Dagboek Driessen:
"Onze dagen, van 17 september tot 6 october 1944".
Hans Braakhuis

Laatste update: mei 2017

hoofdpagina Jagershuis                                             home
Tijdens en na de oorlog schrijft Theo Driessen een dagboek:

 "Onze dagen, van 17 september tot 6 october 1944",

waarvan een exemplaar (Inventarisnummer 842, Dagboeken Europa) in bewaring is bij het NIOD; Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, destijds het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en sinds 2010 het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

Het Niod heeft het dagboek hier gepubliceerd.

Hier een andere link voor het dagboek als PDF, zonder de onbeschreven pagina's. Daardoor makkelijker leesbaar dan het NIOD bestand.

Hier de platte tekst van het dagboek.

Om het lezen te vergemakkelijken: wie is wie:

Het gezin Driessen bestaat uit:

Theodoor Herman Driessen (1876-1958), gehuwd met
Charlotte Anne Agnès Driessen-Lesturgeon (hier vermeld als Tous) (1896-1960);

kinderen
Yvonne Charlotte Dorothée Driessen (vermeld als Wonne); geboren 1927;
Hermoine Agnès Madeleine Driessen (Madelein of Maleintje); geboren 1929;
Theodore Alexandre Driessen; (vermeld als Theo) geboren 1930;
Charles Herman Driessen (vermeld als Herman) geboren 1931;
Hermance Anne Elaine Driessen (vermeld als Helen) geboren 1937.
en Flap - een hond (teckel)
Citaat NIOD:
Auteur:

Driessen, T.H.
Titel:

Herinneringsgeschrift
Openbaarheid:

Volledig openbaar
Vorm:

Egodocument (gestencild stuk)
Omvang:

~ 75 pagina's
Periodisering:

september 1944 - oktober 1944
Localisering:

Doorwerth; tocht: Doorwerth - Ede - Zeist
Taal:

Nederlands
Inhoud:

De schrijver is Th.H. Driessen, 61 jaar oud, uit het cacaogeslacht Driessen. Reeds jaren tevoren heeft hij zich uit de cacaofabriek teruggetrokken - hij had toch geld genoeg - en sindsdien wijdt hij zich geheel aan "wetenschappelijk werk": geologie, "historische geologie", "synthetische biologie". Een groot werk lag klaar voor de druk. Hij woont met zijn vrij grote gezin in een prachtig huis, "Het Jagershuis" in Doorwerth, vol schoons: kunst, antiek, zilver, kristal, Perzische tapijten, boeken, muziek, een vleugel en een orgel, en verder kostbare verzamelingen, jeugd souvenirs, films, een zakelijk en een familiearchief, alles met zorg en liefde vergaard en opgebouwd zoals een kunstzinnig en rijk man het ambiëert en zich kan permitteren. - Alles, of vrijwel alles, ging bij de oorlogshandelingen in het najaar van 1944 verloren: werd verwoest, geplunderd of ging in vlammen op, ook het manuscript voor het boek bovengenoemd. Het verlies van al zijn schatten betekende voor de schrijver een zeer reële, diepe en onherstelbare smart. Met zijn gezin vluchtte hij, eerst naar chique kennissen in de omgeving, dan via Ede naar Zeist. Kort na de vlucht stelde de schrijver dit schrift samen. Voor alle leden van zijn gezin liet hij exemplaren maken. Eén bestemde hij voor het Rijksinstituut; het is gelijk aan de overige, bevat alleen wat minder bijlagen. Het is goed geschreven. De schrijver is in zijn materiële en geestelijke rijkdom wel enigszins egocentrisch en is ook niet vrij van snobisme. Er zijn naschriften, bitter, droevig en ontevreden, van mei 1945 en november 1946. - Bijlagen:
1. Een foto naar een tekening van "Het Jagershuis".
2. Relaas en inventaris betreffende "Het Jagershuis"; herhaalt gedeeltelijk het herinneringsgeschrift; gedateerd februari 1945 en november 1946.
3. "Memorandum", gedateerd eind mei 1945, over de bezettingsjaren, met veel aandacht voor het economische aspect.
Inhoud vervolg:

4. Een stuk "Staat en oorlogsslachtoffers" (december 1945 of later), vol ontevredenheid over het schaderegelingsbeleid van de regering.
5. Extractnota uit het hiervoor genoemde stuk.
Als u het dagboek leest, bedenk dan dat het dagboek alleen over de genoemde periode gaat. Het verhaal begint op 17 september, de dag van luchtlandingen van "Operation Market Garden" in de gemeenten Renkum en Ede. Op die dag komt er geen Engelsman direct in de buurt van het Jagershuis. John Frost wist die dag met zijn 2nd Parachute Battalion via de LION route de brug in Arnhem te bereiken. De Lion route liep vanaf de landingsvelden boven Heelsum (het huidige golfterrein) naar Doorwerth, over de Oude Oosterbeekse weg naar Heveadorp en Oosterbeek onderlangs naar de Arnhemse brug. De kruising WA Scholtenlaan - Oude Oosterbeekseweg en Italiaanseweg is ongeveer op 1 kilometer vanaf het Jagershuis.

Het dagboek eindigt met meerdere bijlagen, vrijwel allemaal opsommingen van wat er allemaal verloren is gegaan. Wat er niet verloren is gegaan staat er niet in.

Het dagboek heeft volgens mij twee doelen. Het Herinneringsgeschrift is geschreven op 15 november 1944. Het is bedoeld voor Familie en Vrienden. De geallieerden zijn op dat moment al geland en zij winnen gestaag terrein op de Duitsers. Van 17 tot 26 september was er de Slag bij Arnhem, die mislukte. Maar grote delen van zuidelijk Nederland waren al wel door Amerikanen, Engelsen en Polen bevrijd. En op 5 oktober 1944 melden ook de Canadezen zich aan de Nederlandse grens. Het eind van een bezetting is in zicht, tijd om een balans op te maken. Aan te nemen is dat het dagboek geschreven is na de aankomst in Zeist. Driessen wilde naar Zeist “dat ons èn door ligging en door oude relaties het meest aantrekt”. Welke oude relaties bedoeld worden blijkt niet uit het dagboek.

De eerste bedoeling van het Herinneringsgeschrift is om de gebeurtenissen op te schrijven. Wat gebeurde er wanneer. Je kunt dan later de gebeurtenissen makkelijk voor de geest halen. Het herinneringsgeschrift is geschreven in de periode vanaf de Airborne luchtlandingen (17 september 1944) tot en met de aankomst op de drie adressen op de Prof. Sproncklaan in Zeist (5 oktober 1944). 15 november 1944 is de einddatum van het Herinneringsgeschrift. Waarschijnlijk is het eerst door Driessen met de hand geschreven en daarna is het getypt.

Er is in het Herinneringsgeschrift een nawoord. Geschreven op 22 mei 1945. Het dagboek eindigt op “eind mei 1945". De Duitse bezetting van Nederland is afgesloten.

Er kan een stand van zaken worden opgemaakt. En dan is ook van belang of de geleden schade verhaalt kan worden, op wie zal dan nog wel niet duidelijk zijn.

Driessen gaat vanaf mei 1945 de bijlagen schrijven die allemaal een andere datum hebben. De bijlagen zijn met name beschreven om vast te leggen wat er allemaal in het Jachthuis aanwezig was en wat van de inboedel gered is.

Ook zijn er meerdere brieven die nooit gepubliceerd zijn. En het handschrift van Driessen is voor mij vrijwel niet leesbaar. Zoek dus iemand die deze bijlagen wil uitwerken.Wat ik niet weet, heeft Driessen deze teksten later bewerkt, of heeft hij deze teksten niet van belang gevonden om te publiceren. Wilt u deze brieven lezen, de afbeeldingen hieronder zijn beter te lezen als u de afbeelding opent in een eigen scherm. De tekst hieronder is geschreven op 12 september 1955 en gaat over het afhandelen van de verloren gegaane roerende- en onroerende goederen tijdens de WWII.
Dagboek Theo Driessen
Heeft u meer informatie, graag:

Gebruikte bronnen:

familie Driessen, Balledux.