oude boerderijen en molens in Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze.
home
Hans Braakhuis

laatste update: juli 2021
Als Renkum zo begint rond het jaar 1000, dan is er naast de kerk en de kapel, nog geen levensmiddelenwinkel. Of te wel een ieder is keuterboer met een eigen hof, vee, groente, fruit, ed. Dat blijft ongeveer zo tot dat de industrialisatie arbeiders(woningen) nodig heeft en men zich dank zij de mechanisatie beter kan specialiseren. Als jij aardappelen doet, dan zal ik voor het brood  zorgen.
In 1811, staan er in de Dorpsstraat zo'n 50 woningen. Deze woningen in de Dorpsstraat waren vrijwel allen boerderijen, waarbij een hooiberg, o.i.d. prijkte. Hierdoor is het ook begrijpelijk, dat Nijhoff in 1821 van een boers dorpje spreekt (Nijhoff, Isaac Anne; Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of Geschiedkundige en plaatsbeschrijvende Beschouwing van de Omstreken der stad Arnhem, met ene plaat; 1920)
Naast boerderijen zijn er in de gemeente ook zo'n 41 (volgens de molendatabase) wind- of watermolens in de huidige gemeente. Veelal ook weer aangevuld met een vee, gewassen en erf. Elders een pagina alleen over molens en beken.

Als v. d. Aa in 1847 Renkum beschrijft, dan heeft hij het erover: "sedert korte jaren van een armoedig boerengehucht in een welvarend, met goede huizen prijkend, dorp veranderd is."
Aa, Abraham Jacob van der ; Aardrijkskundig woordenboek; 1851

Na 1900 worden er veel minder woningen met een hof gebouwd. Bij een in 1942 gehouden woningtelling, beschikte het dorp Renkum over 970 arbeiderswoningen (incl. een 40-tal boerderijtjes), 657 middenstandswoningen, 151 winkelhuizen en 85 grotere woningen, in totaal dus 1863 woningen.

Na 1950 worden ook de tuinen kleiner  M'n eigen tuin is zo'n 7 bij 4 meter. De kelder en (voorraad)kasten staan tegenwoordig in de supermarkt.

Andere woorden voor boerderij: bouw, hof, erf
Renkum kerk en kosterie
NB: Sommige bronnen spreken elkaar tegen betreffende jaartallen en details, het is onzeker welke de juiste versie weergeeft. Vandaar dat er soms meerdere versies zijn, met bronvermelding
De boerderijen in de verdwenen buurtschap Harten
"Harten": blz. 163-167. (Buurtschap Harten, ook wel “Hijrten”, “Hirten”, “Herten” of “Harte”. Vermoedelijk prehistorische heuvel. In Merovingische en Karolingische tijd bewoond. Vermelding 838: graaf Rodger schonk goederen aan Maartenskerk te Utrecht. Vóór de 15e eeuw een hof met een kleine burcht (hypothese). Bestond in de 15e eeuw uit 9 tot 11 boerderijen, in 16e en 17e eeuw uit een vijftal boerderijen; vóór 20e eeuw “verdwenen” doordat de bebouwing steeds minder als zelfstandige gemeenschap fungeerde. Kaarten uit 19e en 20e eeuw “geven de naam Harten bijvoorbeeld aan de bouwlanden westelijk van het beekdal, of aan de plaats van de vroegere papiermolen, boven de zogeheten nieuwmolen achter de kerk. Wie vandaag de Bennekomseweg vanuit de bossen met weilanden inrijdt, ziet alleen nog de oude boerderij Everzwijnsegoed liggen”. Nu weer in gebruik op topografische kaart, voor kleine groep huizen ten noorden van het bedrijventerrein aan de Oliemolenweg. In 15e eeuw kwam Harten voor bijna twee eeuwen lang aan het Mariaklooster in Renkum. In Harten lag een kapel op of bij het erf Het Langen Broek (waar nu het conferentieoord De Keijenberg ligt; dat laatste ligt dus niet op het nabije erf De Kijen Bergh).)" Uit: Boerderijen in de buurtschap Harten. Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997.

De buurtschap Harten lag zo vanaf de N225, aan beide kanten van het beekdal, de Hartenseweg tot boven aan de Quadenoord en overigens alles ten westen van de Schaapsdrift en de Bosweg. Dus ook de landgoederen Keijenberg en de Quadenoord hoorden destijds tot de zelfstandige buurschap Harten, ook wel Hartten of Hatten genoemd.

De buurtschap Harten bestond uit vijf boerderijen die er al waren rond 1600. Deze vijf erven waren ongeveer even groot. Dat is eeuwen zo gebleven, vijftig morgen land had iedere boer ter beschikking, dat komt met veertig hectare overeen.

Op "Het Kwartier van Arnhem van 12 februari 1815, de Staat van de bevolking in de Provincie Gelderland", valt Harten nog onder Wageningen. Wageningen bestaat dan uit Wageningen, de Kortenberg, Harten en de Heerlijkheid Wolfswaard. Op Harten wonen dan 9 personen onder de 18 jaar. 5 personen zijn tussen 18 en 50 jaar en is er 1 persoon ouder dan 50 jaar. In totaal heb je het dan over 15 personen van het mannelijk gelsacht. Daarnaast zijn er ook 10 vrouwen, zodat de totale burgerbevolking op 25 personen uit komt. Er woonden 25 Gereformeerden, andere geloofsrichtingen waren er niet op Harten.
Tegenwoordig kennen we in Renkum nog de Hartenseweg en de begraafplaats Harten. De voormalige buurtschap De Harten was gelegen aan de Hartensebeek, zo tussen de Keienberg, Bennekomseweg, Hartenseweg en de Kortenburg. De beek overstroomde daar minder bij hoogwater op de Rijn. En er was door de beek een goede watervoorziening. Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. Rond 1570 waren er op De Harten boerderijen, water- papier- en graanmolens. De huidige boerderij De Beken van Staatsbosbeheer, staat op de plek van een van de Hartense boerderijen. Ook het Everwijnsgoed hoorde tot een van de oorspronkelijke Hartense boerderijen. De graanmolen hoorde bij het Onze-Lieve-Vrouwenklooster in de uiterwaarden bij Renkum gelegen te hoogte van de huidige Dorpsstraat. Het klooster Sancta Maria wordt rond 1574 tijdens de Reformatie gesloopt.


Op een uitsnede en bewerkte kaart van het Gelders Archief uit 1731 naar de Geelkerken, J.W. Gelder en B. Elshoff is Harten te zien. Als we de boerderijen aan de Hartense beek tellen dan zijn het er zes.

Harten Renkum

Als in 1649 door Nic. en Arn. van Geelkerck op last van de Rekenkamer een tekening van de landschapshegge „de Mofft" gemaakt wordt, blijkt dat niet alleen de bossen reeds veel meer westelijk teruggedrongen zijn, maar ook dat een viertal boerderijen gebouwd zijn, aangeduid als „Essens bou". Aldus genoemd naar Hendrik van Essen, richter van Veluwezoom en later ook burgemeester van Arnhem, zo rond 1638.

De buurtschap Harten heeft geen bewoningskern gehad, het bestond uit vijf over
het dal verspreid staande boerderijen, (volgens Jan Neefjes). Rond 1771 zijn de boeren allen pachters van de familie van Ghendt. De boerderijen staan verspreid over het gehele dal. De enk is niet aaneengesloten, maar elke boerderij heeft zijn eigen blok bouwland, door een wal afgescheiden van de omringende heide. In Harten zijn vijf grote 'erven',:
Cornells Hendrlcx By den Gaander of Quaeyen Oort,
Harte of Breunis Erve
Jan Dibbets Erve
Het Langen Broeck Gijsbert Hendricx
Zuyder Enck Gerrit Roelofs.
Dichter bij Renkum ligt verder nog het erf 'Den Keijen Berg", bestaande uit bouwland, en in gebruik bij Gijsbert Gerritse. Hier kwam later het huis en landgoed Keijenberg.

Eén van de boerderijen in Harten behoorde aan Gerrit Verwen, welke aldaar ook een stuk bouwland had.
Boerderij de Beken, Nieuwe Keijenbergseweg 172 Renkum

Volgens de BAG is de huidige boerderij gebouwd in 1851. Het woonhuis is uit 1984 !! (zal wel niet kloppen).

De Beken  was in 1712 al bekend onder de naam Langenbroek. En daarvoor was het Langen Broek. Op de kadastrale kaart van 1832 had het grondoppervlak van de boerderij en schuur dezelfde vorm als nu het geval is. Ook toen zou men onder hoog geboomte het pad gevolgd hebben, terwijl het gazon aan onze linker hand de moestuin was. Tussen deze tuin en de beek lag de boomgaard.

Jhr. C. Munter, de eigenaar van het landgoed de Keijenberg, laat ook omstreeks 1820 het herenhuis bouwen, en zijn landgoed doopt hij "de Beken", naar de 3 erdoor stromende beken. Deze beken waren: de Oliemolenbeek, de Afgebrande beek en de (Papier)Molenbeek.
Na Jhr. Munter's dood in 1828 wordt het gehele bezit „de Beken" aangekocht door de rentenier, dhr. P. A. de Veer, welke zich op het landgoed gaat vestigen ; het landgoed is dan 196 ha groot. Dit uitgestrekt bezit wisselt in de eerste helft van de 18de eeuw viermaal van eigenaar. Want nadat in 1836 de eigendom door koop is overgegaan aan C. A. Baron van Grovestein te Renkum, komt het reeds in 1843 aan dhr. G. van Santbergen te Amsterdam.
Rijke Amsterdamse kooplieden zien in dit landgoed een mooi buiten om 's zomers te verblijven.

Notaris Fischer, J.Ch. uit Ede, maakt op 13/6/1825 een akte voor Verkoop onroerend goed, waarbij Cornelis Munter, wonende te Hemmen, aan Pieter Arend de Veer, van een huis en erf, verkoopt genaamd de Beeken, met bijbehorende landerijen, staande en gelegen op de Keijenberg in de gemeente Renkum.

Zo gaat het in een tiental jaren nog weer een paar maal over in handen van andere Amsterdamse kooplieden. Eerst, in 1848 aan Ch. D. Schriller, en in 1855 aan G. L. Wurfbain.


Het is in deze tijd, dat v. d. Aa (Aa, Abraham Jacob van der ; Aardrijkskundig woordenboek; 1851) van de Keijenberg, zoals het landgoed inmiddels reeds genoemd wordt, schrijft : „Dit landgoed, bestaande behalve uit het herenhuis met park, koepel, boomgaard, tuinen en wandelingen, ook uit 3 hofsteden, 2 uiterwaarden, bossen, heide, en weiland. De totale oppervlakte van dit alles bedraagt plm. 234 ha."

Als in 1875 alle bezittingen van de heer Wurfbain verkocht worden, komt de Quadenoord en de Beken in handen van de heer Koker uit Wageningen.

De Beken werd in 1930 verbouwd en en opgeknapt. De daarbij staande schuur heeft in de sluitsteen het jaartal 1854. Toch weer anders dat de BAG vermeldt.

"Het landgoed de Keijenberg van baron Schimmelpenninck was 240 ha groot. Daar waren twee boerderijen bij: de Beken en het Everwijnsgoed. Plus het Boshuis, de woning aan de rechterkant van de weg richting Bennekom en het huisje van Veldman (de jachtopziener), die in het bos achter Hotel Campman woonde."
Uit interview: 19.03 Verhaal interview de heer Hennie van Maanen, 10-04-2012.

Tot 2014 was in de schuur van de boerderij een informatiecentrum van Staatsbosbeheer. Het Natuurinformatiecentrum De Beken is nu gehuisvest in de schuur naast de boerderij: . Van 2014 tot 2016 werd De Beken totaal gerenoveerd voor zorg en een restaurant. link.

Voormalige bewoners van boerderij De Beken op bezoek

Bergerhof: In de 18e eeuw was de Bergerhof onderdeel van landgoed De Keijenberg en bestond het uit onder andere een boerderij en hooiberg. Toen het landgoed rond 1791 werd opgesplitst werd ook de Bergerhof verkocht.

De bouwing de Bergerhof, wordt op 20 Mei 1791 gekocht door Cornelis Munter te Wageningen. Deze bouwing, met alle toebehoren, was bijna 31 morgen groot. Zij bestond bij de verkoop uit „huys, twee bergen en hoff en weyland, grenzende aan Cortenberg en Grunsfoort, behalven de lange streep, voorts het weydjen tusschen den hoff van Suurenk en het akkermaalshout van Cortenberg, voorts bouwland scheydende aan de Bergerhofscheweg en ten andere zijde langs de schaapstreek, wijders een gedeelte van het groot akkermaalsbosch daaraan grenzende, mitsgaders het regt van bepotinge van de allee na de kerk, lopende tot aan het erf van de koornmolen, soo verre het bepoot is gewest, en eindelijk een stuk driestland boven tegen het akkermaalshout van Otto Jansen, samen groot ongeveer 30 morgen, 500 roeden. Uitgezonderd het weidje tussen de hof van Suurenk en het akkermaalshout, behoorde dit bezit geheel tot Renkums grondgebied.
Voormalige boerderij Biesheuvel en Hygiënische Melderij "Oosterbeek", Weverstraat A 149 Oosterbeek.

De heer W.A. van Laer, villa Elfriede, Oosterbeek begin in 1903 een bijzondere melkstal:
Van Laer Oosterbeek

Van Laer heeft ook zijn rekenmodel in Het Vaderland van 31-03-1904 gezet: "1 koe brengt per dag op: aan gemiddeld 12 liter melk a ƒ0,15  ƒ1,80, aan mest ƒ0,08; dus 12 koeien brengen p. j. op ƒ8234,40. 1 koe kost per dag: aan 25 pond hooi ƒ2O per 1000 pond .ƒ0,50 en aan ander voer en stroo ƒ0,50; dus 12 koeien kosten p. Verdere onkosten per jaar zijn: 4 pct. rente van ƒ 12.000 kapitaal ƒ 480. Onderhoud stal, slijtage gereedschap en belasting ƒ400. Afschrijving op stal. ƒ5OO. Verlies- en risico op 12 koeien ƒ4OO. Salaris aan den veearts ƒ250. Salaris aan het personeel ƒ600 dus samen ƒ7010. Er blijft dus ƒ1224,40 aan winst over, wel niet te veel voor de vele zorgen daaraan te besteden, maar men ziet, dat ik alle prijzen hoog berekend en op den voorgrond gesteld heb, dat de exploitant zelf niets verbouwt, maar aille voedingsstoffen koopen moet; een toestand die veel gunstiger zal zijn voor een veefokker-landbouwer. Veel rijker wordt je met 50 koeien in de buurt van een stad. Doen dus.
Op 2 januari 1905 staat er in de Arnhemsche courant van 2 jan 1905: "en daar er nu binnen enkele dagen te Oosterbeek door den heer W. A. van Laer een Sanitiits Milchstall op Duitschen grondslag zal geopend worden, waarnaar vele menschen, onder wie verscheidene collega's, met mij met verlangen uitzien ...."

Van Laer Oosterbeek

De nieuwe nam verschijnt in de volgende advertentie, de eerste advertentie voor de Hygiënsiche Melkerij "Oosterbeek" uit november 1906:
Biesheuvel Oosterbeek
Daarna dagelijks, later wekelijks en daarna regelmatig andere advertenties:

Biesheuvel Oosterbeek

Biesheuvel Oosterbeek
hfl 1000 van de hierboven genoemde hfl 8000, afkomstig van de heer Van der Sleesen..

Beiesheuvel Oosterbeek

Na mei 1907 verschijnen er geen advertenties meer.
Het Everwijnsgoed aan de Bennekomseweg 160 te Renkum.

Het Everwijnsgoed door Ton v d Wal in 1973

De huidige boerderij staat op de plaats waar in 1627 ook al een boerderij stond.
 Everwijnsgoed heeft vanouds behoord tot de bezittingen onder het landgoed Quadenoord, dat sinds het midden van de 17de eeuw in bezit was van het geslacht Van Gendt en van 1703 af als Gelders leen werd vermeld.

"Het erve en goed Everwijnsgoed, bestaande in huys, hoff, berg, twee schaapschotten en terrein, de weyde agter den hoff zuydelijk over de derde beek en het weytje daarnaast westelijk de derde beek, voorts den krommen akker, bouwland, een akkermaalsbosje daarbij, het bouwland en driestland, het heyveld met eenige strnyken akkermaal, de buytenallee met de scheidwal tegens voorn, heyveld en het regt van bépoting van de eene zijde van de allee, mitsgaders de eene helfte van de heg van scheydinge tusschen deese bouwinge en de plaats genaamt ten Broek of Breunis Reynders, voorts een aandeel in het Wageningsche groot akkermaalsbosch, te samen gelegen in het schependom van Wageningen, groot ongeveer vijf en veertigh morgen, vijf hond en een en vijftigh roeden; de plaatse, daar de afgebrande molen heeft gestaan, mitsgaders de heg tusschen de eerste en tweede beek daar tegen aan en eyndelijk een klaverkampje leggende tusschen de tweede en derde beek in het schoutampt van Rencum, samen groot een morgen, een hond, negen en sestigh en een halve roede; sijnde thans een bijsonder leen en afgespleten van den Quaden oort cum pertinentiis, opgedragen door Wilco Holdinga Tialling Camstra thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg aan Egbert Janssen en Fijtje de Haart , ehelieden, die daar weder mede heleend sijn, 11 May 1791." Uit Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen; Gelre 1917.

De naam, gebeiteld in de gevelsteen boven de voordeur, duikt voor het eerst op in de papieren uit 1790. In 1791 wordt het Everwijnsgoed genoemd bestaande uit: een huis, hof, twee schaapskotten, een akker over de Oliemolenbeek en het weitje daarnaast. Behorende bij de boerderij wordt ook genoemd “de afgebrande molen” wat impliceert dat een watermolen in werking was aan de Halveradsbeek die direct langs de boerderij stroomt. De afgebrande molen stond destijds achter “De Beken”. Uit de annalen is in ieder geval bekend dat in 1805 jonkheer C. de Munter, destijds eigenaar van landgoed Keijenberg, de boerderij herbouwde. In 1832 is Pieter Arend de Veer, een rentenier, eigenaar van de boerderij en omliggende landerijen.

Het "Everwijnsgoed" - rond 1800 gesloopt en in 1805 herbouwd in de staat waarin we het nu nog kennen:  Cees Burgsteyn Bomen over Renkum, pagina 23. De sloop en herbouw werd gedaan door de heer Munter.

Gerrit Jacob Peelen (1840-1891), was landbouwer op “De Beken” in Renkum van 1873 tot 1880. In 1880 is hij met het gezin verhuisd naar Barneveld op de hoeve "Horsselaar". Waar hij woonde tot 1889 waarna hij wederom naar Renkum is teruggegaan naar "Het Everwijnsgoed". Daar bleef hij tot aan zijn overlijden in 1911. Hij wordt dan opgevolgd door zijn zoon Gerrit Peelen (1882-1940) die het Everwijnsgoed nog tot 1922 heeft.

"In 1882 neemt Johannes Karsch (1830-1890) uit Oosterbeek  de pacht voor zes jaar van (1882 1888) de boerenhofstede het Everwijnsgoed van Jonkheer Mr. F.J.C. Schimmelpenninck. Dit is een bedrijf met 22 hectare bouwland en weiland. Hij moet f 500,- pacht per jaar betalen. Voorts moet de huurder onder meer: alle gebouwen en bruggen onderhouden voor eigen rekening, heggen snoeien, beken schoonhouden (biezen en pollen wegsnijden). Hij moet het bouwland behoorlijk bemesten en schoonhouden en molshopen verwijderen. Hij moet vijf vrachten voor de verhuurder per jaar doen. Hij moet minstens twee paarden hebben en honderd schapen en tien stuks jarig hoomvee. Nooit minder! Uit Schoutamb en Heerlijkheid, december 1996.

Het Everwijnsgoed is een zogenaamde Betuwse T-boerderij. Het woongedeelte is van de weg afgekeerd. De rechter schuur werd in 1854 gebouwd, terwijl de middenschuur een in 1900 overdekte mestvaalt is. In 1972-73 is Staatsbosbeheer de Eigenaar en onderneemt „Vijf dorpen in het Groen" een actie richting de Monumenten commissie van de provincie Gelderland, om van de niet-beschermde, landschappelijk zeer fraai gelegen boerderij een monument te maken. Er was een gevaar dat de boerderij gesloopt zou worden wegens het verloren gaan van de bedrijfsfunctie. De boerderij stond toen leeg, was te koop voor Hfl. 975.000,= (in andere advertentie Hfl. 795.000,=) exclusief een erfpacht voor de 12.000 m2 grond. In 1980 is de boerderij in gebruik genomen als leerboerderij en werden er cursussen gegeven. Zoals weven, spinnen, broodbakken en tuinieren. Everwijnsgoed is in 1991 verkocht. Vanaf 31 december 1997 werd de boerderij eigendom van de Stichting Monument Everwijnsgoed. Een restauratie begon in 1999 en werd afgerond in april 2001. Er kwam er een cultureel centrum en horeca. Op zomerse zondagen is het er goed toeven.

In 2018 staat het Everwijnsgoed te koop. De opstal wordt in 2019 weer verkocht en de nieuwe eigenaar gaat het in 2020 verbouwen.


Everwijnsgoed, een leerboerderij.

Geschiedenis Everwijnsgoed.

Everwijnsgoed
In een advertentie uit mei 1876 wordt vermeld dat er op boerderij Grunsfoort, een paard met veulen te koop is. Helaas geen adres.
Langs de huidige Hartenseweg lag rond 1570 een boerderij met een grote schaapskooi.
Boerderij Buitenhuis, aan de Hartenseweg, pal tegenover de papierfabriek  Buitenhuis Renkum
Boerderij de Keijenberg.

Tot 1920 was Wouter van de Born 1867-1920 boer te Renkum op de Keyenberg als pachter van Schimmelpenninck. Hij was gehuwd met Antje van Ginkel.
 
Later was Evert Teunissen van den Born (1810-1860) pachter van "De Keyenberg" van Jonker Schimmelpennick.

Naast de Keijenberg waren er 2 boerderijen met een schuur.
Een boerderij was aan de noordzijde van de Hartenseweg gelegen, ongeveer tegenover de laan van O.N.O. Waar we nu het kerkhof kennen. Misschien  dat het voormalige Nooit Gedacht bedoeld wordt, en het kan zijn dat Nooit Gedacht een latere nieuwbouw is van een oudere bouw. Zie voor Nooit Gedacht hieronder.
Keijenberg Renkum
Verdwenen Hofstede "De Suurenk", in het verdwenen Harten te Renkum.

De boerenhofstede Suurenk, was gelegen aan twee kanten van de weg van Renkum naar Bennekom, cq de Hartense- of Molenweg, tegenwoordig de Beukenlaan. Aan de zuidzijde begrenst door ONO. De verkoper op 14 maart 1883 was Hwgeb, Jhr. Mr. Schimmelpenninck. Kadastraal Renkum sectie B, 70, 73, 74, 564, 548, 549 631, 741, 743, 876 en sectie C, een deel van 941. Ook in Wageningen lagen stukken van de hofstede.. Andere eigenaren waren: M. Sanders, Beuker, van Moorsel en I. van Heukelom.

Suurenk Renkum
Suurenk Renkum
Onder aan de zandweg, de latere Waterweg, wed in 1869 door Jan van Heukelom
een boerderij met schaapskooi gebouwd. Deze v. Heukelom was tevens vrachtrijder
voor de papiermolen van Sanders, zodat zijn woning „gunstig gelegen" was.
Heukelom Renkum
Het was daarboven op de bult van de Waterweg, op de uiterste noordgrens van de Hank (de Hank behoorde volgens onze kaart tot de Bergerhof) dat in 1860 Jan van Heukelom zijn boerderij met schaapskooi bouwde. Deze boerderij was zeer gunstig gelegen aan de schaapsdrift, die zich in het verleden tot aan het dorp uitstrekte. En langs deze schaapsdrift dreef van Heukelom zijn schaapjes dagelijks naar de heide. Van Heukelom was eerder pachter van de boerderij op de 'Keijenberg' geweest, dus zijn dagelijkse tocht met de schapen werd wel wat langer. De door hem gebouwde boerderij heeft gestaan op de plaats waar nu de Europalaan overgaat in de Schaapsdrift, en de voorgevel was parallel gelegen langs de Waterweg. Langs de Waterweg was als afscheiding een doornenheg, met daarachter en moestuin. De boerderij was gebouwd in de z.g. Gelderse Stijl, d.w.z. met een dakbedekking van deels riet, en deels pannen. Achter het woongedeelte was de deel gelegen met de stallen. Rechts van de boerderij lag een brede oprit, waaraan ook de schaapskooi was gelegen. Na de dood van Van Heukelom werd Cornelis van den Born bezitter van de boerderij, en zijn broer Gerrit is nog vele jaren als herder met de schapen naar de heide getrokken. In 1921 verhuisde het gezin Van den Born naar de Keijenbergseweg, waar zij een nieuwe woning betrokken. En op deze boerderij kwamen als nieuwe bewoners de familie Hooyer. Hierna heeft de boerderij nog enige tijd leeg gestaan, tot de Gemeente eigenaar werd en er besloten werd tot slopen om plaats te maken voor de huidige bebouwing op deze plaats. Dat ondanks pogingen van het toenmalige raadslid, de heer Hulsteyn, om deze boerderij te behouden als een herinnering aan het verleden.

Van Heukelom was gehuwd met Johanna Reinders. Behalve boer en schapenhouder was hij ook vrachtrijder voor de papierfabriek Sanders op 'Harte'. Op de leeftijd van 24 jaar vervulde hij reeds het ambt van diaken bij de hervormde gemeente, en gedurende de ambtsperiode van ds. Gewin (1879-1884) was hij ouderling.
        Een van zijn kleinkinderen heeft een levensbeschrijving van hem geschreven, en uit deze beschrijving geef ik u één gebeurtenis. Een verhaal dat zich afspeelde in de donkere dagen voor kerst, in het jaar 1864. Grootvader Van Heukelom trouwde in 1863 met Johanna Reinders. Ze woonden op de Mussenberg in Renkum, vlakbij de Keijenberg. In 1864 hadden de jonggehuwden zich al ter ruste begeven, toen er op de deur werd geklopt. 'Wie zou dat zijn, daar zo midden in de nacht, en dat met die koude?' Grootvader zij: 'Ik ga kijken'. Grootmoeder maakte bezwaren, maar toen er weer werd geklopt gingen ze samen naar de deur, en daar hoorden ze een klagende vrouwenstem roepen. 'Ik ben verdwaald, ik moet naar Ede en ik weet me geen raad meer. Hebt u misschien vannacht ook een plaatsje voor mij in de schuur?' Met z'n drieën staken ze in de kou de binnenplaats over, langs de grote zwengelpomp, naar de schuur, waar de vrouw een warm plekje kreeg in het hooi met een paardendeken. Maar weer terug in bed maakte grootmoeder zich toch wel ongerust. 'Is die vrouw wel te vertrouwen, zou ze geen boze plannen hebben?' Dan maar weer het bed uit, en samen slopen ze onhoorbaar weer naar de schuur. En ja, daar hoorden ze iemand praten. Zie je wel, ze praat met iemand, er moet nog iemand in de schuur zijn! Nog even heel goed luisteren en daar hoorden zij de vrouw God danken voor haar plekje in de schuur, en de ondervonden liefde. Beschaamd en diep ontroerd, namen grootmoeder en grootvader even later de arme vrouw mee naar huis. Daar mocht ze in een heerlijk bed de verdere nacht slapen en rusten. link en Schoutambt en Heerlijkheid 1999 4 jaargang 13
Boerderij Quadenoord is rond 1640 gebouwd als boerderij.

Quadenoord Renkum

Quadenoord Renkum

   Notaris Fischer, J.Ch. uit Ede, maakt op 13/6/1825 een akte voor Verkoop onroerend goed. Waarbij Cornelis Munter, wonende te Hemmen, in deze handelend als gemachtigde van Andries Willem Graaf van Hogendorp, wonende te Dordrecht, verkoopt aan aan Pieter Arend de Veer, wonende te Ede, van een boerenplaats genaamd den Kwade Oort, met bijbehorende landerijen, gelegen onder Renkum.
Een erf genaamd de Suideren.

Een oude schaapsstal uit Renkum:
Land de Keijenberg
Harten Renkum 1832











Deze kaart van het HisGis uit 1832 laat de namen van de eigenaren volgens het Kadaster zien. Soms gaat het om Huis, Erf. Schuur. Soms om Huis en Erf, af en toe gaat het om een vrijstaande schaapskooi. Als een schaapskooi bij een huis en erf staat is dat niet zichtbaar.
Gezicht-op-Renkum-met-de-tol-aan-de-Utrechtseweg-tussen-de-van-Ingeweg-en-de-Lindelaan
Het tolhuis in het midden en een boerderij links ter hoogte van de Noordberg aan de straatweg van Renkum naar Arnhem. Deze titel is aan de onderkant van de prent ook te lezen. Toch denk ik de uiterwaarden te zien, rechts. Op de Utrechtsestraatweg is zijn de uiterwaarden vrijwel niet te zien. Het gaat hier dus niet om de Tol bij de Wolfhezerweg. Er heeft een Tol bij Renkum gestaan, ter hoogte van de boerderij de Maat, Van Ingenweg. en het huidige 'Schildershuis', Utrechtseweg 117. Een andere optie voor de locatie is de tol bij Heveadorp. De tol is in het midden en links staat de boerderij Ter Aa. Wie weet de precieze locatie van deze prent?
Cees Gerritsen heeft het in zijn boek "De Fonteinallee herleeft" op pagina 39 over het Lugthuis, ook wel Tolhuis genaamd. Met HisGis is kavel 166 zo op te zoeken, en het beeld wat dan te zien is, klopt niet met wat op bovenstaande prent te zien is. In 1832 zijn er nog 2 boerderijen in de uiterwaarden en staat het Tolhuis met de voorkant naar de Fonteinallee. De slagboom ging vanaf de voorkant over de Fonteinallee. Daar is hierboven niks van te zien. De Tol bestaat in 1832 slechts uit één wat grotere boerderij, zonder bijgebouwen, schuren.
J.P. Wisseling, zicht op de Rijn
Panorama vanuit het westen. Links Oosterbeek met de kerk van Oosterbeek gezien vanaf de Hunneschans, aan de horizon de Eusebiuskerk van Arnhem. Vervaardiger:  
Wisselingh, J.P. van Wisselingh. Datering: 1832-1899. Je ziet ongeveer dezelfde situatie als op de tekening iets hoger op deze site. Alleen een ander hoger  perspectief.
Enigszins alfabetisch, de boerderijen. Deze lijst is verre van compleet.
De voormalige boerderij Bakkershaag, na 1968 afgebroken. stond aan de Bram Streefland weg, waar nu de Meester van Damweg is. Jan Jansen en Elizabeth van Schaijk woonden rond 1917 in huis Bakkershaag.
Bakkershaag Renkum
Opname van Harry Smid uit 1968. De fotograaf stond op de kruising Van Ingenweg en de Theophile de Bockweg. In het midden, het witte huis met zadeldak is café 't Trefpunt en links daarvan staat de boerderij Bakkershaag. Afgebroken na 1968. Tegenwoordig is er een overtollig regenwaterkuil en de Meester van Damweg.
Bakkershaag Renkum
De tennisvereniging Bakkershaag staat op grond van de voormalige boerderij, Vandaar de naam. Op deze foto zijn de twee voordeuren die waarschijnlijk later zijn aangebracht, niet goed te zien. Bij TV Bakkershaag hier een andere foto, waar ze wel op staan.
De voormalige boerderij van Beekhuizen, destijds Dorpsstraat 126 te Renkum.
Tegenwoordig staat hier het gebouw "de Twaalfharten" waar een kruidenier de begane grond gebruikt.
Voormalig Huize Bellevue, Renkum.

Jan van Donselaar en Eva Thomas bouwen in 1798 het huis Bellevue I. Gelegen op de kruising tussen de Weg naar de Keijenberg, en de Weg naar het Plankenwambuis. Bellevue I brand in 1840 geheel uit, en wordt gelukkig weer herbouwd tot Bellevue II. Ook dit pand wordt weer afgebroken en komt er Bellevue III. Tegenwoordig kennen we de naam Bellevue nog als naam voor een straat, met 2 scholen een Chinees restaurant (het gebouw is uit 1922) en een appartementsgebouw en enkele winkels, woningen.
boerderij Bellevue
Bergoord, Oosterbeek, aan de Kerkhofweg, tegenwoordig de Fangmanweg ter hoogte van de nummers 23 en 25. Verwoest in de oorlog.
Rond 1864-65 tekent Maria Vos een boerderij die later verbouwd is tot de villa Bergoord. In 1871 overleed de 89 jarige hoofdbewoner, de heer Charles Girod.
Voormalig bierhuis en boerderij, of te wel de twee huizen onder een dak, aan de Achter 't Dorp, nummers B 64a en 65 te Renkum.
In 1919 verkocht voor de heer Th.T. Jansen.
Voormalige Boerderij Boschbeek, Renkum
Ten oosten van het huidige Nivon pand de Bosbeek, ten noorden van Quadenoord in de gemeente Ede.
Bij Topo Tijdreis te zien tussen 1872 tot en met 1889
Boerderij Fonteinallee 24 in Doorwerth  Andere kennelijke namen: Oosterbouw, Ooster bouwinc, Ooster Bouwing, Westerbouwing, Hoeve de Uiterwaarden en Manege Doorwerth, later kreeg de manege een ander huisnummer: Fonteinallee 26. Er zijn drie boerderijen aan de Fonteinallee die allemaal de naam Oosterbouwing hebben gehad. Volgens Cees Gerritsen kan dat doordat een boer die verhuisd de naam van de boerderij mee neemt.
De oudste kaart die ik zo tegenkom is uit 1616 en dan staat de boerderij Fonteinallee 24 er al op, in het midden onder de boom.
boerderij Arnt Bernts Doorwerth
Bron: 2286-0001 [De limieten van de Hoge Heerlijkheid Doorwerth], 10 juni 1616 Gelders Archief, of klik op de uitsnede van deze kaart voor het origineel.
Naam van de bewoner: Arnt Bernts.
Een iets latere kaart 1666, dezelfde boerderij:
Doorwerth Arent Berents
Een kaart 0124-K51 oostelijke helft Doorwerth uit 1666.jpg. De weg omhoog heet de Doornwerthse Molenberg. of te wel de Molenweg of Meulen-weg (zie Gerritsen pagina 31) tegenwoordig de  Boersberg genoemd. Daar waar nu de boerderij de Boersberg staat, heet het Arent Berents Enck. En wat zuidelijker het woonhuis van Arent Berents kennelijk zelf aan de latere Fonteinallee. Of te wel Arnt Bernts wordt Arent Berents.
Op de kaart: "Caarte daarin die Limitten van de heerlijckheit Dorenwerdt met een rootfarbde lijnie omtagen sijn april 1712" van het Gelders Archief, is hetzelfde te zien:
Doorwerth uitsnede Carte 1712
Het "Bossch is leuk met groen ingekleurd. Je ziet hier een verbeterde versie van de originele kaart onder de link hierboven van het Gelders Archief. Het Arent Berents Enck bij de huidige boerderij de Boersberg is nog hetzelfde als de eerdere kaart uit 1666.
In het boek van Cees Gerritsen: De Fonteinallee herleeft; uit 2007, beschrijft Gerritsen alle boerderijen aan de Fonteinallee. In hoofdstuk 3 worden de boerderijen aan de zuidzijde van de Fonteinallee beschreven. "Achtereenvolgens Westerbouwing, Oosterbouwing. Violenhuis en het Eijke-huis. De plaats van manege /stalhouderij Stal Doorwerth is de enige tot heden permanent bewoonde locatie aan de gehele Fonteinallee. Al in 1616 treffen we bewoning aan". Dan gaat Gerritsen aansluitend verder met: "In 1756 wordt deze boerderij Westerbouwing genoemd". Iets verder op schrijft Gerritsen: "Tevens aan de zuidzijde van deze weg ligt de boerderij "de Westerbouwing" (nu Stal Doorwerth) en rechts daarvan "de Oosterbouwing".
Op een volgende kaart, gemaakt rond 1700 zijn twee boerderijen te zien:
brouilion de carte des prairies de Doorwerth
Deze twee boerderijen staan midden onder aan de Gallery - galderij - Fonteinallee. De rechter boerderij heet Oosterbouwing, en is te hoogte van de opgang naar de Moolenbergh, tegenwoordig de  Boersberg. De linker boerderij heet Westerbouwing (nu Stal Doorwerth).
In de periode daarna wordt er met de namen Wester- en Oosterbouwing gehusseld. Op de kaart hieronder uit 1900 staat de Westerbouwing netjes aangegeven op de locatie van de Oosterbouwing van de kaart hierboven.
Volgens Gerritsen heet de boerderij in 1739 nog steeds Westerbouwing, zie pagina 20 van zijn boek. In 1756 heeft de Westerbouwing nog steeds dezelfde naam (pagina 21)
Fonteinallee 24 Doorwerth
Op deze kaart is goed te zien dat de boerderij Fonteinallee 24 geen naam heeft. De kaart hierboven is een uitsnede van een kaart van de Rijn, uitgegeven door Dijksmagazijnen in 1900, met een nummering van de afstandspalen op de Rijn uit 1870. Deze kaart is door u groter te maken middels een rechts-klik met de muis.
Bron Heemkunde Renkum: "Aan de Fonteinallee, op de plek van de huidige manege Stal Doorwerth stond in 1756 een boerderij die deze naam eveneens droeg, de “ Wester Bauwinge".

De boerderij de Westerbouwing en dus eerder de Oosterbouwing is te vinden onder de plek waar de weg Boersberg en Fonteinallee op gaat. De boerderij Fonteinallee 24 is westelijker, net na het pad naar het Kerkje op de heuvel, over de Heelsumse Enk. Tegenwoordig gaat de A50 tussen de begraafplaats en de Fonteinallee 24 door.
Doorwerth Oosterbouw 143
Hier hetzelfde stukje als hieronder op een Provinciale kaart, (jaartal onbekend) de kadasterkavels zijn anders.  Waarschijnlijk is 129 later gesplits in 146, 144 en 143.
Oosterbouwing Doorwerth
Op een uitsnede van een kadasterkaart (jaartal voor 1880) staat de boerderij Oosterbouw op kavel 144. Geheel rechts, net boven de Zalmen is nog de Noorderbouw te vinden. De weg naar de Boersberg is goed herkenbaar in het midden.
Doorwerth pre kadastrale kaart 1818
Op deze kaart uit 1818 met iets hogere kadasterkavel nummer is de naam Oosterbouwing goed te zien. Bij deze uitsnede is links de weg naar de Molenberg (Boersberg) niet eens te zien. De boerderij Westerbouw heet hier dus Oosterbouw. En links van het Violenhuis, dat nooit van naam veranderd is.

Doorwerth kadaster 1830
Een uitsnede van een Provinciale kaart van Doorwerth uit 1830. De Noorderbouwing heet hier Oosterbouwing. Kijk naar de ligging van het Violenhuis, dat nooit van naam veranderde op deze kaart en de kaart hierboven. De boerderij aan de Fonteinallee 24 staat er nog niet op.
Veel kaarten die hier gebruikt zijn, zijn ook hier te vinden.
Later in de tijd veranderde de naam van het huis in Wester-bouwing, perceel nummer 129: huis en erf. De omliggende percelen zijn dan bouwland en boomgaard. (link)
In het boek van Romers uit 1991: Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum en Renkum in de negentiende eeuw, staat een prent van het huis met de watermolen. Zie prent 113 op pagina 108. Uit het onderschrift: "Nabij de herberg te Doorwerth. Het huis rechts droeg de naam Oosterbouwing".
Oosterbouwing Doorwerth
Dit lijkt een uitsnede van een prent op p114 Romers: Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum en Renkum in de negentiende eeuw. Dit is dus de Oosterbouwing zoals te zien op de kaart hierboven, waarbij de Noorderbouwing de naam Oosterbouwing heeft.

 Een vermelding van de boerderij Fonteinallee 24 is te vinden op de website van de Familie Hendricks in Doorwerth. Genoemd wordt Otto Hendricks [van Pothoven], mogelijke zoon van Hendrick Jansen en Willemken Hendriks. Hij is begraven op woensdag 16 maart 1763 te Heelsum. Van beroep: bouwman en schaapsherder. Otto huwde op 30 april 1730 in Heelsum met Hendrikje Gerrits van Opdal. Zij is begraven op vrijdag 16 februari 1753 te Heelsum. Otto huwde daarna op 21 maart 1758 te Otterlo met Maria Jansen Bungels. Zij is begraven op maandag 24 april 1769 te Heelsum.
Doorwerth Bilders
Naar een schilderij van Johannes Bilders, de streng is aanwezig, en een pontbaas.
Otto en zijn gezin bewonen waarschijnlijk al eerder, maar volgens de pachtovereenkomsten tussen 1739 en 1749 de boerderij de Ooster Bouwinc, bestaande in een huijs, Berg Schuur, Boomgaard van 1,5 Morgen, twee Schaape Schotten en Schadrift, voorts in 12 Morgens Heijland en in 22 Molder Bouwlantes, voorts Heijde van 6 Morgen, 't Kleijland bij 't huijs van 1 Molder als de Voorste Heijde van 6 Morgen, Kempken aen de weg van een halve Mulder + middel Stuck van 15 Mulder, Rigtersland van 2,5 Molder en Bal Kamp, Veersgoed alias Ossekamp van 6 Morgen gelegen ten zuiden van de Galerij onderaan de Moolenbergh [ook wel Heetberg of Boersberg genoemd] aan de Moolenwegh te Doorwerth, heuvelopwaarts vanaf de Galerij. De pacht bedroeg jaarlijks maar liefst 471 Caroli guldens en 21 stuivers!
Volgens de ´lijst van cedulle´ [soort volkstelling en meteen een inventarisatie van het aantal vuurplaatsen, waar belasting over betaald moest worden] van 1749, wonen er op dat moment 5 volwassenen en 4 kinderen op de Ooster-bouwing. Uiteraard Otto Hendrix, bouwman van beroep, zijn vrouw, 3 kinderen ouder dan 15 jaar en 1 kind tussen de 5 en 10 jaar oud. Verder woonden er nog drie ´Knegts, Meijden of andere Persoonen in de Huijshoudinge gehorende.
De Ooster Bouwing was het meest kostbare goed om te pachten, in de hele Heerlijkheid. Pas in 1758 treffen we als pachter ene Gerrit van Maanen. We gaan er dus vanuit dat het gezin van Otto Hendrix tot dat jaar bewoners en gebruikers waren van deze kostbare boerderij. Hij moet tegen die tijd ook wel op leeftijd zijn geweest. Hij overleed 5 jaar later.
Eigenaren: Hierboven zijn alleen de bewoners, pachters genoemd.
Volgens HISGIS is in 1832 de heer Charles Grave van Aldenburg de eigenaar en is de pachter de heer Jansen, Gerrit Bentinck een landbouwer uit Driel. Het gaat dan om een kavel van 220 m² voor huis en erf. Je kunt bij HisGis niet zien welke weilanden gepacht worden.
Na de Van Aldenburgs, worden de Van Brakell's eigenaar. In 1915 is Joan Jacob Adolf Alexander baron van Pallandt de eigenaar. Daarna zien we Marie Berthe Flore Choceret en daarna de Stichting Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg, gevestigd in Heerlen. Zij verkopen het geheel of een gedeelte weer in 1927 aan N.V. Van Wijcks Waalstenenfabriek te Oosterbeek.
Oosterbouwing Doorwerth
In 1931 wordt Bart van Dijk de pachter van het Mijnwerkersfonds. In 1944 wordt het gehele dorp Doorwerth, toen nog aan de Fonteinallee gelegen, geheel weggeschoten.
De boerderij Fonteinallee 24 is herbouwd na de WWII en is een zogenaamde wederopbouw boerderij. Architect Rokus de Jong kwam op 02-01-1948 met de definitieve tekening en volgens de BAG is in 1947 de boerderij in gebruik genomen. Data die niet met elkaar kloppen.
In 1947 zien we de huidige boerderij verschijnen en woont er weer Albertus (Bart) van Dijk (1904), gehuwd met Anna Cornelia Gerritsen (1899). Een dochter, Derkje Cornelia Elizabeth van Dijk woonde met haar echtgenoot Cornelis Bremer bij haar ouders in. Men woonde er tot 1972.
In de periode 1973 tot 1986 woonde hier Renkums burgemeester; Jhr. Mr. Henry Gerrit van Holthe tot Echten (1922 – 2001).
"Burgemeester jhr. mr. H. G. van Holthe tot Echten van de gemeente Renkum en zijn gezin hopen over een poosje uit de huisvestingszorgen te zijn. De heer Van Holthe tot Echten, wiens vrouw in Zelhem paarden en honden fokt (ze hebben er thans respectievelijk 36 en 50) heeft in de uiterwaarden langs de Rijn bij Doorwerth een kleine boerderij gekocht, waar te zijner tijd het bedrijf kan worden gevestigd. Een architect heeft opdracht gekregen een plan te maken voor verbouwing en uitbreiding van het complex. Er moet nogal het een en ander gebeuren (onder meer stallen bouwen) voordat het gezin uit Zelhem, waar Van Holthe tot Echten laatstelijk burgemeester was, naar Doorwerth kan verhuizen. Waarschijnlijk zal de nu al maanden pendelende burgemeester eerst nog een poosje 'op kamers' moeten wonen." Uit de Trouw van 16-05-1973.
  De burgemeesters familie begint in 1973 met de manege Stal Doorwerth. Inschrijving bij de KvK in 1975.   De manege heeft tegenwoordig als adres: Fonteinallee 26.
Fonteinallee 24 Doorwerth
Een goed voorbeeld van een "wederopbouw" boerderij.
Fonteinallee 24 Doorwerth
Fonteinallee 24 Doorwerth
Drie foto's hierboven gemaakt rond 1950 door Cornelis Bremer, die destijds op de boerderij aan de Fonteinallee 24 woonde. Met name de onderste foto laat de situatie net na de oorlog zien. Geen bomen, en een veel kleiner kasteel Doorwerth.
Fonteinallee 24 Doorwerth
De burgemeester verhuisd zelf rond 1975 naar elders, vanwege een echtscheidingsprocedure. Rond die tijd is de manege, tegenwoordig huisnummer 26 verkocht. Kennelijk was er gld nodig. Vanaf 1977 woont de burgemeester weer zelf op nummer 26.

De manege heeft als naam Stal Doorwerth.
Stal Doorwerth
bron van deze foto Martin Nillesen, fotograaf

Bronnen: familie van Dijk - Bremer
Martin Nillisen

Boek van Cees Gerritsen: De Fonteinallee herleeft uit 2007.
Boerderij aan de van Borsselenweg 32, 32a, 32b en 34 Oosterbeek

Volgens de BAG gebouwd in 1839.

van Borsselenweg 34


van Borsseleweg 32
In bovenstaand plaatje zie je de reeds in 1832 bestaande boerderij van de heer Backer aangegeven. In het rood de bebouwing uit 1832 in het licht groen de BRT situatie in 2018.


Oosterbeek Borsselenweg

De familie Backer, heeft van 1811 tot 1833 (uitgebrand) en afgebroken in 1852, een suikerfabriek gehad onderaan de van  Borsselenweg. Tussen 1833 en 1851 werd er aardappelmeel gemaakt. Op de lokatie is nu een waterval te zien. Bij de productie van stroop en suiker bleef er bietenpulp over dat te gebruiken was als veevoer. De voormalige tabaksschuur (de huidige boerderij) werd na 1852 verbouwd tot de huidige 'lange boerderij', met aan weerszijden een pachterswoning en in het midden een grote stal, waarin plaats was voor honderdtien runderen.

Er is een verbouwing geweest in 1906 - 1911. Jaren geleden is de zogenaamde "hallenhuisboerderij" opgeknipt in aparte  woningen.

De oude boerderij aan de Van Borsselenweg, was in september 1944 (Slag bij Arnhem) het hoofdkwartier en verbandpost van D Company van The Border Regiment.

Info Stichting Heemkunde Renkum

De gehele boerderij is een gemeentelijk monument en op wikipedia staat een foto

In 1833 brandde de fabriek af, werd groter herbouwd en tevens ingericht voor de bereiding van aardappelmeel. Dagelijks werd 400 Nederlandse mud aardappels verwerkt, wel tot 60.00 mud per jaar, waarvoor 's winters 50 à 60 arbeiders werden ingezet.

Na het overlijden van J. Backer in 1851 werd de fabriek in 1852 afgebroken, tot het einde toe was er waterkracht gebruikt. De waterval is nog steeds aanwezig.

Bron: "Op kracht van stromend water", Hagens 1998.
Boerderij aan de van Borsselenweg 39 Oosterbeek

volgens de BAG gebouwd in 1834

Hisgis 1832 en 2018
In 1832 staat er al op deze locatie een schuur met erf in eigendom van de heer Backer. In het plaatje hierboven is een HisGis beeld gecombineerd met de BRT achtergrond van de situatie in 2018. Daarbij is de  de toenmalige eigenaar ook zichtbaar gemaakt.
.
Borsselenweg 39 Oosterbeek
Opname ten tijde van de leegstand door Karel Noy uit Heelsum.

Van Borsseleweg 39 Oosterbeek

Inclusef omliggend erf verkocht in 2013. Opgeknapt in 2014 volgens wikipedia met foto. De boerderij is gestript en opnieuw opgebouwd.

manege Oosterbeek

 Voor de WWII woonde er de fam. Schut. Daarna de familie van G. van Veelen, tot ongeveer 1987

"Zaterdag, 19 mei 2007 - DEN HAAG/OOSTERBEEK - Eigenaar Theo Jansen van de oude boerderij aan de Van Borsselenweg 39 in Oosterbeek werd deze week tegen wil en dank definitief eigenaar van een officieel monument". Uit de Gelderlander van 19 mei 2007.
Boerderij de Boersberg, Boersberg 1, Doorwerth.
Doorwerth Boersberg
Op een kaart van de heerlijkheid uit 1602, getekend door Bernardt Kempink (Arch. Rekenkamer, Kaarten no. 259) worden westelijk van de Doorwerthse straat met name genoemd de percelen van Jan de Ruyter en het St. Catharinagasthuis, benevens de Arnt Brantsen enk. Dit laatste stuk bouwland was gelegen waar thans de boerderij de Boersberg staat, met het omliggende terrein. Deze enk was een van de akkers van de fam. Brantsen.
Boersberg Doorwerth
Baron Van Brakel liet in 1879 drie boerderijen bouwen. Behalve de Noordberg en de Boersberg in Doorwerth, ook de Zonneberg in Heelsum.
De Boersberg bestond toen uit een boerderij en een
Boersberg Doorwerth
 hooiberg. Op 30 april 1889 is er een veiling van alle beesten, karren, eggen, opgeslagen aardappelen en zaad (geen inboedel of opstal) in opdracht van de weduwe A.M. Hupkes. Met ingang van februari 1890 is de boerderij dan te huur. In 1901 kwam er een varkensschuur bij.

Als J. G. W. Baron van Brakell in 1903 de goederen Laag-Wolfheze en de Kabeljauw, aan zijn zuster, mevr. v. Heutz-Baronesse van Brakell, verkoopt, dan is daarbij als voorwaarde gesteld, dat zolang de verkoper eigenaar van de boerderij „de Boersberg" zou zijn, de pachter van die boerderij het recht zou hebben, zijn schapen langs de beek te leiden. Sinds echter de eigendom van de Boersberg in andere handen kwam, is ook dit laatste recht vervallen.
 In 1904 brandde alles af, op 2 schuren en het bakhuis na.

Boersberg Doorwerth
Daarna volgde herbouw en dat is wat je nu ziet. Een gemeentelijk monument. Volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1979?? Terwijl er uit de jaren 50 van de vorige eeuw al ansichtkaarten zijn met "Kampeerboerderij de Boersberg". Volgens de Boersberg zelf: De boerderij zelf werd in 1879 gebouwd, dit staat ook aangegeven op de gevel.  Wikipedia
Boerderij en kwekerij de Boschhoeve, Boshoeve 3 te Wolfheze.

Het gebied van de Boschhoeve is in 1880 ter grootte van 87 ha aangekocht uit het bezit van de fam. van Brakell, waarna het in verschillende handen is geweest.

"Landbouw. Demonstratie van landbouwmotoren op de Boschhoeve. Het Amerikaansche systeem van landontginning, waarbij motorische kracht die van paarden vervangt, vindt in onze onmiddellijke omgeving toepassing op De Boschhoeve, gelegen op een kwartier afstands van Station Wolfheze, grenzende aan de spoorlijn naar Utrecht. Tot voor korten tijd stonden hier dennenbosschen, deze werden gekapt en het uitgestrekte veld, dat ongeveer 100 H.A. groot is, werd eigendom van den heer I. J. v. d. Haven, huize Kievitsdel te Heelsum. De eigenaar heeft thans met een ontginning van het terrein een aanvang gemaakt, waarbij de heer J. Versteeg uit Oosterbeek als bedrijfsleider optreedt. Reeds schiet op ongeveer 40 H.A. bewerkten grond de rogge op en nadert de groote boerderij De Boschhoeve haar voltooiing" . Arnhemsche courant 06-02-1920.

Sinds 1940 behoort het aan dhr. J. Koelman, die daarna vanaf 1949 in de voor hem gebouwde woning op zijn landgoed bewoont. Gebouwd in 1940. Op 8 en 9 september 1940 was er een uitslaande brand bij de Boschhoeve. Nieuwbouw in 1940. Of de oude noodwoning, die in 1981 in gebruik was, er nog is? Een gedeelte van de Boschhoeve is herbouwd na de WWII en is een zogenaamde wederopbouw boerderij.
 

Boschhoeve Wolfheze
Lees ook het verhaal bij Landschapsbeheer Gelderland en de website van Kwekerij en Tuin De Boschhoeve.
Broekhorst, Broekhorst 1, Heelsum

 link. Volgens de Bag betrokken in 1948. Bij Topotijdreis staat er al een boerderij als de contouren van bouwingen zichtbaar worden rond 1870.
Heelsum Boekhorst
Voormalige Boerderij de Buunderkamp en de villa de Buunder, gebouwd in 1884. De boerderij de Buunderkamp werd bij wijze van proef door dhr. Heldring op de zandgrond gebouwd, voor melkvee en kaasmakerij. Dit experiment is echter een mislukking geworden, zodat de boerderij ten dele is afgebroken.
De rest werd in 1896 door dhr. Smit verbouwd tot pension, en in 1904 door dr. Adriani ingericht als rust- en herstellingsoord. De laatste 20 jaren wordt het als hotel geëxploiteerd door dhr. Evers. Ten behoeve van de Buunderkamp werd omstreeks 1913 een gelijknamige halte door de Ned. Spoorwegen aldaar geschapen, welke echtér rond 1930 weer opgeheven werd.
Hoeve Doorwerth, Doorwerthse heide 10, Heelsum.

Rond 1933, 1935 bewoond door J.G. Jurrius, landbouwer. De familie zelf geeft aan dat de men er al sinds 1929 woont. De boerderij is afgebroken ten behoeve van de A50. De bungalow die er nu staat is gebouwd eind jaren 60.
Voor de Tweede Wereldoorlog stond er een grote veldschuur, afgebrand in september 1944. Wat er nu staat is een graanschuur uit 1947. Gebouwd met behulp van het Marshallplan. Dan is er een  grote ligboxenstal. Gebouwd in 1968 en was destijds één van de eerste moderne ligboxenstallen. link  Tijdens de wederopbouw na de oorlog konden mensen geld krijgen vanuit het Marshallplan. Dit was een omvangrijk materieel hulpplan uit de VS om Europa weer op de been te helpen. Met behulp van het Marshallplan is de grote rode schuur gebouwd. link
Het goed de Drieskamp te Heelsum, Utrechtseweg 30.

De Drieskamp ligt aan de Heelsumse beek die tot 1923 de grens tussen de gemeenten Doorwerth en Renkum markeerde. De oorspronkelijk zuidelijke molen van de Drieskamp lag officieel in de gemeente Doorwerth. Het waren gronden van de heerlijkheid Doorwerth die in erfpacht werden uitgegeven. Ooit waren er twee molens schuin tegenover elkaar aan de Papiermolenbeek, c.q. Heelsumsebeek. De Noordelijke en de zuidelijke molen op de Drieskamp zijn beide in 1728 gebouwd. De noordelijke molen is omstreeks 1820 afgebroken. De zuidelijke molen heeft dienst gedaan tot 1872 en omstreeks 1874 afgebroken, daarna werd hier een wasserij gebouwd ‘De Drieskamp’.

Lees hier meer over bij de pagina over molens. Het is nu een woonhuis.
Boerderij Drieskamp, bron Gelders Archief
Drieskamp Heelsum
Drieskamp opname rond 1900.
Boerderij De Eikelenkamp Heelsum

Voormalige boerderij van H.G Evers, Toulon van der Koogweg 52

(volgens adresboek 1957 en adresboek 1961 52a) , aan de oostzijde ten zuiden van de Ireneweg. Die boerderij van Evers was nog actief in de jaren ´60. Aan de wegkant van de boerderij lag er een mestvaal. Waarschijnlijk was dit de laatste boerderij, die nog in het centrum van Oosterbeek lag. In de WWII is de boerderij beschadigd en boer Evers heeft tijdens het herstel daarom een tijdlang in die noodwoning gewoond. Die noodwoning lag ten zuiden van de boerderij, zeg rond de voormalige openbare lagere Julianaschool en het stukje wei. 
De openbare lagere Julianaschool aan de Ireneweg 16 begint al in 1947, doch dat zal misschien de oprichtingsdatum zijn. De school zelf staat er volgens de BAG in 1955. De school is weer gesloten in 1988. Nadat Evers weer terug kon naar zijn boerderij is de noodwoning nog gebruikt door de familie Maatman. Bij de Stichting Heemkunde in de gemeente Renkum staat op deze pagina een foto van de boerderij.
Voormalige Schaapskooi De Groene Bedstee, Schaapskooi aan de Koninginnelaan, iets ten oosten van huisnummer 32; Heelsum.

Zou al bestaan sinds 1875
Groene Bedstee Heelsum
Groenendaal. Kortenburg 3 Wageningen.

Deze boerderij is op pré-kadastrale kaarten van voor 1812 terug te vinden. Was te vinden op het landgoed dat we nu kennen als ONO. De eerste bekende bewoner is A. Versteeg, de boschbaas. Gerrit van den Hul, en ook zijn vader Henrik van den Hul, zijn geboren op de boerderij Groenendaal. Want zijn grootvader was daar tuinknecht en hij moest ook nog die paar koeien melken voor ONO. Toen het later sanatorium was, hadden ze daar ook een paar koeien. Hendrik heeft in de oorlog de Engelsen door het bos geloodst tot aan de Rijn, zodat Jan Peelen ze kon helpen bij het laten overzetten. Hendrik had geen vergunning van de Duitsers en Jan Peelen wel. Die mocht ’s nachts buiten zijn. Onderduikers zaten onder de boerderij in een gewelfde kelder. Groenendaal Wageningen ONO
Aan de linkerkant van de Koningslaan, als je vanaf ONO naar Wageningen loopt is er een dennenbos te zien, vroeger was dat een voetbalveld. Onder de grond liggen de resten van een oude boerderij.
Hij was gekraakt en op een gegeven moment werden de krakers opgepakt voor een diefstal op De Zoom. Van der Klift liet de boerderij direct dichttimmeren. De volgende dag mochten ze hun spullen ophalen en onmiddellijk daarna ging alles tegen de vlakte. Alle puin verdween in een gat en ligt daar nog steeds”. Patrick Jansen, Van Heide tot Lusthof, p98; 2012. Zie ook p 39 over een andere boerderij op ONO.
Groenendaal ONO Wageningen
De Nederlandsche Heide Maatschappij.

In 1888 werd de Nederlandsche Heidemaatschappij opgericht ter bevordering van de ontginning en ontwikkeling van 'arme' heidegronden en moeraslanden. Ook in 1888 wordt in Arnhem een „afdeeling Arnhem der Heidemaatschappij", opgericht bestaand uit de gemeenten Arnhem, Rozendaal, Velp, Rheden, Dieren, Oosterbeek, Renkum, Ede en Elst.

Rond 1910 heeft de Heidemij stoomploegen: daarmee kunnen gemakkelijk te bereiken velden bewerkt worden. "Het Apparaat, bestaat uit twee grote locomobielen, die de benodigde kracht leveren en den zwaren ploeg, aan een kabel verbonden, tusschen zich heen en weer trekken. Wij bevelen ieder die belang stelt in dit werk aan eens te gaan zien op welke wijze deze eerste grondbewerking voor 't in cultuur brengen der heide wordt uitgevoerd. Den bezoekers wordt echter aangeraden niet vóór den ploeg te loopen". Uit de Apeldoornsche courant van 03-08-1910.
Heide mij
In augustus 1910 wordt besloten, met 96 tegen 10 stemmen, het bestuur te machtigen, over te gaan tot verkoop van de heide.

Ook in 2021 bestaat de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij (KNHM) nog.
Henriëttehoeve, Duitsekampweg 25, Wolfheze

Een kleine gevangenis die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog behoorde tot een Duits legerkamp dat in bij de Henriëttehoeve gevestigd was. De buitenzijde van het gebouwtje bevindt zich nog grotendeels in oorspronkelijke staat; het platendak, de deuren en vensters zijn ooit een keer vernieuwd. Tussen 1915 en 1917 was er in verband met de Eerste Wereldoorlog een kamp voor Duitse geïnterneerden aan de huidige Duitsekampweg.

In de Bag is de hoeve voor het eerst betrokken in 1983. link
Henriettehoeve Wolfheze
In 1860 bouwde Jan van Heukelom een boerderij met schaapskooi op de Mussenberg dicht op de Waterweg te Renkum. Langs de Waterweg werd een haag geplant als afscheiding en achter de haag was een schaapskooi en een moestuin.
De boerderij werd begin jaren 1960 gesloopt en er werden portiekflats gebouwd.
Hoeve Doorwerth, Doorwerthse heide 10, Heelsum.

De oorspronkelijke boerderij van Jurrius van rond 1928 is afgebroken ten behoeve van de A50. De bungalow die er nu staat is gebouwd eind jaren 60. Voor de Tweede Wereldoorlog stond er een grote veldschuur, afgebrand in september 1944. Wat er nu staat is een graanschuur uit 1947. Gebouwd met behulp van het Marshallplan. Dan is er een  grote ligboxenstal. Gebouwd in 1968 en was destijds één van de eerste moderne ligboxenstallen. link
Tijdens de wederopbouw na de oorlog konden mensen geld krijgen vanuit het Marshallplan. Dit was een omvangrijk materieel hulpplan uit de VS om Europa weer op de been te helpen. Met behulp van het Marshallplan is de grote rode schuur gebouwd. link
Voormalige boerderij Huis ter Aa. Dunolaan Heveadorp.

Deze boerderij was de naamgever voor de volgende modelboerderij.


Huis ter Aa, Heveadorp
De verdwenen modelboerderij Huis ter Aa, Dunolaan Heveadorp.

destijds van de heer Scheffer, die op de Duno woonde.
Modelboerderij Huis ter Aa

Modelboerderij Huis ter Aa in gebruik tussen 1908 en 1915. De heer J.W.F. Scheffer krijgt Heveadorp en het aangrenzende gebied de Duno in bezit in 1888. De eerste bebouwing vindt plaats aan de Rijn, maar al vrij vlot wordt de stuwwal aan de bovenkant geëgaliseerd en komt daar de Modelboerderij te staan. En, vrij nieuw voor die tijd, het geheel was geëlektrificeerd. De boerderij bestond uit stallen, stoomzuivelfabriek, werkplaatsen, administratie (aan de Dunolaan). Er kwamen woningen in het Seelbeekdal. I Een waterfilterkelder hoorde bij de modelboerderij. De waterfilterkelder is te vinden aan de beek ter hoogte van de Beeklaan 17-19 in Heveadorp. Er kwam een winkel in Arnhem voor de verkoop van melk. Scheffer was gehuwd met één der dochters van de chocoladefabrikant Van Houten. Van Houten zelf was vennoot van de Modelboerderij. In 1915 wordt de modelboerderij Huis ter Aa verkocht aan Dirk Frans Wilhelmi en Co die er vanaf 15 oktober 1816 de rubberfabriek Hevea begint.

Huis te Aa, Heveadorp

Huis ter AA
veiling advertentie uit 1909

Een restant van de modelboerderij van Scheffer is nog steeds aanwezig in de uiterwaarden onder de Duno. Vanaf de oostelijke dijk van het kasteel Doorwerth is het net niet te zien.
Waar: in de uiterwaarden, te bereiken vanaf de ingang naar de parkeerplaats naar de Stuw bij Driel, en loop daar naar het westen. Na zo’n 100 meter ben je bij meerdere oude ijzeren hekken waar de koeien aan gebonden werden. Wat: een wasplaats en melk locatie voor de koeien van de modelboerderij, voor zover ze in deze uiterwaarden liepen. De koeien werden verzameld, gewassen en daarna gemolken.
De voormalige boerderij Huis ter Aa.
Huis ter Aa
Iets verder op in deze brochure wordt de "métairie Ter Aa" beschreven, deze zou enige jaren voor 1888 gebouwd zijn, en bestaan uit woonhuis met erf, veestallen, bergschuur, hooiberg, tuin, boomgaard, weiland en losplaats en benevens de grintweg bekend als Fonteinallee of Weg Onderlangs. Een métairie is een in bedrijf zijnde boerderij. De boerderij Ter Aa, staat op de kaart aangegeven als zijnde Huis ter Aa, onderin het Seelbeekdal bij de Fonteinallee. Later bouwt Scheffer een "Huis ter Aa" genoemd naar deze boerderij. Zie de kaart uit de brochure hier onder. De naam Ter Aa, of Gat van ter Aa, komt al op oude kaarten voor oa die van Nicolaas Geelkerken rond 1650.

De boerderij Ter Aa wordt in 1888-89 gehuurd door Steven Kleinpaste voor een bedrag van hfl 800,- per jaar. De huurprijs is inclusief het recht tot tolheffing op de Fonteinallee. Het huurcontract loopt volgens de veiling brochure minstens tot 1 februari 1891. Het latere tolhuis staat in 1888 nog niet op de kaart. Steven Kleinpaste is tevens opzichter op de Duno. In verkoop advertenties voor mijnhout, masthout, e.d. zie je de jaartallen 1894 en 1895, waarin Kleinpaste genoemd wordt.
Iscra, Telefoonweg 8 Renkum, betrokken in 1918 volgens de BAG.
De boerderij van Janssen Koninginnelaan 45, Heelsum.

Op deze locatie is tegenwoordig Klein Vosdal te vinden.

Ken ook een andere naam en adres: Jansen, Koninginnelaan 85, Heelsum
Nadat het werk in de papierindustrie rond 1850 verminderde, werd door velen een ander emplooi gezocht. Dit werd gevonden in de tabaksteelt, welke ook reeds met goed gevolg in Renkum beoefend werd. Op verschillende erven langs het beekdal verrezen dan grote tabaksschuren, en vrijwel het gehele gedeelte tussen de Koninginnelaan en de beek, vanaf de Veentjesbrug tot aan de boerderij van Janssen werd bewerkt en beplant voor de tabaksbouw.
Landgoed Johannahoeve, Oosterbeek

Landgoed „JohannaHoeve", destijds liggende in de gemeenten Oosterbeek, Arnhem en Doorwerth. Oosterbeek, 1913. Andere namen: Waldfrieden was er van 1850 tot 1908. Daarna heette het de Johannahoeve van 1908 tot 1945, en daarna Nieuw Vrijland.

De Johannahoeve strekte zich uit van de Buunderkamp Wolfheze tot de Oosterbeekse begraafplaats, ten noorden van de spoorlijn. Aanvankelijk bestond de Johannahoeve uit de ontginning van een uitgestrekt bos- en vooral heidegebied.

Het landgoed "Johannahoeve" maakte tot de jaren omstreeks 1839-1843, toen het door de de spoorwegaanleg werd doorsneden, deel uit van het grote domein Dreijen. Burgemeester Jan van Embden kocht het gedeelte ten noorden van de spoorlijn aan in 1860. Hij liet er in 1884 een boerderij en het jagershuis "Waldfrieden" bouwen. Het bouwbedrijf van de heer Hellingmans (1866-1933) uit Amsterdam verwierf het in 1906. De bedoeling van de heer Hellingman was te komen tot de bouw van een tuinstad op het fundament van hygienische, esthetische en ethische overwegingen. In de laagte "De Slenk" bij Wolfheze voorzag hij een elektrische centrale en verder waterleiding. Voor de tramaanleg, dwars over de heide naar station Wolfheze, was al veel zand verzet, toen zijn plotselinge dood een einde maakte aan zijn  arbeidsgemeenschapsplan.

Het gebied werd in 1909 aangekocht door Geert van Mesdag (1863-1939) (van de chocoladefabrikant Van Houten) en de ontginning van (heide)gronden werd energiek aangepakt, evenals de bouw van boerderijen en andere opstallen.

Arnhemsche courant, 12-04-1913: "Na afloop der vergadering van het Hoofdbestuur der Geldersche Overijsselsche Mij van Landbouw, werd een excursie gemaakt naar de modelboerderij „Johanna-Hoeve", te Oosterbeek. Ruim 250 leden der maatschappij en ook de heer Hoek, directeur-generaal van den Landbouw, namen aan deze excursie deel. Op het Landgoed „Johanna-Hoeve" voor eenige jaren nog meerendeels heide en bosch, is thans een groot landbouwbedrijf gevestigd. De bouwlanden, grootendeels uit heide ontgonnen, beslaan een oppervlakte van ruim 300 H.A. De bodem bestaat uit hoog gelegen zandgrond, de boerderij is naar de moderne eischen ingericht: de stallen zijn ruim, goed geventileerd, licht en hygiënisch; de oogst wordt er machinaal verwerkt met electrische en stoomdrijfkracht. Het doel is in hoofdzaak de verbouw van verschillende veldvruchten als rogge, haver aardappelen, boekweit enz., de teelt van zaaizaden, het fokken en mesten van varkens en het houden van koeien, met melk- en boterverkoop. Als nevenbedrijven worden uitgeoefend: het houden van schapen, kippen, bijen en het teelen van fijne tafelappels en tafelperen. Langs een uitgestrekte weide, waar een 20 roodbonte pinken, die er alle best uitzagen rustig graasden, ging de wandeling over het uitgestrekte terrein allereerst naar de boerderij voor de varkensfokkerij waar de verschillende exemplaren van het veredelde Duitsche landras werden bezichtigd. Algemeen was men getroffen door de keurige inrichting en de prachtige excemplaren, zoowel van beeren als zeugen. Deze boerderij voldoet aan de strengste hygiënische eischen. Na een wandeling van ruim een half uur langs de in cultuur gebrachte gronden, waarbij men gelegenheid had de nieuwste landbouwwerktuigen in werking te zien, kwamen we aan de boerderij een complex van een vijftal gebouwen, het centrum van het bedrijf. De ruime, naar de meest moderne eischen ingerichte koestal, biedt plaats aan 84 koeien, De stal is electrisch verlicht en voorzien van waterleiding. Het voeder wordt machinaal toebereid. Ruim 70 exemplaren van het mooie Roodbonte Maas-, Rijn- en IJselslag waren op stal. Achter den koestal bevindt zich de zuivelfabriek, die alweer naar de strengste eischen ingericht, voorzien is van de nieuwste machines, die electrisch worden gedreven. Nevens de zuivelfabriek bevindt zich het laboratorium, waar de melk wekelijks wordt onderzocht. Nog een tweede varkensstal bevindt zich hier, waar de varkens voor de mesterij worden verzorgd, terwijl een goed ingerichte paardenstal plaats biedt aan 16 paarden, die worden gebruikt voor ploegwerk, eggen en transport. Tevens worden elk jaar een paar veulens gefokt van gekruist Oldenburgsch en Belgisch ras. Voor zwaren arbeid op de dikwijls moeilijke wegen, bewijzen een tiental ossen goede diensten. Een zestal ossen voor de Sack-diepploeg ploegt de heide voor ontginning tot een diepte van 45 cm. Er worden een paar honderd schapen gehouden. De mest hiervan verkregen is zeer waardevol voor ontginningsdoeleinden. Naast stalmest wordt veel kunstmest gebruikt, waarvan jaarlijks meer dan 60 waggons wordt aangevoerd. Op een hoog gedeelte van het landgoed, temidden van jong dennenhout, worden een duizendtal kippen gehouden. Verder worden er bijen gehouden, die behalve voor honigopbrengst, van veel nut zijn bij de kruisbestuiving, speciaal roor de vruchtboomen. In den boomgaard zijn in hoofdzaak goudreinetten en ster-appels geplant. Een groot gedeelte van het landgoed is met bosch bezet (ruim 400 H.A.) waarvan jaarlijks veel hout geleverd wordt in alle sorteering. Hoewel door de groote uitgestrektheid alles slechts vluchtig kon bezichtigd worden, waren alle deelnemers toch uiterst voldaan en verbaasd over de resultaten, die hier door doelmatige bewerking van den eertijds woesten bodem, waren bereikt".

De opbouwfase was tegen 1914 zover gereed dat de bedrijvigheid kon beginnen, hetgeen een belangrijke bloeiperiode in de streek betekende. Veel mensen vonden er werk. Bij station Wolfheze werden enige arbeiderswoningen gebouwd (De Vierslag) om onderdak te bieden aan vaste medewerkers, die elk een halve ha grond voor eigen gezinsgebruik konden bewerken. Daar verrees ook de woning van (jacht)opzichter C. Klaver. Uit de glorietijd stamt ook de Johannahoeveweg die van het station Wolfheze naar de modelboerderij leidde, en
waarlangs grondstaffen en producten werden vervoerd. De klinkerbestrating is hier en daar nog terug te vinden, en lijkt sterk op die van de Italiaanseweg. Later bouwden werknemers van Johannahoeve (Middendorp, Wiersma) maar ook anderen (keuterboeren) hun eigen woningen langs de Duitsekampweg in Wolfheze. Behalve de vaste bezetting op de bedrijven werkten er in de bloeitijd zo'n 20 tot (in het seizoen) 100 arbeiders.
Het hele Johannahoeve-complex (bijna 900 ha) was volgens moderne Amerikaanse werkwijze opgezet en nagenoeg selfsupporting (met o.a. een bakkerij, smederij, maalderij, eigen watervoorziening en elektriciteit); maar ook werden er kippen, schapen en bijen gehouden; en de bossen leverden het benodigde hout en ook inkomsten uit mijnbouw.


Johannahoeve

De om een binnenplaats gebouwde hoofdboerderij, evenals het landgoed Johannahoeve
geheten, bestond uit de centrale opstallen en een zuivelbedrijf (Middendorp was daar de baas, en Wiersma deed de zuivelboerderij; ten tijde van WO-II waren dat Hoogendam en Van Manen; Hoogendam was reeds in 1925 aangesteld, en toen hij in 1940 overleed nam zijn zoon Evert het over). Even verder naar de Dreyenseweg in Oosterbeek lag de varkensboerderij. De hoofdactiviteit was echter landbouw, die ook werd bedreven op de centraal in het gebied gelegen boerderijen De Slenk en De Schaapskooi (de gebroeders Aalbers) en op Reijerscamp (Noordam).

Arnhemsche courant, 1934: "De zweefvliegdemonstratie op Johannahoeve. Naar wij vernemen hebben de autoriteiten thans toestemming verleend voor het houden van een zweefvliegdemonstratie op Johannahoeve op 7 April a.s. (Pelikaandag voor de gemeente Renkum). De demonstratie zal plaats hebben van 2:00 tot 3:30 uur".

Arnhemsche courant 1935: "De plannen voor een autorenbaan.
Toen eenigen tijd geleden bekend werd, dat het bestuur van de K. N. A. C. zijn toestemming, verleend aan het gemeentebestuur van Heerlen, introk, omdat dit geen kans zag het benoodigde geld bijeen te brengen, hebben de Arnhemsche initiatiefnemers zich onmiddellijk tot het bestuur der K. N. A. C. gewend met de mededeelingen, dat zij nu de plannen weer ter hand namen en binnenkort definitieve voorstellen zouden doen. Sindsdien zijn verschillende plannen in studie genomen. Een daarvan was de aanleg van de racebaan op een voor natuurreservaat niet bestemd gedeelte van de Hooge Veluwe. De burgemeester van Renkum, de heer J. J. Taisma zinspeelt daarop in een hoofdartikel, dat men in dit nummer vindt. Een bezwaar van Arnhem en Renkum tegen het plan Hooge Veluwe is, dat het landgoed valt onder de gemeente Ede, zoodat de vermakelijkheidsbelasting geheel in de kas van die gemeente vloeit. Een van de andere plannen is het aanleggen van de baan op het landgoed „De Johannahoeve", dat gedeeltelijk onder de gemeente Renkum, gedeeltelijk onder de gemeente Arnhem valt. We vernemen dat er heden op de Johannahoeve opmetingen zijn verricht, en onderzoekingen zijn gedaan naar de bodemgesteldheid, welke zeer geschikt bleek voor het beoogde doel. Welke van de plannen tenslotte de voorkeur zal krijgen is nog niet met zekerheid te zeggen. Doch velen zullen hopen, dat de autorenbaan in de omgeving van Arnhem tot stand zal komen. De kansen staan gunstig, want zijn we juist ingelicht, dan is het benoodigde kapitaal reeds bijeen".
Later blijkt dat de eigenaren van de gronden hfl 700.000 vragen terwijl er slechts hfl 600.000 door de KNAC geboden werd. De plannen worden afgebroken.

De Telegraaf; 10-06-1955: "Vrouwengevangenis bij Arnhem. Op de terreinen van de Johannahoeve. op vijf kilometer van Arnhem, zal onder architectuur van ir. F. Sevenhuysen een nieuwe vrouwengevangenis worden gebouwd. Deze komt in de plaats van de sterk verouderde vrouwengevangenis in Rotterdam. Het wordt een hoofdgebouw met een aantal paviljoens er omheen, waarin de vrouwelijke gevangenen overeenkomstig de moderne opvattingen, welke bij ons gevangeniswezen sinds enkele jaren in practijk worden gebracht, werkzaamheden zowel in als buiten de inrichting kunnen verrichten".
De Tijd, De Maasbode; 16-11-1961: "Op het daarvoor beschikbare terrein Johanna-hoeve in Arnhem zal een nieuwe vrouwengevangenis worden gebouwd. De vrouwengevangenis in Rotterdam kan dan worden opgeheven, aldus minister Beerman in zijn memorie van antwoord op de begroting van Justitie".
Omdat het aantal te verwachten op te sluiten vrouwen in de jaren vanaf 1961 afnam van 110 naar 40 in 1973, werd besloten af te zien van de bouw bij Arnhem. In 1978 wordt er een gedeelte van de gevangenis in Maastricht voor vrouwen bestemd.

Dan komen er plannen om een gedeelte van de Johannahoeve te bestemmen voor sport accomodaties. De Nederlandse Sport Federatie vraag toestemming en in februari 1963 geeft de provincie Gelderland toestemming voor een sportcentrum. Papendal wordt officieel geopent op 7 mei 1971 door prinses Beatrix.

Waldfrieden.
Eind 19e eeuw was het hele gebied ten noorden van Oosterbeek tot de Buunderkamp in Wolfheze één groot landgoed onder de naam ‘Waldfrieden’. Op de plek waar nu het rusthuis staat van Mill Hill stond vroeger het landhuis Waldfrieden waar de grootgrondeigenaar zo nu en dan kwam. Het landgoed werd begin 1900 eigendom van de industrieel Mesdag. Hij vernoemde zijn nieuwe landgoed liefkozend naar zijn oogappeltje én dochtertje Johanna: De Johannahoeve.
Landgoed Jonkershoeve, aan de Renkumseheide 6, 6871 NR te Renkum.

Reeds in de Bataafs-Franse tijd wordt veel van het Renkumse domeinbezit door de Rekenkamer verkocht. Een stuk grond van 83 hectare gaat dan over naar de Arnhemmer Alphert Alphers. Bij Demoed is het jaartal 1830 te lezen, misschien een foutje.
Het duurt echter nog jaren voordat het terrein ontgonnen wordt. Op de topografische kaart (Kraijenhoffkaart) uit 1850 is te zien dat er heide met struikgewas aanwezig is.

Het gehele gebied van de gemeente Doorwerth is vanaf 1837 eigendom van Jacob Adriaan Prosper, Baron van Brakell, de bewoner van kasteel Doorwerth. De baron komt te overlijden in 1853.
In 1861 wordt de Jonkershoeve gesticht voor jonker J.G.W. van Brakell. Jacob van Brakel moest in dat jaar de schapenteelt op de Renkumse Heide uitbreiden. HB: Het is me nog niet duidelijk of de jonker pachter werd, of eigenaar. Want vrijwel alle goederen van de baron van Brakel zijn na het overlijden van de weduwe, de douairière Jeanne Henriëtte Gabriëlle van Schuijlenburch in 1878, verdeeld. Door onenigheden duurt de erfenis verdeling tot 1880. De erfenis gaat naar 9 kinderen.
De oudste dochter was in 1880 al overleden, haar oudste zoon krijgt dan het kasteel. Het tweede kind was de Doorwerthse burgemeester Ph. A. Baron van Brakell en die hielp zijn jongste broer: jonker Jacob Gabriel Willem Baron van Brakell  (1842-1911) met de Jonkershoeve.

Bij Demoed, pagina 118 staat: "Burg. Ph. van Brakell had namelijk een stuk grond van ruim 80 ha aangekocht van de erven fam. Alphers te Arnhem. De bedoeling hiervan was, dat zijn zoon jonker Jacob G. W. van Brakell, aldaar een gemengd bedrijf zou beginnen, waarbij de schapen-teelt een belangrijk onderdeel was. Zo werd dan in 1861 de zgn. „Jonkershoeve" gebouwd".
Jammer, een foutje bij Demoed. De Doorwerthse burgemeester had zelf twee kinderen: Anthon Franc Willem van Brakell en Jeanne Henriëtte Gabriëlle van Brakell. (link) en geen Jacob G.W. van Brakell.

In een gebied bestaande uit ongeveer 100 hectare heide en wat bos. 80 hectare aangekocht van Alphers en in de destijds nog bestaande gemeente Doorwerth had van Brakell al rond de 27 hectare. In 1861 werd de jongste uit het gezin van Brakell aan werk geholpen. Jacob was destijds nog minderjarig, vandaar de actie van zijn oudste broer, tevens burgemeester van Doorwerth.

Jacob van Brakell moest de schapenteelt op de Renkumse Heide uitbreiden, maar slaagde daar om uiteenlopende redenen niet in, waardoor de hoeve in andere handen overging.

Jonkershoeve in 1898
Op deze kaart ter gelegenheid van de Kaart op voor de revue voor de koningin op 21 september 1898, (opstellingen langs de Telefoonweg) is de Jonkershoeve goed te zien. Later is de kavel nog groter, want ook de huidige golfbaan werd gepacht van Jonkershoeve.

In 1915 is Johanna Suzanne Goekoop - de Jongh (1877-1946), de weduwe van Adriaan Eliza Herman Goekoop (1859-1914), eigenaar van de Jonkershoeve. Zij woonde op Park Zorgvliet, en bezat tevens het Catshuis in Den Haag. Herman Goekoop heeft zich van het leven benomen nadat zijn Russische spoorwegaandelen, in 1917,  waardeloos waren geworden. Op 15-4-1922 staat in de Oosterbeekse Courant dat het Landgoed 'Jonkershoeve' is aangekocht door Ver. 'Vredeheim'.

Daarna werd de Jonkershoeve gekocht door de familie Tinzen. Deze familie exploiteert een akkerbouwbedrijf en een paardenpension. Daarnaast bestaat het bezit uit bossen, boomkwekerijen en enkele woningen.
gezin-Van-Uffelen-boswachter-voor-Goedkoop-bij-Jonkershoeve

De golfclub De Heelsumse is aangelegd op gronden die behoren bij de Jonkershoeve.

"Het zal zomer 1964 geweest zijn dat we in Renkum logeerden. Op een fietstocht kwamen we langs de resten van de Jonkershoeve, die in 1944 bij het landingsgebied van de Airbornes lag. Eén luik, dat scheef hing, heb ik meegenomen. De geluiden van die septemberdagen in 1944 moeten er nog in zitten. Het luik hangt tegen de schuur in onze tuin in Breda. Erachter heb ik een man geschilderd die uit het raam kijkt en achter die man een spiegel waarin je ziet wat hij ziet: parachutisten die neerdalen bij een bosrand (naar Pyke Koch, ‘Het Uur U’). ‘Hommage aan onze bevrijders’ heb ik aan de binnenkant van het luik in gouden letters geschilderd. Op zon- en feestdagen zet ik het luik open. Dat zal ik houden: dankbaarheid jegens onze bevrijders!" Citaat Drs. J. Cornelis.

luik van de Jonkershoeve
De boerderij de Jonkershoeve aan de Renkumseheide, "stond op de middag van zondag 17 september 1944 midden in de landings- en afspringterreinen van de zweefvliegtuigen en parachutisten. Hier was ongeveer de locatie waar John Frost met zijn manschappen landde. De 1e Parachutistenbrigade, onder leiding van brigade-generaal Lathbury, vestigde hier zijn eerste hoofdkwartier. Het stafkwartier van het 1e bataljon van het Border regiment bleef hier achter om de terreinen te beveiligen voor de tweede aanvoer van troepen op maandag 18 september. In de namiddag van dinsdag 19 september 1944 was de Jonkershoeve alweer in Duitse handen" (bron).
Het pand raakte behoorlijk beschadigd. In 1964 werd nog een raamluik meegenomen. Na de oorlog werd de boerderij gepacht en opgeknapt door de Amsterdamse brandweer, het werd een vakantiehuis voor het personeel. In de voortuin kwam als herkenningsteken een brandmeldzuil te staan. De schuur naast de Jonkershoeve is een gemeentelijk monument.
D. Dorresteijn, was in 1943 een landbouwer op de Klein Amerikaweg 2 (Tegenwoordig nummer 30) te Renkum. De boerderij is herbouwd na oorlogsschade in 1949-50.

Jonkershoeve, Renkum Wolfheze
De voormalige boerderij Jonkershoeve is in 2015-16 afgebroken en door nieuw vervangen.

 
In 2015 ging de oude hoeve geheel ter vlakte en wat er sinds 2016 nieuw gebouwd is lijkt er nog een beetje op.

Met dank aan Arthur J. van Essen (1938, Rotterdam) en Tweevoeter.nl
Boerderij en de voormalige molens op de Kabeljauw, Kabeljauw 6 te Heelsum.

Volgens de BAG is de huidige boerderij bewoont sinds 1926. In dat jaar is de boerderij de Kabeljauw ook verkocht (D.J. Holtslag) en bestond toe uit twee woningen, met schuren, weiland en erven. Bij de verkoop is er dus de huidige nieuwbouw gepleegd.
De Kabeljauw is het gebied tussen de Wolfhezerbeek en de Utrechtseweg, ten noorden van Doorwerth, tussen de Drieskamp en iets westelijker dan Kievitsdel. Later is daar de Kamp vanaf gegaan.


Door Piet Burgsteyn wordt de Kabeljauw al genoemd in 1625, als Tanneken van Kemel, de weduwe van Jan Kabbeljauw uit Dordrecht, verklaart verkocht te hebben aan Dirck Otten molenaar en papiermaker in Heelsum. Door het artikel van Burgsteyn begint de geschiedenis van de Kabeljauw ruim 100 jaar eerder dan bij anderen.
In de literatuur heeft men het steeds over twee molens op de Kabeljauw. Een molen ten noorden van de middelste beek, de Papiermolenbeek en een ten zuiden ervan.
Bij Nikkels is te lezen dat van Aldenburg in 1728 begint met de bouw van de twee papiermolens. Het gaat dan om Anton II Rijksgraaf von Aldenburg, de zoon van van Aldenburg. In 1801, verkoopt Graaf William Bentinck, heer van Doorwerth, aan de gebr. Pannekoek onderscheidene bezittingen, waaronder vrijwel de gehele Kabeljauw, vanaf de Driestkamp tot aan de molen „de Kabeljauw".
Lees meer over de Kabeljauw bij molens.
Boerderij aan de Kabeljauw 8, Heelsum.
Volgens de BAG bewoont sinds 1878.
Kabeljauw Heelsum
Boerderij Kinderkamp Kabeljauw. in de buurt van Kabeljauw 9, Heelsum

De ansicht is uitgegeven door boekhandel de Jong, Heelsum. In verschillende kranten werd geadverteerd: Kinderkamp op boerderij „De Kabeljauw". Uniek gel. bij bos, hei en zwembad, ƒ 6 p.k. . p.d. Pr. ref. Prosp. op aanvr. J. Gerritsen. Tel. 08373-5xx. De advertenties verschenen tussen 1953 en 1964.
Kinderkamp Kabeljauw Heelsum
Landgoed de Kamp, aan De Kamp te Heelsum.

Veel van het landgoed is verdwenen bij de aanleg van de autoweg A50, die open ging in 1972. In 1928 begon Reneé van Vloten er een proefboerderij voor de varkensteelt. De boerderij aan de Kamp 1 - 3, gebouwd in 1928, die ervoor gebruikt is, is in 1950 verbouwd naar een rietgedekte   3-onder-1 kap woning op Landgoed De Kamp.

lees meer over de Kamp op het gedeelte over landgoederen
Landgoed de Kamp, ansicht 1973
De Kievitshoeve, Heelsum.
Rond  1930 is de Kievitshoeve een Pension en theeschenkerij aan Heelsumse beek (Kabeljauw 6).
Klein Amerika, Klein Amerikaweg 30, Renkum

Afgebrand 's avonds 18 september 1944 en opnieuw gebouwd in 1949 volgens de BAG.

Veel boeren hadden voor 250 gulden een houten keet gekocht op Vliegveld Deelen, zodat ze wel op hun land konden wonen. Boer Dorrestein bouwde een eigen noodwoning van steen.

Het gebied tussen Quadenoord en de Jonkershoeve heet ook wel Klein Amerika, naar de uitgestrekte landbouwpercelen die er liggen. De Jonkershoeve zelf is een van de grotere boerderijen in dit gebied, zie bij Jonkershoeve.

Rond 1910 kwam boer Timmer vanuit Langerak naar deze boerderij op de voormalige reeds ontgonnen Renkumse heide.

Stadegaard Renkum


Uit de gemeenteraad van 11 september 1930: "Goedgekeurd. Voorstel tot overname van eenige wegen op „Klein Amerika" te Renkum van den heer L. J. van Nieuwenhuizen, die op zijn terreinen kleine landhuizen en betere arbeiderswoningen wil exploiteeren. Blijkens het rapport van den Gemeentearchitect voldoen bedoelde wegen aan de gestelde voorwaarden. Goedgekeurd".  Uit de Arnhemsche courant van 13-09-1930.

"In de vergadering van den Raad der gemeente Renkum op Donderdag 21 Februari 1935, des namiddags half drie ten Gemeentehuize te Oosterbeek, komt aan de orde: Aan den Plaggenweg te Renkum, nabij boerderij Klein Amerika, zullen een 6-tal dubbele woningen worden gebouwd." Uit de Arnhemsche courant van 15-02-1935.

"Verkoop boerderij 'Klein Amerika' Telefoonweg kad. Sectie C no. 1092, 1186, 1188, 1187, 1459, 1461, 1463, 1483, 1485, 1486, 1487, 1488, 1490 groot 51 ha 6 are 20 ca. Eigenaar L.J. van Nieuwenhuizen. OC 16-01-1932". bron St. Heemkunde Renkum

Na operatie Market Garden (september 1944) is de familie Dorrestein naar Ede (Ederveen) geëvacueerd. Begin december 1944 is er grootschalig gezamenlijk aardappels gerooid op de terreinen van Van Peelen, Tinssen, Dorrestein en Jo Jurrius.

Dorrestein Renkum
Boerderij aan de Koninginnelaan 2a, 6866 NM Heelsum
Bouwjaar: omstreeks 1850

Verdwenen Kousenhuisje, Oude Kloosterweg 1 te Wolfheze.

Wolfheze Kousenhuisje

naar een ingekleurde ansichtkaart
Meer info over het Kousenhuisje is hier te vinden. In 1989 is er op de plek van het Kousenhuisje een nieuwe woning gezet. De naam Kousenhuisje komt van de vele kousen die het Ziekenhuis Wolfheze zo tot 1970-75 door de boerin liet wassen.
Boerderij Loopbergh, c.q. Loobergh, Loopbergenseweg 1 te Oosterbeek. Het huidige pand is volgens de BAG uit 1872, doch Demoed heeft het in z'n boek Van een groen kleed .... al over een vermelding van de boerderij in 1666, vanwege het verpachten van het bouwland oostenlijk van de Mariëndaalse beek.  Er was ook een boerderij op de Loopbergenseweg 2. In deze boerderijtjes woonden oa. de families Hent Verholt, Hent Berendsen en zijn vrouw Kaatje, Jan Aalbers, Hendrik -van der Scheur, Beêrnd Wolven en Kemmes. De betreffende landbouwers bewerkten o.m. ook het bouwland langs de Graaf van Limburg Stirumweg, dat ze met 'Siberië' aanduidden.
In het boek: Monumenten in Nederland. Gelderland uit 2000 wordt als bouwjaar rond 1850 genoemd.
Voormalige boerderij de Maat, Utrechtseweg Renkum.



Renkum de Maat

Boerderij de Maat, waar later het personeel van Petronella Ploem zou wonen, was één van de aller oudste hoeven in Renkum. De eerste vermelding dateert van 1357. Boerderij de Maat betaalde toen o.a. tienden (kerkelijke belasting) aan verschillende kloosters, destijds ook wel de ‘Maatsche Tiend’ genoemd. Boerderij de Maat heeft niet altijd deze naam gedragen, in de 16e eeuw heet ze nog ter Buiten of dar Buten.

 Jhr. C. Munter, de eigenaar van het landgoed de Keijenberg, koopt op 17 Mei 1802 van Baron van Goltstein voor 4910 gld. het erf de Maat, gelegen bij de huidige Maatweg aan de Utrechtseweg. Dit goed bestond uit een bouwmanshuis, schuur, berg, schaapskot en boomgaard, en was gelegen met 11/4 morgen ten zuiden van de Utrechtseweg en met 6 morgen bouwland ten noorden daarvan. Boerderij de Maat is gesloopt plm. 1910.

De Veluwepost van 11 maart 1998 schrijft over deze boerderij: “In 1617 wordt de boerderij verpacht aan Lubbert Torck, drost van Wageningen. Volgens oude kaarten stond deze boerderij eerst in de uiterwaarden aan de zuidzijde van de weg, maar is waarschijnlijk omstreeks 1700 verplaatst naar de noordzijde van de Utrechtseweg, hoek
Utrechtseweg/Maatweg. Reden voor deze verplaatsing zal de wateroverlast bij
hoog water geweest zijn. Ook de uiterwaarden behoorden bij het gebied van de
Fluitersmaat en zijn onder de naam “De Maat” op de kaart te vinden.”

De boerderij de Maat strekte van Ploem's bosje tot de tuin van Overweide. Hannes van den Bom was een van de laatste bewoners. Het bouwland van de Maat lag aan de huidige Utrechtseweg naar Heelsum. Zeg maar iets oostelijker dan het voormalige klooster.

Lees meer over de Maat bij landgoederen en Fluitersmaat
Boerderij de Mariahoeve, Telefoonweg 16, Renkum Ouder adres rond 1934: Telefoonweg 8-10.

Is een ontginningsboerderij uit circa 1880. Familie Staadegaard ging er in 1922 wonen, link. Tegenwoordig zie je de naam Mariahoeve voor een paarden pension en ook wordt wel de naam pensionstal Staadegaard gebruikt.

Kijk ook bij Klein Amerika.

veldschuur Mariahoeve Renkum
bron
Boerderij "De Meije", Pietersbergseweg 15, Oosterbeek.

Gebouwd in 1896 en staat op de Gemeentelijke monumentenlijst.
De Meije Oosterbeek door AJ van der Wal
De Nederhof, een Eltens goed te Renkum, rond 1300-1400 in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouwe klooster in Renkum

Nol in 't Bosch. Hartenseweg 60, Wageningen.

Sinds 1836 ligt idyllisch verscholen in een prachtig stuk natuur nabij Wageningen een huis, met erf, land en een laan met opgaande bomen. Alles in eigendom van Anthonie van Rijn, een Wageningse touwslager. Van Rijn verkoopt de boerderij in 1856 aan de boswachter Arnoldus (Nol) Gerritsen.
Nol gaat zelf aan de oostzijde van de Hartenseweg wonen. En begint met de bouw van een herberg die in de volksmond al snel “Nol in 't Bosch” genoemd werd. In 1877 verkoopt Arnoldus Gerritsen zijn goed Zandenberg (of Zandenburg) aan Adrianus Beyer. Later komt het goed in handen van eerst zijn weduwe en daarna zijn zoon, Arnold Beyer.

Lees meer bij hotels.
De verdwenen boerderij Nooit Gedacht. Renkum. Bennekomseweg 164 Renkum.

Nooit Gedacht Renkum

De boerderij zelf is na de oorlog vervangen door deze boswachterswoning. In de BAG staat dat dit pand in 1917 in gebruik is genomen. Dit lijkt me niet te kloppen. Nooit Gedacht is er niet meer, er staat een soort boswachtershuis.

De verharde weg naast dit huis is veel interessanter, reden om een tekst te gebruiken van Geert Nijland: "Volgens mij (G.N.) maakt deze weg één geheel uit met het pad naar de manege bij Quadenoord ten noorden van de (Nieuwe) Bennekomseweg. Een hele oude belangrijke weg voor de buurschap Harten. De verharde weg langs het huisje staat op veel oudere kaarten, maar je ziet nooit een naam. Toch vermoed ik dat deze weg deel uitmaakt van de vroegere Hartter wegh alias Ginckeler wegh op de kaart van Kempinck uit 1610, Gelders Archief. Deze weg was een verbinding van Ginckel via Quadenoord naar Harten, en via de huidige Hartenseweg door naar Renkum. Hij staat ook op een kaart van Isaac van Geelkercken uit 1657, Gelders Archief. Op de kaart van Kempinck kun je zien dat de weg ten noorden van de Maander straet (iets te zuiden van de Ginkelde Heide) Ginckeller wegh werd genoemd en ten zuiden van Maander straet heette hij Hartter wegh. Op een Kaart van Nijhoff uit 1845 is ook nog een restant van de weg aangegeven (maar zonder naam)". Met dank aan Geert Nijland.

De weg naar "Nooit Gedacht" wordt in 1958 ter hoogte van de begraafplaats Harten geruimd. De weg naar Nooit Gedacht lag in het verlengde van de huidige Kortenburg, vanaf ONO naar het noorden, aansluitend op de Bennekomseweg. Deze weg is nu een pad en is rond 1965 naar het westen verlegd en gaat nu tussen de begraafplaats en Campman door, naar het noorden.

Kijk je bij de site TopoTijdreis, dan zie je de weg langs Nooit Gedacht in 1871, samen met de boerderij verschijnen. Dan zie je ook dat met deze weg de manege bij Quadenoord wordt ontsloten. In 1957, zie je de huidige situatie. Jammer dat je bij TopoTijdreis niet exact een jaar kunt zien, de kaartenmakers lopen altijd achter de werkelijkheid aan.

Eind september - oktober 1944 moet Renkumse bevolking evacueren. Men gaat naar Bennekom, en dan verder naar het noorden, westen. Er staat een Duitse controlepost ter hoogte van Nol in't Bosch. Nol in't Bosch was "gepacht" door de Duitse bezetter. Uit ervaring weten Renkumers dan al dat de Duitsers je bagage willen doorzoeken op geld en juwelen (jammer dan) of dat ze dan je ausweis willen zien. En als er een Renkums gezin moet evacueren, neem je ook de onderduikers mee. De weg zonder naam wordt dan door de evacuerende Renkumers gebruikt om zonder Duitse controle toch op de weg naar Bennekom te komen.

Een andere naam voor de weg naar Nooit Gedacht is de laan van Veldman. Veldman was de jachtopziener die in de oorlog in de boswachterwoning woning verbleef.
Oude boerderij op de Noordberg bij Heelsum

Deze ansicht heeft gelopen in 1923. Zelf zie ik geen boerderij, maar een schuur. Waar op de Noordberg ??
Noordberg Heelsum Doorwerth
De voormalige boerderij Oosterbouwing aan de Fonteinallee Doorwerth
Oosterbouwing Doorwerth
Boerderij aan de Paasberg 17, Oosterbeek.

De boerderij is volgens een verkopende makelaar 1870 en de BAG geeft 1874 aan.

In de tuin staat een herdenkingsvaas. Deze vaas is aangeboden door de 21e Indepent Parachute Company, die dit deel van de  perimeter gedurende de laatste 4 dagen van de Slag om Arnhem verdedigden. Tijdens een bezoek aan Oosterbeek in juni 1987 hebben drie leden van de 21st Independent Parachute Company (Stan Brown, Alan Sharman en Don Day) in overleg met de heer H. Kardol (bewoner van Paasberg 17) besloten in de voortuin van dit pand een monument te plaatsen. Terwijl de drie pelotons van de '21ste' in 1944 het gebied tegen de oprukkende bezetter verdedigde, zat de familie Kardol met totaal dertien personen in de kelder van hun huis aan de Paasberg.
Boerderij Paasberg Oosterbeek
  boerderij ‘Het Pannehuus’ nabij de Van Borsselenweg, Oosterbeek.

Ook wel Pannehuis genoemd. De boerderij stond tot 1944 op de plek in de rode O op de plattegrond hiernaast. Bij de N is de Naald van de Hemelseberg (Gedenkzuil Kneppelhout-van Braam) te vinden.

Sinds een paar jaar gaat er een fietspad tussen de van Borsellenweg en de Hoofdlaan er onder (ten zuiden) langs.
Pannehuus Oosterbeek
De locatie is ter plekke nog te zien aan de restanten van de waterput.
Pannehuis Oosterbeek
Voormalige manege The Paddock, Utrechtseweg 2, Doorwerth.

Latere naam per 1 januari 1959 Stal Doorwerth. Die naam komt dan voor de tweede keer in de gemeente Renkum voor. Dit was de eerste, en hiernaast, Fonteinallee 24, later 26 hanteert die naam nog steeds.
The Paddock begint op 27 februari 1958 (KvK). Ingeschreven door S. de Vries, gehuwd met A. Timmer uit Oosterbeek. In 1963 verhuist de eigenaar naar Heelsum. Op 23 maart 1964 wordt Stal Doorwerth uitgeschreven bij de KvK.
Boerderij van Peelen. Brinkweg 2a, tegenwoordig Europalaan 98 te Renkum.

Een grote markante boerderij, midden in het dorp, op de hoek met de Molenweg. Gebouwd in 1922. Jan Peelen, geboren in Renkum 19 augustus 1877, overleden op 2 februari 1963. Begraven op Onder de Bomen. Gehuwd met Grietje van den Brink (Renkum 29 juni 1876 - Renkum 25 juni 1958) uit Renkum. Samen kregen ze 8 kinderen: De oudste was Gerrit Jacob Peelen (woonde en werkte later in Den Haag en is de auteur van meerdere boeken, oa "Het begon onder melkenstijd" en "Renkumse vertellingen". Het  vijfde kind was Jan Peelen, de hoofdpersoon van "Het begon onder melkenstijd" en als burger, drager van de Militaire Willemsorde. Meer over Jan Peelen op dit gedeelte van m'n website.

Peelen Renkum

Vader Peelen begint als landbouwer, later komt er een oliehandel (en kunstmest) bij en nog later een transportbedrijf. Het transport begon met het papier van het om de hoek liggende Van Gelder papier. Een eerste grote uitbreiding is aan de overkant van de Brinkweg, het latere "gat van Peelen". Daarna stopt de boerderij.

Peelen Renkum

  Het transportbedrijf bestaat nog steeds in zit sinds december 1986 oa in Andelst.

Na de oorlog is er wat lichte schade (volgens de gemeentelijke schadekaart na de oorlog) aan het woonhuis op de Brinkweg.
GROTE BRAND TE RENKUM De brandstoffen en kunstmesthandel der fa. J. Peelen en Zn. werd door een felle brand zwaar getroffen Door onbekende oorzaak brak in de garage der firma brand uit, die dermate toenam dat de Renkumse brandweer schijnbaar voor een hopeloze taak stond. Zij wist in vereniging met de brandweer van v. Gelder, de brandweren uit Oosterbeek, Ede en een ploeg uit Arnhem het vuur zodanig te beperken dat het woonhuis gespaard bleef. Grote hoeveelheden kunstmest, turf, hooi en stro, vier vrachtauto s en een groot aantal wagens, een viertal varkens gingen in deze brand, die in vijf loodsen woedde, verloren. De schade is nog niet te schatten, doch loopt in de tienduizenden. Uit de  Arnhemsche courant van 08-09-1947
De BAG geeft 1948 (klopt dus) aan voor het nieuwe woonhuis van de boerderij. Peelen Renkum
Er zijn nadien meerdere verbouwingen gedaan. De huidige Molenweg 24 is nu veel kleiner. Er kwam een kantoor tussen het woonhuis en de erachter gelegen schuren, loodsen. Volgens de BAG is een laatste verbouwing gedaan aan de schuren in 1996. Tot 2014 was de kavel  Europalaan 98, 98a, 98b, 98c en Molenweg 24 oa in gebruik als woonhuis, kantoor en opslagterrein van het aannemingsbedrijf W. ten Böhmer. Daarna heeft er een poosje een kringloopwinkel van Jan Splinter gezeten en de kinderopvang Peuterplein. In een van de loodsen is zelfs studentenhuisvesting geweest, terwijl het bestemmingsplan het over een bedrijven terrein heeft. Jan Splinter had daar met zijn winkel ook last van en is dus verhuisd naar een leegstaande winkel. Op de Molenweg 24 was tot 2019 een fysiotherapiepraktijk gevestigd. Er zijn vele bestemmingsplannen voor deze ruime kavel eo geweest. Zo ken ik de bestemmingsplannen uit 2013, 2015 en 2018.
Peelen Renkum
De voormalige schuur van Peelen.
Reijerscamp, Wolfheze in 1939 gepacht door C. Noordam. In de septemberdagen 1944 vonden hier een groot deel van de luchtlandingen plaats. Er zijn 161 gliders geland.

Wikipedia
Voormalige boerderij Reyershoeve Oosterbeek, bij de Hemelse Berg.

Volgens v. d. Aa (Aa, Abraham Jacob van der ; Aardrijkskundig woordenboek; 1851) waren er op het landgoed de Hemelse Berg in 1844 de villa's Lucienheuvel, Pietersberg en Hemeldal. Daarnaast was er ook een kleine boerderij, genaamd de Reyershoeve.
Demoed laat op pagina 284 weten dat: "De boerderij Reyershoeve is waarschijnlijk de thans nog aan de zuidzijde van de Benedendorpsweg (no. 180) bestaande boerderij, sinds enkele jaren de Witte Poort genaamd". (foto). Bij de BAG is als eerste jaar van bewoning 1870 te vinden.
Reijershoeve, Renkum

Het Renkumse Veld

Zie de topografische kaart van 1904: Het Renkumse Veld is dan eigendom van de Buurt van Renkum (voor de Rekenkamer) en wordt verhuurd aan defensie als oefenterrein.

De Heide Maatschappij heeft grote heidestukken op het Renkumse en Doorwerthse veld ontgonnen. Enkele werkboerderijen zijn er nog steeds zoals de Maria Hoeve.

De verkavelingsstructuur van het Renkumse Veld is na zijn ontginning niet meer veranderd. Het gebruik van de grond is wel veranderd. Het gebied is lang als akkerland gebruikt, maar is nu grotendeels grasland. Ook is een aantal percelen getransformeerd tot golfterrein.

Renkumse Veld
Renkumse Veld
kaart uit 1898 ter gelegenheid van de leger-revue voor de Koningin
Voormalige boerderij Roelofsen, destijds Jhr. Ned. Van Rosenthalweg 60, Oosterbeek
Na oorlogsschade verdwenen na 1944.

Roelofsen was in 1944 een contactadres van de L.O.  (Landelijke Hulp Organisatie voor Onderduikers) Roelofsen is later door de Duitse SD gearresteerd in wist aan een executie te ontkomen door uit te breken uit zijn cel.
Boerderij Rossenberg. vroeger Utrechtseweg, daarna Breedelaan, tegenwoordig Bredelaan 2.

Deze boerderij is volgens de BAG gebouwd in 1909 en was daarmee de eerste bewoning in het blokje huizen en villa's tussen de Utrechtseweg, Bredelaan, Wolfhezerweg en de Zonneheuvelweg te Oosterbeek.
Oosterbeek
Boerderij de Schaapskooi, Tegenwoordig Hazenakker 4, Oosterbeek
in 1944 was dit de boerderij van Aalbers.
Sinderhoeve, Telefoonweg 77 Renkum.

link, de boerderij nr 79 link. In de WWII periode bewoond door boer Pennings.  
De Sinderhoeve, tegenwoordig een proefstation, is in eigendom van de Wageningen Universiteit.
Voormalig landgoed De Slenk, een oude naam voor wat we nu kennen als Sportcentrum Papendal in Arnhem.

In het gebied van De Slenk verscheen rond 1905 een gebouw met twee functies. Er werd water gewonnen voor het landgoed en er werd elektriciteit opgewekt om huizen en opstellen van licht te voorzien.
De gebouwen in de Slenk werden gebruikt voor landbouwdoeleinden en gedeeltelijk ingericht als woonhuis voor boer C. Aalbers. De stenen van de boerderij zijn ter plekke gebakken.

In 1966 is het landgoed in handen gekomen van de Nederlandse Sportfederatie.
De Sonnenberg, Oosterbeek. Sonnenberg was een oud leen (1428) van Doorwerth. 

Lees hier meer over de Sonnenberg.
"Een hegge hout in het kerspel Oosterbeek, genaamd Hillenbos, met toebehoren, (1576: op Sonnenberg en 3 malder rogge aldaar op Gijsbert van den Berge; 1630: zijnde erf en goed Sonnenberg; 1692: in Renkum").
Boerderij ‘de Vallei’ in het Heelsumse beekdal.
Veluwse hallenhuisboerderij Van Borsselenweg 32-34 Oosterbeek, stamt uit 1840 en is in 1911 verbouwd.

Veld en Beek, Fonteinallee 33, Doorwerth.

Tot 2010 was er de oudere naam: boerderij de Noordberg. Baron Van Brakel liet in 1879 drie boerderijen bouwen. Behalve de Noordberg en de Boersberg in Doorwerth, ook de Zonnenberg in Heelsum.

Boerderij Heelsum Noordberg

Cees Gerritsen schrijft in zijn boek: Fonteinallee herleeft, dat de Noordberg eerst in 1888 op een kadasterkaart  voor komt. Prijkt op de monumentale gevel van de Boersberg nog het negentiende eeuwse jaartal, de gevel van de Noordberg laat zien: 'Eerste steen gelegd december 1948'. Van de oorspronkelijke boerderij is niets meer over, verwoest in de Tweede Wereldoorlog. De ingenieur (A.M.R. Stalfoort - Van Heugten) die in 1948 de eerste steen legde voor de 'tweede versie' van de Boersberg was de rentmeester van het premiefonds van Nederlandse mijnwerkers. Algemeen Mijnwerkersfonds te Heerlen. Dat kocht de boerderij in 1921 van baron Van Brakel, die grond en opstallen vanwege geldgebrek van de hand moest doen.

Rond 1907 en later woont er de familie Jacob van Maanen.
van Maanen Doorwerth

Jacob komt te overlijden rond 1915 en diens zoon H.J. van Maanen is dan de opvolger. Hij is dan ook raadslid van de gemeente Doorwerth. In 1910 wordt zoon S.H. van Maanen geboren. Zoon  In augustus 1942 sloeg op de boerderij van G. Timmer op de Noordberg bij Doorwerth de bliksem in een korenberg, die geheel gevuld was met pas geoogste rogge en haver. Alles werd een prooi der vlammen. (uit het Leeuwarder nieuwsblad).

In 1939 is het Mijnwerkersfonds eigenaar en het Mijnwerkersfonds geeft de Heidemij de opdracht om 6 hectare op de Noordberg te ontginnen. In de winter van 1944 - 1945 is de boerderij geheel verwoest. In de BAG, is na het herstel van oorlogsschade, de hersteldatum als zijnde voor de eerste bewoning aangehouden, of te wel 1951.

Na de oorlog werd er met geld van het Marshallplan een nieuwe boerderij gebouwd. Dat is nu nog te zien aan de gevelsteen met de leeuw.


Doorwerth Veld en Beek Noordberg
In 1981 werd een moderne veestal bij het complex gebouwd.
Veld en Beek Doorwerth
De nieuwbouw op de voorgrond is uit 2012.
Noordberg Doorwerth
Het er naast gelegen huis 'De Noordberg", op nummer 31, volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1906. Ben Speijdel noemt Noordberg huize Rustheuvel in zijn publicatie in de Hoog en Laag van 12-2-1994. Hij beschrijft ook dat het huis 'Rustheuvel' op negentiende eeuwse fundamenten staat. Cees Gerritsen schrijft in zijn boek Fonteinallee .... dat Rustheuvel in 1928 gebouwd is.
Doorwerth Fonteinallee Noordberg
Huis De Noordberg is lange tijd bestemd geweest voor de ouders, c.q. vader van de boer. Bij een overdracht van de boerderij aan een zoon, gingen de ouders hier wonen.
Boerderij De Veldkamp, Doorwerthsestraat 13, Heelsum.

Op de gevel is te lezen dat de boerderij in 1886 is gebouwd. In de BAG echter is te vinden dat deze boerderij in 1874 is gebouwd. De boerderij zal rond 1886 zijn, omdat alle woningen, boerderijen in de directe omgeving (Doorwerthsestraat en Annaweg) gebouwd zijn voor Philippe Frédéric Antoine Jacques baron van Brakell (1830-1918), de toenmalige burgemeester van de gemeente Doorwerth. Zijn eigen huis, een 200 meter verderop, is gebouwd rond 1880. Lees hierover meer in het artikel over Huize Doorwerth.

Volgens de familie Van der Weijden is de boerderij gebouwd door de baron voor Hendrik van der Weijden en Janna van den Brink. Zij zijn op 22 april 1886 getrouwd. Daarmee wordt de datum op de gevel bevestigd.
Veldkamp Heelsum
Huisje van de Vilder, Klingelbeekseweg, Oosterbeek

Vildershoeve Oosterbeek
een schilderij van Alexander Verheull uit 1857.
Boerderij Vosdal, Koninginnelaan 22, later 55, Heelsum

Afgebroken met de aanleg van de N225 - A50.

Het tegenwoordige Klein Vosdal Koninginnelaan 43, 6866 NL Heelsum ligt veel westelijker en ten noorden van de N225

In 1878 wordt er al gesproken van de "bouwing Vosdal" te Doorwerth. De boerderij Vosdal, is afgebrand 1882. Werd weer herbouwd als een zetboerderij. De laatste zetboer was Geurt v. d. Hul. Na de boedelscheiding van de weduwe van Brakell in 1880 werd de boerderij steeds verpacht.

In 1882 is er brand op het Vosdal: "Gisteren-morgen tusschen 4 en 5 uur ontstond er brand in de boerderij van den heer Hupkes, genaamd .Vosdal" te Doorwerth. De vlammen grepen zoo spoedig om zich heen, dat uit het achterhuis waar de brand begon, nauwelijks het aanwezige vee kon gered worden, en zelfs enige varkens omkwamen. Behalve het aldaar geborgen hooi, is de oogst behouden gebleven, daar die zich in- de belendende schuren en hooiberg bevond, en die gebouwen bij de heerschende windstilte gespaard bleven. Toen de vlam zich aan het woonhuis had medegedeeld, had men gelukkig den inboedel grootendeels kunnen redden. De oorzaak van de ramp is onbekend. Een en ander was verzekerd"
Vosdal Heelsum HGR
Voormalige boerderij de Westerbouwing, Oosterbeek. Oud adres Veerweg 1

In 1760 was er al een “huis, schuur, berg en verder getimmerte, met den boomgaard en annex weylandt ….” Eigenaar rond 1873 was Evert Jan Thomassen en het adresboek vermeldt dat hij naast landbouwer ook kastelijn was. Hij verstrekte een drankje aan wandelaars. Er is een prent van Leonardus Tollenaar, met deze kleine boerderij.

De boerderij, die in de buitenbocht van de Veerweg - ten zuiden van het Kerkpad — stond, is omstreeks 1870 gesloopt. In de nieuwbouw woonde vanaf 1870 de familie Thomassen.
In 1905 zien we er de heer J. Thomassen.

Thomassen Oosterbeek




Rond 1926 werd deze boerderij bewoond door G.M. Frederiks.

Westerbouwing

In 1944 lag de boerderij in de frontlinie en hield op te bestaan.

boerderij Westerbouwing Oosterbeek
Een schermprint van een kadasterkaart uit 1832 gecombineerd met de situatie in 2018. De boerderij Westerbouwing staat net ten noorden van de actuele woning aan de Veerweg nr 5. Op de huidige Westerbouwing is dan in 1832 al een uitzichtpunt te zien.
Boerderij Uitspanning Hotel Wolfheze, Wolfhezerweg 17, Wolfheze.

Zie ook Wildforsterhuis, hierboven.

Het huidige hotel Wolfheze ligt aan een kruising van oude Heerwegen en later Hessenwegen. De kruising werd bewaakt door het Hof Wolfheze, c.q het Stratius rondeel. Voor de noord-zuid route stond er bij de doorwaadbare plaats door de Rijn bij Heveadorp ook een wachtpost, de Hunneschans op de Duno. De oost-west route is een voortzetting van de Schelmseweg vanaf Arnhem. Bij deze kruising lag ook het Wildforstergoed, een kerk (vanaf het jaar 1000) en een nederzetting. Het forsterhuis wordt al beschreven als het geslacht Van Lawijck er woont. In 1371 was waarschijnlijk Arndt van Lawijck hier reeds aan het ontginnen. Spaanse troepen verwoesten het wildforstergoed in 1505, doch het wordt weer opgebouwd. Misschien niet meer dan een boerderij met jachtkamer. In 1540 komt het goed in handen van Droechscherer, wiens vrouw, hij overleed reeds 1547, veel heeft gedaan om het terrein weer in goeden staat te brengen. Maar ook hier richtten de Spaansche troepen in 1584 - 1585 weer grote schade aan. Ook toen niet definitief. Wolfheze verdwijnt wel van de kaart, maar op een kaart van 1616 komt het wildforstershuis weer voor, omgeven door een hekwerk; twee huizen en een „hofstede" schijnen er toen te hebben gestaan. Bij de boer kon een reiziger water drinken, een paard laten rusten, overnachten.

De boerderij werd een uitspanning. Met de komst van de treinhalte Station Wolfheze, met dank aan de baron van Brakell, ontdekt het publiek de schoonheid van het landschap.
De Uitspanning te Wolfheze
In 1910 wordt de uitspanning-boerderij van mw. J. H. G. van Heutsz-Baronesse van Brakell aan de N.V. Ter Spijt verkocht. Zij laten de boerderij slopen en er komt een hotel waarvan de exploitatie wordt gedaan door de Mij. de Tafelberg, die ook het gelijknamige Hotel in Oosterbeek beheert. Zie meer bij hotels e.d.
Boerderij De Zonnenberg, Koninginnelaan 2/2a, Heelsum.

Als in 1731 een huisje gebouwd wordt voor de kleermaker Hendrik Ormel, dan wordt dit gebouwd aan de „nieuwe weg" de Utrechtseweg. De woning van Ormel stond waar later de boerderij Zonnenberg kwam.

Zonnenberg Heelsum
In 1881 wordt er een hooischuur ten zuiden van de Zonnenberg gebouwd.

Zonnenberg Heelsum
Bron: HGR: Boerderij de Zonnenberg gebouwd 1894, tekening Ben Speijdel, 1983. Collectie Fien Bos

Baron Van Brakel liet in 1879 drie boerderijen bouwen. Behalve de Noordberg en de Boersberg in Doorwerth, ook de Zonneberg in Heelsum. Uit het bezit van de fam. van Brakell koopt in 1927 de Baarnse zakenman Joh. Wilbrink de gehele omgeving van Heelsum, groot 225 ha. Reeds in het jaar daarop verkoopt hij echter zijn bezit weer aan verschillende eigenaren. Als gevolg hiervan komt het bouwland, c.a. tussen de Koninginnelaan en de Doorwerthse straat, zijnde groot plm. 16 ha, aan J. Swart te Rotterdam, welke voor zich later de villa „Roggetamp" liet bouwen (Doorwerthse Straat 1).
J. Swart werd daardoor tevens eigenaar van de boerderij de Zonnenberg (gebouwd plm. 1875) en een tweetal schaapskooien, één nabij de boerderij en de ander langs de Koninginnelaan.

Zonnenberg Heelsum

Boerderij "De Zonnenberg" werd tot oktober 1937 bewoond door de fam. van Maanen, die er een veehouderij hadden. Zij verhuisden naar villa "Churchhill" achter het Kerkje op de heuvel. Vanaf oktober 1937 t/m april 1971 heeft de fam. Jac. Gerritsen er gewoond en geboerd.

Er is al een oudere relatie tussen de Zonnenberg en Churchill:
Zonnenberg Churchill Heelsum

Door de aanleg van de snelweg A50 in de 70tiger jaren werden de bijbehorende gronden dermate versnipperd, zodat het niet meer rendabel was om er een veehouderij op uit te oefenen. De boerderij is toen verkocht aan een famile die er paarden ging houden.

Zonnenberg Heelsum


Diversen
Landschap bij Heelsum
bewerkt: Simon de Vlieger (ca. 1601-1653). Landschap bij Heelsum
Henri van Lerven Heelsum
Henri van Lerven (1875-1954) Boerderij bij Heelsum
Eene vallei bij Oosterbeek
Couwenberg, Abraham Johannes
Gezicht op een landweg naar het dorp Oosterbeek; Eene vallei bij Oosterbeek; Tafereelen uit de omstreken der stad Arnhem. Staalgravure van Couwenberg, Abraham Johannes, rond 1838.
Huisje op de Noorberg. Een schilderij van Charles Dankmeijer. collectie Museum Veluwezoom Kasteel Doorwerth
Charles Dankmeijer Doorwerth
Geldersch Landschap ansicht
Geldersch Landschap ansicht
Heelsumse Enk, Noordberg, Heelsum
Een RAF opname, gemaakt in de week voor 17 september 1944. In het midden de Heelsumse Enk. De teksten zijn later toegevoegd door het Historisch Genootschap Redichem, en toen zijn de op dat moment actuele namen gebruikt. Stal Doorwerth begint eerst in 1973. Tegenwoordig gaat de autoweg A12 tussen Stal Doorwerth en Noordberg door.
Wederopbouw boerderijen.

Na de WWI zijn in de gemeente Renkum meerdere zogenaamde "wederopbouw" boerderijen gebouwd. Veelal op de locatie van de verwoestte boerderij. Soms ook (zoals de boerderij van de familie D. van den Born.op de Fonteinallee 7 te Doorwerth) op een andere locatie.
Benedendorpseweg 44, Oosterbeek
Benedendorpseweg 45, Oosterbeek
Benedendorpseweg 49, Oosterbeek
Benedendorpseweg 164, Oosterbeek
Bokkendijk 10, Renkum
Borgerhoeve 3, Oosterbeek
Boshoeve 1 - 2, Doorwerth (waarschijnlijk Boshoeve 3 Wolfheze)
Doorwertstraat 25, Doorwerth (waarschijnlijk Boersberg 1 te Doorwerth)
Dorpsstraat 205, Renkum
Fonteinallee 33, Doorwerth
Fonteinallee 24, Doorwerth
Hogeweg 34, Oosterbeek
Jacobastraat 10, Oosterbeek
Kabeljauw 10a, Renkum
Kerkpad 1, Oosterbeek
Kerkstraat 30, Renkum
Koninginnenlaan 85, Heelsum
Koninginnenweg 87, Heelsum
Renkumschheide G 8, Renkum (waarschijnlijk Doorwerthse Heide 10, in Heelsum)
Spaarweg 24, Oosterbeek
Stenekruis 48, Oosterbeek
Telefoonweg 16, Renkum
Van Dedemsweg 5, Oosterbeek

bron het Meertens Instituut van de KNAW. De adressen in deze databank zijn uit de wederopbouwperiode. De historische adressen zijn (nog) niet gekoppeld aan de huidige adressen.
Bronnen:

BAG: https://bagviewer.kadaster.nl

Cees Gerritsen: De Fonteinallee herleeft, 2007, Kontrast Oosterbeek.

Jan Neefjes: Harten: een ‘verdwenen’ buurschap op de Veluwe bij Renkum; 1992

http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Harten

www.HisGis
Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997.
"Harten": blz. 163-167. (Buurtschap Harten, ook wel “Hijrten”, “Hirten”, “Herten” of “Harte”. Vermoedelijk prehistorische heuvel. In Merovingische en Karolingische tijd bewoond. Vermelding 838: graaf Rodger schonk goederen aan Maartenskerk te Utrecht. Vóór de 15e eeuw een hof met een kleine burcht (hypothese). Bestond in de 15e eeuw uit 9 tot 11 boerderijen, in 16e en 17e eeuw uit een vijftal boerderijen; vóór 20e eeuw “verdwenen” doordat de bebouwing steeds minder als zelfstandige gemeenschap fungeerde. Kaarten uit 19e en 20e eeuw “geven de naam Harten bijvoorbeeld aan de bouwlanden westelijk van het beekdal, of aan de plaats van de vroegere papiermolen, boven de zogeheten nieuwmolen achter de kerk. Wie vandaag de Bennekomseweg vanuit de bossen met weilanden inrijdt, ziet alleen nog de oude boerderij Everwijnsegoed liggen”. Nu weer in gebruik op topografische kaart, voor kleine groep huizen ten noorden van het bedrijventerrein aan de Oliemolenweg. In 15e eeuw kwam Harten voor bijna twee eeuwen lang aan het Mariaklooster in Renkum. In Harten lag een kapel op of bij het erf Het Langen Broek (waar nu het conferentieoord De Kijenberg ligt; dat laatste ligt dus niet op het nabije erf De Kijen Bergh).)

-Demoed, E.J., Van een groene zoom aan een vaal kleed. Zijnde de geschiedenis van de westelijke Veluwezoom (gemeente Renkum). Oosterbeek (Adremo), 1953.
"“De Buurschap Harten”": blz. 190-203 (Ook: ‘Hartten” of “Hatten”. Op blz. 194 situatietekening ca 1580 en ca 1650)

Jansen, Patrick; Van Heide tot Lusthof 2012.
Nog uitzoeken:
Doorwerthstraat 25     Doorwerth
Koninginnenlaan 85     Heelsum
Koninginnenweg 87     Heelsum
Benedendorpseweg 164     Oosterbeek
Benedendorpseweg 44     Oosterbeek
Benedendorpseweg 45     Oosterbeek
Benedendorpseweg 49     Oosterbeek
Borgerhoeve 3     Oosterbeek
Hogeweg 34     Oosterbeek
Jacobastraat 10     Oosterbeek
Kerkpad 1     Oosterbeek
Spaarweg 24     Oosterbeek
Stenekruis 48     Oosterbeek
Van Dedemsweg 5     Oosterbeek
Bokkendijk 10     Renkum
Dorpsstraat 205     Renkum
Kabeljauw 10a     Renkum
Renkumschheide G 8     Renkum
Telefoonweg 16     Renkum
slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres: