Quadenoord

landgoed Quadenoord, Quadenoord 6, 6871 NG Renkum.

Hans Braakhuis
oktober 2021
Uitzoeken:

Waar woonde F.C.W. Koker na de aankoop?

Demoed; Van een groene zoom aan een vaal kleed; pagina 31: De ambtsjonkers moesten verschreven zijn in de ridderschap van de Veluwe, en aldaar ook hun kasteel of landgoed bewonen. Voorzover deze in het gebied van Renkum bezittingen hadden, kunnen genoemd worden Hendrik van Essen, overl. 1642, Willem Joseph van Gendt, overl. 1732 en E. J. Baron van Goltstein, 1760 — pl.m. 1785. Alle drie zijn eigenaren geweest van Harten en de Keyenberg. Hendrik van Essen 1642? Geen Fredrik?
"Rond 1800 is de Kwadenoord in het bezit van jhr. C. Munter, die hier de eerste oudheidkundige vondsten deed in 1816". Bron, Cees Burgsteyn; Bomen over Renkum, pagina 23, 2006, doch eerder gepubliceerd in 1986

De naam voormalig landgoed "Renkumse Beek", nog eens opzoeken.
Andere namen:

Den Gaander (1712)

Kwaden Oord (sporadisch gebruikt 1897 tot rond 1924)

Kwadenoord (Demoed gebruikt Kwadenoord en hij ziet op oude kaarten namen als Quaijenoort en Quaenoort) Ook in kranten rond 1870 gebruikt

Nieuwenoord (in gebruik van 1872 tot rond 1970)

Quadenoord (in gebruik vanaf 1903 tot heden)
Huidige situatie

Een landgoed met meerdere onderdelen. Huize Quadenoord, in de verhuur sinds 1966, een watermolen (afgebrand doch wordt nu gerestaureerd) met schuren en woonhuis (afgebrand). Beeldentuin, koffiepunt, paardenstallen en manege, een boscamping en een gewone camping (plekken tot 900 m2) en de Bosbeek.
Neem aan dat alles tegenwoordig een onderdeel is van Landgoed Quadenoord - Boschbeek BV, sinds 2009 kantoor houdende in Wageningen.
Romeinse tijd
Demoed, pagina 193: De vroegst bekende vondst is geweest die van de eigenaar van het landgoed, Jhr. C. Munter, die in 1816 een pot met een aantal Romeinse penningen vond, ter waarde van omtrent 300 gld. Deze penningen droegen allen de beeltenis van keizer Hadrianus (76-138 n. Chr.) en werden bij het omspitten an de heide tussen de Keyenberg en de Kwadenoord gevonden. Later waren verschillende van deze munten in het bezit van Baron van Lijnden te Hemmen.
Middeleeuwen

Demoed, pagina 195: De meest wetenschappelijke opgraving is verricht in 1938, welke plaats vond onder leiding van dr. Braat uit Leiden. Nadat men in 1935 reeds ontdekt had, dat aldaar nog steeds scherven gevonden werden, zijn enkele jaren later toen de gerijpte plannen tot uitvoering gekomen. Met toestemming van de eigenaar en medewerking van de pachter Wisgerhof zijn nabij diens woning, aan de westzijde van de beek, opgravingen verricht. De hoop, ook prae-historische woningen te vinden, is echter niet vervuld. In zijn verslag over de opgravingen zegt dr. Braat o.m. : „De datering van de nederzetting moet worden afgeleid uit het schervenmateriaal. De grootste massa daarvan bestaat uit scherven van grijs, hardgebakken aardewerk, dat wil zeggen kogelpotten, velen reeds met een gegolfden standring zoals uit tal van bodemfragmenten blijkt, en schotels en kannen van dit soort aardewerk. Enkele stukken kunnen misschien nog aan de 12e eeuw worden toegeschreven, maar de massa behoort zeker tot de 13e en 14e eeuw. Verder waren er veel scherven van Jacobakannetjes uit de 15e eeuw, enig geglazuurd aardewerk uit deze periode en steengoed uit het Rijngebied. Stukken, die later waren dan het einde van de 15e eeuw, werden niet gevonden. Ook werden nog scherven van Karolingisch aardewerk gevonden (9e eeuw)"

Demoed citeerd W. C. Braat, Een onderzoek naar de Middeleeuwse buurschap Harten, in Oudh. Mededelingen Rijksm. Oudh. Leiden, N.R. XXI, 29

Demoed
In 1845 bezocht ds. 0. G. Heldring de Kwadenoord en vertelt dan daarover: „Daar gekomen betraden wij een grote, opgeworpen aard- of zandhoop, door onzen leidsman de Romeinsen heuvel genaamd, welke hij niet anders, dan onder deze naam gekend had. Zijn zoon had, bij het ontginnen van een stukje boekweit, meer dan 25 urnen gevonden. Eén had hij nog in zijn woning, terwijl er bij het huisje nog twee op elkander sluitende stenen van een ouden Romeinse handmolen lagen, hier in de buurt mede opgedolven." 4 )

De vondst van deze urnen vond plaats een eindweegs ten noorden van de Kwadenoordse molen. Ds. Heldring vond echter nog meer Romeinse munten en ook zag hij veel grafheuvels in de omgeving.

Demoed, pagina 193: "Toen in 1875 de Kwadenoord door de nieuwe eigenaar, dhr. Koker uit Wageningen, ontgonnen werd, bezocht ds. Heldring dit gebied opnieuw, in de hoop nieuwe vondsten te kunnen doen. Hierin is hij zeker geslaagd, want de scherven lagen voor het grijpen, zodat hij 2 manden vol scherven mee kon nemen, uit alle tijdperken. O.a. ook een Frankische urn en een Jacobakannetje. „Middeleeuws vaatwerk lag aan de zuidkant bij een heuveltje, zijnde een hoop puin van een gebouw dat uit reuzemoppen was opgetrokken uit de 10e of 11e eeuw, sommige dier stenen waren verglaasd".

Harten Renkum



Diathomeeën aarde

"Iets geheel aparts vormde omstreeks 1910 de ontdekking van de zgn. diathomaeën- of infusorien-aarde bij de Kwadenoordse molen. Door de vroeger vrij machtige Renkumse of Hartense beek werd in het stroomgebied juist
westelijk van genoemde molen een laag diathomaeën-aarde afgezet, varierend van 20 tot 75 cm dikte. Nergens anders in ons land werd — voorzover mij bekend deze aarde gevonden, zodat er aanvankelijk dan ook veel belangstelling voor bestond. De eigenaar van de Kwadenoord verzond de aarde in „ruwe- vorm, om dienst te doen als polijstmiddel. Ook werd deze aarde gebruikt bij de dynamiet-fabricatie. Reeds spoedig heeft men echter de afgraving gestaakt, omdat men het terrein (weiland) liefst niet al te veel wilde vergraven". Uit Demoed, pagina 11.
Quadenoord Renkum
uit een verslag van de Ned. Natuurhistorische Vereeniging, afd. Arnhem. Ongeveer 100 leden en introducés woonden Maandagavond de vergadering bij der „Ned. Natuurhistorische Vereeniging", afd. Arnhem. Na behandeling van 't huishoudelijk gedeelte deelde de heer Burgers het een en ander mede over microscopische waterbewoners uit het plantenrijk, toegelicht met talrijke lichtbeelden. Arnhemse courant 1907

De diathomeeën aarde van Renkum, artikel in Levende Natuur uit 1915.
wikipedia
Kiezelwieren vertellen het verhaal van de prehistorie
Voorgeschiedenis

De Hamelandse graaf Wichman schenkt rond het jaar 970 verschillende goederen aan het Adellijke Jufferenstift, de St. Vitus Abdij te Elten. In de Vita Meinwerci staat beschreven hoe Adela en Balderik Wichman, staand op een versterking nabij Renkum, uitkijken over hun bezittingen.

In een oorkonde van 27 februari 1183 wordt al gesproken over een kapel te (waarschijnlijk in de tuin van huize de Keyenberg) Renkum. Omstreeks het midden van de 12e eeuw moet tevens de eerste parochiekerk te Renkum zijn gebouwd. Deze kerk (1864 afgebroken), bevond zich aan de Dorpsstraat, tegenover de Oude Kosterie aan het begin van de weg Onder de Bomen.

Door Reinald IV, Hertog van Gelre, werd in 1405 een augustijner regularissenklooster te Renkum gesticht, gewijd aan O.L. Vrouw. Op de Dorpsstraat op de parkeerplaats naast nummer 160 is nog een stukje (gerenoveerd) van de muur van de noorderlijke kloostertuin te zien.
Het Maria klooster te Renkum verwierf tussen 1414 en 1488 door schenkingen van de landheren de gehele buurschap Harten.

De reformatie begint met Luther in 1517. In Nederland wat later en een aanzet tot reformatie is de beeldenstorm van 1566. Ten gevolge van de onrust rond de reformatie zijn de Renkumse kloosterzusters in 1574 naar Arnhem vertrokken, later werd dat Wageningen.

In 1580 werden alle geestelijke en kerkelijke goederen onteigend, dus ook de Renkumse Kloostergoederen. Deze komen in het bezit van een rentmeester van het Kwartier van de Veluwe, een van de vier kwartieren van het Hertogdom Gelre.

De buurtschap Harten is later in het bezit van de Gelderse Rekenkamer.

Harten omvat in de achttiende eeuw het gehele beekdal, vanaf het Klooster, Grunsfoort, Keijenberg, Everwijnsgoed, Kwadenoord, tot aan 'De Ginkel'.
Quadenoord Renkum
Uitsnede en bewerkte kaart van het Rentambt Veluwe. Deze kaart moest een verbetering zijn van de kaart van T. Witteroos uit 1570 in 0012 Gelderse Rekenkamer K254 en de grenzen van de Moft vastleggen; de afwijkingen met de kaart van Witteroos zijn vermeld. N. van Geelkercken tekent met N. Ritz. Op 9 februari 1676 heeft G.Passavant deze kaart gecontroleerd met de bestaande situatie en geen veranderingen aangetroffen
Renkum is geheel links te zien, dan naar rechts: Cloosterkamp, Rinckom, Raesvelt (ONO), Gronsfoort (voormalig kasteel Grunsfoort) een water molen, enkele boerderijen, Harten, xx en geheel rechts Quan oort (Quadenoord)
Bron Gelders Archief, klik op de kaart voor het origineel.


Quadenoord als onderdeel van Harten

De buurtschap Harten bestond uit 7 boerderijen die er al waren rond 1600. Deze zeven erven waren ongeveer even groot. Dat is eeuwen zo gebleven, vijftig morgen land had iedere boer ter beschikking, oftewel veertig hectare.

Over het jaar 1627/1628 bestaat er een rekening van rentmeester Gijsbert van Brienen: 'den  ontfanck van Harten ende Redinchem der negen jaerighen pachtonge met die samntlicke huysluyden'. In deze rentmeestersrekening staan de goederen en hun pachters uit 1628 vrij uitgebreid beschreven. Hiernaast een verkorte weergave:

De Rekenkamervelden vielen aanvankelijk onder beheer van de Hertogelijke (later Stadhouderlijke) Rekenkamer. Oorspronkelijk dus, net als Grunsfoort bezit van de Hertog van Gelre.
Vanaf de 16e-eeuw waren de gronden eigendom van de Staten van het kwartier Veluwe en werden beheerd door de Rekenkamer. De Oostereng was een niet herkenbaar onderdeel van de Moft, een 220 Ha. groot bosgebied tussen Wageningen, Bennekom, Ede en Renkum. Tot het midden van de 19de eeuw bestond dit gebied uit woeste gronden.
Quadenoord Renkum

Eigenaren van Quadenoord
Quadenoord met Everwijnsgoed en de Keijenberg
Hendrik van Essen (1579 - 1640)

Gehuwd met Swane Loose. († 1645), dochter de burgemeester van Zwolle.
Kinderen:
Swane van Essen 1613 - 1643
Hendrik van Essen 1616 - 1642
Frederick van Essen 1615-1671
Gerrit van Essen † 1643.
Evermoet van Essen. † 1683 (bron)

Meerdere misverstanden:

"In de oude leenacteboeken lezen we over de Kwadenoord onder meer het volgende: In 1650 huwde Willem Joseph van Gent, Luitenant-Admiraal op de Hollandse vloot met Swane Penséé van Essen, dochter van Hendrik van Essen. In 1672 sneuvelde hij in de strijd tegen de Engelsen. Het was de vader van Swane Penséé, Hendrik van Essen, die rond 1639 eigenaar wordt van alle aan het klooster van Renkum behorende gronden tussen Grunsfoort en de Kwadenoord". "Deze Hendrik van Essen overleed in oktober 1662 en zijn bezittingen komen dan via zijn dochter Swane in het bezit van de familie van Gent" Bron, Cees Burgsteyn; Bomen over Renkum, pagina 22, 2006, doch eerder gepubliceerd in 1986. Deze bron is vermoedelijk later overgenomen door:
"De gronden in de voormalige buurtschap de Harten waren rond 1600 in eigendom van het klooster te Renkum. In 1639, na de kerkhervorming, werden de gronden verkocht aan de Staten van het kwartier Veluwe en werd Hendrik van Essen tot holtrichter aangesteld. Hij was ook burgemeester van Arnhem". Bron Wikipedia

"Het gehele gebied werd in 1639 aan Arnhems burgemeester Van Essen verkocht. Onder zijn leiding kwam de buurschap tot grote bloei, hij hield de vijf erven in stand en bewoonde zelf de meest noordelijke, de boerderij Quadenoord". (bron Boekje Historische Wandeling Harten; Open Monumentendag 1991; IVN

"De molen, die op grond en water stond, dat vroeger tot het Sint Maria’s klooster had behoord, kwam omstreeks 1639 met de landgoederen Kwadenoord en de Keyenberg door koop in het bezit van de Arnhemse burgemeester Hendrik van Essen en dan door het huwelijk van zijn dochter en erfgename Swane Pensee van de luitenant admiraal Willem Joseph van Gent
" bron Papier geschiedenis.

Op zoek naar genealogische gevens van Hendrik van Essen, blijkt er iets niet te kloppen. Hendrik van Essen is geen Arnhems burgemeester geweest. Hendrik van Essen is niet overleden in 1662. Hendrik van Essen heeft wel een dochter Swane, maar die is niet de Swane die we verder op tegen komen. Met de gegevens van genealogie-online eens verder gezocht. En dan kom je bij Frederik van Essen, richter van Arnhem en hij heeft een dochter Swane Peinsé. Als in 1641 alle landgoederen verkocht worden, dan is Hendrik van Essen al overleden.

Frederik van Essen en niet Hendrik van Essen is aldus de bedoelde holtrichter.
Frederik van Essen Heer van Langeler (1615-1671)

Gehuwd met Anna Philip Gozewijn van Varick 1620 - 1677. kinderen:
naamloos kind † 1645
Swane Peinsé van Essen 1646 - 1692

De toevoeging tot Langeler is ontleend aan de naam van een onder Barneveld gelegen verkregen bezitting.

Quadenoord Renkum

Frederik, is in 1639 benoemd tot richter van Arnhem en  Veluwezoom en in 1650 benoemd tot raadsheer in het Hof van Gelderland. Een richter, holtrichter, markerichter, geeft rekenschap af aan de eigenaar, in dit geval het Veluwe kwartier van Gelderland.

De holtrichter van Essen wordt eigenaar

In 1841 komt alles te koop!! Dat is slechts 2 jaar later dan de onteigening - verkrijging van de kerkelijke goederen.

Volgens de advertentie hiernaast uit het Algemeen Handelsblad van 14-08-1841, bestaat het landgoed de Keijenberg uit het herenhuis de Keijenberg met koepel, boomgaard en tuinen. De hofstede de Beken, de hofstede Everwynsgoed (oud Harten); de Hofstede de Kwadenoord; de Uiterwaard de Maatschewaarde; (tegenwoordig ten zuiden van de Utrechtseweg, tussen Groenweg en de van Ingenweg) eene Hofstede onder Renkum, naast Bellevue, en de Uiterwaard de bovenste Kaphaansche Waard in Wageningen. Grunsfoort wordt dan hier niet meer genoemd.

Vermoedelijk wordt de holtrichter Frederik  van Essen daarmee eigenaar van de Keijenberg, Quadenoord, Everwijnsgoed, de hoeve Bellevue en meerdere andere kavels. Hij zal als hoogste geboden hebben. Ik kan bij het kadaster digitaal niet nakijken of Frederik van Essen ook echt de eigenaar is geworden van alle genoemde delen. Verder terug dan 1850 - 60 lukt bij het Kadaster niet.
verkoop Keijenberg de Beken
Swane Peinsé van Essen Vrouwe van Langeler (1646-1692)

Dochter van Frederik Hendriksz van Essen en Anna Philip Gozewijn van Varick
Gehuwd met Willem Joseph van Ghent, heer van Drakenburg 1626 - 1672
Kinderen:
  Frederik Hendrik, baron van Gendt;
Willem Joseph van Gendt;
Nicolaas van Gendt
Anna Lubberts van Gendt
bron genealogie online West Europese adel

In 1650, na het overlijden van Frederik  van Essen, kwamen de gronden in handen van zijn dochter Swane Peinsé van Essen (1646-1692), die trouwde met Willem Joseph van Ghent tot Drakenburgh
Nog een artikel over WJ van Ghent.

Swane Peinsé van Essen breidde de bezittingen uit, o.a. door in 1687 het kloostererf in Renkum, de plek waar het
klooster had gestaan, aan te kopen. De koopakte bevindt zich in het Familiearchief van Gendt, 1381 - 1859,
RAG, 1687.

Demoed; pagina 171: "Het kloostererf wordt in 1682 door Gedeputeerden verkocht aan Swane P. van Essen, weduwe van Luitenant-Adm. W. van Gent. Tot het verkochte kloostererf behoort dan ook een weerd, de zgn. Bagijnenweide, waarop een jaarlijkse rente van 9 gld. rustte ten behoeve van het burgerweeshuis te Arnhem.
Met deze verkoop wordt het goed van de daarop rustende uitgang gevrijd".

De boeren op de boerderijen zijn allen pachters van de familie van Ghent. De boerderijen staan verspreid langs het gehele dal. De vijf boerderijen zijn: Cornellis Hendrlcx By den Gaander of Quaeyen Oort (A), Harte of Breunis Erve (B), Jan Dibbets Erve (C), Het Langen Broeck Gijsbert Hendricx (D) en Zuyder Enck Gerrit Roelofs (E). Dichter bij Renkum ligt verder nog het erf 'Den Keijen Berg, bestaande uit bouwland, en in gebruik bij
Gijsbert Gerritse. De Keijenberg is oorspronkelijk nog een onderdeel van Langen Broeck.

Gezien alle pachters: waar heeft Swane Peinsé van Essen gewoond? Bij Arnhemse huwelijk met Willem Joseph van Ghent wordt er ook aangifte gedaan zijn woonplaats: Hellevoetsluis. In maart 1672 kocht Van Ghent kasteel Drakenburgh bij Eemnes waar hij zich met zijn gezin vestigde. (bron)

In 1689 geeft Swane Peinsé van Ghent - van Essen al enige percelen bij Quadenoord aan haar zoon Frederik Hendrik van Ghendt:
Quadenoord Renkum
Akte van transport door Swane Peinsé van Essen aan Frederick Hendrik van Gent van vijf blocken thient gelegen in het ambt Veluwe, 1689.

Na het sneuvelen van Willem Joseph van Gendt bleef Swane Peinsé eigenaar van het landgoed Drakenburg nabij Baarn. Ze had toen drie kleine kinderen en was zwanger van de vierde. Mogelijk ging ze om die reden eerst een tijdje naar haar familie in Arnhem. Ze woonde er later in de tijd wel op Drakenburgh en de oudste zoon Nicolaas werd op enig moment Heer van Drackenburgh. Ze noemde zich ook tegen het einde van haar leven Vrouwe van Drackenburgh.

Na het overlijden van Swane Peinsé van Gendt - van Essen, liet zij de eigendommen na aan haar twee zoons: Willem Joseph baron van Gendt (1671-1732), oudkapitein ter zee, ongehuwd blijvende (kreeg landgoed De Keijenberg) en Frederik Hendrik van Ghendt (kreeg landgoed Quadenoord).

HB: Schijfwijze Gent. Bij citaten wordt er niets veranderd en zie je veelal Gent. Idem Ghent, de naam die ook de man van het gezin heeft. Alle kinderen heten echter Gendt en die naam is aldus het meest gebruikt.
Frederik Hendrik Baron van Gendt  (1668-1713) of 1714

Gehuwd met Helena Veronica van Aylva 1685 - 1723)
Kinderen:
Willem Joseph , 1706 en jong overleden.
Margaretha Maria 1707 -1766
Tjaert Cornelis, 1708, al in 1723 overleden
Bronnen nakomelingen van Ghent en  genealogie online

Landgoed Quadenoord werd gevormd in 1703 toen Frederik Hendrik van Gendt het landgoed verwierf en het landgoed in de leenregisters vermelde. Het landgoed bestond toen uit het huis zelf, het erf tot Harten, het erf Everwijnsgoed, een erf Suiderenk, de broeklanden in het Renkumse Broek en een uiterwaard genaamd de Rietkamp.

Demoed pagina 191: "Als Frederik Hendrik van Gent in 1703 zijn pas verworven bezit voor de geërfden van Veluwezoom aan de Staten van het vorstendom Gelre en de graafschap Zutphen opdraagt, wordt hij daarmede gelijktijdig weer beleend als een leen ten Zutphense rechte. Zo wordt op 10 Juli 1703 dit landgoed in de leenregisters ingeschreven, waarbij dit leen in den vervolge te verheergewaden zal zijn met een paar witte handschoenen of 28 stuivers".

Frederik Hendrik van Gendt woonde op het landgoed Quadenoord bij Renkum.

 In 1714 overleed Frederik Hendrik van Gendt en werd diens oudste zoon Tjaert Cornelis van Gendt eigenaar.
 "RENKUM.
1 °. Den Quaden oort met het regt van het water ende die daeronder gehorende landerijen; 2°. een erf en goet genaemt het goet tot Harten; 3°. het goet Everwijnsgoet genoemt; 4°. een erf genaemt Suiderenk; 5°. de broeklanden in het Renkumse broek, ende 6°. een uitterweert genaemt den Rietkamp mette houtgewasschen, allo regten, geregtigheiden, ap- en dependentien van dien. Niets uitgesondert, al most hetselve breder gespecifïeeert ende uitgedrukt worden, so als de goederen tot Renkum ende Harten sijn gelegen, voor twe geërfdens in Veluwenzoom aan de Edel Mogende Heeren Staten des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen opgedragen wesende door Frederick Hendrick van Gent, is daer weder mede beleent als met een leen ten Zutphense regten, met een paer witte handschoene ad agt en twintig stuivers te verheergewaden, leenroerig.
Frederik Hendrik van Gent beleent, 10 Julij 1703.
Idem laet sijn beslote dispositie approberen, eodem die.
Idem laet approberen de huwelijxvoorwaerden met Helena Veronica van Aylva den 2 Dec. 1704 opgerigt, 2 May 1705.
Tjaert Cornelis van Gent, erfgenaem sijns vaders Frederik Hendrik, beleent, 1 Maert 1714. Hulder Wilhem Joseph van Gent, sijn oom.
Margareta Maria van Gent, onmundig, erfgenaem haers broeders Tjaert Cornelis v. G., beleent, 11 Aug. 1724. Hulder Wilhem Joseph van Gent, haer oom.
Eadem, meerderjarig, eed vernieuwt door haer man Michael Onnphrius van Swartzenburg, 22 April 1733.
Verder zijn de beleeningen gelijk aan die sub 10b".
Uit het: Register op de leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen 4 1917


Misverstanden

"In dit jaar (1695) overlijdt de weduwe van Hendrik van Essen, en haar Renkumse eigendommen komen dan in het bezit van haar twee zoons. Bron, Cees Burgsteyn; Bomen over Renkum, pagina 24, 2006, doch eerder gepubliceerd in 1986.
Swane Loose, de weduwe Henrik van Essen overlijd in 1645

Geen idee wie er in 1695 overlijd.
Tjaert Cornelis van Gendt (1708 -1723)

 In 1714 overleed Frederik Hendrik van Gendt en werd diens zoon Tjaert Cornelis eigenaar op 1 maart 1714. Zijn oom Wilhelm Joseph van Gendt was voogd.
Geen verdere gegevens kunnen vinden
Margaretha Maria van Gendt (1707-1766)

Dochter van van Frederik Hendrik baron van Gendt en Helena Veronica (Frouck Helena) van Aylva

Margaretha Maria Van Gendt trouwde in juni 1726 te Rinsumageest met Michael Onufrius Baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1695-1758)

Kinderen:

Wilco van Schwartzenberg en Hohenlansberg 1738-1788
Frederik Willem van Gendt thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg 1743-1774
Toen Tjaert Cornelis van Gendt al in 1723 overleed werd zijn zuster Margaretha Maria eigenaar. Doordat zij minderjarig was werd ze onmondig erfgename en nam haar oom Wilhelm Josph van Gendt voor haar waar. Ze werd dus eigenaar van Quadenoord op 11 augustus 1724.

 Echtgenoot Schwartzenberg werd mede eigenaar op 23 april 1733

Demoed; pagina 171: "Het voormalige kloostererf, bezit van de fam. van Gent, komt door huwelijk in het bezit van de fam. thoe Schwartsenberg en Hohelandsberg. Deze verkopen in 1791 een gedeelte van de Kloosterkamp als bouw- en tabaksland aan Jan v. d. Water. Het grootste deel van de Kloosterkamp, zijnde 15 morgen, wordt als hooi- en weiland verkocht aan E. J. B. Baron van Golstein, drost te Wageningen.

genealogie online
Frederik Willem van Gendt thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1743-1774)

Na het overlijden van na het overlijden van Margaretha Maria van Gendt kreeg Wilco Tjalling Camstra thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg alle grond in bezit. Doordat het economisch slecht ging was hij genoodzaakt alle percelen ten zuiden van de huidige Bennekomseweg te verkopen zoals de bebouwing Bergerhof, het erf Everwijnsgoed en diverse papiermolens. Uiteindelijk werd ook het landgoed zelf verkocht in 1791 aan Adolph Troost.

Adolph Troost (xx- 1802)
kind van Jan Arnoldus Troost,
Begraven op 09-11-1802 g
gehuwd met Breunissen, Willemina, op 01-03-1761
(geen bevestiging van deze gegevens)
In 1791 komt Quadenoord aan Adolph Troost, en na zijn dood aan zijn weduwe en in 1809 aan W. de Groot.
Geen verdere gegevens gevonden
W .de Groot

De Groot verkocht in 1810 het landgoed aan Andries Willem graaf van Hogendorp.

Andries Willem graaf van Hogendorp (1780-1855).

Van Hogendorp verkocht in 1828 Quadenoord aan P.A. van de Veer.
Misverstand "Rond 1800 is de Kwadenoord in het bezit van jhr. C. Munter, die hier de eerste oudheidkundige vondsten deed in 1816". Bron, Cees Burgsteyn; Bomen over Renkum, pagina 23, 2006, doch eerder gepubliceerd in 1986.

Helaas, Munter kocht niet voor zich zelf, doch was gevolmachtigde voor van Hogendorp.
P.A. de Veer

P.A de Veer kocht het landgoed in 1828 en hij voegde het toe aan de landgoed "de Beken".
In 1872 werd Quadenoord verkocht aan de Wageningse kantonrechter F.C.W. Koker
Wat zegt HisGis


Quadenoord

Bij HisGis is te zien dat De Veer meerdere kavels bezit in 1832. In Hisgis is er slechts één kavel aan te klikken. Het beeld uit HisGis is aangevuld met het beeld uit 2019, zodat de huidige schuur en villa er in het licht-grijs te zien zijn.
Quadenoord

Weer de HisGis situatie uit 1832 aangevuld met 2019. De erven Pannekoek zijn in 1832 eigenaar van de molen en het aangrenzende bouwland. Ook naar beneden, het hele pad langs de beek tot aan de Bennekomseweg is in 1832 in eigendom bij: Renkum B181; Abraham Pannekoek en cons.; papierfabrikant te Renkum; 3290 m² water (beek) als weiland; klasse 5 belastbaar inkomen ƒ 1,65
Quadenoord zonder de Keijenberg
F.C.W. Koker (1833-1895)

De heer F.C.W. Koker (1833-1895) heeft volgens de Wageningsche Courant:
van 21/1/1863 vier percelen eiken in het Roekelsche bos
van 15/1/1863 een perceel dennen bij de Princenkamp
van 2/7/1863 vijf percelen rogge op de Seltse kamp en idem bij de Zuidereng
van 28/1/1864 percelen eiken en berken op de Hullenberg  ben hier maar gestopt. Heb één pagina met hits doorgezocht en er waren er nog 10 te gaan. De Wageningsche courant gaat (digitaal) niet verder terug dan 1863 en in dat jaar is de heer Koker al raadslid in de gemeente Wageningen.

In de Wageningsche Courant van 11/1/1866 staat dat betrokkene tot plaatsvervangend wethouder wordt benoemd. Waarschijnlijk wegens ernstige ziekte van een wethouder. Vier maanden later wordt vermeld dat de heer Koker nu wethouder is geworden.

Op 21 november 1886 benoemt Z.M. de Koning de heer Koker tot kantonrechter in Wageningen. Als wethouder neemt de heer Koker ontslag. Als raadslid blijft hij wel aan.

Quadenoord Renkum
Of te wel, slechts 65 hectare groot

Quadenoord Renkum
En dan lezen we hier de naam van de vorige bewoner van de hoeve Kwadenoord.

Quadenoord Renkum

Er is in 1875 al spraken van een oud huis, de hoeve en een nieuw huis, de huidige villa. Ook de naam Nieuwenoord wordt nu genoemd.

;Quadenoord Renkum

Quadenoord Renkum
François Constantijn Willem Koker, Hoorn 16 mei 1833 - Arnhem, 21 juni 1895.

Francois is in gehuwd in Wageningen, op 17 juni 1858 met Elize Maria Appel (1831 - 1908)
Kinderen: Johanna Frederica Koker 1859
Jan Cornelis Koker 1861
Dirk Hendrik Koker 1863
Christina Johanna Maria Koker 1865

Francois is in militaire dienst geweest: Registratienummer 11724 in het jaar 1852 te Utrecht.

  Sinds 1872 in bezit van de familie Koker. De heer mr. François Constantijn Willem Koker, eerst jurist te Bennekom en later kantonrechter in Wageningen.
Bij de aankoop bestond het landgoed uit twee boerderijtjes en een watermolen. Het was zoals men dat toen noemde een “ontginningslandgoed”. Of te wel de heide omzetten naar bosbouw

F.C.W. Koker heeft veel voor de verbetering van het landgoed gedaan. Grote delen werden zo vanaf rond 1890 ontgonnen, heidevelden veranderden in dennenbossen en er kwam een kwekerij waar onder meer eiken werden gekweekt.

Kwade Oord Renkum
Ingekleurde foto 1900 - 1905
In 1849 kocht de heer Koker een stuk heidegrond gelegen ten zuiden van de spoorbaan en oostelijk van de Renkumse beek. De verkoper was Jhr. Mr. I. L. Cremer van den Berch van Heemstede, uit Leiden.

In 1922 vond een aanzienlijke uitbreiding plaats door aankoop van uit gestrekte gronden, aan de oostzijde van
Deze terreinen vormen een grote rechthoek en zijn geheel bedekt met jonge dennenbossen, welke aan de noordzijde tegen de spoorbaan Utrecht—Arnhe grenzen. Nog in 1920 werd dit gebied door de vorige eigenaar dhr. J. G. Huy uit Leiden, geheel ontgonnen.

Koker liet door de architecten: J. Prins (1891-1959) en J.H. Benier (1894-1971), van het gelijknamige buro in Arnhem, een villa bouwen. De huidige villa Quadenoord is een goed voorbeeld van de Amsterdamse School. In de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) staat 1990 aangegeven. Ga er nu van uit dat met de bouw in 1922 is begonnen en dat de villa voor bewoning klaar was in 1924.

overlijdensakte
Quadenoord Renkum
 


Dirk Hendrik Koker, Wageningen 14 juni 1863 - Renkum 19 juli 1925

Dirk is gehuwd in Slochteren, op 2 augustus 1890 met Maria Ellen van Setten (1868 - 1914)
Kinderen:
François Constantijn Willem Koker 1891
Maria Ellen Koker 1901
Eliza Cornelia Sophie Koker 1903

Dirk was landbouwer, landbouwkundige, fabrikant in Heerde

Dirk Hendrik Koker werd in 1913 eigenaar van de korenmolen; nadien werd er een stoomkorenmaalderij
van gemaakt.
geboorte akte:
Quadenoord Renkum
overlijdensakte gemeente Renkum
François Constantijn Willem Koker, Schildwolde 30 mei 1891 -  Arnhem, 20 oktober 1969

Francois is gehuwd in Amsterdam, op 10 februari 1926 met Helena Hendrika van Oort (1891 - 1996)

Francois was werktuigbouwkundige, elektrotechnisch ingenieur.

François Constant Jan Koker, Amsterdam, 20 april 1931 - Renkum 27 juli 2021.
Formeel is het bedrijf Landgoed Quadenoord- en Boschbeek sinds 2009 de eigenaar.
oude kaarten
Renkum Quadenoord
Uitsnede van een kaart uit 1812, bron Gelders Archief
Renkum Quadenoord
Uitsnede van een kaart uit 1818, bron Gelders Archief, bijzonder de boerderij en schuur direct ten westen van de molen. Noord is rechts.
Renkum Quadenoord
Kadaster Veldwerkkaart uit 1887, Opmerking: 169 Herbouw na brand
Renkum Quadenoord
Uitsnede van een kaart uit 1887, bron Gelders Archief. Noord is rechts.
Quadenoord Renkum

Een kadastertekening uit 1877, de villa is er nog niet, de beek kan omgeleid worden naar het waterrad van de molen.
Quadenoord Renkum)

Notariële akte waarin François Constantijn Willem Koker, Gulian Cornelis Sprengler en Jhr. Frederik Johan Constantijn Schimmelpenninck, grondbezitters te Wageningen en Renkum, een regeling overeenkomen met Godert Willem graaf van Rechteren van Appeltern inzake het wederzijdse recht van voer- en uitweg. Authentiek afschrift, 1881
de gebouwen
Boerderij Quadenoord is rond 1640 gebouwd als boerderij.

Quadenoord Renkum
Waarschijnlijk zien we hier een van pacht boerderijen

  Notaris Fischer, J.Ch. uit Ede, maakt op 13/6/1825 een akte voor Verkoop onroerend goed. Waarbij Cornelis Munter, wonende te Hemmen, in deze handelend als gemachtigde van Andries Willem Graaf van Hogendorp, wonende te Dordrecht, verkoopt aan aan Pieter Arend de Veer, wonende te Ede, van een boerenplaats genaamd den Kwade Oort, met bijbehorende landerijen, gelegen onder Renkum.

Quadenoord Renkum

De oude boerderij Kwadenoord is waarschijnlijk omstreeks 1860 reeds gesloopt.

Er komt nieuwbouw en rond 1885 en Demoed kent in 1953 de toenmalige bewoner: v.d. Berg.

Boer van den Berg, een pachter, heeft in de oorlog joodse onderduikers geholpen (Cor Janse pagina 236)
Quadenoord Renkum
Wes Beekhuizen gebruikt deze ansicht in zijn boek: Groen was mijn dorp. pagina 274 en vermeldt daarbij het jaartal 1918

Quadenoord Renkum
Gedeelte van een kadasterkaart uit 1921, doch dienstjaar 1923. Te zien is de situatie van de foto hierboven. De schuren zijn in het zicht en het woonhuis is aan de achterkant. De molen is in dit jaar een korenmolen.

Boerderij Kwadenoord afgebrand. Oosterbeeksche Courant 06-09-1941

Demoed pagina 197 ev: "Tenslotte de eigenlijke Kwadenoord, de aldus genaamde boerenwoning, welke ten westen van de Kwadenoordse molen stond, en bestaande uit „huys, hoff, twee bergen, twee schaapskotten en een varkenskot, met alle andere driestlanden, enz. samen groot 47 morgen, 386 roeden onder Wageningen gelegen; voorts het weydtje tusschen de le en de 2e beek en tusschen de 2e en 3e beek, samen groot 2 morgen, en eyndelijk de hey- en veengronden daar de waterwellen in leggen, grensende aan de eene zijde de papiermolen en wijders aan de Rekenkamersvelden, groot 14 morgen, 18 roeden, in het schoutambt van Rencum". Dit bezit wordt op 25 Oct. 1791 verkocht aan Adolph Troost, en na diens dood door zijn weduwe in 1809 weer aan W. de Groot. Reeds hetvolgende jaar (30 Sept. 1810) doet deze zijn bezit weer over aan A. W. Graaf van Hogendorp. Bij de aankoop van het landgoed „De Beken" in 1828 door P. A. v. d. Veer, wordt door hem ook deze enclave in zijn landgoed aangekocht, waardoor alles tot één bezit getrokken is.
Zo is inmiddels alle bezit verkocht, en de belangrijkste stukken daarvan in handen gekomen van Jhr. Corn. Munter uit Wageningen. Het is aan hem te danken, dat de Kwadenoord met de Keyenberg verenigd wordt tot een groot landgoed, dat door hem bewoond, de naam krijgt van „de Beken". Veel heeft Jhr. Munter gedaan tot verbetering van zijn bezit".




Quadenoordse Molen aan de Molenbeek, De eerste papiermolen bij Quadenoord.

Sprengen Beken
Papier geschiedenis
Molendatabase
Molendatabase ander nummer
Papiermolens op de Veluwe
De molen site van J. Nikkels
Zoeken alle molens
Ten Bruggecate nummer 01788 bis
E.J. Demoed
Ruud Schaafsma
Schaafsma, Ruud; Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe
HGR: Echo's van zes dorpen 14-01-2010
HGR: Echo's van zes dorpen nummer 4 uit 2020

Op 30 december 1709 wordt onder de bezittingen van Frederik Hendrik baron van Gendt vermeld „de papiermolen daer Lubbert op woont". Dit is de oudste bekende vermelding van de papiermolen bij Quadenoord, de bovenste molen op de Renkumsë beek. Op een koopakte werd de molen als volgt omschreven: „...gelegen in het ampt en kerspel van Renkum, buurtschap Harten bij den Quaden Oort, omspaelt met een wall bepoot met ackermaelshout, streckende van 't zuiden door 't oosten nae het noorden geheel omlangs den weegen uit Harten na Bennekum, en westwaerts langs de boven-beekswal van de molen van Engebart Alberts (Hartense molen); en het heijvelt is leggende aen den oversijde van de Bennekumsewegen en bovenbeek van gemelte Engebert Alberts Schut ende soo het heyvelt in langhs meergemelte beek op ofte wie tegenwoordigh aen en naest geland mocht zijn." De waterpacht bedroeg 125 gulden en een riem papier. De molen werd in 1874 verkocht aan landbouwer Gerrit van Maanen, die het molenhuis voor zijn boerenbedrijf gebruikte.

"In jaar 1703 is de molen in bezit van Frederik Hendrik van Gent. Daarna zijn er verschillende eigenaars en pachters. Daaronder zijn bekende namen uit de Renkumse papiermakerij, zoals Reinder van Marie, Schut en Pannekoek. Die laatste verkoopt de molen in 1873 aan landbouwer Gerrit van Maanen. Die bouwt de watermolen om tot korenmolen. Veel profijt heeft hij daar niet van, want in 1874 brandt het ding totaal af. Van Maanen verkoopt de boel daarop aan de Wageningse kantonrechter F. Koker. Die bouwt er een nieuwe boerderij, en herbouwt de molen. De oude molen was vrij groot, en bestond uit twee bovenslagraderen, die zes papierbakken met in totaal 26 hamers aandreven. De nieuwe molen is wat kleiner. Het waterrad heeft een doorsnede van twee meter. De molen heeft twee maalstoelen: een voor het malen van tarwe en rogge, de ander voor maïs. Waarschijnlijk heeft de kapconstructie de brand overleefd; die wordt voor de nieuwe molen hergebruikt. Koker verpacht de boerderij en de molen van 1882 tot 1921 aan de familie Beekhuizen. Die bedenkt een slimme techniek: ze gebruiken de kracht van het water in de Molenbeek voor het aandrijven van een hakselmachine, een dorsmachine en een karnmachine. Omstreeks 1912 wordt een machinehuis bij de molen gebouwd. Daarin wordt een benzinemotor geplaatst, die wordt ingezet voor het malen van de tarwe en de rogge. Dat is nodig omdat de grondwaterstand daalt, waardoor er te weinig water is om beide maalstoelen aan te drijven. Dat komt door de bouw van Enka in Ede (de latere Akzo Nobel), die op grote diepte grondwater onttrekt.
Na het vertrek van de Beekhuizens in 1921 wordt de molen stilgelegd. Een paar jaar later verdwijnt het waterrad. In de loop van de tijd wordt de westelijke muur verbouwd. In 1967 wordt de boerderij afgebroken."


"Beekhuizen was voorheen molenaar op de waterkorenmolen op de Kwadenoord en vestigde zich in 1921 aan de Dorpsstraat in Renkum" Uit Schoutambt en Heerlijkheid maart 1992.

Het gehele landgoed Quadenoord werd in 1872 verkocht aan Francois C.W. Koker, kantonrechter te Wageningen. De papiermolen werd tot korenmolen getransformeerd. Tot 1913, in welk jaar de molen werd verkocht, heeft hij nog als korenmolen gewerkt; toen werd zijn taak door een stoomkorenmaalderij overgenomen. De molen werd stilgelegd en in 1923 is het waterrad verwijderd.
molen Quadenoord

De Quadenoordse Molen werd zelfs aangedreven door twee bovenslagraderen! Na de brand in 1874 kwam er een kleinere korenmolen voor in de plaats, met twee maalstoelen. Eén voor het malen van maïs dat diende als  voer voor de vier sleperspaarden van het boeren-, molenaar- , slepersbedrijf. Deze maalstoel maalde dag en nacht. Met de andere maalstoel werd rogge gemalen en werden een dorsmachine, hakselmachine en een karnmolen aangedreven. In 1912 werd een machinehuis aangebouwd met een benzinemotor die de maalstenen voor de rogge ging aandrijven. Toen ENKA Ede rond 1920 op grote diepte 12.000 kubieke meter water per dag (toen voldoende voor een middelgrote stad) ging oppompen, daalde de grondwaterstand sterk, waardoor er onvoldoende waterkracht was voor de twee maalstoelen. Rond 1935 werd het rad afgebroken en daarna verviel het gebouw steeds verder. In 1994 stortte de bijzondere houten kap in. Van de Quadenoordse Molen zijn nog resten zichtbaar.

molen Quadenoord
.
Als er tussen Hartense en de Kwadenoordse molen, beiden op de Molenbeek ruzie ontstaat over ieders „waterrecht", wordt door scheidsmannen op 20 Jan. 1855 bepaald, dat nabij de Keyenberg, ongeveer ter plaatse waar de Afgebrande molen heeft gestaan, een stenen beer of peilpaal is geplaatst, welks bovenkant de maat aangeeft van de halve vervalhoogte in de beek tussen de Kwadenoordse en de Hartense molen. Als gevolg hiervan werd een soort stuw in de Molenbeek gemaakt, waarbij het over die stuw vloeiende water overliep in de Afgebrande beek. Hierdoor ontstond dus een vrij stabiel peil in de beekhoogte

Quadenoort Renkum
Tekening uit het boek van Cees Burgsteyn, Bomen over Renkum uit 2006. Het gebouw lijkt totaal niet op de molen die we middels de fotografie en ansichtkaarten kennen. Op een foto uit 1923 (hiernaast) zien we een gebouw met één raam. Het in 1912 gebouwde motorhuis is goed te zien. Het gebouw op de tekening lijkt veel te hoog.

Quadenoordse molen Renkum
Op deze ansicht zijn de twee bovenslagreaderen met behuizing te zien


Quadenoord Renkum
Ook hier: één raam

Demoed, pagina 211: "Van de twee molens uit de vorige eeuw wil ik eerst de ondergang van de Kwadenoordse molen verhalen. Met zovele anderen, is de betekenis van deze molen in de vorige eeuw eveneens ten onder gegaan, zodat het einde der papierfabricatie er eerder was dan die van de molen zelf. Werden in 1791 Hendrik
en Neeltje Schut nog met de molen beleend, reeds omstreeks 1815 is de molen weer door anderen bewoond geworden. In deze tijd is de molen met een 6-tal ha grond van Nic. Pannekoek, de man die ook eigenaar van de Heelsumse papiermolens is. Als hij in 1829 overlijdt blijft de molen in het bezit van de erven, totdat tenslotte Nicolaas' zoon Neuy (1803-'77), eigenaar wordt. Hij bewoonde de molen niet zelf, doch een papiermakersknecht bewoonde deze. Zo is de molen in de laatste periode als papiermolen bewoond geworden door Hendrik Capel. Het bedrijf verloopt hier tenslotte door de moeilijkheden waarin de heer Pannekoek was geraakt, zodat hij dit gehele bezit in 1872 verkoopt aan de landbouwer Gerrit van Maanen. De molen blijft als zodanig nog wel bestaan, doch het molenhuis wordt herschapen in een boerderij. Het volgende jaar reeds wordt de heer F. W. C. Koker uit Wageningen eigenaar, gelijk met het gehele landgoed Kwadenoord. Doordat deze veel grond in de omgeving tot bouwland gaat cultiveren, krijgt de nieuwe boerderij meer betekenis, en wordt het aanwezige waterrad nu gebezigd voor aandrijving ván een korenmolen. De vroegere papiermakerij is dus nu veranderd in een korenmaalderij. Ook deze vorm van bedrijf verliest zijn betekenis, als in het dorp een stoomkorenmaalderij ontstaat. Als dan ook in 1923 verschillende veranderingen aan de boerderij plaats vinden, wordt ook
het laatste teken van de vroegere industrie, — het waterrad —, verwijderd."

molen Quadenoord Renkum
waarschijnlijk een oudere foto dan die hieronder, slechts één raam. Voor de teloorgang van het rad na
1923.


molen Quadenoord Renkum
De twee molenhuizen zijn er samen één geworden. Mischien herbouw want de grote ramen zijn verdwenen.

molen Quadenoord Renkum

Quadenoord Renkum

De molen kwam in 1992 op de gemeentelijke monumentenlijst.

De vorige eigenaar verteld hier het verhaal van de Quadenoordse molen.

Al sinds 2000 zijn er plannen voor restauratie. In 2019 wordt er geld ingezameld

Quadenoord

papier geschiedenis Kwadenoord 1

papier geschiedenis Kwadenoord 2

papier geschiedenis Kwadenoord 3

De Kwadenoordse molen  is een poos in handen geweest van Pannekoek.

Op de HisGis kaarten uit 1832 is te zien dat de erven van Nicolaas Pannekoek op dat moment volgens het Kadaster de eigenaars zijn. Nicolaas was net in 1829 overleden. Daarna wordt Neuy Pannekoek, een zoon de volgende eigenaar.

Nicolaas Pannekoek 1813-1875

Ouders: Neuy Pannekoek en Anna Sophia Worm
Abraham, 1725 - x
Stephanes Johannes 1754-1806
Maria Pannekoek 1756-1798
Nicolaas 1759-1829
Gerharda Pannekoek 1760-1817

Nicolaas Pannekoek huwde met Johanna Prins 1774-1853. Kinderen:
Anna Sophia Pannekoek 1799-1845
    Theodorus Pannekoek 1800-1820
    nn Pannekoek 1801 
Neuij Pannekoek 1803-1877
    Pannekoek 1807-1810
    Stephanus Johannes Pannekoek 1809-1879
Hendrikus Johannes Pannekoek 1809-1888
    Nicolaas Pannekoek 1813-1875
    Anna Johanna (Maria) Pannekoek 1819-1874.
Eigenaren of pachters van de Kwadenoordse molen I. Alleen de molen, niet het gehele landgoed.

1703 Frederik Hendrik van Gendt eigenaar (klopt met de gegevens hierboven)
1709 Reynder van Marle eigenaar opstal. Gehuwd met Evertje Peters. Rond 1700 heeft het echtpaar al de molen bij herberg de Bock. In 1715 legden ze de molen bij de oude kerk.
1715 Lubbert Jansen (pachter en papiermaker)
1717 Cornelis van Schoonhoven eigenaar opstal en papiermaker
1732 Jacobus Vorster eigenaar opstal
1745 Paul (Pouwel) Schut eigenaar opstal en papiermaker
1766 Hendrik en Neeltje Schut eigenaren en papiermakers. Hebben ook de molenrechten en de grond in eigendom.
1815 Nicolaas Pannekoek eigenaar
???? Neuy Pannekoek eigenaar
tot 1872 Hendrik Capel meesterknecht
1874 Gerrit van Maanen eigenaar en landbouwer (bouwde de molen om tot korenmolen, brandde af en werd kleiner herbouwd)
1875 F.C.W. Koker eigenaar
bron genealogie online

Eigenaar van de Hartense Oliemolen aan de Oliemolenbeek, ook wel de 2de Quadenoordse molen genoemd is ook rond 1810 de heer Pannekoek geweest. Stond daar waar de Oliemolenbeek onder de Hartenseweg door gaat.

Papiermolen van J.D. Boekelman aan de Halveradsbeek, ook wel 3de Quadenoordse molen genoemd. Stond daar waar de afgebrande beek onder de Hartenseweg door gaat. Zie meer bij molens

Naast de molen op landgoed Quadenoord waren er nog twee molens op dit landgoed, later is het landgoed kleiner geworden. Vandaar dat er gesproken wordt over 2de en 3de Quadenoordse molen, ook al staan deze tegenwoordig niet meer op dit landgoed.

Kwadenoordse molen: molendatabase
Zonder watermolen draait het  beekdal niet
alle molens.nl
Renkum Quadenoord
uit het boek van Cees Burgsteyn, Bomen over Renkum uit 2006, pagina 56

Op de foto is het motorhuis uit 1912 niet te zien
"Nu nog even de papiermolen van de "Kwadenoord". De eerste vermelding van deze molen vinden we in 1709. Men spreekt dan van de molen waar Lubbert op woont. Eigenaar van de molen was Reyder van Marle, die ook eigenaar was van de korenmolen op Harten. Op 2 mei 1717 kocht de papiermaker Cornelis van Schoonhoven deze molen voor f. 2500.=. Deze van Schoonhoven woonde toen met zijn vrouw Petertje Jansen reeds op de molen. Hierna hebben nog verschillende papiermakers de molen in hun bezit gehad, waarvan de bekendste zeker Neeltje en Hendrik Schut zijn geweest. In 1815 is eigenaar Nicolaas Pannekoek, die de molen in 1874 aan de landbouwer Gerrit van Maanen verkoopt. Het is dan gedaan met de papierindustrie op de "Kwadenoord", de molen werd omgebouwd tot korenmolen. Ook heeft de familie Beekhuizen op deze molen nog een bloeiend molenaarsbedrijf gehad. In 1913 werd de taak van de molen overgenomen door een stoomkorenmaalderij. De oude molen kwam stil te liggen en in 1923 werd het waterrad verwijderd. Uit het boek van Cees Burgsteyn, Bomen over Renkum uit 2006, pagina 55 e.v.

Wes Beekhuizen; Groen was mijn dorp, pagina 269: Dat in het geslacht Beekhuizen de boerenstand lang domineerde blijkt ook uit het feit dat in 1882 op de boerderij Kwadenoord, met de door de beek aangedreven korenmolen, een boer Arnoldus Beekhuizen woonde en later tot omstreeks 1925 diens zoon Jan Beekhuizen.
Villa park Renkum Hoog

 park Quadenoord

Zo vanaf 1890 worden in het Renkumse grote stukken heide met stoommachines en eggen, machinaal ontbost en de heide wordt er af gehaald. Het lag in de bedoeling om de grote kavels voor bosbouw te verkopen aan belangstellenden. Men begon op de Buunderkamp. Maar loop er eens rond, veel wegen, om kavels te bereiken.
Rond 1920 komen er voor de Buunderkamp ook plannen voor woningen, er staan er maar een paar.

Op de droge gronden van de Veluwe viel niet meer te doen dan deze te ontwikkelen voor bosbouw. Na 1906 deed men dat ook door middel van een stoomploeg. Een stoomlocomotief trok met een stalen kabel een eg heen en weer. De locomotief werd horizontaal verplaatst en de kabel ging verticaal. En er schoot wel eens een kabel los.

Aan het wegenplan van de Buunderkamp en Quadenoord zijn de vele kavels voor de verkoop goed te zien. De kaartenmaker MapCarta (kaart hiernaast) is iets slordig eweest met het aangeven van de lokaties. Het Hotel De Buunderkamp ligt toch iets noordelijker. Alleen links en rechts van De Buunderkamp en en Buunderkamppad zijn kavels verkocht en staan er huizen.

De Heidemaatschappij voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, Velp, Reeden, Dieren, Oosterbeek, Renkum, Ede en Elst werd opgericht in 1888. Eerst in 1910 heeft de Nederlandsche Heidemaatschappij het bestuur der mark van Renkum het bod gedaan, á f 60,000. De geërfden in de mark van Renkum, gingen in augustus van dat jaar akkoord.

De Heidemaatschappij verkocht aan Gerrit J.C. Caderius van Veen en zijn broer J.H.C. Van Veen en van Lonkhuijzen, kavels op de hoek van de Telefoonweg en de Paprallelweg. Er waren plannen voor een sanatorium of iets dergelijks. De kavels op deze hoek zijn op deze kaart niet ingetekend, maar ze waren er wel.

Veel kavels in dit gebied zijn via meerdere faillissementen in de naoorlogsperiode uiteindelijk eerst in 1973 verkocht. Lees meer op pagina 1304 van Cor Janse.

Er is een parallel met Wageningen Hoog. Ook veel lege kavels en wegen.
Wandeling in 1934

 12. Renkum (Oranje Nassau Oord), ) Wageningen, Nol in het Bosch, Quadenoord, Renkum. 14 km.
Met de tram van de Oude Kraan te Arnhem naar Renkum, bij „Oranje Nassau Oord” uitstappen, even in de richting Wageningen om voorbij het pompstation linksaf te slaan. Men komt bij den steilen rand en volgt dezen met links schitterend uitzicht over de Betuwe, tot men op de bordjes van den Bondswandelweg stuit.
Deze volgen in de richting van den pijl Am. Men wandelt langs de terreinen van den „Wageningsche Berg” en langs het hek van het landgoed „Belmonte”, daalt af naar den Holleweg en gaat dan weer steil naar boven. Rechts ziet men een met populieren omgeven vierkant met het oude kerkhof en familiegraf van Belmonte, alsmede een kleine ruïne, overblijfsel van een kerkje uit de 7e eeuw. Tenslotte komt men uit op den Utrechtscheweg bij het Arboretum der Landbouw Hoogeschool. Rechtsaf tot Hotel „Belvédère". Hier linksaf en voorbij „Dorschkamp” rechtuit den pijl „Nol in het Bosch” volgen; men komt uit op den weg naar Wageningen en slaat rechtsaf naar Nol in het Bosch. Bij het hotel een aardig laantje in; men kruist den Bennekomscheweg ten westen van de steenen palen „Keienberg” (links ligt het landgoed „Ooster Eng”, rechts „Quadenoord"). Rechtsaf gaande komt men langs het bouwland, daarna linksaf. Door een mooi beukenlaan; op de driesprong rechtshouden naar de brug over de Molenbeek. Langs Quadenoord en voorbij de bierderij Nieuwenoord, het pad langs de beek naar de Bennekomscheweg. Hier rechtsaf, en 400 m verder linksaf. Men kruist den weg naar Nol in't Bosch en wandelt verder naar „Oranje Nassau Oord”, Bij het herstellingsoord rechtsaf, met een boog om den tuin van 0.N.0., door een mooie laan komt men tenslotte uit op den Utrechtscheweg te Renkum. Per tram naar Arnhem terug. (14 kilometer)

Uit Arnhem en omgeving: A.N.W.B. - Toeristenbond voor Nederland; 1934

Fietstocht in 1934

Van het station Oosterbeek Hoog over het rijwielpad langs de spoorlijn in de richting „Ede”; men passeert het Station „Wolfheze” en vervolgt het rijwielpad. Men slaat linksaf naar de „Panoramahoeve op den Dikkenberg, met buitengewoon mooi uitzicht. Dalend rijdt men in de richting van het landgoed „Quadenoord , van daar naar den Bennekomscheweg welke gevolgd wordt inde richting Bennekom en landgoed „Oostereng”. Hier linksaf naar „Nol in' t Bosch" ; langs het Herstellingsoord Oranje Nassau Oord naar Renkum. De Utrechtscheweg wordt gevolgd tot Heelsum, dan langs de Koninginnelaan langs het hooggelegen kerkje inde richting van het kasteel „Doorwerth” met de bekende uitspanning „De Zalmen". Stïjgend gaat 't dan langs den Holleweg naar den Waaienberg met prachtig uitzicht (men passeert den zijweg naar Rolandseck, een uitzichtpunt, dat zich dicht bij den Holleweg bevindt). Men kruist den Italjaanscheweg en keert langs de Westerbouwing over Oosterbeek-Laag naar Arnhem terug. Op den Utrechtscheweg passeert men even voor de tunnel onder de spoorlijn van Arnhem naar Nijmegen het landgoed „Mariëndaal”. Bovenover heeft men prachtig uitzicht over de Betuwe met den Rijn op den voorgrond. Men komt voorbij het Gem. Museum.

Uit Arnhem en omgeving: A.N.W.B. - Toeristenbond voor Nederland; 1934


Heidemaatschappij Renkum
Kwade Oort of Nieuwen Oord

De kaart hiernaast komt uit Topo Tijdreis in het jaar 1926. Je ziet de naam Nieuwen Oord verschijnen in 1906 en weer verdwijnen in 1932. Nu zijn deze jaartallen niet exact. Een plattegrond wordt niet elk jaar vernieuwd.

Quadenoord Nieuwen Oord
Quadenoord Renkum


Op de kaart hiernaast komt uit HisGis en geeft de bebouwings situatie weer zoals die in 1832 was. Uit 1832 zie je in het rood de huizen uit die tijd. In het lichtgroen zie je de situatie zoals die in 2018 is. Vandaar dat de spoorlijn er ook op staat, die was er in 1832 niet. Voor de oriëntatie is dat wel gemakkelijk. De huizen zijn rood. Geheel in het zuiden zie je nog de Keijenberg en enkele Hartense boerderijen, daar boven de Bennekomse weg. Dan links van de Molenbeek de boerderij en paardenstal (1). Verder omhoog Quadenoord (3)  en nog een boerderij (2). Verder omhoog De Driehoek, de Grote Bosbeek en de Kleine Bosbeek.

HisGis uit 1832, namen van eigenaren

De Keijenberg en de 3 boerderijen: Pieter Arend de Veer
Everwijnsgoed (nu Bennekomseweg 160): Renkum B116; Pieter Arend de Veer; rentenier te Renkum; 36600 m² heide; klasse 1 belastbaar inkomen ƒ 1,83.
1: Boerderij (nu manege op de  Quadenoord 2 Renkum); Renkum B113; Pieter Arend de Veer; rentenier te Renkum; 8370 m² bouwland; klasse 3 belastbaar inkomen ƒ 9,21
2: Boerderij (nu verdwenen):; Renkum B154; Pieter Arend de Veer; rentenier te Renkum ; 2080 m² huis, schuur en erf; klasse 1 belastbaar inkomen ƒ 5,82; gebouwklasse 12 belastbaar inkomen ƒ 15,00
3: Huize Quadenoord; Renkum B168; erven Nicolaas Pannekoek; te Renkum; 1200 m² tuin; klasse 1 belastbaar inkomen ƒ 3,60
4: hier wordt een gebouw aangegeven van de Nationale Domeinen, helaas geen verdere omschrijving
5: Bennekom D13; De Nationale; r.v.o. Gerrits, Wed. Willem Domeinen; 520 m² huis en erf; klasse 1 belastbaar inkomen ƒ 1,30; gebouwklasse 11 belastbaar inkomen ƒ 3,00 (r.v.o = pachter)
6: Renkum A7; des Rijks; r.v.o. Egge, Gerrit Domeinen; arbeider te Renkum, 22 m² huis en erf, klasse 1 belastbaar inkomen ƒ 0,06, gebouwklasse 15 belastbaar inkomen ƒ 3,00

Het huidige adres: Bosbeekweg 25 Bennekom (BAG 1912) was er niet in 1832

Quadenoord Renkum
een van de pachtboerderijen


Qaudenoord en Bosbeek
Een artikel in "Echo's van zes dorpen" Historisch Genootschap Redichem. 1999 2de jaargang nummer 3: Van Quadenoord naar de Bennekomseweg. Door C.G. Klomp-v. Heusden. "Quadenoord"1906.

"Het echtpaar Jan Elis Klomp en Anna Maria Hoegen woonde met 11 kinderen op de Quadenoord te Renkum. Een hoogtepunt voor het gezin was altijd de tijd dat er geslacht moest worden. Dan kwam de "vilder" uit Renkum op bezoek en deed zijn werk. Was het varken geslacht en verwerkt, kwamen al de buren uit de omgeving op visite, om "vet te prijzen". En onder het genot van enkele borrels werd het geslachte "varken" geprezen, Eigenlijk
was er te weinig geld om jenever te kopen maar een oud gebruik moest in ere worden gehouden. Een gebruik, dat ook heel belangrijk was voor de onderlinge contacten. Een van die buren was de familie Beekhuizen. Die woonden op de boerderij bij de watermolen. Jan Beekhuizen was naast landbouwer ook mulder en schapenhouder. Daarnaast was er ook nog een slepersbedrijf. Derk, de zoon van Jan Elis Klomp was knecht bij Jan Beekhuizen. Derk was een kei in het mollenvangen. In tegenstelling tot nu, ving hij de mollen levend. Ze werden bewaard in een ton met zand en gevoerd met regenwormen. Dan was het wachten op een opkoper. Een mol leverde 60 cent op, en werd er eens een bunzing gevangen betaalde de opkoper voor dat vel een bedrag van f 2,50.
In 1912 verhuisde de familie Klomp naar een klein onderkomen in de tuin van villa Laura aan de Bennekomseweg te Renkum.
Bosbeek

Bosbeekweg 19 21 Bennekom

Op de plek waar nu het Nivon huis De Boschbeek staat, stond tijdens de oorlog Theeschenkerij De Boschbeek. Het was in 1940 een café-pension: je kon er logeren, maar ook even een kopje thee drinken tijdens het wandelen in de bossen. A.W. (Arie) de Groot woonde er met zijn gezin. Hij had ook gasten die langer bleven: in het begin van de oorlog woonden er een aantal Joden ‘legaal’. Dat wil zeggen dat ze stonden ingeschreven in het bevolkingsregister van Ede, op het adres ‘De Heide 25’. Tegenwoordig is dit Bosbeekweg 19-21. Naast deze legale joodse bewoners, verbleven er tijdens de oorlog ook onderduikers op de Boschbeek. Het pension van Arie de Groot, bood onder andere een schuilplaats aan een Joods echtpaar uit Renkum: Emanuel (Maantje) Manasse en Fanny Manasse-Hartogsohn. Manasse was wat we nu zouden noemen een ‘Bekende Renkummer’. De aangebrachte stolpersteinen herinneren aan hun tijdelijke verblijf.
Bosbeek Bennekom

Oud Bennekom
De Bosbeek hoeve, Bosbeekweg 23, Bennekom

Bouwjaar 18de eeuw, volgens Rijksmonumenten doch de BAG heeft het over 1838
In een natuurreservaat gelegen eenvoudige, witgepleisterde boerenwoning onder rieten wolfdak in Bennekom

Rijks monumenten

Quadenoord Renkum
Camping Quadenoord

De weilanden, akkers en bossen vormen een aantrekkelijk decor voor recreatie. De Renkumse Beek en de sprengen completeren het geheel. De eerste kampeerders kwamen al in 1926.

De camping bestaat uit 2 gedeelten, een bos-camping zonder vaste plaatsen en alleen voor tenten die er voor een korte periode staan. En een gedeelte met huisjes en tenten, jaarplaatsen zijn mogelijk.
Quadenoord Renkum
Manege, Quadenoord 2, Renkum

Tussen huize de Quadenoord en de Bennekomseweg liggen de manege, de paardenweiden en de stallen. Ongeveer rond 1990 is een zoon van François Constant Jan Koker hiermee begonnen.

Voordien was deze lokatie in gebruik voor runderen en schapen.

Manege Quadenoord
Uit de helaas onvolledige reconstructie van het Renkums bevolkingsregister:

Mw. H.W. de Kruijf-Dirksen, zonder beroep. Adres: Kwadenoord 2, Renkum. Datum vertrek: 6/14-9-1926,
Vertrokken naar: Rhenen

Roseboom, G. Beroep: landbouwer. Adres: Kwadenoord 2, Renkum. Vestigings datum: 6/12-6-1928. Datum vertrek: 23/28-5-1929. Afkomstig van: Ede
Boeken en links

Marloes Bijlsma. Ontwikkelingsplan landgoed Quadenoord: historisch onderzoek, visie en streefbeeld, beheerplan. Utrecht, 2006

W.C. Braat; Onderzoek naar de middeleeuwsche buurtschap Harten op het landgoed Kwadenoord bij Renkum - Oudheidkundige Mededeelingen; Uitgave Rijksmuseum voor Oudheden Leiden, 1940

W. C. Braat, Middeleeuwsche huizen. 1. Een onderzoek naar de middeleeuwsche buurtschap Harten op het landgoed Kwadenoord, bij Renkum. Met afbeeld. — Oudh. Meded. Rijksmus. Oudh. Leiden. N. R. XXI, 29.

Cees Burgsteyn; Bomen over Renkum, Deel I.

Demoed, Van een groene zoom aan een vaal kleed,1953. (in de tekst staat alleen Demoed)

J. Gazenbeek, Een merkwaardig beekdal op de Neder-Veluwe: Kwadenoord. Met afbeeld. — Onze Aarde 1937. 245.

Cor Janse; Blik Omhoog, 4 delen 1996 - 1999.

Rienk Kuiper; LU Wageningen; De zuidelijke veluwezoom

C. Quarles van Ufford, Oostereng. De geschiedenis van een negentiende-eeuws landgoed op de Zuidwest-Veluwe, 2007

N.P.H.J.  Roorda van Eijsinga; De Veluwezoom - geologische ontwikkelingen

Ruud Schaafsma, De Renkumse en Heelsumse beekdalen. Een cultuurhistorische wandelgids. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. 2013

Magazine Schoutambt en Heerlijkheid van de Stichting voor Heemkunde in de gemeente Renkum

H. Stam. De Kwadenoordse Molen onder Renkum. De Wijerd 1 (1980) no.2. 7-10.

H. Voorn; De eerste papiermolen bij Kwadenoord; 1985
meerdere links staan bij het artikel zelf

HisGis

historische wandeling Harten

Landgoed Quadenoord

Meertens KNAW

Open Archieven

Quadenoord

scriptie Harten; Jan Neefjes 1992

Veldwerkplaatsen

Wie Was Wie