oude boerderijen en molens in Doorwerth, Heelsum, Heveadorp, Oosterbeek, Renkum en Wolfheze.
home
Hans Braakhuis

laatste update: september 2019
Als Renkum zo begint rond het jaar 1000, dan is er naast de kerk en de kapel, nog geen Albert Hein. Of te wel een ieder is keuterboer met een eigen hof, vee, en groente. Dat blijft ongeveer zo tot dat de industrialisatie arbeiders(woningen) nodig heeft en men zich dank zij de mechanisatie beter kan specialiceren. Als jij aardappelen doet, dan zal ik voor de kolen zorgen.
In 1811, staan er in de Dorpsstraat zo'n 50 woningen. Deze woningen in de Dorpsstraat waren vrijwel allen boerderijen, waarbij een hooiberg, o.i.d. prijkte. Hierdoor is het ook begrijpelijk, dat Nijhoff in 1821 van een boers dorpje spreekt (Nijhof, Isaac Anne; Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of Geschiedkundige en plaatsbeschrijvende Beschouwing van de Omstreken der stad Arnhem, met ene plaat; 1920)
Naast boerderijen zijn er in de gemeente ook zo'n 41 (vlgens de molendatabase) wind- of watermolens. Veelal ook weer aangvuld met een vee, gewassen en erf. Eigenlijk is een molen een iets andere boerderij, vandaar dat ze hier ook genoemd worden.

Als v. d. Aa in 1847 Renkum beschrijft, dan heeft hij het erover: "sedert korte jaren van een armoedig boerengehucht in een welvarend, met goede huizen prijkend, dorp veranderd is."
Aa, Abraham Jacob van der ; Aardrijkskundig woordenboek; 1851

Na 1900 worden er veel minder woningen met een hof gebouwd. Bij een in 1942 gehouden woningtelling, beschikte het dorp Renkum over 970 arbeiderswoningen (incl. een 40-tal boerderijtjes), 657 middenstandswoningen, 151 winkelhuizen en 85 grotere woningen, in totaal dus 1863 woningen.

Na 1950 worden ook de tuinen kleiner  M'n eigen tuin is zo'n 7 bij 4 meter. De kelder en (voorraad)kasten staan tegen woordig in de supermarkt.

Andere woorden voor boerderij: bouw, hof, erf
Renkum kerk en kosterie

NB: Sommige bronnen spreken elkaar tegen betreffende jaartallen en details, het is onzeker welke exact de juiste versie weergeven. Vandaar dat er soms meerdere versies zijn, met bronvermelding
Boerderijen in de buurtschap Harten.

Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997.
"Harten": blz. 163-167. (Buurtschap Harten, ook wel “Hijrten”, “Hirten”, “Herten” of “Harte”. Vermoedelijk prehistorische heuvel. In Merovingische en Karolingische tijd bewoond. Vermelding 838: graaf Rodger schonk goederen aan Maartenskerk te Utrecht. Vóór de 15e eeuw een hof met een kleine burcht (hypothese). Bestond in de 15e eeuw uit 9 tot 11 boerderijen, in 16e en 17e eeuw uit een vijftal boerderijen; vóór 20e eeuw “verdwenen” doordat de bebouwing steeds minder als zelfstandige gemeenschap fungeerde. Kaarten uit 19e en 20e eeuw “geven de naam Harten bijvoorbeeld aan de bouwlanden westelijk van het beekdal, of aan de plaats van de vroegere papiermolen, boven de zogeheten nieuwmolen achter de kerk. Wie vandaag de Bennekomseweg vanuit de bossen met weilanden inrijdt, ziet alleen nog de oude boerderij Everzwijnsegoed liggen”. Nu weer in gebruik op topografische kaart, voor kleine groep huizen ten noorden van het bedrijventerrein aan de Oliemolenweg. In 15e eeuw kwam Harten voor bijna twee eeuwen lang aan het Mariaklooster in Renkum. In Harten lag een kapel op of bij het erf Het Langen Broek (waar nu het conferentieoord De Kijenberg ligt; dat laatste ligt dus niet op het nabije erf De Kijen Bergh).)

De buurtschap Harten lag zo vanaf de N225, aan beide kanten van het beekdal, de Hartenseweg tot boven aan de Kwadenoord en overigens alles ten westen van de Schaapsdrift en de Bosweg. Dus ook de landgoederen Keijenberg en de Kwadenoord hoorden destijds tot de zelfstandige buurschap Harten, ook wel Hartten of Hatten genoemd.

Op "Het Kwartier van Arnhem van 12 februari 1815, de Staat van de bevolking in de Provincie Gelderland", valt Harten nog onder Wageningen. Wageningen bestaat dan uit Wageningen, de Kortenberg, Harten en de Heerlijkheid Wolfswaard. Op Harten wonen dan 9 personen onder de 18 jaar. 5 personen zijn tussen 18 en 50 jaar en is er 1 persoon ouder dan 50 jaar. In totaal heb je het dan over 15 personen van het mannelijk gelsacht. Daarnaast zijn er ook 10 vrouwen, zodat de totale burgerbevolking op 25 personen uit komt. Er woonden 25 Gereformeerden, andere geloofsrichtingen waren er niet op Harten.
Tegenwoordig kennen we in Renkum nog de Hartenseweg en de begraafplaats Harten. De voormalige buurtschap De Harten was gelegen aan de Hartensebeek, zo tussen de Keienberg, Bennekomseweg, Hartenseweg en de Kortenburg. De beek overstroomde daar minder bij hoogwater op de Rijn. En er was door de beek een goede watervoorziening. Volgens Ruud Schaafsma was er al de Willibrordkapel in de 9e eeuw te Harten. Rond 1570 waren er op De Harten boerderijen, water- papier- en graanmolens. De huidige boerderij De Beken van Staatsbosbeheer, staat op de plek van een van de Hartense boerderijen. Ook het Everwijnsgoed hoorde tot een van de oorspronkelijke HArtense boerderijen. De graanmolen hoorde bij het Onze-Lieve-Vrouwenklooster in de uiterwaarden bij Renkum gelegen te hoogte van de huidige Dorpsstraat. Het klooster Sancta Maria wordt rond 1574 tijdens de Reformatie gesloopt.

Op een uitsnede en bewerkte kaart van het Gelders Archief uit 1731 naar de Geelkerken, J.W. Gelder en B. Elshoff is Harten te zien. Als we de boerderijen aan de Hartense beek tellen dan zijn het er zes.
Harten Renkum

Als in 1649 door Nic. en Arn. van Geelkerck op last van de Rekenkamer een tekening van de landschapshegge „de Mofft" gemaakt wordt, blijkt dat niet alleen de bossen reeds veel meer westelijk teruggedrongen zijn, maar ook dat een viertal boerderijen gebouwd zijn, aangeduid als „Essens bou". Aldus genoemd naar Hendrik van Essen, richter van Veluwezoom en later ook burgemeester van Arnhem, zo rond 1638.

De buurtschap Harten heeft geen bewoningskern gehad, het bestond uit vijf over
het dal verspreid staande boerderijen, (volgens Jan Neefjes). Rond 1771 zijn de boeren allen pachters van de familie van Ghendt. De boerderijen staan verspreid over het gehele dal. De enk is niet aaneengesloten, maar elke boerderij heeft zijn eigen blok bouwland, door een wal afgescheiden van de omringende heide. In Harten zijn vijf grote 'erven',:
Cornells Hendrlcx By den Gaander of Quaeyen Oort,
Harte of Breunis Erve
Jan Dibbets Erve
Het Langen Broeck Gijsbert Hendricx
Zuyder Enck Gerrit Roelofs.
Dichter bij Renkum ligt verder nog het erf 'Den Keijen Berg", bestaande uit bouwland, en in gebruik bij Gijsbert Gerritse. Hier kwam later het huis en landgoed Keijenberg.

Eén van de boerderijen in Harten behoorde aan Gerrit Verwen, welke aldaar ook een stuk bouwland had.

Boerderij de Beken:
Jhr. C. Munter, de eigenaar van het landgoed de Keijenberg, laat ook omstreeks 1820 het herenhuis bouwen, en zijn landgoed doopt hij "de Beken", naar de 3 erdoor stromende beken.
Na Jhr. Munter's dood in 1828 wordt het gehele bezit „de Beken" aangekocht door de rentenier, dhr. P. A. de Veer, welke zich op het landgoed gaat vestigen ; het landgoed is dan 196 ha groot. Dit uitgestrekt bezit wisselt in de eerste helft van de 18de eeuw viermaal van eigenaar. Want nadat in 1836 de eigendom door koop is overgegaan aan C. A. Baron van Grovestein te Renkum, komt het reeds in 1843 aan dhr. G. van Santbergen te Amsterdam.
Rijke Amsterdamse kooplieden zien in dit landgoed een mooi buiten om 's zomers te verblijven. Zo gaat het in een tiental jaren nog weer een paar maal over in handen van andere Amsterdamse kooplieden. Eerst, in 1848 aan Ch. D. Schriller, en in 1855 aan G. L. Wurfbain. Het is in deze tijd, dat v. d. Aa (Aa, Abraham Jacob van der ; Aardrijkskundig woordenboek; 1851) van de Keijenberg, zoals het landgoed inmiddels reeds genoemd wordt, schrijft : „Dit landgoed, bestaande behalve uit het herenhuis met park, koepel, boomgaard, tuinen en wandelingen, ook uit 3 hofsteden, 2 uiterwaarden, bossen, heide, en weiland. De totale oppervlakte van dit alles bedraagt plm. 234 ha." Als in 1875 alle bezittingen van de heer Wurfbain verkocht worden, komt de Kwadenoord en de Beken in handen van de heer Koker uit Wageningen.
De beken werd in 1930  verbouwd en en opgeknapt. De daarbij staande schuur heeft in de sluitsteen het jaartal 1854.

Bergerhof: In de 18e eeuw was de Bergerhof onderdeel van landgoed De Keijenberg en bestond het uit onder andere een boerderij en hooiberg. Toen het landgoed rond 1791 werd opgesplitst werd ook de Bergerhof verkocht.
De bouwing de Bergerhof, wordt op 20 Mei 1791 gekocht door Cornelis Munter te Wageningen. Deze bouwing, met alle toebehoren, was bijna 31 morgen groot. Zij bestond bij de verkoop uit „huys, twee bergen en hoff en weyland, grenzende aan Cortenberg en Grunsfoort, behalven de lange streep, voorts het weydjen tusschen den hoff van Suurenk en het akkermaalshout van Cortenberg, voorts bouwland scheydende aan de Bergerhofscheweg en ten andere zijde langs de schaapstreek, wijders een gedeelte van het groot akkermaalsbosch daaraan grenzende, mitsgaders het regt van bepotinge van de allee na de kerk, lopende tot aan het erf van de koornmolen, soo verre het bepoot is gewest, en eindelijk een stuk driestland boven tegen het akkermaalshout van Otto Jansen, samen groot ongeveer 30 morgen, 500 roeden. Uitgezonderd het weidje tussen de hof van Suurenk en het akkermaalshout, behoorde dit bezit geheel tot Renkums grondgebied.

Het Everwijnsgoed aan de Bennekomseweg 160 te Renkum.
Het Everwijnsgoed door Ton v d Wal in 1973
De huidige boerderij staat op de plaats waar in 1627 ook al een boerderij stond. Everwijnsgoed heeft vanouds behoord tot de bezittingen onder het landgoed Quadenoord, dat sinds het midden van de 17de eeuw in bezit was van het geslacht Van Gendt en van 1703 af als Gelders leen werd vermeld.
"Het erve en goed Everwijnsgoed, bestaande in huys, hoff, berg, twee schaapschotten en terrein, de weyde agter den hoff zuydelijk over de derde beek en het weytje daarnaast westelijk de derde beek, voorts den krommen akker, bouwland, een akkermaalsbosje daarbij, het bouwland en driestland, het heyveld met eenige strnyken akkermaal, de buytenallee met de scheidwal tegens voorn, heyveld en het regt van bépoting van de eene zijde van de allee, mitsgaders de eene helfte van de heg van scheydinge tusschen deese bouwinge en de plaats genaamt ten Broek of Breunis Reynders, voorts een aandeel in het Wageningsche groot akkermaalsbosch, te samen gelegen in het schependom van Wageningen, groot ongeveer vijf en veertigh morgen, vijf hond en een en vijftigh roeden; de plaatse, daar de afgebrande molen heeft gestaan, mitsgaders de heg tusschen de eerste en tweede beek daar tegen aan en eyndelijk een klaverkampje leggende tusschen de tweede en derde beek in het schoutampt van Rencum, samen groot een morgen, een hond, negen en sestigh en een halve roede; sijnde thans een bijsonder leen en afgespleten van den Quaden oort cum pertinentiis, opgedragen door Wilco Holdinga Tialling Camstra thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg aan Egbert Janssen en Fijtje de Haart , ehelieden, die daar weder mede heleend sijn, 11 May 1791." Uit Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen; Gelre 1917.
De naam, gebeiteld in de gevelsteen boven de voordeur, duikt voor het eerst op in de papieren uit 1790. In 1791 wordt het Everwijnsgoed genoemd bestaande uit: een huis, hof, twee schaapskotten, een akker over de Oliemolenbeek en het weitje daarnaast. Behorende bij de boerderij wordt ook genoemd “de afgebrande molen” wat impliceert dat een watermolen in werking was aan de Halveradsbeek die direct langs de boerderij stroomt. De afgebrande molen stond destijds achter “De Beken”. Uit de annalen is in ieder geval bekend dat in 1805 jonkheer C. de Munter, destijds eigenaar van landgoed Keijenberg, de boerderij herbouwde. In 1832 is Pieter Arend de Veer, een rentenier, eigenaar van de boerderij en omliggende landerijen.
Gerrit Jacob Peelen (1840-1891), was landbouwer op “De Beken” in Renkum van 1873 tot 1880. En later boer op het “Everwijnsgoed” te Renkum vanaf 1889 tot aan zijn overlijden in 1911. Hij wordt dan opgevolgd door zijn zoon Gerrit Peelen (1882-1940) die het Everwijsgoed nog tot 1922 heeft.
Het Everwijnsgoed is een zogenaamde Betuwse T-boerderij. Het woongedeelte is van de weg afgekeerd. De rechter schuur werd in 1854 gebouwd, terwijl de middenschuur een in 1900 overdekte mestvaalt is. In 1972-73 is Staatsbosbeheer de Eigenaar en onderneemt „Vijf dorpen in het Groen" een actie richting de Monumenten commissie van de provincie Gelderland, om van de niet-beschermde, landschappelijk zeer fraai gelegen boerderij een monument te maken. Er was een gevaar dat de boerderij gesloopt zou worden wegens het verloren gaan van de bedrijfsfunctie. De boerderij stond toen leeg, was te koop voor Hfl. 975.000,= (in andere advertentie Hfl. 795.000,=) exclusief een erfpacht voor de 12.000 m2 grond. In 1980 is de boerderij in gebruik genomen als leerboerderij en werden er cursussen gegeven. Zoals weven, spinnen, broodbakken en tuinieren. Everwijnsgoed is in 1991 verkocht. Vanaf 31 december 1997 werd de boerderij eigendom van de Stichting Monument Everwijnsgoed. Een restauratie begon in 1999 en werd afgerond in april 2001. Tegenwoordig is er een cultureel centrum en horeca. Op zomerse zondagen is het er goed toeven.
Everwijnsgoed, een leerboerderij.
In 2018 staat het Everwijnsgoed te koop.

Langs de huidige Hartenseweg lag rond 1570 een boerderij met een grote schaapskooi.

Later kennnen we de boederij Buitenhuis, aan de Hartenseweg, pal tegenover de papierfabriek
Buitenhuis Renkum

Keijenberg Renkum
Naast de Keijenberg waren 2 boerderijen met een schuur.

Kwadenoord
is rond 1640 gebouwd als boerderij.

Een boerderij was aan de noordzijde van de Hartenseweg
gelegen, ongeveer tegenover de laan van O.N.O. Waar we nu het kerkhof kennen. Misschien  dat het voormalige Nooit Gedacht bedoeld wordt, en het kan zijn dat Nooit Gedacht een latere nieuwbouw is van een oudere bouw. Zie voor Nooit Gedacht hieronder.

Suurenk Renkum
Verdwenen Hofstede "De Suurenk", in het verdwenen Harten te Renkum.
De boerenhofstede Suurenk, was gelegen aan twee kanten van de weg van Renkum naar Bennekom, cq de Hartense- of Molenweg, tegenwoordig de Beukenlaan. Aan de zuidzijde begrenst door ONO. De verkoper op 14 maart 1883 was Hwgeb, Jhr. Mr. Schimmelpenninck. Kadastraal Renkum sectie B, 70, 73, 74, 564, 548, 549 631, 741, 743, 876 en sectie C, een deel van 941. Ook in Wageningen lagen stukken. Andere eigenaren waren: M. Sanders, Beuker, van Moorsel en I. van Heukelom.
Suurenk Renkum

Onder aan de zandweg, de latere Waterweg, wed in 1869 door Jan van Heukelom
een boerderij met schaapskooi gebouwd. Deze v. Heukelom was tevens vrachtrijder
voor de papiermolen van Sanders, zodat zijn woning „gunstig gelegen" was.
Heukelom Renkum
Het was daarboven op de bult van de Waterweg, op de uiterste noordgrens van de Hank (de Hank behoorde volgens onze kaart tot de Bergerhof) dat in 1860 Jan van Heukelom zijn boerderij met schaapskooi bouwde. Deze boerderij was zeer gunstig gelegen aan de schaapsdrift, die zich in het verleden tot aan het dorp uitstrekte. En langs deze schaapsdrift dreef van Heukelom zijn schaapjes dagelijks naar de heide. Van Heukelom was eerder pachter van de boerderij op de 'Keijenberg' geweest, dus zijn dagelijkse tocht met de schapen werd wel wat langer. De door hem gebouwde boerderij heeft gestaan op de plaats waar nu de Europalaan overgaat in de Schaapsdrift, en de voorgevel was parallel gelegen langs de Waterweg. Langs de Waterweg was als afscheiding een doornenheg, met daarachter en moestuin. De boerderij was gebouwd in de z.g. Gelderse Stijl, d.w.z. met een dakbedekking van deels riet, en deels pannen. Achter het woongedeelte was de deel gelegen met de stallen. Rechts van de boerderij lag een brede oprit, waaraan ook de schaapskooi was gelegen. Na de dood van Van Heukelom werd Cornelis van den Born bezitter van de boerderij, en zijn broer Gerrit is nog vele jaren als herder met de schapen naar de heide getrokken. In 1921 verhuisde het gezin Van den Born naar de Keijenbergseweg, waar zij een nieuwe woning betrokken. En op deze boerderij kwamen als nieuwe bewoners de familie Hooyer. Hierna heeft de boerderij nog enige tijd leeg gestaan, tot de Gemeente eigenaar werd en er besloten werd tot slopen om plaats te maken voor de huidige bebouwing op deze plaats. Dat ondanks pogingen van het toenmalige raadslid, de heer Hulsteyn, om deze boerderij te behouden als een herinnering aan het verleden.
Van Heukelom was gehuwd met Johanna Reinders. Behalve boer en schapenhouder was hij ook vrachtrijder voor de papierfabriek Sanders op 'Harte'. Op de leeftijd van 24 jaar vervulde hij reeds het ambt van diaken bij de hervormde gemeente, en gedurende de ambtsperiode van ds. Gewin (1879-1884) was hij ouderling.
        Een van zijn kleinkinderen heeft een levensbeschrijving van hem geschreven, en uit deze beschrijving geef ik u één gebeurtenis. Een verhaal dat zich afspeelde in de donkere dagen voor kerst, in het jaar 1864. Grootvader Van Heukelom trouwde in 1863 met Johanna Reinders. Ze woonden op de Mussenberg in Renkum, vlakbij de Keijenberg. In 1864 hadden de jonggehuwden zich al ter ruste begeven, toen er op de deur werd geklopt. 'Wie zou dat zijn, daar zo midden in de nacht, en dat met die koude?' Grootvader zij: 'Ik ga kijken'. Grootmoeder maakte bezwaren, maar toen er weer werd geklopt gingen ze samen naar de deur, en daar hoorden ze een klagende vrouwenstem roepen. 'Ik ben verdwaald, ik moet naar Ede en ik weet me geen raad meer. Hebt u misschien vannacht ook een plaatsje voor mij in de schuur?' Met z'n drieën staken ze in de kou de binnenplaats over, langs de grote zwengelpomp, naar de schuur, waar de vrouw een warm plekje kreeg in het hooi met een paardendeken. Maar weer terug in bed maakte grootmoeder zich toch wel ongerust. 'Is die vrouw wel te vertrouwen, zou ze geen boze plannen hebben?' Dan maar weer het bed uit, en samen slopen ze onhoorbaar weer naar de schuur. En ja, daar hoorden ze iemand praten. Zie je wel, ze praat met iemand, er moet nog iemand in de schuur zijn! Nog even heel goed luisteren en daar hoorden zij de vrouw God danken voor haar plekje in de schuur, en de ondervonden liefde. Beschaamd en diep ontroerd, namen grootmoeder en grootvader even later de arme vrouw mee naar huis. Daar mocht ze in een heerlijk bed de verdere nacht slapen en rusten. link en Schoutambt en Heerlijkheid 1999 4 jaargang 13

Een erf genaamd de Suideren,

Land de Keijenberg
Harten Renkum 1832











Deze kaart van het HisGis uit 1832 laat de namen van de eigenaren volgens het Kadaster zien. Soms gaat het om Huis, Erf. Schuur. Soms om Huis en Erf, af en toe gaat het om een vrijstaande schaapskooi. Als een schaapskooi bij een huis en erf staat is dat niet zichtbaar
Gezicht-op-Renkum-met-de-tol-aan-de-Utrechtseweg-tussen-de-van-Ingeweg-en-de-Lindelaan


Enigszins alfabetisch, de boerderijen. Deze lijst is verre van compleet.

De voormalige boerderij van Beekhuizen, destijds Dorpsstraat 126 te Renkum. Tegenwoordig staat hier het gebouw "de Twaalfharten" waar een grote kruidenier de begane grond gebruikt.

Voormalig Huize Bellevue, Renkum. Jan van Donselaar en Eva Thomas bouwen in 1798 het huis Bellevue I. Gelegen op de kruising tussen de Weg naar de Keijenberg, en de Weg naar het Plankenwambuis. Bellevue I brand in 1840 geheel uit, en wordt gelukkig weer herbouwd tot Bellevue II. Ook dit pand wordt weer afgebroken en komt er Bellevue III. Tegenwoordig kennen we de naam Bellevue nog als naam voor een straat, met 2 scholen een Chinees restaurant (het gebouw is uit 1922) en een appartementsgebouw en enkele winkels, woningen.
boerderij Bellevue

Boerderij De Beken, aan de Nieuwe Keijenbergseweg. Munter gaf zijn landgoed de naam "De Beken" vanwege de drie beken die door het landgoed stromen. Deze beken waren: de Oliemolenbeek, de Afgebrande beek en de (Papier)Molenbeek. Tot 2014 was in de schuur van de boerderij een informatiecentrum van Staatsbosbeheer. Het Natuurinformatiecentrum De Beken is nu gehuisvest in de schuur naast de boerderij: . Van 2014 tot 2016 werd De Beken totaal gerenoveerd voor zorg en een restaurant. link.

Bergoord, Oosterbeek, aan de Kerkhofweg, tegenwoordig de Fangmanweg ter hoogte van de nummers 23 en 25. Verwoest in de oorlog. Rond 1864-65 tekent Maria Vos een boerderij die later verbouwd is tot de villa Bergoord. In 1871 overleed de 89 jarige hoofdbewoner, de heer Charles Girod.

Voormalig bierhuis en boerderij, of te wel de twee huizen onder een dak, aan de Achter 't Dorp, nummers B 64a en 65 te Renkum. In 1919 verkocht voor de heer Th.T. Jansen.

Boerderij de Boersberg, Boersberg 1, Doorwerth.
Doorwerth Boersberg
Op een kaart van de heerlijkheid uit 1602, getekend door Bernardt Kempink (Arch. Rekenkamer, Kaarten no. 259) worden westelijk van de Doorwerthse straat met name genoemd de percelen van Jan de Ruyter en het St. Catharinagasthuis, benevens de Arnt Brantsen enk. Dit laatste stuk bouwland was gelegen waar thans de boerderij de Boersberg staat, met het omliggende terrein. Deze enk was een van de akkers van de fam. Brantsen.
Boersberg Doorwerth
Baron Van Brakel liet in 1879 drie boerderijen bouwen. Behalve de Noordberg en de Boersberg in Doorwerth, ook de Zonneberg in Heelsum. De Boersberg bestond toen uit een boerderij en een
Boersberg Doorwerth
 hooiberg. Op 30 april 1889 is er een veiling van alle beesten, karren, eggen, opgeslagen aardappelen en zaad (geen inboedel of opstal) in opdracht van de weduwe A.M. Hupkes. Met ingang van februari 1890 is de boerderij dan te huur. In 1901 kwam er een varkensschuur bij.
Als J. G. W. Baron van Brakell in 1903 de goederen Laag-Wolfheze en de Kabeljauw, aan zijn zuster, mevr. v. Heutz-Baronesse van Brakell, verkoopt, dan is daarbij als voorwaarde gesteld, dat zolang de verkoper eigenaar van de boerderij „de Boersberg" zou zijn, de pachter van die boerderij het recht zou hebben, zijn schapen langs de beek te leiden. Sinds echter de eigendom van de Boersberg in andere handen kwam, is ook dit laatste recht vervallen.
 In 1904 brandde alles af, op 2 schuren en het bakhuis na.
Boersberg Doorwerth
Daarna volgde herbouw en dat is wat je nu ziet. Een gemeentelijk monument. Volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1979?? Terwijl er uit de jaren 50 van de vorige eeuw al ansichtkaarten zijn met "Kampeerboerderij de Boersberg". Volgens de Boersberg zelf: De boerderij zelf werd in 1879 gebouwd, dit staat ook aangegeven op de gevel.
 Wikipedia

Kwekerij de Boschhoeve, Boshoeve 3 te Wolfheze. Het gebied van de Boschhoeve is in 1880 ter grootte van 87 ha aangekocht uit het bezit van de fam. van Brakell, waarna het in verschillende handen is geweest. Sinds 1940 behoort het aan dhr. J. Koelman, die daarna vanaf 1949 in  de voor hem gebouwde woning op zijn landgoed bewoont. Gebouwd in 1940. Of de oude noodwoning, die in 1981 in gebruik was, er nog is? Zie link.

Broekhorst, Broekhorst 1, Heelsum link. Volgens de Bag betrokken in 1948. Bij Topotijdreis staat er al een boerderij als de contouren van woningen zichtbaar worden rond 1870.
Heelsum Boekhorst

Voormalige Boerderij de Buunderkamp en de villa de Buunder, gebouwd in 1884. De boerderij de Buunderkamp werd bij wijze van proef door dhr. Heldring op de zandgrond gebouwd, voor melkvee en kaasmakerij. Dit experiment is echter een mislukking geworden, zodat de boerderij ten dele is afgebroken. De rest werd in 1896 door dhr. Smit verbouwd tot pension, en in 1904 door dr. Adriani ingericht als rust- en herstellingsoord. De laatste 20 jaren wordt het als hotel geëxploiteerd door dhr. Evers. Ten behoeve van de Buunderkamp werd omstreeks 1913 een gelijknamige halte door de Ned. Spoorwegen aldaar geschapen, welke echtér rond 1930 weer opgeheven werd.

Hoeve Doorwerth, Doorwerthse heide 10, Heelsum. Rond 1933, 1935 bewoond door J.G. Jurrius, landbouwer. De familie zelf geeft aan dat de men er al sinds 1929 woont. De boerderij is afgebroken ten behoeve van de A50. De bungalow die er nu staat is gebouwd eind jaren 60. Voor de Tweede Wereldoorlog stond er een grote veldschuur, afgebrand in september 1944. Wat er nu staat is een graanschuur uit 1947. Gebouwd met behulp van het Marshallplan. Dan is er een  grote ligboxenstal. Gebouwd in 1968 en was destijds één van de eerste moderne ligboxenstallen. link  Tijdens de wederopbouw na de oorlog konden mensen geld krijgen vanuit het Marshallplan. Dit was een omvangrijk materieel hulpplan uit de VS om Europa weer op de been te helpen. Met behulp van het Marshallplan is de grote rode schuur gebouwd. link

Boerderij De Eikelenkamp Heelsum

Groenendaal. Kortenburg 3 Wageningen. Dze boerderij is op pré-kadastrale kaarten van voor 1812 terug te vinden. Was te vinden op het landgoed dat we nu kennen als ONO. De eerste bekende bewoner is A. Versteeg, de boschbaas. Gerrit van den Hul, en ook zijn vader Henrik van den Hul, zijn geboren op de boerderij Groenendaal. Want zijn grootvader was daar tuinknecht en hij moest ook nog die paar koeien melken voor ONO. Toen het later sanatorium was, hadden ze daar ook een paar koeien. Hendrik heeft in de oorlog de Engelsen door het bos geloodst tot aan de Rijn, zodat Jan Peelen ze kon overzetten. Hendrik had geen vergunning van de Duitsers en Jan Peelen wel. Die mocht ’s nachts buiten zijn. Onderduikers zaten onder de boerderij in een gewelfde kelder. Groenendaal Wageningen ONO
Aan de linkerkant van de Koningslaan, als je vanaf ONO naar Wageningen loopt is er een dennenbos te zien, vroeger was dat een voetbalveld. Onder de grond liggen de resten van een oude boerderij. “Hij was gekraakt en op een gegeven moment werden de krakers opgepakt voor een diefstal op De Zoom. Van der Klift liet de boerderij direct dichttimmeren. De volgende dag mochten ze hun spullen ophalen en onmiddellijk daarna ging alles tegen de vlakte. Alle puin verdween in een gat en ligt daar nog steeds”. Patrick Jansen, Van Heide tot Lusthof, p98; 2012. Zie ook p 39 over een andere boerderij op ONO.
Groenendaal ONO Wageningen

Villa Heidestein, Utrechtseweg 67 Heelsum. Een gemeentelijk monument. Park Heidestein en Huis Heidestein vormen samen met een oud landgoed in Heelsum. Ooit een onderdeel van het Heelsumse landgoed Avondrust. Het landgoed 'Heidestein' is ontstaan uit het voormalige domeinbezit dat in 1810 in erfpacht is uitgegeven aan de heer Van Kesteren uit Renkum. Hij was rentmeester van de Doorwerth. Het landgoed was destijds aangelegd op ongeveer tien hectare woeste grond. Een groot gedeelte bestond uit grove dennenbossen en heide. De eerste pachter heeft het terrein in de loop der tijd vergroot tot ongeveer vijftien hectare. Het herenhuis aan de Utrechtseweg is vanaf 1815 door de heer Van Kesteren gebouwd en is nog altijd in tact. Het is voorzien van een naam die is ontleend aan de omgeving waarin het stond.
Bij Demoed lezen we op pagina 47 dat van Kesteren in de Franse tijd, rond de 5 ha verwierf en landgoed Heidestein schiep.
In 1849 is het park met huis verkocht aan een welgestelde Renkumer, de heer Van Vollenhoven. Hij wist het park met aanplantingen en ontginningen tot een aantrekkelijk bezit te maken. Het omliggende park is in 1860 gerenoveerd. In 1950 kocht gemeente Renkum het parkgedeelte van Heidestein. In 1968 werd op het westelijke gedeelte van het landgoed het bejaardencentrum Heidestein gebouwd. Dat zelfde huis staat sinds april 2015 weer leeg. In het park is ook een kinderboerderij en een pand voor kinderopvang. Het landhuis wordt nog steeds bewoont. Heelsummers kennen het pand als de praktijk van huisarts dr. Visser. Blijft nog onduidelijk hoe de BAG aan 1818 komt voor de villa Heidestein.

Henriëtte hoeve, Duitsekampweg 25, Wolfheze
Henriettehoeve Wolfheze
Een kleine gevangenis die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog behoorde tot een Duits legerkamp dat in bij de Henriëttehoeve gevestigd was. De buitenzijde van het gebouwtje bevindt zich nog grotendeels in oorspronkelijke staat; het platendak, de deuren en vensters zijn ooit een keer vernieuwd. Tussen 1915 en 1917 was er in verband met de Eerste Wereldoorlog een kamp voor Duitse geïnterneerden aan de huidige Duitsekampweg.
In de Bag is de hoeve voor het eerst betrokken in 1983. link

In 1860 bouwde Jan van Heukelom een boerderij met schaapskooi op de Mussenberg dicht op de Waterweg te Renkum. Langs de Waterweg werd een haag geplant als afscheiding en achter de haag was een schaapskooi en een moestuin. De boerderij werd begin jaren 1960 gesloopt en er werden portiekflats gebouwd.

Hoeve Doorwerth, Doorwerthse heide 10, Heelsum. De oorspronkelijke boerderij van Jurrius van rond 1928 is afgebroken ten behoeve van de A50. De bungalow die er nu staat is gebouwd eind jaren 60. Voor de Tweede Wereldoorlog stond er een grote veldschuur, afgebrand in september 1944. Wat er nu staat is een graanschuur uit 1947. Gebouwd met behulp van het Marshallplan. Dan is er een  grote ligboxenstal. Gebouwd in 1968 en was destijds één van de eerste moderne ligboxenstallen. link
Tijdens de wederopbouw na de oorlog konden mensen geld krijgen vanuit het Marshallplan. Dit was een omvangrijk materieel hulpplan uit de VS om Europa weer op de been te helpen. Met behulp van het Marshallplan is de grote rode schuur gebouwd. link
De verdwenen modelboerderij Huis ter Aa, destijds van de heer Scheffer, die op de Duno woonde.
Modelboerderij Huis ter Aa
Modelboerderij Huis ter Aa in gebruik tussen 1908 en 1915. De heer J.W.F. Scheffer krijgt Heveadorp en het aangrenzende gebied de Duno in bezit in 1888. De eerste bebouwing vindt plaats aan de Rijn, maar al vrij vlot wordt de stuwwal aan de bovenkant geëgaliseerd en komt daar de Modelboerderij te staan. En, vrij nieuw voor die tijd, het geheel was geëlektrificeerd. De boerderij bestond uit stallen, stoomzuivelfabriek, werkplaatsen, administratie (aan de Dunolaan). Er kwamen woningen in het Seelbeekdal. In de weilanden (uiterwaard) voor de Duno zijn nog betonnen platen als restant hiervan te zien. Hier konden de koeien "schoon" gemolken worden. Een waterfilterkelder hoorde bij de modelboerderij. De waterfilterkelder is te vinden aan de beek ter hoogte van de Beeklaan 17-19 in Heveadorp. Er kwam een winkel in Arnhem voor de verkoop van melk. Scheffer was gehuwd met één der dochters van de chocoladefabrikant Van Houten. Van Houten zelf was vennoot van de Modelboerderij. In 1915 wordt de modelboerderij Huis ter Aa verkocht aan Dirk Frans Wilhelmi en Co die er vanaf 15 oktober 1816 de rubberfabriek Hevea begint.
Een restant van de modelboerderij van Scheffer is nog steeds aanwezig in de uiterwaarden onder de Duno. Vanaf de oostelijke dijk van het kasteel is het net niet te zien.
Waar: in de uiterwaarden, te bereiken vanaf de ingang naar de parkeerplaats naar de Stuw bij Driel, en loop daar naar het westen. Na zo’n 100 meter ben je bij meerdere oude ijzeren hekken waar de koeien aan gebonden werden. Wat: een wasplaats en melk locatie voor de koeien van de modelboerderij, voor zover ze in deze uiterwaarden liepen. De koeien werden verzameld, gewassen en daarna gemolken.

Iscra, Telefoonweg 8 Renkum, betrokken in 1918 volgens de BAG.

De boerderij van Janssen Koninginnelaan 45, Heelsum.
Nadat de papierindustrie rond 1850, werd door velen een ander employ gezocht. Dit werd gevonden in de tabaksteelt, welke ook reeds met goed gevolg in Renkum beoefend werd.
Op verschillende erven langs het beekdal verrezen dan grote tabaksschuren, en vrijwel het gehele gedeelte tussen de Koninginnelaan en de beek, vanaf de Veentjesbruggen tot aan de boerderij van Janssen werd bewerkt en beplant voor de tabaksbouw. Op deze locatie is tegenwoordig Klein Vosdal te vinden
Landgoed Johannahoeve, Oosterbeek
Johannahoeve
Landgoed „JohannaHoeve", destijds liggende in de gemeenten Oosterbeek, Arnhem en Doorwerth. Oosterbeek, 1913. Andere namen: Waldfrieden was er van 1850 tot 1908. Daarna heette het de Johannahoeve van 1908 tot 1945, en daarna Nieuw Vrijland.

Landgoed Jonkershoeve, aan de Renkumseheide, 6871 NR te Renkum.
Reeds in de Franse tijd wordt veel van het Renkumse domeinbezit verkocht. Een stuk grond van 83 hectare gaat dan over naar de Arnhemmer Alphert Alphers. Bij Demoed is het jaartal 1830 te lezen, misschien een foutje.
De Jonkershoeve werd in 1861 gesticht door burgemeester Ph. A. Baron van Brakell voor zijn jongste broer: jonker Jacob Gabriel Willem Baron van Brakell  (1842-1911).
Bij Demoed, pagina 118 staat: "Burg. Ph. van Brakell had namelijk een stuk grond van ruim 80 ha aangekocht van de erven fam. Alphers te Arnhem. De bedoeling hiervan was, dat zijn zoon jonker Jacob G. W. van Brakell, aldaar een gemengd bedrijf zou beginnen, waarbij de schapen-teelt een belangrijk onderdeel was. Zo werd dan in 1861 de zgn. „Jonkershoeve" gebouwd".
Jammer, een foutje. De burgemeester haf zelf twee kinderen:  Anthon Franc Willem van Brakell en Jeanne Henriëtte Gabrielle van Brakell. (link)
In een gebied bestaande uit ongeveer 100 hectare heide en wat bos. 80 hectare aangekocht bij Alphers en in de destijds nog bestaande gemeente Doorwerth had van Brakell al rond de 27 hectare. Broer Jacob was destijds nog minderjarig, vandaar de actie van zijn oudste broer, tevens burgemeester van Doorwerth.
Jacob van Brakell moest de schapenteelt op de Renkumse Heide uitbreiden, maar slaagde daar om uiteenlopende redenen niet in, waardoor de hoeve in andere handen overging. In 1915 is Johanna Suzanne Goekoop - de Jongh (1877-1946), de weduwe van Adriaan Eliza Herman Goekoop (1859-1914), eigenaar van de Jonkershoeve. Zij woonde op Park Zorgvliet, en bezat tevens het Catshuis in Den Haag. Herman Goekoop heeft zich van het leven benomen nadat zijn Russische spoorwegaandelen, in 1917,  waardeloos waren geworden. Daarna werd de Jonkershoeve gekocht door de familie Tinzen. Deze familie exploiteren een akkerbouwbedrijf en een paardenpension. Daarnaast bestaat het bezit uit bossen, boomkwekerijen en enkele woningen.
gezin-Van-Uffelen-boswachter-voor-Goedkoop-bij-Jonkershoeve
De golfclub De Heelsumse is aangelegd op gronden die behoren bij de Jonkershoeve.
"Het zal zomer 1964 geweest zijn dat we in Renkum logeerden. Op een fietstocht kwamen we langs de resten van de Jonkershoeve, die in 1944 bij het landingsgebied van de Airbornes lag. Eén luik, dat scheef hing, heb ik meegenomen. De geluiden van die septemberdagen in 1944 moeten er nog in zitten. Het luik hangt tegen de schuur in onze tuin in Breda. Erachter heb ik een man geschilderd die uit het raam kijkt en achter die man een spiegel waarin je ziet wat hij ziet: parachutisten die neerdalen bij een bosrand (naar Pyke Koch, ‘Het Uur U’). ‘Hommage aan onze bevrijders’ heb ik aan de binnenkant van het luik in gouden letters geschilderd. Op zon- en feestdagen zet ik het luik open. Dat zal ik houden: dankbaarheid jegens onze bevrijders!" Citaat Drs. J. Cornelis.
luik van de Jonkershoeve
De boerderij de Jonkershoeve aan de Renkumseheide, stond op de middag van zondag 17 september 1944 midden in de landings- en afspringterreinen van de zweefvliegtuigen en parachutisten. De 1e Parachutistenbrigade, onder leiding van brigade-generaal Lathbury, vestigde hier zijn eerste hoofdkwartier. Het stafkwartier van het 1e bataljon van het Border regiment bleef hier achter om de terreinen te beveiligen voor de tweede aanvoer van troepen op maandag 18 september. In de namiddag van dinsdag 19 september 1944 was de Jonkershoeve alweer in Duitse handen. Het pand raakte behoorlijk beschadigd. In 1964 werd nog een raamluik meegenomen. Na de oorlog werd de boerderij gepacht en opgeknapt door de Amsterdamse brandweer, het werd een vakantiehuis voor het personeel. In de voortuin kwam als herkenningsteken een
Jonkershoeve, Renkum Wolfheze
De voormalige boerderij Jonkershoeve is in 2015-16 afgebroken en door nieuw vervangen.

 brandmeldzuil te staan. De schuur naast de Jonkershoeve is een gemeentelijk monument. In 2015 ging de oude hoeve geheel ter vlakte en wat er sinds 2016 nieuw gebouwd is lijkt er nog een beetje op.

D. Dorresteijn, was in 1943 een landbouwer op de Klein Amerikaweg 2 (Tegenwoordig nummer 30) te Renkum. De boerderij is herbouwd na oorlogsschade in 1949-50.

Boerderij en de voormalige molens op de Kabeljauw, Kabeljauw 6 te Heelsum. Volgens de BAG is de huidige boerderij bewoont sinds 1926. In dat jaar is de boerderij de Kabeljauw ook verkocht (D.J. Holtslag) en bestond toe uit twee woningen, met schuren, weiland en erven. Bij de verkoop is er dus de huidige nieuwbouw gepleegd.
De Kabeljauw is het gebied tussen de Wolfhezerbeek en de Utrechtseweg, ten noorden van Doorwerth, tussen de Drieskamp en iets westelijker dan Kievitsdel. Later is daar de Kamp vanaf gegaan.
Door Piet Burgsteyn wordt de Kabeljauw al genoemd in 1625, als Tanneken van Kemel, de weduwe van Jan Kabbeljauw uit Dordrecht, verklaart verkocht te hebben aan Dirck Otten molenaar en papiermaker in Heelsum. Door het artikel van Burgsteyn begint de geschiedenis van de Kabeljauw ruim 100 jaar eerder dan bij anderen.
In de literatuur heeft men het steeds over twee molens op de Kabeljauw. Een molen ten noorden van de middelste beek, de Papiermolenbeek en een ten zuiden ervan.
Bij Nikkels is te lezen dat van Aldenburg in 1728 begint met de bouw van de twee papiermolens. Het gaat dan om Anton II Rijksgraaf von Aldenburg, de zoon van van Aldenburg. In 1801, verkoopt Graaf William Bentinck, heer van Doorwerth, aan de gebr. Pannekoek onderscheidene bezittingen, waaronder vrijwel de gehele Kabeljauw, vanaf de Driestkamp tot aan de molen „de Kabeljauw".
De middelste beek, de Nieuwe of Papiermolenbeek, is aangelegd in 1728. Nog in hetzelfde en volgende jaar werden de beide Kabeljauwmolens gebouwd. De molen op de noordelijke oever is voor 1821 verdwenen; het molenhuis werd in 1988 afgebroken. De zuidelijke molen was waarschijnlijk in 1811 buiten gebruik. (bron: Sprengen en Beken). De zuidelijke molen is gesloopt in 1821 (bron)
In 1903 verkoopt J.G.W. Baron van Brakell zijn goederen in de Kabeljauw, aan zijn
zuster, mevr. v. Heutz-Baronesse van Brakell.
Bij de boerderij ‘de Kabeljauw’ lagen eens de twee Papiermolens op de Kabeljauw tegenover elkaar. De beide Kabeljauwmolens (de naam komt van een lompenhandelaar uit Dordrecht die de bouw van beide molens financierde om zo z’n lompen te kunnen verwerken)
Kabeljauw Heelsum
Hendrick Maurits en Egbert Jacobs waren in 1749 de twee papiermakersknechts op de papierfabriek de Kabeljauw die werkten voor de gebroeders Willem en Neuy Pannekoeck.
In 1832 (HisGis) heeft de Wed. Nicolaas Pannekoek en cons., papiermaker te Renkum, 12550 m² bouwland met als kadasterkavelnummer Doorwerth D193. Met nummer D194 is beschreven het huis en erf met 280 m². Met Doorwerth  D200 is de andere papiermolen beschreven: Wed. Nicolaas Pannekoek en cons., papiermaker te Renkum,
480 m² huis, erf en / molen. Helaas, de ernaast gelegen tuin (D198) is van Charles Grave van Aldenburg Bentinck (heer van Doorwerth), rentenier te Londen, 2060 m² tuin. De Pannekoeks hadden in 1832 vrijwel het gehele dal tot aan Veentjesbrug in hun bezit.
Schaafsma: De zuidelijke molen komt in 1854 stil te liggen als de molenaar overlijdt. Het molenhuis is in 1865 door brand verwoest. Het huidige huis de Kabeljauw is  gebouwd op de fundamenten van de zuidelijke Kabeljauw molen.
Kabeljauw molens
Situatie in 1832; P = eigendom Pannekoek, in rood is een papiermolen, huis en erf. In blauw is grond. B = Bentinch, in rood is papiermolen, huis en erf. In blauw is grond. 1 = noordelijke Kabeljauwmolen. 2 = zuidelijke Kabeljauwmolen. 3 = papiermolen Heelsum van Pannekoek. 4 = papiermolen van Bentinck. 5 + 6 = papiermolen van Pannekoek. 7 = huis erf en tabaksschuur van Bentinck. Niet alle kavels zijn beschreven, alleen de omringende bij de papierfabrieken. Op andere kaarten is de benaming noordelijke en zuidelijke molen anders te zien. Neem aan dat de hier getoonde HisGis informatie klopt.
Pannekoek breekt een houten papiermolen af in 1879.

Pannekoek Heelsum

Noorderlijke Kabeljauwse molen:
1728 Graaf van Aeldenburg - molen gelegd.
1728 Jan Dibbets - eigenaar opstal, pachter en papiermaker.
1739 Jacobus Pannekoek - papiermaker.
1743 Gerritje Braakman en Jacobus Westenenk - eigenaren opstal.
1743 Peter Wilbrink - meesterknecht.
1763 Johannes Veenhuijsen - eigenaar opstal en papiermaker.
1788 Daniel Veenhuijsen - eigenaar opstal.
1788 Gerrit Jochems van Ommen - pachter en papiermaker. (1804 eigenaar)
1817 Aart Capel - eigenaar en papiermaker.
1859 Bartholdus Asueres Capel - eigenaar en papiermaker.
na 1881 molen verdwenen.

Zuidelijke Kabeljauwse molen
1728 Graaf van Aeldenburg - molen gelegd.
  ??    Kinderen Claas Pannekoek - eigenaren opstal.
tot 1740 Jacobus Pannekoek - beheerder en papiermaker.
1749 Hendrick Maurits - papiermakersknecht.
         Egbert Jacobs - papiermakersknecht.
1752 Teunis Hendriks - beheerder en papiermaker. (1755 eigenaar)
1762 Engelbert van Eck - eigenaar opstal.
1766 Arnoldus Schut - eigenaar opstal en papiermaker.
1795 Gerrit Jochems van Ommen (Ommeren) - eigenaar opstal en papiermaker.
1812 Hendrik Hendriks - papiermakersknecht.
         Derk Nijland - papiermakersknecht.
1813 Lubbert Ekkenhuis - papiermakersknecht.
1817 Johannes (Jannes) Cornelis de Beer - eigenaar en papiermaker.
1837 Aaltje Berends Middelburg - eigenaresse en papiermaakster.
1849 Lubbert de Beer - eigenaar en papiermaker.
1865 molenhuis afgebrand.

De beide molens op de Kabeljauw zijn dus kennelijk gebouwd vanaf 1625, met verbouw of nieuwbouw in 1639, 1728 en verder. Van Anton van Aldenburg is bekend dat hij door aankopen de heerlijkheid Doorwerth na 1678 heeft vergroot. Of dat ook voor de Kabeljauw op gaat blijft nu onduidelijk. Waarschijnlijk wel, want anders kan Tanneken van Kemel, niets verkopen in 1625. Zijn zoon, Anton II is dan dus de eigenaar en kan pacht innen in de vorm van wind- of waterrecht. Wanneer hij het verkoopt blijft onduidelijk, er worden meerdere data genoemd. Wie de pachters zijn? De molendatabase geeft een aanzet.
Er is in de literatuur geen overeenstemming over de naam van de beek. Met Schaafsma ben ik het eens als hij het heeft over de middelste van de drie beken, de papiermolenbeek. Elders wordt ook de Nieuwe- en de Wolfhezerbeek genoemd.

Links: Schoutambt en Heerlijkheid 2004 nr 1, het artikel van P. Burgsteyn over de Kabeljauw.
De molen site van J. Nikkels, de molendatabase wijst hier ook naar.
Demoed, Van een groene zoom aan een vaal kleed pagina 23 - 25.
Sprengen en Beken
Ruud Schaafsma; Renkumse en Heelsumse beken, Matrijs 2012. pagina 163.



Boerderij aan de Kabeljauw 8, Heelsum.
Volgens de BAG bewoont sinds 1878.

Landgoed de Kamp, aan De Kamp te Heelsum. Veel van het landgoed is verdwenen bij de aanleg van de autoweg A50, die open ging in 1972. In 1928 begon Reneé van Vloten er een proefboerderij voor de varkensteelt. De boerderij aan de Kamp 1 - 3, gebouwd in 1928, die ervoor gebruikt is, is in 1950 verbouwd naar een rietgedekte   3-onder-1 kap woning op Landgoed De Kamp.
Landgoed de Kamp, ansicht 1973
lees meer over de Kamp op het gedeelte over landgoederen

De Kievitshoeve, Heelsum. Rond  1930 is de Kievitshoeve een Pension en theeschenkerij aan Heelsumse beek (Kabeljauw 6).

Klein Amerika, Telefoonweg, Renkum

Boerderij aan de Koninginnelaan 2a, 6866 NM Heelsum
Bouwjaar: omstreeks 1850

Verdwenen Kousenhuisje, Oude Kloosterweg 1 te Wolfheze.
Wolfheze Kousenhuisje
naar een ingekleurde ansichtkaart
Meer info over het Kousenhuisje is hier te vinden. In 1989 is er op de plek van het Kousenhuisje een nieuwe woning gezet. De naam Kousenhuisje komt van de vele kousen die het Ziekenhuis Wolfheze zo tot 1970-75 door de boerin liet wassen.

Boerderij Loopbergh, c.q. Loobergh, Loopbergenseweg 1 te Oosterbeek. Het huidige pand is volgens de BAG uit 1872, doch Demoed heeft het in z'n boek Van een groen kleed .... al over een vermelding van de boerderij in 1666, vanwege het verpachten van het bouwland oostenlijk van de Mariëndaalse beek. Er was ook een boerderij op de Loopbergenseweg 2. In deze boerderijtjes woonden oa. de families Hent Verholt, Hent Berendsen en zijn vrouw Kaatje, Jan Aalbers, Hendrik -van der Scheur, Beêrnd Wolven en Kemmes. De betreffende landbouwers bewerkten o.m. ook het bouwland langs de Graaf van Limburg Stirumweg, dat ze met 'Siberië' aanduidden.
In het boek: Monumenten in Nederland. Gelderland uit 2000 wordt als bouwjaar rond 1850 genoemd.

Voormalige boerderij de Maat, Utrechtseweg Renkum.
Boerderij de Maat, waar later het personeel van Petronella Ploem zou wonen, was één van de aller-oudste hoeven in Renkum. De eerste vermelding dateert van 1357. Boerderij de Maat betaalde toen o.a. tienden (kerkelijke belasting) aan verschillende kloosters, destijds ook wel de ‘Maatsche Tiend’ genoemd. Boerderij de Maat heeft niet altijd deze naam gedragen, in de 16e eeuw heet ze nog ter Buiten of dar Buten.
Jhr. C. Munter, de eigenaar van het landgoed de Keijenberg, koopt op 17 Mei 1802 van Baron van Goltstein voor 4910 gld. het erf de Maat, gelegen bij de huidige Maatweg aan de Utrechtseweg. Dit goed bestond uit een bouwmanshuis, schuur, berg, schaapskot en
boomgaard, en was gelegen met 11/4 morgen ten zuiden van de Utrechtseweg en met
6 morgen bouwland ten noorden daarvan. Boerderij de Maat is gesloopt plm. 1910.
Renkum de Maat
De Veluwepost van 11 maart 1998 schrijft over deze boerderij: “In 1617 wordt de boerderij verpacht aan Lubbert Torck, drost van Wageningen. Volgens oude kaarten stond deze boerderij eerst in de uiterwaarden aan de zuidzijde van de weg, maar is waarschijnlijk omstreeks 1700 verplaatst naar de noordzijde van de Utrechtseweg, hoek
Utrechtseweg/Maatweg. Reden voor deze verplaatsing zal de wateroverlast bij
hoog water geweest zijn. Ook de uiterwaarden behoorden bij het gebied van de
Fluitersmaat en zijn onder de naam “De Maat” op de kaart te vinden.”
Lees meer over de Maat bij landgoederen en Fluitersmaat

Boerderij de Mariahoeve, Telefoonweg 16, Renkum is een ontginningsboerderij uit circa 1880. Familie Staadegaard ging er in 1922 wonen, link. Tegenwoordig zie je de naam Mariahoeve voor een paarden pension en ook wordt wel de naam pensionstal Staadegaard gebruikt.
veldschuur Mariahoeve Renkum
bron

Boerderij "De Meije", Pietersbergseweg 15, Oosterbeek. Gebouwd in 1896 en staat op de Gemeentelijke monumentenlijst.
De Meije Oosterbeek door AJ van der Wal

De Nederhof, een Eltens goed te Renkum, rond 1300-1400 in erfpacht gegeven aan het O.L. Vrouweklooster in Renkum

Nol in 't bosch. Hartenseweg 60, Wageningen. Sinds 1836 ligt idyllisch verscholen in een prachtig stuk natuur nabij Wageningen een huis, met erf, land en een laan met opgaande bomen. Alles in eigendom van Anthonie van Rijn, een Wageningse touwslager. Van Rijn verkoopt de boerderij in 1856 aan de boswachter Arnoldus (Nol) Gerritsen. Nol gaat zelf aan de oostzijde van de Hartenseweg wonen. En begint met de bouw van een herberg die in de volksmond al snel “Nol in 't Bosch” genoemd werd. In 1877 verkoopt Arnoldus Gerrtisen zijn goed Zandenberg (of Zandenburg) aan Adrianus Beyer. Later komt het goed in handen van eerst zijn weduwe en daarna zijn zoon, Arnold Beyer.

De verdwenen boerderij Nooit Gedacht. Renkum. Bennekomseweg 164 Renkum.
Nooit Gedacht Renkum
De boerderij zelf is na de oorlog vervangen door deze boswachterswoning. In de BAG staat dat dit pand in 1917 in gebruik is genomen. Dit lijkt me niet te kloppen. Nooit Gedacht is er niet meer, er staat een soort boswachtershuis. De verharde weg naast dit huis is veel interessanter, reden om een tekst te gebruiken van Geert Nijland: "Volgens mij (G.N.) maakt deze weg één geheel uit met het pad naar de manege bij Quadenoord ten noorden van de (Nieuwe) Bennekomseweg. Een hele oude belangrijke weg voor de buurschap Harten. De verharde weg langs het huisje staat op veel oudere kaarten, maar je ziet nooit een naam. Toch vermoed ik dat deze weg deel uitmaakt van de vroegere Hartter wegh alias Ginckeler wegh op de kaart van Kempinck uit 1610, Gelders Archief. Deze weg was een verbinding van Ginckel via Quadenoord naar Harten, en via de huidige Hartenseweg door naar Renkum. Hij staat ook op een kaart van Isaac van Geelkercken uit 1657, Gelders Archief. Op de kaart van Kempinck kun je zien dat de weg ten noorden van de Maander straet (iets te zuiden van de Ginkelde Heide) Ginckeller wegh werd genoemd en ten zuiden van Maander straet heette hij Hartter wegh. Op een Kaart van Nijhoff uit 1845 is ook nog een restant van de weg aangegeven (maar zonder naam)". Met dank aan Geert Nijland
De de weg naar "Nooit Gedacht" wordt in 1958 ter hoogte van de begraafplaats Harten geruimd. De weg naar Nooit Gedacht lag in het verlengde van de huidige Kortenburg, vanaf ONO naar het noorden, aansluitend op de Bennekomseweg. Deze weg is rond 1965 naar het westen verlegd en gaat nu tussen de begraafplaats en Campman door, naar het noorden.
Kijk je bij de site TopoTijdreis, dan zie je de weg langs Nooit Gedacht in 1871, samen met de boerderij verschijnen. Dan zie je ook dat met deze weg de manege bij Quadenoord wordt ontsloten. In 1957, zie je de huidige situatie. Jammer dat je bij Tope Toijdreis niet exact een jaar kunt zien, de kaartenmakers lopen altijd achter de werkelijkheid aan.
Eind september - oktober 1944 moet Renkumse bevolking evacueren. Men gaat naar Bennekom, en dan verder naar het noorden, westen. Er staat een Duitse controlepost ter hoogte van Nol in't Bosch. Uit ervaring weten Renkummers dan al dat de Duitsers je bagage willen doorzoeken op geld en juwelen (jammer dan) of dat ze dan je ausweis willen zien. En als er een Renkums gezin moet evacueren, neem je ook de onderduikers mee. De weg zonder naam wordt dan waarschijnlijk door de evacuerende Renkummers gebruikt om zonder Duitse controle toch op de weg naar Bennekom te komen. Een andere naam voor de weg naar Nooitgedacht is de laan van Veldman. Veldman was de jachtopziener die in de oorlog in de boswachterwoning woning verbleef.

Eene vallei bij Oosterbeek
Couwenberg, Abraham Johannes
Gezicht op een landweg naar het dorp Oosterbeek; Eene vallei bij Oosterbeek; Tafereelen uit de omstreken der stad Arnhem. Staalgravure van Couwenberg, Abraham Johannes, rond


Boerderij Oosterbouwing,  Fonteinallee 24 in Doorwerth  Andere namen Oosterbouw, Ooster bouwinc en Ooster Bouwing. Er is nu één gemeente Renkum, maar dat is niet altijd zo geweest. Er was tot 1923 ook een gemeente Doorwerth, en daar lag de boerderij Oosterbouwing. Het gevolg is dat de Westerbouwing in Oosterbeek ten oosten van de Oosterbouwing ligt.
Oosterbouwing Doorwerth
Dit lijkt een uitsnede van een prent op p114 Romers: : Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum en Renkum in de negentiende eeuw.
De oudste vermelding van deze boerderij is te vinden op de website van de Familie Hendricks in Doorwerth. Genoemd wordt Otto Hendricks [van Pothoven], mogelijke zoon van Hendrick Jansen en Willemken Hendriks. Hij is begraven op woensdag 16 maart 1763 te Heelsum. Van beroep: bouwman en schaapsherder. Otto huwde op 30 april 1730 in Heelsum met Hendrikje Gerrits van Opdal. Zij is begraven op vrijdag 16 februari 1753 te Heelsum. Otto huwde daarna op 21 maart 1758 te Otterlo met Maria Jansen Bungels. Zij is begraven op maandag 24 april 1769 te Heelsum.
Otto en zijn gezin bewonen waarschijnlijk al eerder, maar volgens de pachtovereenkomsten tussen 1739 en 1749 de boerderij de Ooster Bouwinc, bestaande in een huijs, Berg Schuur, Boomgaard van 1,5 Morgen, twee Schaape Schotten en Schadrift, voorts in 12 Morgens Heijland en in 22 Molder Bouwlantes, voorts Heijde van 6 Morgen, 't Kleijland bij 't huijs van 1 Molder als de Voorste Heijde van 6 Morgen, Kempken aen de weg van een halve Mulder + middel Stuck van 15 Mulder, Rigtersland van 2,5 Molder en Bal Kamp, Veersgoed alias Ossekamp van 6 Morgen gelegen ten zuiden van de Galerij onderaan de Moolenbergh [ook wel Heetberg of Boersberg genoemd] aan de Moolenwegh te Doorwerth, heuvelopwaarts vanaf de Galerij. De pacht bedroeg jaarlijks maar liefst 471 Caroli guldens en 21 stuivers!
Volgens de ´lijst van cedulle´ [soort volkstelling en meteen een inventarisatie van het aantal vuurplaatsen, waar belasting over betaald moest worden] van 1749, wonen er op dat moment 5 volwassenen en 4 kinderen op de Ooster-bouwing. Uiteraard Otto Hendrix, bouwman van beroep, zijn vrouw, 3 kinderen ouder dan 15 jaar en 1 kind tussen de 5 en 10 jaar oud. Verder woonden er nog drie ´Knegts, Meijden of andere Persoonen in de Huijshoudinge gehorende.
De Ooster Bouwing was het meest kostbare goed om te pachten, in de hele Heerlijkheid. Pas in 1758 treffen we als pachter ene Gerrit van Maanen. We gaan er dus vanuit dat het gezin van Otto tot dat jaar bewoners en gebruikers waren van deze kostbare boerderij. Hij moet tegen die tijd ook wel op leeftijd zijn geweest. Hij overleed 5 jaar later.
Later in de tijd veranderde de naam van het huis in Wester-bouwing, perceel nummer 129: huis en erf. De omliggende percelen zijn dan bouwland en boomgaard. (link)
In het boek van Romers uit 1991: Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum en Renkum in de negentiende eeuw, staat een prent van het huis met de watermolen. Zie prent 113 op pagina 108. Uit het onderschrift: "Nabij de herberg te Doorwerth. Het huis rechts droeg de naam Oosterbouwing". UITZOEKEN
Oosterbouwing Doorwerth
In 1948 zien we de huidige boerderij verschijnen en woont er Albertus van Dijk (1904), gehuwd met Anna Cornelia Gerritsen (1899). Een dochter Derkje Cornelia Elizabeth woonde met haar echtgenoot Cornelis Bremer bij haar ouders in.
In de periode 1973 tot 1986 woonde hier Renkums burgemeester; Jhr. Mr. Henry Gerrit van Holthe tot Echten (1922 – 2001).
Klopt dit: De boerderij aan de westkant waar tegenwoordig“Stal Doorwerth” staat hete in 1756 “Wester Bauwinge”. bron Stal Doorwerth heeft als adres Fonteinallee 26, is na-oorlogse nieuwbouw en wordt waarschijnlijk verward met Oosterbouwing.

Boerderij van Peelen. Brinkweg 2a, tegenwoordig Europalaan 98 te Renkum. Een grote markante boerderij, midden in het dorp, op de hoek met de Molenweg. Gebouwd in 1922. Jan Peelen, geboren in Renkum 19 augustus 1877, overleden op 2 februari 1963. Begraven op Onder de Bomen. Gehuwd met Grietje van den Brink (Renkum 29 juni 1876 - Renkum 25 juni 1958) uit Renkum. Samen kregen ze 8 kinderen: De oudste was Gerrit Jacob Peelen (woonde en werkte later in Den Haag en is de auteur van meerdere boeken, oa "Het begon onder melkenstijd" en "Renkumse vertellingen". Het  vijfde kind was Jan Peelen, de hoofdpersoon van "Het begon onder melkenstijd" en als burger, drager van de Millitaire Willemsorde. Meer over Gerrit Jacob en Jan Peelen en nog een broer (Jacob) op dit gedeelte van m'n website.Peelen Renkum
Vader Peelen begint als landbouwer, later komt er een oliehandel (en kunstmest) bij en nog later een transportbedrijf. Het transport begon met het papier van het om de hoek liggende Van Gelder papier. Een eerste grote uitbreiding is aan de overkant van de Brinkweg, het latere "gat van Peelen". Daarna stopt de boerderij.

Reijershoeve, Renkum

Reijerscamp, Wolfheze in 1939 gepacht door C. Noordam. In de septemberdagen 1944 vonden hier een groot deel van de luchtlandingen plaats er zijn 161 gliders geland.
Wikipedia

Voormalige boerderij Reyershoeve Oosterbeek, bij de Hemelse Berg.
Volgens v. d. Aa (Aa, Abraham Jacob van der ; Aardrijkskundig woordenboek; 1851) waren er op het landgoed de Hemelse Berg in 1844 de villa's Lucienheuvel, Pietersberg en Hemeldal. Daarnaat was er ook een kleine boerderij, genaamd de Reyershoeve, Demoed laat op pagina 284 weten dat: "De boerderij Reyershoeve is waarschijnlijk de thans nog aan de zuidzijde van de Benedendorpsweg (no. 180) bestaande boerderij, sinds enkele jaren de Witte Poort genaamd". (foto). Bij de BAG is als eerste jaar van bewoning 1870 te vinden.

Sinderhoeve, Telefoonweg 77 Renkum. link, de boerderij nr 79 link In de WWII periode bewoond door boer Pennings.  De Sinderhoeve, egenwoordig een proefstation, is in eigendom van de Wageningen Universiteit.

Voormalig landgoed De Slenk, een oude naam voor wat we nu kennen als Sportcentrum Papendal. In het gebied van De Slenk verscheen rond 1905 een gebouw met twee functies. Er werd water gewonnen voor het landgoed en er werd elekticiteit opgewekt om huizen en opstellen van licht te voorzien. De gebouwen in de Slenk werden gebruikt voor landbouwdoeleinden en gedeeltelijk ingericht als woonhuis voor boer C. Aalbers. De stenen van de boerderij zijn ter plekke gebakken. In 1966 is het landgoed in handen gekomen van de Nederlandse Sportfederatie.

De Sonnenberg, Oosterbeek. Sonnenberg was een oud leen (1428) van Doorwerth. "Een hegge hout in het kerspel Oosterbeek, genaamd Hillenbos, met toebehoren, (1576: op Sonnenberg en 3 malder rogge aldaar op Gijsbert van den Berge; 1630: zijnde erf en goed Sonnenberg; 1692: in Renkum").
Lees hier meer over de Sonnenberg.

Boerderij ‘de Vallei’ in het Heelsumse beekdal.

Veluwse hallenhuisboerderij Van Borsselenweg 32-34 stamt uit 1840 en is in 1911 verbouwd.

Veld en Beek, Fonteinallee 33 Doorwerth. Tot 2010 was er de oudere naam: boerderij de Noordberg. Baron Van Brakel liet in 1879 drie boerderijen bouwen. Behalve de Noordberg en de Boersberg in Doorwerth, ook de Zonnenberg in Heelsum. Prijkt op de monumentale gevel van de Boerberg nog het negentiende eeuwse jaartal, de gevel van de Noordberg in Heelsum laat zien: 'Eerste steen gelegd december 1948'. Van de oorspronkelijke boerderij is niets meer over, verwoest in de Tweede Wereldoorlog. De ingenieur die in 1948 de eerste steen legde voor de 'tweede versie' van de Boersberg was de rentmeester van het premiefonds van Nederlandse mijnwerkers. Dat kocht de boerderij in 1921 van baron Van Brakel, die grond en opstallen vanwege geldgebrek van de hand moest doen. Na de oorlog werd er met geld van het Marshallplan een nieuwe boerderij gebouwd. Dat is nu nog te zien aan de gevelsteen met de leeuw.
Rond 1907 en later woont er de familie Jacob van Maanen.
van Maanen Doorwerth
Jacob komt te overlijden rond 1915 en diens zoon H.J. van Maanen is dan de opvolger. Hij is dan ook raadslid van de gemeente Doorwerth. In 1910 wordt zoon S.H. van Maanen geboren. Zoon  In augustus 1942 sloeg op de boerderij van G. Timmer op de Noordberg bij Doorwerth de bliksem in een korenberg, welke geheel gevuld was met pas geoogste rogge en haver. Alles werd een prooi der vlammen. (uit het Leeuwarder nieuwsblad). In de BAG, is na het herstel van oorlogsschade, de hersteldatum als zijnde voor de eerste bewoning aangehouden, of te wel 1951. In 1981 werd een moderne veestal bij het complex
gebouwd.
Het er naast gelegen huis 'De Noordberg", op nummer 31, volgens de BAG voor het eerst betrokken in 1907, is lange tijd bestemd geweest voor de ouders, c.q. vader van de boer. Bij een overdracht van de boerderij aan een zoon, gingen de ouders hier wonen.
Elders lees ik dat het huis 'Rustheuvel' op negentiende eeuwse fundamenten staat.

Boerderij Vosdal, Koninginnelaan 22, later 55, afgebroken met de aanleg van de N225 - A50. Het tegenwoordige Klein Vosdal Koninginnelaan 43, 6866 NL Heelsum ligt veel westelijker en ten zuiden van de N225
In 1878 wordt er al gesproken van de "bouwing Vosdal" te Doorwerth. De boerderij Vosdal, is afgebrand rond 1885. Werd weer herbouwd als een zetboerderij. De laatste zetboer was Geurt v. d. Hul, terwijl na de boedelscheiding van de weduwe van Brakell in 1880  de boerderij steeds verpacht werd.
In 1882 is er brand op het Vosdal: "Gisteren-morgen tusschen 4 en 5 uur ontstond er brand in de boerderij van den heer Hupkes, genaamd .Vosdal" te Doorwerth. De vlammen grepen zoo spoedig om zich heen, dat uit het achterhuis waar de brand begon, nauwelijks het aanwezige vee kon gered worden, en zelfs ecnige varkens omkwamen. Behalve het aldaar geborgen hooi, is de oogst behouden gebleven, daar die zich in- de belendende schuren en hooiberg bevond, en die gebouwen bij de heerschende windstilte gespaard bleven. Toen de vlam zich aan het woonhuis had medegedeeld, had men gelukkig den inboedel grootendeels kunnen redden. De oorzaak van de ramp is onbekend. Een en ander was verzekerd". Vosdal Heelsum HGR

Voormalige boererij de Westerbouwing, Oosterbeek
In 1760 was er al een “huis, schuur, berg en verder getimmerte, met den boomgaard en annex weylandt ….” Eigenaar rond 1873 was Evert Jan Thomassen en het adresboek vermeld dat hij naast landbouwer ook kastelijn was. Hij verstrekte een drankje aan wandelaars.
boerderij Westerbouwing Oosterbeek
Een schermprint van een kadasterkaart uit 1832 gecombineerd met de situatie in 2018. De boerderij Westerbouwing staat net ten noorden van de actuele woning aan de Veerweg nr 5. Op de huidige Westerbouwing is al een uitzichtpunt te zien.
En om het moeilijker te maken: In Heveadorp stond bij de kruising Fonteinallee en de Dunolaan een boerderij met de naam Westerbouwing. Nog leuker: de boerderij de Oosterbouwing (tegenwoordig een andere naam) staat ten westen van kasteel Doorwerth.
De boerderij, die in de buitenbocht van de Veerweg - ten zuiden van het Kerkpad — stond, is omstreeks 1870 gesloopt.

De Wilhelmina-Hoeve, Mariaweg 8 te Oosterbeek,

Boerderij Uitspanning Hotel Wolfheze, Wolfhezerweg 17, Wolfheze. Zie ook Wildforsterhuis, hierboven. Het huidige hotel Wolfheze ligt aan een kruising van oude Heerwegen en later Hessenwegen. De kruising werd bewaakt door het Hof Wolfheze, c.q het Stratius rondeel. Voor de noord-zuid route stond er bij de doorwaadbare plaats door de Rijn bij Heveaorp ook een wachtpost, de Hunnenschans op de Duno. De oost-west route is een voortzetting van de Schelmseweg vanaf Arnhem. Bij deze kruising lag ook het Wildforstergoed, een kerk (vanaf het jaar 1000) en een nederzetting. Het forsterhuis wordt al beschreven als het geslacht Van Lawijck er woont. In 1371 was waarschijnlijk Arndt van Lawijck hier reeds aan het ontginnen. Spaanse troepen verwoesten het wildforstergoed in 1505, doch het wordt weer opgebouwd. Misschien niet meer dan een boerderij met jachtkamer. In 1540 komt het goed in handen van Droechscherer, wiens vrouw, hij overleed reeds 1547, veel heeft gedaan om het terrein weer in goeden staat te brengen. Maar ook hier richtten de Spaansche troepen in 1584 - 1585 weer grote schade aan. Ook toen niet definitief. Wolfheze verdwijnt wel van de kaart, maar op een kaart van 1616 komt het wlldforstershuis geteekend weer voor, omgeven door een hekwerk; twee huizen en een „hofstede" schijnen er toen te hebben gestaan. Bij de boer kon een reiziger water drinken, een paard laten rusten, overnachten.
Uitspanning Wolfheze
De boerderij werd een uitspanning. Met de komst van de treinhalte Station Wolfheze, met dank aan de baron van Brakell, ontdekt het publiek de schoonheid van het landschap.
De Uitspanning te Wolfheze
In 1910 wordt de uitspanning-boerderij van mw. J. H. G. van Heutsz-Baronesse van Brakell aan de N.V. Ter Spijt verkocht. Zij laten de boerderij slopen en er komt een hotel waarvan de exploitatie wordt door de Mij. de Tafelberg, die ook het gelijknamige Hotel in Oosterbeek beheerd.

Boerderij De Zonnenberg, Koninginnelaan 2/2a, Heelsum.
Als in 1731 een huisje gebouwd wordt voor de kleermaker Hendrik Ormel, dan wordt dit gebouwd aan de „nieuwe weg" de Utrechtseweg. De woning van Ormel stond waar
later de boerderij Zonnenberg kwam.
Zonnenberg Heelsum
Baron Van Brakel liet in 1879 drie boerderijen bouwen. Behalve de Noordberg en de Boersberg in Doorwerth, ook de Zonneberg in Heelsum. Uit het bezit van de fam. van Brakell koopt in 1927 de Baarnse zakenman Joh. Wilbrink de gehele omgeving van Heelsum, groot 225 ha. Reeds in het jaar daarop verkoopt hij echter zijn bezit weer aan verschillende eigenaren. Als gevolg hiervan komt het bouwland, c.a. tussen de Koninginnelaan en de Doorwerthse straat, zijnde groot plm. 16 ha, aan J. Swart te Rotterdam, welke voor zich later de villa „Roggetamp" liet bouwen (Doorwerthse Straat 1).
J. Swart werd daardoor tevens eigenaar van de boerderij de Zonnenberg (gebouwd plm. 1875) en een tweetal schaapskooien, één nabij de boerderij en de ander langs de Koninginnelaan. In 1941 woonde E. van Beek op de Zonnenberg. Beiden boerderijen zijn voor 1950 verdwenen.
Zonnenberg Heelsum
Lanschap bij Heelsum
bewerkt: Simon de Vlieger (ca. 1601-1653). Landschap bij Heelsum
Henri van Lerven Heelsum
Henri van Lerven (1875-1954) Boerderij bij Heelsum
BAG: https://bagviewer.kadaster.nl

Neefjes; Jan: Harten: een ‘verdwenen’ buurschap op de Veluwe bij Renkum; 1992

http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Harten

HisGis

Erkens, H.C.J., Uit de Oude Doos. Verhalen over de vijf dorpen in het groen: Doorwerth, Heelsum, Oosterbeek, Renkum, Wolfheze. Oosterbeek (Kontrast), 1997.
"Harten": blz. 163-167. (Buurtschap Harten, ook wel “Hijrten”, “Hirten”, “Herten” of “Harte”. Vermoedelijk prehistorische heuvel. In Merovingische en Karolingische tijd bewoond. Vermelding 838: graaf Rodger schonk goederen aan Maartenskerk te Utrecht. Vóór de 15e eeuw een hof met een kleine burcht (hypothese). Bestond in de 15e eeuw uit 9 tot 11 boerderijen, in 16e en 17e eeuw uit een vijftal boerderijen; vóór 20e eeuw “verdwenen” doordat de bebouwing steeds minder als zelfstandige gemeenschap fungeerde. Kaarten uit 19e en 20e eeuw “geven de naam Harten bijvoorbeeld aan de bouwlanden westelijk van het beekdal, of aan de plaats van de vroegere papiermolen, boven de zogeheten nieuwmolen achter de kerk. Wie vandaag de Bennekomseweg vanuit de bossen met weilanden inrijdt, ziet alleen nog de oude boerderij Everzwijnsegoed liggen”. Nu weer in gebruik op topografische kaart, voor kleine groep huizen ten noorden van het bedrijventerrein aan de Oliemolenweg. In 15e eeuw kwam Harten voor bijna twee eeuwen lang aan het Mariaklooster in Renkum. In Harten lag een kapel op of bij het erf Het Langen Broek (waar nu het conferentieoord De Kijenberg ligt; dat laatste ligt dus niet op het nabije erf De Kijen Bergh).)

-Demoed, E.J., Van een groene zoom aan een vaal kleed. Zijnde de geschiedenis van de westelijke Veluwezoom (gemeente Renkum). Oosterbeek (Adremo), 1953.
"“De Buurschap Harten”": blz. 190-203 (Ook: ‘Hartten” of “Hatten”. Op blz. 194 situatietekening ca 1580 en ca 1650)

Jansen, Patrick; Van Heide tot Lusthof 2012.
slechts een poging, verbeteringen en aanvullingen, graag naar m'n mailadres: