Kasteelcafé de Zalmen, Doorwerth

andere namen:

den ouden herbergh van Doorwerth (1689) of te wel Brouwhuis
Toon's Huys (1719 -1756)
Het Richterslogement
De Twee Zalmen (1875)
Herberg de Zalmen
Hotel de Zalmen
De Drie Salmen (1898 - 1920)
De Bruine Beer (1974 - 1979)
Theeschenkerij De Zalmen (tot 2013)
Hans Braakhuis
laatste update: juni 2017
  home

De teksten hieronder zijn provisorisch. Ze moeten nog getoetst worden. Hulp van GLK, VEB, VHL, lezers, wordt op prijs gesteld.
Jhr. Mr. H. R. A. Laman Trip; in het artikel: "een oud bouwwerk terug gevonden"in Gelre 1924 nr 27: Bij het beschouwen van de kaart der heerlijkheid Doorwerth, door Bernard Kempinck in 1616 vervaardigd, aanwezig op het Rijksarchief te Arnhem, had het mijne aandacht getrokken, dat aldaar op het punt van samenkomst van den „weg naar de Capelle" en den Oosterbeekschen weg eene kapel staat aangegeven. Deze „weg naar de Capelle", aanvangende aan de oostzijde van de herberg „de Zalmen" en gaande in noordelijke richting bergopwaarts, is tegenwoordig bekend onder den naam van „Holle weg", terwijl ongeveer op de plaats, waar eenmaal deze kapel moet hebben gestaan, thans een groote lindeboom van hoogen ouderdom wordt aangetroffen. Nog heden ten dage is deze boom in den omtrek algemeen bekend als de „Kapelleboom".
De herberg de Zalmen wordt al genoemd op de kaart van Bernhard Kempinck uit 1616.
Deze kaart is in te zien bij het Gelders Archief: link,
Onder bij het punt waar de Holleweg op de Fonteinallee uitkomt, staat de uitspanning "de Zalmen", vanouds het Richterslogement van Doorwerth. Hier werd voor 1912 de gemeentelijke administratie verricht. De naam "de Zalmen" dateert pas van plm. 1875. Op het uithangbord rechts naast de deur, de zalmen uit het wapen van Baron van Brakell.     [herberg 'Thoons Huijs' gezien in westelijke richting] Deze herberg wordt al in 1689 omschreven als ‘Brouwhuis'.
---------------------

Gegevens over 'den oude herberg van Doornwerth' komen we ook tegen in 1689. In dat jaar huwt Hans Hendrik Eslinger, (kamerdienaar van de gravin Charlotte Amélie, Hertogin de la Trémoille en stadhouder van Doorwerth) met Hendrickjen Everts. Deze Hendrickje is weduwe van Peter Muijs (in leven schepen en stadhouder van Doorwerth) en in zijn nalatenschap wordt gesproken over Huis, Brouwhuis, Brouwketel, Schuren, Hoven en een Acker op de Heelsumse Enk.
Hans Hendricksz. Eslinger wordt ook wel Hesseling genoemd. Hij was schepen en stadhouder van den richter van Doorwerth. Eslinger werd door huwelijk herbergier - landbouwer. In 1704 komen we Eslinger ook tegen als Schout van de Heerlijkheid Doorwerth. Voor rechtspraak op de Doorwerth werd er veelal een rechter ingevlogen. Veelal kwam de rechter uit Arnhem, maar soms ook uit Zutphen. En vandaar dat de herberg ook wel bekend staat als richterslogement.

een prent uit 1650, rechts het poortgebouw van de Doorwerth.
De eerste vermelding van het Thoons huis vinden we in 1719, Hendrikje Everts is dan  overleden, als Anton, Graaf van Aldenburg het Thoons-huis voor 800,- gulden koopt. Dit huis, oorspronkelijk naar de vroegere bewoner en eigenaar Hans Hendrik Eslinger, het
'huis van Eslinger' genoemd, had " 't Oldenburger Peert" uithangen. Een huis dus met een uithangbord waarop het paard van het familiewapen van Aldenburg was afgebeeld.

----------------------------

Sinds 1719 werd de herberg, vernoemd naar de eigenaar Anton, Graaf van Aldenburg, het ‘Thoons-huis' genoemd. Aan de gevel hing een uithangbord waarop afgebeeld 't Oldenburger Peert' [het paard uit het familiewapen van Aldenburg]. Naast de functie van herberg werd het ook gebruikt als richterslogement en werd er recht gesproken door de schout en schepenen. In plaats van ‘Thoons-huis' werd ook wel de naam Richterslogement gebruikt.

---------------------------

'Thoons-huys' wordt ook genoemd op de kaart van Dirk Klinkenberg uit 1756.

Op 12 september 1738 wordt het 'Thoons-huys' verpacht aan Hendrick de Geest en Aaltje Kerckhoff voor een periode van 6 jaren, ingaande Petri 1739 en eindigend met Petri 1745. En wel onder de volgende bepaling:
"En speciaal onder beding dat hij daarin sullen houden bequame Herberg. En ten dien eijnde maaken dat se altoos voorsien sijn van goeden drank, paerdsvoeder en genoegsame meubelen, om de passanten en andere daar mede te konnen gerijven, en ijmant ook te konnen logeeren, En dat sij sigh meede in staat sullen stellen, om de domestiguen van sijn Excellentie, als die op Doorwerth of in deese landen is, En andere tegens redelijke betaalinge van kostgeld te konnen spijsen."
Uit: De 'Oosterbeeksche Courant' van Zaterdag 4 mei 1912.
Rijnder (Reijnder) Alberts, geboren te Doorwerth, gedoopt te Heelsum op 23 febr. 1744, herbergier Thoons Huijs. † te Oosterbeek, gemeente Renkum 25 mei 1822.

Het gezin woont, tot de pacht afliep op Sint Petri 1771, ook in de herberg alwaar de eerste vier kinderen ter wereld komen. Zij kerkten, waarschijnlijk elke zondag, in het Nederlands Hervormde kerkje te Heelsum, behorend tot de Heerlijkheid Doorwerth. bron.
Reinder pacht in 1765 voor een periode van zes jaren ‘den ouden herberg van Doorwerth', ingaande op Sint Petri [22 februari] 1765 en eindigend op Sint Petri 1771. De pacht bedraagt 90 gulden per jaar. In de pachtovereenkomst lezen we de volgende bepaling:
"En speciaal onder beding dat hij daarin sullen houden bequame Herberg, En ten dien eijnde maaken dat se altoos voorsien sijn van goeden drank, paerdsvoeder en genoegsame meubelen, om de passanten en andere daar mede te konnen gerijven, en ijmant ook te konnen logeeren. En dat sij sigh meede in staat sullen stellen, om de domestiguen van sijn Excellentie, als die op Doorwerth of in dese landen is, En andere tegens redelijke betaalinge van kostgeld te konnen spijsen.
[bron: Register van verpachtingen van huisperceelen in de Heerlijkheid Doorwerth - 1738-1782, Gelders Archief 0383 Inventarisnr. 16]
De kadastrale kaart uit 1832 met kadaster nummer 19, huis en erf, de herberg van Doorwerth, gelegen aan de Fonteinallee. De eigenaar was Charles Bentinck, Grave van Aldenburg. De Holleweg liep toen nog achter de herberg langs.
Uit het boek Wandelingen in Gelderland.
Geen idee of de tekening is geromantiseerd. Een watermolen aan de herberg ! Ook de voorzijde van de herberg is naar de Fonteinallee gedraait. Ook de Renkumse beken-deskundige Ruud Schaafsma kent deze tekening, en is ook op zoek geweest naar een beek, c.q. molen. Niet gevonden, al hoewel dat niet wil zeggen dat het er nooit geweest zou kunnen zijn.

In het boek van Romers uit 1991: Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum en Renkum in de negentiende eeuw, staat een zelfde prent van het huis met de watermolen. Zie prent 113 op pagina 108. Uit het onderschrift: "Nabij de herberg te Doorwerth. Het huis rechts droeg de naam Oosterbouwing". Deze prent is gesigneerd JCP en is afkomstig uit De Honingbij, bladzijde 283, Zaltbommel uit 1842. Het onderschrift bij beide prenten is gelijkgebleven, en het gaat bij deze prent dan ook niet om de Zalmen.

Welk boek, waarschijnlijk: Isaac Anne Nijhof; Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of Geschiedkundige en plaatsbeschrijvende Beschouwing van de Omstreken der stad Arnhem, met ene plaat; 1820.

----------------------

Op de Fonteinallee, ontstaat het dorp Doorwerth in de achttiende eeuw. Hier woonden en werkten de ambachtslieden die direct voor het Kasteel van belang waren. Het was een nederzetting, met huizen die chique namen droegen als Lusthuis, Violenhuis, Steenhuis. 
Arnehmse Courant 08-06-1847

boek van der Dussen, Doorwerth; 1847
Uit het boek van Van der Dussen,1847; Gids door de heerlijkheid Doorwerth; Isaac Anne Nijhoff Arnhem

wapen van de Baron van Brakell op Doorwerth
In de Arnhemse Courant van 8-6-1847 zien we voor het eerst de naam De Zalmen.
Waarschijnlijk werd de naam al gebruikt vanaf het moment dat de Baron van Brakell de Doorwerth gekocht heeft in 1837. De naam verwijst naar het familiewapen van de kasteelheer.
Op het moment van de hiernaaast staande advertentie, 18-07-1983 staat het kasteel de Doorwerth al leeg. De weduwe van de Baron van Brakell overleed in 1878 en de 9 kinderen verdeelden de erfenis, waarbij het kasteel toeviel aan de oudste zoon van de toen al overleden oudste dochter. Deze zoon heeft niet op het kasteel gewoond, wel een poosje in een van de twee dienstwoningen naast de toegangspoort.

een tekening uit 1840: C.H. van Ameron, del.
Een andere versie hiervan: link.
Een andere bron geeft aan: ± 1825.

Hier klopt de weergave wel, getekent vanuit het zuid-oosten, veel prenten en ansichtkaarten geven een beeld vanuit het zuid-westen.

------------------

Rond 1875 kreeg de herberg de naam de Twee Zalmen.


De naam: Herberg de Zalmen wordt in krantenadvertenties gebruikt tot 20-06-1898
Vanaf 14-09-1898 zien we de naam Hotel "De drie Zalmen".

ansichtkaart van het www. Volgens de verkoper gemaakt rond 1900.
Enige ansichtkaart met een klein raam, rechts naast de voordeur.

Hier een blok van meerdere ansichtkaarten en foto's. Geprobeerd om ze op jaartal volgorde te leggen. Aangezien dat niet eenvoudig is, staan ze nu hier allen bij elkaar en niet chronologisch zoals in de teksten. Heeft u zo'n kaart en weet u een datum, of weet u wanneer een kaart gelopen is, laat het me weten.

Kaart waarschijnlijk uit 1903.

Kaart waarschijnlijk uit 1914.

De bocht in het water is nu nog precies hetzelfde. Het pakhuis is zichtbaar.

Waarschijnlijk dezelfde foto als op de kaart hiernaast, maar iets andere uitsnede, andere uitgever, betere druk. De ansichtkaart is gemaakt in 1905. Kaart uit de collectie van Karel Noy.
Deze kaart is uit de periode tussen 1905 - 1920. 'De Zalmen' heeft luiken voor de ramen gekregen en op de achtergrond is een stukje van het pakhuis te zien. Het uithangbord aan de zuid-gevel is echter nog niet aanwezig.
Een ansichtkaart gemaakt in 1905. Rechts is de Voorraadschuur (pakhuis) van het Kasteel zichtbaar. Uitgave Trenkler & Co. no. 4.

Opname gemaakt door Vogt in 1922. De Holleweg scheidt De Zalmen en de schuur.

Handig een datum op de kaart: 3-1-1926.

Op een gegeven moment verschijnt er een uihangbord aan de gevel. Hier alleen met de 2 Zalmen.

Het uithangbord in een nieuwere versie, groter en met tekst.

Weer een ander en langwerpiger uithangbord. In de tuin is nu een overkapping met stoelen zichtbaar.

De achterkant van het graanpakhuis. Rechts de boerderij van de familie van den Born.
De Zalmen is gerestaureerd (1901). Koffiekamer was eerst ter rechterzijde van de ingang, nu ter linker zijde. Op bovenverdieping zijn kamers voor loges. Stalling en garage in doelmatige bijgebouwen voor paard, rijtuig of automobiel. In grote gebouwde koepel vind men beschutting tegen wind en regen.
Doorwerth, 22 April 1908. Door den heer J. W. F. Scheffer, eigenaar van „de Duno", is van den heer mr. J. G. ridder van Rappard, gekocht het kasteel „Doorwerth" met daarbij behoorend hotel „de Zalmen" en verschillende landerijen, ook de uiterwaarden aan de overzijde van den Rijn.
Arnhemsche courant, 23-04-1908.
De Zalmen te Doorwerth
Doorwerth. — De bekende uitspanning »De Zalmen«, welke geëxploteerd zal worden door den heer W. Dijkstra, die in de laatste jaren op «De Westerbouwing» getoond heeft, dat hij weet hoe een dergelijke zaak dient te worden beheerd, is geheel gerestaureerd en thans gereed om bezoekers te ontvangen. In het gebouw zijn verschillende veranderingen aangebracht, die verbeteringen zullen blijken. Op de bovenverdieping zijn kamers voor loges ingericht, zoodat er gelegenheid bestaat voor pension.
Het nieuws van den dag : kleine courant, 06-05-1912.
Tot 1912 werd in de Zalmen de gemeentelijke administratie verricht en kwam er de gemeenteraad bijeen. Daarna kon men terecht in het nieuwe gemeentehuis van de gemeente Doorwerth, naast het Kerkje op de heuvel in Heelsum, tegenwoordige adres Koninginnelaan 20, Heelsum.
plattegrond uit 1914.
Scheffer kondigt in 1914 een grote veiling aan waarbij de gehele Duno, inclusief de Zalmen te koop komt. De tweede veiling gaat niet door. Er wordt te laag geboden en intussen is de Eerste Wereld Oorlog uitgebroken. De Zalmen wordt wel verkocht en de eigenaar is waarschijnlijk weer een kleinzoon van de Baron van Brakell.

Of het artikel in de Tijd geheel klopt?? Want op de Doorwerth is dan al "het Geldersch Historisch Museum en het Nederlandsen Artillerie-Museum", (Hoeffer) geopend.

Uit de Arnhemse Courant van 27-3-1914

Uit De Tijd van 28-3-1914

Eind jaren twintig (1920-30) fietsten Jan Feith en Charles Behrens van Arnhem, via Oosterbeek en de Duno naar de Doorwerth. Deze schrijvers toerden door Nederland om inspiratie op te doen voor hun ‘Zwerftochten door Nederland: Gelderland’. Dit album was in 1930 een uitgave van een koekfabrikant uit Zaandam. Het bedrijf trachtte de lust naar meer koek op te wekken door aan elke verpakking een plaatje toe te voegen. De consument plakte deze illustraties op de genummerde lege plekken in het album. De tekst van Jan Feith en Charles Behrens is zeer beeldrijk. Zij beschreven ons land met grote geestdrift. Volgens deze schrijvers was alles mooi in Gelderland. Zo ook op de Veluwse heuvelrug bij de Rijn. Bij de landelijke herberg De Drie Salmen heerst een “vredige rust; de zon tekent lichte plekken op witte muren en dichtbij steken torens en tinnen van de Doorwerth tussen oud geboomte af tegen de lucht.

1910 - 1915 restauratie van Hoeffer en de Vrienden van de Doorwerth.

Ansichtkaart 1910 - 1915 restauratie van Hoeffer en de Vrienden van de Doorwerth. De paardenstallen zijn vrijwel geheel vanaf de grond weer opgebouwd.
Begin 1942 zijn door Staatsbosbeheer de gehele 'Doorwerthse Bosschen' aangekocht, inclusief de daarbij behorende bebouwing zoals 'De Zalmen'.

Je hebt het dan over het gebied met de Zalmen en dan naar het noorden tot aan de Oude Oosterbeekseweg. Inclusief een 7-tal kleine boerderijen aan de Fonteinallee en het was destijds in eigendom van de erven J. J. A. A. baron van Pallandt.
In september 1942 verzoekt Mr J.K. van der Haagen van het departement van opvoeding, wetenschap en kultuurbescherming dan ook aan de heer Van Nispen, directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg om samen met één van de architecten van Monumentenzorg een onderzoek in te stellen naar de staat van de huizen in de Doorwerthse bossen en samen een plan op te stellen over hetgeen behouden moet blijven en dat wat gesloopt kan worden. Dat bezoek aan Doorwerth heeft vervolgens plaats gehad op 18 november 1942. Over 'De Zalmen' staat in het verslag gemeld:
"Uitspanning "De Zalmen" kan blijven bestaan. Het naast deze uitspanning gelegen pakhuis kan zonder eenig bezwaar worden afgebroken. (Bewoond door G. Spronsen). "

Tot een uitvoering van hetgeen in het rapport vermeld stond is het nooit gekomen.
Anders dan dat in de nadagen van de Slag bij Arnhem het vrijwel gehele dorp Doorwerth Laag is verwoest. Het pakhuis heeft na de oorlog nog enige tijd dienst gedaan als noodwoning.
Eind september - oktober 1944 is de Zalmen doelwit van beschietingen over en weer tussen Duitsers, die veel hoge gebouwen aan de Noordzijde van de Nederrijn gebruiken om op Engelse, Poolse en Amerikaanse troepen te schieten die aan de zuidzijde van de Nederrijn patrouileren. De Herberg de Zalmen wordt dermate kapot geschoten dat restauratie geen zin meer heeft.

In september 1944 zijn Tous en Ben Van Spronsen de uitbaters van de herberg de Zalmen.

Uit het dagboek van Theo Driessen:
woensdag 20 september 1944: even later meldt Dirk dat er Duitsers bij de Zalmen zitten en weldra zien wij hen op de Kasteeldijk lopen.
21 september: Er komen steeds meer soldaten in de Zalmen, waar een Rode Kruis-hulppost wordt gevestigd.
22 september: Met toestemming van een officier gaat Tous hulp vragen bij de Zalmen voor mevrouw Meyer, die met het oog op een vlucht niet langer bij ons durven behouden, terwijl Tous op advies van den officier ook Dirk van Grol wil waarschuwen, dat het beter is de koeien uit de wei te halen. Bij de hulppost van de Zalmen beloofd men zo mogelijk een bericht te zullen doorgeven en Dirk van Grol wordt met vele andere boerenmensen aangetroffen in een schuur achter de boerderij van den kleinen van den Born.
Op 2 oktober beschrijft Driessen een grote gloed, zijn huis, het Kasteel en waarschijnlijk ook de Zalmen staan in brand middels Engelse fosforgranaten om de Duiters uit te roken.

Van 2 tot 4 oktober 1944 worden alle bewoners van Renkum geevacueerd. Daarna blijft het gehele gebied: van Rhenen tot en met Arnhem "leeg" tot ver na de bevrijding in mei 1945.
De uitspanning is niet meer. Alle bebouwing aan de Fonteinallee is verwoest en er wordt niets meer teruggebouwd.
uit Het Kompas van 1-9-1945
Het resultaat van de beschietingen op 2 oktober 1944. Bron: het Kompas 1-9-1945.

Na de WWII is er geen Zalmen meer aan de Fonteinallee. De restanten zijn eind jaren 50 verwijderd.
Tweede Wereld Oorlog, 2 oktober 1944.

Ook het kasteel wordt in de oorlog behoorlijk onderhanden genomen. Hier is te zien dat de voormalige paardenstallen (tegenwoordig De Zalmen) aan de linkerzijde behoorlijk zijn verwoest. Het kasteel werd bezet door een Duitse Waffen SS eenheid. Er werd behoorlijk over en weer geschoten.


Hoe hoort het: een zware granaat boort zich naar binnen en ontploft dan. Als dat goed lukt, liggen de scherven buiten. En dat is te zien.
Paardenstallen Doorwerth bron GA
Hier is er al een begin gemaakt met de restauratie.
Het Airborne Museum: 1949


Deze foto is van iets latere datum. Op de binnenplaats staat al een gekochte voormalig Duitse houten tent-barak. Die barak wordt eerst gebruikt om de beheerder Branderhorst een dienstwoning te geven. De twee poortwoningen (nu is het er één) liggen te veel in puin. Later (1949) wordt de tent-barak het eerste onderkomen voor het Airbornemuseum.
Als de slotbewaarder R.G. Branderhorst na de zomer in 1945 terug komt op het Kasteel Doorwerth, begint hij met het verzamelen van het achtergebleven oorlogstuig. Branderhorst was voor de oorlog naast slotbewaarder ook de beheerder van het Legermuseum. Geholpen door de lokale politie, die al veel ingeleverd en gevonden oorlogsmateriaal opgeslagen had en de Vereniging de Doorwerth. Op 6 augustus 1949 begint het Airborne Museum in een houten Duitse leger barak (op het binnenterrein) van het Kasteel. In de eerste maand van opening werden al 2000 bezoekers geteld. In augustus 1950 kon men verhuizen naar het provisorisch herstelde en tegenwoordige Kasteelcafé de Zalmen. In 1978 vertrok het Airborne Museum naar voormalig Hotel Hartenstein in Oosterbeek.
bron: een ansichtkaart van Marktplaats.
Ingang van het Airborne Museum.

bron: een ansichtkaart van Marktplaats.
Een luchtfoto van het kasteel. Bron KLM Aerocarto-31988 Doorwerth. Gemaakt in 1955. De stallen zijn reeds gerenoveerd en het Airbornemuseum fuctioneert. Bij het koetshuis wordt gebouwd, de dienstwoning van het Koetshuis is al klaar.



Na de WWII is het een grote puinhoop op het Kasteel. De ravage wordt opgeruimd. Reeds voor de oorlog was besloten dat "Het Nederlandsch Legermuseum Generaal Hoefer", naar Leiden zou verhuizen. Dat was op Doorwerth een grote publiekstrekker en zorgde voor inkomsten. Wat te doen? De eigenaren, Vereniging de Doorwerth, zeg maar enkele Renkumse notabelen, hebben privé ook financiële problemen, hun huizen zijn totaal verdwenen of hebben op het minst oorlogsschade. De Vereniging heeft eigenlijk geen geld. Er komen enige pacht-inkomsten als het Airborne museum in augustus 1949 open gaat in de tent-barak op de binnenplaats. Een situatie van geen geld, geen inkomsten, veel andere prioriteiten. Het Kasteel herstellen, hoe dan? Een eerdere restauratie door Hoeffer in 1911 - 1913 had veel stof doen opwaaien in restauratieland. Maar zo vanaf 1956 begint het Kasteel weer langzaam weer wat vorm te krijgen. Kasteel Doorwerth in 1955
De Noordvleugel en het Airborne Museum zijn in 1955 klaar. De dienstwoning van het koetshuis is klaar.
"De heer D. Willemsen begint theeschenkerij bij kasteel Doorwerth.
Hoog en Laag 16-05-1958

"Op het ogenblik, bij de heersende vorst, ligt het herstelwerk stil en boven een deur staat: „Helm op, verboden toegang, levensgevaarlijk". Maar een deurtje ernaast laat bezoekers gastvrij toe in de eigenlijke hoofdburcht. Voorheen was hier -enige tijd het Airborne-museum 'met herinneringen aan de slag bij Arnhem gehuisvest; dit is nu voorgoed overgeplaatst naar een historisch beter passende plaats: het huis Hartestein. Thans (sinds 1974) is Doorwerth zetel van het Museum voor Wildbeheer ofwel het Nederlands Jachtmuseum. Na eerst van een kop goede koffie in het zaaltje De Bruine Beer te hebben genoten, gingen wij dit museum uitvoerig bekijken. Smalle trapjes op - echte kasteeltrapies, nauw van tree - wijde zalen in."
NRC 1979
Een tweede renovatie van de stallen na de oorlog.
Als in 1978 het Airbornemuseum naar Oosterbeek verhuisd, wordt de ruimte door GLK gebruikt als een soort theehuis. Soms bemant door vrijwilligers, soms verpacht aan derden.
1986 De Zalmen taveerne opent bij kasteel Doorwerth.
Zalmen in 1990 te Doorwerth
Op 1 mei 2001 eindigt de theeschenkerij van Maurice Jansen. GLK beïndigt de pacht. Jansen gaat verder in z'n Restaurant "Sprokkelenburg" in Heteren.
De huidige pachter van het Kasteelcafé de Zalmen begint in 2003. De Zalmen is nu een onderdeel van VHL Catering, samen met de Oranjerie bij Kasteel Rosendael.
Begin 2017 wordt er voor de derde keer na de oorlog een renovatie gedaan.

opname: september 2016
De Zalmen

De Zalmen op Facebook

Heeft u aanvullingen, verbeteringen, graag:
mail Hans Braakhuis
gebruikte bronnen:

www.delpher.nl

Ruud Schraafsma; De Oosterbeekse en Doorwerthse beken; 2010

nog onvolledig