Kerken en kloosters in de gemeente Renkum
Let op: deze webpagina is in ontwikkeling.
Hans Braakhuis
laatste update: november 2017
 home
Kerken hebben veel te maken met de vrijheid van het geloof. De vrijheid van het geloof staat al vermeld in de Engelse Magna Carta uit 1215, maar was ook in onze landen in die tijd al een gemeengoed. Het was oa. de Graaf van Hoorn die al aangaf: m'n horigen dienen me 6 dagen per week. De 7de dag mogen ze zelf weten wie te dienen. De vrijheid van geloof in de Nederlanden, maakt dat Portugese Joden in 1497 (Sefardim), vele protestante Belgen in 1584 en Franse Hugenoten rond 1700, de Nederlanden als nieuwe thuisland zien. Dit brengt niet alleen veel geld en kennis naar de Nederlanden, maar ook een variatie aan kerken.
 In 1517 publiceert Luther zijn 95 stellingen. In de Nederlanden heeft de Beeldenstorm eerst in 1566 plaats. Daarna wordt de geloofsvrijheid voor Katholieken ingeperkt. Rond 1580 worden veel Katholieke bezittingen onteigend (alteratie) en aan de protestanten overgedragen. Dat maakt dat enkele Katholieken ondergronds gaan, middels schuilkerken en in Renkum in schuurkerken.
 Tot het jaar 1651 boden de katholiek gebleven bewoners van het kasteel Grunsfoort en kasteel Doorwerth, blijvende gastvrijheid aan een of meer priesters. President-burgemeester van Wageningen, Daniel David Bernhard Mosburger, protesteerde op 1 november 1763 nog tegen het "aanhouden van een pastoor en een Roomsche Kercke binnen de jurisdictie van zijn stad". 'De Roomsche kercke', die hij op het oog had was die van Huijse Cronenburg (Grunsfoort) en die later verplaatst werd naar 'Renkum -in den Bok'.
 De Franse bezetter geeft in 1774 -1795 weer de vrijheid van godsdienst en in de Grondwet van 1798 wordt dit bekrachtigd, evenals een scheiding van Staat en Kerk. In Wageningen bv. was toen nog ongeveer 20% van de bevolking Katholiek. Dat zal in Renkum niet veel anders geweest zijn. Vele kerken werden zo rond 1804 weer teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. In de 17de en 18de eeuw moest je een lid van de Nederduits Gereformeerde Kerk zijn om voor een belangrijke functie in aanmerking te kunnen komen. 
Indeling, er is voor gekozen om met de moeder aller Renkumse kerken te beginnen. Wolfheze dus. Daarna, per dorp, op jaartal dat de kerk open gaat.

Kerk en Beek. In het Renkumse was de bebouwing voor de mensen, op een heuvel of stuwwal en aan een beek (Harten) voor vers drinkwater. De oudste kerken stonden dan ook allemaal aan een beek. De verdwenen kerk van Wolfheze stond aan de Wolfhezerbeek. De verdwenen kerk van Harten stond aan de Molenbeek. De verdwenen kerk van Renkum stond aan de Molenbeek. De  kerk van Heelsum staat nog steeds aan de Heelsumse beek. En de oude kerk in Oosterbeek aan de Benedendorpsweg staat nog steeds aan de Zuiderbeek.
Op m'n website staan meer "kerk" publicaties, een overzicht:

Het kerkpad van Driel, Doorwerth, Wolfheze?

 De Kapelleboom in Doorwerth

 Het kerkje op de heuvel in Heelsum. En de bebouwingen er om heen.
 Een PDF over de Geschiedenis van het kerkje op de heuvel in Heelsum
 Een PDF over de relatie tussen het Kasteel Doorwerth en de kerken in Wolfheze, Heelsum en de kapellen op het Kasteel en in Doorwerth.

Het Mariabeeld en de RK kerk Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming.
Wolfheze.
Ī 1000
De verdwenen kerk in (Laag) Wolfheze, Oude Kloosterweg ongenummerd, Wolfheze


de kerk Wolfheze 1570 uit het boek van Oltmans

In de 11de eeuw stond op de heuvel die tussen de Oude Kloosterweg en de snelweg ligt een kapel van ongeveer 21 bij 8 meter. De tufsteen fundamenten die in de grond zijn gevonden zijn kenmerkend voor de Middeleeuwen. Lange tijd was deze kapel de enige voor de wijde omgeving, en bediende het Hof te Wolfheze, het Hof Seelbeeck, en het Kasteel Doorwerth. Evenals de inwoners uit Wolfheze, Heveadorp, Doorwerth en Heelsum. De kapelheuvel was het centrum van kerspel Wolfheze. Kerspel is een oud woord voor 'parochie' of kerkgemeenschap. Kerspel Wolfheze maakte deel uit van bisdom Utrecht. Op een kaart uit 1553 staat de kapel afgebeeld, met ernaast 1 boerderij en in de wijdere omgeving nog enkele boerderijen.

Wolfheze wordt al genoemd sinds 2000 jaar voor Christus. In de 11de eeuw stond op een heuvel die tussen de Oude Kloosterweg en de snelweg A50 ligt, een kerk van ongeveer 21 bij 8 meter. De tufsteen fundamenten die in de grond zijn gevonden zijn kenmerkend voor de Middeleeuwen. Lange tijd was deze kapel de enige voor de wijde omgeving, zoals voor de inwoners uit Doorwerth en Heelsum. "Reeds in de elfde eeuw bestond een kerspel Wolfhezen, dat zich, tusschen de kerspelen Renkum en Oosterbeek, noordelijk van den Rijn uitstrekte. In het zuidelijkste gedeelte lag de Hof Seelbeeck, die reeds in de tiende eeuw wordt genoemd. Noordelijk daarvan strekten zich de Wolfhezer bosschen uit, die aansloten aan de bosschen in het kerspel Oosterbeek. Aan den noordelijken zoom van het Wolfhezer bosch lag, aan de beek, de Hof Wolfhezen. In de onmiddellijke nabijheid daarvan stond de kerspelkerk. Verder stonden hier een molen, eenige huizen en hofsteden en lag er een wildfurstergoed, tezamen vormende het dorp Wolfhezen, waar nog in de 16de eeuw een nijvere landbouwers- bevolking verblijf hield. Waarschijnlijk in de twaalfde of begin dertiende eeuw is in het zuidelijkste gedeelte van het kerspel, aan den Rijn, het kasteel Doorwerth gesticht en vormde een deel van het kerspel de heerlijkheid van dien naam. In de heerlijkheid lag de buurschap Heelsum. De Doorwerthsche ingezetenen gingen te Wolfhezen ter kerk. Ten behoeve van de ingezetenen van de heerlijkheid liet de heer van Doorwerth — wanneer is niet met zekerheid aan te geven — dicht bij het kasteel bij de buurschap Heelsum een kapel bouwen, waarin de pastoor van Wolfhezen, althans in het midden der vijftiende eeuw, den dienst waarnam. Immers in 1461 bekennen Johan heer van Hemert, ridder, en Sophie van Bylant, vrouw van Hemert, schuldig te zijn aan heer Willem in de Niewelandt „pastoor tot Wolfhesen ende tot Heisom, ofte die in der tut daer pastoor were, van der smaelre tienden der kercken voors. van vlas, was, byen ende van schapen ende al dat daertoe behoren mach, jaerlix enen alden Vrancr. schilt, te betalen alle jaer tot S. Peternellen dach mit gueden payement etc. Ende den tienden van den koren sal die pastoor voors. gebruicken als hy plach ten tyden Reynolts van Homoet, den Gode in genade heeft". Verder verklaren zij: „ende desen pacht sal staen ende dueren also lange als wy tsamenlycke ofte een van ons beyden den Doorweerde besitten etc.". Uit: Albert A. Oltmans; De Kerken te Wolfhezen en te Heelsum in het Kerspel Wolfhezen. 1923, Quint uitgever Arnhem, Gouda.

De kerkheuvel is te vinden door te parkeren op de parkeerplaats tegenover Hotel Wolfheze aan de Wolfhezerweg. Loop naar het noorden richting het huidige Wolfheze, en sla na de parkeerplaats links af. De Oude Kloosterweg op. Ga rechtdoor als de Oude Kloosterweg een bocht naar links maakt, richting "het kousenhuisje". Na 100 meter zie je aan de linkerkant een ijzeren monument van de kerk en de kerkheuvel steekt nog duidelijk af voor de autoweg A50.

Leuk om te bedenken dat de heuvel noodzakelijk was om de kerk te schermen tegen een hoge waterstand van de RIjn. Het dorp is waarschijnlijk verwoest tijdens de 80 jarige oorlog (1568-1648) en nooit herbouwd. Mede oorzaak kan zijn dat de aanleg van sprengen na 1590 voor de papiermolens in Heelsum de grond verdroogd heeft.

De kerk, en het dorp Wolfheze lag op een belangrijke plek. Zeg op de de kruising van de A2 en de A12, destijds heette dat een Heerweg. Hier kruisen een noord-zuid en een oost-west verbindingspad voor personen, paarden en karren. De Hunnenschans en het Stratius Rondeel bij Wolfheze, bewaakten deze belangrijke routes.

Verwoest in 1585 door de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog.
1908
Stichtingskerk Pro Persona Opstandingskerk, Wolfheze 2. Wolfheze.
 Andere naam: Ned Hervormde kapel in Psychiatrisch Ziekenhuis - Opstandingskapel

 Opstandingskerk Wolfheze

Opstandings Kerk, Wolfheze

Naamlijst van predikanten:

ds. Harm Daniel Drenth 1907 - 1928
ds. W. Bech 1929 -1945
ds. Jacob v.d. Kooij 1947 - 1964
ds. H. Alons 1961 - 1983
ds. Hendrik Windig 1964 - 1971
ds. I. Vergeer 1971 -
ds. A.J. Schneider 1973 - 1983
ds. Honig 1981 - 1995
ds. Taco M.C. Bos - heden
ds J. Nusselder - heden

Vanaf Ī 1980 werd "geestelijk verzorger" aangehouden. De geestelijk verzorgers zelf hebben verschillende achtergronden: protestants, rooms-katholiek en islamitisch. Enkele Katholieke namen: pastoor Schasfoort, Piet Middelaar, Vinh Nguyen en Remco Graat. Eveneens verschillende assistentes zoals: Lisa BŲll, Bahaeddin Budak, Mariette van Someren.
link
Gereformeerd. Volgens link in 1887 in gebruik genomen. Nog een link met de foute datum. Het gehele ziekenhuis moest toen nog gebouwd worden. De BAG geeft 1990 aan, zijnde het jaar dat de kerk in gebruik werd genomen, klopt ook niet.

De Vereniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders werd opgericht op 9 oktober 1884. Het doel was het oprichten en instandhouden van de krankzinnigengestichten zoals Veldwijk (28 jan. 1886), Bloemendaal (1892) en Dennenoord (1895). In 1906 werd een stuk bosgebied te Wolfheze van 86 hectare aangekocht door de Vereniging. Het Psychiatrisch Ziekenhuis in Wolfheze kent twee bouwfasen. Eerste fase 1907, de tweede fase in 1908. Na de eerste bouwfase vindt de officiŽle opening van het ziekenhuis plaats op 28 nov. 1907. De Vereniging heeft voor de Stichtingskerk zelf dominees in dienst en valt niet onder de Hervormde Kerk van Oosterbeek. De kerk is in de tweede bouwfase van de bouw van het ziekenhuis gebouwd. De kerk is ontworpen in 1907 door architect Wentink en werd in dat jaar ook aanbesteed aan de aannemer Dhr. Brouwer. De kerk wordt op 4 sept. 1908 in gebruik genomen. Het orgel is gebouwd door firma W. van Leeuwen in 1949.

deze dominee was Gereformeerd
1926
Open Hof Kerk,
Lawijckerhof 6, Wolfheze.
 Oudere naam: Ned Gereformeerde Burchtkerk.

Open Hof Kerk, Wolfheze

Open Hof Kerk, Wolfheze

Gereformeerde Kerk te Wolfheze

Naamlijst van predikanten:

Ds. F.H. van Loon12-4-1931 tot 4-6-1939
F.H. Van Loon: geboren op 21 april 1884, eerder beroepen in Ter Apel (1910), Burmu (1916), Bergum (1915), Smilde (1923), Sloterweg (1927), beroepen in Wolfheze op 12 april 1932, emeritaat april 1939, overleden juni 1939.

Ds. G. Toornvliet 1939 - 1944
Ds. E.J. Oomkes 1945 - 1947
Ds. G.S. Fernhout 1949 - 1966
Ds. G. S. Fernhout, gaat op 1 april 1949 in Wolfheze met emeritaat. Hij vestigt zich in Haaften en zal als geestelijk verzorger voor de Kliniek Neder Veluwe te Wolfheze actief blijven.
Ds. H.J. Diekema 1966 - 1970
Ds. H. van Dijk 1972 - 1980
Ds. W.E.M. Honig 1981 - 1985
Ds. S. de Jong 1986 - 1988
Ds. K.A.E. de Waard 1989 - 1995
Ds. I.Chr. Builtjes-Fabervanaf 13-10-1996 (bron GA)

Protestantse gemeente. De bouw begon in 1925 en de kerk ging open in 1926. Het was toen een Gereformeerde kerk.

Met toestemming van Ulbe Anema, enkele passages uit zijn boekje ‘Het Kerkleven in Wolfheze in de 20e eeuw’ uit 2001:

"1. Gereformeerd kerkleven.

1.3.  De ingebruikneming op 27 mei 1926.

Op 9 december 1925 wordt de nieuwe Gereformeerde Kerk van Oosterbeek in gebruik genomen aan de Van Toulon van der Koogweg, recht tegenover het oude kerkje. Voor de kerk in Wolfheze wordt door de lidmaten een avondmaalservies, een doopvont en een orgel (met bankje en boeken) aangeboden.
En ....... op donderdag 27 mei 1926 (precies 2 jaar nadat was besloten nieuw te gaan bouwen) wordt het fraaie nieuwe kerkgebouw in Wolfheze, met een volle kerk, plechtig in gebruik genomen door Ds. Koers. De prediking is uit Efeze 2: 22: "......, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest." De kerk in Wolfheze is bestemd voor 310 lidmaten. Twee hagelnieuwe kerkgebouwen zijn verrezen, waarmee zowel het ruimtegebrek als de afstandsproblemen tussen Oosterbeek en Wolfheze zijn verdwenen.
Ondanks het feit dat de leden in Wolfheze over een eigen kerk beschikken, bleef deze kerk ressorteren onder Oosterbeek. Ook is nog niet alles naar wens geregeld. Eťn dienst per zondag is mooi, maar via broeder Keyser wordt verzocht dit aantal op twee te brengen. Deze vraag is voor de kerkenraad andermaal aanleiding om kerkinstituering te overwegen.

1.4.  Instituering

Een gemeentevergadering over dit onderwerp (op 1 september 1927) maakt duidelijk dat de gemeenteleden wel twee diensten willen, maar nog steeds geen eigen kerkelijke gemeente willen vormen. De kerkenraad is van mening dat als Wolfheze twee kerkdiensten op zondag krijgt, de band met Oosterbeek helemaal verloren gaat (hierover is al eerder geklaagd) en dat men dan net zo goed op eigen benen kan staan. In deze kwestie adviseert later de classis aan de kerkenraad om alles zelf in de hand te houden en op zelfstandigheid van Wolfheze aan te sturen. Op 19 november volgt nog een gemeente- vergadering met de desbetreffende broeders en zusters (73 zijn er aanwezig). Een voorstel van de heer Slagman wordt met 68 stemmen voor aangenomen: zo spoedig mogelijk komen er 2 diensten en de kerkenraad leidt het daarheen dat in april 1928 kerkinstituering kan plaatsvinden. Men heeft elkaar dus gevonden en op 8 januari 1928 vindt de eerste volle bediening in Wolfheze plaats. De classis wordt ingelicht en gaat akkoord.
Een belangrijk punt van bespreking is, behalve de grensscheiding tussen de betrokken kerkelijke gemeenten, de regeling van de scheiding der schulden. In de kerkenraad staken de stemmen hierover: zeven leden zijn er voor dat de nieuwe kerk begint met een schuldenlast van f 10.000,-, zeven anderen vinden f 9000,- voldoende. Het resultaat is logisch, overeengekomen wordt dat Wolfheze voor f 9500,- schulden overneemt van Oosterbeek. Ook de gemeenteleden stemmen hiermee in. Iedereen is het nu met iedereen eens en de laatste definitieve stappen kunnen worden gezet.
Op 9 maart worden verkiezingen gehouden voor vier ouderlingen en drie diakenen. Veertien dagen later worden de gekozen ambtsdragers bevestigd en vindt de eigenlijke instituering van de Gereformeerde Kerk van Wolfheze plaats. De laatste kerkenraadsvergadering met de broeders uit Wolfheze wordt  28 maart 1928 gehouden. Afgesproken wordt dat de financiŽle scheiding op 1 april zal ingaan. De desbetreffende acte wordt opgemaakt en de beide kerkenraden worden vastgesteld.
De kerkenraad van Wolfheze ziet er dan als volgt uit:
Wolter Buit (vrachtrijder), Gerrit Jan van Enk (timmerman), Cornelis van Silfhout (schilder) en Eiko Smid (verpleger) als de 4 ouderlingen en Harmen Bloemink (klerk), Steven Huiberts (schilder) en Berend Pelster (magazijnmeester) als 3 diakenen.
In de institueringsdienst op 23 maart 1928 wordt de nieuwe kerkenraad bevestigd en daarmee was de Gereformeerde Kerk van Wolfheze zelfstandig geworden."
--------

In Wolfheze woonde een behoorlijk aantal gereformeerde leden (ruim 300), voor wie het bezwaarlijk was voor de ‘weekdiensten’ telkens naar de Gereformeerde kerk aan de Molenweg in Oosterbeek te moeten lopen (in die tijd was het gewoonte dat ook in de week kerkdiensten gehouden werden). Vandaar dat de kerkenraad de ‘Stichting Wolfheze’ ('t ziekenhuis) vroeg, eens per maand voor die weekdiensten gebruik te mogen maken van de stichtingskerk op het ziekenhuisterrein. Dat mocht. Per 15 januari 1919 ging deze regeling in. Voor de zondagse erediensten liepen de Wolfhezer gereformeerden echter nog gewoon naar Oosterbeek. Twee keer per zondag tien kilometer.

Men wilde in Wolfheze echter ook graag zůndagse diensten in de Stichtingskerk: die werden vanaf de zomer van 1923 toegestaan. Maar toen de stichting na verloop van tijd het gebruik van de Stichtingskerk opzegde, werd de bouw van een eigen kerk noodzakelijk. Ds. Koers van de Gereformeerde Kerk te Oosterbeek legde op 8 oktober 1925 de eerste steen, die rechts van de hoofdingang geplaatst werd. Op 27 mei 1926 werd de Gereformeerde kerk in gebruik genomen.

Aanvankelijk werd in de Wolfhezer kerk slechts ťťn zondagse dienst gehouden: in de middag. Er kwamen twee kerkdiensten op zondag in begin 1928. Op 23 maart 1928 werd de Gereformeerde Kerk te Wolfheze zelfstandig ten opzichte van de Gereformeerde Kerk in Oosterbeek. Het ledental steeg in 1929 naar 398; in 1939 naar 599; in 1949 naar 544 en in 1959 naar 618.

De vrijmaking vond in Wolfheze en Oosterbeek pas in 1946 plaats. De oorlogssituatie - de Slag om Arnhem in september 1944 - zal daar waarschijnlijk debet aan zijn geweest. Beide gemeenten bleven qua ledenaantal klein en waren vacant. Het aantal leden bedroeg per gemeente tussen de 50 en 70. Al snel gingen beide kerken samenwerken; onder andere in het beroepen van predikanten. Tien keer werd een predikant beroepen, echter zonder resultaat. Uiteindelijk werd de samenwerking verbroken. Oosterbeek ging vervolgens met Velp een samenwerkingsverband aan en Wolfheze met Ede en Wageningen. De breuk in de vrijgemaakte kerken in 1969 bracht beide gemeenten weer tot elkaar. Leden uit beide kerken, die buiten het verband van de vrijgemaakte kerken kwamen te staan, verenigden zich in 1970 tot de kerk van Oosterbeek/Wolfheze. Men beriep samen met Doesburg/Velp (later Doetinchem/Velp geheten) ds. J.C. Janse, die sinds 1968 predikant was van de kerk van Oosterbeek en Velp. De kerkenraad bestond uit de predikant, drie ouderlingen en ťťn diaken.

Elders gevonden: 2002: Ondertussen heeft de projectontwikkelaar een sloopvergunning aangevraagd, deze sloopvergunning is verleend, meldt Ruud de Ruijter, voorzitter van de Diaconale raad van de Samen-Op-Weg gemeente Wolfheze. Neem aan dat dit niet klopt, want de kerk staat er nog.

De tegenwoordige PKN kerk, de Open Hofkerk zal per 1 januari 2018 worden gesloten. De voormalig hervormde Oude Kerk zal alleen nog worden gebruikt voor bijzondere diensten in het kader van trouw- en rouw en met kerkelijke feestdagen.
 www.pkn-oosterbeek-wolfheze.nl/
 
Meer informatie: Gereformeerde Kerken.info
1946. (gebouwd in 1933 volgens de BAG)
Voormalige Vrijgemaakte Gereformeerde kerk Ons Huis, Wildforsterlaan 1, Wolfheze.



G.J. Kok van Gereformeerde Kerken.info: "In de landelijke jaarboekjes van de vrijgemaakte gereformeerde kerken wordt in de jaren '50 het gebouw aan de Wildforsterlaan genoemd als kerkgebouwtje. In Wolfheze heeft namelijk inderdaad een vrijgemaakt-gereformeerde kerk bestaan, die op 22 maart 1946 geinstitueerd is. Het kerkgebouwtje aan de Wildforsterlaan is dus door de vrijgemaakt-gereformeerde kerkenraad gekocht".

Het kerkje staat wat verscholen achter het pand op de Wolfhezerweg 70 - 72. In 1926 stond hier de kruidenierswarenwinkel kruidenierswaren van G. van de Weerd. In de jaren ’80 wordt dit pand verbouwd tot Cafť De  Balije. In 1993-94, weer een verbouwing en komt er cafetaria De Wildforster. Na jaren van leegstand, een bouwvergunning in 2012, wordt het pand afgebroken in 2016 en in 2017 verschijnt er een appartementencomplex met de adressen Wolfhezerweg 70 A tot en met J.
Met toestemming van Ulbe Anema, enkele passages uit zijn boekje ‘Het Kerkleven in Wolfheze in de 20e eeuw’ uit 2001:

"4.  De Vrijgemaakte Kerk in "Ons Huis"

Aan de Wildforsterlaan tussen het huis van de familie Mulder en cafetaria/cafť De Wildforster/De Balije staat een gebouwtje. Het werd door de heer F.D. Slagman, timmerman op de Stichting, op eigen initiatief gebouwd en op 12 maart 1935 door ds. F.H. van Loon opengesteld. Het kreeg de naam "Ons Huis". Het bleek in een enorme behoefte te voorzien. Er was nu ruimte voor de repetities van het fanfarekorps, de zangvereniging "De Harp", de jongelings- en meisjesvereniging, ontspanning voor de jeugd (biljart en tafeltennis). De Hervormde Kerk hield er soms haar erediensten en zelfs werden er schietoefeningen gehouden door de Bijzondere Vrijwillige Landstorm (BVL).

In 1941 besloot de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk het gebouwtje over te nemen en in februari 1942 werd het gekocht voor f. 2.600,-. Omdat de winkel van de heer C. van Silfhout door het bombardement in 1944 was verwoest, werd het gebouwtje voor f. 5,50 per week aan hem verhuurd om zijn bedrijf weer te kunnen voortzetten. Nadat de heer Van Silfhout de winkel weer in zijn nieuw gebouwd pand kon onderbrengen, beraadde de kerkenraad zich over het verdere gebruik van "Ons Huis".
Op advies van de Commissie van Beheer werd in 1947 besloten het te verkopen aan de weduwe Bierhorst voor haar kapperszaak voor f. 4.000,-. Deze verkocht het later weer aan haar “knecht” Hebly.
Het gebouw werd later weer gekocht door de Nederlands Gereformeerde Kerk Oosterbeek/Wolfheze, de Vrijgemaakte Kerk die ontstond uit de scheuringen die in 1944 en 1969 plaats hadden in de grote Gereformeerde Kerk.
Zondag 29 september 1985 werd daar echter de laatste dienst gehouden met ds. C.P. Plooy als voorganger. Door vergrijzing en verminderde interesse was het handhaven van deze kerk niet meer mogelijk. De gemeenteleden moesten zich invoegen in Arnhem, Ede of Wageningen. De laatste vijf jaar van haar bestaan had dit kerkgenootschap al geen eigen predikant meer, nadat de eigen voorganger, ds. Zwarteveen, in 1980 naar Kampen vertrok. Nu is de familie Mulder sinds 1986 eigenaar van het gebouwtje."
----------------------

 Volgens link afgebroken. Maar het gebouwtje bestaat nog steeds.

Gereformeerde Kerk Wolfheze

1938
 Hervormde Kerk Wolfheze

 In de muziekzaal van het Schild, Wolfhezerweg 101 Wolfheze.



 In de Zwitserse barak uit 1946 in Wolfheze aan de Balijeweg. 
Voor het kleine aantal hervormden in Wolfheze in de jaren twintig valt niet te denken aan het vormen van een gemeente en men kerkt in Oosterbeek. Een belangrijke rol in het toch ontstaan van een hervormde gemeente in Wolfheze vervult het Tehuis voor Alleenstaande Blinden. De godsdienst-onderwijzer R. Streekstra uit Oosterbeek verzorgt hier Bijbellezingen en diensten met Kerst. Als in 1931 het tehuis de muziekzaal krijgt worden hier - aanvankelijk zo nu en dan, en later geregeld om de veertien dagen - Bijbellezingen voor de bewoners gehouden. Wanneer het slecht weer is en de wegen moeilijk begaanbaar zijn, mogen ook dorpsbewoners onder het gehoor komen van de heer Streekstra. Zo groeit dit bescheiden initiatief zelfs uit tot een wekelijkse dienst, die door zo’n vijftig blinden en een tiental dorpelingen wordt bezocht. Omstreeks 1938 wordt de heer P. Davidse, tuinbaas van het tehuis, tot ouderling gekozen. De zondagse samenkomsten zijn dan echte kerkdiensten, maar wel met een heel huiselijk karakter. Naast Streekstra, preekt regelmatig Ds. J. Brouwer uit Oosterbeek en ook veel predikanten van buiten leiden de diensten. Op deze manier is er een grote verscheidenheid aan voorgangers en dat maakt dat de kerkdiensten goed worden bezocht. Directrice Mansvelt geeft in haar dagboek regelmatig haar mening over de kwaliteit van de preken. De organist is jarenlang een van de bewoners van het tehuis, Andries Nijenhuis, die kerkorganist van de Hervormde Kerk in Velp is geweest. Hij komt in 1931 in het tehuis en is een voortreffelijk musicus, die ook veel orgelconcerten geeft in de concertzaal. De heer Streekstra komt met het idee om het honorarium voor door hem elders vervulde preekbeurten af te dragen aan een door hem opgericht ‘Kapelbouwfonds’ voor het stichten van een eigen gebouw. Hiervoor preekt hij vaak in gemeenten in Friesland, het gebied waaruit hij zelf afkomstig is. Als vergoeding bedingt hij dan dat de collecte van zo’n dienst geheel aan hem wordt afgedragen voor het Kapelbouwfonds. Het in WO II (17 september 1944) verwoeste tehuis maakt de hervormden dakloos, maar in het voorjaar van 1946 schenkt de Wereldraad van Kerken een houten barak, afkomstig uit Zwitserland, aan de hervormde gemeenschap. Het gebouwtje komt in onderdelen aan, en wordt aan de Balijeweg geplaatst. Pas veel later (1958) wordt hiernaast een echte kerk gebouwd, en het fonds van Streekstra blijkt dan al te zijn gegroeid tot de som van meer dan f. 20.000,- , een voor die tijd indrukwekkend bedrag. (link)
 Door oorlogshandelingen verwoest 1944. Daarna in houten noodkerk (Zwitserse barak) tot 1958 aan de Balijeweg. Waarna men de Kruiskerk in gebruik nam. 
1958
Verdwenen Kruiskerk, Balijeweg 22, Wolfheze. 
Een Ned. Hervormde kerk. Uit 1958, architect G. Bruins. Opvolger van de Hervormde Kerk in de Zwitserse barak die ook de de Balijeweg stond. Buiten gebruik 2002. Sloop volgde waarna op de vrijgekomen plaats appartementen zijn gekomen die in 2004 in gebruik werden genomen.
ansicht
Oosterbeek. 
Ī 1000
 Oude Kerk, Benedendorpsweg 134, Oosterbeek, bekend vanaf de 10de eeuw. In 1944 werd de kerk verwoest. Daarna herbouwd en aangepast. Laatste aanpassing in 2014. In de directe omgeving zijn vele huizen, winkels, cafť niet terug gebouwd. De kerk stond vroeger in het centrum van Oosterbeek.

Het eenbeukige rechthoekige schip van tufsteen is gebouwd in de Karolingische periode (8e tot 10e eeuw) in preromaanse stijl. Delen van de kerk uit die tijd zijn in het huidige gebouw bewaard gebleven. Het is daarmee een van de oudste nog bestaande kerken in Nederland. Het schip heeft kleine rondbogige vensters. Aan de noordzijde bevindt zich een romaans portaal met archivolten op imposten, boven de deur in het portaal zit een fronton. Het romaanse koor werd in de 15e eeuw vervangen door een gotisch koor. De kerk was van oorsprong een zaalkerk maar werd in 1856 uitgebreid met dwarsbeuken. Kerk en toren zijn in 1949-1950 hersteld en gerestaureerd nadat ze in de Tweede Wereldoorlog ernstig waren beschadigd. Toen heeft ook een belangrijke reconstructie naar de oorspronkelijke bouwvorm plaatsgevonden. (bron)



 
Oude Kerk Oosterbeek



Slag om Arnhem. In de septemberdag van 1944 vocht de groep Lonsdale rondom het kerkje. Elke vierkante meter van de perimeter werd zwaar bevochten. In de nacht van 25 op 26 september trokken de Engelsen en enkele Polen zich bij de kerk, terug over de Rijn, naar Driel. Er is niet om de kerk zelf gevochten. De kerk werd door de soldaten gebruikt voor een thee, een rustplaats.

Pastorie Oude Kerk Oosterbeek 
In de nabijgelegen pastorie woonde de familie Ter Horst. Zij stemden er mee in dat hun huis werd gebruikt om gewonden te verzorgen. Al spoedig lagen alle kamers, gangen en trappen vol. Bij het terugtrekken over de Rijn moesten de gewonden worden achtergelaten. In het huis resteerden honderden gewonden en in de tuin lagen tientallen helaas overleden soldaten.

monument bij de pastorie Oude Kerk Oosterbeek

De huidige Nederlands Hervormde Kerk is een zeer oude kerk. Het staat vast dat al omstreeks het jaar 1000 op deze plaats al een stenen kerk stond. Demoed heeft het zelfs over 950. En waarom zou er daarvoor geen houten kapel gestaan hebben?
Het is zelfs mogelijk, dat al in de eerste helft van de 9e eeuw, Oosterbeek een kerk bezat,
misschien een houten gebouwtje, al tonen de in 1946 gevonden sporen van palen dit niet echt aan.

De kerk is vele malen verbouwd, aangebouwd. Een tufstenen koor verschijnt als eerste, al in de 11de eeuw. De noordingang werd ook verbouwd. In de 13de eeuw zijn twee steunberen aangebouwd om het koor beter te ondersteunen. In de 14de eeuw werd een westtoren aangebouwd. De westelijke gevel verdween en kwam er een toren van 7 bij 7 meter. Gebouwd van baksteen voor de stevigheid en bekleed met 10 cm tufsteen. De toren zal vanaf het begin voorzien zijn geweest van een klok. Bij opgravingen vanaf 1946 werd in de omgeving de kleivorm van een klok gevonden, inclusief de stookplaats met houtskool. De toren had nog geen eigen ingang. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten (1420) werd de kerk gedeeltelijk vernield en waarschijnlijk is daarna het tufstenen koor vervangen door een bakstenen koor. In 1607 en 1608 werd de kerk gerestaureerd en van een nieuwe kap voorzien. In 1611 werd de oude klok vervangen door een nieuwe. Deze bleek te klein en was in Driel niet te horen. In 1643 werd er een grote klok besteld bij Francois (M.E.(Francois) S.?) uit Maurik en werd op nieuwjaarsdag 1644 in de toren gehangen.
De kerk werd tijdens WO II zwaar beschadigd bij de Slag om Arnhem. Deze voor Nederland unieke kerk is tijdens de restauratie teruggebracht naar de situatie zoals die geweest moet zijn na de bouw van het Romaanse koor in de 12e eeuw.

 Na Bernulphus kennen we nog de volgende pastoors: in 1362 Henrick van der Huete; in 1416 Arndt Brodelant; in 1482 en 1497 Willem die Haen; in 1539 Goert Meynten van Gennep; in 1548 Arndt van Heerde; in 1549 Goessen Lubbertss; in 1563 Harmen Henrickss en in 1570 Henrick van Maenen is waarschijnlijk de laatste pastoor geweest is, die vůůr de Hervorming hier dienst gedaan heeft. Bron: Oltmans.

 Van de zijde der bewoners van het naburige kasteel Doorwerth heeft de kerk in ouden tijd herhaaldelijk steun gekregen. "Zoo vinden wij aangeteekend, dat Jutta van Asperen, de weduwe van Robert van Doorwerth, getroffen door den soberen staat van inkomsten van het altaar in de kerk van Oosterbeek, dat gewijd was aan God en de Heilige Maagd, dit in 1416 begiftigd heeft met eenige goederen, ten behoeve van het zieleheil van Robert en zijn voorvaderen en ter eere van God en de Heilige Moeder Gods." Bron: Oltmans.
 De kerk werd tijdens WO II zwaar beschadigd bij de Slag om Arnhem. Daarna is de kerk verkleind en teruggebracht naar de situatie zoals die geweest moet zijn na de bouw van het romaanse koor in de 12e eeuw.
www.pkn-oosterbeek-wolfheze.nl

Andere oude kerken, die nog bestaan:
De Onze-Lieve-Vrouwekerk, Maastricht, rond 1000. Staat op een ouder Romeins heiligdom.
Sint Pancratius, Mesch. Stamt uit de 9de eeuw.
De Basiliek Sint Servaas, Maastricht. Kent nog delen uit 560.



Oude Kerk Oosterbeek

Kerkpad vanaf Driel, Oude Kerk Oosterbeek

Predikers als Bonifacius, Willibrord, Werenfried en Liudger worden door Demoed genoemd. Bernulpus is de eerst bekende pastoor (1027-1054) van de kerk. Er is een legende waarin hij genoemd wordt. Hij hielp keizerin Gisela, de echtgenote van Keizer Koenraad II van Duitsland, te bevallen van gezonde zoon, de latere Hendrik III. De pastoor bracht het nieuws aan de keizer die zelf in Utrecht verbleef en de pastoor werd als dank benoemd tot bisschop. Of dit nu echt klopt? Het is een leuk verhaal. In het boek 'Utrecht kruispunt van de middeleeuwse kerk', A.C. Esmeijer e.a. (red.), Zutphen 1988, schrijft Johanna Maria van Winter, onder de titel:' Bisschop Bernold, afkomst en persoonlijkheid'. Ze verwijst naar een proefschrift uit 1914, waarin de bovenvermelde legende wordt ontkracht. Van Winter neemt aan, dat de benoeming van Bernold tot bisschop van Utrecht door koning Koenraad II is gedaan op voordracht van bisschop Meinwerc uit Paderborn.

Hervormde pastorie Oosterbeek
Ook de Hervormde Pastorie, ten westen van de kerk, aan de Benedendorpsweg 136 te Oosterbeek is een Rijksmonument.
1313 of 1428 -
De verdwenen kapel in het kasteel Rosande in de Rosandepolder, Oosterbeek. 
In het verdwenen Kasteel Rosande in de Rosandepolder, uit 1313 of 1428, kan een kapel geweest zijn. In 1523 gaat Jacob van Appeltern, domdeken van Utrecht, het kasteel weer geheel nieuw opbouwen. Kan me niet indenken dat er dan geen kapel is. 
1329 -1580
 Verdwenen Klooster MariŽndaal, MariŽndaal ongenummerd, Arnhem - Oosterbeek.
 Ook: Oecumenische kapel Christuskoepel, MariŽndaal 8 - 10, Oosterbeek? Waarschijnlijk Arnhem.

Klooster MariŽndaal

Landgoed MariŽndaal.
 In 1392 gaf Wijnand van Arnhem een landgoed aan de Augustijnen om er een klooster (Domus Fontis Beatae Mariae) te stichten. "Deze had van den hertog van Gulick en den bisschop van Utrecht verlof gekregen, zijne bezitting in een klooster te veranderen naar het voorbeeld van het beroemde klooster te Windesheim bij Zwolle, aldaar door de leerlingen van Geert Groote, den stichter van het Fraterhuis te Deventer, volgens de Augustijner orde der Reguliere kanunniken gesticht. Arent van Gruythuijzen bood hem daarbij de behulpzame hand en de geestelijken van der Gronde en Breukerink kwamen uit Windesheim over, om voor de inrichting van het klooster te zorgen. De bouwmeesters waren Hendrik Wildo uit 's-Hertogenbosch en Hendrik Wilsen uit Kampen; de eerste rector was Johannes van Kempen, de broeder van den beroemden Thomas a Kempis. Deze groote geleerde, te Kempen bij Crefeld geboren, heette eigenlijk Thomas Hamerken. Het klooster maakte een geheel uit met het klooster te Windesheim en werd "de oudste dochter van Windesheim" genoemd. De kloosterlingen waren zeer werkzaam, gastvrij en liefdadig; hunne kleeding bestond uit een wit overkleed met zwarte regenkap." ( Uit: Arnhem omstreeks het midden van de 19de eeuw van A. Markus.)
Enkele grafzerken van de begraafplaats zijn bewaard in de Christuskoepel.
300 meter naar het oosten op een heuvel. Rond 1580 - 1587 (na de Hervorming) werd het klooster afgebroken. De stenen werden grotendeels gebruikt om de vestingwerken van Arnhem te herstellen. Het klooster heeft gelegen aan de Kloosterwei.
 Link met meer informatie.
Ruine van het MariŽndaal klooster, ca 1700 van Abraham Rademaker
1884
Walfriede
 
Walfriede, stond tot 1944 op de plaats waar later Missiehuis Vrijland stond: Johannahoeve 4, 6861 WJ Oosterbeek. Tegenwoordig is dit het Sint Jozefhuis en heeft het Missiehuis huisnummer 2 gekregen.

In 1943 werd de boerderij gekocht door de Franciscanessen van Mill Hill die verdreven werden door Duitse logťs uit hun Huize Vrijland te Schaarsbergen (aan de Koningsweg, naast vliegveld Deelen). In 1944 ging het mis, Walfriede brandde af. Na de oorlog gingen de Mill Hiller's terug naar Schaarsbergen en in 1953 werd dit landgoed te Schaarsbergen verkocht. Daardoor kon in 1955 gestart worden met de bouw van Vrijland op de resten van Waldfriede. Vrijland is een rusthuis voor paters die van de missie terug keerden. De broeders genoten op de ‘boerderij’ opleiding voor uitvoerende taken in de missie, waar zij na de opleiding naar werden uitgezonden. Er was een timmerwerkplaats, een smederij en natuurlijk een boerenbedrijf. De Missionarissen van Mil-Hill verhuisden in 2007 naar Oosterbeek. Sinds 2011 maakt Vrijland deel uit van Icare. Inmiddels is op deze plaats een nieuw Trapistinnenklooster (Abdij O.L. Vrouw van Koningsoord) verschenen, dus de grond blijft gewijd!
1885 - heden
R.K. kerk Sint Bernulphus, Utrechtseweg 129, Oosterbeek.

De neogotische kerk is in 1889 ontworpen door architect Tepe en in 1922 uitgebreid door te Riele. De kerk is tijdens de oorlog in 1944 zwaar beschadigd geraakt. Daarna is de toren nooit meer opgebouwd. Het altaar komt uit het atelier van Mengelberg. De kruiswegstaties zijn van Jan Toorop.

Bernulphuskerk Oosterbeek

In 1885 in gebruik genomen. Architect A. Tepe.

 Het Heilig Hartbeeld voor de kerk is een Rijksmonument.
Bernulphuskerk Oosterbeek
 In 1885 in gebruik genomen. Architect A. Tepe.

ansichtkaart
 Jan Toorop's Kruisweg staties. Tussen 1915 en 1919 gemaakt door Jan Toorop in opdracht van Mevr. P.J.M. de Bruijn-Van Lede van "Dreijerheide". Zij schonk deze kunstwerken aan de parochiegemeenschap van de St. Bernulfuskerk.

Bernulphus (of Bernold of Bernoldus) zou volgens de overlevering omstreeks de elfde eeuw pastoor van de Oude Kerk in Oosterbeek zijn geweest. Hij overleed 19 juli 1054. De legende wil dat Bernulphus onder bijzondere omstandigheden in contact kwam met de toemalige machthebber Keizer Koenraad II. Deze had op doorreis zijn echtgenote Keizerin Gisela in Oosterbeek moeten achterlaten, omdat zij een kind verwachtte. Zij werd in de pastorie opgenomen en liefdevol verzorgd. Na van de pastoor het bericht over een voorspoedige geboorte van een zoon te hebben ontvangen, zou Bernulphus door de keizer tot (de 20e) bisschop van Utrecht zijn benoemd (1027). Sint Bernulphus is Schutspatroon van de Rooms Katholieke Kerk.

Hermanus Cornelis Bruggeman (1888 - 1961) was pastoor van de St. Bernulphusparochie van 26 augustus 1938 tot 8 mei 1959. Tijdens de bewogen septemberdagen van '44 zette hij zich in voor de hulp aan gewonden en stervenden. Ondanks het daaraan verbonden risico bood hij Engelse militairen een schuilplaats in de kerktoren. In de na oorlogse jaren vroeg herstel van het kerkgebouw zijn bijzondere aandacht. Er is toen tevens een nieuwe kapel alsmede een tweetal zij-ingangen bijgebouwd.

 www.bernulphus.nl
1892
Verdwenen Gereformeerde kerk, aan de Molenweg, de latere Van Toulon van der Koogweg.

ansicht


Naamlijst van predikanten:

Ds. L. van der Valk, gereformeerd predikant te Oosterbeek, zal in de zomer van 1909 binnenkort emeritus worden en zich dan vestigen te Rijswijk. Overleden 14-1-1910.

In 1888 ontstond in Oosterbeek voortkomend uit de Doleantie - een Nederduitsch Gereformeerde Kerk (vanaf 1892 Gereformeerde Kerk). Gereformeerden uit Wolfheze vielen onder Oosterbeek en gingen daar naar de kerk.

Op 12 augustus 1888 werd in lokaal ‘Bethel’ door ds. K.W. Vethake (1851-1941) als dominee aangesteld. Drie dagen later, op 15 augustus, werd officieel besloten met de synodale (Hervormde) organisatie te breken en de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’ te institueren. Aanvankelijk kerkten de Dolerenden in het gebouw ‘Bethel’, maar in 1889 werd een evangelisatiegebouwtje (‘het zaaltje van Vlaanderen’) aangekocht, samen met de twee daarvůůr staande huizen. Op een gegeven moment werd duidelijk dat het evangelisatiegebouwtje te krap werd. Vandaar dat in 1891 aan de Molenweg een heuse kerk gebouwd werd (de Molenweg werd na 1922 Eerste Molenberg genoemd en heet vanaf 1927 de Van Toulon van der Koogweg). De grond kostte fl. 700 en de bouw van de kerk fl. 4.200. De kerk werd in 1892 door de toen ongeveer 190 gemeenteleden in gebruik genomen. Ook veranderde de naam van de kerk dat jaar: Gereformeerde Kerk.


 De kerk staat op het einde aan de linker zijde.

 
Waren er in 1910 ongeveer 475 leden, het jaar daarop waren  het er al 600 en in 1918 al 850. Met andere woorden: de kerk van 1892 werd te klein! In 1924 kon met de bouw van de nieuwe kerk begonnen worden. Op 29 april 1925 werd de eerste steen door ds. Koers gelegd. En op 9 december 1925 kon de grote nieuwe kerk met toren in gebruik genomen worden! Deze stond ook aan de Van Toulon van der Koogweg, alleen aan de andere kant daarvan, precies tegenover de plaats van de oude kerk!

De oude kerk werd verkocht om de bouw van de nieuwe kerk mogelijk te maken. De Gereformeerde Kerk in 1925 aan de rechterkant van de weg op de hoek met de Jacobaweg.

De oude kerk deed daarna o.a. nog dienst als Notarishuis en verhuisbedrijf van de fam. P. Dobber. In het laatste oorlogsjaar werd deze kerk verwoest door een zeer zware inslag van een Duitse V1.

Meer informatie: Gereformeerde Kerken.info
1907
Remonstrantse kerk
, Wilhelminastraat 10, Oosterbeek
Andere naam: Remonstrantse Broederschap.
De kerk is een Rijksmonument

ansichtkaart
Een oude kaart uit de beginperiode van de kerk, nog zonder voorportaal.
 ansichtkaart gelopen in 1918

Remonstrantse kerk Oosterbeek
De in Oosterbeek woonachtige Remonstranten kerkten tot het najaar van 1878 in Arnhem. Vanaf 27 oktober van dat jaar kregen ze de mogelijkheid om diensten te houden in de Concertzaal in Oosterbeek-Laag. In 1906 werd aan de Oosterbeekse architect J. van Burk de opdracht voor het ontwerp van een kerkgebouw gegeven. Op 26 september 1906 werd de eerste steen gelegd door J.C. van Bemmelen en nauwelijks een jaar later, op mei 1907, kon de kerk waarvan de bouwkosten f 15.000 bedroegen worden ingewijd. In 1909 werd een pijporgel aangeschaft, gemaakt door Maarschalkerweerd & Zoon (Utrecht). In 1957 werden de stoelen vervangen door kerkbanken. En in 1974 werden de banken eer vervangen door schakelbare stoelen.

Slag om Arnhem. 17 september 1944. De dienst is net begonnen. Als voorbode van de luchtlandingen bombarderen rond 11:00 uur, Engelse en Amerikaanse vliegtuigen meerdere doelen: De Duits militaire vliegbasis Deelen bij Schaarsbergen, de Duitse kazernes in Arnhem. Veronderstelde Duitse concentraties in het Wageningse huis Belmonte (tegenwoordig) Arboretum, het tehuis Het Schild en het Ziekenhuis te Wolfheze en meerdere strategische plekken, dat werd allemaal met bommen bestookt. In de Remonstrantse kerk is de dienst net begonnen. Men hoort in de kerk opeens de ontploffende bommen. Bedenk dat "dolle dinsdag" al geweest is. Dominee H.J. De Kievid (dominee van 1942 tot 1948) kijkt organist Henk Heuterman (1889-1961 was meer dan 50 jaar dirigent en organist) aan, een knikje, en het Wilhelmus wordt ingezet. Een ieder zingt mee. De dienst wordt afgebroken, en als er vrijwel geen bommen meer vallen, gaat men naar huis.

Door oorlogsschade moesten alle ramen vervangen worden. De kerk kreeg een voorportaal en de toren werd verhoogd.

www.remonstranten.org/oosterbeek

ansichtkaart
 Hier zien we de Remonstrantse Kerk in de jaren twintig van de vorige eeuw. Het Kerkje wordt ook wel "De witte parel' van het dorp genoemd. Echter aan de inkleuring van deze kaart is dat niet te zien.

Remonstrantse Kerk Oosterbeek 2015

De "witte parel" wordt deze kerk wel eens genoemd.
1908 - 1955
Voormalige Bernulphus Kapel, St. Bernulphusstraat 11, Oosterbeek.
 Ook: RK klooster, St Bernulphusstraat 13.
 RK klooster Zrs. van Liefde (Tilburg), Bernulphuspad 11.
Het Sint Bernulphusklooster, waar de Bernulphuskapel een onderdeel van was, start in 1902 als de “Zusters van Liefde” besluiten om in Oosterbeek te gaan starten met katholiek onderwijs. In 1908 wordt het klooster met de Kapel gebouwd en de zusters zullen tot 1955 actief zijn. Daarna wordt het klooster (en de kapel) voorverschillende activiteiten gebruikt. De Lagere School staat rechts van de Kapel. Vanaf 2006 is de kapel een vergaderlocatie. De Oude Kloostertuin herinnerd nog aan het voormalige gebruik van deze omgeving.
www.bernulphuskapel.nl en www.bernulphuskapel.nl/geschiedenis
1910
 Oudere naam: RK klooster Missionarissen van Mill Hill (MMH; SSJ). RK klooster Zrs. Franciscanessen van Mill Hill (FMSJ)
Met als adres: Johannahoeve 2 + 4
 In 1915 begint de opleiding van Mill Hill-broeders om het vele materiŽle werk over te nemen uit de handen van de missionarissen. Tijdens WO I wordt een broederschool opgericht in Oosterbeek bij Arnhem. Tijdens WO I komen al de eerste broeders aan, o.m. Jacobus Driessen. 
1910
Abdij Koningsoord, Johannahoeveweg 73 - 79, Arnhem.
 Andere naam: RK klooster Zrs Trappistinnen, Johannahoeveweg 79
 In 1910 was dit gebied nog gemeente Renkum. 
Op steenworp van Station Oosterbeek. Gebouwd op het terrein van de paters van Mill Hill. Het oudere Klooster kwam gereed in 1910. Nieuwbouw uit 2007-2009, verhuizing van Tilburg naar Arnhem in 2009. In 1944 was er een missiehuis gevestigd van de Fathers van Mill Hill een Engelse congregatie waarin ook Nederlanders werden opgenomen. Tevens was er een zusterhuis gevestigd. In 1942 brandde, door onvoorzichtigheid met vuur, het oorspronkelijke gebouw af. Tijdens de Slag om Arnhem liepen de rest van de gebouwen schade op, enkel het Koetshuis, de oranjerie en de Boswachterij zijn hersteld en heden nog in gebruik.
 Het Missiehuis "Vrijland" in Oosterbeek.  
1923 - heden
Christelijk Gereformeerde kerk Rehoboth, Jagerspad 6 E, Oosterbeek.
 Rehoboth Oosterbeek
De kerk opende in 1932. Bij de instituering in 1932 telde de gemeente zeventig leden en doopleden. Zij woonden in de relatief kleine woonkernen Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze. In 1953 bedroeg het ledenaantal 149, het hoogste ledenaantal dat Oosterbeek heeft gekend. Daarna liep het terug. Op 1 januari 2003 werd de zelfstandige gemeente van Oosterbeek een wijkgemeente van de kerk van Bennekom. Op dit moment telt de wijkgemeente 33 leden en doopleden. Doch: „Het is opmerkelijk dat de laatste paar jaar het aantal bezoekers meestal ruimschoots het dubbele van het aantal leden is.” http://www.cgkoosterbeek.nl
1925

Voor de Gereformeerden werd de oude kerk aan de Molenweg te klein, In 1924 werd met de bouw van de nieuwe kerk begonnen. Op 29 april 1925 werd de eerste steen door ds. Koers gelegd. En op 9 december 1925 kon de grote nieuwe kerk met toren in gebruik genomen worden! De nieuwe kerk stond aan de Molenweg (later de Van Toulon van der Koogweg), alleen aan de andere kant daarvan, precies tegenover de plaats van de oude kerk!

 Deze Gereformeerde Kerk stond tot in het jaar 1944 op de hoek Jacobaweg en de Van Toulon v.d. Koogweg. De Kerk stond precies op de plek waar later de garage van o.a. Volvo en Autobedrijf Westerhof gebouwd werd. Dus aan de overkant schuin tegenover de huidige Vredebergkerk. De Gereformeerde Kerk werd volkomen verwoest toen op 22 of 23 februari 1945 een Duitse V1 tegen de toren van de kerk vloog. De kerk kon alleen nog maar gesloopt worden.

ansichtkaart

Al snel werd duidelijk dat een nieuwe kerk niet meer op dezelfde plaats aan de Van Toulon van der Koogweg kon worden gebouwd. Een terrein aan de andere kant van diezelfde weg, maar wel recht tegenover de verwoeste kerk werd daarvoor aangewezen: dezelfde plaats waar ooit de eerste kerk in 1891 gebouwd werd!

Naamlijst van predikanten:

26-3-1927: Ds. Siegers
5-3-35: J.H. Koers, Gereformeerd predikant
16-4-1937: Ds. S. Wouters, Gereformeerd predikant alhier, is door de Gereformeerde kerk van Oosterbeek met ds. P. K. Keizer van Vrijhoeve-Capelle op een tweetal geplaatst.
15-2-1957: ds. A. V. Egmond.
voormalige Gereformeerde kerk Oosterbeek

Nicolaas Jacob Arnold van Exel  (1906 - 1944). Op 21.9.1944 voor zijn pastorie in Renkum aan de Dorpsstraat, dodelijk getroffen door granaatscherven, samen met Gerrit Maas, een vriend uit Arnhem, met wie hij tijdens een gevechtspauze de buurt introk om te helpen; tijdelijk begraven in de tuin van de pastorie; later overgebracht naar de Algemene Begraafplaats-Zuid te Oosterbeek (vak C, grafnr. 1041)

Meer informatie: Gereformeerde Kerken.info
1953 - 2008
Voormalige Goede Herder kerk, Utrechtseweg 220, Oosterbeek.

ansichtkaart 


Gebouwd vanaf 1951, in gebruikgenomen in 1953. Gebouwd als een tweede Hervormde Kerk (als uitbreiding van de "Oude Kerk" aan de Benedendorpsweg) op het grondgebied van de villa “Westerpark” en het achtergelegen Corneliapark. Naar een ontwerp van prof. ir. F.A. Eschauzier. Op zondag 22 juni 2008 is er de laatste dienst gehouden. De kerk werd gesloten en in 2008 verkocht aan de begrafenisonderneming Mijnhart. Mijnhart begint er een uitvaartcentrum. Link Heemkunde.
1957 - 2000
Verdwenen Kapel van Bejaardentehuis NOV, Sonnenberglaan 26, Oosterbeek. 
Er was een kapel in het afgebroken bejaardenhuis op de Sonnenberg, de Stichting Rusthuis NOV. Zie de Sonnenberg. Afgebroken in 2000. 
1951 of 1953
Vredebergkerk
, oorspronkelijk Gereformeerd, na 2008 Protestant. Van Toulon van der Koogweg 3, Oosterbeek
ansicht
In 1945 verwoest een Duitse V1 raket de Gereformeerde Kerk aan de Van Toulon van der Koogweg. Een terrein aan de andere kant van diezelfde weg, maar wel recht tegenover de verwoeste kerk was beschikbaar en bijzonder dezelfde lokatie waar ooit de eerste kerk in 1891 gebouwd werd! Hoe dan ook, de nieuwe kerk stond er niet in een vloek en een zucht, dus werd een tijdelijke kerkplaats gezocht. Die werd gevonden in het kerkgebouw van de Remonstrantse Gemeente aan de Wilhelminastraat. Daar konden enige tijd middagdiensten gehouden worden. Later kon gebruik gemaakt worden van het hervormde verenigingsgebouw ‘Thabor’ aan de Molenweg.
Op 25 mei 1947 kon de bouwcommissie drie plannen aan de kerkenraad voorleggen. Maar omdat het met het Rijks Wederopbouwplan Oosterbeek niet zo vlot ging kon men vooralsnog niet met de bouw beginnen. Dat kwam misschien wel goed uit, want de kerk in Doorwerth moest, ook vanwege oorlogsschade, geheel worden gerestaureerd.
Uiteindelijk konden de bouwwerkzaamheden begin mei 1950 beginnen. De eerste steen werd op 30 juni gelegd door de echtgenote van wijlen ds. N.J.A. van Exel  (1906-1944), die op 13 februari in 1944 aan de kerk van Oosterbeek verbonden werd maar op 21 september van hetzelfde jaar bij de Slag om Arnhem om het leven kwam. De kerkbouw vorderde voorspoedig, kostte in totaal bijna fl. 400.000 en op 16 juli 1951 kon de kerk in gebruik genomen worden. De naam werd ‘Vredebergkerk’. De naam is vermoedelijk afgeleid van het aangrenzend straatje Vredeberg.
In de jaren ’80 werd de kerk ingrijpend gerenoveerd.

Gebouwd vanaf 1950, Architect W. Verschoor, gereed gekomen in 1953. Tot 2009 in gebruik als een Gereformeerde kerk. In 2008 verbouwd voor de Protestantse gemeente met twee extra zalen en een kerkelijk bureau.
www.pkn-oosterbeek-wolfheze.nl

Meer informatie: Gereformeerde Kerken.info
1953
 Hervormde Evangelisatie op Gereformeerde grondslag Eben Haezer, Lukassenpad 1, Oosterbeek.
 Heeft u een foto van dit pand? Graag. 
De hervormde evangelisatie op gereformeerde grondslag Eben-HaŽzer in Oosterbeek begon in eind 1948. Uit onvrede met de prediking binnen hervormd Oosterbeek kwam in 1948 een groepje mensen op zichzelf te staan. De groep groeide aan tot zo''n vijftig personen. De hervormde evangelisatie Eben-HaŽzer kwam eerst bijeen in de christelijke gereformeerde kerk en in gebouw Tivoli. Sinds 1953 huurt ze een locatie aan het Lukassenpad, een onderdeel van Zwembad Oosterbeek. Deze zaal was voorheen in gebruik als bioscoop en toneelruimte. Waar de kansel staat, was vroeger het toneelpodium.
 Predikanten uit de omstreken van Oosterbeek hielpen de hervormde evangelisatie in het zadel. Velen verleenden op verschillende terreinen hulp. We kennen zoal de namen van ds. D. van der Ent Braat (Opheusden), ds. J. Koele (Nijkerk), ds. Jac. van Dijk (Garderen), ds. H. Brasser (Barneveld), de eerwaarde heer A. Schuring (Beekbergen). Tot aan 1990 bleef het bezoekersaantal van Eben-HaŽzer stabiel. De zorgen kwamen in de jaren negentig. De kerkgang liep terug, waardoor er ook financiŽle moeiten ontstonden. De kerkfusie deed Eben-HaŽzer uiteindelijk de das om. Diverse leden gingen over naar de Hersteld Hervormde Kerk. Anderen sloten zich, vanwege alle narigheid rond de vorming van de PKN, aan bij de christelijke gereformeerde kerk. Uiteindelijk bleven er nog vijftien leden over. Op 5 december 2004 was de laatste dienst. De inventaris van de kerk is belangeloos geschonken aan de kerk die gebouwd wordt in de nieuwe Edese wijk Kernhem.
 Tegenwoordig is er op het adres Lukassenpad 1 het Zwem- en Instructiebad Oosterbeek. Geen idee of er veel verbouwd is. 
1966
RK klooster Zrs. Kleine Zusters van de H. Jozef (SMSJ), Nico Bovenweg 44, Oosterbeek.
Leidse Courant 
De St. Paula-Stichting is in 1931 opgericht en verhuisde in 1966 van Utrecht naar Oosterbeek. Het pand is meerdere keren verbouwd en heeft meerdere fucties gehad: Paula Stichting voor moeder en kind (1966-1984), een tehuis voor ongehuwde moeders, een "blijf van m'n lijf" huis, Hera, Moviera.
 Volgens link niet meer als klooster in gebruik.
2007
 Abdij Koningsoord, Johannahoeveweg 79 Arnhem, op steenworp van Station Oosterbeek. Gebouwd op het terrein van de paters van Mill Hill. Nieuwbouw uit 2007-2009, verhuizing van Tilburg naar Arnhem in 2009. 
 
2007
Landgoed Johannahoeve II
, Johannahoeveweg te Arnhem. (Het gebied heeft heel lang bij Renkum gehoord).
 In 2007 is begonnen met de bouw van een nieuw klooster op het landgoed Johannahoeve tussen Arnhem en Oosterbeek, op het terrein van de Missionarissen van Mill Hill. Dit ten behoeve van de uit Tilburg komende Trapistinnen. In 2009 zijn de zusters verhuisd naar het nieuwe Koningsoord. De abdij ligt aan de Johannahoeveweg te Arnhem. 
 
   
RK klooster Broederhuis St Joseph - St Jozefhuis, Sportlaan, Oosterbeek.  Volgens link in gebruik.
RK klooster Missiezusters van Onze Lieve Vrouw der Apostelen (OLA), Oosterbeek.  Volgens link niet meer in gebruik.
RK klooster Societeit voor Afrikaanse Missien, Pietersbergseweg 38, Oosterbeek.  Volgens link niet meer in gebruik.
RK klooster Zrs. van Julie Postel, Johanna Hoeveweg 73, Oosterbeek.  Volgens link niet meer in gebruik.
 RK klooster Zrs. van Julie Postel, MariŽnberg 24, Oosterbeek.  Volgens link niet meer in gebruik.
UITZOEKEN: Op 12 augustus 1888 werden in lokaal ‘Bethel’ door ds. K.W. Vethake (1851-1941) van Arnhem, de inmiddels verkozen ambtsdragers in het ambt bevestigd. In ‘Bethel’ en ‘het Zaaltje van Vlaanderen’ (1888-1892).
Aanvankelijk kerkten de Dolerenden in het gebouw ‘Bethel’, maar in 1889 werd een evangelisatiegebouwtje (‘het zaaltje van Vlaanderen’) aangekocht, samen met de twee daarvůůr staande huizen. Daarbij kreeg de ‘hulpbehoevende kerk’ van Oosterbeek ondersteuning van de classis.
 http://gereformeerdekerken.info/2016/04/14/voormalig-geref-open-hofkerk-te-wolfheze-sluit-per-1-januari-2018/
 SociŽteit voor Afrikaanse MissiŽn verzamelde gelden met teksten als "Afrikaanse missiŽn" en "Paters van Cadier en Keer". Organisatie Administratie Huize De Tafelberg, Oosterbeek. 
 
Renkum. 
850
Verdwenen kapel te Harten. Waar? Er is nog een Hartenseweg in Renkum. De kern van Harten lag rond de (destijds nog niet bestaande) Bennekomseweg. De zuidkant eindigde bij de huidige Schappsdrift en de noordzijde eindigde boven Quadenoord.

 bron: link 
Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. Lees z'n boeken.

De naam "kapel" werd nog veel gebruikt: op 14 December 1843 is er een verkoping: bij den Kappellenberg, langs het Accasia-Bosch van de Wageningse Allee tot bij het Schimmelpeningspad.

In de kapel was een altaar ter ere van Sint Willibrord. Soms komt men dan ook de naam Willibrordkapel te Harten tegen.

Meer literatuur over Harten:

- Demoed, E.J., Van een groene zoom aan een vaal kleed. Zijnde de geschiedenis van de westelijke Veluwezoom (gemeente Renkum). Oosterbeek (Adremo), 1953. Vanaf blz 190, “De Buurschap Harten”": Op blz. 194 een tekening ca 1580 en ca 1650)
- Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997. Vanaf blz. 163, "Harten".
1183
Op de locatie van het latere klooster is waarschijnlijk eerst een kapel geweest.

Uit Wikipedia: "In 1183 wordt voor het eerste melding gedaan van een kapel in Renkum. De kapel stond op eigendommen van de Hertog van Gelre. Op verzoek van de hertog van Gelre hebben de zuster Augustinessen uit Zwolle in 1405 de kapel omgebouwd tot een klooster van de Augustijner regularissen".

" wi aengedacht hebben die groete innicheit ende begeerten onser voervaderen hertoghen van Gelre ende Greven van Zutphen zeliger gedacht, die sij gehadt hebn tot onser liever vrouwen Cappellen van Redinchem, geleghen in onsen lande van Veluwe, daer in wij oen geerne na volghen solden, ende sonderlinghe omme die begeerte die wij hebben totten heligen gloriosen heilichdom, dat in der selver Cappellen is, ende oick omme miracule ende teykene wille, die daer geschiet sijn [...] Soe hebben wi [...] die selve onser liever vrouwen Cappelle tot Redinchem mit tween vicaryen, die wi daer in te geven hebben gehadt, doen verwandelen ende oversetten tot enen Regulier Cloisters van Sunte Augustijns Regulen"

In een oorkonde van 27 februari 1183 wordt al gesproken over een kapel te Renkum. Vanaf 1350 is er al sprake van een Maria verering. In 1949 is Pastoor G.J. Jansen de Proost van een Onze Lieve Vrouwen Gilde, zeg een schuttersgilde dat is opgericht in 1380. Het gilde is stilgelegd op last van de nieuwe regering in 1798. Herleefd in 1799. Stilgelegd weer in 1910. Herleeft in 1935. Een van de bestaansrechten van het gilde was: Het beschermen van de Maria kapel en het Maria beeld.


Ī 900 of 1000 tot 1864
Verdwenen Rooms Katholieke Kerk, na 1580 Hervormde kerk te Renkum
Clemens
 Op deze aquarel uit 1825 van D.A. Clemens staat de kerk links en rechts is de Herberg-brouwerij “De Bock” te zien. Na 1580 werd eerst op Grunsfoort en dan daar in de schuur gekerkt.

 Aan de rechterkant van de weg "Onder de Bomen" stond deze oude rooms-katholieke kerk, op een wat hoger gelegen terrein. Om de kerk stond een muur om het kerkhof te beschermen tegen de toen loslopende varkens. De kerk was gebouwd met langwerpige brokken tufsteen en het zadeldak en de toren waren met leistenen pannen gedekt. De kerk werd aan de zuid- en westzijde omgeven door een kerkhof. Het geheel was ommuurd en de ingang was aan de doorgaande weg Arnhem - Wageningen. Hoe de ingang van de kerk er uit zag, weten we niet want er zijn geen tekeningen, schilderijen of foto's bekend van de torenzijde. Alle afbeeldingen zijn genomen vanaf de huidige Dorpsstraat, zo in de knik met Onder de Bomen. Op de vele afbeeldingen is te zien dat de toren een Romaanse inslag heeft en het aan de zuidzijde aangebouwde koor heeft Gotische trekken. Ook de steunberen aan het koor wijzen hier op. Het oudste gedeelte van de kerk zou dan gebouwd zijn rond de 10 of 11de eeuw. Het is de heer G. Goossen uit Wageningen die dit in een reisbeschrijving vermeldt. (G. Goossen Jzn, "Geschiedenis van Wageningen", 1966)
Bij E.J. Demoed lees ik: "Voor zover is na te gaan, wordt in 1031 voor het eerst van de kerk als "ecclesia" gesproken. Heet het in 1146 nog een kapel in Renkum, reeds in 1183 wordt er van een "parochie" gesproken, zodat we aan kunnen nemen, dat toen ons kerkgebouw tot kerspelkerk verheven werd, of reeds was. Waarschijnlijk werd in de 11e eeuw dit gebouw opgetrokken, want het tufstenen metselwerk van schip en koor wijzen daarop". (uit Winst of Verlies 1986)
De toren zou kort na 1200 gebouwd kunnen zijn. Het koor is waarschijnlijk rond 1380 toegevoegd. Op een tekening van Rademaker (onduidelijk of deze uit 1630 is) is geen uurwerk of torenhaan zichtbaar. Later worden de gotische ramen in het koor vervangen door Romaanse ramen. In de 14de eeuw krijgt de kerk concurrentie van de kapel met het Mariabeeld en het hieruit groeiende klooster.
Na de hervorming in 1580 komt de kerk op 15 augustus 1580 in protestantse handen. De eerste hervormde predikant was Hubert Heinsbergen die in 1598 zijn intrede deed.
Bij E.J. Demoed lees ik: "Wel heeft het in de tijd van de kerkhervorming nog 18 jaar ongebruikt gestaan, maar in 1598 preekte er toch hier voor 't eerst 'n dominee".  (uit Winst of Verlies 1986)
De Katholieken gaan voor hun kerkdiensten naar Kasteel Grunsfoort.
 Gesloopt in maart 1864, als aan de Kerkstraat een nieuwe Hervormde kerk verschijnt. 
Rademaker 1630 gravure van de Renkumse Kerk

In november 1593 was ds. Cornelium Pollert de eerste hervormde predikant van Renkum en Oosterbeek. Zijn opvolger, ds. Hubertus Arnoldi Heinsberg, deed ook beide zelfde plaatsen. Na hem volgde voor slechts korte tijd in 1607 de kandidaat B. Schransius. Vervolgens kandidaat G. Heshusius, die Oosterbeek niet meer bediende, maar Renkum-Heelsum als pastoraal arbeidsveld had. Naast kandidaat Samuel Heshusius en na hem J. van Arrel die in 1718 overleed, waren er kandidaat A. Hansen en ds. W. Heshusius uit Oene. Na diens overlijden hebben de gemeente van Renkum nog gediend kandidaat J. van MariŽnhof, kandidaat H. Pauw, D. Boot en H.J. Wunder.
 De Reformatie van 1580 maakt dat de kerk over gaat naar de protestanten. De katholieke dienst wordt dan in kasteel Grunsfoort gehouden.
 Tijdens het hervormde beheer werden aan de kerk en de toren verschillende veranderingen aangebracht. In 1756 werd bet gebouw ook nog uitgebreid. Tussen het schip en bet koor stonden de banken van de heer Van Kortenburg en van ambtsjonker Van Golstein. Ds. J.A. Smits kwam op 8 oktober 1817 en was de eerste predikant die de kerkelijke gemeente in Renkum in de 'nieuwe orde' diende. De kerktoren kwam in 1794 aan de burgerlijke gemeente; de rest werd overgedragen aan de Domeinen. In 1823 werd de kerkelijke voogdij ingesteld en kreeg die de eigendom en bet beheer.

1864 stond er een advertentie in de Wageningse Courant, waarin balken, planken, ramen etc. van de kerk en de toren te koop werden aangeboden. De oude kerk van Renkum was afgebroken.


1401
In Renkum is er sinds 1401 sprake van een Maria verering.
Een uitgebreider verhaal in Maria van Renkum
1405
Verdwenen Maria Klooster, of te wel Onze Lieve Vrouweklooster, Bokkedijk ongenummerd te Renkum.

Aan de Dorpstraat in Renkum, tegenover de Nieuweweg is in de berm van de parkeerplaats een klein restant van de kloostermuur te zien.

Uit Wikipedia: "Op verzoek van de hertog van Gelre hebben de zuster Augustinessen uit Zwolle in 1405 de kapel omgebouwd tot een klooster van de Augustijner regularissen.Het klooster kreeg de naam Sancta Maria. Tijdens de Reformatie omstreeks 1574 werd het klooster vernield. Na de Vrede van Munster mochten de Katholieken hun geloof weer belijden en gingen de Renkummers tot 1726 in kasteel Grunsfoort naar de kerk".

Literatuur: Vijftig jaar Renkumse kloostergeschiedenis in Wageningen, circa 1596-1635. door Jacques Tersteeg; Vereniging Gelre; Jaarboek 1990, pagina 51 en verder.

Het Augustijner nonnenklooster S. Maria te Renkum werd gesticht in 1405 (stichtingsbrief bij Nijhoff III, 274-276), en niet gelijk Chron. Tielense p. 454 en Van Heussen p. 135 willen in 1415. In den stichtingsbrief werd Johan die Waell, prior van het Regulieren klooster Bethlehem te Zwolle, tot rector benoemd. In 1408 werd het een besloten klooster.

De plaats van het klooster is op een drietal kaarten terug te vinden. Duidelijke afbeeldingen van het kloostergebouw zijn niet bekend.
"Ten gevolge van de onrust na de komst van de reformatie bleken de zusters reeds in 1574 het gebouw te hebben verlaten en hielden zij zich op in het naburige Arnhem. Op 18 juni 1596 droeg Ada van Cortenbach, voor de schepenen van Wageningen, ten behoeve van de conventualinnen van Redinchem 'een huijs binnen de Stadt Wageningen [...] van der hoeger straete bis tot die nijwerstrate streckende' over, dat, zoals de akte vermeldt, reeds enige tijd door de nonnen bewoond werd. Het bevond zich tussen de Eerste en Tweede Kloostersteeg aan de huidige Herenstraat. Het ligt voor de hand dat de Renkumse nonnen bij hun gedwongen verhuizing naar Wageningen het 14e-eeuwse Mariabeeld van O.L. Vrouw Cappelle zullen hebben meegenomen en het een plaats hebben gegeven in een door hen ingerichte gemeenschappelijke gebedsruimte of huiskapel. In 1635 bleken de laatste twee bejaarde conventualinnen Wageningen te hebben verlaten en werd het beheer van het kloostergoed geheel aan het Veluwekwartier overgedragen. Anna Cruijss, voormalig procuratrix, stierf op 13 januari 1635 in het Brandesklooster te Utrecht. De zieke Catharina Vogelsanck stierf voor 1 december 1638 in het St. Agnesklooster te Arnhem. Het beeld van O.L. Vrouw Cappelle werd mogelijkerwijs door een van beiden uit Wageningen meegenomen". link
Reinald IV de hertog van Gelre, sticht in 1405 een Augustijner Regularissenklooster te Renkum en schenkt goederen en renten aan dit klooster.

 Omstreeks 1580 drong de 'Nije leer' ook in Renkum door. Het Maria Klooster verloor op den duur zijn invloed en betekenis. De kapel werd van haar kostbaarheden ontdaan.
 Omstreeks 1584 zagen de zusters Augustinessen zich gedwongen naar Wageningen uit te wijken. De nonnen (Augustinessen van de Moderne Devotie) namen het Mariabeeld mee dat dan aan een langdurige zwerftocht begon. Er waren toen nog twaalf kloosterlingen over. In 1596 schenkt Ada van Cortenbarch aan het O.L. Vrouweklooster te Renkum een huis in Wageningen. In Wageningen is dit nog herkenbaar aan de Kloostersteeg. Daardoor kon de congregatie verder gaan, zonder last te hebben van de Reformatie. In het voorjaar van 1598 woonden zij zeer sober, in een huis aan de tegenwoordige Herenstraat aldaar. In 1635 stierf de oudste kloosterlinge op hoge leeftijd.
 Medio 1600 waren alle gronden rondom buurtschap de Harten in eigendom van het klooster. In 1639 werden de gronden verkocht aan de Staten van het kwartier Veluwe en werd Hendrik van Essen tot holtrichter aangesteld. 
verdwenen kerk vanaf 1580, Kasteel Grunsfoort



Uit Wikipedia: "Na de Vrede van Munster mochten de Katholieken hun geloof weer belijden en gingen de Renkummers tot 1726 in kasteel Grunsfoort naar de kerk".
In 1651 gaat Theodorus van der Horst zich als huiskapelaan op Grunsfoort vestigen. Vanuit het kasteel werkte hij in Renkum en Wageningen. Zijn opvolger was Franciscus Beltjes uit Arnhem. Hij werkte ook in Oosterbeek. In 1656 waren er in Renkum en Wageningen 100
katholieken. In 1666 werd de Utrechtenaar Gerard de Bruijn benoemd tot pastoor van Wageningen, met het kasteel Grunsfoort als woonplaats. Hij doopte in de gemeente Doorwerth, Renkum en de Overbetuwe.
 Na de reformatie kerkten de katholieke Renkummers tot 1726 in kasteel Grunsfoort. Op 28 december 1726 stierf de laatste katholieke eigenaar van Grunsfoort, Antonie van
Lijnden. De volgende eigenaar was de niet-katholieke Golstein.
 Sinds 1680 was op het kasteel Grunsfoort pastoor Phillipus Tuchscheer werkzaam. Tuchscheer werkte niet alleen in Renkum - Wageningen, maar ook in de Betuwe. Hij liet zich in zijn taak ondersteunen door een familielid: Chr. van Wijck en later (van 1721 tot 1725 door Ev. Lippitz. Lippitz werd in 1729 pastoor van Heteren - Indoornik. Tuchscheer moest vertrekken in 1721 en vond waarschijnlijk onderdak bij een van zijn parochianen en zal waarschijnlijk nog wel dienst hebben gedaan. Voor de sluiting van de kerk op Grunsvoort had de parochie Renkum - Grunsfoort - Wageningen 250 zielen.

Kasteel Grunsfoort. (Grensvoort) Grunsfoort wordt voor het eerst genoemd rond 1372. Het kasteel groeit, eigendom van enkele hertogen van Gelre, gebouwd door de hertog van Gelderland om zich te verdedigen tegen de Utrechtenaren. De Gelderse hertogen verbleven er meerdere keren per jaar. De laatste bewoner, in 1773, de burgemeester van Wageningen, was de Heer Philip Hendrik, Baron van Golstein. Het kasteel was een Landsheerlijk bezit, en daardoor belangrijker dan Kasteel Doorwerth.
 Het kasteel Grunsfoort is sinds 1780 verdwenen Afgebroken in een periode dat bewoning van burchten op een drassige grond aan de Rijn minder in trek was. Het klooster van Onze Lieve Vrouwe van Renkum, het Wildforstershuis te Wolfheze, kasteel Rosande, het klooster MariŽndaal waren reeds voorgegaan. Alleen Kasteel Doorwerth hield stand. De sporen van de verdwenen bouwwerken waren bij opgravingen in 1936-38 nog zichtbaar. Op de ene plaats duidelijker dan op de andere. In het beekdal waren de fundamenten van het kasteel te herkennen aan de hogeren delen in het gras. In het kader van de werkverschaffing is onder leiding van de heer A.E. van Giffen, directeur van het Archaeologisch-Biologisch Instituut te Groningen, gegraven. Ook de heer Holwerda wordt genoemd. Zware muren van rode baksteen geven de omtrekken aan van torens en bastions, een bolvormig gemetseld gewelf is wellicht het overblijfsel van een waterput binnen de burcht, rode estrikken-vloeren tekenen hal of keukens, andere zware muurstukken zijn misschien de fundamenten van schoorstenen. Met een hoogte kaart op het internet zijn ook nu nog de lagere delen van de oorspronkelijke gracht zichtbaar. Tegenwoordig is het oude Grunsfoort nog zichtbaar door palen op de plek van de fundering. De naam Grunsfoort is later (1881) ook gebruikt voor de voorloper van het aangrenzende Oranje Nassau Oord. Aan de Beukenlaan staat een informatiepaneel over het kasteel. 
16xx - 1944
Oude Kosterij Renkum
Op de westhoek van de kruising Dorpsstraat-Onder de Bomen werd in het begin van de 17e eeuw een kosterij gebouwd. Bedoeld voor de dominee. Later woonde er de koster van de kerk en in dit gebouw gaf hij ook onderwijs aan kinderen. De kosterij werd tijdens de evacuatie van Renkum vanaf oktober 1944 tot mei 1945, getroffen door een neerstortende Duitse V 1 raket.
Voor het huis stond de Lindeboom die in 1813 geplant is ter herinnering aan de bevrijding van de Franse overheersing. Deze boom is gekapt in 1953.

In het boek: Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel IV. De provincie Gelderland uit 1917 staat: "De ‘Oude Kosterij’ is een baksteenen huis met ankers: 1694."
1823 - 19xx
Pastorie van de Hervormde Kerk, oud adres Dorpsstraat A 51 tegenwoordig: Dorpsstraat 160 te Renkum. Een oud pand uit 1823. In gebruik voor de dominees van de Hervormde Kerk aan de Dorpsstraat, bij Onder de Bomen. Cann Dunn was een der bewoners,
Achtereen volgende eigenaren: Herv. Pastorie Renkum; George Hendrik FŁhri Snethlage, ingenieur uit Renkum; Jacob Folkerus Boerma, arts uit Renkum; Verkeer en Waterstaat; Willem Jacobus de Graaf, arts uit Renkum; Centrale Woningstichting Gemeente Renkum en later de zelfde Centrale Woningstichting Renkum te Doorwerth.
1726 - 1750 ?
Verdwenen Rooms Katholieke Schuurkerk. Destijds gelegen in de Kloosterwaard aan de Bokkedijk, Renkum.

Uit Wikipedia: "Na de Vrede van Munster mochten de Katholieken hun geloof weer belijden en gingen de Renkummers tot 1726 in kasteel Grunsfoort naar de kerk. Daarna werd aan de zuidzijde van de Utrechtseweg, een schuurkerkje ingericht achter Herberg de Vergulde Bock. Deze zogenaamde "koude kerk" viel onder de Wageningse parochie".

kaart uit 1616 Renkum
bron van deze kaart
Achter de brouwerij annex herberg De Bock, aan de zuidzijde van de Utrechtseweg, is rond 1750 een schuurkerkje ingericht, die door pastoors, die te Wageningen verblijf hielden, werd bediend. Dankzij de familie Staring. De kerk had het uiterlijk van een schuur om niet op te vallen als kerk. De schuur was achter de herberg gelegen, in de uiterwaarden. Men hield de voeten niet altijd droog. Men rook een koestal en daarbij behorende mestvaalt. Het gebouw verkeerde rond 1830 in een slechte staat en was te klein voor 200 kerkgangers. Afgebroken in 1839 als men over kan naar de nieuwe Deo Sacrum.

In 1755, zo schrijft A.G. Steenbergen (zie literatuur) is pastoor Graes te Wageningen ook de herder in Renkum. In Wageningen werkte hij al vanaf 1731. Hij komt te overlijden in 1763. Zijn opvolger werd C.P. Thijssen. De burgemeester van Wageningen had bezwaar tegen Thijssen, doch de burgemeester liet zich omkopen. In 1776 vertrekt Thijssen naar Elst. Zijn opvolger werd pastoor Th. Krechting. Krechting leidde de Renkumse (bij)statie op eigen wijze. Dat gaf problemen in de eigen parochie en met de magistraten. Kinderen uit gemengde huwelijken werden door Krechting wel gedoopt, elders niet. Eerst als pastoor Daamen (1819 - 1824) aan het werk gaat worden de problemen opgelost. In 1797 waren er in Renkum 126 katholieken op een totaal aantal inwoners van 458.
In Renkum nam het aantal katholieken toe, zodat er op zondag een tweede H. Mis werd gehouden. De benoeming van een extra kapelaan in de parochie zou handig kunnen zijn, maar dat kostte een paar honderd gulden. De Renkummers hadden geen zin op dat geld op te hoesten. De Wageningse kerkmeester Peter van Heeswijk, die ook de stadsherberg op de Wageningse markt exploiteerde, spendeerde jaarlijks de 200 gulden opbrengst van zijn weiland: "de Vette Waerd" aan de parochie. Daardoor kon kapelaan Th. Bisselink (1821 tot 1827) benoemd worden. Met overlijden van de weerspannige kerkmeester Offenberg uit Renkum, in 1844, werden de financiŽle problemen opgelost.
Op 2 juni 1837 werd Johannes Anthonius Taabe, oud-president en voormalig professor van het groot-semenarie in 's Heerenberg in Renkum benoemd. Hij trof er een bouwvallig kerkje aan de rand van de uiterwaarden. Hij ging op zoek naar een nieuwe kerk. Koning Willem I zegde hfl6.000,= toe onder voorwaarde dat het kerkje watervrij zou staan.


1839 - 1923
Verdwenen RK Kerk “Maria ten Hemelopneming” - "Deo Sacrum", Dorpstraat 1 te
 Renkum.

 Locatie: Hoek Onder de Bomen, N225. Dorpsstraat, weg naar Wageningen tegenover het verdwenen hotel Campman. De actuele woning aan de Rijksweg 191 te Renkum is volgens de BAG gebouwd in 1927. Kadaster; Renkum D 168.

Op de grond voor de herberg De Bock, aan de noordzijde van de Dorpsstraat, en wel een gedeelte van het zgn. Kosterieland, begint in 1838 begint de bouw van een kerk. De grond kwam van de hervormde gemeente Renkum die het voor een bedrag van hfl.200,= afstond.  Op 29 september 1839 wordt de R.K. kerk, “Maria ten Hemelopneming” ingezegend door de aartspriester van Gelderland Matthias Terwindt. Deze kerk is de opvolger van de Schuurkerk. In de toren werd een 120 kilo zware luidklok gehangen. In de klok waren de namen van pastoor J.A. Taabe en kapelaan F. Fornier gegoten. Bovendien van peter Patrinus en meter Matrina, Willem Offenberg en R. Staring, vermoedelijk de schenkers van de klok. Met het sluiten van de kerk in 1923, blijft de klok behouden en komt te hangen in de dakruiter van de nieuwe kerk.

Het kerkje werd in 1842 voorzien van een orgel tot stichting van de gelovigen en tot nut van de koorzangers. In 1844 werd ten westen van de kerk een kerkhof aangelegd. Enige jaren geleden zijn de laatste resten geruimd ten behoeve van de bouw van enkele bungalows. Op 28 januari 1851 werd er een kruisweg opgericht. In 1855 werd er een parochie in Wageningen opgericht, waardoor de kerk in Renkum een bijkerk werd. De parochie werd in 1875 zelfstandig ten opzichte van Wageningen en kreeg een eigen pastoor: W.H. van Leeuwenberg. Van leeuwenberg was voordien kapelaan te Wageningen. De parochie kende toen 465 communicanten. Vijf jaar later waren dat er 580.

Nu men een eigen pastoor had, moest er ook een pastorie komen. Hiertoe werd aan de zuidzijde van de Dorpsstraat, schuin tegenover de kerk en westelijk van van het ook al weer voormalige hotel Campman in 1875 (bij het Gelders Archief vermeldt men 1885 ?) een pastorie gebouwd, de villa "Meta" (Dorpsstraat 1). In 1934 werd villa Meta  verkocht aan mw. Marmelstein-van Prehn: Uit de Oosterbeekse Courant van 25-08-1934.

katholieke kerk Renkum

Reeds in 1876 begon men plannen te maken de kerk te vergroten. De aanbesteding voor de bouw van het priesterkoor (vergroting van de kerk) en een sacristie vond plaats op 20 april 1881 in hotel Campman. Het priesterkoor werd gebouwd in neo-gotische stijl. De kerk kreeg nu 243 zitplaatsen, zodat voorlopig aan plaatsruimte geen gebrek was. Twee jaar later werd het interieur van het kerkje beschilderd, zodat de witte muren tot het verleden gingen behoren. Een nieuwe tegelvloer werd in 1885 in de kerk gelegd door toedoen van wijlen de heer Hubertus Offenberg, bierbrouwer te Doesburg en zoon van de befaamde kerkmeester. Een dienstbode schonk van haar zuur verdiende spaarcentjes de kerk een zilveren blad met twee ampullen. Ook de naam "Deo Sacrum" stamt uit deze tijd.

ansichtkaart

Naamlijst van pastoors:

Johannes Antonius Taabe (1837 tot † in 1875.


De parochie werd in 1875 zelfstandig van Wageningen en kreeg toen een eigen pastoor:

W.H . van Leeuwenberg 1875 - 1900 †
C.F.Th. Laarhoven 1900 - 1908
H.B.G. van Leer 1908 - 1916



Het aantal parochianen bleef groeien, zodat Renkum in 1897 een hulp voor haar pastoor kreeg in de persoon van kapelaan T. Th. Andriessen. Vanaf 1900 wordt de groei onhoudbaar en het kerkbestuur krijgt dan een grote som geld aangeboden voor de bouw van een nieuwe kerk. Het kerkje was inmiddels veel te klein geworden, omdat het aantal parochianen sedert 1875 bijna verdubbeld was (ca. 1200). De bouw van een grotere kerk gaat niet voorspoedig.

RK kerk Deo Sacrum 

 
Eerst in 1923 werd dit bedehuis afgebroken, nadat vooraan in de Dorpsstraat een nieuwe kerk was gebouwd. Zondagavond, 6 oktober, neemt de parochie definitief afscheid van het oude kerkje. In een plechtige processie brengt men het H. Sacrament over naar de feestelijk verlichte nieuwe kerk. De oude kerk wordt in het najaar gesloopt.

In 1974 komt er een klein appartementengebouw op de locatie van de voormalige kerk: adres Rijksweg 189 (a) te Renkum.
 Ook verkoopt het kerkbestuur de oude pastorie.
In de jaren 90 van de vorige eeuw wordt het kerkhof geruimd.

In 1903 vermaakten de heer en mevrouw S.M. van Wijck - Conijn uit Heteren hun villa met koetshuis en tuin aan de Nieuweweg 2 in Renkum aan de katholieke parochie Renkum. We kennen de familie van Wijck ook als steenfabrikant. Aangevuld met een bedrag van  hfl10.000,=. Opdracht hierbij was, maak binnen drie jaar een katholieke meisjesschool. Tot dan toe was er alleen maar openbaar onderwijs. De erflaters hadden reeds contacten gelegd met de zusters Urselinen, die onder andere ook het pensionaat Jeruzalem in Venray leidden, waar ook de kinderen van Van Wijck waren geweest. In oktober 1904 kwamen de eerste zusters van Van Wijck - Conijn Stichting Renkum
de Urselinen congregatie naar de Nieuweweg 2 te Renkum. Ze begonnen er een bewaar- meisjes- en naai-school. Iets later verscheen in de tuin van de villa een drieklassige school. En werd het koetshuis de bewaarschool. Ze gingen wonen op het landgoed Ewilca aan de Utrechtseweg. Het latere Ursula klooster.
1863
1ste Hervormde kerk Renkum
, Kerkstraat 7, Renkum.
ansicht



Nederlands Hervormde Kerk Renkum

Voormalige NH Kerk te Renkum
Door oorlogshandelingen verwoest 1944. In 1950 vervangen door nieuwbouw.

"Renkum, 3 April. Heden was het voor de Gemeente een blijde feestdag. Behoefde zij een grooter en beter bedehuis, in die behoefte is voorzien; zij heeft een zeer ruim smaakvol kerkgebouw bekomen. Heden werd het aan God en Zijne dienst eerbiedig opgedragen, onder voorgang van onzen Leeraar, Ds. H. Gann Dun, naar aanleiding van Genesis XXVIII: 17m.: “Dit is niet dan een huis Gods," ons wijzende op de vaardige hoogschatting en duur verpligte beantwoording aan de verhevene en veel bedoelende bestemming van het heiligdom. De plegtigheid werd door een talrijk samengevloeide menigte, ook van elders opgekomen, met veel belangstelling bijgewoond". Uit: Stemmen voor Waarheid en Vrede, 1864.


 



Naamlijst van predikanten:
1859-1868 ds. Hendrik A. Gann Dun, overleden in 1868.
1869-1877 ds. Bastiaan Mossel, overleden in 1877.
1879-1884 ds. Everard Egidius Gewin, vertrokken naar Utrecht.
1885-1886 ds. Dirk Martens Boonstra, vertrokken naar Oud-Alblas.
1888-1891 ds. Dirk Cladder, vertrokken naar Schoonrewoerd.
1892-1901 ds. Christoffel Ynzonides, vertrokken naar Elburg.
1901-1905 ds. Gerhard Nijhuis, overleden in 1905.
1905-1907 vacature.
1907-1908 ds. Jan Daniel de Lindt van Wijngaarden, vertrokken naar Putten.
1908-1916 ds. Hendrik Antoon Heyer, vertrokken naar Vlaardingen.
1916-1918 ds. Jacobus Gerardus Dekking, vertrokken naar Putten.
1918-1927 ds. Pieter de Looze, stopt te Heelsum, blijft wel werkzaam in Renkum.

ds. Cladder

De pastorie van de Hervormde kerk, waarschijnlijk gebouwd in 1823 (volgens de BAG), Dorpsstraat 160. Later nog gebruikt door huisarts de Graaf. Tegenwoordig zit er Siza, een woonvoorziening voor verstandelijk gehandicapten.
1889
Voormalige Gereformeerde Kerk, Molenweg 56, Renkum.
De voormalige Gereformeerde kerk aan de Molenweg bestaat uit een eenvoudige kerk met houten gewelven en werd in 1889 gebouwd. De gereformeerde kerk heeft dit gebouw in gebruik gehad tot 1928, waarna de bestemming wijzigde in 'timmermanswerkplaats'. De BAG geeft als jaar van ingebruikname 1928, of te wel het jaar van de renovatie naar een timmerwerkplaats. Is rond xxxx door de heer Werner weer in oude luister hersteld. Is daarna weer in gebruik als opslagruimte.

Kerk en woning zijn in 2017 te koop.

Gereformeerde Kerk, Molenweg 56, Renkum

J.P. Crum, schonk medio 1889, geheel kostenloos, een perceel grond waarop in 't najaar een kerk kon worden gebouwd aan de Molenweg te Renkum.
Groeneweg Renkum
Veelal is er een kerk en een school, in dit geval was de school er in 1883 eerst, de christelijke school "Laat de Kinderkens tot Mij komen" op de hoek van de Kerkstraat en Groeneweg te Renkum, afgebroken in 1970. De kerkelingen die op 24 mei 1889  bijeenkwamen in deze school besloten zich los te maken van de Nederlands Hervormde Kerk. In de begin jaren kwam men samen in het bakhuis van de boerderij-woning van Jan van Kranen aan de Kerkweg te Heelsum 't ouwe bakhuus" (gesloopt 1968). Nog een krantenfoto uit de Veluwepost van 18 april 1969, net voor de sloop van de school en het doortrekken van de Groeneweg:
Laat de kinderkens tot mij komen, Renkum

Jan Rothuizen, bouwmeester uit Heelsum tekende voor de kerk een rechthoekig gebouw met schuine kap. Boogramen in de zijgevels. Een grote dubbele deur aan de voorzijde. Twee ranke spitsjes op iedere hoek aan de voorgevel en een vriendelijk torentje op 't hoogste punt. Aan de achterzijde een kleine ruimte voor vergaderingen. De firma F. & J. van Scherrenburg te Renkum kreeg de bouwopdracht voor ƒ1830.-. Begin september 1889 ging de eerste spade de grond in. En op 8 december 1889 was de kerk klaar. Ds. E. Eisma uit Bennekom werd uitgenodigd de kerk officieel in gebruik te nemen.

Uit Het Nieuws van den Dag, 11 December 1889: Te Renkum is Zondag de nieuwgebouwde kerk ingewijd door ds. E. Eisma, pred. te Bennekom. Het gebouw kan een 400-tal personen bevatten.

Er werd een Frans Seraphinorgel met eikenhouten kast en drie spelen, dat voor ƒ 225.- aangeschaft bij Goldschmeding in Amsterdam. De 17-jarige Marten Schut haalde
eruit wat erin zat.

Het duurde twee jaar alvorens de kerk een eigen dominee kon aanstellen: Een traktement van ƒ 100.- per maand. Een kerkje, op de groei gebouwd met 200 zitplaatsen, dat zondags amper 80 zielen bevatte. Er kon zo geen dominee gevonden worden. Er was al twee keer een brief gegaan naar ds. Adrianus de Vlieg (1847 - 1906) te Halfweg en een derde keer werd de brief persoonlijk overhandigd. In klemmende bewoordingen zal de afvaardiging van Renkum ds. de Vlieg hebben geconfronteerd met de noden van haar kleine gemeente. En aldus werd ds. de Vlieg de eerste dominee. Hij begon op 17 januari 1892.

Gereformeerde Kerk, Renkum

Gereformeerde Kerk, Renkum
In 1875 bouwde veldwachter Stephanus van Zoest een huis op de hoek van
de Kerkstraat en de Molenweg te Renkum, tegenwoordig Molenweg 58 te Renkum (de BAG geeft 1891 aan?). Een riante woning die van Zoest midden 1890 te koop aanbood. De gereformeerde kerkenraad besloot de unieke kans in het bezit van dit huis te komen, te benutten. Een predikantswoning vlak naast de kerk, wat wil je nog meer. De kerkelijke interesse zou de prijs kunnen opdrijven. Daarom maakte men gebruik van een stroman, H.H. v. Roest. Van Roest kon het in 1890 kopen voor ƒ 2800.-. Het pand dat nu aan de kerk is vastgebouwd (Molenweg 56) ontstond eerst in 1928 (bron de BAG).

Rond 1902 werd het gebouw te klein. En er waren ook andere problemen: Kerkgangers werden in de avonddienst onwel. De walmende petroleumlampen, de stinkende kachel en de vele tientallen hete stoven verspreidden een ondraaglijke lucht. Voor de winter werden de olielampen wel vervangen door gasverlichting, maar te vaak ploften de kousjes kapot. En de ventilatie? Wie zat er nou graag op de trek? Er werden drie plannen gesmeed.
1. Bouw van een nieuwe kerk in de pastorietuin.
2. Bouw van een nieuwe kerk halfweg richting Heelsum.
3. Uitbreiding van het bestaande gebouw met een zijvleugel.
Met wisselend succes hebben deze plannen om de voorrang gestreden.
Zelfs de beroemde architect Kuipers, kwam in beeld. Men koos zuinig voor een idee van de eerste architect Jan Rothuizen, uitbreiding met een zijvleugel ŗ ƒ 4400.-

Gereformeerde Kerk, Molenweg 56, Renkum

De Heelsumse gereformeerden waren in 1920 de zondagse gang naar Renkum zat. Dertig jaar naar Renkum lopen, veelal tweemaal per zondag, zaten hen gevoelig in de benen. Daar moest een einde aan komen. Met grote voorzichtigheid ging men te werk. Er zou al veel gewonnen zijn als b.v. eenmaal per zondag een dienst in Heelsum kon worden gehouden. Die mogelijkheid deed zich voor. Het Hervormde kerkje op de heuvel was voor Gereformeerde middagdiensten te huur. 225 Heelsummer gelovigen schreven een brief. Er was echter geen dominee op dat moment in Heelsum. In 1922 werd een eigen kerk niet haalbaar geacht. In 1923 een nieuwe poging. Met Renkum de kosten delen ŗ ƒ 1650.- voor Renkum en Heelsum elk. Dat was nog niet het probleem, maar er was geen kerk in Heelsum. In 1924 maken de Heelsummers het duidelijk, als samen met Renkum niet kan, dan maar alleen. De afstand naar Renkum was onoverkomelijk. Moeders mogen niet aan hun lot worden overgelaten. Vanwege de kinderen kunnen zij niet drie uur afwezig zijn. En juist de moeders hebben de meeste behoefte aan vertroosting en bemoediging. Oplossing 2 uit 1902 kwam weer op tafel. In 1926 komt er een bouwcommissie en reeds op reeds op 2 december kon ds. de Mildt de eerste steen te leggen. En zo komt er in 1928 een nieuwe kerk te Renkum, op de grens met Heelsum.

De kerkbouw verliep voorspoedig. Op 8 augustus 1928 werd de kerk in aanwezigheid van het gemeentebestuur en tal van prominenten uit de samenleving in gebruik genomen met een preek van ds. de Mildt. Henri Zacharias de Mildt; 1887 -1973.

De oude kerk komt te koop. Er waren enkele gegadigden. Molenaar Roosenboom kon de ruimte tegenover hem als voorraadschuur goed gebruiken. Doch de kerkenraad wees zijn bod van de hand. Op 3 september 1928 werd de kerk aan de Molenweg verkocht voor ƒ 5000.- aan aannemer J.J. Wernand. Hij kreeg de voorkeur. Want Roosenboom had jaren geleden een zinsnede in het verkoopcontrakt van notaris Sluis te Wageningen laten opnemen, luidde: "De kooper verbindt zich zoowel voor zich als voor zijne opvolgers in den eigendom in het gekochte gebouw geene kerkdiensten te zullen houden of doen houden of tot andere kerkelijke doeleinden of bijeenkomsten van godsdienstigen aard te bezigen op verbeurte van ƒ 2000.- bij het enkel constateeren der overtreding."

Oorspronkelijk stond er een torentje voor op de kerk. Toen er een nieuwe bewoner in 1984 de woning betrok werd het torentje eraf gehaald en de vaan geplaatst.

Naamlijst van predikanten:

ds. A. de Vlieg 17-1-1892 - 15-1-1899
se. A.P. v.d. Sluijs 22-4-1900 - november 1906
ds. W.B. Renkema 16-6-1907 - 13-10-1912
ds. G. v.d. Zanden 12-10-1913 - 26-9-1920
ds. H.Z. de Mildt 27-11-1921 - 4-4-1943
----

Zie verder bij de Gereformeerde kerk Renkum - Heelsum, Utrechtseweg 93, Renkum, hieronder.

Meerdere teksten zijn bewerkt overgenomen uit het boek van Nic. Jansen: Van grote en kleine dingen: grepen uit het 100-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Renkum en Heelsum: 12-6-1889 - 12-6-1989 uit 1989.
Voormalig Ursula klooster 1904 -  1920 (1938)
Nieuweweg 5 te Renkum

 In oktober 1904 kwamen de eerste zusters van de Urselinen congregatie naar de Nieuweweg 5 te Renkum. Ze begonnen er een bewaar- meisjes- en naai-school, de Van Wijck - Conijn stichting. Iets later verscheen in de tuin van de villa aan de Nieuweweg een drieklassige school. en werd het koetshuis de bewaarschool.
In 1903 vermaakten de heer en mevrouw S.M. van Wijck - Conijn uit Heteren hun villa met koetshuis en tuin aan de Nieuweweg 2 in Renkum aan de katholieke parochie Renkum. We kennen de familie van Wijck ook als steenfabrikant. Aangevuld met een bedrag van  hfl10.000,=. Opdracht hierbij was, maak binnen drie jaar een katholieke meisjesschool. Tot dan toe was er alleen maar openbaar onderwijs. De erflaters hadden reeds contacten gelegd met de zusters Urselinen, die onder andere ook het pensionaat Jeruzalem in Venray leidden, waar ook de kinderen van Van Wijck waren geweest. In oktober 1904 kwamen de eerste zusters van de Urselinen congregatie naar de Nieuweweg 2 te Renkum. Ze begonnen er een bewaar- meisjes- en naai-school. Iets later verscheen in de tuin van de villa een drieklassige school. En werd het koetshuis de bewaarschool.
Van Wijck - Conijn Stichting Renkum

Na december 1920 verhuizen de nonnen naar de villa “Ewilca” De laatste bewoner van Ewilca, Petronella Ploem, komt te overlijden in september 1920. Pastoor Wolters koopt in december 1920 Ewilca met de bijhorende gronden. Het kerkbestuur doet huize Ewilca vervolgens met de tuinen over aan de zusters ursulinen voor f 30.000,-. Achter in de tuinen wordt vervolgens de meisjesschool St. Ursula gebouwd welke op 1 december 1921 in gebruik wordt genomen en nu nog steeds aan de Groeneweg 12 staat.
1923
RK kerk . Utrechtseweg 153, Renkum.
 Ook bekend als RK kerk Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming - Maria Hemelvaart.

Uit de Kath Illustratie van 19 sept 1923

Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming, Renkum
ansichtkaart
De R.K. Kerk Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming werd ontworpen rond 1918 en de bouw werd uitgevoerd in 1922-1923. Het neogotisce ontwerp is van de hand van Jos Cuypers. Bouwpastoor was pastoor M.J.H. Wolters. Het gebouw herbergt een laat 14e-eeuws houten beeld van Maria met Kind. Het beeld was vanaf de middeleeuwen al in Renkum en kwam, nadat het na de reformatie naar Utrecht ging, in 1928 weer terug. Tot 1966 was de kerk een bedevaartsoord. De driebeukige kruiskerk is nog steeds in gebruik als R.K. kerkgebouw.

De parochie werd in 1875 zelfstandig van Wageningen en kreeg een eigen pastoor: W.H. van Leeuwenberg. Omdat de bestaande kerk te klein werd, werd tussen 1922 en 1923 de huidige parochiekerk gebouwd naar een ontwerp van de Roermondse architect Jos Cuypers. Op 11 september 1923 consacreerde de aartsbisschop van Utrecht, Van de Wetering, de kerk. Achter en om de kerk werd in 1925 een processiepark aangelegd, dat in 1938 verrijkt werd met een kapel en in 1953 werd de kerk vernieuwd (vaste zitplaatsen, podium voor de kapel). Nadat de processies in 1966 stopten is het park in verval geraakt. Rond de kerk is in 2012 een Rozenkranspark, Rosarium Mariae, hersteld en geopend. Het park is tevens meditatiepark.

Naamlijst van pastoors:

M.J.H. Wolters 1916 - 1946 †
Adrianus van Hofslot xxx tot 1932
G.J. Jansen 1946 - 1954
A.B. de Jong 1954 -1972
G.J.H. Nijhuis 1972 - 1992 †
L. Goertz 1994 - 2008
H.W.M. ten Have 2009 - heden

Mariakapel in de OLV kerk te Renkum
Renkum Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming

Rond 1900 wordt de groei van de parochianen onhoudbaar en het kerkbestuur krijgt een grote som geld aangeboden voor de bouw van een nieuwe kerk. In 1917 door het kerkbestuur van de Wed. Ploem, het in 1861 gebouwde herenhuis Lemgo met de daarbij behorende terreinen wordt aangekocht voor 17.653 gulden. In de zomer van hetzelfde jaar volgt de aankoop van het huis en de tuin van de smid H. Janssen, ten westen van Lemgo aan de Utrechtseweg gelegen (nu pastorie en tuin). In 1920 koopt de kerk dan nog de villa Ewilca met de grond, zodat het kerkbestuur voor de bouw van een kerk, scholen en klooster en de aanleg van een kerkhof twee zeer dicht bij elkaar gelegen bouwterreinen van totaal ruim 5 1/2 hectare ter beschikking heeft.
Met een lening van 70.000 gulden, een ruime gift van Mgr. Van de Wetering en de wekelijkse bijdragen, die per jaar 4000 gulden opbrengen, gelukt het pastoor Wolters een gezonde financiŽle basis te leggen voor de bouw van de nieuwe kerk.
In 1919 is het eindelijk zo ver, dat het benodigde geld aanwezig is. De architect Joseph Cuypers (zoon van  Pierre Cuypers) heeft reeds een plan klaar voor een kerk, bestaande uit een schip met houten gewelven, van ca. 550 zitplaatsen. Ten gevolge van de economische regressie vanaf 1920 worden de plannen pas weer in het voorjaar van 1922 voor de dag gehaald. Pastoor Wolters: 'Dankzij de groote prijsdalingen en onze afwachtende houding, alsmede het in dien tijd overgespaarde geld, konden wij onze plannen aanmerkelijk verbeteren'. En inderdaad, het schip kan worden uitgebreid met een priesterkoor en twee beuken, terwijl de houten gewelven in steen kunnen worden uitgevoerd.
 Op 22 augustus 1922 vindt dan ook de aanbesteding plaats, en wordt de bouw gegund aan de laagste inschrijver, G. Nollen uit Den Haag (f 97.650 met leien dakbedekking). Maandag 11 september wordt de eerste spade in de grond gestoken. Op 11 september 1923, kan de nieuwe kerk door de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. Van de Wetering, worden geconsacreerd. In 1923 begint men met de bouw van de pastorie.
Door oorlogssschade worden de diensten tijdelijk in een gymnastiekzaal aan de Nieuweweg gehouden.
Het orgel is gebouwd door firma L. Verschueren in 1950. In het koor staat ook een elektronisch Johannus orgel. In 1925 werd om en achter de kerk een processiepark aangelegd, dat in 1938 verrijkt werd met een kapel en in 1953 werd vernieuwd. Nadat de processies in 1966 stopten is het park in verval geraakt. Rond de kerk is in 2012 een Rozenkranspark, Rosarium Mariae, hersteld en geopend. Het park is tevens meditatiepark. In augustus 2012 vestigde zich een vijfhoofdige Braziliaanse religieuze gemeenschap 'Sjalom' in de pastorie van de kerk. Tegenwoordig een onderdeel van de RK Parochie Titus Brandsma.

www.mariavanrenkum.nl

Wikipedia

Renkum Onze Lieve Vrouw te Hemelopneming

Renkum Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming

Het Mariabeeld van Renkum.
1928
Gereformeerde kerk Renkum - Heelsum
, Utrechtseweg 93, Renkum.

Gereformeerde kerk Renkum - Heelsum

Gereformeerde kerk Renkum
Voor de WWII en de naoorlogse verbouwing.

Gereformeerde kerk Renkum - Heelsum

Gereformeerde kerk Renkum - Heelsum

De Gereformeerde kerk is ontworpen in 1925 en gebouwd vanaf december 1927. De kerk werd in augustus 1928 in gebruik genomen. De architect is Egbert Reitsma, die het bouwde met zijn geliefd materiaal: onvolmaakte bakstenen. Het gebouw is wat de bouwstijl betreft verwant aan de Amsterdamse School en een goed voorbeeld van Reitsma’s bouwen. (Bron)

Een zaalkerk met fronttoren in licht expressionistische vormen. Typerend werk in het oeuvre van architect  Egbert Reitsma (1892-1976).

Uit: Overzicht van predikanten die Joden hielpen: "Door ds. Bernhard Daniel (Ben) Smeenk (1908-2002) werden vanaf 1943 tientallen joden ondergebracht in Renkum-Heelsum. Smeenk gaf bij het zoeken van huisvesting prioriteit aan de joden, ‘want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de joden, want dat is verschrikkelijk”. ... “Dankzij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 (als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze”. Volgens zijn zoon Chris Smeenk (Erasmuslaan 38, Amstelveen) betrok ds. Smeenk joodse onderduikers (vooral kinderen) van Johannes Boogaard uit de Haarlemmermeerpolder. ... De jaren te Renkum-Heelsum, met name de oorlogsperiode, waren in menig opzicht een hoogtepunt. Tijdens de intreedienst (27 juni 1943), waarin ambtshalve ook de burgemeester aanwezig was, vermaande hij de overheidsdienaren liever af te treden dan mee te werken aan daden van onrecht. Bijna iedere preek was afgestemd op de bezettingssituatie. Vurig werd gebeden om het afleggen van de ‘geest van vreesachtigheid’ en om vrijlating van de gevangenen waarbij gedankt werd dat deze bereid waren geweest hun leven op het spel te zetten ter wille van de gerechtigheid en de medemens. Het woord ging samen met de daad. Van tientallen huizen te Renkum-Heelsum gingen deuren open (ook die van de pastorie uiteraard) en vond de joodse vluchteling een schuilplaats als onderduiker, dankzij Smeenks inspanning en overtuigingskracht. Eťn van zijn uitspraken in die tijd was, met verwijzing naar het verhaal van de drie mannen in de brandende oven: “God is bij machte ons te beschermen; maar zelfs indien niet, we zullen het afgodsbeeld niet aanbidden (DaniŽl 3: 18). Als ‘oom Ben’ was hij adviseur van een knokploeg inzake van ethische aard. De herinnering aan het mislukken van een poging om een groep joodse kinderen te Arnhem te redden is een levenslang trauma gebleven” (Johan M. Snoek). Het echtpaar Smeenk ontving op 20.3.1980, samen met (schooon)moeder Tannetje Knap-Dronkers (geboren 1878, echtgenote van de schilder Gerrit Willem Knap, 1873-1931) de Yad Vashem - onderscheiding omdat zij onderdak hadden geboden aan Stella Ricardo".

Een bekend kerklid raakte in de oorlogsjaren geÔnspireerd door ds. Smeenk: ds. Johan M. Snoek (1920-2012)

Andere literatuur over ds. Smeenk:
Rechtvaardigen onder de Volkeren; Yad Vashem; uitgever Veen + NIOD; 2005
Opvattingen in de Gereformeerde Kerken in Nederlandover het jodendom 1896-1970; Kampen 1996.

Naamlijst van predikanten:

ds. H.Z. de Mildt 27-11-1921 - 4-4-1943
ds. Bernhard Daniel Smeenk 27-6-1943 - januari 1947 (volgens Jansen), of 1-11-1948
ds. A. Plaatsman 29-6-1947 - 27-1-1952
ds. J. Brouwer 31-8-1952 - 4-9-1960
ds. W.C. v.d. Brink 18-12-1960 - 8-10-1967
ds. D. v. Santen 7-4-1968 - 5-1-1975
ds. H. Peper 31-8-1975 - 26-10-1980
ds. B. Ledegang    18-4-1982 -
Daarnaast waren er ook predikanten in bijzondere dienst (L.Oranje 1983-1987) of predikanten tijdens vacatures:
P. v.d. Spek voor Oranje Nassau's Oord 1963-1970
J. v.d. Horst 1960 en 1967
J.W. Slingenberg najaar 1960
J.A. Meijer 1967
H.E. Schouten na vertrek ds. H. Peper in 1980
A. van Veen, xxxx - heden

Gerformeerde Kerk Renkum
De BAG bedoelt met bouwjaar, het jaar waarop de kerk in gebruik is genomen. Link.

Renkum Gereformeerde Kerk Protestanten Bond
Renkum Gereformeerde kerk

Verving de Gereformeerde kerk aan de Molenweg uit 1889. De BAG geeft als jaar van in gebruikname aan: 1425 ??

Een bouwcommissie heeft als eerste taak was een geschikt terrein te vinden. Al spoedig werd duidelijk dat het stuk grond waar de kerk nu staat, voldeed aan de gestelde eisen
van omvang en prijs. Inmiddels waren kerkenraad en bouwkommissie unaniem van mening dat het ontwerp van architect Egb. Reitsma uit Groningen prevaleerde. Reitsma's ontwerp toonde een gebouw van ruim 400 zitplaatsen, opgetrokken met op waals-formaat zwaargetrokken stenen, d.w.z. stenen met brandkoppen en -vlakken, die wonderwel zouden harmoniŽren met de omringende natuur. De Gemeente Renkum gaf haar goedkeuring. Aannemer E. Kwant was op 7 oktober 1927 de laagste inschrijver voor ƒ 29.000.- en reeds op 2 december 1927 kon ds. de Mildt de eerste steen leggen. Er kwam ook een paardenstal voor boer Nieuwenhuijzen die 's zondags vanaf hoeve "Klein Amerika" met zijn huifkar ter kerke reed. De kerkbouw verliep voorspoedig. Op 8 augustus 1928 werd de kerk in aanwezigheid van het gemeentebestuur en tal van prominenten uit de samenleving in gebruik genomen met een preek van ds. de Mildt.
Er komen voor- en tegenslagen. Papierfabriek Van Gelder verplicht het personeel om ook op zondag te werken. De ouden van dagen konden met de auto naar de kerk. Het verenigingsleven kwam tot rijke bloei. De De knapenvereniging "Jonathan" gaat in de zomer van 1927 al een fietstocht organiseren. Er komt een meisjesvereniging "Onze tijd-Onze roeping" in 1930. Er komt een meisjesvereniging "Wees een Zegen" in 1933. Er kwam een evangelisatie-koor "Nieuw Leven".

In de namiddag van 10 mei 1940 trok het Duitse leger via de Utrechtseweg richting Grebbelinie. Vele bewoners moesten hun huizen verlaten en zochten een onderkomen in hun naaste omgeving. Na de capitulatie keerden zij terug en kwamen oog in oog te staan met de chaos in hun woningen. Half juni 1940 pakten de jeugdclubs de draad weer op. In november moesten echter de politieke onderwerpen op last van de bezetter van hun agenda's worden
geschrapt. Voor de leden van de meisjesverenigingen werd het moeilijk om in de verduisterde winteravonden naar het vergaderlokaal te gaan. Gelukkig werd er iets op gevonden. Dat bleek toen de J.V.-ers in 't voorjaar van 1941 blij werden verrast met 80 sigaretten, als dank voor de bestel- en ophaaldiensten voor de gereformeerde joffers. In de zomer van 1941 volgde het verbod op het verschijnen der jeugdbladen. Ruim een jaar later moesten alle jeugdverenigingen hun werkzaamheden staken. De kerkenraad was gehandicapt door de ziekte van ds. de Mildt die zich, geheel overspannen, in 1942 van zijn gemeente moest losmaken. Ds. de Mildt ging in Ede wonen. Daar werd in 't najaar van 1944 van de dominee door een Duitse motorpatrouille neergeschoten. Na de oorlog predikte ds de Mildt nog ťťn keer. Hij overleed jaren later in 1973.

De kerkenraad huldigde in de oorlog de stelling: rustig afwachten. Na de Duitse inval vormden zich in onze dorpen al spoedig de eerste kernen van verzet. Ook leden van gereformeerde kerk lieten zich niet onbetuigd. In Heelsum organiseerden o.m. Theo Geurtsen met Johan Crum en Dirk Goedhart de opvang van onderduikers en ontheemden. In Renkum waren dat Johan en Wim Snoek, Henk v.d. Hul, Chris Scholten en de families Lourens en Meischke.

Einde juni 1943 kwam ds. B.D. Smeenk (1908 - 2002) van Blokzijl naar Renkum. Al tijdens zijn intrede op 27 juni sprak hij duidelijke taal aan het adres van de bezetter. Zijn luisteraars voelden dat de nieuwe dominee het niet bij woorden zou laten. Onmiddellijk pakte hij het verzetswerk op. Aan de uitbouw ervan gaf hij een enorme stimulans. De pastorie aan de Kerkstraat werd een pleisterplaats en doorgangshuis. Zij die op de vlucht waren om aan de greep van de Duitse horden te ontkomen, vonden van hieruit een veilige plaats.

Met name voor de joodse verdrevenen zette ds. Smeenk zich onnavolgbaar in. Hoeveel
zonen en dochters van het "oude volk" hij gered heeft van de concentratiekampen
is onbekend gebleven. Ds. J.M. Snoek schrijft later in een brief van maart 1988 dat het getal dichter bij de 100 dan bij de 50 ligt. Een maand voor de komst van ds. Smeenk waren alle mannen van 18-35 jaar opgeroepen voor de vijand te gaan werken. Smeenks overredingskracht niet te zwichten voor het goddeloze nazisme heeft zeer velen weerhouden aan deze oproep gehoor te geven. Zijn naaste medewerkers waarschuwden hem dikwijls voor het grote gevaar dat hij naar zich toe trok. Maar iedere schijn van vrees wuifde hij weg. God had een wachter voor zijn deur gezet, was zijn antwoord. Najaar 1943 startte hij samen met zijn vrouw Josina Knap het jeugdwerk opnieuw. Het Duitse verbod negeerde hij, zoals hij alles afwees wat tegen zijn overtuiging inging. Smeenk stond als een rots in de branding, de zwakken vermanend de geest van vreesachtigheid geen kans te geven. Smeenk wilde niemand verliezen. De gemeente groeide samen tot een hechte eenheid. De vrijmaking die in 1944 kerkelijk Nederland in beroering bracht, ging de kerkdeuren voorbij. Toen de kerkelijke broedertwisten op haar hoogtepunt waren, moest de gehele Veluwezoom evacueren. Op dat moment was er voor allen maar ťťn axioma: het behoud van lijf en goed.
Na de terugkeer van de evacuatie in 1945 was men dankbaar elkaar weer te ontmoeten in de vertrouwde kerkruimte. Half mei 1945 hield ds. Smeenk in een villa aan de Utrechtseweg zijn eerste preek voor 20 aanwezigen. Enkele weken later werden de diensten weer in de eigen kerk gehouden. De kerk had het oorlogsgeweld redelijk doorstaan. Wel gutste de regen soms door de gaten in het dak. Geen nood. Onder uitgestoken paraplu's bracht de eerste herstelcollekte ƒ 15.000.- op. Het was een blij dankoffer. De eenheid was behouden, had opnieuw gestalte gekregen. Meer dan voorheen had men elkaar nodig om te bouwen aan een nieuw begin.

De Hervormde kerk in Renkum was in 1944 verwoest. Een broederlijke overeenkomst tussen de kerkeraden kwam tot stand. De Renkumse hervormden hebben tot 1950 beschutting en gastvrijheid gevonden onder het gereformeerde dak. Als dank ontvingen de gereformeerden een Statenbijbel.

De pastorie in Renkum was onbewoonbaar. Men kon terecht in villa Martha, naast de kerk. Smeenk verhuisde naar de huurwoning die daarna als pastorie in gebruik werd genomen. Intussen werkte ds. Smeenk in hecht teamverband samen met zijn hervormde ambtsgenoten, waarbij kapelaan Stockman zich geestdriftig aansloot. Met personen van uiteenlopende richtingen bundelden zij hun krachten in Nationaal Volksherstel ten dienste van de wederopbouw. Ook in de HARK (Hulpaktie Rode Kruis), die verantwoordelijk was voor de verdeling van het goederenaanbod dat uit het gehele land en uit het buitenland naar de berooide gebieden toestroomde.

De Jongeren Vereniging begon weer op 1 augustus 1945. In het najaar van 1945 is er een nieuw fenomeen, de gereformeerde padvinderij onder leiding van hopman N. Jansen
en de vaandrigs J. Aalbers, F. Rothuizen en W. Snoek. Evangeliste Annie Geleijnse nam als akela, de begeleiding van de welpen op zich. Het idee voor deze verkennersgroepen werd gelanceerd door de Arnhemse ds. J. Overduin die in Dachau een r.k. priester enthousiast over deze tak van jeugdwerk had horen vertellen. De geref. "Brinio-groep" te Renkum had haar troepenhuis op het terrein westelijk van de kerk. Zij ging, mede door de negatieve waardering van de kerkenraad, in maart '49 ter ziele.

Februari '47 preekte ds. Smeenk zijn afscheid. Zijn vrouw en kinderen betrokken een huis aan de Crocuslaan in Heelsum. Vandaar zijn zij in het najaar van 1948 vertrokken naar Amsterdam, waar ds. Smeenk zich ging wijden aan "de evangelieverkondiging onder de Joden", later "het gesprek tussen Kerk en IsraŽl" genoemd.

Op 29 juni 1947 stond reeds een nieuwe predikant op de kansel, ds. Aris Plaatsman, 37 jaar oud. Hij betrok een villa, die gebouwd door de vermaarde architect F.A. Eschauzier. Een de pastorie die direkt na de oorlog was gehuurd en die begin juli 1947 voor ruim ƒ 21.000.- werd gekocht van Jeanne Henriette van Lanschot Hubrecht, weduwe van Henri Alexander Ruysch Lehman de Lehnsfeld en kerkelijk eigendom werd.

In 1946 stammen de glas-in-lood panelen naar het ontwerp van Quirinus Bakker, glazenier bij atelier De Nooij te Heelsum. Over zeven ramen zijn de zes scheppingsdagen uitgebeeld, terwijl het achtste raam een herscheppingssymbool voorstelt: het nieuwe Jeruzalem nederdalende op de aarde.

Rond 1947 werd met het "Commissariaat voor Oorlogsschade" overeenstemming bereikt over het bedrag der herstelwerkzaamheden van alle kerkelijke eigendommen. Met de restauratie van het kerkorgel werd de fa. Sanders & Zn. te Utrecht belast, die hiermede in januari van 1948 begon. Ruim ƒ 5000.- was ermede gemoeid.

"De inrichting van de kerk is na de oorlog gewijzigd, mede door oorlogsschade. Het meubilair is vervangen en er is een galerij aan de ingangszijde ingebouwd. Mogelijk vond men de kerk te donker en is daarom bij de aanzet van het gewelf een rij liggende glas in lood ramen aangebracht. In 1948 bracht de firma de Nooy en Zn. acht glas-in-loodramen aan die door hun glazenier Q. Bakker zijn ontworpen. Zeven taferelen zijn gebaseerd op de scheppingsdagen en het achtste op een geestelijke voorstelling uit Het Boek der Openbaringen uitgebeeld in de neerdaling van het Nieuwe Jeruzalem. Vermoedelijk stamt ook het overige, abstracte, glas in lood, uit die tijd". (bron)

Op 27 januari 1952 vertrok ds. Plaatsman naar Amsterdam. Hij overleed te Leeuwarden op 15 december 1986.

In 1955 kreeg het kerkgebouw een uitgebreide revisiebeurt. Verfraaiing van het interieur was het hoofddoel. Het dakgewelf werd met board betimmerd en in lichte kleuren. Oktober 1956 werden de eerste ideeŽn geopperd voor de bouw van een grote zaal achter de kerk. Heel even is zelfs de suggestie aan de oppervlakte gekomen een nieuwe kerk te bouwen. Doch deze verdween even snel als ze opgekomen was. De plannen voor een kerkzaal kwamen daarentegen in een stroomversnelling. Maart 1957 diende architekt van Rookhuijzen zijn ontwerp in. De bouwkosten werden begroot op ƒ 40.000.-. Januari 1958 is voor rond ƒ 39.000.- de fa. van de Vegte & Aalbers de laagste inschrijver. Een maand daarna gaat de eerste spade de grond in. 22 oktober wordt de nieuwe zaal feestelijk in gebruik genomen. Voor ƒ 50.000.- is "De Spreng" een feit en heeft tevens de kleine zaal een facelift ondergaan.

Meerdere teksten zijn bewerkt overgenomen uit het boek van Nic. Jansen: Van grote en kleine dingen: grepen uit het 100-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Renkum en Heelsum: 12-6-1889 - 12-6-1989 uit 1989.

Boek, waarin deze kerk ook besproken wordt: Kees van der Ploeg en Teo Krijgsman; Egbert Reitsma architect, 1892-1976. Meester in baksteen (Uitgeverij Noordboek, 2014).

Prof. Ir. J.G. Wattjes, Moderne Kerken in Europa en Amerika (Amsterdam, 1931)

www.sprenglevend.nl

Andere info: AmsterdamseSchool.nl

Andere foto's: kerfotografie

Gereformeerde Kerk Renkum

Meer foto's van deze kerk
.

1935
Rijnkapel
van de Geloofsgemeenschap Vrijzinnig Renkum;
Kerk van de Nederlandse Protestanten Bond, Utrechtseweg 119, Renkum.
 Andere naam: Gereformeerde kerk. Gereed gekomen in 1935.

De kapel is vanaf 1932 gebouwd onder architectuur van de heer G. Feenstra (1890-1985). De gebrandschilderde ramen zijn ontworpen door glazenier J.H.E. Schilling. Wordt ook gebruikt door de Nieuw Apostolische Kerk. Het orgel is gebouwd door W.N. de Jongh in 1969.

Vrijzinnig Renkum is geen kerkgenootschap maar een vereniging met een bestuur. Er zijn ruim 60 leden en een eigen, parttime voorganger.

Rijnkapel van de Geloofsgemeenschap Vrijzinnig Renkum
Nederlandse Protestantenbond Renkum

www.vrijzinnigrenkum.nl
1950
Voormalig klooster Sancta Maria 1920 - 1938
Utrechtseweg 131, Renkum. Een ouder adres: Utrechtseweg 60 te Renkum.

Daarna klooster Zrs. Franciscanessen van Denekamp -  (1938 -1944).

Na de verwoesting door oorlogsschade is de voormalige villa Ewilca afgebroken en kwam er een nieuw klooster.

Sancta Maria II (1950 - heden)

RK klooster Salesianen van Don Bosco (SDB)  bron (1996 - 2002)
 
Klooster Oblaten van O.L. Vrouw Assumptie, (uitzoeken)
 

ansicht

Villa Ewilca was het buitenhuis van Hendrik Lodewijk Ploem (1810-1882) met een grote tuin, koetshuis en verdere bijgebouwen. Gelegen tussen de Utrechtseweg en de Groeneweg. Het erf liep aan de achterzijde door tot aan het zandpad dat later de Groene Weg werd .en de huidige Joan Beukerweg. Nadat Petronella Ploem overlijdt koopt pastoor Wolters namens de Rooms Katholieke Kerk in december 1920 villa Ewilca met de bijbehorende gronden. Het kerkbestuur doet villa Ewilca vervolgens met de tuinen over aan de zusters voor f 30.000,-. Achter in de tuinen wordt vervolgens de meisjesschool St. Ursula gebouwd welke op 1 december 1921 in gebruik wordt genomen en nu nog steeds aan de Groeneweg 12 staat. De zusters hadden inmiddels de tot klooster ingerichte villa Ewilca betrokken en deze de naam villa St. Ursula gegeven. Ook wel het Ursulinenklooster genoemd. De gronden achter villa Ewilca bestemde de kerk voor een kerkhof, de huidige R.K. begraafplaats Mariahof aan de Groeneweg. De naam van het O.L. Vrouweklooster (1405-1600) leeft voort in het klooster 'Sancta Maria' van de zich in 1950 in Renkum gevestigd hebbende zusters Franciscanessen aan de Utrechtseweg. In 1996 is de bestemming veranderd en is het klooster gebruik als tehuis voor de opleiding van priester-missionarissen.
  De congregatie had zich uit Stella Duce, Oude Oosterbeekseweg (Jacoher) in Doorwerth teruggetrokken om in Heelsum het nieuwe bejaardenhuis Het Beekdal te leiden. De zusters bewoonden een aparte vleugel van het gebouw.

In 1975 verhuisden enkele zusters naar Oosterbeek om het werken en wonen te scheiden. Hun plaats werd ingenomen door bejaarde medezusters, waardoor Heelsum bejaarden-communiteit van de congregatie in Nederland werd.

 Na 2002 in gebruik voor o.a. VluchtelingenWerk, een politiepost en in 2015 komt het geheel (met de 2 scholen aan de Groenweg) te koop.

 De Kapel van het klooster is van 2002 gebruikt door het Renkumse kunstenaarscollectief o.a. voor tentoonstellingen en tot 2017 door Itaka gebruikt.

In het voorjaar van 2017 wordt het betrokken door verschillende kunstenaars en wordt het pand beheerd door het SLAK.
Sancta Maria Klooster te Renkum. Uit het magazine Echo's van zes dorpen. Historisch Genootschap Redichem, 2012 nr. 1, Jaargang 16. Pagina 20 en verder. Gesc hreven door de zusters zelf; redactie Lambert van Gils.

"Zusters Franciscanessen" in "Sancta Maria" te Renkum.

Tussen komen en gaan: "Van de Zusters Franciscanessen" in "Sancta Maria te Renkum.

Eens schreef een wijs man: "Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd". Pred. 3-1. Nu spreken wij van "Komen en gaan", "Mensen en ontwikkellingen zijn als schakels in de keten van de tijd". Zo ontstonden er in de 19e eeuw kloosters en kwamen er kloosterlingen, die biddend en werkend zich inzetten voor hun medemensen in sociale- en maatschappelijke achterstand of nood, (actieve congregatie's). Zo ook kwamen op 25 April 1938 de Zusters Franciscanessen naar Renkum om het werk van de Zusters Ursulinen over te nemen.

Nu eerst een korte Historische schets van 1903-1938.

In 1903 vermaakten de Hr. en Mevr. van Wijck-Conijn hun villa, koetshuis en tuin aan de Nieuweweg (met f10.000) aan de Zusters Ursulinen met de verplichting een katholieke school voor meisjes te beginnen. Er was toen alleen openbaar onderwijs.
In Oktober 1904 werd deze meisjesschool geopend in het koetshuis. Spoedig liet Mevr. van Wijck in de tuin een grotere school met drie lokalen bouwen en werd het koetshuis bewaarschool.
In 1916 kwam Pastoor U.J.H.Wolters naar de kleine parochie van Renkum. (Kerkje en pastorie stonden destijds aan de westzijde van het dorp in de Dorpsstraat ter hoogte van Campman.) Onder zijn voortvarende leiding werd in 1917 het herenhuis "Lemgo" met omliggende terreinen gekocht om een grotere kerk met pastorie te kunnen bouwen (Utrechtseweg). Rond 1920 kwam de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Toen werd ook het landgoed "Ewilca" gekocht voor de Zusters Ursulinen en haar scholen (aan de Groeneweg) met de villa aan de Utrechtseweg als klooster. Op 1 December 1921 werden beide katholieke scholen in gebruik genomen, (een jongensschool aan de Don Boscoweg).
Toen op 6 Oktober 1923 de nieuwe kerk werd ingewijd vormden, Kerk met park, parochiehuis Lemgo en scholen een mooi geheel. In dankbaarheid gedenken wij hen, die zo de basis legden van het huidige parochie-centrum.

Zusters Franciscanessen van 1938-1996.

Op 25 April 1938 worden negen Zusters Franciscanessen verwelkomd door twee Zusters Ursulinen en worden dan wat wegwijs gemaakt in klooster en scholen. Daarna wordt afscheid genomen met de beste wensen, "elk op weg naar een nieuwe tijd".
Op Zondag 1 Mei worden de nieuwe Zusters feestelijk ingehaald in de parochie. Zij gaven het klooster een nieuwe naam "Sancta Maria" en stelden zo Zusters, werkzaamheden en huis onder de bescherming van de "Zoete Lieve Vrouw" van Renkum, "Moeder van Toevlucht".
Op 2 Mei begonnen de werkzaamheden met een nieuw schooljaar. De meisjesschool telde 229 leerlingen; de bewaarschool 156 kinderen en een naaischool begon en groeide vrij snel naar 70 cursisten.
Op 1 November 1939 kwam er voor de Zusters Bisschoppelijke goedkeuring om maandelijks een aanbiddingsavond te houden (een blij bericht). Drie uren van "gebed en bezinning op leven en werken" volgens de aloude aansporing "Bid en Werk".
Het was met allen en alles wel even wennen, maar het werd een mooie tijd met blijvende herinneringen zoals:
- De dagelijkse schoolmis (ook zondags); in de kerk de meisjes links, de jongens rechts met leerkrachten erbij, dan samen naar school; je bel: in de rij staan, 2 bel: in stilte rij voor rij naar binnen, (elke klas had 40 a 45 kinderen).
- De zorg voor de parochiebibliotheek, zondags na de Hoogmis, uitreiken van boeken en plakken en kaften enz., in de vakantie!
- Voor de jaarlijkse Maria- en Sacramentsprocessie, (op school bruidjes kleding passen, groepen vormen, van 80 a 100 kinderen) Wat waren ze gelukkig als ze mee konden doen!

Dan plotseling 10 Mei 1940, Oorlog! Spannende dagen, vluchten richting Heelsum. Na 5 dagen de "Overgave". Na terugkomst eerst "chaos" ruimen. Daarna gaat het leven en het onderwijs weer door.
In Mei 1942 komt er een 7de leerjaar bij en in 1943 wordt het nieuwe schooljaar verplaatst naar 1 September (als voorbereiding op het achtste verplichte leerjaar)
Door de oorlogsjaren was het voorlopig onmogelijk een school voor voortgezet onderwijs te stichten. Helaas!
Op 17 September 1944: Luchtlanding op de Renkumse hei! Weer in de vuurlinie! Bevrijding? Integendeel! Schuilen in kelders... tot op 1 Oktober het bevel komt: Om 17.00 uur moet het hele
dorp leeg zijn! "Lopen voor je leven"! onder kanongebulder in de richting Ede! Pas in Mei - Juni 1945 mochten allen terug komen.
Wat een weerzien: een verwoest dorp! Met hulp van het Rode Kruis zorgde Pastoor Wolters voor een spoedig terugkeer van de Zusters om te helpen bij het ruimen van een onbeschrijfelijke chaos in klooster en scholen, (halve dag ruimen en schoonmaken en halve dagen les geven (om de kinderen van de straat te houden), dit gebeurde bij toebeurt. Het duurde jaren voor dat er voor allen weer normale situaties waren. Ook het klooster was onbewoonbaar verklaard. Eerst werd een noodgebouw gezet aan de Schoolweg, waarna het oude klooster werd afgebroken en een nieuw Maria Klooster met Kapel werd gebouwd, dat op 25 Oktober 1950 werd ingezegend door Pastoor G. J. Jansen. Een feestdag voor de Zusters en de parochiegemeenschap.
Intussen was op 1 September 1950 een R.K. meisjesschool gesticht voor Voortgezet Onderwijs met 59 leerlingen. Daarin werd de vroegere naaischool met avondcursussen voor volwassen opgenomen. Het aangepaste noodgebouw (van de Zusters) werd op 1 Februari 1951 het (voorlopige) onderdak. Jaarlijks moesten er lokalen worden bij gehuurd in andere schoolgebouwen tot we in 1955 de vereiste "urgentie verklaring" kregen. Maar... pas in 1964 ging de eerste spade de grond in door de firma W. Peters. Negen jaar werken en wachten, wie had dat kunnen vermoeden! De aannemer echter werkte niet alleen goed, maar ook vlot. En Goddank op 7 Juli 1965 kon het gebouw officieel worden geopend: een feestdag voor allen, die erbij betrokken waren of zouden worden! In het bijzonder: Bestuur, Ouders, Docenten en leerlingen. De eerste twee Protestanten Christelijke leerlingen hadden zich gemeld, waarna er later velen volgden! Het nieuwe gebouw had dan ook tien lokalen.
De "Streekschool" (ze was een begrip geworden!) kreeg een regio functie. Leerlingen kwamen uit de wijde omgeving: van Oosterbeek tot Rhenen en van de Betuwe tot Ede.
Wie herinnert zich niet de jaarlijkse "Tentoonstelling en Show"? Alom bekend en druk bezocht.
Er was behoefte aan beroepsgericht onderwijs met keuze uit kantoor winkel of verzorgend beroep op basis van een degelijke algemene vorming, gedurende 4 jaar.
Maar nieuwe ontwikkelingen volgden elkaar zeer snel op, kerkelijk, maatschappelijk en op onderwijsgebied.
- In 1960 werd katholiek Heelsum een zelfstandige parochie met eigen school. - De gezinnen werden kleiner.
- In 1965 werd een R.K. Mavo gesticht te Doorwerth.
- Voor de Congregatie wordt 1968 een merkwaardig jaar!
- Na veel overleg en rijp beraad tussen de besturen van de lagere scholen besluit de Congregatie de meisjesschool te sluiten, zodat de "Don Bosco" een gemengde school kon worden. Later wordt ook de kleuterschool "De Speelhoek" daarin opgenomen, (vanwege de nieuwe wet op de achtjarige Basisschool voor 4-12 jarigen).
- In 1968 komt ook de Mammoet Wet voor Voortgezet Onderwijs tot stand. Aanleiding voor de Congregatie om het bestuur van de Streekschool over te dragen aan een bestuur ter plaatse met name: "Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Zuid Veluwe Zoom"
- Rond 1980 weer een nieuw onderwijs beleid voor Voortgezet Onderwijs, namelijk Schaal vergroting. In de lande beginnen fusie-besprekingen, een lange, moeilijke weg!
- Intussen nadert het jaar 1983.  Vanwege pensionering verlaat de directie de school en wordt de adjunkt de nieuwe directeur. Aan de scheidende directie wordt de 'Erepenning van de Gemeente Renkum" uitgereikt en bij monde van de burgemeester waardering uitgesproken voor hetgeen in de school voor de jeugd was gepresteerd en de betekenis ervan voor de streek!
- De tijd die daarna volgde was, helaas van korte duur, wegens het mislukken van alle pogingen tot fusie moest in 1988 de beslissing tot sluiting vallen, hetgeen in 1990 een feit werd.
- Voor zeer velen was dit een onbegrijpelijke en betreurd gebeuren! Ook voor de gemeente die daardoor dit beroepsonderwijs verloor.
- Het gemeentebestuur beheert nu (2012) het gebouw voor alle vormen van sociale en maatschappelijke zorg binnen de gemeente onder de naam "De Bries".
- Het zal een blijvende herinnering zijn!
De opdracht die de Zusters Franciscanessen in 1938 hadden aangenomen is voltooid.
120 zusters hebben zich voor korte of lange tijd ingezet voor de jeugd in Renkum en omgeving.

De zusters zijn vertrokken in 1996. De twee zusters die achterbleven hebben enkele jaren in een huis aan de Veldweg gewoond. Toen was Zuster Ludivico nog alleen over. Zij is tot 2010
werkzaam gebleven voor de Renkumse parochie. Na het vertrek van haar medezuster woonde zij een korte tijd op zolder in de pastorie totdat zij het appartement kon huren boven de toenmalige SNS bank (thans "Vroeger & Nu"). Haar hoge leeftijd dwong haar tenslotte Renkum met weemoed te verlaten en terug te keren naar Denekamp.

Sinds het vertrek van de Franciscanessen in 1996, is het klooster enkele jaren gehuurd door de paters Salesianen van Don Bosco. Zij waren van plan daar een speciaal project op te starten met moeilijk opvoedbare jongeren. Dat project is niet van de grond gekomen en de paters zijn weer uit het gebouw vertrokken rond 2002.
1950
2de Hervormde kerk Renkum
, Kerkstraat 7, Renkum.


 
ansichtkaart 1950

Nederlands Hervormde Kerk Renkum

Renkum hervormde kerk interieur

Renkum Hervormde kerk

De hervormde kerk aan de Kerkstraat verving een kerkgebouw uit 1863. Dit kerkgebouw  voorganger werd door oorlogshandelingen in 1944 verwoest. Het huidige gebouw werd eind jaren veertig opgetrokken. Architect H. Roodenburg tekende voor het gebouw, wat in baksteen werd gebouwd. Het gebouw ademt de na-oorlogse bouwstijl en is nog steeds in gebruik.

Naamlijst van predikanten:

ds. W.J.J. Koelewijn  1997 - heden

tekening Ans van Dalen


Nederlands Hervormde Kerk Renkum
Protestantse gemeente. In 1950 in gebruik genomen ter vervanging van de in 1944 vernielde kerk. Architect H. Roodenburg.

Hervormde kerk Renkum
Opname in de jaren 80 van de vorige eeuw.

Renkum Hervormde Kerk ansicht

Hervormde kerk Renkum
www.hervormdrenkum.nl

   
uitzoeken
De Nederhof, een Eltens goed te Renkum, in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum.
 De Overhof, een Paderboms goed te Renkum, in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum.
Renkum Utrechtseweg 101 Aanbouw Huis van Maria Foto ca 1938 Collectie Joke Emmen. In het huis van Maria woonden de zgn. Duitse zusters
bron
In het HGR magazine 2013-1+2 staat een artikel  waarin  het rusthuis Maria genoemd wordt, waar  de Duitse zusters  een bejaardenhuis hadden. De aanbouw  is waarschijnlijk uit 1938, en samen met het huis  kapot geschoten in de oorlog.
Utrechtseweg 101 Renkum rond 1938
Renkum,  Utrechtseweg 101 Aanbouw Huis van Maria Foto ca 1938 Collectie Joke Emmen
Voormalig RK klooster Zrs Franciscanessen van Denekamp (gepensioneerden), Veldheimweg 2, Renkum  Volgens link niet meer in gebruik. Tegenwoordig particulier bewoond. 
 RK klooster Zrs Augustinessen Christenserinnen, Nieuweweg 4, Renkum.
Het adres Veldheimweg 2 was een aanbouw van de Nieuweweg 4. Door de eigenaar van de Nieuweweg 4 is er sprake van tijdelijke verhuuir geweest.
Volgens link nog in gebruik. 
 RK klooster Zrs Ursulinen van de Romeinse Unie, Renkum.  Uitzoeken. 
Heelsum 
1519
Het Kerkje op de heuvel. Hervormde kerk Heelsum - Kievitsdel, Koninginnelaan 24 te Heelsum. Rijksmonument.
 

 www.pkn-heelsum.nl

In 2017 is het 500 jaar geleden dat met de bouw van deze Kasteelkerk werd begonnen.
 Rond 1517 is de kapel te Doorwerth tot parochiekerk verheven en werd in dat jaar, bekostigd door de heer van Doorwerth, begonnen met de bouw van een nieuwe kerk in zijn heerlijkheid, en wel in Heelsum.
Volgens een processiestuk van 1633 had die verheffing tot parochiekerk plaats “Tot gerief van de Doorenwertsche ondersaten doordien d'andere nabueren tot Oosterbeeck, Rencom ende Wolfhezen genoechsaem waren gerieft". Immers, deze dorpen hadden sedert enkele honderden jaren reeds een eigen kerk.

Zie voor meer informatie m'n publicatie: kerkje-op-de-heuvel

Een PDF over de Geschiedenis van het kerkje op de heuvel in Heelsum

Een PDF over de relatie tussen het Kasteel Doorwerth en de kerken in Wolfheze, Heelsum en de kapellen op het Kasteel en in Doorwerth. 
Verdwenen Schuurkerk in Heelsum.  In de perode van de Reformatie, gebruiken de Katholieken een schuurkerk in Heelsum. Het kerkje op de heuvel wordt niet meer gebruikt. Daar was ook achterstallig onderhoud. De kasteelheer wist al geruime tijd dat zijn kerk ook onteigend zou worden. 
1961
Voormalige R.K. kerk Sint Joseph, Kamperdijklaan 2, Heelsum
 Al in 1958 kreeg architect Fons Vermeulen opdracht een kerkgebouw met 700 zitplaatsen en een pastorie te ontwerpen. Op 28 mei 1960, nog voor de feitelijke oprichting van de nieuwe parochie, besteedde het kerkbestuur bouw van de kerk aan. De firma BŲhmer nam het werk aan voor een bedrag van 254.000 gulden. In mei 1961 vond de inwijding van de kerk plaats. Bij de bepaling van de omvang van de kerk hield de parochie rekening met een aanzienlijke uitbreiding van het dorp ten noorden van de Bennekomseweg. Doordat deze uitbleef, bereikte de parochie nimmer de omvang, waarmee bij de kerkbouw rekening was gehouden. 
Sint Joseph, Kamperdijklaan 2, Heelsum
Het kerkgebouw uit 1961 werd ontworpen door architect A.H.J.M. (Fons) Vermeulen (1913-2013), een volgeling van de beroemde bouwmeester Dom Hans van der Laan. De bouw begon in 1960.
 In juni 2016 melden leden van de Titus Brandsma Parochie dat ze vrezen voor verkoop en sloop van de Sint Josephkerk aan de Kamperdijklaan in Heelsum, als gevolg van een daling van het aantal kerkgangers. Als de kerk verkocht wordt kunnen op het vrijkomende terrein woningen gebouwd gaan worden. Het bestuur van de parochie in Wageningen zegt geld nodig te hebben voor het onderhoud van de overige kerken in de parochie, die zich uitstrekt van Rhenen tot Oosterbeek en Veenendaal. In februari 2017 wordt bekend dat het parochiebestuur van R.K. Parochie Titus Brandsma een verkoop geregeld heeft met een projectontwikkelaar.
Een pdf met achtergrondinformatie: hoe bijzonder is de kerk.
Voorjaar 2017: ,,We hebben de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit onderzoek laten doen naar de kerk. Die commissie concludeerde dat de Sint Josephkerk een bijzonder gebouw is dat bewaard moet blijven’’, zegt een woordvoerder van de gemeente Renkum.
Doorwerth en Heveadorp
Verdwenen kapel van het Hof aan de Seelbeek. Ongenummerd Seelbeeckweg, Doorwerth. In het Elzepasje aan de Seelbeeckweg heeft een in 837 reeds vermelde woonburcht: Hof bij de Seebeek gestaan. Genoemd wordt een schenking van een Hof aan de Seelbeek aan het klooster van Lorsch door ene Magofrid. Het zou kunnen dat het Hof een kapel had. De bewoners vielen aanvankelijk onder het Kerspel Wolfheze, en kerkten later ook in de kapel bij de Kapelleboom.
1415
 Kapel in het Kasteel Doorwerth
In de 12e eeuw verrees kasteel Doorwerth. In 1415 gaf Bisschop Frederik toestemming aan Robertus van Dorenweert en diens echtgenote Jutte van Asperen “om in hunne woning de mis te doen opdragen op een draagbaar altaar en de mis, die in ene met het interdict getroffen kerk met gesloten deuren wordt opgedragen, bij te wonen". Tevens machtigde hij hen om zich voor de tijd van een jaar een priester tot biechtvader te kiezen.
1461
 Kapel bij de Kapelleboom bij de vijfsprong aan het eind van de Spechtlaan.
Kapelleboom Doorwerth

 Nog een verhaal over de Kapelleboom. Link.
 Uit opgravingen in 1922/23 bleek deze kapel te hebben gestaan aan de Holle Weg, iets ten zuiden van de Oude Oosterbeekseweg. Ook de Kasteelweg, die nu zijn eindpunt heeft aan de V. d. Molenallee en vroeger “de Bredeweg" geheten, liep tot dat punt door - nu Spechtlaan - en vormde de toegangsweg van de “Hof Wolfhezen" naar kasteel Doorwerth. De plaats van deze kapel lag voor die tijd zeer centraal. Oostelijk daarvan lag de Seelbeek-hof, en op dezelfde afstand het buurtschap Helsom, waarvan het centrum toentertijd aan de Koninginnelaan tegenover het jeugdgebouw de “Vosheuvel" lag. En een eindweegs zuidelijk stond het kasteel. Een oude lindeboom die destijds deze kapel beschaduwde leeft nog voort onder de naam “Kapelleboom".

 In het midden van de 15e eeuw was de pastoor van Wolfheze degene die de diensten in de kapel waarnam. Zoals blijkt uit een akte van 1461, waarin ridder Johan en Sophie van Bylant Heer en Vrouwe van Hemert en Dorenweert verklaren aan de pastoor van Wolfhezen en Heelsum, of aan zijn opvolgers, voor „smaelre tienden der kercken voors. van vlas, was, bijen en schapen” jaarlijks een oude Vrancr. schilt te zullen uitbetalen, terwijl hij de korentienden zal genieten" als ten tijde van Reinald van Homoet, heer van Doorwerth van 1430 tot 1459.

De Hof Wolfhezen had reeds in de 15e eeuw veel van zijn aanzien verloren, terwijl de heerlijkheid Doorwerth een machtig bezit was geworden. Hierdoor werd omstreeks 1517 de kapel te Doorwerth tot parochiekerk verheven en werd in dat jaar, bekostigd door de heer van Doorwerth, begonnen met de bouw van een nieuwe kerk in zijn heerlijkheid, en wel in Heelsum. Of te wel het kerkje op de Heuvel.
 1680
Kapel in het Kasteel Doorwerth
Charlotte Amťlie de la TrťmoÔlle (1652-1732) huwde op 29-5-1680 in Kopenhagen met Anton H.R. rijksgraaf von Aldenburg en heer van Varel, Kniphausen en Doorwerth (1633-1680). Ze was van hoge Franse adel: Hertogin de la TrťmoÔlle en prinses van Tarente. en strikt Hugenoot (protestant). Ze liet in de toren van het kasteel een kapel bouwen.
 1844
 Kapel in het Kasteel Doorwerth
ansicht 
 Jacob Adriaan Prosper baron van Brakell, heer van Wadenoyen, koopt de Doorwerth in 1837 en gaat dan aan de gang met de vele noodzakelijke restauraties. In de toren was ooit (na 1680) een (protestante) kapel geweest, en de baron wilde die graag weer terug. Om met 9 kinderen heen en weer naar de kerk in Heelsum te gaan, was niet handig. Na het overlijden van de baron, besteedde mevrouw Schuylenburgh, douairiŤre van Brakell, meer aandacht aan de kerk in Heelsum. 
1918 - 1969
 Voormalig verenigingsgebouw en cafť De Zaaier, Middenlaan 49, Heveadorp.
 Andere naam: Ned Hervormde kerk De Zaaier.
Gebouwd in 1918. nu een woonhuis, van oorsprong een cafť. In 1920 werd hier gestart met de R.K. vieringen. In 1937 gekocht door "Vereeniging tot behartiging van Nederlandsche Hervormde Belangen Heveadorp" en tot na de oorlog o.a. in gebruik voor de zondagse eredienst. De hervormden kerkten voor 1937 in het “kerkje op de heuvel” in Heelsum. Door oorlogshandelingen is de Zaaier beschadigd in 1944. Nadat te Doorwerth in augustus 1969 een nieuwe Hervormde kerk in gebruik werd genomen zijn de activiteiten in 'De Zaaier' gestaakt en heeft de vereniging zich per 4 december van dat jaar opgeheven. In 1957 werd het een tijdelijke kerk van de Ned. Herv. Gemeente Doorwerth - Heelsum. Buiten gebruik in 1958, in 1969 door de kerk verkocht en daarna als woonhuis in gebruik.
1933
Onze Lieve Vrouw van Lourdes
kerk, Van der Molenplein 1, Doorwerth.
 De Onze Lieve Vrouw van Lourdes-kerk is opgericht in 1934. Omstreeks 1915 werd in de gemeente Doorwerth de Verenigde Nederlandsche Rubberfabrieken Hevea gevestigd en gebouwd. In november 1920 woonden in Heveadorp 37 katholieke en/of gemengde gezinnen. Op 1 december 1920 werd gestart met de R.K. vieringen in "de Zaaier". Pastoor J.A.J. Ter Heerdt werd bouwpastoor van kerk en parochie in Doorwerth. Voor eigen rekening kocht Ter Heerdt eerst in 1924 2000 m2 grond en daarna in 1926 nog eens 2000 m2. De Cardanus Exploitatiemaatschappij schonk nog eens 5000 m2 en de gemeente Renkum zegde toe om het Van der Molenplein voor eigen rekening volledig in te richten. Op dit terrein, zou de kerk., de pastorie en het parochiehuis gebouwd gaan worden en na de oorlog ook de parochiŽle R.K. kleuterschool, de lagere school en de inter-parochiŽle R.K. ULO. Pastoor Ter Heerdt had een zeer goede band met de familie Schade in Oosterbeek. Mevrouw Cornelia Schade, schonk het volledige bedrag, nodig om de kerk. te kunnen bouwen. Haar zus, mevrouw Theresia Povel-Schade, schonk o.a. de kruiswegstatie. Ook vele andere giften werden van parochianen en andere mensen ontvangen. De architect was J.E. Wilke uit Bilthoven, zoon van een parochiaan. Op 28 maart 1933 werd de bouw van de kerk aanbesteed. Aannemer was dhr. H.Th. Vervoorn te Utrecht. Op 24 juni 1933 werd de eerste steen gelegd, en reeds begin december werd er een eerste dienst gehouden.

Eenvoudige zaalkerk met dakruiter in licht expressionistische vormen. Kruiswegstaties uit ca. 1937 door Willem Wiegmans (1892-1942). Interieur gemoderniseerd bij de liturgische vernieuwingen in de jaren 1960.

 In 2010 is deze parochie opgegaan in de Zalige Titus Brandsma (fusie)parochie. De geloofsgemeenschap Onze Lieve Vrouw van Lourdes omvat het gebied van de dorpen Doorwerth, Heveadorp en Wolfheze.



ansicht

In februari 2017 komt het parochiebestuur Titus Brandsma met een projectontwikkelaar tot overeenstemming om voor de kerk een andere bestemming te zoeken.
 http://www.olvlourdes.nl/Mediatheek/Archief.aspx
1934 - 1995
 De voormalige Gereformeerde Kerk, W.A. Scholtenlaan 25, Doorwerth.

 Het object is aangewezen als gemeentelijk monument op grond van de gemeentewet, 23 januari 1986.

Toen de N.V. Exploitatiemaatschappij Cardanus te Amsterdam in 1933 de kerkenraad van Oosterbeek voor fl. 15.000 een stuk grond aanbood om een kerk te stichten, ging de kerkenraad daarop in, na eerst de financiŽle consequenties van kerkbouw in Doorwerth op een rijtje te hebben gezet. Dat het aantal gereformeerden (op dat moment ruim honderd) kerkbouw in Doorwerth - Heveadorp wenselijk maakte, was duidelijk.

De plannen van architect Van Heusden (die daarvoor geen kosten berekende) omvatten niet alleen een kerk maar ook een kosterwoning. De aanbesteding (uitsluitend onder gereformeerde aannemers) vond op 18 augustus 1934 plaats (de bouwkosten bedroegen rond de fl. 18.000) en op 8 oktober dat jaar legde ds. Koers de eerste steen. De bouw verliep voorspoedig en op 20 maart 1936 kon de kerk in Doorwerth in gebruik genomen worden. Een paar maanden later, op 4 juli 1936, werd een uit de Oosterkerk te Zeist afkomstig orgel in gebruik genomen. Op 1 september 1936 ging ds. Koers met emeritaat. Hij was het jaar daarvoor vijfentwintig jaar aan de kerk van Oosterbeek verbonden geweest. In 1944 werd het kerkgebouw door oorlogshandelingen  beschadigd, zodat er na de bevrijding een restauratie gedaan werd. In Doorwerth werd, jaren na de restauratie van het kerkgebouw door de geleden oorlogsschade, ook het kerkinterieur vernieuwd, hetgeen in 1963 gereed kwam. In 1967 werd daar bovendien het kerkelijk verenigingsgebouw ‘De Eekhoorn’ geopend. In de jaren ’80 werd de kerk ingrijpend gerenoveerd.

De gereformeerden in Doorwerth bleven tot 1995 tot de Gereformeerde Kerk van Oosterbeek behoren; in dat jaar werd op 1 oktober de zelfstandige Gereformeerde Kerk te Doorwerth geÔnstitueerd.

De naam van de kerk werd in 2000 gewijzigd in ‘Gereformeerde Kerk Doorwerth-Heveadorp’, en al gauw werd met de hervormde gemeente een federatie aangegaan en vervolgens een (Verenigde) Protestantse Gemeente gevormd; de kerk van Doorwerth (-Heveadorp) maakte tot maart 1995 nog gebruik van de gereformeerde kerk, maar deze werd toen afgestoten. De hervormde ‘Ontmoetingskerk’ aan de Bentincklaan werd toen de gezamenlijke kerk van die Protestantse Gemeente.

voormalige Gereformeerde Kerk,  Doorwerth

De oude kerk staat er nog steeds. Is een poos Kookstudio en kinderopvang geweest. In 2016 verkocht en tegenwoordig in gebruik als atelier.

Meer informatie: Gereformeerde Kerken.info
Huize Jacoher aan de Oude Oosterbeekseweg - hoek Italiaanseweg, (oorspronkelijke naam "de Viersprong") Ouder adres: Oude Oosterbeekscheweg 58. Particuliere bewoning door oa de familie Scheffer, Meyer, Mees, Van Nispen tot Pannerden. Jacoher is van 1947 tot 1966 een klooster geweest van de Oblaten van O.L. Vrouw Assumptie. De naam veranderde van Jacoher naar Klooster Stella Duce, Oude Oosterbeekseweg 28, Doorwerth. In 1966 vertrokken de zusters naar het klooster aan de Utrechtseweg 60 te Heelsum.

 Andere naam: RK klooster Oblaten van Onze Lieve Vrouw Assumptie (OA).
 RK klooster Zrs. van het Arme Kind Jezus.
Raam van het oude Klooster Stella Duce in Jacoher,
 1969
Ontmoetingskerk
, Bentincklaan 7, Doorwerth.

ansicht 
 De Hervormde (PKN) Ontmoetingskerk is gebouwd in 1969 en valt onder de Protestantse Gemeente Doorwerth-Heveadorp. Protestantse gemeente.

www.ontmoetingskerk-doorwerth.nl
RK klooster Reguliere Kanunniken van Sint Augustinus (CRL), Dillenburg 138, Doorwerth  Volgens link nog in gebruik.
RK klooster Zrs van Julie Postel, Rolandseck 9, Doorwerth.  Volgens link niet meer in gebruik. 
RK klooster Catechisten van Breda, Doorwerth  Uitzoeken.
Wageningen, het oostenlijke gedeelte, waarvan  Renkummers denken dat het bij  Renkum hoort.

De kapel in Oranje Nassau Oord uit 1930 staat in de gemeente Wageningen.

 kapel van Oranje Nassau Oord
1960 - heden.
Gebouwd in 1960, een Hervormde Kapel voor het verzorgingshuis Rumah Kita aan de Hartenseweg 50 te Wageningen. Vanaf 1905 stond op deze lokatie het Renkumse Herstellingsoord, later Dennenrust.
De Kapel is ook door gereformeerden en katholieken gebruikt.
Kapel Kumah Rita, Hartenseweg 50
Bronnen, links en literatuur:

Bij enkele kerken staan specifieke boeken genoemd.

Voor de informatie over de Gereformeerde kerken is gebruik gemaakt van Gereformeerde Kerken.info

Andere sites:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wolfheze

 http://spannendegeschiedenis.nl/de-middeleeuwen/wolfheze-verdwenen-dorp

 De BAG: https://bagviewer.kadaster.nl

 Databestand kloosters in Nederland.

 www.kerktijden.nl

 http://reliwiki.nl/index.php/Hoofdpagina

 http://reliwiki.nl/index.php/Categorie:Wolfheze

 www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/plaats/620

www.ontmoetingskerk-doorwerth.nl/images/ontmoetingskerk/homepage/fietstocht1.pdf

 www.mariavanrenkum.nl/Kerkhistorie.htm

Het Gelders Archief te Arnhem
Boeken en literatuur:

Ulbe Anema; Het Kerkleven in Wolfheze in de 20e eeuw; 2001.

J. M. van den Berg; Magnalia Dei, De qeschiedenis van het kerkelijke Doorwerth - Heelsum, 1976

Cees Burgsteyn, (samenstelling); Verlies of winst. Schetsen uit de Geschiedenis van de de Hervormde Gemeente Renkum; 1986

H.C.J. Erkens; De kerkelijke geschiedenis van van Renkum, 1, 2 + 3, verschenen in 1997 in de Hoog en Laag.

G. Maassen: Gereformeerden in Oosterbeek, Wolfheze, Heveadorp en Doorwerth. Fragmenten uit de geschiedenis. 1888-1988. Oosterbeek, 1988.

Nic. Jansen: Van grote en kleine dingen: grepen uit het 100-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Renkum en Heelsum: 12-6-1889 - 12-6-1989 uit 1989.

A.B. de Jong, A.G. Steenbergen en Jaques J. Tersteeg; Katholiek Renkum Heelsum door de eeuwen heen. 1975

Albert A. Oltmans; De Kerken te Wolfhezen en te Heelsum in het Kerspel Wolfhezen. 1923, Quint uitgever Arnhem-Gouda.

Albert A. Oltmans; De Oude Kerk te Oosterbeek en hare Bedienaren. Bijdragen en Mededelingen, Vereniging Gelre 1923.

Jaques J. Tersteeg; Geschiedenis, het oude kerspel Renkum; Bijdragen en Mededelingen, Vereniging Gelre 1973.
Heeft u antwoorden, graag:

Er blijven een boel vragen over.