De 3 "Bokken" en de bierkelders Hans Braakhuis

bijgewerkt tot november 2021
Er zijn in Renkum 3 cafés, herbergen, oid. geweest met de naam De Bok. Achtereen volgens De Bok, De Vergulde Bok en de Nieuwe Bok. De schrijfwijze varieerde naar het taalgebruik in een bepaalde tijd. Bok kan dus ook Bock zijn. Een probleem is dat er veel informatie uit oude advertenties in kranten via Delpher te vinden en dat wat er in de krant staat, aansluit bij wat gewenst is.
Op dit moment kunnen we onderzoek doen met meerdere instrumenten: de boeken geschreven over de Renkumse geschiedenis, van Demoed, Beekhuizen en Burgsteyn. Het digitale archief van het Historisch Genootschap Redichem. Het Historische Kadaster, zo van 1850 tot 1990 middels de Kadaster viewer. En meerdere zoekmachines.
 1. Voormalige herberg den Bok (Bock), Bokkedijk, Renkum (de Bok I)
Krepel
Rotterdamse courant 27-04-1790
J.F. Krepel wordt in 1790 genoemd als Kastelein ten wiens huize een veiling zal plaats vinden.
Al sinds 1649 is sprake van een herberg De Bock in Renkum. De herberg staat dan vermeld op een kaart uit dat jaar. Naast de papiermolen de Bock lag aan de Renkumsebeek (Molenbeek), op het voormalige kloosterterrein dat bekend stond als de Kloosterweide. De herberg had een eigen brouwerij.

Renkum de Bock
N. van Geelkerkcken en A van Geelkerck 1649 (bewerkte uitsnede van bron)
Geelkercken 1653
Kaart Nicolaas van Geelkercken uit 1653 (uitsnede en bewerking van bron)
In het R.K. doopboek van Wageningen en omgeving wordt Joannes Jansen van de Pol genoemd. Hij was gehuwd met Aleijda Brouwers en mogelijk later met Joanna Vermeer. Hij heet in 1716 hospes in den Bock tot Rencom en in 1718 en 1720 in hirco tot Rencom. Hircus is Latijn voor bok.

"Den 3. vervorderden wij met de eigen chaize. van de Hr. Voet weder onse reis, langs den Doornwaert door Heelsom op Renckom in de herberg den Bok, alwaer een ontbeit namen. Van hier reden door Wageningen, de Greb op Rhenen, in welke stad 't middagmael hielden in de herberg de Koninck van Denemarcken bij de schepen Amberg".
Uit Reisjes door Gelderland en land van Kleef, 1720, Gelre LXVII, pagina 123 ev.

Uit de Leydse courant van 01-01-1742: "De Hoog Welgebore Vrouwe Douariere van Lawick, Vrouwe van Cortenbergh, is van meeninge op Vrydag den 19 January des namiddags ten twee uuren, in de Herberge den Bock tot Renkum, publiek aan den meestbiedende te doen verkopen omtrent 270 zwaar staande Eiken boomen ...."
 Voormalige herberg den Bok (Bock), Bokkedijk, Renkum (de Bok I) (Bock, Staring en Krepel)
Het zou kunnen dat familie de Bock een eerst bekende eigenaar was:

"Elis Jansen Bock en Jan Willemsen Bock; R.A.G. Arnhem lngang 0008 nr. 161 pag. 25r; Kw. 764 Elis Bock; RencomOp den 9 Octob: 1674 isser tussen Willemken van Beijnem Wede: van Hendrik Janse Bock, wee rom getrouwt aan Rutger Hendrix ter eenre en Ellis Bock en Herbert Willems als bloet mombers van de nagelaten kinderen van Hendr: J. Bock een magescheijt opgerigt dat voors: Rutger Hendrix sullen ebben al de nalatenschap van Hendrik Janse Bock soo gerede als ongerede goederen en ook tot hare lasten houden alle in en uijtgaande schulden, en sal de voors: moeder aan haar onmundige kinderen betalen wegens 't vaders versterf aen ijder kint 700 gI: en een bed met sijn toebehoren, als mede nog aan de kinderen van de Vaders klederen 125 gI: en dat dese kinderen hare penn: in hare goederen zo geree als ongeree mogen behouden so lang 't de kinderen en moeder believen sal. mede is belooft dat als een deser kinderen quam te overlijden dat die goederen op malkanderen sullen sterven, en sullen die voors: penn: als sij mondig sijn wegens t Vaders verstert betaalt worden en langer behouden de behoorlijke interesse ad 5 van 't hondert geven, verbindende tot voldoeninge deser condities alle der selver gerede en ongerede goederen stellende de selve tot seker onderpant waer aan sig die kinderen in cas van misbetalinge t'mogen verhalen, alles breder inholt van 't originele magescheijt, quo relatio. Geregistr: den 11 Aug: 1712".
Bron: Veluwse geslachten jrg 21 nr 1 pagina 8
Op dezelfde pagina, iets verder:
"Rencom; Seekere Hofstede geleegen binnen Rencom, daer Suijtw: d. Gemeijne Heeren Straat, Westw: de Scholtes Bok, Noort en Oostw, de Costerij. Den 9 Decemb: door de Gildemeesters in der tijtt Rencom van Lieve vrouwe Gilde opgedragen aen Jan Willemsen Bock Scholtis en Hensken Jansen Eluijden. 1676"

Nog een Bock: "Jan van Beekhuizen, die 18 jaar op de boerderij de Fluitersmaat woonde, was rotmeester van het Gilde en, in tweede huwelijk, op 28 juli 1744 getrouwd met de rijke brouwersdochter Francijna Bock, afstammelinge van enkele schouten van Renkum". Uit Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp, pagina 268

Een schout uit Renkum? Kan kloppen:
"Kw. 1528 Jan Willemsen Bock, Rencom, Huijs en Hof toestendigh Jan Willemsen Bock Scholtis tot Rencom, en Hendrikjen Jordens Eluijden, neffens des selfs suster en broeders van den Scholtis voorn: met Engel Dibbes haren gekoren momber. Den 7 Augustus 1666 opgedragen aen Hendrik Bok, en Willemken van Beijnem Eluijden. 1677". Bron: Veluwse geslachten jrg 21 nr 1 pagina 9.

"lngang 0008nr. 161 pag.3r, Kw. 1528 Jan Willemsen Bock, Rencom, Seeker Huijs plaats met een Boomgaartjen mt dorp van Rencom, over de beeke geleegen mitsgaders, de gront van een afgebrooken Huijsken, gehoort hebbende tot het Convent van Rencom. Den 13 Julij door de Heeren gedeputeerden opgedragen aan Jan Willemsen Bock Scholt te Rencom. 1677". Bron: Veluwse geslachten jrg 21 nr 1 pagina 9.

Hier worden kennelijke naamgevers genoemd van de herberg de Bock in 1676, 1712 en 1744. Of men in dat jaar ook eigenaar was is niet mij niet duidelijk.

Gerardus Staringh geboren op 4 september 1713 in Groessen. Overleden op 12 mei 1777 in Renkum.

"Gerardus Staring uit Groessen, trouwt r.k. te Renkum op 21 mei 1747 met Aleyda Maria van de Pol coram testibus (ten overstaan van de getuigen): Gerardo Erfkamp, Cornelio et Rudolpho van de Pol, Johanna Vermeer, Cornelia Hoppenbrouwer et aliis pluribus. kinderen: 1 Joannes, gedoopt r.k. 14 april 1748,getuigen Cornelius van de Pol et Johanna Vermeer 2 Johannes Lubbertus (Hubertus?), gedoopt Renkum 15 augustus 1749 getuigen Cornelius van de Pol (peter) et Johanna Vermeer (meter) 3 Rudoiphus (Roelof) gedoopt Renkum 28 november 1751, getuigen Gerardus Erfkamp (peter), Mechildis van de Pol (meter) trouwt (Anna) Maria (Geertruida) Neuijen, zijn vrouw hertrouwt"
Gegevens uit: Katholiek Renkum-Heelsum door de eeuwen heen, 1875  1975; Jong, A.B. de +  A.G. Steenbergen, J.J. Tersteeg uit 1975.

"Uit Gelders Archief bronnen weten we dat vóór zijn dood in Renkum in 1785 G. Staring eigenaar was van herberg de Bock en daarna zijn weduwe Mevrouw Anna Maria Gertrudis Staring-Noey. Op 25 juni 1786 hertrouwde zij met haar buurman Johannes F. Krepel. Zij overleed in 1805".
Bron Extra ECHO 2020 van het HGR, pagina 7 en 8

Uitzoeken: weduwe Mevrouw Anna Maria Gertrudis Staring-Noey is gehuwd met de zoon van Gerardus Staring: Rudolfhus (Roelof) Staring

Uitzoeken: familie van Joannes Jansen van de Pol die als een van de eerste eigenaars bij naam genoemd wordt

Open Archieven huwelijk Staring - vd Poll
"Wie was die eerste Staring in Renkum? Op 21 mei 1747 trouwde aldaar de jongeman Gerardus Staringh, rooms-katholiek afkomstig uit Groessen met Aleyda Maria van de Poll'. Minstens vijf getuigen waren bij deze r.k. huwelijkssluiting aanwezig. Drie zoons werden uit dit huwelijk geboren".
Gegevens uit: Katholiek Renkum-Heelsum door de eeuwen heen, 1875  1975; Jong, A.B. de +  A.G. Steenbergen, J.J. Tersteeg uit 1975 
Rudolfhus (Roelof) Staring overleden in 1785.

Ouders Gerardus Staring en Aleida Maria van de Poll

Roelof Staring was gehuwd in 1775 met Anna Maria Gertrudis Noey 1745-1805 of Maria Neuijen
kinderen: Jan Staring ????-1884  
Joannes Lubertus Staring 1776-????
    Johanna Aleida Staring 1778-????
NN Staring ????-
    Johanna Aleijda Staring 1780-1836 of Joanna Arnolda Staring 1780-1836
Rudolphina Frederica Staring 1785-1852
stamboom Jansen - Brandsma
stamboom Oving
Rudolpia Frederica Staring  december 1785 Renkum -1852 Renkum
Beroep: logementhoudster. Woonachtig: Renkum.
Een kind van Rudolphus Staring en Anna Maria Geertruida Nuijen, hierboven.

Moeder Anna Maria Geertruida, hertrouwde te Renkum in juni 1786 met Johannes Krepel, geboren in Epe en wonende te Voorst. Hij was katholiek, papiermolenaar en een bemiddeld man.

Rudolpia Frederice Staring huwt later met Willem Offenberg, en ze neemt de de erfenis van haar vader (de herberg) mee.

 RF Staring
Rudolpia Frederica Staring
Johannes Ferdinandus Krepel  9 november 1747 Epe - 10 augustus 1828 Renkum.
In 1786 gehuwd met Anna Maria Geertruida Nuijen, 1745 Havikerwaard -1805.

Anna Maria Geertruida Nuijen was de weduwe van de vorige eigenaar Roelof Staring.

In 1786 is de Vergulden Bock dan mede van Johannes Ferdinandus Krepel.
Krepel is met Delpher terug te vinden van 27-04-1790 tot 21-08-1828.

"Johannes Ferdinandus Krepel was de stiefvader van Rudolphina Frederika Staring, die later met Willem Offenberg trouwt" Uit H. Voorn, De papiermolens in de provincie Gelderland, 1985.

Jan Ferdinand Krepel wordt ook genoemd in Demoed; op blz. 171 onderaan: "De bouwinge, genaamd het, Klooster, bestaande uit huis, hof, berg en terrein met de daarbij aanleggende weilanden, mitsgaders den ouden boomgaard, en de oostelijke helft van de Kloosterkamp, alles tezamen groot plm. 15 morgen (12 ha) wordt in datzelfde jaar (1791) verkocht aan J. F. Krepel, papiermaker op de molen bij de herberg den Bock".

Op pagina 251 schrijft Demoed: Reeds in 1794 schijnen plannen tot verbreding en verbetering van de weg ter plaatse bestaan te hebben, want de Staten van het Kwartier Veluwe kopen op 3 April van dat jaar van P. M. Thomas voor 1245 gld. en van J. F. Krepel voor 150 gld. een strook weiland met wilgen langs de noordzijde van de Utr.weg, tussen de Bok en de Wageningse berg. Om het euvel van het onderlopen van het land en de weg te verhelpen, werd bij de verbetering ter plaatse een dam of dijk opgeworpen, zodat het peil van de weg hoger kwam te liggen, en daardoor ook droog bleef. Omdat de weg juist langs de, aan de zuidzijde daarvan gelegen herberg de Bok liep, kreeg deze dam of dijk in de volksmond de naam van Bokkedijk, welke naam thans nog in gebruik is.
Uit de Rotterdamschen courant 05-06-1790: "De Erfgenamen van wylen den Hoog Welgeboren Gestrengen Heer Wilco Baron Van Schwartsenberg en Hohen Landsberg, in leven grietman over Wonseradeel &C, &C, &C., zullen op Maandag den 28 Juny 1790, des morgens ten Huize van den Kastelein J. F. Krepel, in den Vergulden Bok te Renkum, in verscheiden Masfen en Perceelen te doen inzetten ....."

Vanaf 1791 was Johannes Ferdinandus Krepel eigenaar van de Kwadenoordse molen III. Rond 1800 is deze molen gesloopt.

Demoed, pagina 207: "Zoals reeds gezegd, bestonden er in 1791 nog 2 papiermolens, behorende tot het goed Kwadenoord. De ene wordt beschreven als de opstand en het recht van grond en water van een huys en papiermolen met het binnenwerk, hof en schuur, mitsgaders een streepje weyland langs de beek of de beekwal voor aan de weyde bij de Bergerhoff gehorende." Deze molen wordt op 28 Mei 1791 door Wilco H. Tj. Camstra thoe Schwarsenberg en Hohelandsberg opgedragen aan J. F. Krepel en M. G. Nuyen, echtelieden. Deze belening omvat dus zowel de grond als de molen".

Demoed pagina 199: "10 Maart 1798 koopt J. F. Krepel en diens vrouw M. G. Nuyen. Deze papiermaker koopt op 28 Mei ook de bouwinge, het Klooster genaamt, bestaande in huys, hoff, berg en terrein met de daarbij aanleggende weyland, mitsgaders den ouden boomgaart, de weyde langs de weg, de weyde de Weyert genaamt, het weylant genaamt de Molenweyde, met de beekwal en de hey of het bosje langs de weg met de daarlangs staande eene rije boomen van de pastorie naar de kerk lopende, tesamen groot ongeveer 9 morgen, 506 roeden; voorts nog de oostelijke zijde van de Kloosterkamp, groot ongeveer 5 morgen, 378 roeden, tezamen met de bouwinge het Klooster voormeld in het schoutambt Rencum gelegen".
Voormalige herberg den Bok (Bock), Bokkedijk, Renkum (de Bok I) (Offenberg)
Wilhelmus (Willem) Offenberg, 22 februari 1786 in Dornick (D) - 26 april 1844 Renkum
Ouders: Hubertus Offenberg en Helena Machtilda Behnen

Beroepen: bierbrouwer, kerkmeester en lid van gemeenteraad. Belijdend Rooms Katholiek. Woonachtig: Renkum.

Gehuwd in 1807 Rudolpia Frederica Staring 1785-1852. Haar familie was eigenaar van de Bock.
Kinderen:
1. Hubertus Johannes Ferdinandus Offenberg 1808-1884, Hubertus kreeg in 1835 toestemming in Doesburg een brouwerij op te richten
  2. Rudolphus Frederikus Offenberg 1810-1812
3. Wilhelmus Jacobus Johannes Offenberg 1812-1873, timmerman, makelaar, architect
4. Rudolphus Frederikus Offenberg 1814-1852
5. Joannis Lambartus Offenberg 1815-1887
  6. Jacobus Hubertus Offenberg 1817-1877
Anna Maria Geertruida Offenberg 1819-1819
    Ludovicus Bernardus Offenberg 1820-1821
    Louis Bernardus Offenberg 1823-????
    Franciscus Johannes Offenberg 1824-1825
    Franciscus Johannes Offenberg 1825-1825
    Franciscus Johannes Offenberg 1826-1870 (volgde zijn vader op als herbergier)
Anna Maria Geertruida Offenberg 1828-1829 (bron)

Deze genalogie is gedeeltelijk terug te vinden in het boek: Katholiek Renkum-Heelsum door de eeuwen heen, 1875  1975; Jong, A.B. de +  A.G. Steenbergen, J.J. Tersteeg uit 1975

In het Liber Memoriale van de parochie Wageningen staat over de stichting van de Schuurkerk in Renkum het volgende, hier vertaald, weergegeven: In Renkum hoorden katholieke gelovigen lange tijd de mis in het kasteel Grunsfoort, dat na (1856) totaal verdwenen is, maar waarvan de plaats nog wordt aangewezen. Later bouwden zij, dankzij de vrome zorgen van de familie Staring, zoals men vertelt, achter hun herberg genaamd De Vergulde Bok, een klein kerkje &. Het verhaal staat ook in het Memoriale van Renkum. Bron Heemkunde in de gemeente Renkum. De familie Staring had het geld dat Offenberg kon gebruiken.

Herberg den Bok

Uit de Arnhemsche courant van 27-01-1824: "Op Dinsdag den 3 Februarij, des voordemiddag ten elf ure, zal door de Kerkmeester der Hervormde Gemeenten Renkum, onder approbatie van het Provinciaal Collegie van toezigt, op de administratie der Hervormde Kerken in Gelderland, in het Logement de Bok, te Renkum, publiek worden aanbesteed: Het doen van eenige Reparatie en Vernieuwing aan kerk en Tooren, alsmede het Afbreken der Oude, en het Opbouwen eener Nieuwe Pastorie aldaar". Willem Offenberg kocht de oude herberg "de Bok" met een omringend gebied van 30 hectare in 1815. Hij liet het oude gebouw slopen en liet rond 1823 een nieuwe herberg aan de noordkant van de postweg naar Wageningen, bouwen met de naam 'De Vergulde Bok'. Bij de nieuwe herberg kwam ook de bierbrouwerij De Bok.

De Bock
pré kadastrale kaart uitsnede 1818
Minuutplan 1814
pré-kadastrale kaart uit 1814, uitsnede, bron Gelders Archief

Een paar jaar later: 1832
Dorpsstraat Renkum
De herberg van Offenberg is goed te zien, tussen de 2 beken in. De brouwerij stond in 1832 ten noorden van de Dorpsstraat, de Vergulde Bock

Herberg de Vergulde Bok, Dorpsstraat A 98, Dorpsstraat 192 te Renkum; 1823 - 18xx
Willem Offenberg kocht de oude herberg "de Bok" met een omringend gebied van 30 hectare in 1815. Hij liet het oude gebouw slopen en liet rond 1823 een nieuwe herberg aan de noordkant van de postweg naar Wageningen, bouwen met de naam 'De Vergulde Bok'. Bij de nieuwe herberg kwam ook de bierbrouwerij De Bok. Uit de Arnhemsche courant van 19-06-1823: "Notaris Mr. H. B. Van Daalen, Notaris te Wageningen, zal als last hebbende van de Hoog Wel Geb Vrouwe, Douairière Baronnesse Van Golstein, op Donderdag den zes en twintigsten Junij 1823, des middags om twaalf uren, in bet Logement de Vergulde Bok, te Renkum, publiek verkoopen: 110 Perceelen HEEL GRAS, staande op de Uiterwaarden, etc''...
Uit de Arnhemsche courant van 21-06-1825: "Notaris Mr. H. B. Van Daalen, Notaris te Wageningen, zal namens Mevrouwe Baronnesse Van Golstein, op Donderdag den 30 Junij, des namiddags ten één uur, in het Logement van W. Offenberg, in den Vergulden Bok, te Renkum, aan den meest biedenden verkoopen: 110 Perceelen best Uiterwaards Heel Gras, staande op de Uiterwaarden onder Renkum en Doorwerth gelegen". "De herberg werd door de Ingenieur Verificateur van het Kadaster in 1826 omschreven als: 'Een zeer goed logement en Herberg, vrij wel bezocht en voordeelig gelegen. Tot 1859 bleef de herberg in het bezit van de familie Offenberg en menig vaatje bier werd door Willem Offenberg bij de familie Van Kesteren afgeleverd'. Uit: Hecht en wel betimmerd; René van Mierlo; 2004.
Offenberg is in 1832 in het bezit van De Bok, aan de zuidzijde van de Dorpsstraat en van de brouwerij aan de noordzijde. Of te wel Kadasterkavel Renkum D171, van Willem Offenberg, brouwer te Renkum met 1510 m² grond met brouwerij en erf. Geen herberg. Uit Hisgis, de situatie in 1832: Dorspstraat Renkum
Offenberg
Utrechtsche-provinciale-en-stadscourant-24-4-1844
Deze brouwerij werd in 1863 vervangen door een nieuwe brouwerij, welke enkele honderden meters oostwaarts stond. De oudere brouwerij werd rond 1875 gedeeltelijk gesloopt.

De Bok Renkum
Dagblad van 's Gravenhage 1844

Toen in 1844 de brouwerij door brand werd getroffen kon Offenberg zijn klanten geruststellen dat hij in staat was alle bestellingen van onderscheiden biersoorten te voldoen. Nog datzelfde jaar overleed hij. Zijn zoon F.J. Offenberg neemt het over.
"Het eerste huis aan de noordzijde was de oude bierbrouwerij van de Hr. Offenberg. (Om misverstanden te voorkomen, hiermee wordt bedoeld de eerste bierbrouwerij ter plaatse. De heer Offenberg kocht in 1815 de herberg De Bok, welke toen aan de zuidzijde van de straatweg stond. Deze herberg komt reeds voor op een kaart van 1649. Offenberg liet omstreeks 1825 een nieuwe herberg aan de noordzijde van de straatweg bouwen. De naam was 'de Vergulde Bock'. Aan deze herberg was tevens een bierbrouwerij verbonden. Deze brouwerij werd in 1863 vervangen door een nieuwe brouwerij, welke enkele honderden meters oostwaarts stond (HB: de Nieuwe Bok). De door Roest aangegeven brouwerij werd rond 1875 gedeeltelijk gesloopt.) - Dan kwam het woonhuis van de Hr. Offenberg. Hier was in die dagen ook het hulppostkantoor gevestigd, dat werd waargenomen door de heer Offenberg. Uit Bomen over Renkum door C. Burgsteijn, pagina 216 De Bok Renkum
Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 28-01-1853 Gezien de advertentie hierboven is Offenberg ook in 1853 eigenaar van het geheel onderkelderde Logement de Vergulde Bok.
Franciscus Johannes Offenberg (1826-1870)

Ouders Willem Offenberg en Rudolpia Frederica Staring

Bij het overlijden van Willem Offenberg in 1844 is de beurt aan F. J. Offenberg om de herberg te bemannen. Een probleem: F.J. Offenberg is 18 en in die tijd was men eerst meerderjarig na de 21ste verjaardag. Zijn moeder neemt formeel waar.

  Geregistreerd den 29sten Augustus 1846, zijn aan Franciscus Johannes Offenberg, wonende te Renkum, gegeven al de Regten bij de Wet aan Meerderjarigen toegekend,". Nederlandsche staatscourant 1846

In 1852 zijn Franciscus Johannes Offenberg (1826-1870) en zijn moeder  Rudolpia Frederica Staring, de weduwe van Willem Offenberg, respectievelijk de bierbrouwer en logement houdster van de herberg de Bock.

Zoon Franciscus Johannes Offenberg gaat medio 1853 alleen verder als herbergier.

De Bok Renkum
Maar voordien hadden moeder en zoon al besloten om alles gewoon te verkopen:

De Bok Renkum
Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 28-01-1853
Waarschijnlijk geen succes, een nieuwe poging op 18 oktober en 1 november 1853 in hotel De Wereld in Wageningen. De inzet kwam toen op fl 8.000,=. Er volgen meer veiling advertenties.

Een latere advertentie:
De Bok
advertentie uit de Wageningsche courant september 1858
H. Christiani is dan zo rond december 1858 de volgende eigenaar. Hij begint met de levering van Beijersch bier.

de Bok Renkum
uit het Alg-Handelsblad-30-12-1858.

"Het nieuwe logement de Bok, annex bierbrouwerij, bleef in het bezit van de familie Offenberg tot 1859, in welk jaar het bedrijf overgedaan werd aan H. H. Christiani, bierbrouwer te Renkum. In datzelfde jaar koopt laatstgenoemde van de kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. ook nog een stukje Kosterijland ter grootte van 12 à 15 roeden, gelegen naast de R.K. Kerk. Op dit terrein wordt dan in 1863 een nieuwe brouwerij (nu Meta", Dorpsstraat 189) gebouwd. Als dit nieuwe bedrijf functioneert, wordt de Bok met de oude brouwerij in het jaar daarop verkocht aan H. W. Leygraaf. Het huis wordt dan geheel omgebouwd tot dubbel woonhuis, in welke vorm het thans nog verkeert. De nieuwe brouwerij komt later ook in handen van dhr. Leygraaf, welke voor zich gelijk met de brouwerij, reeds in 1863 daarvoor het herenhuis liet bouwen. Omstreeks 1875 wordt het achtergedeelte der brouwerij afgebroken, en gaat de woning dienst doen als R.K.-pastorie. Het bedrijf is omstreeks 1900 opgeheven, doch de nog aanwezige grote kelders wijzen nog op de aard van het bedrijf". Uit Demoed pagina 233

De Bok
Arnhemsche courant 27 september 1861
Het gaat niet van een leien dakje. En alles komt weer te koop.

Uit de Arnhemsche courant van 02-11-1861 "Onser Vrouwen Dijcke", later naar de herberg De Bock", die op de plaats van het latere Hotel Campman stond, Bokkedijk" genoemd, is het deel van de Utrechtse weg, dat vanaf Hotel Campman tot aan de voet van de Wageningse berg het Renkumse broek van de uiterwaarden scheidt. Vgl. E. Demoed, a.w., blz. 2930 en J. S. van Veen, Grensscheiding tusschen Wageningen en Renkum vóór 1539, in: Versl. en Meded. Gelre, 1915.

Den Bok Renkum
Opregte Haarlemsche Courant 30-11-1861

De brouwerij wordt verkocht en de inventaris van de brouwerij wordt wegens opheffing en slooping te koop aangeboden. Een jaar eerder heette het nog welingerigt en onderhouden.

De Bok Renkum
Opregte Haarlemsche Courant 20-10-1862
herberg Renkum
Wageningsche Courant van 18/2/1864 .De veilingslocatie van Kastelein van Dielen wordt later Campman.

Nog een andere advertentie, dit maal uit het boek van Demoed:
De Bok
Bedenk wel, het gaat hier om de oude Bok aan de zuidzijde, waar later Redichem wordt gebouwd.

Op de plek van de oude herberg De Bock, is in 1873 villa Redichem gebouwd welke onder andere bewoond werd door steenfabrikant Heinrich Gerhard Reymer en zijn echtgenote Arnolda Hermina van Wijck, dochter van de steenfabrikant Richardus van Wijck. Bij Wes Beekhuizen is te lezen dat Redichem reeds in 1863 gebouwd is door dhr Leygraaf.

Herman Hendrik Christiani geboorte- en overlijdensdata, woonplaats, ouders, kinderen ???
Wat zien we op onderstaande afbeeldingen ??
Renkum
Jan Van Goyen: Gezicht op het dorp Renkum, met reizigers in wagens die langs de weg rusten bij een herberg.
Bron: klik op de prent. Vermoedelijk 1651.

Gezien het jaartal kan dit alleen maar de Bok I zijn.
Renkum
tekening: Dorpsgezicht in Renkum, Jan van Goyen, 1651. Rijks Museum. Bewerkt HB. Vermoedelijk zien we de Bock. Bron: klik op de prent. Gelukkig is de Renkumse kerk op deze studie wat groter afgebeeld en daardoor herkenbaar.
brouwerij Renkum Clemens

Wat weten we van dit schilderij. Op dit schilderij van Clemens uit 1825 is de tweede herberg, brouwerij aan de rechterkant zichtbaar. Alles is intussen afgebroken, ook de kerk.

De vraag is zien we dan De Bok of de Vergulde Bok. Als je dit schilderij bekijkt dan zie je van links naar rechts: de oude kerk, de oude kosterie en de Vergulde Bok, de er in 1825 nog achter liggende De Bok, is hier niet te zien. Het pand rechts lijkt ook veel op het pand van Leijgraaf op de foto hiernaast. Evenveel ramen en ach, na ongeveer 75 jaar, een ander dak.
herberg de Bock, Renkum
Herberg de Nieuwe Bok; Utrechtseweg 189;  1863 - 1898
Kavel Renkum D 266 is rond 1861 nog leeg.

Het gaat om een bouwland dat hermeten is in 1861 van de Kosterie Renkum.

In 1862 verkoopt Herman Hendrik Christiani aan Leygraaf.
De nieuwe Bok
"Het nieuwe logement de Bok, annex bierbrouwerij, bleef in het bezit van de familie Offenberg tot 1859, in welk jaar het bedrijf overgedaan werd aan H. H. Christiani, bierbrouwer te Renkum. In datzelfde jaar koopt laatstgenoemde van de kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. ook nog een stukje Kosterijland ter grootte van 12 à 15 roeden, gelegen naast de R.K. Kerk. Op dit terrein wordt dan in 1863 een nieuwe brouwerij  (nu Meta", Dorpsstraat 189) gebouwd. Als dit nieuwe bedrijf functioneert, wordt de Bok met de oude brouwerij in het jaar daarop verkocht aan H. W. Leygraaf. Het huis wordt dan geheel omgebouwd tot dubbel woonhuis, in welke vorm het thans nog verkeert. De nieuwe brouwerij komt later ook in handen van dhr. Leygraaf, welke voor zich gelijk met de brouwerij, reeds in 1863 daarvoor het herenhuis liet bouwen. Omstreeks 1875 wordt het achtergedeelte der brouwerij afgebroken, en gaat de woning dienst doen als R.K.-pastorie. Het bedrijf is omstreeks 1900 opgeheven, doch de nog aanwezige grote kelders wijzen nog op de aard van het bedrijf."
Uit Demoed, Van een groene zoom aan een vaal kleed, 1953, pagina 223
"Hier stond de bekende bierbrouwerij "de Bock" van de heer Leijgraaf. Lekker bier! Later werd de brouwerij afgebroken (1875) en in de woning kwam de pastoor te wonen. (Hiermee werd dus de tweede brouwerij aangegeven. Gebouwd door de heer Christiani en daarna overgegaan in handen van de heer Leijgraaf, die in 1863 ook het bijbehorende herenhuis voor zich liet bouwen.) {189} Dit herenhuis werd toen de woning van de pastoor".

Uit Burgsteyn, Bomen over Renkum
Deze uitsnede van een Kadastertekening; Veldwerk Renkum D 328 met het dienstjaar 1855, strookt niet helemaal met de Hulpkaart hierboven rond 1861. Want op deze kaart is in het rood de nieuwe situatie. De tekst is wel heel interessant: Huis en bierbrouwerij xxx : 1853 door Offenberg. Of te wel in 1854 is Offenberg de eigenaar.

In 1858 is H. Christiani dan de volgende eigenaar. In december 1858 begint hij met de levering van Beijersche Bieren. Christiani gaat een Vennootschap Fa. H.H. Christiani en Comp aan met J.G.H Christiani.

Het nieuwe logement de Bok, annex bierbrouwerij, bleef in het bezit van de familie Offenberg tot 1859, in welk jaar het bedrijf overgedaan werd aan H. H. Christiani, bierbrouwer te Renkum. In 1859 koopt H. H. Christiani, bierbrouwer (de Bok) te Renkum van de kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. nog een stukje Kosterijland ter grootte van 12 à 15 roeden, gelegen naast de R.K. Kerk Deo Sacrum. Op dit terrein wordt dan in 1863 een nieuwe brouwerij (later ,,Meta", Dorpsstraat 189) gebouwd. Naast Villa Meta was er een roggeveld waarvan de opbrengst rond 1896 regelmatig geveild werd en een inktfabriek.

het huis, erf en brouwerij van kavel 458 zijn in de periode vanaf 1860 tot 1864 in eigendom van het vennootschap H.H. Christiani.
De nieuwe Bok
Uitsnede van Kadasterkaart D 448 uit dienstjaar 1861.
D 448 huis en erf worden verkocht in 1866.

Gebouwd door de heer Christiani en daarna overgegaan in handen van de heer Leijgraaf, die in 1863 ook het bijbehorende herenhuis voor zich liet bouwen. Dit herenhuis werd toen de woning van de pastoor.

Renkum de nieuwe bok
Wageningsche courant 1865
De Bok 3
Uitsnede van een oudere Kadasterkaart D 547 uit dienstjaar 1869. Te zien is dat er veel wordt afgebroken. Het extra rood gearceerde gedeelte van 547.

Dienstjaar 1869 is feitelijk 1868. En dat komt weer overeen met de Kadaster register vermelding: Eigenaar Adolf Johannes Leygraaf vanaf 1868.

Kavel D 546 is de Katholieke kerk Deo Sacrum uit 1840 en kavel D 545 is de begraafplaats van de kerk

Gebouwd door de heer Christiani en daarna overgegaan in handen van de heer Leijgraaf, die in 1863 ook het bijbehorende herenhuis voor zich liet bouwen. Dit herenhuis werd later de woning van de pastoor.
De Bok 3
Blijkens een advertentie van 1887 in het Rotterdamsch Nieuwsblad zijn onder de firma Offenberg en Leygraaf nieuwe ijskelders gebouwd ten behoeve harer brouwerij. Blijkbaar was er een firma, wellicht die van de Echtelieden A.J. Leigraaff en zijn vrouw (of schoonvader) Offenberg.

Of dit de nu nog aanwezige kelders zijn? Een waterput, kan ook een afwaterput zijn?

kelders de Bock villa Meta
De kelders zoals die in 2018 nog aanwezig zijn. opname Lambert van Gils 2014.
De Bok Renkum
Rotterdamsch nieuwsblad 19 juli 1887 W. Offenberg

De Bok
Advertentie veiling 1891 Wageningsche courant
Renkum verkoop de Bok
Advertentie in de Wageningsche Courant van 11/4/1894.
In 1892 werd de brouwerij het hoofdagentschap voor de provincie Gelderland van de Phoenix-brouwerij uit Amersfoort. Blijkbaar was de opslagruimte toen voldoende. Offenberg en Leygraaf
Arnhemsche courant 8 februari 1892
"Opheffing curateele. De arrondissements-rechtbank te Rotterdam heeft, bij haar vonnis dd. 27 Juli 1888, de opheffing der curateele uitgesproken waaronder de heer Johannes Hendrikus Leygraaf, wonende te Renkum, was gesteld. Rotterdam, 30 Juli 1888". Uit de
Nederlandsche staatscourant 31-07-1888
Menno Bos
Uitsnede van een kaart van Menno Bos uit 1891 (Gelders Archief: 1551 4090). Tegenover Campman ligt de brouwerij van Offenberg en Leygraaf
herberg de Bock, Renkum
de herberg de Bock, ten tijde van Adolf Leijgraaf Adolf Johannes Leijgraaff, 19 april 1837 te Rotterdam - 28 november 1906 Nijmegen
Ouders: Henricus Wilhelmus Leijgraaff en Clasina de Cock
Gehuwd op Huwelijk op 30 augustus 1864 te Doesburg met
Jacoba Wilhelmina Aganeta Offenberg. - 14 januari 1915 Nijmegen
Zoon: Henricus Wilhelmus Bernardus Marie Leijgraaff, geboren op 15 mei 1865 te Renkum
De zoon huwt op 23 oktober 1895 te Goes:
Henricus Wilhelmus Bernardus Marie Leijgraaff, Bierbrouwer van beroep
Bruid: Maria Anna Catharina Stieger, geboren te Goes, 26 jaar oud, Bierbrouwster van beroep
Bij zijn overlijden op 14 december 1923 te Nijmegen is Henricus Wilhelmus Bernardus Marie Leijgraaff Handelsagent en heeft als partner: Maria Anna Catharina Stieger.
Adolf Leijgraaf, Renkum
Adolf Leijgraaff
Meerdere jaren zijn er advertenties te vinden van Pension Leygraaf.

Renkum Pension Leygraaf
 Het nieuws van den dag: 17-04-1896

In 1898 stond de bierbrouwerij voor afbraak te koop en de gebouwen zijn in 1898 gesloopt.
Pension Leygraaf
Uit Het nieuws van den dag, 26 juni 1896
Uitsnede van Kadasterkaart D 547 uit dienstjaar 1900, er wordt uitgebouwd.

De Bok 3
De bijbehorende Veldwerkaart uit dienstjaar 1900 heeft het ook over slooping 547 en bijgebouw.

Dienstjaar 1900 gaat eigenlijk over het jaar 1899.
En dat correspondeerd weer heerlijk met: In 1898 is de brouwerij afgebroken". Bron Nederlandse Bier Cultuur.
De Bok 3
Uitsnede Kadaster HK 547 dienstjaar 1900

Op 30-08-1890 verscheen het volgende bericht in De Graafschaps-bode: Voor bierliefhebbers was Woensdag j.l. op den Keppelschen weg een treurig tafreel te aanschouwen. Van den bierwagen der firma Offenberg en Leigraaf uit Renkum, brak onder het rijden een as, waardoor die wagen omsloeg en de meeste der daarin aanwezige flesschen hun schuimend en welsmakend vocht op den weg uitstortten. Een paar liefhebbers van een glaasje bier waren toevallig bij het ongeluk tegenwoordig en zy hadden het met geen droge oogen kunnen aanzien.

Leijgraaf

We vinden in 1898 een advertentie waarin door Leygraaf voor AFBRAAK De Renkumsche Brouwerij naast de R.C. kerk verkocht.

Pension Leijgraaf (met herenhuis en achterhuis) wordt in 1905 geveild
De Bok 3
Uit de Wageningsche courant van 8 oktober 1902

De Bok Renkum
Uit de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 16-02-1898. Alhier is kennelijk een ruim begrip. Alhier = Renkum en niet 's Hertogenbosch.
Eigenaren:
H.H. Christiani van 1853 tot 1861
Adolf Johannes Leijgraaff vanaf 1862
1894 Al jaren niet meer in werking, verkocht voor hfl 1.020 aan van Zeumeren uit Tilburg. Het gaat dan alleen over de brouwerij.

Lees ook Wikipedia.
Nederlandse bier cultuur
Oud Renkumse wandelingen
Na de Vergulde Bok  xxxx - heden
De voormalige Villa Meta, Dorpstraat 189 Renkum.Zie ook kerken, bij pastorie Dorpsstraat.

Meta
Nieuws van den Dag NOI 1908, bron HGR.

Zou de voornaam van de echtgenote en de naam van de villa met ellaar te maken hebben?
Meta
In 1934 wordt villa Meta voor mevrouw Marmelstein - van Prehn, geveild. Advertentie uit de Wageningsche courant 1934. Bron HGR
Pension Meta
krant niet bekend uit 1940, achief HGR
Bokkedijk
situatie in 1924, voorstel oa verbreding weg naar Wageningen.

Villa Meta

"Ik wil u meenemen een stukje terug in de tijd en vertellen over de voorgeschiedenis van deze villa en hoe die hoogstwaarschijnlijk aan de naam Meta kwam.

Het is 1839 wanneer er in Renkum een Rooms Katholieke kerk ingewijd wordVerkoop Metat, pastoor in die tijd was Joannes Antonius Taabe, deze pastoor preekte zowel in Wageningen als Renkum. J.A. Taabe overleed  op 2 januari 1875.  Zijn opvolger pastoor W.H van Leeuwenberg was de eerste eigen pastoor van Renkum aangezien men daarvoor samen met Wageningen een parochie had. En dus moest er in Renkum ook een pastorie komen. Een krantenartikel uit 1876 vermeld dat de Rooms Katholieke kerk eigenaar werd van een perceel waarop herenhuis met annex fabrieksgebouw en tuin. Maar hoewel de oorspronkelijke bestemming was een woning voor de pastoor, bestond er een ander plan. Het herenhuis en fabrieksgebouw in te richten tot kerk en van de kerk een pastorie te maken. Daar waren echter bezwaren tegen en dat had te maken met de naast de kerk gelegen begraafplaats waardoor de verandering van een kerk in een woonhuis belemmerd zou kunnen worden. Het waren echter maar geruchten. Hoogst waarschijnlijk voortkomend  uit het feit dat de Roomse kerk veel te klein was voor de uitdijende parochie. Wat gebeurde er wel. Aan de zuidzijde van de Dorpsstraat  tegenover de R.K kerk en aan de westzijde van Campman werd een pastorie gebouwd in 1875. Later bekend als huize Tondano, dit huis heeft echter niet zo lang als pastorie dienst gedaan.

Wat was er eerder al.

Op een hulpkaart, nummer 6 van de gemeente Renkum uit 1869 sectie D met nummer 546 zie ik vermeld staan de R.K kerk, perceel nummer D545 links van de kerk is het kerkhof en rechts naast de kerk vinden we perceel nummer D547 huis/brouwerij en erf , van dit laatst genoemde perceel wordt rond 1899 de brouwerij gesloopt. Deze brouwerij is in eigendom geweest van Henricus Wilhelmus Bernardus Marie Leijgraaff die bierbrouwer was en woonde te Goes [Zeeland]. Een jaar eerder in 1898 had deze Renkumsche brouwerij publiek te koop gestaan voor afbraak, zo las ik in een oude Wageningsche courant. De verkoop vond plaats in het koffiehuis van Joh. Mentink te Renkum en nadere inlichtingen waren te bekomen bij de Gebr. F. en J. van Scherrenburg te Renkum, bekende personen in die tijd. Volgens een ander krantenartikeltje kwam ik te weten dat ene heer van Zeumeren te Tilburg degene was die de oude brouwerij opkocht had voor genoemde sloop. Dhr. van Zeumeren betaalde voor die te slopen brouwerij F1020,00 gulden.

Het huis met erf wat bij deze brouwerij stond verkocht de heer H.W.B.M. Leijgraaff 5 jaar later in 1905 aan de Rooms Katholieke kerk. Dat de Roomse kerk dit huis gebruikte als pastorie vinden we terug op hulpkaart nummer 137 van het kadaster uit dienstjaar 1907, hierop zien we vermeld staan Pastorie en tuin, perceel D547 is dan gewijzigd in D989. Deze pastorie heeft tot 1923 dienst gedaan en werd daarna verkocht omdat er een nieuwe R.K kerk aan de Dorpsstraat was gebouwd en men daar ook een nieuwe pastorie liet bouwen. Renkumse pastoor in die periode was Wolters, een pastoor die ook daadwerkelijk mee heeft geholpen aan de bouw van het geheel. Pastoor Wolters overleed in 1946.

Wie was het die de oude pastorie kocht?

Dat was Julius Augustus Frederik Marmelstein. Oost Indisch ambtenaar en oud secretaris van de Factorij, een Nederlandse Handels Maatschappij. Dhr. J.A.F Marmelstein was gehuwd met Reine Adeline Meta van Prehn te Cheribon/Semarang in 1908 in Nederlands Indië. Daar was zij ook geboren op 11-12-1880 te Salatiga. J.A.F. Marmelstein werd geboren te Amsterdam op 4 maart 1878 en kwam in 1897 per S.S. Smeroe in Indië aan en werd geplaatst als geëmployeerde der N.H.M. te Singapore. Alwaar hij in der loop der tijd in verschillende plaatsen werkzaam is geweest en tussendoor enkele keren naar Nederland terug was geweest. In 1924 vertrekt de familie Marmelstein definitief naar Europa. En na eerst in Brussel te zijn geweest komen zij daarna op 16-3-1925 in Renkum wonen. De Arnhemse courant vermeld: J.A.F Marmelstein en gezin van Brussel naar Renkum. Op een kadastrale legger vond ik terug dat er in dienstjaar 1925 door de familie Marmelstein een perceel D989 was gekocht aan de Rijksstraatweg te Renkum. Te weten pastorie en tuin, zij hadden dat gekocht van de Parochie van de Rooms Katholieke Kerk. Er vond later een hermeting en verbouwing plaats en het nieuwe perceelnummer werd D1379, ook heeft er nog een ruil plaats gevonden van percelen met de buren. De familie Teunissen die landbouwers waren.

Wanneer we naar de voornamen van mevrouw Marmelstein kijken is het niet moeilijk te veronderstellen dat de naam van de villa Meta naar haar vernoemd is, namelijk Meta was de derde voornaam van mevrouw. De familie woonde er pas enkele jaren in 1932 toen Dhr. Marmelstein op 8-2-1932 overleed. Mevrouw Marmelstein van Prehn vertrekt na het overlijden van haar man weer voor enkele jaren naar Nederlands Indië en gaat vanaf 1939 in Den Haag wonen. Waar zij in 1978 op 97 jarige leeftijd komt te overlijden. Villa Meta kwam in 1932 niet meteen in de verkoop maar eerst nog verhuurd. In 1934 stond het echter wel in de verkoop, en uit de advertentie kunnen we opmaken dat Meta met tuin gelegen was tegenover Hotel Campman aan de Rijksstraatweg en 18.67 Are groot was. Het huis was voorzien van gas-, water- en elektrische leidingen en centrale verwarming en bevat: beneden 3 kamers; serre, keuken, bijkeuken, garage, bergplaatsen kelders. En boven: 4 kamers, badkamer, zolder en vliering. Voor bezichtiging kon men de sleutel halen bij Hotel Campman. De nieuwe eigenaar werd Bernardus Peelen die daar naast gelegen de wasserij had. Ook hij ging het huis verhuren en het heeft vele verschillende bewoners gehad. Eind jaren 30 begin 40 stonden er dikwijls advertenties in de krant waarin B. Peelen de villa gelegen aan de mooie Veluwezoom te huur aanbood en voor F450,00 á F500,00 per jaar kon men in Villa Meta wonen. De villa bleef in eigendom van de familie Peelen en brandde in 1972 af. Daarna is er nieuwbouw voor in de plaats gekomen".

Lies van den Broek, artikel: Van brouwerij tot Villa Meta; HGR 2018.2 Echo's van zes dorpen.

"Tegenover de tuin van hotel Campman stond de kleine R.K. Kerk waarop de naam Deo Sacrum was aangebracht. Aan de linkerzijde was een kerkhofje dat bijna tot de beek reikte. De oude pastoorswoning , rechts naast de kerk, schijnt in de vorige eeuw een brouwerij te zijn geweest. De eigenaar van die brouwerij de Bock heette Offenberg die het bedrijf later overdeed aan de heer Leygraaf. Deze liet het huis Redichem bouwen dat in mijn jeugd door de familie Reymer bewoond werd. Hendrikus Roest vertelt dat in de brouwerij ook een meneer van de Heuvel heeft gewoond en daarna pastoor Leeuwenberg. Verder is volgens hem nog de olieslagerij beoefend in het grote huis de Bock en rekening houdend met de omvang van dit bouwsel en de eigenaardige ruimten met zware eiken balken die ik daar na de oorlog 1940-1945 nog in het achterhuis heb gezien, is dat wel aannemelijk".
Uit Groen was mijn dorp; Wes Beekhuizen; pagina 33
HB: Wes Beekhuizen is abuis, het is niet Leygraaf die huize Redichem laat bouwen.

Wes Beekhuizen gaat in zijn boek er vanuit dat deze olieslagerij was gelegen bij de reeds genoemde brouwerij aan de noordzijde, maar Van Roest plaatst deze olieslagerij aan de zuidzijde.
De Geldersche Stoomwasserij begint in 1898 op het adres Onder de Bomen 4. Later wordt dat van den Berg en daarna Wasserij Peelen.Dat verhaal staat hier.
De voormalige villa Redichem te Renkum, Oud adres Rijksstraatweg, later Utrechtsestraatweg 128Lees hier meer over Redichem.
Verdwenen Huize Tondano, Dorpstraat,  Renkum. Lees hier meer over Tondano.
Enkele foto's van de kelders uit 1887

HGR
eigen opname oktober 2018
HGR
opname Karel Noy okt 2021
HGR
eigen opname oktober 2018
HGR
Eigen opname oktober 2018
HGR
eigen opname oktober 2018
De Bok
eigen opname oktober 2018
De Bok
eigen opname oktober 2018
Gebruikte bronnen:

Bomen over Renkum. C. Burgsteijn

Van een groene zoom aan een vaal kleed; Demoed, E.J.; 1953; Oosterbeek, Adremo, meerdere ongewijzigde drukken

Groen was mijn dorp. Renkum in de jaren 1900-1925; Beekhuizen, Wes; 1973

Van brouwerij tot Villa Meta, Lies van den Broek, Echo's van zes dorpen; HGR 2018.2.
de Wageningsche Courant
Delpher
Gelders Archief
Met dank aan Lies van den Broek voor het vele uitzoekwerk.

9098594 Den Vergulde Bock - Renkum in 1998
nieuw: http://www.deverdwenenbock.nl/
e-mail