De ontwikkeling van het dorp Doorwerth

home
Hans Braakhuis

laatste update: september 2021
Gemeentelijke geschiedenis.

De Hoge Heerlijkheid Doorwerth zal formeel zijn ingegaan in 1401, als Doorwerth een opgedragen leen wordt van Gelre. Gezag ontstaat eerst als het bevestigd wordt, bv door de Hertog van Gelre.  Een hoge heerlijkheid was vanaf de Middeleeuwen tot laat in de achttiende eeuw een zelfstandig gebied met eigen wetten en rechtspraak. De heer bezat het recht om lijfstraffen uit te delen en zelfs het halsrecht, het recht om misdadigers ter dood te veroordelen en te laten executeren. Aan een hoge heerlijkheid waren daarnaast ook nog de rechten verbonden met betrekking tot jacht en visserij, het molenrecht en de benoeming van dragers van openbare ambten. Een belangrijke bron van inkomsten was het tiendrecht.

De Doorwerth kennen we sinds een beschrijving uit 1260. De heer van Doorwerth was de bestuurder van zijn Heerlijkheid. Na de Franse inval in 1795 worden dorpen en steden gelijkgesteld in een nieuwe bestuursvorm: de gemeente. In 1801 wordt de zelfstandigheid van gemeenten erkend en krijgen ze de bevoegdheid zelf het plaatselijke bestuur in te richten. In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden wordt er in 1815 onderscheid gemaakt tussen de stad met autonome rechten en de gemeente, die deel uitmaakte van een ambachtsheerlijkheid. De ambachtsheer benoemde een deel van de gemeenteraad en kon informeel de keuze van de wethouders beïnvloeden. Zo dus ook in Doorwerth. Met de grondwet van Thorbecke uit 1848 verdween het verschil tussen steden en dorpen. Na 1851 komt er een gekozen gemeenteraad met bestuur. Kiezen mochten echter alleen mannelijke welgestelde inwoners.

Het schoutambt Renkum wordt in 1573 samengevoegd met het ambt Oosterbeek. Samen wordt het dan het Richtersambt Veluwezoom. De bronnen spreken in 1567 voor het eerst over het afbakenen van de grens tussen Arnhem en de omliggende gemeenten. De term ‘gemeente’ zou eerst in de 19de eeuw zijn intrede doen. Arnhem was een ‘schependom’ en op de Veluwe sprak men van schoutambt, richterambt of landdrostambt.

In de Franse tijd werden de heerlijkheden (en daarmee het feodalisme) opgeheven. De rechtspraak werd voor het gehele land gelijk getrokken en was na 1804 gebaseerd op de Code Napoléon.
In de Franse tijd ontstond de gemeente Oosterbeek, waaraan op 1 januari 1812 Doorwerth werd toegevoegd. We hebben het dan over het Eerste gemeente Doorwerth-loze tijdperk. De gemeente Oosterbeek werd op 1 januari 1818 gesplitst in twee nieuwe gemeenten: Renkum en Doorwerth. Van 1811 - 1817 is Louis Nijhoff burgemeester van Renkum en Doorwerth. Tussen 1811-1817 was Doorwerth aldus een onderdeel van Oosterbeek, evenals Heelsum en Renkum. In 1817 werd de naam van de gehele gemeente gewijzigd in Renkum.

In 1817 ontstaat de gemeente Renkum omvattende het dorp Renkum, de buurtschap Harten, het dorp Oosterbeek met de buurtschappen Rosande, Dreyen en Wolfhees. De gemeente Doorwerth omvat het dorp Heelsum, Doorwerth en de buurtschap Heveadorp. Bijzonder is dat Harten (van 1539 tot 1817 Wageningen) weer bij Renkum hoort.

De gemeente Doorwerth besloeg in 1817 toen 1679 ha., in die tijd nog grotendeels in eigendom van Charles Graaf Bentinck.
Als in 1850 de periode voor van der Dussen als burgemeester in Doorwerth afloopt benoemd de minister de zittende burgemeester van Renkum de heer Backer, ook tot burgemeester van Doorwerth. De minister liep daarmee vooruit op beoogde samenvoeging van We hebben het dan over het Tweede gemeente Doorwerth-loze tijdperk. De zittende Doorwerthse raadsleden en de gemeentesecretaris weigeren het gezag van de nieuwe burgemeester te erkennen en worden aldus door Gedeputeerde Staten ontslagen. De baron Jacob Adriaen Prosper Baron Van Brakell kan dit niet hebben, schrijft ingezonden brieven, blokkeert wegen en nog meer stampei. Gedeputeerde Staten nemen daarop het besluit dat Doorwerth wordt samengevoegd met Renkum. Dit besluit wordt echter niet uitgevoerd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1851 stemmen alle 33 kiesgerechtigden op de baron van Brakell. Na het overlijden van de baron in 1853 duurt het even voordat de kruitdampen zijn opgetrokken. Eerst in 1856 wordt de zoon van de baron: Philippe Frédéric Antoine Jacques baron van Brakell burgemeester van Doorwerth en wordt zeven keer herkozen tot 1904.

In 1923 wordt de gemeente Doowerth alweer geannexeerd door Renkum. Tot op heden zitten we dan in het derde gemeente Doorwerth-loze tijdperk.

Burgemeesters van Doorwerth, vanuit Delpher en het boek van Aleid van de Bunt: "Dorenweerd van Heerlijckheid tot dorp" uit 1987 op pagina 59:
    1818 - 1829 Louis Nijhoff (tevens burgemeester van Renkum) (de Canon vermeld 1825)
januari 1829 - augustus 1839 Hendrikus Pieter van der Teen (overleed op 35 jarige leeftijd) (Canon: 1830-1837)
J.A.P. Baron van Brakell (burgemeester van 1837 tot 1853) Van Brakell, de kasteelheer, was tevens de heer en eigenaar van zijn gemeente.
juni 1840 - 1848 Gerrit Schut  (was secretaris en burgemeester) (Canon vermeld baron van Brakell)
juli 1848 - 1850 Johan Gerard Hendrik van der Dussen, (was secretaris en burgemeester)
april 1850 - 1851 Johannes Backer, tevens burgemeester van Renkum 1817 - 1851
december 1851 - 1856 Mr. J. De Beijer, tevens burgemeester van Renkum (niet vermeld in de Canon)
    september 1856 - 1904 Philippe Frédéric Antoine Jacques baron van Brakell 
maart 1904 - 1916 Jhr. Ferdinand Wittewaal van Stoetwegen (verlengt in 1910)
november 1916 - 1923 Jhr. Mr. Hendrik Richard Adriaan Laman Trip (1882-1962),
Per 1-5-1923 opgegaan in Renkum, Jan v.d. Molen is dan burgemeester van Renkum.

Zie ook de Canon van Renkum = boek

Op Wikipedia is een andere lijst met Doorwerthse burgemeesters.

Echt duidelijk is een lijstje van Doorwerthse burgemeesters dus niet.

Tot 1895 was erin de gemeente Doorwerth geen straat verlichting. In genoemd jaar werd op het pleintje bij de kerk (in Heelsum) een lantaarn geplaatst, waarvoor petroleum werd gebruikt.

Gemeenteraadsbesluit tot aankoop van huis met erf (vroeger hulppostkantoor); na afbraak hiervan een nieuw gemeentehuis bouwen. Uit de Oosterbeeksche Courant van 17 december 1910. Het huidige pand aan de Koninginnelaan 20 Heelsum, kwam volgens de BAG gereed in 1911. Dat klopt dus.
Doorwerth uitsnede kaart Kempinck 1601
De huidige W.A. Scholtenlaan heeft eigenlijk altijd een andere naam gehad: De Koninginnelaan. De Konininnelaan was vanouds de doorgaande weg tussen de Renkum, Heelsum (langs de kerk) naar Oosterbeek. Na de kruising met de Italiaanseweg ging de naam over in de Oude Oosterbeekseweg. Op deze kaart is de nog veel oudere route ook al goed te zien. De Koninginnelaan heeft haar naam sinds 1898, het jaar van de kroning van prinses Wilhelmina tot Koningin. Andere oudere namen voor deze laan: 1602: Heele wegh, en Beukenlaan.

De Koninginnelaan uit 1898 had een iets andere route, vanaf Veentjesbrug, naar het Kerkje op de heuvel, en dan naar Doorwerth tot aan de vd Molenallee. Bij de aanleg van de A50 en N225 werd de Koninginnelaan heel veel korter. Nog een andere naam voor de Bennekomseweg, Koninginnelaan, Oude Oosterbeekseweg, en dan onderlangs naar Arnhem: Lion route; handig voor Frost.

De Kabeljauwallee werd aangelegd in de periode 1715-1730. De Kabeljauwallee liep vanaf buurtschap De Zalmen bij Kasteel Doorwerth naar de watermolen De Kabeljauw aan de Heelsumse Beek.
Doorwerth
Doorwerth in 1818. De Doorwerthse Heide is tegenwoordig Wolfheze. Sectie B Wolfheze is de omgeving van waar nu Hotel Wolfheze staat. Bijzonder is dat de Heerwegh er niet op staat. Goed te zien is hoe je vanuit het kasteel naar Renkum kunt gaan, via het kerkje op de heuvel in Heelsum. In Heelsum kun je ook naar rechts, dan kom je op de Postweg van Utrecht naar Arnhem, of te wel de huidige Utrechtseweg.
Doorwerth
Een uitsnede van een Kaart van Doorwerth uit 1871. Het Doorwerth uit die tijd bestaat eigenlijk alleen maar uit het kasteel. Op de Fonteinallee zie je huizen en boerderijen voor de neringdoenden van het kasteel. Een bakker, een brouwer, houthakkers, e.d. In Heelsum is een school, een kerk en een kerkhof. De nieuwe zuidvleugel van de kerk, in opdracht van mevrouw Jeanne Henriette Gabrielle, barones van Schuylenburch, douairière barones van Brakell Doorwerth, staat er nog niet op. In het Renkumse gedeelte van Heelsum is de papiermolen Het Fortuin te zien. De gemeente Doorwerth heeft hier al een kerkhof en een begraafplaats.
Johannes Backer (1790-1872), burgemeester van Renkum van 1817 - 1851.

De heer Backer kocht in 1814 het landgoed de „Oorsprong", waarop hij een huis liet bouwen en zich vestigde. Er kwam een suikerfabriek. Na in 1816 gekozen te zijn tot lid van den gemeenteraad werd de heer Backer in 1829 tot burgemeester van Renkum. In 1850 werd Backer eveneens burgemeester van de gemeente Doorwerth. Deze samenvoeging van Doorwerth en Renkum onder één burgemeester stuitte echter op verzet bij de heren van Doorwerth. Er kwamen verkiezingen en Doorwerth werd weer zelfstandig.
Verkiezingen in Doorwerth.
Het provinciale besluit om Doorwerth met Renkum samen te voegen gaf veel commotie. De Doorwerthenaren mochten naar de stembus. Wie mochten er stemmen. Volwassen mannen die belasting betaalden. Die belasting werd betaald aan de gemeente, van Brakel dus, of aan de eigenaar, dezelfde van Brakel. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Backer vroeg en kreeg, vanwege zijn duidelijke verdiensten eervol, ontslag per 31 december 1851.
"Het is mede aan de ijver van de toenmalige Renkumse burgemeester v. d. Molen te danken, dat Ged. Staten de voorgeslagen annexatie in gunstige overweging namen. Zo wordt tenslotte bij Kon. Besl. van 14 April 1923 de gemeente Doorwerth per 1 Mei 1923 tot de gemeente Renkum gevoegd. Deze laatste wordt hierdoor met een gebied van 1697 ha uitgebreid, waarop inmiddels reeds 2025 mensen wonen. Sinds deze tijd bestaat Doorwerth slechts nog als kadastrale gemeente, onderdeel van de burgerlijke gemeente Renkum".
Uit Demoed; Van een groene zoom aan een vaal kleed, pagina 28
In de jaren 1920 tot 1940 werden verspreid langs wegen in het bos landhuizen gebouwd voor welgestelden uit Arnhem en West-Nederland.

Huize Kievitsdel (later hotel Hoog Doorwerth) werd gebouwd in 1911.

Langs de Utrechtse- en Wolfhezerweg werden omstreeks 1920 verspreid villa's gebouwd.

De Van der Molenallee, Schaapsdrift, Kabeljauwallee en Richterweg werden na 1923 aangelegd en bebouwd.
Bouwer (2008) noemt twee bevorderende factoren voor deze ontwikkelingen. De eerste is de aanleg en verbetering van wegen en een trambaan, waardoor de verbinding met Arnhem en Utrecht sterk werd verbeterd. Ten tweede werd de gemeente Doorwerth in 1923 geannexeerd door Renkum, waardoor de nieuwe ontsluitingswegen ook over Doorwerths gebied konden worden doorgetrokken.

Een groot deel van het bos dat voor 1940 nog niet bebouwd was, kwam in 1942 in beheer van Staats- bosbeheer.De toenmalige eigenaar, baron van Pallandt, kleinzoon van de eerste baron van Brakell, werd hiervoor onteigend.
Recessie in Doorwerth

De heer Scheffer die op de Duno woonde was in zwaar weer. Hij probeerde in 1914 al vrijwel alle woningen op de Duno te verkopen. Zoals „de Viersprong", „Pretty Home", „Forest Hill", „Het Huis Zorgvlied", „Het Huis de Pauw", „Het Huis de Bloem" en het „Huis de Vrucht". Weinig resultaat, dan in 1915, maar in de verhuur.

Als er zo weinig belangstelling is om in Doorwerth in een landschapspark te wonen, wie bedenkt dan om een Exportmaatschappij te Amsterdam voor de bouwterreinen te Doorwerth in te schakelen?
Doorwerth
Recessie in Wageningen

Hoe was het bij onze buren? In de Wageningsche Courant, van 15-10-1919, is te lezen dat enige politieke en industriële personen uit Den Haag en Wageningen de NV Wageningen Hoog gaan oprichten. Woordvoerder wordt Johan Cornelis Hoos. Men heeft de gebieden tussen Wageningen en Ede op het oog, waar al villa Sanoer, De Franse Kamp en de Leemkuil te vinden zijn. Men wil tegemoet komen aan de grote behoefte in deze streek aan woningen, mede vanwege de Landbouwhogeschool. Men denkt aan zogenaamde Padox-woningen, naar Amerikaans model. Deze zijn gemakkelijk en goedkoop te bouwen, en zien er toch leuk uit.
Vanwege de gunstige ligging en de plannen van een scheepvaartkanaal Amsterdam - Onverdeelde Rijn, door de Gelderse vallei, moet de verkoop van kavels en huizen een eitje zijn. Langs het kanaal komt nog een weg voor snelverkeer. Waarmee Wageningen goed met Amsterdam wordt verbonden.
Later worden deze plannen nog uitgebreid met het doortrekken van de tram Arnhem - Doorwerth, over de Bennekomseweg naar Wageningen-Hoog. Zelfs de aanleg van een vliegveld is een optie. Hoe hoog kunnen bomen groeien? De zeer bekende Renkumse architect P.J.E.J. van der Burgh zal een wegenplan ontwerpen. Met inpassing van de plannen van Leonard Springer in Wageningen.

De NV wordt opgericht in 1920 en men heeft zo rond de 220 hectare in bezit. In 1923 gaat de BV failliet. Bij een veiling worden de gronden opgedeeld en komt in handen van verschillende kopers.
Exportmaatschappij te Amsterdam 1918 - 1922

Eeuwenlang zijn de gronden van de Doorwerth in bezit geweest van de bewoners van het kasteel. Als in 1878 de laatste bewoner, mevrouw Jeanne Henriette Gabrielle, barones van Schuylenburch, douairière barones van Brakell Doorwerth, komt te overlijden, wordt alles in 1880 onder haar kinderen verdeeld. De oudste zoon, Philippe Frédéric Antoine Jacques baron van Brakell. kreeg zo het huidige Doorwerth en het Heelsumse gedeelte er van. Na zijn overlijden in 1918 gaan zijn erfgenamen de Doorwerthse gronden verkopen aan de Nederlandsche Exportmaatschappij te Amsterdam. Men had toestemming om de gronden in Doorwerth te verkavelen ten behoeve van het kleine grondbezit. Op kavels van ongeveer 1 hectare groot, mocht de nieuwe eigenaar een eenvoudige villa bouwen. Voor de verkoop en het beheer werd de Amsterdamse makelaars firma Van Dam en Zoonen aan de Kloveniersburgwal ingeschakeld.
In 1919 was de eigenaar van de bossen ten noorden van het kasteel zijn hakhout aan het kappen ter verkoop. De Export Maatschappij had op verschillende kavels ook al hout gekapt. Op 15 mei 1919 brak ten westen van de Italiaanseweg brand uit. Het gebied tussen Kievitsdel en Kerklaan, de W.A. Scholtenlaan en de Utrechtseweg, zeg maar het gehele gebied van het huidige Doorwerth, met een oppervlakte van ongeveer 100 Ha., ging in vlammen op.
Doorwerth
Op 20 augustus werd nogmaals door de Mij geveild, in
NV Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterrein te Doorwerth 1922-1930

Door de brand werden de idealen voor de landkolonisatie ernstig verstoord. Bouwen in een geblakerd landschap was niet aantrekkelijk. De gronden werden dan ook in 1921 van de hand gedaan. Kopers waren de Heveafabriek en vier particulieren, die ieder 20% in bezit namen.

Doorwerth

Bij de oprichting in 1922 staat vermeld dat F. Perk de directeur is. Een eerste buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, wordt gehouden op dinsdag 3 oktober, in Hotel Vreewijk te Oosterbeek. Registratie voor de vergadering via de heer Perk, woonachtig in villa Bernie aan de huidige  Benedendorpsweg 210 te Oosterbeek.

In 1923 werd alles alweer verkocht op de gebieden rond de Heveafabriek na. De gronden gingen naar de NV Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterrein te Doorwerth, een maatschappij waarin enkele vorige eigenaars uit Oosterbeek ook deelnamen. Een van de aandeelhouders was J. van der Molen. Na de Renkumse  annexatie van Doorwerth werden in het gemeentelijk uitbreidingsplan van 1926 om in Doorwerth villa’s te bouwen. Park Doorwerth werd een begrip.

Bouwterrein Doorwerth
De Notaris G. Sluis te Wageningen zal bij inzet en toeslag op Maandagen 12 en 26 Juli 1926, telkens des namiddags te twee uur, in het Restaurant de Kievitsdel te Heelsum in het openbaar verkoopen: Diverse perceelen allergunstigst gelegen bouwterrein in het Bouwplan der Mij. Doorwerth, nabij halte tram Utrecht—Arnhem. Voor de Maatschappij de Kabeljauw: "Vier perceelen aan den Utrechtschen straatweg elk groot ongeveer 1500 M 2 . Zes perceelen langs de Kabeljauwlaan elk groot ongeveer 1125 M 3 . Tien perceelen langs de van der Moolenallee elk groot ongeveer 1600 M 3 . Dertien perceelen langs de Boschlaan elk groot ongeveer 1100 M 2 . Ook in massa.
Voor den Heer I. A. Haag: Drie. perceelen aan de van der Moolenallee hoek Kabeljauwlaan elk groot ongeveer 700 M 2 . Ook in massa. Acht perceelen langs de van der Moolenallee nabij den Melkweg elk groot ongeveer 950 M 2 . Ook in massa.
In den Utrechtschen straatweg en van der Moolenallee liggen de buizen voor gas, water en electrisch licht, waarop is aan te sluiten. Te aanvaarden direct na gunning. Te betalen 1 Sept. 1926.
Uit de Arnhemsche courant van 28-06-1926

In 1930 nam de NV Exploitatie Maatschappij Cardanus, gevestigd in Amsterdam, de gronden over.
Cardanus Doorwerth 1930
Een eerste kaart uit 1923. Bron Gelders Archief
Doorwerth
Ze staan er nog: Annaweg 3 en Doorwerthsestaat 6 in Heelsum.
Doorwerth
de woning staat er nog:  Utrechtseweg 439 Doorwerth.
Renkum Vooruit!

"Geen beter middel om de malaise te bestrijden dan er zoo weinig mogelijk over te spreken en zelf zooveel mogelijk de handen uit de mouw te steken. Met die gedachte is de nog jeugdige Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterrein te Doorwerth aan het werk getogen. Hetgeen door deze naamlooze vennootschap onder leiding van haar voortvarenden directeur, den heer F. H. Perk in korten tijd is gepresteerd geworden, mag wel door heel ons vaderland bekend worden, om te toonen dat we in ons kleine Nederland toch ook wel iets kunnen beginnen en voortzetten dat aan een Amerikaanschen ondernemingsgeest herinnert. We zullen het in enkele woorden vertellen. Sedert 1 Mei 1923 is de voormalige gemeente Doorwerth samengevoegd bij Renkum. Dat heeft nieuw leven gegeven aan dit dorp, dat wel uitgestrekte bosschen bezit, maar slechts weinig inwoners telt. Doorwerth is vrijwel alleen bekend door het oude kasteel van dien naam, welk kasteel in de laatste jaren tot legermuseum ingericht is. Door de samenvoeging met Renkum is Doorwerth gekomen onder bewind van een energiek gemeentebestuur. De burgemeester van Renkum, de heer J. van der Molen Tz., tracht ook voor dit nieuwe deel van zijn gemeente het goede te zoeken en daarom steunt hij de plannen om aan Doorwerth een schitterend villapark te geven. Over die plannen enkele bijzonderheden.
De eerste villa moet nog gebouwd worden, maar dat is nog maar een kwestie vaneen paar maanden. Het grootste werk is al gebeurd. Een belangrijk deel van de Doorwertsche bosschen is geschikt gemaakt voor bouwterrein. Een 2.000.000 M2. grond is in exploitatie gebracht. Breede wegen zijn aangelegd. Een watertoren is gebouwd. De gemeente Renkum zal voor gas en electriciteit zorgen. Volgende week wordt er een tramdienst geopend, die de Doorwerth naar twee kanten met den straatweg verbindt; een intercommunale dienst in optima forma. In enkele maanden tijds heeft men dit alles tot stand kunnen brengen. Wat voor kort woeste gronden was, is van voor een groot deel voor den bouw geschikt. Dat daarmede verbazend knap werk gedaan is, voelt een ieder. Al was het alleen maar het aanleggen van de trambaan, waarmede de spoorbouwer A. M. Stuy te Nijmegen zijn ouden roem gehandhaafd heeft. Kortom, op deze terreinen is heel wat arbeidsprestatie vertoond en de burgemeester van Renkum, naar wien de hoofdweg van dit villapark als een verdiende hulde genoemd zal worden, kan met tevredenheid neerzien op het werk, dat binnen het grondgebied van zijn gemeente aan Doorwerth en in Doorwerth aan geheel Renkum nieuwe perspectieven opent".

Uit de krant De Standaard van 13-09-1924
De elektrische tramweg-maatschappij Oosterbeek (Laag) Doorwerth, 1920 -1940

In 1908 heeft zich een combinatie gevormd, die binnenkort concessie zal aanvragen voor een electrische tram van Ede, via Bennekom, Renkum, Doorwerth en Oosterbeek naar Arnhem

Opgericht in 1920. Als commissarissen werden aangewezen:
 dhr. J. van der Molen Tzn. burgemeester van Renkum en van Doorwerth, vanaf 1923,
dhr. J. de Vries, directeur der Vereenigde Rubberfabrieken Heveadorp;
dhr. jhr. mr. H .G. van Holthe tot Echten, lid van den raad van commissarissen van de maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen,
dhr J.M.A. Bicker Caarten, vertegenwoordiger van de Centrale Grond-exploitatiemaatschappij te Hilversum;
en dr. A. J. Bothenius Brouwer uit Oosterbeek.
"Arnhem, 14 Febr. — Naar wij vernemen, beginnen de tramplannen in Oosterbeek vasteren vorm aan te nemen. Er wordt op het oogenblik druk onderhandeld over een nieuwe particuliere onderneming, die eventueel een tramlijn zal exploiteeren, waarvan het beginpunt aan den grensweg in Oosterbeek is gelegen. Door die nieuwe tram zal een electrische verbinding van Heveadorp, Doorwerth, Westerbouwing, de villa-terreinen enz., aldaar met Arnhem tot stand komen. Het staat nog niet vast, of deze tram bij het eindpunt, van de Arnhemsche tram (lijn 1 te Oosterbeek) op het Arnhemsche net zal aansluiten, of dat in de onmiddellijke nabijheid daarvan het eindpunt van de nieuwe tram komt. Financieel interesseeren zich voor de nieuwe onderneming, de gemeente Renkum, waartoe Oosterbeek behoort, de N. V. Vereenigde Ned. Rubber Fabriek en de Bouwgrond-exploitatie Mij. te Doorwerth". Bron: De courant van 15-02-1922

 Vanaf 1885-1887 reed een tramdienst over de Utrechtseweg vanaf Wageningen naar Arnhem. Een zijspoor vanaf Kievitsdel naar Heveadorp werd vanaf 1924 door middel van een electrische tram geëxploiteerd. Deze volgde het tracé van de Van de Molenallee. Deze tramlijn verbond Kievitsdel (en het aangrenzende bosbad de Branding) via Oosterbeek-Laag, met Arnhem. Deze lijn was tot in de oorlog in bedrijf.
Opening van de lijn der Tramwegmaatschappij Oosterbeek Laag—Doorwerth.

"Vanmorgen is de officieele openingsrit gehouden van de lijn der Tramwegmaatschappij Oosterbeek Laag—Doorwerth. Te elf uur stonden aan den Grindweg te Oosterbeek de tramwagens gereed, waarmede de openingsrit zou worden gemaakt. De voorste motorwagen prijkte met een kwistige versiering van groen en bloemen.
Tot hen die aan de rit deelnamen behoorden de Burgemeester van Renkum, president-commissaris van de T. O. L., de directeur van de 0. S. M., de heer Amershof, mr. dr. O. van der Meulen, hoofd van de afd. Spoorwegen bij het dep. van Waterstaat, vertegenwoordiger van den minister, de Commissaris der Koningin in Gelderland, jhr. S. van Citters, de heeren H. W. J. Sannes en J. L. B. Keurschot leden van Ged. Staten, de hoofdingenieur directeur van den rijkswaterstaat de heer R. H. Gockinga, de hoofdingenieur van den prov. waterstaat in Gelderland, de heer H. Seydenzaal, de ingenieur van den rijkswaterstaat de heer Das Toonkes, commissarissen van 'de N. V. Mij. tot exploitatie van bouwterreinen te Doorwerth, commissarissen van de T. O. L., de heer A. J. Bothenius Brouwer, secretaris van het comité tot aanleg van de tramlijn, de heer T. H. Perk, directeur der T. O. L., de heer P. M. Nieuwenhuis, directeur van het gemeentetrambedrijf te Arnhem, leden van de directie der A. E. G., leden van het gemeentebestuur van Renkum de gemeentesecretaris de heer Oudenallen en andere genoodigden.
HB: ingekort, de feestelijkheden in het Benedendorp en bij Heveadorp heb ik hier overgeslagen. De meeste tijd van de openingsrit wordt doorgebracht op het terrein van de Bouwgrond.

Toen de tram het terrein van de Bouwgrond uit Doorwerth had bereikt, werd bij de v. d. Molen-allee uitgestapt. Het gezelschap wandelde naar het hoogste punt van de terreinen bij het kruispunt Scholtenlaan en Bredeweg. Hier is door O.V.V. een bank geplaatst en de beer Joh. Wesselink heeft deze met een toepasselijk woord aan den burgemeester overgedragen. Nadat de heer v. d. Molen den voorzitter van O.V.V. dank had gebracht werd het laatste traject van de nieuwe tramlijn afgelegd. Men bezichtigde nog het fraaie bosch dat deel uitmaakt van de gronden der Bouwgrond Mij. en dat men ten nutte van de a.s. bewoners wil behouden. Daarna werd langs den Utrechtschen weg naar Oosterbeek terug gereden. In „Concordia" vereenigde de autoriteiten zich daarop aan een noenmaal. Tijdens de rit aan de terreinen der Bouwgrondmaatschappij toonden vele deelnemers van de openingsrit zich opgetogen over de schitterende ligging en de prachtige vergezichten, welke hier te genieten zijn. Er zijn reeds vele perceelen bouwterrein verkocht.

Uit de Arnhemsche courant van 22-09-1924

Het zijn andere tijden: waarom gaat de tram over de v.d. Molen-allee, de betrokkene is zelf nog aanwezig?
Met Bouwgrond wordt bedoeld: NV Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterrein te Doorwerth.
Oosterbeek. Speculatie niet behulp van onze belastingcenten?

(G. P.) Ruim 2 jaar geleden werd in de plaatselijke bladen bekend gemaakt dat er een Comité was opgericht om den aanleg te bevorderen van een tramlijn, die zal aansluiten aan de tramlijn Arnhem-Óosterbeek en zal loopen tot de bosschen van Doorwerth. Tot voor ongeveer een maand hoorde men niets van het werken van dit Comité, maar nu gaat het plotseling ernst worden. Een verzoek om concessie tot aanleg en exploitatie is bij B. en W. ingediend, alsmede een verzoek om voor ƒ50.000 deel te nemen in het aandeelenkapitaal. B. en W. hebben aan den raad voorgesteld een en ander in te willigen en zij hebben dit voorstel doen vergezeld gaan van een eenigszins uitgebreide toelichting. In deze toelichting zeggen zij wel o.a. dat met het verleenen der gevraagde concessie een groot gemeentebelang zal worden gediend, doch in werkelijkheid zal dit geheel andere belangen ten goede komen. Het is de verdienste van de Redactie van de Oosterb. Courant dat zij ons dat zoo glashelder heeft aangetoond. Wat toch is het geval?

In bovengenoemd Comité, dat inmiddels de „Raad van Commissiarissen der N. V. Tramwegmaatsch. Oosterbeek-Laag-Doorwerth" is geworden, heeft ook zitting onze burgemeester v. d. Molen, maar in een andere Naaml. Venn., n.l. de „Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterrein te Doorwerth" zit eveneens onze burgemeester. Alleen hierdoor reeds laat zich vermoeden dat er verband bestaat tusschen de voorgenomen exploitatie van bouwterreinen en het aanleggen van een tramlijn naar die terreinen. Doch niet alleen v. d. Molen zit in beider Vennootschappen maar een groot deel van de commissarissen der Tramwegmij. Het verband tusschen beiden is dus wel innig. En dat het hier niet gaat om een verondersteld verband, doch dat dit inderdaad zoo is, bewijst de Ooosterbeeksche Courant aan de hand van een citaat uit een prospectus van de Bouwmaatschappij. Daarin heet het woordelijk: „Indien het voor tramaanleg benoodigde kapitaal verzekerd is, zal tot oprichting der N. V. worden overgegaan." De heeren komen er hier dus al heel rond voor uit dat deze tv/cc genootschappen er feitelijk maar één is. De tram moet doodeenvoudig dienst doen om de bouwterreinen te Doorwerth te exploiteeren, d.w.z. er een zoet winstje voor hen uit te slaan. En de zaak is natuurlijk wel zoo geregeld, dat de winst van de eene niet behoeft te worden gebruikt ter dekking van de verliezen der andere. Voor dit laatste heeft men de gemeente Oosterbeek nodig.
Als men met deze wetenschap gewapend de toelichting tot de voorstellen van B. en W lezen, dan voelt men direct dat het praatje over het groote gemeentebelang slechts dienst moet doen om den schoonen schijn te bewaren. Opdat de tram weer aan dit voorgegeven doel zou beantwoorden is van verschillende zijden voorgesteld de tramlijn een andere richting te laten volgen. Daarop antwoorden B. en W. in hun  "toelichting" aldus: B. en W. hebben over deze richtingen van gedachten gewisseld en zijn tot de conclusie gekomen dat de lijn, zooals deze geprojecteerd werd door de N. V. het voordeeligste is in aanleg en het geriefelijkste voor vreemdelingen en bezoekers van Oostelijk Oosterbeek-Laag, van Heveadorp en Doorwerth. Iets verder zeggen zij: „Bovendien moet rekening gehouden worden met de wenschen van de voornaamste aandeelhouders, die tezamen voor een bedrag van f 304.000 deelnamen. Deze aandeelhouders geven de voorkeur aan de lijn Benedendorp-Grintweg."

Nog weer verder heet het: „Bovendien is het van beteekenis de mogelijkheid dat zich in onze nabijheid een villapark kan ontwikkelen, waardoor de economische toestand mede sterk zal verbeteren." Vooral voegen wij er aan toe voor de heeren aandeelhouders van de Bouwmaatschappij ! Wij waren tot nog toe van meening dat B. en W. in dienst waren der gemeente; dat zij bij deze en zulk soort zaakjes uitsluitend en alleen hadden te letten op de belangen der gemeente. Deze belangen moeten voor hen den doorslag geven. Maar in dit geval let men zoowat uitsluitend op de wenschen en de voorkeur van de heeren aandeelhouders en geïntresseerden, waaronder onze burgemeester zelf zich bevindt. De burgemeester v. d. Molen verdedigd in deze. toelichting eenvoudig de belangen van den aandeelhouder v. d. Molen.

 Een gewaarschuwd man geldt voor twee zegt men. De raad onzer gemeente verkeert in die aangename positie. Zij is uitvoerig en gedocumenteerd ingelicht en het zal ons benieuwen of daarvan bij de discussies en de besluiten over deze zaak iets zal blijken. Wij willen hierbij met uit het oog verliezen de mogelijkheid dat zij die deze uitvoerige gedocumenteerde kritiek leverenden, misschien op hun beurt weer geïntresseerd zijn bij een andere oplossing. Die mogelijkheid is natuurlijk lang niet denkbeeldig. Dit neemt echter geenszins weg, dat men zich wel tweemaal zal moeten bedenken alvorens aan het boven gesignaleerde plan zijn steun te verleenen.

Uit: De tribune: soc. dem. weekblad van 25-03-1922
November 1923: Tram Oosterbeek-Laag—Doorwerth.

Zooals gemeld is heeft de aandeelhoudersvergadering der N. V. Tramwegmaatschappij Oosterbeek (Laag)—Doorwerth besloten een overeenkomst aan te gaan met de Oosterstoomtrammaatschappij waarbij de O. S. M. zich verbindt tot hot exploiteeren van de tramlijn naar Doorwerth (tot bij Heelsum).

B. en W. van Renkum stellen den gemeenteraad voor om de daarvoor vereischte toestemming te verleenen.
Februari 1937:
Er is thans overeenstemming bereikt tusschen het gemeentebestuur en de directie van de Mij. tot Exploitatie van de tramlijn Oosterbeek-Laag-Doorwerth De exploitatie zal gevoerd worden door de gemeente Arnhem, die een halfuurdienst zal invoeren.

In 1924 opende de Tramwegmaatschappij Oosterbeek Laag (TOL) een tramlijn van Oosterbeek naar Kievitsdel via de Westerbouwing. De exploitatie daarvan werd door de OSM gevoerd met wagens van de firma Brill uit de Verenigde Staten. In 1926 werd alles overgenomen door de Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij.
Park Doorwerth
Kaart uit 1935 van Merkelbach en Kartsten, met het partieel uitbreidingsplan voor Park Doorwerth, inclusief een golfterrein en het voorgenomen rusthuis Doorwerth State op de locatie van de Richtersberg. De Branding uit 1934 staat keurig ingetekend. Een gereformeerde en een katholieke kerk zijn ingetekend. Kennelijk uitgangspunt: Eerst de spelen, dan het volk. Bron Gelders Archief.
N.V. Exploitatiemaatschappij 'Cardanus', een projectontwikkelaar. 1930 - 1955

Formeel gevestigd: Sarphatistraat 35, Amsterdam.

We kennen het zelfde adres ook van de ontwikkeling van het Heelsumse Wilhelminapark.

Deze maatschappij nam in 1930 de gronden in Doorwerth over om in Doorwerth een villapark te laten verrijzen. De resultaten bleven echter achter, en in 1955 heeft Cardanus de resterende 137 ha grond verkocht aan de Gemeente Renkum. Andere projectontwikkelaars hadden zich er ook al op stukgebeten.

Uit 1933 kennen we  het plan 'Werkverschaffing wegen en golfterrein te Doorwerth'.

Met het oog op de verdere ontwikkeling van het dorp Doorwerth schenkt de Cardanus Exploitatiemaatschappij grond voor de bouw van de Onze Lieve Vrouw van Lourdes-kerk (Van der Molenplein 1), die in 1934 gereed komt.

In 1934 wil Cardanus dat de gemeente de wegen in Doorwerth gaat overnemen. De gemeenteraad gaat niet direct accoord. De gemeente moet dan opdraaien voor de straatverlichting etc. Cardanus Doorwerth
In 1936 wordt Doorwerth van water voorzien door de Bouw- en exploitatie-maatschappij „Cardanus", die op haar beurt het water betrekt van de Nederlandsche Rubberfabrieken „Hevea", te Heveadorp, welke een eigen waterleiding exploiteeren. De Heveafabriek wil hier mee stoppen. Men heeft het water zelf nodig.

In 1936 stelt B. en W. de raad voor:
a. Wageningen levert water aan Doorwerth overeenkomstig de tot 1 Januari 1960 geldige concessie, door de gemeente Renkum verleend aan Wageningen voor waterlevering aan Renkum (dorp) en Heelsum;
b. Wageningen bouwt voor rekening van „Cardanus" een watertoren bij Rolandseck aan den Kasteelweg te Doorwerth (bouwkosten maximaal ƒ6000), nadat de benoodigde grond pl.m. 300 M2. — kosteloos door „Cardanus" aan Wageningen zal zijn overgedragen;
c. „Cardanus" staat kosteloos aan Wageningen af haar gehele waterbuizennet met toebehooren;
f. Wageningen bouwt op eigen kosten (pl.m. ƒ3000) een secundair pompstation in de watertoren te Heelsum en legt van hier een persleiding (kosten ƒ 4000) naar Kievitsdel, alwaar aansluiting plaats vindt aan het distributienet van „Cardanus".
Lees het hele verhaal in de Arnhemsche courant van 03-06-1936

Wel ontstond bij de noodlottige verkaveling van het uitgestrekte gebied van bos en heide, het z.g. park Doorwerth, door de maatschappij Cardanus, een inbreuk op de schilderachtige geslotenheid van de weg, omdat deze maatschappij met gulle hand in de nabijheid terrein schonk voor kerkenbouw.

De eerste definitieve woningen na de oorlog kwamen aan de Johaniterweg en aan de Bentincklaan.

Rond 1950 wordt duidelijk dat de bouw van een kerk geen huizen heeft opgeleverd. Een zeer karakteristieke weg, de Italiaanseweg is op meerdere locaties doorgeknipt. Een gebied van  honderd hectaren is doorkruist met wegen en vormt het park "Doorwerth". Cardanus wil de resterende gronden voor slechts voor ƒ 6.— per m2. Zelfs met zo'n schandalige prijs wordt het niet verkocht. De natuurliefhebbers vinden het niet erg, doch anderen blijven ontevreden. Het vraagstuk van woningvoorziening voor de arbeiders wordt niet door Cardanus opgelost.

Rond 1952-1953 worden de huurwoningen aan de Herten-, Eekhoorn- en Vossenstraat gebouwd. De Mecklenburglaan en omgeving zullen eerder gebouwd zijn, dat is in de BAG niet meer te zien. Deze straat wordt al in 1934 genoemd, om te ontwikkelen. Aan de Mecklenburglaan worden 32 woningwetwoningen gebouwd rond1962-1965.

Op 2 februari 1955 worden de terreinen te Doorwerth aangekocht door de gemeente voor huisvesting en natuurschoon. In een geheime raadsvergadering, die van 19:30 tot rond 24:00 uur duurde viel uiteindelijk het besluit.
"DOORWERTH

De aanleg van golfterreinen te Doorwerth.

NIEUWE ONDERHANDELINGEN.

Naar wij vernemen maken de plannen voor den aanleg van uitgebreide golfterreinen op Doorwerth thans opnieuw een onderwerp van onderhandeling uit tuschen de eigenaresse, de Exploitatie Mij. Cardanus en het Rijk en de gemeente Renkum. Zooals men weet, zijn reeds enkele jaren geleden plannen ontworpen voor deze golfterreinen, welke ten Westen van de Van der Molen-allee te Doorwerth zijn geprojecteerd.
Het ligt in de bedoeling den aanleg in werkverschaffing te doen geschieden; hiervoor is de financieele medewerking van het Rijk ingeroepen. Ongeveer 200 werkloozen zouden op dit terrein, dat ruim 30 H.A. beslaat, geruimen tijd te werk gesteld kunnen worden. De onderhandelingen met de gemeente Renkum betreffen mede de traceering van de verschillende wegen, die de betreffende gronden doorsnijden.

Zooals men weet, ia het uitbreidingsplan voor Doorwerth nog steeds niet vastgesteld. Zijn wij welingelicht, dan kan thans spoedig een beslissing in deze voor de gemeente Renkum zoo belangrijke aangelegenheid worden verwacht".

Uit de Arnhemsche courant van 30-03-1939

Doorwerth ontwikkelplan 1953
Het plan voor verdere ontwikkeling van Doorwerth uit 1953. Bron Gelders Archief
Jan M. van der Molen (1867-1939), burgermeester van Renkum 1919 - 1934

Deze burgemeester heeft door de economische depressie (WOI 1914-1918) en de recessie van 1919 een moeilijke taak gehad. In 1923 werd de gemeente Doorwerth ingelijfd bij de gemeente Renkum.

J. van der Molen Tzn. werd in 1918 benoemd tot burgemeester van Renkum, welke functie hij heeft uitgeoefend tot 1934 en welke gemeente hij heeft zien groeien van 11.000 tot 20.000 inwoners. Veel heeft de heer Van der Molen gedaan tot uitbreiding en verfraaiing van deze gemeente. De gemeentelijke bezittingen werden onder zijn bestuur belangrijk uitgebreid door aankoop van uitgestrekte landgoederen, als Bilderberg, Bato 's wijk e.a. Een openbaar slachthuis kwam tot stand, een badhuis werd gesticht, wegen aangelegd en tramverbindingen verbeterd. Belangrijk was ook het aandeel van den heer Van der Molen in de samenvoeging van de gemeenten Renkum en Doorwerth. Hij streefde naar een zuinig financieel beheer en stuurde aan op de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs.
De heer Van der Molen was bestuurder bij het Geldersch Genootschap tot bevordering en instandhouding van de schoonheid van stad en land; de commissie voor het streekplan van Arnhem en omstreken; Centrale Commissie voor Filmkeuring; commissie voor onderwijsaangelegenheden van de Ver. van Ned. Gemeenten; commissie voor onderwijs aan schipperskinderen in Chr. scholen met internaat; Geref. Jongelingsbond; Ned. Werkliedenverbond Patrimonium. Lid van de ARP. Van der Molen was ridder in de orde van den Ned. Leeuw.
Van der Molen
Kennelijk lukt de verkoop van villa's in het Park Doorwerth niet goed.

Doorwerth
Wat op valt in de advertentie hiernaast uit 1939, er is nog geen Doorwerth in het huidige Doorwerth. Doorwerth was op de Fonteinallee bij het kasteel. Aanvankelijk werd Kievitsdel in welke buurtschap nummer 49 te vinden is, l tot Heelsum gerekend.

Te bevragen: Heelsum, van der Molenallee 49.
Raadsvergadering 20 januari 1954

Uit de Arnhemsche courant van 21-01-1954:
De raad vindt goed dat in afwijking van het uitbreidingsplan een winkel met woonhuis wordt gebouwd aan de Van der Molen-allee en Waldeck Pyrmontlaan te Doorwerth.
 In december 1960 gaat de gemeente Renkum met een voorstel om in Doorwerth winkels aan de Van der Molenallee (met 3 lagen bovenwoningen) te bouwen. Architect J. Grijpsma is bijna klaar met een ontwerp voor 160 woningen op Doorwerth

Plan Internationaal

In 1960 kon het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten een stuk grond kopen. Bouwfonds maakte op dit terrein een tentoonstelling van verschillende woningen en een serie geprefabriceerde bungalows uit het buitenland.

In september 1963 begint met met het bouwklaar maken van de gronden. In maart 1967 in kink in de kabel. Het timmermans-aannemingsbedrijf H. J. Markerink & Zoon uit Neede, met 55 man personeel in dienst, vraagt haar faillissement aan. Reden: Het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, stopte met de betalingen.

Er wordt wel afgebouwd en van 7 juni tot en met 9 oktober 1967 is de expositie. Zelfs de sauna kan door bezoekers gebruikt worden.

Er komen 56 woningen, waaronder 12 prefab huizen uit het buitenland. De prefabs werden gebouwd en ingericht in de stijl van het land zelf. Tijdens de vier tentoonstellingsmaanden werde de prefabs bewoond door hostesses uit het land van herkomst.

De Finse woning had een sauna in de tuin en een ‘warme’ garderobe aan de achterzijde van de open haard. De Amerikaanse bungalow beschikte, natuurlijk over een garage voor twee auto’s en twee badkamers, en de Zweedse bungalow beschikte over een droogkast voor natte kleren, twee diepvriesruimten èn twee koelkasten om een barre winter door te komen.

Na de tentoonstelling zijn de bungalows verkocht.

"In het mooiste en meest exclusieve bungalowdorp in ons land, het Plan Internationaal te Doorwerth ƒ136.000,- k.k. Behalve de afgebeelde bungalow zijn er andere unieke woningen uit vele landen in prijzen, variërend van ƒ 71.000 tot ƒ 154.000,- k.k.
"
Bron Algemeen Dagblad 30-09-1967.

"de enige fout die ik heb kunnen ontdekken in „Plan Internationaal”: De naam. ’t Zal wel mannenwerk wezen. „Laten we nou eens een fijne grootse naam bedenken.” En ze bedachten „Plan Internationaal.” Hadden ze er nu even een telefoontje naar mij aan gewaagd, dan had ik gezegd: „Gewoon niet doen. Gewoon noemen: „Huisjes kijken”. Dat trekt de hele Nederlandse vrouwenwereld als een magneet naar jullie Plan.” Bron Sheherazade in de Beatrijs; katholiek weekblad voor de vrouw, jrg 25, 1967, no 40.

Plan Internationaal.
Doorwerth
Doorwerth
19 drive-in woningen aan het  Laman Trip Plantsoen.
Naar een ontwerp uit 1972 van J.H. ten Have + L.W. Pistorius.
De woningen waren klaar in 1975.

woningbouw Doorwerth

Het was een periode waarin de huizenprijzen omhoog gingen. Een atrium klinkt duurder dan drive-in.
In 1976 werd in advertenties de term schakel-bungalow gebruikt. (Algemeen Dagblad 05-06-1976 )
Doorwerth Laman Trip Plantsoen
Villapark Doorwerth

Op verzoek van de N. V. „Cardanus” te Amsterdam werd een nader onderzoek ingesteld inzake den eventueelen bouw van een eigen pompstation voor de drinkwatervoorziening van het Villapark „Doorwerth” te Oosterbeek, waarvoor het water tot dusver en gros wordt ingekocht van de N. V. Heveafabrieken.
publicatie 1936
De oudste woningen (voor 1920) in Doorwerth die er nu (2020) nog staan:

1399  Fonteinallee 3, 6, 8 Doorwerth en het kasteel zelf 1955 Fonteinallee 2
1846 Boersberg 1 Doorwerth
1889 Italiaanseweg 6 Doorwerth
1907 Utrechtseweg 454 Doorwerth (restaurant Kievitsdel)
1909 Oude Oosterbeekseweg 28 Doorwerth
1909 Utrechtseweg 445 Doorwerth
1909 Utrechtweweg 319 Doorwerth
1909 Oude Oosterbeekseweg 22 Doorwerth
1909 Utrechtseweg 319 Doorwerth
1908 Oude Oosterbeekseweg 28 "Jacoher"
1909 Oude Oosterbeekseweg 20, Doorwerth, het huis “de Vrede”, net als de andere spekstenen woningen. Oud huis nummer destijds nr 50. Een van de woningen die de oorlog totaal onbeschadigd heeft doorstaan.
1919 Italiaanseweg 1 Doorwerth
1919 Utrechtseweg 321 Doorwerth
1919 van der Molenallee 133 Doorwerth
1919 Utrechtseweg 321 Doorwerth
1920 Utrechtseweg 443 Doorwerth
In Heveadorp staan nog ruim 20 woningen voor 1920

M'n bron voor deze informatie, de BAG.

Globaal zal deze informatie wel kloppen, doch als er iets verbouwd is aan een pand, dan zal de BAG voor wat betreft Renkum, niet meer kloppen. Verbouw je een woning vanaf het fundament, dan hoor je een ander bouwjaar te zien. Maar er zijn woningen met bv een nieuwe dakkapel, die dan ook een nieuw bouwjaar krijgen.
Uit de toelichting van het Bestemmingsplan Doorwerth 2013

"De eerste ideeën voor het dorp Doorwerth gingen uit naar vrijstaande woningen in het bos, de Cardanusbossen. Het idee was de grond als kleine kavels voor eenvoudige villa's te verkopen. De vrijstaande huizen langs de Utrechtseweg en de Van der Molenallee dateren uit deze tijd (1935-1955). Van kernvorming in Doorwerth was pas na 1935 sprake. De rijwoningen in het zuidoosten en tussen de Waldeck Pyrmontlaan en de Kerklaan zijn ook uit de beginperiode (1935-1955).
De rest van het dorp is daarna op een meer planmatige en grootschalige wijze ontwikkeld, met name met hoogbouw. De hoogbouw, welke een groot gedeelte van Doorwerth betreft, representeert de bouwhausse van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De hoogbouw staat veelal tussen het groen. Het gebied waar nu de clusterwoningen (voorheen 'eurowoningen' genoemd) staan was oorspronkelijk bestemd voor hoogbouw. Begin jaren zeventig van de vorige eeuw werden hier uiteindelijk geschakelde woningen in clusters van circa 23 woningen tussen het groen gebouwd. Tussen de clusters zijn naast het groen, wandelpaden aanwezig die de clusters met elkaar en met het centrum verbinden".
Bronnen:

Delpher.
Kadaster viewer BAG
Aanvullingen, verbeteringen:
foto opening tramlijn Doorwerth

Gemeente Renkum, historie plangebied
 Plan Internationaal (VAN ANDEL, Frederique. Plan Internationaal Doorwerth. Delft Architectural Studies on Housing, [S.l.], n. 09, p. 126-133, june 2018. ISSN 1877-7007.)