ontwikkelingsplannen gemeente Renkum.
Hans Braakhuis

sept 2022
In Karolingische tijden zijn reeds diverse grote beleende goederen aan de zuidrand van de Veluwe schriftelijk vermeld, zoals Ostbac (834), Selebach (839), Redichem (960) en Dorenweerd (1260). De met de Frankische ontginningsperiode samenhangende kerstening heeft in Oosterbeek een 10de-eeuwse kerk achtergelaten. Rondom de landgoederen zijn kleine nederzettingen ontstaan. De oude kern van Renkum bevindt zich rond de Dorpsstraat. Het merendeel van de overige kernen is
verspreid ontstaan langs de beekdalen. Grote delen van de zuidelijke Veluwe zijn echter eeuwenlang nagenoeg onbewoond gebleven. Dit heeft te maken met het zich door de landsheren toe-eigenen van de onbeheerde gronden. Deze domeinen hebben de functie van jachtterrein gehad. In 1559 zijn vele domeinbossen overgegaan in handen van de Gelderse Rekenkamer te Arnhem. In deze tijd vormden zich tevens de markegenootschappen (een geërfdenorganisatie binnen de dorpsgemeenschap die de gemeenschapsgronden in beheer had).
De Rekenkamer heeft in de 16e eeuw woeste grond uitgegeven ter leniging van de staatskas. Hierna zijn grote landgoederen ontstaan. De domeinbossen die aan particulieren waren uitgegeven werden ontbost en veranderden in heidevelden en bouwlanden. Pas in de loop van de 18e eeuw werden delen van de heidevelden opnieuw bebost door grootgrondbezitters.
Langs de beken werden vanaf 1600 papiermolens gebouwd, metname in Heelsum, Renkum en Oosterbeek. Naast de landbouw was de papierfabricage van belang.

In 1920 maakte ir. Jos Cuypers een uitbreidingsplan. Een villawijk ontstond ten zuiden van het Wilhelminapark. Villa's werden ook gebouwd aan de Prins Bernhardlaan en de Kamperdijklaan, arbeiderswoningen verrezen aan de Parallelweg. Dienstwoningen aan de Annaweg.
Wie kan me aan een kopie helpen? HB
Arnhemsche courant 17-03-1922

"Gemeenteraad van Renkum. De concessie voor de tram Oosterbeek-Laag—Doorwerth verleend. — Finantieele deelneming van de gemeente.

Renkum, 16 Maart. De Gemeenteraad kwam heden, onder voorzitterschap van den Burgemeester, den heer J. v. d. Molen, in de raadzaal alhier bijeen. In de eerste plaats was aan de orde de installatie van het nieuwbenoemde lid, den heer Koenders te Renkum, die na aflegging van de voorgeschreven eeden, na een woord van gelukwensch van den voorzitter, zitting nam.

De tram Oosterbeek-laag—Doorwerth. Vervolgens werden behandeld de voorstellen van B. en W. tot het verleenen van concessie aan de N. V. Tramweg-Maatschappij Oosterbeek-Laag—Doorwerth, voor den aanleg van een tramlijn over gemeentewegen, tot aankoop van strooken gronds ter verbreeding van wegen door de gemeente en deelneming der gemeente in het aandeelen-kapitaal. De voorstellen strekken om concessie te verleenen voor den aanleg van een electrischen tramweg over den Benedendorpsweg, Grindweg en Ouden Oosterbeekschen weg, tot deelneming in het aandeelenkapitaal der maatschappij voor ƒ 50.000, om te besluiten een crediet toe te staan van ƒ24.000 voor verbreeding van Grindweg en Benedendorpsweg en om in beginsel te besluiten tot verbreeding van den Ouden Oosterbeekschen weg aan de Noordzijde. De heer Wolzak verklaart zich voorstander van een tram door het Benedendorp. Het is de vraag of de gemeente het gevraagde financieele offer moet bréngen. In het Benedendorp is men die meening niet zoo algemeen toegedaan en daardoor is spr. gaan twijfelen. Spr. meent uit de hooge prijzen, welke gevraagd worden voor het afstaan van gronden ten behoeve van de tramlijn, de conclusie te mogen trekken, dat men in het Benedendorp het belang nog niet zoo inziet. De grond had anders gratis of althans tegen lagen prijs moeten worden aangeboden. Spr. meent, dat nog niet vast staat hoe het gaat met de gronden, noodig voor de tramlijn bij de Westerbouwing, en van den heer van Holthe tot Echten. Moet de ƒ 50.000, welke de Gemeente in het aandeelenkapitaal stort, worden beschouwd als geld, geworpen in den Rijn? Zal men later bij de Gemeente om meer geld komen? Tenslotte zal de exploitatie grootendeels door de Arnhemsche Gemeentetram geschieden. Arnhem zal kunnen vragen wat het wil; zal Arnhem nu mooi weer gaan spelen van het geld van de Gemeente? Voorts vraagt spr. of het gewenscht is, dat er een kruising komt bij Grindweg en Rijksweg. De helling is daar sterk en de kans op ongelukken groot.

De heer Materman kan zich met de voorstellen wel vereenigen, maar hij meent, dat het zitting nemen van den Burgemeester ambtshalve in het bestuur der tram te vroeg plaats vond. Deze staat nu in den Raad niet vrij tegenover de plannen.

De heer Rijks meent, dat de kwestie van de wegenverharding gescheiden had moeten worden behandeld van de tramplannen. Overigens is spr. van oordeel, dat het gunstige aanbod, dat thans gedaan wordt, met beide handen moet worden aangegrepen. Feitelijk had de aanleg van deze tramlijn reeds 30 jaren eerder moeten geschieden. De heer Beelaerts van Blokland zegt, dat hij meer zou hebben toegejuicht een lijn van Westerbouwing door het Benedendorp langs Station-Oosterbeek-Laag naar de Klingelbeek, waar zij bij het Arnhemsche tramnet aansluit. Is dit plan geheel ter zijde gesteld? Spr. meent, dat de levensvatbaarheid van de lijn in een groot aantal jaren te betwijfelen valt. De lijn loopt te Doorwerth dood in het hakhout en men kan voorspellen, dat van rentabiliteit geen kwestie kan zijn in een lange reeks van jaren. Spr. is evenwel tot de conclusie gekomen, dat, waar een andere verbinding niet mogelijk is, het beter is een half ei dan een leege dop te nemen, maar hij vreest dat het voor de gemeente een duur eitje kan worden. Spr. kan zich ten slotte met de voorstellen vereenigen, waar het hier in ieder geval een toekomstig gemeentebelang geldt. De heer Beuker is van meening, dat de tramlijn een groot voordeel voor de gemeente is, maar het teere punt is de deelneming in het aandeelenkapitaal met ƒ50.000. Is het aandeelenkapitaal voor den aanleg groot genoeg, zoodat niet over een half jaar wederom geld gevraagd wordt?

De heer v. d. Berg meent, dat de gemeente vóór had kunnen gaan in de verbreeding van de wegen. De vraag is of de gemeente er thans met ƒ 50.000 af is. Voorts meent spr., dat het mogelijk is om het natuurschoon van den Ouden Oosterbeekschen weg te behouden, zonder tot verbreeding over te gaan. De wethouder Dr. Haverkorn van Rijs e w ij k brengt in herinnering, dat, zoolang hij lid van den Raad is, voortdurend over de noodzakelijkheid van den aanleg van een tram naar het benedendorp is gesproken. Er zijn verschillende denkbeelden geweest; een van de eerste was een lijn langs de Klingelbeek. Dit denkbeeld is verlaten, omdat de verbinding tusschen Beneden- en Bovendorp daardoor ter zijde werd gelaten. Het thans ontworpen traject is het eenig mogelijke, afgezien van de omstandigheid, wie het kapitaal fourneert. Spr. brengt lof aan den Voorzitter voor het entameeren van het tramvraagstuk. Naar aanleidng van de geopperde bezwaren, wijst spr. er op, dat men vergeet de veranderingen, welke in de gemeente plaats hadden. De Hevea-fabrieken waarborgen een groot vervoer. Dit vervoer wordt dan tevens afgeleid van de eigen bezittingen der gemeente, waar het veel hinder veroorzaakt. Dit vervoer zal een deel van de bedrijfskosten dekken, al wordt niet gezegd, dat winst wordt gemaakt. Na alle ervaringen, welke spr. had, is hij van meening, dat, als men thans niet een besluit neemt, het nooit zal geschieden. Met het aandeelenkapitaal is de exploitatie gedekt. Wanneer er verlies wordt geleden, treedt de gemeente op als gewoon aandeelhouder en deelt in het verlies. Er is evenwel slechts een gering vervoer noodig om een sluitende rekening te maken. Men heeft beweerd, dat de tramlijn aanleiding zal geven tot een uittocht van Oosterbeek naar Arnhem. Spr. meent daarentegen, dat zij zal brengen een intocht van Arnhemmers in Oosterbeek.

 De heer Koenders maakt bezwaren tegen het deelnemen in het aandeelenkapitaal. Hij meent, dat men zich moet beperken tot het verleenen van concessie en tot het verbreeden van de wegen. Van de tramlijn zal Arnhem de vruchten plukken en de lasten komen ten bate van de inwoners van de gemeente Renkum. De Voorzitter, de voorstellen verdedigend, merkt op, dat de wenschelijkheid van een tram naar het Benedendorp lang is gekoesterd door allen, die de geografische gesteldheid der gemeente kennen. Daarbij zijn thans andere belanghebbenden geïnteresseerd bij de tram, o.a. eigenaren van gronden en de Rubberfabrieken op de Duno.
Toen in 1920 de plannen werden opgezet, scheen alles zonnig, tot de malaise kwam, welke een oogenblik voor de totstandkoming der tramlijn deed vreezen. Spr. heeft destijds in het college van B. en W. steeds geadviseerd om te wachten met het doen van stappen, tot zekerheid bestond en het gemeentebestuur de plannen op papier voor zich had. Daarbij is het standpunt geweest, dat de deelneming van de gemeente in het aandeelenkapitaal de sluitsteen moest vormen van het kapitaal. Er is van deskundige zijde, door den Directeur der Electrische Gemeentetram te Arnhem en den ingenieur van de Betuwsche Stoomtram, opnieuw een onderzoek ingesteld, en zoover technische adviezen garantie geven, kan gezegd worden, dat de gemeente er met het thans te voteeren geld af is. Zegt men: dat geld is weg, dan moet er op gewezen, dat de exploitatie zoo eenvoudig is, dat de kosten gemakkelijk gedekt kunnen worden.

Berekend is, dat de exploitatiekosten met een ontvangst van ƒ 30.000 per jaar gedekt zijn. Men heeft gevraagd: Zijn we niet te voren reeds verkocht aan Arnhem? Spr. merkt op, dat er nog met Arnhem moet onderhandeld worden over de voorwaarden van exploitatie en om het nu voor te stellen, dat men aan handen en voeten gebonden zou zijn aan Arnhem, is niet gewenscht. Spr. zelf is in de onderhandelingen betrokken en zal zich daarbij naar regelen van goede koopmanschap gedragen. In de Statuten stond oorspronkelijk, dat de tram geëxploiteerd wordt door Arnhem. Dit is zoodanig gewijzigd, dat de Maatschappij de exploitatie ook aan een ander kan overdragen.

Spr. gelooft, dat het 'I verstandigst zou zijn, dat de gemeente met Arnhem tot overeenstemming kwam, omdat de exploitatie dan het meest aansluit bij het station Arnhem en de mogelijkheid van goederenverkeer rechtstreeks met Oosterbeek kan plaats hebben. Mogelijk is ook, dat, wanneer de onderhandelingen met Arnhem afsprongen, met de O.S.M. getracht werd tot overeenstemming te komen. Een derde mogelijkheid is, dat de maatschappij zelf exploiteert en het dan in de hand heeft hoe de exploitatie te leiden. Er is thans omtrent de exploitatie geen definitief besluit te nemen. De exploitatie-berekening is gebaseerd op een doorloopen van de tramwagens naar het Willemsplein. Het is de vraag of dit economisch zou zijn. In verband met het vervoer wijst spr. op toeneming van het vreemdelingenverkeer in de gedeelten der gemeente.

Wat het eindpunt van de tramlijn aangaat, merkt spr. op, dat de bestaansreden van de tram tot De Duno vast staat, het verlengstuk heeft beteekenis voor den aanvoer van bouwmaterialen. Voor de toekomst is het plan om de lijn door te trekken langs de Koninginnelaan naar den Rijksweg bij Heelsum. Dan zou een verlenging van de tramlijn langs den Bennekomschen weg tot Ede voor de gemeente een zeer ruim perspectief openen. Wat de wegverbreedingen aangaat, merkt spr. op, dat de kosten daarvan komen ten laste van de tram. Alleen de nieuwe steenen, noodig buiten de trambaan, betaalt de gemeente. Er werd daarna nog door verschillende sprekers gerepliceerd. De voorzitter wees er in zijn antwoord nog op, dat, wanneer het Arnhem te doen is om een slaatje te slaan uit de exploitatie, niemand zulks de zustergemeente zal misgunnen, maar het ligt dan op den weg van de gemeente Arnhem,, de exploitatie zoodanig te doen zijn, dat de lijn levend blijft en niet dood geëxploiteerd wordt. Als men een kip slacht, is het eierleggen afgeloopen. Wat zijn zitting nemen in het bestuur der tramweg-mij. aangaat, wijst spr. er op, dat hij zich ook wel met andere aangelegenheden heeft bemoeid, b.v. de electrificatie van de Oosterstoomtram. Hij betreurt, dat een vroeger gemeentebestuur de aandeelen der gemeente in de O. S. M. te gelde maakte, zoodat zij inzake de electrificatie geen invloed kon oefenen. Spr. heeft zich daarmede evenwel bemoeid en kwam er achter, dat men in Renkum een ruïne wilde maken door een rij boomen van den tol bij Wolfheze tot aan Heelsum te kappen. Spr. heeft dit weten te voorkomen. Wel komt de tram niet achter de boomen, omdat de strooken grond langs den weg geen rijkseigendom bleken, maar door daar den voedingskabel voor de tram tot 6.25 M. te laten zakken, konden de boomen behouden blijven. Op den Ouden Oosterbeekschen weg kan dit niet en daarom is het middel van verbreeding aangewend om het pittoreske van dien weg te behouden. Wat in het algemeen de ontwikkeling van Renkum aangaat, wees de voorzitter er op, dat het provinciaal bestuur meent in verband met de samenvoeging van Renkum en Doorwerth, dat deze evenals Napoleon en later Thorbecke te kennen gaven moet tot stand komen. Spr. is van oordeel, dat de ontwikkelingsgang der gemeente er op wijst, dat samensmelting moet plaats hebben, het zij dan van de gemeenten of van haar belangen. Tenslotte werden de concessievoorwaarden voor de tramwagens aangevuld met de bepaling, dat wanneer de maatschappij tot eigen exploitatie overgaat, de dienstvoorwaarden voor het personeel onderworpen zullen zijn aan de goedkeuring van B en W. De gezamenlijke voorstel^ len werden daarop, zonder hoofdei ij ke stemming, onder applaus aangenomen. Vervolgens kwamen de overige punten der agenda aan de orde. Besloten werd om aan het te Oosterbeek opgerichte vrijwillige brandweercorps door hen aan te wijzen brandweermateriaal ten gebruike af te staan. De voorzitter bracht een woord van dank aan het vrijwillige corps, dat zich beschikbaar had gesteld. Aangenomen werd het voorstel om in het aandeelenkapitaal der Bank voor Nederl. Gemeenten nog voor 11 aandeelen a ƒ 1000 deel te nemen. Op de begrooting 1922 van het Grond- en Woningbedrijf werd een post van ƒ 1500 uitgetrokken voor reclame. Aangehouden werd de ontwerp-verordening tot vaststelling van een verordening op den keuringsdienst van vee en vleesch, nadat een daartoe strekkende motie van de heeren Wolzak c.s. was aangenomen. In die motie wordt de oprichting van een centrale slachtplaats ongewenscht geoordeeld en afwachten van de wijziging der vleeschkeuringswet noodig geacht. De motie zal ter kennis van Gedeputeerde Staten worden gebracht. Aangenomen werd het voorstel om den gasprijs te Oosterbeek met ingang van 1 April te bepalen op 12 cent per M 3 . en met den gasconcessionaris onderhandelingen te voeren over eenige wijzigingen in de concessie. Eenige agenda-punten werden aangehouden. De vergadering werd daarop gesloten".
Uit de Arnhemsche courant 02-01-1923

Uit de Provincie. Vereeniging van de gemeenten Renkum en Doorwerth.

"Door de Regeering is een wetsontwerp ingediend voor vereeniging van de gemeenten Renkum en Doorwerth. In de Memorie van Toelichting deelt de Regeering o. a. het volgende mede: De gemeente Doorwerth (groot 1585 H.A. met pl.m. 1900 inwoners) deelt door haar wigvormige ligging tusschen het gebied van Renkum deze laatste gemeente (groot 3031 H.A., met ruim 12.000 inwoners) in twee nagenoeg gelijke deelen, die over een strook van slechts eenige meters aan elkander sluiten. Geografisch maakt de bestaande grenslijn Doorwerth tot een ingesloten onderdeel van Renkum. Administratief vormt zij een belemmering voor de natuurlijke uitbreiding van de dorpen Oosterbeek, Renkum, Heelsum, Doorwerth en Heveadorp,alsmede voor hun ontwikkeling tot een organisch geheel. De Rijksstraatweg Arnhem—Utrecht, de hoofdverbinding tusschen de dorpen Renkum en Oosterbeek der gemeente Renkum, loopt over het gebied van de gemeente Doorwerth door het dorp Heelsum. Voorts is een afgerond stelsel van hoofdverkeerswegen tusschen de kommen der gemeente Renkum, ontworpen in verband met het gemeentelijk uitbreidingsplan, alleen tot uitvoering te brengen, indien die wegen getrokken worden over het gebied van Doorwerth door haar kommen Heelsum, Doorwerth en het Heveadorp. Naast dien abnormalen toestand met betrekking tot dit punt, geldt als bezwaar tegen de tegenwoordige grens tusschen de beide gemeenten de vestiging van groot-industrie op het grondgebied van Doorwerth, voornamelijk van het bedrijf der rubberfabriek „Hevea". De talrijke employé's en werklieden der fabriek, die te Renkum een woning koopen of aldaar er een zoeken, verergeren den woningnood in die gemeente en brengen aanzienlijke uitgaven ter zake van woningbouw te haren laste. Dergelijke mogelijkheid, zij het op kleiner schaal, is ontstaan door een papierfabriek in Heelsum (gemeente Doorwerth) bij de grens van Renkum. Bovendien valt nog te wijzen op de ligging van het dorp Heelsum, gedeeltelijk onder Doorwerth en anderdeels op het gebied van Renkum, tot nabij het dorp Renkum. Uit administratief oogpunt zoowel als in het belang van behoorlijk politietoezicht, eischt deze toestand dringend voorziening. Bezwaren van soortgelijken aard doen zich voor met betrekking tot het krankzinnigengesticht „Wolfheze", dat zich eveneens uitstrekt over het gebied der beide gemeenten.
Genoemde fabrieken en het gesticht behelzen een wisselende bevolking, die uit den aard der zaak aan de gemeente Doorwerth allerminst vast verbonden is, terwijl overigens deze gemeente slechts luttele bewoners bevat.

Voor samenvoeging pleit verder het feit, dat de dorpen Oosterbeek, Renkum en Heelsum in verband met het natuurschoon der streek voor een groot deel hun welvaren te danken hebben aan het vreemdelingenverkeer en de vestiging op eigen landgoederen. Komt, dat ter bevordering van een en ander de gemeente Renkum zich belangrijke uitgaven getroost o. a. door aankoop van landgoederen, voor gas- en waterleiding, electrisch bedrijf, enz., waarvan ook de bewoners van Doorwerth profiteeren. De Raad van Renkum sprak zich op voormelde gronden z. h. s. uit ten gunste van de samenvoeging. De commissie uit de ingezetenen verklaarde zich vóór met 8 tegen 4 stemmen. De tegenstemmers zijn van oordeel, dat Renkum voor zijn ontwikkeling het gebied van Doorwerth niet behoeft en dat de samenvoeging zal leiden tot verhooging van belasting. Op gelijke gronden verklaarden de Raad en de commissie uit de ingezetenen van Doorwerth zich tegen de vereeniging. De regeering is van meening, dat de aangevoerde bezwaren geen voldoende gewicht in de schaal leggen tegenover de mogelijkheid, welke samenvoeging van beide gemeenten voor haar ontwikkeling en haar bloei opent. Die samenvoeging zal de dorpen Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum, Heveadorp en Renkum organiseeren tot een krachtig natuurlijk geheel, dat dank zij zijn bevoorrechte ligging, geacht kan worden voorbestemd te zijn voor groei tot een gemeente van beteekenis, mede door verdere ontwikkeling van de industrie en de uitvoering van tram, trein- en havenplannen".
 Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant 15-09-1924

"Renkum en omgeving.

Te Renkum is opgericht de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen te Doorwerth, die de hand heeft weten te leggen op 220 Hectaren van het prachtig terrein,dat vroeger bezit was van jhr. Van Brakell, en dat in de omgeving ligt van den bekenden Italiaanschen weg. Dit terrein wordt thans op echt Amerikaansche wijze geëxploiteerd en daarmee is een werk aangevangen, dat van groot belang is voor de geheele omgeving en de ontwikkeling van Renkum ten zeerste zal bevorderen. Onder leiding van den directeur der maatschappij, den heer T. H. Peck, is reeds een watertoren gebouwd en zijn wegen aangelegd met een breedte van 15 meter, die een totale lengte hebben van ongeveer 20 K.M.

Gas en electriciteit vonden hun weg naar deze streek en thans is met den bouw, alleen villabouw, aangevangen. Er zal royaal gebouwd worden waardoor het karakter van vrij buiten wonen blijft behouden.
Nauw verband met deze uitbreiding van woongelegenheid houdt de aanleg van een nieuwe electrische trambaan over groote uitgestrektheid, De tramwegmaatschappij Oosterbeek-Laag (T.O.L.) is tot stand gekomen, die met de Ooster-Stoomtrammaatschappij een overeenkomst heeft aangegaan, waarbij deze zich verbindt voor den tijd van vijf jaren tot exploitatie van de nieuwe tramlijn. Thans slingert het tramspoor van 6 à 7 kilometer lengte zich reeds over het geheele traject en hiermee is een ringlijn gevormd met de bestaande tramlijn van de O.S.M. tusschen Oosterbeek, van den Grintweg af, en Heelsum, ter hoogte van het Kievitsdal. Dezer dagen is de nieuwe tramlijn met wissels gekoppeld aan de bestaande lijn. De nieuwe lijn heeft nu een verbinding tot stand gebracht met Oosterbeek —Laag en gaat bovendien over de terreinen van de bouwmaatschappij Doorwerth, waardoor dit nieuwe baanterrein, waar toch nog vele ideale plekjes ongerepte natuur blijven een uitstekend contact heeft verkregen met het meer bewoonde deel der gemeente en met Arnhem".
 Arnhemsche courant 23-02-1935

Brieven uit Oosterbeek; Oosterbeek en Renkum.

"Wanneer men over het grijs verleden van een dorp gaat schrijven, dan is men, wat bron betreft, hoofdzakelijk aangewezen op de archieven van nabijgelegen kasteelen en op de verhalen, die in den loop der eeuwen zijn overgeleverd, al of niet doorweven met legenden en fantasie. Nu wil het, dat van de archieven van het kasteel in de nabijheid van Oosterbeek en Renkum, n.l. Doorwerth, door de branden, die de burcht in de vorige eeuwen hebben geteisterd, veel verloren is gegaan. Van de vroegste geschiedenis van beide genoemde dorpen zijn dan ook weinig officieële gegevens bekend.

Het gebied, dat wij thans kennen als het dorp Oosterbeek werd reeds in het jaar 834 in een oorkonde aangeduid als Ostbac, een heerlijk bezit van zekeren Wibrecht, die een nakomeling was van den Saksischen hertog Wittekind. In de 13e eeuw behoorde het als vrij goed aan de graven van Gelre. Een oorkonde van 1343 vermeldt de overdracht van het halve gericht van Oosterbeek door Frederik heer van Baer aan hertog Reinoud II. Het tegenwoordige wapen van de gemeente Renkum herinnert nog aan dezen vroegsten tijd. Het Saksische ros in het wapen moet n.l. in verband worden gebracht met Wittekind en de roode balk op het gouden veld met de heeren van Baer.

De kern van Oosterbeek bevond zich nog tot in de vorige eeuw in het Benedendorp om de Hervormde kerk aldaar. Aan de beek die daar stroomt, ontleent het dorp zijn naam. Eerst toen de groote grondbezittingen in het Noorden werden verkaveld heeft de kern van Oosterbeek zich verplaatst naar de omgeving van den Utrechtschen straatweg.

Ook het dorp Renkum wordt reeds vroeg als Redichem vermeld.

De grondslag voor de samenvoeging van Oosterbeek en Renkum in één gemeente is gelegd in 1573, toen beide dorpen uit zuinigheidsoverwegingen tot één scholtamt werden vereenigd.

In 1923 werd het gebied van de gemeente vergroot met dat van de gemeente Doorwerh, waardoor een meer aaneengesloten geheel werd verkregen. In den loop der jaren is Renkum steeds een voornamer plaats geweest dan Oosterbeek, vooral door de industrieën, die er waren gevestigd. In den laatsten tijd is dat echter veranderd. De ontwikkeling van Oosterbeek heeft een grooter vlucht genomen dan die van Renkum. Bovendien is onder burgemeesterschap van den heer v. d. Molen, alles wat betrekking heeft op het bestuur van de gemeente, langzamerhand in Oosterbeek geconcentreerd. Oosterbeek is tengevolge hiervan op het oogenblik het centrale punt van de gemeente, terwijl dit in het bijzonder geldt voor het gemeentehuis in het park Bato's wijk. Bato's wijk was oorspronkelijk bezit van de familie De Kempenaer. Omstreeks 1875 kwam het in handen van den heer Fangman, die het tegenwoordige huis liet bouwen. Bovendien werd het park verfraaid In 1908—'09 heeft de heer Fangman huize Bato's wijk te koop gezet Er zijn toen plannen gerezen om van het gebouw een sanatorium te maken. Deze plannen zijn echter niet doorgezet. Aanvankelijk werd Bato's wijk toen gehuurd door den heer A. v. d. Berg, terwfll het in 1912 werd verkocht aan den heer Scheidius, die de bekende vijver met rotspartijen liet aanleggen. Omstreeks 1923 werd Bato's wijk voor ƒ 150.000.— door de gemeente aangekocht. Het voornemen, dat toen bestond, om een gedeelte van het park als bouwterrein te bestemmen, heeft men al spoedig laten varen, omdat werd ingezien dat het beter was het park ongeschonden te laten. Na eenigen tijd te hebben leeggestaan, werd het groote huis bestemd voor gemeentehuls. Als zoodanig doet het thans nog dienst. Het park om het gemeentehuis is openbaar wandelterrein geworden".
 Arnhemsche courant 04-05-1935

Brieven uit Oosterbeek; Natuurschoon en vreemdelingenseizoen

"In een reeks brieven hebben wij uitvoerig de rijke historie van Oosterbeek en omgeving, van gebouwen en landgoederen, in het licht gesteld. In die historische beschouwingen, vooral in die handelende over de groote landgoederen waarmede de omgeving zoo rijk is bedeeld, wezen wij meerdere malen op een factor, die veel meer nog dan de historie, de gemeente Renkum en in het bijzonder het dorp Oosterbeek, alom in den lande en zelfs ver buiten de grenzen, bekendheid heeft doen verwerven. Die factor Is — men zal het reeds hebben verondersteld —; het natuurschoon.

Juist nu in de periode waarin de zon alles wat gedurende den achter ons liggenden winter schijndood is geweest, weer tot nieuw leven roept, nu over enkele maanden het seizoen van vacanties, van reizen en trekken weer aanbreekt, staat dat natuurschoon meer in het middelpunt van de belangstelling dan op welk ander tijdstip ook. Zeer begrijpelijk is dat want met het natuurschoon staat of valt het dorp Oosterbeek met zijn naaste omgeving. Velen toch worden door den rijkdom die de natuur ten toon spreidt, in de zomermaanden naar hier getrokken, ten voordeele van het hötel- en pensionwezen. Anderen hebben zich door de aanwezigheid van bosch en heide, blijvend in de omstreken gevestigd. Zoo heeft Oosterbeek en trouwens de geheele gemeente Renkum zich in de laatste jaren geweldig uitgebreid. Thans beleven wij echter abnormaal slechte tijdsomstandigheden. Op allerlei gebied moet men zijn uitgaven inkrimpen en dan komen in de eerste plaats de genoegens waaronder dan heel vaak de vacantie-uitstapjes gerekend moeten worden, in aanmerking. < De minder rooskleurige toestand waarin op het oogenblik hötel- en pensionwezen verkeeren, moet dus voornamelijk worden geweten aan de heerschende economische crisis, die op ieder bedrijf haar funesten invloed heeft doen gelden Wanneer echter iemands zaken niet voor den wind gaan, vraagt hij zich — onverschillig wat daarvan de oorzaak is — bovendien af: „heb ik daar zelf misschien ook schuld aan". En dat is volkomen begrijpelijk. Zoo gebeurt het ook in Oosterbeek.
Het vreemdelingenbezoek, dat een aantal jaren geleden een zeer groote vlucht nam, neemt in het algemeen beschouwd, den laatsten tijd af. Nu gaat men zich afvragen: „hebben wij het natuurschoon, dat jaarlijks een stroom van toeristen naar onze streek wist te trekken, wel ongerept bewaard, zou de oorzaak van het afnemende bezoek niet schuilen in verloren gegaan natuurschoon? Hieruit valt ook te verklaren, dat velen zich plotseling geroepen voelen om — te pas of te onpas — als verdedigers op te treden voor het behoud van Renkum's natuurschoon. Ongetwijfeld is de ontwikkeling van de gemeente Renkum in den loop der jaren gepaard gegaan met een achteruitgang op schoonheidsgebied. Aan den anderen kant is er echter ook geen gemeente, die in de laatste kwarteeuw zooveel heeft gedaan voor het behoud van haar natuurschoon. In deze periode toch is het natuurschoon van de gemeente verrijkt met dat van de vroegere gemeente Doorwerth, terwijl voorts Westerbouwing Valckeniersbosschen, Bilderberg, Hemelscheberg, park Bato's wijk en bij Heelsum Klein Zwitserland door de gemeente werden aangekocht om zoo deze alom bekende oorden voor het nageslacht te kunnen behouden. Een andere omstandigheid die men nog al eens als oorzaak van het verminderde vreemdelingenbezoek pleegt te noemen, is wel het ontbreken van voldoende amusement in de zomermaanden. De meening, dat in een seizoenplaats des zomers de noodige afwisseling moet zijn, achten wij volkomen juist. De Oosterbeeksche vereeniging voor Vreemdelingenverkeer heeft, dat eveneens steeds ingezien. De bescheiden middelen waarmede deze vereeniging in de laatste jaren moet woekeren, laten haar echter niet meer toe, zonder steun van anderen grootsche feestelijkheden te organiseeren. Het was daarom zoo'n verheugend verschijnsel, dat vorigen zomer de Oosterbeeksche Middenstandsvereeniging ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan het initiatief nam voor een feestviering met een eigen dorpsch karakter waaraan door verelnigingen op allerlei gebied werd medegewerkt. Ook dezen zomer denkt men door particulier initiatief eenige feestelijkheden van bijzonderen aard te organiseeren. Wanneer men nu ziet naar b.v. plaatsen in het Gooi, die evenals Oosterbeek en de geheele gemeente Renkum haar vreemdelingenbezoek danken aan natuurschoon, die den vreemdeling amusement bieden met eigen plaatselijk karakter en men hoort dan, dat ook daar geklaagd wordt, dan moet men wel tot de conclusie komen, dat andere oorzaken voor dat klagen aanwezig zijn en wel de tijdsomstandigheden. Bevolking en overheid hebben echter de taak die tijdsomstandigheden zooveel mogelijk het hoofd te bieden en er voor te zorgen dat men zich zelf nooit iets zal behoeven te verwijten".


Arnhemsche courant 13-07-1946

Wederopbouwplan voor Renkum

"De plannen voor den wederopbouw en uitbreiding van de gemeente Renkum, ontworpen door ir. A. Kraayenhagen, prof. dr. ir. J. T. P. Bijhouwer en hun medewerker architect G. Bruins, zijn gereed. Het oordeel is aan de bevolking, die door middel van voordrachten en publicaties op de hoogte wordt gebracht, voordat de adviezen van Raad en Staten deze voorstellen al min of meer kunnen fixeeren. De ontwikkeling der gemeente Renkum — aldus constateeren de ontwerpers — is in vele opzichten niet gelukkig geweest. Het fraaie landschap werd ontsierd door verspreide bebouwing en de structuur van de dorpen is weinig aantrekkelijk. Bijna overal ontbreekt een duidelijk centrum. De Heveafabrieken bewijzen, hoe ongeschikt de gemeente — met Renkum als kleine uitzondering — geacht moet worden voor grootere industrieën. In het wederopbouwplan is in het algemeen naar het volgende gestreefd: Concentratie van bebouwing in de dorpskernen, waardoor het landschap, een der belangrijkste bestaansbronnen, voor verdere ontluistering wordt behoed. De stichting van een centrum in de afzonderlijke dorpen. Verbetering van verkeerswegen en het projecteeren van de woonwegen in verband met het verloop van de hoogtelijnen. Verbetering van de bestaansbronnen. Door naast het bevorderen van landschappelijk en architectonisch schoon, de kleinere dorpsbedrijven de gelegenheid te bieden uit te groeien tot industrietjes. Vergrooting en aanleg van sportterreinen. In Oosterbeek beoogt men een ingrijpende restauratie van het Zwijersdal. Een nieuw stelsel van wandel- en fietspaden zal de atractie der gemeente sterk verhoogen.
In 1946 maakte de socioloog drs. Sj. Groenman, later hoogleraar te Utrecht, het boekwerkje „De bestaansbronnen der gemeente Renkum"

'De bestaansbronnen der gemeente Renkum, onderzocht op verzoek van het Gemeentebestuur van Renkum', door Sjoerd Groenman. Uniforme titel: 'Practische onderzoekingen op sociaal-economisch en planologisch gebied'. Uitgever: Van Gorcum, Assen, 1946.

Wageningse universiteit E-depot
Helaas minder pagina's dan het origineel. Deze versie eindigt bij pagina 24.
 Arnhemsche courant 03-06-1954

"Aantrekkelijke zomertentoonstelling in Arnhems Gemeente-museum

Schilders van de Veluwezoom

Bij de wieg van de Haagse School. Eigenlijk liebben we op deze tentoonstelling al lang gewacht. Nu is ze er en ze werd heden door Jhr. dr. C. G. C. Quarles van Ufford, Commissaris der Koningin, geopend. Gisteren werd de Pers door de directeur van het museum, de heer De Lorm en door mej. Cochius, de organisatrice der tentoonstelling, ontvangen voor een eerste kennismaking. We schreven, dat we op deze expositie al lang hebben gewacht, want het werd meer dan tjjd, dat Nederland, en Nederland niet alleen, eindelijk eens te zien kreeg wat op onze Veluwezoom in de 19e eeuw en ook nog in het begin der 20ste eeuw, aan belangrijke landschapskunst ontstond en waarvan de betekenis zelfs door kunsthistorici niet altijd op haar grote waarde werd geschat.

Twee plaatsen en twee tijdperken beheersen de ontwikkeling van deze kunst: Oosterbeek van ± 1850—1890. Renkum van ± 1890—1910.

De eerste leiders van, laten we zeggen de Oosterbeekse school, eigenlijk nog juister de school van Wolfheze, waren Frederik Hendrik Hendriks en Johannes Warnardus Bilders. De hoofdfiguur van de Renkumse school was Theophile de Bock, hoewel de autodidact Hendrik Alexander van Ingen een voorname plaats innam. Met waardering vermelden wij de overzichtelijke inrichting der tentoonstelling, hoewel enige epigonen van de meesters niet op de zelfde hoogte bleven en dus beneden het algemene en zeer fraaie aspect bleven. En even groot is onze waardering voor de beknopte inleiding, geschreven door mej. Cochius, waarin deze getuigt van een zuiver aanvoelen van de invloed dezer kunstenaars op de ontwikkeling van de landschapskunst, zoals deze in de zogenaamde Haagse school haar hoogtepunt vond en waarvan — gelijk de heer De Lorm bij zijn bespreking zo typerend zei — later door een regionale interpretatie de traditie werd voortgezet.
Onder de leiding van mejuffrouw Cochius verkregen we een eerste indruk van de tentoonstelling, die door haar veelzijdigheid eri opzet van nationale betekenis zal blijken te zijn, belangrijk voor alle kunstkenners en kunsthistorici, doch bovendien voor kunstminnenden en voor de toeristen, die zeker een bezoek op hun programma zullen nemen. Niet licht zal men weer in de gelegenheid zijn vier schilderijen en drie tekeningen bijeen te zien van de jong gestorven Gerard Bilders (1838— 1865). Of juweeltjes van Hendrik Alexander van Ingen (1846—1920). Of een groot, magistraal doek van F. H. Hendriks (1808—1865) de grote en toch zo weinig bekende voorganger, die zijn liefde verpand had aan Wolfheze. Of de zeldzame landschappen van Thijs Maris, in Wolfheze geschilderd en de poëtische bosgezichten van C. M. Meiners. We zullen later wel gelegenheid vinden op de meesterwerken terug te komen, meesterwerken uit de tijd, dat het „terug tot de natuur” zo krachtig uit Barbizon ook hier doorklonk en het élan bij de kunstenaars tot een hartstocht deed groeien. Wij begrijpen, dat de samenstelling van een expositie als deze grote moeilijkheden meebrengt en dat men soms met zwakker werk tevreden moet zijn. Toch ja het algemeen aspectrijk, gevarieerd, vaak uitermate interessant en verrassend. We betreuren het, dat o.a. van Charles Dankmeyor - we zagen indertijd een kapitaal doek van deze schilder in hotel „Du Soleil” — geen schilderij aanwezig is. doch het is een klein hiaat, dat wegvalt bij zoveel móóis. En men moet ook niet onderschatten de vele tekeningen, die soms nog meer dan de schilderijen ons wat van de kunstenaar te zeggen hebben. Tot zover een globaal overzicht van deze zomer-tentoonstelling, die een evenement zal blijken te zijn van véél, véél groter betékenis dan van een regionale. Het is een nationale tentoonstelling en we aarzelen niet om er een internationale betekenis ook nog aan te hechten. J. W."
Arnhemsche courant 11-01-1956

"Op langere termijn verdere omvangrijke industrialisatie ongewenst

ETI-rapport voor de gemeente Renkum

Natuurschoon behoort met zorg te worden bewaakt (Van onze correspondent)

In opdracht van de gemeente Renkum is door het Economisch Technologisch Instituut voor Gelderland een rapport opgesteld, dat in hoofdzaak is gericht op de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Renkum. De gemeente heeft door haar ligging in het westelijk deel van de zuidelijke Veluwezoom, door haar rijkdom aan natuurschoon, een belangrijk vreemdelingenverkeer, terwijl velen daardoor de gemeente, kozen als woonplaats. Daarnaast is het een zetel van stuwende bestaansbronnen, vooral bestaande uit industrie, landbouw, bosbouw en verzorgende bestaansbronnen. Daardoor kunnen allerlei tegenstellingen ontstaan. Rij sterke uitbreiding van industrie of landbouw zal onvermijdelijk een deel van het natuurschoon worden geofferd.

Sinds 1880 is de bevolking van de gemeente sterk toegenomen. In dat jaar telde de gemeente Renkum 6089 inwoners, thans rond 26.500. De vestigingsoverschotten zijn lange tijd zeer groot geweest. De trek, vooral uit het westen des lands, naar Renkum was groot. Bij de papierfabriek Van Gelder Zonen en de Hevearubberfabrieken vinden 2500 personen emplooi, bij de 15 kleinere industrieën 600. De natuurlijke vestigingsfactoren hebben een belangrijke rol gespeeld: het heldere water der beken voor de papierindustrie en de wasserijen, de kleigronden vormden een natuurlijke basis voor de steenindustrie. De gezamenlijke industrieën brengen jaarlijks circa ƒ 7.000.000,— in circulatie in de gemeente, welk bedrag ter besteding in de verzorgende sector terecht komt.

De arbeidsmarkt schiet in de gehele gemeente tekort. Gezien de precaire situatie op de arbeidsmarkt wil het de adviseurs voorkomen, dat voor de naaste toekomst aan het aantrekken van grote industrieën niet moet worden gedacht. Tegen enige uitbreiding der klein-industrie behoeft geen bezwaar te bestaan. Vooral het dorp Renkum zou daardoor „conjunctuur-vaster” kunnen worden. Van de totale beroepsbevolking der gemeente Renkum is een betrekkelijk klein deel werkzaam in de landbouw, n.l. 6 %. Er zijn 120 landbouwers, die 1628 ha., d.i. 92 % van de cultuurgrond, in gebruik hebben. Er zijn 13 bedrijven groter dan 30 ha. 80 % van de cultuurgrond wordt gepacht. Dit is waarschijnlijk een gevolg van het grootgrondbezit, dat reeds eeuwen in Renkum bestaat. De veehouderij is van groot belang voor de gemengde bedrijven. Door de landbouw komt jaarlijks ongeveer een miljoen gulden aan inkomen aan de ingezetenen van Renkum ten goede. Van de totale oppervlakte van Renkum wordt c.a. 30 % ingenomen door bos en hei, n.l.1766 ha. bos en 579 ha. heide.
Het grootste deel der bossen is particulier bezit. Ruim 12 % is in bezit van de gemeente Renkum. Uit de bosbouw komt de gemeente jaarlijks ƒ 150.000,— ten goede. Het aantrekkelijke landschap heeft een omvangrijk vreemdelingenverkeer tot gevolg. Het hotelbedrijf is sterk ontwikkeld, kampeer- en bungalowbedrijven en kampeerboerderijen zijn er belangrijk schaarser dan in andere Veluwse gemeenten met overeenkomstig natuurschoon. Wil men echter de groep bezoekers, die de hotels en pensions kiest, behouden, dan lijkt het gewenst te waken tegen al te veel vermenging van beide soorten toerisme. Geschat wordt, dat uit het vreemdelingenverkeer een bate wordt verkregen van ƒ 1.900.000,—. Oosterbeek trok de meeste gasten, doch ook Wolfheze en Heelsum zijn van grote betekenis. Door de vestiging der stichtingen komt jaarlijks een bedrag van ƒ 770.000,— in circulatie. Renkum is reeds lange jaren in trek bij mensen, die na volbrachte levenstaak wensen te wonen in een rustig en fraai deel van ons land. Het blijkt, dat deze groep inwoners — niet werkers, van elders afkomstig, ’n bedrag van ƒ 3.500.000 jaarlijks voor besteding in de gemeente beschikbaar heeft. Uit de normale functie komt dus aan Renkum jaarlijks ten goede een bedrag van ƒ 8.150.000,—, uit de natuurschoonfunctie ƒ 6.200,000,—.

De conclusies waartoe het E.T.I. dan ook komt zijn:
1. De bestaande industrie is in Renkum van zodanige betekenis, dat aan haar ontplooiing waar nodig en mogelijk béhoort te worden meegewerkt.
2. Het natuurschoon is in Renkum van zodanige betekenis, dat het zorgvuldig behoort te worden bewaakt en dat iedere aantasting ervan ten zeerste moet worden overwogen.
3. In verband hiermede acht het E.T.I. op langere termijn gezien een verdere omvangrijke industralisatie ongewenst. Op korte termijn wordt deze op praktische gronden ontraden. Geen bezwaar behoeft te bestaan tegen enige uitbreiding van klein-industrie.
4. Het verdient aanbeveling de natuurschoon-functie in haar aspecten van woonfunctie en vreemdelingenverkeer geleidelijk verder tot ontwikkeling te brengen, omdat men op deze wijze economische baten verwerft zonder vermindering van natuurschoon.
5. Landbouw- en bosexploitatie zijn relatief van geringere betekenis doch zij vervullen een functie welker nut onmisbaar is".
"Een plan dat moet wachten tot de tijd rijp is door Martin Ruyter
Renkum. Eerst zal moeten worden bepaald, met wie Vredestein in zee gaat. De planwijziging in Renkum zelf, nodig voor de vestiging van de nieuwe Vredesteinfabriek, krijgt wat eerder zijn beslag,

    De Volkskrant 08-10-1977
Welke rol Renkum precies speelt is niet duidelijk. Burgemeester jhr mr H. G. van Holthe tot Echten stelt dapper de eis, dat de huidige bewoners van Heveadorp ter plaatse moeten kunnen blijven wonen en dat de voorgestelde woningbouw zich niet mag beperken tot nieuwbouw van eenzijdig dure woningen. Of hij dit straks kan volhouden is de vraag".

lezenswaardig artikel, zeer groot.

In 1885 kwam de tramverbinding Wageningen-Renkum-Arnhem tot stand. Een speciale tramverbinding tussen Arnhem en Heveadorp/Kievitsdel werd in 1924 ingesteld. De tramverbinding Wageningen-Arnhem (in 1922 geëlectrificeerd) werd in 1937 opgeheven nadat op dat traject een
busdienst (N.B.M.), thans CN, was ingesteld.
Meer over deze tram bij de beschrijving van Doorwerth.






Renkum
Een onderdeel van het Streekplan Arnhem en omgeving; Beschrijving: projectie van de doortrekking van de Groeneweg te Renkum over de Noordberg naar Kievitsdel te Doorwerth. Of te wel, de Fonteinallee wordt een doorgaande weg. Ook de huidige N225 is later voor een gedeelte zo uitgevoerd. Gemeente Renkum rond 1940
De kaart hierboven is een onderdeel van deze kaart
Renkum
Naast het doortrekken van de Fonteinallee, nog een leuke, over de Keijenbergseweg, Quadenoord, Reemst naar Schaarsbergen. Of het opnieuw in gebruik nemen van de Heer straet. Hier ziet u slechts een uitsnede. Klik voor het geheel op de kaart
Veluwe
Een uitsnede van een ontwikkelingsplan van de provincie Gelderland uit 1986. Ook hier wordt de Fonteinallee nog als een belangrijke doorgaande weg gezien. De te ontwikkelen A50 staat er op. Ernstiger Wageningen tot aan de Neder Rijn volbouwen. De geallieerde langszone bij Renkum Heelsum volbouwen.
Betekenis: rode vierkantjes = villa terein (geen sociale woningbouw) Geld verdienen mag, over de rug van .....
paarse vierhoeken = bestaand of uitbreiden industrie
Veluwe
Uit het Streekplan voor Arnhem en omgeving. Door Architectenbureau Schaap1922 1942 en vandaar dat er alvast te bebouwen kavels zijn aangegeven. De Bennekomseweg en de Utrechtseweg van Heelsum naar Oosterbeek, helemaal volbouwen. Klik op de prent voor het origineel bij het Gelders Archief. Dit is een uitsnede. En kijk eens naar de geplande wegen, de stippellijnen.




op- en aanmerkingen, aanvullingen:
Hans Braakhuis