Jacobus Wissenburg koopman, Bernardina Johanna Theodora Reij en Bernhard Hendrikus Steinmeijer hotelhouder, Elbartus Marinus te Veldhuis; na 1933: Albert Janasse Jr. bloemist, Verkeer en Waterstaat, Frederik Christiaan van Rijswijk, hotelhouder, Gemeente Renkum, NV Mikohan Den Haag, Handel en Financieringsonderneming Tiemessen en Derks, Hendrik van Holland, cafťhouder, Gerhardus ten Hoope, winkelier, Gemeente Renkum.
Het oude hotel werd na de WW II afgebroken en werd het een verpleeghuis. Sinds eind jaren 1980 hoorde het bij de stichting Oranje Nassau’s Oord. Afgebroken en tegenwoordig staat er het Verpleeghuis De Rijnhof - Renkum En de niwuebouw kwam klaar in 1998

Doornekamp, Renkum

Dorenbos, Parallelweg Wolfheze

Villa Doristeti, Lebretweg 1, Oosterbeek.
villa Doristeti
Jhr. Nedermeijer, Ridder van Rosenthal, gemeente-secretaris van 1901 tot 1907 en van 1907 tot 1917 burgemeester van Renkum, woonde op de Lebretweg 1, op de hoek van de Utrechtseweg.

Dorpstraat 160 te Renkum. De voormalige pastorie van de Hervormde gemeente. In augustus 1972 namen Dr. W.J. de Graaf de praktijk over van Dr. Kool. Daarvoor dr. Boerma. Vroeger was het tramstation er pecies tegenover gelegen.
 In 1980 kwam het pand leeg te staan omdat de huisarts praktijk werd verhuisd naar de nieuwbouwwijk tussen de Hogenkampseweg en de Nieuwe Keijenbergseweg te Renkum.

De Doornenkamp, Benedendorpseweg ter hoogte van 163 - 165, Oosterbeek. Gebouwd in 1813, uitgebreid naar een logement in 1850. Rond 1931 werd het een wasserij en is verwoest in 1944.

Huize Doorwerth, Heelsum (niet meer als zodanig bestaand). Een uitgebreid verhaal.

Kasteel Doorwerth, bekend sinds 1260, verwoest in 1944-45. Vrijwel geheel herbouwd, officiŽle opening in 1986, meerdere gedeelten waren eerder open. Kasteel Doorwerth en de andere 3 musea in het Kasteel.

De Gemeente Doorwerth. 1795 (1817) - 1923. We leven nu in het tweede gemeente Doorwerth-loze tijdperk. Zie hier meer over de Gemeente Doorwerth.

De Doorwerthse molen werd tussen 1741 en 1756 gebouwd in opdracht van graaf Willem Bentinck, eigenaar van het kasteel Doorwerth. Hij bemaalde enkele decennia lang de Doorwerthsche Waarden op de Rijn, en staat duidelijk getekend op de kaart van Dirk Klinkenberg uit 1756. De reden voor bemaling van het water in de uiterwaard was de aanleg van het Pannerdensch Kanaal, gegraven vanaf 1701 en in 1706 kregen de IJssel en de Nederrijn veel meer water dan verwacht. Of te wel  te vaak hoog water in de Doorwerthsche Waarden.

De Doorwerthse Waarden liggen westelijk van Kasteel Doorwerth. De Nederrijn heeft er meerdere oude stroomgeulen achtergelaten. Een geul ten westen van de A50 is ontwikkeld tot vogelreservaat als onderdeel van 'ruimte voor de rivier'. Graaf Willem Bentinck liet de Waarden vanaf 1741 nog droog pompen door de Doorwerthse windmolen voor meer grasland. Het silhouet van een steenfabriek beheerst vanaf 1927 het uitzicht. Hier bakte Wienerberger in een moderne oven bij 1100 graden vooral straatstenen. De crisis in de bouw maakte er in 2011 een einde aan. De baksteenfabriek werd ontmanteld in 2015. De fabriekshallen worden nu gebruikt door Frank Pouwer voor opslag van historische bouwmaterialen en het Renkumse bedrijf Hooijer die er bio-brandstof (versnipperde bomen e.d.) voor oa Parenco opslaat en maakt.

Villa Doristeti, Lebretweg 1, Oosterbeek. In 1905 in opdracht van de latere burgemeester jhr. Nedermeijer van Rosenthal gebouwd.

Dreijen - Dreyen - Dreyden - Dreden - DreiŽn, Oosterbeek. In 1305 was het goed Dreden eigendom van de Commanderij van Sint-Jan te Arnhem. Dreden, of te wel de latere buurtschap Dreijen ligt in het gebied ten noorden van de Utrechtseweg, gelegen tussen de bouwhoeve ‘De Sonnenbergh’ ten westen, en de uitgestrekte heidevelden van het klooster MariŽndaal ten oosten. De Commanderij schonk de Dreijen in de 16de eeuw aan het Sint Nicolaas broederschap te Arnhem. De Sint Nicolaas broederschap was een liefdadige instelling die arme mensen hulp en steun verleende en zo nodig onderdak verschafte in het Sint Nicolaas Gasthuis. De Graaf van Rechteren Appeltern, was van 1883 tot 1885 eigenaar van het huis Dreyen In 1825 komt het landgoed te koop: Uit de hand te koop: Het landgoed Dreijen, gelegen in het aangenaamst gedeelte van Gelderland, Gemeente Oosterbeek, drie kwart uure vau de Stad Arnhem, aan den Straatweg van daar op Utrecht, en zijnde omringd van de Landgoederen MariŽndaal, Lichtenbeek, den Hemelschenberg en den Oorsprong; bestaande in deszelfs zeer bewoonbare onlangs gedeeltelijk nieuw gebouwde Huizing en Stalling, met extense Tuin, voorzien van exquise Vruchtboomen, Wandelingen, Lanen met oogaande Boomen, Waterpartijen, waarvan de Bronnen zich ep het Goed zelve bevinden; voorts bouw- en weiland, akkersmaalsbosch en opgaande eiken, beuken, elzen, dennen, peppelen en ander hout, zijnde met de daartoe behoorende bouwplaatsen te zamen groot ongeveer 42 Bunders; te aanvaarden naar verkiezing, dadelijk of met mei aanstaande. Nadere informatien zijn te bekomen ten Kantore van den Notaris Mr. Jacob Nyhoff, in de Bakkerstraat te Arnhem. Opregte Haarlemsche Courant van 29-10-1825. De koper Jan van Delden overlijdt in 1832 al op 58 jarige leeftijd en de erven zien zich gedwongen de dure spullen, koetsen, paarden, te laten veilen. Rond 1834 - 1839 verkoopt de gemeente Arnhem aan de heer J. H. L. Maurenbrecher, die net in bezit was gekomen van de Dreijen een stuk heideveld, nadat de eigenaren van de aangrenzende schaapsdriften hadden te kennen gegeven daartegen geen bezwaar te hebben. Het heideveld bedroeg ruim 226 ha. De gemeente Arnhem verkocht heel veel grond in die jaren in de omgeving van Schaarsbergen, Terlet en Deelen.

Villa Dreijerheide, Oosterbeek. (Graaf van Rechterenweg 51). Het pand is gebouwd in 1907. De eerste functie van het grote huis was een pension genaamd "de Heidehof". In de villa “De Heidehof” woonde Johannes Jacobus Eugenius Hyacinthus Maria de Bruijn (1864-1915). In 1927 woont er mw. Mevr. de Bruyn-van Lede. Villa Dreijerheide was het hoofdkwartier van de 21ste Independent Parachute Company op 18 en 19 September 1944. In 1966 kwamen hier de nonnen van de Congregatie der Kleine Zusters van de Heilige Jozef. De nonnen waren o.a. werkzaam op de nabij gelegen Paula Stichting, tot 1980. In de jaren 1990 - 1998 ? was dit pand een asielzoekerscentrum. Daarna bedacht het COA om er een Noodopvangvoorziening voor uitgeprocedeerde asielzoekers van te maken. Dit eindigde in 2010 ?. Het pand was in 2006 al gekocht door de gemeente Renkum. Het zou afgebroken worden en zou er plek komen voor 32 woningen in de sociale sector en 8 vrije sector woningen. Gemeentelijke plannen en werkelijkheid: De villa staat er nog, er zitten kantoren in. In de tuin staan meerdere stadsvilla's. Op de plek van de tuinmanswoning staat een flat met vrije sector huur-appartementen.

Huis later hotel Dreijeroord. (Graaf van Rechterenweg 2 Oosterbeek). Een oude bouwhof is in 1845 gesloopt en in 1848 door een nieuw herenhuis vervangen. Een buitenverblijf voor de familie Westrik. Gebouwd in "Zwitserse stijl”. De familie Westrik hees om die reden altijd de Zwitserse vlag. In 1884 werd Evert Rothuizen eigenaar van het huis Dreijen hij kocht er meteen maar een stuk grond bij en begon er een Hotel met een uitspanning. Bij een verbouwing in 1909 bleef het huis grotendeels intact. In de kelders nog sporen van het oude bouwwerk terug te vinden. Tijdens de Slag om Arnhem was Dreijeroord enkele dagen het hoofdkwartier van het bataljon de King's Own Scottish Borderers (KOSB), dat onder het bevel stond van luitenant-kolonel Payton Reid. Op 19 september nam Payton Reid zijn intrek in Dreijeroord en richtte het in als hoofdkwartier. De dagen daarop werd rondom het hotel, bij de Britten bekend als 'The White House', zwaar gevochten. Dit gevecht werd dan ook 'The Battle of the White House' genoemd. Door een tekort aan voorraden, munitie en voedsel, en door de dagenlange ontberingen, werd besloten de Britse divisie in de nacht van 25-26 september terug te trekken. De soldaten lieten een zwaar beschadigd Dreijeroord achter. Na een opknapbeurt werd het weer een hotel. Veel voormalige Engelse soldaten gebruikten het hotel als onderkomen tijdens hun verblijf gedurende de Airborne wandeltocht, of de herdenkingen op 17 september. In augustus 1947 verhuisde Gerrit Willem van der Straaten met zijn vrouw en twee kinderen van Voorburg naar Dreijeroord in Oosterbeek. In 1962 kocht hij Dreijeroord van de toenmalige eigenaar Van der Sluijs, omdat zijn oudste zoon Arjen interesse in het hotelwezen had. In 2008 werd het 125-jarig jubileum van het gebouw als hotel gevierd. De familie Van der Straaten die het hotel runde, sloot het in oktober 2014 en verkocht het in april 2016 aan vastgoedontwikkelaar Amvest. Het oude pand is als hotel „niet te handhaven”. Amvest gaat proberen om het hotel in zijn geheel of in appartementen te verkopen, een of meer kavels in de tuin zijn te koop voor een optrekje. In 2016 staat in de krant dat Het Gastenhuis in 2017 een dependance in Oosterbeek begint.
Uit de Gelderlander van 31 mei 2016
Zo worden we dan voorgelicht: in het pand vestigd zich het Gastenhuis. (Gelderlander 31-5-2016) Waarschijnlijk wordt er bedoeld: Dreijeroord word afgebroken en komt er nieuwbouw. Zie de Facebook pagina van Behoud Dreijeroord Oosterbeek.
Dreieroord in 2016

Het goed de Drieskamp te Heelsum, Utrechtseweg 30. De Drieskamp ligt aan de Heelsumse beek die tot 1923 de grens tussen de gemeenten Doorwerth en Renkum markeerde. De oorspronkelijk zuidelijke molen van de Drieskamp lag officieel in de gemeente Doorwerth. Het waren gronden van de heerlijkheid Doorwerth die in erfpacht werden uitgegeven.  Ooit waren er twee molens schuin tegenover elkaar aan de Papiermolenbeek. De noordelijke molen is gebouwd in 1729 en omstreeks 1820 afgebroken. De zuidelijke molen is gesticht in 1728 en omstreeks 1874 afgebroken, daarna werd hier een wasserij gebouwd ‘De Drieskamp’. Het is nu een woonhuis. De Papiermolenbeek begint ten oosten van hotel Wolfheze, dicht bij de spoorlijn. Hier liggen diep ingegraven sprengen. De diepte was nodig om bij het grondwater te komen.
Boerderij Drieskamp, bron Gelders Archief

Drieskamp Heelsum
Drieskamp opname rond 1900.

Duits Kamp in Wolfheze. In 1918 "logeren" er zo'n 880 Duitse soldaten in Wolfheze. Tegenwoordig herinnert de Duitsekampweg nog aan de locatie. De barakken stonden zo vanaf de Wolfhezerweg aan de linkerkant van de weg.

De Duno. Gelegen ten zuid-westen van Heveadorp. Klik op deze link voor een uitgebreider verhaal over de Duno!
de Duno brug
De Duno brug in 2016 (witte stenen geaccentueerd).

Huis de Eekhorst, Heelsum, ontworpen door architect F.A. Eschauzier.

Het verdwenen Huize Eekland op de Zilverberg Doorwerth, Italiaanseweg 3 te Doorwerth,
uitgebrand april 1945. Nooit terug gebouwd. Op het landgoed de Zilverberg is goed te wandelen. Er zijn nog enkele grafheuvels zichtbaar. De Doorwerthse clusterwoningen zijn gebouwd op het voormalige Landgoed de Zilverberg. Oorspronkelijke eikenhakhout van het landgoed is na vele jaren nog steeds aanwezig tussen de clusterwoningen. De Zilverberg wordt al in 1435 genoemd in archiefstukken. Uit een kaart van de domeinbezittingen door Th. Witteroos van 1570 blijkt dat Henryck Herbers onder andere eigenaar is van de Silverenbergh dat op de kaart van 1616 van Kempinck staat aangegeven als Den Kleynen Silverbergh - Bouwmeysters. Bij de verkoping d.d. 1838 in “het Zwijnshoofd” werd “de groote Zilverberg” en de “Smalle Zilverberg”, met nog wat grond eromheen gekocht door mr. J.M. de Kempenaer uit Arnhem. Drie percelen, de Homoetse heg, de Boefheg en den Haag, kwamen in het bezit van Jan Valckenier. De Valckeniersbossen werden in 1907, gelijk met de Westerbouwing, aangekocht door J.W.F. Scheffer, eigenaar van de Duno. De Valckeniersbossen en de Westerbouwing kwamen later (1917) in het bezit van de gemeente Renkum.  In 1926 bewoond door J.J. van Rietschoten. De Zilverberg is in 1962 door de Stichting het Geldersch landschap aangekocht, het huidige GLK. De Zilverberg ligt ten westen van het landgoed Hoog Oorsprong en wordt als het ware afgebakend door de Italiaanseweg , Utrechtseweg en Kerklaan. Het is 29 ha groot, en voornamelijk een eikenhakhoutcomplex. Meer lezen: het artikel van Willem Tiemens oa over het Eekland. Zelf zoek ik contact met nazaten van Willem Tiemens. M'n mailadres staat onderaan deze pagina!

De Eikenhof. Op de hoek Dunolaan en Italiaanseweg in Doorwerth. Lees meer in het artikel over de Duno.

Huize de Eikenhof, Van Ingenweg 14, Renkum.

Voormalige villa Ewica uit 1864. Villa Ewilca was het buitenhuis van Hendrik Lodewijk Ploem (1810-1882) met een grote tuin, koetshuis en verdere bijgebouwen. Gelegen tussen de Utrechtseweg en de Groeneweg. Het erf liep aan de achterzijde door tot aan het zandpad dat later de Groene Weg werd en over dat pad was nog een bosje van eikenhakhout, dennen en lariksen dat Ploem’s bosje werd genoemd. Dit bosje liep door tot de huidige Joan Beukerweg. Nadat Petronella Ploem in september 1920 is gestorven, koopt (zakenman-)pastoor Wolters namens de Rooms Katholieke Kerk in december 1920 villa Ewilca met de bijbehorende gronden. Het kerkbestuur doet villa Ewilca vervolgens met de tuinen over aan de zusters voor Hfl. 30.000,-. Achter in de tuinen wordt vervolgens de meisjesschool St. Ursula gebouwd welke op 1 december 1921 in gebruik wordt genomen en nu nog steeds aan de Groeneweg 12 staat. De zusters hadden inmiddels de tot klooster ingerichte villa Ewilca betrokken en deze de naam villa St. Ursula gegeven. Ook wel het Ursulinenklooster genoemd.  De gronden achter villa Ewilca bestemde de kerk voor een kerkhof, de huidige R.K. begraafplaats Mariahof aan de Groeneweg.

Het Everwijnsgoed aan de Bennekomseweg 160 te Renkum.
Het Everwijnsgoed door Ton v d Wal in 1973
De tegenwoordige boerderij dateert uit 1805, toen zij vermoedelijk als rechtstreekse opvolgster van een mogelijk nog 18de eeuwse hoeve werd gebouwd. In de loop van de 19de eeuw is de stalruimte van de op T-vormige grondslag opgetrokken boerderij verbouwd en uitgebreid. De noordelijke gevelwand van het complex bestaat sindsdien uit drie, door zadeldaken gedekte bouwdelen.
In 1791 wordt het Everwijnsgoed ook genoemd bestaande uit een huis, hof, twee schaapskotten, een akker over de Oliemolenbeek en het weitje daarnaast. Behorende bij de boerderij wordt ook genoemd “de afgebrande molen” wat impliceert dat een watermolen in werking was aan de Halveradsbeek die direct langs de boerderij stroomt. De Halveradsbeek wordt ook wel de “afgebrande beek” genoemd vanwege een afgebrande watermolen, wat wellicht de eerdergenoemde molen betreft. Omdat de gevelsteen in de boerderij het jaartal 1791 vermeldt is wellicht de gehele boerderij destijds verbrand. Uit de annalen is in ieder geval bekend dat in 1805 jonkheer C. de Munter, destijds eigenaar van landgoed Keijenberg, de boerderij herbouwde, mogelijk als gevolg van de eerder genoemde brand. Het Everwijnsgoed heeft vanouds behoord tot de bezittingen onder het landgoed Kwadenoord, dat sinds het midden van de 17de eeuw in bezit was van het geslacht Van Gendt en van 1703 af als Gelders leen werd vermeld. "Het erve en goed Everwijnsgoed, bestaande in huys, hoff, berg, twee schaapschotten en terrein, de weyde agter den hoff zuydelijk over de derde beek en het weytje daarnaast westelijk de derde beek, voorts den krommen akker, bouwland, een akkermaalsbosje daarbij, het bouwland en driestland, het heyveld met eenige strnyken akkermaal, de buytenallee met de scheidwal tegens voorn, heyveld en het regt van bťpoting van de eene zijde van de allee, mitsgaders de eene helfte van de heg van scheydinge tusschen deese bouwinge en de plaats genaamt ten Broek of Breunis Reynders, voorts een aandeel in het Wageningsche groot akkermaalsbosch, te samen gelegen in het schependom van Wageningen, groot ongeveer vijf en veertigh morgen, vijf hond en een en vijftigh roeden; de plaatse, daar de afgebrande molen heeft gestaan, mitsgaders de heg tusschen de eerste en tweede beek daar tegen aan en eyndelijk een klaverkampje leggende tusschen de tweede en derde beek in het schoutampt van Rencum, samen groot een morgen, een hond, negen en sestigh en een halve roede; sijnde thans een bijsonder leen en afgespleten van den Quaden oort cum pertinentiis, opgedragen door Wilco Holdinga Tialling Camstra thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg aan Egbert Janssen en Fijtje de Haart , ehelieden, die daar weder mede heleend sijn, 11 May 1791." Uit Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen; Gelre 1917.
Het Everwijnsgoed is een zogenaamde Betuwse T-boerderij. Het woongedeelte is van de weg afgekeerd. De rechter schuur werd in 1854 gebouwd, terwijl de middenschuur een in 1900 overdekte mestvaalt is. In 1972-3 is Staatsbosbeheer de Eigenaar en onderneemt „Vijf dorpen in het Groen" een actie richting de Monumenten commissie van de provincie Gelderland, om van de niet-beschermde, landschappelijk zeer fraai gelegen boederij een monument te maken. Er was een gevaar dat de boerderij gesloopt zou worden wegens het verloren gaan van de bedrijfsfunctie. De boerderij stond toen leeg, was te koop voor Hfl. 975.000,= (in andere advertentie Hfl. 795.000,=) exlusief een erfpacht voor de 12.000 m2 grond.  In 1980 is de boerderij in gebruik genomen als leerboerderij en werden er cursussen gegeven.  Zoals weven, spinnen, broodbakken en tuinieren. Everwijnsgoed is in 1991 verkocht. Vanaf 31 december 1997 werd de boerderij eigendom van de Stichting Monument Everwijnsgoed. Een restauratie begon in 1999 en werd afgerond in april 2001. Tegenwoordig is er een cultureel centrum en horeca. Op zomerse zondagen is het er goed toeven.
Everwijnsgoed, een leerboerderij.
De huidige boerderij, gebouwd voor Jhr. Munter, dateert uit 1805 en staat op de plaats waar in 1656 ook al een boerderij stond. Everwijnsgoed heeft vanouds behoord tot de bezittingen onder het landgoed Quadenoord, dat sinds het midden van de 17de eeuw in bezit was van het geslacht Van Gendt en van 1703 af als Gelders leen werd vermeld.

EventTheater CO (voormalige Concertzaal) Oosterbeek. In 1867 kocht de hier vaker genoemde Jan Kneppelhout een stukje grond in Oosterbeek om daar een atelier met een koffiekamer te bouwen. Bedoeld voor de vele kunstenaars uit de Renkumse dorpen en de gemeente Doorwerth. Kneppelhout fungeerde als mecenas en de ontmoetingsruimte was een van zijn instrumenten. In 1886 werd de ontmoetingsruimte omgebouwd tot concertzaal en verenigingsgebouw. De concertzaal was met name bedoeld voor de violist Jan de Graan. Kneppelhout was helemaal weg van deze jongeman, die toen tijdelijk in Parijs verbleef. Voordat de concertzaal klaar was overleed Jan de Graan, veel te jong dus. Kneppelhout vermaakte de concertzaal aan de Gemeente bij zijn overlijden. En vandaar dat de zaal er nog steeds is. Meerdere verenigingen maken er gebruik van. Sinds 2012 is het beheer in handen van Jan van Hooidonk, die daarvoor de oude brandweerkazerne c.q. het koetshuis van Hartensteijn tot een toprestaurant had gemaakt. In 2016 is er weer een verbouwing en krijgt de concertzaal een nieuwe naam: EventTheater. CO. Met CO in de naam blijft de oude geschiedenis zichtbaat. CO - Concertzaal Oosterbeek.
Concertzaal Oosterbeek, tekening: Dick Caderius van Veen
De Concertzaal in Oosterbeek; bron (met toestemming): Dick Caderius van Veen.

Landgoed Franse Kamp, tussen Heelsum en Bennekom.

Felixoord, Ommershoflaan Oosterbeek. Gesloopt in 1950 het huis Felixoord. Op dit terrein werd het Vegetarisch centrum gebouwd. Een gedeelte van het terein was van huize Ommershof, hoek Oranjeweg, graaf van Rechterenweg. Aan de Graaf van Rechterenweg stond ook het instituut 'Berg en Dal' dat in een fraai park gebouwd was. Dit instituut heeft een tijd dienst gedaan als kostschool (De kostschool van Westra). De villa Berg en Dal werd gesloopt in 1988. Later werd dit gebied toegevoegd bij het verzorgingstehuis voor oudere vegetariŽrs Felixoord.

Villa Floreal, Stationsweg 24 te Oosterbeek. Een gemeentelijk monument.

Fluitersmaat, Renkum. Een oud goed. Gelegen aan de Fluitersmaatseweg. Later is deze weg omgedoopt naar de Van Ingenweg (verwijst naar de kunstschilder Hendrik Alexander van Ingen (1846-1920)) en de Bram Streeflandweg (verwijst naar de Renkumse verzetsman Abraham Streefland (1906-1945)). Boerderij de Maat stond zo in het weiland aan de Utrrechtseweg Renkum, bij de kruizing met de Groeneweg.

Villa Geldersche Blom, Benedendorpsweg 106, Oosterbeek. Na aankoop in 1831 door Antonie van Muiswinkel, koetsier bij Robidť van der Aa op “de Hemelsche Berg”, werd het oorspronkelijke huis “de Geldersche Bloem” gesloopt. Het huidige huis “de Geldersche Blom” stamt uit 1887 en is na de oorlog in oude glorie hersteld. link. Een gemeentelijk monument.

Voormalig Huize Gelria, Utrechtseweg, hoek met de Theophile de Bockweg, Renkum. De Th. de Bockweg liep toen nog door tot aan de Utrechtsestraat. Rond 1890 gebouwd door dhr. Hoed. Het huis had toen een andere naam: villa Goulet. Voordien stond er een boerderij annex herberg. In 1898 vestigd dhr. dr. H.W. Marx er hotel en kurhaus Heelsum. Hij laat er een sanatorium en badruimte bij bouwen, door de aannemer Joh. Mentink in oktober 1898. Voor een bedrag van Hfl. 17.340,-. Men kon onder meer kiezen uit Russische stoombaden en Romeins-Ierse baden. Volgens de verhalen heeft het kurhaus nooit gefloreerd. Er is een faillisement en nog een doorstart. Helaas, in 1915 werd het verkocht om als herstellingsoord te worden ingericht. In 1934 is dhr. G. Heukelom er directeur. Andere namen voor dit gebouw: Sanatorium, Sanatorium Lingbeek, Kurhaus Bad Heelsum. In 1944 werd het gebouw grotendeels verwoest. In 1949 werden de restanten gesloopt. In 1969 wordt er een grote flat gebouwd dat in 1970 open gaat als de verzorgingsflat Hoog Heelsum. Vanaf 2006 gaat Mooiland Vitalis meerdere koopappartementen van Hoog Heelsum weer omzetten naar huurappartementen. De Serviceflat Hoog Heelsum staat er nu nog steeds.
Huize Gelria Renkum

Gemeente Renkum. Het College van B+W wil eind 2017 een landgoederen visie voorleggen. Er komt uiteindelijk een plan voor 9 van de 13 landgoederen in de gemeente. Men begint met de landgoederen Hemels Berg, Hartenstein, Pieterberg en de Lage Oorsprong. De Vrienden van het Park Hartenstein en Omgeving, Stichting Ruimte Denken en Stichting Dorpsplatform nemen de hierboven genoemde vier landgoederen onder de loep. Deze inbreng zal de Gemeente gebruiken om een integrale basisvisie landgoederen te ontwikkelen. Misschien wordt het wiel opnieuw uitgevonden, misschien gaat men wel gebruik maken van eerdere rapporten die handvaten voor de Gemeente gaven. In de structuurvisie 2009 wordt de Talsmalaan alleen genoemd als zijn geschikt voor woningbouw. In 2011 heeft de gemeenteraad al meerdere uitgangspunten geformuleerd. Vrijwel geheel onderaan deze pagina staan recent gepubliceerde rapporten en andere informatie over de Renkumse landgoederen.

Voormalig Gemeentehuis, Utrechtseweg 107, hoek van Embdenweg. Oosterbeek. Tegenwoordig een kunstgallerie Albricht.
Gemeentehuis Oosterbeek
Jan van Embden (1823 -1896) was burgemeester van de gemeente Renkum van 1866 tot 1892. Onder zijn burgemeesterschap werd in 1866 een gemeentehuis gebouwd op de hoek van de later naar hem genoemde weg en de Utrechtseweg. Na de verhuizing van het gemeentehuis naar huize Bato's Wijk komt er een politiebureau van 1928 tot 1973, zoals op de ansichtkaart hierboven is te zien. Vanaf 1978 in gebruik door de Muziekschool Canterhijn. In 2002 begint er de huidige bewoner: kunsthandel Albricht.

Landgoed de Ginkel. De Ginkel in Ede was een heel oud dorp, tegenwoordig rest nog een landbouwenclave (bij het Veluwe Natuurcentrum). De Ginkel is ook een heidegebied omringd door bossen op de Veluwe. Het gebied ligt ten oosten van Ede aan weerskanten van de N224. Het heidegebied ten zuiden van de N224 tot Renkum, wordt Ginkelse Heide genoemd en het gebied ten noorden ervan Edese Heide. Op de Edese Heide was gedurende de Eerste Wereldoorlog een Belgisch vluchtelingenkamp ingericht. Het Belgenmonument herinnert hier tegenwoordig nog aan. Ten zuiden van Herberg Zuid Ginkel is een Airborne monument en een schaapskooi.

Landgoed Godesberg, Doorwerth. „Men meldt ons uit Doorwerth: Een nieuw en toch oud landgoed is hier, als het ware geboren in onze Gemeente, waardoor zeker meer en meer de wonderschoone natuur van onze kleine en toch aan natuurschoon zoo rijke gemeente tot haar recht en tot algemeene erkenning zal komen. Wij bedoelen het landgoed „Godťsberg”, gelegen aan den Italiaanschen weg en bevattende de bosschen van af dien weg bij den bekenden Duno-bank tot aan het einde van dien weg bij het Jagershuis en verder strekkende langs de Fontein-allee bij de rivier de Rijn. Wanneer men Godťsberg betreedt langs het pad bezijden de Duno-bank dan weet men na een paar passen gedaan te hebben, niet waarheen men den blik moet wenden, om datgene in zich op te nemen wat het meeste indruk maakt; alles is zoo schitterend mooi, dat men niet weet waar heen het eerst te zien. Zoowel rechts- als links en als rechtuit ziende heeft men verrukkelijke en prachtige bosch-. vallei-, rivier-, weide- en vergezichten, die allen evenzeer boeien. Een bekwamere hand dan de onze is noodig om een waardige beschrijving te geven en wij beperken ons tot den raad: gaat dat plekje Geldersch-mooi zelf bekijken, waartoe nu nog gelegenheid is, daar de eigenaar voorloopig vrije wandeling toelaat."
Uit het Centrum van 01-07-1916
Samen met het landgoed de Vijverberg en het landgoed Hoogeland, komt Godesberg voor als bedachte naam door Samuel Voorhoeve in 1916-17 als hij een commercieel uitbreidingsplan voor de Duno maakt voor Scheffer. Het plan van Voorhoeve is nooit uitgevoerd. Bij het GA is een ansichtkaart met uitzicht vanaf de Godesberg te bekijken. De schets van Voorhoeve staat afgebeeld bij Landgoed de Vijverberg, verder op.

Villa Grada, Fangmanweg 43 Oosterbeek, In 1869 kochten Maria Vos en Adriana Johanna Haanen (schilders) van Jan Winterink veertienhonderd vierkante meter grond aan de oostelijke dalzijde van het Zweiersdal. Ze lieten er de Zwitserse "Villa Grada" op bouwen. Deze was klaar in 1871. Fangmanweg 33, Oosterbeek.
Mr Cornelis Zaaijer (1873 - 1919), was gedurende een tweetal jaren burgemeester van Renkum (1917-1919). Hij woonde in het huis Villa Grada, welke naam hij, vanwege zijn afkomst uit Den Briel, in ,,'t Maerland" veranderde.

Pension Grindhorst, Utrechtseweg 21, Heelsum
Heelsum pension Grindhorst rond 1978

't Groenland, geen landgoed maar meer een gebiedsomschrijving van een gedeelte van de Hartense Enk, het beken gebied tussen Renkum en Wageningen, zichtbaar vanaf de N225. De westerse helft is van ONO en de oosterse helft kent meerdere eigenaren die aan de "Onder de Bomen" in Renkum wonen. In 2017 wordt hier grootschalig onderhoud gedaan en wordt de natuurwaarde versterkt. Een andere naam voor hetzelfde gebied: Het Broek.

Grollenkamp, Oosterbeek.

Kasteel Grunsfoort. (Grensfort) (Grensvoort) Tussen de Wageningse Berg en de Noordberg bij Renkum liggen de Renkumse beken in een dal. Een brede, groene strook, waaruit de bossen van Oranje Nassau Oord oprijzen. In dit dal stond eens het kasteel Grunsfoort, genoemd naar een groene voorde, een inkerving in de heuvels en bossen van de Veluwe zuidzoom. De voorde was een groene, drassige beemd, die het water omsloot en in de winter stroomde de Rijn er binnen en beschermde de burcht. In die vallei tussen Utrecht en Gelre gelegen, was Grunsfoort een machtige voorpost in de strijd tussen de elkaar beoorlogende Utrechtse (bisschop) en Gelderse edelen. Grunsfoort wordt voor het eerst genoemd rond 1372. Gesticht met de naam Grensfort door Hertog Eduard in 1364. Het kasteel groeit, eigendom van enkele hertogen van Gelre, gebouwd door de hertog van Gelderland om zich te verdedigen tegen de Utrechtenaren. De Gelderse hertogen verbleven er meerdere keren per jaar. De laatste bewoner, in 1773, de burgemeester van Wageningen, was de Heer Philip Hendrik, Baron van Golstein. Het kasteel was een Landsheerlijk bezit, en daardoor belangrijker dan Kasteel Doorwerth.
Het kasteel Grunsfoort is sinds 1780 verdwenen Afgebroken in een periode dat bewoning van burchten op een drassige grond aan de Rijn minder in trek was. Het klooster van Onze Lieve Vrouwe van Renkum, het Seelbeekklooster, het Wildforstershuis te Wolfheze, kasteel Rosande, het klooster MariŽndaal waren reeds voorgegaan. Alleen Kasteel Doorwerth hield stand. De sporen van de verdwenen bouwwerken waren bij opgravingen in 1936-38 nog zichtbaar. Op de ene plaats duidelijker dan op de andere. In het beekdal waren de fundamenten van het kasteel te herkennen aan de hogeren delen in het gras. In het kader van de werkverschaffing is onder leiding van de heer A.E. van Giffen, directeur van het Archaeologisch-Biologisch Instituut te Groningen, gegraven. Ook de heer Holwerda wordt genoemd. Zware muren van rode baksteen geven de omtrekken aan van torens en bastions, een bolvormig gemetseld gewelf is wellicht het overblijfsel van een waterput binnen de burcht, rode estrikken-vloeren tekenen hal of keukens, andere zware muurstukken zijn misschien de fundamenten van schoorstenen. Met een hoogte kaart op het internet zijn ook nu nog de lagere delen van de oorspronkelijke gracht zichtbaar. Rond 1780 gesloopt. Tegenwoordig is het oude Grunsfoort nog zichtbaar door palen op de plek van de fundering. De naam Grunsfoort is later (1881) ook gebruikt voor de voorloper van het aangrenzende Oranje Nassau Oord. Aan de Beukenlaan staat een informatiepaneel over het kasteel.
kaart van Grunsfoort bron Gelders Archief

Huize Grunsfoort, Nieuweweg 31, Renkum.

Gebied de Hank, Renkum, Het gebied de Hank ligt ten oosten van het Renkums beekdal, tot aan de Bellevue, Waterweg, Kerkstraat en Molenweg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Renkum grotendeels vernield. Na de oorlog was er behoefte aan woningen. In de jaren vijftig werden in de Hank meerdere woningen gebouwd, zoals aan de Waterweg. In de jaren zestig aangevuld met woningen aan de Hankweg, Frans Campmanweg, Ds. Gewinweg en Meester Poldermanweg. In 1964 komt er een personeelsflat voor de firma Van Gelder en Zonen. In de jaren zestig komen er meerdere goedkope flats aan de Bergerhof. Portiekflats met grote groene ruimtes tussen de gebouwen. Tussen enkele flats aan de Bergerhof werden speelvoorzieningen aangelegd zoals het basketbalveld en zandbakken. Rond 1982 is de woningbouw in de Hank voltooid. Rond 2010 wordt de Bergerhof gerenoveerd. Meerdere flats worden afgebroken. In 2013 zijn de eerste woningen van de nieuwbouw opgeleverd waarbij grotendeels laagbouwwoningen en twee appartementencomplexen zijn gerealiseerd.

De Harten, (Hatten - Hatte) een oude buurtschap. Tegenwoordig kennen we in Renkum nog de Hartenseweg en de begraafplaats Harten. De voormalige buurtschap De Harten was gelegen aan de Hartensebeek, zo tussen de Keienberg, Bennekomseweg, Hartenseweg en de Kortenburg. De beek overstroomde daar minder bij hoogwater op de Rijn. En er was door de beek een goede watervoorziening. Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. Rond 1570 waren er op De Harten boerderijen, water- papier- en graanmolens. De huidige boerderij De Beken van Staatsbosbeheer, staat op de plek van een van de Hartense boerderijen. De graanmolen hoorde bij het Onze-Lieve-Vrouwenklooster in de uiterwaarden bij Renkum gelegen te hoogte van de huidige Dorpsstraat. Het klooster Sancta Maria wordt rond 1574 tijdens de Reformatie gesloopt.

Verdwenen Herenhuis Harten. Gelegen bij de papierfabriek, later van Gelder, later Vredestein, tegenwoordig natuur.
Renkum Herenhuis Harten
Nog uitzoeken of dit herenhuis op dezelfde lokatie gestaan heeft als de tegenwoordige villa Harten.

Villa Harten. Gelegen in het voormalige Harten, tegenwordig  Hartenseweg 22 Renkum. Volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1907. Rond 1924 een dependance van Hotel - Pension "Nol in't Bosch".

Hartenmolen, Renkum. De Hartenmolen of Hattenmolen staat beschreven in het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Volume 5: Een molen op de Neder-Veluwe, prov. Gelderland, district Veluwe, aan de Renkumsche beek, 10 minuten benoorden Renkum. Kennelijk de watermolen bij de boerderij Quadenoord.

Hartenstein Oosterbeek
Hartenstein. Utrechtseweg 232, Oosterbeek. Hartenstein begint als 'het Rode hert' (1580) Gelegen op de locatie van ongeveer het koetshuis, de oude brandweer kazerne en tegenwoordig restaurant. Verbouwd tot herberg Het Rode Hert in 1728. Eigenaar was de Arnhemse familie Tulleken. Huize Hartenstein werd in 1779-80 als herenhuis gebouwd voor J. van der Sluis, een advocaat van het Proviciaal Hof van Gelderland. Hij liet de herberg afbreken en bouwde een herenhuis met bijgebouwen, ongeveer weer op dezelfde plek van het Rode Hert. Van der Sluis liet ook een park aanleggen en zo ontstond het landgoed. Van der Sluis bedacht ook de naam Hartenstein, misschien een hommage aan hert - hart en stein - steen (stenen pand). In 1792 kwam het in handen van de Arnhemse gemeentesecretaris Berhard Johan Hoff. In 1842 wordt het verkocht aan W.D. Martens en het landgoed is dan al van 26 Hect. geslonken naar 7 Hect. In 1852 wordt Hartenstein opnieuw verkocht. De veiling met inzet bracht het verkoopbedrag op Hfl. 23.500,= de veiling bij toeslag was op woensdag 30 juni 1852. Het werd gekocht door de staatsraad Elas Canneman. Canneman overleed in 1861 en toen kwam Hartenstein in handen van de makelaar de heer Theodorus Sanders. Sanders liet in 1865 alles afbreken en bouwde een nieuw herenhuis met oa een koetshuis. Ongeveer de huidige situatie dus. Sanders verkocht in 1882 Hartenstein aan de welgestelde houthandelaar de heer G.J. Verburgt uit Arnhem. Hij huwde later met Molhuysen. Verburgt deed rond 1905 de villa uitbreiden met serre's aan zuid- en oostzijde. Na het overlijden van zowel Verburgt (1914) als Molhuysen (1928) wordt Hartenstein rond 1930 een rusthuis. In 1935 heet het een sanatorium te zijn en dat wordt bestierd door de zuster van mw. Molhuizen. In 1942 komt het pand in handen van de gemeente Renkum en werd het hotel Hartenstein. In september 1944 gebruikte generaal R.E. Urquhart van de First British Airborne Division tijdens de Slag om Arnhem het huis als hoofdkwartier. Het huis heeft zware schade geleden in september 1944. Na restauratie werd Hartenstein weer een hotel, doach de exploitatie daarvan stopte op 1 januari 1977. Sinds 1978 in gebruik als Airborne Museum. In 2009 is het museum gerenoveerd en kwam er een een uitbreiding. Achter het museum is het Hartenstein park. Het vroegere koetshuis uit 1870 van het buiten Hartenstein, is sinds 1941 in gebruik geweest als brandweerkazerne en tegenwoordig is het een restaurant. Eerst Klein Hartenstein en tegenwoordig weer een andere naam. In 1979 werd het koetshuis op de Rijksmonumentenlijst geplaatst, tegen het advies van de gemeente die het pand wilde slopen. Op het landgoed is de Engelse landschapsstijl te bewonderen.

Huis Heelsum. Een verdwenen kostschool voor jongedames in Heelsum, adres Aan de Beek 1. Tegenover huize Bergzicht. Op 6 september 1899 verhuisd de kostschool van de Dorpsstraat in Renkum naar 't Huis Heelsum dat al was gebouwd in 1892. 't Huis Heelsum is meer geschikt dan de Renkumse locatie en voldoet aan eisen van hygiŽne. In 1899 was Mej. J.C. Kšyser de directrice. In 1909 neemt de Hotel-Maatschappij "de Tafelberg" die reeds enige jaren het hotel "de Tafelberg" te Oosterbeek exploiteert, de kostschool "Huize Heelsum" te Heelsum over. Rond 1911 wordt Huis Heelsum een Kinderkoloniehuis. In 1917 wordt 't Huis Heelsum verkocht aan CV Vacantie-Kolonies Nederland. En in 1918 wordt de nieuwe naam "Kinderkoloniehuis Heelsum". Koloniehuis v.d. Centrale Genootschap voor kinderherst.- en vakantiekoloniŽn. (Kolonie Huis Heelsum).
Na de WWII (5-6-1945) zijn er 2 oorlogsslachtoffers opgegraven in het bos bij huize Heelsum deze waren gefusilleerd in de winter van 1944/45.
Na de WWII wordt het koloniehuis weer hersteld, er komt ook een kleuterschool in. Het gebouw werd in 1964 gesloopt. De nieuwe service-flat Koningshof werd op de oude locatie in 1965 geopend. In 1908 opent Villa Sonnevanck te Heelsum. Geen kostschool maar meer een tehuis voor een beperkt aantal jonge meisjes, die de eigenlijke schooljaren achter de rug hebben, maar zich nog verder algemeen wensen te ontwikkelen. Een soort uitloop van 't Huis Heelsum.
Huis Heelsum vanaf de kerk rond 1904

Op de Fonteinallee zijn meerdere vijvers te zien. Waaronder de tegenwoordige Fonteinvijver, genoemd naar de Fontein die er rond 1794 tot aan september 1944 gewerkt heeft. Op een oude kaart van Doorwerth door Bernhard Kempinck uit 1602 komt deze vijver al voor en wordt dan de “Helle Colck” genoemd. Ook de naam Duivelskolk komt voor. Vroeger dacht men dat plekken waar water spontaan uit de grond opborrelde doorgangen waren naar de onderwereld. De Fonteinallee als naam bestond al voordat er een spuitende fontein werd aangelegd (eind 19e begin 20e eeuw). De Fonteinallee is naar de bron genoemd, niet naar een fontein zoals we die nu kennen. De fontein in de middelste vijver in het cascadedal heeft geen pomp, doch werd natuurlijk gevoed door een spreng met voorraadvat. Deze bevindt zich bijna boven op de helling, rechts achter de Fonteinvijver, als je er voor staat. Het ronde voorraadvat met een doorsnede van 5 meter staat nog steeds vol. De leiding naar de fontein zou vervangen moeten worden.

Huize Heerdstede, aan de Van Toulon van der Koogweg, Oosterbeek. Xeno Augustus Franciscus MŁnninghoff (1873 - 1944) was een kunstschilder, wiens landschappen in brede kring worden herkend en gewaardeerd. Als directeur van de gemeentelijke tekenschool te Renkum heeft hij bij velen kunstgevoel en kunstvaardigheid versterkt. Zijn echtgenote Mathilda Jacoba (Tilly) van Vliet (1879-1960) maakte stillevens, bloemen en portretten. Het gezin MŁnninghoff woonde in de Heerdstede aan de Van Toulon van der Koogweg. Na de septemberdagen 1944 moest het gezin, als veel Oosterbekers, naar de gemeente Barneveld evacuŽren. Daar is Xeno op 31 oktober van dat jaar overleden.

Villa Heidestein, Utrechtseweg 67 Heelsum. Een gemeentelijk monument. Park Heidestein en Huis Heidestein vormen samen een oud landgoed in Heelsum. Het landgoed 'Heidestein' is ontstaan uit het voormalige domeinbezit dat in 1810 in erfpacht is uitgegeven aan de heer Van Kesteren uit Renkum. Het landgoed was destijds aangelegd op ongeveer tien hectare woeste grond. Een groot gedeelte bestond uit grove dennenbossen. De eerste pachter heeft het terrein in de loop der tijd vergroot tot ongeveer vijftien hectare. Het herenhuis aan de Utrechtseweg is vanaf 1815 door de heer Van Kesteren gebouwd en is nog altijd in tact. Het is voorzien van een naam die is ontleend aan de omgeving waarin het stond. In 1849 is het park met huis verkocht aan een welgestelde Renkummer, de heer Van Vollenhoven. Hij wist het park met aanplantingen en ontginningen tot een aantrekkelijk bezit te maken. Het omliggende park is in 1860 gerenoveerd. In 1950 kocht gemeente Renkum het parkgedeelte van Heidestein. In 1968 werd op het westelijke gedeelte van het landgoed het bejaardencentrum Heidestein gebouwd. Dat zelfde huis staat sinds april 2015 weer leeg. In het park is ook een kinderboerderij en een pand voor kinderopvang. Het landhuis wordt nog steeds bewoont. Heelsummers kennen het pand als de praktijk van huisarts dr. Visser.

Villa HenriŽtte Oosterbeek
Villa HenriŽtte, Utrechtseweg 115. Oosterbeek. Bouwjaar 1870. Actueel: in 2015 stond de villa te huur voor wonen en kantoor. De villa werd betrokken door de firma Noordenwind en later Hollandsche Wind. Een jaar later vermoedde de FIOD naast Wind ook Gebakken Lucht. De FIOD heeft in december 2015 voor 'vele tonnen' beslag gelegd op de bankrekeningen. In maart 2016 werd er ook beslag gelegd op een viertal panden.
De villa is een gemeentelijk monument.


Heveadorp, voormalige Modelboerderij Huis ter Aa in gebruik tussen 1908 en 1915. De heer J.W.F. Scheffer krijgt Heveadorp en het aangrenzende gebied de Duno in bezit in 1888. De eerste bebouwing vindt plaats aan de Rijn, maar al vrij vlot wordt de stuwwal aan de bovenkant geŽgaliseerd en komt daar de Modelboerderij te staan. En, vrij nieuw voor die tijd, het geheel was geŽlektrificeerd. De boerderij bestond uit stallen, stoomzuivelfabriek, werkplaatsen, administratie (aan de Dunolaan). Er kwamen woningen in het Seelbeekdal. In de weilanden (uiterwaard) voor de Duno zijn nog betonnen platen als restant hiervan te zien. Hier konden de koeien "schoon" gemolken worden. Een waterfilterkelder hoorde bij de modelboerderij. De waterfilterkelder is te vinden aan de beek ter hoogte van de Beeklaan 17-19 in Heveadorp. Er kwam een winkel in Arnhem voor de verkoop van melk. Scheffer was gehuwd met ťťn der dochters van de chocoladefabrikant Van Houten. Van Houten zelf was vennoot van de Modelboerderij.
 Heveadorp 1925
Onderaan is de Rijn, daarboven de Huneschans, daarboven de Hevea-fabriek. Links daarvan is het Huis ter Aa nog zichtbaar. Heveadorp is zichtbaar boven de fabriek.
In 1915 wordt de modelboerderij Huis ter Aa verkocht aan Dirk Frans Wilhelmi en Co die er vanaf 15 oktober 1816 de rubberfabriek Hevea begint. Wilhelmi en Co produceerden reeds staaldraden voor rijwiel- auto- en massieve banden in de Heveafabriek (Heveapad) te Hoogezand. In Hoogezand is geen uitbreiding mogelijk en vandaar dat men in de stallen van de boerderij neer strijkt. Er worden voor de arbeiders op het terrein zo'n 96 woningen gebouwd. Voor het kantoorpersoneel nog eens 23 woningen en later een lagere school (Middenlaan 47), de voormalige Seelbeeckschool. Hoewel sociale overwegingen een rol speelden, is met de bouw van het dorp vooral getracht om arbeiders naar de afgelegen fabriek te lokken. De naam Heveadorp ontstaat in 1916 als er een eigen poststempel komt. (Volgens Hevea100) L.H. Vleeshouwer wordt in 1919 de eerste brievengaarder. Op 21 september 1921 wordt er een hulptelegraaf- en hulp telefoonkantoor voor het algemeen verkeer geopend. In 1922 wordt vastgesteld dat Heveadorp een eigen postkantoor, hotel-cafť-restaurant, volkskoffiehuis, coŲperatieve winkels, bioscoopzaal, ziekenzaal van „Het groene Kruis" met kliniek en badinrichting heeft. Een zweminrichting en een eigen school zijn in voorbereiding; tennisbanen en voetbalterreinen zijn aanwezig. De fabrieken hebben een eigen stoombootdienst op de Rijn met aanlegsteigers te Arnhem; voorts verkeert in staat van uitvoering een tramverbinding aansluitende op de elektrische tram Arnhem—Oosterbeek. Dat die extra tramverbinding naar de bossen op de Duno er komt heeft veel te maken met de Oosterbeekse burgemeester van der Molen, die ook aandeelhouder is van de Bouwmaatschappij Doorwerth, om aldaar een villa dorp te beginnen. In 1922 (31 augustus) wordt de rubberfabriek stilgelegd door de voortdurende malaise. 500 ŗ 600 mensen worden ontslagen. Bij de ontslag-aanzegging is tevens medegedeeld, dat door de directie alle moeite zal worden gedaan om het bedrijf gaande te houden. In een adres aan de regering zal worden verzocht om de 10-urige arbeidsdag in het bedrijf te mogen toepassen. Wanneer dit verzoek wordt ingewilligd kan het bedrijf voor een groot deel worden voortgezet. Het ligt dan in de bedoeling om enkele afdelingen van de fabriek stop te zetten, doch overigens door te werken met personeel, dat per 1 september weer in dienst zal worden genomen. Het is vrijwel zeker, dat het overgrote deel van het kantoorpersoneel weer in dienst wordt genomen. Een bijzonder truc, onder het mom van malaise wordt loonsverlaging en werktijdverlenging geregeld. Op 1 september staat er in de krant: In een onderhoud dat de Telegraaf gisteren had met een der directeuren der Vereenigde Nederlandsche Rubberfabrieken te Heveadorp deelde deze mede, dat het massa-ontslag van het personeel niet zal plaats hebben en dat begin september het bedrijf der Rubberfabrieken voorloopig op beperkte schaal kan worden hervat. Alle lonen, en salarissen bij een 10-urigen werkdag worden met 10% verminderd". In september verschijnen er ook weer advertenties in de krant om stiksters, en machine-zwikkers (Voor gezinnen met meerdere werkkrachten zijn nette, gezonde woningen beschikbaar.) In 1944 wordt Heveadorp in puin geschoten. Na de oorlog worden meerdere rietkapwoningen en de fabriek weer hersteld. In 1962 is er een fusie tussen Hevea en Vredestein en gaat men als Vredestein verder. In 1976 stopt de fabriek in Heveadorp en verhuisd Vredestein (samen met de vestigingen uit Loosduinen en Maastricht) naar een nieuwe fabriek aan de Beukenlaan in Renkum. De fabriek in Heveadorp komt leeg en is samen met het op het fabrieksterrein gebouwde dorp te koop. De sloop van de fabriek heeft plaats in 1982-'84. Zo rond 1997 koopt een projectontwikkelaar de fabriekswoningen in het dorp voor vier miljoen gulden en gaat deze geheel renoveren. In 2004 sluit de Vredestein fabriek in Renkum. In 2015 en 2016 viert men het 100 jarige bestaan van Heveadorp.

Heveadorp. Er waren twee lagere scholen voor de kinderen uit Heveadorp. De eerste is de Openbare Lagere School (Seelbeeckschool) Middenlaan 47 in Heveadorp. En het oude kantoorgebouw van Scheffer (de Vijverberg) werd ingericht als Christelijke Lagere School. Met als oud adres: Dunolaan 31.

De voormalige Openbare Lagere School in Heveadorp.
De vroegere Openbare Lagere School (Seelbeekschool) aan de Middenlaan in Heveadorp.
Heveadorp, de Lagere School. De Seelbeekschool. De Openbare Lagere School (Seelbeeck school) is gebouwd tussen 1916-'18 van architect J. Rothuizen aan de Middenlaan 47 in Heveadorp. Een met riet gedekt eenlaags gebouw in cottagestijl uit circa 1920. (link) In mei 1920 vragen meerdere ouders opnieuw om de oprichting van een Openbare lagere school aan de gemeente Doorwerth, waar Heveadorp onder valt. Hun verzoek wordt afgewezen. De ontevreden ouders stappen naar Gedeputeerde Staten om de gemeente te dwingen. In juli 1920 gaat de gemeenteraad om. Maar erg actief is de gemeente niet. In maart 1921 blijkt dat de heer Lindeling, zijn invloed in financiŽle kringen zou aanwenden om bij een Bank een lening te sluiten. De Van Ranzowsbank te Arnhem neemt daarna contact op met de burgemeester in Doorwerth. Gemeld wordt dat ze er niet aan dachten om voor de gemeente Doorwerth een lening te sluiten. De gemeenteraad is hier ongelukkig mee en gaat elders een lening aan. In het najaar 1921 worden sollicitanten geworven voor de school. In januari 1922 besluit de gemeenteraad om tot hoofd der openbare school te Heveadorp te benoemen de heer J. Visser, onderwijzer te Arnhem. Mejuffrouw D. Veenstra wordt onderwijzeres,.Zij vertrekt in 1924 om schoolhoofd in Noordwolde Friesland te worden. Daarna wordt mej. H.A. (of M.A.) Wilmink uit Velp, voorgedragen voor de Openbare lagere school. In 1926 groeit de school en wordt benoemd als onderwijzeres: mej. A. de Vries uit Oosterbeek. In 1927 vertrekt de onderwijzer de heer G. Panman. Ook in 1927 vertrekt J. Visser om hoofd van de Oosterbeeksche schoolvereniging te worden. Zo zijn er veel namen van onderwijzers op te noemen, maar ik stop hier. In 1931 is er een verzoek tot stichting van een bijzondere school te Heveadorp. Het Bestuur van de Vereeniging voor Chr. Nat. Lager Onderwijs te Heveadorp vraagt aan de gemeente (Renkum) geld voor 2 klassen. De aanvraag voldoet aan de wettelijke eisen en eigenlijk moet de gemeente Renkum medewerking verlenen. De gemeente wil niet mee werken aan een onderzoek naar de echtheid van handtekening van ouders van kinderen. Die tegenwerking zou niet fatsoenlijk zijn. De goedkoopste oplossing zou zijn het gymnastieklokaal van de Seelbeekschool te verbouwen tot 2 klassen en een aparte ingang. Daarvoor wil de N.V. Rubberfabriek te Heveadorp afstaan Ī 875 M. 2 voor ƒ 3000. Op deze wijze worden de kosten voor de gemeente tot een minimum teruggebracht. Het Schoolbestuur en de Inspecteur van het L. O. kunnen zich met deze oplossing verenigen. De heer Koning, een raadslid, vindt dat de stichting van een nieuwe school in 't nadeel is van de gemeente en het onderwijs. In de crisistijd is het onverantwoordelijk op deze manier het geld weg te smijten. De grond is veel te duur gekocht; 't lijkt wel op afzetterij. Ten slotte vindt hij 't jammer, dat het gymnastieklokaal wordt opgeheven. En dan komen de twee verschillende scholen nog onder ťťn dak. Eind 1931 worden er door de Heveafabrieken weer 100 arbeiders ontslagen. Geruchten of de bouw van een Bijzondere School nog wel kan door gaan. Maar om het kort te maken, in 1932 begint de Bijzondere School op een ander adres, in het oude kantoor van Scheffer. Zie hieronder. Op 1 april 1932 werd de Openbare Lagere School te Heveadorp door een leerlingenaantal dat varieerde tussen 110 en 102, bezocht. Na de opening van de Christelijke school in Heveadorp liep het aantal leerlingen terug tot 66, waarnaar er weer een stijging intrad, zodat over 1932 een gemiddelde bereikt werd van 77%. Dat is op de rand van de keuze tussen een twee- of een drie-klassige school. Eerst in november 1940 zijn er voldoende leerlingen voor een drie-klassige school. Een tijdsverschijnsel, vanaf november 1941 wordt de O.L.S te Heveadorp gebruikt voor de uitreiking van de boter- en vetkaarten. Op 20 december 1941 begint de uitreiking van de distributiekaarten in Heveadorp. In juni 1943 wordt de O.L.S. gebruikt voor de inlevering van radiotoestellen. In 1963 besluit de gemeenteraad dat de Seelbeeckschool wordt verplaatst naar de Cardanuslaan te Doorwerth. In september 1964 start de Christelijke Ulo-school in de oude Seelbeeckschool. In januari 1971 komt er een peuterspeelzaal in de oude school.
Eind jaren ’80 is het schooltje, door SLAK aangekocht. Het heeft 4 ateliers en een atelierwoning

christelijke lagere school Heveadorp
Zorgvlied en of De Vijverberg. Later de voormalige Christelijke Lagere School Heveadorp.
Heveadorp, de Lagere School. In het voorjaar van 1932 werd het oude kantoorgebouw van Scheffer ingericht als Christelijke Lagere School. Huize Zorgvlied is door Scheffer gebouwd, samen met: de Viersprong (Jacoher), Pretty Home, Forest Hill, de Pauw, de Bloem en de Vrucht.". Later is Zorgvliet de Vijverberg gaan heten, ze hebben hetzelfde kadastrale nummer ..687. Het adres was destijds Dunolaan 31. De school stond net voor de nu open plek in het bos, rechts van de Dunolaan in Heveadorp als je omhoog loopt richting Doorwerth, iets verder dan de kruising (bij de ANWB wijzer) met oude oprijlaan (Dunoweg) naar de Duno met huize de Pauw. De eerste leerkracht was meester T. Van Beek. In het voorjaar van 1932 begonnen met 40 leerlingen en in 1933 gegroeid naar 65 leerlingen. Gevorderd door Duitsers in augustus 1940. Nadat de Engelsen er in 1944 hun intrek hadden genomen is het verwoest. In 1946 is de christelijke school samen met de openbare school verder gegaan in ťťn gebouw in Heveadorp, later werd de Rehobothschool in Doorwerth gebouwd, waar de heer Van Beek ook het hoofd van de school is geweest. In 1952 is de Christelijke Lagere School verder gegaan in de Rehobotschool in Heelsum.

Er waren 2 gebouwen met de naam 't Hemeldal:

't Hemeldal, Kneppelhoutweg, (Benedendorpsweg) Oosterbeek. Het stond aan de Kneppelhoutweg net iets voorbij de Hoofdlaan en min of meer schuin tegen over het Rozenpad. Gebouwd vanaf 1820 als kostschool voor Jonge Heren het Hemeldal, gesticht door Kallenberg. Bewoner van het landgoed “De Hemelse Berg” te Oosterbeek.
Hemeldal Oosterbeek
Het Oosterbeekse Hemeldal (eerste versie) in 1841. (prent van J.F. Christ bron Gelders Archief)
Na aankoop van “De Hemelse Berg” in 1847 door Jan Kneppelhout wordt de eerste school afgebroken en komt er een groter gebouw. (later Instituut voor jonge heren). Hemeldal Oosterbeek
Later werd het "nieuwe" gebouw een pension. Na september 1944 was er enige schade.

Hemeldal voor Zenuwzieken sinds 1896
't Hemeldal uit 1896, Rust- en Herstellingsoord voor rust behoevende zenuwpatiŽnten aan de Oranjeweg 6, Oosterbeek. Was in de tweede wereldoorlog een centrum van de LO (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers) (het verzet) van de Veluwe.
In 1983 gesloopt ten behoeve van “Residence Hillenbos". Link.

Of de Graaf van Rechterenweg Link

 De Hemelse Berg. Hemelse Berg 1 te Oosterbeek. In de 16e en 17e is de Hemelse Berg nog een onderdeel van het buiten ter Aa. Dit buiten is dan eigendom van Hendrik Bentinck (overleden 1502), daarna vererft het buiten naar Alexander Bentinck en nog weer later naar Steven Bentinck en zijn zoon Johan Bentinck tot ter Aa. Uit deze tijd stamt ook de diepe sprengkop "De Hel". Het weinige water ervan voedt een vijver (de eendjesvijver) achter de tuinmanswoning Mariahoeve.
De erfgenamen van Geertruida van Brakell, douairiŤre van jhr. Jacob Kreynck tot de Beele c.s. verkopen in 1728 de volgende percelen te Oosterbeek aan Bartholomeus van der Hoop: den Havercamp, het Meulencampjen, het Wyercamp, het Langestuck, den Mosterthof, den Steenberg, den Heekamp, een uiterweerdsweide, een hegge hout (“heggeholt”) of district, genaamd den Hemelschen Berg, hegge die Leemcuil, en hegge den Deelacker. De Hemelse Berg zou tot 1807 bij Van der Hoop blijven. De Hemelse Berg staat dan voor het eerst beschreven. Het landgoed Ter Aa bevat dan vrijwel het gehele westelijke deel van Oosterbeek tot Doorwerth. Na het overlijden van Bartholomeus wordt rond 1735 door Abraham van der Hoop, het landgoed uitgebreid tot buitenplaats met tuinen, bossen, vijvers en een koren- en een papiermolen. In 1758 wordt een herenhuis gebouwd. Het landgoed blijft in de familie van der Hoop totdat mr. Dirk Gaymans, burgemeester van Arnhem, huis en langoed koopt. Dat is in 1806 of 1807. Gaymans betaald een bedrag van Hfl. 18.700. Hij breekt het 18e eeuwse huis af en vervangt het door een nieuw landhuis. De burgemeester kocht ijverig grond bij en verkocht het landgoed in 1821 over aan mr. H.J.A. (Jan) Kallenberg van den Bosch voor Hfl. 50.000. Kallenberg van den Bosch was een Haagse rentenier. Na
bron Wikimedia Buffa Gemeentemuseum Arnhem
 zijn overlijden in 1823 erft zijn weduwe Lucia de Jongh de Hemelse Berg. In 1830 hetrouwd Lucia de Jongh met C.P.E. Robidť van de Aa. Het terrein wordt verfraaid door de landschapsarchitect J.D. Zochter jr., en er worden meerdere villa's gebouwd zoals de Pietersberg, Lucienheuvel, 't Hemeldal, de Witte Poort (later Rijnzicht) en Transvalia. C.P.E. Robidť van de Aa was lid van de Amhemsche Rechtbank en vermoedelijk heeft hij het Pannehuis en de Vinkenhorn bijgekocht. In 1846 willen de erven van mevrouw de Jongh de Hemelse Berg verkopen.
Op een openbare verkooping in 1847 of 1948 werd Jan Kneppelhout, alias Klikspaan voor Hfl 125.000 eigenaar van het landgoed. Hij liet in 1858 een nieuw landhuis bouwen naar ontwerp van L.H. Eberson. Na de dood bleef van Kneppelhout blijft zijn vrouw er wonen. Zij overleed in 1919, haar weldadig leven in Oosterbeek bekronend met het testamentaire aanbod aan de gemeente, de Hemelse Berg voor maar Hfl 1,= te kopen. De gemeente verpachte het landhuis aan de familie Beelaerts van Blokland, die er vanuit Transvalia gingen wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het landhuis zwaar beschadigd en later werd het gesloopt. Een deel van het terrein is in 1952 verkocht ten behoeve van een verpleeg- en kraaminrichting. Deze gebouwen zijn intussen ook gesloopt. Van de buitenplaats dateert nog een uit 1860 gebouwde orangerie en een tuinmanswoning.
Sonnenberg ansichtkaart verzonden in 1917
Een ansichtkaart verzonden in 1917, gemaakt door J.h. Schaefer's uitg. Amsterdam. Een Arto lithophotochrom Nr 98 (ingekleurd op glas), collectie HGR. Jammer dat dhr Schaefer nooit in Oosterbeek is weze kijken. Op de ansichtkaart staat het huis de Hemelse Berg en niet de Zonneberg.
 In 1847 wordt Jan Kneppelhout voor 125.000 gulden eigenaar van de Hemelse Berg. Hij verfraait het park en laat het herenhuis vervangen door een kasteelachtig gebouw, naar een ontwerp van L.H. Eberson. Knepelhout laat tussen 1872 en 1876 het park herontwerpen. Zo wordt de villa Lucienheuvel in 1863 afgebroken t.b .v. de nieuwe vijver onderaan de Kneppelhoutweg. Andere aanwezige villa's 't Hemeldal (later Instituut voor jonge heren, inmiddels gesloopt) en de Witte Poort (in 1852 Rijnzicht, in 1891 Transvalia) zijn intussen weer gesloopt. In 1870 komt er een Oranjerie met aan de achterkant een klaslokaal voor godsdienstonderwijs. Na het overlijden van Kneppelhout leeft zijn weduwe er nog tot 1919. Na haar overlijden koopt de gemeente Renkum het landgoed en verpacht het "kasteel". Met de Slag om Arnhem brand "het kasteel" in zo'n 45 minuten geheel af, als de Duitsers het in brand schieten. De restanten worden gesloopt. In 1952 koopt de gemeente de erfpacht af en verkoopt de gemeente het centrum gedeelte van het landgoed aan de Diaconessen BethaniŽ. De Diaconessen gaan er een rust- en herstellingsoord beginnen. Rond 1961 komt de kraamkliniek, later (1965) het verpleeghuis "de Hemelse Berg" gereed. Een flat voor het personeel heeft gestaan voor de keermuur die nog aanwezig is. In 1972 sluit de kraamkliniek. In 1988 fuseert de Stichting Oranje Nassau's Oord met het verpleeghuis De Hemelse Berg. Vanwege verbouwplannen zijn de bewoners medio 2003 verhuisd naar O.N.O. in Wageningen. De gemeente wijst echter de verbouwplannen af en het verpleeghuis wordt afgebroken in 2004. Het zuidelijke gedeelte van het park, met een oranjerie (uit 1860) en een voormalig koetshuis (verbouwd in 1920 en 2015) is bijna niet toegankelijk. Aan de noordkant bij de oprit is een de voormalige tuinmanswoning "Mariahoeve". In het bos gedeelte staan nu een theehuis, en een gedenknaald (renovatie in 2015) en prieel waarbij de weduwe Kneppelhout wordt bedankt door de Oosterbekers. Aan de westkant (Lage Oorsprong) is een prachtig wandelgebied met vele watervallen. Volgens een deskundige is het landgoed toegankelijk op grond van de Natuurschoonwet 1928, alleen via de ingang aan de Hoofdlaan. Veelal laat ik me echter tegenhouden door het bordje verboden toegang. De Natuurschoonwet kent mogelijkheden voor een bord verboden toegang. Met name bedoeld om privť gebieden te beschermen, daar wordt niet een heel landgoed mee bedoeld. Kenmerken van de Natuurschoonwet: Openstelling en openbaarheid versus fiscale voordelen en subsidies.
Hemelse Berg verboden toegang
Noordelijk ingang van de Hemelse Berg in 2016, de zuidelijke ingang is geheel afgesloten.
Tegenwoordig is er discussie over het herstel van de oude zichtlijnen, of te wel kap van de bomen die het zicht op Rijn en Betuwe wegnemen.
Hemelse Berg 1872
plattegrond zuidelijk gedeelte Hemelse Berg uit de jaren 1872-78
Zo'n 75.660 m2 van de Hemelse Berg, de locatie van de voormalige verpleeginrichting, was in september - oktober 2016 te koop, link. In november 2016 is de Hemelse Berg verkocht met het vigerende bestemmingsplan, er mag voor "zorg" gebouwd worden. De oude eigenaar Zinzia heeft nooit formeel geprobeerd het bestemmingplan te wijzigen. Maak je er er iets voor "zorg" van, dan brengt het per vierkante meter niet veel op. Mag je het verkopen met een bestemming woningbouw in
een Engels landschapspark, dan brengt elke vierkante meter meer op. In 2008 heeft de gemeente het Bestemmingsplan nog gewijzigd. Een kleinere bouwkavel, minder bijgebouwen, compacter. Casus 3704 Zinzia zorggroep, verkoop kavel De Hemelse Berg te Oosterbeek. Het College sanering zorginstellingen besluit: 1. de beschikking d.d. 29 november 2016, met het kenmerk IB/ctw/2016/2160, in te trekken; 2. goedkeuring te verlenen ingevolge artikel 18 van de WTZi aan StichtingZinzia zorggroep, gevestigd te Renkum en kantoorhoudend te Wageningen, voor de verkoop van een perceel grond, plaatselijk bekend Hemelseberg 1 te  6862 BN Oosterbeek, kadastraal bekend gemeente Oosterbeek, sectie E, nummer 1204, groot 7 hectare, 50 are en 20 centiare, aan Sonsbeek Vastgoedontwikkeling  B.V., gevestigd te Zutphen en kantoorhoudend te Warnsveld, tegen een prijs  van €1.250.000,- k.k.

Den Hes, Oosterbeek. De waterkorenmolen annex herberg de Hes, is genoemd genoemd naar de vele langs trekkende Hessenkarren. Het huis de Hes was in de 17e eeuw bekend als "het huys van  Hesaen Clingenbeek". De watermolen werd aangedreven door de zogenaamde Sliepbeek, welke van Mariendaal (tot welk landgoed het huis jarenlang behoorde), langs de Hesweg naar de Klingelbeek stroomde. De beek vormt de  grens tussen de gemeenten Renkum en Arnhem. In de negentiende eeuw heeft de familie Egbert Jan Gerritsen op de Hes het molenaarsbedrijf uitgeoefend. Zij werd opgevolgd door A . en H . Aalbers (1875-1890), W. en H. Hendriks (1890-  1894), E.H. van Kraaykamp (1895-1902) en G .J. Brinkman (1903-1917) . De laatste periode waren waterrad en -bedding al in verval en werd het molenwerk door een petroleummotor aangedreven. Na 1917 kwam in het molenhuis de stomerij en weverij van Aug. Cramer uit Arnhem. Ook dit bedrijf profiteerde van het snelstromende en heldere beekwater.

Huize Heijborgh (de Wissel). Tegenwoordig Nieuweweg 1, Renkum. Volgens de BAG gebouwd in 1900. De gehele kavel bestond aanvankelijk uit de Dorpsstraat A 52 -
Huize Heijborgh (de Wissel). Nieuweweg 5 van Wijck-Conijn Stichting, daarvoor woonhuis van de steenfabrikant Van Wijck. En tegenwoordig in gebruik voor kamergewijze verhuur.
Nieuweweg 3 aanvankelijk de Lagere School, de Gemeentezaal, Hedi Kringloopwinkel en tegenwoordig woonhuis, kantoor. Achtereenvolgende eigenaren:
   De projectontwikkelaar van de Nieuweweg 5 is Johannes Roelofzoon Jansen, een Renkumse timmerman, samen met Geertruida van Hoogstraten. Zij verkopen het huis / kavel aan Stephanus Martinus van Wijck, een steenfabrikant uit Renkum. Na hun overlijden komt de Nieuweweg 5 in 1904 aan
Het Zedelijk Lichaam ‘Ursula’s Zusters’ uit Venraij. De zusters bouwen in 1913 in de tuin een drieklassige Lagere School, en tegenwoordig kennen we dit pand als Nieuweweg 3 A, eerst dus de Lagere School, later de Gemeentezaal, Hedi Kringloopwinkel en tegenwoordig woonhuis, kantoor.
In 1920 wordt er weer een gedeelte gebouwd, de huidige Nieuweweg 3.
In 1964 - 1965 wordt er op de kavel aan de Dorpstraat 151 - 157 twee woningen gesloopt en wordt er een flat gebouwd. De flat staat er nog en achter de garage kun je de 3-klassige Lagere School zien.
Andere eigenaren (maar van wat?) Petrus Paulus Johannes Czerwinski, directeur Geld. Stoomwasserij uit Renkum; Ned. Buurtspoormij. uit Utrecht; de Gemeente Renkum, Aannemersmij. Van Aggelen uit Renkum, de R.K. Kerk Renkum; Louw Johanneszoon Ozinga, pensionhouder uit Renkum en Henri Wizix, hoofdingenieur uit Den Haag.
Voormalige villa Heuveloord was de naam van de villa aan de Emmastraat ongeveer ter hoogte van de tegenwoordige Beatrixweg. Het oude adres was Emmaweg C 192, te Oosterbeek, geen huisnummer maar het postadres. een latyer adres was Emmastraat 31. Het huis “Heuveloord” aan de Emmastraat waarnaar de huidige Heuveloordweg is genoemd, lag tussen de huidige Beatrixweg en Heuveloordweg. In 1922 kregen een  tweetal wegen te Oosterbeek, van de Wilhelminastraat en van Heuveloord naar de Emmaweg, de namen: Watertorenweg en Heuveloordweg.
De buitenverblijven Heuveloord en Bijdorp, gelegen te Oosterbeek, bij vroegere annonces en alom verspreide biljetten breeder omschreven, zullen op Woensdagen 30 Augustus en 13 September 1871, 's avonds 6 ure, ten huize van Van Ingen aldaar, bij inzet en toeslag worden geveild en verkocht, ten overstaan van den Notaris J. Kuijk te Arnhem, alwaar op franko aanvrage nadere inlichtingen te bekomen zijn.
De Notaris R. Reijers te Velp, zal op Woensdag 29 October 1919, des voormiddags 10 uur, op de villa „Heuveloord" aan den Emmaweg te Oosterbeek, ten verzoeke van de fam. Franssen aldaar, publiek Š contant verkoopen: Den geheelen Inboedel.
Een van de bewoners was  J. van der Molen Tzn, Renkums burgemeester van 1923 tot 1934. De ontwikkeling van Doorwerth als woongebied werd door hem sterk bevorderd. In Doorwerth zijn een plein en de daarvandaan naar Kievitsdel leidende allee naar hem genoemd. Van der Molen was privť financieel betrokken bij de ontwikkeling van Doorwerth. Als Van der Molen er in 1935 niet meer woont, wordt Heuveloord door de gemeente verhuurd voor ƒ 550 per jaar. In 1938 wordt aan de toenmalige huurder opnieuw voor 3 jaren verhuurd voor een jaarlijkse huurprijs van ƒ 500. In 1939 komt er een andere naam: Disponibel door toev. omstandigheden per 1 Dec. te huur een zit- en slaapkamer, parterre op het zuiden, incl. centr. verwarming en stromend water. Pension Heuveloord, Emmastraat 31, Oosterbeek. Tel. aanwezig. 7962. Begin 1940: Disponibel per 1 maart: 3 ineenloopende kamers, op het zuiden, parterre. Incl. centr. verw. en str. w. Na de oorlog blijft de naam Heuveloord nog behouden:  Voor logies, onthijt of pension naar cafť pension "Heuveloord", Weverstraat 110. 
Landgoed "the Hillock”, Utrechtseweg 295, Oosterbeek. De "The Hillock" is in 1918-1919 gebouwd als buitenhuis voor de fabrikant G.W. Bloemendaal uit Wormerveer. Bloemendaal kocht de kavel in 1916. De BAG geeft 1924 aan! De architecten waren A.P. Smits en H. Fels. Over Fels is in 2016 door Teunissen, Marcel + Rob Fels een boek uitgebracht. Op het verkavelingsplan uit 1923 van het Landgoed Groot Wolhezen zie je dat  de Hillock een onderdeel is van dat grote landgoed. De heer Bloemendaal, was een van de directieleden van de N.V. Wetenschappelijk Instituut voor Correspondentie-Onderwijs, aan de Velperbuitensingel 6, te Arnhem. Dit instituut bevorderde het schriftelijk onderwijs buiten Nederland. Hij was gehuwd met mw. J.W. Straatman. De familie Bloemendaal bewoonde het huis tot 1940. In 1940 tot 1941 is de industrieel H.C..P. van Gemert de eigenaar en bewoner. Dan verkoopt hij het pand aan de distilateur Hendricus Petrus Coebergh (Henri) (1877-1957).
Coebergh was bekend van de bessen jenever. Volgens het gereconstrueerd bevolkingsregister van de gemeente Renkum vestigd zich Hendricus Petrus Coebergh op 26-4-1941 op dit adres en hij is afkomstig van Rotterdam. Ook in deze reconstructie: A.H.Ch.M. Coebergh, vertrekt in de week van 31-12-1941/07-01-1942 naar Breda. Hij was de oudste zoon. De weduwe van H.P. Coebergh laat na het overlijden van haar man een woning aan de Uitrechtseweg 246 bouwen waar ze gaat wonen. Een andere zoon, de dierenarts J.W.M. Coebergh (Chef) (1908-1955) vestigd zich volgens het gereconstrueerde bevolkings register (J.W.W. Coeberg moet zijn J.W.M. Coebergh) in 1934 eerst op de Pieterbergseweg 24 (het Hoefijzer). Dit adres was voordien praktijk huis en apotheek van zijn collega dierenarts Rapp. Hij gaat later verhuizen naar de Utrechtseweg 248 (Burmania Heerdt) Oosterbeek. Na zijn overlijden in 1958 blijft zijn weduwe Coeberg - Vismans er nog even wonen en komt de villa te koop.
Van 1958 tot 1968 is de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen "Verzicht" de eigenaar. Deze N.V. heeft als doel:
'Verhuur van en handel in onroerend goed'. Van 1968 tot 1980 is de de eigenaar. In 1980 wordt de B.V. Landgoed The Hillock uit Zevenaar de eigenaar. Deze B.V. heeft als doel: 'Verhuur van en handel in onroerend goed'.
Landhuis The Hillock
 Misschien is er daarna nog een ambassade in The Hillock gevestigd geweest (BraziliŽ) Daar kan ik niets over vinden. heeft u hier info over: graag!
.
Het huis is een Rijksmonument.
Het landgoed heeft een schitterende chauffeurswoning. Goed zichtbaar vanaf de Utrechtseweg.
chauffeurswoning The Hillock

Huis Hoogerheide, Oosterbeek. In 1880 laat de Amsterdamse goudhandelaar R.D. Benten er een landhuis bouwen. Na diens overlijden kwamen grond en huis in bezit van burgemeester Van Toulon van der Koog. Jan Vincent Maarten van Toulon van der Koog (1853 - 1914), burgemeester van Renkum. Voordien burgemeester van Wijk bij Duurstede. Hij vervulde het ambt in Renkum van 1892 tot 1907 en was eigenaar en bewoner van Hoogerheide.
Het huis werd in 1913 gesloopt en de grond verkocht ten behoeve van wegenaanleg en huizenbouw.

Verdwenen Hotel Hoog Doorwerth, Utrechtseweg. 2 Heelsum. Het Hotel Hoog Doorwerth, ook wel villa Kievitsdel genoemd, stond op het landgoed Kievitsdel van zo'n 15 Ha. Heelsum. Gebouwd rond 1920 voor een dochter van de Doorwerthse burgemeester Phillippe baron van Brakell en haar man de heer van Heutz.
"De boschbrand op de Kievitsdel onder Doorwerth, welke men Donderdagavond geŽindigd dacht, is Vrijdagmiddag opnieuw uitgebroken in het terreingedeelte, dat dicht aan de bosschen van Baron van Pallandt grenst". (Delftsche courant 17-05-1919)
Toen het kasteel door zijn bouwvalligheid toch minder geschikt werd voor bewoning, liet baron Phillipe op een paar kilometer afstand "Huize Doorwerth" bouwen  Hier namen de baron en de baronesse met hun zoon en dochter hun intrek. Dochter Gabrielle maakte in die tijd kennis met de zoon van generaal van Heutsz, die als volontair werkte op de boerderij "de Noordberg". Voor hen werd een villa gebouwd aan de Utrechtsestraatweg, genaamd "Hoog Doorwerth". Naast enkele jachthonden had van Heutsz ook een paar teckels. Op een nacht gingen de honden tekeer en de baas trad op het balkon en maande ze tot stilte. De volgende ochtend bleek echter wel dat al het tafelzilver gestolen was. Hij kocht een politiehond, Brutus, voor driehonderd gulden.
Per 1 juli 1940 werd het huis een hotel "Hoog Doorwerth", Utrechtschestraatweg 10 te Doorwerth. Na de oorlog (WWII) en opknappen van enige schade, bleef het een hotel. Een verbouwing in 1955 verdubbelde bijna de hotel-capaciteit. Afgebroken rond 1970, mede in verband met de verlegging van de N225 voor de autoweg A50. De structuur van de lanen, wegen en paden is nog zichtbaar.
Hotel Hoog Doorwerth
Het verdwenen hotel Hoog Doorwerth.
In 1971 liet het gemeentelijk bestemmingsplan, na afbraak van hotel ‘Hoog-Doorwerth’ de bouw ter plaatse in een ‘beschermd landschap’, van een hoofdkantoor voor Ziekenfonds Rijn IJsselland met enige laboratoria, niet toe. Het bestemmingsplan zou door de Gemeente Renkum worden gewijzigd, zodat bedoelde bouw wel mogelijk werd. Aan dit Raadsbesluit werd echter door Gedeputeerde Staten de goedkeuring onthouden. Ook plannen om er 6 villa's te bouwen, haalden het niet. In 1972 kocht de Hazeleger Holding de locatie.

Landgoed Hoogeland, Doorwerth. Samen met het landgoed de Vijverberg en het landgoed Godesberg, komt Hoogeland voor als bedachte naam door Samuel Voorhoeve in 1916-17 als hij een commercieel uitbreidingsplan voor de Duno maakt voor Scheffer. Het plan van Voorhoeve is nooit uitgevoerd. De schets van Voorhoeve staat bij Landgoed de Vijverberg, verder op.

De Hoop, Molenweg 53 te Renkum. De bekende Renkumse molen. Gebouwd in 1858. Met een storm in 1910 is er veel vernield. Daarna in 1911 is de molen hoger geplaatst, om minder last te hebben van de toenemende bebouwing in Renkum. In 1944  vernield geraakt en in 1945 onttakeld. Eerst in 2013 zijn de wieken weer terug gerestaureerd. De Hoop is een Rijksmonument.
Molen De Hoop Renkum 2012

Hogerheide, Oosterbeek.
Medio 1864 verkopen de weduwe en erven van koopman Gerrit Maassen in het openbaar “Een Huis en Erve met Tuin en Bouwland genaamd de Jagerskamp”. Dit terrein van maar liefst 3 ha, begrensd door de huidige Weverstraat, Jagerskamp en Jagerspad, had Maassen in 1834 van de Domeinen gekocht en werd nu in percelen geveild. Het terrein van 3 ha was in acht percelen onderverdeeld. Sangster kocht zijn perceel van ruim 1 ha voor Hfl. 7301. Op dit terrein staat al het door Maassen gebouwde huis “de Jagerskamp”. Sangster is echter niet in dit huis geÔnteresseerd. Hij gaat een geheel nieuwe villa op het terrein van “de Jagerskamp”, de villa “Hoogerheide” bouwen. Op het hoogste gedeelte van het terrein, tussen de huidige Jagerskamp en Voorinkstraat, aan de noordzijde van Hogerheide, bouwt hij zijn eigen huis: “gelegen op een verheven en schoon punt, een fraai uitzigt aanbiedende op het dorp en naar verschillende zijden overheerlijke vergezigten op den Rijn, de Betuwe enz”. De architect is de van oorsprong Amsterdamse bouwmeester Gerrit Frederik Moele Bergveld, die vele jaren in Oosterbeek heeft gewoond en op de Algemene Begraafplaats begraven ligt. Hij is vooral bekend geworden als eerste voorzitter van het Amsterdamse Genootschap Architectura et Amicitia in de periode 1855-1860. Het huis is: “in smaakvollen stijl gebouwd en gemakkelijk ingerigt, bevat behalve Marmeren Vestibule of Gang, Keuken, Provisie- en Wijnkelder, Zolder, Dienstbodenkamers en verdere Gemakken, acht meerendeels ruime Beneden en Bovenkamers, waarvan er beneden vier ineenlopen”. Het uitvoerend werk werd verricht door de metselaar- aannemer Steven van Burk en het schilderswerk door Sangsters voormalige huisbaas H.C. Wiesner. De tuin werd aangelegd door G. Gerritsen, terwijl het ijzeren hek geleverd zou worden door de smid H.J. Breman. Volgens plan zou het gezin Sangster op 1 februari 1866 het nieuwe huis betrekken. Er waren al enige meubelstukken overgebracht naar het nieuwe huis, inclusief de schilderijen. Dan slaat echter het noodlot toe. Net op het ogenblik dat zijn droom op het punt staat bewaarheid te worden, wordt Cornelis Adriaan ernstig ziek, mogelijk als gevolg van een cholera-besmetting. Enige dagen later, op 15 januari 1866, overlijdt hij. Na de begrafenis vertrekt de weduwe Anna van der Crab met haar kinderen naar Arhnem. Zij is met vier kleine kinderen achtergebleven, heeft geen inkomsten, en er zijn nog schulden van de bouw van het huis. Zo had Sangster een half jaar voor zijn dood nog een lening van Hfl. 10.000 afgesloten bij Kneppelhout, tegen een overigens relatief lage rente van 3,5%. In augustus van dat jaar laat Anna haar Oosterbeekse bezittingen in het openbaar verkopen. De omschrijving van het te veilen goed luidt: “Een nieuw gebouwd Heerenhuis met erve en tuingrond, benevens eene afzonderlijke woning en erve met tuin en bouwland, alles aan elkaar gelegen…. te zamen ťťn bunder, zeven roeden, zeventig ellen.” Van de verkoop uitgesloten is een smalle strook langs de oostzijde van het terrein “bestemd zijnde om aan den geprojecteerden straatweg te worden getrokken of wel tot deszelfs aanleg te worden gebezigd”. We kennen deze strook nu als de Weverstraat ten noorden van de huidige Dam. Alexander Cremer, grondeigenaar te Arnhem, blijkt bij de veiling in 1886 de hoogste bieder op het ongedeelde perceel. Hij verkoopt het perceel echter datzelfde jaar al door aan Roghier Diederik Benten, voormalig goudsmid afkomstig uit Amsterdam en sinds 1864 bewoner van het ernaast gelegen “Overzigt”. Alexander Cremer kocht het perceel voor Hfl. 14.690 en verkocht het weer voor Hfl. 15.000. Benten breidde het grondgebied van “Hoogerheide” nog uit met een stuk grond ten noorden van de villa en liet het huis aan de voorkant uitbouwen. Ook liet hij op het terrein een koetshuis plaatsen. In 1867 wordt het oude huis “de Jagerskamp” afgebroken. Vanaf 1869 noemt Benten de door Sagster gebouwde villa “huize Hoogerheide”. Benten blijft met zijn echtgenote Wilhelmina Jacoba Adriana Goudswaard tot 1895 op “huize Hoogerheide” wonen. Op 5 oktober van dat jaar overlijdt Benten en kort daarna, op 9 december van hetzelfde jaar, zijn vrouw. In april 1896 wordt door hun erfgenamen “Hoogerheide” via een veiling verkocht aan de toenmalige burgemeester van Oosterbeek J.V.M. van Toulon van der Koog. Deze overlijdt op 10 januari 1914 en bij de boedelscheiding wordt “huize Hoogerheide” toebedeeld aan zijn weduwe Christina Henriette Tijdeman. Na haar overlijden op 14 juni 1918 houden hun acht kinderen “Hoogerheide” nog een aantal jaren aan. Op 8 augustus 1925 wordt “Hoogerheide” vervolgens verkocht aan Nicolaas Herman Westra, civiel-ingenieur, en Adrianus Goossens, aannemer te Oosterbeek. In huidige tijden zouden wij zeggen dat het terrein in de handen was gevallen van project-ontwikkelaars. “Huize Hoogerheide”, de droom van Cornelis Adriaan Sangster, was geen lang leven beschoren. Nog in hetzelfde jaar werd het huis gesloopt en het terrein verkaveld. Er kwam een villa-wijk die nog steeds de naam Hogerheide draagt. link.

Huize De Hooghelei,
Utrechtsestraatweg 88 Heelsum. In gebruikgenomen in 1910. In 1927 woont er Jonkvr. A. C. van Beijma. En in 1937 woont ze er nog en regelmatig vraagt ze personeel voor in de huishouding. Ze komt vast uit Friesland, want de advertenties voor personeel verschijnen alleen in de Leeuwarder courant. Het huis was in de jaren rond 1949 een hotel in eigendom bij de familie Gogarn - Panman. In 1950 overlijdt er dr. J.P. Gogarn. Rond 1955 - 1957 een hotel - pension. Dat is geen lang leven beschoren, want al in 1957 is er een inboedelveling in opdracht van de eigenaar: de Weled. Geboren Heer J. Fijnand. Fijnand gaat in 1962 aan de Lindelaan 8-10 te Heelsum wonen. In 1958 is de Hooghelei het eerste sluis-internaat in de provincie Gelderland. Het internaat is een tehuis voor vrouwen en meisjes, die na hun ontslag uit een psychiatrische inrichting hier aanpassingsmogelijkheden vinden voor hun terugkeer in de maatschappij. De exploitatie berust bij de Stichting voor de Geestelijke Volksgezondheid in Gelderland.

Buitengoed Hoogstede. Tussen Arnhem en Oosterbeek, tegenwoordig bedrijventerrein Arnhems Buiten, Rond 1850 bewoond door de em. predikant P. A. Borger, zoon van hoogleraar en dichter Elias Anne Borger.

Het Houten Huis, Utrechtseweg 269 te Oosterbeek. Het houten landhuis werd in 1923 opgetrokken met prefab-onderdelen van de firma Christoph & Unmack uit SileziŽ. Naar verluidt zou de opdrachtgever, tijdens een huwelijksreis in Beieren, het huis op een bouwbeurs besteld hebben.

Villa Huis ter Heide, Utrechtse straatweg 441 te Doorwerth.
Notaris G. D. C. Valewink te Oosterbeek, zal op Woensdagen 12 en 26 Juli 1933, telkens des namiddags ten 2 ure in het Paviljoen „Kievitsdel, aan den Utr. straatweg te Doorwerth, ten verzoeke van den Heer J. G. N. Verloop; bij inzet en toeslag, publiek veielen en verkoopen: de villa Huis ter Heide, met garage, schuur, dennenbosch en heide aan den Utr. straatweg 441 te Doorwerth, kad. bekend gem. Doorwerth, sectie B nos. 317, 318 en 320, tezamen groot 1.81.90 Ha.

Huneschans. Naast het landgoed Duno ligt een restant van een walburg: opvallende aarden wal met een diepe gracht eromheen: de Huneschans. De schans is een aarden wal of ringwalburcht in de vorm van een ovaal, die waarschijnlijk uit de 11e eeuw dateert. De schans was een van de walburchten van het beruchte echtpaar Adela van Hamaland en Balderik van Duffelgouw die rond het jaar 1000 hun macht over het rivierengebied tot de Elterberg aan toe uitoefenden. De walburcht was voorzien met houten palen op de wal een vluchtplaats voor de burgers bij invallen van de Noormannen en een verblijf van soldaten. Zij bewaakten de doorwaadbare plaats in de Nederrijn bij Heveadorp. Binnenin heb je een weids uitzicht over de Neder-Rijn en de Betuwe. Let op: Anderen gebruiken andere namen: Hunneschans, Hunnenschans, Duneschans. De locatie heeft niets met de Hunnen te maken., Er is op enige afstand nog een ringwalburcht. Een behoorlijk grotere ringwalburcht en met een Koningstafel en twee uitzichtpunten de op de Blauwe Kamer aan de zuidkant van het oorlogskerkhof op de Grebbberg. Een ringwalburcht gaf bescherming tegen invallen de Noormannen - Vikingen. De Noormannen waren tot last in BelgiŽ en Zeeland. Van de 7de tot de 9de eeuw woonden de Friezen zo van Zeeland, Zuid- en Noord Holland, Friesland, Groningen zo tot Bremen Dorestad, in de buurt van Wijk bij Duurstede, heeft veel last van de Noormannen gehad. Met de komst van de Franken, verdwijnt de overlast.
Zie ook de info over de Huneschans bij de Duno.

Herstellingsoord de Hut, Utrechtsestraatweg 5, Heelsum.

De Italiaanseweg: In 1840 liet de baron van van Brakell een nieuwe weg aanleggen. Werd aangekondigd in de Arnhemse Courant van dertien september 1840: dat de klinkerweg met de naam de “Italiaanschen weg”, was geopend. “Loopende vanaf de Rijksstraatweg (tusschen den Koude Herberg en Heelsum) door de Molenberg naar het Kasteel". De nieuwe weg werd met groot enthousiasme ontvangen: "Zag men er om den heuvelachtigen, moeilijken weg tegen op, om eenen aangenamen dag aan den herberg op Doorwerth te gaan doorbrengen, het oude kasteel te bezigtigen en van den heerlijke omstreken te genieten". Rond 1843 en 1844 werden opdrachten verstrekt om de weg te verlengen middels een bredere Wolfhezerweg, om het kasteel te verbinden met het station Wolfheze. Dit station werd ook door (en voor) Van Brakell gebouwd. In 1845 opende het station gelegen aan de Rhijnspoorweg dat Utrecht met Arnhem verbond.

Huize Jacoher aan de Oude Oosterbeekseweg - hoek Italiaanseweg, (oorspronkelijke naam "de Viersprong" en later een poosje "Stella Duce" te Doorwerth. Ouder adres: Oude Oosterbeekscheweg 58. Vermoedelijk door J.W.F. Scheffer gebouwd vanaf 1908 en klaar gekomen in 1910. In 1915 ging de heer Scheffer er zelf wonen. Stiefzoon Frans Scheffer heeft er vanaf 1910 gewoond. Na het overlijden van z'n stiefvader verkocht Frans Scheffer in oktober 1918 huize Jacoher aan de Verenigde Rubberfabrieken. Dhr T.H. Meyer, een van de directeuren van Hevea, gaat er dan wonen. Jan van der Wal heeft het in zijn boek: "Langs het tuinpad ....." op pagina 14 er over dat Frans Scheffer aan Odo van Vloten verkoopt. Huize Jacoher werd door de fabriek in 1922 doorverkocht aan een particulier. In 1927 woont er dhr. A. Mees Fzn. Tijdens de WWII woont er de familie van Nispen tot Pannerden. Als in september 1944 het Jagershuis wordt beschoten trekt de familie Driessen in bij de fam. van Nispen tot Pannerden. Daarna volgden andere vluchtelingen, uit Oosterbeek-Laag. De matrassen werden van de bedden gehaald in de hal van het souterain op de grond gelegd. Met de bewoners meegerekend konden aldus zo'n 25 personen een veilig heenkomen vinden. Het plafond van het souterain was van gewelfd beton, op stalen balken. In rondom liggende kamers werden de eiken luiken gesloten, behalve de luiken in de keuken. Toen er geen gas meer uit de kraan kwam werd er een oud kolenfornuis gebruikt. Kolen waren er niet, maar hout was er meer dan voldoende.
Na de oorlog is het tijdelijk gebruikt als noodwoning voor meerdere gezinnen, wiens woning in het Renkumse totaal was verwoest. Jacoher is van 1947 tot 1966 een klooster geweest van de Oblaten van O.L. Vrouw Assumptie. In 1948 noemt het Kadaster zr. Therezia als vertegenwoordiger van de eigenaar.
Raam van het oude Klooster Stella Duce in Jacoher,
De naam veranderde van Jacoher naar Stella Duce. In 1966 vertrokken de zusters naar het klooster aan de Utrechtseweg 60 te Heelsum. Jacoher is van 1955 tot 1966 (gedeeltelijk?) bewoond is geweest door architect M.J. Granprť MoliŤre. De architect verbleef er wel eens in de periode dat het Renkumse Raadhuis in Oosterbeek gebouwd werd. Elders gevonden: "Van 1953 tot en met 1958 woont Granprť MoliŤre samen met zijn vrouw Ariette van den Broek in Doorwerth". Echt gewoond heeft de architect er nooit, Jacoher werd meer als een "pied ŗ terre" gebruikt.
 Jacoher Doorwerth in 2015
opname uit 2015
Voor 2015 heeft de woning een poos te koop gestaan. De verkopende makelaar gaf in de verkoopbrochure aan dat Jacoher in 1902 als buiten voor een rijke bankiersfamilie gebouwd is. Zou deze bron graag nader onderzoeken? In 2017 weer te koop.

Jagershuis, Italiaanseweg Doorwerth. Verwoest tijdens de Slag om Arnhem. De trap, theehuis fundering, beplanting met rododendrons nog terug te vinden. Nooit terug gebouwd. De laatste bewoner, de heer Driessen heeft een dagboek over de laatste dagen van zijn woonhuis geschreven. Klik op de link voor een uitgebreider verhaal over het Jagershuis!

Jagerskamp, Oosterbeek. Medio 1864 verkopen de weduwe en erven van koopman Gerrit Maassen in het openbaar “Een Huis en Erve met Tuin en Bouwland genaamd de Jagerskamp”. Dit terrein van maar liefst 3 ha, begrensd door de huidige Weverstraat, Jagerskamp en Jagerspad, had Maassen in 1834 van de Domeinen gekocht en werd nu in percelen geveild. Sangster koopt het grootste perceel, een terrein met een omvang van ruim 1 ha, waarop ook het door Maassen gebouwde huis “de Jagerskamp” staat. Dit huis is ten tijde van de koop verhuurd aan ene mejuffrouw E.P. ten Zijthoff, met een huurovereenkomst doorlopend tot 1 mei 1865. Sangster is echter niet in dit huis geÔnteresseerd. Hij bouwt een geheel nieuwe villa op het terrein van “de Jagerskamp”, de villa die wij kennen als “Hoogerheide”. Lees verder bij Hoogerheide.

Landgoed Johannahoeve, Oosterbeek
Johannahoeve
Landgoed „JohannaHoeve", liggende in de gemeenten Oosterbeek—Arnhem—Doorwerth. Oosterbeek, 1913.

Landgoed Johannahoeve II, Oosterbeek. In 2007 is begonnen met de bouw van een nieuw klooster op het landgoed Johannahoeve tussen Arnhem en Oosterbeek, op het terrein van de Missionarissen van Mill Hill. Dit ten behoeve van de uit Tilburg komende Trapistinnen. In 2009 zijn de zusters verhuisd naar het nieuwe Koningsoord. De abdij ligt aan de Johannahoeveweg te Arnhem.

Landgoed Jonkershoeve, Renkum - Wolfheze. De Jonkershoeve werd in 1861 gesticht door J.A.P. Baron van Brakell voor zijn jongste zoon jonker J.G.W. (Jacob) van Brakell in een gebied bestaande uit ongeveer 100 hectare heide en wat bos.
(Er is een probleem met deze tekst: J.A.P. van Brakell is overleden in 1853. Mischien werd zijn vrouw bedoeld, die nog tot 1878 leefde. En J.A.P. van Brakel heeft drie zonen die je Jacob zou kunnen noemen. Achtereenvolgens: Jacob Adriaan Sweder Baron van Brakell, 1838-1911; Jacob Willem Frank Baron van Brakell 1841-1895 en bovengenoemde Jacob: Jacob GabriŽl Willem Baron van Brakell 1842-1911. )
Jacob van Brakell moest in dat jaar de schapenteelt op de Renkumse Heide uitbreiden, maar slaagde daar om uiteenlopende redenen niet in, waardoor de hoeve in andere handen overging. In 1915 is Johanna Suzanne Goekoop - de Jongh (1877-1946), de weduwe van Adriaan Eliza Herman Goekoop (1859-1914), eigenaar van de Jonkershoeve. Zij woonde op Park Zorgvliet, en bezat tevens het Catshuis in Den Haag. De huidige eigenaren van de Jonkershoeve exploiteren een akkerbouwbedrijf en een paardenpension. Daarnaast bestaat het bezit uit bossen, boomkwekerijen en enkele woningen.
gezin-Van-Uffelen-boswachter-voor-Goedkoop-bij-Jonkershoeve
De golfclub De Heelsumse is aangelegd op gronden die behoren bij de Jonkershoeve.

De boerderij de Jonkershoeve aan de Renkumseheide, 6871 NR te Renkum stond op de middag van zondag 17 september 1944 midden in de landings- en afspringterreinen van de zweefvliegtuigen en parachutisten. De 1e Parachutistenbrigade, onder leiding van brigade-generaal Lathbury, vestigde hier zijn eerste hoofdkwartier. Het stafkwartier van het 1e bataljon van het Border regiment bleef hier achter om de terreinen te beveiligen voor de tweede aanvoer van troepen op maandag 18 september. In de namiddag van dinsdag 19 september 1944 was de Jonkershoeve alweer in Duitse handen. Het pand raakte behoorlijk beschadigd. In 1964 werd nog een raamluik meegenomen. Na de oorlog werd de boerderij gepacht en opgeknapt door de Amsterdamse brandweer, het werd een vakantiehuis voor het personeel. In de voortuin kwam als herkenningsteken een
Jonkershoeve, Renkum Wolfheze
De voormalige boerderij Jonkershoeve is in 2015-16 afgebroken en door nieuw vervangen.

 brandmeldzuil te staan. De schuur naast de Jonkershoeve is een gemeentelijk monument. In 2015 ging de oude hoeve geheel ter vlakte en wat er sinds 2016 nieuw gebouwd is lijkt er nog een beetje op.

Jonkershoeve II Het zuidelijk gedeelte van de de Jonkershoeve, daar waar sinds 1992 de Golfclub De Heelsumse ligt in Renkum, en heet soms wel eens Jonkershoeve II. De ingang van de glofclub gaat via Heelsum en heeft een Heelsums en geen Renkums adres.

De Jufferswaard uiterwaard ten zuiden van Renkum en Heelsum, zo tussen de papierfabriek en de brug van de autoweg A50, ten zuiden van de Noordberg. Hier is rond 1800 al klei afgegraven door pottenbakkers en later om er stenen van te bakken. Rond 1870-80 begon Heijman Wolff samen met Jan van de Pol (Wolff & Co) er een steenfabriek. Een jaar eerder was er al een steenfabriek bij Renkum begonnen, daar waar nu de papierfabriek staat. Kennelijk ging de firma Wolff failliet, naast Renkum kwam ook “De Maneswaard” te Opheusden en "De Hooge Blieken" onder Vianen en Hagestein in 1927 te koop. In 1928 werd in de Jufferswaard de vlamovensteenfabriek Renkum opgericht. De fabriek is stilgelegd in 1942 en werd in 1944 (WWII) zwaar getroffen. Restanten van de steenfabriek(en) zijn nog goed te zien. De steenfabriek in de Jufferwaard is in de WWII oorlog verwoest. De fabriek bood een goede locatie om oprukkende Duitsers richting Arnhem, het doel van Market Garden, tegen te houden. Het dorp Renkum heeft er veel schade van ondervonden, de steenfabriek is na de oorlog nooit meer teruggebouwd. De schoorsteen is wel met Marshallgelden gerestaureerd, geen toren, geen vergunning. Van de Loo heeft in de jaren 90 het terrein aan Van der Valk verkocht, maar die kregen geen vergunning voor hotel en jachthaven. Daarna is het verkocht aan Staatsbosbeheer.
Aan de oostkant van de Jufferswaard, te zuiden van de Noordberg is een stenen muurtje te zien:
muurtje in de Jufferswaard
  Oorspronkelijke kademuur, waar een woonboot aan gelegen heeft. Nu iets ten zuid-westen van de Noordberg in de Jufferswaard. (foto 2015 H.Tax).
Waar komt de naam Jufferswaard vandaan? Veel onduidelijkheden. Volgens eigenaar  Staatsbosbeheer: heet dit gebied de Jufferswaard omdat het ooit van het Klooster van Renkum is geweest. Wikipedia geeft een joodse herkomst aan. De naam Jufferswaard is volgens oude teksten afkomstig van:
Twintig morgen weyland, de Jufferweerd genaamd, en ťťn morgen twintig roeden, de Pol genaamd, aan de noordzijde van de rivier den Rhijn. samen noordwaarsch aan het erve de Maat gelegen, onder de Doorweerd met derselver kribben en rijsweerden,- zijnde thans een bijsonder leen en afgespleeten van het huys den Doreweert, onder het kerspel van Wolfhesen en Oosterbeek, aan het furstendom Gelre en graafschap Zutphen als een welgebore dienstmangoede, te verheergewaden met eene peerde, leenroerig. Uit het register op de Leenaktenboeken (tussen 1402 en 1895) van het Vorstendom Gelre en graafschap Zutphen; Kwartier van de Veluwe, deel I de Veluwe; Arnhem, S. Gouda Quint 1917; pagina 24. En van hetzelfde boek op pagina 21: Den Dorenweert met allen sijnen toebehoren; der Jonkfrouwenweert beneven Redinchem in den Rhijn, met anders den weerden, die in den Rhijn gelegen sijn; met den gerichte, hoge ende lege; met thinsen ende thienden ende met visscherien, dat is te verstaen tusschen der Aa ende Redichem; met den mannen, die tot den Dorenweert horen, met den bossche, dat daerto hoort, gelegen in den kerspel van Wolffhezen ende van Oosterbeeck, tot eenen welgeboren dienstmansgoede, te verhergewaden met eenen peerde, erkent bij Robert van Dorenweert, anno 1402.
Of te wel de Jufferswaard is genoemd naar de Juffers van Kasteel Doorwerth.
Het Historisch Genootschap Redichem heeft in 2006 een onderzoek gedaan naar de steenfabriek. En in 2017 is er een Open Monumentendag in de Jufferswaard gehouden door HGR en anderen.

Landgoed De Kabeljauw, Doorwerth. Bij de boerderij ‘de Kabeljauw’ lagen eens de twee Papiermolens op de Kabeljauw tegenover elkaar. De boerderij ‘de Kabeljauw’ is gebouwd op de fundering van de noordelijke papiermolen. Naast de boerderij Kabeljauw 13 stond watermolen De Kamp. De beide Kabeljauwmolens (de naam komt van een lompenhandelaar uit Dordrecht die de bouw van beide molens financierde om zo z’n lompen te kunnen verwerken)

De Maatschappij Doorwerth kende in 1926 een onderdeel: De Maatschappij De Kabeljauw. Met Notaris SLuis uit Wageningen gaan zij proberen om op 12 en 26 juli 1926 in het restaurant de Kievitsdel te verkopen: 4 percelen aan de Utrechtschenstraatweg elk groot ongeveer 1500 m2. 6 percelen aan de Kabeljauwlaan, groot ongeveer 1125 m2. 10 percelen langs de van der Molenallee, groot ongeveer 1600 m2. 13 percelen langs de Boschlaan elk groot ongeveer 1100 mw. Daarnaast zal op dezelfde veiling de heer J.A. Haag verkopen3 percelen aan de van der Molenallee, hoek Kabeljauwlaan, groot ongeveer 700 m2 en 8 percelen langs de vander der Molenallee, nabij de Melkweg ekl groot ongeveer 950 m2. Zo begint dus de buurtschap Kievitsdel.

Landgoed Kalimaro, Heelsum. Het latere Kalimaro was in 1886 een bouwkavel van het landgoed Bergzicht. Na een huwelijk van Petronella Anna Henriette Maria (Ans) Wolterbeek (1868-1946) in 1892 met de expediteur Carl Frederik Frowein gingen zij dat jaar in Heelsum wonen in een grote villa op een landgoed aan de Bennekomseweg, dat naar de suikerfabriek op Java van haar vader “Kalimaro” werd genoemd. Ans was de dochter van Dirk Jan Wolterbeek, een geadopteerde zoon, die in de 19e eeuw in de buurt van Cirebon (Kalimaro) een suikerfabriek runde. Hij verwekte 2 kinderen bij een inlandse vrouw om kort daarna om het leven te komen bij een schietpartij. Zijn kinderen worden na zijn dood gedoopt en naar Nederland verscheept. Van hun moeder (Yasmina of Djasmina) is verder niets bekend, zij zal vermoedelijk terug gekeerd zijn naar haar kampong. Van de kinderen is dochter Ans degene die trouwt met Carl Frederik Frowein. De heer Frowein was bestuurslid van VVV Renkum-Heelsum-Doorwerth. Hij deed bovendien veel voor het dorp Heelsum. Zijn vrouw Anna Wolterbeek werd op 24 oktober 1903 aangesteld als secretaresse van Pictura Veluvensis. Zij hadden twee zoons Daan en Ems; deze speelden van 1918-1922 als voetballer bij VV Redinchem te Heelsum. In de krant Neder Veluwe van 12 november 1903, stond vermeld dat op het landgoed Kalimaro te Heelsum een Rijksproefveld aangelegd zou worden. Dit gaat dan niet door. De heer Frowein verkocht in 1905 het landgoed Kalimero aan een een bouwmaatschappij die er oa. het Hotel Klein Zwitserland gaat neer zetten. Na de verkoop van landgoed Kalimaro ging het echtpaar Frowein-Wolterbeek op Solbakken in Heelsum wonen. Het hotel “Klein Zwitserland” en het villapark “Wilhelmina” bevinden zich tegenwoordig op de oude locatie van Kalimaro. Ter herinnering aan het landgoed en het echtpaar Frowein-Wolterbeek is in 2014 het Kalimaropad, een fietsroute in Heelsum, geopend.

Landgoed de Kamp, aan De Kamp te Heelsum. Ooit onderdeel van de Heerlijkckheid Doorwerth, van origine veelal onontgonnen heideterrein. In 1693 werd er papiermolen De Kamp gebouwd, aangedreven door de beek. In 1932 werd er een landhuis met de naam Langenberg gebouwd. De naam Langenberg komt van de camping Langenberg bij Hattem, ook eigendom van C.R. van Vloten. In 1973 brandde de Kamp, gebouwd in Gooise landhuisstijl, geheel af. Het landgoed is in particulier bezit en beperkt toegankelijk. Er loopt een gedeelte van het Molenbeeksepad over het landgoed. Drie beken: de
ansicht
 Papiermolenbeek, de Wolfhezerbeek en de Heelsumse beek, zijn zichtbaar, met aansluiting naar de papierfabriek van Schutte. Een oude oprijlaan vanaf de Utrechtseweg (links en rechts van de paardenwei) is nog te zien (niet meer in gebruik). Veel van het landgoed is verdwenen bij de aanleg van de autoweg A50, die open ging in 1972. In 1928 begon Reneť van Vloten er een proefboerderij voor de varkensteelt. De boerderij aan de Kamp 1 - 3, gebouwd in 1928, die ervoor gebruikt is, is in 1950 verbouwd naar een rietgedekteLandgoed de Kamp, ansicht 1973 3-onder-1 kap woning op Landgoed De Kamp.




Huize en landgoed De Keijenberg, Renkum. De gronden in de voormalige buurtschap de Harten waren rond 1600 in eigendom van het klooster te Renkum. Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. In 1639, na de kerkhervorming, werden de gronden verkocht aan de Staten van het kwartier Veluwe en werd Hendrik van Essen tot holtrichter aangesteld. Hij was ook burgemeester van Arnhem. In 1650, na zijn overlijden, kwamen de gronden in handen van zijn dochter Swane PenseŤ, die trouwde met Willem Joseph van Ghent. Na haar overlijden liet zij de eigendommen na aan haar twee zoons: Willem Joseph baron van Gendt (1671-1732), oudkapitein ter zee, ongehuwd blijvende (landgoed De Keijenberg) en Frederik Hendrik (landgoed Quadenoord). Als W. J. baron van Gent sterft eind 1732, laat hij zijn bezit na aan zijn nicht Margaretha Maria van Ghent (1707-1766). Zij wordt met de Keijenberg beleend. Zij trouwde in 1726 met de grietman (burgemeester) van Dantumadeel, Michael Onuphrius baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1695-1758), eigenaar van Quadenoord en zo kwamen beide landgoederen in ťťn hand. Hun enige zoon Wilco, ook grietman en lid van Gedeputeerde Staten van Friesland, overleed in 1788. Rond 1790 worden enige stukken land van dit grote bezit afgesplitst. Het gaat hier dan om ‘kampen’ met akkermaalshout (geriefhout) en tabak, om hooi- en weiland en om stukken uiterwaard. In 1791 werd het landgoed verkocht aan Jan van Donselaar en Eva Thomas. Het was een leen van Zutphen. Zij verkochten het landgoed in 1798 voor Hfl. 6.804,= aan jonkheer C. Munter. Met dat geld werd het huis Bellevue gebouwd. Het huis de Keienberg werd in 1820 gebouwd door Jhr. Cornelis Munter en had een koetshuis en een theekoepel.
Huize de Keienberg, Renkum
Huize de Keijenberg, Renkum, opname uit 2014.
Na de dood van Munter in 1828 gaat het goed gedurende de 19de eeuw in vijf verschillende
handen over. De eerste eigenaar na Munter wordt in 1828 de heer P. A. de Veer (196 ha.); daarna in 1836 C. A. Baron van Grovestein. Op den Huize den Keijenberg onder Renkum overleed den 11den April 1841, de Hoog Wel Geboren Heer Carolus Augustus Sirtema Baron van Grofestins, in den ouderdom van ruim 60 jaren. Uit: Arnhemsche courant, 18-04-1841. Als eigenaar wordt C. A. Baron van Grovestein gevolgd door een aantal Amsterdammers. De eerste eigenaar afkomstig uit Amsterdam is de heer G. van Santbergen, die het goed koopt in 1843. In 1845 spreekt Van der Aa over “een herenhuis, een park, koepel, boomgaard, tuinen en wandelingen; [naast] drie hofsteden, twee uiterwaarden, bosschen, heide , bouw- en weiland, 233 bunder”. De volgende Amsterdamse eigenaren waren in 1848 de heer C. D. SchŁller; in 1855 de heer G. L. Wurfbain, die alle gronden in 1875 verkoopt.
advertentie Keijenberg 1842
1849: Woonachtig vrouwe Maria Cornelia Costerman, weduwe den heer Francois van Vollenhoven, particuliere, woonachtig op den huize de Keijenberg onder Renkum.
Het oorspronkelijk neoklassieke huis uit 1820 werd in 1870 verhoogd.
Keijenberg in 1864
In 1875 kwam het landgoed in bezit van Jonkheer Mr. F.J.H. Schimmelpenninck. Maar de advertentie hierboven geeft een andere datum, men woont er als huurder al langer. Na zijn dood in 1906 valt De Keijenberg toe aan zijn dochter Jkvr. G.J.Ph. Schimmelpenninck, gehuwd met Mr. C. H. Beels en woonde in Arnhem. In 1915 verkoopt de dochter de Keijenberg aan haar broer Jhr Mr A.G. Schimmelpenninck uit Zuilen. Hij heeft veel verbeterd en verfraaid aan het landgoed en de opstallen. Het huis wordt in 1930 met een vleugel vergroot. Het is bekend dat de bekende landschapsarchitect Samuel Voorhoeve uit Oosterbeek voor Schimmelpenninck werkte tussen 1921 en 1934 en van 1940 tot 1944. Onduidelijk is wat hij precies heeft gedaan. Waarschijnlijk was hij in dienst als rentmeester en heeft hij geadviseerd en plannen gemaakt omtrent aankopen, ontginning, inrichting en beplanting van de gronden. In die tijd werd in ieder geval het terrein aanmerkelijk uitgebreid en gereorganiseerd.
Huize „de Keijenberg". Na eenige jaren leeg te hebben gestaan is huize „de Keijenberg" dezer dagen wederom door den eigenaar, den heer jhr. mr. A. G. Schimmelpenninck, Groot-Officier van H. M. de Koningin, betrokken.
Uit: Arnhemsche courant, 21-06-1939.
 In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd het huis aan de Slotemaker de BruÔne stichting (rusthuis) verhuurd. Een rusthuis voor huismoeders, daarna in 1964 een vakantie- en conferentieoord van de Nederlands Hervormde Kerk, in 1966 werd het een vormingscentrum. In 1968 was de heer W. van Dam, leider van het protestants-christelljke vormingscentrum „De Keienberg" te Renkum. In die tijd werden er ook nog een poos  cursusdagen voor verzorgenden in het vormingscentrum De Keyenberg te Renkum gehouden.

In 1972 werd het landgoed aangekocht door Staatsbosbeheer. Rond 1992 -1995 werden er door verschillende instellingen congressen georganiseerd. De Keijenberg gebruikte de naam: Conferentiecentrum de Horst. Enkele congressen : Diabetesvereniging Nederland, Nijmeegse Colloquia en DVN van de Nijmeegse Universiteit. In 2004 werd het een opvangcentrum voor asielzoekers. En vanaf 2004 is het in gebruik bij Woonzorgnet. Het landgoed (bos) is vrij toegankelijk. Het terrein rond het huis zelf is privť. (foto's) Bij Wikipedia is een andere ontstaansgeschiedenis te lezen!
Oudjes uit tehuizen met vacantie. In Drachten zal deze zomer de bevolking van een rusthuis met vakantie gaan. Het betreft hier de bejaarden uit de Wiersma-Reltsmastichting („Herbranda") te Buitenpost. Naar we menen te weten is vakantie voor bejaarden in deze vorm voor Friesland iets nieuws. In het westen werd het al eerder gedaan. De veertien bewoonsters van „Herbranda" te Buitenpost gaan met enkele verzorgsters van 27 juni tot en met 4 juli naar het hervormd vakantieoord „De Keienberg" te Renkum. Zij zullen daar met auto's worden heengebracht en ook weer naar huis gereden. Zoals de directrice van „Herbranda" het tegenover ons uitdrukte: „ze leven er echt naar toe".
Uit: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 13-04-1959.
Een onbezoldigd rijksveldwachter betrapte wederom een tweetal studenten, die zich op de „Keienberg" te Renkum ophielden en waarvan een 'n geladen geweer in jagende houding bij zich droeg. Het geweer werd in beslag genomen, en tegen de overtreders procesverbaal opgemaakt.
Uit: Arnhemsche courant, 28-12-1912.

Kerken in de gemeente Renkum. Zoals de Oude Kerk in Oosterbeek, het Kerkje op de heuvel in Heelsum, enzovoorts; zie Renkumse Kerken

Huize Kievitsdel te Doorwerth. Oud adres: Utrechtschenweg 412, Doorwerth. In 1927 bewoont door Iman Jacob van der Have. Huize Kievitsdel wordt al genoemd in 1987. In 1926 wordt het Restaurant Kievitsdel te Doorwerth voor het eerst in een krant genoemd. In 1930 zie je de naam Paviljoen Kievitsdel verschijnen.
Kievitsdel Doorwerth
bron Algemeen Handelsblad 30-05-1930
In 1931 wordt het Paviljoen nog steeds gebruikt als er een veiling door een notaris plaats vindt. In 1932 is er nog steeds geen koper en wordt het op een veiling ingezet op hfl 5.100,=. In 1934 gaat het nieuwe en naburige natuurbad Doorwerth open en wordt het Paviljoen omgedoopt naar Hotel, Cafť-Restaurant Kievitsdel. Er is een nieuwe directie en je kunt er ook terecht voor een pension. In 1936 verschijnt de naam Hotel Pension Kievitsdel. Het gaat kennelijk goed en in 1937 wordt de naam Hotel Cafť Restaurant. In 1938 heeft J. Faijman het over een Paviljoen Hotel Pension waarvan hij de nieuwe leiding heeft sinds april 1937. Medio 1938 komt er ook ook een uitbreiding van het hotel gereed. Na de oorlog (1947) weer een andere naam: Hotel Kievitsdel. Na 1973 wordt de naam Hotel Restaurant Kievitsdel en deze naam staat in vele advertenties tot 1983.
Tegenwoordig is er een Chinees Japans restaurant te vinden.

Landgoed Kievietsdel, zie Hotel Hoog Doorwerth.

Pannenkoekenhuis de Kievitshoeve. Kabeljauw 6 te Heelsum. In 1936 te bereiken zo'n 200 meter omlaag vanaf hotel de Kievitsdel in Doorwerth.

Kiepen van Beels. Beels was de echtgenoot van Jkvr. G. J. Ph. Schimmelpenninck en men woonde op de Keijenberg. Met kiepen worden in Renkum kraaien bedoeld en die zaten in grote getale in het Kraaienbos, ten westen van de Keijenberg. Boek "Groen was mijn dorp", Wes Beekhuizen. [blz. 15]: ''Op huize de Keyenberg woonde toen de familie Beels waarvan de freules zich vaak met liefdadigheid bezig hielden. Even voorbij het kasteeltje, dicht bij de beek, huisde een grote kraaienkolonie in de zeer hoge, kaarsrechte bomen. Het merendeel van die gevederde bewoners trok overdag bijna geruisloos over ons dorp en de Rijn om in de Betuwe te gaan fourageren en tegen de schemering zochten al die zwarte vogels , luid ka-ka-ka-end, hun nesten weer op. De Renkumers zeiden dan: De kiepen van Beels gaon weer op huus aon....''  Tegenwoordig wordt deze naam gebruikt door een dagbestedingsproject voor de bewoners van de Keijenberg.

Klein Dreyen, Stationsweg Oosterbeek. Gebouwd in 1906 voor de familie Wierdsma (Directeur van de Holland Amerika Lijn in Rotterdam van 1880 tot 1905). In februari 1916 stond de villa onbeheerd, er werd een auto voor gezet en de villa werd leeggestolen. In 1949 wordt besloten om een Nutskleuterschool te bouwen. Een noodgebouw hiervoor staat tot 1958 in de tuin van de villa Klein Dreijen.

Klein Heideveld, Ginkelseweg 2, Heelsum. Gebouwd in 1926. Na de oorlog is het huis altijd gebruikt voor sociale en diaconale projecten. Aanvankelijk door de Stichting Paaslicht in in de jaren ’90 door Siza het Dorp. Vanaf 2002 is er particuliere woonzorg.
Heideveld rond 1950, Heelsum

Huize Klein Tafelberg, Pietersbergseweg 38 te Oosterbeek. Of te wel de villa met het hek, zoals het genoemd wordt in de lijst van Rijksmonumenten. In de jaren rond 1895-1900 onder invloed van de Neo-Renaissance en de Chaletstijl gebouwde vrij gaaf bewaarde en rijk gedetailleerde villa met tuinhek. Tegenwoordig oa een B+B.

  Het goed de Kleikamp te Renkum is in 1791 beleend aan Willem Hendrik Klinkenberg van Echten en was een afsplitsing van het goed de Keijenberg. In deze 25 Ha. grote uiterwaarde bouwt in 1883 A.J.W. Furncombe Sanders een steenfabriek en verpacht deze aan de firma Van Dam & Co. De steenfabriek wordt afgebroken ten behoeve van de uitbouw voor Van Gelder, de papierfabriek.

Voormalige Steenoven De Kleikamp. In 1903 koopt G. H. Reijmer steenoven De Kleikamp voor hfl 24.850,=

Huize de Kleikamp, Dorpsstraat 151 (1934) Dorpssstraat 119 (naast De Wissel) te Renkum. In 1927 bewoont door J. H. van Haaren. In 1934: C.W. Koch.
Achtereen volgende eigenaren: Jan van Maanen, landbouwer, Otterlo, heeft in 1882 Ĺ aandelen; Jan van Maanen, zonder beroep uit Renkum; Jacob van Maanen, landbouwer uit Doorwerth; Gerrit Teuniszoon van Scherrenburg, landbouwer uit Renkum; Petrus Pauk, winkelier uit Renkum; Fa. Evertsen en Weijman uit Renkum; Frans van Scherrenburg uit Renkum en Fa. Everts en Weijman uit Renkum

Hotel Klein Zwitserland te Heelsum. In 1905 verkoopt C.F. Frowein, de eigenaar van Kalimaro de villa en gronden aan de Bouwmij. "Heelsum" voor de bouw van een hotel in het Wilhelminapark. In hetzelfde jaar wordt een gedeelte van de gronden van Kalimaro weer doorverkocht door dhr. ten Cate, direkteur van de Maatschappij Weteringschanskwartier te Amsterdam. Zie de Oosterbeekse Courant van 15-07-1905. Het Wilhelminapark is geen park, maar een te verkavelen geheel, waar gebouwd mag worden. In oktober 1905 bericht de krant dat: Door de bouwmaatschappij „Heelsum" zal in het Wilhelminapark alhier een Hotel gebouwd worden. Reeds de volgende week zal met dit belangrijk werk worden begonnen, en hoopt men in Mei gereed te zijn. Het hotel is reeds verhuurd." in het nieuwe Wilhelminapark was hotel-pension "Klein Zwitserland" bedoeld als een middelpunt. Aanvankelijk was het hotel vergezeld van een uitkijktoren. Op 28-07-1906 blijkt "reeds verhuurd" toch tegen te vallen. Want notaris De Meester uit Heteren bericht, dat het nieuwgebouwde Hotel Klein Zwitserland, met afzonderlijke Remise, benevens omliggend terrein van vermaak, groot 50 A. 70 C.A., is ingezet en met 250 h. in bod gebracht op ƒ 22,400.—. De toeslag heeft plaats donderdag 9 augustus 1906 om 2 uur in het Societeitsgebouw te Heelsum. Op 13-08-1906 staat er in de krant dat: "Het fraai gelegen, hotel „Klein- Zwitserland", op het hoogste: punt van Heelsum, (gemeente Renkum), met het schoone uitzicht over de Betuwe en de Geldersche Vallei is in publieke veiling aangekocht door de Maatschappij „Wilhelminapark", te: Heelsum, voor Hfl. 22,500."
Nieuws van de Dag 27-08-1906 Klein Zwitserland
De krant is duidelijk, als beleggingsobject gekocht. De verkoop van die belegging gaat niet vlot. In juni 1908 bericht het weekblad Neder- Veluwe, dat hotel "Klein Zwitserland", zal worden ingericht als sanatorium voor longlijders en dat aan het hoofd dier inrichting zou geplaatst worden de vroegere geneesheer-directeur van Oranje Nassau's-Oord, Dr. Donath, te Bennekom. Of dit doorgegaan is, nee. Even later staat in de krant: "Naar aanleiding van het bericht, dat dr. Donath te Bennekom aan het hoofd zou geplaatst worden van het hotel „Klein Zwitserland" te Heelsum, 't welk als sanatorium zou ingericht worden, kunnen wij mededeelen, dat bij den heer Donath hiervan niets bekend is." Kennelijk is op enig moment de oospronkelijke eigenaar van het Wilhelminapark ook gestopt en gaat notaris De Meester uit Heteren, op Donderdag 3 en 17 Augustus 1911, nam. 2 uur, in het Garagegebouw van het hotel het Wilhelminapark veilen. Dit in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende goederen Heelsum, gevestigd te 's Gravenhage: "Het Wilhelminapark" te Heelsum, met het daarin staande, in exploitatie zijnde Hotel „Klein Zwitserland" en de onmiddellijk daarachter liggende Boschen Heidegronden, doorsneden door diverse Lanen; een en ander liggende aan elkander te Heelsum aan den Rijksstraat- en tramweg Arnhem—Wageningen en den Bennekomschen grintweg, ter grootte van 22 Hectaren 43 Aren 47 Centiaren. Het Hotel werd in 1906 naar het ontwerp van den Architect, den Heer T. Cuijpers, nieuw en geheel overeenkomstig de moderne eischen ingericht; het wordt geŽxploiteerd door Mevrouw Wed. Plemper van Balen en is omgeven door een goed aangelegd terrein van vermaak. Vlak bij het Hotel is geplaatst een abri der halte „Wilhelminapark" van de Oosterstoomtram. Het Hotel is verhuurd tot 1 Mei 1913; de huurprijs bedraagt voor het jaar Mei 1911/12 f700 en voor het jaar 1912/13 f900. Op de veiling werd een bod gebracht van ƒ 60.000, en is voor die prijs toegewezen aan de heer C. Kramer Pzn. te Oudorp, samen met een vijftal andere heeren. Er wordt bericht dat het hotel zijn bestemming als zodanig zal behouden.
Hotel Klein Zwitserland
De directie was destijds in handen van mevrouw C.A. Plemper van Balen & Zoon. Later heeft de Camille De Wilde er jarenlang de scepter gezwaaid. Over Hotel "Klein Zwit≠serland" staat in de Gids voor Renkum, Heelsum en Doorwerth uit 1913: "Familie-Hotel-Pension "Klein Zwitser≠land” het welk naar alle eischen des tijds is in≠gericht. Garage, stal≠len, keurig schilders≠atelier, donkere kamer, badkamers, enz., enz. Als bijzonderheid wordt genoemd een aan het ho≠tel behoorend prachtig wandelpark, groot 22 Ha. boschgrond. Hoogst aan≠genaam en gezond zomer≠verblijf. Pensionprijs vanaf Hfl. 3,- per dag. Aanbevelend, B.H.Hupkes".
In oktober 1968 begint Guus Knijnenburg met het Hotel Klein Zwitserland. Aangekocht voor Hfl. 578.000,=. Er wordt fors uitgebreid. In september 1968 wordt er ook al personeel geworven voor het restaurant de Kromme Dissel. In 1971 wordt restaurant Beau Lieu op het kasteel Doorwerth een onderdeel van Hotel Klein Zwitserland. Zo begint de latere Bilderberg Groep.
Sinds 1971 heeft het restaurant de Kromme Dissel van het hotel een Michelinster. Een Nederlands record om zo lang achter elkaar elk jaar de Michelinster weer te behouden. De chef-koks die voor Klein Zwitserland de Michelinster verwierven waren achtereenvolgens: Bert Willemsen (vanaf 1971); Klaas Jan van Kammen; opnieuw Bert Willemsen (tot 1987); Angelique Schmeinck (1988 - 2000); Tonny Berentsen (2000–tegenwoordig). Het restaurant is gevestigd in een sfeervolle Saksische boerderij, waarvan men zegt dat deze uit deze boerderij uit de 17de eeuw stamt. Dat klan niet kloppen want voordat Kalimaro verscheen, was er hier geen bebouwing.In 1971 is De Kromme Dissel gewoon nieuw gebouwd, met oude bouwmaterialen.

  De Kleiputten, Heelsum. Het gaat om een vervallen uiterwaard, nu een moerassig gebied, dat onder de Natura 2000 richtlijn valt. De naam Kleiputten is ontstaan doordat er heel veel klei uit de uiterwaard gehaald is, een tichelgat dus. Het winningsgebied was vroeger eigendom van de steenfabriek van Van Wijck aan de zuidzijde van de Rijn .Er waren meer kleigaten ten oosten en westen, maar die zijn gedempt om het voor agrarisch (mede)gebruik geschikt te maken. De gewonnen klei werd via een smalspoor en een kleipontje nabij de Heelsumse beek naar de overzijde van de rivier vervoerd.
Tegenwoordig is natuurbehoud belangrijk, voor de klei was de opbrengst uit hout, e.d. de reden van het goed. De Kleiputten zijn niet toegankelijk en je kunt er een glimp van opvangen als je over de Doorwerthse Fonteinallee naar het westen loopt, onder de autoweg door (je loopt tegen de ingang aan) en dan ter hoogte van de boederij Veld en Beek naar de Rijn kijkt. In 1984 werd de Stichting tot behoud van het natuurreservaat de Kleiputten, uit Wageningen eigenaar van 20 van de 40 hectare van het goed. Eens per jaar konden de donateurs van de Stichting er een bezoek brengen. Het gebied stond in november 2015 te koop, de in Vaassen wonende eigenaar kwam te overlijden. Ook de nieuwe eigenaar vindt natuurbehoud belangrijk en wil de natuur met rust laten. Bijzondere vogels. Net als de aangrenzende Jufferswaard dus een voormalig industrieterrein waar de natuur het voor het zeggen heeft gekregen.
Kleiputten Heelsum

Het voormalige Koetshuis van Hartenstein, Utrechtseweg 228 te Oosterbeek. Gebouwd als koetshuis met dienstwoning voor het ernaast gelegen Hartenstein. Ken het als brandweergarage, als een uitstekend restaurant Klein Hartenstein, met een andere eigenaar als een vrij beroerd restaurant. Daarna kwamen er weer andere eigenaren.

De Kloosterweide is de uiterwaarde te zuiden van het Renkumse Klooster. Hier wordt een papierfabriek gebouwd die in 1912 wordt vervangen door een papierfabriek van “Van Gelder”, die onder de naam “Renkum II” de geschiedenis zal ingaan.

Het Kloosterkamp is een afsplitsing geweest van het landgoed de Keienberg:
Een stuk uyterweerds hooy- en weyland, de Kloosterkamp genaamt, groot ongeveer vijftien morgen, drie hond en negen en tachentigh roeden, in het schoutampt van Rencum gelegen; sijnde thans een bijsonder leen en afgespleten van den Keyenberg cum pertinentiis, opgedragen door Wilco Holdinga Tialling Camstrathoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg aan Evert Jan Benjamin van Gollstein, die daar weder mede beleend is, 28 May 1791. Uit Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen; Gelre 1917.

Villa "De Kluit", Van Lennepweg 13 te Oosterbeek.
.Notaris J.S.L. Korteweg liet de villa de Kluit liet bouwen rond 1929. In de tuin stond Minerva, een marmeren tuinbeeld dat in 1929 vanuit Noordgouwe naar Oosterbeek verhuisde.

Voormalige Kosterij, (Kosterie) Dorpstraat, Renkum, tegenwoordig Onder de Bomen.
Oude Kosterie Renkum
Zoek ook eens op Oude Lindeboom
Op de westhoek van de kruising Dorpsstraat-Onder de Bomen werd in het begin van de 17e eeuw een kosterij gebouwd. Bedoeld voor de dominee. In maart 1694 brandde het huis met het aangrenzende schoollokaal geheel af. In genoemd jaar werd op dezelfde plaats een nieuwe kosterie met schoollokaal gebouwd. Na de dominee woonde er de koster van de kerk en in dit gebouw gaf hij ook onderwijs aan kinderen. De kosterij werd tijdens de evacuatie van Renkum vanaf oktober 1944 tot mei 1945, getroffen door een neerstortende Duitse V 1 raket.
Voor het huis stond de Lindeboom die in 1813 geplant is ter herinnering aan de bevrijding van de Franse overheersing. Deze boom is gekapt in 1953.
In het boek: Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel IV. De provincie Gelderland uit 1917 staat: "De ‘Oude Kosterij’ is een baksteenen huis met ankers: 1694."
Oa bewoond door . Van Rennes kwam op 03-05-1821 in Renkum. Hij was in de gemeente werkzaam als hoofdonderwijzer, voorzitter en voorganger van de Hervormde Kerk. Hij werd geboren te Wageningen 16-05-1796, en overleed te Renkum op 30-03-1874. Zijn graf is nog te bezoeken.
Na de Tweede Wereldoorlog werd op deze plaats door de Hervormde Gemeente weer een Oude Kosterie Renkumpastorie gebouwd. In de zijgevel van de woning is een gevelsteen met “Oude Kosterie, 1694-1954”  terug te vinden.
werkkamer in de voormalige pastorie
Dat de woning in 1954 voor een dominee gebouwd is, is te zien in de werkkamer met een  ingebouwde boekenkast.
Oude Kosterie Renkum 2017
Hoe ziet het er in 2017 uit. Een Blauw Spar in plaats van een Linde.

Bij de kerk, thans gesloopt, stond het huis van Meester Rennes, de school en de oude, groote Lindeboom. Kerk, meester en school alles weg. De oude Lindeboom staat daar nog en prijkt elke lente met vernieuwd groen. In die schoone vallei hebben wij als schoolkinderen gespeeld, gedwaald en gevochten. Wij gingen elke morgen de Rijn over het pontveer bestond toen nog niet.En ’s avonds moesten wij weer over den stroom en zaten in de roeiboot met de handen in het water, wat vader zoo streng verboden had. Wij gingen school in de oude school die stond bij den ouden lindeboom en daaronder was onze speelplaats. Tusschen schooltijd mogten wij met de zoon van den meester, die ook koster, doodgraver en voorlezer was, de toren op om de klok op te winden. Dan hielpen wij draaien aan de lier tot zoolang de duiveveer die Geurt Rennes in het touw had gestoken, bij de lier was gedraaid. Dan vertelde die goede Geurt ons wel eens wat uit de Bijbel, in die hooge toren bij de schalmgaten en hij leerde ons hoe leelik het vloeken is en dat wij ook niet moesten meedoen aan de zoogenaamde fatsoenlijke vloeken als jemeni, deksels, potverblomme en sakkerloot enz. want zeide hij: al die vloeken zijn afgeleid van het misbruiken van Gods naam. Die man hield eene Zondagschool en toen de oude school was afgebroken, hield hij met de kinderen Zondagschool op de deel bij de koeien. Daar hoorden wij zijn goede taal en zongen onze liederen en die achteraan zaten, prikten de koeien met hooisprieten in den neus. Ja, wij hebben hem dikwerf geplaagd . En toen de Goede Geurt was overleden, zijn alle kinderen van het dorp ook de Roomsche langs zijn doodsbed gegaan om hem nog eens te zien en toen hebben wij allen hem begraven op het nieuwe kerkhof, daar bij de weg langs de beek en toen zongen wij eenroerend afscheidslied, dat zijn broer Aart had gemaakt en omdat alle kinderen de wijs op Wier Neerlands bloed kenden, hebben wij dat op die wijs bij zijn graf gezongen en toen speelden wij toch maar weer onder dien ouden lindeboom.Deze boom is nu gemeente eigendom geworden en verheft zijn eerwaardige kruin nog maar steeds over de levenden en als er uit het dorp Renkum eene doode grafwaarts gaat, moet hij den boom passeren. ’t Zij links of rechts. Wat zou dezen boom ons kunnen vertellen van de vele geslachten die hij heeft overleefden wie zou hem gepoot hebben als jonge loot ? Link
Geurt is waarschijnlijk Egbert van Rennes, die voorlezer was en is overleden te Renkum op 12 april 1900. Zijn vader was ook koster overleed te Renkum op 7 februari 1866.

Verdwenen Kousenhuisje, Oude Kloosterweg 1 te Wolfheze.
naar een ingekleurde ansichtkaart
Meer info over het Kousenhuisje is hier te vinden. In 1989 is er op de plek van het Kousenhuisje een nieuwe woning gezet: adres Oude Kloosterweg 1

Voormalig hotel - restaurant Kievitsdel, Utrechtseweg 454 Heelsum. Andere naam Kievitsdal. Voor gebruik klaar gekomen in 1908. Aanvankelijk alleen een restaurant. In 1938 heeft dhr. Fraijman de Kieitsdel uitgebreid tot hotel - paviljoen. Tegenwoordig is zit er een prima Chinees restaurant.

De Koeweide, Renkum

Koningsoord, Johannahoeveweg  Oosterbeek.

Buitenplaats Kortenburg, zie Oranje Nassau Oord.

Kostschool voor meisjes, Dorpsstraat Renkum. In 1881 wordt Mej. L.F. Meindersma benoemd, tot hoofd van dan gesubsidieerde dag- en kostschool voor meisjes te Renkum. Dit instituut voor jongedames opent per 1 september 1881 in Renkum, bij Wageningen. Prospectussen zijn beschikbaar en voor inlichtingen kan men zich wenden tot: J. v. Embden, burgemeester van Oosterbeek en Renkum. Theod. Pannekoek, wethouder; M. Mijnlieff + H.L. Ploem, lid van de gemeenteraad; etc. In 1881 wordt Mej. L.F. Meindersma benoemd, tot hoofd van de gesubsidieerde dag- en kostschool voor meisjes te Renkum. In 1899 verhuisde deze kostschool naar 't Huize Heelsum in Heelsum.

Kurhaus Bad Heelsum te Heelsum, een inrichting voor licht-luchtbaden, bestond sinds 1900. Andere naam dr. Marx Sanatorium „Kurhaus Bad Heelsum". Lees ook de info bij Voortstreven.

Landgoed en huis Laag Wolfheze, Utrechtseweg 321, Renkum bij Doorwerth (wandelen langs het huis toegestaan). In 1911 wordt de N.V. Landgoed Wolfheze gesticht. De NV. koopt een een groot gebied ten noorden van de Utrechtseweg. Dit bezit wordt in 1917 in delen doorverkocht aan meerdere eigenaren. De Amsterdamse bankier Christiaan Pieter van van Eeghen (1880-1968) koopt in 1917 het stuk met oa de `Wodanseiken’, de sprengen langs de Wolfhezerbeek en de voormalige Wolfhezer kerk omvatte. Het huis is naar een ontwerp uit 1919 van de Haagse architect Samuel de Clercq. Gereed gekomen in 1921. Landschapsarchitect Samuel Voorhoeve maakte het ontwerp voor de tuin. In 1967 wordt het noordelijke bosgedeelte van het buiten verkocht aan Natuurmonumenten.

"Het landgoed “Huis Laag Wolfheze” is gelegen nabij Wolfheze (gemeente Renkum) en is een ingevolge de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed. Op het landgoed is gelegen een landhuis, dat omstreeks 1920 gebouwd is naar een ontwerp van de Haagse architect Ir S. de Clercq en de status van Rijksmonument heeft (monumentnummer RACM 523653). De tuin in de directe omgeving van het huis is aangelegd naar een ontwerp van de tuinarchitect S.Voorhoeve en heeft ook de status van Rijksmonument, evenals het aan de Utrechtseweg gelegen toegangshek (resp. nr 523654 en 523655). Voorts is op het landgoed gelegen een boswachterswoning. Het landgoed is met uitzondering van de directe omgeving van landhuis en boswachterswoning opengesteld voor het publiek." (link)

Laag Wolfheze wordt ook gebruikt als benaming voor het verdwenen dorp Wolfheze. Een heuvel geeft nu nog aan waar de kerk heeft gestaan. Leuk om te bedenken dat de heuvel noodzakelijk was om de kerk te schermen tegen een hoge waterstand van de RIjn. Het dorp is waarschijnlijk verwoest tijdens de 80 jarige oorlog (1568-1648) en nooit herbouwd. Mede oorzaak kan zijn dat de aanleg van sprengen na 1590 voor de papiermolens in Heelsum de grond verdroogd heeft.

Huize Landzicht, Kerkstraat 21, Renkum

Landgoed de Langenberg, Doorwerth.

Villa Laura (Mendet), Laurahof, Bennekomseweg 71, Heelsum. Gebouwd vanaf 1910. In gebruik sinds 1911. Het gebouw heeft ook andere namen gehad, zoals Laurahof of Huize Laura. De poortwoning aan de Bennekomseweg 73 Heelsum is in gebruik sinds 1918.
Nadat de grond begin 20e eeuw in handen was gekomen van Paul Ludwig Moritx Deig (een Amsterdamse koopman), werd in opdracht van hem de villa gebouwd, naar een ontwerp van Prins en Benier. Behalve de centraal gelegen, witte villa, bevinden zich op het landgoed diverse bijgebouwen zoals een koetshuis, een kapschuur, werkplaats en garage. Het landgoed kende vervolgens diverse eigenaren totdat het in 1951 werd gekocht door dr.ir. J. IJdo, fabrieksdirecteur. Zijn dochter was eigenaresse tot 2013. Een tuinkamer werd aangebouwd in 1958. Een gehele renovatie vond plaats in 2000. Toen kwamen er ook een schuur, hondenverblijf en een dubbele garage. Het werd verkocht, de gemeente veranderde zelfs in 2014 het bestemmingsplan en villa Laura zou gesloopt worden om plaats te maken voor een geheel nieuw te bouwen landhuis met 8 appartementen en een ondergrondse parkeerkelder. Dat is gelukkig nog niet gebeurd. In 2016 werd de villa laatstelijk verkocht. En werd daarna tijdelijk voor particulier + bedrijf (P&A) gebruikt.
Villa Laura Heelsum voor 1950
Villa Laura Heelsum 1918
Mej. Geertruida Johanna Beijnen, ridder in de orde van Oranje Nassau, komt op 87 jarige leeftijd op Laura te overlijden in 1942. Dan heeft ze al ruim 28 jaar in het rusthuis gewerkt.
"Op 87-jarigen leeftijd is alhier overleden mejuffrouw G. J. Beijnen. Een bijzondere levensloop is door dit sterven afgesloten. Mej. Beijnen werd te 's-Gravenhage geboren. Haar vader was de in de tweede helft der vorige eeuw bekende rector van liet Haagsche gymnasium, dr. L. R. Beijnen. Door dezen paedagoog bij uitnemendheid opgevoed, is zij geworden de vrouw, die haar geheele leven gesteld heeft in dienst' der barmhartigheid. Als jong verpleegster heeft zij pioniersarbeid verricht voor het Ned. Roode Kruis en toen in den Transvaalschen oorlog de eerste groote Nederlandsche ambulance naar Zuid-Afrika werd afgezonden, trok zij mede naar onze stamverwante broeders. In Pretoria werd zij ernstig door typhus aangetast, doch mocht herstellen. Teruggekeerd, trad zij op als directrice van het Haagsche ziekenhuis van het Vrouwencomitť van het Ned. Roode. Kruis. In den Balkanoorlog van 1912 ging zij met haar pleegzusters met de door den heer Goekoop bekostigde ambulance naar Griekenland om hulp te verleenen. In 1914 heeft zij haar werk bij het Roode Kruis neergelegd en stichtte zij aan den Bennekomschen weg alhier het rusthuis “Laura" waar velen rust vonden en dat zij tot haar dood is blijven bewonen. Als echter de nood riep, liet zij haar rusthuispatiŽnten aan anderen over en was zij daar waar dringender hulp noodig was. Zoo hielp zij toen in den vorigen oorlog de Belgische vluchtelingen ons land binnen kwamen en ook bij de overstrooming van een deel van Noord-Holland in 1916. De toen reeds bejaarde verpleegster was een der eerste die hulp hielp verleenen. Haar verdiensten werden erkend, want zuster Beijnen was ridder in de Orde van Oranje-Nassau,  draagster van de versierselen van de Huisorde van Oranje, van de medaille en het Kruis van verdienste, van het Ned. Roode Kruis. Ook voor den koning van Griekenland was haar een onderscheiding verleend. In Renkum en Heelsum heeft de eenvoudige leidster van “Laura" veel goeds gedaan door haar werk in het door haar in het leven geroepen Comitť voor Kleeding en Dekking, dat jarenlang aan vele behoeftigen hulp heeft verleend. Zoo is een welbesteed leven afgesloten Gistermiddag is het stoffelijk overschot in eenvoud, doch onder groote belangstelling te Doorwerth aan den schoot der aarde toevertrouwd. Het woord werd allereerst gevoerd door den heer Doorman sr. uit Den Haag. die wees op de groote beteekenis van zijn tante voor het Ned. Roode Kruis, voor het vaderland en voor het grootvaderlijk en ouderlijk huis. Ds. Broekema sprak van het levend geloof, dat de overledene bezat en dat nu is overgegaan in aanschouw. Onder klokgelui daalde de kist is de groeve, terwijl een schat van bloemen de liefde vertolkte, die zoovelen deze edele vrouw hebben toegedragen. Zij heeft in eenvoud geleefd, zij is in eenvoud gestorven, in eenvoud is zij begraven en toch zij was van den hoogsten adel. Den adel van het kindschap Gods". Uit de Arnhemsche courant, 14-04-1942.
Villa Laura in 2015
In 2017 is men begonnen met een verbouwing. Villa Laura is wel gerangschikt onder de Natuurschoonwet, doch helaas, het gebied is niet openbaar toegankelijk. Villa Laura is een gemeentelijk monument. Eind 2017 is de naam Villa Laura van de beide toegangshekken verdwenen: Mendet staat er nu.

Zaal Lemgo, Don Boscoweg te Renkum. Het verenigingsgebouw Lemgo te Renkum. “Op zondag 14 juni 1933 verzocht het bestuur van de Rooms Katholieke Werklieden Vereniging aan de leden van Stand, Vak en Jeugdorganisatie hier ter plaatse om zich na de Hoogmis naar Lemgo te begeven om daar te bespreken de mogelijkheid tot oprichting ener Rooms Katholieke Muziekvereniging.” bron. In 1972 wilde voetbalvereniging RVW de vereniging een eigen clubhuis. Dat werd Lemgo gelegen naast het pand van Drukkerij Bos. En zo werd “het Kriel” geboren. In 1977 in gebruik genomen door de St. Maatschappelijke Dienstverlening Renkum-Wageningen.

Verdwenen Villa Lemgo Renkum. Ongeveer ter hoogte van de Melkdam stond villa Lemgo, de katholieke kerk heeft deze villa Lemgo in 1917 aangekocht om hier de katholieke kerk te bouwen welke in 1923 is geopend.Lemgo Renkum

Landgoed de Lichtenberg, Oosterbeek, destijds aan de Amsterdamschenweg 161. Tegenwoordig Amsterdamseweg 455 Arnhem. Jan Pieter Adolf Graaf van Limburg Stirum (1867-1902) is een voormalig eigenaar van het landgoed. Een andere naam voor hetzelfde land goed is Lichtenbeek. De Lichtenbeek bezat een bekende renstal en de springoefeningen nabij het landgoed trokken bij de omwonenden veel bekijks.

Landgoed Lichtenbeek, Oosterbeek. Tot in de zestiende eeuw behoorde Lichtenbeek en omgeving (Boschveld), tezamen met het gebied ten noorden van de Amsterdamseweg (Vijverberg), toe aan het klooster MariŽndaal. De cultuurhistorische ouderdom gaat nog veel verder terug, daarvan zijn de 4000 jaar oude grafheuvels, ťťn op Lichtenbeek en twee op Boschveld, getuigen. Arnhem Lichtenbeek MariŽndaal GLK
Het Klooster MariŽndaal werd in 1580 werd opgeheven. Rond 1650 werden de goederen verkocht. Lichtenbeek werd rond 1651 gesticht door Wilhelm Creyvenger en Bernt Harscamp. In 1834 kocht Jan Trakranen het landgoed van de weduwe Van Hasselt, geboren gravin van Rechteren. Trakranen liet een nieuw huis in neoclassicistische stijl bouwen. In 1835 en 1836 breidde hij zijn bezit uit met Boschveld, dat oorspronkelijk ontstaan was uit de landerijen van MariŽnborn. Het Geldersch Landschap kocht in 1940 een gedeelte van het oorspronkelijke landgoed Lichtenbeek van de erven L.G.A. graaf van Limburg Stirum. Het MariŽndaalse Veld op Lichtenbeek maakte in september 1944 deel uit van het slagveld van de Slag om Arnhem. Lichtenbeek dat bedoeld was voor het droppen van bevoorrading van de Britse troepen was in handen van de Duitsers. Oudere bomen in het gebied bevatten nog granaatscherven van die strijd.
Arnhem Lichtenbeek MariŽndaal GLK
In 1942 - 1944 was er een missiehuis en rusthuis gevestigd van een Engelse congregatie waarin ook Nederlanders werden opgenomen: de Sint Josephcongregatie der Vreemde missiŽn van Mill Hill. Tevens was er een zusterhuis gevestigd. In 1942 brandde, door onvoorzichtigheid met vuur, het oorspronkelijke gebouw af. Tijdens de Slag om Arnhem in 1944 liepen de overige gebouwen onherstelbare brandschade op, enkel het Koetshuis, de oranjerie en de Boswachterij zijn hersteld en heden nog in gebruik. In het bos is nog een grenspaal (Arnhem - Oosterbeek) te vinden. De boerderij werd nog bewoond door de fam. Daatselaar. Wat er nu nog staat is een Rijksmonument.

     Landhuis De Lilliputter, Renkum. Gebouwd voor H. van Tricht, door architect J.C. van Epen, in 1920, 1921.

Voormalige meubelfabriek LOV, Jan van Embdenweg, Oosterbeek. Gerrit Pelt richtte in 1910 een idealistische meubelfabriek in Oosterbeek op, de “N.V. Oosterbeeksche Meubelfabriek L.O.V”: Labor Omnia Vincit oftewel Arbeid Overwint Alles. Zijn doel was een betere levensstandaard voor de arbeiders klasse te creŽren, en meubels te vervaardigen die degelijk en stijlvol, maar ook betaalbaar zijn. Betaalbaar werd het niet, alle meubels werden met de hand gemaakt, confectiemeubels waren zo de helft goedkoper. Pelt liet zijn fabriek bouwen volgens de laatste inzichten over hygiene en veiligheid. Er was een badhuis en een bibliotheek voor de arbeiders. Fraaie werkmanswoningen verrezen op het bedrijfsterrein. De acht-urige werkdag werd ingevoerd lang voordat hij verplicht werd gesteld. Ook de overige voorzieningen waren ruimhartig. Bijzonder was vooral de in Nederland zeldzame bedrijfsstructuur, die was gebaseerd op het systeem van co-partnership. Een deel van de winst wordt daarbij aan de arbeiders uitgedeeld in de vorm van aandelen, zodat zij heel langzaam aan mede-eigenaar worden van de onderneming. In 1935 werd LOV geliquideerd. De bekende architecten A.P. Smits ťn H. Fels, waren beiden tussen 1916 en 1935 vrije medewerker bij de meubelfabriek LOV. (bron)
In juli 1927 werd door een brand het gehele pand vernield. De schade werd beraamd op hfl 120.000,-. Een grote hoeveelheid klaarstaande meubelen, bestemd voor het Troelstrahuis, werden ook vernield. De medewerkers bouwden een noodlokaal.
LOV Oosterbeek
De firma Raanhuis heeft de LOV op de J. v. Embdenweg overgenomen. Later is Raanhuis verhuisd naar Renkum.

Boerderij Loopbergh, c.q. Loobergh, Loopbergenseweg 1 te Oosterbeek. Het huidige pand is uit 1872, doch Demoed heeft het in z'n boek Van een groen kleed .... al over een vermelding van de boerderij in 1666, vanwege het verpachten van het bouwland oostenlijk van de MariŽndaalse beek. Er was ook een boederij op de Loopbergenseweg 2. In deze boerderijtjes woonden oa. de families Hent Verholt, Hent Berendsen en zijn vrouw Kaatje, Jan Aalbers, Hendrik -van der Scheur, BeÍrnd Wolven en Kemmes. De betreffende landbouwers bewerkten o.m. ook het bouwland langs de Graaf van Limburg Stirumweg, dat ze met 'SiberiŽ' aanduidden.

Voormalige Villa Lucienheuvel, Oosterbeek. Gebouwd op het terrein van de Hemelse Berg in 1836 en weer afgebroken in 1863 voor de aanleg van een de nieuwe vijver door H. Copijn in de hoek van de Kneppelhoutweg en de Benedendorpseweg. Van xxxx tot 1863 woonde de Amsterdamse koopmansfamilie en bankier Fock in de villa. De echtgenote S.A.D. Fock - de Kock bevalt er in 1857 van een zoon. Wie er daarna gaat wonen? Afgebroken in 1863, denk het niet:
Lucienheuvel Oosterbeek te huur 1864
Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 22-06-1864.
Wanneer is nu de vijver aangelegd? Ook in 1865 verschijnt er nog een verhuur advertentie. In 1871 mocht de onderwijzer Eelco Arend enige tijd in de villa Lucienheuvel wonen tot de werkelijke afbraak.

Voormalige villa Luctor et Emergo, Mariaweg F49, Oosterbeek. Het rechtskundig bureau van dhr. Wolzak (tevens gemeenteraadslid) is er vanaf 22 september 1919 in gehuisvest.

Voormalig Maria Klooster, of te wel Onze Lieve Vrouweklooster, Renkum, aan de Bokkedijk. Reinald IV de hertog van Gelre, sticht in 1405 een Augustijner Regularissenklooster te Renkum en schenkt goederen en renten aan dit klooster.
In 1596 schenkt Ada van Cortenbarch aan het O.L. Vrouweklooster te Renkum een huis in Wageningen.

De Mariahoeve ,Hoofdlaan 4 Oosterbeek, Een gemeentelijk monument.

Villa Marja, Utrechtschestraatweg 109. Oosterbeek. Uit 1893. In 1927 bewoont door S.J.G. Roes. De villa is een gemeentelijk monument.

Huize MariŽnberg, Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg 16, Oosterbeek. Het voormalig woonhuis van jhr. Ferdinand Wittewaal van Stoetwegen, burgemeester van Doorwerth (1904-1916). Nu is er het Leo Kannerhuis (centrum voor autistische kinderen) gevestigd.

Marienborn, Oosterbeek. Oude namen voor MariŽndaal zijn MariŽnborn en het Fonteine Klooster. In 1392 werd op MariŽnborn een klooster gebouwd. Zie verder bij MariŽndaal.

Park MariŽndaal (park toegankelijk) Mariendaal ongenummerd, Arnhem. Oude namen voor MariŽndaal zijn MariŽnborn en het Fonteine Klooster. Op de grens tussen Arnhem en Oosterbeek. In 1392 gaf Wijnand van Arnhem een landgoed aan de Augustijnen om er een klooster (Domus Fontis Beatae Mariae) te stichten. "Deze had van den hertog van Gulick en den bisschop van Utrecht verlof gekregen, zijne bezitting in een klooster te veranderen naar het voorbeeld van het beroemde klooster te Windesheim bij Zwolle, aldaar door de leerlingen van Geert Groote, den stichter van het Fraterhuis te Deventer, volgens de Augustijner orde der Reguliere kanunniken gesticht. Arent van Gruythuijzen bood hem daarbij de behulpzame hand en de geestelijken van der Gronde en Breukerink kwamen uit Windesheim over, om voor de inrichting van het klooster te zorgen. De bouwmeesters waren Hendrik Wildo uit 's-Hertogenbosch en Hendrik Wilsen uit Kampen; de eerste rector was Johannes van Kempen, de broeder van den beroemden Thomas a Kempis. Deze groote geleerde, te Kempen bij Crefeld geboren, heette eigenlijk Thomas Hamerken. Het klooster maakte een geheel uit met het klooster te Windesheim en werd Ľde oudste dochter van Windesheim" genoemd. De kloosterlingen waren zeer werkzaam, gastvrij en liefdadig; hunne kleeding bestond uit een wit overkleed met zwarte regenkap." ( Uit: Arnhem omstreeks het midden van de 19de eeuw van A. Markus.)
Enkele grafzerken van de begraafplaats zijn bewaard in de Christuskoepel.(300 meter naar het oosten op een heuvel) Rond 1580 - 1587 (na de Hervorming) werd het klooster afgebroken. De stenen werden grotendeels gebruikt om de vestingwerken van Arnhem te herstellen. Het klooster heeft gelegen aan de Kloosterwei. Het landgoed werd provinciaal eigendom middels de Rekenkamer van het Hof van Gelderland. In de periode daarna werd het landgoed gebruikt voor de houtproductie. In de Bataafs-Franse tijd werd het een rijksdomein dat daarna in bezit is gekomen van de Arnhemse familie Van Eck.
Op de plaats waar nu het landhuis staat liet Johan Brantjes in 1735 huize MariŽndaal bouwen. Door aankoop kwam het landgoed in 1820 in handen van de burgemeester van Arnhem, Mr. J. van Eck, die het op de grondslagen van het voormalige klooster gestichte landhuis aanmerkelijk liet vergroten. Zijn schoonzoon, Jacob Nicolaas van Eck voorzag de villa omstreeks 1857 van een tweede verdieping. Het landgoed is verder tot 1936 in bezit het van dezelfde familie Van Eck gebleven. Al te streng werd het "Verboden toegang" niet gehandhaafd. De verpachte akkers moesten immers toegankelijk blijven en er hadden ook wel zendingsfeesten e.d. plaats. MariŽndaal is echter eerst publiek wandelgebied geworden nadat het landgoed in 1936 door de stichting het Geldersch Landschap was aangekocht  van de erven Van Eck. In 1735 bouwde Johan Brantsen er een herenhuis. In 1791 liet Jacob van Eck het landhuis vergroten en maakte lanen in het park. Daarna liet F. van Eck de "groene bedstee" (een berceau van haagbeuk) aanleggen.
In 1936 werd GLK eigenaar. In de Tweede Wereldoorlog werd het huis gevorderd door de Reichsarbeitdienst. Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 werd het huis zwaar beschadigd. De renovatie vond plaats in 1948 en een jaar later betrok het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek (Blgg) het gebouw.
Daarna kwam er het Rijksinstituut voor gewas- en bodemonderzoek in. Tegenwoordig wordt het anti-kraak bewoond en zoekt GLK een huurder. Meerdere Arnhemse landgoederen (omgeving Amsterdamseweg) behoorden aanvankelijk tot de landerijen van het voormalige klooster MariŽnborg. Warnsborn in 1640, Boschveld in 1650, Vijverberg in 1650, en in 1651, MariŽndaal in 1735 en Den Brink in de 18e eeuw. Tegenwoordig een schitterend wandelgebied, ingang via de MariŽndaal (ook P.) aan de Utrechtseweg tussen Oosterbeek en Arnhem of via de Schelmseweg aan de noordzijde. MariŽndaal is vooral bekend vanwege de ongeveer 400 meter lange dubbele beukenhaag. De Groene Bedstee, zoals deze beukenhaag is een nest voor verschillende vogelsoorten. De lindeboom in het midden symboliseert de liefde. Het fraaie landhuis en de oranjerie erachter zijn niet opengesteld voor publiek. Ga eens op zoek naar de ijskelder. Zoek naar een wandelroute waarin de Stenen Tafel, de Christuskoepel, de berceau, de theekoepel ten westen van de Schelmseweg, de ijskelder, enkele sprengkoppen en watervallen, de Mammoetboom (Sequoia), en enkele Robinia pseudoacacia in begrepen zijn. Huur desnoods de theekoepel van Huize MariŽndaal bij de Stichting Erfgoed Logies, Reken op een route van rond de drie uur.
Er zijn sinds 2016 plannen om de gebouwen om te vormen tot iets cultureels, museum, volg deze link.

Villa MariŽndaal aan MariŽndaal 8-10 te Oosterbeek. Een gemeentelijk monument.

Masuanko Heelsum
Pension Masuanko, Bennekomseweg 21, Heelsum.

De naam Molenbeek (in het Renkums beekdal) geeft al aan dat langs de beek diverse molens hebben gestaan. De enige nu aanwezige molen is het restant van de Quadenoordse molen. Deze dateert van 1703 eerst als papiermolen later als korenmolen. Verder benedenstrooms stonden de afgebrande molen, Hartense papiermolen, Hartense korenmolen en  papiermolen 'de Nieuwe Molen'. Het water werd gebruikt door de papierfabriek van Van Gelder. Later werd het water nog gebruikt als suppletiewater voor de bluswateropslag voor de Parenco papierfabriek. Helaas staat de beek veel te vaak droog. De voeding door kwelwater is verloren gegaan door de daling van de grondwaterstand. Dit komt door de ontrekking van water door het pompstation La Cabine aan de Amsterdamseweg, ter hoogte van het restaurant de Leeren Doedel te Arnhem. La Cabine is gebouwd in 1908. In 1952 werd er een tweede pomstation aan toegevoegd.
De verste sprengenkoppen van de Molenbeek liggen vlak ten zuiden van de A12. Ten noorden van de A12 is het beekdal te volgen tot aan de Amsterdamsestraatweg. Wat verder naar het noorden loopt een beekje, door twee bosvijvers, over landbouwgebied de Hindekamp naar de Kreelse Plas. Eens hoorde dit hele traject bij de Molenbeek. De Molenbeek is, na verval, helemaal opgeknapt in 2003.
Molenbeek opname Arnhemse Courant 2-6-1928

Villa Molenbeke, Nieuweweg 35 Renkum. De BAG en het WOZ waardeloket geeft 1907 als zijnde het jaar waarin het pand gereed komt. Een verkopende makelaar noemt in 2015 als bouwjaar 1909.
Villa Molenbeke (bron makelaar Blauwe Eik, Meern)

Uiterwaard Monnikenweerd, Oosterbeek. Een onderdeel van voormalige heerlijkheid Rosande. Een eerdere naam: Patersweerd. Deze waard (uiterwaard) bij de Rijn was in gebruik bij de kloosterlingen van MariŽndaal en behoorde tot het bezit van Rosande.


Huize Mooiland
Mooi-land in 2012.
Mooi-land. Doorwerth. In 1936 gebouwd als tehuis voor doopsgezinde ouderen, wordt gesloopt in 2014-15. De eerste steen werd gelegd door dhr. Postuma, oud-minster op 31 juli 1935. Het tehuis heette in de oorlog "Lager Scharnhorst", eerst een strafkamp van de NDASP, na de luchtlandingen een verblijf voor dwangarbeiders die werkten aan loopgraven op de Boersberg en de Noordberg. De laatste eigenaar: Vilente, verhuisde de bewoners in 2011 naar het nieuwe verzorgingshuis De Sonnenberg in Oosterbeek. Daarna viel de beslissing tot sloop. De sloop was eind 2015 klaar. In de lente 2017 waren de laatste resten geruimd. Welke bestemming het schoon gemaakte terrein gaat krijgen is nog onduidelijk.
groene huisje Mooi-land
Zelfs in 2015 staan er nog "groene huisjes" op Mooi-land.

De Nederhof, een Eltens goed te Renkum, in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum

Nieuwland's Dauw, Oosterbeek.

Nol in 't bosch. Hartenseweg 60, Wageningen. Sinds 1836 ligt idyllisch verscholen in een prachtig stuk natuur nabij Wageningen een huis, met erf, land en een laan met opgaande bomen. Alles in eigendom van Anthonie van Rijn, een Wageningse touwslager. Van Rijn verkoopt de boerderij in 1856 aan de boswachter Arnoldus (Nol) Gerritsen. Nol gaat zelf aan de oostzijde van de Hartenseweg wonen. En begint met de bouw van een herberg die in de volksmond al snel “Nol in 't Bosch” genoemd werd. In 1877 verkoopt Arnoldus Gerrtisen zijn goed Zandenberg aan Adrianus Beyer. Later komt het goed in handen van zijn zoon, Arnold Beyer. In kranten gebruikt men dan de naam Hotel-Pension Nol in't Bosch. Er volgen vele verbouwingen oa een nieuwbouw in 1924. Kinderen waren rond het eind van de 19de eeuw, weg van  het onmetelijk speelterrein! Hotel Nol in't Bosch.

De Noordberg bij Heelsum. Vanaf de Noordberg heb je een mooi uitzicht over de uiterwaarden, de Nederrijn en de Betuwe. De Noordberg heeft al een lange geschiedenis die begint in het Saalien tijdperk, zeg zo'n 170.00 jaar V.C, Daardoor wordt de stuwwal gevormd. De Noordberg wordt aan de westzijde begrenst door de Heelsummerbeek. Die beek is nu nog over van een groot water en moerassengebied tot aan de Hoge Veluwe. De Sandr van Wolfheze is er nog een restant van, kennelijk is er een relatie tussen de Sandr en de Noordberg, want de Noordberg is een zandbank met een andere samenstelling dan de stuwwal. Aan de Oostzijde ligt de stuwwal met de Boersberg, Sinds 1972 doorsneden door de A50 autoweg. In vroegere tijden had de Noordberg een andere naam: de Oortberg. In 1843-44 schilderde Bilders zijn "Landscap bij de Oortberg". Van 1401 tot ergens 1800 stond er op de Oortberg een galg. Behorende bij de Heelijkheid Doorwerth. Er is niet zoveel over bekend. Doorwerth zelf is er al voor 1401, maar in 1401 wordt Doorwerth een leen van Gelre. En bij een leen horen rechten, heerlijke rechten, dus ook rechtspraak. De Heerlijkheid eindigt met de komst van de Fransen in 1795. Door Libertť, ťgalitť, fraternitť worden adelijke extra's afgeschaft. En daarmee ook de galg. Neem aan dat de galg nooit gebruikt is. De Fransen maken waarschijnlijk wel een schans op de Oortberg. De aarden wallen hiervan zijn nog steeds zichtbaar. Ga je heden ten dage op de galgenheuvel staan, dan heb je een bijzonder uitzicht. Kijk naar het oosten. Er zijn twee voetpaden. Een pad gaat in een rechte lijn naar het Kerkje op de Heuvel in Heelsum, de andere gaat in een rechte lijn naar het Kasteel. De rechte lijn wordt alleen onderbroken om de stuwwal af te komen en bij het Kasteel is er de dijk, die ook niet recht is. Je ziet het voor je, de veroordeelde mocht eerst nog naar de Kerk, terwijl de richter, de heer van Doorwerth en gasten vanaf het Kasteel komen.
Noordberg en omgeving
bron: http://www.topotijdreis.nl/ 1925
Het is de Fonteinallee die over de Noordberg gaat en dan met een knik door de Jufferswaard naar Renkum gaat. In het beekdal is een voetbrug, op de plek waar vroeger het "vishek" was. Bij De N225 is er een viaduct en daarna kom je tussen huisnummer 126 - 128 op de Utrechtseweg te Renkum uit. Sinds de herstelwerkzaamheden van de Jufferswaard in 2015 is het voetpad zeer modderig. Er is een leuke bijnaam voor dit voetpad: Boulevard de la TrťmoÔlle. De vluchtroute van de Hertogin de la TrťmoÔlle van het Kasteel naar Utrecht. De boulevard is dan wel de kortste route over de Noordberg, maar neem aan dat de Hertogin nooit te voet dit pad gelopen zal hebben. En met een koets in de jaren 1681 - 1732 over de Noordberg naar Renkum, waarschijnlijk wel. De boulevard was verhard. Het uitzichtpunt op de Noordberg was tot 2016 een prima locatie om het zwart-witte zwanen trio te bekijken.

Villa Nova, Oosterbeek.

Het voormalige Huize Nuova, Nieuweweg, destijds  'afgepaald langs den Molenweg of Kerkelaan'. Gebouwd als 'Huis in het veld'. 1856-1890. Dit huis gebouwd door Jansen was ook langs de achterkant te bereiken; via wat nu 'Onder de Bomen' heet, langs de opgang van het huidige kerkhof. Die opgang bestond al voor 1905, maar het terrein werd pas in 1908 door de gemeente aangekocht om het oude kerkhof uit te breiden. In 1862 een nieuwe eigenaar: de heer Antonij Lodewijk van der Moolen uit Renkum, geboren te Amsterdam. Na het overlijden van de heer van der Moolen verkoopt de weduwe het huis in 1890. Het huis, schuur, erf en enige percelen bouwland, samen groot 1 hectare, 65 are en 15 centiare, worden verkocht aan de heer Jan Marie Bernhard Beuker, fabrikant wonende te Amsterdam.
En dan wordt het nu onduidelijk. Het Kadaster tekende in 1896 in de boeken aan dat de heer Beuker het huis dat hij in 1890 had kocht, in 1896 liet slopen en er een nieuw huis stichtte. Dat lijkt plausibel, de vorm van villa Nuova is immers heel anders dan de rechthoekige villa Veldheim. Nu kan sloop bij het Kadaster ook een verbouwing betekenen, en ik neem dan nu maar aan dat Villa Veldheim een voortzetting van Huize Nuova is.


Ommershof opname G.R. Castendijk 1943
Het verdwenen Huize Ommershof hoek Oranjeweg, graaf van Rechterenweg, Oosterbeek. Het buitenhuis "Ommershof", is gebouwd door mr. Hendrik Hester Constantijn Castendijk in 1913. Fikse oorlogsschade (4th Parachute Brigade) in 1944. Gesloopt. In de nabijheid stond het in 1950 gesloopte huis Felixoord. Op dit terrein werd in 1948 het Vegetarisch centrum gebouwd. In 2011 verscheen er een boekje over 'De zeer schone uren: Oosterbeek 1944: dagboek van Bob Castendijk, 1 september - 6 november' uitgegeven door door Uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.

Villa Op Den Heuvel, Prins Bernhardweg 4, Oosterbeek.

Openbare Lagere School 1, gebouwd in 1863, verwoest in 1944. Weverstraat, Oosterbeek.

Uiterwaard Ossenweerd, Oosterbeek. Deze weerd, even oostelijk van het vroegere Rijnbad gelegen, zal waarschijnlijk als weideplaats voor ossen hebben gediend. Er wordt namelijk ook wel over Ossenkamp gesproken.

Oranje Nassau Oord
Oranje Nassau Oord staat formeel in de gemeente Wageningen, maar de ingang gaat tegenwoordig via Renkum. In 1839 koopt Reinhard Crommelin (1810-1871) Huize Den Kortenburg (een andere naam: Cortenbergh). Godard Willem, graaf van Rechteren koopt in 1872 De Kortenburg van zijn oom Reinhard, verandert de naam in Grunsfoort (naar het voormalige ernaast gelegen kasteel) en woont er van 1872 tot ongeveer 1881. In dat jaar koopt Koning Willem III dit huis van Graaf van Rechteren van Appeltern. Hij kende het huis van de jachtpartijen die de Graaf er gaf. Hij dacht zijn echtgenote Emma waar hij in 1879 mee gehuwd was, er een plezier mee te doen. In 1883 was het paleis, dat de naam Oranje Nassau's Oord kreeg, na verbouwingen gereed voor bewoning. Er was een verdieping boven op gezet. In 1884 wil Willem III, behalve in de grachten nabij de ruÔne van het oude kasteel Grunsfoort, ook op de Rijn vissen. Renkumse zalmvissers maken voor hem een zalmnet, dat de gehele breedte van de rivier zal beslaan. Emma is er slechts enkele zomers geweest. Willem III kwam er zelden en overleed in 1890. Emma werd regentes tot 1898 en verblijft dan met name op Het Loo en Soesdijk. Na afloop van haar regentschap krijgt Emma hfl 300.000 (nationaal cadeau) en besteed dat door: “Sedert lang was mijn wensch eene stichting in het leven te roepen, waaraan ik geloof dat grote behoefte bestaat. Ik bedoel een sanatorium voor longlijders. In den eerste plaats ten bate van hen, die de middelen missen om in het buitenland hulp te zoeken tegen de vreselijke kwaal die helaas in ons vaderland zoo veelvuldig voorkomt en zulke ernstige gevolgen na zich sleept. Ik hoop eerlang de beschikking te krijgen over het landgoed Oranje Nassau’s Oord te Renkum en dit af te staan voor het doel dat mij lief is. Door deskundigen voorgelicht stel ik mij voor op dat landgoed het eerste Nederlandsche Sanatorium te stichten”. Een aanleiding hiervoor was de ziekte tuberculose, rond 1900 een echte volksziekte. Jaarlijks overlijden er dan bijna 110.000 mensen aan. Ook zus Sophie van de dan 11 jarige Emma van Waldeck-Pyrmont komt aan tuberculose te overlijden in 1869 op slechts 15-jarige leeftijd. In 1901 komt er naast het paleis een veel groter halfrond sanatoriumgebouw ontworpen door de architect Eduard Cuypers. Het paleis zelf werd in de Tweede Wereldoorlog (in 1944) zwaar beschadigd en daarna afgebroken. (park toegankelijk).
zichtas op de lokatie van het oude paleis op O.N.O.
De oude zichtas, nu een onderbroken laan, met soms nog een dubbele rij beuken: Een allee.
Op de plek van het oude paleis, staat nu een moderne verpleegflat. En deze flat staat nog steeds in de zichtas van de grote allee richting westen. De beuken van die allee zijn geplant in 1861. Ga je vanaf Oranje Nassau Oord naar de Provinciealeweg N225 tussen Renkum en Wageningen, dan passeer je al snel een opvallend heuveltje. Begroeit met bomen en op het midden een grote beuk. Volgens de park en bosbeheerder was deze heuvel vroeger een doelheuvel. Er zijn meerdere doelheuvels waar ook steeds een beuk op staat (doelboom). De hoogste is die op de Fluitberg, het hoogste punt van het landgoed. Aan de zuid-westzijde.Veel begroeiing was er vroeger niet op de Veluwe, en zo kon je van kerk naar heuvel of grote beukenboom lopen. Vanaf de N225 (Renkum - Waginingen) kun je enkele kennelijke grafheuvels zien. Er is wat begroeing weggehaald. Aan de noordzijde van het landgoed zou in de jaren 30 van de vorige eeuw Rentmeester N.L.J. Knotnerus een arboretum gemaakt kunnen hebben. Knotnerus begon in 1928. Er zijn daar ook wel boomplantdagen gehouden. In het arboretum stonden met name struiken en daar is nu vrijwel niets meer van over.
O.N.O een majesteuze beuk op de hoogste heuvel
Op O.N.O. zijn nog steeds meerdere "zicht"beuken te zien. Bedoeld als baken in het landschap ter bewegwijzering.

Landgoed de Oorsprong in Oosterbeek. Een groot gebied hieronder opgedeeld in Hoge en Lage Oorsprong. De Oorsprong wordt al aan het begin van de 15e eeuw genoemd. Het hoort aanvankelijk bij de heerlijkheid Doorwerth en wordt door kasteel Derk van Wisch verkocht in 1423 aan Heinrick van Wyhe. Een gebied met gegraven sprengbeken, de Gielenbeek en de Oorsprongbeek. Die beken werden gebruikt voor de bouw van kruit- en papiermolens. In 1485 wordt er onderscheid gemaakt tussen de Hoge- en Lage Oorsprong. Johan van Renesse wordt genoemd als eigenaar van de Hoge Oorsprong. En Arnt ter Hoeven, burger uit Arnhem wordt genoemd als eigenaar van de Lage Oorsprong. Een voormalig eigenaar van het landgoed de Oorsprong is Robert Daniel Wolterbeek (1801-1883). Links van de van Borselenweg wordt de Hoge Oorsprong genoemd, rechts ligt de Lage Oorsprong tot aan de Hemelse Berg. De Hemelse Berg was aanvankelijk een deel van de Oorsprong. De oude beuken langs de Italiaanseweg, het stuk Italiaanseweg tussen de Wolfhezerweg en de rotonde in Doorwerth gaven vroeger de grens aan tussen de  Heerlijkheid Doorwerth en het  Landgoed Hoog Oorsprong. Meer geschiedenis van de Oorsprong middels deze link.

Hoge Oorsprong. In archiefstukken wordt de Hoge Oorsprong al genoemd in 1485. In dat jaar werden de inkomsten (tienden) voor de Oude Kerk in Oosterbeek door de eigenaar Johan van Renesse afgekocht. De afkoop werd bekrachtigd werd door de bisschop van Utrecht. Wandelgebied. Vanaf 1963 is de Hoge Oorsprong in beheer bij het Gelders Landschap. Sinds 2014 staat er een grote manege.

Lage Oorsprong. Oosterbeek. De Oorsprong heeft in de loop der eeuwen verschillende functies gehad: van landgoed tot fabriek en weer terug tot landgoed met buiten. In 1702 bouwt G.H. Coets, burgemeester van Arnhem een buitenplaats de Oorsprong op de stuwwal. Jan Backer, een suikerfabrikant koopt in 1811 (elders 1814) de Oorsprong en bouwt er een
De Oorsprong-litho-Frans-Buffa-wikimedia
 landhuis, vijvers, tuinmanswoning. In het zuidelijke gedeelte komt een suikerbietenfabriek en een watermolen als krachtbron. In de 19e eeuw is er een landgoed aangelegd waarbij de beek is verlegd.

Het gebied trok veel bezoekers, vooral door de aanwezigheid van meerdere vijvers, fonteinen en watervallen.
In het wat hoger gedeelte van de beek was een vijver met een waterval, waaronder een soort grot, zodat men eronderdoor kon lopen. Opnieuw gerestaureerd rond 2015.
In 1852 verkoopt Backer het landgoed voor 100.000 gulden aan J.A.P. baron Brakell. De Eigenaar van de Doorwerth. De baron verhuurd de Lage Oorsprong. De suikerfabriek werd gesloopt, het terrein omgevormd tot weiland. DE OORSPRONG onder OOSTERBEEK, Wordt TE HUUR aangeboden, tegen Pį. Mei e. k. te aanvaarden, het HEERENHUIS DE OORSPRONG, bevattende Zestien meest alle zeer ruime, Behangen en Gestukadoorde Kamers, groot Souterrain , Paardenstal en Remise en hetgeen verder tot. een welingerigt Landverblijf behoort; voorts ruimen TUIN en BOOMGAARD en TERREIN VAN VERMAAK.; DE OORSPRONG is bekend wegens deszelfs aangename Wandeldreven, statig Geboomte, Bronnen , Watervallen, Fonteinwerken en Vischrijke Vijvers, benevens de afwisseling van Heuvelen en Laagten, welke eene bevallige verscheidenheid aanbieden. Te bevragen ter Secretarie van het Kasteel DOORWERTH. Brieven Franco. Uit Algemeen Handelsblad 18-01-1855.
Ook in 1876 wordt De Oorsprong weer te huur aangeboden.
In 1878 overleed de weduwe van de baron. De nieuwe erfgename was FranÁoise Stephanie Baronesse van Brakell tot Wadenoyen en Doorwerth. Zij was getrouwd met jhr. Anton Willem van Borssele (1830- 1903), burgemeester van Ede, Kamerheer in buitengewone dienst van H. M. de Koningin, en Lid van de Provinciale Staten van Gelderland. In de jaren die volgden, werd de boerderij (1880) en het landhuis (1889) verbouwd. Van Borssele nam in 1896 afscheid als burgemeester van Ede en ging drie jaar later zelf in het landhuis wonen. Van Borssele moderniseerde Huize de Oorsprong en na zijn overlijden kwam het goed in het bezit van zijn nicht, mevrouw J.H.G. Heutz-geboren Baronesse van BrakelI Doorwerth. Het hele bezit is in later jaren verkaveld.
De tuinmanswoning wordt in 1908 afgebroken en in 1911 brand het landhuis af.


 "Oenbare verkooping van het landgoed „de Oorsprong" te Oosterbeek, op 5. en 19. Juli 1911 te Arnhem". In 1920 koopt J. Frowein de Oorsprong en hij laat Berlage een landhuis bouwen. Tijdens de Slag om Arnhem wordt ook de villa de Oorsprong verwoest. De bewoners en evacuťs die er onderdak hadden zitten tijdens beschietingen in de nog aanwezige schuilkelder en zien de villa in vlammen op gaan. Het was hun redding. Terwijl het landhuis werd beschoten en tot de grond toe afbrandde, verbleven zij van 18 tot 25 september in de schuilkelder. Die dag dwongen Duitse militairen de mensen de schuilkelder te verlaten en in de richting van Doorwerth te trekken. In 1956 kwam het landgoed in handen van de gemeente Renkum. Het werd een openbaar wandelgebied. Sindsdien is er weinig meer veranderd. In 2005 of 2006 heeft de gemeente De Oorsprong in erfpacht overgedragen aan Geldersch Landschap. In 2010 presenteerde Het Geldersch Landschap een plan om een appartementencomplex op de Oorsprong te bouwen. De reacties tegen met name het plan voor nieuwe bebouwing op landgoed De Oorsprong moet Het Geldersch Landschap wel aan het denken hebben gezet. Zeker ook in relatie tot haar gedachte om na de Oorsprong het vizier op de Duno te richten. Daarna heeft het Geldersch Landschap het plan ingetrokken. Daarna zijn in 2012 de contouren van het verwoeste landhuis van Frowein weer zichtbaar gemaakt. In de jaren 2012-13 is er op de plek van de oude suikerfabriek een robuuste goot aangelegd om een watermolen te symboliseren. De beken en vijvers en vele watervallen waaronder een grothuisje is weer in ere hersteld. De schuilkelder is nog steeds intact. Tegenwoordig is het voormalige landgoed opengesteld voor publiek.
schuilkelder voormalig landhuis Lage Oorsprong
Soms staat de schuilkelder (opname 2015) naast het voormalige landhuis Lage Oorsprong open en mag je er fotograferen.
De tuinmanswoning van Backer wordt later een uitspanning: Paviljoen de Oorsprong. Aldaar is op de bovenverdieping een herensocieteit. Rond 1880 trokken velen naar de rustieke vijvers, om in koepeltjes thee te drink en en zich te verpozen in de heerlijke natuur. Gebouwd door de heer Backer. In 1860 was Gerritsen er een populaire kastelein, later was P. Uijttenbogaerdt er onder anderen kastelein.

Verdwenen Paviljoen de Oorsprong. een tuinmanswoning van het huis de Oorsprong wordt omgebouwd tot Paviljoen, theehuis. Afgebroken in 1908. Ooit stond er bij de meest zuidelijk gelegen vijvers op de Oorsprong deze uitspanning 'Paviljoen de Oorsprong'. In haar hoogtij dagen was het er vooral in de weekeinden een drukte van belang. Bij warm weer kon je er verkoeling vinden rondom het stromende water en onder een groen bladerdak. De bediening zorgde voor een natje en droogje.


Paviljoen-de-Oorsprong-litho-Frans-Buffa-Wikimedia

Tuin de Lage Oorsprong, horende bij het landhuis Lage Oorsprong. Van Borsselenweg 36 te Oosterbeek. De tuin de Lage Oorsprong was een stukje paradijs op aarde. De rijke opbrengsten uit de fruittuin waren legendarisch. Op het landgoed werden de meest exotische planten gekweekt voor de hooggestelden in Oosterbeek. Na de oorlog raakte het geheel in verval. Gelukkig werd de tuin hersteld (vanaf 2004), maar bleef afgesloten voor publiek tot 2008. Vanaf die tijd is de tuin in het seizoen te bezoeken.

Zwembad de Lage Oorsprong. Het in 2012-13 gerenoveerde zwembad op de Lage Oorsprong is een restant van Huize de Lage Oorsprong, evenals de Tuin de Lage Oorsprong. Als in 1956 het landgoed in handen komt van de gemeente Renkum, wordt het zwembad gebruikt voor de schooljeugd en de gemeentelijke Ambtenaren. In 2006 heeft de gemeente De Lage Oorsprong in erfpacht overgedragen aan Geldersch Landschap. Na de renovatie van het zwembad in 2012-2013 is het zwembad niet meer toegankelijk. Het voldoet niet aan de millieueisen voor een openbaar zwembad.
zwembad de Lage Oorsprong
opname uit 2015

Voormalig landgoed en villa Oostereng, Keijenbergseweg 2, 6704 PJ Wageningen, het verlengde van de Bennekomseweg tussen Renkum en Bennekom. Het adres is dan wel Wagenings, het pad naar de ingang is de grens tussen de gemeenten Wageningen en Renkum. De ingang is bij hectometerpaal 4.3, op de kruising met de Regentesselaan. Voormalig landgoed, voormalig arboretum, hoog urbex gehalte (Ital).
Villa Oostereng
Uit de grafheuvels (klokbekercultuur) op het landgoed blijkt dat er vanaf 3000 tot 1500 voor Chr. een traceerbare bewoning plaatsvindt in de streek. Vanaf de 16e-eeuw waren de gronden eigendom van de Staten van het kwartier Veluwe en werden beheerd door de Rekenkamer. De Oostereng was een niet herkenbaar onderdeel van de Moft, een 220 Ha. groot bosgebied tussen Wageningen, Bennekom, Ede en Renkum. Tot het midden van de 19de eeuw bestond dit gebied uit woeste gronden. Bij de domeinverkopingen in 1843 worden de eerste eigenaars de heren Dros en Tieleman. Zij kwamen uit Leiden en waren zeepzieders. Ze kochten zo'n 220 Ha. Het landgoed Oostereng komt in beeld in 1854. Een aanwezige boerderij en omgeving wordt door Dros en Tieleman omgebouwd tot een herenboerderij. Van 1873 tot 1888 was Joan Quarles van Ufford de eigenaar en daarna tot 1899 Henri Jacob Quarles van Ufford. De weinig vruchtbare grond was hooguit geschikt voor houtteelt, dennenbossen. Dennenolie en boswol werd verkocht op een boerderij. In 1899 komt het landgoed in handen van de Amsterdamse bankier Willem Alexander Insinger. Insinger woonde al in Bennekom vanaf 1898. Hij kocht villa Erica in Bennekom. Het langoed Oostereng bestrijkt dan een gebied zo van Nol in 't Bosch tot achter Quadenoord. Kadastraal zo ongeveer WGN00 D 545 en 463, BNK01 D330 tot en met 333, RKM00 B 138 en 487. Insinger laat de Hilversumse architect J.W. Hanrath een groot landhuis op de Oostereng bouwen, inclusief kassen en bedrijfsgebouwen. Leonard Springer (1855 – 1940) maakt in 1911 een arboretum met oa de Hemelboom (gekapt in 2015), Kaukasische zilverspar, Amerikaanse linde, Reuzenzilverspar. De heer van Kranen was chauffeur bij dhr. Willem Alexander Insinger (1857 - 1921) en reed met een prachtige Dodge. Insinger bezat ook grond in het westen van Bennekom. In 1941 koopt het Staatsbosbeheer van de erven Insinger ten behoeve van de opleiding van de boschbouwingenieurs (houtvesters) aan de Landbouwhoogeschool te Wageningen het landgoed "Oostereng", groot pl.m. 197 ha. Het bestaat dan in hoofdzaak uit grove dennenbossen van verschillenden leeftijd. In 1943 koopt het Rijk van de erven Insinger ca 45 ha grond op de grens van Wageningen en Bennekom. Bij de herontginning verdween het Nergenase Bos, om plaats te maken voor Groot Nergena met omliggende proefvelden. Insinger laat op de Oostereng bijzondere soorten bomen aanplanten zoals Robina, Amerikaanse eiken, Douglas sparren en Esdoorns. In 1910 vervangt men de herenboerderij voor een landhuis. Na het overlijden van W.A. Insinger in 1921 blijft zijn weduwe C.A.Z. Insinger - Everwijn Lange op de Oostereng wonen. Na haar overlijden in 1941 wordt het landgoed door de erven Insinger verkocht aan Staatsbosbeheer. Het landhuis wordt aan het eind van de WWII door een Duits bombardement verwoest omdat het huis een belangrijke rol speelde bij de Pegasus evacuatie van Engelse militairen. Grote delen werden vanaf 1952 niet meer onderhouden. In 1960 wordt een deel van het park ingericht als onderzoeksterrein met kantoren en laboratoria, en werden bomen gekapt. Er komt een landbouwkundig instituut gevestigd (ITAL) waar met atoomstraling voeding en zaden worden geschoond. Er komt dan ook een groot hek om het terrein.
De Ital op de Oostereng
In 1982 (volgens bron) 1989 (volgens Wiki) sluit de ITAL. In 2002 worden de gebouwen geruimd en wordt alles terug gegeven aan de natuur. In 2011 begint een groep vrijwilligers met het herstel van het arboretum. En is er een 1,3 km lang bomenpad. Website. Parkeren op de bos parkeerplaatsen aan de Regentessenlaan in Wageningen. Een PDF. De Oostereng valt tegenwoordig onder de boswachterij Oostereng (685 hectare) van Staatsbosbeheer, samen met de Keijenberg en de Beken. De boswachterswoning is tegenwoordig te huur.
Oostereng Wageningen Renkum
Zo zijn bepaalde verhogingen in het terrein nog te herkennen. Kaart uit 1992

Oosterpark, Utrechtseweg 218, Oosterbeek. Gekocht door van Eeghen in 1866 op de
hoek van de Utrechtse en de Pietersbergse weg. Een andere bewoner was Cornelia Teresia Maria Elisabeth Schade (1873 - 1933), dochter van een Amsterdamse wijnhandelaar die zich in 1884 vestigde op Oosterpark. Het huis was toen nieuw gebouwd, ter vervanging van een uit 1847 daterend ouder gebouw op deze locatie.

Villa Opheem, Bloemenlaan 2 Heelsum. Opheem is rond 1920 gebouwd voor C.F.D. Beuker, directeur papierfabriek VGZ. De BAG geeft 1925 aan voor de eerste bewoning. Naar ontwerp in Gooise landhuisstijl van architect P.J.W.J. van der Burgh in samenwerking met ing. F. Eschauzier. Het huis had oorspronkelijk een nagenoeg vierkant grondplan.
Opheem Heelsum
In opdracht van de heer Beuker is het huis in 1929 in noordwestelijke richting en in stijl uitgebreid naar ontwerp van architect H.C. Dorlas jr. uit Renkum. (link Rijksmonument) C.F.D. Beuker overleed in 1960. Na het overlijden van mevrouw Beuker heeft een projectontwikkelaar de villa met tuin gekocht. De villa is op een veel kleinere kavel al vrij snel verkocht en daarna zijn de huizen aan de oostzijde van de Narcislaan gebouwd in 1987-88. In 1978 buigt de gemeenteraad zich over een bestemmingswijziging voor Opheem en omgeving. Bedoeling enige bebouwing op het noordelijke gedeelte van de kavel, tegenwoordig een stukje bos. Daarna wordt er veel heen en weer geschoven. 2009: Bouwplannen hebben sinds de jaren tachtig tot lange procedures geleid. De Raad van State gaf ooit aan dat er vier huizen mogen komen op het terrein langs de Bloemenlaan. In de bouwvergunning is te vinden dat de eigenaar van de woning aan de Bloemenlaan acht woonruimtes wil bouwen in het groene gebied naast het huis. Otewel vier vrijstaande huizen en 2 twee-onder-een-kappers in de sociale sector. Een gemeentewoordvoerder bevestigt in 2014 dat de bouwvergunning door de uitspraak van de Raad van State definitief is geworden. Maar hij wijst er nadrukkelijk op dat die specifiek voor de bouw van 4 koopwoningen en 3 sociale huurwoningen is verleend. Kavels Opheem Heelsum
In 2016 komen er 6 kavels voor particuliere bouw op het terrein van Opheem te koop. De bouwverguning wordt in 2017 verleend.

Otium, Oosterbeek. In 1869 koopt van Eeghen 'Otium' (de eigenaar ervan: J. van's Gravenweert, verhuisde naar het bovendorp en noemde zijn nieuwe huis daar ook Otium, terwijl het oude de naam 'Rhijnheuvel' kreeg.

Huize Orsoy te Heelsum. In 1927 bewoond door dhr. H. Tinssen.

Overdam, Oosterbeek

De Overhof, een Paderboms goed te Renkum, in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum.

Villa Overweide, Utrechtseweg 123 te Renkum. Villa Overweide was altijd de residentie van de dominees die in Renkum en omstreken werkten, maar na verkoop van de kerk verkrotte het. Het werd nog enige tijd anti-kraak bewoond en in 2010 beleefde het huis haar laatste wapenfeit. Dat was een belangrijke rol in de Nederlandse speelfilm 'De Eetclub'. Het huis werd voor de film gecontroleerd in brand gestoken. Er komen plannen voor appartementen. In 2016 worden er te enthousiast bomen gerooid. In 2017 verschijnen er borden voor 3 villa's.

Landgoed buitenplaats, Huize Overzicht te Oosterbeek. Het landgoed lag rond 1858 tussen de Pietersbergseweg, de Paasberg-Jagerskamp en de Van Eeghenweg en had zicht op de uiterwaarden. In 1858-1860 bouwt de familie A. Van Geuns er een grote villa. In 1864 woont Roghier Diederik Benten, voormalig goudsmid afkomstig uit Amsterdam op “Overzigt”. In 1870 wordt huis en landgoed, groot 6 Ha, verkocht aan Joh. Backer, zoon van de burgemeester M. Sanders, lid van Provinciale Staten van Gelderland voor de C.H.U. Het landgoed komt in 1895 (of 1899) in bezit van Matthijs Sanders (1859-1926) de steenfabrikant van de fabriek aan de Fonteinallee in Doorwerth, hij laat de villa totaal renoveren en gaat er wonen. Vanuit dit adreswerd er sinds 1908 een particulier waterbedrijf geexploiteerd.

Papendal
, Oosterbeek, tegenwoordig gemeente Arnhem.

Pietersberg (huis en directe omgeving niet toegankelijk). De Pietersberg ontstaat als een afsplitsing van de Hemelse Berg. De Pieterberg wordt gebouwd door C.P.E. Robidť van de Aa (1791- 1851) uit de erfenis van zijn in 1846 overleden vrouw. De Pietersberg schijnt genoemd te zijn naar zijn zoon Pieter Jan Baptist Carel Robidť van de Aa (1832-1887). Het pand komt klaar in 1848, maar C.P.E. Robidť van de Aa heeft er zelf nooit gewoond, omdat hij onder curatele kwam te staan. Zijn zoon was toen zestien, te jong om een villa te beheren. Vanaf 1858 wordt de Pietersberg gehuurd door C.P. van Eeghen en deze koopt het in 1863 van de eigenaar, W. H. de Heus. In 1865 koopt van Eeghen nog een stuk grond kocht van de Hemelsche Berg, waardoor zijn de Pietersberg groter werd.

Er blijven nog vier generaties Van Eeghen woonachtig op de Pietersberg. In 1945 komt het landgoed in eigendom van de gemeente. Een particuliere stichting huurt in 1948 het huis om het als conferentieoord te laten dienen. In de jaren 1955-1965 en 1976 staat de Pietersberg als een sociaal cultureel centrum Oosterbeek te boek. Tegenwoordig wordt het huis en conferentiecentrum beheerd door de Stichting De Pietersberg te Oosterbeek.

Landgoed Planken Wambuis, een prachtig bos in het grensgebied tussen Renkum en Ede. Een landgoed omdat de opbrengsten sinds 1536 ten goede kwamen van Willem van Scherpenzeel en daarna de eigenaren van Kasteel Rosendael: Dirck van Dorth, en de families Van Arnhem, Torck en Van Pallandt. Een andere naam voor het zelfde gebied: Reemsterveld. In 1934 verwerft een beleggingsmaatschappij (Unitas N.V. uit Utrecht) het gebied. In 1980 werd het Planken Wambuis door het rijk aangeschaft en aan Natuurmonumenten geschonken ter gelegenheid van hun 75-jarig jubileum. De herberg Planken Wambuis (Verlengde Arnhemseweg 101, Ede) stamt uit 1782.

Landgoed Quadenoord, (Kwadenoord) Quadenoord 6, 6871 NG Renkum. De ontstaansgeschiedenis van Quadenoord staat beschreven bij Huize De Keijenberg. Je hebt het over een villa, bos, weilanden, moeras, landbouwgronden, manege, beeldentuin, watermolen en een kampeerterrein in het bos.
Net als de Keijenberg, rond 1798 begonnen door Jhr. Cornelis Munter. Rond 1733 bewoond door MichaŽl Onuphrius baron zu Schwarzenberg. Sinds 1872 in bezit van de familie Koker. De heer mr. FranÁois Constantijn Willem Koker, eerst jurist te Bennekom en later kantonrechter in Wageningen. F.C.W. Koker heeft veel voor de verbetering van het landgoed gedaan. Grote delen werden ontgonnen, heidevelden veranderden in dennenbossen en er kwam een kwekerij waar onder meer eiken werden gekweekt. Koker liet door de architecten: J. Prins (1891-1959) en J.H. Benier (1894-1971), van het gelijknamige buro in Arnhem, een villa bouwen. De huidige villa Quadenoord is een goed voorbeeld van de Amsterdamse School.  n het Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) staat 1990 aangegeven. Ga er nu van uit dat met de bouw in 1922 is begonnen en dat de villa voor bewoning klaar was in 1924. In 1922 vond een aanzienlijke uitbreiding plaats door aankoop van uit gestrekte gronden aan de noordzijde. Momenteel is het landgoed nog steeds in het bezit van de familie Koker en beslaat het een oppervlakte van ongeveer 230 ha. Het huidige landhuis werd gebouwd in 1924. Het boscomplex Renkumse Heide langs de spoorlijn is een voorbeeld van heideontginning uit de dertiger jaren. Naast de villa is er een boerenbedrijf met landbouw, bosbouw, verblijfsrecreatie en een manege aan de zuidkant van het landgoed.
Op het landgoed ligt nog het restant van de watermolen `Kwadenoordse Molen’, een waterrad-papiermolen later een korenmolen. Bewoners waren o.a. boer Beekhuizen en J. van den Berg. Oorspronkelijk stond hier een zeventiende-eeuwse papiermolen, die na een brand in 1874 is vervangen door de huidige korenmolen. Het vervallen gebouwtje, dat sinds 1992 op de gemeentelijke monumentenlijst stond, is in 1994 ingestort. De restanten van de molen zijn nog te zien. Tegenwoordig zijn er ook steenhouwers cursussen en een beeldentuin. De weilanden, akkers en bossen vormen een aantrekkelijk decor voor recreatie. De Renkumse Beek en de sprengen completeren het geheel. De eerste kampeerders kwamen al in 1926.
Bij Wikipedia is een andere ontstaansgeschiedenis te lezen!

Quatre Bras, gebouwd in 1883 (Stationsweg 2, Oosterbeek). In 1927 bewoont door  Mr. E. van Beusekom. Een gemeentelijk monument.

Huize Ravenstein, Stationsweg 5 te Oosterbeek. Rond 1943 bewoond door J.B Scheltema.

Villa Redichem te Renkum, Oud adres Utrechtsestraatweg 128 (1934) gebouwd in 1863 op de plek van de oude herberg “De Bock”.
De heer H. W. Leygraaf, eigenaarvan de bierbrouwerij "de Bok" aan de overzijde van de weg, liet in 1863 Redichem bouwen. In 1915 bewoont door G.H.
Reijmer, G.H., de steenfabrikant, en zijn echtgenote Arnolda Hermina van Wijck, dochter van de steenfabrikant Richardus van Wijck.. "Op een kaart van de Mofft, in 1649 getekend door Nicolaas en Arnoldus van Geelkerck, is te zien dat zich op het dan reeds voormalige kloosterterrein, in de binnenbocht van de omgelegde beek, een "papiermuhl" bevindt, ter hoogte van het latere huis "Redichem" aan de Dorpsstraat". Bron.
Huize Redichem rond 1904
Achereenvolgende eigenaren tot xx: Gerhardus Henricus Reijmer, steenfabrikant uit Renkum; Anthonie Hulshuizen, landbouwer uit Renkum; Carel Roosen, assistent Deli Batavia Mij uit Renkum; Anthonie Mulder, zonder beroep uit Den Haag; Theodorus Wilhelmus Gunsing, bedrijfsleider uit Renkum; Gemeente Renkum; Paulus Johannes Anthonie Campman, hotelhouder uit Renkum; Sientje Cornelia Maters, (Bokkedijk 2) P.G.E.M.; Johann Peter Gogarn, arts uit Renkum; Verkeer en Waterstaat; NV van Gelder Zonen, Amsterdam.  Elders vind ik andere eigenaren: Eerste bewoner was de heer Leijgraaf. Johann Peter Gogarn, arts uit Renkum. Verwoest in de WWII.

Herstellingsoord Renkum, Hartenscheweg Renkum.

Het Renkums beekdal. De periode tussen de laatste en voorlaatste ijstijd heeft veel ijs doen smelten en al dat water heeft het het Renkums Beekdal ontstaan. In vroeger tijden werden verschillende plekken van het Beekdal door de mens gebruikt voor landbouw. Het gehucht Harten had er zijn plek. Aan vers beekwater geen gebrek en ver genoeg van een steeds overstromende Rijn. De beken dienden later voor de vele watermolens. Eerst graan, raapzaadolie, papier en rubber werd hier gemaakt. Na het verwijderen van het industrieterrein is er nu weer ruimte voor de natuur. Uit een onderzoek in 2013 van de Rekenkamer Oost-Nederland blijkt dat voor de ontwikkeling van natuur in het Renkums Beekdal bijna vier miljoen euro meer is uitgegeven dan begroot. Totale kosten tot dat moment 39 miljoen. De overschrijding is het gevolg van hogere kosten om de bedrijven in het gebied uit te kopen. Te bezoeken vanaf de Bennekomseweg, vanaf de Nieuwe Keijenbergseweg 174, de doorsnijdende Hartenseweg, de Beukenlaan, parkeren bij nr 52 en de doorsnijdende Kortenburg. Er is een bezoekerscentrum genaamd Renkums Beekdal.

In de Renkumse Poort komen bos, beekdal en de uiterwaarden van de Rijn bij Renkum samen. 2009: De realisatie van de ecologische verbindingszone tussen het centraal Veluws natuurgebied en het Rijndal is een stuk dichterbij gekomen. De Dienst Landelijk Gebied heeft ook met het laatste bedrijf op industrieterrein Beukenlaan, bouwmarkt Wessels, overeenstemming bereikt over verplaatsing. Dit industrieterrein in het Renkums Beekdal kan nu worden omgevormd tot natuurgebied. Er ontstaat hierdoor een prachtige verbinding tussen de natuur op de Veluwe en de natuur langs de Rijn. Gedeputeerde Keereweer is zeer positief: "De aankoop van dit laatste bedrijf is een belangrijke mijlpaal. Niets staat nu het herstel van het Renkums beekdal nog in de weg." (bron)
Het heuvelachtige gebied is een mooi voorbeeld van geslaagd natuurbeheer. Het voormalige industrieterrein Beukenlaan is in 2013 omgetoverd tot een ecologische verbinding tussen de Oostvaardersplassen, Veluwe, uiterwaarden aan de Rijn, het Renkums beekdal, de Gelderse Poort (de streek waarin de Rijn zich vertakt in Waal, Nederrijn en IJssel, oa. Ooypolder) en het Duitse Reichswald. Zo kunnen edelherten nu van de Veluwe naar de Rijn lopen. Het Renkums Beekdal is een van de belangrijkste dalen op de Zuid Veluwe. Het beekdal is in de voorlaatste ijstijd gevormd, toen smeltwater het huidige beekdal naar de Rijn uitschuurde. Al vroeg werd er in het beekdal gegraven om het water te kunnen gebruiken voor de landbouw (Harten) en in later tijd als waterkracht voor watermolens. Met deze watermolens ontstond een vroeg 'industrieterrein' voor de verwerking van graan, raapzaadolie en later papier, uiteindelijk uitmondend in het industrieterrein Beukenlaan. Er stonden grote fabrieken van Van Gelder, later Parenco, Vredestein.
Vier eigenaren van de gronden in het Renkums Beekdal hebben in 2011 de handen ineengeslagen. Zij hebben gezamenlijk een visie gemaakt waarin zij een bijdrage willen leveren aan het Renkums Beekdal en daarmee aan de Renkumse Poort. Zo zal de natte natuur langs de beek, worden omgevormd naar beekdalgraslanden. Je hebt het dan ook over het zuidelijke gedeelte, het stuk onder het voormalige kasteel Grunsfoort, tot aan de Rijksweg N225. Vernam van een van de beheerders dat men in 2017 gaat beginnen.

Rehoboth, Koninginnelaan, Heelsum. In 1883 was er behoeft aan een grotere en betere school in Heelsum-Doorwerth. Dat kwam er in de vorm van het nog steeds bestaande gebouw Rehoboth. In 1938 ging Rehoboth van de Burgelijke gemeente over naar de Kerkelijke gemeente. En kwam het in handen van de toenmalige Nederlands - Hervormde gemeente. De oorlogsschade werd in 1948 hersteld en werd het gebouw ingericht als verenigingsgebouw onder architect J. Grypma. In 1996 is het gebouw opnieuw gerestaureerd en aangepast aan de eisen van de tijd.

Natuurgebied Reijerscamp in Wolfheze. Twee mogelijkheden: De ‘Reijers-Camp’ is kennelijk zo genoemd naar de Gele Rijders in Arnhem die hier na 1861 een manege hadden. Nog een naam-herkomst: In 1822 start Otto Reijers te Wolfheze. Aangekocht in 2004 als voormalig landbouwgebied en ontwikkeld naar natuur, terug naar de situatie van 1895. Toen was dit gebied vooral hei en bos. In 1908 begon de directeur van de Van Houten's Cacaofabrieken er een modelboerderij. In 1917 werd meer bos en hei ontgonnen tot bouw- en weiland. In 1922 werd de stekker uit de modelboerderij getrokken. De boerderijen bleven. Het gebied sluit aan op natuurgebied Planken Wambuis. Op 17 september 1944 vond in dit gebied onder andere de landing plaats van honderden zweefvliegtuigen. Tijdens de Slag om Arnhem werden deze ingezet om troepen en materieel te vervoeren. In 2013 kwam het ecoduct over de A12 tot stand en is er een verbinding ontstaan tussen de Veluwe enerzijds en de uiterwaarden van de Rijn anderzijds. Begin met een koffie bij het Bilderberg Hotel de Buunderkamp en loop dan de achtertuin in naar het oosten. Ontwikkelingen. In 2016 een nieuw natuurgebied van Natuurmonumenten.

Reijershoeve, Renkum

Rijnheuvel, (Otium) Oosterbeek, (Pieterbergseweg 52, Oosterbeek) gebouwd in 1846 voor Jan van ’s Gravenweert, die het de naam ‘Otium’ gaf. In 1869 werd het gekocht door Lois Heldring en zijn vrouw Geertruid van Eeghen, een dochter van de Amsterdamse bankier C.P. van Eeghen (eigenaar van Pietersberg). Sindsdien draagt het landhuis de naam `Rijnheuvel’.

Rijnzigt, Dorpstraat 50 te Renkum, tegenwoordig staat er Verpleeghuis de Rijnhof op deze locatie. Dhr. Buse liet in 1862 het herenhuis Rijnzicht bouwen. In 1886 huwde Kitty Buse de advocaat de heer J. Ph. Le Maitre. Het echtpaar betrok toen ook de villa van haar ouders. Een verhaal over Rijnzicht geschreven door Hendrikus van Roest, bewerkt door Cees Burgsteijn en Heemkunde staat hier.
Rijzicht Renkum
Op deze foto is Rijnzicht al tot een hotel geworden.

De Rietkapwoningen in Heveadorp. Zoals aan de Beeklaan 32 t/m 42, Centrumlaan 1 t/m 19 en 2 t/m 12, Noorderlaan 2 t/m 16 en aan de Zuiderlaan 1 t/m 7.

Voormalig Kasteel Rosande in de Rosandepolder, Oosterbeek. De Heerlijkheid Rosande wordt voor het eerst vermeld in 1313 of 1428. De Rosande was vroeger een hooge Heerlijkheid, die het recht van een hoog en een laag rechtstgebied bezat, maar toch aan Doorenweerd leenroerig was.
In de 14e eeuw was de Rosande in het bezit der familie Tengnagel; eene eeuw later was het bij erfregeling gekomen in het geslacht van Van Wilp; Evert van Wilp (?-1505). Evert van Wilp was de laatste manlijke telg van zijn geslacht. Hij overleed 1505 ongehuwd op kasteel Rosande, dat hij in 1496 van zijn moeder, Elisabeth van Arnhem erfde. In 1505 door de BourgondiŽrs veroverd, werd het 10 jaren later onder de persoonlijke leiding van hertog Karel van Gelre bij verrassing stormenderhand ingenomen en verbrand. Daarna kocht Karel van Egmond, de Hertog van Gelre (1492-1538) in 1518 het goed Rosande van Wijnand van Arnhem. Op het hoogtepunt van zijn macht strekten de bezittingen van Karel van Gelder zich uit van midden Limburg, en Geldern in Duitsland tot aan de Waddenzee. Hij werd begraven in de St. Eusebiuskerk te Arnhem.
Wijnand van Arnhem verkocht het landgoed in 1523 aan Jacob van Appeltern, domdeken van Utrecht, die het kasteel weer liet opbouwen. De familie De Schellarts bewoonde daarna kasteel Rosande. Zij hebben het gebouw weer afgebroken en door een nieuw kasteel vervangen. Er is een uitspraak van een vonnis aan van het jaar 1539, waarbij van Obbendorp als afstammeling van de vroegere wettige bezitters van Rosande weder in het bezit van het huis Rosande werd gesteld, waarvan zijn geslacht met geweld beroofd was.
Verkocht aan Doorwerth in 1661, afgebroken rond 1895. Op het eind van de 17de eeuw kwam Rosande in het bezit van Federik Willem, vrijheer van Spaen, heer van Biljoen.
De naam van de familie Van Spaen is in voorgaande eeuwen nauw met de heerlijkheid van Rosande verbonden geweest. Baron A.D. van Spaen was omstreeks 1765 heer van Rosande. Ook verscheidene andere Van Spaens worden als eigenaar van Rosande genoemd. In 1827 overleed J.F.W. baron van Spaen, die door zijn oudste dochter J.M.C. baronesse van Spaen, gehuwd geweest met A.H. Graaf van Rechteren, werd opgevolgd.
Albert Antoine Loopuyt (1873 - 1960), was van 1907 - 1919 gemeentesecretaris. Vanaf 1917 eigenaar van ťťn van de laatste delen van de Heerlijkheid Rosande, n.l. de omgeving van de Loopbergenseweg ten noorden van het spoor. Loopuyt liet het huis Schelmseweg nr. 1 bouwen en woonde later aan de huidige Loopuytlaan.
Nu zijn de contouren van het binnenplein, slotgracht en een informatiebord zichtbaar. Te vinden in de Rosande Polder, direct ten oosten van de spoorbrug in Oosterbeek.

villa Roozenburg, Dorpsstraat 135 Renkum

villa Rozenhage aan de Benedendorpsweg 176, te Oosterbeek. it 1850. Oa. bewoond door de schilder Johannes Warnardus Bilders (geboren te Utrecht 1811, overleden te Oosterbeek 1890). Een gemeentelijk monument.

villa Rozenhage, Dorpstraat 144, Renkum. Tegenwoordig bekend als de Garage van Delsink. Andere eigenaren: Johanna Wilhelmina Hoff-Hugenholz, Ludolphina Eelke Ploem-Pijnen, Jan Cornelis Koker, Johannes Christoffel Spakler, suikerfabrikant, Antonie Cornelis Beers, Willem Timmer,

Villa Rusthout, Oosterbeek, Dreyen.

Huize het Schild te Wolfheze
I uit 1911.
II uit 1950
Het Schild na WWII
III tegenwoordig.

Verdwenen Huize Soeterbeeck, Dorpsstraat Renkum.
Achtereenvolgende eigenaren: Mauritz Mijnlieff, steenbakker (1890); wed. Johanna de Haas;  Maria Cornelia Mijnlieff, echtg. Van Cornelis Hubers uit Baarn; Maria v.d. Kun, wed. Oscar Ignatius GabiŽl Edlen von Polbreich uit Renkum; Joseph Marie Graven, particulier uit Renkum (1930); Jan Ouwerkerk, hotelhouder uit Renkum; Cornelis Johannes Loffelman, koopman uit Delden Wed. van Bernharda  Maria Johanna Wientjes.

Schoonoord. Oosterbeek. “Schoonoord” was aanvanklijk een buitengoed langs de
Utrechtseweg en zou eerst 20 jaar na de oprichting een bestemming als hotel krijgen.
Schoonoord is in 1845 gekocht door Adrianus Adam van der Crab van Minne Dolleman. Adrianus Adam was van huis uit ingenieur en landmeter, maar had vooral fortuin gemaakt als bankier. Met zijn vrouw Elisabeth de Villeneuve had hij twaalf kinderen. In 1857 besluit Adrianus Adam “Schoonoord” te verkopen. Schoonzoon Sangster doet een bod op het huis, maar hij wordt overtroefd door C.A. Sprenger, Majoor der Cavalerie te Arnhem.

Jacob van Lennep (1802-1868), de befaamde prozaschrijver en dichter was tevens Rijksadvocaat te Amsterdam. De zomermaanden bracht Van Lennep met zijn echtgenote steevast door in hotel De Engel in De Steeg. Toen de hotelier H.E. Wentink en echtgenote Klaassen "Schoonoord" te Oosterbeek in 1867  kocht, verhuisden de Van Lenneps van de Steeg mee naar Oosterbeek. Maar bij het eerste vakantieverblijf in Oosterbeek overleed Van Lennep in het hotel. Het was bloedheet, het lijk diende eigenlijk direct begraven te worden. Vandaar een begrafenis in Oosterbeek en niet in Amsterdam.
"Uit een door de gemeente in 1902 ingesteld onderzoek blijkt in de eerste plaats, dat van „verwaarloozing" van het graf van Van Lennep, geen sprake is en in de tweede plaats, dat het gemeentebestuur indien er misschien iels verzuimd is, zeer zeker geen schuld heeft. Voor het onderhoud van het graf werd tot dusver steeds gezorgd door den heer H. B. Wentink, den vroegeren eigenaar van het hotel „Schoonoord", alwaar de groote dichter gedurende de laatste jaren zijns levens heeft gewoond. Ook nu nog is de heer W., die nog steeds te Oosterbeek woont, door de familie Van Lennep belast met de verzorging van het graf, dat dan ook op geregelde tijden wordt nagezien. Op het graf van mr. Van Lennep groeit alleen wat klimop in het midden waarvan is geplaatst het borstbeeld van den geliefden schrijver in wit marmer. Jammer dat dit borstbeeld er vrij verweerd uitziet. Wanheer hieraan iets werd ten koste gelegd, dan zou het graf weder geheel in overeenstemming met de eenvoudige, rustige omgeving van den doodenakker zijn. Aangezien de familie evenwel de zorg voor het graf blijkbaar aan zich wenscht te houden, kan het gemeentebestuur, hoe gaarne het wellicht iets ter verbetering zou willen doen, de heer dr, Adriani in de eerst volgende raadszitting alleen antwoorden, dat het niet bevoegd is hier op te treden".  Algemeen Handelsblad 02-04-1902
Tijdens de slag om Arnhem - september 1944 - veranderde alles. Het hotel werd door de 1e Engelse Airborne divisie als noodhospitaal ingericht. Meer dan 500 gewonden werden hier binnengebracht en verzorgd. Door de felle strijd, raakte het gebouw zwaar beschadigd. De oude glorie kreeg het gebouw niet terug, maar haar indrukwekkend verleden blijft bestaan. Veteranen uit de Tweede Wereldoorlog ontmoeten elkaar nog steeds in 'de Airborne Pub' rondom de herdenkingsdagen in september. Het is moeite waard om het kamertje met herinneringen te bezoeken.

Pension Schoonoord, Heelsum. Eigenaar Treuren.

Hof te Seelbeeck, Heveadorp. In het begin van de 15de eeuw een leengoed van Kasteel Doorwerth. Geheel verdwenen. Bij de aanleg van twee vijvers (Elzepasje) bij de bron van de beek (ten noorden van de Oude Oosterbeekseweg) komen in 1907 de restanten van een hoeve met toren en ophaalbrug te voorschijn. De restanten van de toren vormen nu een eilandje in de bovenste vijver. In het Elzepasje heeft een in 837 reeds vermelde woonburcht: Hof bij de Seebeek gestaan. Genoemd wordt een schenking van een Hof aan de Seelbeek aan het klooster van Lorsch door ene Magofrid.

Simple Villa c.q. De Blauwe Spar, Dorpsstraat 171 te Renkum. De grond is gekocht in 1872 door de hr. de Haas, die er ging bouwen. Bewoond volgens de BAG in 1875. Achterenvolgende eigenaren tot 1978: 1897 M.C. Mijnlieff ,Geurt de Haas, steenfabriekant, Jan Albertus Leccius de Ridder, landbouwer, Agnes Namij Gijsbertha Leccius de Ridder uit N.O. IndiŽ, Hendrikus Gerrit van Schuppen, confectiehandelaar, Piet Nolen, agent in ijzerwaren, Petrus Johannes Henricus de Maar, scheepsbouwkundige, en Wilhelmina Adrie Gardinier.

Huize Solbakken, aan de Utrechtseweg 63, hoek Patrimoniumweg te Heelsum.
Na de verkoop van landgoed Kalimaro ging het echtpaar Frowein-Wolterbeek hier wonen. Dit huis hadden zij in 1906 gekocht van de heer N.J.F. Kamperdijk, de Heelsumse papierfabrikant. C.F. Frowein komt te overlijden in 1921 en Solbakken ging in 1923 in eigendom over van de weduwe Frowein-Wolterbeek aan G. van der Vlies Tromp te Arnhem. In 1940 kwam het aan F.J. Sillmann en in 1948 aan de Vereniging tot Bevordering van Chr. Nationaal Schoolonderwijs te Heelsum en Doorwerth. Of dit geheel klopt? Want in 1955 wordt de villa Zonneweelde aan de Utrechtseweg 63 door de papierfabriek Schut verhuurd aan J.Q. Bakker. In 1958 geeft de gemeente toestemmning tot bouw van kleuterschool Solbakken gebouwd. Rond 1975 is het nog steeds in handen van de papierfabriek Schut, die het dan verkoopt aan de B.V. Progresso van de bouwondernemer Gerritsen. Gerritsen als project ontwikkelaar, zet er leuke bungalows neer in de jaren 1976 en 1977.
Zonneweelde Solbakken Heelsum

Huize Sonnewende, aan de beek, Heelsum.
Sonnewende Heelsum

De Sonnenberg, Oosterbeek. Sonnenberg was een oud leen (1428) van Doorwerth. "Een hegge hout in het kerspel Oosterbeek, genaamd Hillenbos, met toebehoren, (1576: op Sonnenberg en 3 malder rogge aldaar op Gijsbert van den Berge; 1630: zijnde erf en goed Sonnenberg; 1692: in Renkum").
Lees hier meer over de Sonnenberg.

Station Wolfheze. De Baron J.A.P. van Brakell staat toe dat de Rhijnspoorweg tussen Utrecht en Arnhem over een gedeelte van zijn grondgebied wordt aangelegd. In ruil daarvoor komt er in 1845 een beheerde halte te Wolfheze. Handig voor de gasten van Kasteel Doorwerth. De reeds bestaande Wolfhezerweg wordt verhard en wordt doorgetrokken middels de nieuw aan te leggen Italiaanseweg. Alhoewel de Italiaanseweg ook oudere paden en erfgoedgrenzen volgt. In 1899 werd het (nu nog bestaande) stationsgebouw geopend. Tegenwoordig is dit stationsgebouw nog het enige "originele" stationsgebouw uit de beginperiode van de spoorlijn. In de WWII hadden de bezetters een "bommen"lijntje naar de vliegbasis Deelen vanaf Station Wolfheze. Tussen Ede en Oosterbeek waren nog meer haltes: een bij de paardenrenbaan (Renbaanhalte) ter hoogte van de A50 - Papendal, er werd alleen gestopt bij activiteiten. En er was een halte "Buunderkamp", bij de kruising Parallelweg, Telefoonweg, tussen Renkum en Wolfheze. Op verzoek werd er gestopt voor bezoekers van Oranje Nassau Oord.

Verdwenen Hofstede "De Suurenk", in het verdwenen Harten te Renkum.

De Tafelberg. Pietersbergseweg 46 Oosterbeek. Vanaf 1848 (Heemkunde noemt 1857, Nieuwsbrief maart 1998) een woning en in 1889 vrijwel geheel verbouwd tot een  meisjeskostschool, voor jonge dames uit 'eerste families' van ons land. Mej. J.A.G. Wildrik was kostschoolhoudster. Andere directrices waren mw. Blotkamp en mw. Van Bemmelen.
In 1902 - 1903 werd De Tafelberg verbouwd tot hotel en werd een onderdeel van de NV Hotelmaatschappij De Tafelberg o.l.v. de heer Ogtrop. De NV breidde zich in de daarop volgende jaren uit, in 1910 werd Hotel Wolfheze gekocht en in 1925 de villa De Bilderberg. In de jaren 1931-1932   kreeg de Tafelberg min of meer het huidige aanzien, een hoofdgebouw met twee vleugels.
In 1944 wordt het hotel gevorderd door de staf van de Duitse veldmaarschalk Walter Model. Gedurende de daarop volgende dagen diende De Tafelberg als noodhospitaal voor honderden militairen en burgers. De afdeling Oosterbeek van het Ned. Roode Kruis en de plaatselijke huisartsen o.l.v. dr. G.H.O. van Maanen verleenden onder zeer moeilijke omstandigheden hulp tijdens de slag om Arnhem. In het najaar van 1945 werden in en om het gebouw een groot aantal opnamen gemaakt voor de film 'Theirs is the Glory' waardoor een beeld werd verkregen van de gebeurtenissen die hier in 1944 hadden plaats gehad.
De Tafelberg kreeg hierdoor mondiale bekendheid. Na de oorlog aldus zwaar beschadigd en weer opgebouwd tot hotel, een missiehuis en sinds 2006 koop appartementen.
Tafelberg Oosterbeek

Verdwenen Huize Tondano, Dorpstraat Renkum. Gebouwd door Van der Kolf, die hier na zijn Celebes periode van rust genoot. Achtereen volgende eigenaren tot de sloop: R.K. Kerk Renkum; Jan Marie Bernard Beuker, fabrikant uit Renkum; Jan Hissink, gepensioneerd majoor infanterie uit Den Haag; Johannes Hendrikus Hissink, O.I. ambtenaar uit Renkum; Jacominus Johannes Bolkestein, leraar HBS uit Soerabaja; Jacoba Maria van Leer, wed. Jan Hissink uit Renkum; Arie van der Kolff, gepensioneerd O.I. ambtenaar uit Renkum;  Andries Herkemans, directeur Nationaal Grondbezit uit Den Haag; Carolus Franciscus Jacobus Overmaat uit Renkum. Gerrit Jan Glade, tuinman uit Renkum; Verkeer en Waterstaat; Franciscus Campman, zonder beroep uit Renkum; Franciscus Campman, hotelhouder uit Renkum en Hotel cafť- restaurant Campman BV. Renkum. Aan het begin van de 20ste eeuw woonde hier de emeritus dominee Blanson Henkemans.

Huis Transvalia Oosterbeek. In 1842 opent de herberg de Witte Poort. In 1852 werd de herberg door Johannes Kneppelhout, bewoner van De Hemelsche Berg, het logement De Witte Poort aan de Benedendorpsweg verbouwen en geschikt maken tot woonhuis voor zijn moeder mevrouw J.M. Kneppelhout-de Gijselaar, die daar echter, doordat ze spoedig kwam te overlijden, maar korte tijd gewoond heeft. Daarna werd de villa verhuurd aan de familie H. Hoeufft van Velsen die er gedurende 28 jaar in de zomerperiode verbleef. De naam De Witte Poort verdween en Hoeufft gaf het de naam Rijnzigt. De familie J.H.W. Kool, die een grote stal en koetshuis bij het huis liet bouwen, had het daarna een 10-tal jaren als zomerverblijf in gebruik.
Vanaf 1890 bracht jhr. mr. Gerard Jacob Theodoor Beelaerts van Blokland met zijn gezin gewoonlijk de zomer door in deze villa die hij toen de naam Transvalia gaf. De naam Transvalia houdt verband met zijn belangstelling voor de Zuidafrikaanse Boerenrepubliek. In 1889 was hij tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister benoemd door een aantal Europese landen waarmee de Republiek verdragen sloot. Zijn echtgenote was Johanna Maria Kneppelhout, de dochter van Karel J.F.C. Kneppelhout van Sterkenburg de broer van Jan Kneppelhout van de Hemelsche Berg. Mevrouw U.M. Kneppelhout -van Braam, was dus haar tante. Het gezin Beelaerts van Blokland-Kneppelhout telde zeven kinderen die allen in Den Haag geboren waren. Vader Gerard werd op 14 maart 1897 terwijl hij de dienst in de Willemskerk in Den Haag bezocht door een beroerte getroffen en overleed nog diezelfde avond. Na het overlijden van haar man verbleef Johanna Maria geregeld op Transvalia waar zij in de zomer van 1923 ernstig ziek werd en op 18 augustus in het Diaconessenhuis in Arnhem overleed. De kinderen van de familie J. Beelaerts zijn na het overlijden van mevrouw Kneppelhout-van Braam (1919) het landhuis Hemelse berg gaan bewonen.

Uitkijktoren Doorwerth
De Uitkijktoren op de Boersberg in Doorwerth.

Villa Utrechtseweg 20 te Heelsum. In 1921 gebouwd naar een ontwerp van de architect Frits Eschauzier voor zijn zwager T. Sypkens en diens echtgenote H. Sypkens-Crielleard. Adres destijds was de Utrechtse Straatweg 20 te Heelsum. De BAG geeft het jaar 2001??

Landgoed buitenplaats huis Valkenburg, stond op de oostelijke hoek van Utrechtseweg - Van Borsselenweg, Oosterbeek, lange tijd in bezit geweest van de familie Wolterbeek. In 1845 kocht Robert DaniŽl Wolterbeek in Oosterbeek het terrein aan dat ten westen van “Hartenstein” aan de zuidkant van de Utrechtseweg ligt, ter hoogte van de spreng van de Oorsprongsbeek. Op het terein van Valkenburg stond oorspronkelijk de “Koude Herberg”. Wolterbeek liet de herberg afbreken en er schuin tegenover herbouwen aan de overkant van de Utrechtseweg, op de locatie waar deze nu nog staat. Op het oorspronkelijke terrein bouwde hij zijn eigen villa “Valkenburg”, omringd door een prachtige tuin met bijzondere beplanting. Tijdens de oorlogsjaren woonde er de familie mr. M. Heijbroek. Het pand is gesloopt in 1975.

Valkeniersbossen, Oosterbeek. Naast de Westerbouwing. In 1916 heeft tuinarchitect Samuel Voorhoeve de Valkeniersbossen aangelegd.

Huize Van Wijck, Nieuweweg 5, Renkum. Volgens de BAG gebouwd in 1897 door S.M. Van Wijck. S.M. Van Wijck was de oudste zoon van de steenfabrikant Richardus van Wijk. Hij huwt met mw. Conijn. Bij zijn overlijden in 1903 laat S.M. van Wijck een Hfl 10.000,= en zijn huis met koetshuis en tuin na aan de Parochie te Renkum. Met de verplichting om binnen drie jaar een Katholieke school voor meisjes te stichten. Toen het schooltje te klein werd liet de weduwe er nog een drieklassig schoolgebouw bij zetten en werd het koetshuis een bewaarschool. Een naam voor de school was: de “Van Wijck - Conijn Stichting”. Rond 1984 bood het behoorlijk vervallen pand onderdak aan alleenstaanden.

Varenheuvel, Bilderberglaan 6, Oosterbeek. Gebouwd in 1938 naar een ontwerp van ir. N.H. Wesstra uit 1931 in opdracht van D.W.P. Wisboom jr met voornamelijk elementen van de Gooise Landhuisstijl en de Amsterdamse School. - Van architectuurhistorische waarde als een zeldzaam voorbeeld van een landhuis van deze omvang gebouwd in een combinatie van de Gooise landhuisstijl en de Amsterdamse School. De villa is een Rijksmonument.

Veld en Beek, Fonteinallee 33 Doorwerth.

Voormalig Huize Veldheim, Renkum. Destijds: Nieuweweg 10 en Nieuweweg 12. De tegenwoordige Veldheimweg is de oprijlaan van de voormalige villa. De hele straat is gebouwd op het perceel van Veldheim. In meerdere tuinen staan nog bomen van het landgoed. Huize Veldheim had zelf een ingang aan de Nieuweweg. In de voortuin stonden vele exotische bomen zoals platanen. Het pand is beschadigd in 1944 en Van Gelder en Zonen heeft hier later personeelswoningen neer gezet.
Nieuwe Weg, Huize Veldheim Renkum, 1905

Verdwenen Hotel Verwaayen, Dorpstraat te Renkum. De BAG geeft voor de vervangende panden die ver na de oorlog zijn gebouwd Dorpstraat 64 en 66 het jaartal 1919 aan. Het stond destijds naast bakkerij Mekking. Om enige klandizie te trekken was de wachtkamer voor de  Ooster Stoomtram in het Hotel ondergebracht. Jan Verwaayen koopt in 1878 een oud pand en laat dat afbreken. Het hotel is een relatief groot met twee verdiepingen. Aan de achterkant, op de Veerweg komt een koets-rijtuig-stalling. Later werd het hotel verkocht aan aan de heer Van Kooten, die de naam Vewaayen aanhield. Met de komst van de Ooster-Stoomtram werd stalling gebruikt voor het vrachtgoed. In 1944 zijn alle panden aan dit stuk van de Dorpsstraat zwaar en onherstelbaar beschadigd. Reden om het gehele dorpsplein te reconstrueren. Hotel Verwaayen is niet terug gekomen.
Hotel Verwaayen Renkum
De fotograaf staat op het Dorpsplein rond 1903 en kijkt naar het westen.
Chronologisch de eigenaren van het hotel: Johannes Verwaaijen, kastelein, Johannes Verwaaijen, hotelhouder en stalhouder, Maria Geertruida Verwaaijen-Hurkmans, hotelhoudster, Antonie van Kooten, hotelhouder, Gemeente Renkum, Albertus Hendrikus Broer, zonder beroep, Hendrikus Mekking, bakker, Jan van Ouwerkerk, hotelhouder uit Rotterdam, Arnoldus Klaassen, koffiehuishouder te Oosterbeek. en in 1949 de Gemeente Renkum die het onteigent ten bate van nieuwbouw.

Landgoed Vijverberg, Doorwerth. Samen met het landgoed Hoogeland en het landgoed Godesberg, komt Vijverberg voor als bedachte naam door Samuel Voorhoeve in 1916-17 als hij een commercieel uitbreidingsplan voor de Duno maakt voor Scheffer. Het plan van Voorhoeve is nooit uitgevoerd. Er is in de gemeente Arnhem, aan de Amsterdamseweg een
onwerp voor de Duno door Voorhoeve uit 1916-17
 veel bekender landgoed Vijverberg, met vele vijvers. Alhoewel de Duno ook vijvers gekend heeft.

Het echtpaar Haverkorn van Rijsewijk-Mees vestigde zich eerst in Heelsum (1902), en later in Renkum (1907) waar zij aan de Dorpsstraat een huis lieten bouwen. In Heelsum bewoonden zij villa Voortstreven, het huis werd gekocht (of gehuurd) door de schoonmoeder van dr. Haverkorn mw. Mees-Pijnappel die met hen meekwam. Het zal voor deze Rotterdammers een bewuste keuze geweest zijn om te kiezen voor een plattelandspraktijk, misschien was het 'de liefde voor de natuur' die hen naar Renkum bracht, beiden waren natuurliefhebbers; maar waarschijnlijk was het de grote ambitie van dokter Haverkorn van Rijsewijk om zelf een sanatorium te stichten voor tbc-patiŽnten. In dit opzicht stond Renkum landelijk in de belangstelling; in Renkum was in 1901 het eerste volkssanatorium voor tbc-lijders geopend: Oranje Nassau's Oord. Dokter Haverkom bouwt in de schaduw van het grote ONO een klein herstellingsoord; want was zijn devies: voor het welzijn van de meer ontwikkelde patiŽnt is klein beter dan groot.


Voormalige Buitenplaats - Huize Voortstreven, aan de Utrechtseweg te Renkum, op de locatie van de huidige straat Voortstreven. Als de heer J.F.C Schimmelpenninck in 1875 het huis en landgoed Keijenberg koopt, hoort daar ook een weide bij gelegen aan de Utrechtseweg met een grootte van 13 Ha. Deze weide wordt direct doorverkocht en het Buiten Voortstreven wordt dan gebouwd. In 1877 woont er Herman Gijsbert Keppel Hesselink. (de bekende schilder) (21-11-1811 - 12-10-1888) (onderscheiden met het metalen kruis, wijnhandelaar te Zutphen en van 1885  naar de Rhijnkade A 351 later Arnhem) (14 kinderen) en zijn vrouw Egberdina Anna  (1819-1902).

In 1883 ontvangt de heer Keppel Hesselink er de generaal Karel van de Heijden. H.G. Keppel Hesselink overlijdt op 12 oktober 1888.
Er is kennelijk geld te kort en er wordt inboedel verkocht:

Om toch
Voorstreven Renkum
enkele inkomsten te genereren wordt de tuinmanswoning verhuurd. In 1903 na het overlijden van mw Keppel Hesselink -ViŽtor in 1902 komt Voorstreven te koop:
Voortstreven Renkum
In 1902 wordt Voortstreven gekocht door de weduwe Gros, een succes is het kennelijk niet, via de notaris C.G van Heelsum wordt een gedeelte van de inboedel verkocht. En de villa komt weer te koop.
Met het er tegenoverliggende Kurhaus ging het financieel heel goed. Op de veiling (bericht van inzet hfl 15.900) kon Dr. Marx in 1903 voor hfl16.000,- van de kinderen/erfgenamen van Herman Gijsbert Keppel Hesselink enige percelen van Voortstreven', aankopen. (Herenhuis met tuinmanswoning, koetshuis, erf, tuin met wandelbos, houtwal, beplanting, hakhout en weiland, samen groot 4 hectare 80 are 26 centiare). Het Kurhaus lag toen tegenover Voortstreven aan de andere kant van de Utrechtseweg.
De Oosterbeeksche Courant van 2 januari 1904 bericht dat het "Kurhaus "Bad Heelsum" een hoogst belangrijke uitbreiding heeft ondergaan, door het landgoed 'Voortstreven' er door aankoop aan toe te voegen. Ook de aangrenzende villa van Generaal van Vliet is gehuurd om ingericht te worden voor de verpleging van lijders tegen verminderd tarief". (Met de villa van de Generaal werd Casa Cara, nu Utrechtseweg 126, bedoeld, vroeger ook deel uitmakend van Voortstreven). Ook was Dr. Marx korte tijd samen met Jacob Portielje eigenaar van ongeveer 2 hectare van het grondgebied van 'Avondrust'.
Enige jaren later lijkt er een ommekeer te komen. In de Oosterbeeksche Courant van 16 september 1905 werd de verkoop van de "thans in volle exploitatie zijnde geneeskundige badinrichting Kurhaus 'Bad Heelsum" aangekondigd, op 21 september 1905 in het SociŽteitsgebouw naast het Tramstation te Heelsum door notaris E.D. de Meester. De verkoop van het Kurhaus (zonder Voortstreven) ging niet door, maar in december 1906 werd het Buitengoed 'Villa Etty' (dit was Voortstreven), bestaande uit het Heerenhuis met Tuinmanswoning, koetshuis, erf en tuin met wandelbos, weiland en houtwal, in totaal 4 hectare, 80 are en 26 centiare verkocht aan Mej. Margaretha Agatha Mees voor hfl. 29.500. Margaretha Agatha Mees zij is overleden op 30-06-1939 te Renkum.
Mej. M.A. Mees gaat in 1907 ook nog de villa "Mon Repos" in Heelsum betrekken (Wageningsche Courant, 10/04/1907; p. 3/4)
Het echtpaar Haverkorn van Rijsewijk-Mees vestigde zich eerst in Heelsum (1902), en later in Renkum (1907). In Heelsum bewoonden zij villa Voortstreven, het huis werd gekocht door de schoonmoeder van dr. Haverkorn mw. Mees-Pijnappel die met hen meekwam. Dr. Harverkorn van Rijsewijk gaat in Renkum rond de Nieuweweg een viertal huizen bouwen. Zoals villa Zonnewende (1904). Het sanatorium aan de Hartenseweg voor de verpleging van tbc-patiŽnten, het 'Herstellingsoord Renkum' in 1905. Het woonhuis aan de Dorpsstraat voor de familie Haverkorn, naast de pastorie. In 1911 werd nog een vierde huis gebouwd, aan de Nieuweweg: het huis Lucht en Licht. Dit gebeurde in opdracht van mevrouw Mees-Pijnappel en zij bestemde het voor de verpleging van meisjes met tbc. Met de Rotterdamse bankiersfamilie achter de hand was er kennelijk genoeg geld om in het Renkumse de zaken groots aan te pakken.
Mevrouw Mees, te Renkum, vraagt tegen Januari een beschaafde Gezelschapsjuffr., P. G. Brieven worden ingewacht Parklaan 11, Rotterdam. Uit: Het nieuws van den dag; 22-10-1910
Huize Voortstreven ??? Renkum
Is dit wel de villa Voortstreven?

Villa Voorstreven?? Renkum
Of is dit Voortstreven?
Onherstelbare oorlogsschade in 1944. Er kwam in het midden van de jaren 50 een nieuw bestemmingsplan. Het huidige pand op de  Voorstreven 8 is er gebouwd in 1956-57. Doch staat niet op de exacte locatie als Huize (Klein) Voortstreven.
Voortstreven Renkum
Het Landgoed Voortstreven. De Gereformeerde Kerk aan de overkant van de Utrechtseweg staat er net niet op, geheel linksboven is de woning aan de Utrechtseweg nr 97 zichtbaar. Luchtfoto gemaakt door de RAF om de luchtlandingen van 17 september 1944 voor te bereiden.

Villa Vrede, Wilhelminaweg 15, Oosterbeek, gebouwd in 1901 naar een ontwerp van de Oosterbeekse architect J. van Burk in opdracht van de architect J.A. Voorhoeve (1847-1929) uit Rotterdam. Rijksmonument.

Voormalig buiten Vredenoord, aangenaam en gunstig gelegen te Oosterbeek, in de nabijheid van den nieuw aangelegden Straatweg , bestaande uit woonhuis, koetshuis, stalling en tuin, te zamen groot ongeveer 40 Roeden , 40 Ellen. (advertentie 1867)

Villa Vree-berg, Pietersbergseweg 62, Oosterbeek.Ouder adres: Pietersbergseweg 48. Het huidige pand is gebouwd vanaf 1906, voor bewoning gereed in 1908. Een rijksmonument. In 1875 is er al sprake van een buiten Vree-berg, gelegen naast de Hemelse Berg. De bewoner is dan dhr. J. Aalbers. In 1880 komt het buiten te huur voor Hfl 500,= per jaar. In 1937 -1942 is de villa een periode een pension.
Villa Vreeberg Oosterbeek

Vreewijk, Oosterbeek. Casper Louis Reuvens (1863 -1915) was van 1898 tot 1915 eigenaar van Vreewijk. Deze zoŲloog, doctor natuurwetenschappen uit Leiden, vestigde in een door hem gesticht bijgebouw van Vreewijk een polikliniek voor on- en minvermogenden. Een twaalftal jaren (van eind 1899 tot 1912) heeft dokter Reuvens veel patiŽnten gratis hulp verleend. De naam Vreewijk was ontleend aan het Leidse landgoed waar Reuvens tevoren woonde.

Vakantiepension de Waaijenberg, Doorwerth. Verdwenen adres Kasteellaan 45 te Doorwerth. De locatie van de huidige flat de Waaijenberg.
Vakantiepension de Waaijenberg

Het voormalige landgoed Walfrieden bestond eind 19e eeuw het hele gebied ten noorden van de spoorlijn, van de Airbornebegraafplaats in Oosterbeek tot de Buunderkamp in Wolfheze. Huize Waldfrienden stond tot 1944 op de plaats waar later Missiehuis Vrijland stond: Johannahoeve 4, 6861 WJ Oosterbeek. Tegenwoordig is dit het Sint Jozefhuis en heeft het Missiehuis huisnummer 2 gekregen. De burgemeester van Renkum, Jan van Embden verwierf omstreeks 1860 het landgoed en liet er in 1884 het jachthuis "Waldfrieden" bouwen. In 1891 staat het leeg en biedt de burgemeester aan: Te Huur, te Oosterbeek, het buitentje „Waldfrieden", gelegen in het dennenbosch tegenover het Logement Dreyen bij het Station Staatsspoor Oosterbeek, bevattende vijf kamers beneden en twee boven, goeden kelder, weiwaterpomp met uitmuntend water, goede pendoppo. Dadelijk te aanvaarden. Franco brieven Burgemeester Oosterbeek.
Daarna kocht G. Hellingman het ongeveer 600 ha grote landgoed om er een villapark te bouwen. Hellingman overleed veel te vroeg in 1907. In 1908 werd de heer G. van Mesdag eigenaar van het toen 900 ha grote gebied. Van Mesdag kende J.W.F. Scheffer (toen Duno) bij de firma van Houten. Het Jagershuis werd in 1908 door G. van Mesdag verbouwd tot een landhuis. Mesdag vernoemde zijn nieuwe landgoed naar zijn dochtertje Johanna: De Johannahoeve. Hij had grootse plannen: bouwde richting de Amsterdamseweg een grote en voor die tijd moderne boerderij met vele medewerkers en allerlei gebouwen elders op het landgoed. Maar het lukte niet om de modelboerderij rendabel te krijgen en de verschillende gebouwen werden vanaf 1922 verpacht aan verschillende boeren. In 1943 werd de boerderij gekocht door de Franciscanessen van Mill Hill die verdreven werden door Duitse logťs uit hun Huize Vrijland te Schaarsbergen (aan de Koningsweg, naast vliegveld Deelen). In 1944 ging het mis, Walfriede brandde af. Na de oorlog gingen de Mill hiller's terug naar Schaarsbergen en in 1953 werd dit landgoed te Schaarsbergen verkocht. Daardoor kon in 1955 gestart worden met de bouw van Vrijland op de resten van Waldfrieden. Vrijland is een rusthuis voor paters die van de missie terug keerden. De broeders genoten op de ‘boerderij’ opleiding voor uitvoerende taken in de missie, waar zij na de opleiding naar werden uitgezonden. Er was een timmerwerkplaats, een smederij en natuurlijk een boerenbedrijf. De Missionarissen van Mil-Hill verhuisden in 2007 naar Oosterbeek. Sinds 2011 maakt Vrijland deel uit van Icare. Inmiddels is op deze plaats een nieuw Trapistinnenklooster (Abdij O.L. Vrouw van Koningsoord) verschenen, dus de grond blijft gewijd!

De voormalige watertoren aan de Spechtlaan 19, Doorwerth.
Een gemeentelijk monument

Huize Welgelegen, Dorpsstraat 163, Renkum. Gebouwd in 1873. Was bewoond door de familie Luckien en werd later aangekocht door de Hr. Van Wijck van de familie Van Wijck van de steenfabrieken. Deze heeft het laten verbouwen, met een verdieping erop zoals het nu nog is. Toen dhr. van Wijk in Oosterbeek ging wonen, is het gekocht door notaris De Meester. Na het overlijden van notaris De Meester kwam het in bezit van de Hr. Nolthenius die er met zijn echtgenote ging wonen. Een gemeentelijk monument. Sinds 2010 in gebruik als een Thomashuis voor zorgbehoevende jongeren.
Welgelegen Renkum
Achtereenvolgende eigenaren tot 1982: Gerardus Johannes Mijnlieff, steenfabrikant uit Renkum; Dr. Hendrik Burger, arts uit Amsterdam; Bernardus Wilhelmus Kemper, horlogemaker en Johanna Everdina Kemper; Jeannette Henriette Haasloop Werner, zonder beroep uit Renkum; Heinrich Gotfried, minderjarige uit Drimmelen; Vruchtgebruik voor Jeannette Henriette Haasloop Werner, zonder beroep uit Renkum; Dr. Combertus Pieter Burger, hoogleeraar uit Delft; Ooster Stoomtrammij uit Arnhem; Maria Jacoba de Meester-Stoop; Elisabeth Sara Tutein Nolthenius-Valler en Gijsbertus Cornelis Helbers, kunsthistoricus uit Renkum. Het pand is een gemeentelijk monument.

Verdwenen Villa Weltevreden, Dorpsstraat 159 Renkum. In 1907 ligt de villa "Weltevreden" nog op de hoek Straat-Tramweg / Kortenburger Allee. De Eigenaren zijn de  erven Wed. Grandpre Moliere en zij bieden de villa te koop aan. Voor een bedrag van f 6.450.--. wordt de nieuwe eigenaar dhr. de Jongh uit Krimpen a/d Lek. In 1927 wordt de villa Weltevreden op de hoek van de Utrechtseweg en de Nieuweweg groot 9 are 70 ca., verkocht aan J.K.M. te Boekhorst. Eigenaren vanaf de bouw tot de sloop: Henriette Esther Grandprť MoliŤre, zonder beroep uit Deventer (1878) Elisabeth Gijsbertha Grandprť MoliŤre, wed. Schuak, Arie Ariezoon de Jong, zonder beroep, Frans van Scherrenburg, aannemer, Jacob Bouman, zonder beroep, Jan Karel te Boekhorst, zonder beroep uit Deventer, Johanna van Arkel, wed. Wilhelmus Bartholomeus Sueringh, Hermina Kedwig, wed. Arend Jansen, Johannes, Anthonius Jansen  schilder, Gemeente Renkum. Sinds 1973 staat er nieuwbouw op het adres Dorpstraat 159.

Verdwenen villa Weltevreden aan de Weverstraat Oosterbeek. Weltevreden werd bewoond door dokter J.W. Kien Elzman rond 1860.

Hotel West End Wolfheze, Amsterdamseweg te Arnhem. tegenwoordig nieuwbouw van een  van der Valk hotel restaurant, bij de ingang van Papendal.
ansichtkaart

Westerbouwing. Westerbouwing 1, Oosterbeek. Tussen Doorwerth en Oosterbeek. In 1760 was er al een “huis, schuur, berg en verder getimmerte, met den boomgaard en annex weylandt ….” En om het mooeilijker te maken: In Heveadorp stond bij de kruising Fonteinallee en de Dunolaan een boerderij met de naam Westerbouwing. Nog leuker: de boerderij de Oosterbouwing stond ten westen van kasteel Doorwerth. Terug naar de huidige Westerbouwing. In 1824 kwam er een theekoepel. In 1872 werd er een nieuwe woning gebouwd die in 1876 werd omgevormd naar een horecagelegenheid en werd het terras populair in de wijde omgeving. In 1880 kwamen de boottochten vanuit Arnhem. In 1885-86 koopt Leendert Fangman de uitspanning de “Westerbouwing” en breidt hij de daarop staande woning uit met een nieuw paviljoen. In 1912 werd de Westerbouwing eigendom van de gemeente om de uitspanning te behouden voor het publiek. In 1915 werd de uitkijktoren gebouwd en legde tuinarchitect Voorhoeve in 1916 de Valkeniersbossen aan. De jaren dertig waren de hoogtijdagen van de Westerbouwing, die in 1944 werd verwoest. Na de Slag om Arnhem werd de Westerbouwing door de Duitsers bezet. Vandaar uit had men een goed zicht op de geallieerde troepenbewegingen.. Een drietal plaquettes herinnert aan de hevige strijd die er is geleverd tijdens de Slag om Arnhem. Sinds 1950 staat er het huidige gebouw. Eerst nog met een kabelbaan uit 1960, speeltuin, een zwanentrein, botsauto's, terrassen. De Westerbouwing was in de jaren 50 en later een geweldige bestemming voor schoolreisjes. En bijzonder, met de boot van Arnhem naar de Aanlegsteiger bij de Westerbouwing die er in 1956 kwam, nabij Veerweg en pontje naar Driel te Oosterbeek. De bootverbinding Arnhem - Westerbouwing verdween in 1980. Begin jaren negentig werd het pretparkje gesloten en de kabelbaan ontmanteld. Het party restaurant bleef bestaan. In 2009 werd op deze locatie ook party restaurant Kabels geopend. In de directe omgeving (Duno) kunt u wandelen. Al jaren zijn er verhalen waarbij de huidige eigenaar Buitenpoort Catering met het Museum Veluwezoom en de Stichting Veluwezoom om van de Westerbouwing een Museum te maken.
speeltuin de Westerbouwing oosterbeek
De botsauto's van de voormalige speeltuin de Westerbouwing.

Westerpark, Oosterbeek.

Wildforsterhuis Wolfheze. Bij Wolfheze stond tot de 18de eeuw het Wildforsterhuis. Later werd het een herberg, Tegenwoordig een Bilderberg hotel met de naam Wolfheze. Het Wildforsterhuis was het hart van Wolfheze, dat ook wel eens het Nederlandse Barbizon genoemd werd. In en om de vroegere herberg ontmoetten elkaar de schilders uit het midden der 19de eeuw. Zoals A. G. Bilders, zoon van J. W. Bilders en andere romantici. Velen vonden inspiratie in Wolfheze. Meester Hendriks, een weinig bekende schilder, had het landschap anders bekeken dan zijn voorgangers. De opvattingen, romantisch zeker, waren de voorboden van een kunst, die later zou worden aangeduid als de “Haagsche school”. Jacob en Willem Maris kwamen naar Wolfheze. Anton Mauve ontmoette bij het bruggetje voor het eerst Willem Maris. Mesdag kwam er ook en volgens overlevering was er in die tijd, toen Van Lennep in Oosterbeek logeerde, en Jan Kneppelhout de Hemelse Berg bewoonde, een hele groep artiesten, die de oude herberg op het Wildforstergoed tot leven bracht. In Frankrijk gingen schilders in de zomer naar Barbizon. In Nederland gingen brachten vele kunstenaars een pelgrimage naar het Nederlandse schildersoord Wolfheze. Lange tijd, eigenlijk nog tot de Tweede Wereld Oorlog heeft Wolfheze die traditie bewaard. Theophile de Bock heeft er geschilderd, Louis Apol tot kort voor zijn dood, Corn. Kuypers, Charles Dankmeyer, Jan Toorop en nog vele anderen, die in er in het begin van de 20ste eeuw heengingen. Latere schilders zijn Anton Markus en Xeno MŁnninghoff, zij bleven het Nederlandse Barbizon trouw.

Wilhelminapark, Heelsum. De Narcislaan en het omliggende gebied behoorden tot het Wilhelminapark. Dit gebied werd in 1905 verdeeld in bouwpercelen ten behoeve van villabouw. Ook zou er een hotel-pension komen. De project ontwikkelaar was de Naamlooze vennootschap maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen „ Wilhelminapark te Heelsum" en hield kantoor Sarphatipark 108 te Amsterdam.
Bouwterreinen te Koop op voordeelige conditie van af 50 ct. per vierkante meter in het Wiiheminapark in het bosrijke, gezonde en hoog gelegen Heelsum aan de stoomtram Arnhem- Wageningen (Gas en Teleph.) Zeven Villa's te Huur, te bouwen naar teekening en keuze van den huurder. Te bevragen Maatschappij. Wilhelminapark, Keizersgracht 621. Amsterdam.
Uit het Nieuws van den dag: kleine courant, 18-12-1905
Kennelijk is op enig moment de oospronkeljijke eigenaar van het Wilhelminapark ook gestopt en gaat notaris De Meester uit Heteren, op Donderdag 3 en 17 Augustus 1911, namiddags om 2 uur, in het Garagegebouw van het hotel het Wilhelminapark veilen. Dit in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende goederen Heelsum, gevestigd te 's Gravenhage: Niet alleen het hotel komt te koop, ook de nog niet verkochte bouwterreinen. Op de veiling werd een bod gebracht van Hfl. 60,000, en het geheel is voor die prijs toegewezen aan de heer C. Kramer Pzn. te Oudorp, samen met een vijftal andere heeren. In 1934 worden de toegangswegen in het Wilhelminapark en naar de sportvelden verbeterd en uitgebreid met de Werkverschaffingsgelden.
Kavels te koop op het Wilhelminapark 1942 bron G.A.
Gemeentelijk kaart uit 1933, uitbreiding Wilhelminapark met een sportpark.
sportpark Wilhelmina Heelsum
Het eerste Wilhelminapark was dus slechts een leuke naam, bedacht door een projectontwikkelaar om woningen en een hotel te kunnen bouwen. Het tweede Wilhelminapark, het sportpark, was een gemeentelijke oplossing om sportgelegenheid te bieden aan de bewoners en sportverenigingen. Op de kaart hierboven is goed te zien dat het nu nog steeds groene gebied tussen de Ginkelseweg en de Sportlaan in 1933 een overloopfunctie had voor het sportpark en eventueel de woonwijk. In dit parkje zijn wandelpaden aanwezig en velden. Waarvoor? Een paar jaar eerder, in 1926 staat er "sportpark" op deze locatie. Het sportpark is later dus wat noordelijker en groter aangelegd.

Witte Poort (latere naam Rijnzicht), zie Transvalia.

De Wodanseiken, te Wolheze.
De naam Wodanseiken werd rond 1850 bedacht door de gebroeders Gerard en Johannes Warnardus Bilders, initiators van de zogenaamde Oosterbeekse School van landschapsschilders, waartoe verder o.a. Maris, Mauve, Mesdag en Van Ingen behoorden. De omgeving van Wolfheze met de grillig gevormde oude eiken langs de Wolfhezer Beek en de omringende heide was veelvuldig onderwerp van hun schilderijen.

Villa en goed Wodanswoud, Utrechtseweg 305, Oosterbeek. Ten noorden van de Utrechtseweg, tussen de Wolfhezerweg en het goed Laag Wolfheze in. Ten noorden besloten door het gebied de Wodanseiken. Er gaat een fietspad langs dat begint bij de Kerklaan, Doorwerth, naar Hotel Wolfheze.
Op deze villa verbleef rond de jaren negentiendertig het gezin van jhr. M.J. Teixeira de Mattos (1896-1990). Jhr. M.J. Teixeira de Mattos was een reguliere gast van keizer Wilhelm II op Huis Doorn. In de lijst van frequente bezoekers staat Villa Wodanswoud als zijn adres. Was en misschien zelfs is, deze villa een langere periode eigendom van de familie. In 1933 komt mw. C. Teixeira de Matthos—Viruly er op 65 jarige leeftijd te overlijden. In dat zelfde jaar koopt Jhr.Mr. Teixeira de Mathos een gedeelte van het landgoed Wolfheze (Oosterbeekse Courant 18-03-1933)
In 1964 trok de 56 jarige ambassadeur, jhr. mr. P. D E. Teixera de Mattos, zich terug op zijn buiten Wodanswoud te Oosterbeek. Hij was ambassadeur in Brussel. Zijn loopbaan bracht hem over de hele wereld. Voor de WWII was hij in Kopenhagen, Wenen en Tokio, waar hij zijn echtgenote vond, Elisabeth de Bassompierre, dochter van de Belgische ambassadeur. In Londen, waar hij eerder als attachť had gewerkt, keerde hij in 1934 terug als tweede man onder de legendarische Michiels van Verduynen. Na de WWII: Stockholm, Canberra, Moskou.  Na een kort verblijf in Luxemburg werd tenslotte Brussel, zijn laatste post voor de Nederlandse diplomatie. Tijdens zijn 7Ĺ jarige ambtsperiode zag jhr. Teixeira de Belgische hoofdstad zich steeds internationaler ontwikkelen. Koning Boudewijn en koningin Fabiola boden  de jhr. en mevrouw Teixeira een afscheidsdejeuner aan. Minister Spaak, die een persoonlijke vriend was geworden, deed hetzelfde. De Belgische society organiseerde een grootscheepse receptie ter ere van de Teixeira's, die van hun kant deze week tweemaal vele honderden gasten in hun salons ontvingen. (Telegraaf 12-09-1964). In dat zelfde jaar huwde de zoon: Jhr. Mr. A. F. L Teixeira de Mattos met Jonkvr. R. D. de Blocq van Scheltinga op 11 april 1964. De Katholieke kerk in Doorwerth zat stampvol.
Op 8 november 1978 overleed de Jonkheer P. D E. Teixera de Mattos, geboren op 13 januari 1898. Op 26 april 1982 overleed de douairiŤre Elisabeth de Bassompierre, ze was geboren 3 juli 1910 te Brussel.
Landgoed Wodanswoud is voor publiek gesloten.

Bilderberg Hotel Wolfheze, Wolfhezerweg 17, Wolfheze. Het huidige hotel Wolfheze ligt aan een kruising van oude Heerwegen en later Hessenwegen. De kruising werd bewaakt door het Hof Wolfheze, c.q het Stratius rondeel. Voor de noord-zuid route stond er bij de doorwaadbare plaats door de Rijn bij Heveaorp ook een wachtpost, de Hunnenschans op de Duno. De oost-west route is een voortzetting van de Schelmseweg vanaf Arnhem. Bij deze kruising lag ook het Wildforstergoed, een kerk (vanaf het jaar 1000) en een nederzetting. Het forsterhuis wordt al beschreven als het geslacht Van Lawijck er woont. In 1371 was waarschijnlijk Arndt van Lawijck hier reeds aan het ontginnen. Spaanse troepen verwoesten het wildforstergoed in 1505, doch het wordt weer opgebouwd. Misschien niet meer dan een boerderij met jachtkamer. In 1540 komt het goed in handen van Droechscherer, wiens vrouw, hij overleed reeds 1547, veel heeft gedaan om het terrein weer in goeden staat te brengen. Maar ook hier richtten de Spaansche troepen in 1584 - 1585 weer grote schade aan. Ook toen niet definitief. Wolfheze verdwijnt wel van de kaart, maar op een kaart van 1616 komt het wlldforstershuis geteekend weer voor, omgeven door een hekwerk; twee huizen en een „hofstede" schijnen er toen te hebben gestaan. Bij de boer kon een reiziger water drinken, een paard laten rusten, overnachten. De boerderij werd een uitspanning. Met de komst van de treinhalte Station Wolfheze, met dank aan de baron van Brakell, ontdekt het publiek de schoonheid van het landschap. In 1910 wordt de uitspanning-boerderij van mw. J. H. G. van Heutsz-Baronesse van Brakell aan de N.V. Ter Spijt verkocht. Zij laten de boerderij slopen en er komt een hotel waarvan de exploitatie wordt door de Mij. de Tafelberg, die ook het gelijknamige Hotel in Oosterbeek beheerd.  De heer C. Ogterop wordt er directeur en na zijn dood in 1942 volgt zijn zoon Cornelis Herman Ogterop zijn vader op als directeur tot het jaar 1972.  In 1916 kocht de heer Van Eeghen Laag-Wolfheze, 240 ha groot. Een gedeelte daarvan (100 Ha.) wordt in 1939 gekocht door de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten.
Hotel Wolfheze
  Het hotel werd tijdens de gevechten in september 1944 zwaar beschadigd en is daarna herbouwd. In het hotel zaten tijdens de Airbornelandingen o.a. geŽvacueerde bejaarden uit Den Haag. Het hotel was enige dagen voor de landingen gevorderd door SS-kapitein Sepp Krafft, commandant van een opleidingsbataljon SS-pantsergrenadiers. In de bossen rondom het Hotel Wolfheze bivakkeerden twee van Kraffts compagnieŽn, een derde werd uit Arnhem teruggeroepen. Krafft zette zijn fanatieke SS’ers in om een stoplijn voor de Britten te vormen die liep van achter het hotel, richting even ten noorden van de spoorlijn Utrecht-Arnhem en naar het zuiden tot aan waar de Wolfhezerweg op de Utrechtseweg uitkomt. Hierdoor wist Krafft te voorkomen dat de Engelse verkenners een snelle doorstoot zouden kunnen maken naar de Rijnbrug in Arnhem.

Buitenplaats Laag Wolfhezen, Utrechtseweg 321 Doorwerth.
Een gemeentelijk monument

Wolfhezerheide, ten zuiden van Wolfheze. Sprengen, heide, bos, wodanseiken. Sinds 1939 eigendom van Natuurmonumenten.

Voormalige Hoge Heerlijkheid Wolfswaard, leuk om zelf op te zoeken, in Wageningen. Buren van de Hoge Heerlijkheid Doorwerth.

Huize Woudlust, aan de Italiaanseweg, Doorwerth. Afgebrand in september 1944. Oorspronkelijke naam "Pretty Home". Nooit terug gebouwd. Samen met de Eikenhof aan de  westelijke toegang tot de Duno.

De Zaaier, voormalig cafť en verenigingsgebouw aan de Middenlaan 49 in Heveadorp. Lag op de hoek van de Middenlaan en de Oude Oosterbeekseweg. Gebouwd in 1918. In 1937 voor Hfl. 4.100,= gekocht door "Vereeniging tot behartiging van Nederlandsche Hervormde Belangen Heveadorp" en tot na de oorlog o.a. in gebruik voor de zondagse eredienst. Nadat te Doorwerth in augustus 1969 een nieuwe kerk met wijkgebouw in gebruik werd genomen zijn de activiteiten in 'De Zaaier' gestaakt en heeft de vereniging zich per 4 december van dat jaar opgeheven. Door oorlogshandelingen is de Zaaier beschadigd in 1944. In 1957 werd het een tijdelijke kerk van de Ned. Herv. Gemeente Doorwerth Heelsum. Buiten gebruik in 1958, in 1969 door de kerk verkocht en daarna als woonhuis in gebruik.

Kinder Vakantie Colonie de Zilverberg, Doorwerth.
KVC de Zilverberg Doorwerth
Zilverberg Doorwerth KVC
 
Heemtuin “de Zomp”, Fangmanweg 43 / De Dam, Oosterbeek. Ooit was dit gebied een siertuin van huis 't Zonneheem. Het Zonneheem is gebouwd in 1903 en was voordien gewoon een wei. Eerst na 1903 ontstaat een verbindingspad tussen de Fangmanweg en de Weverstraat, net ten noorden van Zonneheem. Misschien is daardoor de vijver van de Zomp ontstaan en zijn nieuwere vijvers bij Zonneheem zelf aangelegd. Sinds 1930 is dit gebied van 1/3 hectare eigendom van de gemeente Renkum. In 1935 laat de gemeente een weg (de Dam) aanleggen door het Zweiersdal, daardoor ontstaat eigenlijk de Zomp. In 1935 zijn werkelozen te werkgesteld in het kader van de werkverschaffing bij de verfraaiing van 't Zomp. In februari1940 valt het op dat alle wateren van Nederland, zelfs het IJsselmeer, zijn bevroren en gelijken op een woest poollandschap. Behalve De Zomp, die is geheel zonder ijs. Is dit verschijnsel te verklaren doordat de vijver wordt gevoed uit een in het Zweiersdal opborrelende bron. Andere bronnen voeden de vijvers van MariŽndaal en de Hemelse Berg. En op die vijvers kan gewoon worden geschaatst. De Zomp wordt gevoedt door een diepgelegen warmwaterbron. Met een temperatuur van  rond de10 graden Celsius, te koud voor een "Bad Oosterbeek", maar voor de vogels is het een eldorado. Eerst in 1957 vervalt er een woning in het gebied van de zomp en zie je de vijver van de Zomp ingetekend op de landkaart. In 1969 gaf dr. ir. H. Doing van de Landbouw Hogeschool Wageningen een advies voor een “heempark”. Eerst in 1982 kon heemtuin de Zomp voor het publiek opengesteld worden. Nadat in 1994 de gemeente het natuurgebiedje niet meer wilde onderhouden, hebben de vrijwilligers van de IVN het beheer van de Zomp in 1997 overgenomen. Sinds 1982 is de Zomp opengesteld voor het publiek.
Zonneheem en Zomp Oosterbeek GA
De Zomp en Zonneheem rond 1920, bron Gelders Archief

Huize Zonnenberg, Doorwerth.

Huize Zonneweelde, Julianaweg12, Oosterbeek. Van 1946 tot 1955 bewoond door de  glazenier J.A. Thunak. Thunak had vanaf 1940, samen met de Nooy een atelier aan de Ottoweg 2 in Heelsum.

Huize Zonnewende, Nieuweweg 14, Renkum.
bron Gelders Archief
Huize Zonnewende staat aan de linkerkant. Mevrouw Mees geeft er in 1910 Franse conversatie lessen.

Villa Zorgvliet, Renkum, gebouwd in 1900. Werd gebruikt als een pension. Verkocht in 2001, opgeknapt en omgedoopt naar Villa Muze.

Zweiersdal (Zweierdal), Oosterbeek. Het Zweiersdal is in Oosterbeek gelegen tussen de Weverstraat in het westen en de Van T. vd. Koogweg, de Fangmanweg en Ploegseweg in het oosten. Een leuke wandelroute voor een eerste indruk: neem, het bovenste gedeelte van de Molenberg, richting Weverstraat. Kost je 5 minuten. De Dam is een weg door het Zweiersdal. In het zuidelijke gedeelte is de Zomp en de Zuiderbeek, in het noordelijk gedeelte is het beekdal nog goed zichtbaar. Nog een kleine route, vanaf de Oude Kerk rechts van de vijver omhoog. Er zijn aanwonenden die het beekdal beschermen, er zijn anderen die hun tuin "verstenen". Dat is makkelijk in het onderhoud en de wateroverlast na een hoosbui komt weer bij anderen terecht.
opname Spitman Makelaars Oosterbeek 2016
Opname uit 2016, met zicht op Villa Grada in het Zweiersdal.
verdwenen wegen
Hessenwegen Een hessenweg werd gebruikt om in de Middeleeuwen met paard en wagen handel te vervoeren. De naam Hessenweg komt waarschijnlijk van de Hessen, zoals men toen de Duitse voerlieden noemde. Een Hessenweg is zeer breed. Men reed liever niet door de sporen en grote plassen die door andere karren gemaakt waren. In 1727 was er een klacht dat de ruimte die de hessenkarren in namen wel een kwartier gaans was en in de breedte alles overhoop reden. Hessenwegen meden de nederzettingen, want dat gaf beperkingen. In de omgeving van het kasteel Doorwerth is de hessenweg tussen Munster, Arnhem, Wolfheze, Barneveld en Utrecht nog te vinden. Neem op de Wolfhezerweg in Wolfheze ter hoogte van Hotel Wolfheze de oude Kloosterweg. Loop richting het westen en ga rechtdoor daar waar de verharde weg een bocht naar links maakt. Je gaat dan ten noorden van het Wolfhezer (Stratius) Rondeel over een historisch pad. Kijk met Google Earth naar dit pad. Koningswegen. De Koningswegen zijn aangelegd door Stadhouder Willem III in de 17de eeuw. Deze wegen hebben een vrijwel rechtlijnig verloop en mijden dorpen en nederzettingen. Over deze jachtwegen kon Willem III zich met zijn gevolg snel verplaatsen van het ene naar het andere jachtterrein. Vaak werden de wegen tegen de wil van de eigenaren aangelegd, reden waarom veel van deze wegen na de dood van Willem III weer verdwenen. Behouden bleef de Koningsweg tussen de Imbos (Rozendaal) en Papendal (sportcentrum). Tegenwoordig bekend als Schelmseweg (Arnhem). Bij Papendal was een aansluiting op de Koningsweg, tussen Doorwerth en Apeldoorn. Van Het kasteel over de Holleweg, waarschijnlijk de Kasteelweg (Doorwerth) naar Wolfheze, naar Papendal, over de Koningsweg, langs 's Kooningsjaght, naar Deelen en Het Loo in Apeldoorn. Willem III was bevriend met Jan van Arnhem, heer van kasteel Rosendael. En Willem III liet zich graag zien op Doorwerth. Voordat Paleis Het Loo gebouwd werd, had Willem III een oogje op Kasteel Doorwerth. De kasteelvrouwe Charlotte Amťlie de la TrťmouÔlle werkte echter niet mee.
informatie van anderen: pdf Renkumse landgoederen en buitenplaatsen, WUR 2012-2015 x
Waardestellend onderzoek Renkumse landgoederen 2015 x
Meer dan een groene Zoom. 2014
Visie landgoederen en buitenplaatsen - Gemeente Renkum 2013 x
Visie landgoederen en buitenplaatsen, Matices en kaarten, 2013 x
Renkumse buitenplaatsen in een nieuw perspectief, 2013
  The changing Estate Landscape of Renkum, 2012
Het Europese Erfgoed label WUR Tijs vd Brink 2012
Verborgen pracht, Verborgen Kracht, Gemeente Renkum 2011 x
Manifest Renkumse Landgoederen, 2011
Visie voor de Landgoederen, 2010,
Renkumse Buitenplaatsen in een nieuw perspectief, WUR
cultuur en erfgoed 2017-2020, Beleef het mee, Provincie Gelderland
informatie van anderen, gebruikte literatuur: websites, boeken


Historische links in de gemeente Renkum.
Renkumse Landgoederen
Gelders Genootschap: Visie landgoederen en buitenplaatsen Renkum
Gelders Erfgoed: Inspiratiebijeenkomst over landgoederen gemeente Renkum
Gelders Erfgoed: Gelders ArcadiŽ
GA = Gelders Archief
Delpher
De BAG
Het WOZ waardeloket

Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp; 1973.
Klaas Bouwer; De geschiedenis van bos en landschap van de Zuidwest-Veluwe; 2008
C. Burgsteyn en K. Heyers; Fotoboek van de dorpen Renkum en Heelsum, 1985
E.J. Demoed; Van een groene zoom aan een vaal kleed, 1953
H.C.J. Erkens (redactie); Zes dorpen in oorlog en verzet, 1984
Patrick Jansen, Van heide tot lusthof. Landgoederen in het Renkums beekdal, 2012
P. Richter; Renkum en Heelsum in oude ansichten. 1975.
Ruud Schaafsma; De Renkumse en Heelsumse beekdalen, 2012.
Vereniging Gelre, meerdere uitgaven (Jaarboeken) vanaf 1898.
fiets route Historische Buitenplaatsen Veluwezoom West
slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres: