oude hotels, café's, herbergen in Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze.
home
Hans Braakhuis

laatste update: augustus 2019
Wolfheze
In het Renkumse begint eigenlijk alles in Wolfheze. Want daar loopt volgens het Groot Geldersch Placaetboek III uit 1712: "den ouden Utrechtsen weg, dien te noorden langs de beek na Heelsum loopt". De genoemde beek is de Wolfhezer beek en hier is deze te zien, inclusief het huidige pad, (van noord-oost, naar zuid-west evenwijdig aan de A50) dat vroeger de Utrechtseweg genoemd werd.
De oude Utrechtseweg zal er al geweest zijn rond het jaar 1000. De verdwenen Wolfheze kerk is uit die tijd, het Stratius Rondeel en de vesting op de Duno zijn uit die tijd. Dit om het verkeer op de oost-west verbing en de kruising met de noord-zuid verbinding en de doorwaadbare plaast bij Heveadorp te beveiligen. Pal naast de kruizing begint een boer met het verstrekken van water en verfrissingen. De verbinding van de Veluwe met het zuiden was lvan belang voor vervoer van ijzeroer, zo van de IJzertijd tot de vorige eeuw. Bij Heveadorp was de Rijn doorwaadbaar. De oost west verbinding ging van Amsterdam naar  Munster en verder Duitsland in.
1606 - heden
Boerderij Uitspanning Hotel Wolfheze, Wolfhezerweg 17, Wolfheze. Het huidige hotel Wolfheze ligt aan een kruising van oude Heerwegen en later Hessenwegen. Het forsterhuis wordt al beschreven als het geslacht Van Lawijck er woont. In 1371 was waarschijnlijk Arndt van Lawijck hier reeds aan het ontginnen. Spaanse troepen verwoesten het wildforstergoed in 1505, doch het wordt weer opgebouwd. Misschien niet meer dan een boerderij met jachtkamer. In 1540 komt het goed in handen van Droechscherer, wiens vrouw, hij overleed reeds 1547, veel heeft gedaan om het terrein weer in goeden staat te brengen. Maar ook hier richtten de Spaansche troepen in 1584 - 1585 weer grote schade aan. Ook toen niet definitief. Wolfheze verdwijnt wel van de kaart, maar op een kaart van 1616 komt het wlldforstershuis geteekend weer voor, omgeven door een hekwerk; twee huizen en een „hofstede" schijnen er toen te hebben gestaan. Bij de boer kon een reiziger water drinken, een paard laten rusten, overnachten.
Uitspanning Wolfheze

paviljoen hotel Wolfheze

boswachterwoning Wolfheze
Staat vanaf de Wolfhezerweg gezien, gebouwd in 1939, links van het hotel. Tegenwoordig is er een vleugel bij gebouwd.
De boerderij werd een uitspanning. Met de komst van de treinhalte Station Wolfheze, met dank aan de baron van Brakell, ontdekt het publiek de schoonheid van het landschap.
De Uitspanning te Wolfheze
In 1910 wordt de uitspanning-boerderij van mw. J. H. G. van Heutsz-Baronesse van Brakell aan de N.V. Ter Spijt verkocht. Zij laten de boerderij slopen en er komt een hotel waarvan de exploitatie wordt door de Mij. de Tafelberg, die ook het gelijknamige Hotel in Oosterbeek beheerd.

Hotel Wolfheze
Ook in 1914 is er een verkooppoging waarbij het gehele landgoed Wolfheze met inbegrip van het hotel en de bezittingen Klein Wolfheze en Kabeljauw zal worden verkocht.
Hotel Wolfheze
met een eerste uitbreiding, twee zadeldaken te zien.

Hotel Wolfheze

Hotel Wolfheze
1896-1972
Voormalige Boerderij de Buunderkamp, gebouwd in 1884. De boerderij de Buunderkamp werd bij wijze van proef door dhr. Heldring op de zandgrond gebouwd, voor melkvee en kaasmakerij. Dit experiment is echter een mislukking geworden, zodat de boerderij ten dele is afgebroken. De rest werd in 1896 door dhr. Smit verbouwd tot pension, en in 1904 door dr. Adriani ingericht als rust- en herstellingsoord. Vanaf  1930 wordt het als hotel geëxploiteerd door dhr. Evers.
Hotel de Buunderkamp

Brand in hotel de Buunderkamp Gisteravond heeft een brand gewoed in hotel De Buunderkamp ln Wolfheze. De bovenverdieping brandde geheel uit en de benedenverdieping liep ernstige schade op. Bij het uitbreken van de brand bevonden zich geen gasten in het hotel. Alleen de kok, de heer Van Velzen, was aanwezig. Daar het hotel middenin een bos staat, moest het bluswater per tankauto worden aangevoerd. Na anderhalf uur waren de brandweerlieden het vuur meester, maar het nablussingswerk heeft de gehele nacht geduurd. De oorzaak van de brand is niet bekend. De schade wordt geschat op ƒ 50.000. Algemeen Handelsblad, dd 16-03-1966

Na de brand is het hotel niet meer in bedrijf geweest. Op het terrein is een der bijgebouwen gebruikt door het Ziekenhuis Wolfheze voor de verpleegkundige opleiding, in ieder geval rond voor en in 1965. In 1972 stond het leeg en werd er een pannenkoekenrestaurant in gevestigd. Kort na de opening werd dit restaurant weer gesloten, gesloopt en kreeg de kok-eigenaar een goede baan in het nieuw te bouwen hotel de Buunderkamp. De bouw van het hotel begon in 1973 en de opening was in mei 1976.
Buunderkamp Wolfheze

Buunderkamp Wolfheze
Voormailge theeschenkerij A.W. de Groot, O. Kreelscheweg B.E. 25 Wolfheze.
genoemd in een advertentie in 1934.

Voormalig hotel van Dijk, Wolfhezerweg 87, 6874 AC Wolfheze
Na 1920 tot in de jaren 1970,
hotel van Dijk, Wolfheze
Hotel Pension v. Dijk. Tel. 2. Zeer rustig gelegen in ongerepte natuur. Prima keuken. Pens.prijs per persoon f 5.—, laagseizoen f 4.—. Eigenaar T. J. v. Dijk, v.h. Park Hotel, Velp.
Een advertentie in de krant van 1929.

Wolvenbosch van Dijk Wolfheze

In de jaren 1970 werd het restaurant het Wolfenbosch tot mei 2007. Tegenwoordig is het restaurant De Tijd op deze lokatie naast het station.
Renkum
Cafe Beekhuizen. Tegenover hotel Campman en Tondano.
Afgebroken voor de aanleg van de N225 in 1973.
Cafe Beekhuizen Renkum
Het voormalige Pension Blauwe Palen, of Villa pension Bergereng. Tegenwoordig staat er een bankje op de hoek van de Schaapsdrift en de Nieuwe Keijenbergseweg in Renkum. Tot 1973 stond hier een pension, laatstelijk bestierd door de familie A. Kerseboom en W. Kerseboom-van Os. Afgebroken in 1973. Het pension wordt al genoemd in 1910 in het boekje: Renkum en Heelsum in Oude ansichten, van Piet Richter uit 1975. In 1920 was dit pension verkocht door Woningbureau 'Gelria'. Daarvoor ook bekend als het Bierhuis van Van Os.
Blauwe Palen Renkum
Pension Bergereng Blauwe Palen Renkum
In de buurt zijn eind 2004 de toegangspalen voor de Keijenberg zoals op deze foto weer opnieuw geplaatst op de Nieuwe Keyenbergseweg
Pension de Blauwe Spar, eigenaar in 1943: Mevr. v. Dijk-v. d. Heuvel, Dorpsstr. 169
1649 - 1858
Herberg den Bok (Bock en Vergulde Bock), Renkum

Al sinds 1649 is sprake van een herberg De Bock in Renkum. Naast de papiermolen de Bock lag aan de Renkumsebeek de Herberg ‘De Bock’, op het voormalige kloosterterrein dat bekend stond  als de Kloosterweide. De herberg had een eigen brouwerij. Deze herberg is afgebroken en vervangen door de tweede herberg - brouwerij op dezelfde lokatie. Zie het schilderij hieronder. Willem Offenberg kocht de oude 2de herberg met een omringend gebied van 30 hectare in 1815. Hij liet het oude gebouw slopen en liet rond 1825 een nieuwe herberg aan de noordkant van de postweg naar Wageningen, bouwen met de naam 'De Vergulde Bok'.  Bij de nieuwe herberg kwam ook de bierbrouwerij De Bok gebouwd,
brouwerij Renkum Clemens
Op dit schilderij van Clemens uit 1825 is de tweede herberg, brouwerij aan de rechterkant zichtbaar. Alles is intussen afgebroken, ook de kerk.
Den 3. vervorderden wij met de eigen chaize. van de Hr. Voet weder onse reis, langs den Doornwaert door Heelsom op Renckom in de herberg den Bok, alwaer een ontbeit namen. Van hier reden door Wageningen, de Greb op Rhenen, in welke stad 't middagmael hielden in de herberg de Koninck van Denemarcken bij de schepen Amberg.
Uit Reisjes door Gelderland en land van Kleef, 1720, Gelre LXVII, pagina 123 ev.

 De bierbrouwerij de Bok, met Heerenhuis, Meesterknechtswoning en tuin te Renkum , in openbare veiling opgehouden zijnde, is met Vaatwerk en Voorraad uit de Hand te Koop. Informatien zijn te bekomen ten Kantore van den Notaris Hondius te Wageningen.
Uit de  Arnhemsche courant van  02-11-1861
Op de plek van de oude herberg “De Bock”, is later villa “Redichem” gebouwd welke onder andere bewoond werd door steenfabrikant Heinrich Gerhard Reymer en zijn echtgenote Arnolda Hermina van Wijck, dochter van de steenfabrikant Richardus van Wijck.

In 1825 liet Willem Offenberg weten dat hij zijn logement De Vergulde Bok bij de aanleg van de straatweg tussen Utrecht en Arnhem geheel nieuw heeft opgetimmerd en vergroot. Toen in 1844 de brouwerij door brand werd getroffen kon Offenberg zijn klanten geruststellen dat hij in staat was alle bestellingen van onderscheiden biersoorten te voldoen. Nog datzelfde jaar overleed hij.
In 1852 zijn F.J. Offenberg en zijn moeder B .T. Staring, de weduwe van Willem Offenberg, respectievelijk de bierbrouwer en logement houdster van de herberg de Bock.
De brouwerij werd vervolgens diverse keren te koop aangeboden tot in 1858 H. Christiani in december begint met de levering van Beijersch bier. Slechts enkele jaren later werd, naar verluid door "onkunde van den Brouwknecht", de brouwerij overgedaan aan Adolf Leijgraaff. Onder de firma Offenberg en Leygraaff werden in 1887 ijskelders gebouwd, die tijdens de tweede Wereldoorlog nog als schuilkelder zijn gebruikt. De brouwerij was toen al lang gesloten. In 1892 werd de brouwerij het hoofd-agentschap voor de provincie Gelderland van de Phoenix-brouwerij uit Amersfoort.
In 1898 stond de bierbrouwerij voor afbraak te koop en de gebouwen zijn kort daarna gesloopt. De kelders van de brouwerij, gebouwd rond 1860, zijn echter nog aanwezig onder de gebouwen van de voormalige wasserij Peelen, die hier later gevestigd was.
In de oorlog hebben hier enige tijd onderduikers en ook Duitse soldaten gezeten.
kelders de Bock villa Meta

Eigenaren
Adolf Johannes Leigraaff 1849 - 1894
1894 Al jaren niet meer in werking, verkocht voor hfl 1.020 aan van Zeumeren uit Tilburg
H.H. Christiani
Willem Offenberg
F.J. Offenberg en de weduwe Offenberg- Staring.

Lees ook Wikipedia.



Voormalig café van den Born, Kerkstraat 30, Renkum. Ooit begonnen op een veldje, waar feesten werden gehouden. In1869 verwerft het Renkum's Onze Lieve Vrouwe Gide er een nieuw gildehuis met feestterrein aan de Kerkstraat. Volgens de BAG is 1878 het eerste jaar dat het in gebruik was, en het gildehuis is dan vast verbouwd.  In 1892 werd er het “Renkum’s Fanfare Corps” opgericht. Rond 1883 - 1919 was kastelein E. van den Born de uitbater van het koffiehuis. Rond 1903 zie je als omschrijving Café E. van den Born. E. van den Born komt te overlijden in 1919 en dan gaat het koffiehuis verder als café van de erven E. van den Born. In 1920 wordt de naam ingekort naar Café van den Born. Rond 1930 verschijnt A. van de Born als uitbater. Het pand staat sinds 2001 leeg (nadat het gekraakt was) en is intussen behoorlijk vervallen. S. van de Sluis was in 2001 de eigenaar. Zelf heb ik eind 1979 er eens een keer koffie gedronken, en daarna heb ik het er nooit meer druk gezien.

Verdwenen Hotel Campman (I), Dorpstraat, Renkum. Dorpsstraat A5 en Rijksweg 188 in 1984. Campman stond op de plaats waar vroeger de herberg „De Bock" stond.
Oorspronkelijk bekend als de herberg van Van Veelen, rond 1832 in bezit van Willem Offenberg, de brouwer te Renkum en je hebt het dan over 1860 m² huis en erf. Dat geheel werd in 1854 door dhr. Henricus Campman als herberg met stalling en vergunning werd overgenomen.
Campman I, Dorpsstraat Renkum

Wageningsche Courant, 01/12/1881; p. 1/4: Als de stoomtram Ede - Wageningen geopend is, zal door de heer H. Campman, van Renkum een omnibusdienst tusschen die plaats en Wageningen worden ingericht.
Uit de Wageningsche Courant, 29/05/1884; p. 2/4: Door enige heeren zal in het logement van Campman een kegelbaan worden opgericht.
Er is een verbouwing, nieuwbouw rond 1905.

Campman Renkum
Henricus Campman werd opgevolgd door Frans Campman, zo vanaf 1900.

Renkum Hotel Campman

Renkum Campman
De ontvangsruimten aan de voorzijde, naast de parkeer gelegenheid zijn uit 1957. Op de foto hierboven is het nog niet te zien.

Hotel Campman is in 1986, na de aanleg van de Rijksweg 225, door Parenco opgekocht en is in 1987 verplaatst naar de Hartenseweg. De ingang naar de Bokkedijk is rond 1987 en 2019 aangepast en wordt nu gebruikt door vrachtwagens van de kartonfabriek Smurfit Kappa.

Voormalig café L.A.A. Corton, Dorpsstraat 17 te Renkum, wordt genoemd in advertenties rond 1934,

Huize Harten, Hartenseweg, Renkum. rond 1933 een dépendance van Hotel Nol in 't Bosch. Wordt in 1946 verkocht aan de tennisvereniging VGZ.

Café van Lent, Hartenseweg Renkum

Als in 1898 de Hartense molen wordt afgebroken. Aan de zuidzijde van de Hartenseweg verschijnt de fabriek van Sanders, later Beuker, later van Gelder, later de Parenco variaties. Als al dat personeel de fabiek verlaat komen ze langs het café van van Lent.
Als midden 1946 de tennisvereniging VGZ Huize Harten van Nol in’t Bosch overneemt, is dat hele gedeelte aan de zuidkant van de Hartenseweg in bezit van VGZ, met uitzondering van Café en Stalhouderij van Lent, gelegen net ten westen van de Oliemolenbeek. De heer van Lent was niet genegen zijn grondgebied aan VGZ over te doen, maar na vele strubbelingen en onder druk van de Gemeente Renkum ging hij met een ruil accoord en wel een nieuw Café en huis met stalling voor enkele vrachtwagens aan de Noordkant van de Hartenseweg, het adres was destijds Hartenseweg 13, Renkum
Het verdwenen café restaurant pension Kints, Dorpsstraat 197 te Renkum. In 1933 en 34 geveild door notaris Sluis uit Wageningen. Bij het restaurant hoorden ook 2 woonhuizen (nr 197a en 199)
Het plaatje van een schitterende accomodatie in de verkoopadvertentie is niet volgens de werkelijkheid. De krant gebruikte eenzelfde plaatje voor alle verkoopadvertenties van hotels, pensions, e.d.

Wageningsche Courant, 31/03/1934
Voormalig Hotel-Café-Rest. het Landhuis, Renkum, eigenaar in 1933 C. Trier.

Café A.H. Leeuwis, In 1943 aan de Dorpsstraat 26 te Renkum

Voormalig hotel Remmerde te Renkum. W. Remmerde was rond 1912 ook eigenaar van hotel pension Belvedere op de Wageningse berg.

Voormalig hotel Renkum, te Renkum. In 1906 verkoopt J.D.v.d. Meulen drie kamer-ameublementen, bestaande uit bedden, stoelen, wastafels, enz.

1926 - 1966
Voormalig hotel Rijnzicht, Dorpsstraat 50, Renkum. In 1882 laat de heer Buse een groot herenhuis bouwen met de naam Rijnzicht.
Naast Rijnzicht woonde aan de linkerzijde de timmerman van Bleek. In 1865 kon dhr. Buse deze woning kopen en vergrootte daarmee de tuin van Rijnzicht. Daarna werd de woning van Van Brakel, een landbouwer aangekocht en zo kon de tuin een stukje groter worden.
In 1886 huwde een dochter (Kitty) met Johannes Thomas Marcus Le Maître, zoon van generaal- majoor Willem Frederik Le Maître. Johannes was advocaat, en zijn werkkring was in Arnhem gelegen. Daarnaast was hij gemeenteraadslid van Renkum. Rijnzicht werd verbouwd en vergroot en woonden de families Buse en Le Maître gezamenlijk Rijnzicht.
De weduwe Le Maître kocht meerdere grondstukken en in 1897 werd ze zelfs eigenaresse van de wind-korenmolen aan de Molenweg. Rond 1890 wordt Rijnzigt in opdracht van A. Hulshuizen verbouwd.
Na het overlijden van mevrouw Le Maître werd dhr. Kroese, een gepensioneerd ambtenaar uit Ned. Indië, de nieuwe bewoner. Rijnziocht werd vervangen door “Digoel Sawa”. Dhr. Kroeze woonde er van 1908 tot 1922. De kavel liep door tot aan de Heelsummerbeek in de uiterwaarden.
Na het vertrek van de fam. Kroeze stond het herenhuis geruime tijd leeg. Maar tenslotte werd het aangekocht door dhr. Wissenburg uit Renkum. Wissenburg had een kruidenierswinkel in de Fluitersmaat.
De naam “Rijnzicht” kwam weer op de gevel en door de uitbater de heer Steynmeyer uit Ede, verandere de garage, het voormalige koetshuis, in een feestzaal gemaakt. En daar werd vanaf 1926 o.a. op zondagmiddag dansles gegeven.
Telefoonboek 1935: Exploitant. A. Jonasse en E. M. te Veldhuis.
Zo floreerde het hotel in die eerste jaren, tot er een brand uitbrak die veel schade veroorzaakte. Na herstel ging het hotel al spoedig over in handen van nieuwe eigenaars, de heren Veldhuis en Jansen uit Lochem. Maar hoe zij ook hun best deden om het hotel rendabel te maken, het lukte niet al te best. Tot overmaat van ramp brak er weer brand uit en toen hielden de nieuwe eigenaars het wel voor gezien. Zo kende het hotel verschillende eigenaars, tot het in 1937 in het bezit kwam van de heer F.V. Rijswijk uit Veenendaal. Deze probeerde op zijn beurt het hotel weer nieuw leven in te blazen en dat zou waarschijnlijk gelukt zijn, als de tweede wereldoorlog geen roet in het eten had gegooid.
In de septemberdagen van 1944 vervulde het hotel nog enkele dagen een belangrijke functie als commandopost van de Engelsen en het verzet kwam er over de vloer (oa Bram Streefland). Na de bevrijding van Nederland in mei 1945 keerde de geevacueerde bevolking van Renkum weer langzaam terug. Hotel Rijnzicht bleek grotendeels verwoest te zijn. Op 14 februari 1948 werd de eerste steen voor het nieuwe hotel gelegd.
In 1955 was er weer een brand in het hotel alles was weg. In februari 1956 ging de nieuwbouw weer open. In 1961 verkocht van Rijswijk zijn hotel aan de heer van Elshout uit Amsterdam, die het beheer van het hotel aan zijn zoon opdroeg. Maar het, misschien wel te luxe hotel, bleek niet rendabel te maken. In 1966 werd het gekocht door de firma Thiemessen uit Wageningen, die het verbouwde en er een verzorgingstehuis voor bejaarden in vestigde. In plaats van Rijnzicht werd Rijnhof de nieuwe naam.
De firma Thiemessen besloot in 1988 “Huize Rijnhof” zou worden gesloten. Veel commotie. In 1989 kwam het bericht dat “Rijnhof” werd overgenomen door de Stichting “Oranje Nassau’s Oord”. In 1999 kwam er nieuwbouw en is het een onderdeel van de Zinzia Zorggroep.
Rijnzicht Renkum
Een uitgebreid verhaal over Rijnzicht geschreven door Hendrikus van Roest, bewerkt door Cees Burgsteijn en Heemkunde staat hier.
Voormalig pension K. Peereboom, Kerkstraat te Renkum, rond 1921

Voormalig pension Unita. In 1943 eigenaar Mevr. M. H. v. Soest, Utrechtsestraatweg 13 Renkum.

Verdwenen Hotel Verwaayen, Dorpstraat 66 te Renkum. De BAG geeft voor de vervangende panden die ver na de oorlog zijn gebouwd Dorpstraat 64 en 66 het jaartal 1919 aan, kennelijk een foutje! Het stond destijds naast bakkerij Mekking. Om enige klandizie te trekken was de wachtkamer voor de Ooster Stoomtram in het Hotel ondergebracht. Hotel Verwaayen komt al in 1869 in de krant: Op Zaterdag 9 dier maand 's middags 12 ure bij Verwaayen, te Renkum; een boomverkooping. (uit Opregte Haarlemsche Courant, 01-01-1869)
Jan Verwaayen koopt in 1878 een oud pand en laat dat afbreken. Het hotel is een relatief groot met twee verdiepingen. Aan de achterkant, op de Veerweg komt een koets-rijtuig-stalling. Later werd het hotel verkocht aan aan de heer Van Kooten, die de naam Vewaayen aanhield. Met de komst van de Ooster-Stoomtram werd stalling gebruikt voor het vrachtgoed. Uit de Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1933: eigenaar A. Klaassen,Uit 1936: Hotel Verwaayen verkocht. Naar wij vernemen is door de firma Albert Heyn aangekocht het te dezer plaatse staande hotel Verwaayen. (Arnhemsche courant, 26-10-1936)
In 1944 zijn alle panden aan dit stuk van de Dorpsstraat zwaar en onherstelbaar beschadigd. Reden om het gehele dorpsplein te reconstrueren. Hotel Verwaayen is niet terug gekomen.

Chronologisch de eigenaren van het hotel: Johannes Verwaaijen, kastelein, Johannes Verwaaijen, hotelhouder en stalhouder, Maria Geertruida Verwaaijen-Hurkmans, hotelhoudster, Antonie van Kooten, hotelhouder, Gemeente Renkum, Albertus Hendrikus Broer, zonder beroep, Hendrikus Mekking, bakker, Jan van Ouwerkerk, hotelhouder uit Rotterdam, Arnoldus Klaassen, koffiehuishouder te Oosterbeek. en in 1949 de Gemeente Renkum die het onteigent ten bate van nieuwbouw.
Hotel Verwaayen Renkum
De fotograaf staat op het Dorpsplein rond 1903 en kijkt naar het westen.
Voormalig hotel en Stalhouderij "het Wapen van Renkum" in 1912 in eigendom bij P. Noppen die op deze locatie aan de Dorpsstraat tevens een een handel in Waalsteen heeft.
(Wageningsche Courant, 19/06/1912; p. 2)

Voormalige uitspanning T. Van de Water in Renkum, al in 1885 genoemd omdat daar vier keer per uur de Ooster-Stoomtram een halte aan doet.
Voormalig pension 't Witte Hoes, in 1943 Utrechtsestraatweg 90 Renkum

Voormalige uitspanning Hotel Zandenburg, in 1892 een onderdeel van Nol in't Bosch.
In 1943 is A.T. van de Brink, eigenaar van Pension Zandenburg
Heelsum
Voormalig pension Bergzicht
Huize Bergzicht was oorspronkelijk een onderdeel van het landgoed Bergzicht uit 1860. Zie hiet over meer bij landgoederen.  In 1914 staat het huis leeg en Villa Bergzicht, groot 80 A, 05 ca., a/d tram en straatweg, is te Huur of te Koop. Ruim en geriefelijk Huis met Gas- en Waterleiding en W. C. beneden en boven; groote Veranda, en groote Tuin vóór en rondom het Huis. Te bevragen ten Kantore van Notaris E.D. de Meester, te Heteren. En bij den Heer J. Rothuizen, Bouwkundige te Heelsum. (Het nieuws van den dag, 24-02-1914).
In 1924 is er een familie-pension Bergzicht, gelegen aan de Utrechtsestraat 19 te Heelsum.
In 1942 is er een nieuwe inschrijving in het Handelsregister: Hotel Rest. „Bergzicht", Heelsum, Utrechtsestraatweg 37. Handelsnaam thans: Hotel- Rest. „Bergzicht"
De Villa Bergzicht  is na de oorlog in 1949 weer opgeknapt met gelden voor herstel en wederopbouw. Bergzicht heeft meerdere fucties gehad: woning, pension, rusthuis, hotel. In 1942 wordt het een hotel-restaurant. Een van de directrices was mw. Jantje den Hartog. In 1973 is Bergzicht, destijds nog gelegen aan de Utrechtseweg 37, Heelsum, gesloopt. Samen met het ernaast gelegen Casa Rusticana (op nr 35). Tegenwoordig staan er twee appartementsgebouwen. Als pension en rusthuis heeft dit oorspronkelijk uit 1860 stammende herenhuis nog bestaan tot 1974, toen het werd afgebroken. In 1943 was W.H. Jansen eigenaar van hotel pension Bergzicht aan de Utrechtseweg 37 te Heelsum.
Bergzicht Heelsum


Bergzicht Heelsum
Voormalig pension Casa Rusticana, Heelsum. In 1917 in eigendom bij de boekhandelaar W. Veenendaal. In 1922 is uitbater de weduwe W, Veenendaal. Zie ook hierboven bij Bergzicht. In 1923 is W.P.van de Berge de uitbater.
Pension en Kamers. Huis te Heelsum  - Doorwerth. Ruime Kamers met aan het huis gelegen vrij Wandelpark en Criquetbaan. Ook goede gelegenheid voor Paard -en Rijtuig voor Families, die met Equipage naar Gelderland gaan; vlak aan 't Station van den O. S. Tram. Prompte en nette bediening belooft de Ondernemer Gerritsen.
Uit  Het nieuws van den dag : kleine courant, 01-04-1891

Pension Grindhorst.  Eigaren in 1943: 0. en L. Riebeck, Utrechtse straatweg 21, Heelsum.

In 1898 vestigd dhr. dr. H.W. Marx het hotel en kurhaus Heelsum in de voormalige villa Goulet of Gelria aan de Voormalig Huize Gelria, Utrechtseweg, hoek met de Theophile de Bockweg, Renkum. De Th. de Bockweg liep toen nog door tot aan de Utrechtsestraat. De oudere villa was rond 1890 gebouwd door dhr. Hoed. Dr. Marx laat er een sanatorium en badruimte bij bouwen, door de aannemer Joh. Mentink in oktober 1898. Voor een bedrag van Hfl. 17.340,-. Men kon onder meer kiezen uit Russische stoombaden en Romeins-Ierse baden. Volgens de verhalen heeft het kurhaus nooit gefloreerd. Er is een  faillissement en nog een doorstart. Helaas, in 1915 werd het verkocht aan dr. Lingbeek uit Arnhem om als herstellingsoord te worden ingericht.
"Het pension bleek eigendom te zijn van een groote Amsterdamsche bank, en bestemd als vacantieoord voor haar employe's ; de hoogeren mochten 't eerst veertien dagen kiezen, dan de gehuwden, die met hun vacantie nemen afhankelijk waren van de schoolgaande kinderen, dan de ongehuwden in voor- en naseizoen, tot eind October toe, en reeds in Maart aanvangend. Zoo was het vrijwel 't heele jaar door open. Van November tot en met Maart werd het grootste deel van het personeel ontslagen. Een klein gedeelte bleef voor de schoonmaak en allerlei werkzaamheden, die er den korten tijd dat er geen gasten waren, te doen bleven". Uit: G.J. Peelen; De ongerepte uitzet, 1934. Pagina 87, dit gedeelte gaat over de periode 1918 - 1923.
In 1934 is dhr. G. Heukelom er directeur. Andere namen voor dit gebouw: Sanatorium, Sanatorium Lingbeek, Kurhaus Bad Heelsum. In 1944 werd het gebouw grotendeels verwoest. In 1949 werden de restanten gesloopt. In 1969 wordt er een grote flat gebouwd dat in 1970 open gaat als de verzorgingsflat Hoog Heelsum. Vanaf 2006 gaat Mooiland Vitalis meerdere koopappartementen van Hoog Heelsum weer omzetten naar huurappartementen. De Serviceflat Hoog Heelsum staat er nu nog steeds.
De Oosterbeeksche Courant van 2 januari 1904 bericht dat het "Kurhaus "Bad Heelsum" een hoogst belangrijke uitbreiding heeft ondergaan, door het landgoed 'Voortstreven' er door aankoop aan toe te voegen. Ook de aangrenzende villa van Generaal van Vliet is gehuurd om ingericht te worden voor de verpleging van lijders tegen verminderd tarief". (Met de villa van de Generaal werd Casa Cara, nu Utrechtseweg 126, bedoeld, vroeger ook deel uitmakend van Voortstreven). Ook was Dr. Marx korte tijd samen met Jacob Portielje eigenaar van ongeveer 2 hectare van het grondgebied van 'Avondrust'.
Enige tijd later lijkt er een ommekeer te komen. In de Oosterbeeksche Courant van 16 september 1905 werd de verkoop van de "thans in volle exploitatie zijnde geneeskundige badinrichting Kurhaus 'Bad Heelsum" aangekondigd, op 21 september 1905 in het Sociëteitsgebouw naast het Tramstation te Heelsum door notaris E.D. de Meester.
Kurhaus Heelsum
In 1910 is K.J.J. Tiddens de eigenaar.
Verdwenen Huis, Hotel Hoog Doorwerth, Utrechtseweg. 2 Heelsum. Oud adres: Utrechtschenweg 412, Doorwerth. Het Hotel Hoog Doorwerth, ook wel villa Kievitsdel genoemd, stond op het landgoed Kievitsdel van zo'n 15 Ha. Heelsum.
Huize Kievitsdel is gebouwd rond 1920 voor een dochter van de Doorwerthse burgemeester Phillippe baron van Brakell en haar man de heer van Heutz. Het huis komt leeg te staan (lees meer bij landgoederen) en pPer 1 juli 1940 werd het huis het otel "Hoog Doorwerth", Utrechtschestraatweg 10 te Doorwerth. Op het eind van de oorlog wordt het hotel gevorderd door de Duitsers. Na de bevrijding genieten Engels soldaten van de door de Duitsers achtergelaten champagne. Na de oorlog (WWII) en opknappen van enige schade, bleef het een hotel met H.G.M. Mulder als uitbater. Een verbouwing in 1955 verdubbelde bijna de hotel-capaciteit. Afgebroken rond 1970, mede in verband met de verlegging van de N225 voor de autoweg A50. De structuur van de lanen, wegen en paden is nog zichtbaar.
Hotel Hoog Doorwerth
Het verdwenen hotel Hoog Doorwerth.

Hoog Doorwerth Hotel
ansicht boekhandel de Jong rond 1950
In 1971 liet het gemeentelijk bestemmingsplan, na afbraak van hotel ‘Hoog-Doorwerth’ de bouw ter plaatse in een ‘beschermd landschap’, van een hoofdkantoor voor Ziekenfonds Rijn IJsselland met enige laboratoria, niet toe. Het bestemmingsplan zou door de Gemeente Renkum worden gewijzigd, zodat bedoelde bouw wel mogelijk werd. Aan dit Raadsbesluit werd echter door Gedeputeerde Staten de goedkeuring onthouden. Ook plannen om er 6 villa's te bouwen, haalden het niet. In 1972 kocht de Hazeleger Holding de locatie.
Huize en hotel Doorwerth, Heelsum (niet meer als zodanig bestaand). Een uitgebreid verhaal.
Huize Doorwerth
Heelsum Villa Heide Heuvel. Schitterend gel. bij bosch en heide. Aparte zitk., str. w. Pr. v.a. ƒ 4.-— p. d. uit het  Algemeen Handelsblad van  06-06-1928



Hotel Pension Klein Zwitzerland, Klein Zwitserlandlaan 5, 6866 DS Heelsum. Zie de informatie bij Wilhelminapark Heelsum.

Hotel Pension „Klein Zwitserland - Rustig, aangenaam zomerverblijf. Garage en Tennisbaan. Schitterend gelegen. Tel. 329 Wageningen. A. H. De Wilde.
Voormalig hotel Café 't Landhuis, aan de Doorwerthse Straatweg 4 te Heelsum. In 1934 komt de telefoon aansluiting ten name van K.N. Dubbelman, te vervallen.
Bron: Wageningsche Courant, 24/11/1934; p. 2

Voormalig pension Selva in 1943 eigenaar N. Olman, Heelsumsche Boschjes 4, Heelsum.

Voormalig Uitspanning, Station, Koffiehuis, Café, (Bonds)Hotel of Pension Schoonoord, Utrechtsestraat 90, Heelsum, tegewoordig staat er Het Beekdal. In 1885 al genoemd als Uitspanning Schoonoord omdat aldaar vier keer per uur de Ooster-Stoomtrameen halte aan doet. Eigenaar in 1899: W.H. Jansen vd Laak. Eigenaar in 1909: J. Treuren. Tussen 1910 en 1934 zien we in de Wageningse Courant meerdere pogingen tot verkoop al of niet middels een veiling. In 1922 zien we een inzet van fl 19500,=  In 1934 koopt Paul Reijmers Schoonoord. Hij was al sinds 1922 eigenaar en uitbater van van het uit 1900 stammende hotel - pension Rozande, destijds gelegen naast de huidige Coop winkel in Oosterbeek. En worden op het terrein kinder en volksfeesten gehouden ter gelegenheid van Koninginnedag op 31 augustus. Een bepaalde periode is het Vereningsgebouw Concordia (zie aldaar) voor het Koloniehuis, een bijgebouw van Schoonoord. Als Bondshotel zien we advertenties tot in 1943. Begin 1943 wordt Schoonoord gevorderd door de Duitsers. Medio december 1944 stond het in brand en is toen totaal verwoest. Het ernaast gelegen pand Huize ter Beek, werd in de oorlogsjaren mede gebruikt door Schoonoord.
Schoonoord Heelsum
In 1950 werden de restanten van Schoonoord gesloopt. De Stichting Deus Providevit heeft het gelijknamige verzorgingshuis klaar in 1965. Tegenwoordig heet het Het Beekdal.
Bergzicht Heelsum
Voormalig Cafe Zwarte Paard, Kerkweg 4, Heelsum

Zwarte Paard Heelsum
De eerste steen van café het Zwarte Paard werd gelegd door H.M.A. Corton op 25-11-1941. W.A. Corton was de eerste cafébaas. Het voormalige pand van Skippy’s Café wordt in 2017 gesloopt. Het etablissement, voorheen Het Zwarte Paard, werd in 2014 gesloten en stond al geruime tijd leeg.
Zwarte Paard Heelsum
Heelsum Het Zwarte Paard
Doorwerth
Pension Restaurant „Huis ter Aa", Doorwerth
Een eerste advertentie verschijnt in het  Nieuwsblad van het Noorden van 23-12-1915.

Huis ter Aa, Doorwerth
 Gelegen op de Duno.
Voormalig hotel - restaurant Kievitsdel, Utrechtseweg 454 Heelsum. Andere naam Kievitsdal.  Andere naam: theeschenkerij en pension de Kievitshoeve oud adres Kabeljauw 6 van B. Scholte wordt verkocht volgens de Oosterbeekse Courant van 02-11-1935.
Voor gebruik klaar gekomen in 1908. Aanvankelijk alleen een restaurant. In 1927 bewoont door Iman Jacob van der Have. In 1926 wordt het Restaurant Kievitsdel te Doorwerth voor het eerst in een krant genoemd. In 1930 zie je de naam Paviljoen Kievitsdel verschijnen.
In 1931 wordt het Paviljoen nog steeds gebruikt als er een veiling door een notaris plaats vindt. In 1932 is er nog steeds geen koper en wordt het op een veiling ingezet op hfl 5.100,=. In 1934 gaat het nieuwe en naburige natuurbad Doorwerth open en wordt het Paviljoen omgedoopt naar Hotel, Café-Restaurant Kievitsdel. Er is een nieuwe directie en je kunt er ook terecht voor een pension. In 1935 staat er in het telefoonboek: A. M. v. Dijk. In 1936 verschijnt de naam Hotel Pension Kievitsdel. Het gaat kennelijk goed en in 1937 wordt de naam Hotel Café Restaurant. In 1938 heeft J. Fraijman het over een Paviljoen Hotel Pension waarvan hij de nieuwe leiding heeft sinds april 1937. Medio 1938 komt er ook ook een uitbreiding van het hotel gereed. Na de oorlog (1947) weer een andere naam: Hotel Kievitsdel. Na 1973 wordt de naam Hotel Restaurant Kievitsdel en deze naam staat in vele advertenties tot 1983.
Tegenwoordig is er een Chinees Japans restaurant te vinden.

Voormalig Hotel de Zalmen te Doorwerth
Zie de informatie bij het Kasteelcafé de Zalmen
Oosterbeek
Voormalig cafe, later pension  'Beau Séjour' I, destijds in de Eng (later Bildersweg),
In de tweede helft van de negentiende eeuw heeft M.P. Wolffensperger er een café. Daarna, rond 1858 werd het huis gepacht door A. G. Augurkiesman en er werd het een Joods pension.  De heer Augurkiesman noemde zich later A. G. Kiesman. Het werd verhuurd in 1865 aan P.C.W. Calkoen. Om het uitzicht naar de uiterwaarden te behouden, vanuit zijn villa de Pietersberg, koopt Van Eeghen, zo rond 1866, het pension Beau Séjour met grond. Van Eeghen laat Beau Séjour afbreken.
In 1870 komt er een nieuw joods pension 'Beau Séjour' aan de Utrechtse weg.




Beau Sejour I Oosterbeek
De latere Bildersweg is aan de rechterkant te zien,
Voormalig pension Geertruida, Utrechtsestraatweg Oosterbeek.
In de laatste twee decennia van de 19de eeuw en eerste jaren van de twintigste eeuw was er Pension Geertruida en werd er pension in gehouden door mejuffrouw J. van Muiswinkel. Deze hield zowel zomer-als winterpension, hetgeen in die tijd niet gebruikelijk was. In de wintertijd, als er weinig toeristen waren bewoonde men het gehele huis zelf. De twee bij de gasten zeer geliefde veranda’s bevonden zich aan de tuinzijde van de villa en werden, net als de twee serres gebruikt door de huurders van maar liefst 15 kamers, waarvan 2 en-suite. Een van de grotere en deftiger pensions in Oosterbeek.

pension Geertruida Oosterbeek
Een eerste opname van Geertruida, de serres aan de zijkant zijn later verdwenen.

Als A.G. Augurkiesman Beau Sejour I verlaat, verhuisd hij naar de Utrechtseweg. Later, vanaf 1912 heeft zijn zoon D.W. Augurkiesman in Geertruida een nieuw Joods pension, met opnieuw de naam Beau Sejour.

Beau Sejour Oosterbeek
Een latere opname van Beau Sejour. De boom voor de veranda is later verdwenen. De veranda verdwijnt ook en wordt vebouwd tot een gevelbrede serre met balkon voor de erboven gelegen kamers. Zie de latere foto hiernaast.

D.W. Aurkiesman is gehuwd met E. Nunes Cardozo.

Beau Sejour
advertentie uit 1912, De naam Nunes Cardozo, kennen we ook van Hotel „Wilhelmina" in Roermond.
Beau Sejour Oosterbeek
Hier is Beau Sejour te zien, aan de Utrechtsestraatweg op de hoek met de Prins Hendrikstraat. Het pension werd afgebroken rond 1980.

Vanaf  29-11-1912 gaat D.W. Augurkiesman ook in Roermond een joods hotel beginnen.

"" OOSTERBEEK, 16 Sept. De heer D. W. Augurkiesman, ondernemer van het zeer.gerenommeerde familie pension Villa Beau Sejour alhier, heeft grootsche plannen. Dank zij het enorme succes dit laatste jaar ondervonden en de steeds toenemende aanvrage hebben er toe geleid, dat Villa Beau Sejour hoogst noodzakelijke uitbreiding onderga. Ten dien einde heeft de heer W. zich reeds in verbinding gesteld met een bouwkundige en hoopt men tegen het voorjaar met een en ander gereed te zijn. Zijn de berichten juist en voor ons bestaat er niet de minste reden hieraan te twijfelen, dan zoude en te Heerlen en te Maastrieht door energieke ondernemers Ie klasse Joodsche hotels gesticht worden. Zoodra we hier omtrent nader vernemen, hopen we hierop terug te komen. Uit het Nieuw Israelietisch weekblad dd. 19-09-1913.

In de week van 9-16 maart 1926 verhuisd de familie Augurkiesman - Nunes Cardozo naar Amsterdam.

"Zoo langzaam aan nadert de tijd, dat men aan de Paaschdagen begint te denken. Het toenemend gebruik van velen onzer dames, om die dagen niet in huis door te brengen, heeft velen gebracht naar Inrichtingen onder rabbinaal toezicht. Een van deze etablissementen is het bekende Hotel en Familiepension Villa Beau Sejour te Oosterbeek. De heer en mevrouw D. W. Augurkiesman, die wederom dït gerenommeerd Hotel leiden, zijn voor ontvangst der gasten, evenals voorheen, keurig geïnstalleerd. Het geheel wordt in- en uitwendig gerestaureerd en van de hoogst noodige comfort voorzien. De veranderingen, die aangebracht worden, nemen het intieme karakter van dit familie-pension niet weg. Veeleer wordt er naar gestreefd, dit gezelliger te maken dan het tot heden was. Naar het zich laat aanzien, het met de a.s. Paaschdagen wederom zeer druk worden. Velen hebben reeds kamers besproken en behoeft het nauwelijks gezegd te worden, dat, nu dit feest dit jaar niet vroeg is, men rijkelijk van de heerlijke natuur van. Oosterbeek's schone omgeving volop genieten kan. Een aankondiging in ons blad van heden op pag. 4. geeft U inlichtingen. Het tijdig bespreken van kamers is in ieder geval aan te bevelen". Uit het  Nieuw Israelietisch weekblad, 15-02-1929.
Beau Sejour Oosterbeek
Later zien we het cafe-restaurant “de Olde Spinde”. Nog later is aan de linkerkant een cafetaria en rechts de winkel van Jan van Maanen.

Afgebroken rond in 1977, nieuwbouw (winkel en appartementen) in 1978. Actueel adres: Utrechtseweg 110 Oosterbeek.

De Bilderberg, Oosterbeek. In de krant komt de naam Bilderberg voor het eerst voor in 1815 als "de Rentmeester der Domeinen, dhr. H. Cremer, zal op 16 Februari 1815 ten huize van Kastelein E. van Veelen, in de koude Herberg onder Oosterbeek, ten overstaan van notaris dhr J. Busgers, in opdracht van Domeinen op meerdere percelen aan hout zal verkopen zoals 12 percelen uitgedunde Vennnen aan den Bilderberg, alles onder de Oosterbeeksche bosschen, Boswachter D. van Hees, zal aanwijzingen geven." (Arnhemsche courant, 07-02-1815)
De houtverkopingen van de Domeinen gaan volgens de Arnhemse Courant door tot 1861. De naam landgoed verschijnt voor het eerst in de krant bij een houtverkoping op het Landgoed de Bilderberg in de Arnhemsche courant van 09-12-1861.
Het nabij gelegen landgoed de Bilderberg werd midden achttiende eeuw in cultuur gebracht. Het terrein kwam in bezit van Mr. J.M. de Kempenaer (zie ook Bato's wijk). Mr. Jacob Mattheus de Kempenaer (1793-1870) was behalve jurist (sinds 1816) ook een landelijk politicus. De Kempenaer stamt uit een oud Vlaams geslacht dat zich in de Spaanse tijd om godsdienstige redenen in Amsterdam had gevestigd. Zijn erven hebben nog steeds een advocatuur. Jacob de Kempenaer was een bevlogen mens en mengde zich nadrukkelijk in het sociaal-politieke leven. Zo was hij actief als gemeenteraadslid, lid van Provinciale Staten, secretaris van de Kamer van Koophandel, kerkvoogd van de Nederlands Hervormde kerk, lid van de Tweede Kamer en Rijksadvocaat van Gelderland. In 1844 behoorde hij tot de ‘Negenmannen’ die onder leiding van staatsman Thorbecke het initiatief namen tot Grondwetsherziening. Hij maakte deel uit van de Grondwetscommissie-Thorbecke en speelde als minister van Binnenlandse Zaken een belangrijke rol bij het tot stand komen van de herziening van de Grondwet. En de Kempenaer was voorzitter van de al bestaande  Prodesse Conamur, de Arnhemse Heemkundige vereniging. De Kempenaer was sinds 1836 de eigenaar van de Bilderberg, en had in Oosterbeek al andere kavels waaronder de latere Bato's wijk. In 1871, zijn weduwe was toen ook overleden, komen de landgoederen genaamd de Koude Herberg, de Bilderberg en Zonnenbergsche Heg, allemaal naast elkaar gelegen te Oosterbeek, te koop. Alleen op de Koude Herberg is een pand aanwezig. Bij een eerste veiling is het totaal ingezet voor ƒ 18.951,=.
De Bilderberg komt dan in het bezit van de Amsterdammer J.P.F. Kock. Hij verkoopt het bosbezit in 1878 weer aan het Zieken- en Begrafenisfonds "Let op uw einde" uit Utrecht. In 1893 komen het landgoed „de Bilderberg", en de bekende „Koude Herberg" opnieuw op een veiling: "De Notaris J. Karseboom te Oosterbeek, zal op Woensdag 8 November 1893 bij inzet en op Woensdag den 22 November d. a. v. bij toeslag, telkens des namiddags ten half twee ure, in het Koffijhuis van den Heer A. v. d. Velden, aan den Utrechtschen straatweg te Oosterbeek , publiek verknopen: Het Landgoed „De Bilderberg" met daarbij behoorend Huis, Schuur en Erf, genaamd "den Koude Herberg", waarin Vergunning, benevens Bouwland en uitgestrekte Boschen van Dennen en ander Hout, ter grootte van 83 Hectaren, 83 Aren, 25 Centiaren, bijzonder goed in te richten voor Uitspanning, Hotel of Herstellingsoord. Alles aan elkander gelegen aan den Utrechtschen straatweg te Oosterbeek , langs den Oosterstoomtram tusschen Wolfhezen en Sonnenberg. De verkooping geschiedt in 7 perceelen, combinatiën en massa. Aanvaarding bij de betaling der kooppenningen op den 2den Januari 1894. Dagelijks te bezichtigen en aanwijzing te verkrijgen bij den Bosch baas B. De Geest. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij bovengenoemden Notaris, alwaar in tijds de verkoopsvoorwaarden en kaart ter inzage zullen liggen". En in deze advertentie wordt al iemand op het idee gebracht om er horeca of een herstellingsoord te beginnen. Het enige pand dat er dan staat is Koude herberg.
De terreinen van de Bilderberg en de ernaast gelegen buitenplaats Valkenburg, worden in 1894 aangekocht door de familie Wolterbeek uit Amsterdam.
De familie D.J. Wolterbeek woonde op de Valkenburg en de omgeving deed voornamelijk dienst als jachtterrein. De aankoop van de buitenplaats Valkenburg door Wolterbeek valt samen met de verplaatsing van de Koude Herberg. Die stond op de hoek van de Utrechtseweg en de Van Borselenweg. En wordt verplaatst naar de overzijde van de Utrechtseweg en de Valkenburglaan. De Koude Herberg was in destijds een bekende halte van de diligence-dienst, tussen Arnhem (hotel De Zon) en Wageningen (hotel De Wereld). Rond 1880 is de diligence-dienst vervangen door de stoomtram, en de stoomtram is later weer vervangen door een elektrische tram die tot aan Zeist ging. In 1913 is de Bilderberg door de familie Wolterbeek verkocht aan de heer Van Tienhoven, directeur van de Rotterdamsche Bank. Mr. dr. J.P. van Tienhoven, was van 1913 tot 1923 de eigenaar van de Bilderberg. Van Tienhoven was o.a. voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en oprichter van de vereniging De Hollandsche Molen. Van Tienhoven heeft van de Bilderberg een park laten maken, door aanleg van paden enz., terwijl hij rond 1918 een huis liet bouwen op de plaats, waar zich tegenwoordig hotel de Bilderberg bevindt. Ook kocht Van Tienhoven in 1916 een gedeelte van het landgoed Sonnenberg, om het gebied van de Bilderberg te vergroten. Ook de heidegronden achter de Bilderberglaan werden aangekocht. In 1922 is de gemeente Renkum eigenaresse geworden van het uitgestrekte 140 Ha. grondgebied. De verkoper mr. dr. J.P. Tienhoven te 's Gravenhage ontving ƒ 285.000. Begin 1922 was net 30 hectare dennenbos in rook omhoog gegaan.
Uit de Arnhemsche courant 02-06-1922: Daarna is aan de orde het voorstel van B. en W. om over te gaan tot den aankoop van het landgoed „De Bilderberg" te Oosterbeek, groot ongeveer 140 H.A., voor de som van ƒ 285.000 en daartoe aan te gaan een tijdelijke geldleening, te zijner tijd door een definitieve te vervangen. De heer Koers schrikt terug voor de hooge kosten, welke de aankoop van dit land goed zou meebrengen, terwijl toch zeer zeker niet gezegd kan worden, dat er hier behoefte zou zijn aan een nieuw park met mooi natuurschoon. In dezen tijd van malaise bestaat bij spr. bezwaar tegen het voorstel. De heer Beuker heeft eveneens bezwaren tegen den aankoop. Het landgoed is "mooi, maar er moet gewaakt tegen belastingvermeerdering. De vraag moet overwogen, of na den malaisetijd, die wel niet eeuwig zal duren, niet gebleken zal zijn, dat het belastbaar inkomen is achteruitgegaan. Spr. acht den aankoop van den Bilderberg een zeer speculatieven aankoop. Men heeft wel een grondbedrijf, maar dit zaakje loopt nog niet hard. De heer Beelaerts v. Blokland meent ,dat men bij deze gewichtige zaak zich moet afvragen of het thans de tijd is, om tot den aankoop van den Bilderberg over te gaan. Het zou gewenscht zijn, als het een levenskwestie voor de gemeente was. Voor de toekomst zal het dat misschien worden, maar bezien door den bril van 1922 niet. Is het voorts wel billijk een leening te sluiten, welke drukt op het tegenwoordig geslacht en niet op het nageslacht? Kan er niet voor gezorgd worden, dat de aflossing mininaal is. Ondanks zijn bezwaren, zal spr. voor den aankoop stemmen, mits geen belastingverhooging daarvan het gevolg is. De heer Rijks ziet deze zaak niet zoo duister in. Verschillende perceelen van het landgoed zullen worden verkocht. Hij verklaart zich voor het voorstel. De heer Beekhuizen vindt den prijs, waarvoor men den Bilderberg zal koopen, hoog en meent, dat men te spoedig heeft doen blijken, dat de gemeente het landgoed wel zou willen hebben. Z. i. zou, indien de bezitting in openbare veiling kwam, de gemeente voor lager prijs kooper kunnen worden. Spr. verklaart zich tegen liet voorstel. De heer Materman is voor aankoop. Hij meent, dat het indertijd jammer is geweest, dat toen de Sonnenberg te krijgen was, deze bezitting niet werd aangekocht. De wethouder Dr. Haverkorn v. Rijsewijk laat aan den voorzitter de meer uitvoerige verdediging van het voorstel over. Spr. wil alleen zeggen, waarom z. i. de gemeente koopen moet. Het zou zeker meer gewenscht zijn, indien de Bilderberg in Renkum lag, waar geen overdaad is aan parkbezit. Het spijt spr. indertijd gezwicht te zijn voor de argumenten om niet tot de aankoop van den Sonnenberg over te gaan, omdat het toch een goede koop zou zijn geweest. Maar ook de verder verwijderde Bilderberg is voor de toekomst een goede aanwinst. Spr. meent, dat men de zaak rooskleurig kan bekijken, onze financiën zijn in uitstekenden staat. Het zou een fout zijn als men den Bilderberg niet kocht. De gemeente moet koopen om een goed wandelpark: voor de gemeente te redden. De voorzitter verklaart, dat het hem liever was geweest, dit voorstel niet te moeten verdedigen; hij zag niet gaarne, dat de raad een beslissing nam onder zijn argumentatie. Indien de raad meent, dat de voorsteilen moeten worden verworpen, dan zal dit niet leiden tot een conflict met B. en W. Hetgeen evenwel niet is te beschouwen als een uitnoodiging tot verwerping. Het bedrag van ƒ285.000 is niet de hoofdzaak. Niettegenstaande de crisisuitgaven meer vorderden, spreekt niemand daar meer over, hoewel de gemeente toch „een Bilderberg" opat in den crisistijd. De gemeente moet er voor zorgen inzake belastingheffing eer naar verlichting dan naar verzwaring van lasten te streven. Verleden jaar kon het belastingpercentage van 4.6 tot 4.2 worden teruggebracht en dit jaar is de opzet er op gericht het terug te brengen tot 4. Als B. en W. maar eenigermate den indruk hadden, dat belastingverhooging een gevolg van den aankoop zou zijn, dan zouden zij er niet aan gedacht hebben den aankoop voor te stellen. Met nadruk verklaren B. en W., dat met het oog op den financieelen toestand de aankoop geen bezwaar heeft en dat het belastingpercentage voor 1922/ 23 iets naar beneden zal kunnen gaan. Een tweede vraag is: wat wil de gemeente met den Bilderberg doen? Wanneer de heer van Tienhoven, de eigenaar er woonde, zou men er niet aan gedacht hebben om een hand naar het landgoed uit te steken, ook al is het dan omheind. Het is evenwel gebleken, dat dergelijke groote complexen gronden als particulier eigendom niet te verkopen zijn. Ze vallen in handen van combinaties en dan is hun lot bekend. Bereikt de gemeente iets met den aankoop? De Bilderberg is 140 H.A. groot, 20—40 H.A. kan als bouwterrein worden uitgegeven. Er wordt nu al om gevochten; er zijn reeds tezamen aanbiedingen voor een bedrag van ƒ130.000 voor bouwgronden. Men wil buiten wonen en zoekt dan niet terrein te Oosterbeek op den Wassenaersberg, maar voorbij den Sonnenberg, dan komt men in de wereld, waar men graag bouwen wil. Van de terreinen van den Hemelschen berg is nog niets verkocht. Die gronden zijn te duur, omdat B. en W. meenen, dat daar een zeer ruime bebouwing moet plaats hebben, zoodat er geen terreinen beneden een oppervlakte van 3000 M-. worden verkocht. Naar terreinen van meer beperkte oppervlakte is als het ware dagelijks nog vraag. B. en W. meenen, dat op het terrein van den Bilderberg alles wat er aan huizen staat zoo gauw mogelijk van de hand moet worden gedaan. De gemeente moet b.v. niet beginnen met het exploiteeren van de Koude Herberg. Er zijn reeds gegadigden voor. Mogelijk is, dat het niet zoo vlot loopt ais men meent te kunnen aannemen. Laat men er voor ƒ250.000 in blijven zitten, dan beteekent dit ƒ 15.000 's jaars. De malaise zal niet eeuwig duren, laat zij vijf jaar duren; als de malaise langer aanhoudt, dan is zij zóó ingrijpend, dat dan deze aankoop daarbij toch niets beteekent. Spr. wijst er nog op, dat men in openbare veiling de bezitting nooit in haar geheel zou kunnen koopen. Werd ons de Bilderberg voor den neus van de gemeente weg gekaapt, spr. zou er geen traan om laten, als zij maar niet viel in de handen, van speculanten. Spr. durft te adviseeren tot den aankoop over te gaan. Er moet bij de exploitatie voor gezorgd worden, dat men uit den Bilderberg onmiddellijk een paar ton krijgt, zoodat de gemeente het boschcomplex niet duurder krijgt dan ongeveer ƒ 80.000. Spr. doet nog mededeeling van een schrijven van den heer V. d. Berg, die niet aanwezig kon zijn, maar van zijn sympathie voor het voorstel getuigt. De heer Langelaar motiveert nog zijn stem voor het voorstel. Tenslotte wordt het voorstel aangenomen met 7 tegen 5 stemmen (tegen de heeren Beekhuizen, Kop Jansen, Beuker, Koers en Koenders).
Al spoedig echter werd weer een gedeelte, met het huis, verkocht aan de hotelmaatschappij „De Tafelberg", die het huis in 1926 verbouwde tot een hotel door er een vleugel aan te bouwen. De opening van hotel De Bilderberg is op zaterdag 20 mei 1926. De heer Ogterop was de eerste directeur. In 1931 gaat De Tafelberg met de Bilderberg over naar een hotelhouder uit Den Haag, die het zal verbouwen en verder als hotel zal exploiteren. De maatschappij „De Tafelberg" zal voortaan de naam hotel-maatschappij „De Bilderberg" dragen en het hotel „Bilderberg" wordt aanmerkelijk uitgebreid. Eind 1931 gaat hotel De Tafelberg met als nieuwe eigenaar de heer F. A. Mallée, zelfstandig verder.


Bilderberg Oosterbeek
Geheel rechts, de oorsponkelijke woning.

Bilderbeg Oosterbeek
Nu met zonneschermen en het terras is vergroot en heeft potplanten.
Oosterbeek Bilderberg
verder naar beneden een iets latere opname, met meer klimop, garages en grotere dakkapellen aan de achterkant.

Oosterbeek Bilderberg

In 1933 wordt het hotel weer uitgebreid en komt er een groter terras. In mei 1940 volgt een derde uitbreiding, en als die net klaar is worden alle gasten niet uitgenodigde Duitsers.
In 1942 moet de Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee verdwijnen. De Duitsers bouwen langs de kust een grote verdedigingslinie. De bewoners, oude hulpbehoevende zeelieden, komen samen met de begeleiders, zo'n 180 mensen, terecht in Hotel de Bilderberg. De verhuisdag was 19 december 1942. Na enkele maanden werd het hotel gevorderd door de Duitsers en konden de zeelieden vertrekken naar de hotels Belvédère en de Wageningse Berg in Wageningen. In januari 1944 betrokken de Duitsers de Wageningense Berg, Belmonte e.o. De zeelieden konden terecht in Hotel De Wereld in Wageningen. In september - oktober 1944 de volgende spoed evacuatie naar Zeist en nog later naar Baarn. Al die evacuaties hebben de zeelieden geen goed gedaan, velen zijn er overleden. (uit: J. Langendoen: Lotgevallen der Prins Hendrik Stichting in de oorlogsjaren 1942 tot 1945) Rond 1944-45 raakte het hotel zwaar beschadigd. Burgemeester ter Horst betrok het hotel in 1945 om de opbouw van Oosterbeek organiseren. Hotel 'De Bilderberg' werd de noodsecretarie van 1945 tot 1948. In 1946 werden er weer hotelkamers verhuurd. In 1954 begon Prins Bernhard hier de “Bilderberg conferentie”.

Bilderberg Oosterbeek

In 1978 verdwijnt de familie Ogterop als eigenaar en wordt de nieuwe eigenaar de heer C. Knijnenburg, ook al eigenaar van Klein Zwitserland in Heelsum en restaurant Kasteel Doorwerth. Met de aankoop van De Bilderberg, wordt de nieuwe naam Bilderberg Hotelgroep. Verbouwd en uitgebreid in 1978.

Bilderberg groep 1983
In 1983 zoekt Knijnenburg zelf de krant de Telegraaf en zij maken er van: "Kapitalist doet hotelketen aan zijn personeel cadeau". Want: „Ik vind dat uitsluitend en alleen mensen die een bedrijf groot gemaakt hebben, ook recht hebben het te besturen." Een nobele gedachte als je op je 55ste wilt terugtrekken uit het hotelwezen. De Bilderberggroep heeft vele schulden en die wil Knijnenburg wel cadeau geven aan zijn personeel. Deze actie vertraagd de voorgenomen verkoop die eerst in 1986 plaats vindt.
De laatste verbouwing was in 2014. Rond het hotel is het landgoed de Bilderberg waar je kunt wandelen.
Bilderberg Oosterbeek
Hotel de Bilderberg na 1933. Het oorspronkelijke huis van Van Tienhoven is in het midden aan de rotonde, nog goed te zien, met klimop begroeid
Voormalig Hotel Concordia, Utrechtsestraatweg, Oosterbeek

Dalzicht, aan de Utrechtsestraatweg 112 op de hoek met de Weverstraat te Oosterbeek. Gebouwd in 1855 door Jan van Embden, Renkums burgemeester van 1866 tot 1892. Na zijn overlijden, bericht in 1897 notaris A. Moll dat het buiten „Dalzicht", met Koetshuis, Tuin en verdere Bijgebouwen, op een veiling is ingezet voor hfl 25,499. Een jaar later, in 1898 begint cuisinier F.N. Heinsius er een pension, dat echter in de winter gesloten is. Hij stopt met het pension in januari 1939. Het pand wordt dan gesloopt en er zijn plannen voor de bouw van zes winkels aan de Utrechtseweg en aansluitend 11 winkels op de Weverstraat. Tijdens de Slag om Arnhem gingen die in vlammen op. G. Robers uit Arnhem mag van B+W voor hfl 2.300,= een weg aanleggen op het terrein van voormalig Dalzicht. De oorlog gooit roet in het water en daarna wordt veel anders. De huidige winkels zijn er in de jaren 50 gebouwd.

Dalzicht Oosterbeek
Voormalig hotel de Doornenkamp, Benedendorpseweg ter hoogte van 163 - 165, Oosterbeek. Gebouwd in 1813, uitgebreid naar een logement in 1850 of 1853 (zie de tekening hieronder).Logement Doornekamp Oosterbeek
Het logement de Doornekamp te Oosterbeek zoals het / bestond voor de verandering in 't voorjaar van 1853.
In 1860 vestigt de weduwe A. van Muiswinkel zich als hotelier op de Doornenkamp. De heer Dirk Klaasen, schoonzoon van mw. Muiswinkel  begon in 1872 als uitbater. In 1931 wordt het hotel gesloten en gaat verder als vakantiehuis voor jonge vrouwen. Later in 1931 gaat de firma Van Dolderen er een wasserij in beginnen. Verloren gegaan in 1944. Ooit was Hotel De Doornenkamp eigendom van Jan Kneppelhout.
Doornenkamp Oosterbeek

Doornenkamp Oosterbeek
De stichting Heemkunde Renkum heeft er een artikel aan besteed.

Voormalig Hotel pension Dreierhoeve, Oosterbeek
Dreierhoeve Oosterbeek
Huis later hotel Dreijeroord. (Graaf van Rechterenweg 2 Oosterbeek). Maurenbecher was gehuwd Henriette Elisabeth Maurenbrecher - Swaving. Zij was testamentair erfgenaam en had een zoon uit een eerder huwelijk, Johannes Vincent Westrik (1802-1844). Hij is raadsheer bij het Gerechtshof van Gelderland in Arnhem als hij, enig kind en wettig erfgenaam, na het overlijden van zijn moeder en stiefvader Maurenbrecher een groot stuk Dreijen in eigendom krijgt. Westrik voert vanaf 1840 onderhandelingen met de nieuw aan te leggen Rijn spoorweg voor het traject Utrecht - Arnhem. Hij gaat akkoord met een een vergoeding van 34.206 gulden. Westrik wil met dit vele geld een leuk buiten laten bouwen op de plek van de oude boerenhoeve. Helaas overlijdt Westrik in 1844. De weduwe Catherina Elisabeth Westrik - Paradijs zet het bouwplan door en laat een nieuw huis Drijen bouwen. Twee kinderen: Johanna Paulina Elisabeth Westrik (1838-1900), dan 7 jaar oud, en Henriette Christina Westrik (1818-1890), 18 jaar oud, leggen de eerste steen op 23 oktober 1847. De eerste steen bevond zich toen aan de oostzijde van het pand maar werd met een verbouwing in de 20ste eeuw overgebracht naar de zuidmuur van het hotel. Het huis Drijen wordt gebouwd in "Zwitserse stijl”. De familie Westrik hees om die reden altijd de Zwitserse vlag. In 1851 huwt de dochter Henriette Christina Westrik met Herman Johan Westenberg en vanaf 1854 wordt ze eigenaar van het huis. De gehele familie Westrik blijft het buiten echter gebruiken en ’s zomers staat de weduwe C.E. Westrik als bewoonster ingeschreven.
In 1858 verhuist Henriette naar Leeuwarden en gaat het eigendom over op haar jongere zus Johanna Paulina Elisabeth Westrik, die in 1857 huwde met de luitenant ter zee Gustav van Hecking Colenbrander. Zij laten het vruchtgebruik bij de weduwe C.E. Westrik-Paradijs, die het huis Drijen gebruikt tot ze in 1866 overlijdt. In 1872 verkopen Johanna Westrik en haar man Gustav van Hecking Colenbrander het huis en grond op de Drijen aan de bewoner van huis Hartenstein, Theodorus Sanders. Sanders bleef wonen op Hartenstein en ging het huis verhuren. Na de dood van Sanders in 1881, verkoopt zijn weduwe Maria Westendorp in 1882 het huis en erf op de Dreijen. De nieuwe eigenaar is mr. Godert Willem Graaf van Rechteren van Appeltern (1841 - 1902). In 1883 huurt Evert Rothuizen het huis Drijen en omliggend erf van Van Rechteren. Hij opent een uitspanning in het huis en noemt het uitspanning “Dreijeroord”. In 1902 wordt Eduard Jacob Johan Kuinders, de nieuwe eigenaar van Dreijeroord. Evert Rothuizen blijft aan als hotelhouder. In 1908 gaat Rothuizen zijn hotelloopbaan beiendigen. Bij een verbouwing in 1909 bleef het huis grotendeels intact. In de kelders waren nog sporen van het oude bouwwerk terug te vinden.  In 1911 verkoopt Kuinders het huis Dreijeroord aan A. Theunissen, die het voortzet als hotel-café-restaurant. Het hotel gaat op 23 december 1911 weer open. Theunissen heeft echter weinig tijd voor het hotel. In januari 1914 koopt Matthijs Sanders een kavel van de Drijen, inclusief het hotel. Zijn vader Theodorus Sanders was ooit eigenaar van de Drijen. Sanders zoekt echter een profijtelijker bestemming voor zijn bezitting en gaat het hotel in 1915 verhuren aan Cornelis Ogterop van de NV de Tafelberg. De dagelijkse leiding komt in handen van een zuster van mevrouw Ogterop, mw. A.G. Klinkspoor-Lüschen en haar echtgenoot Cornelis J. Klinkspoor. In 1925 krijgt de NV de Tafelberg de mogelijkheid om De Bilderberg en Ogterop moet de huur van Dreijeroord te beëindigen. Het hotel gaat wel door. De erfgenamen van Matthijs Sanders, die in 1928 was overleden, verkopen het hotel in 1929. De nieuwe eigenaar wordt Kornelis Pieter (Kees) van der Sluijs.
Dreijeroord Oosterbeek
Tijdens de Slag om Arnhem was Dreijeroord enkele dagen het hoofdkwartier van het bataljon de King's Own Scottish Borderers (KOSB), dat onder het bevel stond van luitenant-kolonel Payton Reid. Op 19 september nam Payton Reid zijn intrek in Dreijeroord en richtte het in als hoofdkwartier. De dagen daarop werd rondom het hotel, bij de Britten bekend als 'The White House', zwaar gevochten. Dit gevecht werd dan ook 'The Battle of the White House' genoemd. Door een tekort aan voorraden, munitie en voedsel, en door de dagenlange ontberingen, werd besloten de Britse divisie in de nacht van 25-26 september terug te trekken. De soldaten lieten een zwaar beschadigd Dreijeroord achter. Na een opknapbeurt werd het weer een hotel. Veel voormalige Engelse soldaten gebruikten het hotel als onderkomen tijdens hun verblijf gedurende de Airborne wandeltocht, of de herdenkingen op 17 september. Na de oorlog wordt de familie van der Sluijs verdacht van heulen met de vijand. In 1947 wordt men hiervoor vrijgesproken, doch dan is de familie al ge-emigreerd naar Canada. In augustus 1947 verhuisde Gerrit Willem van der Straaten met zijn vrouw en twee kinderen van Voorburg naar Dreijeroord in Oosterbeek. In 1962 kocht hij Dreijeroord van de vorige eigenaar Van der Sluijs, omdat zijn oudste zoon Arjen interesse in het hotelwezen had. In 2008 werd het 125-jarig jubileum van het gebouw als hotel gevierd. De familie Van der Straaten die het hotel runde, sloot het in oktober 2014 en verkocht het in april 2016 aan vastgoedontwikkelaar Amvest. Het oude pand is als hotel „niet te handhaven”. Amvest gaat proberen om het hotel in zijn geheel of in appartementen te verkopen, een of meer kavels in de tuin zijn te koop voor een optrekje. In 2016 staat in de krant dat Het Gastenhuis in 2017 een dependance in Oosterbeek begint.

Uit de Gelderlander van 31 mei 2016

Zo worden we dan voorgelicht: in het pand vestigt zich het Gastenhuis. (Gelderlander 31-5-2016) Waarschijnlijk wordt er bedoeld: Dreijeroord word afgebroken en komt er nieuwbouw. Zie de Facebook pagina van Behoud Dreijeroord Oosterbeek.

Dreieroord in 2016
Het resultaat is dat hotel Dreyeroord gewoon wordt afgebroken. Er komt nieuwbouw met een voorgevel die nog iets van het voormalige hotel weg heeft.
Voormalig pension Overzicht, Oosterbeek. In 1896 is E.H. van Duijkeren er pensionhouder, na een openbare inschrijving. Is dit hetzelfde Overzicht dat hier beschreven is?

Voormalig Hotel pension Rozande, Utrechtseweg 86 Oosterbeek. Het hotel uit 1900 wordt in 1922 gekocht door Paul Reijmers. In 1934 koopt hij ook Schoonoord in Heelsum. Rozande krijgt oorlogschade en wordt na 1945 geheel afgebroken. Het huidige Rezo Electroworld is enkele meters naar achteren eind jaren 1940 gebouwd en staat in de BAG als zijnde bewoond in 1950.
Rozande Oosterbeek
Aan de linkerkant is nog net Pension op de gevel te lezen, van pension Alberdina.

Het verdwenen Schoonoord. Oosterbeek. “Schoonoord” was aanvanklijk een buitengoed langs de Utrechtseweg en zou eerst 20 jaar na de oprichting een bestemming als hotel krijgen.
Schoonoord is in 1845 gekocht door Adrianus Adam van der Crab van Minne Dolleman. Adrianus Adam was van huis uit ingenieur en landmeter, maar had vooral fortuin gemaakt als bankier. Met zijn vrouw Elisabeth de Villeneuve had hij twaalf kinderen. In 1857 besluit Adrianus Adam “Schoonoord” te verkopen. Schoonzoon Sangster doet een bod op het huis, maar hij wordt overtroefd door C.A. Sprenger, Majoor der Cavalerie te Arnhem.
Schoonoord Oosterbeek
Jacob van Lennep (1802-1868), de befaamde prozaschrijver en dichter, tevens Rijksadvocaat te Amsterdam. De zomermaanden bracht Van Lennep met zijn echtgenote steevast door in hotel De Engel in De Steeg. Toen de hotelier H.E. Wentink en echtgenote Klaassen "Schoonoord" te Oosterbeek in 1867  kocht, verhuisden de Van Lenneps van de Steeg mee naar Oosterbeek. Maar bij het eerste vakantieverblijf in Oosterbeek overleed Van Lennep in het hotel. Het was bloedheet, het lijk diende eigenlijk direct begraven te worden. Vandaar een begrafenis in Oosterbeek en niet in Amsterdam.
"Uit een door de gemeente in 1902 ingesteld onderzoek blijkt in de eerste plaats, dat van „verwaarloozing" van het graf van Van Lennep, geen sprake is en in de tweede plaats, dat het gemeentebestuur indien er misschien iels verzuimd is, zeer zeker geen schuld heeft. Voor het onderhoud van het graf werd tot dusver steeds gezorgd door den heer H. B. Wentink, den vroegeren eigenaar van het hotel „Schoonoord", alwaar de groote dichter gedurende de laatste jaren zijns levens heeft gewoond. Ook nu nog is de heer W., die nog steeds te Oosterbeek woont, door de familie Van Lennep belast met de verzorging van het graf, dat dan ook op geregelde tijden wordt nagezien. Op het graf van mr. Van Lennep groeit alleen wat klimop in het midden waarvan is geplaatst het borstbeeld van den geliefden schrijver in wit marmer. Jammer dat dit borstbeeld er vrij verweerd uitziet. Wanheer hieraan iets werd ten koste gelegd, dan zou het graf weder geheel in overeenstemming met de eenvoudige, rustige omgeving van den doodenakker zijn. Aangezien de familie evenwel de zorg voor het graf blijkbaar aan zich wenscht te houden, kan het gemeentebestuur, hoe gaarne het wellicht iets ter verbetering zou willen doen, de heer dr, Adriani in de eerst volgende raadszitting alleen antwoorden, dat het niet bevoegd is hier op te treden".  Algemeen Handelsblad 02-04-1902
 Het hotel verleende ook gastvrijheid aan Kneppelhout (Klikspaan) en aan Jan Toorop.
Vanf 1921 tot aan de oorlog was J.Vlist eigenaar en uitbater.

Tijdens de slag om Arnhem - september 1944 - veranderde alles. Het hotel werd door de 1e Engelse Airborne divisie als noodhospitaal ingericht. Meer dan 500 gewonden werden hier binnengebracht en verzorgd. Door de felle strijd, raakte het gebouw zwaar beschadigd. En werd afgebroken.
Schoonoord Oosterbeek





Schoonoord Oosterbeek

Schoonoord Oosterbeek

Over de oorlogsgeschiedenis van het oorspronkelijke Schoonoord heeft Willem Tiemens een verhaal geschreven. Lees het hier.

Net naast het oorspronkelijke Schoonoord, verschijnt in 1950 - 1951 het nieuwe café restaurant Schoonoord. Het terras aan de Utrechtseweg is intussen alweer vervangen door een serre. Het oude Schoonoord heeft aan de linkerkant gestaan. In een steegje naast het terras is een plaquette aangebracht ter herinnering.
Schoonoord Oosterbeek
De Tafelberg. Pietersbergseweg 46 Oosterbeek. Volgens de Wageningsche Courant, 11/06/1902; p. 1 is in 1902 het buitenverblijf verkocht aan de Maatschappij tot exploitatie van hotels en restaurants L'Union. In 1902 - 1903 werd De Tafelberg verbouwd tot hotel en werd een onderdeel van de NV Hotelmaatschappij De Tafelberg o.l.v. de heer Ogtrop.Omdat de hotelfunctie tijdelijk is geweest wordt huis, hotel en tegenwoordig appartementen beschreven bij landgoederen en huizen



Hotel Tefelberg Oosterbeek
Voormalig hotel Vreewijk, Utrechtseweg 161 Oosterbeek.
Lees bij landgoederen en huizen over de voorgeschiedenis van Vreewijk
 In november 1920 komt de Buitenplaats „Vreewijk", groot ca. 4000 m2, weer te koop. De jonkheer verhuisd in 1921 naar de Hoge Oorsprong. Een succes is de verkoop via een makelaar niet, in juli 1921 wordt er een veiling aangekondigd. Maar daana bericht notaris Karseboom te Oosterbeek, dat de veiling van de Buitenplaats Vreewijk niet doorgaat, als zijnde het perceel uit de hand verkocht. De koper is Hendrik Jan Locht en hij begint er een Hotel Café Restaurant „met groot terras en gezellig Café-Biljart (met een echt Wilhelmina Biljart). Het hotel gaat open op 12 april 1922.

 De familie Locht was toen ook al eigenaar van hotel de Doornenkamp te Oosterbeek.
Vreewijk Oosterbeek
Op 16-8-1927 bericht de Arnhemsche Courant: "Gisteravond omstreeks zeven uur zagen voorbijgangers rookwolken komen uit een verdieping van hotel „Vreewijk" aan den Utrechtschen weg te Oosterbeek. Toen zij den eigenaar, den heer Locht, hierop attent maakten, bleek hun waarschuwingen zekeren zin reeds te laat te komen: de vlammen lekten reeds uit het dak. „Vreewijk" bestaat uit twee verdiepingen en een zolder. De brand was ontstaan door tot nog toe onbekende oorzaak op een slaapkamer van een der bedienden op deze zolderverdieping. Snel greep het vuur om zich heen. De zolderverdieping brandde geheel uit. Toen men tot de ontdekking kwam, dat er brand was, ontstond onder de vele gasten, die het hotel had, groote verwarring. De meesten van hen zaten juist aan tafel. Zij snelden naar boven, om hun eigendommen in veiligheid te stellen. De Oosterbeeksche brandweer, die inmiddels ter plaatse verscheen, toog dadelijk met kracht aan het werk, daarbij geholpen door het hotelpersoneel en hotelgasten. Het meubilair werd onmiddellijk het hotel uitgedragen; de tafels, waarop nog de gerechten stonden van den maaltijd, dien men inderhaast had moeten verilaten, werden naar buiten getransporteerd, de logeerkamers ontruimd. Met drie slangen op de waterleiding bond de brandweer den strijd tegen de vlammen aan. Men kon niet voorkomen, dat de geheele zolderverdieping een prooi van het vuur werd. Op de eerste verdiepingen beneden werd ook groote schade aangericht door het water. Vooral op de eerste verdieping is de waterschade aanzienlijk. Verder zijn eenige plafonds bezweken. Het hotel en zijn inboedel zijn op beurspolis verzekerd. Ook is de eigenaar verzekerd tegen bedrijfsschade en wel bij de Arnhemsche assuradeurs M. Vos en Zn. Het meubilair is tijdelijk ondergebracht in een der bijgebouwen van hotel „Vreewijk". De belangstelling van de zijde van het publiek was zeer groot. Op het terrein van den brand waren o.a. tegenwoordig de burgemeester van Renkum, de heer J. van der Molen, en de commandant van de Arnhemsche Brandweer, de heer M. F. Hiddink". Bij de herstelwerkzaamheden wordt de bovenste verdieping met een extra verdieping vergroot. In 1930 komt er een aanbouw aan de noordzijde, een kegelbaan, c.q. schietbaan. In 1936 verkoopt Locht het hotel aan Jan Kooij, Op 10 december 1940 overlijdt Kooij en zoon Jan gaat het hotel runnen.  Rond 1906 tot 1940 organiseert de Vereeniging Tesselschade, samen met „Arbeid Adelt" bazars op Vreewijk voor het goede doel. Rond 1935 -39 is Vreewijk ook uitvalsbasis voor de Schaakclub Oosterbeek. Van hotel Vreewijk verschijnen er regelmatig advertenties in de dagbladen tot en met 5-4-1943. Dan stopt dit. 
 Hotel Vreewijk lag precies op de kruising Utrechtseweg met de Stationsweg, waar in september 1944 zo hevig is gevochten. Tijdens de slag om Arnhem deed het dienst als noodhospitaal. Schoonoord was het grote hospitaal, Vreewijk de dependance. De ravage na de aftocht van de geallieerden was enorm. Als er nadien bij het hotel een boom gerooid moest worden, was dat altijd een toestand. Niemand wilde er zijn zaag aan wagen. Al op 8-2-1945 verschijnt er deze advertentie: "Wie kan ons inlichten omtrent de Familie J. Kooij, Hotel Vreewijk, Oosterbeek. Antwoord event. in dit blad. Onkosten worden vergoed. Familie H. J. B. Knuf". Of te wel Henk Knuf een zwager van Kooij, gaat op zoek naar zijn schoonmoeder en zwager. In december 1946 gaat hotel Vreewijk weer open.
Hotel Vreewijk Oosterbeek
In juni 1980, wordt er wegens opheffing, de familie Kooij stopt er mee,  een  Kunst-, antiek en horecaveiling gehouden In het hotel. En een dag later is er de aankondiging van:
Vreewijk Oosterbeek
Na de verkoop in 1980 werd er een kantoor van gemaakt voor de firma Zeven en Timmers, belastingadviseurs.
Jan en Jolande Kooij gaan verder in Leiden met het café restaurant 't Koetshuis.
Voormalig hotel de Vries, Utrechtsestraatweg, Oosterbeek

ansichtkaart Hotel West End Wolfheze, Amsterdamseweg te Arnhem. tegenwoordig nieuwbouw van een  van der Valk hotel restaurant, bij de ingang van Papendal. Papendal was vroeger een gedeelte van de gemeente Renkum. Tegenwoordig is het gemeente Arnhem.
Westerbouwing. Westerbouwing 1, Oosterbeek. Tussen Doorwerth en Oosterbeek. In 1760 was er al een “huis, schuur, berg en verder getimmerte, met den boomgaard en annex weylandt ….” Eigenaar rond 1873 was Evert Jan Thomassen en het adresboek vermeld dat hij naast landbouwer ook kastelijn was. Hij verstrekte een drankje aan wandelaars.
boerderij Westerbouwing Oosterbeek
Een schermprint van een kadasterkaart uit 1832 gecombineerd met de situatie in 2018. De boederij Westerbouwing staat net ten noorden van de actuele woning aan de Veerweg nr 5. Op de huidige Westerbouwing is al een uitzichtpunt te zien.
En om het moeilijker te maken: In Heveadorp stond bij de kruising Fonteinallee en de Dunolaan een boerderij met de naam Westerbouwing. Nog leuker: de boerderij de Oosterbouwing (tegenwoordig een andere naam) staat ten westen van kasteel Doorwerth. Terug naar de huidige Westerbouwing. Derk Gaymans kocht op 1 juli 1802 de Westerbouwing van mr. J.E. Tulleken. De Westerbouwing blijft tot 1872 in zijn familie. In 1824 kwam er een theekoepel. In 1872 werd er een nieuwe woning gebouwd die in 1876 werd omgevormd naar een horecagelegenheid en werd het terras populair in de wijde omgeving. In 1872 werd Evert Jan Backer de eigenaar. Hij laat op de heuvel naast de uitzichtkoepel een paviljoen bouwen in 1876. In 1880 kwamen de boottochten vanuit Arnhem. In 1885 koopt Leendert Fangman de uitspanning de “Westerbouwing” en breidt hij de daarop staande woning uit met een nieuw paviljoen. Fangman bouwt naast het paviljoen een woonhuis voor de familie Thomassen.
Westerbouwing Oosterbeek
Oosterbeek Westerbouwing
Een paar jaar later wordt de boerderij Westerbouwing aan de Veerweg afgebroken. In 1908 wordt Scheffer, van de modelboerderij Huis ter Aa, de volgende eigenaar. Hij laat een koepel slopen en op die lokatie komt een muziektent. Scheffer moderniseerd de trap aan de Veerweg, tegenover het veer naar Driel. 

Westerbouwing Oosterbeek
In 1912 werd de Westerbouwing eigendom van de gemeente om de uitspanning te behouden voor het publiek. Daarmee werd ook voorkomen dat er "leuke"villa's zouden verschijnen. In 1915 werd de uitkijktoren gebouwd en legde tuinarchitect Voorhoeve in 1916 de Valkeniersbossen aan. De jaren dertig waren de hoogtijdagen van de Westerbouwing, die in 1944 werd verwoest. Na de Slag om Arnhem werd de Westerbouwing door de Duitsers bezet. Vandaar uit had men een goed zicht op de geallieerde troepenbewegingen. Een drietal plaquettes herinnert aan de hevige strijd die er is geleverd tijdens de Slag om Arnhem. Sinds 1950 staat er het huidige gebouw. Eerst nog met een kabelbaan uit 1960, speeltuin, een zwanentrein, botsauto's, terrassen. De Westerbouwing was in de jaren 50 en later een geweldige bestemming voor schoolreisjes. En bijzonder, met de boot van Arnhem naar de Aanlegsteiger bij de Westerbouwing die er in 1956 kwam, nabij Veerweg en pontje naar Driel te Oosterbeek. De bootverbinding Arnhem - Westerbouwing verdween in 1980. Eind december 1989 verkoopt de gemeente haar bezit aan de BV Rijnterras de Westerbouwing. Begin jaren negentig werd het pretparkje gesloten en de kabelbaan ontmanteld. Het restaurant bleef bestaan. In 2009 werd op deze locatie ook party restaurant Kabels geopend. In de directe omgeving (Duno) kunt u wandelen. Al jaren zijn er verhalen waarbij de huidige eigenaar Buitenpoort Catering met het Museum Veluwezoom en de Stichting Veluwezoom om van de Westerbouwing een Museum te maken.
speeltuin de Westerbouwing oosterbeek
De botsauto's uit 1949, renovatie in 1973, van de voormalige speeltuin de Westerbouwing in 2016.
Heveadorp
Voormalig hotel pension restarant Huis ter Aa, Heveadorp.
Lees ook de info over de Duno
Huis ter Aa Heveadorp
Wageningen
Nol in 't bosch. Hartenseweg 60, Wageningen. Sinds 1836 ligt idyllisch verscholen in een prachtig stuk natuur nabij Wageningen een huis, met erf, land en een laan met opgaande bomen. Alles in eigendom van Anthonie van Rijn, een Wageningse touwslager. Van Rijn verkoopt de boerderij in 1856 aan de boswachter Arnoldus (Nol) Gerritsen. Nol gaat zelf aan de oostzijde van de Hartenseweg wonen. En begint met de bouw van een herberg die in de volksmond al snel “Nol in 't Bosch” genoemd werd. In 1877 verkoopt Arnoldus Gerrtisen zijn goed Zandenberg (of Zandenburg) aan Adrianus Beyer. Meyer laat in dat jaar voor hfl 3272 het hotel verbouwen door M. Klaassen uit Wageningen. Later komt het goed in handen van eerst zijn weduwe en daarna zijn zoon, Arnold Beyer. In 1886 zien we de naam A. van Otterloo in de krant:

In kranten gebruikt men dan de naam Hotel-Pension Nol in't Bosch. Er volgen vele verbouwingen oa een nieuwbouw in 1924. Kinderen waren rond het eind van de 19de eeuw, weg van  het onmetelijk speelterrein! Hotel Nol in't Bosch.

Die naam Nol in ‟t Bosch is nog niet zoo oud. Die uitspanning heette vroeger Santberg en daar woonde Gerretsen. Toen wij als kleine jongens te Renkum nog school gingen op de oude school van meester Rennes, toen was daar ook een jongen van Gerretsen op school. Deze dikkop heette Nol en was zoo sterk dat hij tegen 3 andere jongens kon vechten. Zijn scheldnaam was Nol in ‟t bosch; die kreeg hij omdat hij zijn tegenpartij altijd noodde: “Kom maar eens bij me in ‟t bosch.” Deze naam heeft de uitspanning sinds 1836 behouden en zijn scheldnaam is nu wereldberoemd. Uit het dagboek van Bastiaan Noppen.
Nol in't bosch, Renkum
  Het nieuws van den dag: kleine courant, 02-10-1886
BAG: https://bagviewer.kadaster.nl

Krantenviewer Gemeentearchief Wageningen.

Delpher
Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997.

-Demoed, E.J., Van een groene zoom aan een vaal kleed. Zijnde de geschiedenis van de westelijke Veluwezoom (gemeente Renkum). Oosterbeek (Adremo), 1953.
slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres:
var sc_project=12040332; var sc_invisible=1; var sc_security="5596cc65";
Web Analytics