Rijnzicht

home
Hans Braakhuis

laatste update: maart 2020
Rijnzicht, tegenwoordig Rijnhof, Dorpsstraat 50. 6871 AM Renkum, oud adres destijds (rond 1900) B14 te Renkum achtereen volgende namen:

Rijnzicht (1855), Digoel Sawa (1908), Rijnzicht (1930), Rijnhof (1956 - heden)
Kadasterkaart Tinie Wijnstekers
Tekening uit een document gemaakt door Tinie Wijnstekers voor het Historisch Genootschap Redichem (HGR). Een eerste omschrijving van de huizen en hun eigenaren (tot 1832) in de Dorpsstraat en is van de hand van Peter van den Born en werd grotendeels opgetekend uit het ‘Rechterlijk Archief Veluwe’ (RAV) in het Rijksarchief te Arnhem. Na deze beschrijving volgt de vermelding van de bovengenoemde percelen en hun eigenaren op de kadasterkaart van 1832 tot heden. Ook teksten van Roest, Wes Beekhuis en Cees Burgsteijn zijn gebruikt. Dit document van Tinie Wijnstekers is gebruikt als basis voor deze publicatie Rijnzicht, hoe het begon tot op heden. Daarna is er in 2019 samen met Lies van den Broek (licht blauwe achtergrond) gekeken of er nog fouten inzaten of aanvullingen zijn. Op dit moment zijn er veel bronnen aan te boren waar de voorgangers geen of niet zo gemakkelijk gebruik van konden maken.
De nummers op de kaart hierboven zijn voor een HGR tentoonstelling in 2005 gemaakt. Hieronder een zelfde kaart, die nu digitaal beschikbaar is in HisGis Gelderland.

Uit de tekst van Tinie Wijnstekers:
"" De percelen 15-16-17-18-19-20-(21) en 22 worden in de loop der jaren samengevoegd tot één nieuw perceel met diverse gebouwen. Een stal, een garage, twee winkels, een hotel 'Rijnzicht' en tenslotte  een bejaarden tehuis.

In 2019 is deze informatie digitaal omgezet naar de tekening hieronder.
De info van hierboven is hieronder omgezet naar de perceelnummers zoals het Kadaster die op HisGis in 1832 gebruikt. Hierboven is veelal sprake van twee nummers, een voor de woning en een voor de tuin. Die hadden soms ook een andere eigenaar. Bij het omzetten zijn de tuinnummers niet meer gebruikt. De tuin is tegenwoordig de Van Riessenstraat en de Provinciale weg N225

Wijnstekers
HisGis 1832
15 + 16
D16
17 + 18
D18
19 + 20
D 20
21 + 22
D 21




  
Het Rijnzicht begint op kavel D16 hieronder en in de loop der jaren worden de Kadaster percelen hieronder genoemd D 21, D 20, D 18 en D16 samengevoegd tot één perceel met diverse gebouwen. Een stal, een garage, twee winkels, een hotel 'Rijnzicht', een bejaardenhuis en tegenwoordig een verpleeghuis met een iets andere naam: Rijnhof. Zicht op de Rijn is er al heel lang niet meer. Vanaf 1911 wordt er door Van Gelder een papierfabriek gebouwd.
Actueel onderzoek van Lies van de Broek (Historisch Genootschap Redichem)  leerde dat D19 + D20 in 1859 door de heer Buse gekocht is, het wordt dat jaar herbouwd en de kavels veranderen in D296 en D297.
Uitzoeken

Waarschijnlijk is dit niet het pand Rijnzicht waar het verder in deze publicatie over gaat.

Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp; "Naast Rijnzicht lag het grote complex met de Openbare School, het huis van de bovenmeester en twee ruime speelplaatsen. De ene, met drie machtige kastanjebomen, lag voor de school die op ongeveer 50 meter van de Dorpsstraat aan de rechterzijde van het terrein gebouwd was. Het huis van de bovenmeester stond links, iets minder ver terug, maar het had toch nog een flinke voortuin en langs het erf van juffrouw Scheurleer liep een smal pad door die voortuin naar de woning bij de school".

Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp; "Het grote herenhuis naast Les Quatre Saisons heette Lemgo, toen bewoond door een familie Ploem, dan volgde stalhouderij Remmerde, nog een eenvoudige behuizing en daarnaast de villa Rijnzicht van juffrouw Scheurleer. Ook meneer Kuik, een gepensioneerd ambtenaar woonde daar. Hij wandelde dagelijks door ons dorp met beide handen op de rug en sleepte op die manier altijd zijn wandelstok achter zich aan".


In 1890 wordt Mej. Th. A. H. Scheurleer uit Epe; tijdelijk benoemd tot onderwijzer te Renkum.

In 1894 verschijnt er een eerste advertentie: Dames Scheurleer, Renkum. Pension aangeboden gedurende de Zomermaanden of voor vast.

In 1924 verhuisd Th. A. H. Scheurleer naar Bennekom.

Van de heer Kuik is er een verslag van zijn begrafenis op Onder de Boomen.

Waarschijnlijk lag dit pand ter hoogte van de tegenwoordige Utrechtseweg 143, Renkum

Het zou zo kunnen zijn dat in de jaren dat Rijnzicht huize Digoel Sawa heet, de naam Rijnzicht door een ander pand is gebruikt.
Hierboven de situatie in een stukje van de Dorpsstraat. zeg zo het gedeelte vanaf het Dorpsplein (Zents) tot aan de huidige Action winkel in de Dorpsstraat in 1832 (bron HisGis). Aangegeven worden de kadasterkavelnummer en de eigenaar in 1832. Joseph van Brakel is in 1832 de eigenaar van de kavel op D16, met vette tekst op de tekening hierboven weergegeven. Dat is het perceel waar het latere Rijnzicht op gebouwd wordt. Naast van Joseph van Brakel woonde aan de linkerzijde de timmerman Cornelis van Bleek op D18.
Uit het 2019 onderzoek door Lies van den Broek

Zo ziet in de Kadasterviewer de kavel D 296 te Renkum er uit: 296 is het huis, 297 is de tuin

Reden is oa nieuwe kavelnummers. De oude kavelnummers waren D 19.en D 20. Dat zijn ook de nummers die er al in 1832 (HisGis) waren.

D19 + D20 worden in 1845 afgebroken: dienstjaar 1845.

Renkum kavel D 296
Zo ziet in de Kadasterviewer de kavel D 296 te Renkum er uit in 1854
296 is het huis.

D19 + D20 worden in 1845 afgebroken: dienstjaar 1845. Dat klopt dus niet, er is behoorlijk bij aangebouwd. De oude achtergevel met uitstulping is nog licht zichtbaar, verder is daar fors uitgebouwd. Ook aan de linkerkant is er een uitstulping-uitbouw, dan een gangetje en 2 anderen gebouwen, schuur, garage oid.

D 296 huis - fabriek en D 297 tuis zijn volgens legger 215.uit 1846 van Johannes Backer, fabrikant, boer en burgemeester van Renkum, woonachtig op de Oorsprong Oosterbeek. Waar ook zijn suikerfabriek staat.
 
Renkum D 296 in 1854
D 269 verkoop in 1854 aan Justinus de Beijer, burgemeester van Renkum. Hij verkoopt het weer in 1859. Zie legger 237.

Situatie in 1908: D 269 is D 1032 geworden. Nieuw is een aanbouw aan de schuur garage, waarbij het kleine voorstel deel is verdwenen. Nieuwe aanbouw met D 1031 en D397.
Eigenaar Kroesen.
Kavel D849 en 1031 in 1909
Uit: Cees Burgsteyn, Bomen over Renkum, uit 200, pagina 227:

"Naast het dubbele woonhuis {102 en 104} een kleine villa (1870). Hier woonde de
heer Visser met zijn vrouw. Zij hadden geen kinderen. In 1896 aangekocht door Willem
Busé. Deze was gehuwd met een dochter van de heer Le Maitre, een gepensioneerd
generaal. Deze twee namen komen we later nog weer tegen bij de beschrijving van hotel
Rijnzicht. In 1911 werd het pand aangekocht door de heer Scheller van de "Duno".
Deze bouwde er een boerderij bij en noemde het geheel "Salon de Rafraichiment" wat
zo iets betekende als melksalon (gelegenheid voor verfrissingen). Maar het ging niet
goed en werd weer afgebroken. In 1937 werd het weer verkocht en kwam op deze plaats
een grote winkel met woonhuis. Eigenaar was toen de heer Moerdijk uit Bennekom.
(Het was inderdaad de heer Scheffer, eigenaar van de modelboerderij op de Duno, het "Huis ter Aa", die hier in de Dorpsstraat een filiaal vestigde. Het moet daar een gezellig hoekje zijn geweest. Wes Beekhuizen geeft in zijn boek over dit pand een beschrijving, maar toen had het pand al wel weer een andere eigenaar, namelijk de heer Dichne uit Amsterdam. Volgens Wes was deze mijnheer Dichne getrouwd met Mina, de enige dochter van schilderspatroon Manasse. De melksalon werd toen de lunchroom van Dichne genoemd. In het voortuintje stond de al reeds genoemde lindeboom, waaronder een zitje. Ook de achtertuin hadvdergelijke zitjes waar men, onder twee prachtige rode beuken, kon vertoeven. Kom daarvnu nog maar eens om in onze Dorpsstraat! In het nieuw gebouwde pand {100} vestigdevde familie Witteveen hun modehuis. Nu kent u het als "modehuis Bruinink".
Uit het boek van Wes Beekhuizen: Groen was mijn dorp.
Met het deftige herenhuis, waarvan de tuin bij die van Margaretha aansloot, heb ik van alles zien gebeuren maar al voor mijn tijd heeft zich daar zo het een en ander afgespeeld dat in gesprekken tussen oude Renkumers nog vaak werd aangeroerd.
Het huis werd in 1882 gebouwd voor rekening van meneer Buse die daar met vrouw, zoon en dochter ging wonen. Het was een royale bedoening met paard en rijtuig, een wagentje voor de kinderen en wat dies meer zij. Een koetsier, twee meiden en een huisknecht, Nol Bovenkamp, en een tuinman behoorden tot het vaste personeel van meneer Buse die op vele plaatsen in het land huizen, boerderijen en bossen bezat en die, zoals het verhaal in Renkum luidde, in Haarlem zelfs een hele straat zijn eigendom kon noemen. Bij een debacle van een bank verloor meneer Buse eens een ton maar het deerde hem niet in het minst en de hofhouding in Renkum bleef op hetzelfde peil gehandhaafd.
Mevrouw Buse overleed in 1886, in datzelfde jaar trouwde dochter Kitty met meneer Le Maître, zoon van een generaal, en ten behoeve van de jonggehuwden werd het huis met een vleugel aan de Dorpsstraat uitgebreid.
Opmerkingen
Margartha bestond in 1882 nog niet, Op de HisGis prent hierboven is het kavel D13.

L.H. Buse heeft in Renkum een hobby: botanicus.

Het huis werd in 1882 gebouwd voor rekening van meneer Buse Daarvan hebben we nu uitgezocht dat dit 1855 mag zijn, zie hieronder.

H. van Roest: Dit was daar een rijke boel, ook een paard en een rijtuig. Ze hadden een groot Engels schaap, met een wagen voor de kinderen. De woning werd verder uitgebreid, en de smid Roest had er een beste klant aan. Er waren twee meiden, en de knecht Nol Bovenkamp. De Heer Buse had veel eigendommen, zoals land, bos, huizen en weiland. Hij had in Haarlem zelfs een hele straat.

Heeft Buse in Haarlem veel bezittingen? Helaas nu niet nagegaan. Er is in Haarlem geen HisGis.
Lodewijk Hendrik Buse; Utrecht 9-4-1819 - Renkum 3-1-1888
De heer Buse is de zoon van Willem Anne Henry Buse die in 1818 in Haarlem gehuwd is met Suzanna Elisabeth Gildemeester.
Lodewijk Hendrik Buse huwt op 7-4-1848 te Utrecht met:
Jemima Anna Koppiers  geboren in Southend (Engeland) rond 1817 - Utrecht 12-5-1885
Jemima Anna Koppiers was een dochter van Henry Koppiers, rentenier, en hij was gehuwd met Catharina Cornelia Buse!!!

Niet verder uitgezocht of Catharina Cornelia Buse weer familie was van Lodewijk Hendrik Buse.

Hun kinderen:
NN 30-1-1849 overleden te Renkum
NN 3-5-1850 overleden te Renkum
NN 8-5-1851 overleden te Renkum
Willem Anne Henrij Buse (1-11-1852 - 23-1-1905)
Catharina Cornelia Elisabeth Buse (24-2-1854 - 25-4-1907)
NN 15-12-1856 overleden te Renkum.

Over Catharina Cornelia Elisabeth Buse, zie hieronder.
Willem Anne Henrij Buse (Veur Maastricht 1-11-1852 - Den Haag 23-1-1905)
Willem Anne Buse huwt op 27 juli 1878 huwt te Renkum, met Jeanne Emilie le Maître,
dochter van generaal- majoor Willem Frederik Le Maître.

Jeanne Emilie le Maître ( 1861 - Veur Maastricht 23-01-1905)
dochter van Willem Frederik le Maître en Johanna Helena le Maître (geboren van den Bergh).
Haar vader Willem is geboren op 23 maart 1816, in Maastricht.
Haar moeder Johanna is geboren op 17 juni 1814, in Delfshaven.
Jeanne had een broer: Johannes Tomas Marcus le Maître.

Het echtpaar Buse - Le Maître kreeg op 29-8-1888 een levenloos kind in Den Haag.

Het blijft in de familie, een zus en broer Buse, huwen met een zus en broer Le Maître.

Om verder uit te zoeken:

Overlijdens akte Buse Den Haag
Andere overlijdensdatum 20-10-1892 ??

Overlijden Jeanne Emilie le Maitre
Is Jean Emilie Le Maître nu echt overleden op dezelfde datum als haar man, in de geboorteplaats van haar man ???
Op de grotere kavel gaat Buse in 1855 het herenhuis met de naam Rijnzicht sterk uitbouwen.

De familie Buse woode al eerder dan 1850 in Renkum. Het is nog niet duidelijk sinds wanneer en waar precies. Uit de genealogie hierboven blijkt al wel dat het eerste kind in Renkum in 1849 is overleden.

Wel duidelijk is dat de fam Buse of Le Maître - Buse ook in het latere Margaretha gewoond, ook op de Dorpsstraat en direct naast Rijnzicht op D13.

H. Roest: "Naast Buse's huis stond een heel oud huis op D18, waar Van Bleek de timmerman in woonde. Dit huis is door de heer Buse gekocht en geheel afgebroken. De grond heeft hij bij zijn tuin van Rijnzicht getrokken".
Bij het CBG is er een familie advertentie met trefwoord 1851 en Koppiers, echtgenote van de heer Buse.

Buse Renkum 1852
L.H. Buse haalt de krant in 1852, dan woont hij al in Renkum.

Op die manier is hij ook nu nog bekend bij Harvard,
Renkum Rijnzicht
Verkoopveiling  van een herberg clan de zuidzijde van de Dorpsstraat, november 1865.
In de krant staat dat in 1882: Tusschen Bennekom en Renkum heeft gisteren een vry belangrijke bosch- en heidebrand gewoed, op de bezitting van den heer Buse, te Renkum.

In de krant staat dat in 1883: In den nacht van Zaterdag jl. is te Otterloo onder Ede, een dennenbosch van den heer Buse te Renkum, voor een goed deel door brand vernield.
Het hier bedoelde Roekelse bos was een privé jachtterrein van de heer Buse. De brand besloeg een 300 hectare en vernielde ook terreinen van de familie Van Palland.

Arnhemsche courant van 30-11-1888:  "Renkum, 28 Nov. De heer mr. L. H. Buse, alhier overleden en die zich, zoowel door zijne rechtsgeleerde kennis, waarmede hij belangloos zoo menigeen ten dienste stond, als door zjjne veelzijdige ontwikkeling onderscheidde, had o a. eene kostbare verzameling naturalia nagelaten. Thans is deze belangrijke collectie door mevrouw C. D. E. Ie Maître—Buse aan de Rijkslandbouwschool ten geschenke gegeven, waarvoor haar , behalve den dank der Regeering, ook de erkentelijkheid der jongelingschap toekomt , voor wie deze met zooveel zorg bijeengebrachte en gerangschikte voorwerpen van uitgebreide nuttigheid kunnen zijn".
Staatscourant 1889: "Door de erfgenamen van wijlen mr. L. H. Buse te Renkum, is het grootste gedeelte van diens zeer aanzienlijk herbarium, bestaande uit ongeveer 35.000 verschillende planten en gewassen, aan 's Rijks Herbarium te Leiden ten geschenke aangeboden. Den schenkers is daarvoor de dank der Regeering betuigd".

In 1890 en 1891 wordt de bibliotheek van Buse in Arnhem verkocht. In 1892 wordt een collectie Conchyliën en Mineralen door de schoonzoon geveild.
Renkum hulppostkantoor in 1880
postkantoor nr 1

In 1882 komt het voormalige hulp postkantoor in de verkoop en dhr. Buse van huize Rijnzicht was er als de kippen bij. Het werd verbouwd tot koetshuis en woning voor de koetsier. Uiteindelijk werd dit het pand rond 1900 afgebroken en vervangen door een wat meer moderne woning die heel lang beschikbaar is gebleven voor het personeel van het huis. Deze lokaties zijn allemaal aan de oostelijke kant van Rijnzicht.
Rijnzicht. Na het overlijden van de heer Buse in 1888 wordt de kavel D296 huis + erf in 1889 gescheiden en worden broer en zus Buse gezamenlijk eigenaar. Iets later wordt Catharina Cornelia Elisabeth Buse alleen eigenaar. En daarna wordt Catharina Cornelia Buse met Catharina Cornelia Koppiers, tijdelijk in Renkum, woonachtig in Cannes, gezamenlijk eigenaar. Mw Koppiers is misschien een tante, c.q zus van haar moeder. Mw Koppiers is overleden op 21-10-1941 te Ede op 75 jarige leeftijd.

Catharina Cornelia Elisabeth Buse (24-2-1854 - 25-4-1907)
gehuwd met
Johannes Thomas Marcus Le Maître (5-12-1854 - Apeldoorn 21-06-1925)

Catharina Cornelia Elisabeth Buse huwt met met Johannes Thomas Marcus Le Maître, op 6-1-1887 te Renkum.
Met hun huwelijk werd Rijnzicht in 1887  verbouwd en vergroot en aanvankelijk woonden de families Buse en Le Maître - Buse gezamenlijk in Rijnzicht.
In 1897 is er een aanbesteding voor verbouw (f5.198,--) van de villa van mw. Le Maitre-Buse (Rijnzicht) die wordt gegund voor f5.198,= aan E. de Geest.

Wes Beekuizen; Groen was mijn dorp:
"De families Buse en Le Maître die het riante herenhuis bewoonden zijn door diverse vreemde voorvallen dikwijls in het nieuws geweest. Meneer Le Maître verbleef tenslotte alleen in het huis want zijn vrouw toefde in Amerika. Zij kwam na zijn dood terug en heeft daar toen geruime tijd gewoond met een huisbewaarder. In 1887 huwde de dochter.

Het huwelijk tussen mw Buse en dhr Le Maître was geen vlekkeloos huwelijk. Het verhaal van Beekhuizen klopt. Mw. Buse is een poos niet in Renkum geweest.

Het huwelijk Buse - Le Maître loopt helaas spaak er is een scheiding van tafel en bed in 1896 en de echtscheiding volgt in 1905. Gedurende haar huwelijk heeft Catharina nog enige tijd in Amerika gewoond. In 1905 (scheiding) koopt de heer Le Maître een huis aan de Kerkweg te Heelsum. Niet bekend is of hij daar gewoond heeft. Dit zou de Bellevue 3 kunnen zijn geweest. Catharina verveelt zich niet. In 1897 verschijnt: "Een Licht op uw Pad. De waarheden en vetlosdingen vervat in de Bijbel. Geschiedenis en de Leer der Zaliqheid".

Na de scheiding in 1905 woont mw Buse weer in Rijnzicht en verhuurd meerdere panden in Renkum. Aan de Dorpsstraat, misschien Margaretha en op de Bellevue.
In 1905 staat villa Margaretha, met ruime tuin en een flink souterain te huur voor hfl 400,=.

Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp: over verblijfsadressen voor kunstenaars;
"Toch was er voor hen in die tijd in Renkum een gelegenheid om zeer billijk een redelijk onderdak te bekomen. Aan het eind van de Kerkweg stond toen, op het hoogste punt ter
rechterzijde en wat landinwaarts, een hoog bouwsel dat het Atelier heette en dat aan veel trekkende kunstschilders huisvesting heeft geboden".
Hiernaast is te lezen dat mevrouw Le Maître een huis op de Kerkstraat het Bellevue, want daar heeft Beekhuizen het over, heeft laten bouwen.
Het bedoelde pand, nu Bellevue 3. Daarna staat het bekend als café de Bellevue en tegenwoordig is het een Chinees restaurant. Volgens de BAG is voor het eerst betrokken in 1922, zal wel weer niet kloppen. In dienstaar 1901 is er al een verbouwing. Op de kadastrale legger is te lezen: Teekenschool en later Atelier

"Mevrouw Le Maitre - Buse liet aan de Kerkstraat twee huizen bouwen waar kunstenaars voor 60 gulden per jaar een kamer konden huren. Van hieruit trokken zij de omgeving in om te schilderen". Uit pdf van Marlou Kursten.

Lees ook over de Bellevue bij hotels, café's

"Al snel verzamelde zich allerlei landschapschilders rondom De Bock en ontstond er, zoals eerder in Oosterbeek, een kunstenaarskolonie met bekende namen als bijvoorbeeld Xeno Münninghoff en Barend Ferwerda, Antoon Markus en Cornelis Kuypers. De kunstenaars hadden hun domein in een groot “Atelier” dat op de Bellevue gebouwd was. (Opdrachtgever tot de bouw was mevrouw Le Maître – Buse ) het gebouw bestond uit diverse vertrekken, waar tientallen en soms zelfs honderden kunstschilders met hun leerlingen werkten. Jonge kunstenaars ondergingen de invloed van o.a. Théophile de Bock. Er wordt wel gesproken van een Renkumse School". Uit RenkumLeeft
Rijnzicht Renkum
Uit de Bredasche courant van 26-04-1907

De datum van deze krant is vrijdag 26 april 1907. Als er staat in de nacht van zaterdag op zondag, dan is dat dus al 5 dagen eerder. De inbraak was dus in de nacht van 20 op 21 april 1907. Enkele dagen daarna, op 25-4-1907, heeft mw Buse zich dus van het leven berooft. Het bericht hierboven is van 26 april tot half mei 1907 met exact dezelfde tekst gepubliceerd. Er is met een zoekmachine op het www nergens iets te vinden over de toedracht, de inbraak, mogelijke verdachten of iets dergelijks.
Johannes Thomas Marcus Le Maître (Leiden 5-12-1854 - Apeldoorn 21-06-1925)

Catharina Cornelia Elisabeth Buse (24-2-1854 - 25-4-1907) gehuwd met Johannes Thomas Marcus Le Maître (5-12-1854 - 21-06-1925), zoon van generaal- majoor Willem Frederik Le Maître. Johannes was advocaat, en zijn werkkring was in Arnhem gelegen. Daarnaast was hij gemeenteraadslid van Renkum.

Bij Heemkunde is te lezen: bewoonde de heer Le Maître het huis geheel alleen, daar zijn echtgenote al enige tijd in Amerika woonde. .... De heer Le Maître heeft in die jaren dat hij in Renkum woonde veel voor het dorp en de bewoners gedaan. Veel verbeteringen zijn mede door zijn initiatief doorgevoerd. Als herinnering aan hem is er dan ook nog steeds de naar hem genoemde Le Maîtreweg.
 
Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp:
"Meneer Le Maître, die advocaat was, heb ik niet gekend maar hij moet een bijzonder aardige man zijn geweest die zich inspande om in ons oude dorp op velerlei gebied verbeteringen aan te brengen. De zandweg, lopende van de Achterdorpsstraat naar de Groene Weg is destijds naar hem genoemd en dat moet toch wel een schamele onderscheiding zijn geweest want het is al meer dan 60 jaar een bedroevend weggetje dat in de volksmond nog altijd de Lemeertersteeg heet".

Ook bij Heemkunde, Schoutambt en Heerlijkheid (uitgave 4 van 2000 pagina 101) is te vinden: "Mevrouw Le Maître is wel in de voetsporen van haar overleden man verder gegaan, want menig perceel grond werd door haar aangekocht. Maar ook toen haar nog leefde was ze bij deze aankopen zeer actief betrokken. Toen in 1897 de eigenaar van de windmolen aan de Molenweg het niet meer kon bolwerken, werd ze zelfs eigenaresse van deze korenmolen, waarbij de eigenaar zetbaas werd op de molen. Ook was ze erg betrokken bij de schildersbent in onze gemeente. Zij liet zelfs het huis 'Bellevue' bouwen. Dit moet een vrij hoog gebouw zijn geweest, waar de kunstschilders konden wonen, en werken. Ze moeten daar een prachtig uitzicht gehad hebben over de heide en de bossen".
Helaas, mw Buse is overleden in 1907, haar man eerst in 1925.

De vader van de heer Le Maître, de generaal Le Maître heeft ook op de Dorpsstraat gewoond, ter hoogte van waar later bakkerij Mekking zat. Op de Algemene Begraafplaats Onder de Bomen is zijn graf te vinden:  Gen. Maj. Willem Frederik Le Maître, Geb. 23-3-1816, overl 21-6-1882. Hij was gehuwd met Johanna Helena Hendrika van den Bergh. Als zij overlijdt in 1890 in Den Haag, is het aan te nemen dat de generaal daarna verhuisd om in de buurt van zijn twee kinderen in Renkum te wonen.

De heer Le Maitre neemt in 1895 ontslag als bestuurslid van afd. Renkum-Doorwerth van de
Gelderse Maatschappij van Landbouw.

De heer Johannes Thomas Marcus Le Maître huwt in 1906 opnieuw, en dan met Adriana Cornelia van Heteren, 30 jaar oud, zonder beroep. Het huwelijk is in Ede waar beiden dan ook wonen. Op 9-8-1906 verhuizen ze samen naar Gorssel. In januari 1910 vertrekt men naar Zutphen. En vandaar is er een verhuizing naar Apeldoorn in 1919. Adriana Cornelia van Heteren overlijd in 1947. Beiden zijn tegenwoordig begraven in
Apeldoorn


In 1896 gaat het kadaster de percelen D16 en D18 verenigen.
In 1897 is er weer een aanbouw van Rijnzicht die wordt gegund aan E. de Geest en Jansen uit Oosterbeek voor hfl 5198.
Rijnzicht Renkum
De datum van deze ansicht is niet bekend, Het inkleuren van zwart-wit foto's had een hoogtepunt in de jaren 1900 - 1910.

D1031 in 1908 in eigendom van Huibert Gerard Brian de Krijff van Dorssen, dan nog minderjarig. Geboren 1894 in Hilversum. in 1908 is de Krijff van Dorssen reserve luitenant vliegenier. Zijn zus huwde met de heer Beuker, zijn zwager dus. De heer Beuker heeft een monument met zijn naam op de hoek van de Groenweeg en de Utrechtseweg in Renkum.

Huibert Gerard Brian de Krijff van Dorssen is later gehuwd en weer gescheiden van Jkvr. Charlotte Louisa Hubertha Nahuys, geboren te Pilangwetan.

De jkvr. Charlotte Louisa Hubertha Nahuys is later gehuwd met de heer Kroesen en zodoende komt Rijnzicht in zijn bezit.

In 1908 gaat Johannes Alexander Kroesen, gepensioneerd Oost Indisch ambtenaar (assistent-resident) Rijnzicht kopen er komt opnieuw een aanbouw (perceel 894)  D 1032 huis stal koetshuis en tuin 1909. Daarna zijn er nog aanbouwen in 1912 en  in 1913 er komt een garage bij. Rijnzicht krijgt een andere naam: “Digoel Sawa”. Dhr. Kroesen woonde er van 1908 tot 1922. De kavel liep door tot aan de Heelsummerbeek in de uiterwaarden. Na het vertrek van de fam. Kroesen stond het herenhuis geruime tijd leeg.

Uit het huwelijk van Tiemen Cornelis Johannes Kroesen en Anna (Hannai) Johannes (Hovhannes) werd ook een zoon geboren Johan Alexander Kroesen. Deze Johan Alexander werd de tweede echtgenoot van Jkvr. Charlotte Louise Nahuijs welke eerder gehuwd was met Gijsbertus de Kruyff van Dorssen Uit het weede huwelijk zijn twee kinderen uit voortgekomen. (bron)
Digoel Sawa Renkum
Wes Beekhuizen: Groen was mijn dorp:

"Meneer Kroese bewoonde hun riante behuizing en hij was een gepensioneerd resident of assistent-resident uit Atjeh die aan de Veluwezoom van een rustige oude dag wilde genieten".

"Meneer Kroese besteedde veel zorg aan zijn ruime tuin en die bevatte, naast mooie gazons, dan ook veel bijzondere planten en bomen. Langs de tuin aan de Dorpsstraat was een met hardsteen afgedekt muurtje van ongeveer driekwart meter hoog en daarop stond een hek van kunstig smeedwerk. Voor het huis, dat iets van de straat terug lag, droegen geprofileerde hardstenen paaltjes diep doorhangende kettingen met grote stervormige schakels. De stoep lag slechts even boven het wegdek en was over het gehele oppervlak betegeld en alles bijeen genomen kon hier van het mooiste pand aan onze Dorpsstraat worden gesproken".

"Meneer Kroese had, vermoedelijk door de tropenzon, een zeer paarse neus en hij was ongekend lastig voor zijn leveranciers. Zelfs de meest bekwame vaklieden uit ons dorp konden hem niet naar wens bedienen en zodoende waren er dikwijls werklieden van elders in of aan zijn huis bezig".

"De fraaie residentie van deze oud-resident heette Digoel Sawa en rechts er van, naast de ingang voor leveranciers, stond de woning van de tuinman die later tevens chauffeur zou worden".

"Hoe lang meneer Kroese daar midden in onze Dorpsstraat geresideerd heeft heb ik niet nagegaan maar na zijn dood is het grote pand het toneel geweest voor meerdere drama's. Het werd verbouwd tot hotel Rijnzicht en diverse hoteliers hebben getracht er hun boterham in te verdienen maar het leek wel of er een fatum op het gebouw rustte want geen hunner kon de zaak rendabel maken. Het hotel brandde af, werd herbouwd, brandde weer af en ging na de tweede herbouwing nogmaals gedeeltelijk in vlammen op. Tenslotte is het als tehuis voor bejaarden ingericht".
Iets onduidelijks maar wil het hier toch vermelden.
Berhard Hendrik Steijnmeijer gaat op 13-8-1925 in Renkum huwen met Bernadina Theodora Reij. Met als adres Dorpsstraat 50
Johannes Alexander Kroesen (Semarang 19-07-1857 - Arnhem 14 November 1936.

Kroesen is de juiste naam. In locale publicaties en in de krant heeft men het steeds over Kroese.

Johannes Alexander Kroesen, geboren te Semarang 19 Juli 1857, O.I. Hoofdambtenaar, Ridder Ned. Leeuw, Officier Oranje-Nassau, overleden te Arnhem 14 November 1936, huwde 1° te Leiden 4 November 1880 (door echtscheiding ontbonden) Carolina Philippina Lange, geboren te 's-Gravenhage 6 November 1863, dochter van Johannes Robertus Lange en Jeanne Madelaine Hüter.
Kroesen huwde ten tweede male in Rotterdam 30 April 1908 Jkvr. Charlotte Louisa Hubertha Nahuys, geboren te Pilangwetan (afd. Demak, res. Semarang) 16 December 1866, zuster van Jkvr. C. E. A . Nahuys en gescheiden echtgenoote van Gijsbertus de Kruyff van Dorssen.
Gijsbertus de Kruijff van Dorssen en zijn echtgenote Charlotte Louisse Hubertha jonkvrouwe Nahuijs, die later na haar scheiding huwde met oom Johannes Alexander Kroesen (De eerste Ass. Res. van Nieuw Guinea). Uit:  tekst:


Digoel Sawa Renkum
Bericht uit de  De Zuid-Willemsvaart van 11-11-1925






Kroesen woonde daarna op de Utrechtseweg 124 te Renkum en vertrekt op 13 februari 1936 naar Arnhem.
Diegoels Sawa Renkum
In de  Arnhemsche courant van 11-07-1925 staat de advertentie van hiernaast.
Complete tekst:

Heerenhuis „Digöel Sawa" Renkum

Notaris G. D. C. VALEWINK te Oosterbeek, zal op Woensdagen 15 en 29 Juli 1925, telkens Jes namiddags ten 2 ure in het café VAN DEN BORN aan de Kerkstraat te Renkum, bij inzet en toeslag, publiek veilen en verkoopen s Het Heerenhuis: „Digöel Sava" met daarnaast gelegen afzonderlijk woonhuis, garage, stal, schuur, tuinhuisje, kippenhok, erf, boomgaard, moes- en siertuin, met warme kas en bouwterrein aan de Dorpsstraat te Renkum, kadastraal bekend gemeente Renkum, sectie D, nummers 1031 en 1032, te zamen groot 48 aren, 35 centiaren. Te veilen in 5 perceelen, ondermassa's en generale massa. Te bezichtigen Dinsdags en Donderdags van 2—4 uur op vertoon van een bewijs van toegang, 25 cents. Te aanvaarden bij de betaling der kooppenningen op 1 Oct. 1925 of zooveel eerder als nader mocht worden overeengekomen. Breeder omschreven bij biljetten, welke evenals nadere inlichtingen te bekomen zijn ten kantore van voornoemden Notaris. Inmiddels uit de hand te koop.


Het pand werd in 1925 aangekocht door dhr. Jacobus Wissenburg uit Renkum. Wissenburg had een kruidenierswinkel in de Fluitersmaat.

Wissenburg begint een hotel café restaurant Rijnzicht.
Kamer van Koophandel: Inschrijfjaar: 1925; Uitschrijfjaar: 1929; Dossier nummer: 5428
Rijnzicht Renkum
Renkum Dorpsstraat links hotel Rijnzicht ca 1910 Collectie Fien Bos bij het HGR.
Een verschil met de foto hierboven, een zijraam aan de oostkant.
Een volgende eigenaar is in 1930 mw. Bernardina Johanna Theodora Reij en Bernhard Hendrikus Steinmeijer, hotelhouder. Opnieuw wordt er weer verbouwd  De naam “Rijnzicht” komt weer op de gevel en door de uitbater de heer Steynmeyer uit Ede, verandere de garage, het voormalige koetshuis, in een feestzaal. 1926 o.a. op zondagmiddag dansles gegeven.
1931 advertentie in de krant. Zo floreerde het hotel in die eerste jaren, tot er een brand uitbrak die veel schade veroorzaakte. Na herstel ging het hotel al spoedig over in handen van nieuwe eigenaars. In 1932 koopt Elbartus Marinus te Veldhuis Rijnzicht. Na 1933 ook Albert Jansse Jr., bloemist uit Lochem. Rijnzicht wordt verder verpacht. Rijnzicht Renkum
Maar hoe zij ook hun best deden om het hotel rendabel te maken, het lukte niet al te best. Tot overmaat van ramp brak er weer brand uit en toen hielden de nieuwe eigenaars het wel voor gezien. In 1937 kwam Rijnzicht in het bezit van de heer Frederik Christiaan van Rijswijk uit Veenendaal. Rijnzicht blijft verpacht: Telefoonboek 1935: Exploitant. A. Jonasse en E. M. te Veldhuis.
Rijnzicht Renkum
Het toegangshek tot de parkeerplaats is aanmerkelijk vergroot.
Rijnzicht Renkum
Een iets andere opname zelfde periode

Het kadaster geeft aan dat er in 1941 gesloopt is, doch Rijnzicht wordt ook een Engels hoofdkwartier voor 2 dagen vanaf 17 september 1944. Ook Abraham Streefland komt er langs. Na de oorlog is er  enige schade en wordt Rijnzicht in 1948 in gebruik genomen voor twee (nood) twee winkels. Elders is te lezen dat  op 14 februari 1948 de eerste steen voor een nieuw hotel wordt gelegd. Opname net na de oorlog:
Rijnzicht Renkum
De heer van Rijswijk, hotellier te Renkum
Huwt rond 1938 met A. van Diepen.

spannende verhalen:

 De Gooi- en Eemlander:  25-08-1947: "Naar wij vernemen zal op 18 September en volgende dagen voor de Krijgsraad te Den Haag* de geruchtmakende bomaanslag op de Prinsengracht te Den Haag op Sinterklaasavond, waarbij drie 'personen om _het leven kwamen, worden berecht Er zullen negen. militairen terecht staan, allen gedetacheerd bij de Generale Staf, waaronder de drie hoofdschuldigen kapitein F. J. J. baron van Heemstra, de sergeant H. T. de Boer en korporaal J. P. J. Peterse, alsmede nog twee sergeants, twee korporaals en twee soldaten. De acte van beschuldiging bevat behalve de bedoelde bomaanslag plannen tot aanslagen op de kolonel J. H. Droste, op luit.-ko!onel Goedewaagen van de Generale Staf en op de aannemer R. Zwolsman te Den Haag. Alsmede een plan tot ontvoering van' F. J. van Rijswijk te Renkum".

Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant en Vrije Twentsche courant van    18-09-1947:  "De B. beweert, dat hij in 1942 negen tot twaalf Duitsers op het spoorwegemplacement te Nijmegen zou hebben gedood en in locomotieven zou hebben verbrand. De president gelooft dit verhaal niet en stelt een reeks deels technische vragen over de mogelijkheid van lijkverbranding in verlaten locomotieven. De B. blijft bij ziin verklaring. „Je gelooft het zelf?" vraagt de president. „Ik deed het" antwoordt de ]Boer kalm. Zonder uiterlijk blijk te geven von enige emotie verklaart hij ook te Haarlem een Duitser te hebben gedood. Later, tijdens de spoorwegstaking, had hij „daarin geen zin meer'*. Hij hield zich onledig met het „stunten" van levensmiddelen e.d. De ontvoering van den heer van Rijswijk was volgens de B. een object van persoonlijke wraak van luitenant Stoutenburg. Men haalde van Riiswijk uit ziin huis te Renkum en nam hem mee uit rijden. De B. zou ergens op een stille plek den heei van Rijswijk neerschieten. Door omstandigheden en gesprekken kreeg hii de indruk, dat deze man niet ZQ „fout" was als wel beweerd werd"

Provinciale Drentsche en Asser courant, 19-09-1947: "In de middagzitting werd de kapitein F. J. J. Baron van Heemstra gehoord, die verklaarde de kolonel J. H. Droste en overste J. M. A. Goedewagen, zijn directe chefs, schuldig te achten aan het saboteren van de opbouw van het leger. Voorts zou een hunner generaal Doorman hebben willen wegwerken. Bovendien werd aan beklaagde ten laste gelegd, dat hij geholpen heeft de heer van Rijswijk te Renkum van diens vrijheid te beroven door een vrachtauto voor de ontvoering beschikbaar te stellen".

Nieuwe Apeldoornsche courant, 20-09-1947: De auditeur-militair van de Krijgsraad te velde West, mr. dr. J. M. J. Baak, eiste Vrijdagmorgen na een requisitoir van twee uren een gevangenisstraf van 15 jaar en drie maanden tegen kapitein F. J. J. Baron van Heemstra, tegen sergeant A. T. de Boer een gevangenisstraf van 11 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest; tegen korporaal J. P. J. Peterse 9 jaar met aftrek van voorarrest en tegen soldaat J. J. H. van Haastrecht 1 jaar onder aftrek van voorarrest wegens moord, doodslag, poging tot moord, uitlokking, uitlokking en mededaderschap van het misdrijf, wederrechtelijke vrijheidsberoving, mededaderschap tot voornoemde feiten e.d. Bij de eis werd tegen ieder dezer vier verdachten ontslag uit de dienst en ontzetting van het recht bij de gewapende macht te dienen, gevraagd.
Tegen beklaagde S. W. Hogerhuis werd wegens medeplichtigheid bij de ontvoering van Van Rijswijk en aan de mislukte aanslag op het slachtoffer Boer bij de Vogelhaan te Loosduinen 4 jaar gevangenisstraf geëist met aftrek van voorarrest, ontslag uit de dienst en ontzetting van de bevoegdheid bij de gewapende macht te dienen.
Tegen J. Burghout 8 maanden gevangenisstraf, wegens medeplichtigheid bij het ontvoeren van de hotelhouder Van Rijswijk, uit Renkum.

Arnhemse Courant, 4-10-1947: "De krijgsraad te velde te 's-Gravenhage heeft heden de daders van en medeplichtigen aan de bomaanslag op 5 Dec. 1946 aan de Prinsegracht te 's-Gravenhage, alsmede van het „kidnappen" van de hotelhouder Van Rijswijk uit Renkum en voorgenomen aanslagen op twee hoofdofficieren en een burger als volgt veroordeeld: Kapitein F. J. J. van Heemstra tot dertien jaar gevangenisstraf .met aftrek (eis 15 jaar en drie maanden). Verdere straf: ontslag uit de dienst en ontzegging van het recht bij de gewapende macht te dienen. Sergeant A. T. de Boer, dertien jaar met aftrek (eis 11% jaar). Korporaal J. P. J. Peterse, negen jaar met aftrek (conform de eis). Soldaat J. J. H. van Haastrecht, wegens het door zijn schuld ontploffen van een handgranaat, de verwonding van een ander tengevolge hebbend, anderhalf jaar gevangenisstraf met aftrek (eis 1 jaar). Sergeant S. W. Hogerhuis, tegen wie vier jaar geëist was wegens medeplichtigheid aan de vrijheidsberoving van de Renkunise hotelhouder, werd tot één jaar gevangenisstraf veroordeeld".

Arnhemsche courant 10-12-1947:  "Een jongeman, leunend op' een stok, wordt de rechtzaal binnengeleid. Hij kijkt naar de vele belangstellenden, naar de ditmaal versterkte parketwacht, naar de volle bezetting van de perstafel en glimlacht zelfbewust als een jubilaris, die de hem gebrachte hulde op de juiste waarde weet te schatten. Hoffelijk knikt hij de rechters toe en luistert met aandacht naar het voorlezen van de zeer lange dagvaarding. Dan strompelt hij naar de balie, beantwoordt de vragen van de president met het gezicht van een gevierd spreker, die op een vergadering op verzoek van de voorzitter deskundige inlichtingen geeft. Stralend van zelfingenomenheid gaat hij na het verhoor weer in de verdachtenbank zitten, de komende en de gaande getuigen genadige blikken gunnend, ijverig noterend, wat ze zeggen en zich nu en dan verwaardigend, scherp omlijnde vragen te stellen. Soms tekent hij: de koppen van de getuigen.
Nieuwe illegale „stunts". Het moge absurd klinken, maar deze gebrekkig lopende jongeman, de vroegere ambtenaar van het Bureau Nationale Veiligheid, C. F. Steijn, uit Renkum, liep een jaar geleden nog rond in de battle-dress, als tweede luitenant bij de Koninklijke Landmacht. Hij was niet bevoegd tot het dragen van deze uniform, maar de luitenantsterren stelden hem in staat, zijn vurigste wens te verwezenlijken: het uitoefenen van gezag. De Köpenickiade van deze vroegere verzetsman bracht militairen onder zijn bevelen, die evenals hij verontwaardigd waren over de teleurstellende berechting van politieke delinquenten, inzonderheid van collaborateurs en dit leidde tot het voorspel van de Haagse bomaanslag van Sinterklaasavond 1946: de ontvoering van de Renkumse
hotelhouder Van Rijswijk in de nacht van 4 op 5 Juli 1946. De Boer, de onstuimige, in zijn requisitoir, dat vijf kwartier in beslag nam, doch ondanks de uitvoerige documentatie van begin tot eind boeide, gaf de officier van de Arnhemse Rechtbank, zitting houdende in de rechtzaal van het Bijzonder Hof, mr. de Vries, kernachtige karakteristieken van de mannen, die een belangrijk aandeel hadden in de Haagse moordzaak en die vrijwel allen een rol speelden in de ontvoering van Van Rijswijk en voor de Krijgsraad reeds terechtstonden. Speciale aandacht wijdde de officier aan sergeant De Boer (reeds veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf), de vermetele verzetsman, die in Haarlem met zijn KP het speciaal op collaborateurs en zwarte handelaren had gemunt en te Nijmegen tien à twaalf Duitsers uit de weg had geruimd door ze te doden en in het vuur van locomotieven te verbranden. Deze heetgebakerde sergeant, die zijn woede over het verloop van de berechting van onvaderlandslievende elementen luchtte tegen een ieder, die maar naar hem luisteren wilde, werd door zijn superieur, de kapitein Baron van Heemstra, ook een der
hoofdrolspelers in het latere Haagse drama (13 jaar gev. straf) in contact gebracht met Steijn, die het eens was met de beide andere oud-illegalen, dat daadwerkelijk moest worden opgetreden en het recht in eigen hand genomen. Van mening zijnde, dat inzonderheid hoteliers te Scheveningèn en elders zich schuldig hadden gemaakt
aan collaboratie met de vijand, werd op voorstel van pseudo-luitenant Steijn, van wien men aannam, dat hij als ambtenaar van het B.N.F. gerechtigd was de uniform te drager. De Renkumse hotelier van Rijswijk als eerste slachtoffer uitgekozen van hun nieuwe illegale activiteit. De Boer, als man van de daad, gelukkig met het vinden van een officier, die heette deel uit te maken van een wijdvertakte illegale organisatie, ontwierp in opdracht van Steyn een plan, waarbij de medewerking van leden van de voormalige Haarlemse K.P. werd ingeroepen en zo begon op 4 Juli 's avonds om 10 uur de rit naar Renkum, die conform de plannen een dodenrit had moeten worden.
Renkumse politie faalde. Baron van Heemstra had een legerauto ter beschikking gesteld, „luitenant" Steijn had de leiding. Alles ging goed tot Renkum, maar (daar hield de politie de mannen aan; een der koplampen brandde niet. Toen de politiemannen zagen, dat ze met de B.N.V.-ambtenaar Steyn te doen hadden, en hoorden, dat diens troepje aan een geheime „stunt" bezig was, met het doel van Rijswijk te arresteren, werden ze een en al bereidwilligheid en wezen zelfs de weg naar hotel Rijnzicht. Bedroevend en schandelijk noemde de officier deze bereidwilligheid, want door eerst onderzoek in te stellen naar de opsporingsbevoegdheden van deze militairen, had niet alleen de ontvoering van v. Rijswijk voorkomen kunnen worden, maar ook de bomaanslag op Sinterklaasavond. Begrijpelijk vond de raadsman mr. van Gent daarentegen, want van het Bureau Nat. Veiligh. was men dergelijk optreden gewend, „dat deed nu eenmaal zo". Dodenrit ving aan en Van Rijswijk werd van zijn bed gelicht en meegenomen. Steijn zat in de cabine naast de chauffeur; de anderen met de gevangene in de laadbak, waar ook wapenen en een schop aanwezig waren. Tot drie malen toe richtte de Boer onderweg zijn pistool op Van Rijswijk, doch deze bleef zo rustig en koelbloedig, dat De Boer begon te twijfelen, of ze hier nu werkelijk met een zwaar geval te doen hadden. Te Blaricum werd op last van Steijn een zijweg ingeslagen en stilgehouden. Nu of nooit, zeide §teijn, maar intussen waren ook de andere militairen gaan twijfelen; een hunner had van Rijswijk herkend als een kennis van familie en kon getuigen, dat deze man niet eens N.S.B.'er was. Besloten werd, naar Haarlem door te rijden, waar in het huls van De Boer werd de gevangene op zolder werd opgesloten. Een hevig gekrakeel ontstond tussen Steijn en de anderen. Steijn wilde persé van Rijswijk uit de weg ruimen, hij bezwoer de Boer, dat er diverse dossiers waren vol belastende feiten, maar men begreep zo langzamerhand met een gevaarlijke fantast te doen te hebben of met iemand, die een persoonlijke vete op deze wijze wilde beslechten. Verdacht werd vooral gevonden het feit, dat Steijn er niets voor voelde, persoonlijk zijn slachtoffer in verhoor te nemen. Tegen de wil van Steijn werd tenslotte van Rijswijk opnieuw in de auto gezet en bij de Kaag in vrijheid gesteld.
„Collaborateur" was goed Nederlander. De officier belichtte uitvoerig de figuur van Van Rijswijk. Deze man was allerminst een collaborateur, zijn misdreven tegen het vaderland be'slonden alleen in de ongebreidelde fantasie van verdachte. Inderdaad, er is een dossier. Maar het bestaat uit één derde losse aantijgingen en twee derden gunstige verklaringen.,Hij wordt beticht van spionnage maar er is geen spoor van bewijs. Hij zou bevriend zijn geweest met een chïf van de S.D.: geen spoor van, bewijs. Er zijn onbewezen klachten, over zijn  gedragingen tijdens de evacuatie. Een foute politieman verklaarde, dat hij veel borrels dronk met de Duitsers en van deze alles gedaan kon krijgen. Maar om dit laatste was het van Rijswijk te doen. Hondsbrutaal trad hij op, om de bevolking te helpen, hij gapte stempels, speelde een hoog spel. Hij is onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld; H. M. de Koningin en de regering brachten hem hulde. Niettemin werd hem twee maanden de toegang tot Renkum ontzegt al gaf van Rijswijk aanleiding tot het uitgeven van zijn dagboek. Laster en achterklap hadden hem bezoedeld. Steijn hoorde van dat alles en wond zich op tot de erkenning, dat van R. een gevaarlijke collaborateur zou zijn geweest. Toen stond hij hem naar het leven, de zelfde man, die hem eens het leven had gered. Want het was van Rijswijk, die de Wageningse politie-commissaris Versteeg ertoe bewoog, bij de S.D. een goed woordje voor Steijn te doen, nadat Stetjn als mededader van de mislukte aanslag op Versteeg was gearresteerd. Steijn maakte in een snorkend verslag ophef van zijn aandeel ln de schietpartij met Versteeg, maar volgens de anderen gedroeg Steijn zich als een kwajongen. Van Rijswijk stemde Versteeg gunstig door hem twee flessen genever aan te bieden en Versteeg deed gaarne afstand van zijn wraak om een hotelier te vriend te houden, die genever beschikbaar stelde. Dank zij de adviezen van Versteeg stelde de S.D. Steijn en de mededader Rlchard J. vóór als de misleide jeugd. De anders onvermijdelijke doodstraf werd niet uitgesproken. Steyn keerde de zaken om.Verdachte stelde het voor, alsof het De Boer was, van wie het hele plan, orn Van Rijswijk uit de weg te ruimen, was uitgegaan. De Boer zou de hotelhouder hebben willen elimineren en zelfs aan een bord te Arnhem ophangen als afschrikwekkend voorbeeld, maar Steijn had willen berechten en daardoor was het oorspronkelijke plan niet doorgegaan. De Boer, door de andere getuigen gesteund, hield echter vol, dat hij geweigerd had het moordende schot af te vuren; eigenlijk was het dienstweigering, stelde hij nu vast. Toen de president aan verdachte vroeg, waarom hij eigenlijk Van Rijswijk wilde arresteren, zeide hij met veel vertoon van gewichtigheid: Mag ik hier niet zeggen, ambtsgeheim... Gevaarlijke fantast. Om zich belangrijker te doen schijnen, had Steijn zich een pseunoniem aangemeten: luit. Stoutenburg, onder welke naam De Boer c.s. alleen maar kenden. Volgens verklaring van de psychiater dr. v. Voorst Maarschalk is Steiin een sterk fantaserende figuur, die zich zeer belangrijk voelt en de dingen snel op zichzelf betrekt. Hij is overtuigd van de waarheid van zijn fantasieën en kan gevaarlijk worden voor de samenleving, indien hij in een positie wordt geplaatst als hij had bij het BNV. Zijn narcisme wordt gevoed door zijn lichamelijk gebrek, hij is niet uitgesproken laf, maar schrikt terug voor de realiteit. Volgens het rapport der reclassering was de belangrijkheid van zijn werk hem naar het hoofd gestegen. Hij is verminderd toerekeningsvatbaar. Mr. de Vries eiste zes jaar gev. straf met aftrek en terbeschikkingstelling van de regering onder bepaalde voorwaarden voor de combinatie van deleten en overtreding, waaraan Steijn zich heeft schuldig gemaakt, met ontzetting uit het recht, bij de gewapende macht te dienen, of als opsporingsambtenaar werkzaam te zijn. De officier achtte het in het belang van de maatschappij, dat hij onschadelijk wordt gemaakt; overigens heeft mr. de Vries gevoelens van medelijden voor Steijn, die geen schurk is, maar het slachtoffer van zijn werk en van de tijd. Schromelijk heeft hij de licht ontvlambare de Boer misleid en ook andere voormalige illegalen, die hem blindelings vertrouwden, meegesleept. De aanslag op de goede Nederlander Van Rijswijk stond gelijk aan een Silbertannemoord, alleen het nekschot ontbrak. Met de gedeeltelijke toerekeningsvatbaarheid van verdachte heeft de officier bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden. Uitspraak over 14 dagen".

Trouw 1951: "De Raad van Verzet heeft zaterdag aan enige Amerikaanse autoriteiten — ECA-vertegenwoordigers en militairen — een excursie aangeboden naar plaatsen in Gelderland, waar in 1944 de luchtlandingen plaats hadden. Tijdens een bijeenkomst in hotel „Rijnzicht" te Renkum werden namens de minister van Oorlog onderscheidingen uitgereikt aan verdienstelijke verzetslieden. Het zijn de heren: ir. F. A. J. Mesker uit Den Haag, J. Peelen uit Renkum, J. A. Surig uit Den Haag en F. C. van Rijswijk uit Renkum. Zij ontvingen het mobilisatie-oorlogskruis".

In 1951 wordt er een kavel verkocht zodat er 24.58 are overblijft en wordt er weer verbouw tot  hotel Rijnzicht. De serre is groter en aan de achterzijde is er een feestzaal.

Rijnzicht Renkum

Rijnzicht Renkum
Zelfde foto als hiernaast. Renkum Dorpsstraat 50 Hotel Restaurant Rijnzicht achterzijde Foto ca 1960 Kalenderblad uitgave Wapen van Renkum ca 1995 Coll J Rozenboom bij het HGR.
Rijnzicht Renkum
Een vrijwel gelijke opname met de Dorpsstraat nu met straatlantaarn:
Rijnzicht Renkum
Renkum Dorpsstraat Hotel Café Restaurant Rijnzicht links uitgave Joppe Ansichtkaart GA by Historisch Genootschap Redichem
Zelfde periode:
Rijnzicht Renkum

Rijnzicht Renkum
Renkum Dorpsstraat 50 Hotel Café Restaurant Rijnzicht Uitgave Joppe Ansichtkaart GA + HGR
Een opname van boven:
Rijnzicht Renkum
Bij de bron is te lezen dat deze opname uit 1939 zou zijn??
Klik op de foto hiernaast voor de bron bij het HGR.

Op de foto zie je de grotere serre aan de linkerkant van Rijnzicht en de feestzaal aan de achterzijde is ook al aanwezig. Dat verscheen allemaal eerst in 1951.
In 1955 was er weer een brand in het hotel alles was weg.

Trouw 17-1-1955: "Een grote uitslaande brand heeft zaterdagavond het hotel „Rijnzicht" te Renkum, directeur de heer F. G. van Rijswijk, in de as gelegd. Slechts de kale muren staan nog overeind. De schade aan gebouwen en inventaris wordt geschat op 2,5 à 3 ton.
Om halfzes werd de Renkumse brandweer gealarmeerd; ook de brandweer van Oosterbeek en Heelsum verleende assistentie. De brand is vermoedelijk ontstaan doordat een gordijn bij de gashaard in een hoek van de barzaal vlam vatte. De kok was direct met een brandblusapparaat ter plaatse, maar uit de gashaard sloeg een vlam omhoog, die gordijnen en plafond in brand zette.
Na een halfuur, toen de barzaal was uitgebrand, leek het gevaar geweken. De brand is echter via de keuken naar het oudste gedeelte van het hotel, het woonhuis, doorgedrongen en van daar naar de hotelruimte. Om acht uur laaiden de vlammen hoog boven het hotel uit en liepen de belendende gebouwen gevaar. Het naastliggende pand heeft slechts waterschade opgelopen. Met veertien stralen werd het vuur bestreden. De Wageningse brandweer kwam om kwart voor acht assistentie verlenen met een magirusladder en een tankwagen. Ook de brandweer van de papierfabriek Van Gelder en Zn. was gealarmeerd en stond klaar om uit te rukken, maar heeft geen dient gedaan. Het hotel telde 30 bedden De schade wordt door verzekering gedekt, Persoonlijke ongelukken kwamen niet voor".
Rijnzicht Renkum
In februari 1956 ging de nieuwbouw weer open. In 1961 verkocht van Rijswijk zijn hotel aan de heer van Elshout uit Amsterdam, die het beheer van het hotel aan zijn zoon opdroeg. Maar het, misschien wel te luxe hotel, bleek niet rendabel te maken Rijnzicht Renkum
In 1965 was het weer mis. Uit het  Het vrije volk van 18-11-1965
Bij een brand in de tuinzaal van hotel - Rijnhof. te Renkum zijn vannacht twee personen gewond. Een van hen moest in een ziekenhuis worden opgenomen. De brandweren van Renkum, Heelsum en Oosterbeek konden het hotel behouden. Wel. is grote rook- en waterschade aangericht. Veel meubilair is onbruikbaar geworden. De tuinzaal is uitgebrand. De brand, waarvan de oorzaak nog onbekend is, werd ontdekt door leden van het Italiaanse orkest I Gerla, die voor een maand.in het hotel optreden. Zij zaten nog in de bar. De barkeeper, probeerde nog met een blusapparaat het vuur te bedwingen, doch hij slaagde hierin niet. Beneden bevonden zich geen gastten. Twee dames, die boven sliepen, sprongen van het balkon. Een gast, mevrouw van Boxtel uit Eindhoven, is met rugletsel opgenomen in; een ziekenhuis te Arnhem. Een lid van het personeel, mej. Hilverink, kreeg een bloeduitstorting aan een been.. De oorzaak van de brand. en de omvang van de schade zijn nog niet bekend
Uit de Telegraaf van 18-03-1967 Van onze correspondent; RENKUM: zaterdag Het bekende hotel „Rijnhof" in Renkum, dat na de brand twee jaar geleden niet, meer in bedrijf is geweest, ls gisteren publiek geveild. Het was ingezet op ƒ215.000,—. Voor dit bedrag is het ook verkocht. Koper is de heer G. Derks uit Wapeningen, die het na herstel weer als hotel zal exploiteren.
Rijnhof Renkum
Vanaf de achterzijde, voor 1975 als er de provinciale weg N225 aangelegd wordt in de tuin. Bron HGR
Rijnhof Renkum
Aanleg van de N225 in de tuin van Rijnhof medio 1975.
In 1966 werd Rijnzicht het gekocht door de firma Thiemessen uit Wageningen, die het verbouwde en er een verzorgingstehuis voor bejaarden in vestigde. In plaats van Rijnzicht werd Rijnhof de nieuwe naam. Er was toch al geen zicht op de Rijn meer.
Rijnhof Renkum
Renkum Dorpsstraat Rijnhof ansichtkaart 1976 Coll Fien Bos + HGR
De firma Thiemessen besloot in 1988 dat “Huize Rijnhof” zou worden gesloten. Veel commotie. In 1989 kwam het bericht dat “Rijnhof” werd overgenomen door de Stichting “Oranje Nassau’s Oord”. In 1997 kwam er nieuwbouw en is het een onderdeel van de Zinzia Zorggroep geworden.

Rijnhof Renkum
Een ander verhaal over Rijnzicht geschreven door Hendrikus van Roest, bewerkt door Cees Burgsteijn en Heemkunde staat hier.
Door de vele bewerkingen zijn er vermoedelijk fouten ingeslopen.
Bronnen:

Delpher
St. Heemkunde Renkum
HGR
HisGis Gelderland
Gelders Archief
Groen was mijn dorp. Renkum in de jaren 1900-1925.     Beekhuizen, Wes    1973

Van een groene zoom aan een vaal kleed    Demoed, E.J.    1953

Een tekst van Tinie Wijnstekers uit 2005

Met dank aan Lies van den Broek, die meerdere keren naar het Gelders Archief is geweest om heel veel uit te zoeken.

slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres: