Het kerkje op de heuvel in Heelsum.

   home
Hans Braakhuis
maart 2019
Deze pagina gaat over de geschiedenis van het kerkje op de heuvel in Heelsum. Er zijn andere pagina's die ook over het kerkje en of de omgeving gaan:
Prenten, schilderijen, foto's en ansichtkaarten van het kerkje op de heuvel.

De kerkheuvel, de directe omgeving van het kerkje op de heuvel


De relatie tussen het Kasteel Doorwerth en de kerken in Wolfheze, Heelsum.
Het kerkje op de heuvel ligt op een stuwwal naast de Heelsumsebeek. Bij hoog water op de Nederrijn zal de kerk droog blijven. Bij  het hoogwater in 1995 overstroomde de beek. De brug over de Heelsumsebeek (Kerkweg) was voor fietsers en voetgangers begaanbaar doordat er een houten stellage gebruikt kon worden.
Deze kerk vervangt in 1519 de kapel bij de Kapelleboom in Doorwerth als parochiekerk. De kapel in Doorwerth werd te klein. Er zijn 2 mogelijke redenen om de kerk in Heelsum te bouwen: daar woonden intussen de meeste personen, en de lokatie, op de heuvel, geeft geen natte voeten.
Er kan nog een reden zijn, bij meerdere auteurs is te lezen dat op de lokatie (misschien) al een kapel was. Het gaat dan wel steeds op een idee, het zou best zo kunnen zijn. De kerk van oud-Wolfheze, de kerk van Oosterbeek, en de kerk op de heuvel, allen staan naast een beek.
Het kerkje in Heelsum is gebouwd vanaf 1517 in een laatgotische stijl. Opdrachtgever was jonker Frederick van Voorst (1480-1535), heer te Doorwerth. De jonker heeft ook de eerste steen gelegd. Maar misschien was zijn moeder: Margaretha van Homoet (1445-1521 of 1520), wel de werkelijke opdrachtgever (zie link 1517). Twee jaar later, in 1519 kan Mr. Willem van Kerckhof, pastoor te Heelsum, de eerste lei leggen voor de dakbedekking. In hetzelfde jaar werd de kerk ook ingezegend en in gebruik genomen. In 2019 is het 500 jaar geleden dat de kerk op ging.

Om het geheel een meer historisch geheel te geven: 1517 was ook het jaar waarin Maarten Luther zijn 95 stellingen publiceerde. 1566 was het jaar van de Beeldenstorm.

Uit Gelre, Bijdragen en Mededeelingen, Deel XXXV. 1932.
Het behoort tot de zeldzaamheden, dat uit vroegere eeuwen berichten over den bouw eener kerk tot ons komen, zoodat men zich doorgaans moet behelpen met het zoogenaamde „lezen in de steenen". Eene uitzondering hierop vormt de kerk te Heelsum, over welker uitbreiding eene bijlage van een voor het Hof van Gelderland gevoerd proces meer licht geeft. Deze bijlage is een extract uit een missaal, dat op het kasteel Doorwerth bewaard werd, en wel dit: „A. D. 1517 lacht joncker Frederick van Voorst, heer te Doorweert, hier tot Heelsum van dat koer den yrsten steen, des Dinxdaechs voor sinte Gertruiden dach, der jofferen rein etc. A. D. 1519. Daermit sloech Mr. Willem van Kerckhoff, pastoor tot Heelsum, hyer boven dat hooch altaer den eersten ley".
Deze uitbreiding heeft zonder twijfel in verband gestaan met de opheffing der kerk te Wolfhezen als kerspelkerk (Zie Oltmans, Het landgoed Wolfhezen, blz. 26.)
    J. S. v. V.
Heeslum kerk
Heelsum kerk
Duidelijk is te zien hoe de tekst hiernaast te duiden is. Een tekening van Herman Saftleven uit 1644.
Bron: RKD NL
Het gebouw.
De kerk bestond oorspronkelijk uit een eenvoudige toren aan de westzijde, waaraan het schip van de kerk werd gebouwd, onversmald overgaande in het koor. De ingang van het kerkje was in de toren. Kerk en toren zijn gemetseld van baksteen, met de afmeting 28 x 13 x 6 cm. De toren, eveneens van baksteen, heeft inwendig een afmeting van 1,50 x 2,20 meter. Een verhoogd dak verlevendigt de noklijn van het kerkje. Na verloop van tijd raakte de kerk wat vervallen en was een restauratie noodzakelijk.
Men verkocht resten van de ruïne van de kerk in Wolfheze. De opbrengst bedroeg 400 gulden. Bij de restauratie in 1656 werden enkele steunberen van het koor vernieuwd alsmede de sloten van de kerkdeuren. Ook werd er waarschijnlijk een ingang in de zuidmuur gemaakt, terwijl een later dichtgemetselde ingang in de noordmuur, tot de restauratie in 1952, nog in het tweede travee zichtbaar was. In 1657 kon de kerk weer gedeeltelijk, ingebruik worden genomen. In 1657 werden de ramen van de kerk, die toen reeds jaren stuk waren, hersteld. En in 1658 werd de nu nog in gebruik zijnde preekstoel, die afkomstig was van de Lutherse gemeente in Arnhem, in de kerk geplaatst. Het aantal lidmaten bedroeg toen 25. Voor de algehele, afbouw werden tussen 1663 en 1669 opnieuw, gelden ingezameld.

In 1670 was de kerk opgeknapt. Men stelde toen een tweetal kerkmeesters aan, waarvan er een gereformeerd en de andere Rooms Katholiek was. De kerk was intussen zo groot geworden, dat men tot het benoemen van een schoolmeester-koster kon overgaan. Voor die functie werd in 1675 een zekere Hendrik Duiken aangesteld.

In 1678 kreeg de toren een enigszins andere gedaante. Behalve dat boven de toreningang in de tweede geleding een groot venster werd dicht gemetseld, is de toren met een derde geleding verhoogd, waarin aan drie zijden galmgaten gemaakt werden. Tegenwoordig bevindt zich in de toren een elektrisch uurwerk. De huidige luidklok is in 1905 gegoten ("FUDERUNT") door de klokkengieterij Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel. In 2014 werden de wijzerplaten vernieuwd. Het uurwerk werkt sindsdien elektronisch en wordt automatisch op zomer- of wintertijd gezet.

In 1680 huwt de 47 jarige kasteelheer Anton H.R. rijksgraaf von Aldenburg, heer van Varel, Kniphausen en Doorwerth met de 19 jarige Charlotte Amélie de la Trémoïlle op 29 mei van dat jaar in Denemarken. Charlotte was een Franse Hugenote en dus protestant. Op kasteel Doorwerth komt er voor haar een kapel in de toren. Charlotte benoemt in 1680 dominee Coene tot hofprediker. In 1681 werd aan deze hofprediker vergunning verleend om ook in de kerk te Heelsum te preken. De heer van Aldenburg komt in 1680 (anderen noemen andere jaren) in Varel, Duitsland te overlijden.
Gedurende een tweetal eeuwen verliep alles zeer rustig. De Gemeente breidde zich wel uit, maar was niet in staat een eigen predikant te onderhouden. Heelsum was met Renkum één kerkelijke gemeente geworden. Er werd dan ook om beurten in een kerk gepredikt.

De zuidvleugel van de kerk is in 1859 in opdracht van Johanna Henriette Gabrielle van Schuylenburgh (1806-1878), de Douairière van de Baron van Brakell, gebouwd. Esthetisch vond niet iedereen de aanbouw een aanwinst. De dwarsbeuk was oorspronkelijk bedekt met twee zadeldaken, die later door één zadeldak werd vervangen.

Er kwam ook een ingang aan de zuidzijde. Tevens werden de muren van gietijzeren ramen voorzien, terwijl in de oostzijde van het koor een ingang werd gemaakt t.b.v. een daarin gecreëerde kerkenraadkamer. Het verlaagde plafond van deze kamer diende tevens als galerij, waarop banken werden geplaatst die dienden voor het bijwonen van de godsdienstoefening.

Aan de buitenzijde is nog te zien dat de zuidelijke aanbouw aanvankelijk twee daken had, vanwege lekkages is er daarna één zadeldak gemaakt. Tevens voorzag de weduwe van Brakell de kerk van een schitterend “avondmaalszilver”.

Aan de buitenkant aan de zuidzijde van het koor, tussen de steunberen van het eerste travee, is het grafmonument geplaatst van J.A.P. Baron van Brakell, heer van Doorwerth, overleden in 1853, en later diens vrouw J.H.G. van Schuylenburch, overleden 1878. Ook zijn er kleinere stenen zichtbaar van Philippe Frédéric Antoine Jacques Baron van Brakell, heer van Wadenoijen en Doorwerth (1830-1918), de oudste zoon van de eerste baron en diens vrouw Anna Catharina van Dijk (1856 - 1921). P.F.A.J van Brakell was ook burgemeester van de burgerlijke gemeente Doorwerth van 1856 tot 1904. En evenals zijn vader was hij eigenaar van de kerk. Als Phillipe op 5 mei 1818 komt te overlijden willen de erven de kerk afstaan. “Van het N. H. kerkje, dat door de familie Van Brakell aan de N. H. gemeente te Renkum ten geschenke aangeboden is, werd bericht, dat het bouwvallig is.”  Het duurt even voordat er in 1920 een nieuwe eigenaar werd gevonden: de Vereniging Hendrick de Keyser.
Tijdens de evacuatie van  44-45 leed dit fraaie kerkje grote schade. Na de oorlog werd er nog even in gepreekt, maar, lekkage en andere narigheden deden de kerkvoogdij, er toe, besluiten voortaan, kerk te houden. in Rehoboth dat als een phoenix uit zijn as was herrezen. Er werd toen overleg gepleegd met de Ver. Hendrik de Keyser om tot een restauratie te komen. Helaas ontbraken de middelen. In 1949 zijn de daken van schip en koor vernieuwd.

De kerkvoogdij stelde alles in liet werk om de kerk in eigen bezit te krijgen wat haar
onder de eminente leiding van de heer Wolf in 1951 gelukt is.

Aan het architectenbureau Cramer en Gerretsen werd opdracht gegeven eens plannen te ontwerpen om tot herstel te komen. Men is er van uit gegaan met zo eenvoudig mogelijk middelen de kerk te herstellen. Jammer genoeg geen volledige restauratie. Allereerst valt op dat de gaanderij verwijderd is. Men heeft nu weer het volle gezicht op het koor uit 1517. Ook de oude gotische ramen zijn er  weer ingemetseld, op de plaats van de ronde raampjes uit de koorsluiting. De andere ramen behielden nog de gietijzeren constructie, Het zou aan te bevelen zijn hiervoor een speciaal fonds te vormen, om deze ramen in de toekomst nog eens te vervangen, door ramen met. glas in lood. Het voornaamste doel van deze restauratie was het accent weer op het eigenlijke schip te. doen vallen. Men heeft dit bereikt door het plafond te verhogen, en te voorzien van een ronde houten kap. De dwarsbeuk ligt nu lager.
De consistorie die vroeger in het koor was is nu verplaatst naar de andere kant van de kerk. De ingang is nu in de toren en een tweetal kleine raampjes zorgen hier voor de verlichting. Wanneer, het straks met enige oude meubels zal zijn aangekleed, dan zal het een zeer verzorgde indruk maken. De preekstoel, die voorheen in het midden van de zijbeuk stond is nu verplaatst en vindt een plaats schuin tegenover de orgelgaanderij.
In de kerk hangen een zestal zeer fraaie oude koperen kronen, afkomstig uit de verwoeste Noorderkerk te Rotterdam. Het is een heel werk geweest om ze weer in de oude toestand te brengen, maar men is daar wonderwel in geslaagd, en zo geven zij een fraai relief aan het interieur.
Grafkelder.
In de kerk is een grote grafkelder. De ingang aan de buitenkant van de kerk, is al jaren dicht en bevindt zich voor het monument van Van Brakell. In de kerk is de grafkelder te herkennen aan de verhoging van de vloer voor het koor. Er is tot net na de WWII waarschijnlijk ook een ingang geweest op het koor zelf. Hier is een plattegrond met de kelderingang te vinden.

Men vindt in de kerk de familiegraven van de heren Van Doorwerth o.a. van de familie Schellaert van Obbendorf, die in de 16e en 17e eeuw de Heerlijkheid bezat. Twee echtgenotes van Johan Albrecht Schellart van Obbendorf (1619 - 1676) zijn er begraven:
-    Anna gravin van Hoorn (Horne), overleden in 1646;
-    Dorothea Theresia de Celles - Montigny (Dorothea van Celle) (1625 - 1649).
Anna, Gravin van Hornes, die met haar beide jongestorven kinderen - een jongen en een meisje - „zeer prachtelijk is begraeven in zijne kerk te Heelsom"

Op 20 maart 1903 is Jhr. A.W. van Borssele, de laatste afstammeling van het oude geslacht Van Borssele's in de grafkelder begraven. Hij was de echtgenoot van Françoise Stephanie barones van Brakell en samen woonden ze op de Lage Oorsprong.
De heer P.F.A.J. Baron van Brakell en zijn echtgenote A.C. van Dijk zijn in respectievelijk 1919 en 1921 op het kerkhof van het Kerkje in Heelsum begraven. De kelder was vol en aangezien de echtgenote niet van adel was kon zij als zodanig niet worden bijgezet. Hun beider graf is geruimd in 1999. De stenen van het graf, zijn bewaard, en later in de zogenaamde “ere-galerij” geplaats. Dat is de meest westelijke rij op het kerkhof. Bij het ruimen van het graf is er als aandenken een kleine gedenksteen bij de muurplaat van zijn vader geplaatst.

De begraafplaats aan de zuidzijde van de kerk stamt evenals de aanbouw uit 1859 en is in 1971 uitgebreid.
Is hier niet in de omschrijving van Terwen de kerk van Oosterbeek verwisseld met de kerk op de heuvel
"Heelsum, ten Westen van Doorwerth, heeft een allerbekoorlijkst op eenen heuvel gelegen Herv. kerkje, dat vroeger veel grooter was, en met zijn spits torentje aangenaam tusschen het digte geboomte uitsteekt".
Uit Het Koningrijk der Nederlanden, deel III. Terwen 1858.
Orgels.
In 1860 werd de kerk verrijkt met een kerkorgel, dat in 1944 werd verwoest. In literatuur en de website van de pkn-heelsum.nl wordt 1864 als jaar van het eerste orgel genoemd. Elders is ook 1861 of zoals hier is 1864 te vinden. Maar mevrouw J.H.G. van Schuylenburch, de Douairière van Van Brakell schenkt in 1860 een orgel, volgens: De Nederlandsche Hervormde Kerk, in haren uitwendigen toestand uit 1865, pagina 42. In de 2017 publicatie: 500 jaar Kerkje op de Heuvel Heelsum, wordt 1861 genoemd.

In 1859 verschijnt er een advertentie in de krant:
Heelsum kerk
Gelet op de datum, lag het in de bedoeling om dit orgel te schenken aan het kerkje op de Heuvel. Dan klopt het jaar 1860. Mevrouw Schuylenburch is de douairière van de baron Brakell Doorwerth. Nu weten we alleen nog niet of Doorwerth er in is geslaagd om een tweedehans orgel te verwerven, of dat er toch een nieuw orgel is gekocht.

In ieder geval is het orgel is vermoedelijk door de orgelbouwer Frederik Samuël Naber uit Deventer gebouwd.
kerk Heelsum
Geen idee of de Zaltbommelse firma N.A. Naber & Cie die hier in een advertentie wordt genoemd, familie is.

Na de oorlog komt er een nieuw orgel van C. Verweys, Melodiaorgelfabriek te Amsterdam. Doordat Monumentenzorg eisen stelde aan het voorfront, duurde het tot 1953 voordat het orgel in gebruik kon worden genomen. Het voorfront is een ontwerp van de architect Gerretsen & Cramer uit Arnhem. Met koperen kronen, afkomstig uit de verwoeste Rotterdamse Noorderkerk en het daarbij behorende doopvont en een Statenbijbel, een geschenk van de Fam. Verschoor, was de kerk in 1953 weer compleet. Vaste organist was de heer J.G. van Leersum. De bekende heer Feike Asma heeft het orgel bespeeld bij de feestelijke ingebruikname.
Als het Verweys orgel aan vervanging toe is, besluit men in 1998 het monumentale D. van Rossum orgel (uit 1864), afkomstig uit de grote Hervormde kerk van Abcoude aan te kopen. Dit orgel, gerestaureerd door orgelmakerij Gebr. Reil uit Heerde, werd in 2004 in gebruik genomen.

Dirk van Rossum bouwde in 1864 een nieuw orgel voor de Hervormde kerk te Abcoude. Het orgel is in 1956 gerestaureerd door A. Bik. De oorspronkelijk hier gebouwde Aeoline was al vrij snel na de oplevering van het orgel niet meer bruikbaar. In 1968 werd het orgel afgebroken en opgeslagen bij de firma Reil, terwijl de kas met het front in de kerk bleven staan. Klaas Bolt keurde het orgel af voor restauratie. Het Van Rossum-binnenwerk is in 2003/2004 opgebouwd in de Hervormde Kerk van Heelsum. Link
De preekstoel.
De preekstoel is afkomstig van de Lutherse gemeente in Arnhem.
De volgende zondag, 20 december 1657 greep de magistraat in. De jongste burgemeester Wilhelm Huygens en schepen Gijsbert van Brienen, vergezeld van stadsdienaren verstoorden de Lutherse dienst. De namen van de aanwezigen werden genoteerd en vooraanstaande leden als Ernst Achterberg, Jan Nordberg, Casper Steltsenberg en Andries Graeff werden bedreigd met het verlies van hun burgerschap. Preekstoel, stoelen en banken werden verwijderd. De preekstoel werd naar de gereformeerde kerk van Heelsum gebracht. De Lutheranen bleven echter volharden in de uitoefening van hun godsdienstoefeningen en wel bij gemeenteleden thuis.
    Uit: Verboden en getolereerd, een bijdrage tot de geschiedenis van de Evangelisch - Lutherse Gemeenten te Arnhem in de 17de en 18de eeuw, door K.G. van Manen. Vereniging Gelre; bijdragen en mededelingen 1992.
De preekstoel werd in 1658 in de kerk geplaatst. Na het herstel van de WW II schade is de preekstoel op een ingekort voetstuk weer in het gerestaureerde bedehuis aangebracht.
Een ander verhaal: de toenmalige predikant had last van hoogte-vrees.
Gebruikte literatuur:

De kerken te Wolfhezen en te Heelsum in het kerspel Wolfhezen; Oltmans, Albert A.; 1923

Magnalia dei: de geschiedenis van het kerkelijke Doorwerth-Heelsum; Berg, J.M. van + F.H.J. Bik; 1976

Het D. van Rossum-orgel in de Hervormde kerk te Heelsum; Bijloo, G.J.P. + H.W. Bik; F.W. Withaar redactie; 2004
De kerk van Oud-Wolfheze ca. 1000-1624: een oriënterend onderzoek; Jansen, Henk; 2005

Historie in woord + beeld van de dorpen Renkum, Heelsum, Doorwerth, Heveadorp, Wolfheze en Oosterbeek; Beek, Dick B.M. van; 2006

De Fonteinallee herleeft; Gerritsen, Cees; 2007.

Facebook pagina van het HGR
Heeft u aanvullingen, graag naar m'n mailadres:
mail Hans Braakhuis